Over gevangenissen
174
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
De overbevolking van de gevangenissen
De onenigheid in de regering en het plan van de premier betreffende het koninklijke genaderecht
De door u voorgestelde langetermijnoplossing voor de overbevolking van de gevangenissen
De impasse in de regering met betrekking tot de aanpak van de overbevolking van de gevangenissen
De aanpak van de overbevolking van de gevangenissen en het verlenen van gratie
Politieke verdeeldheid en oplossingen voor gevangenisoverbevolking en gratieverlening
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie), Bart De Wever (Eerste minister)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie bekritiseert minister Annelies Verlinden scherp voor het falende beleid rond extreme overbevolking in Belgische gevangenissen (13.600 gedetineerden op 11.100 plaatsen, waaronder 600 grondslapers), met beschuldigingen van onmacht, gebrek aan concrete actie en "schandalige onmenselijke omstandigheden" die veiligheid en re-integratie ondermijnen. Khalil Aouasti (PS) en Barbara Pas (VB) wijzen op mislukte noodwetten, geblokkeerde voorstellen (zoals collectieve gratie via De Wever of terugzending van 5.500 niet-Belgen) en wederzijdse regeringsverwijten, terwijl Verlinden benadrukt structurele plannen (extra capaciteit, zorg voor geïnterneerden) maar geen korte-termijnoplossing biedt voor de crisis. Critici zoals Stefaan Van Hecke (Groen) en Sandro Di Nunzio (Anders.) hekelen de "onwil, onkunde en media-gedreven ruzie" binnen de regering en eisen dringende maatregelen, terwijl Verlinden respect voor rechterlijke straffen en samenwerking bepleit, maar geen tastbaar resultaat voorlegt sinds juli 2025. Oppositie en vakbonden dreigen met escalatie, met verwijzingen naar "potentiële doden" en "middeleeuwse toestanden".
Khalil Aouasti:
Monsieur le président, madame la ministre, chers collègues, on dénombre environ 11 000 places dans nos prisons, mais seules 9 000 répondent véritablement aux normes. Nous comptons aujourd'hui 13 400 détenus. En intégrant les 3 200 condamnés qui ne se trouvent toujours pas dans nos prisons, cela représente une surpopulation réelle de 2 400 personnes et une surpopulation carcérale potentielle de 5 600 personnes, 5 600 détenus.
Madame la ministre, la situation est insupportable. C'est du jamais vu et d'une totale indignité! Les acteurs de terrain, les agents pénitentiaires, les experts, l'opposition parlementaire vous implorent chaque semaine d'agir. Et vous, que faites-vous? L'été dernier, vous avez fait voter une supposée "loi d'urgence", qui constitue un échec manifeste. Depuis, vous avez organisé sept kerns visant à traiter de la question de la surpopulation carcérale, mais pour quel résultat? Quelques préfabriqués en projet, l'évocation de prisons à l'étranger et des promesses pour 2035… Pour le reste, rien! Pas une seule avancée! Pire que tout, avec une collègue, vous n'hésitez pas à étaler dans la presse votre impuissance, votre incapacité à faire face à la plus grande crise pénitentiaire de l'Histoire de ce pays.
Derrière ces chiffres, madame la ministre, ce sont des agents pénitentiaires à bout de souffle. Ce sont des détenus qui dorment à même le sol et qui vivent à plusieurs dans neuf mètres carrés, sans intimité, dans une promiscuité totale, sans accès suffisant aux soins de santé. Ce sont des personnes atteintes de troubles mentaux que l'on ne soigne pas dans des annexes psychiatriques. Ce sont des détenus qui ressortent brisés, et donc plus dangereux. Cette situation exige une ministre à la hauteur.
Madame la ministre, il est encore temps d'éviter une nouveau dossier I-Police. Qu'entendez-vous faire?
Barbara Pas:
De regering-De Wever heeft nog steeds geen deftig plan om de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan.
Mevrouw de minister, uw plan bestaat erin om criminelen een korting van tien maanden te geven op een celstraf van vijf jaar. Wie vijf jaar celstraf opgelegd krijgt, moet in dit land toch al behoorlijk wat mispeuteren. Over dat plan geraakt de regering het niet eens.
De premier heeft nu zelf een plan. U hebt dat plan in de media al afgeschoten, waarna u vandaag in de media verkondigt dat de discussie niet in de media moet worden gevoerd.
Collega’s van de N-VA, ik had de premier vandaag hier graag over zijn plan ondervraagd maar hij weigert dat. Ik begrijp dat. Het plan van De Wever rekent op de hulp van zijn ondertussen boezemvriend, Zijne Majesteit. Hij vraagt de Sire deze keer niet om honderd dagen, maar wil wel dat de Koning gratie verleent aan 1.300 veroordeelde criminelen van de meer dan 3.000 criminelen die momenteel zonder enig toezicht thuis zitten te wachten op de uitvoering van hun straf.
Genaderecht komt neer op een kwijtschelding. Dat is geen omzetting in enkelbandjes, maar dat is blijkbaar wel de bedoeling. Ik had hem graag dus gevraagd of hij kwijtschelding dan wel enkelbandjes bedoelt.
Ik had hem ook graag gevraagd hoe de kwijtschelding van gevangenisstraffen, al dan niet met enkelbandjes, voor veroordeelde criminelen die nog niet in de gevangenis zitten, kan helpen om de huidige 545 grondslapers weg te werken.
Mevrouw de minister, u hebt al duidelijk aangegeven dat dat niet het geval is. Ik had graag gehad dat De Wever mij kwam uitleggen wat dan wel de oplossing is, maar hij durft niet.
Mevrouw de minister, mijn vraag aan u is heel eenvoudig. Hoe zal de regering de overbevolking in de Belgische gevangenissen op korte termijn wel eindelijk aanpakken?
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de minister, we hoorden hier al een aantal cijfers. Ik heb ook die van de beleidsnota erbij genomen. Afgerond zijn er inderdaad 11.100 plaatsen in onze gevangenissen. Er zitten vandaag ongeveer 13.600 gedetineerden in de gevangenissen, van wie 600 grondslapers zijn. Dat wil zeggen dat er 2.500 mensen te veel in de gevangenissen zitten. Daarnaast zijn er nog 3.000 wachtenden die er niet in geraken. U zult het met mij eens zijn dat dit een regelrechte schande is voor ons als land, voor onze justitie en voor onze strafuitvoering.
De belangrijkste vraag die ik u wil stellen, is wat u daar het afgelopen jaar eigenlijk al aan gedaan hebt. Wat hebt u al ondernomen om dat probleem effectief aan te pakken? Het afgelopen jaar is de druk immers alleen maar toegenomen. De vorige regering heeft bijvoorbeeld wel actie ondernomen en een aantal maatregelen genomen. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de 1.400 extra plaatsen die gecreëerd werden, de 70 extra personeelsleden die ingeschakeld werden en het kader dat werd gecreëerd voor de plaatsing van extra containers, goed voor meer dan 1.000 plaatsen. Ook de terugstuurakkoorden, onder andere met Marokko, werden toen door de vorige regering afgesloten, maar worden veel te weinig uitgevoerd. Daarom vraag ik wat u effectief hebt gedaan.
We lezen dat u 1 miljard euro hebt gevraagd. Hoeveel van dat budget zal daadwerkelijk naar extra capaciteit gaan? We vernemen ook dat een aantal collega's binnen de regering in het verleden voorstellen hebben gedaan die bij voorbaat afketst of blokkeert. Uw noodwet heeft, zoals we u gewaarschuwd hadden, geen enkel effect gehad.
Mijn vraag aan u is zeer eenvoudig. Wat hebt u gedaan en wat zult u op de langere termijn doen? Hoe zult u de situatie aanpakken en ombuigen? Zoals mijn collega van het Vlaams Belang zei, circuleert er een voorstel om gratie te verlenen. Is dat de langetermijnvisie waarvoor u staat, waarmee u de tendens zult keren en de overbevolking zult oplossen?
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, hoe lang duurt het nog vóór u en de regering eindelijk iets zullen doen aan de overbevolking in de gevangenissen? Of moeten er eerst doden vallen vooraleer de regering in actie schiet?
Het geduld is op bij iedereen, bij het personeel en de vakbonden, bij mensenrechtenorganisaties, bij de CTRG-commissies, bij de gouverneurs en de burgemeesters, maar ook in het Parlement. Blijkbaar is het geduld ook op in de regering en zelfs bij de Koning, die de regering gisteren een nooit geziene bolwassing heeft gegeven, overigens met goedkeuring van de regering zelf.
De situatie in onze gevangenissen is explosief en onmenselijk met een overbevolking van meer dan 2.500 gedetineerden. Er zijn bijna 600 grondslapers, waarvan sommige soms naast de wc-pot slapen. We mogen niet vergeten dat het nog altijd om mensen gaat. Wie denkt dat gedetineerden beter uit de gevangenis komen als we hen eerst maanden of jaren op een onmenselijke en vernederende manier opsluiten, heeft het fout.
Wat doet de regering? Mekaar met de vinger wijzen, veto's stellen, andere dossiers blokkeren en ruziemaken, maar oplossingen komen er niet. De wederzijdse verwijten zijn stevig, als we de media mogen geloven. Mevrouw de minister, uw collega-ministers uiten heel zware kritiek op u, maar omgekeerd wijst u andere ministers met de vinger. U zegt bijvoorbeeld dat minister Vandenbroucke niets zou doen voor de aanpak van de geïnterneerden. De sfeer in de regering is dus allesbehalve optimaal.
Mevrouw de minister, op u rust een loodzware verantwoordelijkheid. Als een oplossing uitblijft, toont u uw onmacht als minister van Justitie. Wanneer komt er een oplossing? Vindt u echt dat minister Vandenbroucke niets heeft gedaan aan die problematiek?
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, de problematiek van de overbevolking is bekend: er is een tekort van 2.000 plaatsen in de gevangenissen en er zijn bijna 600 grondslapers. Dat is uiteraard problematisch voor de veiligheid van de gevangenen zelf, de cipiers en de andere personeelsleden. Het zet bovendien het principe van re-integratie, re-integratie die het vervolg van de gevangenisstraf moet zijn, op de helling. Het gezegde gaat dat, als men mensen in een gevangenis als beesten behandelt, ze er ook als beesten uitkomen. Dat is net wat we niet willen.
Er moeten dus oplossingen komen. Er circuleren verschillende voorstellen, waaronder een van eerste minister Bart De Wever om over te gaan tot een soort van collectieve gratie. Daarbij zouden 1.300 personen hun door een rechter opgelegde effectieve gevangenisstraf niet moeten uitzitten, maar een enkelband krijgen. Daar heeft cd&v toch wel wat vragen bij. Hoe legt men het uit aan de rechters die iemand tot een gevangenisstraf veroordelen, dat de veroordeelde zijn of haar straf niet moet uitvoeren? Hoe legt men het uit aan slachtoffers dat daders uiteindelijk niet naar de gevangenis moeten?
Bovendien rijst de vraag of de collectieve genade, zelfs als daar voorwaarden aan zijn verbonden en de gevangenisstraf in een straf met enkelband wordt omgezet, de juridische toets zou doorstaan. Helpt zo’n maatregel trouwens het probleem van de grondslapers oplossen? Hoeveel grondslapers zullen er door de collectieve genademaatregel minder zijn? Nul, geen enkele.
Mevrouw de minister, we moeten dus op zoek naar andere oplossingen, naar oplossingen zoals u die op tafel hebt gelegd, oplossingen die effectief en duurzaam zijn. Mevrouw de minister, welke oplossingen ziet u om het probleem aan te pakken?
Annelies Verlinden:
Beste collega’s, voorbij het geblaas en gespin, ook van anonieme bronnen in de pers, wil ik hier graag de precieze toedracht geven van de lopende gesprekken in de regering over de overbevolking in onze gevangenissen.
Als iemand hier voorhoudt dat ik een echte en duurzame oplossing voor de schrijnende situatie van de overbevolking en de grondslapers zou tegenhouden of niet bereid zou zijn tot een compromis, dan vergist die zich. Reeds sinds november heb ik verschillende voorstellen op de regeringstafel gelegd naar aanleiding van de sterke stijging van het aantal gedetineerden in onze gevangenissen, niet het minst van degenen die op een matras moeten slapen. Het gaat om een reeks maatregelen die er samen voor kunnen zorgen dat de druk in onze gevangenissen echt wordt verlicht. De teksten zijn wat Justitie betreft al geruime tijd klaar.
Collega’s, er zijn dus oplossingen. Die vragen wel de moed en de wil om het probleem doortastend aan te pakken. Een voorstel waarbij een uitzonderingsmaatregel wordt genomen en waarbij een enkelband wordt toegekend aan enkele honderden mensen die vandaag niet in onze gevangenissen zitten, is geen oplossing voor de grondslapers in onze gevangenissen vandaag. Dat zou immers niets veranderen aan de situatie van de grondslapers en niets aan de dagelijkse onveiligheid waarin de penitentiaire beambten hun taken moeten uitvoeren. Bovendien geef ik er de voorkeur aan om maximaal de door de rechters uitgesproken straffen te respecteren en te werken binnen de context van de strafuitvoeringsmodaliteiten en organisatorische maatregelen om de overbevolking aan te pakken.
Het gaat mij dus niet om het grote gelijk, beste collega’s. Het gaat mij wel om de aanpak van de straffeloosheid en om de veiligheid en de menswaardigheid in onze gevangenissen. Daarom blijven we aandringen op maatregelen die wel soelaas bieden. De directeurs, de penitentiaire beambten en alle partners van het gevangeniswezen rekenen op ons. Zij hebben terecht recht op perspectief op korte termijn. We mogen hen dus niet wegsturen met pseudo-oplossingen. Ik sta en blijf resoluut aan hun zijde staan en blijf werken aan een resultaat dat hen echt vooruit kan helpen.
Daarom roep ik vandaag opnieuw iedereen op om samen een impactvolle en daadkrachtige oplossing mogelijk te maken. Dat moeten we inderdaad samen doen. Ik kan daar trouwens heel helder over zijn: ik heb niemand verhinderd om aan de slag te gaan met zijn of haar bevoegdheden en op het terrein alle mogelijke maatregelen te nemen die een impact op de overbevolking kunnen hebben.
Je tiens dès lors à rappeler à chacun que le gouvernement a déjà approuvé, le 18 juillet dernier, un plan global visant à lutter contre la surpopulation. Ce plan prévoit une augmentation de la capacité carcérale, avec des infrastructures de soins supplémentaires pour les internés, ainsi qu’une approche plus efficace du retour des condamnés en séjour illégal et le renforcement des services chargés des transfèrements internationaux. Les grandes lignes sont tracées et je ne doute pas que mes collègues et moi-même resterons déterminés à les mettre en œuvre.
Nous ne pouvons pas nous contenter de mesures en deçà de cette ambition.
Collega’s, ik hoef er niemand van te overtuigen dat het probleem complex is. We lopen een marathon om op middellange en op lange termijn extra capaciteit te creëren om de overbevolking aan te pakken. We moeten vandaag echter ook een sprint trekken om de onveiligheid en de onmenselijkheid in de gevangenissen weg te werken, niet omdat het makkelijk is, niet omdat we meedingen naar een schoonheidsprijs, maar wel omdat het absoluut noodzakelijk is.
Het is om die reden dat ik in de voorbije maanden concrete en berekende voorstellen met impact heb voorgelegd. De gesprekken daarover zijn lopende in de regering. Daarbij zijn twee principes belangrijk: ten eerste, de oplossingen moeten structureel en doortastend zijn en, ten tweede, de door rechters uitgesproken straffen moeten maximaal gerespecteerd worden.
Met dat doel voor ogen ben ik ervan overtuigd dat niets ons in de arizonaregering in de weg staat tot een akkoord te komen. De veiligheid van onze samenleving, de rechtszekerheid, de strijd tegen straffeloosheid en het streven naar menswaardige detentieomstandigheden, die onze rechtstaat van ons vraagt, zijn me uitermate dierbaar.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, je vous ai entendue, je vous ai écoutée, mais je n’ai reçu aucune réponse. Votre réponse consiste à dire que, le 18 juillet, vous avez fait voter des textes. Le 18 juillet, nous comptions 12 900 détenus dans nos prisons. Aujourd’hui, 29 janvier 2026, nous en comptons 13 626. Autrement dit, entre le 18 juillet et aujourd’hui, votre plan de lutte contre la surpopulation carcérale a lamentablement échoué. Alors, madame la ministre, j’entends des appels à tout le monde – voilà donc ce qu'on peut appeler une majorité de cohésion – à vous soutenir, après sept kern, avec 13 600 détenus, avec de l'indignité, avec la reconnaissance, de votre propre aveu, de la présence de personnes avec des troubles mentaux ou de grande précarité. Madame la ministre, je vais vous dire une seule chose: il n’y a pas un problème que l’inaction finisse par résoudre. Et j’ai bien peur, en réalité, que cet adage s’applique à votre gouvernement.
Barbara Pas:
Deze regering heeft duidelijk geen plan. Ze focust graag op het buitenland, maar de eerste prioriteit zou de veiligheid van de burgers in België zelf moeten zijn. Veroordeelde criminelen vrij laten rondlopen ondergraaft de veiligheid van burgers. Daarmee lacht men de slachtoffers vierkant uit. Zo'n 70 % van de gedetineerden recidiveert. U bent de mening toegedaan dat de straffen van de rechters gerespecteerd moeten worden, maar u wilt zelf wel strafkorting geven. De Wever wil zelfs dat 1.300 veroordeelde criminelen hun gevangenisstraf niet eens moeten uitzitten. Dat valt niet uit te leggen. Weet u wat u moet doen? U moet 5.500 niet-Belgische gedetineerden terugsturen en het genaderecht afschaffen. Dat is een praktijk die volledig achterhaald is en alleen nog thuishoort bij middeleeuwse koningen en Romeinse keizers.
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de minister, ik denk dat de Anders.-fractie de eerste is om te erkennen dat dit een complex probleem is dat niet eenvoudig op te lossen valt. Uw antwoorden stellen ons echter niet gerust. Zoals altijd brengt u in uw gekende stijl zeer verbindende, warme boodschappen en legt u allerlei plannen op tafel. De realiteit is echter dat u het afgelopen jaar niets hebt gerealiseerd, u hebt niets gedaan en dat typeert u. Ik vraag me oprecht af wat u als minister klaarkrijgt, want er beweegt niets. Wanneer u zegt een dossier in handen te nemen, blijft het liggen en gebeurt er absoluut niets mee. U hebt nog enkele jaren om te tonen dat het anders kan. Ik geloof er niet meer in, maar u hebt nog een aantal jaren om te tonen dat dit geen verloren legislatuur voor Justitie hoeft te zijn. Communiceer dus geen plannen in de media, maar ga samenzitten met uw collega-ministers en zorg ervoor dat er actie wordt ondernomen op het terrein.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, ik heb goed geluisterd naar uw antwoord. Ik vraag mij af of dat antwoord namens de regering was of namens uzelf. Ik twijfel. U verwijst naar collega’s in de regering als oorzaak van de blokkering maar dat is al te gemakkelijk. U draagt als minister van Justitie immers in de eerste plaats een verpletterende verantwoordelijkheid. Het is echter ook een collectieve verantwoordelijkheid van de hele regering.
Ik stel alleen vast dat er vandaag geen oplossingen zijn. Is dat onmacht, onkunde of onwil? Ik vrees dat het een mix van de drie is. De toestand is echter vooral schandalig. Collega’s, wij hebben eerder al voorgesteld om een koninklijk commissaris tegen de overbevolking aan te stellen. De regering kan het niet oplossen. De minister kan het niet oplossen. Geef het dan uit handen. Dat is nog het enige wat rest. Doe echter vooral iets.
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, ik dank u voor de antwoorden. Het is inderdaad een heel complexe situatie. Ik ben blij dat de heer Di Nunzio dat ook erkent. Mijnheer Di Nunzio, het zou u echter sieren, mocht u erkennen dat de situatie mede is gecreëerd door de twee vorige ministers van Justitie. Wat de oplossingen betreft, wij moeten inderdaad een duurzame oplossing vinden om het aantal grondslapers naar beneden te halen en vooral om de toestand in de gevangenissen te verbeteren. Mevrouw de minister, er zijn heel wat mogelijkheden, zoals u hebt aangehaald, onder andere bijkomende capaciteit, waaraan u dag in dag uit werkt. Daarvoor hebt u ook de steun nodig van de andere regeringsleden. Wij hopen dat u die steun vindt en dat wij op die manier vooruitgang kunnen boeken in het dossier.
De agressie tegen cipiers en personeelsleden in de Brugse gevangenis
De gewelddadige incidenten in de gevangenis van Brugge
Gewelddadige incidenten en agressie in de Brugse gevangenis
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Annelies Verlinden bevestigt dat het ernstige agressie-incident in de overbevolkte Brugse gevangenis (waarbij vier cipiers zwaar gewond raakten) volgens protocol werd afgehandeld, met directe opvang en tuchtmaatregelen tegen de dader, maar benadrukt dat agressie een structureel probleem is—verergerd door overbevolking en psychische problemen bij gedetineerden—dat ze aanpakt via een "geweldloze cultuur"-project (inclusief agressiebeheersing, gespecialiseerde cellen en psychologische ondersteuning). Annick Lambrecht en Marijke Dillen (parlementsleden) bekritiseren scherp dat de maatregelen ontoereikend zijn: ze wijzen op systeemfalend leiderschap (traag optreden, minimalisering van incidenten), gebrek aan steun voor cipiers (uitstroom, lage waardering) en eisen concrete verharding, zoals het schrappen van vervroegde invrijheidstelling voor agressieve gedetineerden en strengere sancties. Dillen stelt dat de minister geen antwoord gaf op haar voorstellen, terwijl Lambrecht dringend betere werkomstandigheden eist om veiligheid te herstellen.
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, de directeur-generaal van het gevangeniswezen, mevrouw Steenbergen, bracht onlangs naar aanleiding van een incident een bezoek aan de Brugse gevangenis om met de cipiers te praten. De topvrouw trekt aan de alarmbel na het zoveelste incident in de overbevolkte Brugse gevangenis.
De concrete aanleiding was een incident op de woensdag voorafgaand aan haar bezoek, waarbij vier cipiers naar het ziekenhuis moesten na extreem agressief gedrag van een gedetineerde. Het gaat onder andere om een gekneusde oogkas, om een whiplash en nog veel meer.
De directeur-generaal begreep hun verzuchtingen, maar wees erop dat het probleem niet bij de plaatselijke directie ligt, maar wel bij de federale overheid. De directeur-generaal benadrukte dat de nationale politiek een grote verantwoordelijkheid draagt vanwege de overbevolking, die heel wat agressie met zich meebrengt. Ze stelde ook dat ze dat reeds heeft aangekaart in een open brief.
De directeur-generaal sprak met de directie en het personeel en loofde opnieuw de inzet van het personeel onder die omstandigheden. Ze zei ook dat ze vreest dat daar eens een dode zal vallen.
Mevrouw de minister, zijn er problemen met de interne communicatie ten aanzien van u?
Is het agressieprobleem ten aanzien van cipiers of personeel een algemeen probleem, of speelt dat enkel in de gevangenis van Brugge?
Kreeg u in het verleden al meldingen over agressie tegen cipiers en personeel in de gevangenis van Brugge of in andere gevangenissen?
Welke aandacht besteedt u aan de agressie tegen het personeel en aan het algemeen welzijn van het personeel in de gevangenissen?
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, in de gevangenis van Brugge heeft een bijzonder ernstig incident plaatsgevonden door een agressieve gedetineerde tijdens zijn overbrenging naar de strafcel. Verschillende cipiers werden ernstig verwond en moesten naar het ziekenhuis worden gebracht. Eén van hen heeft meerdere verwondingen opgelopen, onder meer een hersenschudding, een whiplash, een gekneusde oogkas, gekneusde armen en een ontsteking in de oogkas, met werkonbekwaamheid tot gevolg.
Die incidenten zijn absoluut onaanvaardbaar. Cipiers moeten door de gedetineerden met respect worden behandeld. Iedere vorm van fysieke en/of verbale agressie moet heel streng worden gesanctioneerd. Dergelijke feiten hebben immers een blijvende impact en mogen niet worden geminimaliseerd.
Helaas blijkt dat de directie niet kordaat handelt en niet resoluut de kant van de cipiers kiest. Zo werd bijvoorbeeld beslist om alle maatregelen uit te stellen tot na de bezoekmomenten en de educatieve activiteiten. Pas de volgende dag werd een nachtregime ingevoerd. Dat is geen duidelijk signaal aan de gedetineerden om te stellen dat iedere vorm van agressie onaanvaardbaar is.
Mevrouw de minister, kunt u wat meer toelichting over die schandalige feiten geven? Hoe is het inmiddels gesteld met de gezondheidstoestand van de betrokken cipiers? Volgens berichten blijkt dat dat zoveelste geval van zware agressie door de directie werd geminimaliseerd. Aanvankelijk werd blijkbaar zelfs betwijfeld of dat als een kritiek incident kon worden beschouwd. Het werk neerleggen was niet toegestaan. Waarom werd er niet onmiddellijk kordaat opgetreden, als blijk van respect voor de cipiers, die iedere dag opnieuw moeten werken in zeer moeilijke omstandigheden?
Welk gevolg werd aan dat incident gegeven tegenover de betrokken, agressieve gedetineerde?
Het personeel in de gevangenis van Brugge staat onder permanente spanning, niet alleen door de agressie en incidenten of door de overbevolking, maar ook door het gevoel dat ze niet worden gesteund. Zult u een initiatief nemen om daarin verandering te brengen? De vakbonden vragen om andere maatregelen, die wel een impact hebben. Ze zeggen dat ze al jaren voorstellen doen om de zaken anders aan te pakken. Zij vragen bijvoorbeeld om de vervroegde invrijheidstelling te laten wegvallen voor wie niet met de handen van het personeel kan blijven. Dat zal de gedetineerden misschien twee keer laten nadenken voor ze tot geweld overgaan, waarmee ik de vakbonden citeer. Bent u bereid om initiatieven te nemen om strengere maatregelen uit te werken voor gedetineerden die zich schuldig maken aan agressie tegenover cipiers?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Lambrecht, mevrouw Dillen, sinds mijn aantreden, bijna een jaar geleden, onderhouden mijn kabinet en ikzelf een intensief en open contact met zowel de gevangenisdirecteurs en de vakbonden als met de directeur-generaal over de problemen die zich voordoen binnen het gevangeniswezen en over mogelijke pistes om die aan te pakken.
Het incident in Brugge werd absoluut niet geminimaliseerd. De toepasselijke richtlijnen en bepalingen moeten daarbij altijd worden gevolgd, zowel op het vlak van tuchtrechtelijke inbreuken, zoals agressie, als op het vlak van werkonderbrekingen in het geval van ernstige gebeurtenissen op de werkplek.
De standaardprocedure na een kritiek incident werd in elk geval gevolgd in Brugge. Die procedure heeft tot doel de ernst van het incident in te schatten, de situatie te bevriezen en ook de slachtoffers de nodige opvang te geven. Het personeel van de betrokken afdeling werd dezelfde avond gezien voor een debriefing en de volledige personeelsgroep werd via mail geïnformeerd.
Daarnaast is het de bedoeling dat nadat het incident de avond zelf met de nodige zorg werd afgesloten, het werk wordt hervat. Dat gebeurde de volgende ochtend. Op die manier kan voor de overige niet-betrokken gedetineerden het regime worden hervat, ook in het belang van de dynamische veiligheid, zodat de spanning niet oploopt. Voor de betrokken gedetineerden geldt dan de weg van de interne tucht- en/of veiligheidsmaatregelen en het neerleggen van een klacht bij een misdrijf.
Wat betreft de gezondheidstoestand van de betrokken personeelsleden, kan ik u meedelen dat vier personeelsleden arbeidsongeschikt waren, twee tot en met 8 februari, één tot en met 28 februari en één personeelslid heeft het werk al hervat op 26 januari.
De vaststelling dat er agressie plaatsvindt ten aanzien van gevangenispersoneel is helaas niet nieuw en beperkt zich ook niet tot de gevangenis in Brugge. Niet elk incident is echter toe te schrijven aan de overbevolking. Net zoals in de vrije samenleving vertoont een belangrijk aandeel van de gedetineerden symptomen van psychisch disfunctioneren en vertaalt zich dat soms ook in agressie-incidenten, al valt uiteraard niet te ontkennen dat de overbevolking ook frequent een rol speelt bij agressie.
Het beleid inzake agressiemanagement is sedert enige tijd gebaseerd op twee pijlers, meer bepaald in het kader van een project rond geweldloze cultuur. De doelstelling van dat project is te komen tot een veiliger werk- en leefomgeving door enerzijds in te zetten op het institutionele niveau en anderzijds door het aanbieden van agressiebeheersing en begeleiding voor gedetineerden.
In het kader van het globaal psychosociaal preventieplan is ten aanzien van het personeel onder meer voorzien in psychologische hulp aan medewerkers die te maken hadden met incidenten op het werk. Verder werkt de Directie Integrale Veiligheid aan een project inzake de beheersbaarheid van de meest agressieve gedetineerden. We beogen gedetineerden met een potentieel risico tot het stellen van gewelddadig gedrag te identificeren en hen een specifiek detentietraject aan te bieden dat in het teken staat van het beheersbaar maken van de gestelde agressie, door begeleiding op maat.
Er zal tevens worden voorzien in enkele aangepaste beveiligde cellen als ultimum remedium voor het waarborgen van de veiligheid van zowel het personeel als de gedetineerden. In dat kader wordt ook opgeleid personeel voorzien, waaronder penitentiair bewakingsassistenten en zorgpersoneel, alsook psychiatrische bijstand voor de inrichtingen waar het project zal worden uitgerold.
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, u gaf een zeer formeel antwoord met een overzicht van de bestaande procedures, maar het blijft een feit dat de omstandigheden in de Brugse gevangenis een broeihard zijn en geweld uitlokken. Men komt vaak slechter uit de gevangenis dan men erin gaat. Men wordt agressief door de overbevolking. De cipiers staan onder druk, want men vindt niet genoeg cipiers. Degenen die er zijn, moeten veel meer werk doen dan wat voor hen mogelijk is. Overigens worden de cipiers zeer laag gewaardeerd. Ik vraag me af hoe daaraan kan worden gewerkt. Zeer veel personeel stroomt uit. Dan zijn er nog de verhalen over ernstige agressie. U spreekt betrokkenen, want de directeur-generaal is bij u geweest, maar hij loopt zelfs naar de pers. Men ziet het helemaal niet meer zitten.
Als ik nu aan de personeelsleden moet zeggen dat er procedures bestaan om snel op te treden als iets gebeurt en dat van de vier aangevallen cipiers er één toch al terug aan het werk is, denk ik niet dat zij daarmee gediend zullen zijn.
Het grote kader – dat weet u zelf ook en ik beweer niet dat er geen inspanningen gebeuren – moet een verbetering van de leef- en werkomstandigheden in die Brugse gevangenis zijn, niet alleen voor degenen die er zogezegd wonen, de gevangenen, maar zeker ook voor degenen die er werken. Die agressie ten aanzien van cipiers, die zo’n moeilijke taak op zich nemen, is immers onaanvaardbaar. Dat mag echt niet meer gebeuren. Mensen voelen zich niet meer veilig op de werkplaats, en dat kan niet de bedoeling zijn. Het feit dat men naar de pers loopt en zich richt tot parlementsleden met de vraag om bij u nog eens de urgentie aan te kaarten om personeelsleden te beschermen tegen agressie van gevangenen, zegt alles.
Ik reken erop dat u een tand bij zult zetten om de mensen zich veilig te laten voelen in de Brugse gevangenis.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, u zegt dat de feiten niet zijn geminimaliseerd, maar dat komt niet overeen met het gevoel dat de cipiers op dat ogenblik hadden. U zegt ook dat er een procedure bestaat om de ernst in te schatten. In dat zeer specifieke geval moesten vier cipiers naar het ziekenhuis worden overgebracht, van wie er drie tot op heden nog steeds arbeidsongeschikt zijn. Dat is dus zonder enige twijfel een heel ernstig incident. Agressie tegen het personeel is inderdaad niet nieuw. Er zijn echter dringend maatregelen nodig. Ik besef dat agressiegevallen niet volledig kunnen worden uitgesloten, want dat kan in de gewone samenleving ook niet, maar er moet minstens een poging worden ondernomen om agressiegevallen te verminderen. Ik heb u geen antwoord horen geven op mijn voorstel om de vervroegde invrijheidsstelling onmogelijk te maken voor wie zich schuldig heeft gemaakt aan agressie, van welke aard dan ook en ongeacht de ernst, tegen cipiers en gevangenispersoneel. Er moeten veel strengere maatregelen komen. Ik heb ook geen antwoord gekregen op de vraag welk gevolg is gegeven ten aanzien van de agressieve gedetineerde. Ik hoop en neem aan dat in elk geval een klacht is ingediend. Ik ga ervan uit dat het parket daaraan gevolg zal geven en dat die man zeer zwaar zal worden aangepakt, want die feiten zijn absoluut onaanvaardbaar. Cipiers verdienen respect. Dat hebben wij in de commissie voor Justitie al herhaaldelijk gesteld. Naar aanleiding van de beleidsnota zullen we daar nog op terugkomen, maar ik denk dat u ook prioritair werk moet maken van de verbetering van hun statuut in meest ruime betekenis van het woord.
De evolutie van de veiligheidssituatie in Syrië en de impact ervan op de FTF's
De ontsnapping van IS-gevangenen in Syrië
De veiligheidsontwikkelingen in Syrië en gevolgen voor FTF's en IS-ontsnappingen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de veiligheidsrisico’s van ontsnapte IS-strijders uit Syrië, met name de 11 Belgische gedetineerden (10 mannen, 8 vrouwen + 9 kinderen) en hun opvolging door de Veiligheid van de Staat (VSSE) en OCAM. Minister Verlinden bevestigt dat geen Belgische IS’ers ontsnapt zijn, maar waarschuwt voor de chaotische situatie na Koerdische machtsverlies en mogelijke overdrachten naar Irak; ze benadrukt internationale samenwerking en dreigingsmonitoring via de TER-strategie. De Maegd (kritisch) wijst op het humanitaire en veiligheidsrisico door 10.000 gedetineerde IS’ers uit 40 landen en eist transparantie over de verdwenen negende Belgische vrouw uit kamp Al-Hol. Van Hoecke (beschuldigend) eist een absoluut terugkeerverbod voor IS-sympathisanten zoals Besime Car (ex-IS-politieagente) en bekritiseert dat het regeerakkoord hierin te vaag is; hij noemt terugkeer "onaanvaardbaar" en hekelt gebrek aan politieke consensus hierover.
Michel De Maegd:
Madame la ministre, comme j'ai déjà eu l'occasion de le dire en séance plénière voici deux semaines, la situation au Nord-Est de la Syrie est extrêmement inquiétante. Pour citer un seul exemple, le drapeau de Daech flotte à nouveau sur la ville très symbolique de Kobané, laquelle avait été reprise par les forces kurdes à Daech voici dix ans. Des affrontements armés d'ampleur ont eu lieu, des exactions inacceptables se sont déroulées, entraînant, sinon un retrait, du moins l'affaiblissement de forces démocratiques syriennes jusqu'à présent chargées de la gestion de centres de détention d'anciens membres de l'organisation terroriste Daech. Des informations font désormais état d'évasions ou de fuites de certains détenus, sans que des chiffres définitifs puissent être fournis.
Ces faits ravivent des inquiétudes majeures quant au sort des combattants terroristes étrangers qui y sont détenus, au nombre de 10 000 et en provenance de 40 pays différents. Parmi eux figurent des individus issus de Belgique, sans nécessairement en avoir la nationalité, mais qui sont venus de notre pays et dont la prise en charge et le suivi constituent un enjeu direct de sécurité nationale, mais aussi de justice et de respect de l' É tat de droit.
Dans ce contexte particulièrement préoccupant, madame la ministre, j'aimerais vous poser les questions suivantes. Disposez-vous, à ce stade, d'informations confirmées ou actualisées concernant le nombre de ressortissants venus de Belgique susceptibles d'être encore détenus en Syrie? L'OCAM parle de douze hommes et de neuf femmes – huit dans le camp de Al-Roj, une dans celui Al-Hol qui a été ouvert par les forces syriennes. Quelles sont les voies de coopération judiciaire et sécuritaire internationale actuellement mobilisées par la Belgique afin d'obtenir des informations fiables sur la localisation et le contrôle effectif de ces personnes? Comment la Belgique entend-elle garantir que la lutte contre l'impunité des crimes terroristes demeure pleinement effective, y compris dans l'hypothèse d'une dispersion, d'une fuite ou d'une remise en circulation de combattants précédemment détenus dans cette région?
Alexander Van Hoecke:
Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Volgens de Syrische regering zijn bij gevechten in het noordoosten van Syrië ongeveer 120 leden van de terreurgroep Islamitische Staat ontsnapt uit een gevangenis. Regeringstroepen hebben in de stad Al-Shaddadah, in de provincie Al-Hasakah, gezocht naar de voortvluchtigen en intussen 80 personen gearresteerd, zegt het Syrische ministerie van Binnenlandse Zaken.
Ook het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten meldde dat een “groot aantal" IS-leden was ontsnapt. Volgens de Koerdische militiegroep de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) gaat het om veel meer, namelijk ongeveer 1.500 IS-strijders die uit de gevangenis zijn ontsnapt.
Volgens SDF hebben bondgenoten van de regering in Damascus meerdere gevangenissen in het noordoosten aangevallen waar IS-leden zijn ondergebracht, ondanks een staakt-het-vuren dat zondag was afgekondigd. De SDF-troepen hebben daardoor geen controle meer.
De Koerdische milities controleerden tot nu toe de gevangenissen, maar volgens het akkoord van zondag moest de SDF de gevangenen overdragen aan de Syrische regering. De vrees bestaat dat IS van de chaotische situatie gebruik zal maken om aan terrein te winnen.
Dergelijke ontsnappingen vormen een bijzonder groot risico, niet alleen voor Europa, maar ook voor België.
Kan de minister toelichting geven in welke mate de veiligheidsdiensten deze dreiging opvolgen?
Heeft de minister kennis van Belgische IS-strijders die zouden ontsnapt zijn? Hoeveel Belgische IS-strijders bevinden zich in deze kampen? Op welke manier worden deze opgevolgd?
Bestaat er een protocol dat in werking treedt wanneer er Belgische IS-strijders zouden zijn ontsnapt? Hoe ziet dit protocol eruit? Hoe wordt onze samenleving tegen deze potentiële dreiging beschermd door onze veiligheidsdiensten?
Vrijdag komt in Brussel nog een zaak voor van Besime Car, die met haar kinderen vastzit in al-Roj. Wat is de positie van het OM en kan de minister verzekeren dat deze regering nooit zal toestaan dat personen die naar het buitenland trokken om zich aan te sluiten bij IS of een andere terroristische organisatie kunnen terugkeren?
Annelies Verlinden:
Dans le cadre de leurs compétences légales, la Sûreté de l’ É tat (VSSE) et l’Organe de coordination pour l’analyse de la menace (OCAM) assurent un suivi de la situation des combattants terroristes étrangers de nationalité belge, y compris ceux qui se trouvent dans les centres de détention, les prisons et les camps dans le Nord-Est de la Syrie.
De VSSE werkt daarvoor nauw samen met de Belgische partners, evenals met internationale partners. In het kader van de strategie TER zijn meerderjarige, aan België gelinkte FTF’ers opgenomen in de GGB TER en worden ze opgevolgd door de local task forces die bevoegd zijn voor hun voormalige woonplaats. Minderjarigen die betrokken zijn, worden eveneens meegenomen in het kader van de opvolging van hun ouders. Het OCAD werkt de dreigingsevaluatie van die personen bij op basis van de beschikbare en bevestigde informatie van de partnerdiensten in de strategie TER.
Volgens de informatie waarover de VSSE op 27 januari 2026 beschikte, zouden elf aan België gelinkte mannelijke FTF’ers in een gevangenis in het noordoosten van Syrië hebben verbleven. Dat cijfer is sinds vorige week gewijzigd, omdat er sterke aanwijzingen zijn dat een mannelijke Belgische FTF’er zeer recent werd overgebracht naar een gevangenis in Irak. Dat kadert in de bredere overbrenging van IS-gedetineerden uit gevangenissen in het noordoosten van Syrië naar gevangenissen in Irak, zoals ook aangekondigd door de Amerikaanse autoriteiten.
In kampen in dezelfde regio zouden nog acht aan België gelinkte vrouwelijke FTF’ers en negen kinderen verblijven.
Selon les informations dont nous disposons actuellement, aucun combattant terroriste étranger lié à la Belgique ne s'est évadé de prison. Les services de renseignements et de sécurité continuent de suivre le développement de cette situation et cela en concertation avec leurs partenaires nationaux et internationaux. Pour conclure, il ne m'appartient pas d'entrer dans les détails des dossiers individuels.
Michel De Maegd:
Merci, madame la ministre, pour votre réponse. Je vois que les chiffres ont été actualisés depuis la semaine dernière, puisqu'on parle maintenant d'un transfert masculin vers l'Irak et de huit femmes, alors que jusqu'à présent, c'étaient neuf femmes venues de Belgique: huit au camp de Al-Roj et une au camp d' Al-Hol, qui a été ouvert. Donc, c'est important, évidemment, de garder la vigilance et de savoir ce que cette femme qui était dans le camp d'Al-hol, la neuvième, est devenue. Ce qui se joue aujourd'hui en Syrie est une tragédie humaine sans nom. Cela constitue aussi un enjeu direct de sécurité pour nos concitoyens en Belgique.
Là-bas, des civils paient une nouvelle fois le prix fort: exactions, massacres, déplacements forcés, insécurité permanente. Cette dégradation dramatique a donc aussi des conséquences préoccupantes chez nous. Des terroristes aguerris sont désormais susceptibles de se retrouver en liberté, sans contrôle clair, sans suivi, sans cadre judiciaire. La lutte contre le terrorisme ne s'arrête donc pas aux frontières. La justice non plus.
Il est impératif de savoir où se trouvent ces individus, quel est leur statut, comment empêcher qu'ils disparaissent dans la nature. Je rappelle le chiffre global de 10 000 combattants de Daech qui seraient venus de 40 pays différents et qui seraient actuellement emprisonnés dans la région.
Protéger les civils syriens et protéger les Belges vont de pair. L'OCAM l'a affirmé il y a encore quelques jours à peine. Je vous remercie donc pour votre extrême vigilance dans ce dossier.
Alexander Van Hoecke:
Ik dank u, mevrouw de minister, voor de update.
U hebt niet geantwoord op mijn vraag over Besime Car, die met haar vier kinderen vastzit in al-Roj. Zij moest als politieagente voor IS toezicht houden op de naleving van de zeden en maakte zich daarbij schuldig aan verschillende mensenrechtenschendingen. De zaak van die vrouw kwam afgelopen vrijdag voor in Brussel. Ik had gevraagd wat de positie van het openbaar ministerie was en of u nogmaals kon verzekeren dat de regering nooit zal toestaan dat personen die naar het buitenland trokken om zich aan te sluiten bij IS of een andere terroristische organisatie, terug kunnen keren. In het regeerakkoord houdt men daar een slag om de arm. Daarom had ik die garantie graag van u gekregen.
Eigenlijk zouden we ons allemaal geen zorgen meer mogen maken over IS-terroristen. We zouden er toch van mogen uitgaan dat terroristen die onze samenleving op de meest letterlijke manier de oorlog verklaarden, nooit meer kunnen terugkeren. Ik was dan ook enigszins verbaasd over het feit dat sommigen in het debat van vorige week volhielden om dergelijke individuen terug te halen. Ik begrijp dat oprecht niet; ik kan er echt niet bij dat er geen consensus over bestaat, over de partijgrenzen heen, dat iemand die naar Syrië of Irak is getrokken om zich daar schuldig te maken aan de meest gruwelijke en walgelijke mensenrechtenschendingen ooit, en die letterlijk afstand neemt van onze samenleving en onze samenleving de oorlog verklaart, nooit nog terug mag keren.
Ik zal mijn laatste vraag opnieuw schriftelijk indienen en ik zal het antwoord dat u hebt gegeven, nader analyseren.
Voorzitter:
La question n° 56012750C de M. Van Rooy est reportée à sa demande. La question n° 56012762C de M. Dufrane est transformée en question écrite.
De overeenkomst met Cambodja over de overplaatsing van gevangenen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Annelies Verlinden bevestigt de ondertekening (23/01) van een bilateraal gevangenenoverplaatsingsverdrag met Cambodja, waarmee één Belg in Cambodja en één Cambodjaan in België hun straf in hun herkomstland kunnen uitzitten na ratificatie (parlementaire instemming vereist) en 30 dagen na uitwisseling van ratificatiedocumenten. Beide landen behouden volledige discretie om overplaatsingen te weigeren, zonder motivatieplicht. Volgens Verlinden loopt er onderhandelingsvoorbereiding met Egypte en Tunesië, terwijl Marijke Dillen (parlementslid) vraagt om versnelling en transparantie over weigeringscriteria. Verlinden benadrukt diplomatieke urgentie om de Belgische gedetineerde in Cambodja snel te repatriëren.
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar mijn schriftelijke voorbereiding.
Een heel aantal landgenoten belanden elk jaar in een gevangenis in het buitenland. Ze moeten dan vaak de steun van familie en vrienden ontberen en krijgen niet de noodzakelijke begeleiding voor een succesvolle herintegratie in de samenleving zodra hun straf is uitgezeten. Met dit doel voor ogen levert de FOD Buitenlandse Zaken uitgebreide diplomatieke inspanningen om te komen tot bilaterale overeenkomsten over de overplaatsing van gevangenen. Hierbij wordt er nauw samengewerkt met FOD Justitie. Recent werd er een verdrag ondertekend met Cambodja over de overplaatsing van veroordeelden. Belgische gevangenen in Cambodja en Cambodjaanse gevangenen in dit land zullen zo met instemming van de twee betrokken staten hun straf kunnen uitzitten in hun land van herkomst.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende dit verdrag met Cambodja?
Hoeveel landgenoten verblijven er momenteel in een gevangenis in Cambodja en hoeveel Cambodjanen hier in een gevangenis in dit land?
Wanneer zal dit verdrag ook effectief operationeel worden?
Er is voorzien dat gevangenen hun straf kunnen uitzitten in het land van herkomst “met instemming van de twee betrokken staten". Zijn er uitzonderingsmodaliteiten voorzien waarbij één van beide staten de toestemming kan weigeren? Graag toelichting.
Zijn er nog onderhandelingen lopende met andere landen waarbij Justitie betrokken wordt? Graag een gedetailleerde toelichting.
Annelies Verlinden:
Dank u wel, mevrouw Dillen. Op 23 januari werd in Phnom Penh een verdrag inzake de overbrenging van veroordeelde personen tussen Cambodja en België ondertekend. Dat verdrag maakt het mogelijk dat Belgen die in Cambodja in detentie verblijven hun veroordeling in België kunnen uitzitten en dat Cambodjanen die in België gedetineerd zijn hun veroordeling in Cambodja kunnen uitzitten. Ik heb persoonlijke contacten gelegd tot op het niveau van de premier van Cambodja om dat akkoord te realiseren.
Het lot van onze onderdanen die in het buitenland in detentie verblijven, laat ons niet onberoerd. Momenteel is er één Belg in Cambodja gedetineerd. Daarnaast is er één Cambodjaan in België gedetineerd.
Het verdrag moet eerst door beide landen worden geratificeerd. In België moet daarvoor de parlementaire instemmingsprocedure worden doorlopen, zodat het verdrag deel uitmaakt van de Belgische rechtsorde. Het verdrag treedt internationaal in werking 30 dagen na de uitwisseling van de instrumenten van ratificatie.
We proberen dat uiteraard met maximale spoed te doen om onze landgenoot in de Cambodjaanse cel zo snel mogelijk te kunnen overbrengen naar ons land. De instemming van beide landen is een voorwaarde voor de overbrenging van een veroordeelde persoon. Elke partij kan vrij beslissen of zij instemt met de overbrenging of niet.
Er is geen verplichting om een weigering te motiveren of om bepaalde weigeringsgronden in te roepen. Indien niet wordt ingestemd met de overbrenging, moet de andere partij daarvan op de hoogte worden gebracht.
Momenteel zijn er contacten met Egypte en Tunesië met het oog op het opstarten van onderhandelingen met die landen over een verdrag inzake de overbrenging van veroordeelde personen.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.
Het aangekondigde plan om 300 extra plaatsen in gevangenissen te creëren via modulaire units
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marijke Dillen bekritiseert dat minister Verlinden herhaaldelijk 300 modulaire gevangenisplaatsen aankondigt (in Paifve, Hasselt, Brugge, Leuven en FPC’s Antwerpen/Gent) zonder concrete planning, terwijl een vorig raamcontract voor 1100 plaatsen (waarvan 600 voor detentie) nog steeds niet volledig is uitgevoerd – ze eist leverdata, een realistisch uitvoeringsplan en garanties voor voldoende personeel. Verlinden ontkent vertraging en stelt dat haar nieuwe plan (goedgekeurd na haar aantreden) prioriteit geeft aan haalbaarheidsstudies en nutsaanpassingen voordat units worden geplaatst, om operationele risico’s te vermijden; ze benadrukt dat extra middelen voor personeel zijn vrijgemaakt en versnelde aanwervingsprocedures lopen, maar weigert een "gedetailleerd plan" omdat "een plan nog geen realisatie is". Dillen twijfelt aan de consistentie van de ministeriële communicatie (naar aanleiding van tegenstrijdige mediaberichten) en stelt haar vraag uit voor nader onderzoek, terwijl Verlinden verwijt dat haar fractie het onderwerp dubbel agendeert. De kernkwestie blijft onopgelost: wanneer en hoe de belofte van 1100 extra plaatsen (waarvan nu slechts 300 concreet zijn) daadwerkelijk wordt gerealiseerd, inclusief personeels- en infrastructuurvoorwaarden.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Het voorbije weekend kondigde de minister samen met de minister bevoegd voor de Regie der gebouwen opnieuw in de media een plan aan om 300 extra plaatsen te creëren in de gevangenissen door het plaatsen van modulaire units. Zo zouden er in de gevangenis van Paifve (Luik) 150 plaatsen komen en in die van Hasselt, Brugge en Leuven telkens 50. Ook worden er in het FPC van Antwerpen 90 plaatsen en van Gent 30 extra plaatsen gecreëerd.
Dit is geen nieuw plan. De vorige regering had al een raamcontract goedgekeurd voor de aankoop van modulaire units, goed voor 1100 extra plaatsen waarvan 600 specifiek in de detentiehuizen en niet zoals ten onrechte het voorbije weekend in de media werd gesuggereerd allemaal bestemd voor de detentiehuizen. Nu wordt aangekondigd om naast de gevangenissen ook in de FPC's bijkomende capaciteit te creëren via deze modulaire units.
Aankondigingen in de media lijken mooi. Maar er dienen eindelijk concrete realisaties te komen teneinde de druk op de gevangenissen door de overbevolking eindelijk te verlichten.
Kan de minister toelichting geven wanneer deze modulaire units worden geleverd en in de hogervermelde gevangenissen en FPC's effectief zullen worden geplaatst? Graag een gedetailleerd en (eindelijk !) realistisch plan waaruit de concrete realisatie blijkt.
Welke initiatieven zijn er genomen om ervoor te zorgen dat er ook voldoende ondersteunend personeel zal worden aangeworven en andere ondersteunende maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat na de plaatsing de modulaire units ook daadwerkelijk in gebruik kunnen worden genomen? Graag een gedetailleerd overzicht.
Het door de vorige regering goedgekeurde raamcontract voorzag 1100 extra plaatsen via de aankoop van modulaire units. Nu wordt er aangekondigd dat er 300 extra plaatsen zullen komen dankzij deze units. Wanneer zullen de andere 800 extra plaatsen dankzij de aankoop van modulaire units worden gerealiseerd en in welke gevangenissen, detentiehuizen en FPC's?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, het komt mij voor dat u in uw vraag een en ander door elkaar haalt. Het plan dat voorligt, is er een dat ik al heel snel na mijn aantreden samen met collega-minister Matz op de regeringstafel heb gelegd en dat ook de goedkeuring van de regering heeft verkregen. Het betreft daarbij de inrichting van bijkomende plaatsen op de sites van bestaande gevangenissen en FPC’s.
Het klopt dat voor de uitvoering van het plan een beroep wordt gedaan op een bestaand raamcontract dat de optie tot modulaire unitbouw biedt voor de hele federale overheid. Van dat contract was en is ook nog altijd een deel voorbestemd voor de inrichting van nieuwe detentiehuizen over het hele land. Die opdracht wordt onverminderd voortgezet. Uw derde vraag is dus zonder voorwerp.
Overigens kan een dergelijke unitbouw niet zomaar om het even waar worden gerealiseerd. Er werd een eerste analyse van onze sites uitgevoerd door de Regie der Gebouwen en de betrokken aannemer. Vervolgens worden haalbaarheidsstudies uitgevoerd om de concrete en haalbare inplanting van de units per site vast te leggen en de nutsvoorzieningen en eventuele aanpassingswerken te identificeren die nodig zijn om over te gaan tot de plaatsing. Desgevallend zijn ook aanpassingen nodig aan de units om tegemoet te komen aan het doel waarvoor ze nu zullen worden ingezet. Daarbij wordt tegemoetgekomen aan de vereisten volgens het behoefteprogramma verbonden aan de bijkomende plaatsen op die sites.
De diensten gaan niet halfslachtig te werk, maar met de ernst en de spoed die de acute situatie van de overbevolking van ons allemaal vereist. Daar lichtzinnig mee omspringen, zou niet wijs zijn en mogelijk nefaste gevolgen hebben voor de dagelijkse werking van de instellingen waar de units worden geplaatst.
Ook over uw tweede vraag kan ik duidelijk zijn. Uit de behoefteprogramma’s blijken telkens de concrete operationele vereisten en personeelsbehoeften. De plaatsing van bijkomende infrastructuur heeft uiteraard enkel zin, als dat gepaard gaat met voldoende personeel en werkingsmiddelen. De regering heeft op mijn vraag bijkomende middelen vrijgemaakt voor de aanwerving van personeel en de operationalisering van bijkomende detentiecapaciteit.
Met het oog op de snelle indiensttreding van extra personeel zullen we, opnieuw in samenwerking met collega Matz de beschikbare federale rekruteringscapaciteit zo veel mogelijk prioritair voor het penitentiair ambt inzetten. Ook wordt gewerkt aan de verruiming van de toegang tot de aanwervingsprocedures. Parallel daaraan wordt samen met de FOD BOSA ingezet op de optimalisering van de selectie- en aanwervingsprocedures voor het penitentiair ambt. Kortom, we doen er alles aan om op korte termijn snel extra kwaliteitsvol personeel aan te werven.
U vraagt een gedetailleerd plan. Uit een plan blijkt natuurlijk nog niet of en hoe een en ander wordt gerealiseerd; zo werkt dat ook niet. Een plan is namelijk een doordachte aanpak om een bepaald doel te bereiken en wij hebben dat doel heel duidelijk voor ogen. Wij werken sinds mijn aantreden met mijn diensten dag en nacht aan dat plan, mocht u daaraan twijfelen. Ik ben hen ook bijzonder dankbaar en doe hier graag nogmaals een oproep aan alle betrokkenen om mee de schouders te zetten onder de uitvoering van het plan in het belang van justitie en van de veiligheid van onze hele samenleving.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord op mijn vraag, die gebaseerd was op het grote dubbelinterview van uzelf en van uw collega Matz. Ik het gedetailleerd en grondig onderzoeken.
Voorzitter:
Aan de orde is vraag nr. 56012919C van mevrouw Dillen.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, aangezien mediaberichten de inhoud van mijn vraag tegenspreken, vraag ik om ze uit te stellen tot een volgende vergadering.
Annelies Verlinden:
Uw fractie heeft een vraag over het onderwerp voor de plenaire vergadering van morgen ingediend.
Marijke Dillen:
Dat kan. Dat staat mijn onderzoek naar het verschil in informatie die publiek bekend was ten tijde van de indiening van mijn vraag, en de informatie in de mediaberichten van vandaag, niet in de weg.
Annelies Verlinden:
Dat snap ik, maar ik begrijp niet goed dat er morgen een vraag in plenum zal worden gesteld, terwijl er hier een vraag over dat onderwerp aan de orde is.
Marijke Dillen:
Ik ga daar niet op in, want ik heb die vraag ook nog niet gelezen. Die vraag zal dan waarschijnlijk over iets anders gaan dan het plan waarover ik het heb.
Voorzitter:
Vraag nr. 56012919C van mevrouw Dillen wordt dus op haar verzoek uitgesteld.
Het sociaal akkoord voor het gevangenispersoneel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Annelies Verlinden bevestigde dat op 9 januari een sociaal akkoord werd bereikt met de vakbonden over het gevangenispersoneel, gebaseerd op vijf pijlers: werving, opleiding, veiligheid, welzijn en verloning – gefinancierd via IDP-middelen en uit te rollen tussen 2026 en 2029. Concreet omvat het versnelde aanwervingsprocedures, betere bescherming tegen agressie, versterkte opleidingen, welzijnssteun en een competitief loonpakket om de aantrekkelijkheid van het beroep te verhogen, met eerste stappen (zoals loonregels) al in uitvoering. Sophie De Wit toonde zich tevreden met het bereikte akkoord.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, op 7 januari stelde ik u een vraag en u verklaarde toen dat het overleg met de sociale partners over het sociaal akkoord voor het gevangenispersoneel op vrijdag 9 januari zou worden voortgezet en mogelijk zou worden afgesloten. U zei toen ook dat er al een concreet sociaal plan was voorgelegd aan de vakbonden, dat was afgetoetst met de achterban en dat focust op vijf pijlers: werving en selectie, opleiding, veiligheid, welzijn en het weddepakket.
De datum van 9 januari is inmiddels verstreken, mevrouw de minister. Vandaag vraag ik u graag naar de stand van zaken.
Werd het sociaal akkoord op 9 januari effectief gesloten? Werd er een formeel akkoord bereikt met de sociale partners? Zo ja, welke maatregelen zijn per pijler definitief vastgelegd en welke budgettaire middelen zijn er voorzien? Vanaf wanneer worden de maatregelen concreet uitgerold?
Indien het akkoord nog niet of slechts gedeeltelijk werd afgesloten, welke elementen liggen dan vandaag nog open en welke timing hanteert u voor een definitieve aanvulling? Ik dank u.
Annelies Verlinden:
Collega De Wit, ik kan u inderdaad met genoegen meedelen dat het sociaal overleg met de sociale partners op 9 januari heeft geleid tot een akkoord over het sociaal plan voor het gevangenispersoneel.
Het sociaal plan bevat een reeks concrete actiepunten waarvoor de overheid zich engageert om deze binnen het afgesproken tijdskader uit te voeren. De uitvoering van deze acties wordt gefinancierd met IDP-middelen die aan Justitie ter beschikking zijn gesteld.
In dit actieplan zijn maatregelen opgenomen om de functie van penitentiair bewakingsassistent financieel aantrekkelijker te maken. Daarnaast is het plan aangevuld met bijkomende acties om de selectie en rekrutering te bevorderen, de opleiding van het personeel te garanderen en de veiligheid en het welzijn van het personeel te waarborgen. Ook deze maatregelen fungeren als belangrijke hefbomen om de aantrekkelijkheid van het beroep te verhogen en de werkomstandigheden van het gevangenispersoneel duurzaam te verbeteren.
De focus van het plan ligt op het aanpakken van vijf centrale uitdagingen. Ten eerste werving en selectie: de uitwerking van snellere en efficiëntere procedures om kandidaten aan te trekken op een bijzonder krappe arbeidsmarkt.
Ten tweede opleiding: de versterking van vorming en bijscholing met het oog op personeelsbehoud en doorgroeimogelijkheden.
Ten derde veiligheid: bijkomende maatregelen om het personeel beter te beschermen tegen agressie en geweld in de werkomgeving.
Ten vierde welzijn: initiatieven die medewerkers ondersteunen die geconfronteerd worden met zware of belastende werkomstandigheden.
Ten vijfde verloning: de uitbouw van een competitief weddepakket dat aansluit bij dat van andere veiligheidsberoepen.
De acties binnen deze vijf pijlers – werving en selectie, opleiding, veiligheid, welzijn en verloning – zullen gefaseerd worden uitgerold tussen eind 2026 en 2029.
De administratie is inmiddels gestart met de uitvoering van de eerste dossiers, waaronder de nodige reglementaire aanpassingen in het kader van het luik verloning. Daarnaast wordt voorzien in een structurele monitoring van de uitvoering en opvolging van het actieplan.
Sophie De Wit:
Ik ben blij dat er een akkoord is en dank u voor uw antwoord.
De in Noord-Macedonië gedetineerde Belg
De overbrenging van Lars De Smet
De detentie van Lars De Smet in Noord-Macedonië
De zaak van Lars De Smet in Noord-Macedonië
Gesteld door
VB
Alexander Van Hoecke
Open Vld
Sandro Di Nunzio
Vooruit
Annick Lambrecht
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Parlementsleden Van Hoecke (Vlaams Belang) en Di Nunzio bekritiseren dat de Belgische gevangene Lars De Smet al vier jaar in "structureel onmenselijke" Noord-Macedonische gevangenissen zit, met ernstige medische en psychologische problemen, terwijl de familie klaagt over gebrek aan actie en pingpong tussen Justitie en Buitenlandse Zaken. Minister Verlinden (Justitie) bevestigt dat Noord-Macedonië in augustus 2023 een goedgekeurde overbrenging plots weigerde (zonder motivatie) en benadrukt dat beide ministeries het dossier opvolgen, maar geen concrete vooruitgang boeken—wat de parlementsleden "onacceptabel" noemen. Zij eisen dringende diplomatieke druk, betere communicatie met de familie en een hernieuwde overbrengingspoging, terwijl Verlinden belooft het dossier "van nabij" te blijven volgen.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, Lars De Smet is een jongeman uit Aalst die al vier jaar in de cel zit in Noord-Macedonië. De lokale rechtbanken hebben hem veroordeeld tot een celstraf van zes jaar. Hij zit sinds mei 2022 opgesloten. Hij werd opgesloten in twee Macedonische gevangenissen, volgens de informatie die ons bereikte. De Raad van Europa heeft die gevangenissen herhaaldelijk omschreven als structureel onmenselijk met ernstige tekortkomingen op het vlak van veiligheid, medische zorgverlening en basisrechten.
De Belgische Staat is sinds 2022 formeel op de hoogte van de ernstige medische en psychologische problemen waar Lars mee kampt. Roland, de vader van Lars, trekt al de hele tijd aan de alarmbel. Om het in zijn woorden te zeggen: Lars is uitgeput, ziek en volledig op zichzelf aangewezen.
Verschillende collega's die vandaag in deze commissie aanwezig zijn, hebben vorige week de minister van Buitenlandse Zaken over de kwestie ondervraagd. Ik had zelf voor de kerstvakantie een schriftelijke vraag ingediend, maar gezien de tijdsdruk en de ernst van het dossier leek het mij beter die vragen ook meteen mondeling aan u te richten vandaag.
De minister van Buitenlandse Zaken stelde vorige week dat de situatie vanuit de Belgische ambassade nauw wordt opgevolgd, maar verwees voor alle vragen wat de overlevering van Lars naar België betreft naar u, in uw hoedanigheid van minister van Justitie. Hij stelde ook dat de diensten van de minister van Buitenlandse Zaken in regelmatig contact staan met de diensten van Justitie over deze zaak en dat u bevoegd bent voor de uitvoering van het overbrengingsverdrag van de Raad van Europa. Vandaar heb ik voor u vandaag de volgende vragen, mevrouw de minister.
Ten eerste, hoe gebeurde de opvolging vanuit Justitie bij de Noord-Macedonische autoriteiten de afgelopen jaren? Kunt u daar wat meer context over geven?
Ten tweede, hoeveel bezoeken, gesprekken of interventies vonden er vanuit Justitie daadwerkelijk plaats?
Ten derde, welke opvolging werd gegeven aan de signalen van procedurefouten of mogelijke problemen met detentieomstandigheden?
Ten vierde, hebt u zelf al rechtstreeks face to face overleg gepleegd met de minister van Buitenlandse Zaken over deze kwestie? Hebt u dit dossier ook al formeel onder de aandacht gebracht bij uw Noord-Macedonische ambtgenoot of bij de ambassadeur in Brussel? Zo ja, wanneer en wat was de reactie? Zo niet, waarom niet en wanneer zal dat gebeuren?
Tot slot vallen België en Noord-Macedonië allebei onder het verdrag van de Raad van Europa inzake de overbrenging van gevonniste personen. Hoe staat het met de uitvoering van dat verdrag in deze casus? Welke stappen zijn er ondertussen gezet? Welke moeilijkheden hebt u daarbij zien opduiken? Hoe zal dit verder worden opgevolgd en wat zult u ondernemen om schot in de zaak te krijgen?
Sandro Di Nunzio:
Mevrouw de minister, de collega van het Vlaams Belang heeft de context al volledig geschetst. Ik zal dat niet opnieuw doen. Ook wij hebben alarmerende signalen ontvangen vanwege de familie van Lars De Smet over de situatie waarin hij zich bevindt, zowel op het vlak van voeding en ondervoeding als wat betreft de fysieke mishandelingen die hij in Noord-Macedonië ondergaat. Wanneer een landgenoot van ons in het buitenland opgesloten zit en er gevreesd moet worden voor zijn veiligheid en gezondheid, lijkt het mij gerechtvaardigd dat wij daar in het Parlement vragen over stellen.
In eerste instantie verwijs ik naar wat eerder aan de minister van Buitenlandse Zaken is voorgelegd. Minister Prévot heeft toen geantwoord dat vanuit zijn diensten alle mogelijke stappen genomen zouden zijn, onder meer wat consulaire bijstand betreft. Wij horen echter van de familie dat zij dat tegenspreekt en het gevoel heeft dat niet alles wordt gedaan wat nodig is om de levensomstandigheden van Lars te verbeteren. Dat wordt dus in twijfel getrokken.
In tweede instantie heeft de minister van Buitenlandse Zaken expliciet verwezen naar Justitie en naar uw diensten. De collega van het Vlaams Belang heeft het al gezegd, specifiek wat de overbrengingsprocedure betreft, die onder de bevoegdheid van Justitie valt. Ik kan meegeven, en ik heb dat ook in mijn vraagstelling omschreven, dat de familie zich van het kastje naar de muur gestuurd voelt, waarbij Justitie en Buitenlandse Zaken naar elkaar verwijzen. Volgens Justitie zou het gaan om een administratieve afhandeling die door Buitenlandse Zaken kan gebeuren, terwijl volgens Buitenlandse Zaken de angel van het probleem bij Justitie zit.
De vraag is nochtans duidelijk. Hopelijk kunnen beide instanties, samen met u en uw collega van Buitenlandse Zaken, aan hetzelfde zeel trekken, zodat de levensomstandigheden van Lars verbeteren en hij ook effectief, en niet slechts mogelijk, naar ons land wordt overgebracht.
Ik verwijs daarom naar wat ik schriftelijk heb ingediend en de deelvragen die daarin zijn opgenomen. Ik vraag u om toe te lichten waar de knoop precies zit op het vlak van Justitie en hoe de afstemming verloopt met uw collega van Buitenlandse Zaken. Ik dank u.
Voorzitter:
Mevrouw Lambrecht is niet aanwezig.
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega’s. Vooraleer ik inga op de diverse vragen, wil ik duidelijk aangeven dat ik mij het lot van elke onderdaan in een buitenlandse gevangenis zeker aantrek. Wij hebben vaak contact met de familie, zowel via de betrokken diensten als via het kabinet, over dossiers om na te gaan hoe we, waar nodig en mogelijk, een doorbraak kunnen realiseren.
Daarbij moet uiteraard rekening worden gehouden met de verdragsrechtelijke basis en moeten de procedures worden gerespecteerd, zodat de situatie en vooral de juridische positie van de betrokkenen niet verder worden bemoeilijkt. Dergelijke demarches hebben in het verleden al meermaals geleid tot betere detentieomstandigheden of een beter toekomstperspectief. Dat is ook precies de reden waarom we dat blijven doen.
Mijn kabinet en ook het kabinet van de minister van Buitenlandse Zaken blijven, zoals u net zei, regelmatig in contact over het dossier van de heer De Smet. Wij worden ook rechtstreeks gecontacteerd door de familie. Het dossier wordt uiteraard nauw opgevolgd, in contact met de autoriteiten van Noord-Macedonië. U weet dat ik niet in detail kan ingaan op individuele dossiers, maar ik schets u wel de algemene stand van zaken.
De vraag over consulaire bijstand ter plaatse behoort tot de bevoegdheid van de FOD Buitenlandse Zaken, waarvoor collega Prévot bevoegd is. Sinds oktober 2023, toen de situatie van de heer De Smet in Noord-Macedonië door zijn vader werd aangemeld bij de FOD Justitie, volgt Justitie dit dossier actief op. De Centrale Autoriteit van de FOD Justitie staat in rechtstreeks contact met de minister van Justitie van Noord-Macedonië en met de rechtbank van Skopje die de veroordeling heeft uitgesproken.
Noord-Macedonië is partij bij het Verdrag van de Raad van Europa van 21 maart 1983 inzake de overbrenging van gevonniste personen. Dat vormt de wettelijke verdragsbasis voor dit individuele overbrengingsdossier. Nadat Noord-Macedonië instemming had gegeven met de overbrenging heeft de Centrale Autoriteit Internationale Samenwerking in Strafzaken van de FOD Justitie aan de federale politie de opdracht gegeven om de overbrenging van Lars De Smet te organiseren. Die zou op 9 september van vorig jaar worden uitgevoerd. Op 7 augustus hebben de Noord-Macedonische autoriteiten echter laten weten niet langer in te stemmen met de overbrenging. Dat is een soevereine beslissing van de Noord-Macedonische autoriteiten, zoals die ons is meegedeeld.
Ik kan niet inschatten wanneer Noord-Macedonië zijn beslissing over de tussenstaatse overbrenging zal heroverwegen, maar de diensten en het kabinet blijven dit dossier van nabij opvolgen, in de hoop daar zo snel mogelijk duidelijkheid over te krijgen.
Alexander Van Hoecke:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.
Ik onthoud dat u via de diensten van Justitie en het kabinet in contact staat met de familie van Lars. Wat mij vooral zorgen baart, is dat Noord-Macedonië op een bepaald moment heeft meegedeeld niet langer akkoord te gaan met de overbrenging, zonder dat daar een gemotiveerde reden voor werd gegeven, en dat er nadien geen enkele vooruitgang meer is geboekt. Dan lijkt het mij dat het initiatief aan onze kant moet liggen. Het moet vanuit België komen dat er druk wordt gezet en dat er een duidelijk signaal wordt gegeven aan de Noord-Macedonische autoriteiten: wij laten dit niet los, wij zijn Lars niet vergeten. Hij zit daar nog steeds in de cel. Wij willen minstens een duidelijke verklaring en zekerheid dat de detentieomstandigheden aanvaardbaar zijn. Zo niet, dan willen wij dat Lars wordt overgebracht.
Ik reken erop dat u samen met de minister van Buitenlandse Zaken hierop keihard blijft inzetten. Ik hoop oprecht dat u dat zult doen. Ik hoop eveneens dat u regelmatig contact blijft opnemen met de autoriteiten in Noord-Macedonië, telkens opnieuw de stand van zaken opvraagt en blijft aandringen op een akkoord over die overbrenging. Wij blijven dit alleszins opvolgen, want zolang Lars daar vastzit in mensonterende omstandigheden, kunnen wij dat absoluut niet aanvaarden. Wij zullen dit blijven opvolgen tot Lars terug in België is. Dank u wel.
Sandro Di Nunzio:
Dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoorden, en in het bijzonder voor de opheldering rond de eerder geplande overbrenging die uiteindelijk niet is doorgegaan. Dat was inderdaad een van de vragen die wij hadden gesteld.
Wat ik vooral onthoud, zijn twee zaken. Wanneer ik de signalen van de familie hoor, met wie u en uw diensten in contact staan, is er toch minstens de perceptie, al dan niet terecht, dat niet altijd tijdige en voldoende duidelijke informatie wordt verstrekt. Ik wil daarom in mijn repliek een warme oproep doen om daar zeker de nodige aandacht aan te besteden.
Ik meen ook te weten dat u er altijd naar streeft prioriteit te geven aan mensen die in moeilijkheden verkeren, die slachtoffer zijn of zich slachtoffer voelen. Volgens mij is het hier echt noodzakelijk, gelet op wat de familie aangeeft, om daar volop in te investeren, uiteraard ook in overleg met de diensten van de minister van Buitenlandse Zaken, zodat voor iedereen duidelijk is waar men aan toe is.
Wat mij vooral zorgen baart in uw antwoord, en ik begrijp dat u niet in detail kunt treden, is dat ik geen enkel spoor zie van een doorbraak, noch wat betreft een verbetering van de levensomstandigheden, noch in het kader van de overbrenging. Dat is op zich zorgwekkend. Ik zeg uiteraard niet dat u daar persoonlijk iets aan kunt doen, maar de vraag stelt zich wel of de familie enige hoop kan koesteren op verbetering. Dat horen wij vandaag niet.
Ik vermoed dus dat dit iets is dat we goed moeten blijven opvolgen. Informeer de familie correct en tijdig, en dan zullen we zien wat het verdere verloop is. Ik hoop dat Lars op betere omstandigheden mag rekenen en, in een ideale wereld, dat u binnenkort met de boodschap kunt komen dat hij effectief naar België wordt overgebracht.
Wij zullen dit blijven opvolgen. Ik dank u.
Voorzitter:
Aan de orde zijn de samengevoegde interpellatie en vraag, nrs. 56000218I en 56012705C, van de heer Van Hoecke en mevrouw De Wit.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de voorzitter, aangezien collega De Wit vandaag niet aanwezig kan zijn, wil ik dit punt graag laten uitstellen, uit collegialiteit.
Voorzitter:
We zullen dit punt uitstellen.
De gevangenis van Bergen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marie Meunier bekritiseert de catastrofale omstandigheden in de gevangenis van Bergen (rats, brandveiligheidsrisico’s, 30 gedetineerden op matrassen) en wijst op herhaalde waarschuwingen zonder resultaat, terwijl de burgemeester dreigt met sluiting wegens veiligheidsrisico’s. Minister Annelies Verlinden bevestigt de ontvangst van de oproep (overleg op 6 februari) en erkent het structurele probleem van overbevolking in alle gevangenissen, maar biedt geen directe oplossing—alleen langetermijnplannen (bv. nieuwe capaciteitsvisie) en noodmaatregelen om de huidige situatie "draaglijk" te houden, zonder transfers die andere gevangenissen overbelasten. Meunier betwist de effectiviteit van Verlindens aanpak, noemt het dramatisch dat er na jaren nog steeds geen concrete uitweg is, en kondigt verdere politieke druk aan. Verlinden benadrukt wel steun voor het gevangenispersoneel maar blijft vaag over acute acties.
Marie Meunier:
Madame la ministre, la question n’est plus de savoir si la situation à la prison de Mons est problématique; elle est unanimement reconnue comme catastrophique. Nous vous avons interrogée à plusieurs reprises sous cette législature sur l’état de l’établissement et sur l’absence de travaux à la hauteur des enjeux. Force est de constater, à ce stade, qu’en dépit de ces alertes répétées, la situation ne cesse de s’aggraver.
Aujourd’hui, les faits sont accablants: présence massive de punaises de lit et de rats, dont la propagation devient presque impossible à endiguer; pannes d’électricité récurrentes; manque d’eau chaude; morceaux de plafonds qui s’effondrent; 30 détenus dormant au sol sur des paillasses et un rapport des pompiers qualifié d’alarmant, qui indique que l’établissement ne répond plus de manière satisfaisante aux normes incendie.
Face à cette situation, le bourgmestre de Mons a pris ses responsabilités. Après que certains de ses arrêtés ont été contestés pour des raisons de procédure, il a annoncé cette semaine vous avoir officiellement convoquée pour une audition, avec pour objectif de prendre un nouvel arrêté. Il n’exclut plus, si rien ne bouge, de devoir aller jusqu’à la fermeture de la prison pour des raisons de sécurité publique. Bien que le projet de nouvelle prison avance – comme nous avons eu l'occasion de le saluer ici ou auprès de votre collègue en charge de la Régie des Bâtiments –, cela ne se concrétisera pas avant six ou sept ans. Vu la situation, on ne peut plus attendre.
Madame la ministre, avez-vous bien reçu la convocation officielle du bourgmestre de Mons pour une audition et pouvez-vous préciser quand celle-ci aura lieu? Quelles mesures concrètes comptez-vous prendre à court terme pour éviter que le bourgmestre ne soit contraint de prendre un nouvel arrêté, voire un arrêté de fermeture de la prison? Si, malgré tout, une telle décision devait tomber, quelle serait la réaction du gouvernement fédéral? Où les détenus seraient-ils transférés?
Annelies Verlinden:
Madame Meunier, il n'est pas nécessaire de me convaincre du fait que la surpopulation dans les prisons constitue un problème grave, tout comme les conditions difficiles dans lesquelles le personnel doit travailler et les détenus doivent séjourner. La même constatation s'impose quant à l'état dans lequel nous avons trouvé certains bâtiments au début de la législature. Je considère d'ailleurs avoir attiré l'attention sur cette réalité à plus d'une reprise au cours des derniers mois.
Le courrier du bourgmestre a été bien reçu et un représentant de l'administration sera présent lors d'une réunion de concertation le 6 février.
La surpopulation carcérale est un problème complexe qui ne peut être résolu au niveau d'une seule prison, car toutes les prisons du pays sont confrontées à cette problématique. Il n'existe pas de solution toute faite pour la prison de Mons, qui n'ait pas d'impact négatif sur les autres prisons surpeuplées et où les détenus dorment à même le sol.
J'ai déposé sur la table du gouvernement différentes propositions visant à poursuivre la prise en charge de cette problématique. À ce stade, un accord n'a pas encore été trouvé et je continue bien évidemment à m'y consacrer sans relâche.
Comme mentionné précédemment, le simple transfert de Mons vers d'autres prisons ne constitue pas une solution au problème global et entraînerait l'ensemble du système pénitentiaire dans une crise encore plus profonde. Nous devons être en mesure de réduire la surpopulation dans son ensemble et à court terme, au moins, de faire en sorte que les détenus ne dorment plus par terre.
Entre-temps, j'ai donné instruction à l'administration, en étroite collaboration avec la Régie des Bâtiments et ma collègue compétente, la ministre Vanessa Matz, avec laquelle la coopération est excellente, de prendre les mesures nécessaires afin de maintenir la capacité existante, y compris à Mons, dans le cadre des budgets qui ont été dégagés à cet effet. Par ailleurs, un travail est mené en urgence pour l'élaboration d'une vision renouvelée à long terme de la capacité pénitentiaire, dans laquelle la prison de Mons devra également être pleinement intégrée.
Je saisis une nouvelle fois l'occasion pour réaffirmer avec la plus grande fermeté mon soutien indéfectible et ma profonde reconnaissance à l'ensemble du personnel pénitentiaire et à tous les acteurs concernés, dont l'engagement quotidien, souvent dans des conditions extrêmement difficiles, mérite le plus grand respect.
Marie Meunier:
Merci, madame la ministre, pour votre réponse. Je prends note de la date du 6 février. En revanche, je reste inquiète quant à l'absence de solutions à court terme. Vous avez l'air effectivement pleinement engagée, de vouloir en discuter avec vos collègues, mais dans les faits il n'y a pas de solution face à cette situation alarmante. Si le bourgmestre ferme cette prison demain, il n'y aura de solution ni pour les détenus, ni pour le personnel pénitentiaire. Je trouve cela dramatique. Des signaux d'alerte ont été envoyés à de nombreuses reprises et je trouve cela dommageable que, le 21 janvier 2026, nous n'ayons toujours aucune solution face à cette problématique, qui concerne Mons, mais les autres prisons aussi, comme vous l'avez dit. Vous comprendrez que je suis assez peu convaincue de la réponse que vous m'avez donnée. Je reviendrai avec des questions complémentaires dans les mois qui viennent.
De IS-gevangenen in Oost-Syrië
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Paul Van Tigchelt vraagt zich bezorgd af hoe de VSSE, Veiligheid van de Staat en OCAD de groeiende dreiging inschatten van mogelijke ontsnappingen van Belgische IS-gevangenen in Noordoost-Syrië, nu de Koerdische SDF onder druk staat en de controle over detentiecentra dreigt over te gaan naar het Syrische regime—wat volgens hem een "chaotische overgang" riskeert die terroristen kansen biedt. Minister Annelies Verlinden bevestigt dat er geen Belgische FTF’ers ontsnapt zijn volgens huidige inlichtingen, maar erkent dat de situatie "snel verandert en onduidelijk" blijft; zij herhaalt het regeringsstandpunt om Syriëstrijders ter plaatse te houden en wijst op toezeggingen van het Syrische regime om IS te bestrijden. Van Tigchelt bekritiseert impliciet het regeringsbeleid als risicovol voor de Belgische veiligheid en dringt aan op alertheid en een snelle reactie van de Nationale Veiligheidsraad bij nieuwe dreigingsinformatie.
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, we weten dat de Koerden, meer bepaald de Syrische Democratische Strijdkrachten, al jaren verantwoordelijk zijn voor de bewaking van duizenden IS-gevangenen, waaronder ook Belgen, in dat gebied. We zijn zelf niet ter plaatse, maar als we de nationale en internationale pers mogen geloven, staat die strijdkracht, die SDF, onder druk.
Gelet op het feit dat die Koerden verantwoordelijk zijn voor de gevangenen, groeit opnieuw, dat is niet de eerste keer de voorbije jaren, de onrust over het lot van duizenden IS-gevangenen in het gebied. Het is de nachtmerrie van vele veiligheidsdiensten dat IS-gevangenen met een zekere ideologie in de natuur zouden verdwijnen.
Mevrouw de minister, hoe beoordelen onze veiligheidsdiensten dat, meer bepaald de diensten die mede onder uw verantwoordelijkheid vallen, de VSSE, de Veiligheid van de Staat en het OCAD? Hebt u weet van Belgische FTF'ers die al aan de controle zouden zijn ontsnapt? Hoe evalueert u deze evolutie in het licht van het regeringsstandpunt van deze regering, namelijk om alle FTF'ers ginds te laten? Hoe beoordeelt u dat in het belang van onze veiligheid?
Annelies Verlinden:
In het kader van hun wettelijke bevoegdheden volgen inderdaad de VSSE en het OCAD de Belgische foreign terrorist fighters op, waaronder de Belgische FTF’ers die, op basis van de beschikbare informatie, vermeend in detentie verblijven in centrale kampen of gevangenissen in het noordoosten van Syrië. De situatie op het Syrische terrein verandert snel en is niet altijd duidelijk. De detentiecentra waar de Belgische FTF’ers verblijven, waren tot voor kort in elk geval nog onder controle van de Syrian Democratic Forces.
Indien het nieuwe Syrische regime de controle overneemt van deze detentiecentra, betekent dat niet automatisch dat de Europese FTF’ers zullen worden vrijgelaten. Het nieuwe Syrische regime engageert zich, net zoals de coalitie tegen IS, om de strijd aan te gaan tegen deze terroristische groepering. We zullen die toezegging uiteraard van nabij opvolgen.
Volgens de informatie waarover de VSSE op dit moment beschikt, zijn tot op heden geen Belgische FTF’ers ontsnapt uit de detentiecentra. De veiligheids- en inlichtingendiensten volgen dat verder op. Het blijft het standpunt van de regering dat we alles doen om te verhinderen dat Syriëstrijders zouden terugkeren naar ons land.
Paul Van Tigchelt:
Dank u wel, mevrouw de minister. De ongerustheid zit vooral in die chaotische periode wanneer de controle overgaat van de Koerden naar het Syrische regime. Dat brengt immers altijd chaos en onzekerheid met zich mee. Van die chaos zouden bepaalde gevangenen gebruik kunnen maken. Dat vraagt om alertheid en een zekere mate van ongerustheid. Ik hoop dat dit inderdaad goed wordt opgevolgd en dat, indien er een advies is van onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de Nationale Veiligheidsraad zich daarover goed zal beraden. Het is uiteindelijk onze veiligheid die mogelijk op het spel staat.
De eerbiediging van de rechtsstaat in landen waar onze gedetineerden hun straf zouden uitzitten
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 20 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Xavier Dubois ontbreken recente, openbare Cedoca-rapporten over detentieomstandigheden in Kosovo en Albanië, terwijl minister Anneleen Van Bossuyt in oktober 2023 claimde dat zulke (positieve) rapporten bestonden; hij wijst op ernstige tekortkomingen (geweld, omkoping, slechte omstandigheden) in de wel gepubliceerde rapporten van januari 2025 en eist inzage in de actuele versies, desnoods onder strikte voorwaarden. Van Bossuyt bevestigt dat de negen rapporten (waaronder Kosovo/Albanië) wel degelijk bestaan, maar weigert publicatie tot na "verkennende gesprekken" met betrokken landen, belovend ze eerst intern (inclusief Dubois’ partij) te bespreken. Dubois betwijfelt de haalbaarheid van de plannen voor buitenlandse gevangenissen zolang er geen bewijs is van "duidelijke verbeteringen" en dringt aan op spoedoverleg met de commissie. De voorzitter sluit af zonder verdere toezeggingen.
Xavier Dubois:
Madame la ministre, à la suite de votre visite en compagnie de la ministre Verlinden au Kosovo et en Albanie au mois d'octobre dernier, vous aviez mis en avant la faisabilité d'un élément de l'accord de gouvernement relativement à la construction ou à la location de prisons dans l'un de ces pays pour y envoyer les détenus en séjour illégal sur notre territoire. L'accord de gouvernement prévoit que cette possibilité ne soit envisagée que si et seulement si des garanties sont offertes quant à des conditions de détention décentes et humaines et que les pays concernés respectent leurs obligations en matière de droit international. Il est également prévu que ces garanties soient validées par le Conseil d'État et sur la base d'un avis favorable du Cedoca.
En octobre, vous aviez évoqué que celui-ci avait justement rendu un tel avis relativement aux conditions de détention dans ces deux pays. Au moyen d'une question écrite j'avais demandé à pouvoir prendre connaissance du rapport. Vous m'aviez répondu qu'il était disponible sur le site du Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA). Après avoir consulté ledit site, j'ai constaté qu'aucun rapport récent du Cedoca n'y figurait.
Madame la ministre, ces rapports existent-ils? Si oui, sont-ils favorables? Pouvez-vous nous les transmettre? C'est en effet la moindre des choses qu'en tant que députés, nous puissions recevoir ces informations. Si ce n'est pas le cas, pourquoi ces rapports ne peuvent-ils pas être rendus publics? Enfin, s'ils n'existent pas, pouvez-vous confirmer vos propos du mois d'octobre?
Anneleen Van Bossuyt:
Monsieur Dubois, à notre demande, le Cedoca, le département de recherche du CGRA, a établi au total neuf rapports concernant neuf pays différents. Étant donné que nous entamerons prochainement des discussions exploratoires avec certains pays, je reporte la publication de ces rapports à une date ultérieure. Dès qu'un pays deviendra réellement concret, le rapport du Cedoca sera d'abord discuté au sein du gouvernement, où votre parti est également représenté.
Xavier Dubois:
Merci pour votre réponse qui m’étonne quelque peu. Si les rapports existent, nous devrions pouvoir y avoir accès. S’ils ne peuvent pas être rendus publics, nous pourrions y accéder selon des modalités sécurisées, comme nous en avons l’habitude pour quantité d'autres thématiques. Au-delà de cela, parmi les rapports qui existent et qui sont rendus publics, ce qu’on lit dans les derniers qui concernent le Kosovo et l'Albanie et datent de janvier 2025 ne rassure pas. On parle de violences sur les détenus, de conditions physiques inacceptables ainsi que de liens avec les milieux du crime organisé. Toute une série de choses ne sont pas positives du tout dans ces rapports de 2025.
Il faudrait qu'il y ait eu une nette amélioration concernant ces éléments, par rapport à ces analyses du Cedoca de l'époque, pour que l'on considère pouvoir avancer dans une collaboration potentielle avec ces deux pays. Voilà donc ma demande: pouvoir accéder à ces documents les plus récents. S'il faut le faire dans des conditions spécifiques d'accès, je pense qu'on peut l'organiser. J'espère, bien sûr, qu'on tiendra compte d'une évolution potentiellement positive pour pouvoir continuer à collaborer avec ces pays. Sinon, je pense qu'il faudra suspendre les avancées concernant ces deux pays en particulier.
Je demande qu'on puisse organiser une consultation de ces documents avec les services de la commission. Merci d'avance.
Voorzitter:
On prend acte de votre demande. Je ne peux pas intervenir dans ce dossier.
De terugkeer van gedetineerden in illegaal verblijf en de impact op strafeinde en detentiecapaciteit
De illegale gedetineerden en de gevangeniscapaciteit in het buitenland
De terugkeer van criminelen zonder verblijfrechts vanuit de gevangenis
Terugkeer en verblijfsstatus van gedetineerden en impact op detentiecapaciteit
Gesteld door
CD&V
Franky Demon
VB
Francesca Van Belleghem
N-VA
Maaike De Vreese
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 20 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de overbevolking in Belgische gevangenissen door 4.000 gedetineerden in illegaal verblijf (30% van de populatie) en de tegenstrijdige verantwoordelijkheden tussen minister Van Bossuyt (Asiel & Migratie) en Verlinden (Justitie). Van Bossuyt benadrukt een stijging van 25% in verwijderingen (146/maand in 2025, waarvan 897 voor strafeinde), dankzij 40 extra VTE’s en betere samenwerking met Marokko, maar Van Belleghem (N-VA) en Demon bekritiseren het "zwartepieten" tussen beide ministers en noemen het een "collectief regeringsfalen" (citaat Verlinden). De Vreese (N-VA) pleit voor versnelde interstatelijke overbrengingen (Justitie-bevoegdheid) en creativiteit, zoals strafuitzitting in herkomstlanden, terwijl Van Bossuyt concrete samenwerkingspistes opsomt (visumkoppeling, extra escorteurs, gesloten centra), maar Van Belleghem wijst op tegenstrijdigheden (bv. weigering N-VA-voorstel om zakgeld illegalen af te schaffen). Kernpunt: structurele oplossingen ontbreken ondanks cijferverbetering.
Franky Demon:
Mevrouw de minister, afgelopen week communiceerde u dat de terugkeer van gedetineerden in illegaal verblijf in 2025 met een kwart is gestegen ten opzichte van 2024. Het gemiddeld aantal maandelijkse verwijderingen is gestegen tot 146. Gelet op de overbevolking van onze gevangenissen kunnen we die beweging uiteraard enkel toejuichen.
Tegelijkertijd stellen we vast dat het aantal illegale vreemdelingen in de gevangenissen niet daalt en ongeveer 30 % van de gevangenispopulatie blijft uitmaken. We moeten daarom vermijden om ons blind te staren op louter het aantal verwijderingen. Het is interessant om te weten in welke fase van hun detentie die illegale vreemdelingen zaten toen ze werden verwijderd. Wanneer het voornamelijk om mensen aan het einde van hun straf gaat, heeft dat uiteraard geen impact voor het gevangeniswezen.
Daarnaast vernemen we dat de periode tussen het besluit tot verwijdering en de overbrenging naar een gesloten centrum of de effectieve terugkeer vaak veel tijd in beslag neemt, waardoor die capaciteit in de gevangenissen bezet blijft.
U gaf zelf aan dat de huidige cijfers nog niet volstaan en dat u bijkomende maatregelen wilt nemen om de terugkeer verder op te voeren.
Welke bijkomende maatregelen wilt u in 2026 nemen om de terugkeer vanuit detentie verder te verhogen? Wat is de stand van zaken van die bijkomende maatregelen? Hebt u een doelstelling voor het aantal bijkomende verwijderingen dat u gemiddeld maandelijks wilt realiseren?
Hoeveel gedetineerden in illegaal verblijf werden verwijderd? Hoeveel van die verwijderingen hadden betrekking op illegale gedetineerden die het einde van hun straf nog niet hadden bereikt en dus verwijderd werden voor strafeinde? Hoeveel van die verwijderingen hadden betrekking op gedetineerden die aan het strafeinde waren en hun straf in België volledig uitzaten?
Hoeveel detentiedagen zijn er in 2024 en 2025 in de gevangenissen effectief uitgespaard door de verwijderingen van gedetineerden in illegaal verblijf?
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, op 16 januari noemde uw collega of beter uw concullega Verlinden de problematiek van de overbevolking in de Belgische gevangenissen een collectief falen van deze regering. In De Morgen had ze het over onvoldoende wil bij andere regeringsleden om dat snel op te lossen. Uw concullega verwees daarbij ook naar u, door te herhalen dat er in de Belgische gevangenissen meer dan 4.000 illegalen zitten en dat het u, de minister van Asiel en Migratie, toekomt om hen terug te sturen.
Van de mogelijke gevangeniscapaciteit in het buitenland mogen we volgens Annelies Verlinden ook geen magische oplossing verwachten. Ik citeer: “Het is een creatieve aanpak, maar het duurt te lang om dat voor elkaar te krijgen en het is niet goedkoop.” Verder zei ze ook: “Die mensen hebben natuurlijk ook bezoekrecht, maar je kunt de familie niet telkens naar Kosovo sturen.” Bovendien zou er in Kosovo niet eens een gevangenis leegstaan. Op dit moment is de collega-minister in de Balkan, ik denk zelfs in Kosovo. Misschien heeft dat er ook iets mee te maken. Kunt u dat verduidelijken?
Mevrouw de minister, ik wil vooral weten of u zich aangesproken voelt door de woorden van mevrouw Verlinden als ze zegt dat het om een collectief falen van deze regering gaat en dat er onvoldoende wil is bij andere regeringsleden. Bent u dat ander regeringslid, of wie bedoelt zij met andere regeringsleden?
Een dag eerder pakte uzelf uit met het bericht dat de terugkeer van illegale criminelen vanuit de gevangenis met 25 % is gestegen. Dat is een stap in de goede richting, maar gelet op de absolute cijfers is er natuurlijk nog een lange weg te gaan, ook rekening houdend met de uitspraken van collega Verlinden. Welke bijkomende maatregelen gaat u nemen om die terugkeer op te krikken? Deelt u de scepsis van uw collega met betrekking tot de buitenlandse gevangeniscapaciteit dat het geen magische oplossing is?
Wat is ondertussen de concrete stand van zaken in de zoektocht naar buitenlandse gevangeniscapaciteit? Tegen wanneer mogen we eindelijk resultaat verwachten?
Maaike De Vreese:
Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Onlangs maakte u de cijfers bekend omtrent de terugkeer van illegale criminelen uit de gevangenis. Terwijl er gemiddeld 105 verwijderingen per maand vanuit detentie gebeurden in 2024, steeg dit sinds september 2025 met gemiddeld 146 verwijderingen per maand. Dat betekent een stijging van ongeveer 25 procent ten opzichte van 2024 en het beste cijfer in de afgelopen 7 jaar. Dankzij ons gevoerde beleid en het harde werk van de Dienst Vreemdelingenzaken, zorgen we voor een kantelpunt in deze terugkeercijfers.
De top 3 nationaliteiten van illegale gedetineerden zijn Marokko, Algerije en Nederland. Terwijl uitzettingen vaak moeizaam verlopen wegens samenwerking met het land van herkomst, blijkt de samenwerking met Marokko op dit moment goed te verlopen.
Een effectief en kordaat terugkeer is het sluitstuk van een goed asiel- en migratiebeleid, in bijzonder vanuit detentie. Wegens de overbevolking kunnen onze gevangenissen criminelen zonder verblijfsrecht missen als kiespijn. Zij hebben geen plaats in onze gevangenissen en moeten in eerste instantie hun straf uitzitten in het land van herkomst.
Daarom stel ik deze vragen:
Kunt u toelichting geven over de terugkeer van illegale criminelen uit de gevangenis? Wat zijn de meeste voorkomende nationaliteiten die werden teruggestuurd? Kunt u de verhouding schetsen tussen EU-onderdanen en derdelanders? Kunt u toelichting geven over de samenwerking met Marokko en de terugkeercijfers met dat land?
Kunt u een overzicht geven van de personen en meest voorkomende nationaliteiten die hun straf uitzitten in het land van herkomst? Kunt u een overzicht geven over de interstatelijke overbrengingen? Hoe zit daar de evolutie? Bent u betrokken bij de onderhandelingen mbt akkoorden om de interstatelijke overbrengingen vlotter te laten verlopen? Hoe is de samenwerking met justitie en de Minister van Justitie?
Kunt u duiding geven over de andere initiatieven om de terugkeer uit detentie op te schalen? Waar ziet u nog marge? Kunt u een overzicht inzake de vooruitgang van de terugname-akkoorden met landen van herkomst (“Voor-wat-hoort-wat-aanpak")?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Demon, mevrouw Van Belleghem, mevrouw De Vreese, voor alle duidelijkheid, personen in detentie met een andere nationaliteit terugsturen naar hun land van herkomst om daar hun straf verder uit te zetten, dus die tussenstaatse overbrengingen, is een procedure die valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie. Mevrouw De Vreese merkt terecht op dat inzetten op die procedure de meeste detentiedagen zal uitsparen en dus ook het grootste effect hebben op de overbevolking. Voor de concrete cijfers nodig ik u uit om die vraag te stellen aan collega Verlinden.
Ik geef graag mee dat van de 4.000 personen in illegaal verblijf in onze gevangenissen bijna een derde in voorhechtenis zit. Daar kan de Dienst Vreemdelingenzaken niet tegen optreden. De Dienst Vreemdelingenzaken kan vreemdelingen in illegaal verblijf pas van het grondgebied verwijderen nadat ze hun straf hebben uitgezeten en dus vrijgesteld worden door Justitie. Daarin is vorig jaar sterk geïnvesteerd en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Vorig jaar werden, volgens de cijfers van de DVZ, 1.575 personen zonder recht op verblijf verwijderd na het verlaten van de gevangenis. Dat waren er 678 na strafeinde en 897 v óó r strafeinde, en vooral, dat waren er 314 meer dan in 2024. Het is meteen een doelstelling van de regering die al tot uitvoering komt.
De top drie van nationaliteiten betreft, zoals mevrouw De Vreese al heeft aangegeven, Marokko, Algerije en Nederland.
Zoals u allen weet, hanteert de regering een whole-of-governmentaanpak in de betrekkingen met derde landen. Dat omvat onder andere economische samenwerking, maar ook het visumbeleid dat gekoppeld wordt aan de bereidwilligheid van het land in kwestie om hun onderdanen over te nemen. Die aanpak werpt tot nu toe zijn vruchten af en zal worden verdergezet.
De dienst die de gedetineerden zonder recht op verblijf opvolgt, werd versterkt. In totaal versterken we de terugkeerdiensten met 40 extra vte's. Vorige week heb ik de terugkeerdiensten van de DVZ overigens bezocht. Die mensen verrichten fantastisch werk. Ze hebben trouwens ook een heel interessant spel gemaakt om aan bijvoorbeeld politiemensen toe te lichten hoe ingewikkeld de terugkeer is. Het is niet opgelost door ze allemaal gewoon op het vliegtuig te zetten. Er zijn veel verschillende stappen te zetten. Het spel illustreert welke hinderpalen er allemaal kunnen opduiken.
De terugkeerdiensten zijn met 40 extra vte’s versterkt, vooral met de bedoeling om meer gedetineerden en overlastplegers in illegaal verblijf te verwijderen van het grondgebied. We trachten ook om extra capaciteit te creëren voor de verwijderingen.
Het is onmogelijk uitspraken te doen over de toekomst, maar laat het duidelijk zijn dat we hier sterk op blijven inzetten, want criminele illegalen horen niet thuis in ons land.
Het zoeken naar buitenlandse gevangeniscapaciteit doe ik samen met de bevoegde minister, de minister van Justitie. U weet dat we al een missie naar Kosovo en naar Albanië achter de rug hebben. Daar alles nog in een onderhandelingsfase zit, kan ik er geen verdere informatie over geven.
De vraag naar het aantal uitgespaarde detentiedagen kan ik niet beantwoorden, aangezien dat niet onder mijn bevoegdheid valt.
Franky Demon:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Akkoord, u werkt samen met de minister van Justitie, mevrouw Verlinden. U verwijst daarnaar. In uw verdere antwoord, dertig seconden later, zei u ook: in overeenstemming met het regeerakkoord hebben we whole-of-governmentaanpak ondertekend. Ik meen dus dat die whole-of-governmentaanpak ook inzake terugkeer afgesproken is en integraal samen bekeken moet worden. Mijn persoonlijke mening is dat het geen zin heeft om naar elkaar te wijzen. Ik heb minister Verlinden daar ook al over gesproken. Ik meen dat ze de samenwerking zoekt en dat het belangrijk is, voor u en voor mevrouw Verlinden, om samen die bereidheid vast te pakken, opdat u zo sneller mensen uit de gevangenis zult kunnen krijgen.
Francesca Van Belleghem:
Sta mij toe enigszins verbaasd te zijn. De gevangenissen zitten vol illegalen, met name 4.000. Vorige week vroeg u mij of ik een spel had gespeeld met de Dienst Vreemdelingenzaken. U en minister Verlinden spelen op dit moment echter een spel. U speelt een rondje zwartepieten of een rondje roetpieten. Hoe moet ik dat noemen? Nu is het niet langer het moment om spelletjes te spelen. Er slapen heel veel gevangenen op de grond. De gevangenissen puilen uit van de illegalen.
Annelies Verlinden noemde dat een collectief falen met onvoldoende wil bij andere regeringsleden. Het is de Dienst Vreemdelingenzaken en dus u, de minister van Asiel en Migratie, die moet samenwerken met minister Verlinden. Ik kan haar woorden dus niet anders interpreteren dan dat u dat andere regeringslid bent dat weigert samen te werken. Ik zie niet in wie zij anders kan bedoelen.
U antwoordt nu op mijn vraag dat het probleem niet bij u ligt maar bij minister Verlinden. Het zijn de tussenstaatse overbrengingen die slecht verlopen. Dat is allemaal goed mogelijk maar het gebeurt dus opnieuw. Mevrouw Verlinden verwijst namelijk naar u, waarop u naar Verlinden verwijst en er op het einde van de rit niets verandert. De illegalen blijven dus in de gevangenissen zitten.
De whole-of-government approach , waarnaar ook de heer Demon verwees, begint bij de regeringsleden zelf. De regeringsleden moeten zelf samenwerken. U knikt nu. Dat wil dan weer zeggen dat het mevrouw Verlinden is die niet met u samenwerkt. Vervolgens zal mevrouw Verlinden opperen dat het mevrouw Van Bossuyt is die niet met haar samenwerkt. Kunnen jullie eigenlijk wel door één deur?
Maaike De Vreese:
Dat is nu eenmaal de bestaande bevoegdheidsverdeling, met administraties die verantwoordelijk zijn voor bepaalde bevoegdheden. Iedereen heeft zijn bevoegdheden. De tussenstaatse overbrengingen en het uitzitten van de straf in het land van herkomst, vallen onder de bevoegdheid van Justitie. Op dat departement is daar ook een aparte dienst voor.
Mevrouw de minister, ik geef de andere vraagstellers gelijk dat het geen zin heeft om deze of gene met de vinger te wijzen. Het is een en-enverhaal. Eerst en vooral moet u uw bevoegdheid volledig uitvoeren, namelijk zoveel mogelijk mensen in illegaal verblijf die in onze gevangenissen zitten en het einde van hun straf hebben bereikt, repatriëren naar het land van herkomst. Wij moeten, ten tweede, veel vroeger in dat proces proberen in te grijpen. Dat betekent dat die mensen hun straf uitzitten in het land van herkomst. Daarom vroeg ik u ook naar de nationaliteiten. Als ik daarbij Marokko en Algerije maar ook Nederland in de top zie staan, dan begrijp ik niet goed waarom bijvoorbeeld alvast Nederland of andere lidstaten van de Europese Unie hun eigen onderdanen niet terugnemen om hun straf daar uit te laten zitten. Dat lijkt me iets dat u samen met minister Verlinden in detail moet bekijken, om te zien of we daar geen quick win kunnen vinden om dat op te krikken.
Ten derde, we moeten heel inventief zijn en, zoals in het regeerakkoord staat, ook buiten de Europese Unie bekijken met welke landen we kunnen samenwerken om mensen in illegaal verblijf daar hun straf te laten uitzitten. Dat zijn mensen die hier geen familie hebben, dus die moet niet overgevlogen worden. Dat kan geen excuus zijn om die piste niet verder te onderzoeken.
Blijf op alle mogelijke pistes inzetten, want onze cipiers lijden daaronder. In Brugge werden er net nog eens vier cipiers aangevallen. We moeten die problematiek samen aanpakken, ook voor de mensen die daar tewerkgesteld zijn. Ik wens u daarvoor alle succes.
Anneleen Van Bossuyt:
Ik heb geantwoord op de vragen die mij werden gesteld en ik heb op geen enkel moment met de vinger gewezen.
Mevrouw Van Belleghem, wat betreft die whole-of-government approach , u zegt dat er blijkbaar niets wordt gedaan. Ik heb vorige week heel expliciet gezegd dat we voor die problematiek met de hele regering samenwerken, specifiek wat betreft de terugkeer van illegale gedetineerden. Wat hebben we al gedaan? Samen met minister Prévot hebben we die terugnameakkoorden geregeld en bekijken we op welke manier we dat kunnen koppelen aan bijvoorbeeld het visumbeleid. We hebben eind oktober een akkoord gesloten met Marokko.
Met minister Quintin stellen we een plan op specifiek wat betreft de escorteurs. We zijn immers afhankelijk van escorteurs voor die terugkeervluchten. Tegen eind dit jaar zullen we 72 extra escorteurs hebben. Met minister Crucke zal ik met de luchtvaartmaatschappijen praten om na te gaan of zij bijvoorbeeld meerdere personen per vlucht willen toelaten. Met minister Verlinden bekijken we de terugkeercoaches in de gevangenissen, ook voor die buitenlandse gevangeniscapaciteit. Met minister Matz en de Regie der Gebouwen bekijken we hoe we naar een verdubbeling van de capaciteit in de gesloten centra kunnen gaan.
Beweren dat er niet samengewerkt wordt binnen de regering vind ik toch heel bijzonder. Ik heb hier net een hele lijst opgesomd van de zaken waarin we heel concreet samenwerken.
Francesca Van Belleghem:
Ik zeg gewoon dat u en minister Verlinden aan het zwartepieten zijn. Minister Verlinden zegt dat er onvoldoende wil is bij andere regeringsleden om dit snel op te lossen. In uw antwoord verwijst u ook weer naar minister Verlinden. Ik zeg gewoon dat u allebei naar elkaar verwijst, wat aangeeft dat de samenwerking moeilijk verloopt.
Ik ondersteun de whole-of-government approach , maar dat zou moeten betekenen dat op elk departement alles in het werk wordt gesteld om illegalen terug te sturen naar het land van herkomst. Alles, maar dan ook alles.
U knikt, maar vorige week heeft de N-VA ons wetsvoorstel om het zakgeld van illegalen af te nemen weggestemd. Dat is nochtans ook een manier om illegaal verblijf minder aantrekkelijk te maken. Dat is ook weer slechts een klein onderdeel en geen wonderoplossing. Alle aspecten zouden betrokken moeten worden. Ook het Vlaams niveau zou trouwens moeten worden betrokken bij de whole-of-government -aanpak, bijvoorbeeld om de huurovereenkomsten voor illegalen onmogelijk te maken. Dat staat al lang in het regeerakkoord, maar is nog nooit uitgevoerd. Dat is een whole-of-government -benadering, op alle aspecten werken.
Voorzitter:
U mag nog repliceren op het antwoord van de minister, mevrouw De Vreese.
Maaike De Vreese:
Het is duidelijk dat er inderdaad samenwerking nodig is op alle niveaus, mevrouw de minister. De administraties moeten samenwerken en wekelijks overleg hebben, niet enkel als het gaat over de gevangenissen, maar bijvoorbeeld ook over de forensische penitentiaire en psychiatrische instellingen. Dat zijn immers heel dure plaatsen en ook daar zitten soms mensen van andere nationaliteiten. Door die mensen hun sanctie elders te laten uitzitten, kan er weer doorstroming ontstaan. Het gaat over grote aantallen en zeer moeilijke dossiers. Ik heb dergelijke dossiers vroeger zelf behandeld, maar wellicht kan uw kabinet zich hier eens over buigen. Iedere mogelijke inspanning helpt immers.
De begeleiding door verenigingen van drugsgebruikers in de gevangenis
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 20 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
François De Smet bekritiseert de chronische financiële onzekerheid rond SPF-gesubsidieerde drugsbegeleidingsprojecten in gevangenissen, waar wisselende budgetperiodes (4-11-7 maanden) volgens hem leiden tot dreigende ontslagen en ondermijning van de kwaliteit, ondanks regeringstoezeggingen voor versterking. Minister Vandenbroucke bevestigt de prioriteit van het project (vastgelegd in het regeerakkoord) en verklaart dat de gefaseerde subsidies (11 maanden ipv 12) een gevolg zijn van budgettaire beperkingen en loonindexatie, maar garandeert ononderbroken financiering via meerdere scenario’s om de kernactiviteiten te behouden. Beide benadrukken unaniem het essentiële werk van de betrokken medewerkers, terwijl De Smet tevrede is met de ministeriële toezeggingen om onderbrekingen te voorkomen.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je me permets de revenir sur ce dossier en commission car ma question n° 56005248C, qui avait été transformée en question écrite, a été publiée dans les documents parlementaires, mais sans réponse.
J’avais en effet été interpellé par une association qui est notamment financée par le SPF Santé publique pour développer un projet d’accompagnement des personnes usagères de drogues en prison sur la base d’un financement du SPF Santé publique.
Ce financement repose sur un arrêté royal renouvelé chaque année – autour de l’été – pour les projets "Drogues et détention" et "Drugs.Lab". Or, ces projets sont précarisés car il a été demandé à l’association de faire des propositions d’activités et de budget sur 4 mois, puis sur 11 mois, puis à nouveau sur 4 mois et de se projeter sur une nouvelle période de 7 mois en fin d’année 2025 – à partir du 1 er novembre et du 1 er décembre –, alors qu’habituellement ces propositions se font sur 12 mois.
Ainsi , il existe une grande incertitude sur la période de 7 mois qui doit suivre puisqu’elle est tributaire du budget, la période qui est censée être couverte pour l’année à venir couvre seulement 11 mois de projet et non 12. Cette incertitude n’est pas sans conséquences puisqu’elle fragilise la situation du personnel affecté à ces projets , dont l’efficacité et la qualité de suivi sont indubitables, personnel dont l’association est l’employeur et qui pourrait être contrainte de notifier des licenciements. Il me paraît que le gouvernement a affiché sa volonté de renforcer les programmes d’aide aux personnes usagères de drogues en détention.
En conséquence, monsieur le ministre, pouvez-vous me faire savoir si vous avez été alerté par vos services de cette situation rencontrée par les associations qui dispensent un programme d’aide aux personnes toxicomanes en prison? Dans l’affirmative, pouvez-vous confirmer que ces projets pourront être pérennisés dans les temps impartis afin de ne pas impacter le personnel des associations porteuses desdits projets?
Frank Vandenbroucke:
Monsieur De Smet, le projet-pilote auquel vous vous référez revêt une importance toute particulière à mes yeux. À ce titre, il est expressément inscrit dans l'accord de gouvernement. Je suis pleinement conscient des difficultés de financement auxquelles se heurtent les asbl qui portent ce projet avec engagement et professionnalisme. Le SPF Santé publique m'a confirmé que toutes les démarches nécessaires étaient entreprises afin de permettre à ces asbl de poursuivre leurs missions.
Comme vous le savez, les administrations fédérales sont soumises à un cadre budgétaire strict, imposant une gestion prudente et rigoureuse des ressources disponibles. Cette contrainte a conduit à la rédaction de plusieurs arrêtés royaux de financement dans le but explicite d'éviter toute interruption dans les subsides octroyés. Le SPF Santé publique est tenu de suivre toutes les procédures administratives et ne peut y déroger. Par mesure de précaution, l'administration a élaboré plusieurs scénarios de financement, invitant les asbl concernées à soumettre trois plannings budgétaires distincts, tout en veillant scrupuleusement à ne pas altérer les objectifs fondamentaux du projet-pilote. Ce dernier est actuellement financé sur la base de subsides annuels tels qu'inscrits au budget de l' É tat.
Afin de garantir l'indexation des salaires et compte tenu des enveloppes budgétaires allouées, il n'a pas été possible de prolonger le projet sur une période de 12 mois, comme cela avait été le cas les années précédentes. Le financement a donc été réparti sur une période de 11 mois, en concertation directe avec les asbl , de manière à leur assurer les moyens nécessaires à la couverture de l'ensemble de leurs dépenses.
Je tiens à exprimer ma profonde reconnaissance à tous les acteurs de terrain qui, dans les établissements pénitentiaires concernés, accomplissent un travail remarquable. Je souhaite les assurer de ma volonté politique de maintenir ces projets.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Nous partageons, je crois, ce sentiment d'urgence et d'importance de ce projet que je trouve, moi aussi, essentiel. Je vous remercie d'avoir pris les dispositions pour que les mesures de financement puissent continuer sans interruption et je me joins à vos propos sur le soutien au personnel qui fait, chaque jour, dans ce milieu difficile, un travail remarquable. La présidente : La question n° 56011798C de Mme Irina De Knop. J’en arrive aux points suivants. M. Jeroen Van Lysebettens et Mme Natalie Eggermont sont absents.
De overbrenging van buitenlandse gedetineerden
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
François De Smet bekritiseert dat coalitiepartners – met name een partij die 26 jaar onafgebroken aan de macht is – populistisch de hoge aandeel buitenlandse gedetineerden (40%) als simpele oplossing voor overbevolking presenteren, terwijl expulsie vaak onmogelijk is (o.a. door preventieve hechtenis) en transfèrements al 20 jaar falen (gemiddeld slechts 60 per jaar). Hij vraagt concrete cijfers (2023-2024) over terugzendingen naar topnationaliteiten (Marokko, Albanië, Roemenië) en hoe Verlinden de weigering van herkomstlanden (o.a. door gebrek aan familiebanden) zal doorbreken via het protocollaire dwangmechanisme van 1997. Verlinden wijst voor gedetailleerde cijfers naar een schriftelijke vraag, maar meldt een recent akkoord met Marokko (3 transfèrements in 2024, doel: significante stijging) en benadrukt dat bilaterale afspraken (met o.a. Albanië, Congo) dwangtransfers toelaten, maar afhankelijk zijn van goedkeuring door de partnerlanden – waarvoor ze verwijst naar eerdere parlementaire antwoorden.
François De Smet:
Madame la ministre, j’entends régulièrement certains de vos partenaires de coalition, en particulier celui qui est présent au gouvernement fédéral sans discontinuer depuis 26 ans, se plaindre de la proportion importante d'étrangers parmi les détenus dans nos prisons.
Si cela correspond certes à une réalité statistique réelle, plus de 40 % des détenus n'étant pas belges, j'avoue ne pas aimer la petite musique qui accompagne en général ce constat et qui vise à suggérer qu’il suffirait d’expulser toutes ces personnes pour régler instantanément le problème de la surpopulation. Si c'était si simple, ce serait probablement fait depuis longtemps, d'autant plus que le parti qui s'en plaint le plus est celui qui est au pouvoir depuis le plus longtemps. Moi, je crois que ce n'est pas si simple et qu'il y a là une forme de populisme et de paresse intellectuelle qui élude le fait, d'une part, qu’il y a une grande partie d’étrangers en détention préventive (impossibles à expulser avant d'être jugés) et, d'autre part, que cela fait depuis 20 ans qu'on a un vrai problème de transfèrement des détenus condamnés. C’est sur ce point que je vous interroge.
Les données indiquent que le nombre moyen de transfèrements sortants n’a pas dépassé 60 par an entre 2013 et 2023. Le SPF Justice identifie l'accord systématique de l'État destinataire comme une "pierre d’achoppement" majeure, car la majorité des États refusent les transfèrements non volontaires, faute d'attaches familiales ou de garanties de réinsertion du détenu.
Madame la ministre, quels sont les chiffres précis pour les années 2023 et 2024 concernant les renvois effectifs de détenus condamnés vers les pays du "top 10" des nationalités représentées, notamment le Maroc, l'Albanie et la Roumanie? La balance des transfèrements est-elle toujours défavorable à la Belgique, avec un nombre de transfèrements entrants (de l'étranger vers la Belgique) supérieur aux transfèrements sortants, comme le soulignait la Cour des comptes? Quelles mesures concrètes comptez-vous prendre pour inciter les pays d'origine à accepter leurs ressortissants condamnés, en particulier via le protocole additionnel de 1997 qui permet théoriquement le transfert sans consentement pour les personnes devant être expulsées?
Annelies Verlinden:
Monsieur le député, je vous invite à formuler par écrit vos deux premières questions portant sur des données chiffrées, étant donné qu'il n'est pas possible de présenter oralement un tableau couvrant plusieurs pays et plusieurs années. En ce qui concerne votre question relative aux actions à venir visant à augmenter le nombre de transferts vers l'étranger, je peux vous dire qu'un accord a été conclu avec le Maroc et que notre ambition conjointe est d'augmenter le nombre de transferts. Ce lundi, j'ai eu une réunion constructive avec mon homologue marocain à ce sujet et un plan d'action a été signé pour concrétiser cette ambition. Il n'y a quasiment pas eu de transferts ces dernières années, mais je constate que nous avons pu réaliser trois transferts vers le Maroc au cours des derniers mois, le but étant d'augmenter ce nombre de façon significative dans les mois qui viennent. Je tiens à vous informer qu'une minorité d'États tiers a adhéré au protocole additionnel de 1997 et que des accords bilatéraux existent entre la Belgique et le Maroc, l'Albanie, la République démocratique du Congo et le Kosovo. Bien que ces accords bilatéraux avec ces quatre derniers pays prévoient la possibilité d'effectuer des transferts sans consentement, encore faut-il que les États concernés marquent leur accord avec ces transferts. Pour les autres mesures concrètes, je vous renvoie à ma réponse à la question orale n° 56011851C de Mme Dillen, que vous trouverez dans le compte rendu de la commission du 7 janvier 2025.
Het wegwerken van de beperkingen door luchtvaartmaatschappijen voor de terugkeer van gedetineerden
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexander Van Hoecke vraagt om opheldering over het plan om beperkingen van luchtvaartmaatschappijen op overbrengingen van gedetineerden door Justitie weg te werken, met een deadline van 15 december 2025, en of dit al besproken is in de taskforce overbevolking gevangenissen. Annelies Verlinden bevestigt dat het plan deel uitmaakt van de whole-of-governmentaanpak om terugkeer van gedetineerden zonder verblijfsrecht efficiënter te maken, maar stelt dat de uitvoering nog loopt en dat luchtvaartmaatschappijen nu nog terugvluchten beperken of politiebegeleiding bemoeilijken. Ze benadrukt dat overleg met deze maatschappijen essentieel is om het aantal overbrengingen te verhogen, met een aankomende vergadering om concrete stappen uit te werken.
Alexander Van Hoecke:
In de begrotingsnotificaties, die ik even heb doorgenomen, staat te lezen dat aan de minister van Mobiliteit wordt gevraagd om, in het kader van het whole-of-governmentprincipe uit het regeerakkoord en het actieplan 'Terugkeer van gedetineerden', een plan uit te werken met het oog op het zoveel mogelijk wegwerken van de beperkingen door luchtvaartmaatschappijen die een impact hebben op het aantal overbrengingen door Justitie. Dat zou zijn gebeurd in samenspraak met de minister van Justitie, met uzelf en met de minister van Asiel en Migratie. De opgegeven deadline hiervoor was 15 december 2025. Volgens de begrotingsnotificaties zou het plan ook worden besproken binnen de taskforce 'Overbevolking gevangenissen'. Ik heb daarover een aantal vragen.
Kan u een meer algemene toelichting geven bij deze passage en bij de inhoud van dat plan? Werd de deadline van 15 december volledig gehaald voor de finalisering van het plan? Is dat plan ondertussen ook al besproken binnen de taskforce overbevolking gevangenissen en wat leverde die bespreking concreet op?
Welke beperkingen, die een impact hebben op het aantal overbrengingen, zullen concreet worden weggewerkt met dat plan? Welk tijdschema werd daarvoor vooropgesteld en hoe zal dat in de praktijk worden uitgewerkt?
Welke beperkingen door luchtvaartmaatschappijen bestaan er vandaag nog steeds die niet onder de reikwijdte van dat plan vallen en hoe zal dit verder worden opgevolgd?
Annelies Verlinden:
Collega, de passage waar u naar verwijst kadert inderdaad binnen de whole-of-governmentbenadering uit het regeerakkoord en het actieplan 'Terugkeer'. Dat betekent dat alle betrokken partners structureel samenwerken om de terugkeer van personen zonder verblijfsrecht efficiënter te organiseren en om de overbrengingen te faciliteren. De contouren van het actieplan en de algemene doelstellingen liggen vast, terwijl de uitvoering continu wordt opgevolgd via overlegstructuren en bilaterale contacten tussen de betrokken administraties en beleidscellen. Waar nodig wordt steeds bijgestuurd. Samen met mijn collega, de minister van Asiel en Migratie, is het onze prioriteit om zoveel mogelijk gedetineerden zonder verblijfsrecht van het grondgebied te verwijderen en het aantal overbrengingen te verhogen. Het plan waar u naar verwijst kadert volledig binnen die doelstelling, aangezien ook de luchtvaartmaatschappijen daarbij een belangrijke rol spelen. Voor dat aspect is ook mijn collega, de minister van Mobiliteit, bevoegd. In de praktijk beperken sommige luchtvaartmaatschappijen immers het aantal terugvluchten per week of bemoeilijken zij het werk van de politie die belast is met de begeleiding van gedetineerden. Het doel is om met die luchtvaartmaatschappijen in overleg te gaan om het aantal terugkeerders, uitwijzingen van illegale gedetineerden en overbrengingen aanzienlijk te verhogen. Deze week staat nog een verdere vergadering gepland met de bevoegde beleidscellen en diensten, met het oog op het uitwerken van een concreet plan in dat kader.
De inzet van privébewaking en cipiers zonder diploma in de gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Marijke Dillen (CD&V) bekritiseert minister Verlinden’s plan om private bewakers in te zetten voor "contactloze" gevangenistaken (toegangscontrole, perifere bewaking) als tijdelijke oplossing voor het cipierstekort (418 FTE) en de overvolle gevangenissen. De vakbonden verwerpen dit, wijzend op juridische risico’s (wettelijk kader ontbreekt) en praktische gevaren (veiligheidsprocedures, toegang tot gevoelige zones), en eisen structurele verbeteringen (statuut, loon) in plaats van "halve maatregelen". Verlinden verdedigt het voorstel als pragmatisch en beperkt (max. 10% van het personeelsbestand), benadrukt strikte wettelijke controle (wet 2017) en belooft bijkomende wetgeving indien nodig, maar Dillen betwist de vergelijking met justitiepaleizen en steunt de vakbonden, die prioriteit geven aan betere arbeidsvoorwaarden boven privatisering. Verlinden bevestigt wel onderhandelingen over het statuut, maar concrete plannen ontbreken.
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
De gevangenissen in dit land zitten niet alleen overvol, het Gevangeniswezen wordt ook al jarenlang geplaagd door een tekort aan zogenaamde penitentiair beambten. Volgens vakbondslieden is momenteel sprake van een tekort van maar liefst 418 cipiers.
Om hieraan tegemoet te komen overweegt de minister de inzet van private veiligheidsfirma's in de gevangenissen. Die privébewakers zouden dan de “contactloze bewakingsopdrachten" en “onthaalfuncties" in de gevangenissen uitvoeren.
De cipiersvakbonden verzetten zich tegen het plan. Volgens hen zijn er niet alleen juridische, maar ook praktische bezwaren. “Om sommige van die zogenaamde contactloze bewakingsopdrachten uit te voeren, moet je naar ruimtes diep in de gevangenis. Om dat allemaal veilig te laten verlopen én om daar te geraken, moet je ook alle veiligheidsprocedures goed kennen. En wat met de onthaalfuncties? Willen we dat privébewakers elke dag zien wie er in en uit de gevangenis gaat?"
Daarnaast zou de minister bekijken of voor sommige jobs in de gevangenis van de diplomavereisten kan worden afgeweken, dan wel of er bijkomende kandidaten kunnen worden gevonden voor een job door de functie toegankelijk te maken voor burgers van andere EU-lidstaten.
De vakbonden reageren kritisch: “Verlinden zou beter het statuut én de aantrekkelijkheid van de job van cipier fors verbeteren, in plaats van veel heil te verwachten van deze halve maatregelen."
Naast een aantal praktische bezwaren zouden er volgens de vakbonden ook juridische bezwaren zijn tegen inzet van de privébewakers in de gevangenissen. Heeft de minister reeds onderzocht of de inzet van privébewakers in de gevangenissen juridisch haalbaar is?
Wat is de reactie op de praktische bezwaren die door de vakbonden werden geformuleerd?
Daar waar uw voorganger heel veel beloftes maakte en niet nakwam bent u veeleer de minister van “onderzoeken". Hebt u een idee wanneer dit onderzoek zal leiden tot resultaten? En wanneer wenst u deze resultaten te implementeren in de gevangenissen?
Zou het niet efficiënter en beter zijn om eindelijk werk maken van een beter statuut voor de cipiers? Welke maatregelen gaat ze daartoe ondernemen? Wanneer mogen we desbetreffend eindelijk resultaten verwachten?
Annelies Verlinden:
Collega Dillen, de administratie onderzoekt deze piste in lijn met het regeerakkoord. Die werd eind 2025 ook met de vakbonden besproken. De bezwaren die door de vakbonden naar voren werden geschoven, worden momenteel onderzocht en er wordt nagegaan of en hoe die verholpen kunnen worden. Dit is geen vrijblijvende studieoefening, want de opening van onder meer de nieuwe gevangenis in Antwerpen, waar we de private bewaking zouden kunnen inzetten, heeft een duidelijke doelstelling en een timing die gekoppeld is aan de geplande opening van de gevangenis en dus het rekruteren van voldoende personeel.
De uitbesteding van bepaalde taken aan een bewakingsonderneming vormt een pragmatische en tijdelijke maatregel die erop gericht is de geplande opening van de gevangenis mogelijk te maken, veiligheidsrisico’s zoals ontsnappingen of incidenten te voorkomen en veilige arbeidsomstandigheden voor het personeel binnen de instelling te waarborgen.
De uitbesteding is uitsluitend gericht op taken zonder contact met gedetineerden, zoals toegangscontrole en perifere bewaking. In totaal gaat het over maximaal 10 % van het kader dat door private bewakingsagenten kan worden ingevuld. De kerntaken van detentie, toezicht op gedetineerden en uitvoering van straffen, blijven dus volledig in handen van de overheid. Daarover bestaat geen twijfel.
Private bewakingsagenten vallen in elk geval onder de strikte toepassing van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. Dit wettelijk kader legt strenge voorwaarden op inzake vergunningen, persoonlijke vereisten, opleiding en discretieplicht. Bewakingsondernemingen moeten bovendien beschikken over een voorafgaande machtiging van de minister van Binnenlandse Zaken die om de vijf jaar moet worden vernieuwd, wat een hoog niveau van controle en veiligheid waarborgt. Indien bijkomende wetgevende initiatieven nodig zijn om de inzet van private bewakingsfirma’s mogelijk te maken, zullen die ook in de loop van de komende maanden aan het Parlement worden voorgelegd.
Ik heb uiteraard begrip voor de vragen en bezorgdheden van de vakbonden. Het is een nieuw initiatief en het is logisch dat het personeel zich afvraagt hoe dit concreet zal verlopen. Net daarom wordt in het bestek heel duidelijk vastgelegd welke taken wel en niet worden uitbesteed, hoe de operationele samenwerking verloopt en hoe veiligheid en kennis van procedures worden gegarandeerd. We hebben bovendien al ervaring met private partners binnen justitie, onder meer in justitiepaleizen. Die samenwerking verloopt in de praktijk correct en gecontroleerd en dat neemt niet weg dat dit traject verder in overleg met het personeel zal worden uitgewerkt. Laat mij ook duidelijk zijn: het inzetten van private bewaking staat niet op zichzelf. U verwijst terecht naar de nood aan een aantrekkelijker statuut voor penitentiaire beambten en ook daar zet ik bijzonder hard op in.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, u werpt op dat privépartners ook al elders bij Justitie worden ingezet, bijvoorbeeld in de justitiepaleizen. Ik neem aan dat u het hebt over de toegangscontroles in de justitiepaleizen waar al een scanstraat is. Dat mag men echter niet vergelijken met de functie van cipier, van penitentiaire beambte. U zegt dat er al overleg is gepleegd met de vakbonden. Ik kan alleen maar vaststellen dat de vakbonden onmiddellijk negatief hebben gereageerd en zich verzetten tegen uw plan op grond van juridische en praktische bezwaren. Ik kan hen alleen maar steunen in hun pleidooi om hun statuut aantrekkelijker te maken en te verbeteren in plaats van dat u dergelijke maatregelen neemt.
Het actieplan voor de terugkeer van gedetineerden
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Troosters vraagt minister Crucke om toelichting bij het plan om luchtvaartbeperkingen voor gedetineerden- en asielterugkeer (deadline 15/12/2025) weg te werken, inclusief kosten, timing en impact. Crucke wijst verantwoordelijkheid grotendeels af, verwijzend naar de ministers van Asiel en Justitie, en stelt dat concrete antwoorden pas na de eerste coördinatievergadering (eind januari) mogelijk zijn. Troosters bekritiseert dit scherp: ondanks de deadline is er nog geen voortgang, en hij concludeert dat "we eigenlijk nog nergens staan". Crucke bevestigt impliciet dat het dossier vertraagd en onduidelijk beheerd wordt.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de ingediende vraag.
Verwijzend naar de notificaties Begroting 2026-2029 die we recent mochten ontvangen werd de minister van Mobiliteit gevraagd om, in het kader van het Whole of Government principe in het regeerakkoord en het Actieplan Terugkeer Gedetineerden, in samenwerking met de minister van Asiel en Migratie en de minister van Justitie een plan uit te werken met het oog op het zoveel mogelijk wegwerken van de beperkingen door luchtvaartmaatschappijen die een impact hebben op het aantal
overbrengingen door Justitie en het aantal terugkeer door Asiel en migratie. Dit plan moest gefinaliseerd worden tegen 15/12/2025 en moest worden besproken binnen de Taskforce Overbevolking gevangenissen inzake de terugkeer van gedetineerden.
Kan de minister bovenvermeld plan toelichten? Wat is de stand van zaken? Welke zijn de bestaande beperkingen die nog dienen weggewerkt te worden? Welke maatregelen zijn er al genomen of zullen genomen worden om de bestaande beperkingen weg te werken? Wat zal de timing zijn? Wat zal de kostprijs zijn? Wie zal deze kosten dragen? Zal er een verdeelsleutel worden toegepast tussen de betrokken beleidsdepartementen? Welke zal dat zijn? Wat zal de invloed zijn op het aantal georganiseerde terugkeer, op korte (2026) en op lange (2026-2029) termijn?
Wat was de inhoud van de besprekingen binnen de Taskforce Overbevolking gevangenissen? Welke feedback ontving de minister van hen?
Jean-Luc Crucke:
In het kader van het principe whole of government , vastgelegd in het regeerakkoord, een van de actieplannen betreffende de justitiële overbrenging van gedetineerden, werd mij gevraagd om in samenwerking met de minister van Asiel en Migratie en de minister van Justitie een plan uit te werken om de door luchtvaartmaatschappijen opgelegde beperkingen zoveel mogelijk te verminderen. Die beperkingen hebben immers een rechtstreekse impact op zowel het aantal overbrengingen uitgevoerd door Justitie als op het aantal terugkeerders beheerd door Asiel en Migratie.
De belangrijkste bevoegdheid om vragen te beantwoorden over de inhoud, de voortgang, de te nemen maatregelen, de kalender, de kosten en de verwachte impact van dat plan ligt echter bij de minister van Asiel en Migratie. Bovendien is de eerste coördinatievergadering over het opstellen van dit plan gepland voor eind januari. Het is daarom nog te vroeg om concrete informatie te verstrekken over de bestaande beperkingen, de geplande maatregelen, de kosten daarvan, de verdeling over de betrokken departementen of de verwachte impact op het aantal terugkeerders, zowel op korte als op lange termijn. Aangezien zij niet vertegenwoordigd zijn in de taskforce overbevolking in de gevangenis, lijkt het gepaster dat vragen over de inhoud van de bespreking en de daarbinnen gegeven feedback rechtstreeks worden gericht aan de bevoegde minister, namelijk de minister van Justitie.
Frank Troosters:
Dank u wel, mijnheer de minister. Ik ben enigszins verbaasd over uw antwoorden. In de notificatie staat dat er naar u wordt gekeken om een gecoördineerde aanpak uit te werken, een plan op te stellen. Dat plan moest volgens de notificatie gefinaliseerd zijn tegen 15 december 2025. We zijn inmiddels bijna een maand verder en ik hoor dat we eigenlijk pas eind januari een eerste coördinerende vergadering zullen hebben. Er wordt verwezen naar andere beleidsdomeinen. Samengevat, we staan op dit moment eigenlijk nog nergens.
Vrijspraak wegens het niet overbrengen van een beklaagde die vervolgd werd voor mensenhandel
Het structurele probleem van de overbrenging van gedetineerden
De onontvankelijkheid van de strafvordering wegens de niet-overbrenging van een beklaagde
Problemen rond overbrenging van gedetineerden en gevolgen voor strafvordering
Gesteld door
MR
Victoria Vandeberg
Groen
Stefaan Van Hecke
VB
Alexander Van Hoecke
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Parlementsleden bekritiseren structurele tekortkomingen in het gevangenistransport door de Direction de sécurisation (DAB), wat leidt tot procesverval, vrijspraken (o.a. mensenhandel, diefstal) en schending van het recht op een eerlijk proces voor zowel verdachten als slachtoffers. Concrete gevallen (Bruges, Gent, Brussel) tonen herhaalde mislukte overbrengingen (tot 5x), vooral vanuit gevangenis Haren, door capaciteitstekort, logistieke falen en communicatieproblemen—volgens minister Verlinden verergerd door overbevolking en prioriteringsfouten in de DAB-matrix. Verlinden belooft structurele oplossingen (240 nieuwe agenten/jaar, digitale processen, videohoorzittingen, extra celwagens) en noodmaatregelen zoals betere afstemming met rechtbanken, maar parlementsleden betwijfelen de urgentie: Van Hecke stelt voor verdachten een dag vooraf over te plaatsen, Van Hoecke eist onmiddellijke interventie in Haren en cijfers over mislukte transporten, die ontbreken. Kritiek blijft dat kortetermijnactie uitblijft, terwijl langetermijnplannen (minder detentie, transitiehuizen) de acute crisis niet oplossen.
Victoria Vandeberg:
Madame la ministre, il y a quelques semaines, la presse a rapporté une décision judiciaire particulièrement préoccupante. À Bruges, un prévenu poursuivi pour trafic d'êtres humains a été acquitté après trois absences consécutives à son procès, faute d'avoir pu être transféré depuis la prison de Haren.
En approfondissant mes recherches, j'ai constaté que cette situation n'était pas isolée. Parmi d'autres cas documentés, on peut citer celui du 31 octobre 2024, où le tribunal de première instance francophone de Bruxelles a déclaré des poursuites irrecevables à l'encontre d'un détenu, jamais extrait malgré les demandes répétées du ministère public; son avocat ayant plaidé l'atteinte au procès équitable. Un avocat pénaliste consulté m'a également confirmé que ces situations se produisent régulièrement: absence de traducteur, extraction manquée, documents arrivant trop tard, autant de défaillances logistiques qui sont souvent liées à un manque de moyens, qui créent des failles exploitables par la défense et qui peuvent mener à des acquittements purement procéduraux et techniques.
Ces cas montrent qu'il ne s'agit plus d'exceptions, mais de problèmes récurrents dans la chaîne pénale. Même si les transferts relèvent formellement de la Direction de sécurisation de la police fédérale, ce sont bien les juridictions, et donc votre département, qui en subissent les conséquences: audiences impossibles à tenir, procès reportés, décisions annulées, voire acquittements dans des dossiers graves.
Au-delà du prévenu, ce sont évidemment des victimes qui voient leurs droits bafoués également. Un procès qui ne peut se tenir porte atteinte à leur droit à la vérité et à une justice effective, mais c'est également une atteinte au droit fondamental du prévenu à un procès équitable.
Madame la ministre, quelle évaluation avez-vous menée quant à l'impact de ces manquements répétés sur le fonctionnement de la justice ainsi que sur le respect du droit des victimes et du droit au procès équitable des prévenus? Quelles mesures concrètes et structurelles seront prises pour garantir durablement la comparution effective des détenus et éviter que d'autres dossiers pénaux ne s'effondrent pour des raisons logistiques et organisationnelles? Je vous remercie d'avance pour votre réponse, que je n'aurai peut-être pas la chance de suivre en direct, mais que je regarderai par la suite.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, enkele weken geleden hebben we de problematiek inderdaad al besproken naar aanleiding van de vrijlating van een verdachte, omdat hij tot drie keer toe vanuit de gevangenis niet werd overgebracht naar de rechtbank om zijn rechtszaak bij te wonen. De inkt van het commissieverslag was nog niet droog of er verscheen opnieuw een persbericht, dit keer van de rechtbank in Gent. Een man die van diefstal werd verdacht, moest worden vrijgelaten omdat hij vijf keer niet kon worden overgebracht van de gevangenis naar de rechtbank.
De rechtbank spreekt van een structureel probleem dat voor veel vertragingen zorgt en waarvoor geen oplossing in het vooruitzicht is. Er moet snel een oplossing worden gezocht, want dit draagt bij tot een groot aantal mensen in voorhechtenis in onze overvolle gevangenissen. Bovendien zorgt dit voor vertragingen bij de rechtbanken, waar de achterstand ook al oploopt. Ook het recht op een eerlijk proces komt in het gedrang. Met andere woorden, heel wat problemen gaan gepaard met deze problematiek.
Ik heb een aantal zeer concrete vragen. Ten eerste, hoe verklaart u dat verdachten tot wel vijf keer toe niet naar de rechtbank worden overgebracht? Is er een structureel personeelstekort bij de Directie beveiliging (DAB)?
Ten tweede, hoeveel rechtszaken werden het afgelopen jaar verstoord, verlaat of uitgesteld door het niet uitvoeren van gevangenistransporten? Kunt u cijfers bezorgen per maand en per arrondissement en hoe groot is het probleem in cijfers?
Ten derde, welke concrete maatregelen zijn in voorbereiding of al genomen om de structurele personeelstekorten bij de DAB aan te pakken? In welke budgetten en rekruteringsinspanningen is daarvoor voorzien?
Ten vierde, welke noodmaatregelen kunnen vandaag worden genomen om deze problematiek te stoppen?
Ten vijfde, tegen wanneer verwacht u dat er geen rechtszaken meer worden uitgesteld omwille van het niet overbrengen van een verdachte uit de gevangenis?
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, een maand geleden bespraken we in deze commissie inderdaad al een soortgelijk geval. Er is opnieuw een strafzaak onontvankelijk verklaard omdat een beklaagde maar liefst vijf keer werd opgeroepen om voor de rechtbank te verschijnen, maar dat telkens niet lukte doordat hij niet vanuit de gevangenis kon worden overgebracht.
De eerste keer dat die beklaagde voor de correctionele rechtbank in Gent had moeten verschijnen, kreeg de rechtbank te horen dat hij niet kon worden overgebracht vanuit de gevangenis van Haren wegens een capaciteitstekort. De tweede keer werd zelfs helemaal geen reden opgegeven. De derde, vierde en vijfde keer werd opnieuw verwezen naar een capaciteitstekort. Vervolgens verklaarde de Gentse rechtbank de zaak onontvankelijk, omdat het niet lukte de overbrenging ordentelijk te laten verlopen.
Het is de tweede keer in zeer korte tijd dat dit zich voordoet. Eind november werd een verdachte van mensensmokkel vrijgesproken, omdat hij tot drie keer toe niet kon worden overgebracht van de gevangenis naar de rechtbank. Dit keer kon de beklaagde vijf keer niet worden overgebracht. Ook in dit geval gaat het om een beklaagde die in voorhechtenis zat in de gevangenis van Haren.
Daarom heb ik de hiernavolgende vragen.
Ten eerste, heeft het parket ondertussen beroep aangetekend tegen het vonnis?
Ten tweede, in de Commissie voor Justitie van 2 december 2025 gaf u aan dat u in overleg met de minister van Binnenlandse Zaken gerichte initiatieven zou nemen, zodat de DAB haar opdrachten inzake transfers kan blijven vervullen. Kunt u een overzicht geven van de concrete initiatieven die reeds werden getroffen en van de initiatieven die nog zijn gepland?
Ten derde, u verklaarde ook dat u regelmatig overlegt met de bevoegde autoriteiten van de DAB. Hebt u naar aanleiding van de voorvallen in Brugge en Gent samengezeten met de DAB? Indien ja, wat was de reactie van de DAB zelf? Welke concrete problemen schuift zij zelf naar voren? Welke oplossingen kunt u haar aanreiken?
Ten vierde, het gaat in twee gevallen om een overbrenging vanuit de gevangenis van Haren. Doen die problemen zich specifiek voor bij transporten vanuit de gevangenis van Haren of rijst het probleem ook in andere gevangenissen?
Ten slotte, beschikt u over cijfers over het aantal keer dat een overbrenging vanuit een gevangenis in 2025 niet heeft kunnen plaatsvinden?
Annelies Verlinden:
Chers collègues, je vous remercie.
Pour la collègue Vandeberg, qui n'est plus parmi nous, je tiens à souligner que ces questions ont déjà été abordées en commission le 2 décembre et ont fait l'objet d'une réponse. Je renvoie dès lors, pour la totalité des questions, au compte rendu de la commission de la Justice du 2 décembre 2025.
Voor de collega’s Van Hecke en Van Hoecke herhaal ik dat de DAB prioriteiten voor overdrachten vastlegt aan de hand van een beslissingsmatrix. In het huidige geval werd de overdracht van de verdachte als prioritair aangemerkt, maar door de huidige bezettingsgraad in de Belgische detentie-inrichtingen werden andere overdrachtsopdrachten als nog meer prioritair beoordeeld. Daardoor kon de overdracht wegens beperkte capaciteit niet worden uitgevoerd.
Het is juist dat het expliciete verzoek van de rechtbank beter had kunnen worden meegewogen, hetgeen had kunnen leiden tot het toekennen van absolute noodzaak aan de overdracht. Ik denk dat er zich een probleem van communicatie- en informatiebeheer heeft voorgedaan. Er worden in overleg met de minister van Binnenlandse Zaken maatregelen genomen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen. Eind december is er nog een overleg geweest tussen vertegenwoordigers van de hoven en rechtbanken en de verantwoordelijken van de DAB binnen de fedpol, om de problematiek te bespreken en samen tot oplossingen te komen.
Collega Van Hoecke, er zijn al verschillende initiatieven genomen of ze lopen nog om het personeelstekort bij de DAB aan te pakken en om de uitvoering van overplaatsingen van gedetineerden te optimaliseren. Het gaat, bijvoorbeeld, om de herplaatsing van personeel van de nucleaire sites naar de eenheden van hoven en rechtbanken, de voortzetting van het actieplan dat de jaarlijkse aanwerving van 240 nieuwe veiligheidsagenten mogelijk maakt, de harmonisatie en optimalisatie van operationele processen, de aanschaf van nieuwe celwagens met grotere capaciteit en de operationalisering van de MFO-1 door de invoering van een versterkingssysteem binnen de fedpol ter ondersteuning van de DAB. De optimale en efficiënte uitvoering van de aan de DAB toevertrouwde opdrachten vereist ook een goede samenwerking en een sterk partnerschap met de belangrijkste stakeholders en belanghebbenden, met name de gerechtelijke autoriteiten, de gevangenisadministratie en de bevoegde autoriteiten.
De informatiestroom tussen de verschillende belanghebbenden wordt permanent verbeterd om de snelheid en efficiëntie van verwerking en uitvoering te verhogen. In dat verband worden initiatieven genomen om processen te digitaliseren en het risico van opeenvolgende niet-uitgevoerde overbrengingen tot een minimum te beperken. Er lopen verschillende opdrachten op dat vlak, zoals de ontwikkeling van een systeem voor videoconferenties voor verhoren of medische consultatie op afstand, naast de ambities van de regering om de overbevolking in gevangenissen te verminderen, detentiecentra en transitiehuizen op te richten en de uitzetting van gedetineerden die illegaal in het land verblijven.
De gevangenis van Haren levert vrij specifieke problemen op voor de DAB-agenten. Aangezien het om een penitentiair complex gaat en niet om een traditionele gevangenis, kunnen gedetineerden zich gemakkelijker verplaatsen. Daardoor is het bijna onmogelijk om een gedetineerde op te halen als hij zich niet op de afgesproken plaats en tijd voor zijn overbrenging meldt. Bovendien zijn veel overbrengingen vanuit Haren bestemd voor gerechtsgebouwen buiten het gerechtelijk arrondissement Brussel, wat meer politiecapaciteit vereist. We moeten dus absoluut inzetten op videohoorzittingen, zodat het aantal noodzakelijke verplaatsingen kan worden verminderd.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
U geeft een overzicht van de initiatieven die de laatste weken zijn genomen. Ik kan begrijpen dat de personeelsproblemen niet van vandaag op morgen opgelost zullen zijn, maar als een gedetineerde tot vijf keer toe niet kan verschijnen op een rechtbank, dan is dat een groot probleem. Als de rechtbank het dan nog uitdrukkelijk vraagt en men geraakt niet hoger op de prioriteitenlijst, dan krijgt men zo'n uitspraken. Ik betreur dat. Dat toont aan dat er heel grote problemen zijn.
Ik begrijp dat de problemen zich misschien eerder voordoen bij overbrengingen vanuit Haren. Dat was ook de vorige keer het geval. Dat moet dan toch bekeken worden. U verwijst naar het feit dat gedetineerden zich gemakkelijker kunnen verplaatsen op het grote domein, dat we destijds hebben bezocht. Dat valt toch ook te regelen? Men haalt gedetineerden meestal heel vroeg 's ochtends op en niet op een moment dat deze gaan wandelen zijn. Er moet toch eens samen met de directie van Haren worden bekeken hoe dat beter kan worden georganiseerd.
Zoals ik de vorige keer al suggereerde, waarom kan de overbrenging van een gedetineerde vanuit Haren naar een zitting in Brugge of Gent niet op een ander tijdstip gebeuren, bijvoorbeeld de ochtend ervoor? De overbevolking is heel groot, ook in Gent, Brugge en andere gevangenissen, maar als dat maar voor een nacht is, dan kan dat misschien een oplossing zijn, zodat de rechtszaak kan doorgaan. Dat zal waarschijnlijk ook wel voor andere problemen zorgen, maar zo kan het in elk geval niet verder.
Alexander Van Hoecke:
Op korte tijd werd twee keer een crimineel vrijgesproken omdat hij niet van zijn cel naar de rechtbank kan worden gebracht om zijn eigen rechtszaak bij te wonen. Dat zou absolute prioriteit moeten krijgen. Ik begrijp dat u niet alles op vijf minuten kunt oplossen. De zaken waarnaar u verwijst, zijn echter alleen zaken op de lange termijn. Er is overleg gepleegd, er zullen 240 nieuwe agenten worden aangeworven en er komen nieuwe stelwagens. Dit is echter een probleem dat onmiddellijk in de kiem gesmoord moet worden. Dit zou nooit mogen gebeuren, ongeacht de omstandigheden. Als het probleem zich inderdaad voordoet in de gevangenis van Haren en voornamelijk daar – de twee gevallen hadden immers allebei betrekking op een overbrenging vanuit die gevangenis – dan lijkt het me belangrijk dat u naar daar gaat om te horen wat de problemen zijn om daarna op korte termijn in te grijpen, opdat dit absoluut nooit meer gebeurt. U hebt op een aantal vragen niet geantwoord. Kunt u bevestigen dat het parket wel degelijk in beroep is gegaan tegen die beslissing? Het kan zijn dat ik dat gemist heb, maar volgens mij hebt u niet op mijn vraag daarover geantwoord. Mijn vraag met betrekking tot de incidentie van het aantal mislukte overbrengingen hebt u volgens mij ook niet beantwoord. Die cijfers zal ik dan nog schriftelijk opvragen.
De stand van zaken van het aangekondigde sociaal akkoord voor het gevangenispersoneel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sophie De Wit wijst op structurele problemen in gevangenissen (personeelstekort, hoge werkdruk, ziekteverzuim) en vraagt om concrete stappen richting het sociaal akkoord (beloofd voor 1 januari 2026), met twijfel over de haalbaarheid. Minister Annelies Verlinden meldt dat er een concreet plan (werving, opleiding, veiligheid, welzijn, loon) op tafel ligt, nu bij vakbonden in overleg, met afronding gepland op 9 januari; ze benadrukt dat de maatregelen "het verschil moeten maken". De Wit reageert kritisch-sceptisch en stelt de afronding op 9 januari als cruciale test.
Sophie De Wit:
Ik verwijs naar mijn ingediende vraag.
Het is algemeen bekend dat het gevangenispersoneel vandaag werkt in bijzonder moeilijke omstandigheden. Het personeelstekort is structureel, de werkdruk hoog en het ziekteverzuim aanzienlijk.
In de beleidsnota Justitie 2024-2025 staat hierover op pagina 26 te lezen:
“Het gevangenispersoneel werkt in bijzonder moeilijke omstandigheden, maar is wel de sleutel tot een geslaagde reclassering en re-integratie. Om de werkomstandigheden van het gevangenispersoneel te verbeteren, sluiten we tegen 1 januari 2026 een sociaal akkoord dat erop gericht is het beroep aantrekkelijker te maken, het gebrek aan gevangenispersoneel aan te pakken, de aanwervingsprocedures te optimaliseren, het absenteïsme terug te dringen en de medewerkers beter op te leiden.”
Tegelijk zagen we de voorbije maanden sociale acties en duidelijke noodsignalen vanuit zowel de vakbonden als de gevangenisdirecties en werd vanaf 1 december een regeling inzake minimale dienstverlening ingevoerd, wat de ernst van de personeelssituatie alleen maar onderstreept.
Ik heb volgende vragen voor u:
In welke fase bevinden de onderhandelingen zich vandaag en welke concrete maatregelen liggen daarbij momenteel effectief op tafel?
Acht u het realistisch en haalbaar dat dit sociaal akkoord effectief tegen 1 januari 2026 wordt afgesloten? Welke verdere stappen voorziet u indien deze deadline niet wordt gehaald?
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega De Wit. De onderhandelingen in het kader van het sociaal akkoord, zoals vooropgesteld in de beleidsnota, zijn de afgelopen maanden intensief gevoerd. Tijdens het laatste overleg, op 17 december, is een concreet sociaal plan aan de vakbonden voorgesteld. Dat plan wordt nu bij de achterban afgetoetst. Op vrijdag 9 januari, overmorgen, wordt het overleg voortgezet en wat mij betreft ook afgesloten.
De focus van het actieplan ligt op het voorstellen van maatregelen in het kader van de volgende vijf uitdagingen. Ten eerste, de werving en selectie, om betere en snellere procedures voor kandidaten op een krappe arbeidsmarkt mogelijk te maken. Ten tweede, de opleiding. Het gaat over extra vorming, met het oog op personeelsbehoud en doorgroeimogelijkheden. Ten derde, de veiligheid, om extra maatregelen te kunnen nemen die het personeel beter beschermen tegen agressie van gedetineerden. Ten vierde, het welzijn, met initiatieven voor medewerkers die bijkomende begeleiding wensen in moeilijke werkomstandigheden. Ten slotte ten vijfde, een competitief weddepakket voor het personeel, in lijn met dat van andere veiligheidsberoepen.
Wat uw vraag inzake de haalbaarheid betreft, doen we er alles aan om een zo volledig mogelijk sociaal plan voor te stellen dat maatregelen omvat op de voormelde vijf grote domeinen. We zijn ervan overtuigd dat we maatregelen voorstellen die het verschil maken voor ons personeel en voor onze organisatie. Dat is belangrijk, want de bekommernissen die het personeel naar voren heeft geschoven zijn precies die zaken waaraan we willen werken om de aantrekkelijkheid van het beroep te kunnen verhogen.
Sophie De Wit:
Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik denk dat dit belangrijke onderhandelingen zijn. Ik zal 9 januari afwachten en dan kom ik hier zeker nog op terug. We zullen zien wat u op 9 januari inderdaad kunt afsluiten. U zegt dat u het dan wilt rondkrijgen. We hebben dus nog even geduld. Dank u wel.
Het tekort aan cipiers en ondersteunend personeel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marijke Dillen wijst op acute overbevolking in gevangenissen en recordvacatures voor cipiers (370 in Vlaanderen/Brussel), wat de opening van nieuwe gevangenissen—zoals Antwerpen—dreigt te vertragen door personeelstekort (200 cipiers nodig) en stijgend absenteïsme (10%) door werkdruk en "mensonwaardige omstandigheden". Ze vraagt om concrete oplossingen, versnelde selectie en budget voor betere werkomstandigheden. Minister Annelies Verlinden erkent het structurele wervingsprobleem (o.a. door arbeidsmarktkrapte) en somt maatregelen op: mediacampagnes, versnelde selectie (zonder kwaliteitsverlies), 30 extra recruiters, EU-burgers aantrekken en private beveiliging inzetten, plus een sociaal plan met vakbonden voor beter welzijn en statuut. Ze verhoogt het employerbranding-budget met €500.000. Dillen bekritiseert dat ondanks aanwervingen de tekorten blijven en eist uitbreiding van de Brusselpremie naar alle gevangenissen, plus snel verbeterd statuut om het beroep aantrekkelijker te maken, met nadruk op Antwerpen als knelpunt.
Marijke Dillen:
De problematiek van de overbevolking in de gevangenissen blijft maar aanslepen. Extra plaatsen creëren is dus de boodschap. Maar wanneer bijkomende capaciteit kan worden gecreëerd is het uiteraard ook belangrijk om voldoende cipiers en ondersteunend personeel zoals onderhoudstechnici en keukenpersoneel te vinden. Helaas is dit een groot knelpunt. Het aantal vacatures voor cipiers is in één jaar tijd verdrievoudigd en zit op een recordhoogte. De Vlaamse en Brusselse gevangenissen hadden einde november ongeveer 370 vacatures voor cipiers openstaan. Het doel om ongeveer 7500 voltijds equivalenten te vinden voor het ganse land kan onmogelijk worden gehaald. Bij de bestaande gevangenissen is er een tekort van 300 voltijdse cipiers. Het vinden van voldoende personeel is dan ook een zeer grote uitdaging.
Uit berichten blijkt dat de opening van nieuwe gevangenissen in het gedrang dreigt te komen door een gebrek aan voldoende cipiers en ondersteunend personeel. Zo bijvoorbeeld wat de nieuwe gevangenis van Antwerpen betreft waar nog 200 cipiers en andere personeelsleden worden gezocht. Maar deze problematiek stelt zich ook voor de opening van nieuwe aangekondigde detentiehuizen.
Ook is er een stijging van het absenteïsme met meer dan 10%, o.m. als gevolg van de enorme werkdruk en de mensonwaardige werkomstandigheden.
Kan de minister hierover meer toelichting geven? Wat zal de weerslag van deze ernstige problematiek zijn voor de opening van de gevangenis van Antwerpen en voor de opening van aangekondigde detentiehuizen? Kloppen de berichten dat de opening van nieuwe gevangenissen in het gedrang dreigt te komen door een tekort aan cipiers?
Welke initiatieven heeft de minister genomen om ervoor te zorgen dat er voldoende cipiers en ondersteunende medewerkers zijn voor de nieuwe capaciteitsprojecten? Graag een concreet overzicht per project. Wordt er gewerkt met versnelde selectieprocedures? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?
Kan de minister toelichting geven betreffende de lopende grote rekruteringscampagnes die aangekondigd zijn?
Kan de minister mij mededelen welke initiatieven er genomen zijn om te zorgen voor veilige en correcte werkomstandigheden in de gevangenissen die geconfronteerd worden met een overbevolking in het algemeen en de problematiek van de grondslapers in het bijzonder? Worden er hiervoor bijkomende budgetten voorzien?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, de problematiek van de krapte op de arbeidsmarkt is een alom bekend probleem, vooral in de regio Antwerpen. Dat probleem manifesteert zich in verschillende sectoren, zowel publiek als privé.
De administratie heeft de voorbije jaren tal van initiatieven genomen om de functies binnen haar diensten beter te positioneren op de arbeidsmarkt. Zo werd geïnvesteerd in een betere employerbranding via mediacampagnes, met inbegrip van sociale media, via aanwezigheid op jobbeurzen, door het organiseren van bezoekmomenten aan onder meer gevangenissen enzovoort. Deze investeringen worden uiteraard verdergezet. Deze legislatuur wil ik het budget voor employerbranding met 500.000 euro verhogen.
In overleg met de FOD BOSA werden ook inspanningen geleverd om de selectieprocedures te optimaliseren, vooral wat de doorlooptijd betreft. Daarbij moet een blijvend evenwicht worden gevonden tussen enerzijds snel aanwerven om geen kandidaten en laureaten te verliezen en anderzijds de kwaliteit van de aanwervingen hooghouden. Het mag immers niet zo zijn dat de druk om snel bijkomend personeel aan te werven ertoe leidt dat de filters die moeten garanderen dat de juiste mensen worden aangeworven, niet meer functioneren.
Al deze initiatieven hebben hun vruchten afgeworpen, maar de inspanningen moeten worden volgehouden en voortgezet. Ze hebben er immers nog niet voor kunnen zorgen dat de voorziene personeelskaders duurzaam ingevuld worden en blijven. Daarom blijven we in gesprek gaan met de minister van Ambtenarenzaken en de FOD BOSA om de aanwervingsprocedure verder te versterken.
Daarnaast onderzoeken we niet alleen op welke manier private veiligheidsfirma’s kunnen worden ingezet voor de contactluwe bewakingsopdrachten, maar ook of we de functie toegankelijk kunnen maken voor burgers van andere EU-lidstaten en of we in bepaalde situaties kunnen afwijken van de diplomavereisten vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. Daarbij zullen we uiteraard steeds oog hebben voor de kwaliteit van de profielen die we voor onze gevangenissen willen aanwerven.
De komende maanden zullen we onze personeelsdienst versterken met 30 recruiters, die decentraal zullen kunnen worden ingezet om de selectie op een efficiënte manier te organiseren en beter te kunnen samenwerken met onder meer de VDAB en lokale initiatieven. In samenwerking met de minister van Ambtenarenzaken wordt ook onderzocht hoe we een beroep kunnen doen op federale recruiters voor onze prioritaire aanwervingen.
U merkt terecht op dat ook andere omkaderende maatregelen een impact kunnen hebben op de wervingsattractiviteit. In deze legislatuur zullen maatregelen worden genomen om het welzijn, de opleiding en de veiligheid van onze gevangenismedewerkers te verbeteren. Die maatregelen worden momenteel besproken met de vakbonden, zoals ik daarnet al toelichtte, in het kader van het sociaal plan, dat zowel de werkomstandigheden als de aantrekkelijkheid van de functies moet verbeteren.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, werken aan een versnelde selectieprocedure is natuurlijk belangrijk. U stelt ook terecht dat er voldoende aandacht moet worden besteed aan de kwaliteit van de profielen. Het betreft immers een functie waarbij moet worden gewaarborgd dat ze het juiste profiel hebben, aangezien de mensen in een gevangenis gaan werken. Vandaag verschenen nog artikelen in de media waaruit blijkt dat er meer penitentiaire beambten werden aangenomen, maar dat de tekorten nog steeds zeer groot blijven. Er zijn knelpunten, zeker in Antwerpen. Daar moet dan ook heel aandachtig aan worden gewerkt, want het kan niet - zoals uit berichten is gebleken - dat de opening van nieuwe gevangenissen, zeer specifiek in Antwerpen, in het gedrang zou komen door een gebrek aan voldoende personeel. Dat geldt overigens ook voor de aangekondigde nieuwe detentiehuizen. Ik wens u dan ook veel succes bij de selectieprocedures en de aanwervingen. Ik hoop dat veel mensen aangetrokken worden tot dit beroep. Het is dan echter ook belangrijk om te zorgen voor een beter statuut voor de penitentiaire beambten. Ik blijf benadrukken dat de Brusselpremie eigenlijk niet alleen voor Haren van toepassing mag zijn, deze zou voor alle gevangenissen van toepassing moeten zijn. Er zijn nog andere maatregelen die kunnen worden genomen om het statuut te verbeteren. Ik ben benieuwd naar wat uit het sociaal plan naar voren zal komen, maar hieraan moet zeker meer aandacht worden besteed.
De maatregelen tegen de overbevolking van de gevangenissen
De negatieve beslissing van de ministerraad van 23 december 2025 i.v.m. de gevangenissen
De overbevolking van de gevangenissen en de onmacht van de regering om maatregelen te nemen
Gevangenisoverbevolking en falend beleid
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Marijke Dillen en Stefaan Van Hecke bekritiseren de chronische overbevolking in gevangenissen (20% boven capaciteit, 500+ grondslapers) en de mensonwaardige omstandigheden, die agressie en personeelstekorten verergeren. Dillen bekritiseert het voorgestelde plan voor vervroegde vrijlating (o.a. 1 jaar eerder) als "straffeloosheid" en eist strengere terugkeer van vreemdelingen; Van Hecke pleit voor elektronisch toezicht en een structureel debat over alternatieven zoals detentiehuizen. Minister Verlinden bevestigt de crisis, wijst op noodmaatregelen (600+ vervroegde invrijheidsstellingen, 800+ elektronische enkelbanden) en een expertcommissie voor langetermijnoplossingen, maar erkent dat de regering nog geen akkoord bereikte over verdere stappen. Dillen verwerpt strafkorting als "maatschappelijk onaanvaardbaar".
Marijke Dillen:
3.200 veroordeelde criminelen mogen vrij blijven rondlopen omdat dit land er maar niet in slaagt voldoende capaciteit te voorzien in de gevangenissen. De problematiek van de overbevolking in de gevangenissen blijft maar aanslepen. Er zijn momenteel 20% gedetineerden meer dan de capaciteit toelaat. Ook het aantal grondslapers blijft maar toenemen. Dit leidt tot spanningen en stress, lokt agressie uit zowel naar het personeel toe als tussen gedetineerden onderling.
Het is algemeen bekend dat de Directeur-Generaal van het Gevangeniswezen Mathilde Steenbergen vandaag een pleidooi houdt voor een aanzienlijke strafkorting. Toch merkwaardig dat de Directeur-Generaal die nu dagelijks aan de alarmbel trekt de kabinetschef was van de vorige ministers van Justitie op wiens initiatief de korte gevangenisstraffen moesten uitgevoerd worden op een ogenblik dat ook toen de overbevolking aanzienlijk was.
Opnieuw zijn er berichten dat de minister sommige criminelen een jaar vroeger uit de cel wil halen. M.a.w. bepaalde gedetineerden zouden een jaar voor het einde van de straf in aanmerking komen voor vervroegde vrijlating.
Ik blijf herhalen: deze aankondigingen veroorzaken maatschappelijke beroering. Een quasi automatische vervroegde vrijlating is een zeer ingrijpende en potentieel gevaarlijke oplossing. In plaats van een kordaat en geloofwaardig Justitiebeleid wordt er gekozen voor een toenemende straffeloosheid.
Kan de minister eindelijk duidelijkheid geven betreffende de aangekondigde plannen om de overbevolking aan te pakken? Op welke gedetineerden zal dit van toepassing zijn? Is er ter zake eensgezindheid binnen de regering om deze problematiek aan te pakken?
Waarom blijft de minister kiezen voor symptoombestrijding terwijl er eigenlijk een grondig uitgewerkt plan van aanpak moet worden uitgewerkt met o.a. extra capaciteit en een versnelde terugkeer van criminele vreemdelingen en illegalen bijvoorbeeld, om te waken over een daadwerkelijke uitvoering van uitgesproken straffen? Gaat de minister hier eindelijk werk van maken?
Hoe kan de minister uitleggen dat de burgers in het algemeen en de slachtoffers in het bijzonder nog vertrouwen hebben in het Justitiebeleid wanneer uitgesproken straffen niet systematisch worden uitgevoerd? Hoe garandeert de minister de veiligheid van de bevolking en van de slachtoffers? Hoe verhoudt deze maatregel zich tot het principe van rechtszekerheid en het vertrouwen van de burger in de strafuitvoering?
De laatste ministerraad van 23 december 2025 is uiteen gegaan zonder een akkoord over de gevangenissen. 3200 veroordeelde criminelen mogen vrij blijven rondlopen omdat dit land er maar niet in slaagt voldoende capaciteit te voorzien in de gevangenissen en de problematiek van de overbevolking in de gevangenissen blijft maar aanslepen. Er zijn momenteel 20% gedetineerden meer dan de capaciteit toelaat. Ook het aantal grondslapers blijft maar toenemen. Dit leidt tot spanningen en stress, lokt agressie uit zowel naar het personeel toe als tussen gedetineerden onderling.
Een oplossing is ver weg. Deze laatste Ministerraad heeft blijkbaar geen akkoord bereikt over de door de minister voorgestelde oplossingen voor de overbevolking. De minister mag dan wel verklaren: “De urgentie is groot, ik blijf aandringen op een akkoord." Maar zonder resultaat.
In een persmededeling heeft de minister verklaard dat “omwille van het groot aantal grondslapers er bij urgentie een oplossing nodig is. Daarom dringen maatregelen zich op die op korte termijn het verschil kunnen maken". Welke maatregelen werden er voorgelegd? Graag gedetailleerde toelichting.
Welke argumenten ten gronde heeft de minister aangewend om een oplossing voor te stellen waarbij het aantal grondslapers duurzaam wordt weggewerkt, de wachtlijst van 3200 veroordeelden wordt weggewerkt en tegelijkertijd er wordt gezorgd voor veiligere werkomstandigheden voor het penitentiair personeel?
Welke aandacht werd er hierbij besteed voor een bijkomende ondersteuning van het penitentiair personeel? Kan de minister hierover een gedetailleerde toelichting geven? Wordt er hiervoor ook een bijkomend budget voorzien?
Kan de minister meer toelichting geven betreffende de argumenten van de Ministerraad om het voorgelegde voorstel niet te ondersteunen?
De minister vindt samenwerking met de minister van Asiel en Migratie en Volksgezondheid noodzakelijk in dit dossier. Welke voorstellen werden er voorgelegd aan deze Ministerraad om deze samenwerking kracht bij te zetten? Wat is het standpunt van de betrokken ministers? Graag gedetailleerde toelichting.
Stefaan Van Hecke:
De structurele overbevolking in onze gevangenissen neemt onhoudbare proporties aan . Ondanks de noodwet en beloften blijft de situatie niet alleen ongewijzigd, maar verslechtert zij zichtbaar.
Begin januari luidde de commissie van Toezicht van de Gevangenis van Gent opnieuw de alarmbel. In een brief wordt gesproken over een dramatische en mensonwaardige situatie, met een capaciteitsoverschrijding van meer dan 200 procent op de mannenafdeling en 130 procent bij de vrouwen. Gedetineerden verblijven vaak met drie personen in cellen van minder dan negen vierkante meter en zitten tot 23 uur per dag opgesloten. Tegelijk is er een ernstig personeelstekort en verblijven er meer dan 200 geïnterneerden zonder dat de nodige zorg kan worden gegarandeerd.
Ook elders nemen de noodsignalen toe. De gouverneur van Antwerpen riep recent expliciet op tot een ruimer gebruik van elektronisch toezicht. Vanuit de sector en de toezichtsorganen klinkt bovendien steeds luider de vraag om quota of een maximumcapaciteit wettelijk vast te leggen, om te vermijden dat gevangenissen systematisch boven hun draagkracht blijven functioneren.
De gevangenisomgeving is een mensonterende en vernederende omgeving. Kunnen we op deze manier verwachten dat mensen na hun straf een betere versie van zichzelf zijn geworden?
Ondertussen slaagt de regering er niet in om tot maatregelen te komen die de overbevolking kunnen terugdringen.
Tegen die achtergrond wens ik u de volgende vragen te stellen:
Hoe beoordeelt u de recente noodkreten uit de sector(o.a. van de commissie van Toezicht van de Gentse gevangenis), en erkent u dat de huidige situatie structureel mensonwaardig is en verder achteruitgaat?
Welke concrete en onmiddellijke maatregelen zult u nemen om de overbevolking in zwaar getroffen gevangenissen effectief terug te dringen op korte termijn?
In welke mate bent u bereid het gebruik van elektronisch toezicht en andere vrijheidsbeperkende alternatieven systematisch uit te breiden, zoals gevraagd door onder meer de gouverneur van Antwerpen? Bent u hierover in overleg met uw Vlaamse collega?
De regering slaagt er niet in om een akkoord te bereiken over nieuwe maatregelen om de overbevolking effectief aan te pakken. Wat is de stand van zaken ? Welke pistes heeft u op tafel gelegd.
Annelies Verlinden:
Collega's, ik vertel u uiteraard niets schokkends als ik zeg dat het gevangeniswezen in crisis verkeert. In bijna alle gevangenissen samen slapen momenteel in totaal nog steeds meer dan 500 gedetineerden op een matras op de grond. De cijfers zijn de voorbije twee weken weliswaar ietwat gedaald, maar dat is allicht toe te schrijven aan het seizoenseffect van de kerstvakantie.
Een dergelijk groot aantal grondslapers, samen met een overbevolking van 2.000 personen, is vanuit menselijk, operationeel en juridisch oogpunt volstrekt onverdedigbaar, zowel voor de gedetineerden als voor het personeel dat in deze omstandigheden moet werken. Net voor kerst was ik in de gevangenis in Antwerpen en vanochtend was ik in de gevangenis van Oudenaarde en de nieuwe gevangenis van Dendermonde. De situatie is overal schrijnend en problematisch. Ik begrijp dus maar al te goed de noodkreten op het terrein en van de Commissie van Toezicht.
Mijnheer Van Hecke, ik lees aandachtig de boodschappen van de verschillende actoren over de problematiek, ga waar mogelijk op bezoek en spreek vrijwel elke dag met mensen op het terrein. Het is mijn vaste overtuiging als politicus en als mens dat we deze omstandigheden zo snel mogelijk moeten verbeteren, zonder daarbij uiteraard afbreuk te doen aan de veiligheid van onze samenleving en zonder het principe van een correcte bestraffing te ondermijnen. Veiligheid, rechtvaardigheid en menselijkheid horen elkaar niet uit te sluiten, maar kunnen elkaar versterken.
De problematiek van de overbevolking is een oud zeer dat al decennia teruggaat. Een magische oplossing bestaat helaas niet, temeer daar het probleem rechtstreeks voortvloeit uit een aantal fenomenen en problemen in onze maatschappij op het vlak van preventie, integratie en welzijn. Vele van mijn voorgangers hebben naar een oplossing gezocht, maar dat ik vorig jaar het gevangeniswezen in crisis heb aangetroffen, betekent dat ook die voorgangers die oplossing niet hebben gevonden.
Ik ben er daarom van overtuigd dat er zich een diepgaand debat opdringt inzake de strafrechtketen en de vrijheidsberoving in ons bestraffingsarsenaal. Om die reden hebben we vorige zomer dan ook een commissie overbevolking opgericht, zodat een multidisciplinaire groep van experts en magistraten zich kan buigen over alle aspecten van deze vraagstelling en aanbevelingen kan formuleren die duurzaam en toekomstgericht zijn. Een duidelijk routeplan voor de toekomst verhindert immers dat we, zoals nu, crisis na crisis branden moeten blussen.
Dat neemt echter niet weg dat we er vandaag al alles aan doen om de problematiek van de detentieomstandigheden urgent op te lossen. We werken dus op de korte, middellange en lange termijn. In het globaal plan om de overbevolking structureel aan te pakken, dat op 18 juli door de ministerraad werd goedgekeurd, worden maatregelen voorzien op het vlak van penitentiaire capaciteitsuitbreiding, de bevordering van een snellere en vlottere terugkeer van veroordeelden zonder verblijfsrecht, waarbij ook wordt ingezet op het gebruik van de beschikbare capaciteit in de gesloten centra, de wederafstemming van de werkprocessen en de verhoging van de escortecapaciteit, de versterking van de dienst bevoegd voor de tussenstaatse overbrenging en de creatie van bijkomende plaatsen voor geïnterneerden in zorginstellingen door de minister van Volksgezondheid.
Daarnaast werden door ons ook voorstellen geformuleerd met betrekking tot de wijze van uitvoering van de vrijheidsberovende straf. De grote toename van de detentiepopulatie is toe te schrijven aan de uitvoering van de straffen tot en met drie jaar. De noodwet die op 4 augustus in werking is getreden, heeft ontegensprekelijk een effect gehad. Er gingen overeenkomstig de noodwet meer dan 600 veroordeelden voor welbepaalde straffen in vervroegde invrijheidsstelling, met de nodige veiligheidsgaranties, omwille van de overbevolking. Meer dan 1.000 gedetineerden zijn overeenkomstig de voorwaarden in strafonderbreking gegaan. Aan meer dan 800 veroordeelden voor straffen tot drie jaar werd een elektronisch toezicht toegekend en aan 178 een VI.
Ondanks die noodmaatregelen stellen we vast dat dit effect tenietgedaan wordt door, zoals gezegd, de uitvoering van de straffen tot en met drie jaar, de stopzetting van de in de vorige legislatuur besliste onwettige noodmaatregelen, waaronder de VPV-regeling en de opschorting van de tenuitvoerlegging van bepaalde straffen tot 3 jaar.
De situatie in onze gevangenissen is onhoudbaar. Daarnaast is er een stock van ongeveer 3.200 gedetineerden die nog niet uitgenodigd zijn om naar de gevangenis te gaan.
Daarom was ik al meerdere weken geleden genoodzaakt de regering een bijkomend pakket van noodmaatregelen voor te stellen om het urgente probleem van de grondslapers zo snel als mogelijk aan te pakken. De gesprekken over bijkomende maatregelen zijn evenwel nog lopende. Dit is natuurlijk een complex dossier.
Om deze gesprekken alle kansen op slagen te geven, vooral in het belang van het penitentiair personeel, is het niet opportuun vandaag in veel details te treden over de concrete inhoud van het pakket. Ik kan alvast zeggen dat het een evenwichtig pakket aan maatregelen is, dat op verschillende fronten inzet, dus ook op bijkomende capaciteit voor gedetineerden, maar ook voor geïnterneerden, en op de terugkeer van mensen zonder wettig verblijf.
Marijke Dillen:
Dank u, mevrouw de minister. Dit is een probleem dat al jaren, al decennia, aansleept. Ook het probleem van de grondslapers blijft maar toenemen, wat natuurlijk leidt tot spanningen, tot stress en tot agressie, zowel tussen de gedetineerden als tussen gedetineerden en het personeel.
Mevrouw de minister, ik was zondag in de gevangenis van Antwerpen, in een andere hoedanigheid weliswaar. Ik heb daar met verschillende cipiers kunnen spreken. Er waren op dat ogenblik zeer veel grondslapers. Die mensen slapen dus op de grond, met veel te weinig dekens. Het is ijskoud in die cellen. Dat is een beschaafd land als het onze absoluut onwaardig. Daar moet dringen een antwoord op worden geboden, mevrouw de minister.
Er moet gewerkt worden aan maatregelen op korte, middellange en lange termijn om de capaciteitsuitbreiding te realiseren. Als er eens versterkt gewerkt zou worden aan het terugsturen van illegalen en van gedetineerden die niet over onze nationaliteit beschikken, komt er behoorlijk wat capaciteit vrij. Men moet daar kordater in zijn. Weigeren de landen van herkomst hun gedetineerden terug te nemen, dan moet ons land dat koppelen aan maatregelen op het vlak van bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking. Pak die ontwikkelingssamenwerking gewoon af. Er moeten ook maatregelen komen op het vlak van handelsakkoorden. Het zijn maar twee voorbeelden.
Tot slot, mevrouw de minister, hebben we allemaal kunnen lezen dat in de ministerraad op dinsdag 23 december 2025 geen akkoord werd bereikt over de door u voorgestelde oplossingen. Ik wil niet aandringen en ik kan er begrip voor opbrengen dat u hier vandaag geen toelichting geeft over het totale pakket, zolang er geen definitieve beslissing is, om de rust te vrijwaren.
Wat mij echter mateloos stoort, mevrouw de minister, is het feit dat de directeur van het Gevangeniswezen al wekenlang een pleidooi houdt voor een aanzienlijke strafkorting. Dat is toch heel merkwaardig, aangezien die directeur-generaal die vandaag aan de alarmbel trekt, onder de vorige twee ministers van Justitie kabinetschef was, op wiens initiatief korte gevangenisstraffen effectief moesten worden uitgevoerd.
Ik denk, mevrouw de minister, dat u het aan de bevolking niet kan verkopen dat er opnieuw een strafkorting komt. Er wordt over gesproken om minstens een aantal criminelen een jaar vroeger vrij te laten. Welnu, mevrouw de minister, dat zorgt voor maatschappelijke beroering. Daar is absoluut geen maatschappelijk draagvlak voor. Dat beantwoordt niet aan een kordaat en geloofwaardig justitiebeleid. U zult met andere maatregelen moeten komen.
Stefaan Van Hecke:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoorden. Vanuit verschillende hoeken wordt inderdaad gevraagd om in te grijpen. Daarbij gaat het ook over de gouverneurs, die zich de afgelopen week in het debat hebben gemengd, over de commissies van toezicht en over de burgemeesters van de steden waar die gevangenissen zich bevinden. Zij zijn aangesproken en zullen misschien opnieuw maatregelen nemen, zoals ze dat in het verleden al hebben gedaan, wat ook tot hun wettelijke mogelijkheden behoort.
U pleit voor een diepgaand debat. Ik ben het daarmee eens. Dat debat voeren we permanent en we weten allemaal waar de problemen zitten. Iedereen is het erover eens dat er moet worden ingezet op de geïnterneerden. Er wordt ook veel gesproken over personen zonder verblijfsrecht. Er zijn echter nog een aantal andere problemen waar weinig aandacht voor is en die blijkbaar moeilijk liggen.
Wat doen we bijvoorbeeld met het grote aantal personen in voorlopige hechtenis? Moeten we ook daar niet proberen in te grijpen, hoe moeilijk dat ook is? We hebben het ook al eerder gehad over het feit dat veel gedetineerden meer dan 50 % van hun straf uitzitten. Sommigen vragen zich af of er wel een draagvlak zou zijn voor een maatregel waarbij mensen een jaar voor het einde van hun straf worden vrijgelaten. Veel mensen denken nog altijd dat iedereen automatisch na een derde van de straf vrijkomt, wat zou betekenen dat iemand die zes jaar kreeg, na twee jaar wordt vrijgelaten. Dat is niet zo. Toch denken veel mensen dat. Eén jaar vroeger vrijkomen betekent voor iemand met een straf van tien jaar dat die persoon negen jaar effectief in detentie blijft, terwijl die persoon in theorie ook al na een derde van de straf zou kunnen vrijkomen, op voorwaarde dat aan alle voorwaarden is voldaan. Het komt er dus op aan dergelijke maatregelen goed te kaderen en goed uit te leggen. We mogen geen enkele piste op voorhand uitsluiten.
Mevrouw de minister, het gaat inderdaad ook over korte straffen. Er was een heel breed draagvlak in het Parlement om ook die korte straffen uit te voeren of een vorm van uitvoering te geven. Dat niet doen is niet conform de rechtsstaat. Op een bepaald moment moet men misschien wel vaststellen dat er niet genoeg capaciteit is en dat er even moet worden getemporiseerd. Dat betekent niet dat men de straffen niet moet uitvoeren, want ik ben er principieel voorstander van dat een straf wordt uitgevoerd. Op een bepaald moment moet men echter even temporiseren.
Tevens moeten we verder inzetten op detentiehuizen. We weten allemaal hoe moeilijk het lokaal op het terrein is om daarin stappen vooruit te zetten. Dat ligt niet aan u en evenmin aan de vorige ministers. De budgetten waren er en de gedrevenheid was er. Iedereen weet dat dit goede oplossingen zijn, maar op het terrein blijkt dit geen evidente opdracht.
Mevrouw de minister, het is belangrijk dat de regering op korte termijn tot akkoorden kan komen. Er zijn niet alleen maatregelen op lange termijn nodig, maar zeker en vast ook op korte termijn, om de druk van de ketel te halen. We zullen dit van heel nabij blijven opvolgen.
De voorzitster : We komen aan de interpellaties nrs. 56000202I en 5600203I van mevrouw Dillen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de voorzitster, ik was niet op de hoogte dat mijn interpellaties aan de agenda waren toegevoegd. Is het oké om ze uit te stellen tot volgende week? De voorzitster : Dat is genoteerd.
De branden in verschillende gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Marijke Dillen roept een reeks dodelijke en opzettelijke celbranden (Antwerpen, Hasselt, Dendermonde, eind 2025) vragen op over veiligheid, oorzaken (psychische problemen, suïcidepogingen) en structurele tekorten (overbevolking, personeelstekort, infrastructuur), met de vraag of er sprake is van een stijgende trend. Minister Verlinden bevestigt dat opzettelijke brandstichting (Antwerpen, Dendermonde) en onderzochte incidenten (Hasselt) de veiligheid ondermijnen, prijst het professioneel crisisbeheer door personeel, maar erkent dat overbevolking (2.500 gedetineerden te veel) evacuaties bemoeilijkt en risico’s verergert. Ze wijst op preventieve maatregelen (risicomonitoring, brandweertraining, blusmiddelenaudit) en een nationale controle van noodplannen, maar ontkent geen verband met systeemdruk. Verlinden stelt dat suïcidepogingen altijd voorkwamen, maar de huidige overbevolking de weerbaarheid verzwakt—geen toeval, volgens haar, maar rechtstreeks gevolg van capaciteitstekorten. Dillen blijft kritisch op trends en opvolging.
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De laatste week van 2025 hebben er in verschillende Vlaamse gevangenissen branden plaatsgevonden in de cellen van gedetineerden. Dit brengt niet alleen de veiligheid van het penitentiair personeel maar ook van de gedetineerden ernstig in gevaar. In de gevangenis van Antwerpen heeft een psychisch gestoorde gedetineerde de matras in zijn cel in brand gestoken met ernstige rookontwikkeling tot gevolg waardoor meer dan 100 gedetineerden dienden te worden geëvacueerd. Ook in de gevangenis van Dendermonde is er brand uitgebroken in een cel waarbij zowel een gedetineerde als een personeelslid gewond zijn geraakt. Erger nog was het in de gevangenis van Hasselt waarbij na een brand in zijn cel de betrokken gedetineerde is overleden en 2 personeelsleden uit voorzorg naar het ziekenhuis werden gebracht.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende de concrete omstandigheden en de oorzaken van de verschillende branden? Gaat het telkens om opzettelijke brandstichting door een gedetineerde? Welke initiatieven werden er genomen om de veiligheid van het penitentiair personeel en de gedetineerden te waarborgen?
Ziet de minister een verband met de problematiek van de overbevolking, van het tekort aan penitentiair personeel of van de gebrekkige infrastructuur?
Gaat de minister initiatieven nemen om structurele en preventieve maatregelen uit te werken om herhaling van dergelijke gevaarlijke situaties te voorkomen?
Kan de minister cijfers geven van gelijkaardige incidenten in andere gevangenissen in dit land? Is er sprake van een stijgende trend?
Annelies Verlinden:
De incidenten waarnaar u verwijst, zijn uiteraard ernstig en ingrijpend. Ze raken rechtstreeks aan de veiligheid van het penitentiair personeel en ook aan die van de gedetineerden. Ik wil daarom duidelijk stellen dat elk dergelijk incident grondig wordt onderzocht en dat de bescherming van iedereen binnen onze gevangenissen de absolute prioriteit blijft.
Wat de concrete omstandigheden betreft, kan ik u het volgende meegeven. In Antwerpen ging het om een opzettelijke brandstichting door de gedetineerde zelf. Betrokkene gaf aan dat dit kaderde in een suïcidepoging. De man kampt met psychische problemen en verbleef om die reden ook alleen op een verblijfsruimte. Er waren geen voorgaande, gekende incidenten van brandstichting. Voor de gevangenis van Hasselt werd door het parket een onderzoek geopend naar de omstandigheden. De oorzaak van de brand wordt nog onderzocht, waardoor ik daarover geen definitieve conclusies kan trekken. In Nieuw Dendermonde bekeek ik vanochtend nog de cel waar de brand is uitgebroken. Die was het gevolg van een opzettelijke brandstichting. Het dossier bevindt zich momenteel bij de onderzoeksrechter. Ook hier kan ik, gelet op het lopende onderzoek, niet vooruitlopen op de conclusies.
Wat ik wel kan en wil benadrukken, is dat alle incidenten correct, professioneel en volgens de geldende procedures werden beheerd door het penitentiair personeel. De snelle en adequate reactie van de medewerkers heeft erger kunnen voorkomen en dat verdient erkenning. Zoals we vandaag nog hebben kunnen zien in Nieuw Dendermonde heeft dit duidelijk een zeer grote impact.
Los van de individuele oorzaken moeten we ook durven kijken naar de structurele context. Het is een realiteit dat overbevolking het beheer van noodsituaties aanzienlijk bemoeilijkt. Evacuaties nemen meer tijd in beslag wanneer cellen en afdelingen overvol zijn. Ook de veilige verzamelplaatsen zoals voorzien in de nood- en interventieplannen zijn niet ontworpen voor extreme overbezetting. Net daarom werd in december voorbereidend werk opgestart voor een nationale controle van die plannen. Het risico bestaat immers dat noodplannen hun realistische uitvoerbaarheid verliezen wanneer de afwijkingen door de overbevolking te groot worden.
Verder lopen er verschillende initiatieven op preventief en structureel niveau om gevaarlijke situaties te voorkomen en goed te blijven beheersen. De recent opgerichte cel Risk binnen de directie Integrale Veiligheid volgt gedetineerden op die een risico vormen op brandstichting en monitort daarnaast alle gekende risicoprofielen met het oog op het voorkomen van agressie, ontvluchtingen en andere collectieve risico’s. Verder worden op preventief niveau meer beschermingsmiddelen voorzien voor de interne brandweerteams binnen de penitentiaire inrichtingen. Een hernieuwde cursus brandinterventie wordt uitgewerkt door de academie. Daarnaast is er momenteel een audit gaande naar de conformiteit en inzetbaarheid van de draagbare blusapparatuur binnen de penitentiaire inrichtingen. Naar inschatting kan die audit half 2026 worden afgerond.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Wij zullen Hasselt en Dendermonde blijven opvolgen.
Ik heb echter nog een vraag. Zijn die drie incidenten op een dergelijke korte periode toeval of is er effectief een stijgende trend in de gevangenissen merkbaar?
Annelies Verlinden:
Wij kunnen niet stellen dat het om toeval gaat als de druk op de gevangenissen zo extreem hoog is. Er is meer bevolking. Er zitten 2.500 gedetineerden te veel in onze gevangenissen. De weerbaarheid neemt dan ook af en de kwetsbaarheid neemt toe. Dat is de reden. Suïcidepogingen in de gevangenissen zijn echter van alle tijden.
Gedetineerde illegalen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem bekritiseert dat de noodmaatregelen van minister Verlinden illegalen vervroegd vrijlaten en illegaliteit facilteren in plaats van tegen te gaan, terwijl ze volgens haar als misdrijf moeten worden behandeld. Minister Van Bossuyt stelt dat de samenwerking met DVZ en Justitie leidt tot 25% meer uitzettingen in 2025 (1.300 vs. 1.261 in 2024) en benadrukt dat niet-uitzetbare illegalen een vertrekbevel krijgen, maar beperkingen (identificatie, vluchten, medewerking) de effectieve uitzetting bemoeilijken. Ze bevestigt dat 550 gedetineerden nu in beeld zijn, maar geeft geen exacte cijfers over illegalen onder hen. Van Belleghem betwist de effectiviteit en beschuldigt de regering van te zachte aanpak.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, via uw collega-minister Annelies Verlinden vernamen we in de pers dat een noodmaatregel werd genomen om de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan. Minister Verlinden lonkte naar u, want ze zei dat ze wil bekijken waar in de gesloten terugkeercentra plaats is. Gevangenen voor wie in de gevangenissen geen plaats is en die in aanmerking komen voor vervroegde vrijlating, zullen daar dus als het ware worden gedumpt. Aansluitend wilde uw collega-minister de DVZ vanaf nu een termijn van twintig dagen opleggen om die personen uit te wijzen.
Mevrouw de minister, kunt u verduidelijken wat uw collega-minister precies bedoelt met die termijn van twintig dagen? Wij herkennen wat de minister enkele weken geleden heeft gezegd en wat eigenlijk al in het paasakkoord werd overeengekomen. In welke zin verschillen die twee aankondigingen van elkaar?
Met de eerdere noodmaatregel, opgenomen in het paasakkoord, kwamen zowat zeshonderd gedetineerden vroeger vrij, waaronder klaarblijkelijk ook heel wat illegalen. Hoeveel illegalen werden destijds overgebracht naar een gesloten terugkeercentrum? Hoeveel werden er daadwerkelijk uitgezet en naar het land van herkomst teruggestuurd? Wat is er gebeurd met de illegalen die niet werden uitgezet? Lopen zij inmiddels vrij rond in België?
Deze keer zou het gaan om ongeveer vijfhonderdvijftig gevangenen. Hoeveel van hen zijn hier illegaal?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, op uw eerste vraag, er is voortdurend overleg tussen mijn beleidscel en die van minister Verlinden. Ook de administraties, de DVZ en het Gevangeniswezen worden daar al dan niet rechtstreeks bij betrokken. Daarnaast is er ook een periodiek driemaandelijks overlegplatform tussen alle betrokken partners: de DVZ, politie, de FOD Justitie, het Gevangeniswezen en de beleidscellen Asiel en Migratie, Binnenlandse Zaken en Justitie. Daar wordt zowel de operationele als de strategische samenwerking besproken.
Op uw tweede vraag, het voorstel van collega-minister Verlinden gaat ervan uit dat personen die in aanmerking komen voor een vrijstelling op basis van de noodwet overbevolking binnen de twintig dagen moeten worden verwijderd of overgebracht naar het gesloten centrum van de DVZ. Zoniet wordt de betrokken gedetineerde vanuit de strafinstelling vrijgesteld, met een bevel om het grondgebied te verlaten.
Wat uw derde vraag betreft, de DVZ stelt dat het niet mogelijk is om een onderscheid te maken tussen de gedetineerden die in het kader van de noodwet of wegens andere vrijstellingsmodaliteiten naar een gesloten centrum werden overgebracht.
Dankzij de inspanningen van mijn diensten en de prioriteit die ik als minister geef aan de terugkeer van illegale gedetineerden, is de terugkeer in 2025, zoals ik daarnet aangaf, met 25 % gestegen. Eind oktober 2025 waren er reeds meer ex-gedetineerden verwijderd dan in het gehele jaar 2024. Tot en met oktober 2025 ging het om 1.300 verwijderingen tegenover 1.261 in heel 2024. Daarmee wordt ook voldaan aan de doelstelling van de regering om extra in te zetten op de verwijdering van illegale criminelen.
In antwoord op uw vierde vraag kan ik meegeven dat personen die voorlopig niet konden worden verwijderd, in het bezit werden gesteld van een bevel om het grondgebied te verlaten, al dan niet vergezeld van een inreisverbod. Zij worden of werden vrijgesteld zonder meer, wegens een lopende schorsende procedure.
Op uw vijfde vraag kan ik mededelen dat de afspraken met het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen effectief zijn gemaakt. Ze worden regelmatig geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd op basis van de specifieke problemen die worden vastgesteld. De goede samenwerking resulteert in een stijging van de verwijderingen van criminele vreemdelingen, wat ook uit de cijfers blijkt.
Voor uw laatste vraag kan ik aangeven dat de lijsten van gedetineerden in onwettig verblijf voortdurend worden gemonitord en dat ten aanzien van die personen de passende acties worden ondernomen. Of die personen effectief kunnen worden verwijderd, hangt af van verschillende factoren, zoals de identificatie van de betrokken gedetineerden, met name of hun identiteit en nationaliteit gekend zijn, zodat een reisdocument kan worden verkregen, de beschikbaarheid van vluchten naar het herkomstland, de bereidheid van de gedetineerden om mee te werken, de noodzaak om in politiebegeleiding te voorzien, de vraag of de betrokkenen effectief voldoen aan de voorwaarden om te worden vrijgesteld uit de strafinstelling alsook de vraag of een akkoord van de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank vereist is.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, de realiteit is dat de noodwet van minister Verlinden ervoor zorgt dat illegalen vervroegd in vrijheid worden gesteld. Indien zij niet kunnen worden teruggestuurd naar het land van herkomst, worden ze ofwel onmiddellijk vrijgelaten, ofwel na een beperkte periode in een gesloten terugkeercentrum. Illegaliteit wordt op die manier door de regering opnieuw gefaciliteerd in plaats van tegengegaan, terwijl net prioritair zou moeten worden ingezet op de terugkeer van illegale criminelen, of ruimer van illegalen tout court; dat maakt eigenlijk niet zoveel uit. Illegaliteit zou een misdrijf moeten zijn en ook als dusdanig behandeld moeten worden.
Voorzitter:
Mevrouw Pirson is niet aanwezig. Haar vraag nr. 560011069C wordt daardoor beschouwd als zijnde zonder voorwerp.
De gevangeniscapaciteit in het buitenland
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Francesca Van Belleghem (N-VA) bekritiseert de overvolle Belgische gevangenissen en eist de overbrenging van buitenlandse gedetineerden—met name 300 Albanezen—naar hun herkomstlanden om kosten te besparen, vraagt om concrete afspraken met Kosovo, Albanië en andere landen. Minister Van Bossuyt (N-VA) bevestigt lopende onderhandelingen met Kosovo en Albanië, benadrukt dat terugkeer van irreguliere gevangenen prioriteit heeft, maar wijst de vraag over gevangenistransfers door naar Justitie (bevoegd voor gedetineerden). Van Belleghem stelt ontevreden dat haar vraag over andere landen onbeantwoord blijft en aankondigt herhaling ervan.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, iedereen weet dat de Belgische gevangenissen overvol zitten. Iedereen weet ook dat meer dan 40 % van de gevangenisbevolking bestaat uit vreemdelingen. Begin oktober ondernam u samen met minister Verlinden een missie naar Kosovo en Albanië, om te onderzoeken of illegale gedetineerden zouden kunnen worden overgebracht naar voornoemde landen. Naast Kosovo en Albanië stonden op uw lijst ook andere landen waarnaar eventueel gevangenen zouden kunnen worden opgevangen.
Wat is de concrete stand van zaken met betrekking tot Albanië en Kosovo? U zei dat er ook naar andere landen zou worden gekeken. Is dat intussen gebeurd? Over welke landen gaat het dan?
Er zitten op dit moment ongeveer 300 Albanezen in Belgische gevangenissen. Het zou veel efficiënter zijn om hen allemaal hun straf te laten uitzitten in het land van herkomst, zodat wij daar niet voor moeten betalen. Die Albanezen moeten teruggestuurd worden naar Albanië. Welke vorderingen hebt u op dat vlak gemaakt?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, ik dank u voor uw interesse in onze doelstelling om in buitenlandse gevangeniscapaciteit te voorzien.
Wat uw eerste vraag betreft, de besprekingen met Kosovo en Albanië zijn momenteel lopende. Wat betreft uw tweede en derde vraag, in de bilaterale besprekingen met landen van herkomst bespreken we alle mogelijke opportuniteiten die binnen mijn bevoegdheden liggen. De terugkeer van irreguliere onderdanen met feiten van openbare orde staat bovenaan de prioriteitenlijst.
Wat betreft uw vierde vraag, mijn diensten staan in nauw contact met Justitie. Zodra iemand ter beschikking komt van de DVZ, organiseren wij de terugkeer naar het land van herkomst, bij voorkeur rechtstreeks vanuit de gevangenis. De actuele cijfers van de terugkeer vanuit de gevangenis zijn terug te vinden op de website van de DVZ, in de maandelijkse rapportage over de verwijderingen. Zoals daarnet al gezegd, gaan die sterk in stijgende lijn.
Wat betreft de informatie over de tussenstaatse overbrenging naar Albanië, dat moet u navragen bij mijn collega, de minister van Justitie. Dat zijn immers mensen die nog onder Justitie vallen, terwijl ik enkel bevoegd ben voor de verwijdering van vreemdelingen zonder recht op verblijf die aan Justitie voldaan hebben.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik zal minister Verlinden daarover bevragen, samen met mijn vraag over Trabelsi. Ik heb niet echt een antwoord gekregen op mijn tweede vraag. De vraag was of u ook met andere landen hebt gesproken in verband met buitenlandse gevangeniscapaciteit. U mompelde wel iets, maar ik heb het niet begrepen. Ik zal de vraag dus opnieuw indienen.
De gevangenis te Hoei
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Christophe Lacroix is de gevangenis van Huy acuut overbevolkt (109 gevangenen vs. max. 85) en levensgevaarlijk door brand-, explosie- en paniekerisico’s (ontbrekende branddeuren, niet-conforme elektriciteit, geen werkende brandmeldinstallatie), wat zowel detentieomstandigheden als veiligheid van personeel en hulpdiensten in gevaar brengt—ondanks herhaalde waarschuwingen en een negatief veiligheidsadvies van de brandweer. Hij bekritiseert het niet-naleven van het conformiteitsplan (februari 2024) en het politiek pingpongen tussen Justitie en de Regie der Gebouwen, terwijl de directrice-generaal van de gevangenissen dringend om actie vraagt. Minister Vanessa Matz (Regie der Gebouwen) bevestigt de structurele problemen maar benadrukt dat een geactualiseerd actieplan loopt, met elektrische werken gepland voor eind 2024 en grote renovaties bezig—al vertragen deze door de operationele gevangeniscontext. Ze wijst op een uniek budget van 600 miljoen euro voor gevangenisinfrastructure (vs. de 50 miljoen jaarlijks voor overbevolking bij Justitie) en belooft prioriteit voor Huy, zonder concrete termijnen. Lacroix betwijfelt of Huy voldoende middelen krijgt en hamert op dringende noodzaak om mensonwaardige omstandigheden en veiligheidsrisico’s—verergerd door eerdere incidenten zoals in Lantin—onmiddellijk aan te pakken.
Christophe Lacroix:
Madame la ministre, plusieurs rapports dont un récent – ma question datant d'il y a un peu moins d'un mois – relatif à la surpopulation dans la prison de Huy dénoncent la mise en danger du personnel pénitentiaire et des détenus. C'est bien là tout le problème. La situation au sein de cette prison, déjà critique, vient d'être confirmée comme objectivement dangereuse par les autorités compétentes en matière de sécurité civile.
À la demande du bourgmestre de Huy, Christophe Collignon, la zone de secours a opéré une visite de contrôle dans cette prison et les conclusions de ce rapport sont sans appel: dans son état actuel, l'établissement présente un niveau de sécurité dangereux contre l'incendie, l'explosion et la panique. Par conséquent, un avis défavorable à l'exploitation du bâtiment a été émis. Le rapport relève également que le planning de mise en conformité établi en février 2024 par votre prédécesseur et par le SPF Justice n'est pas respecté. On ne parle pas de détails, madame la ministre, mais d'absence de portes coupe-feu, de non-conformité électrique et de non-réception de la nouvelle installation de détection incendie.
Lors de cette visite, les services de secours ont également constaté la présence de 96 détenus, avec de nombreux matelas au sol. Leur nombre a même atteint les 109 personnes, contraignant 12 détenus à dormir à même le sol.
Plusieurs arrêtés communaux fixent, depuis plusieurs années déjà, une capacité maximale de 85 détenus, notamment pour des raisons de sécurité, de salubrité et de dignité humaine. Cet arrêté communal n'est à nouveau pas respecté.
Madame la ministre, je sais que votre tâche n'est pas facile. Face à une telle situation, nous assistons souvent à une partie de ping-pong entre la Régie des Bâtiments et le SPF Justice. Mais la responsabilité politique est engagée. D'ailleurs, la directrice générale des prisons le précisait également aujourd'hui dans un article du journal Le Soir . Elle faisait un appel vibrant pour des raisons de sécurité impératives.
Dès lors, madame la ministre, où en est-on pour dégager des solutions immédiates et éviter un drame? Quels contacts avez-vous eus avec les autorités locales concernées? Quelles mesures urgentes allez-vous prendre avec votre collègue Verlinden pour trouver une solution à ces problèmes graves d'infrastructure et de salubrité? Sur le plus long terme, quelles solutions seront-elles trouvées pour la prison de Huy sur le plan des infrastructures et des conditions de travail et de détention?
Vanessa Matz:
Monsieur Lacroix, je partage totalement votre constat sur le jeu de ping-pong qu'il y a souvent eu entre la Justice et la Régie. C'est bien pour cette raison que nous avons mis en place des task forces entre la Justice et nous. Il existe notamment une task force Surpopulation sur laquelle chacune intervient dans son domaine de compétence: la ministre Verlinden pour la régulation, si je puis dire, du flux des détenus, et moi pour l'amélioration des conditions de détention dans les bâtiments et la création de places complémentaires. Nous collaborons de manière parfaite pour tenter d'aboutir à des solutions le plus rapidement possible. La prison de Huy ne fait pas exception à cette question, comme d'autres établissements pénitentiaires qui suscitent régulièrement des questions ou des articles dans la presse.
La situation de la prison de Huy fait l'objet d'un suivi attentif et coordonné entre la Régie et le SPF Justice, notamment à la suite de constats formulés par les services compétents en matière de sécurité. À la suite de la visite du service régional d'incendie, le plan d'action a été actualisé. Ce plan révèle effectivement quelques retards dans l'exécution concrète de certains marchés. Je tiens toutefois à souligner que plusieurs mesures prévues dans le plan d'action ont déjà été mises en œuvre. Celles-ci ont permis d'améliorer sensiblement la situation, même si les difficultés structurelles de l'infrastructure demeurent.
Sachez que les réceptions techniques des marchés liés aux aspects électricité sont programmées pour la fin de cette année, tandis que les travaux liés au gros œuvre sont actuellement en cours. Ces travaux conséquents sont réalisés dans une prison en activité, ce qui impacte évidemment l'exécution des travaux et explique donc le délai de réalisation. Une fois ces travaux terminés, nous aurons traité les points les plus urgents du rapport. Cependant, une deuxième phase doit encore être réalisée pour pouvoir couvrir le tout.
Je le redis, la sécurité des bâtiments publics est une priorité. Je veillerai à l'état d'avancement des travaux et au respect des engagements pris.
Christophe Lacroix:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Je note qu’au niveau de l’électricité, une réception technique des travaux aura lieu fin de cette année. Le gros œuvre sera terminé dans quelques semaines ou dans plusieurs mois, en fonction des difficultés rencontrées sur le terrain. J’ai bien pris note – et je ne suis pas là pour donner des leçons, il serait si facile de dire "il n’y a qu’à" – qu'il est toujours compliqué de travailler dans des lieux de détention, ces derniers étant occupés, voire même suroccupés.
Pour la deuxième phase, n’étant pas du tout spécialiste de cette commission, je ne peux m’appuyer que sur ce qui figure dans les lignes budgétaires ou sur ce que relaie la presse, notamment dans cet article – ou cette carte blanche – de Mme la directrice générale des prisons. Elle évoque le fait que la ministre Verlinden a à sa disposition un budget annuel de 50 millions d'euros pour lutter contre la surpopulation dans les prisons.
J’espère que parmi ces 50 millions, quelques milliers ou centaines de milliers d’euros seront pour la prison de Huy. C’est non seulement important sur le plan de la dignité et des droits humains – la Cour européenne des droits de l’homme est d’ailleurs très attentive à l’état de nos détenus – mais c’est aussi – comme vous avez eu raison de la souligner – une question de sécurité pour le personnel et pour les pompiers qui devront intervenir dans des milieux qui ne leur seront pas nécessairement favorables, et dans des conditions complexes. Nous l'avons malheureusement bien vu à la prison de Lantin il y a quelques mois.
Je vous remercie donc pour ce que vous avez à faire. Je compte donc sur vous et sur mon cher et ami collègue, le bourgmestre de la ville de Huy.
Vanessa Matz:
J’aimerais ajouter un détail par rapport au budget que vous venez d’énoncer. Ce budget concerne la partie Justice. Une enveloppe de 600 millions d’euros a été dégagée dans le cadre budgétaire actuel pour l’infrastructure. Cette enveloppe est donc destinée à la Régie des Bâtiments, uniquement pour les prisons et les bâtiments de justice. Il s’agit donc d’un investissement unique de 600 millions d’euros. Les travaux à la prison de Huy, ainsi que tous les autres, sont prévus. Ce dont vous parlez relève davantage d’enveloppes pour le personnel. Ces dépenses sont récurrentes, tandis que l’enveloppe destinée à la Régie des Bâtiments pour l’infrastructure correspond à un montant unique de 600 millions d’euros.
La Justice nous dira bien entendu à quel endroit intervenir plus rapidement. En fonction de la connaissance que nous avons de certains dossier très urgents, nous aussi, nous pouvons informer la Régie sur le fait qu'il faut intervenir rapidement, établir un rapport d'incendie comme chez vous à Huy, etc.
Christophe Lacroix:
Vous m'annoncez donc une double bonne nouvelle. Il y aura donc peut-être un beau cadeau sous le sapin de Noël pour la prison de Huy cette année. Voorzitter: Frank Troosters. Président: Frank Troosters.
Het kernkabinet over de overbevolking van de gevangenissen
Het begrotingsakkoord en de gerechtsgebouwen
Gevangenisoverbevolking en gerechtelijke begrotingsafspraken
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Khalil Aouasti bekritiseert dat de overbevolking in Belgische gevangenissen (nu 2.500 te veel gedetineerden, waarvan 672 op de grond slapen) acut verwaarloosd wordt: de kernraad van 21 november leverde geen concrete spoedmaatregelen op, terwijl de 600 miljoen euro voor gebouwen pas structurele oplossingen op lange termijn (bv. 300 modulair plaatsen tegen 2035) belooft – onvoldoende voor de huidige crisis. Hij noemt de situatie "absoluut onwaardig" en wijst op vervallen gevangenissen (Saint-Gilles, Lantin) die noodgedwongen openblijven, wat recidive bevordert. Sarah Schlitz (Ecolo) bekritiseert het gebrek aan transparantie over de besteding van de 600 miljoen (renovatie, nieuwe plaatsen, of menswaardige omstandigheden?) en noemt plannen voor uitbreiding Saint-Gilles (eigenlijk gesloten in 2024) en gevangenissen in Kosovo "absurd en verspilling van geld". Ze pleit voor preventie, reïntégratie en alternatieven voor detentie, maar stelt dat de regering professionals negeert en mensenrechten schendt door "tweederangsdetentie". Minister Matz (Bouw) bevestigt de 600 miljoen voor renovaties, nieuwe plaatsen (300 modulair) en psychiatrische centra, plus 50 extra medewerkers om vertragingen tegen te gaan, maar ontwijkt urgente actie: prioriteiten worden nog overlegd met Justitie, terwijl de taskforce "coördineert" – geen directe oplossing voor de huidige crisis.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, je vous avoue que je suis un peu inquiet d'être ici devant vous, parce que ma question était adressée à votre collègue Mme Verlinden, ministre de la Justice, et portait sur le kern du 21 novembre consacré à la surpopulation carcérale. Elle n'y a pas répondu et a décidé de vous la transférer. Cela m'inquiète parce que j'avais beaucoup de questions pour elle, dont une qui vous concernait également, mais je crains – j'ose ne pas l'espérer, en réalité – que ce transfert signifie que la lutte contre la surpopulation carcérale se résume finalement à la question des places et des bâtiments.
Ce transfert de question donne finalement l'impression qu'aucune mesure n'est prise pour lutter contre la surpopulation carcérale et qu'on se dit que la Régie des Bâtiments se débrouillera, dans un contexte où vous n'êtes pas responsable de la politique pénale qui est menée. Au moment où je posais la question, nous en étions à 13 400 détenus. Nous sommes actuellement à pr è s de 13 700 détenus. Au moment où je posais la question, 541 personnes dormaient au sol. Aujourd'hui, il y a 672 personnes qui dorment au sol.
Trois semaines après le fameux kern, nous n'avons toujours pas vu la moindre mesure pour lutter contre la surpopulation carcérale. La loi d'urgence débattue au mois de juillet dernier, que je dénonçais en indiquant qu'elle serait inutile, démontre son inutilité au quotidien. Et on me renvoie vers vous, qui m'êtes très sympathique, madame Matz, mais qui n'avez qu'à gérer les murs, et non pas la politique pénale et pénitentiaire.
Madame la ministre, ce kern a-t-il effectivement abordé les questions de surpopulation carcérale? Quelles sont les autres mesures que le fait de prévoir des places à l'horizon 2035 – pour lequel vous recevez 600 millions d'euros – sont sur la table pour répondre à l'urgence des 672 personnes qui dorment au sol et des 2 500 personnes en surpopulation, dans une situation d'indignité absolue?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, votre gouvernement est enfin parvenu à un accord budgétaire dans lequel on découvre une ligne dédiée aux bâtiments de la justice, ce dont on peut évidemment se réjouir. Grâce à la reconfiguration de crédit, on voit que 600 millions d'euros sur la législature ont pu être dégagés. Nous n'avons cependant pas encore de vues sur l'utilisation de ces budgets.
La Régie des Bâtiments fait face à de grandes décisions: va-t-on plutôt mettre cet argent dans des lieux de détention qui sont actuellement totalement délabrés pour les remettre en état? Est-ce qu'on va plutôt privilégier la construction de nouvelles places ou même de nouvelles prisons? Ou alors va-t-on concentrer ces moyens sur la dignité humaine et faire en sorte d'agir également sur d'autres aspects en matière de justice?
Pouvez nous présenter les grandes lignes de l'utilisation de ces budgets par la Régie? En parallèle, on voit également qu'une provision est inscrite en plus du budget provisoire pour le début de 2026 pour agrandir la prison de Saint-Gilles alors qu'elle était censée être fermée depuis fin 2024. On ne comprend donc plus rien dans ce dossier. Dès lors, pouvez-vous nous donner des éléments complémentaires sur le dossier de la prison de Saint-Gilles? Je vous remercie.
Vanessa Matz:
Merci pour vos questions. Il y en a une qui est clairement de mon ressort, celle de Mme Schlitz, même si ce n'est pas moi qui gère les budgets complémentaires de la justice.
Par rapport à votre question, monsieur Aouasti, il y a bien eu des demandes de la ministre de la Justice au kern par rapport à des mesures concernant la surpopulation. Ces questions sont toujours actuellement en discussion. Je n'irai donc pas plus loin parce que cela ne relève pas de ma stricte compétence. Comme vous le savez, et je ne vous contredirai pas sur ce point, la question de la surpopulation carcérale que connaît notre pays est une réalité qui est extrêmement préoccupante, tant pour les détenus que pour le personnel pénitentiaire. Elle appelle des réponses coordonnées, rapides et structurelles. J'ai participé aux travaux du kern qui se sont penchés sur ces questions dans un contexte budgétaire difficile.
Quant aux moyens budgétaires, la discussion a abouti à la confirmation d'une enveloppe de 600 millions d'euros sur la législature pour les bâtiments de justice, à la fois les palais de justice, mais aussi, évidemment, la question des prisons.
Madame Schlitz, quant à votre demande de répartition précise de cette enveloppe de 600 millions, on vient d'en hériter, et nous sommes en concertation avec la justice à propos de cette enveloppe pour connaître les priorités qui seront établies. Nous avons, pour notre part, fait une proposition que nous allons confronter à celle de la justice pour voir si les priorités que nous avons par rapport aux bâtiments, et singulièrement les bâtiments de prison, correspondent à celles que la justice sollicite.
Précisions que cela se fait dans le cadre d'une task force . Toutes les semaines, nous rencontrons nos collègues de la justice sur les questions de bâtiments judiciaires pour être parfaitement coordonné et ne pas se renvoyer la balle en disant: "c'est ta faute; non, c'est la mienne". On doit donc tenir compte des besoins de la justice pour répartir cette enveloppe de 600 millions, qui est destinée dans les grosses masses à rénover un certain nombre de bâtiments, qui est destinée à de nouvelles places, qui est aussi destinée à tout ce qui est centres de psychiatrie légale – on en a parlé tout à l'heure du côté de la Flandre.
Voilà dès lors à quoi est destinée cette enveloppe, dans les grandes lignes, mais sur l'allocation précise de quel montant nous allons allouer à tel type de prison, la discussion plus pointue doit encore avoir lieu. Pour nous, il s'agit d'un signal clair, structurant en faveur de la modernisation du parc immobilier, à la fois judiciaire et pénitentiaire. Au sein de cette enveloppe, c'est très important, une part récurrente de 5 millions d'euros est spécifiquement destinée au renforcement des effectifs de la Régie des Bâtiments.
En effet, on peut décider d'entreprendre des travaux dans une prison, mais à un moment donné, il faut des femmes et des hommes qui construisent les dossiers, qui font passer les marchés publics, qui établissent des plans, etc. Cela nous permettra donc de renforcer les effectifs de la Régie d'environ une cinquantaine de personnes qui seront uniquement dédiées à la mise en œuvre des dossiers justice, afin d'aboutir à des délais plus rapides. Un des reproches récurrents faits à la Régie est la lenteur des procédures.
La mesure de cinq millions d'euros était indispensable au regard des sous-effectifs structurels auxquels la Régie est confrontée et de la nécessité de mener à bien un volume croissant de projets complexes dans des délais contraints.
En ce qui concerne les projets concrets, les moyens dégagés visent à assurer le financement des actions identifiées dans le cadre de la task force capacité. À cet égard, je peux notamment citer l'étude à la construction d'unités modulaires sur des sites de prisons existantes, permettant une capacité d'environ 300 places. L'étude de faisabilité technique est en cours et sera finalisée d'ici la fin du mois de janvier.
D'autres mesures portent également sur le maintien en activité de la prison d'Anvers ainsi que sur la mise à disposition d'une enveloppe spécifique destinée à assurer l'entretien et la mise en conformité des infrastructures pénitentiaires existantes. Je souhaite insister tout particulièrement sur l'importance des questions de sécurité et de respect des normes en vigueur, qui constituent des priorités absolues. Enfin, je réaffirme ma volonté d'améliorer durablement les infrastructures pénitentiaires afin de garantir des conditions de détention dignes pour les personnes détenues et des conditions de travail sûres et respectueuses pour le personnel pénitentiaire, conformément aux exigences d'un État de droit.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, je n'ai pas de souci à croire ce que vous nous dites. Le seul problème, c'est que je posais une question sur les mesures d'urgence en matière de surpopulation carcérale, et que vos réponses, qui sont assez naturelles dès lors que vous gérez du bâtiment, ne sont pas des mesures d'urgence. Ce sont des mesures qui se prendront au mieux dans quelques mois, alors que la surpopulation, c'est maintenant. Il y a 2 500 personnes en trop dans nos prisons; 670 personnes dorment au sol; il y a des situations d'indignité absolue. Comme l'a dit ma collègue Mme Schlitz, la Belgique a une capacité de 11 098 places. Ce nombre intègre les 500 places de la prison de Saint-Gilles, qui aurait en réalité dû fermer le 31 décembre 2024. Il y a donc normalement 10 500 places en pleine capacité.
La prison de Saint-Gilles est en effet insalubre, et il en va de même pour celles de Termonde, Tongres, Anvers, Tournai et Mons. Quant à celle de Lantin, elle s’effondre carrément sur elle-même. La seule chose qui continue à être faite et dite, c’est d’incarcérer toujours plus et toujours plus longtemps alors que, dans ces conditions, la seule chose que nous faisons est la création de fabriques à criminels en puissance.
Je sais que vous n’êtes pas ministre de la Justice, mais vous êtes autour de la table et vous participez vous ‑ m ê me à une task force. La raison commande de revenir au maximum à ces 11 000 places de d é tention, ne f û t ‑ ce que pour permettre une gestion normale de la population carcérale et tenter un minimum de réinsertion.
Pour le reste, un investissement de 600 millions d'euros, c’est très bien, mais le nombre de projets est tel que cette somme ne permettra même pas d’éponger un cinquième des besoins actuels. Avec 600 millions, 500 places peuvent être construites, alors que le dépassement actuel atteint déjà 2 500 détenus. De plus, ces 500 places ne verront le jour que dans un horizon de 10 ans.
Cela signifie que, si la situation reste inchangée, même avec ces 500 places supplémentaires d’ici 10 ans, il subsistera structurellement un surplus d’environ 2 000 personnes dans les prisons. Je ne sais pas si cette situation peut être considérée comme normale. Pour ma part, ce n'est absolument pas le cas, et cela devrait toutes et tous nous inquiéter collectivement.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, j’entends que vous mettez des propositions sur la table. Il serait intéressant d’entendre au Parlement les perspectives que vous proposez. C’est précisément notre rôle de vous demander quelles sont les priorités que vous proposez au sein de votre gouvernement. Il est donc regrettable que vous ne puissiez pas nous en parler aujourd’hui et que vous ne nous donniez que la forme et pas le fond.
Par ailleurs, ce qui m’inquiète – et vous ne l’avez pas contesté –, c’est que nous poursuivons en effet dans une fuite en avant au niveau carcéral, avec chaque jour une aggravation du nombre de détenus qui dorment à même le sol. Il y a également des projets de création de prisons au Kosovo.
C'est complètement hallucinant. C'est une perte d'argent public, pour aller créer des places dont nous pensons qu’elles ne verront jamais le jour et qui en fait ne résolvent rien du tout sur le terrain.
Aujourd'hui, l’essentiel est d'investir dans la prévention et dans la réinsertion, de faire en sorte qu'il y ait des alternatives à la détention beaucoup mieux développées et surtout, de faire en sorte qu'on ne soit pas pire en sortant de prison qu’en y entrant. Pourtant, aujourd'hui, c'est le cas; et c'est en train d'empirer à grande vitesse.
Vanessa Matz:
(…)
Sarah Schlitz:
D'autres solutions existent. De nombreuses solutions ont été mises sur la table par les professionnels du secteur, par les magistrats. Ils appellent à des solutions qui, aujourd'hui, ne sont pas mises en œuvre. Vous devez agir par rapport à ça. Vous devez les écouter; et vous ne le faites pas. Vous laissez donc cette surpopulation carcérale perdurer. C'est inquiétant. Voir que Saint-Gilles va être remise en service, c'est très inquiétant. Ce que j'entends du terrain, c'est que c'est une prison de seconde zone dans laquelle on entrepose des détenus de seconde zone. Je trouve que cela contrevient particulièrement aux droits humains, madame la ministre, d'aller caser des détenus de seconde zone à Saint-Gilles. Nous continuerons évidemment à suivre ce dossier, y compris chez la ministre de la Justice.
Een nieuw recordaantal gedetineerden in de overbevolkte gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz (oppositie) bekritiseert de record surpopulation in gevangenissen (600 gedetineerden slapen op de grond) en wijt dit aan structureel falend beleid: volgens haar verergeren extra gevangenisplaatsen (2.000 gepland) het probleem via een "aanzuigeffect", terwijl alternatieven (preventie, reïntegratie) effectiever en goedkoper zijn, zoals het Observatoire International des Prisons stelt. Ze vraagt om concrete actie van de cel overbevolking (opgericht in juli) en bekritiseert het ontbreken van preventieve maatregelen. Minister Annelies Verlinden erkent het decenniaoude probleem en verwijst naar taskforces (sinds juli) en een langetermijnplan (rapport verwacht in 2026), met focus op alternatieven (samenwerking met gewesten), versnelde uitlevering van illegale gedetineerden en extra capaciteit. Ze benadrukt dat Vlaamse gevangenissen zwaarder belast zijn dan Franstalige, maar ontkent niet dat de crisis escaleert. Schlitz repliceert dat urgentie ontbreekt: records worden wekelijks gebroken, terwijl Verlinden volgens haar te traag en te reactief handelt (bouwplannen in plaats van systeemverandering). Ze pleit voor een speciale commissaris voor overbevolking, gesteund door de sector.
Voorzitter:
Les questions n° 56009924C de M. Dieter Keuten, n° 56010559C de M. Patrick Prévot, les questions jointes n° 56010840C et n° 56010841C de Mme Marijke Dillen, n° 56010871C de M. Koen Metsu, les questions jointes n° 56010915C de Mme Barbara Pas et n° 56010918C de M. Alain Yzermans sont transformées en questions écrites.
Les questions n° 56010942C de Mme Marijke Dillen, les questions jointes n° 56010996C de Mme Sophie De Wit, n° 56010997C de M. Julien Ribaudo et n° 56011087C de Mme Marijke Dillen sont reportées. Les questions n° 56011103C de Mme Victoria Vandeberg et les questions jointes n° 56011114C de Mme Victoria Vandeberg, n° 56011243C de M. Stefaan Van Hecke et n° 56011271C de M. Alexander Van Hoecke sont également reportées. Voilà donc pour ce soir!
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, il y a un peu plus de deux mois, le 2 octobre, lors de l'action de protestation menée dans les prisons, 353 personnes dormaient à même le sol. Juste avant les vacances d'automne, quand je vous ai interrogée à ce sujet, elles étaient 486. Quand j'ai introduit cette question, il y a deux semaines, la barre des 500 venait juste d'être dépassée. Aujourd'hui, ce sont 600 détenus qui dorment à même le sol.
Cette surpopulation énorme met à mal les conditions de travail du personnel, la dignité des détenus et la capacité de l'État à garantir la sécurité dans de bonnes conditions. La porte-parole de l'administration explique que la surpopulation a un effet amplificateur sur l'agressivité. Nous l'avons vu il y a quelques semaines dans plusieurs prisons en Flandre: un gardien a notamment été aspergé d'urine, trois autres ont été agressés et un détenu a été impliqué dans un autre incident.
Certains partis de l'opposition, dont mon groupe, sont allés visiter la prison de Saint-Gilles lors de la semaine des prisons, ce qui a permis d'ouvrir un peu plus les yeux sur cette situation intenable. C'est d'ailleurs dommage qu'aucun membre de la majorité n'ait voulu faire face à cette réalité.
Face à cela, vous indiquez dans la presse vouloir créer 2 000 places supplémentaires dans nos prisons grâce au budget débloqué le mois dernier, alors que nous savons que cette méthode mène uniquement à un appel d'air et à renforcer la surpopulation carcérale. En parallèle, les projets de loi se succèdent pour criminaliser davantage le comportement, menant inévitablement à plus de personnes incarcérées.
L'Observatoire international des prisons (OIP), quant à lui, suggère, au contraire, d'utiliser les 600 millions d'euros supplémentaires pour miser sur des alternatives à la peine, qui sont bien moins chères et avec un potentiel d'efficacité bien supérieur à la prison. Il prône aussi des politiques de désincarcération, de réintégration, mais aussi, bien sûr, de prévention.
Madame la ministre, où en est la cellule de suivi de la surpopulation carcérale créée par arrêté ministériel le 24 juillet? Quand pouvons-nous nous attendre à des recommandations? Avez-vous eu des retours quant à votre idée de créer 2 000 places supplémentaires? Avec ce nouveau budget, pourquoi insistez-vous sur la création de places supplémentaires en prison, ce qui prendra du temps, énormément d'argent et qui aggravera la situation dans nos établissements, au lieu de mener des politiques durables de prévention et de réinsertion? Je vous remercie.
Annelies Verlinden:
Oui, chère collègue Schlitz, la surpopulation est en effet un problème qui existe depuis des décennies et dont la solution n'est pas évidente. Pour lutter contre ce phénomène de manière structurelle, des task forces ont été créées afin d'élaborer un plan d'action global qui a été approuvé par le Conseil des ministres le 18 juillet de cette année-ci.
Les consultations continuent dans les différentes task forces , notamment avec les entités fédérées concernant les alternatives à la peine de prison, avec la santé publique pour les problématiques des internés, avec l'Office des étrangers et mes propres services pour l'organisation des transfèrements interétatiques afin d'accélérer le retour des détenus sans droit de séjour ou encore avec la Régie des Bâtiments pour la construction des places supplémentaires.
Je veux aussi renvoyer à mes réponses aux questions antérieures et aux questions auxquelles j'ai répondues pendant la commission du 19 novembre.
Avec près de 300 détenus dormant à même le sol en Flandre, la surpopulation carcérale est plus importante dans les prisons flamandes que dans celles de la partie francophone du pays.
Les prisons francophones ne sont donc pas plus touchées que celles de Flandre ou de Bruxelles. Créée dans le but d'élaborer un plan avec des acteurs fédéraux de la Justice concernant une solution durable à la surpopulation structurelle, la commission a été mise en place par arrêté ministériel le 20 août. Elle est chargée de développer des solutions structurelles à long terme pour résorber et prévenir la surpopulation.
Un premier rapport intermédiaire sur les travaux est prévu pour février-mars 2026. Deux assemblées générales ont déjà eu lieu et les contrats nécessaires ont été établis avec les différents acteurs susceptibles d'assister à la commission. Je vous remercie.
Sarah Schlitz:
Merci pour votre réponse, madame la ministre. Je vous entends dire que c'est un problème qui dure depuis des décennies, mais ici, on atteint quand même des records. Chaque semaine, un nouveau record est franchi. Là, on a franchi la barre des 600 détenus qui dorment à même le sol.
On ne peut donc pas simplement dire que c'est un problème présent pour lequel on pourrait sans doute mettre des choses en place, mais qu'on ne pourrait pas résoudre.
Par ailleurs, j'entends beaucoup de mesures qui visent à vider les prisons, mais pas à empêcher qu'elles ne se remplissent. Et donc, vous voulez continuer à construire des prisons plutôt que de vous interroger sur les raisons pour lesquelles il y a tant de nouveaux détenus et sur la manière dont on pourrait financer, développer davantage d'alternatives et faire en sorte que les personnes qui ne sont pas dangereuses se retrouvent dans un régime de punition qui soit différent du carcéral. Je pense que c'est vraiment l'urgence du moment.
On ne peut pas continuer de cette manière-là. Par ailleurs, avec mon collègue Van Hecke, nous avons également déposé un texte qui vise à créer un poste de commissaire spécial pour la gestion de la surpopulation carcérale. Par conséquent, je pense que ce serait une bonne piste à explorer également et qui est soutenue par le secteur.
Voorzitter:
M. Thiébaut et Mme Meunier sont absents pour leurs questions n os 56010366C et 56010510C.
De beperking van het aanbod tot halalmaaltijden in de gevangenis van Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy bekritiseert dat de gevangenis van Hasselt door overbevolking enkel nog halalmaaltijden aanbiedt, wat hij ziet als gedwongen islamisering en een bevordering van sharia-regels, en stelt dat dit re-integratie belemmert en omgekeerde integratie stimuleert; hij beschuldigt de regering ervan criminaliteit te importeren en radicalisering te facilteren. Minister Verlinden benadrukt dat het geen structurele halalverplichting is, maar een tijdelijke logistieke maatregel door overbevolking, waarbij het menu zonder varkensvlees zelden daadwerkelijk halal is en het beleid lokaal en financieel gemotiveerd wordt. Van Rooy herhaalt zijn beschuldiging dat de overheid actief meewerkt aan islamisering en pleit voor uitzetting van moslimgedetineerden.
Sam Van Rooy:
Minister, pas nog ondervroeg ik u over de islamisering van onze gevangenissen. Enkele dagen later werd bekend dat als gevolg van de overbevolking in de gevangenis van Hasselt alleen nog halalmaaltijden aangeboden zullen worden. Voordien was er ook de mogelijkheid een vleesmaaltijd of vegetarische maaltijd te nuttigen.
Wat vindt u ervan dat als gevolg van de overbevolking nu ook elke niet-moslim verplicht wordt in de gevangenis van Hasselt halal te eten?
Wat vindt u ervan dat onze gevangenissen – dit is er het zoveelste symptoom van – steeds meer islamiseren en dus verworden tot plekken waar alleen nog de islamitische regels en wetten heersen? Bevordert dat volgens u de re-integratie in onze maatschappij wanneer islamitische gedetineerden weer vrijkomen?
Tot slot, minister, ik hoop dat u iets onderneemt, zodat er opnieuw kan gekozen worden voor een harammaaltijd met varkensvlees in onze gevangenissen.
Annelies Verlinden:
Collega, in alle gevangenissen is er sedert jaren een aanbod van een menu zonder varkensvlees en het vlees dat werd aangekocht, is niet steeds halal. Het is niet uitgesloten dat bepaalde halalproducten voor alle gedetineerden worden aangekocht wanneer ze kwalitatief en financieel interessant zijn. Dat is evenwel een lokaal beleid.
Op dit moment worden er twee menu’s aangeboden in de inrichting van Hasselt, een menu zonder varkensvlees en een vegetarisch menu. Om logistieke redenen als gevolg van de overbevolking is het op dit moment niet mogelijk drie verschillende menu’s aan te bieden. Het menu zonder varkensvlees bevat slechts sporadisch producten die effectief als halal kunnen worden gekwalificeerd.
Sam Van Rooy:
Minister, dat onze gevangenissen uitpuilen van de moslims, is één ding. Dat ze hier niet thuishoren en zouden moeten worden uitgezet naar de islamitische wereld, is een tweede. De regering importeert voortdurend criminaliteit en terrorisme en dus zorgt ze er zelf voor dat onze gevangenissen overvol geraken. Gevangenissen worden daardoor broeihaarden van radicalisering, van islamisering. Door nu alleen nog halal aan te bieden en dus haramvoedsel te bannen, doet de overheid in feite aan omgekeerde integratie. Halal is een onderdeel – besef dat goed – van de verschrikkelijke, tirannieke sharia, de inhumane islamitische wet, en de regering werkt dus in feite actief mee aan de islamisering van onze samenleving.
De aanbevelingen van het Observatoire International des Prisons over de overbezette gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 4 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
François De Smet kritiseert het Belgische gevangenisbeleid: ondanks 1.400 extra plaatsen stijgt het aantal gedetineerden met 2.000, met inhumane omstandigheden (500 op matrassen, geen ramen) en een systeem dat volgens het Observatoire international des prisons mentale problemen, verslaving en recidive verergert. Hij vraagt zich af of minister Verlinden de 600 miljoen euro voor nieuwe cellen blijft verdedigen in plaats van alternatieven zoals ontcriminalisering. Verlinden erkent de crisis (20% overbevolking, 569 op de grond) en wijst op lopende maatregelen: samenwerking met gemeenschappen voor strafuitvoering, snellere elektronische bewaking, minder voorarrest en kleine detentiehuizen voor betere reïntegratie, maar benadrukt dat stijgende straffen en detentieaantallen structurele oplossingen bemoeilijken. De Smet blijft sceptisch: gevangenissen creëren recidive in plaats van veiligheid, en stelt dat België – in contrast met Hugo’s idee "een school openen is een gevangenis sluiten" – juist meer investeert in repressie dan in preventie. Beiden benadrukken de urgentie van humane omstandigheden, maar botsen op de keuze tussen bouwen of alternatieven.
François De Smet:
Madame la ministre, aujourd'hui, en Belgique, plus de 500 détenus dorment sur un matelas par terre, tandis que d’autres sont dans des cellules qui n’ont même pas de fenêtre, ce que j’ai vu de mes yeux à la prison de Saint-Gilles il y a quelques semaines.
Il faut pouvoir dresser ce constat implacable: plus nous construisons de prisons, plus nous avons de prisonniers. Malgré l'ouverture de 1 400 places ces trois dernières années, nous enregistrons 2 000 prisonniers de plus.
Notre population carcérale devient un problème endémique, qui attire l'attention de l'Observatoire international des prisons. Celui-ci dénonce l'ensemble du système comme étant inhumain et inefficace, portant atteinte aux droits fondamentaux.
Dans une sortie hier, l'Observatoire nous dit que dans nombre de cas, le recours à la prison aggrave la situation, car ceux qui en sortent, ressortent en pire état que l'état dans lequel ils sont entrés. La prison serait pour eux, je cite, "une usine à maladie mentale, à consommation de stupéfiants, à désinsertion".
Madame la ministre, je sais que vous vous exprimez souvent sur le sujet, mais j'avais quand même envie de vous poser cette question, qui n'est pas juste politique, mais aussi sociétale. N'avez-vous aucun doute sur cette politique visant à construire, remplir, construire, remplir des prisons de manière continuelle, comme un tonneau des Danaïdes politique, dont vous héritez certes, mais que vous allez faire perdurer? C'est ce qui apparaît dans le budget.
Mes questions sont simples. Assumez-vous l'investissement prioritaire de 600 millions d'euros dans la création de nouvelles places de prison plutôt que dans des outils de désincarcération ou des alternatives?
À côté – je dis bien à côté – de la construction de ces nouvelles places, quelles mesures concrètes et immédiatement applicables prévoyez-vous de prendre pour répondre à l'urgence d’héberger dignement ces 500 personnes qui dorment sur des matelas dans des prisons? Quels que soient les délits qu'elles aient pu commettre, elles ne peuvent ressortir de prison dans un état pire que l'état dans lequel elles y sont entrées.
Annelies Verlinden:
Collègue De Smet, comme nous en avons déjà discuté en commission, le problème de la surpopulation dans les prisons perdure depuis des décennies. À ma demande, des moyens structurels ont été prévus à cet effet dans l'accord budgétaire du 24 novembre.
En juillet dernier, le Conseil des ministres a approuvé un plan élaboré avec tous les partenaires concernés. Ainsi, nous collaborons avec les communautés pour l'exécution des peines, avec la Santé publique pour les internés, avec l'Asile et Migration pour le retour des détenus sans droit de séjour et avec la Régie des Bâtiments pour la rénovation et la création de capacités.
La situation est grave, avec un taux de surpopulation de 20 %, voire plus dans certaines prisons, et 569 personnes qui ont dormi au sol en début de semaine. La loi d'urgence permet déjà un placement plus rapide, entre autres sous surveillance électronique, mais l'augmentation des peines et des condamnés pousse notre gouvernement à discuter d'autres mesures pour remédier sans délai à la problématique des détenus dormant à même le sol.
Des experts préparent un plan visant à lutter contre la surpopulation et à la prévenir, avec des propositions pour l'ensemble de la chaîne pénale. La réduction du nombre disproportionné de détenus en détention préventive est une priorité dans ce cadre. Nous augmentons également le nombre de maisons de détention à petite échelle et d'accompagnateurs de détention, afin de favoriser la réintégration. Cet aspect est essentiel pour prévenir la récidive. Enfermer des personnes de manière inhumaine sans accompagnement ne sert pas notre sécurité collective. La coopération et surtout le courage devront être nos boussoles si nous voulons vraiment résoudre ce problème.
François De Smet:
Merci madame la ministre. Je ne suis pas optimiste sur toutes les mesures, mais il serait malhonnête de dire que vous ne faites rien. Il va donc falloir vous laisser un peu de temps pour voir si tout cela fonctionne. Il faut le rappeler, le problème de la surpopulation est qu'elle constitue aussi une machine à récidive. Contrairement à ce que l'on pourrait croire, ce n'est pas en enfermant tout le monde dans des prisons que vous garantirez la sécurité des citoyens. Des gens finissent par en ressortir en étant pires que quand ils y sont entrés. Il existe en littérature française une citation bien connue que l'on attribue à tort à Victor Hugo mais qui traduit bien la pensée de cet écrivain: "Ouvrir une école, c'est fermer une prison". Il est quand même curieux de voir qu'en Belgique, on fait exactement l'inverse.
De aanslepende moeilijkheden bij de DAB betreffende het vervoer van gedetineerden
Het falende gevangenentransport
Problemen met gevangenentransport en DAB-organisatie
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 3 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Ortwin Depoortere bekritiseert dat uitgestelde rechtszittingen door falend gedetineerdentransport (DAB) het gevolg zijn van structurele onderbemanning, overbevolkte gevangenissen en slechte afstemming met Justitie, en vraagt om concrete oplossingen. Minister Quintin bevestigt het probleem (70 ritten/week mislopen) en noemt maatregelen zoals heroriëntatie personeel, nieuwe voertuigen, betere planning en samenwerking met Justitie, maar Depoortere vindt dit onvoldoende zonder extra budget voor aanwerving en eist actie tegen gevangenisoverbevolking (40% illegalen). Quintin belooft verdere afstemming en schriftelijke cijfers, maar Depoortere blijft skeptisch over de haalbaarheid zonder structurele middelen.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, het probleem is u wellicht bekend. Zittingen in onze rechtbanken moeten worden uitgesteld omdat de DAB gedetineerden niet of niet tijdig kan overbrengen. De oorzaak kent u ook, namelijk de onderbemanning van de dienst. Er zijn systemische capaciteitsproblemen bij deze dienst, zowel op het vlak van de rekrutering, als vanwege de overbevraging, die een domino-effect is van de overbevolking in gevangenissen. Dat is niet uw bevoegdheid, maar ik hoop wel dat deze regering daar eindelijk werk van zal maken, dat het niet bij woorden blijft, maar dat er ook daden zullen volgen.
Ik wil u specifiek ondervragen over de DAB. Hebt u al initiatieven genomen om de verplaatsingen van gedetineerden te verzekeren of zult u dat in de toekomst nog doen? Hebt u daarover al overleg gepleegd met de minister van Justitie? Zijn daar concrete resultaten uit gekomen? Hoeveel VTE's zijn vandaag inzetbaar voor gedetineerdenvervoer? Hoeveel ritten vallen er uit per week? Wat is het tekort ten opzichte van de operationele norm? Welke instroomdoelen, doorlooptijden en uitvalredenen gelden momenteel? Welke aanmoedigingsmaatregelen worden genomen om het personeelstekort op te lossen?
Bernard Quintin:
U haalt een problematiek aan die al jaren bestaat. Het zal duidelijk zijn dat het niet-overbrengen van gedetineerden naar de rechtbank onaanvaardbaar is. Het blijkt een dagelijks verhaal over afstemming tussen politie en Justitie en dit moet beter verlopen.
Het spijtige voorval in Brugge maakt dit nogmaals duidelijk. De DAB stelt de prioriteiten voor overdrachten vast aan de hand van een beslissingsmatrix. In dit geval werd de overdracht van de verdachte als prioritair aangemerkt, maar door de huidige zeer hoge bezettingsgraad in Belgische detentie-inrichtingen zijn andere overdrachtsopdrachten als dringender beoordeeld. Hierdoor kon deze overdracht wegens beperkte capaciteit niet worden uitgevoerd. Het is juist dat het expliciete verzoek van de rechtbank beter had moeten worden meegewogen, wat had kunnen leiden tot het toekennen van absolute noodzaak aan deze overdracht.
Het betreft hier in essentie een probleem van communicatie en informatiebeheer. Er worden thans maatregelen getroffen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen. Sinds begin dit jaar worden over het hele land ongeveer 70 overplaatsingen per week niet uitgevoerd wegens een gebrek aan menselijke en/of materiële middelen. Het merendeel van de gerechtelijke arrondissementen wordt door deze situatie getroffen. De overbevolking in de gevangenissen en de spreiding van gedetineerden over het land dragen dus ook bij tot deze situatie.
Enerzijds vereist een groter aantal gedetineerden de facto meer capaciteit van de DAB om het toenemende aantal overplaatsingen te verwerken. Anderzijds vereist dit, wanneer gedetineerden in gevangenissen worden geplaatst die ver verwijderd zijn van de justitiepaleizen waar ze moeten verschijnen, de inzet van extra politiedispositieven om hen naar de hoven en rechtbanken te vervoeren. In deze context zijn er één of twee gevallen geweest, zij het zeer sporadisch, waarbij een rechtbank de procedure niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Om het tijdige vervoer van gedetineerden naar rechtszalen en rechtbanken maximaal te waarborgen, zijn verschillende initiatieven genomen op het vlak van de capaciteit van de DAB, de materiële middelen en de interne processen. Ik geef enkele voorbeelden, maar er zijn er nog veel meer. Het personeel van de kerncentrales wordt gefaseerd geheroriënteerd naar de DAB-eenheden voor hoven en rechtbanken. De normen voor het begeleiden van gedetineerden zijn geharmoniseerd en geoptimaliseerd.
Een centraal planningsinstrument is binnen de DAB ingevoerd om de operationele capaciteit voor transportmissies te monitoren, te prioriteren en te optimaliseren. Nieuwe celvoertuigen met een capaciteit van zeven en tien gedetineerden zijn aangeschaft om het verouderde wagenpark te vervangen en de mogelijkheden voor gedetineerdentransport uit te breiden. Ook is de samenwerking met het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (DG EPI) versterkt om de beheersprocessen op elkaar af te stemmen en efficiënter te werken.
Zo werken verschillende gevangenissen nu met een gedeelde elektronische agenda met de DAB om medische afspraken van gedetineerden optimaal en efficiënt te plannen. Dit stelt de DAB niet alleen in staat om medische transfers naar een ziekenhuis effectief uit te voeren, maar ook om de operationele capaciteit efficiënt te plannen en zo andere transportmissies naar hoven en rechtbanken te garanderen.
Daarnaast bestaat er een nauwe samenwerking met de gemeenschappen, die verantwoordelijk zijn voor jeugdhulp, om het proces van het begeleiden van minderjarige delinquenten zo efficiënt mogelijk te maken.
Tot slot is er, conform de ministeriële richtlijn MFO1, een versterkingssysteem binnen de federale politie opgezet om de DAB te ondersteunen. Andere initiatieven, die ik nu niet ga opsommen, moeten nog worden genomen om de efficiëntie verder te verbeteren. Er is ook een overleg gepland tussen de politie, de hoven en rechtbanken en het kabinet van Justitie. Om de discussies vlot te laten verlopen, ben ik bereid om iedereen de statistische gegevens schriftelijk te verstrekken, ter aanvulling van mijn betoog.
Ortwin Depoortere:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Het zou mij inderdaad vooruithelpen om de cijfers schriftelijk te ontvangen.
De helft van uw antwoord bestond uit de beschrijving van de situatie, zoals ik die ook heb omschreven. Het is een aanslepende, jarenlange problematiek, het is een capaciteitsprobleem en het is een communicatieprobleem tussen Justitie en BIZA. Dat wist ik al, mijnheer de minister. Ik vroeg u naar maatregelen om dit te verhelpen. U hebt er enkele opgesomd. De DAB die nu instaat voor de kerncentrales wordt naar de rechtbanken verplaatst. Er komt een betere interne planning. Er komen meer voertuigen.
Zijn dat slechte maatregelen? Neen, helemaal niet. Zijn dat voldoende maatregelen? Ik denk het niet. Het schoentje wringt bij het capaciteitsprobleem. We moeten meer mensen bij de politie kunnen aanwerven. Daarin gaat u niet slagen, omdat u bij de meerjarenbegroting geen budgetten voor BIZA, voor de politie en voor de veiligheid hebt gekregen. Ik vrees dat u op uw honger zult blijven zitten, als we werk willen maken van een volledig ingevuld personeelskader dat operationeel genoeg is om onze gevangenistransporten te verzorgen.
De andere oplossing is uiteraard de overbevolking in onze gevangenissen aanpakken. Daarvoor hebben we minister Verlinden nodig. Zij zal werk maken van het naar huis sturen van alle illegalen, die momenteel 40 % van onze gevangenispopulatie uitmaken. Ik kijk daar enorm naar uit, hopelijk samen met u, mijnheer de minister.
Voorzitter:
Vraag nr. 56010340C van mevrouw Pas wordt in een schriftelijke vraag omgezet.
De regeringsbeslissing over het verbod op het gebruik van een slogan door het gevangenispersoneel
Het verbod op slogans binnen het gevangeniswezen
Beleid rond uitingen en slogans in het gevangeniswezen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Marijke Dillen en Kristien Van Vaerenbergh bekritiseren het verbod van de ministerraad op de slogan "Justitie wankelt. Overbevolking is onveilig" – een symbolische uiting van ongenoegen door gevangenispersoneel over structurele overbevolking, onveilige werkomstandigheden en gebrek aan actie – als onnodige censuur en een teken van minachting voor hun bezorgdheden. Minister Annelies Verlinden bevestigt het verbod, maar benadrukt dat dit niet de boodschap zelf onderdrukt, maar neutrale overheidscommunicatie moet waarborgen; ze somt drie prioriteiten op (terugkeer gedetineerden zonder verblijfsrecht, doorstroom geïnterneerden, beperking voorlopige hechtenis) en belooft structurele oplossingen, waaronder extra capaciteit en personeel. Dillen blijft kritisch: het verbod voelt als een klap in het gezicht voor het personeel, dat zich niet gehoord voelt, terwijl Van Vaerenbergh het inconsistent noemt omdat andere justitiële diensten (bv. Brussel) wel vergelijkbare slogans blijven gebruiken.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, Justitie wankelt. Overbevolking is onveilig, vandaag voor ons, morgen voor u , dat was een slogan die enige tijd te lezen stond in het mailverkeer van medewerkers van het gevangeniswezen. De slogan werd vergezeld van een kleine afbeelding van een wankele Vrouwe Justitia op een stapel matrassen. Het was een boodschap van de ambtenaren die de gevangenissen draaiende moeten houden. Zij hebben overschot van gelijk. Geen zinnig mens kan ontkennen dat de overbevolking in onze gevangenissen tot onveiligheid leidt. Het gebruik van die slogan wordt nu echter verboden volgens een beslissing van de ministerraad. Blijkbaar mag die waarheid niet worden gebracht. Voor de excellenties in kwestie moeten het logo en de slogan zelfs uit de e-mails verdwijnen.
Mevrouw de minister, wij het kunnen echt niet vatten dat het gevangenispersoneel van de ministerraad niet mag aanklagen dat de overbevolking in de gevangenissen stijgt. Het roept daarenboven de vraag op of de ministerraad werkelijk niets beters te doen heeft dan een dergelijk punt op zijn agenda te plaatsen. Iedereen is al jarenlang bekend met de problematiek en de ronduit gevaarlijke werkomstandigheden. Dat is niet nieuw. Mevrouw de minister, het aantal grondslapers neemt spectaculair toe. De maximumcapaciteit wordt week na week overschreden. Daarover is al voldoende gedebatteerd. Er was terecht veel kritiek op de werkvloer, van de medewerkers zelf. Zij begrijpen echt niet dat zij zwijgplicht hebben gekregen. Ik heb de slogan letterlijk geciteerd, het was een brave boodschap over een problematiek die iedereen kent. We weten allemaal dat het gevangenispersoneel overbelast is. De toestand is onhoudbaar. Zij werken onder moeilijke omstandigheden en leveren dag in, dag uit het beste van zichzelf.
Is het echt nodig om een dergelijk verbod op te leggen en hen de facto te jennen en uit te dagen? Zijn er echt geen dringender dossiers waarover de ministerraad zich kan en moet buigen? Nogmaals, het gaat hier niet om een lasterlijke of onware slogan.
Kunt u mij meedelen op basis van welke argumenten dat voorstel werd geagendeerd en aangenomen door de ministerraad?
Kristien Van Vaerenbergh:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de ingediende vraag.
We vernamen dat op de ministerraad werd beslist dat het personeel van het gevangeniswezen het logo van een wankelende vrouwe justitia en de slogan “Justitie wankelt. Overbevolking is onveilig, vandaag voor ons, morgen voor u” niet langer mag gebruiken in officiële communicatie. Dat verbod werd gemotiveerd vanuit de wens om sereniteit te bewaren in de gesprekken over de problemen binnen het gevangeniswezen.
De woordvoerder van het Gevangeniswezen verklaarde in de media dat het logo en de slagzin wel in lijn zijn met de deontologische code van ambtenaren, maar dat men gevolg zal geven aan de vraag van de ministerraad. Echter, waren de gevangenisdirecteurs not amused met het verbod. En ook ik stel vast dat bij andere onderdelen van de rechterlijke orde nog steeds boodschappen met een gelijkaardige strekking worden gebruikt. Zo worden er bij bepaalde griffies, zoals bij het Tribunal de Première Instance francophone de Bruxelles, nog documenten verstuurd met de vermelding “Justice en danger” met bijhorend logo.
Mijn vragen:
1. Kunt u de oplegging van dit verbod bevestigen?
2 Bent u op de hoogte dat sommige rechtbanken nog steeds officiële documenten verspreiden met de boodschap "Justice en danger"?
3. Indien ja, waarom geldt het verbod op het gebruik van dergelijke slogans dan niet voor andere onderdelen van Justitie?
4. Zijn het logo en deze slagzin volgens u in strijd met de deontologische code van ambtenaren?
5. Welk signaal kan u geven aan het gevangeniswezen om te tonen dat u de sense of urgency begrijpt en effectief maatregelen neemt op korte termijn?
6. Wat is de stand van zaken van uw drie prioriteiten?
Annelies Verlinden:
Collega's, laat me eerst en vooral nog eens duidelijk zeggen dat het signaal van het gevangenispersoneel door ons en door mij ter harte wordt genomen, zoals ik aan hen en anderen ook al herhaaldelijk persoonlijk heb meegedeeld. De werkomstandigheden in de gevangenissen zijn bijzonder zwaar. Ik heb het grootste respect voor de mensen die ondanks alles trachten om de leefomstandigheden in de gevangenissen in goede banen te leiden. De personeelsleden overtreffen zich elke dag, ondanks de grote werkdruk ingevolge de overbevolking.
De vraag van de ministerraad om het gebruik van het logo en de bijbehorende slogan te beëindigen, heeft niets te maken met een gebrek aan begrip voor dat signaal, maar wel met de nood aan een uniforme en neutrale communicatie door de overheidsdiensten. Dat neemt niet weg dat de boodschap overeind blijft en dat het onderliggende signaal van ongenoegen en bezorgdheid ernstig wordt genomen.
Op 15 oktober ben ik daarom in overleg gegaan met de gevangenisdirecteurs, alsook met de syndicale organisatie. Ik heb hen vrijdag laatstleden opnieuw gezien. Er zijn binnen de schoot van de regering ook besprekingen lopende over het dossier van de overbevolking. We willen structureel werken aan oplossingen binnen het kader van de drie prioriteiten voor het gevangeniswezen.
De eerste prioriteit is de bevordering van de terugkeer en de overbrenging van gedetineerden zonder verblijfsrecht. De tussenstaatse overbrengingen en de dienst die daarvoor verantwoordelijk is, wordt versterkt met zeven vte's. Er wordt prioriteit gegeven aan overbrengen binnen de Europese Unie en ook aan derde landen zoals Albanië en Marokko. Bovendien zijn er buitenlandse missies geweest en verschillende vergaderingen tussen Binnenlandse Zaken en de FedPol, bijvoorbeeld om het aantal escorteurs bij de LPA te verhogen.
Ten tweede moeten we zorgen voor een betere doorstroom van geïnterneerden, waarbij liefst op een zo kort mogelijke termijn bijkomende capaciteit voor die doelgroep kan worden gecreëerd buiten detentie. Volksgezondheid werkt momenteel aan 90 plaatsen in zorghuizen, dit voor geïnterneerden die rechtstreeks uitstromen uit high security zoals een gevangenis of een FPC. We willen ook werken aan de toename van de bestaande capaciteit van de FPC's.
De derde prioriteit is de beperking van het aantal personen in voorlopige hechtenis. Het koppelen van voorwaarden aan de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht is daarbij een belangrijk initiatief, dat momenteel door de diensten wordt uitgewerkt.
Kortom, de vraag van de ministerraad over het actielogo verandert niets aan mijn erkenning van de moeilijke realiteit op het terrein en ook mijn engagement om samen met de diensten en met de vakorganisaties naar oplossingen te blijven zoeken. Ik blijf ook vastberaden om samen met het personeel, de directies, de andere betrokken partners zoals Asiel en Migratie en Volksgezondheid de situatie structureel te verbeteren met meer ondersteuning, meer personeel, meer capaciteit en meer middelen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, u hebt een volledige uiteenzetting gegeven van uw plannen om de overbevolking aan te pakken. Wij zullen u ook grotendeels steunen, wanneer u die plannen hier gedetailleerd voorlegt, maar dat is niet de essentie van mijn vraag. De essentie is waarom de ministerraad het nodig vond om een verbod op te leggen. Het ging om een brave slogan. Indien die vol met verwijten en leugens zou staan, dan had ik het nog kunnen begrijpen. Het is echter een heel brave slogan: 'Justitie wankelt. Overbevolking is onveilig, vandaag voor ons, morgen voor u.' Daarop kan men toch echt geen commentaar geven?
Het argument van een eenvormige communicatie binnen de administratie is geen antwoord op de kritiek van de cipiers. U zegt, mevrouw de minister, dat u de voorbije periode regelmatig met de vakorganisaties hebt gesproken. Ik geloof dat. Ik heb zelf ook met heel veel mensen op het terrein gesproken naar aanleiding van de stakingen. Zij begrijpen die beslissing tot op vandaag niet. Ze voelen zich daardoor werkelijk diep geraakt en ervaren dat als een gebrek aan respect.
Kristien Van Vaerenbergh:
Die maatregel is inderdaad een detail ten opzichte van de grote problemen die moeten worden aangepakt. Ik vind wel dat het voor iedereen op dezelfde manier moet worden toegepast.
De islamisering van de gevangenis in Haren
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy beweert in Doorbraak dat de gevangenis van Haren gekenmerkt wordt door islamisering en radicalisering, met intimidatie van niet-moslims, vrouwen en LHBTQ+-personen, en stelt dat moslimgedetineerden en -personeel islamitische normen opleggen, terwijl de minister volgens hem geen actie onderneemt. Minister Verlinden benadrukt dat neutraliteit en professioneel gedrag verplicht zijn, verklaart dat Arabisch soms noodzakelijk is voor communicatie met niet-Nederlands/Franstalige gedetineerden, en wijst op bestaande klachtenprocedures en diversiteitstraining, zonder de beschuldigingen van systematische radicalisering te bevestigen of ontkennen. Van Rooy herhaalt zijn kritiek, linkt criminaliteit expliciet aan de islam als leer die "ongelovigen" als doelwit zou legitimeren, en waarschuwt voor een "tikkende tijdbom" bij vrijlating van geradicaliseerde gevangenen. De minister reageert niet op zijn polariserende stellingnames.
Sam Van Rooy:
"Een grotendeels Maghrebijnse gevangenispopulatie, pro-Palestijnse T-shirts, biddende cipiers en personeelsleden die gevangenen regelmatig in het Arabisch aanspreken." Tot zover een hallucinante getuigenis uit de gevangenis van Haren.
Mevrouw de minister, in Doorbraak staat een alarmerende getuigenis over de radicalisering en islamisering in de gevangenis van Haren. De titel luidt: “In onze gevangenissen speelt zich een discrete radicalisering af.” Ik hoop dat u ze hebt gelezen. U weet waar het over gaat, minister, want u werd door Doorbraak om een reactie gevraagd, maar u besloot niet te reageren.
Samengevat komt het erop neer dat, doordat de overgrote meerderheid van de gedetineerden moslim is, evenals een substantieel en groeiend deel van de cipiers en van het andere personeel, islamitische regels en wetten steeds meer domineren in de gevangenis en niet-moslims, vrouwen en homoseksuelen worden geïntimideerd of weggepest.
Enkele citaten. "Zo heb ik weet van een gevangenismedewerker met joodse roots die, zodra de gevangenen daarvan op de hoogte waren, gepest en gechanteerd werd en finaal is overgeplaatst."
Tweede citaat: "Homoseksuele gevangenen worden uitgelachen en zelfs geslagen. Vrouwelijke personeelsleden die een blijkbaar te kort rokje dragen, worden door hun eigen collega's terechtgewezen. Ik heb al meermaals gehoord dat moslim-medewerkers gevangenen met Maghrebijnse roots in het Arabisch aanspreken. Sterker nog, er zijn bewakers die in Haren nu oude jeugdvrienden treffen die achter de tralies zijn beland. Ik hoef je niet te vertellen dat dit geen gezonde situatie is."
Nog een citaat: "Je merkt dat de onverdraagzaamheid toeneemt. Gaat het tijdens de middagpauze bijvoorbeeld over het conflict in Gaza, dan is het not done om pro-Israël uit de hoek te komen. Maar moslim-collega's die met een T-shirt met daarop ‘ Les enfants de Gaza’ en een afbeelding van een watermeloen naar het werk komen, worden ongemoeid gelaten. Terwijl dit natuurlijk niet toegelaten is voor federale ambtenaren."
"Collega’s zijn bang als islamofoob of als racistisch te worden weggezet. In de gevangenis. Ik vrees dat er een discrete radicalisering bezig is in onze gevangenissen.” Enzovoort.
Minister, graag uw reactie hierop. Welke stappen onderneemt u om de islamisering en de radicalisering in de gevangenis van Haren en bij uitbreiding in al onze gevangenissen tegen te gaan?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Van Rooy, van personeel wordt verwacht dat zij zich gedurende de uitvoering van hun functie professioneel en neutraal opstellen, ongeacht hun afkomst en religie. Het bewakingspersoneel draagt een uniform dat de neutraliteit mee vorm dient te geven. Het is voor bewakend personeel daarom ook niet toegelaten om T-shirts zichtbaar te dragen. Ze dragen een hemd of polo van hun uniform. Het geloof openbaar praktiseren, wordt tijdens de werkuren niet toegestaan.
Het klopt dat er een stijgende populatie Maghrebijnse gedetineerden is. Een deel van die gedetineerden spreekt geen Frans of Nederlands en kan zich enkel bedienen van de Arabische taal. Het personeel heeft soms geen andere mogelijkheid dan deze populatie in een andere taal wegwijs te maken of te antwoorden. Het principe hierbij is dat de gedetineerde het antwoord krijgt in zowel de taal die hij kent als in het Frans of het Nederlands. Dat geldt uiteraard niet enkel voor de Arabische taal, want ook bij gedetineerden die enkel andere talen spreken dan het Nederlands of het Frans wordt getracht in hun eigen taal te antwoorden indien het personeel die taal machtig is, zoals het Engels of het Spaans. Dat is nodig om de leefbaarheid binnen de gevangenissen te behouden.
De onthaalbrochure is ook in meerdere talen beschikbaar. Op die manier wordt de informatie aangeboden in een begrijpbare taal en wordt ingezet op een begrip van de vigerende principes in het kader van het handhaven van de orde en de veiligheid. Bij de competenties van penitentiair bewakend personeel wordt het hebben van kennis van vreemde talen net als een pluspunt genoteerd. Het kennen van andere talen en het begrijpen van andere culturen met hun gewoonten en gedragsregels kan inderdaad goed zijn om dynamische veiligheid in de detentieomgeving te garanderen. Er wordt in de opleiding van de penitentiaire medewerkers dan ook aandacht besteed aan het aspect van multiculturaliteit en diversiteit en aan de wijze waarop hiermee correct moet worden omgegaan binnen de penitentiaire context.
Het arbeidsreglement geldt voor alle personeelsleden van het DG EPI, evenals het waardekader van de FOD Justitie. De directie van de gevangenis van Haren is zich ervan bewust dat de multiculturele omgeving ook uitdagingen met zich meebrengt en heeft daar bijzonder veel aandacht voor. Wanneer medewerkers klachten of bezorgdheden hebben, kunnen zij altijd bij hun leidinggevenden terecht, die desgevallend de nodige stappen zullen ondernemen. Het kan gaan om inbreuken, intimidatie of pestgedrag van collega's of van gedetineerden.
Sam Van Rooy:
Minister, om te beginnen, het is geen toeval dat moslims sterk oververtegenwoordigd zijn in onze gevangenissen. De islam leert hen immers dat de ongelovigen, de kuffar, een legitiem doelwit zijn van criminele daden en dus mogen worden aangevallen en beroofd.
Onze gevangenissen zijn broeihaarden van radicalisering, waarbij de islamitische wetten en regels domineren en het overnemen, waarbij niet-moslims, vrouwen en homoseksuelen worden geïntimideerd of weggepest en waarbij moslims elkaar islamiseren en nog radicaler worden. U bent er niet op ingegaan. Homoseksuele gevangenen worden uitgelachen en zelfs geslagen, vrouwelijke personeelsleden die volgens hun collega's een te kort rokje dragen, worden terechtgewezen en uit getuigenissen blijkt dat een joodse gevangenismedewerker werd weggepest.
Mevrouw de minister, moslims in onze gevangenissen zijn een tikkende tijdbom. Ze nemen onze gevangenissen over en wanneer ze vrijkomen, wat helaas in dit land veel te snel gebeurt, dan vormen ze een groot gevaar voor onze samenleving.
Voorzitter:
La question n° 56010210C de Mme Schlitz est reportée.
De recente verkrachting in de gevangenis van Antwerpen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sophie De Wit wijst op herhaalde verkrachtingen en mishandeling in de Antwerpse gevangenis (Begijnenstraat), gelinkt aan structurele problemen zoals overbevolking, personeelstekort en verouderde infrastructuur, en vraagt om concrete maatregelen en evaluaties. Minister Annelies Verlinden noemt het geweld "onaanvaardbaar", verwijst naar een lopend gerechtelijk onderzoek en een audit (sept. 2024) met procedurele optimalisaties, maar bevestigt dat overbevolking en personeelstekort het veiligheidsbeleid en toezicht ondermijnen, ondanks pogingen tot prioritering. Verlinden erkent dat risicoprofielen moeilijk in te schatten zijn bij nieuwe gedetineerden en dat plaatsgebrek soms gedwongen celindeling veroorzaakt. De Wit bekritiseert dat dergelijke feiten "niet mogen kunnen gebeuren" en dringt aan op maximale veiligheidsinspanningen, ondanks de erkenning van systeemfalen.
Sophie De Wit:
Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Geachte minister,
Volgens recente berichtgeving in de media loopt er een gerechtelijk onderzoek naar de verkrachting van een gedetineerde in de Antwerpse gevangenis aan de Begijnenstraat. Het slachtoffer, dat vastzat voor drugsfeiten, zou tijdens zijn slaap zijn gedrogeerd door één dan wel beide celgenoten. De feiten worden gekwalificeerd als verkrachting en toediening van weerloos makende of remmingsverlagende stoffen.
Deze nieuwe zaak komt bovenop eerdere zware mishandelingen in dezelfde inrichting, waar vorig jaar eveneens een gedetineerde slachtoffer werd van langdurige mishandeling en verkrachting door celgenoten. De gevangenis van Antwerpen kampt al geruime tijd met structurele problemen zoals overbevolking, personeelstekort en verouderde infrastructuur, wat de veiligheid zowel voor gedetineerden als voor het personeel ondermijnt.
Ik heb de volgende vragen voor u:
1. Hoe reageert u op dit nieuwe geweldsincident in de gevangenis van Antwerpen, waar een gedetineerde slachtoffer werd van verkrachting binnen zijn cel?
2. Werd naar aanleiding van dit en eerdere incidenten een interne audit of veiligheidsanalyse uitgevoerd binnen de Antwerpse inrichting en wat waren de conclusies daarvan?
3. Werden na de eerdere mishandelings- en verkrachtingszaak van vorig jaar in Antwerpen concrete structurele maatregelen genomen en hoe evalueert u vandaag de uitvoering en impact daarvan?
4. Hoe beïnvloedt de aanhoudende overbevolking in de Antwerpse gevangenis de mogelijkheid om risicovolle profielen van elkaar te scheiden en werden er nog gedetineerden met uiteenlopende risicoprofielen samen geplaatst wegens plaatsgebrek?
5. In welke mate speelt het tekort aan penitentiair personeel in Antwerpen een rol bij het verminderen van toezicht en het tijdig detecteren van geweldsfeiten en werden er sinds vorig jaar bijkomende versterkingen of veiligheidsmaatregelen voor het personeel voorzien?
Dank voor uw antwoorden.
Annelies Verlinden:
Mevrouw De Wit, dergelijk gedrag is uiteraard onaanvaardbaar en er moet streng worden opgetreden. De melding maakt momenteel het voorwerp uit van een gerechtelijk onderzoek. We betreuren het voorval, maar kunnen, gelet op het onderzoek, geen bijkomende inhoudelijke informatie geven.
In september 2024 werd een audit uitgevoerd met betrekking tot de infrastructurele veiligheid van de instelling. De procedures werden doorgelicht en waar nodig geoptimaliseerd.
Het onderzoek naar aanleiding van het recente incident is nog lopende. Er wordt momenteel gewerkt aan een project voor het centraal beheer van primaire beveiligingssystemen via een platform.
Het ligt voor de hand dat indien de graad van overbevolking bepaalde marges overschrijdt, dat het intern plaatsingsbeleid onder druk zet. Dat plaatsingsbeleid tracht met zoveel mogelijk factoren rekening te houden, die betrekking hebben op interne of externe gevaren, medisch gerelateerde aspecten, bijvoorbeeld diabetes, de aanwezigheid van psychiatrische problematieken, het behoren tot rivaliserende groepen, rookgedrag en zo meer. Sommige gedetineerden staan onder een bijzondere veiligheidsmaatregel of een individueel bijzonder veiligheidsregime en kunnen bijgevolg met niemand een ruimte delen. Daarenboven weet men van een nieuwe gedetineerde, zeker van een beklaagde, niet altijd of die een risicovol profiel heeft en hoe die zich in een detentietoestand zal gedragen. De directie kan zich veelal slechts op het aanhoudingsmandaat beroepen en op een eventuele melding van de politie die de beklaagde binnenbrengt.
Wat betreft uw vraag inzake het tekort aan penitentiair personeel zal mijn antwoord niet verrassen. De personeelskaders opgevuld krijgen en houden is, in tijden waarin het voor veel beroepen steeds moeilijker wordt om medewerkers te vinden, een uitdaging. Dat geldt uiteraard ook in combinatie met het hoge aantal gedetineerden, waardoor het integraal uitgevoerd krijgen van alle opdrachten die idealiter zouden moeten worden uitgevoerd, steeds meer een uitdaging vormt. Dat staat dus eveneens onder druk, maar ook in moeilijke tijden wordt er alles aan gedaan om de prioriteiten juist te zetten en te houden.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik ben me ervan bewust dat de personeelsproblematiek en de overbevolking alles bemoeilijken. Ik denk echter dat we er alles aan moeten doen om de veiligheid, zowel binnen als buiten de gevangenis, te vrijwaren. Feiten als die verkrachting zouden niet mogen kunnen gebeuren.
Het matrassentekort in de gevangenis te Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alain Yzermans bekritiseert de alarmistische overbevolking (13.500 gedetineerden, +350% grondslapers sinds deze regering) en extreme situatie in Hasselt (145% overbevolking, 36 grondslapers), waar de commissie van toezicht waarschuwt voor improvisatie door gebrek aan basismateriaal (bedden, voedsel). Hij vraagt om concrete plannen voor humane detentie, personeelstekort en logistieke garanties. Minister Verlinden bevestigt de crisis en wijst op structurele oorzaken (stop noodmaatregelen, stijging langgestraften/geïnterneerden), maar noemt genomen stappen: de noodwet (vroegtijdige vrijlating), ad-hocbevoorrading, en een sociaal akkoord in Hasselt (44 aanwervingen, 22 statutariseringen). Ze belooft verdere regeringsmaatregelen en analyseert mutaties voor extra personeel. Yzermans juicht de vooruitgang toe maar pleit voor een integrale aanpak, met bewustmaking bij magistratuur en buitenlandse voorbeelden (Frankrijk/Nederland, kleinschalige detentie), om het verloren effect van eerdere maatregelen te compenseren. Kritiek op systeemfalen blijft centraal.
Alain Yzermans:
De groei van de overbevolking is helaas nog niet gestopt. Sinds gisteren is de kaap van 13.500 gedetineerden in onze gevangenissen overschreden. Ook het aantal grondslapers bereikt ongekende hoogten: inmiddels 569, een stijging met 350 % sinds het begin van deze regering.
In Hasselt is de evolutie gelijkaardig. Daar bedraagt de overbevolking geen 22 % zoals op nationaal niveau, maar 145 %. Er zijn 36 grondslapers, zes meer dan op het moment waarop ik mijn vraag indiende. De voorzitter van de commissie van toezicht benadrukte in een persbericht dat de laatste twaalf matrassen uit het magazijn zijn gehaald voor de grondslapers en dat, mochten er nog bijkomen, men genoodzaakt zal zijn om te improviseren. Mijn vragen zijn dan ook heel duidelijk.
Hoe ziet u de rol van de commissie van toezicht bij het verbeteren van de situatie in het kader van een humaan detentiebeleid? Was u op de hoogte van deze aanklacht, en hoe werd daarop gereageerd? Daarnaast, hoe zult u de overbevolking in deze gevangenis aanpakken? Hoever staat het met de basisbehoeften voor gedetineerden, zoals beddengoed, voedselvoorziening enzovoort? Hoe worden deze gewaarborgd gezien de demografische evolutie en de blijvende overbevolking? Kunnen deze materiële voorzieningen nog volgen?
Wat is uw plan om het personeelstekort aan te pakken, gelet op het wederkerige effect tussen onderbezetting van personeel en overbezetting van het aantal gedetineerden? Hoe zult u meer personeel in Hasselt aantrekken? En hoever staat u vandaag in dit dossier met betrekking tot het sociaal akkoord?
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega Yzermans. Laat me toch nog even zeggen dat ik blij ben dat u hier bent en dat ik hoop dat we elkaar de komende weken en maanden zo vaak mogelijk hier nog kunnen ontmoeten.
Alain Yzermans:
Dank u wel!
Annelies Verlinden:
Wat uw vraag betreft, het externe toezicht op de gevangenissen wordt geregeld in de artikelen 20 tot en met 31/1 van de basiswet. De Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen houdt, via de lokale commissies van toezicht die in al onze gevangenissen bestaan, onafhankelijk toezicht op de detentieomstandigheden. Zij kunnen advies verstrekken of informatie bezorgen aan de CTRG, uit eigen beweging of op verzoek. Ze rapporteren hun vaststellingen, waarna jaarlijks een jaarverslag wordt opgesteld over de bevindingen in elke inrichting. De commissies van toezicht en de CTRG zijn partners. Hun onafhankelijke vaststellingen zijn belangrijk voor het beheer, het leven en het werken in de gevangenissen, en zij besteden uiteraard bijzondere aandacht aan de gevolgen van de overbevolking.
Ik ben mij zeer bewust van de urgentie en de onhoudbaarheid van de situatie, zowel voor de gedetineerden als voor het personeel. Om die reden hebben we al diverse initiatieven genomen. Via verschillende taskforces wordt gewerkt aan oplossingen voor thema’s zoals capaciteit, de problematiek van geïnterneerden, personen zonder verblijfsrecht en veiligheid.
Om op korte termijn soelaas te bieden in de strijd tegen de overbevolking werd de noodwet aangenomen, waardoor meer kon worden ingezet op re-integratie en op de vrijlating van gedetineerden die daarvoor in aanmerking kwamen. De noodwet heeft, zoals eerder besproken, wel degelijk effect gehad, maar de gevangenispopulatie is toch blijven toenemen. Dat is onder meer het gevolg van de stopzetting van eerdere noodmaatregelen en dus de tenuitvoerlegging van veroordelingen tot drie jaar, de stopzetting van het VPV, de gedeeltelijke uitvoering van de opgeschorte briefjes door de parketmagistraten ten gevolge van de geplande pensioenhervorming, het stijgend aantal beklaagden, het stijgend aantal langgestraften en ook het toenemend aantal geïnterneerden. Ik heb hierover eerder al uitgebreid toelichting gegeven.
Het is dus noodzakelijk om binnen de regering bijkomende maatregelen te bespreken in de strijd tegen de overbevolking, en in het bijzonder tegen het fenomeen van de grondslapers.
De overbevolking leidt onvermijdelijk ook tot operationele en logistieke uitdagingen, maar er worden inspanningen geleverd om die te beheersen. De inrichting wordt bevoorraad met allerlei materiaal, hetzij via de centrale diensten, hetzij via andere gevangenissen die nog over voorraad beschikken, hetzij via derden. Alles wordt in het werk gesteld om urgente problemen ad hoc op te lossen.
Eind 2024 werd in de gevangenis van Hasselt een protocol gesloten om de instroom van nieuwe medewerkers te regelen. Samen met de vakbonden werd geopteerd voor een systeem van 50 % wervingen gekoppeld aan 50 % mutaties. De aanwervingen werden gerealiseerd: er werden 40 plaatsen geopend en 44 wervingen uitgevoerd. Van die 44 waren er 22 extern aan de gevangenis van Hasselt en 22 contractuelen werden ter plaatse statutair benoemd. Door deze statutarisatie werd hun kennis voor een deel verankerd binnen de gevangenis. Dat was ook een vraag van de lokale directie en van de lokale vakbonden.
Voor het luik van de mutaties loopt de analyse momenteel. We kunnen daarover dus nog geen cijfers geven, maar we volgen de situatie op de voet.
Alain Yzermans:
Dit stemt me positief. Ik wil verwijzen naar het interessante debat dat we deze ochtend hebben gevoerd met de Centrale Toezichtsraad op het Gevangeniswezen, waarin een aantal suggesties werden geformuleerd. De suggestie om ook bij de magistratuur en de rechters de nodige bewustwording te creëren zodat zij meewerken aan een integrale oplossing, zou uiteraard bijdragen. De afname, die bijzonder groot is geweest, van het aantal mensen die wachtten op de uitvoering van hun straf – u hebt het zelf zonet gezegd – heeft ervoor gezorgd dat het effect van uw maatregelen voor een stuk verloren is gegaan. Het is belangrijk dat die integrale aanpak wordt voortgezet en dat we blijven kijken naar het buitenland inzake regulering. Een aantal voorstellen bestaan al; Frankrijk en Nederland passen die toe. Ook detentie op kleine schaal – alhoewel dat maar druppels zijn op een hete plaat – vormt een voorbeeld dat we moeten blijven nastreven.
De bouw van de nieuwe gevangenis in Vresse-sur-Semois
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sophie De Wit kritiseert de keuze voor een PPS/DBFM-contract (171 miljoen euro, oplevering 2029) voor de nieuwe gevangenis in Vresse-sur-Semois, vraagt zich af of dit kostenefficiënt en tijdig is, en wijst op urgente capaciteitsproblemen en bereikbaarheidsuitdagingen (personeel, familiebezoek). Minister Annelies Verlinden verdedigt de DBFM-formule als garantie voor prijs en timing (refererend aan tevredenheid over Eiffage in Marche-en-Famenne), belooft opvolging via contractuele afspraken en pendelbussen voor bereikbaarheid, en benadrukt dat nieuwe gevangenissen via een apart budget lopen zonder afbreuk te doen aan renovaties elders. De Wit blijft sceptisch over de hoge kosten en afgelegen locatie, maar erkent de nood aan extra capaciteit. Verlinden bevestigt dat vergunningen cruciaal zijn voor de timing en dat investeringen in bestaande gevangenissen gescheiden blijven van nieuwe projecten.
Sophie De Wit:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar mijn schriftelijke voorbereiding.
Geachte minister,
Recent werd bekend dat het bouwbedrijf Eiffage de opdracht heeft gekregen voor het DBFM-project (Design, Build, Finance, Maintain) van de nieuwe gevangenis in Vresse-sur-Semois. De investering bedraagt 171 miljoen euro voor 312 plaatsen, met oplevering pas voorzien in 2029.
Hoewel dergelijke projecten via PPS (publiek-private samenwerking) op papier modern en duurzaam zijn, rijzen er vragen over de kostenefficiëntie, timing en transparantie van deze formule, zeker gezien de urgente capaciteitsnoden in het gevangeniswezen.
Ik heb volgende vragen voor u:
1) Waarom werd voor Vresse-sur-Semois opnieuw gekozen voor een PPS/DBFM-formule en hoe evalueert u de resultaten van eerdere penitentiaire projecten volgens dit model, inzonderheid de samenwerking met Eiffage bij de bouw van de gevangenis van Marche-en-Famenne?
2) Welke waarborgen werden ingebouwd om te vermijden dat de reeds aanzienlijke investeringskost van 171 miljoen euro verder oploopt en hoe ziet u de rol van Justitie bij de beleidsmatige opvolging en evaluatie van dit project?
3) Acht u het haalbaar dat de gevangenis effectief operationeel zal zijn tegen 2029 en welke maatregelen neemt Justitie om de uitvoering en ingebruikname tijdig te verzekeren?
4) Hoe werd bij de keuze voor de locatie Vresse-sur-Semois rekening gehouden met de bereikbaarheid en de verwachte uitdagingen op het vlak van personeelsrekrutering en familiebezoek, die zich bij andere afgelegen inrichtingen al hebben voorgedaan?
5) Hoe garandeert u dat de aanzienlijke investeringen in nieuwe inrichtingen, zoals Vresse-sur-Semois, niet ten koste gaan van dringende renovaties en veiligheidswerken in de bestaande gevangenissen, noch van kleinere uitbreidingsprojecten zoals de tijdelijke of modulaire units?
Dank voor uw antwoorden.
Annelies Verlinden:
Mevrouw De Wit, de keuze voor de DBFM-formule voor de bouw van de nieuwe gevangenis in Vresse-sur-Semois is bewust gemaakt. Het contract biedt garanties inzake timing en prijs, wat soms beter is dan bij een klassiek bouwproject. Zo is men in Marche-en-Famenne zeer tevreden over de samenwerking met de private partner. De kostprijs is bepaald in de finale offerte van het consortium en is opgenomen in het contract; de financial close volgt na het verkrijgen van de vergunningen. Enkel prijsherzieningen door indexering of onvoorziene omstandigheden, zoals opgenomen in het contract, zullen mogelijk zijn. Bovendien zal de lokale gevangenis met de steun van het centraal bestuur de opvolging van de contractuele eisen continu controleren.
Het blijft meer dan wenselijk dat de gevangenis operationeel is tegen 2029, al is dat onder voorbehoud van het verkrijgen van de noodzakelijke vergunningen. Zodra die verkregen zijn, kan een exacte opleverdatum worden bepaald. Het voordeel van een DBFM-contract is dat het consortium zich aan de afgesproken termijnen moet houden.
De keuze van de locatie dateert van de Zweedse regering. We zijn ons ervan bewust dat de uitbouw van een hedendaagse gevangenis waarbij humane detentie centraal staat, daar zeker mogelijk is, maar dat daar uitdagingen aan verbonden zijn. We zullen tijdig starten met de personeelsaanwervingen om indien nodig tijdig te kunnen bijsturen. Er zal tevens in een pendelbus worden voorzien om personeel vanaf strategische locaties, bijvoorbeeld een station, te vervoeren. Dat moet nog in detail worden uitgewerkt, maar is budgettair ingepland. Er is ook contact met TEC om een mogelijke busverbinding te bespreken.
U uitte uw bezorgdheid dat door de bouw van nieuwe inrichtingen geen investeringen meer zouden worden gedaan in bestaande inrichtingen. De bouw van de nieuwe gevangenissen verloopt evenwel via een apart, extra vrijgemaakt budget. Investeringen in andere gevangenissen gebeuren via de klassieke investeringslijst van de Regie der Gebouwen. Het gaat dus om afzonderlijke begrotingscircuits.
Het blijft essentieel te investeren in het bestaande gebouwenpark en in extra capaciteit om op korte, middellange en lange termijn te kunnen antwoorden op noden. De vrijgemaakte middelen tijdens het begrotingsconclaaf zullen daaraan kunnen bijdragen.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Mijn bezorgdheid was ingegeven door het feit dat er vandaag al 171 miljoen euro investeringskosten zijn, wat niet weinig is. Dan is er ook nog de ligging. Ik weet dat u destijds de keuze voor de locatie niet hebt gemaakt. Wij moeten in ieder geval goed opvolgen hoe aan de daarmee gepaard gaande uitdagingen, onder andere wat de bereikbaarheid betreft, tegemoet wordt gekomen. Ik ben alleszins blij dat nog aan bijkomende inrichtingen wordt gewerkt; wij hebben immers extra capaciteit nodig.
De situatie in de gevangenis van Haren en de door de vakbonden aangekondigde staking
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marijke Dillen bekritiseert dat de gevangenis van Haren – oorspronkelijk bedoeld voor individuele, menselijkere detentie – nu stapelbedden plaatst om overbevolking (40 extra plaatsen) en grondslapers (550+ landelijk) te bestrijden, wat het oorspronkelijke concept ondermijnt; het personeel (met 100 tekort op 795) dreigt te staken door overbelasting en gebrek aan overleg. Minister Verlinden verdedigt de maatregel als tijdelijke noodoplossing om ergere omstandigheden (grondslaap) te voorkomen en benadrukt dat het geen structurele afwijzing is van individuele detentie, maar wijt de crisis aan landelijke overbevolking en rekruteringsproblemen (o.a. Brusselse arbeidsmarkt, hoog verloop in nieuwe gevangenissen). Zij claimt wel overleg met vakbonden (7/11) en personeel via mail, plus aanwervingscampagnes, maar Dillen stelt de transparantie en haalbaarheid van deze aanpak impliciet in vraag.
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De gevangenis van Haren moest de toekomst van het Gevangeniswezen worden met individuele cellen in een gevangenisdorp van verschillende leefgroepen. Het was de bedoeling dat individuele detentie zou kunnen leiden tot een meer menselijkere detentie. Het zou ook geweld tussen gedetineerden onderling of met cipiers moeten voorkomen en de re-integratie op langere termijn vergemakkelijken. Maar het Directoraat-Generaal van het Gevangeniswezen heeft aan het gevangenispersoneel van Haren laten weten dat er in de eenpersoonscellen stapelbedden zullen worden geplaatst om een antwoord te bieden op de problematiek van de overbevolking. Zo zullen er ongeveer 40 plaatsen bij gecreëerd worden. Op deze wijze zal de oorspronkelijke bedoeling van individuele detentie eindigen. Maar het personeel gaat hier niet mee akkoord en heeft een stakingsaanzegging aangekondigd voor 19 november a.s.
Daarnaast is er ook de problematiek van de onderbezetting van het personeel. Er moeten ongeveer 795 voltijdse personeelsleden werken maar er zijn ongeveer 100 personeelsleden te kort. Dit leidt tot een verhoogde werkdruk en onaanvaardbare arbeidsomstandigheden voor het personeel.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende deze moeilijkheden in de gevangenis van Haren? Zullen er op deze wijze effectief bijkomende plaatsen worden gecreëerd? Waarom wordt er nu afgeweken van het principe van de individuele detentie die zou moeten leiden tot een meer menselijke detentie?
Welke alternatieve initiatieven worden er uitgewerkt om de vooropgestelde meer menselijke detentie te realiseren?
Heeft er voorafgaandelijk de beslissing van het Directoraat-Generaal van het Gevangeniswezen overleg plaatsgevonden met het personeel? Zo ja, graag toelichting. Zo neen, waarom niet?
Kan de minister meer gedetailleerde toelichting geven betreffende de onderbezetting van het personeel? Wat zijn hiervan de oorzaken? Werden er initiatieven genomen om hieraan tegemoet te komen om zo de hoge werkdruk van het personeel aan te pakken?
Annelies Verlinden:
Collega, tot midden november hanteerden we in de gevangenis van Haren een strikt maximaal bevolkingscijfer. Zodra dat cijfer dreigde te worden overschreden door binnenkomende gedetineerden, werden die systematisch naar andere arresthuizen doorverwezen. Dat had echter belangrijke repercussies voor de bevolkingsdruk in de andere arresthuizen, zowel in het noorden als in het zuiden van het land. De realiteit is dat de extreme en aanhoudende overbevolking in de arresthuizen ertoe leidt dat het aantal grondslapers opnieuw sterk toeneemt. Het zijn er zelfs meer dan 550 en die situatie is – ik herhaal – niet houdbaar.
Het voorzien van stapelbedden in verblijfsruimten waar momenteel een enkel bed staat, biedt inderdaad tijdelijk bijkomende plaatsen. Door die maatregel vermijden we dat gedetineerden elders opnieuw op een matras op de grond moeten slapen. Het is uiteraard een tijdelijke maatregel en geen structurele oplossing, en doet bijgevolg geen afbreuk aan de fundamentele ambitie om in Haren naar een meer humane, individuele detentie te evolueren, zodra de omstandigheden dat toelaten.
Met betrekking tot uw vraag over het overleg met het personeel, verwijs ik naar het overleg met de vakbonden op vrijdag 7 november, waarop zij over de beslissing geïnformeerd werden. De beslissing werd ook door het inrichtingshoofd via e-mail aan het personeel kenbaar gemaakt. Op maandag 10 november werd gestart met de omvorming van de verblijfscellen tot duocellen. De directie lichtte het personeel en de vakbonden in over de noodzaak, evenals over de nationale context en de detentieomstandigheden en de daaruit voortvloeiende nood aan bijkomende plaatsen in Haren.
Wat de onderbezetting betreft, het is correct dat de gevangenis van Haren momenteel met een personeelstekort kampt. Dat tekort is het gevolg van een combinatie van factoren, waaronder de Brusselse arbeidsmarkt. Daarnaast is een nieuwe grote inrichting zoals Haren in het begin traditioneel gekenmerkt door een hoger verloop, onder meer door de aanpassing aan nieuwe werkprocessen en een nieuwe organisatiecultuur. Om de situatie aan te pakken zetten we in op verschillende maatregelen. Zo werden permanente aanwervingsprocedures georganiseerd, gekoppeld aan een gerichte employer branding om kandidaten warm te maken voor de job, en voeren we intensieve rekruteringscampagnes om nieuwe medewerkers aan te trekken.
Marijke Dillen:
Dank voor uw antwoord, mevrouw de minister.
Middelen voor de integratie van kunst in de DBFM-gevangenis van Antwerpen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marijke Dillen bekritiseert het 500.000 euro kunstbudget (excl. BTW) voor de nieuwe Antwerpen-gevangenis als "onverantwoord" in tijden van budgettaire noodsituaties bij Justitie, waar capaciteitsproblemen, slechte arbeidsomstandigheden, voedseltekorten en andere urgente noden onopgelost blijven – ondanks een extra miljard euro in de begroting. Minister Annelies Verlinden (Justitie) stelt dat het budget onder Regie der Gebouwen valt en verwerpt dat cultuurinvesteringen strijdig zijn met Justitie-prioriteiten, wijzend op verplichte kunstpercentages in Waalse en Vlaamse overheidsbouwprojecten – zonder dat Justitie zelf hiervoor middelen uittrekt. Dillen bestempelt de keuze als "een schande", benadrukkend dat gevangenispersoneel en maatschappij de prioriteit niet snappen, en eist uitstel tot de budgettaire ruimte groter is. Verlinden houdt vol dat cultuur ook in moeilijke tijden essentieel is, maar bevestigt dat Justitie geen eigen budget voor gevangeniskunst heeft.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, op een schriftelijke vraag van mijn collega Britt Huybrechts heeft minister Matz geantwoord dat er voorzien is in een kunstbudget van in totaal 500.000 euro, exclusief btw, voor de nieuwe gevangenis in Antwerpen, waarvan een gedeelte is gereserveerd voor eventuele bouwtechnische aanpassingen voor de integratie van kunst in het gebouw, alsook het onderhoud van de kunst.
In tijden van budgettaire krapte binnen Justitie is het absoluut onverantwoord dat een dergelijk groot budget wordt besteed aan kunst in gevangenissen, middelen die – laten we dat niet vergeten – afkomstig zijn uit de federale begroting, terwijl er zeer grote budgetten nodig zijn om alle problemen binnen het gevangeniswezen aan te pakken. Denken we maar aan de capaciteitsproblemen, de noodzakelijke renovaties, een gebrek aan middelen om het statuut van het gevangenispersoneel te verbeteren en een gebrek aan middelen voor voldoende voedsel voor de gedetineerden. Dan zwijg ik nog over de talrijke andere noden binnen justitie.
Mevrouw de minister, wat is uw standpunt over het toch aanzienlijke budget waarin uw collega voorziet voor de integratie van kunst in de gevangenis van Antwerpen? Deelt u mijn mening dat dergelijke grote budgetten beter aan meer dringende noden binnen het gevangeniswezen worden besteed? Werd dat aangekaart in de ministerraad?
Heeft er ter zake overleg plaatsgevonden met minister Matz? Zo ja, welk standpunt hebt u ingenomen?
Wordt er ook vanuit de begroting van Justitie voorzien in een budget voor kunst in de gevangenissen?
Bent u op de hoogte van budgetten die bij de Regie der Gebouwen werden of worden vrijgemaakt voor de integratie van kunst in andere gevangenissen? Zo ja, kunt u dat nader toelichten?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, uw vraag betreffende het budget en de bevoegdheid van de minister bevoegd voor het gebouwbeheer van de Staat is duidelijk en u lijkt ook zelf aan te geven dat de verantwoordelijkheid bij de Regie der Gebouwen ligt. Ik kan u alleen maar meedelen dat het mij weinig zinvol lijkt of volgens mij weinig toegevoegde waarde biedt dat initiatieven rond cultuur absoluut tegenstrijdig zouden zijn aan de uitdagingen waar Justitie voor staat en de budgetten die nodig zijn om die uitdagingen het hoofd te bieden. Vanuit Justitie is het mijn prioriteit om mee te bouwen aan een veilige en warme samenleving vanuit de bevoegdheden die ik heb. Ook in moeilijke tijden moeten we blijven investeren in cultuur. Uiteraard valt over de invulling daarvan te discussiëren. Het gaat dus, nogmaals, niet over een budget van de FOD Justitie.
In Wallonië bestaat een verplichting om een zeker percentage van de kostprijs van publieke bouwprojecten te besteden aan kunst. Dergelijke voorwaarden in verband met kunst kunnen bij een vergunningverlening worden opgelegd. In Vlaanderen bestaat zo'n verplichting ook voor projecten van de Vlaamse regering. Die aanpak past de Regie der Gebouwen mutatis mutandis ook toe voor de federale projecten in Vlaanderen. Verder kan de Regie daarover allicht meer informatie geven.
Marijke Dillen:
Dank u, mevrouw de minister. Het gaat niet over aandacht besteden aan een warme en veilige samenleving. Het gaat evenmin over het de vraag of er al dan niet moet of mag worden geïnvesteerd in cultuur en in kunst. Het gaat zelfs niet over het feit of kunst en cultuur in een gevangenis al dan niet aanwezig moeten zijn. Wel gaat het over de zeer krappe budgettaire situatie. Op de agenda van vandaag staan bijvoorbeeld nog vragen over het bedrag van 1 miljard euro dat u gekregen hebt in het kader van de begrotingsbespreking en hoe die middelen zullen worden toegewezen. U moet werkelijk al het nodige doen, letterlijk elke euro omdraaien, om een antwoord te kunnen bieden op de talrijke noden binnen Justitie. Zelfs met dat bedrag van 1 miljard euro zult u alle noden binnen Justitie niet kunnen lenigen. In die omstandigheden wil de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen kunst onderbrengen in alle gebouwen die onder haar verantwoordelijkheid vallen. Het is perfect mogelijk dat dat in Franstalig België verplicht is, maar het gaat hier over de gevangenis van Antwerpen. In Vlaanderen bestaat die verplichting niet. Ik begrijp dat niet, maar ik sta daarin niet alleen. De mensen van het gevangeniswezen begrijpen dat ook niet. Als ik daarover met cipiers praat, vallen ze werkelijk achterover. 500.000 euro is een aanzienlijk bedrag Als the sky ooit opnieuw the limit wordt, investeer dan zoveel als nodig is in kunst, in cultuur, ook in de gevangenissen, maar niet op een ogenblik dat u werkelijk alles moet doen om de eindjes aan elkaar te knopen. Ik vind dat een absolute schande.
Het falende gevangenentransport
Straffeloosheid door de afwezigheid van de beklaagde
De onontvankelijkheid van de strafvordering wegens de niet-overbrenging van de gedetineerde
Problemen met gevangenentransport en gevolgen voor strafvervolging
Gesteld door
Groen
Stefaan Van Hecke
Vooruit
Alain Yzermans
VB
Alexander Van Hoecke
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het vrijspraakvonnis van een Eritrese mensensmokkelaar (8 jaar gevorderd, 26 slachtoffers) omdat hij driemaal niet vanuit Haren naar Brugge werd overgebracht, wat volgens de rechtbank zijn recht op verdediging (art. 6 EVRM) schond. Van Hecke en Yzermans wijzen op structurele tekorten bij de Directie Beveiliging (DAB) – overbevolkte gevangenissen (13.400 vs. 11.000 plaatsen), personeelsgebrek en logistieke falen – en kritiseren dat justitie hierdoor "faalt" en criminele straffeloosheid in de hand werkt. Minister Verlinden bevestigt hoger beroep, belooft rekruteringsplannen, betere samenwerking en videoconferentie om transportsnoeihard te verminderen, maar Van Hoecke en Van Hoecke bekritiseren gebrek aan concrete oplossingen (bv. voorafgaande overbrenging) en eisen diepgaand onderzoek naar dit specifieke falen, met vrees dat de vrijgelaten smokkelaar in illegaliteit verdwijnt. Yzermans noemt het "dramatisch" en een "vertrouwenscrisis in justitie".
Stefaan Van Hecke:
Geachte minister,
Uit een recent persbericht van de rechtbank van Brugge blijkt dat de strafvordering in een ernstig mensensmokkeldossier onontvankelijk werd verklaard omdat de beklaagde tot drie keer toe niet vanuit de gevangenis van Haren naar de zitting werd overgebracht. Het ging om zittingen in mei, oktober en begin november. Nochtans had de verdediging meermaals benadrukt dat de man persoonlijk aanwezig wilde zijn en werd er acht jaar gevangenisstraf gevorderd.
De rechtbank stelt dat door het herhaald uitblijven van de overbrenging de rechten van verdediging ernstig zijn geschonden en dat een eerlijk proces niet langer mogelijk was. De rechter merkte op dat een beklaagde die aanwezig wil zijn, daar ook effectief de kans toe moet krijgen. Enkel beschikken over een advocaat volstaat niet om die aanwezigheid te vervangen, aangezien overleg, het geven van instructies, het afleggen van verklaringen en het voeren van tegenspraak noodzakelijk zijn. De verdachte moet nu worden vrijgelaten.
Dit dossier staat niet op zichzelf. De Directie Beveiliging van de federale politie kampt al geruime tijd met ernstige personeelstekorten en een stijgend aantal opdrachten. De gevangenispopulatie bevindt zich op een historisch hoogtepunt, met meer dan 13.400 gedetineerden voor een capaciteit van 11.000 plaatsen. Deze druk vertaalt zich steeds vaker in problemen bij de uitvoering van gevangenistransporten, met rechtstreekse gevolgen voor de werking van justitie.
In dat licht heb ik volgende vragen.
Hoe verklaart u dat een verdachte in een zwaar mensensmokkeldossier drie keer niet werd overgebracht, ondanks expliciet aandringen van zowel de rechtbank als de verdediging?
Hoeveel rechtszaken werden het afgelopen jaar verstoord, verlaat of uitgesteld door het niet uitvoeren van gevangenistransporten? Kan u cijfers bezorgen per maand en per arrondissement?
Welke concrete maatregelen zijn in voorbereiding of reeds genomen om de structurele personeelstekorten bij de Directie Beveiliging aan te pakken? Welke budgetten en rekruteringsinspanningen zijn hiervoor voorzien?
Op welke manier garandeert u dat de rechten van verdediging en het recht op behandeling binnen een redelijke termijn opnieuw kunnen worden gewaarborgd, zeker in het licht van de historisch hoge gevangenispopulatie?
Acht u bijkomende hervormingen of capaciteitsuitbreidingen noodzakelijk om te voorkomen dat gelijkaardige situaties zich in de toekomst opnieuw voordoen?
Alain Yzermans:
3x is scheepsrecht. Dit zal de rechtbank van Brugge gedacht hebben toen ze de Eritrese mensensmokkelaar vrijsprak, die 26 slachtoffers maakte, ondanks een vordering van 8 jaar effectieve gevangenisstraf. De strafvordering werd onontvankelijk verklaard omdat hij drie keer niet naar de rechtszittingen kon worden overgebracht vanuit de gevangenis van Haren. De rechter besloot dat artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) eenduidig is en geschonden werd. Iedereen heeft recht op een eerlijk proces en het is een basisrecht om aanwezig te zijn op je eigen zitting. De hoge werkdruk als gevolg van de overbevolking creëert steeds meer problemen bij het transport van gedetineerden. In het ressort Gent gebeurt dit meerdere keren per maand Verschillende instanties slaan hierover alarm.
Vraag aan de Minister:
U wilt de straffeloosheid aanpakken, maar in dossiers zoals deze komt men door materiële en logistieke tekorten niet toe aan eerlijke en evenwichtige rechtspraak. Hierdoor gaan beklaagden vrijuit. Dit is dramatisch en toont opnieuw het falen van justitie aan. Wat is uw standpunt en hoe remedieert u het personeelstekort bij de dienst beveiligingen van de federale politie? Dit vraagt onmiddellijke actie!
Alexander Van Hoecke:
De correctionele rechtbank van Brugge heeft de strafvordering tegen een mogelijke mensensmokkelaar uit Eritrea onontvankelijk verklaard, het openbaar ministerie had 8 jaar effectieve gevangenisstraf gevorderd.
De verdachte moest zich voor de Brugse strafrechter verantwoorden voor meerdere feiten van mensensmokkel. Van 1 mei 2022 tot 30 april 2024 zou de beklaagde als smokkelaar actief geweest zijn en volgens het parket 26 slachtoffers gemaakt hebben.
De zaak werd gedagvaard op de zitting van 7 mei 2025, maar de beklaagde was toen niet uit de gevangenis overgebracht. Het openbaar ministerie vorderde op de zitting van 1 oktober 8 jaar effectieve celstraf, maar opnieuw kon hij niet overgebracht worden vanuit de gevangenis van Haren in Brussel.
De rechter besliste dan om hem op 5 november de kans te geven om alsnog aanwezig te zijn. Bij de start van die zitting was er echter opnieuw geen spoor van de twintiger.
De rechtbank besloot in het licht van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) dat de rechten van de beklaagde werden geschonden en besloot tot de onontvankelijkheid van de strafvordering.
Kan de minister de inhoud van voormeld vonnis bevestigen? Wat is de reactie van de minister op het tussengekomen vonnis?
Zal of werd er reeds hoger beroep aangetekend tegen het tussengekomen vonnis?
Er zijn wel vaker problemen met de overbrenging van gedetineerden naar de rechtbank. Zijn er gelijkaardige zaken bekend waarbij de niet overbrenging van gedetineerden naar de rechtbank hebben geleid tot de onontvankelijkheid van de strafvordering? Hoeveel zaken lopen dat risico?
Welke initiateven en concrete maatregelen gaat de minister nemen om ervoor te zorgen dat dergelijke zaken zich niet meer kunnen voordoen en derhalve alle gevangenen hun proces kunnen bijwonen?
Annelies Verlinden:
Collega's, als minister van Justitie kan ik mij niet uitspreken over het betrokken vonnis aangezien het parket ondertussen hoger beroep heeft aangetekend. Het dossier volgt dus zijn gerechtelijke weg en zal worden behandeld volgens de gekende procedures.
In overleg met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken volgen wij het dossier over het overbrengen nauwgezet op en nemen wij gerichte initiatieven, zodat de DAB haar opdrachten inzake transfers kan blijven vervullen. De overname van de beveiliging van nucleaire sites draagt er bijvoorbeeld toe bij dat capaciteit vrijkomt voor andere taken die verband houden met rechtbanken en gerechtshoven, zoals het overbrengen naar het gerechtsgebouw.
Bovendien heeft de federale politie een rekruteringsplan uitgewerkt om de beschikbare middelen structureel te versterken. Wij blijven ook inzetten op de optimalisering van de samenwerking tussen de verschillende betrokken actoren, met name de hoven en rechtbanken, DG EPI en de DAB.
Ik heb regelmatig overleg met de bevoegde autoriteiten van de DAB en ik blijf het belang onderstrepen van het ter beschikking stellen van voldoende personeel om de politiezorg in de hoven en rechtbanken en in het bijzonder het vervoer van gedetineerden op een duurzame manier te kunnen garanderen. Samen met Binnenlandse Zaken onderzoeken wij ook een beter retentiebeleid.
Wij werken, ten slotte, zoals bepaald in het regeerakkoord, actief verder aan de implementatie van videoconferentie voor bepaalde zaken en zittingen. In combinatie met andere maatregelen zal dat ertoe leiden dat het aantal overbrengingen voor de DAB afneemt waardoor de noodzakelijke overbrengingen daadwerkelijk en tijdig kunnen worden uitgevoerd.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, ik begrijp dat u niet nader kunt ingaan op de zaak zelf en op de uitspraak, aangezien beroep is aangetekend.
Ik leid uit uw antwoord af dat u ervan uitgaat dat het probleem zich bij de DAB situeert. Wanneer een transport niet plaatsvindt, kan dat evenwel verschillende oorzaken hebben. Is aan de gevangenis doorgegeven dat de betrokkene aanwezig moest zijn? Als dat het geval is, is er dan iets fout gelopen in de gevangenis waardoor de persoon niet tijdig op het busje is geraakt voor het transport? Dat kan eveneens een oorzaak zijn.
Ik leid uit het dossier af dat dat alles goed is verlopen, maar dat er een gebrek aan transportcapaciteit was, dus onvoldoende beschikbaarheid. Ik stel mij dan ook de vraag of gedetineerden, zoals vroeger vaak gebeurde wanneer een zitting om negen uur plaatsvindt en zij in een verafgelegen gevangenis verblijven, niet de dag voordien kunnen worden overgebracht naar een gevangenis dichter bij de plaats waar de rechtszaak doorgaat.
De zitting heeft, als ik mij niet vergis, in Brugge plaatsgevonden. De persoon verbleef in Haren. Dat is een lange afstand om in de ochtend te overbruggen. Is het dan niet gebruikelijk of een gangbare praktijk om de betrokkenen de dag voordien naar Brugge over te brengen? Ik weet dat dat heel wat administratieve rompslomp met zich brengt, maar is dat geen betere oplossing dan te proberen dat in de ochtend zelf te doen? Vanuit Haren vertrekken om tijdig om negen uur in Brugge te zijn, is uiteraard niet evident.
Misschien moet worden nagegaan hoe dat beter kan worden georganiseerd.
Alain Yzermans:
Dank u.
Alexander Van Hoecke:
Het gaat hier om een van de zovele illegalen die in de gevangenis zitten, een mensensmokkelaar dan nog. Die wordt dan gewoon vrijgelaten, omdat hij niet van de gevangenis naar zijn proces kan worden overgebracht. Ik vind dat ongelooflijk. Wat mij nog het kwaadst maakt is, dat als die man vrij zou komen, hij gewoon in de illegaliteit verdwijnt, net zoals tienduizenden andere illegalen. Hij wordt niet het land uitgezet. U zegt dat u zich niet kunt uitspreken over dit concrete vonnis, wat ik ergens nog begrijp, maar het is toch net de essentie dat wij weten wat in dit concrete vonnis fout is gelopen. Het is dit concrete vonnis dat mensen, terecht, furieus maakt en dat het vertrouwen in Justitie ook compleet doet kelderen. Ik zou u willen vragen om uw verantwoordelijkheid als minister van Justitie op te nemen. Ga na wat in dit concrete vonnis precies fout is gelopen. Hoe kan het dat iemand die voor mensensmokkel in de gevangenis zit, een illegaal, tot drie keer toe niet naar zijn proces kan worden overgebracht en daardoor dreigt vrij te komen. Ga naar wat er fout gelopen is en zorg ervoor dat zoiets nooit, maar dan ook nooit meer kan gebeuren.
De stakingen in de gevangenissen
De aangepaste dienstverlening in de gevangenissen die door de ACOD-vakbond werd afgekondigd
De aangekondigde minimale dienstverlening in de gevangenissen vanaf 1 december 2025
Gevangenisstakingen en aangepaste dienstverlening vanaf 2025
Gesteld door
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
Vooruit
Alain Yzermans
N-VA
Sophie De Wit
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Annelies Verlinden erkent de crisis in Belgische gevangenissen door overbevolking (13.500 gedetineerden op 11.000 plaatsen, 560+ grondslapers) en onleefbare omstandigheden, maar ontkent acute voedsel- of medische tekorten. Vakbonden (o.a. ACOD) bekritiseren dat structurele oplossingen uitblijven en dreigen met minimale dienstverlening (alleen wettelijke basistaken), wat volgens Verlinden de veiligheid en rehabilitatie verder ondermijnt. Zij belooft kortetermijnmaatregelen (bv. capaciteitsuitbreiding, versneld recruitment) en overleg met vakbonden, maar concrete afspraken (bv. sociaal akkoord, loonvoorwaarden) blijven vaag. Kritici (o.a. Marijke Dillen) wijzen op tegenstrijdigheden in Verlindens ontkenning van zorg- en voedselproblemen, gebaseerd op recente mediaberichten.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, fin novembre, des syndicats pénitentiaires annonçaient qu'à partir du 1 er décembre, ils n'assureraient plus qu'un service minimum dans les prisons. Ils veulent dénoncer une situation devenue "intenable": 13 483 détenus pour 11 098 places, plus de 580 personnes dormant au sol, un effondrement du dispositif sécuritaire, des agressions, un manque d'hygiène et une charge de travail insoutenable pour le personnel. Les organisations syndicales affirment même que le gouvernement oblige chaque jour le personnel à enfreindre la loi fondamentale.
Cette situation est bien entendu toujours d'actualité, mais selon certaines sources, les discussions entre votre cabinet, l'administration et les syndicats ont donné des perspectives encourageantes, ce qui a eu pour conséquence que l'action a été suspendue.
Madame la ministre, pouvez-vous nous donner plus d'informations sur les plans du gouvernement pour répondre structurellement aux demandes des agents concernant leurs propres conditions de travail et de sécurité ainsi que les conditions de détention? Pouvez-vous confirmer les chiffres du ratio agents/détenus qui sont mentionnés par les syndicats? Le ratio de référence serait d'un agent pour 1,37 détenus, et aujourd'hui nous serions à 1 pour 1,76, et quand on retire les 540 équivalents temps plein qui manquent, nous tournerions à 1 pour 1,89.
Alain Yzermans:
Ik volg. Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De overbevolking veroorzaakt dagelijks spanningen en stress. Het lokt grote agressie uit ten opzichte van het personeel en onder de gedetineerden, die in mensonwaardige omstandigheden moeten leven. Bovendien is België daarvoor al geregeld veroordeeld,” stelt een ACOD-topman in een brief aan u gericht. De beslissing van de gevangenisvakbond ACOD om vanaf 1 december permanent over te schakelen naar een aangepaste dienstverlening in Belgische gevangenissen markeert een ongekende en nieuwe stap in de strijd tegen overbevolking en de bijbehorende wantoestanden in onze gevangenissen. Het personeel is het beu en wordt moedeloos van de vele smeekbedes om de opmars van de overbevolking effectief tegen te houden. Door deze actie zullen gedetineerden geen toegang meer hebben tot essentiële activiteiten zoals sport, werk en rehabilitatieprogramma's. Dit besluit komt als reactie op een reeks gewelddadige incidenten en een recordaantal van 541 grondslapers in de gevangenissen. Er is onhoudbare druk op zowel het personeel als de gedetineerden. Zij vragen u om urgente maatregelen te treffen om krachtdadigere oplossingen te vinden, ondanks de recente noodwet. De vakbond roept u op om doortastender in te grijpen in de problematiek van de overbevolking.
Vragen aan de Minister:
1. Wat is uw standpunt over deze beslissing die het normale gevangenisregime hypothekeert?
2. Hoe gaat u ervoor zorgen dat de rechten van gedetineerden, zoals toegang tot sport, educatie en rehabilitatie, gewaarborgd blijven, ondanks de huidige crisis?
3. De inhumane leefomstandigheden van gedetineerden en de grote druk op de onhoudbare werkomstandigheden van het personeel roepen vele vragen op. Wat zult u op korte termijn doen?
4. Hoe ver staat u met het sociaal akkoord? Zijn er pecuniaire afspraken gemaakt?
Sophie De Wit:
Ik verwijs ook naar mijn schriftelijke voorbereiding.
Geachte minister,
De socialistische vakbond ACOD heeft aangekondigd dat het gevangenispersoneel vanaf 1 december zal terugvallen op minimale dienstverlening, waarbij enkel de negen wettelijk verplichte basistaken worden uitgevoerd. ACOD wijst op de zorgwekkende situatie in de gevangenissen: de aanhoudende overbevolking – vlotjes oplopend tot meer dan 13.500 gedetineerden –, de 541 grondslapers, falende veiligheidsapparatuur, mensonwaardige leefomstandigheden, een structureel krimpend personeelskader en de dagelijkse spanningen en agressie waarmee personeel en gedetineerden worden geconfronteerd.
De aangekondigde minimale dienstverlening roept vragen op over enerzijds de juridische toelaatbaarheid en anderzijds de gevolgen voor de dagelijkse werking binnen de gevangenissen.
Mijn vragen:
1. Hoe beoordeelt u de juridische toelaatbaarheid van deze minimale dienstverlening, buiten een officiële staking?
2. Welke onmiddellijke operationele gevolgen verwacht u wanneer het gevangenispersoneel effectief uitsluitend de negen basistaken uitvoert?
3. Hoe garandeert u dat de gevangenissen bestuurbaar en veilig blijven, voor zowel personeel als gedetineerden, wanneer deze minimale dienstverlening weken of maanden aanhoudt zoals sommige gevangenisdirecties vrezen?
Dank voor uw antwoorden.
Marijke Dillen:
Ik volg het voorbeeld. Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Uit berichten in de media dit weekend blijkt dat ten gevolge van de overbevolking in de gevangenissen er ernstige problemen zijn betreffende het probleem van de ondervoeding en van het toekennen van medische zorgen. Er zijn niet voldoende middelen om de gedetineerden te voorzien van voldoende voedsel, de kwaliteit van het eten deugt niet, de porties worden te klein en in sommige gevallen komt er helemaal geen eten. Een dokter zien de gedetineerden zelden en de juiste medicijnen zijn niet voorradig.
Het personeel van de gevangenissen wil niet langer werken in die omstandigheden omdat ze elke dag gevaar lopen. En wat doet de top van het Gevangeniswezen volgens de media? Die dreigt met sancties tegen personeel dat zou deelnemen aan stiptheidsacties.
Kan de minister hierover meer toelichting geven?
Kan de minister mij een gedetailleerd overzicht geven van de gevangenissen waar de problematiek van onvoldoende voedsel aanwezig is? Welke initiatieven heeft de minister inmiddels genomen om te garanderen dat er voldoende voedsel wordt voorzien voor de gedetineerden?
Welke initiatieven heeft de minister genomen om een antwoord te bieden op de problematiek van een gebrek aan medische zorgen?
Annelies Verlinden:
Collega's, zoals ik vandaag al herhaaldelijk heb benadrukt, erken ik ten zeerste de ernst van de situatie in onze gevangenissen en de enorme druk op de leefbaarheid, zowel voor het personeel als voor de gedetineerden. De aanwezigheid van meer dan 560 grondslapers legt een zware last op de dagelijkse organisatie en verhoogt het risico op agressie en spanningen. Het blijft mijn prioriteit om de veiligheid van het personeel te garanderen en dus ook te voorkomen dat gedetineerden op de grond moeten slapen.
Le gouvernement est en train d'examiner les mesures qui pourraient être prises pour réduire le nombre de détenus dormant à même le sol. Dans le même temps, nous travaillons d'arrache-pied à la recherche de solutions structurelles concernant notamment l'augmentation de la capacité, l'incitation au retour, l'amélioration du flux des internés, le renforcement du personnel, l'accélération des procédures de recrutement ou encore l'amélioration de l'organisation interne. Ces actions sont suivies en collaboration avec mon administration et les différentes task forces.
De beperking van de werkzaamheden tot enkel de basistaken, zoals die zijn opgenomen in de wet van 23 maart 2019, is bedoeld om de continuïteit van de penitentiaire dienstverlening tijdens stakingen te kunnen garanderen. Bovendien is die beperking van de werkzaamheden risicovol vanuit het oogpunt van dynamische veiligheid. De beperking van het regime en de activiteiten van de gedetineerden kan aanleiding geven tot meer agressie en frustratie bij gedetineerden en houdt dus ook een groter risico voor het personeel in. Het dagelijkse regime en de toegang tot activiteiten blijven essentieel voor de veiligheid, rehabilitatie en een correcte uitvoering van de straffen. We moeten dergelijke plannen daarom zeer bedachtzaam afwegen. Ik blijf in overleg staan met de vakbondsorganisaties. Afgelopen vrijdag vond daarover nog een constructief overleg plaats met de vakbonden, dat we de komende dagen voort zullen zetten.
Mevrouw Dillen, de voedingsdagprijs werd verhoogd tot 7 euro per dag per gedetineerde om de mogelijkheden inzake het aanbod van voedsel in de gevangenissen uit te breiden. In een nog niet zo ver verleden lag dat bedrag trouwens maar net boven 5 euro. Uiteraard is de logistiek in de keukens niet aangepast aan de overbevolking, wat een probleem betekent om grotere volumes te bereiden. Er is evenwel geen probleem van onvoldoende eten.
Het is niet precies duidelijk wat u bedoelt wanneer u beweert dat er een gebrek aan medische zorg is. Elke gedetineerde wordt namelijk binnen 24 uur na de opsluiting gezien door de arts en de medische equipe. Wie een dokter wil raadplegen, wordt ingeschreven op de eerstvolgende consultatie. Indien er heel veel consultaties worden aangevraagd, kan de verpleging op basis van een eerste contact de afspraak eventueel naar de volgende consultatie verplaatsen. Een kleine vertraging is dus niet uitgesloten bij een niet-dringend probleem. Dat is vergelijkbaar met wat er buiten de gevangenissen gebeurt.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, merci pour vos réponses. Nous continuerons de vous interroger. Nous attendons de voir les résultats de la concertation et des discussions sur les projets.
Alain Yzermans:
Dat is prima.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, wij hadden deze ochtend een gedachtewisseling met de CTRG, die ook adviezen heeft uitgebracht over de minimale dienstverlening. Daarbij werd gewezen op de noodzaak van een bepaald koninklijk besluit om dit in orde te brengen. Ik heb het genoteerd, maar ik ben even kwijt welk koninklijk besluit dat is, maar ik zal het u bezorgen. Misschien is dat nog een aandachtspunt, want het ging specifiek over de minimale dienstverlening en de mogelijkheid tot opvordering, als ik mij niet vergis, ook in de eerste uren. Dat moet ervoor zorgen dat er aan de gedetineerden toch de hoogstnodige ondersteuning kan worden geboden. Er was echter nog iets dat administratief in orde moest worden gebracht. Ik zoek het op en bezorg het u.
Marijke Dillen:
Die klachten zijn vrij recent en uitvoerig aan bod gekomen in de media. Daar heb ik dat opgepikt en daarom wenste ik u daarover te ondervragen. U zegt echter dat het niet klopt. Ik weet wel dat het juist is dat wanneer een gedetineerde binnenkomt, die relatief snel door een geneesheer wordt onderzocht. Blijkbaar is het echter geen evidentie om snel een dokter te kunnen raadplegen wanneer er zich problemen voordoen tijdens het verblijf.
Voorzitter:
Les questions jointes n° 56010793C de M. Alain Yzermans, n° 56010840C et n° 56010841C de Mme Marijke Dillen et n° 56010954C de Mme Kristien Van Vaerenbergh sont reportées.
De overheveling van de medische dienstverlening in de gevangenissen naar Volksgezondheid
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Frank Vandenbroucke bevestigt de crisis in gevangeniszorg door overbevolking en personeelstekort, maar benadrukt dat overheveling naar Volksgezondheid geen doel op zich is—kwaliteitsverbetering primeert, met strikte voorwaarden zoals veilige consultatieruimtes, eHealth-integratie en vlotte ziekenhuisoverdracht. Pilootprojecten (sinds 2022 in voorbereiding) en interministeriële samenwerking (o.a. via een interfederaal plan) moeten zorg in detentie gelijkwaardig maken aan die in de vrije samenleving, met extra focus op geestelijke gezondheid, drugsbeleid en stigma-trainingen voor personeel. Concrete stappen zijn onder meer haalbaarheidsstudies (BelRAI-tool), extra middelen voor psychologische ondersteuning en interculturele bemiddeling. Samenwerking met Justitie loopt, maar verdere afstemming en budgettaire garanties blijven cruciaal.
Katleen Bury:
Een deel van de uitzichtloze problematiek van de overbevolking in de gevangenissen is dat er meer dan 1.000 geïnterneerden verblijven. Het gaat om kwetsbare mensen die psychiatrische zorg nodig hebben. Al lange tijd wordt er gepleit om de gezondheidszorg in de gevangenissen weg te halen bij de minister van Justitie en over te brengen naar de minister van Volksgezondheid. De minister van Justitie stelt dat de zorg in de gevangenissen een volwaardige en volledige bevoegdheid van de minister van Volksgezondheid moet zijn. De minister van Justitie heeft in de media ook verklaard dat daartoe al stappen werden ondernomen.
Wat is uw standpunt? Heeft er al overleg met de minister van Justitie plaatsgevonden? Zijn er al initiatieven genomen? Zo ja, graag een overzicht.
Frank Vandenbroucke:
Ik kan u verzekeren dat de federale regering zich ten volle bewust is van de crisis die ons gevangeniswezen doormaakt. Binnen de context van de overbevolking en een drastisch personeelstekort staat iedereen zwaar onder druk. Die toestand bemoeilijkt ook aanzienlijk de zorgverlening in onze Belgische gevangenissen.
Verschillende zorgverleners luiden de alarmbel, wat ons tot dringende actie noopt. Het louter overhevelen van bevoegdheden van Justitie naar Volksgezondheid mag geen doel op zich zijn. We moeten streven naar een verbetering van de kwaliteit van de penitentiaire gezondheidszorg. Om die redenen heb ik strikte voorwaarden geformuleerd. Er moeten onder meer voldoende goed uitgeruste en veilige consultatieruimtes worden voorzien. Het patiëntendossier binnen Justitie moet eHealth-compatibel zijn en een vlotte overbrenging naar een ziekenhuis moet gegarandeerd kunnen worden.
Ik vraag uiteraard aan de minister van Justitie om daar samen werk van te maken. Vervolgens zullen we starten met één of twee pilootprojecten. Mijn medewerkers binnen de FOD Volksgezondheid en het RIZIV werken samen met mijn beleidscel het concept en het project uit, inclusief de randvoorwaarden, de governance, de budgetimplicaties en de timing. Ook de overdracht van geneesmiddelen wordt bestudeerd.
Op het niveau van de administraties is er sinds 2022 een constructieve structurele samenwerking gegroeid met het oog op de uitrol van een aantal pilootprojecten, met bijzondere aandacht voor de geestelijke gezondheidszorg voor gedetineerden.
Naast de initiatieven rond drugs en detentie verwijs ik ook graag naar de extra middelen voor het inzetten van een eerstelijns psychologische functie en het uitbreiden van het aanbod van interculturele bemiddeling in detentie. Daarnaast werd studiewerk uitgevoerd door een wetenschappelijk team, samengesteld uit vier universiteiten, en zijn er vormingen ontwikkeld voor het zorgpersoneel in de gevangenissen over stigma en kwetsbaarheid, communicatie en motiverende gespreksvoering, en drugs.
Tot slot wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd voor het gebruik van de BelRAI Detention Screening Tool in vijf pilootgevangenissen. De resultaten van dat studiewerk zullen verder worden meegenomen met het oog op een meer geïntegreerde aanpak van de penitentiaire gezondheidszorg.
Als we de zorg voor personen in detentie willen versterken en gelijkwaardig willen maken aan die in de vrije samenleving, dan is samenwerking over de bevoegdheidsniveaus heen noodzakelijk. Binnen de interministeriële conferentie Volksgezondheid is daartoe een traject opgestart met alle bevoegde ministers, gericht op betere informatie-uitwisseling, beleidsafstemming en continuïteit van zorg. Dat overleg moet worden voortgezet, met evenwichtige inspanningen van alle partijen. De interkabinettenwerkgroep Forensische Zorg werkt aan een gecoördineerde interfederale aanpak, onder meer via een interfederaal plan.
Katleen Bury:
Dank u wel, mijnheer de minister. Ik volg dit dossier verder op.
De minimale dienstverlening ingevolge de overbevolking van de gevangenis van Mechelen
De actie van de cipiers in de gevangenis van Mechelen ten gevolge van de overbevolking
Overbevolking en gevolgen in de gevangenis van Mechelen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Mechelen kampt met acute overbevolking (201%, 27 grondslapers) en veiligheidsrisico’s, waardoor personeel enkel nog basistaken uitvoert en activiteiten zijn stopgezet. Minister Verlinden bevestigt dat overplaatsingen onmogelijk zijn door landelijke overbevolking (500+ grondslapers) en dat de noodwet onvoldoende effect sorteert, terwijl een haalbaarheidsstudie voor modulaire units pas begin 2024 klaar is—te traag volgens oppositie, die snellere actie en prioritaire spreiding eist. Toezichtbevindingen bevestigen de erge omstandigheden, maar concrete oplossingen ontbreken nog. De oppositie dringt aan op versnelde plaatsing van noodunits en betere coördinatie met andere gevangenissen.
Sophie De Wit:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
De situatie in de Mechelse gevangenis is bijzonder zorgwekkend. Volgens recente mediaberichten is de instelling, met 170 gedetineerden voor 79 plaatsen, goed voor een bezettingsgraad van 201 procent, de zwaarst overbevolkte gevangenis van het land. Daarbij zouden 27 personen op een matras op de grond moeten slapen, wat de precaire omstandigheden nog verder illustreert.
Het personeel voelt zich niet langer veilig en schakelde over op minimale dienstverlening, waardoor enkel nog de basistaken worden uitgevoerd. Alle andere activiteiten, zoals onderwijs, sport, werk en bijkomende wandelingen, zijn voorlopig opgeschort.
Het personeel vraagt dringend dat gedetineerden worden overgebracht naar andere inrichtingen, maar ook daar heerst uiteraard overbevolking. Hoewel dit probleem niet nieuw is, lijkt hier sprake van een acute crisissituatie die onmiddellijke actie vereist. Anderzijds komt andermaal een efficiënte strafuitvoering in het gedrang.
Is de huidige situatie in de gevangenis van Mechelen nog verantwoord binnen de minimale veiligheids- en mensenrechtennormen?
Welke onmiddellijke maatregelen worden genomen om de druk in de Mechelse gevangenis te verlichten? Wordt voorzien in overplaatsingen van gedetineerden naar andere inrichtingen en zo ja volgens welke prioriteit en criteria en kunnen deze overplaatsingen zonder bijkomende veiligheidsrisico’s of personeelsdruk elders worden uitgevoerd?
Overweegt u om voor Mechelen een tijdelijk crisisbeheer of noodplan in te voeren om de veiligheid van personeel en gedetineerden op korte termijn te waarborgen en de werking te normaliseren?
Werd de gevangenis van Mechelen recent nog gecontroleerd door één van de bevoegde instanties? Zo ja, door wie en welke bevindingen kwamen daarbij naar voren wat betreft veiligheid en leefomstandigheden en werd daar inmiddels opvolging aan gegeven?
Hoe wordt, in overleg met het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen, beslist welke gevangenissen bij acute overbevolking eerst in aanmerking komen voor ontlasting en overweegt u om bovenop de bestaande noodwet en taskforces een duidelijk prioriteitskader uit te werken voor dergelijke crisissituaties?
Hoe ver staat u met de aangekondigde “containergevangenis(sen)” die kunnen toegevoegd worden aan bestaande gevangenislocaties en soelaas zouden kunnen brengen?
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
De situatie in de gevangenis van Mechelen is met een bevolkingscijfer van meer dan 170 gedetineerden waarvan bijna 30 grondslapers onhoudbaar geworden. Er verblijven momenteel dubbel zoveel gedetineerden als er plaatsen zijn. Ten gevolge van deze overbevolking en daarnaast het structurele personeelstekort wordt de druk voor het personeel onaanvaardbaar en komt de veiligheid ernstig in het gedrang. Het personeel heeft – en dit is trouwens niet de eerste keer – opgeroepen om eindelijk de situatie structureel aan te pakken. Omdat de overheid in gebreke blijft de nodige initiatieven te nemen om hieraan een antwoord te bieden heeft het personeel unaniem beslist na een personeelsvergadering om over te schakelen op de minimale dienstverlening juist omdat de situatie werkelijk onhoudbaar is geworden.
Wat is het antwoord van de minister op deze absolute noodkreet van de medewerkers in de gevangenis van Mechelen? Welke initiatieven heeft de minister inmiddels genomen om hierop een antwoord te bieden?
Heeft er inmiddels overleg plaatsgevonden met het personeel? Zo ja, wat zijn de resultaten? Zo neen, waarom werd dit nog niet georganiseerd?
Werden er gedetineerden en zo ja, hoeveel, overgeplaatst naar andere gevangenissen en naar welke? Zo ja, op basis van welke criteria en zijn er hierbij de nodige garanties dat dit geen nieuwe problemen veroorzaakt in de gevangenis(sen) waarnaar deze gedetineerden werden overgeplaatst, juist omwille van het gegeven dat alle gevangenissen overvol zijn?
Komt de gevangenis van Mechelen in aanmerking voor de plaatsing van modulaire units om het probleem van de overbevolking aan te pakken? Zo ja, binnen welke tijdsspanne zal dit worden georganiseerd?
Annelies Verlinden:
Mevrouw De Wit, mevrouw Dillen, het is niet correct om te stellen dat in Mechelen werd overgeschakeld op minimale dienstverlening. Gelet op de situatie in de gevangenis werden gemeenschappelijke activiteiten afgeschaft. Het bezoek, de wandeling en het individueel bibliotheekbezoek gaan wel door, net zoals ook de tewerkstelling en individuele gesprekken met diensten, zoals het CAW en vertegenwoordigers van de erediensten, nog plaatsvinden.
Dat de huidige situatie in Mechelen ons voor zware uitdagingen stelt, valt niet te ontkennen. De situatie is jammer genoeg gelijkaardig in meerdere gevangenissen. De uitvoering van de kernopdrachten, de welzijnswet en de arbeidsomstandigheden staan onder druk, wat onvermijdelijk repercussies heeft op het veiligheidsgevoel bij de medewerkers in de gevangenissen. Met een totaal aantal grondslapers boven de 500 is het niet mogelijk om gedetineerden vanuit Mechelen naar andere gevangenissen te verplaatsen. Zoals al aangegeven, is de situatie gelijkaardig in andere arresthuizen. Initiatieven die in het verleden werden genomen om de gevangenisbevolking te spreiden, zitten vanwege de overbevolking aan hun limiet.
De noodwet die sinds 4 augustus van kracht is, heeft op zich effecten gehad, maar contextuele en andere mechanismes hebben ervoor gezorgd dat de instroom van gedetineerden bleef toenemen en de uitstroom onvoldoende is om dat te compenseren. Met het oog op de bepaling welke bijkomende maatregelen er nog zouden kunnen worden overwogen, onderzoeken we ook de verschillende oorzaken van die toenemende instroom van de afgelopen maanden. De Commissie van Toezicht is uiteraard ook actief in de gevangenis van Mechelen en blijft er haar toezichthoudende opdrachten uitvoeren. Het zal u niet verbazen dat zij tot dezelfde vaststellingen is gekomen als wij, zoals u ook kunt lezen in het meest recente jaarverslag.
Wat betreft de vragen met betrekking tot de units, er wordt gebruikgemaakt van het raamcontract van de Regie der Gebouwen. Er moet nu een haalbaarheidsstudie worden uitgevoerd om na te gaan op welke terreinen van bestaande gevangenissen de modulaire units kunnen worden geplaatst en hoeveel plaatsen er daar dan kunnen worden voorzien.
De Regie der Gebouwen heeft mij meegedeeld dat de studie begin volgend jaar kan worden afgerond. Voor meer details verwijs ik u door naar de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen, maar het staat buiten kijf dat wij dat heel nauw opvolgen omdat die modulaire units een deel van het antwoord kunnen zijn op de kwestie van de overbevolking.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, we wachten samen met u vol ongeduld op elk initiatief dat qua capaciteit enig soelaas kan bieden. Ik hoop dat er ook inzake de modules snel een oplossing zal komen.
Voor het overige merk ik dat u een aantal van mijn vragen niet beantwoord hebt. Die zullen bij een volgende vragensessie dus terugkomen. Dit zal niet het laatste woord zijn dat over de overbevolking gesproken is, vrees ik.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. In een gevangenis waar dubbel zoveel gedetineerden verblijven als er plaatsen zijn, zoals blijkt uit de cijfers voor de gevangenis van Mechelen, moeten maatregelen genomen worden. We weten allemaal dat het probleem van de grondslapers, waar ik straks nog op terugkom, en het probleem van de overbevolking in vele gevangenissen aan de orde is. Ik vraag me af of er echt geen mogelijkheden waren om een aantal van de gedetineerden over te brengen naar andere gevangenissen, waar geen grondslapers aanwezig zijn en waar nog bedden – geen matrassen, maar bedden – toegevoegd kunnen worden. Het is belangrijk dat er voor de gevangenissen met een structureel grote overbevolking, met veel grondslapers, initiatieven genomen worden om de gevangenispopulatie te spreiden. Wat de modulaire units betreft, moet me toch van het hart dat die besteld zijn in de vorige legislatuur. U bent al een hele tijd in functie en u antwoordt vandaag dat er een studie loopt inzake de terreinen waarop ze kunnen worden geplaatst. Dat kan volgens mij niet zo moeilijk zijn. Dat het niet in alle gevangenissen kan, is logisch. De gevangenis in de Begijnenstraat in Antwerpen, die ik zeer goed ken, is bijvoorbeeld niet geschikt. Men kan die modulaire units moeilijk op straat zetten, vlak voor de schoolpoort. Dat kan natuurlijk niet. Bij een aantal gevangenissen kunnen die units echter wel snel ingevoerd kunnen worden. Maak daar alstublieft versneld werk van. Dring er ook bij uw collega, minister Matz, op aan om dat in een sneller tempo te doen.
De aanslepende moeilijkheden bij de DAB betreffende de overplaatsingen van gedetineerden
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Gevangenen kunnen door capaciteitstekorten bij de Directie Beveiliging (DAB) (onderbezet, overbevolkte gevangenissen, personeelsverloop) vaak niet voor de rechter verschijnen, wat rechtspraak vertraagt en slachtoffers benadeelt. Minister Verlinden zet in op meer rekrutering, betere samenwerking, videoconferentie en zittingen in gevangenissen om transportsdruk te verminderen, en onderzoekt retentiebeleid (bv. interne promotie) om verloop tegen te gaan. Dillen benadrukt dat fysieke aanwezigheid cruciaal is voor kwaliteitsvolle rechtspraak, maar pleit voor efficiënter gebruik (bv. advocaten regelen administratieve zaken, strengere aanwezigheidsplicht voor niet-gedetineerden) en betere arbeidsvoorwaarden bij DAB om structurele oplossingen te forceren.
Marijke Dillen:
Gevangenen hebben het recht om hun proces bij te wonen. Kwaliteitsvolle rechtspraak vereist dat gedetineerden voor hun rechter kunnen verschijnen. Maar bijna dagelijks kunnen gevangenen niet voor de rechter verschijnen door problemen bij de Directie Beveiliging (DAB) van de Federale Politie. "Het is een onhoudbare realiteit die we blijvend en expliciet aankaarten", zegt de woordvoerder van de FOD Justitie. Ook de woordvoerder van het gerechtelijk ressort Antwerpen-Limburg is duidelijk: "Het gebeurt toch wel regelmatig, laten we zeggen, meermaals per week, dat gedetineerden die zouden moeten worden overgebracht, niet worden overgebracht. Hierdoor moeten zaken vaak worden uitgesteld of lopen ze vertraging op."
Volgens de Federale Politie staat DAB in het algemeen voor meerdere uitdagingen, zoals op het vlak van rekrutering en het aantal uit te voeren opdrachten in verhouding tot de beschikbare capaciteit. Dat leidt dagelijks tot moeilijkheden.
"Deze problematiek is uiteraard ook verbonden aan de overbevolking in de gevangenissen, die een structurele uitdaging vormt en een domino-effect heeft op alle aspecten van de strafuitvoering, inclusief het transport", aldus nog de woordvoerder van Justitie.
Deze problematiek weegt niet alleen op de gedetineerden, de organisatie en de efficiëntie van hoven en rechtbanken, maar ook op de slachtoffers. Een dringende oplossing is dan ook noodzakelijk.
Welke initiatieven heeft de minister inmiddels genomen om de verplaatsingen van gedetineerden naar de justitiepaleizen en zittingszalen te verzekeren? Welke initiatieven zullen er nog worden genomen?
Heeft de minister inmiddels overleg gehad met de minister van Binnenlandse Zaken, bevoegd voor de DAB? Zo ja, wat zijn de resultaten? Zo neen, wordt dit nog gepland?
Annelies Verlinden:
In overleg met de minister van Binnenlandse Zaken volgen we dat dossier op en nemen we ook gerichte initiatieven, zodat de DAB haar opdrachten inzake transfers kan blijven vervullen. De overname van de beveiliging van nucleaire sites draagt er zo toe bij dat er capaciteit vrijkomt voor taken die verband houden met de rechtbanken en gerechtshoven. Daarnaast heeft de federale politie een rekruteringsplan uitgewerkt om de beschikbare middelen structureel te versterken. We blijven ook inzetten op de optimalisering van de samenwerking tussen de actoren, met name de hoven en rechtbanken, het DG EPI en de DAB.
Ik heb regelmatig overleg met de bevoegde autoriteiten van de DAB. Ik blijf het belang onderstrepen van het ter beschikking stellen van voldoende personeel om de politie in de hoven en rechtbanken en in het bijzonder het vervoer van gedetineerden op een duurzame manier te kunnen garanderen. Mijn beleidscel had hierover eind oktober overleg met de bevoegde dienst van de federale politie.
Samen met Binnenlandse Zaken onderzoeken we ook een beter retentiebeleid, want veel personeelsleden van de DAB verlaten de dienst om via sociale promotie inspecteur bij de politie te kunnen worden. Een van de mogelijkheden die we bekijken is het voorzien in een interne sociale promotie bij de DAB.
We werken, zoals bepaald in het regeerakkoord, ook actief verder aan de implementatie van de videoconferentie. Daarbij wil ik ook verwijzen naar een antwoord op een vraag van mevrouw Van Vaerenbergh over de videoconferentie. In combinatie met het vaker organiseren van zittingen in de gevangenissen kan dit ertoe leiden dat het aantal overbrengingen voor de DAB afneemt, waardoor de noodzakelijke overbrengingen daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd.
Marijke Dillen:
Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister. Over de zittingen in de gevangenissen is het laatste woord absoluut nog niet gezegd. In de praktijk is dat overigens bijzonder haalbaar. Ik ga ervan uit dat u met de teksten ter zake naar deze commissie zal komen. Het is belangrijk voor een kwaliteitsvolle rechtspraak dat gedetineerden voor hun rechter kunnen verschijnen. Dat staat ook duidelijk in de 100 voorstellen van de korpsoverste Antwerpen-Limburg. Ik heb vorige week al gezegd, in het kader van de vraag over de ontsnapping uit het FPC Gent, dat het niet nodig is dat gedetineerden altijd verschijnen. Het vaststellen van een conclusiekalender kan bijvoorbeeld perfect door de advocaten gebeuren. Niet-gevangenen die correctioneel voorkomen, zijn ook quasi nooit aanwezig. Daarop zou men misschien wel wat strenger moeten toezien, zodat er ruimte vrijkomt. Tot slot, er is inderdaad een groot verloop bij de DAB, aangezien de medewerkers op een bepaald ogenblik uitkijken naar andere functies met een betere vergoeding. Er zou dringend moeten worden nagedacht over het verbeteren van het personeelsstatuut bij de DAB, om daar concrete maatregelen tegenover te stellen.
De recordoverbevolking van de gevangenissen
Het recordaantal grondslapers in de gevangenissen
Het recordaantal grondslapers in de gevangenissen en de falende noodwet
De overbevolking van de Belgische gevangenissen
Recordoverbevolking en grondslapers in Belgische gevangenissen
Gesteld door
Vooruit
Alain Yzermans
VB
Marijke Dillen
N-VA
Sophie De Wit
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangeniscrisis escaleert met 541 grondslapers (stijging van 280% sinds deze legislatuur), 121% overbevolking en mensonwaardige omstandigheden voor zowel gedetineerden als overbelast personeel, dat kampt met agressie, veiligheidsrisico’s en uitputting. Minister Verlinden erkent de urgentie, wijst op beperkt effect van de noodwet (slechts 600 vervroegde invrijheidstellingen, 40% afwijzingen door rechters) en kondigt kortetermijnmaatregelen aan: versnelde overbrenging van vreemdelingen zonder verblijfsrecht (akkoord met Marokko, druk op Nederland), extra capaciteit in DVZ-centra en uitbreiding gevangenissen (o.a. 178 extra plaatsen in Haren), maar budgettaire beperkingen vertragen modulaire oplossingen. Kritiek blijft hard: vakbonden en oppositie eisen structurele actie, wijzen op falend beleid (geen daling ondanks noodwet) en dreigende veiligheidscrisis, terwijl reïntegratie en humane detentie onhaalbaar lijken. De kernoorzaak—groot aandeel buitenlandse gedetineerden—wordt benadrukt, maar concrete oplossingen (versnelde uitzetting) schieten tekort.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, om het ietwat cynisch te zeggen, de gevangenissen verdienen een plaatsje in het Guinness Book of Records. Wekelijks worden nieuwe records gebroken. Tussen 1 augustus – na de invoering van de noodwet – en 1 november kwamen er 357 gevangenen bij, ongeveer 30 per week. Het aantal grondslapers, 164 bij uw aantreden, steeg naar een recordhoogte van 541 deze week. De overbevolkingsratio, 115 % bij uw aantreden, bedraagt vandaag 121 %. Er zijn 13.483 gedetineerden voor 11.098 plaatsen, zelfs nadat de capaciteit is toegenomen, weliswaar enkel door de opening van het detentiehuis te Olen.
De levensomstandigheden in de gevangenissen zijn zeer driest. De basiswet inzake mensenrechten wordt op verschillende fronten geschonden en niet nageleefd. Ik vraag mij af wat we moeten doen om dat globaal op te lossen, maar het blijft steeds erger worden. De spanningen in de gevangenissen nemen toe, er worden talloze vragen gesteld over de onveiligheid, drugs worden een toevlucht om de zorgen te vergeten en tieren dus welig. Door de interne organisatie versterkt de spanning in de detentie bovendien. We staan zodoende veraf van de humane detentie die we trachten te bereiken.
Mevrouw de minister, wat zijn uw plannen om op korte en lange termijn te verhelpen aan die mensonterende situaties?
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, week na week worden trieste records gebroken wat de overbevolking in onze gevangenissen betreft. Deze week moesten meer dan 541 gedetineerden op een matras op de grond slapen, werkelijk een ongezien aantal.
Sinds het begin van deze regering is het aantal grondslapers gestegen. Collega Yzermans heeft de cijfers al vernoemd. Ik zal het even uitdrukken in procenten, want dat klinkt nog veel duidelijker. Hun aantal is gestegen met 280 %, mevrouw de minister. Het is duidelijk dat het probleem van de overbevolking maar niet onder controle geraakt.
Het aantal gedetineerden blijft stijgen. De gevolgen, zowel voor de gedetineerden als, in de eerste plaats, voor het personeel, zijn aanzienlijk: mensonwaardige werkomstandigheden, en een groot risico voor de veiligheid van de cipiers.
Het gevangenispersoneel werkt zich werkelijk te pletter, maar het wordt geconfronteerd met een steeds stijgende agressie. Het voelt zich werkelijk in de steek gelaten.
Ook bij de gedetineerden wordt gesproken over een humanitaire crisis. Als er niet zeer snel beterschap komt, dreigt de situatie volledig uit de hand te lopen. Op deze wijze kan ook niet gewerkt worden aan de broodnodige voorbereiding op de re-integratie in de samenleving, hoewel dat toch ook een van de doelstellingen van detentie moet zijn. Gedetineerden die in deze omstandigheden worden opgesloten, kunnen er enkel slechter uitkomen en opnieuw een groot gevaar betekenen voor de samenleving.
De vakbonden stellen duidelijk dat u absoluut nog niet genoeg hebt ondernomen. De noodwet heeft geen soelaas gebracht. De urgentie om dat probleem aan te pakken wordt onvoldoende aangevoeld door de regering, zo klagen de vakbonden.
Mevrouw de minister, hoe reageert u op de uitspraken van de vakbonden? Welke initiatieven zult u nemen op zeer korte termijn?
De media schenken vandaag de nodige aandacht aan de problematiek, maar ook nu wordt de ware oorzaak van het probleem halsstarrig verzwegen in de media, met name het groot aantal buitenlandse gedetineerden en illegalen. Zolang die oorzaak niet mag worden genoemd, zal men niet tot de voor de hand liggende oplossing komen, namelijk criminele vreemdelingen hun straf doen uitzitten in het land van herkomst, en daar in een versneld tempo werk van maken. Daaraan moet u veel meer aandacht besteden.
Sophie De Wit:
Er is al veel gezegd, mijnheer de voorzitter. Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Geachte minister,
Ondanks de inwerkingtreding van de noodwet blijft de overbevolking in onze gevangenissen verder ontsporen.
Volgens recente cijfers van het Gevangeniswezen slapen vandaag 499 gedetineerden op de grond, een absoluut record en een stijging met meer dan 280 % tegenover het begin van de legislatuur.
Zowel de directie van het Gevangeniswezen als de vakbonden spreken van een 'humanitaire crisis' en een 'noodtoestand voor het personeel'.
Het personeel werkt zich letterlijk te pletter in onmenselijke omstandigheden, met toenemende agressie, veiligheidsrisico’s en een gevoel van totale uitputting. Ook voor de gedetineerden zelf zijn de gevolgen nefast: wie in zulke omstandigheden wordt opgesloten, komt er niet beter maar slechter uit.
Ik heb volgende vragen voor u:
1. Hoe reageert u op deze alarmerende situatie waarin bijna vijfhonderd gedetineerden op de grond slapen?
2. Hoe beïnvloedt de aanwezigheid van honderden grondslapers de operationele beheersbaarheid van de instellingen en de werkdruk voor het personeel? Werd tijdelijk afgeweken van veiligheids- of personeelsnormen (zoals de maximale bezetting per cel of brandveiligheidsregels) om de overbevolking op te vangen en hoe wordt daarbij de veiligheid van personeel en gedetineerden gegarandeerd?
3. Hoe verklaart u dat de inwerkingtreding van de noodwet tot dusver niet heeft geleid tot een daling van de gevangenispopulatie of van het aantal grondslapers, maar integendeel tot een verdere stijging?
4. Welke onmiddellijke maatregelen gaat u nemen om de leefbaarheid en veiligheid in de meest overbevolkte gevangenissen te herstellen, zowel voor gedetineerden als personeel?
5. Binnen welke termijn verwacht u dat de gevangenispopulatie opnieuw onder het niveau van de operationele capaciteit kan worden gebracht?
6. En hoe ver staat u met de aangekondigde extra capaciteit via detentiehuizen en containergebouwen?
Dank voor uw antwoorden.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, notre pays vient de battre un triste record. Le 3 février dernier, 167 détenus dormaient sur un matelas à même le sol dans nos prisons. Le 3 novembre, c'était 500 détenus; le 10 novembre, 525 détenus; le 17 novembre, 541 détenus.
Mis bout à bout, cela représente plus d'un kilomètre de matelas posés au sol dans nos établissements pénitentiaires. Cette image dit tout de l'état de notre système.
À l'ouverture de la prison de Haren, la direction assurait à son personnel qu'il n'y aurait jamais de matelas par terre. Force est de constater qu'aucune prison, même la plus récente, n'échappe désormais à cette situation.
En effet, aujourd'hui, 43 cellules individuelles à Haren deviendront de fait des cellules doubles, avec toutes les tensions et tous les risques que cela génère. Selon plusieurs sources, quatre détenus auraient demandé eux-mêmes à être envoyés au cachot, pour exprimer leur mal-être et leur refus d'une cohabitation forcée dans un espace déjà très réduit.
Cette surpopulation renforce par ailleurs la pression sur un personnel pénitentiaire, qui est déjà en sous-effectif chronique, et dégrade davantage encore les conditions de détention. Un agent me confiait hier: "J'ai connu l'époque où l'on coupait les serviettes en deux parce qu'on manquait de matériel. Mais ce qu'on vit aujourd'hui, c'est du jamais vu."
Pour dénoncer ces conditions de travail et de détention indignes, l'ACV a déposé un préavis de grève de 24 heures à compter du mercredi 19 novembre à 22 h à la prison de Haren.
Madame la ministre, s'il est question de 43 places supplémentaires à Haren, les contrats du partenariat public-privé permettent d'aller jusqu'à 15 % de surpopulation. Concrètement, de combien de détenus supplémentaires parle-t-on? Quelles mesures ont été prévues pour pouvoir accueillir un tel nombre de personnes?
Avez-vous rencontré le personnel et la direction de la prison de Haren depuis qu'il est question de ces 43 places et depuis le dépôt du préavis de grève? Si oui, quelle piste de solution a été envisagée? Si non, pourquoi ne pas avoir organisé une rencontre?
Annelies Verlinden:
Geachte Kamerleden, we hebben ondertussen helaas de kaap van 500 grondslapers bereikt. Ik ben mij dus heel goed bewust van de urgentie en de onhoudbaarheid van de situatie, zowel voor de gedetineerden als voor het personeel.
De noodwet heeft wel degelijk effect, mevrouw Dillen. Sinds de inwerkingtreding werd aan meer dan 600 veroordeelden een vervroegde invrijheidstelling toegekend op zes maanden voor het strafeinde. De SUR's hebben al meer dan 1.700 aanvragen behandeld. Daarvan werd aan zowat 520 veroordeelden tot drie jaar elektronisch toezicht toegekend en aan 114 veroordeelden een voorwaardelijke invrijheidsstelling.
Daarnaast werden nog meer dan 950 dossiers bij de SUR aanhangig gemaakt. In afwachting van een beslissing van de SUR werd aan hen strafonderbreking toegekend.
Cependant, chers collègues, nous constatons en effet que les juges d'application des peines prennent une décision négative dans environ 40 % des demandes de surveillance électronique et environ 85 % des demandes de libération conditionnelle. Une première analyse des jugements montre que l'application de la loi d'urgence par les juges d'application des peines est plus stricte que ce qui avait été prévu lors de l'élaboration de ladite loi.
Het gerealiseerde effect van de noodwet wordt daardoor tenietgedaan. Daaraan liggen de volgende redenen en omstandigheden ten grondslag.
Er is de gedeeltelijke uitvoering van de zogenaamde stock, op initiatief van de procureur des Konings naar aanleiding van hun acties in verband met de geplande pensioenhervorming, bovendien verschillend over het hele land.
Er is een stijging van het aantal beklaagden in de herfst, wat een jaarlijkse trend is, in het bijzonder in het kader van specifieke acties. Wekelijks komen er ongeveer 200 nieuwe beklaagden binnen.
Er worden geen nieuwe VPV's meer toegekend. Daarnaast is er een stijging van het aantal langgestraften, van het aantal beklaagden en het aantal veroordeelden zonder wettig verblijf, en van het aantal geïnterneerden.
Samen met de minister van Asiel en Migratie en de minister van Buitenlandse Zaken zetten we in op de overbrenging van veroordeelden zonder verblijfsrecht. Op 23 oktober werd een nieuw akkoord gesloten met Marokko, waarin heel precies de targets voor de overbrengingen zijn vastgelegd, meer bepaald minstens vijftig per jaar. Vandaag zijn dat er nul. Ook ten aanzien van Nederland werd op politiek en diplomatiek niveau druk uitgeoefend om opnieuw overbrengingen te aanvaarden. Dat gebeurt intussen opnieuw, zij het nog steeds te langzaam.
Om de terugkeer van veroordeelden zonder recht op verblijf te bevorderen en te versnellen, zal worden ingezet op een versterking van het aantal escorteurs bij de luchtvaartpolitie.
Ook al merken we dat dankzij de versterkte diplomatie van ons land vooruitgang wordt geboekt, is het een illusie te denken dat zomaar tweeduizend gedetineerden holderdebolder uit onze gevangenissen zouden kunnen worden verwijderd. De enige realistische piste op korte termijn is ze over te brengen naar de gesloten centra van de DVZ, indien hun aanwezigheid in de gevangenissen in het kader van de strafuitvoering niet langer noodzakelijk is.
Wat de geïnterneerden betreft, stoten we, zoals in het hele land, op de limieten van de capaciteit van het zorgcircuit. Ook daar worden initiatieven genomen om de capaciteit te verhogen. In de loop van 2026 zal Volksgezondheid 90 bijkomende plaatsen voorzien in zorghuizen.
We moeten blijven inzetten op de verwijdering van veroordeelden zonder recht op verblijf en van geïnterneerden, en tegelijk werk blijven maken van de uitbreiding van de gevangeniscapaciteit. De projecten om bijkomende capaciteit te voorzien in de detentiehuizen, worden verdergezet zoals gepland, net als de projecten voor extra gevangeniscapaciteit. Het valt niet te ontkennen dat andere projecten om op korte termijn bijkomende capaciteit te creëren, zoals de modulaire units, het ritme van de begrotingsbesprekingen moeten volgen. Zolang die besprekingen niet zijn afgerond, zijn er daarvoor geen middelen. Het is dus niet duidelijk over welke bijkomende middelen we zullen beschikken om al die projecten te realiseren.
Mijn boodschap is zeer duidelijk: meer dan 13.500 gedetineerden, waarvan er meer dan 500 op een matras slapen, is een onhoudbare situatie. Ik zal het plan van aanpak deze week nog bespreken binnen de regering.
Monsieur Ribaudo, le contrat DBFM Haren prévoit en effet qu'une surpopulation allant jusqu'à 15 % peut être autorisée, moyennant le paiement de frais supplémentaires pour les services facilitaires. Au-delà de 15 %, une indemnité additionnelle doit être versée. En théorie, cela correspond à 178 lits supplémentaires qui peuvent être réalisés dans le cadre du contrat.
Président: Pierre Jadoul.
Voorzitter: Pierre Jadoul.
Bien entendu, il ne s'agit pas uniquement de lits, mais aussi de personnel et d'autres formes d'encadrement. Les 43 lits font partie d'une modification au contrat par le donneur d'ordre, qui prévoit 53 lits supplémentaires. Il s'agit de la première phase. Une extension supplémentaire via un avenant du même type est actuellement à l'étude.
Le 14 novembre, une concertation s'est tenue avec le personnel et la direction de Haren. Une assemblée du personnel a également eu lieu en présence de la directrice générale. Un préavis de grève a été déposé pour le 20 novembre.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, door technische en contextuele omstandigheden worden de doelstellingen van de noodwet niet behaald. Het blijft dweilen met de kraan open. Voor een humanitair detentiebeleid moeten we alles op alles zetten om beter omstandigheden voor de grondslapers te creëren. Voorts moeten we ook opkomen voor het personeel. Vandaag nog lieten personeelsleden mij weten dit geen week meer te kunnen volhouden. Het wordt hen te veel. Die crisis zal omslaan en escaleren. Wat zullen we op dat moment doen?
We moeten blijven geloven in een amalgaam van maatregelen, waarbij de juiste voorzieningen worden getroffen, zowel inzake capaciteit als voor de juiste doelgroepen. De basiswet en het personeel in gedachten, hoop ik dat humane detentie niet voor sint-juttemis is.
Terwijl wij hier vergaderen, is het aantal grondslapers opnieuw gestegen. Het overtal inzake grondslapers bedroeg 280 %, vandaag is dat 330 %. We zijn dus weer een stap verder. Het gaat niet om een record, maar dat is een duidelijk signaal dat een betere en snellere aanpak nodig is.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Collega Yzermans heeft gelijk. Het cijfer is gestegen. Ik had de berekening niet opnieuw gemaakt op basis van het juiste aantal grondslapers vandaag. Het aantal grondslapers spreekt boekdelen.
Ik denk dat de vakbonden terecht aankaarten dat de voltallige regering de urgentie absoluut niet voldoende aanvoelt. Ze voelt niet aan dat er veel meer middelen moeten worden vrijgemaakt voor Justitie om u in staat te stellen om die problematiek aan te pakken, naast de talrijke andere noden binnen Justitie, maar dat is een ander debat. Ik blijf dus hopen dat u met een grondig plan van aanpak zult komen en dat u bij de begrotingsbesprekingen in de regering voldoende steun en middelen zult krijgen.
Sophie De Wit:
Ik dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Wordt vervolgd.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. La surpopulation est un problème très ancien. Mais ce que vivent aujourd'hui les détenus, les agents, les directions est sans précédent. Nous battons tous les records avec 21% de surpopulation, 13 483 détenus pour 11 098 places, 541 personnes dormant à même le sol. C'est un kilomètre de matelas à terre! Si nous poursuivons au rythme actuel, nous atteindrons les 1 000 personnes dormant à terre d'ici avril 2026, ce qui est inacceptable. Sur le terrain, l'exaspération est palpable. Un directeur me disait avoir pris 10 ans en six mois. Des agents m'ont confié ne plus avoir le temps de rien faire, qu'ils ouvrent et ferment les portes et c'est tout! J'ai entendu dire de nombreuses fois ces dernières semaines: "Si ça continue, de gros incidents vont devenir inévitables". Madame la ministre, vous n'êtes pas responsable de l'héritage. Mais aujourd'hui, vous êtes aux commandes et le secteur attend des réponses concrètes, urgentes et structurelles. Pas des effets d'annonce. Le PTB soutient les travailleurs de la prison de Haren dans leurs actions de ce soir et de demain. Nous serons également aux côtés de l'ensemble des travailleurs pénitentiaires mardi et mercredi prochains.
De onhoudbare situatie in de hulpgevangenis van Leuven
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De hulpgevangenis Leuven kampt met chronische overbevolking (220 gedetineerden op 149 plaatsen, grondslapers, psychisch kwetsbaren zonder scheiding) en gebrek aan budget, wat leidt tot levensgevaarlijke omstandigheden en dreigende stakingen door uitgeput personeel. Minister Verlinden erkent het probleem—veroorzaakt door een landelijke gevangeniscrisis (500+ grondslapers)—en kondigt een noodplan aan met focus op uitstroom (bv. onwettig verblijf) en extra capaciteit, maar concrete maatregelen moeten nog door de regering goedgekeurd worden. Dillen benadrukt dat dringende structurele actie ontbreekt en waarschuwt voor een "tikkende tijdbom" door jarenlang uitblijven van oplossingen, ondanks herhaalde alarmkreten van vakbonden. Kernpunt: acute noodsituatie eist onmiddellijke interventie, maar politiek-handelingsvermogen schort nog.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding.
Het probleem in de hulpgevangenis van Leuven is geen nieuw probleem en de problemen zijn dezelfde als in de meeste andere gevangenissen: te veel gedetineerden en geen budget. De vakbonden trokken opnieuw aan de alarmbel omwille van de steeds maar toenemende overbevolking met als resultaat bijna 220 gedetineerden voor 149 plekken, 3 tot 4 gedetineerden in een cel van 7,5 vierkante meter en ongeveer 15 grondslapers. Dit leidt onvermijdelijk tot spanningen. De situatie wordt zelfs levensgevaarlijk omdat gevangenen met psychische problemen niet kunnen worden gescheiden van de andere gevangenen.
De vakbonden vroegen midden oktober een oplossing aan de directie maar na een beraad van 10 dagen is er tot op heden geen resultaat. Het is trouwens niet de eerste keer dat de vakbonden deze ernstige problematiek aankaarten.
Het grote probleem: geen budget om problemen op te lossen. Terecht wijzen de vakbonden op een implosie van het gevangenissysteem. Maar de vakbonden hopen nog steeds op noodmaatregelen van de minister voor deze crisis, zo niet dreigt er een tikkende tijdbom.
Gevolg van het gebrek aan oplossingen: de aankondiging van een nieuwe stakingsdag op 7 november. Als er dan weer niets uit de bus komt, zullen er nieuwe acties volgen want het personeel en de gevangenen zitten op hun tandvlees, zo waarschuwen de vakbonden.
Helaas slaagt de minister er maar niet in om de onaanvaardbare omstandigheden in deze gevangenis - net zoals trouwens in de meeste andere gevangenissen - onder controle te krijgen.
De directie van de hulpgevangenis Leuven steunde in het verleden altijd het personeel. Kan de minister mij mededelen waarom het overleg tussen de vakbonden en de directie thans geen concrete resultaten heeft opgeleverd?
Welke initiatieven gaat de minister nemen om ervoor te zorgen dat in de hulpgevangenis van Leuven - net trouwens zoals voor alle andere gevangenissen - de werkomstandigheden voor het personeel genormaliseerd en aanvaardbaar worden, alsook de levensomstandigheden voor de gedetineerden?
Annelies Verlinden:
Het is mij niet duidelijk op basis van welke afspraken of handelingen er wordt geconcludeerd dat de directie van de hulpgevangenis van Leuven haar personeelsleden niet meer zou steunen. De reductie van het aantal gedetineerden in het algemeen en van de grondslapers in het bijzonder ligt uiteraard niet alleen in handen van de directie. Mogelijk heeft die realiteit geleid tot de perceptie dat het personeel niet wordt gesteund.
In het verleden was het mogelijk arresthuizen met grondslapers te ontvolken door gedetineerden naar andere gevangenissen te oriënteren. Dat is vandaag, met een zeer hoge populatie en meer dan 500 grondslapers, niet meer mogelijk. De maatregelen in de noodwet werden wel in tastbare cijfers vertaald, maar desondanks is de gevangenisbevolking op twee maanden tijd gestegen. Ik heb de reden van die stijging daarstraks al aangehaald.
De gevangenisdirecties en de vakbonden waarschuwen voor onmenselijke omstandigheden en risico’s. Met een pakket aan maatregelen op korte, middellange en lange termijn wil ik daaraan tegemoetkomen, waarbij onder meer wordt ingezet op de uitstroom uit onze gevangenissen van onder andere personen in onwettig verblijf en geïnterneerden, en op het voorzien in bijkomende capaciteit.
Een plan van aanpak zal, zoals ik daarstraks al zei, de komende dagen in de regering besproken worden.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Mevrouw de minister, het personeel en de vakbonden zelf hebben de trieste problematiek aangekaart. Midden oktober hadden ze een overleg met de directie, maar na een beraad van tien dagen was er absoluut geen resultaat. Dat resultaat is er tot vandaag nog altijd niet. Het is trouwens niet de eerste keer dat de vakbonden in de hulpgevangenis van Leuven de problematiek aanklagen. De personeelsleden zitten werkelijk op hun tandvlees, mevrouw de situatie. De situatie is onaanvaardbaar. Ze spreken over een tikkende tijdbom. Mijn repliek is hier dezelfde als bij andere vragen. Er moet dringend iets gebeuren. Er moet dringend een structurele aanpak ten gronde komen om andere grote drama’s in de toekomst te vermijden.
De fouten bij de teruggave van elektronischtoezichtsmateriaal in de gevangenis
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een gedetineerde in Haren leverde zijn enkelband correct in, maar kreeg door procedurefouten (geen ondertekend formulier, Franstalig ontvangstbewijs) ten onrechte een boete voor niet-teruggave, wat Alexander Van Hoecke als *"amateuristisch"* bestempelt. Minister Annelies Verlinden bevestigt dat dergelijke incidenten *"uitzonderlijk"* zijn, maar wijst erop dat het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht (VCET) – onder Vlaamse justitiebevoegdheid – verantwoordelijk is voor de afhandeling, terwijl gevangenissen (haar bevoegdheid) slechts betrokken zijn bij specifieke gevallen. Van Hoecke dringt aan op striktere controles en betere communicatie tussen gevangenissen en VCET om herhaling te voorkomen, met name rond taalgebruik en formulieren, terwijl Verlinden belooft de administratie hierop te wijzen en afspraken met VCET te versterken.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, ik heb een bizar verhaal over het elektronisch toezichtsmateriaal, de enkelbanden. Recent kwam ons een klacht ter ore over de procedure van teruggave van toezichtsmateriaal bij elektronisch toezicht. Een persoon die onder elektronisch toezicht zou gestaan hebben, kreeg van het Vlaamse Centrum voor Elektronisch Toezicht de melding dat zijn toezichtsmateriaal niet correct was ingeleverd en werd daarom gevraagd de kostprijs van het materiaal terug te betalen, alsook bijkomende administratiekosten.
Het probleem is dat het toezichtsmateriaal wel degelijk zou zijn binnengebracht in de gevangenis van Haren, maar de teruggave zou op een verkeerde manier zijn afgehandeld. De betrokkene kreeg een ontvangstbevestiging mee in het Frans. Het formulier dat zou moeten bevestigen dat het toezichtsmateriaal correct werd ingeleverd, werd bovendien niet ondertekend in de gevangenis door het personeel.
Mijn eerste logische vraag is dan natuurlijk de volgende. Kunt u bevestigen of ontkennen dat een dergelijk incident plaats heeft gevonden? Als dat klopt, betreft het dan een geïsoleerd incident of zijn er al eerder klachten binnengekomen over fouten bij de teruggave van elektronisch toezichtsmateriaal? Zo ja, over hoeveel klachten gaat het? Beperken die klachten zich tot de gevangenis van Haren of gebeuren gelijkaardige fouten ook elders?
Wat zult u ondernemen ter voorkoming van dergelijke fouten?
Annelies Verlinden:
Ik kan op dit ogenblik niet ingaan op de concrete situatie, aangezien het niet duidelijk is over welk incident en welke betrokkene het precies gaat. Het is belangrijk te benadrukken dat het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht niet onder mijn bevoegdheid valt, maar wel onder die van mijn Vlaamse collega bevoegd voor justitie en handhaving. In de meeste gevallen staat het VCET in voor de plaatsing, opvolging en ophaling van het toezichtsmateriaal bij personen die onder elektronisch toezicht staan, behalve voor personen die uit voorlopige hechtenis komen en bij wie elektronisch toezicht als modaliteit wordt toegepast.
Dergelijke incidenten lijken volgens de beschikbare informatie veeleer uitzonderlijk. Wanneer zich toch onduidelijkheden voordoen bij de teruggave van het materiaal, is het wenselijk dat het VCET rechtstreeks contact opneemt met de betrokken gevangenis om de situatie te verifiëren en op te helderen.
Indien de identiteit van de betrokkene wordt meegedeeld, kan de lokale directie van de gevangenis het dossier nakijken en nagaan welk gevolg werd gegeven aan een eventuele klacht of vraag ter zake.
Om probleemsituaties te vermijden, zal ik mijn administratie in elk geval vragen om hier aandachtig voor te zijn en desgevallend bijkomende afspraken met het VCET te maken.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, de gevangenis valt natuurlijk wel onder uw bevoegdheid, vandaar mijn vraag. Ik juich het toe dat u de gevangenis erop attent zult maken, opdat zulke fouten zich niet meer voordoen. Ik begrijp uit uw antwoord dat dergelijke fouten wel degelijk kunnen gebeuren. Ze moeten te allen tijde worden vermeden. Het lijkt mij dat er vooral wat schort aan de kennis in de gevangenis over het mee te geven en te ondertekenen formulier. Vooral, in het aangehaalde dossier gaf men een Franstalig document mee aan iemand uit Vlaanderen die onder elektronisch toezicht stond. Dat lijken mij allemaal vrij amateuristische fouten. Ik reken erop dat u uitzoekt oe een en ander precies is verlopen.
De executies in Iran
De Belgische en Europese reactie op de massale executies en gevangenisprotesten in Iran
Internationale reacties op executies en protesten in Iran
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België veroordeelt de recordhoeveelheid executies in Iran (minstens 1.000 in 2025, hoogste in 30 jaar) en de massale hongerstaking in Ghezel Hesar-gevangenis, maar kan de cijfers niet onafhankelijk bevestigen. De minister bevestigt diplomatieke actie (VN-resolutie tegen doodstraf, EU-sancties, contact met Iraanse ambassadeur) en coördineert met Zweden voor de vrijlating van Ahmadreza Djalali, wiens detentieomstandigheden licht verbeterd zijn, maar wiens leven nog steeds gevaar loopt. Minstens twaalf Europese gevangenen zitten vast in Iran, met wisselende aantallen door vrijlatingen en nieuwe arrestaties. Samyn benadrukt dat Iran systematische repressie en staatsterreur toepast, met executies als bewust instrument van onderdrukking.
Voorzitter:
De heer Van Rooy is niet aanwezig.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Volgens berichten van onder meer Agence France-Presse, Iran Human Rights (IHR) en HRANA, zijn in de Iraanse gevangenis van Ghezel Hesar ruim 1.500 gevangenen in hongerstaking gegaan uit protest tegen de drastische toename van executies in Iran.
Het gaat om de grootste gevangenisprotestactie in jaren. De actie werd uitgelokt door de verplaatsing van zestien gevangenen naar de isolatiecellen in afwachting van onmiddellijke terechtstelling.
Sinds het aantreden van president Masoud Pezeshkian zou Iran inmiddels meer dan 2.000 mensen hebben geëxecuteerd in amper veertien maanden.
Het aantal terdoodveroordelingen ligt volgens Iran Human Rights op het hoogste peil sinds 2008.
De Fars-nieuwsagentschap, dat gelieerd is aan de Revolutionaire Garde, ging zelfs zo ver om openlijk op te roepen tot een herhaling van de massale executies van 1988.
Gezien de ernst van deze situatie en de oproepen van mensenrechtenorganisaties tot internationale actie, verneem ik graag van de minister:
1.Hoe beoordeelt u de recente hongerstaking en 'sit-in' van Iraanse gevangenen, en welke informatie ontvangt België via zijn diplomatieke kanalen over deze gebeurtenissen?
2. Welke concrete initiatieven heeft België sinds juli genomen binnen de Europese Raad of de VN-Mensenrechtenraad om de willekeurige detenties en executies in Iran opnieuw op de agenda te plaatsen?
3. Overweegt u, gelet op de toenemende repressie en het hoge aantal executies, bijkomende diplomatieke maatregelen, zoals het oproepen van de Iraanse ambassadeur of het ondersteunen van EU-sancties tegen verantwoordelijken binnen de Iraanse justitie en Revolutionaire Garde?
4. Is er enige vooruitgang geboekt in het dossier van professor Ahmadreza Djalali, en welke bijkomende inspanningen worden geleverd om zijn vrijlating te bekomen?
5. Op 1 oktober verwees u in uw antwoord naar 'Europese onderdanen die willekeurig in Iran worden vastgehouden', over hoeveel Europese onderdanen gaat het?
Maxime Prévot:
Mevrouw Samyn, ik zal mede de vraag van de heer Van Rooy beantwoorden.
We volgen de situatie in Iran op de voet, maar we kunnen vandaag het door u genoemde cijfer van 1.500 gevangenen niet bevestigen. Dat cijfer kon niet onafhankelijk worden geverifieerd. Niettemin is het huidig tempo van executies in Iran verschrikkelijk. Hoewel de exacte cijfers over het aantal executies van bron tot bron verschillen, werd de kaap van 1.000 executies in 2025 al bereikt, waarmee 2025 nu al het hoogste aantal executies in drie decennia kent. De vaststelling is duidelijk. Er zijn nog nooit zoveel executies geweest in Iran als nu. Het aantal executies is de laatste jaren sterk en gestaag toegenomen.
Een zeer grote meerderheid van die executies houdt verband met drugsdelicten of moorden. Zoals u weet, heb ik al heel duidelijk berichten gestuurd naar de Iraanse ambassadeur en ben ik even duidelijk geweest in mijn contacten met mijn Iraanse tegenhanger, minister Araqchi.
België veroordeelt in de krachtigste bewoordingen het gebruik van de doodstraf door de Iraanse autoriteiten. De universele afschaffing van de doodstraf is reeds geruime tijd een prioriteit van het Belgische beleid en ons land blijft actief op dat gebied, niet alleen op een transversale manier, bijvoorbeeld door onze actie in de Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, maar ook specifiek ten aanzien van Iran.
Er zit momenteel minstens een dozijn Europese onderdanen vast in Iran.
Dat cijfer verandert, aangezien de afgelopen maanden een aantal personen werd vrijgelaten, maar andere personen gearresteerd werden.
De vrijlating op 4 november van twee Franse onderdanen, Cécile Kohler en Jacques Paris, was goed nieuws. Wat de heer Djalali betreft, verwijs ik u naar de antwoorden die ik al heb gegeven op uw recente soortgelijke vragen. We vrezen steeds voor zijn leven, maar ik kan eraan toevoegen dat hij sinds zijn recente terugkeer naar de Evingevangenis in betere omstandigheden wordt vastgehouden. Zijn familie is daarvan op de hoogte. De coördinatie tussen mijn diensten en hun Zweedse collega’s verloopt zeer goed.
In de aanloop naar de drieëntwintigste Europese dag en Werelddag tegen de doodstraf op 10 oktober heeft de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties een door België ingediende resolutie over de doodstraf aangenomen. Op 10 september heeft de EU, met Belgische steun, een verklaring gepubliceerd waarin de problematiek werd aangekaart en het gebruik van de doodstraf wordt veroordeeld. Tot slot is er nog het EU-sanctiebeleid tegen Iran inzake mensenrechtenschendingen, dat België mee onderschrijft. De snapback werd bovendien recent geactiveerd, wat heeft geleid tot de hervatting van sancties. Mijn diensten en ik blijven de situatie aandachtig volgen.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, bedankt voor de update over professor Djalali. De vorige vraagt dateert ondertussen van twee maanden geleden, en het is toch fijn te horen dat zijn detentieomstandigheden beter zijn en dat u die nauw opvolgt, samen met uw Zweedse collega.
Een dozijn Europese onderdanen wordt in Iran willekeurig vastgehouden, maar het aantal varieert doordat er, gelukkig, mensen worden vrijgelaten. Tussen de regels door heb ik echter begrepen dat er opnieuw Europese onderdanen worden vastgehouden, maar ik zal uw antwoord er nog eens op nalezen.
U zei dat het cijfer niet bevestigd kan worden, maar u zei dat minstens duizend executies voltrokken zijn. Ik vrees, helaas, dat duizend een ondergrens is en dat het er in werkelijkheid veel meer zijn. We zullen het juiste aantal wellicht nooit weten.
U zegt terecht dat dat dodenaantal het hoogste is in decennia. Helaas is het een doelbewuste tactiek van het Iraans regime. We moeten de realiteit onder ogen zien; ik weet dat u dat ook doet. De realiteit in Iran is er een van systematische repressie, extreem geweld en van een staat die zijn bevolking blijft terroriseren.
Voorzitter:
Aan de orde is vraag nr. 56009124C van de heer Cornillie. Hij is afwezig.
Het budget van 1 miljard euro voor de gevangenissen
Het extra budget van één miljard euro voor Justitie
De realistische kansen op het verkrijgen van bijkomende noodzakelijke middelen voor Justitie
Financiering en budgetverhoging voor Justitie en gevangenissen
Gesteld door
Vooruit
Alain Yzermans
Open Vld
Paul Van Tigchelt
VB
Marijke Dillen
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt de nood aan 1 miljard euro voor Justitie (50% infrastructuur, 50% efficiëntie), maar begrotingsminister Van Peteghem (zelfde partij) blokkeert dit door prioriteit te geven aan defensie en sociaal beleid. Concreet zijn 1.105 extra gevangenisplaatsen tegen 2027 gepland via noodmaatregelen (o.a. 55 miljoen euro IDP in 2024), maar structurele onderfinanciering—zoals 2.000 gedetineerden boven capaciteit—blijft onopgelost zonder recurrente 120 miljoen euro/jaar. Overbevolking, veiligheid cipiers, en bestrijding georganiseerde criminaliteit (o.a. drugs, terrorisme) dreigen onuitvoerbaar zonder extra middelen, ondanks steun van oppositie (Vlaams Belang) en dringende waarschuwingen over escalerend geweld en systeemfalen.
Alain Yzermans:
Tijdens het zomerreces noemde de minister het bedrag van 1 miljard euro om het probleem van de overbevolking aan te pakken. Er zijn berichten verschenen over een 2.000-tal nieuwe plaatsen die moeten worden gecreëerd. In totaal gaat het om 1.105 plaatsen tegen 2027 en na 2030 nog een 1.000-tal plaatsen.
De vraag is hoe men aan dit cijfer komt. We hebben dit vrij grote bedrag al meerdere keren horen vallen. Uiteraard zal dit van de begrotingsrondes afhangen. Ik ben bijzonder geïnteresseerd in de verklaring van de middelen en de deelbudgetten. Hoe zal dit miljard euro bijdragen aan een efficiënte verdeling op het gebied van de infrastructuur, de wetgeving die moet worden aangepast en de herallocatie van gevangenen naar de juiste plaatsen?
Marijke Dillen:
Er bestaat geen enkele twijfel dat Justitie dringend veel bijkomende middelen nodig heeft om een antwoord te bieden op de talrijke noden die er zijn. En deze noden zijn bijzonder groot. U hebt een pleidooi gehouden voor een bijkomend budget van 1 miljard euro. Ongeveer de helft van dat extra budget is gericht op de verbetering van de infrastructuur, de andere helft dient om de werking en efficiëntie van de gerechtelijke sector te verbeteren. De gevraagde middelen zijn ambitieus maar een onvoldoende investering zal op termijn grotere kosten veroorzaken.
Maar uit verschillende interviews van minister van Begroting Vincent Van Peteghem blijkt duidelijk dat die middelen er niet zullen zijn en dat de vragen vanuit Justitie voor een aanzienlijke en noodzakelijke financiële verhoging van de middelen niet de eerste prioriteit zijn. Er wordt blijkbaar vooral gefocust op defensie en het sociaal beleid.
Kan de minister meer gedetailleerde toelichting geven betreffende haar verzoek tot het verkrijgen van een bijkomend budget van 1 miljard euro? Op welke wijze werd dit verantwoord? Wat zijn de concrete doelstellingen?
Wat is het antwoord van de minister op het standpunt van de minister van begroting?
De Vlaams Belang-fractie steunt de minister in haar pleidooi voor bijkomende middelen die absoluut noodzakelijk zijn om een antwoord te geven op de vele noden van Justitie. Maar op welke wijze zal de minister alle reeds aangekondigde beloftes realiseren indien de regering niet de bereidheid aan de dag legt om aanzienlijke bijkomende budgetten voor Justitie vrij te maken?
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega's. Ik wil vooreerst benadrukken dat we de noodkreten op het terrein goed gehoord hebben, in het bijzonder die van de gevangenisdirecteurs en het gevangenispersoneel. Ik ontving hen recent nog op mijn kabinet, omdat het belangrijk is om naar het terrein te luisteren. Ik begrijp hun bezorgdheden en besef dat het water hun aan de lippen staat. Die noodkreten ondersteunen mijn vraag om extra middelen voor Justitie uit te trekken. Die vraag ontstond na overleg met de betrokkenen op het terrein.
We zoeken samen naar concrete oplossingen om aan de belangrijkste noden tegemoet te komen. Dat kan ik uiteraard niet alleen; er zijn verscheidene collega's betrokken. Het betreft onder meer de collega bevoegd voor Asiel en Migratie, met betrekking tot de acties om de terugkeer van de duizenden personen in onwettig verblijf te bevorderen; mijn collega op Volksgezondheid met betrekking tot de uitstroom van de meer dan duizend geïnterneerden uit de gevangenissen; mijn collega van Binnenlandse Zaken voor de escortecapaciteit bij de politie, en – heel belangrijk – de collega die bevoegd is voor de Regie der Gebouwen met betrekking tot de investeringen in justitiegebouwen en gevangenissen.
Voor het gevangeniswezen is er, zoals u weet, dit jaar al hard gewerkt aan een pakket noodmaatregelen. Dat gebeurde in meerdere taskforces, waaronder de taskforce Capaciteit, die vorig jaar er de prioriteit aan gaf de overbevolking op te lossen, met een interdepartementale provisie (IDP) van 55 miljoen euro, en die voor 2025 te verdelen over vijf departementen. 24,9 miljoen euro daarvan was bestemd voor Justitie. Dat bedrag is ongeveer voldoende om Sint-Gillis langer open te houden en daarnaast de opstart van een nieuwe gevangenis in Antwerpen voor te bereiden. De middelen worden ook ingezet voor een snellere terugkeer van buitenlanders en personen zonder recht op verblijf uit onze gevangenissen.
De eerste IDP is echter onvoldoende en daarom hebben we in het kader van het begrotingsconclaaf een zeer concrete vraag ingediend om een uitbreiding van de IDP mogelijk te maken met ongeveer 120 miljoen euro per jaar voor Justitie. Het gaat er ook om die IDP recurrent te maken, omdat er personeel moet worden aangeworven dat niet voor een beperkte periode kan worden ingezet. De bijkomende middelen zullen in het bijzonder worden gebruikt voor het uitbreiden en langer openhouden van bestaande infrastructuur, het openen van nieuwe infrastructuur, de uitbreiding van de capaciteit van gevangenissen volgens het DBFM-principe - Design, Build, Finance en Maintain - en de bouw en opening van nieuwe transitie- en detentiehuizen.
Er wordt ook een vraag voor extra middelen ingediend, gerelateerd aan specifieke initiatieven binnen het gevangeniswezen die bijdragen aan de veiligheid van de penitentiair beambten, de algemene veiligheid van de gevangenissen en de efficiëntie van het gevangeniswezen. Voorbeelden zijn een meldpunt voor penitentiair beambten die zich bedreigd voelen of onder druk gezet worden door gedetineerden met banden met de georganiseerde misdaad, zodat ze melding kunnen maken van bedreigingen, achtervolgingen, beschadigingen aan voertuigen en dergelijke. Daarnaast gaat het om verdere investeringen in speciale infrastructuur en specifiek materiaal voor high value targets binnen de gevangenismuren.
Het creëren van bijkomende capaciteit binnen het gevangeniswezen is cruciaal in de aanpak van de overbevolking. Het is zo dat de Regie der Gebouwen, conform het regeerakkoord, ook voor een verregaande besparingsoefening staat.
Er werden ook vragen gesteld over het miljard euro. Mijn inziens moet, van het miljard euro dat voor Justitie werd vastgelegd, 500 miljoen euro naar de Regie der Gebouwen gaan, zodat zij in de gebouwen van Justitie kunnen investeren. Dit betreft zowel gerechtsgebouwen als gevangenisgebouwen. Het is uiteraard cruciaal om deze gebouwen veilig, modern en goed uitgerust te houden.
Als voornaamste klant van de Regie der Gebouwen en gelet op de grote noden binnen Justitie, lijkt het mij vanzelfsprekend dat de Regie der Gebouwen deze vraag ondersteunt, omwille van de grote noden, die af en toe ook in de pers verschijnen wanneer het gaat over de onbruikbaarheid van bepaalde lokalen of infrastructuur.
Ik ondersteun ook de vraag van het gevangeniswezen om de structurele onderfinanciering aan te pakken door de werkingsmiddelen voor het personeel, voeding, energie en medische kosten te verhogen op basis van de reële populatie en niet langer op basis van de initiële capaciteit. Vandaag zijn er meer dan 2.000 gedetineerden boven de initiële capaciteit, maar de middelen bij Justitie volgen deze toename niet automatisch. Het is evident dat, wanneer het aantal gedetineerden stijgt, ook de werkingsmiddelen moeten verhogen, zodat bijkomend personeel kan worden aangeworven.
Justitie heeft, naast middelen voor het gevangeniswezen, nog meer middelen nodig om al zijn kernopdrachten te kunnen blijven vervullen. De aanpak van georganiseerde criminaliteit, waaronder de strijd tegen mensenhandel, terrorisme, georganiseerde criminaliteit zoals drugs, evenals de inzet op veiligheid, zijn speerpunten voor de regering. Dit werd bevestigd door meerdere collega’s, onder meer door de premier in New York in september.
Justitie speelt een cruciale rol, waarbij alle schakels van de keten betrokken moeten zijn. De cijfers liegen er niet om. Er is een toename van intrafamiliaal geweld, zedendelicten en seksuele misdrijven, van jeugddossiers en van zaken voor de familierechtbanken, evenals een substantiële verhoging van geweld en georganiseerde criminaliteit.
Voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit bij Justitie begint alles met het voorzien in adequate en voldoende onderzoeks- en vervolgingscapaciteit bij het openbaar ministerie. Vervolgens is er een snelle en doeltreffende rechterlijke beoordeling nodig en, in het geval van een veroordeling met vrijheidsberoving, een efficiënt georganiseerd en opererend gevangeniswezen. Ook de aanpak van fiscale en sociale fraude, die de overheid meer inkomsten kan opleveren, kan daaronder worden begrepen.
De parketten en de parketten-generaal kampen momenteel met een exponentiële groei van dossiers in het kader van de CrimOrg. De toenemende stadscriminaliteit vraagt eveneens om een specifieke aanpak. Dat alles leidt tot een bijkomende nood aan magistraten, parketjuristen, referendarissen en criminologen om de vervolging van feiten gerelateerd aan georganiseerde criminaliteit te kunnen waarborgen. De impact is aanzienlijk en ook de volgende schakel in de strafrechtketen, de hoven en rechtbanken, moet worden versterkt, zowel op het niveau van de magistraten als op dat van de medewerkers. Indien die schakel niet wordt versterkt, dreigt de bestrijding van zowel georganiseerde criminaliteit als stadscriminaliteit op operationeel niveau immers onuitvoerbaar te worden. In dat verband moeten ook bijkomende middelen worden voorzien voor drugs- en jongerenopvolgingskamers, die een intensere begeleiding vereisen vanuit Justitie, maar die hopelijk efficiënter en effectiever zullen werken.
Daarnaast zijn er voor Justitie nog verschillende andere noden waarvoor extra middelen nodig zijn. Het regeerakkoord besteedt onder meer aandacht aan slachtoffers en hun nabestaanden. Verschillende initiatieven ondersteunen dat, zoals de wettelijke verankering van de financiering van Child Focus en het verder inzetten op het mobiel stalkingalarm, dat een cruciale rol speelt bij de bestrijding van intrafamiliaal en seksueel geweld. Ook de voortzetting van digitalisering is een werf waarop we moeten inzetten. Zoals bekend, vraagt digitalisering aanvankelijk investeringen voordat efficiëntiewinsten kunnen worden gerealiseerd.
Verder wil ik in het kader van de medevraag voor Justitie ook de acties van de magistratuur onderstrepen. Enkele weken geleden bezocht ik het Vlinderpaleis in Antwerpen om de voorstellen voor meer veiligheid en rechtvaardigheid in onze samenleving te bespreken, zoals uitgewerkt door het ressort Antwerpen. Op vrijdag 14 november staat opnieuw een actie gepland in Brussel.
In het kader van het hefboomplan van v óó r de zomer werden reeds middelen voorzien op de IDP Veiligheid en werden initiatieven genomen om de rechterlijke orde te versterken. Dat omvat onder meer het verhogen van de aantrekkelijkheid van het beroep door maaltijdchecks en een thuiswerkvergoeding, evenals de eerste stappen richting een veiligere, moderne en efficiënte uitrusting van gerechtsgebouwen, die jarenlang structureel ondergefinancierd waren.
De huidige budgetten volstaan echter niet om alle andere noden binnen de rechtelijke orde te lenigen. Zonder extra middelen kan een kwaliteitsvolle dagelijkse werking van Justitie niet worden gegarandeerd. Het realiseren van ambitieuze doelstellingen uit het regeerakkoord is zonder extra middelen evenmin haalbaar. Het is dan ook jammer dat het begrotingsconclaaf nog niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Ik reken erop dat, ondanks de vele miljarden die nodig zijn om het begrotingstekort te dichten, Justitie niet in de kou zal blijven. Zo niet zullen de huidige problemen enkel nog exponentieel toenemen.
Juist in budgettair moeilijke tijden moet onze rechtsstaat stevig overeind worden gehouden. In onstabiele tijden van toenemend geweld moeten we vasthouden aan de essentie van onze democratische waarden en daarvoor is een goed functionerende Justitie essentieel. Ik reken daarbij op de steun van u allen om dat debat op die manier verder te zetten.
Alain Yzermans:
Ik hoor een heel arsenaal aan maatregelen. Uiteraard heeft het ook te maken met de manier waarop de middelen worden ingezet. Efficiëntie is een belangrijke boodschap binnen Justitie. Het gevecht om de middelen is één zaak, de middelen goed inzetten is een andere. We zitten momenteel met 13.500 gevangenen, onder wie 525 grondslapers, waarbij regionale verschillen de grote pieken nog eens in de verf zetten. Antwerpen, Gent, Brugge, Hasselt en Mechelen zijn plaatsen waar de bijstelling naar de reële norm van de werkingsmiddelen voor voeding een goede zaak is. Dat lijkt me zeker een opsteker.
Ook een meldpunt voor cipiers zal een nood lenigen, maar er blijft uiteraard ook aandacht nodig voor werkbaar en leefbaar werk voor ons justitiepersoneel. Daarom denk ik dat hier zeker ook binnen het sociaal akkoord aandacht aan moet worden besteed. Menselijke gevangenissen en een humaan beleid zijn voor ons prioritair. Dank u wel.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank voor uw uitvoerige antwoord. U hebt een heel uitvoerige reeks ambitieuze doelstellingen opgesomd die wij als fractie kunnen en zullen steunen. Toch blijf ik me de vraag stellen of u, met de huidige begroting en een bijkomend miljard euro’s dat vandaag nog niet beschikbaar is, al die zaken zult kunnen realiseren.
Iedereen is het erover eens dat de noden binnen Justitie bijzonder groot zijn. U zei zelf dat het begrotingsconclaaf nog niet de gewenste resultaten heeft opgeleverd. Ik verwijs ook naar verklaringen van minister Van Peteghem, uw partijgenoot, die in verschillende media-interviews duidelijk heeft gemaakt dat de middelen er niet zullen zijn. De vragen vanuit Justitie voor een aanzienlijke en noodzakelijke financiële verhoging zijn niet de prioriteit; de focus ligt vooral op defensie en sociaal beleid.
Mevrouw de minister, ik heb het u al verschillende keren gezegd en ik zal het blijven herhalen. Als buitenlandse veiligheid een prioriteit is – dat steunen wij, voor alle duidelijkheid, laat daar geen misverstand over bestaan – en uw collega van Defensie erin slaagt om 4 miljard euro te krijgen, dan zeg ik dat binnenlandse veiligheid zeker even belangrijk is. U moet echt blijven op tafel slaan om dezelfde middelen te krijgen. Justitie, Veiligheid en Binnenlandse Zaken verdienen dat. U zult daarvoor onze steun krijgen. Daar mag u zeker van zijn, maar het is uw opdracht om voor die bijkomende middelen te zorgen.
Voorzitter:
De heer Van Tigchelt is afwezig. Mme Meunier n'est pas là non plus, tout comme M. Prévot et M. Jadoul.
De toename van de alternatieve straffen en de aanhoudende overbevolking van de gevangenissen
Het toenemende aantal alternatieve straffen en het gebrek aan impact ervan op de overbevolking
De ondoeltreffendheid van de alternatieve straffen als oplossing voor de overbevolking
Alternatieve straffen en hun beperkte effect op gevangenisoverbevolking
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de paradoxale stijging van zowel alternatieve straffen als gevangenisoverbevolking, ondanks beleidsinspanningen om de laatste te verminderen. Minister Verlinden bevestigt het *net-widening*-effect (alternatieven raken groepen die anders geen straf kregen) en wijst op verruwing van criminaliteit (geweld, drugs) als oorzaak, maar benadrukt dat gevangenisstraf als *ultimum remedium* behouden blijft. Capaciteitsproblemen bij justitiehuizen, elektronisch toezicht (ET) en werkstraffen—samen met onvoldoende opvolging en recidivepreventie—ondermijnen de geloofwaardigheid van alternatieven, terwijl korte gevangenisstraffen en slechte re-integratie de crisis verergeren. Kritiek blijft dat alternatieven geen structurele oplossing bieden, maar eerder het systeem overbelasten zonder de overbevolking te doen dalen.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, uit recente cijfers blijkt dat het aantal alternatieve straffen de voorbije jaren sterk is toegenomen, terwijl de gevangenisoverbevolking ook onverminderd blijft stijgen. Volgens Erik Maes van het NICC leidt dat tot de zogenaamde net widening : alternatieve sancties worden steeds vaker opgelegd aan personen die anders geen gevangenisstraf zouden hebben gekregen, waardoor het systeem zichzelf een beetje opblaast in plaats van de druk op de gevangenissen te verlichten.
Tegelijk blijkt dat ook binnen het systeem van alternatieve straffen grenzen worden bereikt. De capaciteit van de justitiehuizen, de opvolging van werkstraffen en ook het elektronisch toezicht staan steeds meer onder druk. Daarnaast is er een aanzienlijke groep veroordeelden voor wie alternatieve straffen in de praktijk moeilijk uitvoerbaar zijn.
Mevrouw de minister, hoe verklaart u dat de sterke toename van alternatieve straffen niet heeft geleid tot een daling van de overbevolking? Deelt u de analyse van Erik Maes van het NICC over de zogenaamde net widening , doordat alternatieve sancties vandaag vaak worden opgelegd aan personen die anders geen gevangenisstraf zouden hebben gekregen? Hoe beoordeelt u, wetende dat het deels om een Vlaamse bevoegdheid gaat, de huidige personeelscapaciteit en werkdruk binnen justitiehuizen, het Vlaams Centrum voor elektronisch toezicht, de magistratuur en de beschikbare werkplaatsen voor werkstraffen, in het licht van de sterke stijging van alternatieve straffen? Welke maatregelen worden genomen om te verzekeren dat alternatieve straffen niet enkel een tijdelijk alternatief vormen, maar uiteindelijk ook kunnen bijdragen tot gedragsverandering en het vermijden van recidive? Bent u bereid te onderzoeken of de afschaffing van korte gevangenisstraffen in het nieuw Strafwetboek moet worden herbekeken, aangezien blijkt dat alternatieve maatregelen de overbevolking niet verminderen?
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, aangezien mijn vragen gelijkaardig zijn, verwijs ik naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
De jongste jaren werd vanuit het beleid door verschillende partijen sterk ingezet op alternatieve straffen die zouden bijdragen tot een daling van het aantal gevangenisstraffen en de facto werden aanzien als een mogelijke oplossing voor de overbevolking. De realiteit blijkt anders. Uit recente gegevens blijkt dat ondanks de toename van het aantal alternatieve straffen er in de praktijk geen positief gevolg waar te nemen is op de problematiek van de overbevolking. Integendeel, het probleem van de overbevolking blijft stijgen.
Bovendien rijzen er vragen over de opvolging en uitvoering van alternatieve straffen in de praktijk die vaak onvoldoende worden gecontroleerd door een capaciteitsprobleem bij de opvolgende instanties. Met als gevolg een uitholling van de geloofwaardigheid van de strafsystemen.
Hoe verklaart de minister het gegeven dat er ondanks het toenemende aantal alternatieve straffen dit geen enkele impact heeft op de problematiek van de overbevolking van de gevangenissen?
Welke maatregelen neemt de minister om te verzekeren dat alternatieve straffen strikt worden opgevolgd? Heeft er ter zake overleg plaatsgevonden met de Gemeenschappen die hier ook een belangrijke verantwoordelijkheid hebben? Zo ja, wat zijn de resultaten? Zo neen, wordt dit nog gepland?
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
In 2016 werden 15.402 nieuwe werkstraffen en enkelbanden (ET) uitgedeeld. In 2023 steeg dit aantal naar 22.960. Het aantal ‘alternatieve straffen’ is sterk toegenomen. Toch blijft de overbevolking in de gevangenissen stijgen. Het aantal gedetineerden steeg op een jaar tijd van 12.342 naar 13.227 . De overbevolking nam sinds oktober 2024 toe van 112% naar 119%. Alternatieve maatregelen helpen de druk op de gevangenissen dus niet te verlichten (om meer zuurstof te geven) en geen echt kuur voor de overbevolking beweert het NICC.
Vragen aan de minister ;
Kloppen deze cijfers? Kan u een overzicht geven van het aantal alternatieve straffen en de vergelijking tov de voorbije jaren. Per soort. Idem de vraag voor het aantal enkelbanden a.u.b.?
Alternatieve straffen zijn vooral een oplossing voor straffeloosheid en geen middel tegen de overbevolking. Klopt deze visie?
Versterken deze reeks maatregelen niet de gekende net-widening waardoor steeds meer mensen in “het spinnenweb” van justitie komen en lange termijn effecten moeilijk worden geressorteerd en budgetten steeds groter moeten worden?
De grootste groep die onder ET vallen gaat het om voorlopige hechtenis (VH ) of omdat ze van de gevangenis, de strafuitvoeringsrechtbank toestemming hebben gekregen om hun straf thuis uit te zitten. Heeft u hier concrete cijfers over?
In 2024 werden er slechts 52 enkelbanden aangesloten omdat de rechter specifiek die straf had uitgesproken. Gaat het nieuwe strafwetboek ET deze trend als autonome straf doorbreken?
Door een gebrek aan middelen en druk op het VCET en de justitiehuizen zal er een capaciteitsprobleem ontstaan. Bent u zich hiervan bewust en hun gaat u dit oplossen?
Annelies Verlinden:
Geachte Kamerleden, op 6 november bevonden zich 13.416 gedetineerden in onze gevangenissen. Naast het aantal gedetineerden in de gevangenissen dragen meer dan 2.200 personen een enkelband. 60 % daarvan vertegenwoordigt een strafuitvoeringsmodaliteit en 40 % bevindt zich in voorlopige hechtenis.
Het gebruik van ET als autonome straf is inderdaad een marginaal gegeven. Of het toekomstig Strafwetboek daarin een kentering zal brengen, is nog niet te voorspellen. Een en ander zal mee beïnvloed worden door de manier waarop het principe van het ultimum remedium zich in de eigenlijke straftoemetingen zal manifesteren.
Wat het aantal personen betreft dat onder een alternatieve strafmaatregel valt, verwijs ik u voor de correcte cijfers naar de bevoegde collega’s van de deelstaten. De zogenaamde alternatieve straffen zijn weliswaar ontstaan tegen de achtergrond van overbevolkte gevangenissen, een fenomeen waarmee onze gevangenissen al enkele decennia worden geconfronteerd. Ze hebben voornamelijk tot doel om meer straffen op maat mogelijk te maken door het sanctiepalet waarover rechters beschikken te verbreden, om zo te kunnen reageren op de strafrechtelijke normovertreding en de vrijheidsberoving daadwerkelijk te beschouwen als het laatste redmiddel. Ook om die reden is het principe van de gevangenisstraf als ultimum remedium ingeschreven in het nieuw Strafwetboek en werd het via de noodwet versneld ingevoerd.
Het is inderdaad een vaststelling dat de invoering van alternatieve straffen niet tot een daling van de gevangenispopulatie heeft geleid. Het tegendeel is waar. Bovendien kenden ook de alternatieve straffen een exponentiële groei.
Een deel van de verklaring van de tegenstelling zal allicht te vinden zijn in de evolutie van het criminaliteitsbeeld. De verruwing van de maatschappij vertaalt zich ook door een groter aandeel van geweldmisdrijven. De omvang van de drugsproblematiek kent vandaag eveneens ongeziene dimensies.
Dat steeds meer burgers onder de toepassing van een justitiële sanctie of maatregel vallen, heeft onvermijdelijk ook te maken met hoe we naar misdrijven en hun plegers kijken.
Binnen de context van het uitdijend aantal mensen dat door een straf of een andere justitiële maatregel wordt geraakt, heeft het mijns inziens weinig zin om op deelaspecten ervan mechanismen voor capaciteitsbeheersing uit te werken. Uiteindelijk hangt alles met alles samen. Het minder inzetten van de ene sanctie of maatregel kan zich vertalen in effecten in andere domeinen van de strafuitvoering.
Het blijft uiteraard prioritair belangrijk om diegenen uit het justitieel traject te halen die er niet of niet langer in zouden moeten verblijven. Ik verwijs naar de inspanningen die worden geleverd om geïnterneerden in externe zorginstellingen onder te brengen, alsook naar de inspanningen die worden geleverd om de overlevering van vreemdelingen zonder recht op verblijf te versterken.
Het zal belangrijk zijn, wanneer het toekomstige Wetboek van Strafuitvoering vorm krijgt, dat de effecten ervan binnen de mate van het mogelijke worden vertaald naar de verschillende domeinen waar capaciteit nodig zal zijn om de strafuitvoering te realiseren.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Het blijft uiteraard een probleem. Ik begrijp en onderschrijf dat men zo gepast mogelijk moet proberen te straffen. Maar op een bepaald moment zit men met een zodanige problematiek binnen de strafuitvoering dat een deel wordt doorgeschoven naar alternatieve maatregelen, wat de deelstaten toekomt. Stilaan bereiken we echter ook daar het plafond.
Als uiteindelijk elk systeem dreigt te crashen, staan we er alleen maar slechter voor. Ik maak me daar zorgen over. Ik begrijp het principe van de ultieme remedie, maar ik ben ongerust dat nog meer straffen zullen worden omgezet in alternatieven, niet omdat dat de meest gepaste sanctie is, maar omdat er anders gewoon geen straf kan worden uitgevoerd. Dat zou het failliet van het systeem betekenen. Dan zouden we alleen maar verder van huis zijn. We moeten dus echt aandachtig blijven voor die problematiek.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. De toename van alternatieve straffen heeft geen positief effect gehad op de overbevolking. Integendeel, de recente cijfers, gisteren bekendgemaakt, over grondslapers in de gevangenissen zijn daarvan een triestige illustratie.
Alternatieve straffen mogen niet worden aangewend als oplossing voor de overbevolking, louter omdat er anders geen straf zou zijn. U hebt terecht verwezen naar de verruwing van de samenleving en de toename van zware gewelddelicten, die bijna dagelijks in de pers worden aangehaald. Dat soort criminaliteit vereist een strenge aanpak, zeker bij recidive. Alternatieve straffen zijn daar niet het juiste antwoord op.
Ik wil wel benadrukken dat binnen de detentie voldoende aandacht moet gaan naar re-integratie, wat vandaag absoluut te wensen overlaat. Heel veel gedetineerden komen slechter uit de gevangenis dan ze erin zijn gegaan. Dat mag niet de bedoeling zijn van een gevangenisstraf, maar dat is hoofdzakelijk een bevoegdheid van de gemeenschappen. Ik durf dus te vragen dat u daaraan de nodige aandacht besteedt in uw gesprekken met de bevoegde gemeenschapsminister.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, het belang van de alternatieve straffen is bekend. In de hele waaier aan straffen is het belangrijk dat dat onderdeel, zeker in het kader van het nieuw Strafwetboek, grondig wordt onderbouwd. Er moet worden onderzocht waarom die maatregelen niet leiden tot een daling van de overbevolking en wat daar wel voor kan zorgen. Wij gaan ervan uit dat er nog meer alternatieve straffen zullen worden opgelegd wanneer het nieuw Strafwetboek in voege zal zijn. Laten we die mooie vorm van bestraffen zeker niet met het badwater weggooien, maar intensifiëren.
Het zoveelste gewelddadige incident in de drugsvrije afdeling van de gevangenis van Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De overbevolking (142% capaciteit), drugproblematiek en personeelstekort (41 vacatures) in de gevangenis van Hasselt leiden tot geweld en onveiligheid, met zes gewonden in één maand. Verlinden kondigt aan: verplichte drugstesten, bijgewerkte opleidingen over nieuwe drugs, inzet van speurhonden en detectietechnologie, plus uitbreiding van drugsbehandelingstrajecten (2026) en kortetermijnoplossingen zoals 12 actieve camera’s en 50 extra—terwijl het zwakstroomdossier nog loopt. Personeelstekorten worden aangepakt via rekrutering (tot 2026) en mutaties, met extra begeleiding voor slachtoffers van agressie. Yzermans benadrukt de nood aan een taskforce tegen de "narcostaat" in gevangenissen, strengere controles (speurhonden) en verplichte, gespecialiseerde hulpverleningstrajecten om drugsvrije afdelingen daadwerkelijk clean te houden.
Alain Yzermans:
De feiten zijn al uitvoerig in de media besproken, maar toch vind ik het belangrijk om nog even te onderstrepen wat mogelijke oplossingen kunnen zijn met betrekking tot de overbevolking in Hasselt. Op dit moment zitten we aan meer dan 142 % van de capaciteit. De geestelijke gezondheid van de gedetineerden, de overbevolking en de aanwezigheid van drugs zijn drie elementen die zorgen voor een gewelddadige cocktail. Verdovende middelen veroorzaken agressie en ondermijnen de veiligheid van het personeel. Alarmerend is dat er in één maand tijd minstens zes mensen bij incidenten gewond raakten. Mijn vragen zijn dan ook zeer pertinent.
Welke maatregelen hebt u heel specifiek genomen? Uit de situatie blijkt dat er een acute onderbezetting van het personeel in Hasselt is, waar het kader niet eens volledig is ingevuld. Er is momenteel een tekort van 41 personeelsleden ten opzichte van het kader. Daar moet dringend aan gewerkt worden en de vraag is op welke manier u dat wilt aanpakken.
Tot slot wil ik nog een vraag toevoegen aan het dossier, met name over Hasselt. Hoe staat het met het zwakstroomdossier dat inmiddels al meer dan een jaar loopt? Dat dossier moet bijdragen tot meer veiligheid in de algemene toestand van de gevangenis van Hasselt.
Annelies Verlinden:
Gedetineerden die op de drugsvrije afdeling verblijven, worden onderworpen aan drugstesten als onderdeel van het regime op die afdeling. Naast de drugstesten volgen de gedetineerden een drugsbehandeling. De nieuwe psychoactieve substanties die op de markt komen, zijn echter niet altijd detecteerbaar door middel van drugstesten. Dit incident maakt ons er nog sterker van bewust dat een hoge aandacht en alertheid onder het personeel nodig zijn om de eerste symptomen van dergelijk gedrag te herkennen, teneinde erger te voorkomen.
Kennis van deze nieuwe drugs is dan ook onontbeerlijk voor het personeel. Daarom voorzien we een actualisatie van de opleidingsmodule drugs, zowel in de basisopleiding als in de voortgezette opleidingen. De opleidingsmodule wordt ontwikkeld door het DG EPI samen met het Trimbos-instituut en de dienst Justitiële Inrichtingen in Nederland, aangezien zij recent hun opleiding hebben afgestemd op deze problematiek. De strijd tegen het gebruik van verboden middelen binnen penitentiaire inrichtingen kent verschillende aspecten en benaderingswijzen.
Wat betreft het repressieve luik bestaat er sinds meerdere jaren een protocolakkoord tussen het DG EPI en de directie Hondensteun van de federale politie. De lokale directies kunnen een beroep doen op hen om controles uit te voeren met speurhonden. Daarnaast beschikt het operationele team van de directie Integrale Veiligheid over detectiesystemen die sporen van illegale stoffen op voorwerpen en oppervlakken kunnen opsporen. Het operationele team kan eveneens tussenkomen op verzoek van lokale directies. Met deze drugsdetectie heeft het DG EPI bijzondere aandacht voor de nieuwe substanties op de markt. Ik verwijs ook naar het wetsontwerp tot invoering van verplichte drugstesten dat in deze commissie werd besproken.
Op het vlak van hulpverlening en behandeling van drugsgebruikers verwijzen we naar de projecten drugs en detentie van de FOD Volksgezondheid in samenwerking met het DG EPI, die in 2026 nog verder zullen worden uitgebreid naar andere inrichtingen. Nochtans is de gevangenis van Hasselt een van de eerste inrichtingen die een drugsvrije afdeling en een drugsbehandelingstraject hebben uitgerold. Een dergelijk ernstig incident bevestigt de nood aan meer drugstesten en aan een duurzame investering in een behandeling die niet vrijblijvend is, maar strikt moet worden opgevolgd.
In dit verband verwijzen we naar het lopende project Installatie van geweldloze cultuur , waar personeelsleden leren omgaan met concrete situaties op de werkvloer om agressie-incidenten te voorkomen. In overleg met de opdrachtnemer gaat er als concrete maatregel op korte termijn binnen de lopende opleiding bijzondere aandacht naar de eerste symptomen van agressief gedrag als gevolg van drugsgebruik en naar de tijdige detectie ervan. In Hasselt vindt dit plaats op 11 december.
Om de personeelstekorten in de gevangenis van Hasselt aan te pakken, werd op 27 maart een rekruteringsprocedure afgerond. De indiensttredingen lopen nog tot en met begin 2026. Daarnaast zal dit najaar nog een mutatiebeweging worden voorzien. Nadien zullen de resterende vacante posten opnieuw worden opengesteld, hetzij voor instroom, hetzij voor statutarisering , volgens de noden en in overeenstemming met de afspraken die in het protocol zijn vastgelegd.
Ten aanzien van de personeelsleden die het slachtoffer werden van incidenten en agressie worden maatregelen genomen om hen beter te begeleiden. Dat gebeurt ten eerste door middel van opvangteams, ten tweede door een interventie van de sociale dienst en ten slotte via psychologische begeleiding door een externe partner.
Dan kom ik aan uw vraag over het zwakstroomdossier. Dit dossier doorloopt momenteel de nodige administratieve wegen ten behoeve van de aanvaarding van de budgetten voor het gekoppelde onderhoudscontract. De 12 camera’s die de meest kritische plaatsen behandelen, zijn geleverd, geïnstalleerd en actief.
Bovendien zal een dossier worden bestudeerd om nog ongeveer 50 camera’s opnieuw in dienst te stellen, om in afwachting van een gefinaliseerd zwakstroomdossier zoveel mogelijk beelden te kunnen recupereren. De budgetten daarvoor zullen worden voorzien.
Alain Yzermans:
Het verheugt mij dat u alert reageert met betrekking tot de camera’s en dat u extra camera’s zult voorzien, waardoor de veiligheid in de gevangenis beter kan worden gegarandeerd. Drugs vormen een groot probleem in de gevangenissen. De narcostaat in de gevangenissen groeit. Ik pleitte vroeger al om dit via een bijzondere werkgroep of taskforce te bekijken, aangezien de aansturing van de narcobuitenwereld ook van binnenuit gebeurt. Daarom is het van groot belang dat de drugsvrije afdelingen daadwerkelijk drugsvrij blijven. Een korte opvolging en regelmatige controles zijn noodzakelijk, inderdaad met speurhonden. Er moeten controles gebeuren, maar gespecialiseerde trajecten van drugshulpverlening voor de patiënten, in dit geval gedetineerden, zijn eveneens wenselijk. .
De ontsnapping van geïnterneerde Rutger Van den Brande
De ontsnapping van een geïnterneerde op de parking van het FPC te Gent
De veiligheid in het FPC van Gent en de interneringen
De nieuwe ontsnapping van twee gevaarlijke geïnterneerden uit het FPC Gent
Een nieuwe ontsnapping van twee gedetineerden uit het FPC Gent
De ontsnappingen uit het FPC van Gent
Ontsnappingen en veiligheid in het FPC Gent
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om ernstige veiligheidslekken in Forensisch Psychiatrische Centra (FPC’s), met name in FPC Gent, na drie ontsnappingen van hoogrisicogeïnterneerden (waaronder een dader met zware geweldsfeiten) binnen twee weken. Kritieke punten: falende risicotaxatie (bijv. begeleiding door één medewerker zonder politie), slechte slachtoffercommunicatie (niet-geïnformeerd slachtoffer geconfronteerd met dader), en structurele tekortkomingen zoals ontoereikende beveiliging (ontsnapping via verlichtingspaal) en coördinatieproblemen tussen FPC, KBM, parket en politie. Minister Verlinden bevestigt onderzoeken en aanpassingen, maar wijst veel verantwoordelijkheid toe aan Volksgezondheid (FPC-beheer), terwijl parlementariërs strengere protocollen, betere risicobeoordeling en verplichte slachtofferinformatie eisen.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar mijn beide schriftelijke vragen.
Geachte minister,
De recente ontsnapping van de geïnterneerde Rutger Van den Brande roept ernstige vragen op over de veiligheidsprocedures bij uitgaansvergunningen en de bescherming van slachtoffers binnen het interneringsstelsel. Hij kreeg van de KBM een uitgaansvergunning om donderdag een zitting over schadevergoeding bij te wonen, maar kon tijdens zijn terugkeer aan het FPC Gent ontsnappen. Er was hierbij begeleiding door slechts 1 medewerker van het FPC en geen politiebegeleiding.
Tijdens de zitting werd het slachtoffer plots geconfronteerd met haar dader, zonder vooraf verwittigd te zijn. Volgens het parket waren de nodige formulieren bij de dienst Slachtofferonthaal voor de voorafgaandelijke verwittiging niet ingevuld. Haar advocaat verklaarde die documenten nooit te hebben gezien. Na de ontsnapping werd het slachtoffer naar een veilige locatie gebracht en de federale politie zette de man zelfs op de nationale Most Wanted-lijst.
Hoewel de betrokkene intussen gelukkig opnieuw is opgepakt, legt deze zaak fundamentele tekortkomingen bloot in de veiligheidsbeoordeling bij uitgaansvergunningen, de coördinatie tussen FPC, parket en KBM en de informatie aan slachtoffers.
Mijn vragen:
Hoe evalueert u de gang van zaken rond deze ontsnapping en arrestatie? Werd al een interne evaluatie opgestart binnen Justitie, het FPC Gent en de KBM om fouten in de veiligheidsprocedure te identificeren?
Hoe kan het dat het slachtoffer niet vooraf werd verwittigd van de aanwezigheid van haar dader. Welke maatregelen neemt u om dergelijke administratieve fouten bij slachtofferregistratie te voorkomen?
Wat was het actuele statuut van de betrokkene? Werden eerder vrijheidsuitbreidingen toegestaan, en zo ja, op welke gronden en met welke veiligheidsvoorwaarden?
Kwam de KBM tussen bij elke vrijheidsuitbreiding of enkel bij deze uitgaansvergunning? Acht u de bevoegdheidsverdeling tussen KBM, FPC en parket voldoende duidelijk?
Wie bepaalde de aard van de uitgaansvergunning en de begeleidingsgraad? Was dat in lijn met het risicoprofiel en de drie interneringsmaatregelen? Waarom was er geen politiebegeleiding en acht u structurele politiebegeleiding wenselijk bij geïnterneerden met een hoog risicoprofiel?
Hoe verklaart u dat iemand die later op de nationale Most Wanted-lijst kwam en als gevaarlijk geldt, voordien als ‘veilig genoeg’ werd ingeschat voor een dagpas? Worden risicobeoordelingen geëvalueerd na incidenten?
Acht u het aangewezen om zittingen van de KBM voortaan binnen het FPC te organiseren bij geïnterneerden met een hoog risicoprofiel, om kosten en veiligheidsrisico’s te beperken?
Geachte minister,
Nog geen twee weken na de ontsnapping van de geïnterneerde Rutger Van den Brande zijn opnieuw twee geïnterneerden, Jason D. en Wesley H., uit het FPC Gent ontsnapt. Beiden werden later opgepakt in Blankenberge, maar de feiten roepen ernstige vragen op over de veiligheid en risicobeoordeling binnen het FPC Gent en onze FPC’s in het algemeen.
Het gaat opnieuw om twee gevaarlijke geïnterneerden die wegens zware geweldsdelicten werden opgesloten en onmiddellijk op de nationale Most Wanted-lijst werden geplaatst. Eén van hen, Wesley H., ontsnapte eerder al in 2010, pleegde toen nieuwe geweldfeiten en werd nadien opnieuw geïnterneerd. Dat iemand met zo’n voorgeschiedenis vandaag opnieuw kon ontkomen, maakt dit incident des te verontrustender en wijst op mogelijke structurele tekortkomingen in het risicobeheer binnen de FPC’s.
Ik heb volgende vragen voor u:
Hoe verklaart u dat zich in Gent op twee weken tijd al twee ontsnappingsincidenten met gevaarlijke geïnterneerden hebben voorgedaan, één tijdens een begeleide terugkeer en één vanuit het centrum zelf waarbij zelfs twee personen tegelijk konden ontkomen, onder wie iemand tijdens een eerdere interneringsperiode al eens wist te ontsnappen? Werd intussen een interne of externe veiligheidsaudit opgestart om de oorzaken te onderzoeken?
Wat was het actuele statuut van deze hoogrisicogeïnterneerden binnen het FPC Gent? Onder welk veiligheidsniveau of observatieregime vielen zij en wordt dat nu geëvalueerd of herzien om herhaling te voorkomen?
In welke mate spelen personeelsdruk, verloop of onderbezetting binnen het FPC Gent een rol bij ontsnappingen als deze en voorziet u bijkomende maatregelen inzake personeel, opleiding of veiligheidscoördinatie om dit te voorkomen?
Welke methodiek wordt binnen de FPC’s gebruikt voor de risicobeoordeling van geïnterneerden met een hoogrisicoprofiel? Hoe wordt bij herhaalde internering of eerdere ontsnappingen dat risicoprofiel meegenomen in beslissingen over detentieregime, toezichtsniveau of vrijheidsbeperkingen? Beschikt de FOD Justitie over een geactualiseerd overzicht van deze groep en hoe gebeurt hun federale opvolging?
Zal deze ontsnapping leiden tot een bredere evaluatie van de veiligheidsorganisatie en het risicobeheer in alle FPC’s en hoe wordt toegezien op de uitvoering van eerdere aanbevelingen?
Hoe verliep de samenwerking tussen het FPC, de FOD Justitie en de federale politie bij deze ontsnapping, onder meer wat betreft de activering van de Most Wanted-lijst? Bestaan hierover gestandaardiseerde afspraken of protocollen?
Marijke Dillen:
Mevrouw de voorzitter, ik verwijs naar mijn schriftelijke vragen.
Donderdag jl. is een geïnterneerde ontsnapt. Hij had een inleidingszitting bijgewoond in het Justitiepaleis van Antwerpen, m.b.t. de schadevergoeding aan zijn slachtoffer. Het betreft een uiterst gevaarlijke man, veroordeeld voor o.a. moordpoging, verkrachting, foltering, zware diefstal in bende en weerspannigheid. Hij verbleef in het FPC te Gent.
De man had een uitgaansvergunning voor de zitting. Na afloop keerde hij terug naar het FPC, waar hij op de parking wist te ontsnappen. Hij bleef tot zondag spoorloos. Dankzij de plaatsing op de Most Wanted-lijst en een opsporingsbericht kon hij gelukkig opnieuw worden opgepakt en geïnterneerd. Mogelijke drama's werden zo vermeden.
Het slachtoffer woonde eveneens de zitting bij, maar werd niet gewaarschuwd dat de dader daar ook zou zijn.
Kan de minister toelichting geven over deze ontsnapping en de omstandigheden? Hoe werd deze gevaarlijke man begeleid van en naar het FPC Gent?
Iedereen heeft het recht om op zittingen aanwezig te zijn, maar is het werkelijk nodig dat een zwaar geïnterneerde fysiek aanwezig is op een inleidende zitting, waar alleen conclusietermijnen en een pleitdatum worden vastgelegd? Hoe werd de uitgaansvergunning toegekend en is hierbij rekening gehouden met de aard van de zitting? Hoe werd het risico ingeschat?
Het slachtoffer werd niet verwittigd van de aanwezigheid van de dader, wat bijzonder traumatisch is, zeker gezien diens ontsnapping. Volgens het Parket had ze niet gereageerd op het aanbod van de Dienst Slachtofferonthaal om informatie te blijven ontvangen. Dat mag geen vereiste zijn. Dergelijke verwittiging zou standaard moeten gebeuren.
Is de minister bereid om een initiatief te nemen zodat slachtoffers en/of hun advocaten altijd vooraf worden geïnformeerd over de eventuele aanwezigheid van de dader op zittingen die hen aanbelangen? De kostprijs hiervan is miniem.
Opnieuw zijn twee zeer gevaarlijke geïnterneerden vrijdag 30 oktober kunnen ontsnappen uit het FPC in Gent. Het betreft twee personen die geïnterneerd zijn voor zeer zware geweldsdelicten. De ontsnapping is blijkbaar kunnen gebeuren tijdens een begeleid werkatelier. Ze werden onmiddellijk op de Most Wanted lijst geplaatst en gelukkig werden ze snel terug gevat. Eén van hen was in 2010 al eens kunnen ontsnappen uit het psychiatrisch centrum in Zelzate en nam in 2020 deel aan een gewelddadige gijzeling van 3 personeelsleden in het FPC Antwerpen.
Het is de tweede ontsnapping uit het FPC in Gent op twee weken tijd.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende deze ontsnapping?
Welke maatregelen werden er genomen tegen deze twee zeer gevaarlijke geïnterneerden?
Is er nood aan een verhoogde beveiliging in het FPC in Gent?
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, u hebt binnen de taskforce Interneringen belangrijke beslissingen genomen om samen met minister Vandenbroucke oplossingen te zoeken voor de 1.100 geïnterneerden die zich momenteel in onze gevangenissen bevinden.
De veiligheid en het onvoorspelbare gedrag van de vele psychisch kwetsbare personen binnen de FPC’s en in detentie vormen een grote uitdaging voor onze hulp- en zorgverlening. Deze personen kunnen risicovol, onvoorspelbaar of acting-outgedrag vertonen, waardoor conflicten sneller escaleren. De gevangenisomgeving, waar de levensomstandigheden door acute overbevolking onder enorme druk staan, is geen zorgzame context voor mensen met een dergelijke psychische kwetsbaarheid.
Ik verwijs naar het actieplan van minister Vandenbroucke, waarin een aantal aspecten rond extra capaciteit in verschillende reguliere vormen worden uitgewerkt. Ik verwijs voorts naar de vijf concrete vragen die ik heb gesteld in de schriftelijke neerslag van mijn mondelinge vraag.
Wat ik belangrijk vind, is dat we ondanks de aanpassing van de interneringswet in 2016 toch een forse toename zien van interneringsuitspraken. Er zijn er mensen die uitstroomden, maar er komen er ook nieuwe bij. De eerste resultaten van het onderzoek – er lopen immers twee studies – van het NICC zijn niet eenduidig en wijzen onder meer op procedurele vertragingen binnen de kamer voor de bescherming van de maatschappij. Komen die resultaten nog naar buiten?
Daarnaast heb ik nog twee kleine deelvragen. U stelt dat het beveiligd klinisch observatorium in de gevangenis van Haren zou openen, met 15 plaatsen tegen juli 2025 en een dertigtal plaatsen tegen het einde van dit jaar. Hoe komt het dat dit centrum nog steeds niet operationeel is?
Tot slot, kunt u toelichten wat de evolutie is van de adviesachterstand bij de gevangenisdirectie en de psychosociale dienst? Ik heb daarover al een aantal vragen gesteld, maar ik ontving nog steeds geen antwoord. Dank u.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, mijn vraag gaat over de tweede ontsnapping, maar ook ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Afgelopen week kregen we het nieuws dat twee geïnterneerde personen ontsnapt waren uit het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) in Gent. Deze personen werden door de federale politie als “gevaarlijk" omschreven. Na een klopjacht konden de twee uiteindelijk in Blankenberge worden opgepakt.
Het is niet het eerste incident. Het gaat om de tweede ontsnapping in twee weken tijd. De vorige ontsnapte kon snel worden gevat na opname op de Most Wanted-lijst.
Ik heb hierbij volgende vragen:
Onder welke omstandigheden kon deze ontsnapping plaats vinden? Welke veiligheidsmaatregelen waren er op dat moment van kracht?
Was er bij deze ontsnapping sprake van een menselijke fout, een technisch probleem, een organisatorisch probleem,…?
Na hoeveel tijd werd de federale politie ingeschakeld? Hoe verliep de samenwerking tussen het FPC, het parket en de politiediensten tijdens de opsporing?
Wat waren de aanbevelingen na vorige vergelijkbare ontsnappingsincidenten? Werden die gevolgd? Hoe verklaart u dat deze ontsnapping desondanks toch heeft kunnen plaatsvinden?
Wordt er een intern onderzoek gevoerd naar de precieze omstandigheden?
Was het voorziene bewakingspersoneel aanwezig op het moment dat de ontsnapping kon plaatsvinden?
Welke bijkomende veiligheids- en toezichtsmaatregelen worden nu genomen in het FPC Gent en in de andere FPC's?
Hoe zal u nieuwe ontsnappingsincidenten in de toekomst voorkomen?
Annelies Verlinden:
Collega's, ik wil eerst en vooral onderstrepen dat de twee incidenten die zich recent hebben voorgedaan in het FPC Gent wat betreft aard, omstandigheden en gevolgen duidelijk van elkaar moeten worden onderscheiden. Waar het eerste incident drie weken geleden een ontvluchting na een uitgaansvergunning betrof, ging het tweede incident van vorige week om een ontsnapping uit de instelling zelf.
Ik start met het eerste incident. Het gaat om een geïnterneerde die werd geplaatst in het FPC Gent in uitvoering van een beslissing van de KBM. In het kader van die beslissing werden aan hem door de KBM medische uitgaansvergunningen toegekend en later ook juridische, therapeutische en familiale vergunningen en dat telkens onder begeleiding en onder voorwaarden. Elke uitgaansmodaliteit wordt, zoals de wet voorschrijft, toegekend door de bevoegde KBM na adviesverlening door het FPC en het parket, zodat de KBM een goed geïnformeerde beslissing kan nemen. Over de procedure inzake de adviesverlening door het FPC, het bepalen van de noodzakelijke begeleiding tijdens de modaliteit en de reden waarom deze begeleiding door het FPC als proportioneel werd beoordeeld, dien ik u door te verwijzen naar de minister van Volksgezondheid, onder wiens bevoegdheid de FPC's vallen. Bij terugkomst na de zitting zette de betrokkene het plots op een lopen op de parking, waarna hij korte tijd voortvluchtig was.
Het tweede incident van 31 oktober betrof twee geïnterneerden die deelnamen aan een arbeidstherapieblok in de tuin van het FPC Gent. Tijdens deze activiteit zijn zij via een verlichtingspaal over het hek geklommen en zo tot op de parking van de instelling geraakt. Een personeelslid sloeg onmiddellijk alarm, de hekdetectie trad in werking en de controlekamer verwittigde de politie. De politie kreeg via de interne meldingsprocedure meteen alle nodige informatie, inclusief recente foto's. De betrokkenen werden kort nadien opnieuw gevat.
Zo'n ontvluchting is eerder uitzonderlijk. Sinds de start van het FPC Gent in 2014 en het FPC Antwerpen in 2017 hebben zich nog maar vijf ontvluchtingen voorgedaan. Elke ontvluchting of poging daartoe wordt grondig geanalyseerd. Wanneer uit deze analyses concrete aanbevelingen naar voren komen om de veiligheid te verhogen - of dat nu materiële, procedurele of relationele veiligheid betreft -, worden deze vanzelfsprekend doorgevoerd in samenspraak met alle betrokken partners zijnde de Regie der Gebouwen, de FOD Volksgezondheid en de FOD Justitie.
Ook in deze casus moet ik u voor meer details over de precieze omstandigheden van de ontsnapping en de genomen maatregelen doorverwijzen naar Volksgezondheid.
Collega’s Van Hecke en De Wit, jullie vroegen naar de samenwerking tussen de FPC Gent, de FOD Justitie en de federale politie. Die samenwerking verliep op professionele wijze, met regelmatig constructief overleg tussen de betrokken partijen. Vlak na de ontsnapping werd de lokale politie verwittigd door de directie van de FPC Gent, zoals voorzien. De lokale politie nam daarop de eerste dringende maatregelen.
Gelet op het uitblijven van resultaten op korte termijn nam het FAST-team van de federale politie op eigen initiatief contact met de lokale politie en bood hulp aan. Daarbij werd voorgesteld de betrokkene op te nemen op de lijst van Belgian’s Most Wanted . Deze optie werd voorgelegd aan de bevoegde magistraten, die onmiddellijk hun akkoord gaven. De publicatie werd vervolgens uitgevoerd door de Centrale Directie van de Gerechtelijke Operaties van de federale politie.
De volgende ochtend werden beide personen na melding door een plichtsbewuste burger gevat door de lokale politie van Blankenberge. De verantwoordelijkheden van en de samenwerking tussen de respectieve partijen staan beschreven in de WPA en in de rondzendbrief COL821 van het College van procureurs-generaal. Het gebruik van de lijst Belgian’s Most Wanted in dergelijke casussen maken het voorwerp uit van een recente richtlijn, die ik eind september heb ondertekend.
Collega Yzermans, u vroeg naar de stand van zaken van de taskforce Internering en meer specifiek naar de extra capaciteit ervan en naar het onderzoek van het NICC en het Beveiligd Klinisch Observatiecentrum. De procedure voor de 90 extra plaatsen in zorghuizen loopt volgens schema. Voor meer details en de timing verwijs ik opnieuw naar Volksgezondheid.
Daarnaast zal de Regie een technische haalbaarheidsstudie uitvoeren voor de bouw van modulaire units op het terrein van de beide FPC’s. Het NICC heeft zijn onderzoek recentelijk afgerond en de resultaten gepresenteerd. Het gaat om een cartografisch onderzoek dat in kaart brengt welke wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn om de stijging van het aantal interneringsuitspraken te verklaren en na te gaan welke elementen er nog ontbreken.
Het rapport laat dus niet toe om sluitende conclusies te trekken, maar vormt de basis voor verder onderzoek. Het rapport zal aan het Parlement worden bezorgd, maar wij bekijken alvast hoe enkele bevindingen kunnen worden vertaald in beleid.
Het beveiligd klinisch observatiecentrum is operationeel en verwerkt inmiddels 15 dossiers. Het team dient verder te worden versterkt om alle in observatie gestelden onder te brengen in het gebouw van het BKOC in Haren. Hiervoor werden middelen gevraagd in het kader van de begroting voor 2026. Deze aanwervingen zullen dus vertraging oplopen.
Wat uw vraag betreft over adviezen en een eventuele achterstand, verzoek ik u daarvoor een schriftelijke vraag in te dienen.
Tot slot wil ik in het algemeen nogmaals onderstrepen dat de twee recente incidenten in het FPC Gent grondig worden onderzocht, samen met alle betrokken actoren. Waar nodig zullen deze leiden tot gerichte verbetermaatregelen. Er komt een vergadering tussen de administratie en het FPC. In deze casus werd de begeleiding door het FPC tijdens de uitgaansvergunning, op basis van de bovengenoemde risicotaxatie, als passend en proportioneel beoordeeld. Voor meer informatie over de procedure en de lessons learned , verwijs ik u graag naar de FOD Volksgezondheid.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik probeer het me voor te stellen. Iemand die onmiddellijk op een mostwantedlijst wordt gezet, iemand met niet bepaald een eenvoudig profiel, wat ook blijkt uit de manier waarop hij werd teruggebracht, mag onder begeleiding van één medewerker van de instelling gewoon mee naar buiten. Die persoon wordt begeleid door een jonge dame, terwijl men weet welke feiten aan de basis lagen van zijn opname. Ik probeer me dat echt voor te stellen. Ik ben een mama van vier en mijn kinderen zeggen dat ik overbezorgd ben. Toch probeer ik me in te beelden hoe zoiets kan gebeuren.
U hebt gelijk, we moeten twee zaken van elkaar onderscheiden, maar die risicotaxatie lijkt mij cruciaal. Het feit dat het slachtoffer werd geconfronteerd met de dader zonder daarop voldoende voorbereid te zijn, laat ik nog in het midden. Hoe komt men er echter eigenlijk toe om zo iemand te laten begeleiden door alleen een jonge dame? Uit de manier waarop hij werd opgepakt en teruggebracht blijkt immers dat het niet over de eerste de beste gaat. Er is daar echt werk aan de winkel.
Het maakt mij niet uit onder wiens bevoegdheid dit precies valt, maar ik denk dat u dat best samen met uw collega-minister bekijkt. Dat is dan wel een man, mevrouw de minister. We moeten echter echt voorzichtig zijn. Niet iedereen die geïnterneerd is, is even gevaarlijk, dat zeg ik zeker niet. Databeheer is echter belangrijk. Justitie kent zijn gevangenen niet en blijkbaar geldt dat ook voor de geïnterneerden in die context. Daar ligt een belangrijk werkpunt, om te vermijden dat er grote malheuren gebeuren.
In dit geval hebben we volgens mij veel geluk gehad dat de betrokkene snel opnieuw kon worden gevat. Dat het in mijn buurgemeente is gebeurd, is louter toevallig, maar ik ben blij dat men hem heeft kunnen oppakken en snel, voor er iets kon gebeuren. We moeten echt waken over de risicotaxatie. Daar ligt een belangrijke crux voor de beveiliging van onze samenleving.
Marijke Dillen:
Dank voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik sluit mij graag aan bij de repliek van collega De Wit. In dat dossier ging het over een geïnterneerde die bijzonder zware feiten heeft gepleegd. Het gaat om moordpoging, verkrachting, foltering, zware diefstal in bende en weerspannigheid. Dat zijn stuk voor stuk zeer ernstige criminele feiten. Ik begrijp dan ook niet hoe de analyse van het mogelijke risico op die manier werd ingevuld. Die man wordt bij het verlaten van het FPC begeleid door een vrouwelijke medewerker. Ik acht dat een onverantwoorde beslissing.
Los daarvan moet men zich afvragen of het absoluut noodzakelijk is dat een geïnterneerde en hetzelfde geldt voor een gedetineerde aanwezig is op een inleidingszitting. Op een inleidingszitting worden enkel de conclusietermijnen tussen de raadsman van de geïnterneerde en de raadsman van de slachtoffers en een pleitdatum en -uur vastgesteld. Was het echt nodig om die man over te brengen van het FPC Gent naar de rechtbank in Antwerpen? Ik heb daar vragen bij.
Voor de duidelijkheid, mevrouw de minister, die opmerking zou ik niet geven voor het geval dat dan de procedure ten gronde zou worden behandeld. Iedereen heeft recht om aanwezig te zijn op zittingen die hem aanbelangen, maar dat geldt niet voor het vaststellen van een conclusiekalender.
Ik kreeg geen antwoord op mijn vraag over het slachtoffer, dat blijkbaar ook aanwezig was op de inleidingszitting en niet op de hoogte was dat de dader van de gruwelijke feiten aanwezig zou zijn. Volgens het parket zou zij niet gereageerd hebben op het aanbod van de dienst slachtofferonthaal om geïnformeerd te worden na het vonnis tot internering. Mevrouw de minister, dat zou eigenlijk een automatisme moeten zijn. Ik dring er bij u op aan om ter zake een initiatief te nemen. De kostprijs daarvan is zeer gering.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, enkele maanden geleden stelde ik schriftelijk een vraag over de psychosociale dienst, maar ik kreeg daarop geen antwoord.
Annelies Verlinden:
(…).
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, dat weet ik. De vraag is gesteld en ik heb nog altijd geen antwoord ontvangen. Ik zal het navragen. Anders stel ik ze opnieuw.
Annelies Verlinden:
(…).
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik heb ze in mei gesteld.
Stefaan Van Hecke:
U bent inderdaad een van de weinige ministers die 100 % scoort op het tijdig beantwoorden van schriftelijke vragen, zo blijkt uit een overzicht dat in de Conferentie van voorzitters werd gegeven. Mijn dank daarvoor. Het is logisch dat mensen daar veel vragen over stellen. Hoe is het mogelijk dat iemand met zo'n profiel niet door de politie, maar door een medewerkster van het FPC werd begeleid op een zitting? Het slachtoffer was niet op de hoogte en werd geconfronteerd met de dader terwijl er geen politie in de zaal aanwezig was. Dat vraagt toch wel enige reflectie. Dat betekent niet dat iemand die zware misdrijven heeft gepleegd, niet naar een zitting kan gaan, of na eerdere uitgaansvergunningen positief geëvalueerd kan worden. Als er slachtoffers aanwezig zijn, is dat echter iets bijzonder delicaats. Dat is één zaak. De tweede ontsnapping gebeurde via een verlichtingspaal. Ik vraag me af hoe dat mogelijk is Dit lijkt mij een structureel probleem. Ik denk dat men in alle gevangenissen of FPC's probeert te voorkomen dat men makkelijk kan ontsnappen. Als iemand op een verlichtingspaal kan kruipen en zo de omgeving kan bereiken, dan is die paal waarschijnlijk niet goed geplaatst. Dat is eerder een structureel probleem. Verder noteer ik dat we veel vragen moeten stellen aan de minister van Volksgezondheid, wat we dan ook zullen doen. Op veel van die vragen krijgen we geen antwoord. Ik hoop niet dat hij ons naar u zal doorverwijzen, want met pingpongen komen we er niet. Tot slot wil ik meegeven dat het FAST-optreden zeer efficiënt was. Mensen die ontsnappen, proberen zich vaak onherkenbaar te maken door een baard of snor af te scheren en er anders uit te zien. Toch worden mensen herkend. Ik zou dat niet kunnen, maar ik heb veel respect voor burgers die mensen herkennen en voor politiemensen die dat kunnen. Ik denk dat we veel geluk hebben gehad dat de daders, de veroordeelden en geïnterneerden, zo snel werden gevat. Het had anders kunnen aflopen. We volgen de kwestie op bij de minister van Volksgezondheid. Dank u wel.
De gevangeniscapaciteit in het buitenland
De gevangeniscapaciteit in het buitenland
Gevangenissen in de Balkan
Het overbrengen van gevangenen naar Kosovo (opvolging)
Het gevangenisbeleid
Internationale gevangeniscapaciteit en beleid
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België onderzoekt het onderbrengen van 4.400 illegale gedetineerden in buitenlandse gevangenissen (met name Kosovo en Albanië) om gevangenisoverbevolking en terugkeerbeleid aan te pakken, maar het plan stuit op skepsis over haalbaarheid, kosten (vs. €67.000/detentiejaar in BE) en mensenrechtenrisico’s. Minister Van Bossuyt benadrukt constructieve gesprekken met beide landen—focus ligt op versnelde terugkeer via digitale identificatieplatforms en partnerschappen—maar concrete afspraken ontbreken nog, terwijl critici alternatieven (minder voorlopige hechtenis, peilstrafalternatieven) en prioriteit voor herkomstlanden (bv. Marokko) bepleiten. Kernpunt: de regering zet in op gedwongen terugkeer van criminele illegalen, maar praktische en juridische drempels blijven groot.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, we weten allemaal dat onze gevangenissen kampen met een enorme druk door overbevolking en dat heel wat van onze gedetineerden geen rechtmatig verblijf in ons land hebben. Meer bepaald 4.400 van die personen verblijven hier illegaal. Daarom streeft u, samen met de volledige regering en conform het regeerakkoord, ernaar om in het buitenland een gevangenis te bouwen of te huren om deze veroordeelde gedetineerden daar onder te brengen.
Het regeerakkoord voorziet daarnaast nog andere hefbomen. Zo moeten we ook inzetten op interstatelijke overbrengingen. De eerste piste moet altijd zijn om ervoor te zorgen dat die mensen hun gevangenisstraf uitzitten in het land van herkomst, als dat kan. Dat is echter ook niet altijd wenselijk. We denken daarbij aan personen van wie we weten dat ze bij aankomst in hun land van herkomst onmiddellijk zouden worden vrijgelaten. Het is uiteraard niet de bedoeling om op die manier strafloosheid te bevorderen.
Onlangs hebt u, samen met de minister van Justitie, een missie ondernomen naar Kosovo en Albanië om de verschillende pistes te onderzoeken om illegale gedetineerden uit onze gevangenissen onder te brengen in Kosovaarse penitentiaire instellingen.
Mevrouw de minister, kunt u toelichting geven over de aanpak om gevangeniscapaciteit in het buitenland te realiseren? Welke volgende stappen staan nu op de agenda? Kunt u ook toelichting geven over de missie? Wat waren de conclusies en resultaten van uw bezoek?
Francesca Van Belleghem:
Minister, ik kreeg net een pushmelding dat Oostenrijk een criminele illegale Afghaan zelf teruggestuurd heeft naar Afghanistan. Het heeft niet gewacht op de Europese deal maar heeft die man zelf teruggestuurd, net zoals Duitsland dat doet. Er is dus nog een reden bijgekomen waarom u niet op die brief hoeft te wachten.
Minister, u hebt al meermaals gesteld dat, gelet op de overbevolking in de gevangenissen, u ernaar streeft om overeenkomsten af te sluiten met andere Europese landen om definitief veroordeelde criminele illegalen hun straf daar te doen uitzitten. Met het oog daarop trok u naar Kosovo en naar Albanië.
Wat zijn uw bevindingen van dit bezoek? Staat Kosovo ervoor open om illegale gevangenen in een Kosovaarse penitentiaire instelling onder te brengen?
Hoe ziet de deal met Albanië eruit? Is er een deal, ja of neen?
Zijn er nog gesprekken en/of bezoeken gepland?
Daarnaast stonden op uw lijstje andere landen, zoals Bosnië en Herzegovina, Montenegro, Noord-Macedonië, Servië, Litouwen en Estland. Zult u met die landen ook nog gesprekken voeren of plant u werkbezoeken? Zo ja, met welke landen en wanneer?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, u bent samen met de minister van Justitie op reis geweest naar Albanië en Kosovo om te bekijken of we mensen in onwettig verblijf daar in een gevangenis zouden kunnen steken. Dat is een knettergek idee. De praktijkvoorbeelden uit het buitenland tonen aan dat dit totaal onhaalbaar, zeer duur en niet functioneel is.
Hoe beoordeelt u de missie in de Balkan? Werd u daar met open armen ontvangen en werd u de zevende hemel beloofd? Hoe realistisch acht u het om in Kosovo of Albanië een gevangenis te bouwen of te huren? Hoe staat het met de haalbaarheid en betaalbaarheid? Er zijn gigantische juridische en praktische obstakels. Hebt u oplossingen voor die bezwaren? Wat gebeurt er met personen zonder wettig verblijf na afloop van hun straf? U kunt die personen natuurlijk tijdelijk onderbrengen in Kosovo, maar als de straf is uitgezeten keert men simpelweg terug naar België. Waar zouden zij anders naartoe gaan? Wat is dan het nut van een buitenlandse gevangenis, als er geen terugkeerovereenkomsten bestaan met die landen? Het is onhaalbaar en onbetaalbaar. Hebt u er trouwens al enig zicht op wat het folietje van u en mevrouw Verlinden ons als belastingbetalers zal kosten?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, vous êtes partie en mission cet été, avec votre collègue de la Justice Verlinden, en Albanie et au Kosovo pour négocier la possibilité d’envoyer des détenus de nos prisons belges dans un pays qui n’est membre ni de l’Union européenne ni du Conseil de l’Europe. Il s’agit en grande partie d’y envoyer des personnes étrangères, sans garantie de respect de leurs droits fondamentaux.
Madame la ministre, qu'avez-vous retenu de ce voyage? Quels sont les éléments positifs et négatifs? Quels sont les freins que vous avez pu identifier dans ce projet? J'en ai déjà discuté avec la ministre Verlinden en commission avant le voyage. On avait notamment évoqué le fait que le Kosovo n'est pas signataire de la Charte des droits fondamentaux de l’Union européenne et de la Convention européenne des droits de l'homme (CEDH). Comment peut-on assurer une politique humaine et digne des ressortissants étrangers en prison au Kosovo?
Par ailleurs, on sait par observation de l’expérience de nos voisins européens que le Danemark, par exemple, débourse déjà 200 millions d'euros par an pour un projet qui n'est pas encore effectif. Comment, dès lors, justifiez-vous, dans le cadre d'un budget particulièrement difficile à boucler, qu'on puisse débourser de tels montants pour un projet qui est particulièrement bancal tant au regard des droits humains que du respect des détenus concernés? En outre, cela représente un manque à gagner pour la Belgique de créer ce projet là-bas plutôt que d'investir ces montants chez nous dans des politiques, notamment de prévention et de réinsertion pour les détenus.
Xavier Dubois:
Madame la ministre, je voudrais revenir sur quelques chiffres. En mai 2025, selon nos données, 12 883 personnes étaient incarcérées, et parmi celles-ci, près de la moitié ne possédaient pas la nationalité belge. Parmi ces personnes, 4 077 n’avaient aucun droit de séjour. Ces chiffres sont assez édifiants, et il faut en prendre pleinement la mesure.
À ce sujet, un projet figure dans l’accord de gouvernement, qui est assez clair: il s’agit d’évaluer la possibilité d’établir une collaboration avec un pays étranger afin que ces personnes puissent y purger leur peine. Vous avez ainsi effectué une visite au Kosovo avec la ministre de la Justice. Je ne vais pas revenir sur tous les détails, puisque mes collègues ont déjà mis en avant toute une série d’éléments.
Madame la ministre, où en êtes-vous concrètement avec le Kosovo, au-delà de cette visite? Quels sont les autres États éventuellement concernés par ce type de projet? Quelles seraient les modalités permettant à ces détenus de purger leur peine dans ces pays? Et surtout, selon quels critères allons-nous définir quels détenus seraient transférés là-bas? Je pense qu’il faut se poser cette question de manière très précise.
Enfin, le Mécanisme national de prévention des mauvais traitements en détention met en garde contre les risques de violation des droits humains, notamment en ce qui concerne le droit de visite, qui semble plus complexe dans le cadre de tels projets. Quelles réponses pouvez-vous apporter à ces critiques?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Vandemaele, de volgende keer dat u op missie gaat, zal ik ook vragen of u een postkaartje van uw reis kunt bezorgen en een reisverslagje kunt maken.
Collega’s, de huidige regering heeft een duidelijke ambitie, met name een forse uitbreiding van de terugkeer van criminelen in illegaal verblijf. Dat doen wij niet met woorden maar met daden. Wij investeren namelijk in elke schakel van het terugkeerproces.
Mijnheer Vandemaele, het gaat dus niet over folietjes maar over noodzakelijke maatregelen om onder meer de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan, tenzij u de overbevolking in de gevangenissen wilt minimaliseren.
Voor ons is het echter belangrijk om elke schakel te onderzoeken. De terugkeer van illegale criminelen is één schakel in dat proces. Dat is dus geen folietje.
La première action consiste à miser sur la prévention. La mission en Albanie et au Kosovo a été constructive. Nous avons conclu des accords visant à lutter contre l'immigration illégale vers la Belgique et à accélérer les retours vers l'Albanie et le Kosovo. Ainsi, une plate-forme numérique sera mise en place dès cette année, afin de faciliter et de sécuriser l'identification des ressortissants entre la Belgique et l'Albanie. Nous avons également abordé cette question au Kosovo.
De tweede actie betreft de invoering van snelle procedures en de organisatie van de terugkeer. Mensen zonder verblijfsrecht moeten terugkeren, vrijwillig als het kan, gedwongen als het moet. We moeten vermijden dat zij in een grijze zone terechtkomen, waar criminaliteit vaak de enige uitweg is. Daarom versterk ik mijn diensten, zodat beslissingen sneller kunnen worden genomen en mensen geen valse hoop krijgen.
De derde actie betreft de strijd tegen criminaliteit door personen zonder verblijfsrecht. Wie illegaal in België verblijft en bovendien kiest voor criminaliteit, heeft hier niets te zoeken. Die personen moeten gedwongen terugkeren. Om de terugkeer van die personen op te drijven, verhogen we het aantal plaatsen in de gesloten centra; ook de woonstbetreding zal een impact hebben. Daarnaast sluiten we nieuwe partnerschappen met landen van herkomst, volgens het principe voor wat hoort wat. We voeren ook een levenslang inreisverbod in voor terroristen, versterken onze terugkeerdiensten, verhogen het aantal escorteurs en zorgen ervoor dat wie weigert te vertrekken, bij voorkeur vrijwillig en desnoods met dwang, van ons grondgebied wordt verwijderd. De regering kiest voor veiligheid, verantwoordelijkheid en een geloofwaardig terugkeerbeleid dat onze burgers beschermt.
De geraamde kostprijs is nog onderwerp van onderhandeling. In ieder geval kost een gedetineerde in België gemiddeld 67.000 euro per jaar. Die kostprijs zal vermoedelijk lager liggen in een andere lidstaat.
Wat het vervolg van de gesprekken over asiel en migratie betreft, we zullen met beide landen technische opvolggesprekken voeren over informatiecampagnes, zodat minder mensen zich aan onze grens aanbieden zonder te voldoen aan de binnenkomstvoorwaarden. Onze diensten werken intussen verder aan de ingebruikname van het digitale platform, dat de identificatie en dus ook de terugkeer aanzienlijk zal verkorten en veiliger zal doen verlopen.
Op de vraag of er nog andere landen op de lijst staan, kan ik het volgende meedelen. Albanië en Kosovo zijn niet de enige landen waarover Cedoca een rapport heeft opgesteld.
Monsieur Dubois, c'est sur base de l'avis du Cedoca que ces pays ont été choisis. Le Cedoca a réalisé une étude sur le respect des droits de l'homme dans ces pays. Cette exigence de respect des droits de l’homme figurait très clairement dans l'accord de gouvernement: il faut un État qui respecte l' É tat de droit. C'est donc sur base de cette étude faite par une agence indépendante que ce choix a été opéré.
We bekijken in de regering op basis van het Cedoca-rapport met welke andere landen we gelijkaardige gesprekken zullen aangaan. Dat zal dus gebeuren.
Ten slotte, wat moet er gebeuren met degenen die hun straf hebben uitgezeten en niet kunnen worden teruggestuurd? Die materie behoort tot de afspraken die met het betrokken land moeten worden besproken. Het is de bedoeling dat de terugkeer zoveel mogelijk vanuit het derde land wordt georganiseerd. Indien dat alsnog niet mogelijk blijkt, zal de opvolging van een latere terugkeer vanuit België moeten gebeuren.
Maaike De Vreese:
Het is inderdaad niet evident om gevangenen in een buitenlandse gevangenis onder te brengen. Denemarken heeft op dat vlak al heel wat voorbereidend werk verricht. U hoeft dus wat Kosovo betreft niet meer van nul te vertrekken. Daarom kan ik uw eerste missie alleen maar toejuichen. Er wordt nogal smalend gedaan over reizen naar het buitenland, maar ik vind het zeer belangrijk dat u als minister van Asiel en Migratie uw contacten goed onderhoudt, in het bijzonder uw diplomatieke contacten met buitenlandse ministers. Uw migratiebeleid staat of valt immers met samenwerking.
Maar nogmaals, het is geen evidente piste. Aangezien de overbevolking een ernstig probleem is – de situatie is er niet menswaardig -, een probleem dat we moeten aanpakken, moeten wat ons betreft ook niet-evidente pistes zeker onderzocht en uitgewerkt worden.
Overigens hoor ik weinig alternatieve voorstellen van degenen die veel kritiek op de maatregel hebben. Ik ben benieuwd wat dan volgens hen de oplossing zou zijn, want op dit moment zijn de gevangenissen zo overvol dat mensen op een matras op de vensterbank moeten slapen. Van re-integratie is helemaal geen sprake. Wat mogen we dan verwachten van de recidivecijfers? Ik maak me daarover absoluut zorgen.
In verband met het visumvrij reizen vanuit Albanië, de Albanese overheid en de bevoegde minister zijn er zich zeer goed van bewust dat zij, als ze het draagvlak voor het visumvrij reizen willen behouden, ook moeten meewerken aan de terugkeer van vooral criminele onderdanen, probleem waar ze ook zeer verveeld mee zitten. Dat is altijd al hun ingesteldheid geweest. Minister, ik denk dan ook dat u met de Albanese overheid zeker goede contacten moet onderhouden.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de minister, de overbevolking in de gevangenissen bedroeg op 22 september 2.058 mensen. De meest goedkope en dus de primaire oplossing is om vreemdelingen, zeker illegale vreemdelingen, hun straf te laten uitzitten in het land van herkomst. Dat is de meest logische oplossing.
De cijfers zullen nu niet veel verschillen in grootteorde, maar op 1 januari 2025 zaten er 1.041 Marokkanen in de gevangenis, waarvan 691 illegaal. De vorige regering had toch een overeenkomst gesloten met Marokko om hun illegalen en criminele Marokkanen terug te nemen? Waarom zetten we daar niet harder op in?
Verder zitten er ook 624 Algerijnen, 387 Nederlanders en 317 Albanezen in onze gevangenissen. U bent naar Albanië gegaan om een deal te sluiten om daar eventueel een gevangenis te openen. Zouden we er niet beter eerst werk van maken om al die Albanezen in onze gevangenissen, waarvan 230 illegaal, hun straf te laten uitzitten in een Albanese gevangenis, zonder dat wij daarvoor moeten betalen? Bovendien zitten er ook nog eens 273 Roemenen in onze gevangenissen.
Als 80 % van al die mensen hun straf uitzitten in het land van herkomst, dan is er geen overbevolking meer in onze gevangenissen. U zult misschien zeggen dat dit een simplistische redenering is, maar ze kan wel doorgetrokken worden naar andere lidstaten. Er zitten immers ook nog veel Fransen, Italianen en Polen in onze gevangenissen. Laat hen toch allemaal hun straf uitzitten in het land van herkomst.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, ik doe inderdaad een beetje lacherig over het onderwerp, want ik vind dat eigenlijk een knettergek idee. Uit uw antwoord leid ik af dat uw reis niets heeft opgeleverd op het vlak van gevangeniscapaciteit. U sprak over terugkeerakkoorden, maar ook die gesprekken hebben niets opgeleverd. Met alle respect, maar ons bezighouden met dergelijke folies levert niets op.
Vorige vrijdag heb ik de laatste West-Vlaamse gevangenis bezocht, ik heb ze nu alle vier bezocht. Daarnet ontving ik de cijfers met betrekking tot Ieper. Die gevangenis heeft een capaciteit van 169 plaatsen. Er verblijven daar 200 mensen, met 24 grondslapers. Die cijfers ontving ik vijf minuten geleden.
U kunt mij niet verwijten dat ik de gevangenisproblematiek niet ernstig neem, integendeel. Iedereen met wie ik in die gevangenissen spreek, zegt echter unisono dat de regering zich niet moet bezighouden met dergelijke stoerdoenerij of ballonnetjes waarvan iedereen weet dat ze niet uitgevoerd zullen worden. Iedereen weet dat die plannen pokkeduur en onhaalbaar zijn, maar toch houdt u zich daarmee bezig.
Dat gebeurt alleen om niet te moeten werken aan het echte probleem. Er is immers wel degelijk een probleem met overbevolking in onze gevangenissen. In West-Vlaanderen gaat het over Brugge en Ieper. Daar is het aantal gevangenen mensonterend hoog. Ik heb cellen bezocht met grondslapers, waar drie mensen in een heel kleine ruimte moeten verblijven. We moeten ons schamen dat dit nog gebeurt.
Er bestaan echter oplossingen. Het gaat dan bijvoorbeeld over die 1.000 geïnterneerden. Het gaat dan over het feit dat er te veel mensen in voorlopige hechtenis zitten. Zo zit 30 tot 40 % van de gevangenen in voorlopige hechtenis. Onze fractie heeft in de commissie voor Justitie al tientallen voorstellen op tafel gelegd, mevrouw De Vreese. Mevrouw de minister, houd u niet bezig met onnozele reisjes die niets zullen opleveren. Laten we werken aan wat echt belangrijk is, namelijk de aanpak van de overbevolking. Dat zullen we niet doen in Kosovo of in andere landen, dat moeten wij in ons eigen land doen.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, la construction d'une prison au Kosovo ne résoudra en rien le problème de la surpopulation carcérale que nous rencontrons aujourd'hui. Cela va prendre des années et coûter des centaines de millions d'euros aux finances publiques, alors que votre gouvernement n'arrive pas à boucler son budget. En plus, c'est reporter ce choix sur les gouvernements futurs et les générations futures. Je considère donc qu’il est totalement irresponsable, au regard de la situation, d'avancer vers cette solution qui est, par ailleurs, purement symbolique.
Des solutions existent. Nous en avons mis des tas sur la table sous la précédente législature et encore récemment. Actuellement, des personnes ayant roulé sans permis se trouvent en prison, et je pense que ce n’est pas leur place. Il faut envisager des pistes pour sortir ces personnes de prison et permettre la mise en place de peines alternatives. Ce serait beaucoup plus utile pour la société dans son ensemble, pour lutter contre la récidive et, comme vous le disiez, pour les finances publiques, auxquelles ces personnes coûtent 67 000 euros par détenu et par an. Ce sont des montants que nous ne pouvons plus nous permettre. C'est un immense gâchis. Il faut évidemment agir en amont, par la prévention, et lutter contre l'insécurité. Il faut faire en sorte que les personnes ne tombent pas dans certains réseaux et ne se retrouvent finalement pas en prison. Il y a évidemment un travail à mener de ce côté-là.
Par ailleurs, en ce qui concerne les garanties des droits fondamentaux, je ne vous ai pas entendue, à part sur le fait que le Cedoca, le service de documentation du CGRA, a rendu un rapport. Je serais curieuse de lire si le contenu de ce rapport est si élogieux que cela sur le respect des droits humains, sur les conditions de détention et les garanties procédurales au Kosovo. S'il est possible d'obtenir ce rapport, je pense qu'il serait utile que la commission y ait accès. Je vous remercie.
Xavier Dubois:
Madame la ministre, je vous remercie de votre réponse qui illustre que ce projet doit être perçu de manière globale, en collaboration avec tous les acteurs, dont votre collègue de la Justice ainsi que les pays tiers. En tout cas, il en ressort que notre point faible est la politique de retour. Il reste donc encore énormément de travail à accomplir. Il faut surtout éviter que de nombreuses personnes restent dans des zones grises. Il importe donc de trouver des solutions, de poursuivre les discussions et d'appliquer les accords conclus avec les pays tiers. C'est la priorité. S'agissant du choix des pays, j'entends qu'un rapport a été rendu par le Cedoca. Il serait, par conséquent, judicieux de pouvoir y accéder. Par ailleurs, une visite a bien eu lieu, mais sans que rien de concret n'ait encore été décidé dans l'application du projet. Nous resterons, bien entendu, très vigilants à l'égard de deux aspects. Je pense tout d'abord au budget, car il faut que ce projet coûte moins cher que d'autres; sinon cela n'aurait aucun sens. Il faudra apporter des garanties solides en ce domaine. Ensuite, je rappelle la nécessité de respecter les droits, puisque nous devons rester vigilants à l'évolution des pratiques et régimes des pays concernés. Reste enfin la question que j'ai posée au sujet des critères qui nous aideront à déterminer quels sont les détenus qui seront obligés de purger leur peine dans une prison à l'étranger. C'est en effet une question très sensible qui mérite que nous y réfléchissions dès à présent, si ce projet prend forme comme prévu. Je vous remercie de la suite que vous entendrez y donner.
De gevangenis van Bergen
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De vervallen gevangenis van Mons blijft symbool staan voor het falen van federaal gevangenisbeleid, met erger wordende omstandigheden voor zowel gedetineerden als personeel. Minister Vanessa Matz bevestigt dat een nieuwe locatie (in samenwerking met de stad Mons) is geïdentificeerd, met terreinaankoop gepland in 2026, ondanks budgettaire beperkingen, en noemt het dossier een topprioriteit via een tweewekelijkse taskforce met Justitie en Régie des Bâtiments. Korte-termijnoplossingen voor de huidige gevangenis blijven beperkt tot noodzakelijk onderhoud, zonder zware investeringen. Meunier blijft skeptisch over de haalbaarheid en het gebrek aan een concreet tijdschema, ondanks de "positieve" signalen.
Marie Meunier:
Madame la ministre, la prison de Mons continue de symboliser l'échec de la politique fédérale d'infrastructure pénitentiaire. Depuis que le Conseil des ministres a, en mars 2024, mandaté la Régie des Bâtiments pour identifier un nouvel emplacement et élaborer un dossier de remplacement pour la prison actuelle, aucune avancée concrète n'a été communiquée.
Pendant ce temps, on connaît les conditions de travail et de détention qui continuent à être indignes et qui empirent. Je pense que chaque semaine, un peu partout en Wallonie, à Bruxelles et en Flandre, des articles de presse paraissent régulièrement sur les conditions de détention et les conditions de travail des agents.
Or, récemment, deux élus du MR de la Région wallonne ont visité la prison de Mons et ont reconnu que, je cite: "Le MR est au fédéral sans interruption depuis 1999. On ne peut pas faire croire que nous ne sommes pas en partie responsables."
Je salue ces visites de terrain qui permettent à chacun de constater l'ampleur de la dégradation de la situation – la ministre de la Justice est d'ailleurs venue aussi voir cette prison – et surtout, le manque d'actions concrètes de votre prédécesseur face à l'urgence.
Je dois cependant avouer que je reste très inquiète sur la situation carcérale à Mons, comme ailleurs, compte tenu des coupes budgétaires de l'Arizona dans le domaine, face auxquelles la Régie est en première ligne. Dans ces conditions, il sera impossible de régler la situation en urgence, comme cela devrait s'imposer.
Madame la ministre, pouvez-vous nous communiquer l'avancement précis du dossier que la Régie devait soumettre au Conseil des ministres concernant la nouvelle prison de Mons? Une localisation a-t-elle été identifiée? Si oui, pouvez-vous nous la communiquer?
Un calendrier de mise en œuvre a-t-il été arrêté? Si oui, qu'en est-il du financement au regard des coupes budgétaires?
Pouvez-vous faire le point sur les travaux au sein de la prison actuelle, leur calendrier et leur budget?
Vanessa Matz:
Madame Meunier, comme vous le savez, depuis mon entrée en fonction, j'ai pris ce dossier à bras-le-corps. La situation à la prison de Mons est très préoccupante. Et je suis pleinement consciente des enjeux pour le personnel, les détenus et la ville. J'ai eu l'occasion de visiter deux fois Mons: lorsque j'étais parlementaire, mais aussi avec la ministre de la Justice, dont vous avez mentionné la présence. C'est ainsi que nous avons pu constater la vétusté extrême du bâtiment et nous entretenir avec le personnel afin de mieux comprendre les difficultés auxquelles il est confronté quotidiennement. J'ai demandé à la Régie des Bâtiments de travailler activement à une solution de remplacement. Une localisation a été identifiée, en collaboration avec la ville de Mons. Il en a été question avec le SPF Justice avant un premier échange avec le fonctionnaire délégué de la Région wallonne. Les retours sont positifs à ce stade. La Régie des Bâtiments souhaite acquérir les terrains en 2026. Plusieurs aspects techniques et urbanistiques sont encore à l'étude, notamment l'intégration du site dans son environnement.
Sachez que, pour assurer un suivi rigoureux de ce projet et plus généralement de tous ceux qui sont liés aux infrastructures pénitentiaires, une task force entre la Justice et la Régie, avec nos cabinets respectifs, se réunit toutes les deux semaines. Ce cadre de concertation permet d'avancer de manière coordonnée et efficace. Le budget nécessaire à l'achat du terrain est inscrit dans la planification 2026. Malgré le contexte budgétaire, ce projet reste pour moi une priorité claire.
Par ailleurs, dans le cadre de la task force sur la surpopulation carcérale, j'ai demandé et obtenu que l'acquisition d'un terrain à Mons soit considérée comme prioritaire dans la planification budgétaire et opérationnelle.
Concernant la prison actuelle, des interventions de maintenance sont assurées si nécessaire. Il n'est évidemment pas prévu d'investissement lourd puisque l'objectif à terme est de remplacer complètement l'infrastructure de manière durable.
Marie Meunier:
Merci beaucoup pour vos réponses, madame la ministre. Elles sont clairement beaucoup plus positives que celles de votre prédécesseur, que j'ai pu interroger plusieurs fois sur le sujet. Nous ne manquerons de revenir vers vous d'ici 2026. J'entends que la task force entre la Justice et la Régie se tient toutes les deux semaines et avance. Il serait intéressant d'aboutir à un calendrier. Cela fait des années qu'on dit aux travailleurs de cette prison qu'on est en train de mettre en place un calendrier et qu'on y travaille au niveau fédéral. Mais comme sœur Anne, ils ne voient toujours rien venir. C'est loin d'être motivant pour les travailleurs.
Voorzitter:
J'aimerais confirmer, pour le secrétariat de la commission, que l'avis dont vous avez parlé est disponible pour les membres.
Suïcidepreventie en de nieuwe gevangenis in Bergen
De vervanging van de verouderde gevangenis van Bergen
Gevangenisherstructurering en geestelijke gezondheidszorg in Bergen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De prison van Mons kampt met structurele problemen (overbevolking, verouderde infrastructuur, gebrek aan geestelijke gezondheidszorg en personeel), wat leidet tot suïcides en ergerende detentieomstandigheden, ondanks herhaalde waarschuwingen. Minister Verlinden bevestigt dat suïcidepreventie is versterkt met nieuwe protocollen, trainingen en hulplijnen, en dat een nieuwe gevangenis (300 plaatsen) in het Masterplan IV staat, maar dat de Régie des Bâtiments nog een locatie zoekt—met een budget voor 2026 als doel. Kritische parlementsleden benadrukken dat 15 jaar praten en studies geen verbetering brachten en dringen aan op snelle actie, zowel voor de bouw van een nieuwe gevangenis als voor directe investeringen in personeel en infrastructuur om de nijpende crisis te verzachten. De ministers Verlinden (Justitie) en Matz (Régie) noemen het dossier een gezamenlijke prioriteit, maar concrete stappen blijven vaag.
Éric Thiébaut:
Madame la ministre, la prison de Mons a une nouvelle fois fait parler d'elle à la suite d'un suicide d'un détenu au mois de septembre dernier. Certes, les causes individuelles d'un geste pareil peuvent être multiples, mais il ne faut pas négliger les facteurs structurels qui sont connus depuis longtemps à la prison de Mons: surpopulation chronique, locaux vétustes et insalubres, manque d'effectifs, accès insuffisant aux soins de santé mentale.
La Commission de surveillance a, d'ailleurs, tiré la sonnette d'alarme à plusieurs reprises sur les conditions de travail et de détention pénibles qui y règnent. Dans ce contexte, je dois bien avouer que j'ai été surpris de voir qu'aucun projet, apparemment de nouvelle prison, ne figurait dans votre note visant à réduire la surpopulation carcérale. Et pourtant, vous avez pu visiter le bâtiment, madame la ministre. Je suis au courant de votre visite et je vous félicite d'avoir pris cette initiative. Vous avez pu vous rendre compte de l'urgence de la situation à Mons. La prison ne répond plus aux normes de sécurité depuis bien longtemps.
Quelles mesures immédiates sont prévues pour prévenir les suicides en prison, en particulier à Mons? Alors que vous avez annoncé un budget de 55 millions d'euros pour permettre la création structurelle de nouvelles places, quelles améliorations comptez-vous apporter rapidement aux conditions de travail et de détention à la prison de Mons? Au regard de l'urgence, pourriez-vous confirmer que la construction d'une nouvelle prison à Mons sera inscrite dans le futur masterplan et si oui, selon quel calendrier?
Marie Meunier:
Monsieur le président, madame la ministre, je vous remercie d'avoir permis de joindre ma question à celle de mon collègue.
Madame la ministre, à l'instar de mon collègue, je ne compte plus les articles de presse qui dénoncent, semaine après semaine, l'état alarmant des prisons: détenus entassés dans des cellules exiguës, dormant sur des matelas posés à même le sol; rations alimentaires insuffisantes; personnel agressé, épuisé, privé de congés,... La prison de Mons, bien entendu, n'échappe pas à ce constat accablant, comme vous avez pu vous-même le constater.
L'année passée, vous m'indiquiez que le Conseil des ministres avait validé, le 25 mars 2024, les modifications apportées au masterplan III bis prévoyant la recherche par la Régie des Bâtiments d'un nouvel emplacement pour remplacer la prison vétuste de Mons, avec la perspective d'un établissement de 300 places. Vous précisiez alors que la Régie devait encore soumettre un dossier détaillé en Conseil des ministres.
Or, plus d'un an plus tard, la situation sur le terrain reste inchangée: la prison de Mons demeure dans un état de délabrement préoccupant et les conditions de travail du personnel comme celles de détention ne cessent de se dégrader.
Madame la ministre, la Régie des Bâtiments a-t-elle désormais transmis son dossier au Conseil des ministres? Disposez-vous d'un calendrier précis pour la concrétisation de cette nouvelle prison?
Annelies Verlinden:
Chers collègues, la prévention du suicide en prison fait l'objet d'une attention particulière et de mesures renforcées. Les prisons belges ont une longue tradition en la matière, mais la politique a été récemment actualisée pour mieux lutter contre ce phénomène. Dans le cadre des cycles d'évaluation, il est demandé aux directeurs de faire preuve d'une vigilance accrue concernant cette question et de mettre en place ou d'actualiser des processus internes permettant de repérer et de signaler les détenus en difficulté susceptibles de présenter un risque de suicide.
Pour soutenir ces démarches, un groupe de travail pluridisciplinaire a élaboré plusieurs outils qui ont été diffusés dans toutes les prisons dès le 28 mars 2023. Ces outils comprennent des instructions actualisées, un guide pour le développement d'une politique locale de prévention du suicide, une affiche et un flyer destinés aux détenus, ainsi qu'un modèle de procès-verbal à utiliser en cas de décès ou de tentative de suicide afin d'assurer l'information des instances compétentes.
Sur cette base, chaque prison peut adapter sa politique locale et ses processus. La prévention du suicide fait partie intégrante de la formation de base du personnel pénitentiaire. Les modules abordent notamment les risques suicidaires, les populations vulnérables, les comportements à surveiller, les principes à respecter lors de la détection de signes avant-coureurs ainsi que la dépression et la manière d'y réagir. Des modules d'e-learning ont également été introduits dans le cadre d'un projet-pilote de prévention du suicide, qui est en cours dans quatre établissements. Du matériel de sensibilisation a été mis à disposition tant pour les détenus que pour le personnel. En outre, les détenus ont accès à des lignes téléphoniques d'aide gratuite. Le premier point de contact reste toutefois l'agent pénitentiaire ou l'accompagnateur de détention.
Enfin, des procédures claires sont en place pour la prise en charge des détenus comme présentant un risque suicidaire. Lorsqu'un membre du personnel repère une situation à risque, il en informe sa hiérarchie, qui décide des mesures à prendre. Elles peuvent aller d'un entretien avec le détenu à des décisions médicales, voire à des mesures plus contraignantes telles que le placement dans une cellule spéciale pour garantir la sécurité de l'intéressé. Dans tous les cas de figure, une surveillance spéciale est systématiquement assurée et le choix de la cellule est élaboré en fonction des circonstances.
Plus particulièrement dans le cas de la prison de Mons, des procédures de prévention du suicide propres à l'établissement ont été récemment développées. Des instructions ont été rédigées à l'attention de la direction, des experts, du service psychosocial, de l'infirmerie, de l'équipe soignante et des agents. Le masterplan III bis a confirmé le principe de remplacement de l'actuelle prison par un nouvel établissement. Le masterplan IV, qui est en cours d'élaboration, devra étayer ce principe. En attendant, un montant a été prévu dans la provision associée à la task-force Capacités de 55 millions d'euros, afin de permettre à la Régie de maintenir les infrastructures à niveau.
Madame Meunier, le masterplan III bis pour la détention dans des conditions humaines a confirmé en 2024 le principe de remplacement de la prison actuelle par un nouvel établissement. La Régie a alors reçu la mission de poursuivre le développement de ce projet. Celui-ci est également intégré dans le masterplan IV en cours d'élaboration par mes services, en étroite collaboration avec la Régie.
Entre-temps, la Régie mène des recherches pour trouver un terrain approprié, ce qui se fait en parallèle.
Pour toute question complémentaire concernant l'état d'avancement des démarches de la Régie, je vous renvoie à ma collègue compétente pour la Régie, la ministre Vanessa Matz.
Voorzitter:
Merci madame la ministre pour votre réplique.
Éric Thiébaut:
Merci pour ces éclaircissements, madame la ministre. Je suis un peu rassuré d'entendre que finalement, on a maintenu le projet d'une nouvelle prison dans le masterplan.
Cela dit, cela fait pratiquement une quinzaine d'années que j'interviens pour la prison de Mons dans ces murs. J'ai déjà effectué une dizaine de visites, peut-être même plus, toujours comme visiteur, je vous rassure, à la prison de Mons. Mais bon, la situation ne s'est jamais améliorée!
À la suite de mes interventions, parfois il y a eu des recrutements, parfois il y a eu des petits travaux d'amélioration, mais globalement, il est clair que la prison de Mons n'est plus adaptée aux exigences d'une détention moderne dans notre pays. Donc, je crois qu'il faudrait vraiment suivre ce dossier, qu'on ait finalement une nouvelle prison à Mons, mais que ce ne soit pas dans 20 ans, parce que je l'attends déjà depuis 15 ans et là, on en est juste encore aux études et à la recherche d'un terrain. Je suis inquiet par rapport à ce volet-là, mais je crois quand même qu'en attendant, il faut quand même investir un petit peu pour le personnel et pour l'amélioration aussi des conditions de travail.
Marie Meunier:
Merci beaucoup, madame la ministre, pour votre réponse. Alors on savait qu'il y avait une partie qui vous concernait, une partie qui concernait votre collègue, Mme Matz, pour la Régie des Bâtiments. Je sors donc de commission, où je lui ai posé la même question. Elle nous a confirmé qu'une taskforce entre la Justice et la Régie se réunissait toutes les deux semaines, qu'un budget était inscrit pour 2026 et que ce sujet restait donc une priorité pour elle. J'entends que, pour elle, cette prison est une priorité. J'entends que pour vous, c'est une priorité aussi. De grâce, comme vient de l'indiquer mon collègue, cela fait 15 ans que lui travaille sur ce dossier. Depuis que j'ai pris mes fonctions, en juillet dernier, je travaille sur ce dossier étant donné que je viens de Mons. De grâce, faites en sorte réellement qu'on atterrisse en 2026 sur quelque chose de concret, d'autant que manifestement vous êtes toutes les deux sur la même longueur d'onde et que, toutes les deux, vous considérez que le réaménagement et la création de cette nouvelle prison est une priorité pour la ville de Mons!
Het personeelstekort in de Belgische gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt dat er sinds voor de zomer overleg loopt met vakbonden over het tekort aan gevangenispersoneel, maar concrete maatregelen of een budgetverdeling zijn nog niet bekend. Er komen extra middelen uit een interdepartementale reserve voor loonpakketten, wervingscampagnes en betere infrastructuur, plus versterking van de HR-dienst om vacatures sneller in te vullen. Ribaudo dringt aan op tijdige, concrete resultaten en belooft spoedig opvolging. Het urgentieplan (met sociaal akkoord voor 2026) blijft vaag, met focus op attractiviteit en veiligheid.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, nous vous avons interrogée de nombreuses fois sur le sujet. Comme vous le savez, les agents pénitentiaires tirent la sonnette d'alarme sur le manque criant de personnel.
Dans l'accord de gouvernement, vous vous engagiez à élaborer un plan d'urgence avec, à la clé, un accord social d'ici janvier 2026. Pour cela: améliorer les conditions de travail et rendre la profession plus attractive, notamment par un package salarial compétitif.
Pouvez-vous nous dire où vous en êtes concrètement dans ce processus? Avez-vous déjà rencontré les organisations syndicales? Existe-t-il un calendrier précis de concertation? Quelles mesures envisagez-vous pour améliorer l'attractivité du métier? Enfin, quelle part de l'enveloppe du budget de la justice sera-t-elle réellement consacrée au personnel pénitentiaire?
Annelies Verlinden:
Monsieur Ribaudo, un processus de concertation avec les partenaires syndicaux a effectivement été entamé. Il est toutefois encore trop tôt pour communiquer davantage à ce stade. Des échanges avec les syndicats ont commencé avant l'été et se poursuivront cet automne.
La plupart des investissements en faveur du personnel proviennent de la provision interdépartementale. Des moyens sont également prévus dans cette provision afin de rendre plus attrayantes les fonctions au sein de l'administration pénitentiaire.
En outre, des moyens sont aussi prévus pour mener des campagnes de recrutement supplémentaires et doter le service du personnel de nouveaux recruteurs afin de combler le plus rapidement possible les pénuries de personnel dans les prisons.
Des moyens supplémentaires sont également prévus pour investir dans des infrastructures pénitentiaires mieux sécurisées.
Julien Ribaudo:
Je vous remercie, madame la ministre, pour cette réponse. Je suis heureux de savoir qu'un processus de concertation est en cours et que le travail est toujours sur les rails. Je ne manquerai pas de vous réinterroger pour avoir des réponses plus concrètes dans les prochaines semaines.
De arbeidsomstandigheden van het gevangenispersoneel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische minister Verlinden bevestigt dat de opgestapelde 700.000 niet-genomen vakantiedagen van gevangenispersoneel (tot 375 dagen per persoon) onderhandelingsonderwerp zijn in een sociaal akkoord dat tegen 2026 moet leiden tot betere arbeidsomstandigheden, minder absentéïsme en aantrekkelijkere functies, maar geen concrete oplossingen (zoals compensatie of reset) zijn nog beslist. Ribaudo dringt aan op snelle duidelijkheid, maar stelt verdere vragen uit. De discussie over gerelateerde vragen wordt uitgesteld.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, depuis que je suis ici, on parle de 700 000 jours de congé accumulés et non pris par les agents pénitentiaires. Récemment, j'ai rencontré un agent qui me disait avoir accumulé 375 jours de congé non pris sur 15 ans d'ancienneté. Ce qui fait plus ou moins 25 jours par an. Je le concède, c'est un cas qui fait partie de la fourchette haute mais c'est révélateur d'un problème qui est structurel.
Comment comptez-vous résoudre cette situation? Avez-vous un nouveau chiffre, car il date de quelques mois, sur l'accumulation de jours de congé? Il semblerait qu'une remise à zéro des compteurs avec la possibilité d'indemniser les jours non pris soit sur la table. Est-ce que vous pouvez le confirmer ou l'infirmer? Et si oui, pouvez-vous préciser comment une telle mesure pourrait être appliquée concrètement sur le terrain?
Annelies Verlinden:
Dans ma note politique, j'ai clairement exprimé ma volonté de conclure d'ici le 1 er janvier 2026 un accord social visant à améliorer les conditions de travail du personnel pénitentiaire en général, à rendre la profession plus attractive, à remédier à la pénurie de personnel pénitentiaire, à optimiser les procédures de recrutement, à réduire l'absentéisme et à assurer une meilleure formation du personnel.
L'absentéisme et les moyens d'y remédier seront assurément abordés dans le cadre de cette concertation. Il serait évidemment prématuré d'en communiquer les conclusions à ce stade. Les discussions sur ce plan social sont en cours et il est encore trop tôt pour en dévoiler le contenu. La question des retards de congés sera sans aucun doute abordée dans le cadre de cette discussion.
Julien Ribaudo:
Apparemment, je suis un peu trop curieux. J'attendrai quelques semaines quand le processus aura abouti pour reposer la question et avoir des réponses plus précises. Je vous remercie, madame la ministre.
Alain Yzermans:
Mijnheer de voorzitter, gezien de afwezigheid van de heer Paul Van Tichgelt, heb ik afgesproken met mevrouw Marijke Dillen om de samengevoegde vragen nrs. 56008107C, 56008544C en 56008645C uit te stellen, indien mogelijk.
Voorzitter:
Goed, we stellen die samengevoegde vragen uit.
Het politietoezicht op gedetineerden die vervroegd vrijgelaten worden
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De stijgende werkdruk bij lokale politiezones door toegenomen controles op elektronische detentie en voorwaardelijke invrijheidstelling (van 325 naar 600 PV’s in La Louvière, landelijk van 10.000 naar 26.000) zonder compensatie vormt het kernprobleem, terwijl deze federale taak ten koste gaat van basispolitiewerk. Minister Verlinden erkent de structurele overbelasting en wijst op lopende herzieningen van de financieringsnorm (KUL) en taakverdeling, maar schuift de verantwoordelijkheid voor extra middelen door naar de bevoegde collega-ministers. Prévot dringt aan op concrete oplossingen, benadrukkend dat réinsertie en slachtofferbescherming alleen werken met voldoende capaciteit en transparantie over de afhandeling van overtredingen. De klemtoon ligt op de noodzaak van snelle, gecoördineerde federale actie om de politie niet langer te laten opdraaien voor onbetaalde taken.
Patrick Prévot:
Madame la ministre, une fois n'est pas coutume: permettez-moi de partir d'un exemple particulier afin de vous exposer un problème plus général. Je vais vous parler d'une zone de police que je connais bien, qui est celle de La Louvière.
D'ici la fin de l'année, selon les dernières projections, plus de 600 procès-verbaux pour non-respect des conditions applicables aux détenus bénéficiant d'une libération conditionnelle ou de la surveillance électronique seront dressés à La Louvière. Il y a trois ans, ce chiffre était de 325.
C'est une augmentation qui s'explique par un phénomène structurel: l'extension du recours à la libération conditionnelle et à la surveillance électronique dans notre pays, en tant que modes alternatifs d'exécution de la peine de prison ou en tant que peine autonome. Ces modalités présentent des avantages en matière de réinsertion, mais elles impliquent aussi des responsabilités accrues dans le chef des polices locales, pourtant déjà sous pression.
Je rappelle que ces conditions individualisées visent à limiter le risque de récidive, et ce dans le cadre de l'intérêt public mais également et surtout dans le cadre de l'intérêt des victimes. Le contrôle du respect de ces conditions est essentiel pour s'assurer de la protection des victimes et du bon déroulement du processus de réinsertion.
C'est l'État fédéral qui est responsable de la surveillance de ces détenus. Il est donc selon moi inacceptable qu'il transfère une nouvelle fois le poids de cette charge aux zones de police sans compensation.
Le chef de corps de La Louvière, Eddy Maillet, le dit d'ailleurs très clairement: pendant que les policiers rédigent ces 600 procès-verbaux, ils ne font pas de contrôle en rue de personnes, de véhicules. Ce sont des missions fédérales, assumées localement sans les moyens nécessaires.
Madame la ministre, comptez-vous demander au gouvernement d'accorder davantage de moyens humains et financiers aux polices locales, en particulier dans les zones où le recours à la surveillance électronique a explosé?
Comptez-vous mettre en place un mécanisme de suivi transparent des procès-verbaux dressés pour non-respect des conditions, afin que les agents sachent que leur travail est utile et suivi d’effets?
Annelies Verlinden:
Monsieur Prévot, dans une analyse récente des tâches essentielles, la Commission Permanente de la Police Locale a souligné l'augmentation des tâches liées au contrôle de l'exécution des peines. Ainsi, selon des données policières du 14 octobre, quelque 60 517 personnes doivent actuellement faire l'objet d'un suivi, avec dans certains cas une visite à domicile.
Il s'agit des différentes modalités de peine, des congés pénitentiaires, des conditions de probation, des autorisations de sortie, des décisions du tribunal d'exécution des peines, etc. Le nombre de procès-verbaux dressés pour non-respect des conditions est en constante augmentation, d'environ 10 000 en 2020 à 26 000 en 2024. Le suivi est actuellement effectué par l'application I+Belgium, qui sera prochainement remplacée par l'application JustSignal.
Je plaide en faveur d'une approche globale et structurelle dans laquelle une justice efficace et bien fonctionnelle, renforcée par une politique pénitentiaire digne et correcte, revêt une importance capitale. Il s'agit là d'une responsabilité partagée par les pouvoirs publics. Nos prisons sont confrontées à un problème de surpopulation. Pour traiter ce problème et aussi pour favoriser la réintégration des condamnés dans la société, on choisit toujours dans le cadre légal la peine la plus appropriée. Et je suis consciente que cela peut représenter une charge de travail supplémentaire pour la police locale. Il appartient alors au ministre compétent de prévoir les moyens supplémentaires nécessaires.
De plus, il se tient actuellement une réflexion sur la révision de la norme KUL, norme de financement des zones de police, qui pourrait éventuellement inclure ce type d'éléments dans les calculs. Parallèlement, une réflexion globale a été entamée sur les tâches clés des services de police.
Patrick Prévot:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. J'entends évidemment que vous partagez le constat qui est le mien, mais qui est aussi celui du chef de corps de La Louvière et, partant, celui de nombre de ses collègues. Vous entendez que cette charge s'alourdit pour la police locale. Et puis, de votre réponse, je retiens qu'il appartient au ministre compétent de mesurer les besoins nécessaires. Cela tombe bien, puisque c'est votre collègue avec lequel vous vous réunissez régulièrement. Si nous pouvons partager le constat que ces aménagements de peine sont souvent nécessaires en vue d'une réinsertion, il serait de bon ton de prévoir les moyens suffisants pour que nos polices locales puissent exécuter ces tâches supplémentaires. Dès lors, je vous renvoie la balle ainsi qu'à votre collègue. Il faut prévoir en effet les moyens nécessaires à l'accomplissement efficace de ce travail par nos polices locales.
De overbevolking van de Belgische gevangenissen
De onhoudbare situatie in onze gevangenissen
De adviezen van de penitentiaire beleidsraad en de oprichting van de taskforce over de overbevolking
De structurele overbevolking en hervormingen van het Belgische gevangeniswezen
Gesteld door
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
Ecolo
Sarah Schlitz
N-VA
Sophie De Wit
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De catastrofale gevangenisoverbevolking (466 grondslapers, 2.000 detenue te veel) escaleert door stijgende voorlopige hechtenissen, stopzetting van noodmaatregelen (zoals opschorting van straffen ≤3 jaar) en structureel falend beleid, ondanks waarschuwingen van penitentiaire raden en personeel. Minister Verlinden erkent de crisis en wijst op tijdelijke verlichting via de zomer-noodwet (600 vervroegde vrijlatingen), maar benadrukt dat rechterlijke autonomie (in- en doorstroom) en langetermijnoplossingen (o.a. een *taskforce* met rapport in 2028) essentieel zijn, naast een nieuw Wetboek Strafuitvoering (2026) dat detentie als *ultimum remedium* moet verankeren. Kritiek richt zich op gebrek aan acute actie: oppositie eist quota-regulering (2 vrijlatingen per nieuwe detentie), meer alternatieve straffen, en een commissaris voor integrale aanpak, terwijl sommigen hardere straffen en snellere afhandeling bepleiten om recidive tegen te gaan. Budgettaire prioriteiten (1/3 van Justitie naar gevangenissen) en digniteit van zowel gedetineerden als personeel blijven onvoldoende gewaarborgd, met stakingen en humane noodsituaties (3 personen op 9 m²) als gevolg.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, la surpopulation carcérale est dramatique. Le 15 octobre courant, on comptait 13 325 détenus, dont 466 dorment par terre. Ce sont 152 détenus de plus qu'au moment où je déposais cette question, le 1 er octobre. Malgré le cri d’alarme des directions de prison et du personnel, nous ne voyons toujours aucune initiative concrète pour lutter contre la surpopulation carcérale à très court terme.
Quels sont les impacts de la loi d'urgence adoptée au début de l'été? D’après plusieurs estimations, plus de 5 000 détenus supplémentaires devraient intégrer nos prisons entre octobre2025 et mai 2027 avec la fin des suspensions de peines, soit entre 200 et 400 entrées supplémentaires par mois. Pouvez-vous confirmer ces chiffres? Et surtout, s'ils sont exacts, comment pouvons-nous absorber un tel afflux dans un système déjà à saturation? Enfin, quelles mesures concrètes prendrez-vous pour prévoir à court terme une solution à ce problème?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, la situation dans les prisons est effectivement catastrophique, on ne cesse de le dire. Aujourd'hui, nous parvenons à un sommet encore jamais atteint. Lorsque j'ai déposé ma question le 6 octobre, 353 personnes dormaient à même le sol dans nos prisons. Il y a cinq jours, c'étaient 430 personnes, et M. Ribaudo vient d'annoncer le chiffre de 466 personnes aujourd'hui. La situation s'emballe complètement, nous battons des records historiques. Jamais le seuil de 300 personnes dormant sur un matelas au sol n'avait été dépassé.
Partout, les directeurs et les agents pénitentiaires décrivent une situation devenue intenable et inhumaine: trois personnes dans 9 m², du personnel épuisé, et chaque jour la crainte d’un nouvel incident.
Le 2 octobre, une grève nationale avait paralysé l’ensemble des prisons et, depuis lors, les travailleurs et travailleuses des prisons ont également rejoint la grande grève nationale du 14 octobre et ont marché parmi celles et ceux qui ont été méprisés par certains membres de votre gouvernement, qualifiés de manifestants professionnels qui ne compteraient pas vraiment.
Je sais que vous vous êtes battue pour les mettre en place, mais les mesures d’urgence sont clairement totalement insuffisantes.
Madame la ministre, quel bilan tirez-vous de ces mesures? Quelles actions immédiates et concrètes allez-vous pouvoir mettre en place? Les directions proposent différentes solutions, par exemple la régulation carcérale, libérer deux détenus pour chaque nouvelle incarcération et un recours aux peines alternatives. Êtes-vous prête à envisager ces pistes de solution? Près d'un tiers du budget de la Justice part dans les prisons et pourtant la surpopulation carcérale continue d'augmenter. Les conditions de travail sont intenables. N'est-ce pas la preuve des limites d'une politique centrée sur l'incarcération? Ne faudrait-il pas rediriger une partie de ses moyens vers la prévention, la réinsertion et à terme réduire véritablement le nombre de détenus?
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Geachte minister, in een interview op Radio 1 (De Ochtend, 5 oktober 2025) verklaarde Evelien de Kezel, raadsheer bij het hof van beroep te Brussel en lid van de commissie overbevolking binnen de Penitentiaire Beleidsraad, dat de adviezen van deze raad over de structurele aanpak van de gevangenisoverbevolking herhaaldelijk worden genegeerd. Zij herinnerde eraan dat de raad reeds begin dit jaar opriep om over te gaan tot een regulering van de gevangeniscapaciteit.
U kondigde intussen de oprichting aan van een nieuwe Taskforce die zich over de gevangenisoverbevolking zal buigen, met als bedoeling om pas tegen 2028 met aanbevelingen te komen.
De situatie in de gevangenissen blijft zoals u weet ondertussen kritiek: meer dan 2.000 gedetineerden te veel, honderden grondslapers, stakingen van cipiers en een structureel personeelstekort. Dit alles staat in schril contrast met de beloftes uit het regeerakkoord en de beleidsnota justitie om maatregelen te nemen die de acute druk op de gevangeniscapaciteit verlichten.
In dit verband heb ik volgende vragen:
1. Hoe reageert u op de kritiek van magistraat Evelien de Kezel dat de adviezen van de Penitentiaire Beleidsraad inzake overbevolking systematisch in de wind geslagen worden?
2. Wat is de meerwaarde van de taskforce die u heeft opgericht om de gevangenisoverbevolking aan te pakken naast de Penitentiaire Beleidsraad en de CTRG, in functie van snelheid en impact? Waarom ligt de deadline pas in 2028 terwijl de crisis vandaag brandt?
3. Hoe waarborgt u dat de bestaande noodwet of tijdelijke maatregelen niet gebruikt worden als alibi om structurele hervormingen verder uit te stellen?
4. Tegen welke termijn verbindt u zich ertoe een actieplan uit te werken dat de aanbevelingen van de Penitentiaire Beleidsraad, de CTRG en de Taskforce omzet in concrete en bindende beleidsmaatregelen, zodat de beloftes uit het regeerakkoord en de beleidsnota justitie geen dode letter blijven?
5. Welke maatregelen neemt u om te vermijden dat de structurele overbevolking ertoe leidt dat gedetineerden minder toegang hebben tot werk, opleiding en re-integratieprogramma’s, waardoor hun kansen op een succesvolle terugkeer in de samenleving verkleinen?
Annelies Verlinden:
Chers collègues, je ne nie évidemment pas la problématique de la surpopulation carcérale à propos de laquelle les directeurs des établissements pénitentiaires ont encore récemment lancé un cri d'alarme. Les chiffres parlent d'eux-mêmes. Ce problème n'est pas nouveau, mais il s'est progressivement aggravé au fil des décennies.
Depuis l'entrée en vigueur de la loi relative au statut juridique externe en ce qui concerne l'octroi des modalités d’exécution des peines jusqu'à trois ans par les juges d'application des peines, la situation s'est toutefois rapidement et fortement détériorée. D'autres facteurs jouent également un rôle, tels que le nombre de détenus sans droit de séjour dont le retour ne peut pas être exécuté ou encore le nombre croissant d'internés dans les prisons, qui doivent attendre beaucoup trop longtemps une place dans l'établissement psychiatrique médico-légal qui leur a été attribué après la décision de placement.
Afin de soulager la situation la plus pressante, une loi d'urgence contenant un certain nombre de mesures prioritaires a déjà été adoptée par le Parlement cet été, à mon initiative. Les premières analyses d'impact de cette loi d'urgence montrent que les effets escomptés sont bien là. Au total, plus de 600 condamnés ont déjà bénéficié d'une mise en liberté provisoire six mois avant la fin de leur peine, dont 280 condamnés en détention. Environ 600 autres condamnés se sont vu imposer une modalité d'exécution de peine par le juge d'application des peines, et plus de 800 autres condamnés sont actuellement en interruption de peine dans l'attente d'une décision du juge d'application des peines.
Ces effets positifs sont toutefois annulés par l'arrêt des mesures d'urgence précédentes, à savoir l'arrêt du congé pénitentiaire prolongé et l'arrêt de la suspension des peines jusqu'à trois ans. L'augmentation du nombre de détenus en détention préventive annule également l'effet de la loi d'urgence.
En tant que ministre, il ne m'appartient pas d'intervenir dans les décisions du pouvoir judiciaire qui sont à l'origine d'une augmentation du flux entrant, tant au niveau des détentions préventives que de l'exécution des peines, ni dans le flux sortant encore trop limité des condamnés et dans l'octroi des modalités d'exécution des peines telles que la surveillance électronique, la détention limitée ou la libération conditionnelle.
Un État de droit se doit de respecter et d'exécuter ses propres décisions judiciaires. Comme je l'ai déjà dit, s'il existait des solutions simples, elles auraient déjà été mises en œuvre.
De adviezen van de penitentiaire beleidsraad en andere controlerende en toezichthoudende instanties, zoals de Centrale Toezichtsraad, zijn mij uiteraard bekend. Ze delen de eigenschap dat ze via wetgevende bepalingen de gevangenispopulatie willen beheersen. Dat streven is legitiem, maar ik wil ook wijzen op het bestaan van een commissie die een nieuw Wetboek van Strafuitvoering voorbereidt, dat mogelijk ook mechanismen in die richting kan bevatten. In het voorjaar van 2026 zal ik van die commissie een oriëntatienota ontvangen.
Ik durf te veronderstellen dat het principe van de gevangenisstraf als ultimum remedium zich verder zal ontwikkelen in een nieuw concept van strafuitvoering en dat dat principe zich niet enkel vertaalt in de straftoemeting, maar evenzeer in de fase van de strafuitvoering.
Daarnaast heb ik bij ministerieel besluit van 20 augustus laatstleden een commissie opgericht die pistes en scenario’s van structurele en duurzame oplossingen uitwerkt om de overbevolking op lange termijn tegen te gaan of te voorkomen, los van de actuele crisissituatie en de operationele noodwendigheden. Het eindrapport zal in 2028 verschijnen, weliswaar met tussentijdse rapportering en fasering van de werkzaamheden. Gelet op de crisissituatie in de gevangenissen heb ik aan die commissie de opdracht gegeven om op korte termijn aanbevelingen te doen om de problematiek van het stijgend aantal gedetineerden in voorlopige hechtenis aan te pakken.
We pakken de crisis dus op korte termijn aan met urgente maatregelen en werken dagelijks aan de cijfers, maar tegelijkertijd moeten we ook structureel nadenken over de gehele strafrechtketen.
Julien Ribaudo:
Tout d'abord, bravo à l’interprète qui a fait un dernier sprint final pour la fin de la traduction!
Merci, madame la ministre, pour votre réponse. Comme nous l’avons tous dit, la situation dans nos prisons est dramatique, et elle se dégrade à la vitesse grand V. Nous sommes tout à fait d'accord sur le fait que s’il existait une solution simple, vous l'auriez déjà prise, et vos prédécesseurs aussi.
Mais là, nous ne voyons pas le bout du tunnel. Que vous ayez mis en place une commission est donc une bonne chose. Si nous attendons effectivement le rapport, 2028, c'est un peu tard. Nous l’attendons donc à très court terme.
Nous savons que vous êtes très préoccupée par la problématique et que vous mettez tout en œuvre pour essayer de trouver une solution. Nous le lisons dans la presse. Nous rencontrons les mêmes acteurs de terrain. Mais nous voyons surtout que vous restez dans une logique de toujours plus enfermer, de toujours plus créer des places. Le projet de loi voté aujourd'hui va encore dans le même sens. C’est cela que je trouve dramatique et qu'il va falloir changer.
Nous continuerons à vous poser des questions là-dessus, car la situation est dramatique et insupportable.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, merci pour les réponses.
J'entends que vos mesures de l’été ont eu les effets escomptés. Néanmoins, ces mesures étaient provisoires et elles sont aujourd'hui terminées.
On n'en sort pas. Il y a un recours beaucoup trop systématique à la détention préventive. Il faut sans doute faire en sorte qu'il y ait davantage de sensibilisation de la magistrature au fait que l'incarcération doit être le dernier recours et que d'autres pistes doivent être absolument explorées.
Nous en parlions encore ce matin avec votre collègue Mme Van Bossuyt, au sujet du voyage au Kosovo. Elle prétend que nous pourrions résoudre les problèmes de surpopulation carcérale avec la construction d'une prison au Kosovo, qui va coûter des centaines de millions d'euros et ne voir le jour que dans plusieurs années. Ce sont des solutions totalement farfelues.
Aujourd'hui, il est indispensable de financer des alternatives crédibles et de travailler à la prévention. C'est la seule manière de s'en sortir. Il faut arrêter avec l'inflation pénale. Il faut arrêter avec l'augmentation des peines. On n'a même pas encore vu les effets de la réforme du Code pénal que certains, dans votre majorité, souhaiteraient déjà réformer le Code pénal pour encore augmenter les peines. Où va-t-on? C'est complètement irréaliste.
Mon groupe propose de désigner un commissaire royal qui se chargerait d'élaborer une approche globale au problème de la surpopulation carcérale dans les prisons. Les experts et la magistrature estiment que cela pourrait être une solution. J'espère donc, madame la ministre, que vous pourrez envisager cette solution dans le cadre de votre accord au sein de la majorité. J'espère par ailleurs que, dans l'atterrissage du budget qui est en cours, des solutions pour respecter la dignité des prisonniers et la dignité des travailleurs pourront être trouvées.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, niemand beweert dat oplossingen eenvoudig zijn. Quota zijn dat evenmin, want het gaat om moeilijke keuzes. Wie laat men eruit en wie moet in de gevangenis blijven? Dat zijn de lastigste beslissingen die er zijn. Zo werkt het systeem nu eenmaal niet. Recht is geen wiskunde. Veiligheid is dat ook niet. Het is niet simpelweg één plus één of één min één. Zo eenvoudig is het niet.
Sommigen – niet u, mevrouw de minister – hoor ik hier spreken over de voorlopige hechtenis. Ik raad hen aan om eens met de politieagenten te spreken die mensen oppikken en naar de onderzoeksrechter brengen, waarna die geen plaats vindt. De politiediensten blijven dan met de handen in het haar zitten over de dossiers waaraan zij zo hard hebben gewerkt. De mensen lopen daarna echter weer vrij. Minder voorlopige hechtenissen dan maar? Ook dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Evenmin is het al te eenvoudig om te stellen dat preventie alle problemen oplost. Was dat zo, mevrouw de minister, dan zouden we vandaag niet met zulke problemen worden geconfronteerd.
Wie spreekt met mensen op het terrein, met magistraten, politiediensten en onderzoeksrechters, weet dat de criminaliteit gewoonweg ook toeneemt. Daarvoor moeten oplossingen worden geboden en die zijn niet eenvoudig. Ik hoop dat u met uw taskforce oplossingen vindt.
U weet dat wij wel believers zijn van capaciteit. Alternatieve straffen zijn immers mooi, maar er zijn er al heel veel en nochtans neemt het aantal feiten niet af. Daarom moeten we – en misschien gebeurde dat in het verleden te weinig – een goed signaal geven. Er moet kort op de bal worden gespeeld, met een korte keten, met straffen kort na de feiten. Dat is in het verleden veel te weinig gebeurd, waardoor men te lang straffeloos bleef en feiten bleef plegen, wat leidt tot strafinflatie. Dat veroorzaakt de problematiek waarin we vandaag verkeren.
Ik wens u bonne merde , zoals ze tegen Napoleon zeiden, maar vooral veel moed in de zoektocht naar een oplossing. Ik weet dat die niet evident is. Volledig inzetten op louter alternatieven en preventie is dat evenmln. Het zal van alles een beetje moeten zijn.
Voorzitter:
Les questions n° 56008892C de Mme Kristien Van Vaerenbergh et n° 56008904C de M. François De Smet sont transformées en questions écrites.
De plannen om een gevangenis te huren of te bouwen in Kosovo of in Albanië
De bouw of huur van gevangenissen in het buitenland
De resultaten van de diplomatieke missie naar Albanië en Kosovo (bouw/huur gevangenis)
Uw plannen om gevangenen naar het buitenland te verhuizen en de bescherming van de grondrechten
Internationale gevangenisplannen en detentieverplaatsing met grondrechtenbescherming
Gesteld door
VB
Marijke Dillen
N-VA
Sophie De Wit
VB
Marijke Dillen
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België onderzoekt de bouw of huur van een gevangenis in Kosovo of Albanië om 30% van de gedetineerden zonder verblijfsrecht (ruim 4.000 personen) daar onder te brengen en hen na strafuitzitting rechtstreeks uit te wijzen, zoals vastgelegd in het regeerakkoord. Minister Verlinden bevestigde dat diplomatieke missies naar beide landen concrete openingen brachten: Albanië stemde toe in technische onderhandelingen voor overbrenging van 73 langgestrafte landgenoten, terwijl Kosovo detentiecapaciteit en juridische samenwerking aanbood in ruil voor EU-steun, maar geen concrete garanties gaf over uitwijzing na straf of naleving van Europese detentiestandaarden. Kritiek richt zich op juridische haalbaarheid, mensenrechtenrisico’s (o.a. celomstandigheden, rechtsbijstand) en hoge kosten (Denemarken investeerde al €200 miljoen zonder resultaat), terwijl structurele oplossingen zoals reïntegratie en detentie-alternatieven worden genegeerd. Verlinden benadrukt dat verdere stappen afhangen van juridische analyses en bilaterale akkoorden, maar erkent dat snelle uitvoering onwaarschijnlijk is.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de ingediende vragen.
In een poging een antwoord te bieden op de problematiek van de overbevolking in onze gevangenissen wil de minister een gevangenis huren of bouwen in Kosovo of Albanië. Deze twee Balkanlanden zijn blijkbaar als enige potentiële locaties overgebleven na een onderzoek naar de haalbaarheid.
1. Kan de minister een gedetailleerde toelichting geven betreffende het onderzoek naar de haalbaarheid? In welke landen werd er onderzoek gedaan naar de mogelijkheid hier een gevangenis te huren of te bouwen om gedetineerden van ons land onder te brengen? Waarom kwamen andere landen niet in aanmerking?
2. Wie was verantwoordelijk voor de uitvoering van dit onderzoek? Wat is de kostprijs geweest van dit onderzoek?
Om de druk op het gevangeniswezen te verminderen wil de Regering een gevangenis bouwen of huren in het buitenland. Het is de bedoeling om daar gedetineerden zonder wettig verblijf, in totaal goed voor 30 % van de gevangenispopulatie, onder te brengen om hen vervolgens rechtstreeks vanuit de buitenlandse gevangenis uit te wijzen naar hun landen van herkomst. Dit staat uitdrukkelijk in het regeerakkoord. De Minister is samen met de Minister van Asiel en Migratie op diplomatieke missie getrokken naar Albanië en Kosovo, twee landen die blijkbaar in aanmerking komen voor zo'n deal.
1. Kan de minister meer toelichting geven betreffende de resultaten van deze diplomatieke missie? Kunnen deze resultaten leiden tot het nemen van concrete initiatieven om daar een gevangenis te huren of te bouwen?
2. Denemarken heeft in 2021 een soortgelijke deal gesloten voor het gebruik van 300 plaatsen in de Giljan-gevangenis voor gedetineerden zonder een verblijfsvergunning. Heeft de minister onderzoek gedaan naar de resultaten op het terrein? Of heeft de minister rechtstreeks aan haar collega in Denemarken informatie opgevraagd betreffende de voordelen en de eventuele hindernissen, zoals bijvoorbeeld het gegeven dat Denemarken pas in april 2027 de gedetineerden kan overbrengen en de oorzaken hiervan? Kunnen er hieruit lessen worden getrokken voor dit land betreffende de plannen om een gevangenis te bouwen of te huren in het buitenland? Indien de minister nog geen overleg heeft gepleegd met haar Deense collega, zal de minister dan toch nog een initiatief nemen teneinde gekende hindernissen te voorkomen en sneller te kunnen schakelen?
3. Naar Deens voorbeeld is de kans groot dat dit land de gedetineerden op het einde van hun straf toch zal moeten terugnemen en dat ze uiteindelijk hier moeten worden vrijgelaten. Het regeerakkoord voorziet dat deze gedetineerden rechtstreeks dienen te worden uitgewezen naar hun landen van herkomst. Heeft de minister hierover meer informatie na de diplomatieke missie naar Albanië en Kosovo? Werd dit belangrijke onderwerp ter sprake gebracht? Zo ja, kunnen er garanties komen indien er in een van beide landen een gevangenis kan worden gehuurd of gebouwd dat deze gedetineerden vanuit de buitenlandse gevangenis worden overgebracht naar hun landen van herkomst?
Sophie De Wit:
Geachte Minister,
In de media werd bericht dat u, samen met uw collega bevoegd voor Asiel en Migratie, een diplomatieke missie ondernomen hebt naar Albanië en Kosovo, en dit met het oog op een versterkte samenwerking in de strijd tegen georganiseerde misdaad, het recupereren van crimineel vermogen in het buitenland, alsook het aanpakken van de overbevolking in Belgische gevangenissen. Er zouden tevens verkennende gesprekken gevoerd worden met het oog op de bouw of huur van een gevangenis voor de zowat 4.000 illegale criminelen in ons land.
Een kordaat beleid ten aanzien van veroordeelde vreemdelingen zonder wettig verblijf is dringend noodzakelijk om de druk op onze gevangenissen te verlichten. Het is dan ook van belang dat het parlement dringend duidelijkheid krijgt over uw plannen van de regering inzake infrastructuur, samenwerking met derde landen en de uitvoering van straffen. U zou ten slotte in dat kader ook aandringen dat Albanië zijn onderdanen in Belgische gevangenissen opnieuw overneemt. In totaal gaat het om 307 Albanezen in onze gevangenissen, van wie 253 zonder verblijfsrecht.
Mijn vragen:
1. Hoe is de diplomatieke missie naar Albanië en Kosovo verlopen? Hebt u concrete engagementen verkregen over de terugname van Albanese veroordeelden en over beschikbare gevangeniscapaciteit in deze landen?
2. Op basis van welke criteria werden Albanië en Kosovo geselecteerd als geschikte landen voor de bouw of huur van een gevangenis? Komen nog andere landen in aanmerking?
3. Wat is de geraamde kostprijs voor de bouw of huur van een gevangenis in Albanië of Kosovo? Binnen welke termijn zouden er gedetineerden kunnen overgebracht worden en hoeveel plaatsten zouden ongeveer beschikbaar zijn?
4. Hoe wil u garanderen dat de detentie in het buitenland voldoet aan de Belgische en Europese normen (bv. inzake celruimte, medische zorgen, taal & juridische bijstand, toezicht)?
5. Welke lessen trekt u uit de casus van Denemarken, dat in 2021 een overeenkomst ondertekende met Kosovo maar waar er nog geen enkele gedetineerde werd overgeplaatst?
Sarah Schlitz:
Madame la Ministre,
Il y a quelques mois, je vous ai interrogée sur la piste étudiée par le Gouvernement de louer ou de construire des centres de détention à l’étranger, notamment en Albanie ou au Kosovo, suivant l’exemple du Danemark. Vous aviez précisé qu’une analyse juridique menée par le CGRA devait en évaluer la faisabilité et les garanties en matière de droits humains.
Depuis, vous avez rencontré Mme Koçiu, ministre de l’Intérieur albanaise, avec votre collègue en charge de la Migration, afin d’évoquer une « coopération renforcée » dans le domaine de la justice et de la gestion carcérale. Tout cela laisse penser que les discussions ont progressé, mais aucune information n'a été communiquée sur l’état d’avancement de l’analyse promise.
Je réitère mes profondes inquiétudes. Le Mécanisme national de prévention des mauvais traitements a d’ailleurs alerté sur les risques de violations des droits fondamentaux. Que dire alors d’un transfert vers le Kosovo ou l’Albanie, où les standards pénitentiaires et les garanties juridiques ne sont pas comparables à ceux en vigueur dans l’UE ?
Dès lors, Madame la Ministre, je souhaiterais vous adresser plusieurs questions :
Quelles ont été les conclusions de votre visite au Kosovo ?
Où en est l’analyse juridique conduite par le CGRA ? A-t-elle été finalisée, et le cas échéant, quelles en sont les principales conclusions concernant la compatibilité d’un tel projet avec les obligations internationales de la Belgique, notamment au regard de la Convention européenne des droits de l’homme ?
Quels critères précis guident le choix du Kosovo comme partenaire potentiel ? En particulier, comment la Belgique entend-elle garantir le respect effectif des droits fondamentaux des détenus dans un État non membre de l’Union européenne et du Conseil de l’Europe ?
Enfin, pouvez-vous nous préciser le calendrier envisagé et les éventuelles implications budgétaires de ce projet, puisque comme nous le savons, la Belgique peine déjà a financer correctement son propre système carcéral ?
Je vous remercie.
Annelies Verlinden:
Op een totaal van meer dan 13.300 gevangenen heeft de helft een vreemde nationaliteit en een derde is zonder wettig verblijf in ons land. Dat is onhoudbaar. Het is dan ook een prioriteit voor deze regering om dat aan te pakken.
Samen met collega Van Bossuyt werk ik aan concrete oplossingen voor de problematiek van gedetineerden zonder recht op verblijf in onze gevangenissen en zo ook voor de overbevolking. Via tussenstaatse overbrengingen kunnen gedetineerden met een andere nationaliteit dan die van het land waar zij definitief veroordeeld zijn tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, fysiek naar hun land van herkomst worden overgebracht om daar de door het veroordelende land opgelegde straf verder uit te zitten. Als een veroordeelde geen verblijfsrecht heeft, is zijn of haar instemming niet vereist.
De tussenstaatse overbrenging valt onder mijn bevoegdheid en mag niet verward worden met een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering. Dat laatste is namelijk een strafuitvoeringsmodaliteit, die toegestaan wordt door de SURB, waarbij een veroordeelde voor het einde van zijn of haar straf onder bepaalde voorwaarden in vrijheid wordt gesteld en het land dient te verlaten. De daaropvolgende verwijdering valt onder de bevoegdheid van Asiel en Migratie.
De missie naar Kosovo en Albanië begin oktober was in deze context van strategisch belang. Na veel voorbereidend diplomatiek werk de afgelopen maanden heeft ze belangrijke deuren geopend. Onze prioriteiten voor de missie waren helder, namelijk het benutten van de detentiecapaciteit in de Balkan, de samenwerking in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit en de recuperatie van crimineel geld.
Voor Albanië tellen we vandaag 307 gedetineerden in onze gevangenissen, waarvan 253 zonder verblijfsrecht. 73 van hen zijn definitief veroordeeld tot een straf van meer dan drie jaar. Zij komen bijgevolg in aanmerking voor overbrenging naar Albanië om daar hun straf uit te zitten.
Het overbrengen van die personen kan bijdragen aan het wegnemen van de druk op ons gevangeniswezen. Ondanks een internationaal kader dat overbrengingen met Albanië mogelijk maakt, vinden op dit moment geen overbrengingen plaats. Met de Albanese minister van Justitie heb ik afgesproken dat we onderhandelingen op technisch niveau zullen opstarten voor de overbrenging van Albanese gedetineerden.
Met Kosovo zijn de eerste gesprekken gevoerd over het gebruik van detentiecapaciteit, met de bedoeling gedetineerden zonder recht op verblijf in ons land daar onder te brengen. We hebben ook een akkoord over een nieuw bilateraal rechtshulpverdrag. In die context heeft de Kosovaarse zijde duidelijk aangegeven dat ze van ons land steun verwacht in het kader van haar Europese ambities. We zullen hierover terugkoppelen naar de regering, zodat verdere stappen kunnen worden besproken.
De missie heeft dus voor belangrijke openingen gezorgd, zowel voor Kosovo als voor Albanië. Het is enkel op deze manier en met samenwerken dat we verbetering zullen brengen. Daar gaan we nu verder mee aan de slag.
Het regeerakkoord stelt dat we overeenkomsten trachten te sluiten met andere Europese rechtstaten om daar gevangenissen te bouwen of te huren waar gedetineerden, die in illegaal verblijf verkeren en definitief veroordeeld zijn voor misdaden of wanbedrijven, hun straf geheel of gedeeltelijk kunnen uitzitten indien een interstatelijke overbrenging niet mogelijk of wenselijk is. Er zijn dus nog andere opties dan Kosovo of Albanië, zolang de hier uitgesproken straffen daar verder worden uitgevoerd en detentie op een degelijke en menswaardige manier kan gebeuren, met respect voor de internationale verplichtingen en na een gerechtelijke goedkeuring. U zult mij nooit horen zeggen dat het evident is. Mocht een andere staat met dezelfde vraag naar ons komen, dan zou het Parlement wellicht ook terecht een aantal voorwaarden stellen of er misschien zelfs geen oor naar hebben. Het idee dat er dus een lange lijst van landen staat te wachten om voor ons een gevangenis ter beschikking te stellen, is een illusie.
De vragen met betrekking tot Europese normen en lijsten van landen, een kalender, parameters en criteria zijn belangrijke vragen en zodra er een concreet voorstel op tafel ligt, zullen deze zeker aan bod komen. De kostprijs, de doorlooptijd en de randvoorwaarden maken deel uit van onderhandelingen die zullen volgen. Laat ons die niet bemoeilijken. We zullen op het juiste moment uiteraard een terugkoppeling voorzien.
Ik heb hier ook over gesproken met mijn Deense collega tijdens de informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in juli en ook via onze diplomatieke kanalen in Kopenhagen, omdat zij kijken naar die capaciteit in Kosovo. De feedback is nuttig, rekening houdend met het feit dat noch onze wetgeving, noch onze operationele werking en gevangenispopulatie uniform zijn, maar dat we met dezelfde uitdagingen kunnen worden geconfronteerd op het vlak van basisrechten van gedetineerden. Het is te vroeg om hierover al uitspraken te doen. De opties worden juridisch geanalyseerd, maar we kunnen zeker lessen trekken uit het Deense voorbeeld.
Il existe déjà un cadre international pour le transfèrement de personnes condamnées de la Belgique vers le Kosovo et l'Albanie dans le cadre des relations avec l'Albanie. Il s'agit de la convention du Conseil de l'Europe du 21 mars 1983 sur le transfèrement des personnes condamnées, de l'accord bilatéral du 29 juillet 2010 sur le transfèrement des personnes condamnées. Dans le cadre des relations avec le Kosovo, il s'agit de l'accord bilatéral du 18 juin 2010 sur le transfèrement des personnes condamnées.
Ces accords permettent à une personne de nationalité kosovare ou albanaise, qui a été condamnée définitivement en Belgique, à une peine ou une mesure privative de liberté d'être transférée respectivement au Kosovo ou en Albanie pour y purger le reste de sa peine. En principe, la personne concernée doit consentir au transfèrement, sauf si elle n'a pas de droit de séjour en Belgique, auquel cas son consentement n'est plus requis. Une fois la personne transférée, l'exécution de la peine est entièrement régie par le droit kosovar ou albanais selon le cas. Pour les personnes en séjour irrégulier de nationalité tierce, le cadre juridique devrait encore être précisé dans le respect des droits fondamentaux et du droit international.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Er zijn momenteel 13.300 gedetineerden, waarvan de helft van vreemde nationaliteit is. Dat zijn gekende cijfers. Een deel daarvan verblijft illegaal in het land. De vraag richt zich echter op de andere helft, waarbij wij ook zouden moeten weten hoeveel van hen behalve de Belgische nationaliteit ook een buitenlandse nationaliteit hebben of hadden. Dat is echter een aparte discussie.
U weet dat wij al heel lang voorstander zijn van het laten uitzitten van straffen door gedetineerden met een buitenlandse nationaliteit in hun land van herkomst, in het bijzonder voor illegaal verblijvende personen. Het regeerakkoord is ter zake ook heel duidelijk.
U hebt inmiddels onderhandelingen gevoerd met Albanië en Kosovo. Uit uw antwoord maak ik echter bevreesd op dat veel op lange termijn nog vaag blijft. U zult onderzoeken doen naar de technische en juridische haalbaarheid. Ik vrees dat er tijdens de huidige legislatuur niet heel veel op het terrein zal worden gerealiseerd. Ik hoop dat u een tandje bijsteekt zodat een en ander zo snel mogelijk in de praktijk kan worden gebracht en dat u, behalve met Albanië en Kosovo, ook gesprekken voert met de landen van herkomst van gedetineerden met een buitenlandse nationaliteit en van illegalen.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Alle beetjes helpen.
Sarah Schlitz:
Merci, madame la ministre, pour votre réponse. Je sais que vous ne décidez pas seule dans ce dossier. Vous faites partie d'une coalition. Vous travaillez sur ce dossier, comme vous le disiez, avec Mme Van Bossuyt de la N-VA. Mais ici, je dois vous dire qu'on nage en plein délire. Le défi de la surpopulation carcérale, il exige des solutions structurelles. Il faut sortir du show , il faut garder la tête froide et avancer pour que les prisonniers ne dorment plus à même le sol dans nos prisons. C'est cela qu'il faut faire! Aujourd'hui, de quoi nous parlez-vous: de réduire la surpopulation carcérale d’aujourd'hui, là, maintenant, en construisant des prisons au Kosovo? Alors, on voit d'autres pays – vous nous parlez d'autres pays – qui souhaitent s'engager dans le même projet. La Norvège s'est engagée dans ce projet. On est déjà à plus de 200 millions d'euros engloutis dans ce type de projet. Vous nous parlez du Danemark. Me confirmez-vous bien qu’il s’agit de 200 millions d’euros qui sont déjà engloutis dans le projet d'une prison au Kosovo sans que la première pierre ne soit encore construite? Comment peut-on engager les futurs gouvernements belges, mais aussi du Kosovo – le Kosovo est-il la poubelle de l'Europe? Est-ce là le signal que vous envoyez à la population kosovare? Les habitants de là-bas n’ont rien fait pour mériter cela non plus. Comment traite-t-on les autres populations? Je trouve cela intolérable que vous engagiez la Belgique dans ce chemin qui ne respecte en aucun cas les droits humains – vous n'avez amené aucune garantie en la matière – et qui va conditionner notre capacité à mettre en place des vraies solutions structurelles qui sortent de ce délire. Aujourd'hui, cela veut dire consacrer ces moyens à faire de la réinsertion, à faire de la prévention et à travailler sur des alternatives à la détention. C'est la seule manière de s'en sortir, madame la ministre.
De overheveling van de gezondheidszorg in de gevangenissen naar Volksgezondheid
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Orde van Artsen klaagt de structurele schendingen van gezondheidsrechten in gevangenissen aan en pleit voor overdracht van de gevangeniszorg naar Volksgezondheid. Minister Verlinden bevestigt dat deze gefaseerde overdracht loopt: eerste stappen (RIZIV-integratie, aanwerving psychologen) zijn gezet, een proefproject in twee gevangenissen volgt, en het geneesmiddelenbeheer wordt voorbereid, maar benadrukt dat de operatie complex en tijdrovend is. Dillen stelt dat de kritiek op negeren van de problemen afkomstig is van de Orde, niet van haar. De overdracht blijft onomkeerbaar, maar vergt nog concrete uitvoering.
Marijke Dillen:
De Orde van Artsen heeft in een officieel advies zwaar uitgehaald naar de compleet belabberde toestand in de gevangenissen waar volgens de Orde “gevangenisartsen systematisch vaststellen dat de fundamentele rechten qua gezondheidszorg op ontoelaatbare wijze worden geschonden". De Orde vindt het bovendien “ontoelaatbaar dat deze problemen worden genegeerd".
Eerder dit jaar getuigden enkele gevangenisartsen over de dramatische situatie in verschillende gevangenissen.
Al lang wordt er een pleidooi gehouden om de gezondheidszorg in de gevangenissen weg te halen van de minister van Justitie en om de zorg in de gevangenissen om te vormen tot een volledige en volwaardige Volksgezondheidsbevoegdheid. Op deze wijze kan de zorg in de gevangenissen, die vandaag sterk te wensen overlaat, worden verbeterd. Ook de Orde van Artsen is hier voorstander van.
De minister heeft in de media verklaard dat er reeds stappen zijn ondernomen.
Welke initiatieven werden er deze legislatuur reeds genomen om de medische dienstverlening ook achter de gevangenismuren gecoördineerd te zien door Volksgezondheid? Zo ja, graag een gedetailleerd overzicht.
Wat is hier het standpunt van de bevoegde minister van Volksgezondheid? Deelt hij het standpunt van de minister en is er bereidheid om hiervan op zeer korte termijn werk te maken?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, er werd al eerder beslist om de penitentiaire gezondheidszorg naar de FOD Volksgezondheid over te dragen. Die overdracht wordt gefaseerd uitgevoerd. De eerste fase betrof de integratie in het RIZIV van alle medische prestaties die tijdens detentie buiten de gevangenismuren worden uitgevoerd. Zowel de FOD Justitie als de FOD Volksgezondheid hebben ook eerstelijnspsychologen en maatschappelijk assistenten aangeworven voor de medische diensten van de gevangenissen. Op die manier werd een belangrijke stap gezet naar de organisatie van een multidisciplinaire eerstelijnsgezondheidszorg.
Op dit moment loopt de voorbereiding van de overname door het RIZIV van het gehele geneesmiddelenbeheer voor alle gevangenissen. Het is geen evidente oefening, ze vraagt voorbereiding zowel op het gebied van regelgeving als operationeel. Binnenkort zullen twee gevangenissen worden aangewezen waar een proefproject zal starten met het oog op de integrale overdracht van de gezondheidszorg. Dat project zal de FOD Volksgezondheid de kans geven om een of meer zorgmodellen uit te testen.
Kortom, de weg naar een integrale overdracht van de gezondheidszorg in de gevangenissen naar de FOD Volksgezondheid is onomkeerbaar ingeslagen. Het lijkt me dus niet correct te stellen dat dit probleem genegeerd wordt, maar een bevoegdheidsoverdracht van deze aard in een operationele organisatie is complex en dus ook tijdsintensief.
Marijke Dillen:
Ik dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik was niet van plan om nog te repliceren, omdat u duidelijk hebt geantwoord, maar u laat uitschijnen dat ik mondeling of in mijn schriftelijk ingediende vraag de aanklacht heb geformuleerd dat de problemen worden genegeerd, terwijl die aanklacht afkomstig is van de Orde van artsen.
Voorzitter:
Les questions jointes n° 56008970C de M. Prévot et n° 56009421C de M. Jadoul sont reportées. M. Soete est absent pour poser sa question n° 56008985C.
De noodkreet van de gevangenisdirecteurs en het standpunt van de directeur-generaal Gevangeniswezen
Overbevolkte gevangenissen en de verantwoordelijkheid van andere departementen dan de FOD Justitie
Collectieve genade
Gevangenisproblematiek, overbevolking en beleidsverantwoordelijkheid
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt de onzhoudbare overbevolking in gevangenissen (13.325 gedetineerden + 466 grondslapers) en wijst collectieve genade af als structurele oplossing, maar onderzoekt alle opties—inclusief kortetermijnmaatregelen zoals capaciteitsuitbreiding (255 extra plaatsen, behoud oude gevangenissen) en versnelde terugkeer van illegale gedetineerden (150–170 dossiers/maand). Taskforces met andere ministers richten zich op bouwprojecten (350 plaatsen in detentiehuizen, modulaire units) en zorgtrajecten voor geïnterneerden, maar succes hangt af van extra budgettaire middelen, waar Dillen (oppositie) op hamert als cruciale voorwaarde. De minister ontkent mediaberichten over haar plotselinge steun voor collectieve genade, maar erkent dat de noodwet onvoldoende is door instroom en stopgezette eerdere maatregelen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, op ongeziene wijze hebben de gevangenisdirecteurs de alarmbel geluid over de onhoudbare situatie binnen de gevangenissen, een onderwerp dat al herhaaldelijk in deze commissie aan bod is gekomen. Het was een ware noodkreet. De overbevolking bereikt ongeziene hoogtes en het aantal grondslapers is het hoogste ooit.
Dringende maatregelen zijn dus nodig. De directeur-generaal van het Gevangeniswezen stelt duidelijk: “De meest wettelijke oplossing die ik zie, is een of andere vorm van collectieve genade. Over de concrete invulling van die collectieve genade moet de regering beslissen. Die kan op maat gemaakt worden om ons de nodige zuurstof te geven en de noodwet haar werk te laten doen.” Hij vervolgt: “We kunnen ook kijken of we tijdelijk de pauzeknop moeten induwen voor de uitvoering van korte straffen tot drie jaar, maar dan maken we de wachtlijsten opnieuw langer.”
Wat is uw reactie, mevrouw de minister, op dat standpunt van de directeur-generaal? Zult u initiatieven nemen om daaraan tegemoet te komen?
Wat is ten tweede uw standpunt over de suggestie betreffende de uitvoering van korte straffen?
Ten derde, zult u andere initiatieven nemen om de wet aan te passen teneinde maatregelen te nemen?
Mevrouw de minister, u hebt erop gewezen dat u sinds uw aantreden in februari meteen actie hebt ondernomen en contact hebt opgenomen met andere beleidsdepartementen. Ik verwijs naar Asiel en Migratie, Volksgezondheid, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken. Uiteraard draagt de Regie der Gebouwen een grote verantwoordelijkheid.
Mevrouw de minister, kunt u per opgesomd beleidsdomein een gedetailleerd overzicht geven van de acties die werden ondernomen?
Ten tweede, wat was het standpunt van de betrokken ministers? Werden er toezeggingen gedaan om op structurele wijze een antwoord te bieden op de toenemende overbevolking?
Ten derde, indien er toezeggingen zijn gedaan, wat is de concrete timing daarvan?
Met uw permissie, mevrouw de minister, wil ik nog een andere vraag toevoegen.
Tijdens een plenaire vergadering hebt u duidelijk aangegeven geen voorstander te zijn van een collectieve genade. Uit mediaberichten blijkt echter dat u op de ministerraad van 3 oktober een gevoelige maatregel zoals voorgesteld door het gevangeniswezen hebt voorgelegd, namelijk die collectieve genade. Een dergelijke maatregel, mevrouw de minister, is niet bedoeld om structureel bij te dragen aan een duurzaam, legaal en veilig detentiebeleid. Dat was het standpunt dat u toen in de plenaire vergadering hebt ingenomen.
Mijn vraag is heel duidelijk: klopt die berichtgeving, ja of nee? Als de berichtgeving klopt, zult u dan ter zake een initiatief nemen?
Annelies Verlinden:
Collega, zoals ik op 2 oktober al toelichtte in de plenaire vergadering heb ik de noodkreet van de gevangenisdirecteurs en het personeel goed gehoord en dat niet sinds 1 oktober, maar wel al van bij mijn aantreden. De situatie in onze gevangenissen is inderdaad zorgwekkend en dat is al vele jaren het geval. De populatie liep maandag op tot 13.325 gedetineerden en 466 grondslapers. Die situatie is evident onhoudbaar voor zowel gedetineerden als gevangenispersoneel. Hierover had ik op 15 oktober nog een gesprek met de directeurs.
De noodwet heeft wel degelijk een impact. In totaal kregen al meer dan 600 veroordeelden 6 maanden voor strafeinde een voorlopige invrijheidstelling, van wie 280 vanuit detentie. Sinds de inwerkingtreding van de noodwet kregen zo’n 600 veroordeelden een elektronisch toezicht of een voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen door de SURB. Nog eens meer dan 800 veroordeelden gingen in strafonderbreking in afwachting van een beslissing van de SURB.
Dat is echter niet voldoende om de gevangenispopulatie te doen afnemen. De positieve effecten van een noodwet worden tenietgedaan door de stopzetting van de vorige noodmaatregelen, met name die van het verlengd penitentiair verlof en de opschorting van de korte straffen, maar ook door de grote instroom van beklaagden.
Wat betreft de vraag om een vorm van collectieve genade toe te kennen, verwijs ik naar mijn antwoord op vraag nr. 56009239C. (…) Mijn verontschuldigingen, ik ging ervan uit dat die vraag al was beantwoord, maar ik kom erop terug.
Om de overbevolking structureel aan te pakken, werden in samenwerking met de ministers bevoegd voor de Regie der Gebouwen, Volksgezondheid, Asiel en Migratie en Binnenlandse Zaken taskforces opgericht om een globaal plan van aanpak uit te werken. In deze plannen krijgt de capaciteitsuitbreiding maximale prioriteit. De bouw van bijkomende capaciteit is vaak een werk van lange adem en daarom zetten we ook in op projecten op korte en middellange termijn. Op korte termijn voorzien we een capaciteitsuitbreiding door de oude gevangenissen van Sint-Gillis en Antwerpen langer open te houden en door de bestaande capaciteit verder uit te breiden. Zo voorzien we in totaal meer dan 255 bijkomende plaatsen in de DBFM-gevangenissen en in de oude gevangenissen van Sint-Gillis en Dendermonde.
Om op middellange termijn in bijkomende capaciteit te voorzien, voert de Regie der Gebouwen een haalbaarheidsstudie uit om na te gaan op welke terreinen van bestaande gevangenissen en FPC's modulaire units kunnen worden geplaatst. Ook voor de vergunningsproblematiek wordt in samenwerking met de deelstaten naar een oplossing gezocht.
Uiteraard zetten we ook de projecten van kleinschalige detentie verder. De komende drie jaar voorzien we in meer dan 350 bijkomende plaatsen in detentiehuizen en transitiehuizen.
In samenwerking met minister Vandenbroucke werd een actieplan inzake internering uitgewerkt. Naast bijkomende capaciteit in de bestaande FPC's van Gent en Antwerpen via modulaire units, voorzien we ook in 180 bijkomende plaatsen in zorghuizen en medium- en lowsecurityinstellingen, zodat geïnterneerden vlotter kunnen doorstromen. Volksgezondheid voorziet tevens in 12 bijkomende FTE's, goed voor 120 extra zorgtrajecten voor geïnterneerden. Daarnaast operationaliseren we het beveiligd klinisch observatorium in Haren en creëren we in de gevangenis van Haren een behandel- en oriëntatiecentrum voor 60 geïnterneerden. Ook de zorgequipes op de afdeling tot bescherming van de maatschappij in onze gevangenissen zullen we verder versterken.
We nemen ook initiatieven om de terugkeer van de veroordeelden zonder recht op verblijf te bevorderen. Vandaag verblijven meer dan 4.000 gedetineerden zonder wettig verblijf in ons land. De FOD Justitie zal de dienst, bevoegd voor de tussenstaatse overbrenging, met 7 versterken. In afwachting van deze aanwerving zullen interne medewerkers naar deze dienst worden gedetacheerd. Dit moet het aantal dossiers fors doen stijgen.
Daarbij gaat onze eerste focus naar de Nederlandse veroordeelden. Daarnaast zal het aantal dossiers inzake terugkeer aanzienlijk worden verhoogd naar ongeveer 150 tot 170 per maand. Om dat te realiseren, zal de DVZ extra terugkeercoaches in de gevangenissen inzetten en zal de capaciteit van de escorteurs worden verhoogd, wat zal leiden tot de inzet van de federale politie. Om deze plannen te kunnen uitvoeren, heb ik een oproep gelanceerd om de nodige middelen te voorzien en de IDP over de bevolking recurrent te voorzien in de komende jaren.
Wat betreft uw vraag over de voorstellen voor collectieve genade, daar heb ik al een antwoord op gegeven. Dat is vooralsnog niet het standpunt van de arizonaregering. Ik heb dat ook niet voorgesteld op de ministerraad. Ik heb daar alleen gezegd dat de gevangenisdirecteurs en het gevangenispersoneel zelf met dat voorstel waren gekomen, om vervolgens in de regering af te toetsen wie voorstander zou zijn van dat voorstel.
Ik heb daarbij gepreciseerd dat de genademaatregel is opgezet als een individuele maatregel om tegemoet te komen aan specifieke contextuele factoren in een individueel dossier. Het is dus niet bedoeld als een generieke maatregel die op structurele wijze de overbevolking kan remediëren. We onderzoeken daarnaast uiteraard alle mogelijke oplossingen in het kader van de overbevolking en schuwen daarbij geen uitkomsten. Ik gaf u daarbij eerder de actuele status van het dossier aan.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de mediaberichten waren duidelijk fout, u was dus niet van de ene dag op de andere van standpunt veranderd, wat mij plezier doet. Genade zal niet als een structurele maatregel worden ingevoerd. U hebt een heel overzicht gegeven. Ik zal u steunen in uw oproep om meer middelen. Ik heb dat vandaag al in verschillende andere dossiers benadrukt. U verdient veel meer middelen voor Justitie. Alles wat u aankondigt, valt of staat echter met die bijkomende middelen, die u zeer dringend nodig hebt. Ik heb daarstraks geen antwoord gekregen op mijn vraag hoeveel u gevraagd hebt. Ik hoop in elk geval dat u van de regering steun krijgt, veel meer dan er vandaag voorzien is, om ervoor te zorgen dat Justitie en veiligheid terug op de rails komen.
De resultaten van de werkbezoeken op de Balkan
Het outsourcen van onze gevangenisfunctie aan Kosovo
Evaluatie van internationale justitiële samenwerking en gevangenisbeleid op de Balkan
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 9 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met acute gevangenisoverbevolking (13.000 gedetineerden voor 11.000 plaatsen) en criminaliteit door Albanese netwerken, met 4.200 buitenlandse gedetineerden (waarvan 253 Albanese illegalen). De regering versnelt transfers naar Albanië (307 gevallen) en onderhandelt met Kosovo voor extra detentiecapaciteit, als onderdeel van een hardere terugkeerbeleid voor illegale criminelen, inclusief uitbreiding gesloten centra en levenslange inreisverboden voor terroristen. Kritiek richt zich op verwaarlozing Belgische gevangenissen (vervallen infrastructuur, 700.000 onbetaalde vrije dagen voor bewakers) en ethische/financiële twijfels bij een €300 miljoen-investering in Kosovaarse gevangenissen, terwijl jaarlijks slechts 67 gedetineerden worden gerepatrieerd. De ministers benadrukken pragmatische oplossingen via internationale samenwerking, maar oppositie eist prioriteit voor herstel eigen systeem.
Victoria Vandeberg:
Mesdames les ministres, vous revenez d'une mission diplomatique en Albanie et au Kosovo. L'objectif annoncé de cette mission a des impacts directs et essentiels sur des dossiers brûlants dans notre pays, tels que la criminalité organisée, la surpopulation carcérale ou la gestion migratoire.
Face à cela, des solutions existent et, fort heureusement, elles font même partie de l'accord de gouvernement. Nous nous réjouissons de voir que l'une d'entre elles est discutée et passe enfin du stade de la réflexion à celui de l'action.
Comme nous le savons, des organisations criminelles albanaises opèrent dans le port d'Anvers. Cette criminalité liée à la drogue gangrène notre pays et ces réseaux ne connaissent pas de frontière. Notre coopération ne doit pas en connaître non plus.
En ce qui concerne la surpopulation carcérale, les chiffres parlent d'eux-mêmes: 13 000 détenus pour 11 000 places. La Belgique se passerait bien de ce record, avec pour résultats des gardiens épuisés, des conditions indignes ainsi que des peines écourtées pour libérer de la place, au détriment du message adressé aux victimes.
Parmi ces détenus, près de 4 500 n'ont pas la nationalité belge. Pour le MR, ce chiffre doit baisser durant cette législature. Ces personnes doivent pouvoir purger leur peine également dans leur pays d'origine ou dans d'autres États partenaires comme celui du Kosovo.
Mesdames, notre système judiciaire carcéral menace de s'effondrer sous son propre poids si rien n'est fait. Pouvez-vous dès lors nous préciser quels sont les résultats concrets de votre mission? L'accord avec l'Albanie qui concerne 307 détenus sera-t-il rapidement et systématiquement mis en œuvre? Qu'en est-il du partenariat avec le Kosovo? Combien de détenus pourraient y être transférés? Dans quel délai? Le service en charge des transfèrements a-t-il été réorganisé et renforcé comme prévu?
Khalil Aouasti:
Mesdames les ministres, quelle est la situation aujourd'hui en Belgique? Treize mille détenus pour une capacité de 11 000 places; 370 personnes qui dorment sur des matelas à terre; des détenus livrés à eux-mêmes, sans soins et sans prise en charge; des agents pénitentiaires et du personnel de soins qui sont agressés, menacés, épuisés.
Ce tableau peu aguicheur, mesdames les ministres, n'est pas le fruit d'une exagération. Il est dressé par vos propres agents pénitentiaires via leurs syndicats, vos directeurs de prison, votre administration pénitentiaire. Tous s'accordent sur un point: la situation a atteint des sommets d'inhumanité.
Mesdames les ministres, votre politique pénitentiaire se caractérise, je dois le dire et j'en suis désolé, par un manque de vision et des mesures inefficaces. La loi d'urgence votée en juillet est déjà un échec. Aujourd'hui, alors que les palais de justice et les prisons de notre pays tombent en ruines, votre gouvernement se prépare à dépenser des sommes faramineuses pour construire une prison au Kosovo au lieu de réinvestir dans nos propres infrastructures.
L'externalisation de notre politique pénitentiaire négociée cet été, est une absurdité budgétaire, une trahison sociale et un renoncement sur le plan des droits humains. Absurdité budgétaire, car il faut investir dans nos infrastructures en Belgique, pas au Kosovo. Trahison sociale car, au vu des conditions de rémunération au Kosovo, vous allez organiser volontairement la concurrence avec nos propres agents pénitentiaires. Renoncement, un de plus pour les droits humains car comment allez-vous obtenir des garanties en termes de détention humaine digne et d'accès aux tribunaux dans un état étranger?
Mesdames les ministres, quels sont les détails de l'accord de principe conclu avec le Kosovo? Quel budget sera alloué pour ce projet et pourquoi ne pas l'investir en Belgique dans nos infrastructures?
Annelies Verlinden:
Sur un total de 13 198 détenus, un tiers sont en séjour irrégulier dans notre pays – soit 4 200 détenus. Cette situation est évidemment intenable. Notre gouvernement s'est fixé comme une priorité de lutter contre cette surpopulation et cette irrégularité.
Avec ma collègue, la ministre Van Bossuyt, nous avons développé des solutions concrètes pour résoudre la problématique des détenus sans titre de séjour et, par conséquent, traiter la question de la surpopulation.
Dans ce contexte, la mission au Kosovo et en Albanie revêtait une importance stratégique. Mes priorités dans le cadre de cette mission étaient claires: stimuler le retour des détenus sans titre de séjour, exploiter la capacité de détention dans les Balkans et renforcer la coopération dans la lutte contre le crime organisé.
Nos prisons comptent aujourd'hui pas moins de 253 détenus albanais sans droit de séjour. L'exécution de leur peine en Albanie permettrait d'alléger la surpopulation. J'ai convenu avec le ministre albanais de la Justice que nous entamerons des négociations sur le transfert accru des détenus albanais.
Par ailleurs, des discussions constructives ont eu lieu avec la présidente du Kosovo et son ministre de la Justice concernant leur capacité de détention, afin d'y accueillir les détenus sans droit de séjour. À cet égard, les autorités kosovares ont clairement exprimé leurs ambitions européennes. Nous en ferons part au gouvernement afin que les prochaines étapes puissent être discutées.
Monsieur Aouasti, ce n'est pas une absurdité. Cela pourrait être une partie de solution à la surpopulation.
La mission a donc ouvert des portes. C'est uniquement de cette manière et dans un esprit de coopération que nous pourrons apporter des améliorations. Jour après jour, nous travaillons à trouver des solutions pour lutter contre la surpopulation carcérale, la criminalité et l'illégalité. Les citoyens peuvent compter sur nous.
Anneleen Van Bossuyt:
Chères collègues, ce gouvernement a une ambition claire: intensifier considérablement le retour de criminels illégaux. Pour y parvenir, nous joignons le geste à la parole en investissant dans chaque maillon du processus de retour.
Première action: la prévention. La mission en Albanie et au Kosovo a été constructive. Nous avons conclu des arrangements visant à lutter contre les flux irréguliers vers la Belgique et à accélérer les retours vers l'Albanie et le Kosovo. Ainsi, nous mettrons en place cette année une plateforme numérique qui permettra notamment à la Belgique et à l'Albanie d'identifier plus rapidement et de manière plus sûre les ressortissants. Nous avons également abordé ce point au Kosovo.
Deuxième action: les personnes sans droit de séjour doivent repartir. Nous devons éviter que ces personnes se retrouvent ici dans une zone grise où la criminalité est souvent la seule issue. Il s'agit donc d'un retour volontaire si possible, forcé si nécessaire. C'est pourquoi je renforce mes services, afin de prendre des décisions plus rapidement et de ne pas donner de faux espoirs aux gens.
Troisième action: la lutte contre la criminalité commise par des personnes dépourvues de droit de séjour. Ces personnes doivent être contraintes au retour dans leur pays. Afin d'accélérer ce processus de retour, nous augmentons le nombre de places dans les centres fermés. Les visites domiciliaires auront, elles aussi, un impact non négligeable. Nous concluons en outre de nouveaux partenariats avec les pays d'origine selon le principe du "donnant-donnant". Nous instaurons également une interdiction d'entrée à vie pour les terroristes. Nous renforçons nos services de retour, augmentons le nombre d'escorteurs et veillons à ce que ceux qui refusent de partir soient éloignés de notre territoire.
Ce gouvernement opte résolument pour la sécurité, la responsabilité et la mise en place d'une politique de retour crédible qui protège nos citoyens.
Victoria Vandeberg:
Mesdames les ministres, je me réjouis évidemment d'entendre que la coopération avec d'autres États se met en place pour justement construire ou louer des prisons, et que cela avance concrètement. Je vous remercie pour vos réponses. Je reste un peu sur ma faim pour le côté justice et pénitentiaire, notamment sur la question du renfort du service chargé du transfert des personnes dans leur pays d'origine.
Nous avons bien compris le diagnostic, madame la ministre de la Justice, et les difficultés qui sont rencontrées, mais les constats n'ont jamais vidé les prisons. Ici, il est temps de passer de l'analyse à l'action. Nous vous soutiendrons évidemment dans cette voie, pour ne pas uniquement décrire les problèmes mais également les résoudre.
Khalil Aouasti:
Mesdames les ministres, j'aurais espéré une réponse radicalement différente. La prison de Saint-Gilles est infestée par la mérule. Celle de Lantin s'effondre sur elle-même. Mons et Tournai débordent. Des personnes dorment au sol, mais les millions dont vous disposerez peut-être ne seront pas investis dans nos infrastructures, ils seront investis au Kosovo. Les agents pénitentiaires sont loyaux. Ils sont malades. Nos agents pénitentiaires comptabilisent 700 000 jours de congé en retard. Mais ce que vous allez faire, c'est organiser la concurrence avec des travailleurs kosovars. Et tout ça sous couvert d'efficacité. En moyenne, 67 détenus ont été rapatriés par an entre 2015 et 2024. C'est pour cela que vous allez construire et investir plus de 300 millions d'euros au Kosovo, mesdames les ministres. Je vais finir avec une citation de Mark Twain: "Celui qui ouvre une prison doit savoir qu'on ne la fermera plus" (…)
De noodkreet van de gevangenisdirecteurs over de overbevolking van de gevangenissen
De noodkreet van de gevangenisdirecteurs
De noodkreet van de gevangenisdirecteurs
De overbevolkte Belgische gevangenissen
Gevangenisdirecteurs slaan alarm over chronische overbevolking Belgische gevangenissen
Gesteld door
VB
Marijke Dillen
Vooruit
Alain Yzermans
CD&V
Steven Matheï
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De catastrofale overbevolking in Belgische gevangenissen (13.156 gedetineerden op 11.000 plaatsen, 350+ grondslapers) leidt tot veiligheidsrisico’s, mensonwaardige omstandigheden en burn-outs bij personeel, terwijl directeurs dreigen met gedwongen vrijlating van gevangenen als noodmaatregel. Minister Verlinden erkent het acute probleem—veroorzaakt door stijgende criminaliteit (drugs, geweld), tekort aan plaatsen, en 1.000+ geïnterneerden/illegale migranten in gevangenissen—en wijst op kortetermijnacties (versnelde uitzetting illegale gedetineerden, overplaatsing geïnterneerden naar zorginstellingen) en langetermijnplannen (nieuwe gevangenissen, modulair bouwen), maar benadrukt dat structurele oplossingen falen zonder extra budget (1 miljard gevraagd) en samenwerking met andere ministers (Migratie, Volksgezondheid). Kritiek varieert van Vlaams Belangs eis om alle buitenlandse criminelen uit te zetten (à la Duitsland) tot linkse oproepen om te stoppen met "meer opsluiten" en te investeren in reïntegratie, betere arbeidsomstandigheden voor bewakers, en prioritering van justitie boven defensie-uitgaven (bv. F-35’s). De kernvraag—hoe de crisis *nu* te breken—blijft onbeantwoord, terwijl de vertrouwenscrisis bij personeel escaleert.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de gevangenissen zitten propvol. Er is plaats voor 11.000 gedetineerden, maar vandaag is een recordaantal van 13.156 bereikt, met 353 grondslapers. De situatie is werkelijk uitzichtloos.
In de voorbije maanden hebben de gevangenisdirecteurs al herhaaldelijk aan de alarmbel getrokken maar de reactie van deze regering was bedroevend. De noodwet van deze zomer heeft niets, nul, nada, uitgehaald, integendeel. Vlaams Belang had u nochtans gewaarschuwd.
Nee, mevrouw de minister, verwijs alstublieft niet naar de vier zogenaamde taskforces, die pas in 2028 hun definitieve voorstellen moeten geven. Dat probleem moet niet onderzocht worden. Het is niet nieuw, maar sleept al decennialang aan. Het bestond al in 1991, toen ik voor de eerste keer in het Parlement zetelde. De opeenvolgende ministers van Justitie, van cd&v, van Open Vld en van de socialisten, hebben dat probleem laten verrotten.
De gevangenisdirecteurs dreigen nu met toch wel zeer drastische acties. Voor elke nieuwkomer willen ze twee gedetineerden vrijlaten. Die actie is werkelijk ongezien, wat bewijst dat de gevangenisdirecteurs compleet ten einde raad zijn en dat ze zich totaal niet gehoord voelen door de politiek.
Vlaams Belang begrijpt hun frustratie, mevrouw de minister, maar het vrijlaten van gedetineerden is niet het antwoord waarop deze samenleving zit te wachten. U moet handelen. U, en bij uitbreiding de hele regering, draagt hier een verpletterende verantwoordelijkheid. Oplossingen zijn er, maar niet de collectieve gratie, zoals sommigen vandaag voorstellen.
Mevrouw de minister, welke noodmaatregelen zullen u en deze regering bij hoogdringendheid nemen?
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, gevangenisdirecteurs, vakbonden en magistraten trekken aan de alarmbel, want de onhoudbare toestanden in de gevangenissen zijn ongezien. Die alarmbel moet u dwingen tot nieuwe en dringende acties. Het is een kwestie van waardigheid, zowel voor de gedetineerden als voor het gevangenispersoneel. Bovenal is het een veiligheidsprobleem. De veiligheid van onze samenleving komt stilaan in het gedrang. Sinds uw aantreden is het aantal grondslapers verdubbeld, zijn er enorme personeelstekorten, puilen de cellen uit en stijgt het druggebruik in de gevangenissen stilaan, met alle gewelddadige dynamieken tot gevolg. Camera's en sloten functioneren niet en de gebouwen zijn aftands. Dat alles leidt tot mensenrechtenschendingen.
De overbevolking in de gevangenis leidt tot schrijnende levensomstandigheden, maar, nog meer, heeft ernstige gevolgen voor het gevangenispersoneel, dat elke dag keihard werkt voor iedereen. We bevinden ons op een punt van onomkeerbaarheid. Werkgroepen en taskforces brengen inderdaad geen zoden aan de dijk. De dijk van veiligheid dreigt stilaan te breken. Er is nood aan crisismanagement, concrete stappen, acties en hervormingen. Er is geen weg terug, mevrouw de minister. De cijfers stijgen en de toestanden op het terrein worden soms angstaanjagend.
Wat zult u doen voor de algemene veiligheid? Wat zult u doen om de veiligheid in onze gevangenissen in de toekomst te garanderen?
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, de gevangenisdirecteurs slaken gisteren en vandaag een noodkreet over de overbevolking. Ze kennen natuurlijk de situatie op het terrein. Als we alleen al bijvoorbeeld naar de gevangenis van Hasselt kijken, daar zijn 640 gevangenen voor 450 plaatsen.
Als burgers verwachten wij echter dat wanneer verschrikkelijke taferelen gebeuren zoals in Roeselare en in Mol, de daders van zo'n steekpartij snel gevat worden, berecht worden en een straf krijgen die ze moeten uitzitten.
Om het probleem van de overbevolking op te lossen, is extra budget nodig. We moeten investeren in binnenlandse veiligheid en in justitie. Als we dat niet doen, krijgen we als maatschappij de factuur dubbel terug. Het is heel belangrijk dat we dat onder ogen zien.
Justitie kan het echter niet alleen. Neem bijvoorbeeld de 1.000 geïnterneerden die in de gevangenissen zitten en zo medeoorzaak zijn van de overpopulatie. Zij zouden beter in een gespecialiseerde instelling zitten, vandaar mijn vraag aan minister Vandenbroucke waar de realisaties op het terrein blijven. Of neem de 4.000 tot 5.000 gevangenen zonder verblijfsrecht, die best naar hun land van herkomst zouden worden teruggebracht of minstens in een gesloten instelling zouden moeten terechtkomen. Ook daaromtrent vragen we waar de realisaties op het terrein blijven.
Voor cd&v is binnenlandse veiligheid een prioriteit. Dat betekent dat we de straffeloosheid moeten aanpakken. Straffen moeten worden uitgevoerd. Wat ons betreft hoort daar geen maatregel bij van collectieve genade waardoor gevangenen de straat opgaan. De strafuitvoering moet worden gecombineerd met een re-integratieproject, zodat de gevangenen die vrijkomen zich kunnen re-integreren en recidive beperkt wordt.
Mevrouw de minister, hoe zult u uw collega’s aanzetten om ook de nodige acties te ondernemen en samen het probleem van de overbevolking aan te pakken?
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, je reviens de la prison de Saint-Gilles. Ce qui se passe aujourd'hui dans toutes les prisons du pays est inédit. Directeurs, agents pénitentiaires, administrations sociales, tous se mobilisent. Quand ceux qui tiennent la maison descendent dans la rue, c'est que la maison croule.
Et elle croule. On compte aujourd'hui 13 198 détenus pour 11 098 places. Cela veut dire des cellules d'une personne qui en accueillent deux ou trois. Plus de 360 détenus qui dorment à même le sol, collés aux toilettes, enfermés 22 heures par jour sans activités.
À côté, les agents pénitentiaires qui subissent la même pression, la même dégradation. "Je vais au travail, la boule au ventre", "On est pressé comme des citrons, mais il n'y a plus de jus", "Je n'ai plus de temps ni d'énergie pour ma famille", voilà ce qu'on entend. Congés jamais pris, sous-effectifs permanents, peur de la violence, beaucoup tombent en burn-out ou quittent le métier.
La situation actuelle renforce l'insécurité des détenus, des agents pénitentiaires et de la société en général. Ce n'est plus une demande, c'est un cri d'alarme qu'on entend dans la presse.
Madame la ministre, quel résultat la loi d'urgence votée cet été a-t-elle donné? Quelles mesures supplémentaires comptez-vous prendre? Confirmez-vous que 5 600 détenus doivent encore rentrer en prison d'ici à 2027? Si oui, comment absorber le flux? Comment allez-vous redonner de l'attractivité au métier d'agent pénitentiaire?
Annelies Verlinden:
Collega's, ik heb uiteraard ook de schreeuw van de gevangenisdirecteurs en het personeel gehoord. Ik hoorde die schreeuw niet gisteren of eergisteren voor het eerst, maar wel op de eerste dag van mijn mandaat.
De situatie in vele van onze gevangenissen is immers schrijnend en dat al vele jaren. Ik hoor het wekelijks tijdens mijn bezoeken aan gevangenissen en in contacten met directeurs en medewerkers. Duizenden gedetineerden zitten 22 uur per dag op elkaar gepakt in kleine en verouderde cellen. Er zitten duizenden mensen zonder wettig verblijf. Er zitten meer dan duizend psychiatrische patiënten en gedetineerden in psychiatrische kwetsbaarheid, zonder toereikende zorg en met onvoldoende re-integratie- en terug-naar-werkbegeleiding.
Te midden daarvan zijn medewerkers dag in dag uit bezig om veiligheid, organisatie en samenleving mogelijk te maken. Zij verdienen ons grootste respect.
Il est illusoire de penser qu'un tel environnement puisse profiter à la sécurité. C'est précisément pour cette raison que je me suis attaquée, dès le premier jour, à ce problème complexe et persistant.
Eerst moesten we dringend werk maken van de noodwet, omdat duizenden gedetineerden ingevolge beslissingen van de vorige legislatuur niet met hun gevangenisstraf waren gestart. Sinds de inwerkingtreding van de wet op 4 augustus werden maar liefst 700 dossiers bij de strafuitvoeringsrechtbanken aanhangig gemaakt. De noodwet heeft dus wel degelijk een impact, mevrouw Dillen, maar de instroom is groot. Daarom heb ik ook altijd gezegd dat de noodwet alleen niet voldoende zal zijn. De cijfers liegen er niet om. Het aantal druggerelateerde feiten, steekpartijen, zedenfeiten en intrafamiliaal geweld was nog nooit zo hoog, met stijgingen tot meer dan 40 % in de laatste 5 jaar. Dat zien we dus ook in de gevangenissen.
Sinds februari pakken we de overbevolking met drie maatregelen aan. Voor de korte termijn kunnen we capaciteit winnen door in te zetten op de terugkeer van personen in onwettig verblijf en de gepaste opvang van de meer dan duizend geïnterneerden. Daarvoor werken we goed samen met de ministers van Asiel en Migratie en Volksgezondheid. Ik ga ervan uit dat we samen voldoende daadkracht aan de dag zullen kunnen leggen.
Met de noodwet kan de Dienst Vreemdelingenzaken mensen zonder wettig verblijf alvast sneller van het grondgebied verwijderen. Mijnheer Yzermans, ik ben al zeer lang vragende partij om de zorg voor de geïnterneerden over te hevelen naar Volksgezondheid. Duizend plaatsen zou een enorme verlichting zijn in de capaciteit van de gevangenissen.
Deuxièmement, en collaboration avec la Régie des Bâtiments, nous travaillons à l'augmentation de la capacité carcérale grâce à des unités modulaires et des maisons de détention ainsi qu'à la nouvelle prison à Anvers, au maintien en activité d'anciennes prisons et à la construction d'une nouvelle prison à Vresse-sur-Semois.
Ten derde, moeten we ons strafrechtelijk beleid tegen het licht houden. De branden die in de afgelopen decennia geblust zijn, verhinderen niet dat onze gevangenissen blijven uitpuilen, dat het aantal veroordelingen wegens het schenden van mensenrechten blijft oplopen en dat de recidivecijfers hoog blijven. We moeten dus inzetten op voorstellen die én de veiligheid bevorderen én een duurzaam strafrechtelijk beleid dienen. Meer van hetzelfde zal niet leiden tot structurele veranderingen.
En ce qui concerne la grâce, je puis vous indiquer que cette mesure a été prise pour corriger ou répondre à des situations personnelles dans des cas individuels. Elle n'a pas vocation à contribuer de manière structurelle à une politique de détention durable, légale et sûre.
Chers collègues, une chose est certaine. Les moyens actuels dont dispose la justice sont insuffisants. À titre d'exemple, on compte 13 000 détenus pour 11 000 places, sans que les moyens financiers qui y correspondent soient disponibles. Tout le monde le sait: le compte n'y est pas.
Deze regering maakt terecht van veiligheid een prioriteit en iedereen verwacht van justitie dat het onmiddellijk alles kan oplossen. Ook ik wil dat graag en ik heb er de plannen voor klaar, maar dan moeten we wel consequent zijn en investeren.
Voor wie enerzijds verontwaardigd is over het toegenomen familiaal geweld en de steekpartijen of over het nietsontziend drugsgeweld in Brussel en Antwerpen, maar anderzijds verwacht dat dit kan worden verholpen zonder bijkomende inspanningen, wil ik een nieuwe spiegel kopen. Dat zou immers betekenen dat van justitie wordt gevraagd om een boksmatch te winnen met een hand op de rug. We kunnen en moeten beter, voor onze veiligheid, onze welvaart en voor alle schakels, partners en medewerkers in de veiligheidsketen, van de wijkinspecteur tot de penitentiair beambte, door hen de middelen te geven om hun werk naar behoren te kunnen uitvoeren. Op mij kunnen zij alvast rekenen. Dank u.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, u hebt een uitvoerig antwoord gegeven, maar ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag over uw standpunt betreffende de aangekondigde zeer drastische acties van de gevangenisdirecteurs. Criminelen vrijlaten en zodoende de samenleving onveiliger maken, is geen oplossing voor de overbevolking. De echte oplossing ligt volledig voor het grijpen: het terugsturen van alle buitenlandse criminelen naar hun landen van herkomst om daar hun straf uit te zitten.
In ons land is er geen gebrek aan capaciteit, het probleem is dat er te veel illegale en te veel buitenlandse criminelen in onze gevangenissen zitten. Maak daarvan werk! Daartoe is meer daadkracht nodig. Waarom kan in ons land niet wat in andere landen wel kan? Ik verwijs naar Duitsland, waar men dat zeer radicaal aanpakt, want uit Duitsland worden criminelen teruggestuurd naar Afghanistan en naar Syrië. Waarop wachten u en uw N-VA-collega Van Bossuyt om dat te realiseren?
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, het is tijd voor actie. Als ik twintig miljard had, u vroeg één miljard, dan zou ik het gat in de begroting wegwerken. Geld is echter geen wondermiddel. U moet op het terrein een concreet toekomstplan opstellen en proberen te realiseren.
Frank Vandenbroucke reikt u de hand, is bereid om in het luik van de interneringen oplossingen te bieden en die hervormingen ook door te voeren. Wij pleiten voor gevangenissen die geen misdaadfabrieken zijn, maar voor humane detentie. Iedere mens, iedere gevangene heeft een naam en is geen nummer. Wij pleiten voor een goed voorbereide terugkeer naar de samenleving, maar ook voor straffen die correct worden uitgevoerd. Dat alles dient te gebeuren in veilige omstandigheden en binnen een veilige samenleving.
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Bij uw aantreden hebt u natuurlijk een aanzienlijke erfenis gekregen, waarmee u in de afgelopen acht maanden aan de slag bent gegaan. Zoals we hebben gehoord, doet u dat met een duidelijke visie op korte, middellange en lange termijn. Dat alles kunt u echter niet alleen realiseren, daarvoor zijn andere zaken nodig, is samenwerking nodig. We hebben zojuist gehoord dat sommigen u de hand reiken.
Er moet absoluut iets worden gedaan aan de overbevolking en aan de geïnterneerden en de mensen zonder verblijf, want momenteel vormt de gevangenis de laatste schakel in de rij. Daarbij horen ook voldoende budgetten, zodat u, zoals u aangeeft, niet met een hand op de rug hoeft te boksen. Op die manier kunnen we zowel het probleem van overbevolking als dat van straffeloosheid aanpakken. De mensen verwachten dat van ons.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, cela fait 20 ans que votre parti et d'autres, à droite, désinvestissent dans la justice. Le résultat? Surpopulation, matelas par terre et agents à bout. Vous réclamez un milliard et vous savez que vous ne l'aurez pas. Un milliard pour la justice? Pas possible. Trente-quatre milliards pour la défense? Oui, en un instant. Cela ne va pas! Renoncer à quelques F-35 sera un bien meilleur investissement pour la sécurité et pour notre société. Arrêtez la fuite en avant, cessez de toujours enfermer plus, de toujours plus construire et de toujours plus surcharger les agents, parce que ces agents pénitentiaires méritent mieux, madame la ministre! Si vous voulez vraiment les soutenir, renoncez à la réforme des pensions, rendez-leur leurs primes et augmentez les salaires! Vous dites: "Ils peuvent toujours compter sur moi." Sachez une chose: sur le terrain, ils ne vous croient plus. Merci.
De toenemende repressie en het recordaantal politieke gevangenen in Cuba
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België volgt de escalerende repressie in Cuba—met 1.185 politieke gevangenen (waaronder minderjarigen en kwetsbaren), willekeurige detenties, mishandeling en schijnprocessen—nauwlettend en kaart dit systematisch aan in EU- en VN-fora, zoals tijdens de recente EU-Cuba-bespreking waar België vrijlating van gevangenen en rechtsstatelijkheid op de agenda zette. Minister Prévot benadrukt een constructief-kritieke EU-aanpak als meest effectieve strategie, maar vermijdt concrete toezeggingen over verscherpt Belgisch optreden (bv. directe druk op Cuba voor onmiddellijke vrijlating). Ellen Samyn onderschrijft de bezorgdheid maar stelt geen vervolgvragen over concrete actie of bilaterale sancties. Dialoog primeert boven harde maatregelen.
Ellen Samyn:
Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de ingediende vraag.
Volgens het meest recente rapport van Prisoners Defenders zijn er vandaag 1.185 politieke gevangenen in Cuba, een historisch dieptepunt voor de mensenrechten in het land. In augustus alleen al kwamen er 13 nieuwe gewetensgevangenen bij, terwijl amper vier personen de lijst verlieten - waarvan één slechts op voorwaarde van verplichte ballingschap.
Wat bijzonder schrijnend is, is dat de overgrote meerderheid van deze gevangenen gewone burgers zijn: mensen die op vreedzame wijze protesteren tegen voedseltekorten, elektriciteitsschaarste of de repressieve aard van het regime. Sommigen zijn minderjarigen, anderen mensen met een mentale of fysieke kwetsbaarheid. Hen wacht systematisch voorarrest zonder gerechtelijk toezicht, lange gevangenisstraffen zonder eerlijk proces en vaak zelfs mishandeling en medische verwaarlozing.
Ook de Verenigde Naties hebben in het verleden deze systematische mensenrechtenschendingen aan de kaak gesteld, onder meer de praktijk van gedwongen expatriëring van opposanten, zoals onlangs nog bij activiste Aymara Nieto Muñoz.
Wat is uw reactie op deze recente escalatie van repressie in Cuba, zoals gerapporteerd door o.a. Prisoners Defenders en hoe beoordeelt u deze situatie?
Heeft België deze mensenrechtenschendingen bij Cuba recent nog aangekaart in bilaterale of multilaterale fora, bijvoorbeeld via de EU of de VN-Mensenrechtenraad?
Bent u bereid om het Belgisch standpunt inzake Cuba aan te scherpen, in het bijzonder wanneer het gaat over voorarrest zonder rechterlijke tussenkomst, mishandeling van minderjarigen en de inzet van het gerechtelijk apparaat als politiek wapen?
Zal u aandringen bij de Cubaanse ambassadeur en/of uw Cubaanse ambtsgenoot op onmiddellijke vrijlating van alle gewetensgevangenen in Cuba?
Maxime Prévot:
Mevrouw Samyn, zoals ik herhaaldelijk heb benadrukt, staat de verdediging van de mensenrechten centraal in het buitenlands beleid van België.
In het specifieke geval van Cuba, volgt mijn administratie nauwgezet de kwestie van de onderdrukking van het maatschappelijke middenveld en de situatie van gewetensgevangenen. Deze onderwerpen worden voortdurend op de agenda van elke bilaterale of multilaterale bespreking geplaatst.
Ter illustratie verwijs ik naar de EU-Cuba-bespreking, die afgelopen juni plaatsvond in het kader van het vierde gemengd comité. België heeft met succes geëist dat de situatie van de rechtsstaat en de vrijlating van politieke gevangenen expliciet aan bod komen en aan de andere thematische besprekingen worden gekoppeld.
De Belgische regering is van mening dat een gecoördineerde aanpak met onze Europese partners binnen een kritische maar toch constructieve dialoog met Cuba en het optimaal benutten van alle onderhandelingsinstrumenten de meest doeltreffende weg blijft om tastbaar vooruitgang te boeken in de verdediging van de mensenrechten op het eiland.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Het doet mij plezier te horen dat u over Cuba dezelfde mening bent toegedaan. De situatie in Cuba is eerder een ongekend probleem. Ik ben blij dat u dit op de voet volgt. Ik heb begrepen dat u dit ook in de Europese fora bekijkt, waarvoor dank.
De zelfmoord in de gevangenis van Wortel
De zelfmoord in de gevangenis van Wortel
De situatie in de gevangenis van Wortel
De situatie in de gevangenis van Wortel
Problemen in de gevangenis van Wortel
Gesteld door
VB
Marijke Dillen
Vooruit
Alain Yzermans
Groen
Stefaan Van Hecke
N-VA
Sophie De Wit
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Wortel kampt met structurele crises: zelfdoding, ontsnappingen, geweld, pesterijen en verouderde infrastructuur, verergerd door overbevolking (13.075 gedetineerden), personeelstekorten en onvoldoende geestelijke gezondheidszorg—met name voor psychisch kwetsbare gevangenen. Minister Verlinden erkent de systeemfalingen, wijst op pilootprojecten voor suïcidepreventie (BelRAI-screening, e-learning) en belooft dringende herstellingen (camera’s, cellen), maar bevestigt dat zorgaanbod en registratie van klachten (over mishandeling) ontoereikend zijn, zonder centrale monitoring. Cipiers en politici eisen meetbare actie: betere opleiding (agressiebeheersing, psychische signalen), transparante klachtenopvolging, en structurele investeringen in veiligheid, infrastructuur en re-integratie—met dringende oproepen voor een alomvattend monitoringsysteem per gevangenis. De situatie wordt als "onhoudbaar" omschreven, met risico op massale personeelsuitstroom.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, enige tijd geleden maakte een gedetineerde in de gevangenis van Wortel een einde aan zijn leven. De precieze omstandigheden waren op het moment dat ik deze vraag indiende onbekend, maar dat is al enige tijd geleden. In de pers wordt echter melding gemaakt van pesterijen. Een ex-gedetineerde stelde het volgende en ik citeer: "In een gevangenis zoals deze is nauwelijks adequate geestelijke gezondheidszorg beschikbaar voor mensen die intensieve ondersteuning nodig hebben. Het personeel doet wat het kan, maar het systeem faalt volledig. Voor hen is dit opnieuw een slag in het gezicht. Zij proberen dag in, dag uit een veilige omgeving te bieden, terwijl het systeem mensen zoals deze gedetineerde eenvoudigweg niet kan helpen."
Een paar dagen daarvoor was een gevangene die een uitgaansvergunning had gekregen, niet teruggekeerd. Die twee feiten op korte tijd, mevrouw de minister, komen boven op een lange reeks problemen in de gevangenis van Wortel. Naast de gedetineerden zelf klagen de cipiers ook steeds vaker dat de agressie naar hen toeneemt. De personeelstekorten blijven structureel. Enkele weken geleden heb ik u ook ondervraagd over de defecte camera's. In juli legden de cipiers nog het werk neer vanwege geweld door gedetineerden. Kortom, de situatie in Wortel is werkelijk onhoudbaar geworden.
Ik heb daarom enkele vragen.
Kunt u wat meer toelichting geven over de precieze omstandigheden van die zelfmoord?
Een ex-gedetineerde gaf aan dat de geestelijke gezondheidszorg in Wortel inadequaat is of zelfs niet beschikbaar voor mensen die ondersteuning nodig hebben. Wat is daarop uw reactie?
Kunt u toelichten hoeveel gevangenen die in de gevangenis van Wortel verblijven, geïnterneerd zijn en geestelijke gezondheidszorg nodig hebben, hoeveel zorgpersoneel ter beschikking staat en op welke manier die geestelijke gezondheidszorg wordt geboden?
Alain Yzermans:
Het incident in de gevangenis van Wortel brengt zowel gedetineerden als cipiers in opspraak en ondergraven het imago van ons detentiesysteem. Een tragisch voorval heeft plaatsgevonden waarbij een gedetineerde zichzelf van het leven beroofde, nadat hij - volgens de media - was blootgesteld aan wangedrag door bewakers. Dit incident maakt deel uit van een bredere geweldsproblematiek en onveiligheid binnen de muren van de gevangenis. Zijn dit uitwassen van de overbevolking die die wederzijdse spanningen doen oplaaien tussen een groeiend aantal kwetsbare gedetineerden en het personeel dat onder enorme druk niet altijd adequaat reageert? Alleszins maken we hier als overheid een slechte beurt , een zoveelste knauw in het vertrouwen van ons rechtssysteem.
Vragen voor de minister van Justitie;
Welke maatregelen worden er genomen om de veiligheid en geestelijke gezondheid van gedetineerden in gevangenissen te waarborgen, vooral na de recente zelfmoord? Is er een voldoende aanbod aan gezondheidszorg in Wortel ?
Hoe gaat u de meldingen van mishandeling en pesterijen, zoals gerapporteerd in de media, onderzoeken en welke maatregelen zijn hiervoor opgesteld?
Hoe zorgt u ervoor dat gevangenissen niet alleen plaatsen van detentie zijn, maar ook effectieve instellingen voor rehabilitatie en re-integratie van gedetineerden? Krijgen onze cipiers voldoende opleiding en weerbaarheidstraining om met dergelijke complexe profielen om te gaan ?
We constateren dat de nog steeds groeiende overbevolking in onze gevangenissen de spanningen doet toenemen. We tellen ondertussen 13.075 gedetineerden. Het aantal groeit ondanks de recente noodwet die van kracht is. Heeft u hier verklaringen voor?
Stefaan Van Hecke:
De gevangenis van Wortel kwam de afgelopen maanden meermaals in het nieuws door ernstige incidenten: een ontsnappingspoging in 2024 via een gat in een celmuur, brandstichting tijdens een protestactie in januari 2025, vechtpartijen en smokkelpogingen in juni, en recent een geval van zelfdoding en een ontsnapping die opnieuw tot een intern onderzoek hebben geleid. Deze opeenvolging van gebeurtenissen legt niet alleen structurele gebreken bloot, maar roept ook vragen op over de werkomstandigheden van penitentiair bewakingsassistenten (PBA's), de opleiding die zij krijgen om met kwetsbare of suïcidale gedetineerden om te gaan, en de interne controlemechanismen.
Daarnaast bereiken ons signalen over een gebrek aan transparantie bij de behandeling van klachten van gedetineerden en over onduidelijkheid over hoe ongepast gedrag van personeel wordt geregistreerd en opgevolgd.
Hoeveel formele klachten werden in 2024 en in 2025 tot op heden ingediend in de gevangenis van Wortel, en hoeveel daarvan hadden betrekking op ongepast gedrag of geweld door personeel? En wat zijn de cijfers in het totaal (alle gevangenissen?
Hoe verloopt de behandeling van dergelijke klachten concreet: door wie worden ze onderzocht, binnen welke termijnen, en welke maatregelen werden het voorbije jaar effectief genomen naar aanleiding van gegronde klachten?
Welke specifieke opleidingen of bijscholingen volgen PBA's met betrekking tot (a) het omgaan met geïnterneerden en psychisch kwetsbare personen, en (b) het herkennen en voorkomen van suïcidale gedragingen? Zijn deze opleidingen verplicht voor alle personeelsleden?
Hoe ziet de evaluatie- en opvolgingscyclus van PBA's eruit? Met welke frequentie vinden functionerings- of evaluatiegesprekken plaats, en welke criteria worden daarbij gehanteerd?
Naar aanleiding van de recente incidenten in Wortel: welke structurele en organisatorische maatregelen werden reeds genomen of zijn gepland om de veiligheid te verbeteren voor zowel gedetineerden als personeel?
Sophie De Wit:
De gevangenis van Wortel kwam de afgelopen maanden herhaaldelijk in het nieuws door ernstige incidenten: een ontsnappingspoging via een gat in de celmuur, brandstichting en vechtpartijen eerder dit jaar, en recent een zelfdoding en een ontsnapping die opnieuw tot een intern onderzoek hebben geleid. Deze opeenvolging van gebeurtenissen wijst niet enkel op structurele problemen, maar roept ook vragen op over de opleiding en ondersteuning van ons gevangenispersoneel.
De penitentiaire beambten staan dagelijks in de frontlinie: zij worden geconfronteerd met overbevolking, agressieve en psychisch kwetsbare gedetineerden, en een hoge werkdruk. Net daarom is het essentieel dat zij via hun opleiding en permanente vorming de juiste instrumenten krijgen om professioneel en veilig te kunnen functioneren.
Is er al meer duidelijkheid over de beschuldigingen aan het adres van de gevangenis en het personeel?
Kan u bevestigen dat de klachten over de omstandigheden in de gevangenis van Wortel hoger liggen dan in andere instellingen?
Welke conclusies trekt u uit uw recente werkbezoek aan de gevangenis en uw ontmoeting met het personeel? Plant u maatregelen om de veiligheid van personeel en gedetineerden te verbeteren?
Hoe beoordeelt u de huidige basisopleiding van penitentiaire beambten in het licht van de steeds complexere werkomstandigheden, zoals in de gevangenis van Wortel?
Wordt in de opleiding voldoende aandacht besteed aan omgaan met agressie, conflicthantering, diversiteit en het herkennen van psychische kwetsbaarheid en suïcidaal gedrag bij gedetineerden?
Welke mogelijkheden bestaan er voor permanente vorming en bijscholing, en hoe worden deze toegepast in instellingen die zwaar onder druk staan?
Annelies Verlinden:
Uiteraard is het overlijden van een gedetineerde door zelfdoding telkens opnieuw een ingrijpende gebeurtenis. Elk suïcidegeval is er één te veel en dat geldt zeker ook in de gevangenis. Zo'n overlijden treft de nabestaanden, maar ook de gevangenismedewerkers, die zich dag in dag uit inzetten om een veilige omgeving te creëren in de gevangenis. Ondanks de blijvende aandacht voor suïcidepreventie en de genomen veiligheidsmaatregelen, voelt zo'n overlijden daarom ook altijd aan als een falen van het systeem.
We moeten erkennen dat de situatie in onze gevangenissen bijzonder moeilijk is. Wortel is daar helaas geen uitzondering op. Dat legt extra druk op zowel de gedetineerden als de medewerkers en beïnvloedt ook het mentaal welzijn van beide groepen. Ik heb zelf recent de gevangenis van Wortel bezocht. Daar heb ik met eigen ogen kunnen zien welke problemen het personeel dagelijks ondervindt.
Uw vragen rond het suïcidebeleid en de opleiding van het personeel geven een belangrijk aandachtspunt aan. Vanuit de penitentiaire administratie bestaan duidelijke richtlijnen en een leidraad inzake suïcidepreventie, die in 2023 volledig werd geactualiseerd.
Daarnaast is sensibiliseringsmateriaal beschikbaar, zowel voor personeel als voor gedetineerden. Gedetineerden hebben ook toegang tot gratis telefonische hulplijnen. Bewust wordt ervoor gekozen penitentiaire beambten of detentiebegeleiders als eerstelijnswerkers in te zetten op de sectie. Zij zijn het eerste aanspreekpunt en ook de eersten die signalen kunnen opvangen wanneer het met een gedetineerde niet goed gaat. Die observaties worden bovendien bijgehouden in observatiefiches.
Er wordt momenteel gewerkt aan de ontwikkeling van de BelRAI, een gestandaardiseerd en wetenschappelijk gevalideerd screenings- en intake-instrument. Dat instrument kan binnenkomende gedetineerden screenen, onder meer om het suïciderisico te detecteren. Het instrument wordt vandaag getest in vijf pilootgevangenissen, meer bepaald Hasselt, Lantin, Jamioulx, Dendermonde en Leuze.
Voor het personeel wordt in de basisopleiding ruim aandacht besteed aan thema's zoals agressiebeheersing, het inschatten van suïciderisico's, statistieken en risicopopulaties, maar ook het herkennen van waarschuwingssignalen en de principes die gelden bij het detecteren ervan. Daarnaast komen depressie en een gepaste reactie binnen de detentiecontext aan bod. Die basisvorming wordt aangevuld met supervisie, intervisie en bijscholing, zodat medewerkers blijvend worden ondersteund.
Er loopt momenteel een pilootproject rond suïcidepreventie in vier penitentiaire inrichtingen, meer bepaald in Brugge, Mechelen, Merksplas en Ieper. Medewerkers volgen daarbij via e-learning zeer gerichte vorming.
Voor wie werkt op een psychiatrische afdeling zijn er bovendien specifieke zorgtrajecten rond omgaan met psychisch kwetsbare personen. Er worden ook korte flitstrainingen over suïcidepreventie georganiseerd.
Collega Van Hecke, met betrekking tot de opvolging en evaluatie wordt het bewakingspersoneel jaarlijks geëvalueerd op basis van duidelijke prestatie- en ontwikkelingsdoelstellingen. De gevangenisdirectie kan daarin bepaalde accenten leggen, in functie van het beleid dat zij binnen haar inrichting wil voeren. Waakzaam zijn voor suïcide kan als concreet actiepunt worden opgenomen in het kader van de evaluatie.
Het functioneren van personeelsleden wordt bijgestuurd aan de hand van tussentijdse functioneringsgesprekken.
Collega's, uw vragen over de geestelijke gezondheidszorg in de gevangenissen en de bijbehorende bezorgdheden zijn uiteraard zeer relevant. Dat is niet alleen een uitdaging in de gevangenis van Wortel, maar ook in andere gevangenissen. Ik deel die bezorgdheid met u. Daarom werk ik nauw samen met mijn collega van Volksgezondheid en met de deelstaten om gespecialiseerde zorgteams op te zetten, zoals eerstelijnspsychologen en andere gezondheidszorgorganisaties. Toch moeten we erkennen dat vandaag de noden groter zijn dan het aanbod en dat alle actoren blijvend moeten investeren in zorgpersoneel en aangepaste begeleiding.
Samen met collega Vandenbroucke onderzoek ik op welke manier de gezondheidszorg, en dus ook de geestelijke gezondheidszorg, kan worden overgeheveld naar de FOD Volksgezondheid. Tijdens deze legislatuur zullen daartoe twee pilootprojecten worden geïdentificeerd.
Het is zo dat de gevangenis van Wortel veel gedetineerden met complexe problematieken huisvest. Vaak worden psychisch kwetsbare personen naar Wortel overgebracht, omdat daar nog monocellen beschikbaar zijn. Velen van hen hebben dus nood aan geestelijke gezondheidszorg en het huidige aanbod is ontoereikend. Er is wel permanent medisch personeel aanwezig, aangevuld met psychologen en maatschappelijk werkers, die ook werken aan re-integratie.
Collega Dillen, met betrekking tot uw vraag naar het aantal geïnterneerden en het zorgpersoneel in Wortel kan ik verduidelijken dat er in Wortel geen geïnterneerden verblijven en dat er dus geen EPI-zorgequipe is tewerkgesteld. De Vlaamse Gemeenschap voorziet wel in ondersteuning – bijvoorbeeld door het CGG – via het strategisch plan voor hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en via de bevoegdheid welzijn, maar dat aanbod is beperkt. Net als in de samenleving is het zorgaanbod onvoldoende groot om aan de noden te voldoen, terwijl de gevangenispopulatie vaak een concentratie is van kwetsbare profielen met een grote zorgnood.
Collega Yzermans, ik ben het met u eens dat gevangenissen niet louter detentieplaatsen mogen zijn, maar ook instellingen voor rehabilitatie en re-integratie moeten zijn. De zware overbevolking en het tekort aan middelen dwingen ons vaak tot voortdurend crisismanagement, waardoor de ruimte om onder veilige omstandigheden aan re-integratie te werken, beperkt blijft. Daarom zetten we tegelijk in op de aanpak van de overbevolking en op een nauwe samenwerking met de deelstaten en met Volksgezondheid. Meer hulp- en dienstverlening en kwalitatieve gezondheidszorg in de gevangenissen zijn essentieel, net als de verdere uitbouw van detentiehuizen.
Het nog te vroeg om over de noodwet definitieve uitspraken te doen. De gevangenisdirecteurs hebben de voorbije weken heel veel adviezen opgesteld die nu ter beoordeling bij de SURB liggen. Dat is het systeem dat we hebben moeten ontwikkelen. In de komende weken zal blijken hoe de SURB met de adviezen omgaat en in welke mate dat aanleiding geeft tot een verdere toepassing van de uitvoeringsmodaliteiten.
Mevrouw De Wit, mijnheer Van Hecke, voor uw vragen over het aantal klachten van gedetineerden tegen personeel moet ik antwoorden dat die klachten niet centraal worden geregistreerd en dat het onmogelijk is om daarover een globale uitspraak te doen. In Wortel zijn naar aanleiding van het incident wel twee tuchtprocedures opgestart tegen bewakingspersoneel. Die procedures lopen nog, zodat ik daarover vandaag niets bijkomends kan communiceren.
Mevrouw Dillen, tijdens en voorafgaand aan mijn bezoek aan Wortel heb ik enkele dringende infrastructurele noden vastgesteld waarvoor inmiddels actie is ondernomen, onder meer met betrekking tot de camera’s. Om de defecte camerabeelden op cruciale plaatsen opnieuw te activeren, werd een tijdelijk systeem geïmplementeerd dat al operationeel is en positief werd onthaald. Op 26 augustus 2025 kreeg ook het dossier voor de vernieuwing van de cameraserver en de update van de software een positief advies van de Inspectie van Financiën.
Het dossier kan nu de administratieve procedure doorlopen. Offertes konden tot 16 september 2025 worden ingediend. De analyse daarvan bevindt zich inmiddels in de eindfase, waarna het gunningsdossier zo snel mogelijk aan de Inspectie van Financiën kan worden voorgelegd.
Daarnaast zijn enkele veiligheidscellen onbruikbaar door beschadiging. De Regie der Gebouwen heeft intussen een aannemer aangesteld om de gevandaliseerde cellen te herstellen. Die aannemer start de werken momenteel op.
Voorts loopt een dossier om twee bestaande, maar momenteel niet bruikbare strafcellen in vleugel A te renoveren. Ook dat dossier werd via de officiële kanalen ingediend bij de Regie der Gebouwen en doorloopt de administratieve procedure voor opname in de prioriteitenlijst.
Marijke Dillen:
Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister. We weten allemaal dat de situatie in alle gevangenissen bijzonder schrijnend is, maar in Wortel is het nog veel ernstiger dan elders. Er is een nijpend personeelstekort, de agressie neemt toe, de infrastructuur is onveilig, het ziekteverzuim is extreem hoog en er doen zich veel arbeidsongevallen voor.
Daarnaast is er, zoals u zelf aangaf, een complexe gedetineerdenpopulatie. Er verblijven blijkbaar geen geïnterneerden, maar er zijn toch een heel aantal gedetineerden met een bijzonder complexe psychiatrische problematiek. Ook verblijven er veel gedetineerden zonder verblijfsrecht. Dat maakt de situatie voor het personeel daar werkelijk onhoudbaar.
U zegt dat er inmiddels een aantal acties werd ondernomen om dringende noden op te vangen, zoals het camerasysteem en twee van die cellen. De situatie in Wortel gaat echter veel verder. Ik vind dat u, samen met uw collega, bevoegd voor de Regie der Gebouwen, meer inspanningen moet leveren om daar met hoogdringendheid werk van te maken, want het personeel is werkelijk op. Die mensen moeten onder steeds zwaardere arbeidsomstandigheden werken. Zij merken niets van de verbeteringen. Zij geven duidelijk aan dat de situatie voor hen onhoudbaar is. Velen overwegen om deze gevangenis te verlaten en elders te gaan werken.
Alain Yzermans:
De situatie is schrijnend. Een aantal initiatieven die nu worden genomen, sluiten goed aan bij de vraag van vandaag. Er staan enkele vulkanen – op het vlak van de hulpverlening en personeelstekorten bijvoorbeeld – op uitbarsten. Het zou wellicht goed zijn om een monitoring per gevangenis op te starten en een alomvattend rapport op te stellen, dat duidelijk maakt waar de tekorten liggen en op welke manier die kunnen worden aangepakt. Zo kan per detentiehuis een voortgangsrapport worden opgesteld op alle verschillende niveaus, van de gebouwen tot het welzijn. Ik doe slechts een suggestie.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister de situatie is ernstig en schrijnend. Ik wil inpikken op één element van uw antwoord. U zei dat de klachten niet worden bijgehouden. Dat zou eigenlijk niet mogen, want hoe kan vanuit het beleid worden beoordeeld hoe een en ander verloopt als er geen cijfers worden bijgehouden? Ik vraag me dan ook af hoe de commissies van toezicht te werk moeten gaan als er geen cijfers beschikbaar zijn. Of beschikken de commissies van toezicht wel over cijfers, maar betreft het enkel klachten die specifiek bij hen worden ingediend? Als we het belangrijk vinden dat de commissies van toezicht hun werk grondig kunnen doen, lijkt het mij essentieel dat dergelijke gegevens aan hen ter beschikking worden gesteld. Indien die cijfers niet worden bijgehouden, is dat een belangrijk werkpunt.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik zou kunnen herhalen dat de situatie schrijnend is, maar dat is al voldoende gezegd. Ik steun het idee om alles goed te blijven monitoren, niet alleen in Wortel, maar in alle gevangenissen. We kunnen niet zomaar overgaan tot de orde van de dag. Het is een grote uitdaging, eentje die we elke dag opnieuw zullen moeten aangaan, vrees ik.
Voorzitter:
Chers collègues, les questions n os 56007723C et 56007803C de M. Frédéric Daerden sont transformées en questions écrites. Il en est de même pour les questions jointes n os 56008072C et 56008561C de Mme Sophie De Wit et de M. Alexander Van Hoecke, de la question n° 56008106C de M. Anthony Dufrane. Les questions jointes n os 56008242C, 56008277C et 56008532C de M. Alexander Van Hoecke et de Mme Sophie De Wit sont reportées. Les questions n os 56008549C et 56008590C de M. Julien Ribaudo, les questions jointes n os 56008637C et 56008700C de Mme Sophie De Wit et de M. Paul Van Tigchelt ainsi que la question n° 56008682C de Mme Sophie De Wit sont transformées en questions écrites.
De kritieke toestand van de gevangenis van Lantin en de stavaza na de brand van 29 mei
De renovatie van de gevangenis van Hoei en van Lantin
De maatregelen na de brand in de gevangenis van Lantin
De staat van Belgische gevangenissen na recente branden en renovaties
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 23 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De kritieke toestand van de gevangenissen Huy (overbevolkt, brandveiligheidsrapport met 66 zware tekortkomingen) en Lantin (verwoest door brand, dode brandweerman, gebrek aan warm water, douches en veilige infrastructuur) blijft onopgelost, ondanks bekende risico’s en eerdere waarschuwingen van minister Vanessa Matz zelf toen ze nog oppositielid was. Matz bevestigt noodherstellingen in Lantin (stabiliteit veilig, maar herstel vertraagd door gerechtelijk onderzoek) en kleine conformiteitswerken in Huy (€915.000 geïnvesteerd), maar structurele renovaties (Huy pas voor na 2026, Lantin onbepaald) en een belooft cadastre van staatsgebouwen blijven uit, terwijl overbevolking en onderbezetting de crisis verergeren. Critici (Daerden, Schlitz) hekelen het gebrek aan urgentie: het systeem is "aan grondverlies", met mensonwaardige omstandigheden voor gedetineerden en personeel, dodelijke risico’s (cf. brand Lantin) en geen visie op preventie of alternatieven voor opsluiting, terwijl de regering meer gevangenisplaatsen wil zonder rekening te houden met resocialisatie of recidivecijfers. De minister belooft prioriteit voor veiligheid en een masterplan, maar concrete tijdlijnen, budgetten en verantwoordelijkheden ontbreken, terwijl de humanitaire en structurele crisis in de gevangenissen acute actie vereist.
Frédéric Daerden:
Madame la ministre, je poserai les deux questions en une. Elles portent sur le même sujet: l'état de salubrité et de sécurité de nos prisons, et en particulier celles de Huy et de Lantin.
Le 29 mai dernier, l'incendie à la prison de Lantin, qui a coûté la vie à un pompier, a révélé une nouvelle fois les défaillances majeures de nos infrastructures pénitentiaires. Depuis, le quotidien des détenus comme celui du personnel s'est encore dégradé! Buanderie et cantine détruites, zone entière inutilisable, absence d'eau chaude, suppression des préaux, accès limité aux douches: autant de dysfonctionnements qui nourrissent un climat explosif, si je puis dire, dans un établissement déjà marqué par la surpopulation et les sous-effectifs.
À Huy, la situation est tout aussi critique. Rappelons qu'en janvier 2024, alors que vous étiez encore députée, lorsque mon collègue Hervé Rigot a interpellé le secrétaire d'État Mathieu Michel, vous dénonciez la prison de Huy comme une poudrière indigne d'un État de droit, et vous pointiez et je vous cite "un rapport incendie accablant, évoquant 66 infractions graves et la menace de fermeture brandie par le bourgmestre". Aujourd'hui, madame la ministre, vous n'êtes plus députée, vous êtes en charge de ces infrastructures, avec le pouvoir de changer les choses. Pourtant, la rénovation à Huy reste renvoyée à l'après 2026, si mon information est bonne, et pour ce qui est de Lantin, l'incendie a confirmé tragiquement des failles connues depuis longtemps. Alors, permettez-moi de vous poser quelques questions.
Confirmez-vous que la rénovation complète de la prison de Huy reste renvoyée à l'après 2026, ou envisagez-vous désormais un calendrier plus rapide? Quelles mesures d'urgence avez-vous décidé de mettre en œuvre en concertation avec votre collègue de la Justice pour sécuriser les établissements les plus vétustes, et notamment ceux de Huy et de Lantin? Pouvez-vous nous dire aujourd'hui quelles décisions concrètes, chiffrées et datées, vous entendez prendre pour résoudre cette situation? Quelles expertises techniques sont-elles menées à la suite de l'incendie pour évaluer les dégâts structurels et la sécurité du site? Quelles sont les mesures urgentes déjà engagées, tant pour restaurer les espaces illustrés que pour améliorer les conditions de vie et de travail dans l'enceinte? Quel est le calendrier de réhabilitation et de rénovation complète des zones touchées? Plus globalement, comment entendez-vous assurer une gestion préventive et résiliente de nos infrastructures pénitentiaires pour éviter qu'un tel drame ne se reproduise?
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, je renvoie à la version écrite de ma question.
Madame la ministre, le 29 mai 2025, un incendie survenu à la prison de Lantin a amené à la mort d’un pompier ainsi que plusieurs blessés. Je vous avais interrogée sur le sujet et vous m’aviez dit qu’une enquête était en cours tout en renvoyant la majorité de mes questions à vos collègues les Ministres de l'Intérieur et de la Justice. Ceux-ci n'ont malheureusement pas été beaucoup plus utiles et se sont renvoyé la balle à l'une et à l'autre.
Je vous avais dès lors fait savoir qu’on reviendrait sur ce dossier à la rentrée. Aujourd’hui, on est à la rentrée et ça fait presque 4 mois que Maxime Goessens nous a quittés. Et depuis; plus aucune nouvelle information n'a été communiquée sur l'évolution de ce dossier.
Vous nous aviez aussi communiqué lors de mon interpellation que vous alliez commander un cadastre de tous les bâtiments de l'État afin que des tragédies comme celle ayant entraîné la mort de Maxime Goessens ne se répètent jamais. Mais depuis, pas de nouvelles.
Je vous pose dès lors ces questions:
Quels développements pouvez-vous nous apporter quant aux études sur la stabilité de la prison suite à l’incendie?
La Régie va-t-elle réaliser un audit technique des bâtiments afin de enfin connaître leurs conformités face aux normes réglementaires?
Quand va-t-on pouvoir enfin voir ce cadastre des bâtiments comme vous nous l’aviez annoncé lors de votre entrée en fonction?
Je vous remercie.
Vanessa Matz:
Madame Schlitz et monsieur Daerden, je vous remercie pour vos questions. Vous devez savoir que, dans les premiers jours qui ont suivi l'incendie du 29 mai à la prison de Lantin, une évaluation des dégâts structurels a été réalisée par un bureau d'études extérieur ainsi que par le service Stabilité de la Régie des Bâtiments. L'analyse a conclu que la stabilité de l'édifice n'était pas menacée. Des mesures de précaution ont été prises, notamment l'allègement du plancher au-dessus des travées qui avaient été touchées. Une procédure d'urgence a été enclenchée pour dégager et remettre en état l'étage ravagé par l'incendie. Toutefois, la zone sinistrée ayant été mise sous scellés, la Régie n'a pu intervenir qu'à partir de la mi-juillet. Les équipes de chantier sont présentes chaque jour et travaillent sans relâche à la remise en état du bloc concerné à ce stade. Il est difficile de communiquer un calendrier précis. L'objectif reste de minimiser la période d'inutilisation des fonctions de ce bloc.
L'enquête sur l'incendie de Lantin est toujours en cours et permettra de déterminer si des aspects de la gestion préventive et résiliente de l'infrastructure sont en cause. Selon les premières analyses, le système de détection incendie et la couverture par caméra ont permis d'identifier l'incendie dès ses premiers instants. Le compartimentage a limité la propagation du feu à la buanderie, démontrant l'efficacité des mesures existantes.
Pour la prison de Huy, bien que celle-ci soit vétuste – et je ne vais pas changer mon discours, monsieur Daerden, au motif que je me trouve, non de l'autre côté puisque je suppose que nous poursuivons le même objectif en ce qui concerne, en tout cas, les prisons –, différents travaux de mise en conformité sont en cours ou prévus, notamment pour la détection incendie, l'éclairage de secours, l'installation du gaz et les tableaux électriques, pour un montant total de plus de 630 000 euros, TVA comprise. Des travaux de compartimentage ont également été engagés pour un coût de 285 000 euros, TVA comprise. La rénovation complète est prévue dans le cadre du plan pluriannuel d'investissement de la Régie des Bâtiments, qui a été validé en mai 2024 et qui devra évidemment l'être à nouveau au cours du conclave qui se tiendra dans la quinzaine.
Toutefois, le plan d'action structurel global de lutte contre la surpopulation, approuvé en juillet dernier, prévoit la rénovation de la prison de Huy et l'augmentation de sa capacité à 96 détenus, tout en examinant l'alternative d'une nouvelle construction avec une capacité supérieure. Ce projet sera repris dans le masterplan 4 encore à établir.
Je tiens à souligner l'engagement des équipes sur le terrain et la priorité donnée à la sécurité des détenus, du personnel et des intervenants extérieurs. Je vous remercie.
Frédéric Daerden:
Je vous remercie pour vos réponses, madame la ministre.
J'ai deux questions qui renvoient à une seule et même problématique, celle d'un système carcéral qui est à bout de souffle et dans lequel la sécurité et la salubrité ne sont plus garanties, ni pour les détenus, ni pour le personnel qui encadre et qui surveille ces détenus.
En janvier 2024, vous aviez raison quand vous dénonciez la prison de Huy comme une poudrière, mais il est vrai qu'à l'époque, vous étiez dans un rôle différent: celui de députée. Aujourd’hui, vous êtes ministre: vous avez le pouvoir – et, j’oserais dire, le devoir – de changer les choses, surtout dans le contexte que nous connaissons. En entendant votre planning des travaux, j'ai vraiment le sentiment que rien n'a bougé, que Huy reste renvoyée à l'après 2026 et que Lantin s'enfonce dans la crise.
Les constats sont en effet connus, mais il ne suffit plus de les répéter en affirmant qu’il faut agir. Il faut désormais passer à l'action et le faire vite. Je serais même tenté de dire directement. En effet, derrière les murs de Huy et de Lantin, il n'y a pas uniquement des bâtiments délabrés, mais aussi des vies humaines qu’il faut protéger. La privation de liberté est déjà une peine. Nous ne pouvons pas accepter une double peine faite d'humiliation, d'insalubrité et d'insécurité.
Permettez-moi de vous le dire avec franchise et avec le respect que je vous porte: je vous trouvais plus engagée lorsque vous étiez députée. Je ne suis pas surpris, car il y a des contraintes. Aujourd’hui, nous attendons de la ministre des décisions à la hauteur de ses propres paroles d’hier.
Sarah Schlitz:
Merci, madame la ministre, pour vos réponses. Aujourd'hui, on voit à quel point la dérive du système carcéral a des impacts sur des vies. On pense évidemment à Maxime et à ses collègues qui ont été blessés, à ses collègues qui, aujourd'hui, sont encore sous le choc du décès et de l'accident survenu à Lantin. Face à cela, ces travailleurs qui chaque jour se lèvent pour aller dans les prisons, doivent y aller avec la peur au ventre. Parce qu'en plus de travailler dans des conditions délétères, dans des climats qui sont extrêmement tendus, dans des conditions matérielles qui ne sont pas à la hauteur des missions qui leur sont confiées, ils savent désormais qu'il peut y avoir des morts dans l'exercice de leurs fonctions. Aujourd'hui, ce système carcéral est totalement à bout de souffle. On voit la détresse des détenus, des familles, des travailleurs. On voit aussi les condamnations dont la Belgique fait l'objet au niveau international. On ne peut plus continuer comme ça. Pourtant, ce que j'entends dans la bouche d'autres ministres, pas dans la vôtre, c'est une fuite en avant. On veut encore augmenter les peines, on veut encore augmenter le réseau de places de prison, sans qu'il y ait le moindre recul sur les taux de récidive. Sommes-nous vraiment plus en sécurité quand davantage de personnes sont en prison et plus longtemps, sachant qu'il n'y a pas de formations – ou très peu et très peu qualitatives – et de perspectives pour l'après qui sont développées en prison ? Je pense que tout le système est à revoir. Au-delà de ce qui s'est passé à la prison de Lantin, je pense que cet événement doit servir de moment de rupture avec cette époque où on laissait à l'abandon les travailleurs, les détenus, les familles des détenus et doit permettre d’entrer dans une ère où on prend de la distance par rapport à la prison. Malheureusement, ce n'est pas encore le cas. Mais je pense que c'est indispensable qu'une voix dans le gouvernement puisse porter ce discours. Je compte sur vous pour le faire.
De bouw van een nieuwe gevangenis in Verviers
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 23 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz kritiseert het geplande PPP-gevangenisproject in Verviers (240 plaatsen, start 2030) vanwege risico’s op vertraging, meerkosten (5-7%) en het ontbreken van een duidelijk budget, terwijl ze pleit voor alternatief gebruik (bv. woningbouw) na de overstromingen en kleinere, effectievere gevangenissen gericht op resocialisatie in plaats van falende opsluiting. Minister Vanessa Matz verdedigt de keuze voor de locatie (centrum, mobiliteit, eigendom Régie) en benadrukt contractuele waarborgen (DBFM) tegen vertragingen, maar kan nog geen budget of definitieve functie (gevangenis vs. strafinrichting) geven—die wordt "binnenkort" ministerieel beslist. Schlitz wijst het project af als kosteninefficiënt en contraproductief, bepleit herallocatie van middelen naar preventie/reïntegratie en noemt Haren als falend voorbeeld. De discussie blijft onopgelost: budget en functie onduidelijk, fundamentele meningsverschillen over gevangenisbeleid vs. sociale aanpak.
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, je renvoie à la version écrite de ma question.
Madame la ministre, la Régie des bâtiments prévoit de lancer un partenariat public-privé pour la construction d'une nouvelle prison de 240 places sur le site de l'ancienne prison de Verviers, aujourd'hui démolie. Le calendrier prévisionnel prévoit une attribution du marché en 2029, le début des travaux en 2030 pour une livraison en 2032.
Sur le choix du partenariat public-privé, au-delà du fait que des retards sont à prévoir comme ce fut le cas pour de nombreux autres chantiers en PPP; il a été établi par la Cour des comptes que ces partenariats subissent des surcoûts de 5 à plus de 7 %. C'est un risque qui pèsera sur les finances publiques pendant 2 ans. Haren, dernier exemple en date de PPP, fait l'objet de vives critiques notamment en raison de son coût réel très élevé et de dysfonctionnements.
Madame la ministre, quel est le budget prévu pour cette reconstruction? Quelles garanties contractuelles et mécanismes de contrôle seront prévus pour éviter les surcoûts et les retards?
Il semble que le choix de réimplanter une prison à cet endroit soit uniquement guidé par le fait que la Régie soit propriétaire du terrain. Il pourrait pourtant apporter beaucoup plus d'avantages à Verviers s'il était affecté à une autre fonction, comme la construction de logements.
Des alternatives ont-elles été explorées afin de trouver un site qui réponde mieux aux besoins fonctionnels et logistiques, d'une prison? Par ailleurs, l'affectation de l'établissement en maison de peines ou en maison d'arrêt n'a pas encore été déterminée, alors que ça change tout en termes de coûts, de logistiques et de ressources policières. Quand sera tranché le choix entre maison d'arrêt et maison de peines? Sur base de quels critères sera-t-il posé?
Je vous remercie.
Vanessa Matz:
Madame Schlitz, en ce qui concerne le budget pour la construction d'une nouvelle prison à Verviers, il est à ce stade prématuré de communiquer un montant précis. Celui-ci dépendra de la validation du programme des besoins du SPF Justice qui permettra ensuite de le définir.
Comme pour les autres projets DBFM, tels que ceux de Marche-en-Famenne et Leuze-en-Hainaut, un contrat DBFM sera signé entre les parties: Régie des Bâtiments, SPF Justice et le prestataire privé. Ce contrat prévoit une répartition claire des risques et responsabilités, notamment en ce qui concerne le respect des délais qui incombent au prestataire.
Le choix de ce site ne repose pas uniquement sur le fait que la Régie des Bâtiments en est propriétaire, même si ça constitue évidemment un atout. Il s'explique également par sa localisation au centre-ville, qui présente des avantages majeurs en matière de mobilité, tant pour les membres du personnel que pour les familles des détenus. Le site retenu présente plusieurs atouts justifiant l'implantation d'un établissement pénitentiaire, ce qui explique qu'aucune étude alternative n'a été menée.
Par ailleurs, des expropriations ont été réalisées afin de faciliter les accès et surtout de garantir la sécurisation du périmètre. Les démolitions liées à ces expropriations sont aujourd'hui quasiment achevées, ce qui montre que les points sensibles ont été identifiés et pris en compte. Enfin, sur l'affectation du site, une note est en cours de validation et devra être finalisée dans les mois à venir par le Conseil des ministres.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, je vous remercie de vos différentes réponses. Je n'en ai pas obtenu en ce qui concerne le choix entre une maison d'arrêt et une maison de peine, mais j'imagine que ce n'est pas de votre ressort.
Vanessa Matz:
(…)
Sarah Schlitz:
Voilà, c'est bien ce que j'imaginais.
Merci de votre franchise. Pour ma part, je ne partage pas votre avis sur l'opportunité de ce projet, tant du point de vue de sa densité que de sa localisation. En effet, j'estime que Verviers a besoin de logements de qualité, à la suite des inondations qu'ont vécues ses habitants.
Selon moi, ce projet de prison nous mène dans une impasse. Nous avons besoin de plus petites structures que Haren, qui ne fonctionne pas. De même, et tous les rapports parviennent à cette conclusion, la prison échoue face à la récidive, alors que l'objectif qu'elle poursuit est de protéger la société. Or c'est à la réalité contraire qu'elle aboutit. J'aimerais qu'on puisse sortir la tête du sable dans ce dossier et allouer les moyens relatifs au système carcéral, qui sont titanesques, à la prévention et à l'accompagnement des personnes condamnées, pour faire en sorte que la réinsertion se déroule au mieux. C'est dans l'intérêt des victimes, réelles et potentielles, et des détenus, mais aussi de leurs familles. Nous savons à quel point l'incarcération produit un impact sur celles-ci, notamment sur le plan financier, mais également du point de vue de l'accaparement du temps et des déplacements.
Nous continuerons donc à suivre ce dossier. Je vous remercie.
Voorzitter:
La question n° 56007964 de M. Gilles Foret a été transformée en question écrite. La question n° 56008009C de M. Vincent Van Quickenborne est reportée.
Het onderzoek naar corruptie in de gevangenis van Haren
Drugs in de gevangenis van Haren en de bedreiging van het personeel
Het onderzoek naar corruptie in de gevangenis van Haren
De grootschalige gerechtelijke operatie in Haren
De personeelsformatie van de gevangenis van Haren en de veiligheid in die strafinrichting
Het onderzoek naar corruptie in de gevangenis van Haren
Corruptie, drugs en veiligheidsproblemen in de gevangenis van Haren
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De grootschalige corruptieoperatie in gevangenis Haren (12 arrestaties, waaronder cipiers en gedetineerden) onthult diepgewortelde drugs- en intimidatieproblemen, waarbij criminelen via druk op personeel en gedetineerden met uitgaansvergunning illegale netwerken binnen de gevangenis bestendigen. Minister Verlinden kondigt verstrengde maatregelen aan: verplichte drugstesten, dronedetectie, anonieme meldpunten, isolatieregimes voor zware criminelen, versterkte screening bij aanwerving en weerbaarheidstrainingen, maar parlementsleden benadrukken dat praktische uitvoering en bescherming van personeel (anonimiteit, psychologische ondersteuning) dringend moeten verbeteren om vertrouwen in het systeem te herstellen. Overbevolking, onderbezetting en externe dreigingen (brandstichting, agressie) verergeren de crisis, terwijl samenwerking met politie en justitie cruciaal is—met Nederland en Frankrijk als voorbeeld voor strengere controles. Critici vrezen dat corruptie en drugshandel zich naar andere gevangenissen verspreiden en dat reïntegratie en werving van personeel in gevaar komen zonder structurele, snelle oplossingen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, in de gevangenis van Haren heeft een grootschalige gerechtelijke operatie plaatsgevonden in het kader van een corruptieonderzoek. Volgens de media – u zult daarover meer toelichting geven – zijn er in totaal 12 mensen opgepakt. Volgens bepaalde bronnen gaat het om onder meer cipiers en andere personeelsleden, maar ook om gedetineerden die hun criminele activiteiten vanuit de gevangenis voortzetten.
Kunt u meer toelichting geven over die grootschalige gerechtelijke operatie? Kunt u de informatie uit de media bevestigen, met name dat het onderzoek zowel gericht zou zijn tegen cipiers en personeelsleden van de gevangenis als tegen gedetineerden? Heeft de gerechtelijke operatie een impact op de gevangenisorganisatie en hoe wordt dat desgevallend opgevangen? Tot slot, hebt u kennis, mevrouw de minister, van andere gevallen van corruptie in andere gevangenissen?
Stefaan Van Hecke:
Ik wil het iets ruimer bekijken. We hebben in de pers gelezen dat penitentiaire bewakingsassistenten, die zelf betrokken zouden zijn bij het binnenbrengen van drugs, het voorwerp zouden zijn van een onderzoek. Ik denk dat we ook naar de bredere aanpak moeten kijken.
Hoe pakken we dat aan? We weten namelijk ook dat er vanuit het criminele milieu soms zware druk wordt uitgeoefend op penitentiaire bewakingsassistenten. Er zijn voorbeelden van wagens die op de oprit in brand worden gestoken. De criminelen weten vaak waar de cipiers wonen. Ze zetten hem of haar, of de familie, onder druk om bepaalde zaken geregeld te krijgen. Hetzelfde geldt voor medegedetineerden die bijvoorbeeld een uitgaansvergunning hebben. Gedetineerden oefenen vaak heel zware druk uit op hun medegedetineerden die naar buiten kunnen. Zij worden onder druk gezet om drugs binnen te smokkelen. Men heeft schrik, want het gaat vaak om zeer zware criminelen. Die druk geldt voor de gedetineerden zelf en voor hun families.
Natuurlijk kunnen we zeggen – dat is een debat voor 1 oktober – dat er aan het einde van de rit een drugtest wordt uitgevoerd. Het probleem in se is echter de vraag hoe die drugs binnenkomen en welke criminele organisatie druk uitoefent op wie om wat te doen.
Beleidsmatig is dat volgens mij een belangrijk punt, waaraan we aandacht moeten besteden. Hoe beschermen we de penitentiair beambten? Kunnen we dat effectief doen? Er zijn er misschien die het gewoon voor het geld doen, maar er is ook het element van druk op personeel en op medegedetineerden.
Mijn vragen gaan daarover. Welke acties worden ondernomen en op welke manier kunnen we dat beter aanpakken? Hoe worden meldingen van bedreigingen of druk opgevolgd? Hebt u weet van druk op gedetineerden met een uitgaansvergunning? Zijn daar meldingen van en hoe wordt dat aangepakt? Met andere woorden, hoe pakt u dat breder aan, gelet op wat er in de actualiteit is verschenen?
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, de feiten zijn door collega Dillen al geschetst. Wat in Haren gebeurd is, de politieactie en de arrestaties, toont opnieuw aan hoe groot de uitdagingen zijn voor ons gevangeniswezen. Ik ben daar toch wel bezorgd over. Waarom? Omdat het nu net Haren betreft. Dat is een nieuwe, moderne instelling, die symbool zou moeten staan voor een veiligere en professionelere detentieomgeving. Zoals collega Van Hecke net zei, zullen penitentiair beambten misschien af en toe verleid worden, niet op een romantische, maar op een verkeerde manier. Ik denk dat ze ook vaak onder druk worden gezet door gedetineerden of door hun entourage. We weten allemaal uit eerdere feiten dat ook hun familieleden soms geviseerd worden.
Zoals collega Van Hecke zei, worden ook gedetineerden met een uitgaansvergunning soms onder druk gezet om nadien een en ander de gevangenis weer binnen te smokkelen. Al die feiten hebben we intussen al vaak gehoord. Ik denk dat dat, mevrouw de minister, het vertrouwen in het gevangeniswezen echt ondermijnt. Een grondige aanpak is volgens mij heel erg nodig. Veiligheid in en rond de gevangenissen is een noodzakelijke randvoorwaarde voor de veiligheid van onze samenleving in haar geheel. Ik heb in dat verband enkele vragen voor u.
Hoe worden de penitentiair beambten vandaag eigenlijk gescreend bij hun aanwerving? We weten dat het, zo heb ik destijds nog aangekaart, in Haren al eens te snel moest gaan. Heeft dat een impact?
Eens ze aan de slag zijn, mevrouw de minister, welke integriteits- en weerbaarheidsmodules zitten er in hun opleiding? Hoe kunnen ze gewapend worden tegen verleiding, druk en intimidatie?
Kunnen we in meldpunten en steunmechanismen voorzien voor personeel dat wordt geconfronteerd met bedreigingen? Wordt dat opgevolgd? Hebt u signalen dat er gedetineerden zijn waarop druk is uitgeoefend wanneer zij penitentiair verlof of uitgaansvergunningen kregen? Welke maatregelen zult u op korte termijn nemen om de instroom van drugs in de gevangenissen tegen te gaan en de problematiek in brede zin aan te pakken?
Tot slot, mevrouw de minister, in Nederland heeft men een verstrengd veiligheidsregime voor de zwaarste drugscriminelen. Zouden we dat ook kunnen overwegen? Is daar een wetgevend initiatief voor mogelijk? Moeten we dat dan niet grondig bekijken?
Alain Yzermans:
Mijn vragen liggen in dezelfde lijn, maar ik wil het nog even benaderen vanuit een algemene filosofie, zoals de heer Van Hecke daarnet deed. Aan de ene kant is het een slag in het gezicht van de goed werkende ambtenaren, de goed werkende cipiers die het beste van zichzelf geven en die zich schamen voor deze toestanden. Ze hebben dat zelf gezegd: dit gebeurt tegen de achtergrond van de overbevolking, ook in de gevangenis van Haren, waar we gedurende een jaar veel berichten hebben gekregen over geweld, binnen en buiten de gevangenis, met betrekking tot deze misdaadscene. Die situatie vraagt om meer aandacht voor beter opgeleid personeel.
Ineens ziet men een landschap ontstaan waarin het misdaadcircuit ook binnen de gevangenis aanwezig is, niet alleen in Haren. Zo komen we in een hybride situatie terecht. De vervaging tussen de misdaad buiten de gevangenis en die binnen de gevangenis vormt eigenlijk een geheel met de maatschappij. Om het met een boutade te zeggen: drugs en de drugshandel dreigen stilaan het gevangenisleven over te nemen. Er zijn contacten, er is een vervaging van waarden en normen, ook ten aanzien van cipiers en personeelsleden. Dat wordt een groot probleem. De drugshandel binnen de gevangenissen maakt steeds meer deel uit van het normale circuit. Ik vind dat alarmerend.
We moeten daar goed over nadenken. Het is inderdaad een opdracht van het beleid om te bekijken hoe we dit kunnen voorkomen. Hoe pakken we het drugsbeleid ten gronde aan? Niet alleen met de drugstesten – dat hebben we daarnet gezegd – die binnen een paar weken goedgekeurd zullen worden. Hoe raken die drugs daarbinnen? Hoe gaat men om met dat soort circuits? Worden die gemonitord? Wordt dat in kaart gebracht? Dat is volgens mij een apart vraagstuk, dat zeker onderzoek vraagt.
Ten eerste is mijn vraag hoe we omgaan met corrumperend gedrag bij dergelijke mensen. Ik denk dat daartegen heel strikt en duidelijk moet worden opgetreden.
Ten tweede, wordt de drugsproblematiek geïnventariseerd, in kaart gebracht en goed gemeten?
De overbevolking, die daarstraks ook tijdens de hoorzitting aan bod kwam, vraagt andere opleidingen en andere screenings, zoals daarnet ook door de collega werd gesteld.
Wat gebeurt er met de personeelsleden die hierbij betrokken zijn? Zijn er schorsingen? Worden zij op non-actief gezet? Hoe gaat men daarmee om?
Uiteraard moeten we ook aandacht hebben voor de bescherming van het bestaande personeel, dat onder druk van die circuits stilaan in een fase van permanente dreiging en intimidatie komt.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, avant toute chose, j'espère que vos équipes et vous-même avez pu profiter de vos vacances. Je suis sûr que nous vous avons manqué et que vous êtes ravie de passer à nouveau des après-midis avec nous à répondre aux questions orales.
Plus sérieusement, la prison de Haren incarnait effectivement la promesse d'une modernisation, d'une sécurisation, du désengorgement de notre système carcéral, de la fermeture de la prison de Saint-Gilles, de meilleures conditions de détention et de meilleures conditions de travail pour les agents.
Aujourd’hui, c’est en réalité tout l’inverse: la prison est surpeuplée, fonctionne en sous-effectif, et la sécurité des détenus comme celle des agents n’y est pas du tout assurée, sans parler de celle des riverains – certains étant même menacés – et des visiteurs, en raison de ce qui gravite autour de l’établissement.
Le point culminant de tout cela a été l’interpellation de 12 agents pénitentiaires pour corruption publique. Une enquête et une information judiciaire sont en cours. Sans être exhaustif, en novembre 2024, la voiture d'un agent a brûlé devant son domicile. Quelques jours plus tard, un cocktail Molotov s'est écrasé sur la façade d'un autre agent. En mars 2025, trois agents ont été agressés. En juin 2025, un ex-détenu a agressé un agent sur le parking de la prison. Le même mois, trois autres agents ont été agressés. Des vidéos circulent aujourd'hui sur les réseaux sociaux et attestent que des "livraisons" sont réalisées par-dessus les murailles de la prison.
Madame la ministre, il faut que cela cesse. Il faut sécuriser les infrastructures de la prison. Il faut assurer la protection des agents. Chaque travailleur – en ce compris les agents pénitentiaires – doit pouvoir travailler dans des conditions décentes, dignes et sûres. La peur n'est pas dans le cahier des charges ni dans le descriptif des fonctions des agents pénitentiaires.
Madame la ministre, que comptez-vous faire pour assurer la sécurité des infrastructures de la prison de Haren? Quelles mesures ont été prises pour assurer un cadre complet suite aux 12 arrestations, puisque cela représente quand même 12 agents? Comment comptez-vous lutter contre ces agressions, tant à l’intérieur qu’à l’extérieur de la prison? Je vous remercie.
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, de voorvallen in de gevangenis van Haren, evenals een aantal feiten van de afgelopen maanden, tonen aan dat de georganiseerde criminaliteit niet stopt aan de gevangenismuren, maar verder reikt. Het is terecht dat u het tegengaan daarvan tot een prioriteit maakt. Daarvoor zijn heel wat extra middelen voorzien en de strijd wordt opgevoerd via tal van initiatieven, zoals het opsporen van telefoons, het jammen van signalen, de inzet van IT-speurhonden, het tegengaan van drugs en drones die worden gebruikt om bepaalde goederen te droppen. Dat zijn allemaal goede maatregelen.
Daarnaast zien we dat er, naast het overgrote deel van het personeel dat uitstekend werk levert, ook problemen zijn met een aantal personeelsleden die onder druk worden gezet.
Mevrouw de minister, hoe worden de cipiers momenteel opgeleid om te kunnen omgaan met intimidaties vanuit het criminele circuit, ook wat betreft deontologie en dergelijke?
Welke plannen bestaan er om de weerbaarheid van het gevangenispersoneel verder te versterken, meer bepaald met betrekking tot de verschillende maatregelen om die criminele circuits in de gevangenis tegen te gaan?
Wanneer zullen mobiele telefoons opgespoord kunnen worden en wat is de exacte timing?
Hoe verloopt de opleiding van de zogenaamde IT-speurhonden, om op die manier die zaken binnen de gevangenismuren aan te pakken?
Voorzitter:
Comme indiqué, d'autres membres qui ne se seraient pas inscrits ont la possibilité de le faire. J'ai une demande de M. De Smet.
François De Smet:
Bonjour, madame la ministre, je vous souhaite une année de travail la plus fructueuse possible. Je me permets de m'insérer dans le débat parce qu'en mars dernier, je vous avais interrogée sur la corruption dans les prisons et à Haren en particulier. Vous m'aviez répondu – je cite – "Les faits de corruption constatés ne connaissent pas de hausse importante" et vous aviez estimé qu'un organe de contrôle comme en France n'était pas à envisager.
Je me demandais si vous étiez toujours du même avis aujourd'hui, puisque les derniers événements nous prouvent – grâce à la forte activité du parquet de Bruxelles – que nous avons réellement affaire à une corruption à large échelle. On va rester prudent compte tenu de l'instruction judiciaire.
Mon collègue l'a dit, d'une part, il y a des faits potentiels de corruption et d'autre part, un climat d'intimidation. Je crains qu'il en soit des gardiens de prison comme des dockers, c'est à dire que ces narcotrafiquants disposent de moyens financiers tellement énormes qu'ils ont une grande puissance corruptive et peuvent se permettre simultanément d'acheter et de menacer. C'est ça qui rend l'appréhension de ce phénomène si difficile.
Allez-vous prendre de nouvelles mesures au-delà de celles qui sont – et je les salue – déjà envisagées par rapport au brouillage des téléphones et à l'isolation des narcotrafiquants? Allez-vous prendre des mesures en particulier par rapport à un organe de contrôle? S'agissant de la prévention de ces faits, allez-vous faire en sorte de ne plus envoyer à Haren des agents formés de manière aussi légère, de manière aussi fragile? Pour avoir visité les lieux, je pense que c'est une partie du problème. Je vous remercie.
Annelies Verlinden:
Collega's, corruptie verweven met drugshandel in onze gevangenissen is helaas geen verre dreiging meer. We zijn niet naïef: corruptie is reëel, sluipend en vormt een bedreiging, niet alleen voor onze gevangenissen, maar ook voor havens, bedrijven, overheidsdiensten en uiteindelijk voor de hele samenleving. Het is een probleem waarbij iedereen bijzonder alert en waakzaam moet zijn. Ondanks de versterking van de fysieke beveiliging in de gevangenissen stellen we vast dat medewerkers steeds vaker worden benaderd, vaak via ogenschijnlijk onschuldige verzoeken, die de deur kunnen openen naar grotere en zwaardere vormen van corruptie.
Ons doel is duidelijk en vastberaden: nultolerantie voor criminele activiteiten in de gevangenissen, medewerkers beschermen, de veiligheid in de gevangenissen garanderen en ervoor zorgen dat detentie geen kader biedt waar illegale handel en activiteiten kunnen gedijen. Dat doen we voor het gevangenispersoneel, maar evenzeer om gedetineerden het juiste kader te bieden en voor de samenleving die rekent op een rechtvaardig en veilig systeem. U zei het goed, mijnheer Yzermans, er wordt inderdaad bijzonder veel druk uitgeoefend, vaak op de meest kwetsbare gedetineerden, om mee te doen aan die illegale activiteiten.
Zoals u terecht aanhaalt, hebben we nood aan een helder beleid, duidelijke regels bij de aanwerving van personeel, opvolging van die regels tijdens de carrière en een stevige, veilige infrastructuur. Op basis van uw vragen wil ik graag de belangrijkste ontwikkelingen en plannen overlopen.
Vooreerst, wat betreft drugdetectie wordt het nieuwe detectiesysteem DrugDetect verder uitgerold. Daarnaast wordt dronedetectie ingezet om het overgooien van pakketten tegen te gaan. Versterkte camerabewaking beveiligt de perimeter. Deze week heb ik daarover nog overlegd met de burgemeester en de korpschef van Brussel, om te bekijken hoe de camerabewaking en de samenwerking met de politie verder kunnen worden versterkt.
We willen de drugsproblematiek bewust breed aanpakken, zowel aan de aanbodzijde en de drugsmarkt als ook het gebruik binnen detentie. Psychosociale behandelprogramma's en initiatieven van Volksgezondheid kunnen gedetineerden ondersteunen bij het afbouwen van gebruik. Bovendien rollen we in de gevangenissen steeds meer drugsvrije afdelingen uit.
Om het druggebruik binnen de gevangenissen beter te kunnen opsporen, hebben we daarnet nog het wetsontwerp besproken dat verplichte drugtesten mogelijk maakt. We zullen de verdere behandeling daarvan op 1 oktober voortzetten.
Dat wetsontwerp heeft twee doelen. Ten eerste, het afbouwen van druggebruik door een verhoogde pakkans en dankzij een combinatie van ontradende, disciplinaire en therapeutische maatregelen. Ten tweede heeft het wetsontwerp een preventieve werking omdat het gedetineerden met een uitgaansvergunning een extra argument geeft om weerstand te bieden tegen de druk om drugs binnen te brengen, zoals we daarnet beschreven. Gedetineerden die drugs gebruiken zijn vaak de eersten die worden geviseerd door criminele netwerken. Een wet die drugtesten kan verplichten, verkleint de kans dat deze gedetineerden onder druk worden gezet. Daarom zijn we ervan overtuigd dat die maatregel uit het wetsontwerp ook een preventieve impact zal hebben.
Voor de begeleiding en behandeling van druggebruikers in de gevangenissen is samenwerking met de deelstaten essentieel, enerzijds omdat zij het aanbod moeten voorzien en anderzijds omdat huisvesting en werk na detentie de sleutelvoorwaarden zijn om herval in druggebruik en criminaliteit te voorkomen. Wat de veiligheid in de detentie-infrastructuur betreft, kan ik meedelen dat we in Haren, maar ook in andere gevangenissen, gerichte maatregelen nemen om de veiligheid te versterken.
Er zijn al aparte cellen voor leden van de georganiseerde misdaad. Mevrouw De Wit, u vroeg nog of we geen speciale regimes hebben, maar we hebben dat al voor high-value targets of die zware criminelen, ook met isolatiecellen. Daarnaast wordt de gsm-sweeping uitgebreid en worden drug- en IT-honden ingezet. We hebben daarvoor een samenwerking met de politie, waarbij we ook de opleiding van de honden moeten organiseren, en we hebben middelen vrijgemaakt om extra drug- en IT-honden te kunnen inzetten. Bovendien zullen de detectiepoorten vaker en strikter worden gecontroleerd en er zullen periodieke audits worden uitgevoerd om de werking verder te verbeteren. Deze week heb ik daarover een overleg gehad met de directeur van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (DG EPI) en opnieuw met de politie om de opvolging van de audits te verzekeren.
De strijd tegen de georganiseerde criminaliteit, ook in de gevangenissen, vraagt een geïntegreerde aanpak. Daarom werken we nauw samen met de politie, de Veiligheid van de Staat en het Crisiscentrum. De gecoördineerde actie van vorige week is daarvan een bewijs.
Naast deze maatregelen kunnen leden van de georganiseerde misdaad op grond van artikel 117, § 2, van de basiswet van 2005 onder een bijzonder individueel veiligheidsregime worden geplaatst. Uiteraard zijn er procedures, en we worden daarbij ook geconfronteerd met procedures van advocaten die in vraag stellen of dat veiligheidsregime wel gepast en verantwoord is. Dat vormt een bijkomend euvel op de weg naar uitvoering.
Verder blijft preventie van bedreigingen en incidenten een prioriteit. We onderzoeken daarbij ook hoe persoonlijke informatie van medewerkers binnen de gevangenissen beter kan worden afgeschermd en hoe de anonimiteit van het personeel beter kan worden gegarandeerd. We zien immers dat cipiers ook buiten, onder meer via hun wagens, onder druk worden gezet. Het aantal incidenten waarbij medewerkers in hun privésfeer worden geviseerd, neemt toe en vraagt om een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak. Daarbij zoeken we voorbeelden en inspiratie bij internationale expertise, zoals in Nederland en Frankrijk, waarnaar u ook verwees, mevrouw De Wit.
Om onze personeelsleden beter te beschermen tegen dreigingen en incidenten werd een nieuwe ministeriële omzendbrief uitgevaardigd over de toegangscontrole bij hoogrisicosituaties. Er wordt ook werk gemaakt van een gerichte aanpak tegen agressie en bedreigingen.
Tot slot wordt, naar analogie van het bestaande systeem van PortWatch binnen de havencontext en bij het douanepersoneel, door het nationaal drugscommissariaat en het gevangeniswezen onderzocht hoe het penitentiair personeel nog beter kan worden beschermd tegen bedreigingen en tegen corruptie en beïnvloeding, onder meer via de ontwikkeling van een anoniem meldpunt voor gevangenissen. De analyse loopt, maar zal uiteraard worden opgevolgd.
Om de weerbaarheid van het personeel te verhogen, wordt tijdens de basisopleiding sterk ingezet op deontologie, communicatie, conflictbeheer, professioneel handelen en het herkennen van kwetsbare relaties. Ook dilemmaoefeningen en simulaties maken deel uit van het opleidingstraject. Deze basisopleiding wordt aangevuld met supervisie en intervisie, zodat medewerkers hun competenties blijvend kunnen versterken en ervaringen kunnen uitwisselen. In samenwerking met het drugscommissariaat ontwikkelen we bovendien een specifieke module voor penitentiair personeel, namelijk een weerbaarheids- en bewustwordingstraining. We investeren ook in het middenkader, onder meer door supervisie en uitwisseling van professionele praktijken te versterken, maar ook door meer personeel aan te werven. Dat is, zoals u weet, een uitdaging.
Om het personeel te ondersteunen zorgen we voor meer zichtbaarheid van psychologische hulp via POBOS en herhalen en verduidelijken we de meldkanalen regelmatig, zodat al het personeel zijn weg kan vinden naar de nodige ondersteuning.
Sinds september 2024 wordt het penitentiair personeel door de federale politie gescreend bij aanwerving. Dat betekent concreet dat elk personeelslid bij de start moet beschikken over een positief veiligheidsadvies, zoals ook voorzien in de wet van 11 december 1998. De screeningsdienst van de politie zal hiervoor een aantal databanken consulteren. Uit veiligheidsoverwegingen worden de specifieke parameters van die screening echter niet vrijgegeven.
Over het gerechtelijk onderzoek met betrekking tot de medewerkers in Haren kan ik geen bijkomende informatie verstrekken zolang het onderzoek loopt. In het belang van het goed functioneren van de organisatie werden wel maatregelen genomen, waaronder tijdelijke toegangsverboden voor de betrokken medewerkers. Die maatregelen hebben geen impact op de operationele werking van de gevangenis en het regime voor de gedetineerden gaat gewoon door.
Chers collègues, nous ne sommes absolument pas seuls à mener la lutte contre la corruption. Nous pouvons compter sur nos partenaires en matière de sécurité, tels que la Sûreté de l’État, le Centre de crise national, la magistrature et les différents services de police. Leur expertise et leurs enquêtes sont essentielles au bon fonctionnement de nos institutions. Je m’engage à poursuivre sans relâche mes efforts en faveur de la sécurité au sein de nos établissements pénitentiaires. Je vous remercie de votre attention.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank u voor uw zeer uitvoerig antwoord en voor de opsomming van een aantal initiatieven die u al genomen hebt of nog zult nemen, een aantal goede initiatieven, die zeker onze steun krijgen. Ik meen echter dat er een tandje bijgestoken mag worden om die maatregelen in de praktijk om te zetten, zeker nu we opnieuw geconfronteerd worden met een geval van corruptie, gelinkt aan het drugmilieu.
Ik begrijp dat de druk op de cipiers zeer groot kan zijn wanneer zij bedreigd worden in hun privéleven. Daarom is het belangrijk om meer maatregelen te nemen dan vandaag gebeurt om de anonimiteit van de cipiers te waarborgen. Ik heb deze week nog gesproken met cipiers. Ze zeggen dat het allemaal wel mooie woorden zijn, maar dat er in de praktijk nog maar weinig van te merken valt. Dat is toch iets wat bij hoogdringendheid moet worden ingevoerd.
De gebeurtenis in Haren is heel belangrijk, zoals ook andere sprekers hebben gezegd, want die ondermijnt het vertrouwen in justitie, maar het zorgt vooral voor een negatief beeld van alle penitentiaire beambten, aangezien dat op hen allen afstraalt. De mensen veralgemenen nogal gemakkelijk door elke cipier corrupt te noemen. Ik overdrijf nu een klein beetje, maar ik merk in de praktijk dat de mensen daarover spreken, aangezien het spectaculaire dossiers zijn. We weten echter allemaal dat het over een zeer kleine minderheid gaat en dat de overgrote meerderheid van de cipiers wel op een integere en ernstige wijze werkt.
Sta me toe om nog op te merken dat u niet hebt geantwoord op mijn vierde vraag, of u kennis hebt van gevallen van corruptie in andere gevangenissen.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, dank u wel voor uw antwoorden. U staat inderdaad voor een zeer grote uitdaging. U hebt aangegeven wat er allemaal in de pijplijn zit en welke maatregelen gepland zijn, waaronder een geïntegreerde aanpak. De problematiek zal echt grondig en op korte termijn moeten worden aangepakt, anders loopt u een aantal risico’s.
Ik zie twee grote risico’s. Ten eerste, doordat gedetineerden met een uitgaansvergunning onder druk worden gezet, durven ze op termijn misschien geen uitgaansvergunning meer aanvragen uit schrik om nadien druk te voelen vanwege zware criminelen binnen de gevangenismuren. Dat zou heel jammer zijn voor de re-integratietrajecten en voor de overbevolking, want het sorteert een averechts effect.
Een tweede risico is dat, als de problematiek niet bij de wortel kan worden aangepakt, de druk op het personeel op den duur zeer hoog wordt. Het is al niet evident om voldoende medewerkers te vinden die aan de slag willen in onze gevangenissen. Als blijkt dat de druk op het personeel zo hoog wordt dat er onder meer chantage wordt gepleegd, wordt het nog moeilijker om kandidaten te vinden, zeker wanneer daar uitgebreid over wordt bericht in de media. Dat zijn twee gevolgen die op de lange termijn rampzalig kunnen zijn voor het penitentiaire beleid dat we willen voeren.
Los van de discussie ben ik het ermee eens dat we niet mogen stellen dat alle cipiers omkoopbaar of corrupt zijn, absoluut niet. Ik denk echter dat de druk, in combinatie met de aanwezigheid van zware criminelen die die druk uitoefenen, een zeer belangrijke factor is. Daarom denk ik ook dat het verschijnsel niet beperkt zal blijven tot Haren. We mogen niet naïef zijn: dat zal zich ook in andere gevangenissen voordoen.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, er wacht ons inderdaad een gigantische uitdaging, niet alleen voor de gevangenis van Haren, maar ook voor de andere gevangenissen. Ik word een beetje teruggekatapulteerd in de tijd. Ik herinner mij nog dat voor de opening van de gevangenis van Haren alles snel moest gebeuren. Alle rekruteringen vonden plaats op één jobdag, de opleiding volgde pas later. Dat lijkt me toch een kwetsbaar punt. Ongetwijfeld werden daar goede, gemotiveerde mensen aangeworven, maar misschien ook anderen die niet weerbaar genoeg waren, de jobinhoud onderschatten of onvoldoende gescreend werden.
Het is tegenwoordig niet eenvoudig om gevangenispersoneel te vinden, zeker niet in de huidige werkomstandigheden en -context. Toch blijft het belangrijk om te waken over een goede screening van het gevangenispersoneel. Dat blijft essentieel, ook in het belang van de penitentiair beambten zelf. Het doel is niet enkel om mensen met verkeerde bedoelingen te vermijden, maar ook om na te gaan hoe weerbaar iemand is om in zo’n context te werken. Nog los van alle andere uitdagingen, staat er een grote opdracht te wachten. We zullen dat zeker mee opvolgen.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, u staat voor een gigantische operatie. Het vertrouwen van de burger hangt samen met de resultaten van het beleid. Dat vertrouwen is de laatste jaren afgenomen. Ik denk dat er voldoende inspanningen worden geleverd om nu een begin te maken en dat stemt zeer positief. We moeten het failliet van het gevangeniswezen vermijden. De gevangenissen staan enorm onder druk door de overbevolking en tegelijkertijd dreigt een sluimerende overname door een onderwereld, die via netwerken druk zet op wat zich in de bovenwereld afspeelt. Dat moet zeker worden vermeden.
De aanpak vind ik zeer goed: aanklampend, preventief, geïntegreerd en resultaatgericht. Het belang van preventie en vooral van ondersteuning en onderstutting van ons personeel mag niet onderschat worden. De sociale onderhandelingen die nu lopen, kunnen daarin een oplossing bieden. Het sneller invullen van de kaders en het herbekijken van de barema’s kunnen daarbij helpen.
Ik denk dat het personeel nu alle steun nodig heeft, ondanks de enkelingen die dreigen ten prooi te vallen aan aanlokkelijke voorstellen van mensen uit criminele netwerken. Er ligt dus veel werk op de plank.
Khalil Aouasti:
Merci, madame la ministre, pour vos réponses complètes. Je demeure toutefois inquiet, car j'ai entendu très peu d'informations quant à la manière opérationnelle dont vous allez assurer la sécurité des alentours de la prison de Haren et de sa muraille. Comment faire en sorte que des objets qui sont aujourd'hui envoyés parfois depuis des propriétés privées ou depuis la voirie, avec des inscriptions au sol pour indiquer le meilleur endroit et le meilleur angle d'envoi, puissent être mis en défaut? Je n'ai entendu d'interventions ni de la part du SPF Justice, ni de la Régie des Bâtiments afin de sécuriser cette prison, et cela m'inquiète.
Je suis aussi inquiet quant à l'intérieur. Vous avez dit que des mesures étaient prises pour assurer la continuité du service dans la prison de Haren: quelles sont-elles? Cette prison était déjà en sous-effectif, malgré une occupation quasiment complète. Nous connaissons en outre les difficultés pour recruter les agents pénitentiaires. Comment avez-vous suppléé à ces 12 agents pénitentiaires afin d'assurer un fonctionnement optimal?
Au-delà de la lutte contre le narcotrafic et les trafiquants, qui est essentielle, il y a la question de la sécurité de ces agents, dans la prison et en dehors de celle-ci. Des concertations sociales seront nécessaires. Je vous avoue que votre réponse manque de mesures concrètes.
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord en de opsomming van de vele initiatieven die worden uitgerold of op stapel staan. Die zijn natuurlijk noodzakelijk om de georganiseerde criminaliteit, ook in de gevangenissen zelf, tegen te gaan.
Het is goed om u te baseren op verschillende sporen: enerzijds door te kijken naar technologische en andere hulpmiddelen, anderzijds door zeer specifiek de drugsproblematiek in de gevangenissen aan te pakken. Daarnaast zijn initiatieven om het personeel te ondersteunen en weerbaar te maken belangrijk. Die maatregelen moeten ertoe leiden dat de gevangenis geen vrijplaats is, maar een plek waar de georganiseerde criminaliteit niet verder kan blijven functioneren.
Julien Ribaudo:
Merci, madame la ministre, pour votre réponse. La drogue est un fléau qu'il faut éradiquer car il a des conséquences graves sur notre société. On le voit dans nos rues et dans nos prisons. Dans le cas de Haren, nous devons laisser faire la justice, comme vous l'avez dit, mais ce cas risque de se reproduire.
Aujourd'hui, dans un article, des dockers du port d'Anvers se confient et parlent de la pression exercée sur eux et sur leurs familles, du harcèlement qu'ils subissent de la part de tous ces gros réseaux. Les agents pénitentiaires et l'ensemble des travailleurs dans nos prisons vivent la même chose. Ils ont peur car leur sécurité n'est pas garantie, dans la prison et en dehors de celle-ci. Il suffit parfois de rien, d'un écart conscient ou pas, d'une faiblesse dans leur situation personnelle, pour qu'ils deviennent des proies.
Lorsque nous parlons avec les agents, ils nous interpellent entre autres sur le manque de formation des agents. Des jeunes rentrent, sans aucune formation véritable, dans une prison qui vit un contexte de surpopulation et de sous-effectif. Ce sont deux ingrédients de la corruption. Je vous remercie pour vos réponses par rapport au développement de modules de formation. C'est une très bonne chose. Mais le souci premier qui apparaît lorsqu'on parle avec les représentants des travailleurs, c'est que ces agents n'ont pas l'opportunité d'aller suivre ces formations car les équipes sont en sous-effectif. C'est un problème urgent qu'il faudra traiter et nous continuerons à vous interpeller sur ce dossier. Je vous remercie.
Voorzitter:
Aan de orde is vraag nr. 56006135C van de heer Van Lommel. Hij is niet aanwezig.
De dringende herstellingswerken in de gevangenis van Lantin na de zware brand van 29 mei
De slechte staat van de gevangenis van Hoei en van Lantin
Renovatie en herstel van verouderde en beschadigde Belgische gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De brand in gevangenis Lantin (29 mei) veroorzaakte een dode en zware schade, met herstelkosten van €1 miljoen (gefinancierd via spoedprocedures en overbevolkingsprovisie), maar de oorzaak is nog onder onderzoek en verzekeringsdekking ontbreekt (FOD is eigen verzekeraar). Minister Verlinden ontkent kennis van de gemelde €250.000 voor detentiecapaciteit en benadrukt langetermijnplannen via Masterplan 3/4 (o.a. sloop Lantin-toren, nieuwbouw Huy), maar concrete timing ontbreekt—kritiek op verouderde infrastructuur en mensonwaardige omstandigheden blijft onverminderd, met oproepen tot structurele budgetverhoging (nu €744 miljoen/jaar). Kernpunt: Acute nood aan herstel en investeringen botsen op chronisch gebrek aan middelen en politiek draagvlak.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mevrouw de minister, op 29 mei woedde een zware brand in de gevangenis van Lantin die was uitgebroken in de centrale wasruimte. Bij deze bluswerken kwam helaas een brandweerman om het leven en liepen drie andere brandweerlui ernstige verwondingen op.
Dringende herstellingswerken zijn nodig om de detentiecapaciteit van de gevangenis te behouden en om te vermijden dat de overbevolking in andere gevangenissen zou- toenemen. Uit berichten blijkt dat de totale kostprijs wordt geraamd op 1 miljoen Euro. 600.000 zou daarvan besteed moeten worden aan dringende herstellingen aan de infrastructuur. 150.000 zou nodig zijn om verloren of beschadigd materiaal te vervangen. Om de detentiecapaciteit te behouden zou nog 250.000 Euro uitgetrokken moeten worden.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende de oorzaak van deze brand?
Kan de minister meer toelichting geven betreffende de totale kostprijs van deze herstellingswerken?
Op welke wijze zullen deze herstellingswerken worden gefinancierd? Aangezien de herstellingswerken het gevolg zijn van een zware brand en we ervan uit mogen gaan dat deze gevangenis behoorlijk verzekerd is tegen brand en alle hieruit voortvloeiende gevolgen: wat is de omvang van de financiële tussenkomst van de verzekeringsmaatschappij waar de brandpolis werd afgesloten?
Wanneer deze tussenkomst onvoldoende is om de nodige herstellingswerken uit te voeren: zullen er bijkomende budgetten worden vrijgemaakt binnen de begroting om deze onvoorziene uitgaven te financieren?
Wanneer zullen de dringende herstellingswerken worden uitgevoerd? Is er hier reeds een planning opgesteld? Graag meer toelichting.
In de nota staat dat er nog eens 250.000 euro zou moeten worden uitgetrokken om de detentiecapaciteit te behouden. Kan de minister hierover meer toelichting geven? Wat is hier het oorzakelijk verband met de brand en de hieruit voortvloeiende schade? Over hoeveel plaatsen gaat het?
Frédéric Daerden:
Madame la ministre, le coût journalier d’un détenu est passé de 146 euros en 2017 à 170 euros en 2023, pour un budget global de 744 millions d’euros. Ce débat sur la soutenabilité du modèle carcéral a refait surface, et vous avez même évoqué la possibilité de faire contribuer financièrement les détenus à leurs frais de détention.
Mais avant de parler de contribution financière, il faut rappeler l’essentiel: depuis quelques années, nous savons que la situation de certaines prisons est intenable. Elle met en danger des femmes et des hommes, détenus comme personnel. Et qu’a-t-on fait? A priori , rien.
À Lantin, l’incendie du 29 mai a révélé une fois de plus la vétusté des infrastructures et leurs conséquences dramatiques. Quant à la maison d’arrêt de Huy, dès janvier 2024, mon collègue Hervé Rigot, député PS, avait interpellé le secrétaire d’État Mathieu Michel à propos d’un rapport incendie accablant – 66 infractions, dont plusieurs majeures. La réponse de l’époque renvoyait toute rénovation à l’après-2026. Deux ans plus tard, rien n’a changé.
Dès lors, madame la ministre, pouvez-vous nous préciser quel est aujourd’hui le plan d’investissement concret pour la prison de Lantin afin de garantir la sécurité et la dignité dans cet établissement?
Où en est le Masterplan pour Huy et quel calendrier réel pouvez-vous présenter?
Ne pensez-vous pas qu’avant de songer à faire payer leur détention aux prisonniers, la priorité absolue doit être de leur assurer des conditions humaines et dignes, comme l’exige notre Constitution et nos engagements internationaux?
Enfin, que comptez-vous entreprendre avec votre collègue chargée des infrastructures, Mme Vanessa Matz, pour apporter une réponse conjointe et crédible à cette crise, qui dépasse largement les seuls aspects organisationnels et relève aussi de choix budgétaires et politiques?
Annelies Verlinden:
Geachte leden, ik kan op dit ogenblik geen verdere details geven met betrekking tot de oorzaak van de brand in de gevangenis in Lantin, aangezien het onderzoek nog loopt. De FOD is zijn eigen verzekeraar. De herstellingen worden uitgevoerd via de Regie der Gebouwen. Er is dus logischerwijze geen tussenkomst van verzekeringsmaatschappijen.
De werkzaamheden voor het herstellen van de gevolgen van de brand verlopen via een spoedprocedure die goedgekeurd is door de Inspectie van Financiën. De werken zullen allicht meerdere maanden in beslag nemen. Via de interdepartementale provisie (IDP) Overbevolking werd 1 miljoen euro vrijgemaakt om tegemoet te komen aan de dringende behoeften. De administratie heeft geen kennis van een bedrag van 250.000 euro voor het behoud van detentiecapaciteit.
Monsieur Daerden, à long terme, dans le cadre du Masterplan 3, il a été décidé que la tour de Lantin serait démolie et remplacée par un projet à un autre endroit. Par ailleurs, une proposition pour le reste du site sera également faite dans le cadre du Masterplan 4. Ce dernier en cours de préparation. Comme décidé dans le Masterplan 3 bis , le meilleur scénario pour la prison de Huy est actuellement à l'étude: soit une rénovation avec extension, soit une nouvelle construction ailleurs. Le projet concret sera présenté dans le Masterplan 4 qui est en cours.
Toutes les remarques formulées dans le rapport des pompiers à charge de la Justice ont été entièrement levées, et un nouveau plan d’intervention d’urgence a été rédigé. Une partie des remarques concernant la Régie des Bâtiments ont été levées selon un phasage, tandis que d’autres travaux sont encore en cours. Certaines remarques ne pourront être levées qu’à l’occasion des travaux de rénovation de grande envergure de la prison. Un travail important est en cours par la mise en œuvre des Masterplan existants et la préparation des prochains.
Un arrêté royal fixe les normes minimales auxquelles nos prisons doivent se conformer. L'objectif est que d'ici 2039, toutes les prisons respectent cet arrêté.
En complément de l’entrée en vigueur de la loi d’urgence, des task forces ont poursuivi leur collaboration avec des partenaires tels que la Régie des Bâtiments, les Affaires étrangères, les services de la Santé et d’autres acteurs, afin de mettre en place des mesures structurelles à moyen et long termes dans la lutte contre la surpopulation carcérale. Par ailleurs, une commission dédiée à cette problématique a été récemment créée. Elle doit présenter une proposition finale d'ici 2028, avec des rapports intermédiaires prévus.
Ce n'est un secret pour personne que cela est très difficile dans le contexte de la crise actuelle et face à la forte surpopulation dont nous souffrons aujourd'hui. Une concertation continue est menée avec la ministre Matz et ses services, tant au niveau de la cellule politique que de nos administrations. Les Masterplan mentionnés ci-dessus ont été élaborés conjointement. En outre, les mesures d'urgence développées dans le cadre de la task force Capacité ont également été conçues et mises en œuvre conjointement.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.
Ik heb toch duidelijk begrepen dat u zegt – in weerwil van wat er in de media is verschenen – geen kennis te hebben van het feit dat er 250.000 euro zou moeten worden uitgetrokken voor het behoud van de detentiecapaciteit? Ik begrijp dus niet goed dat dat wel zo in de media is verschenen.
Frédéric Daerden:
Merci madame la ministre pour vos réponses. J'entends votre volonté d'aller de l'avant. J'entends aussi votre prise de conscience de la nécessité d'agir pour une justice plus respectueuse, plus solide et plus humaine. Mais, vous l'avez vous-même reconnu, il faudrait un milliard supplémentaire pour la Justice. Je pense que vous savez vous-même que vous ne l'aurez pas. J'entends vos réflexions. J'entends qu'il n'y a pas d'échéancier. Je crains qu'il y ait une forme de double peine pour les détenus, en les enfermant dans des conditions insalubres. Il ne peut pas non plus y avoir de peine pour celles et ceux qui travaillent dans ces structures. Ils méritent de se sentir protégés et respectés. Nos prisons, nos magistrats et nos policiers ont besoin de moyens réels. Je veux conclure en vous le disant avec respect: je ne doute pas de votre volonté sincère de bâtir une justice solide et respectueuse mais, chacun le voit, vos collègues vous contraignent à la construire sur du sable.
De onhoudbare situatie in de gevangenis van Gent door de toenemende overbevolking
De staking in de gevangenis van Gent en de aanhoudende personeelstekorten
De staking in de Gentse gevangenis naar aanleiding van dubbele shiften en ziekenhuisbewaking
Gevangenisproblemen in Gent: overbevolking, personeelstekorten en stakingen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Gent kampt met acute overbevolking (470 gedetineerden op 299 plaatsen, +60%) en personeelstekorten (10 VTE tekort), wat leidt tot sancties voor weigerende gedetineerden (59 rapporten in 2024, waaronder isolatie) en stakingen door overbelaste cipiers. Minister Verlinden erkent dat de noodwet geen structurele oplossing biedt en wijst op een nieuwe commissie voor een langetermijnplan, maar benadrukt dat politietaken (zoals ziekenhuisbewaking) nog steeds ten laste van cipiers vallen door capaciteitsgebrek bij de federale politie. Kritiekpunten: klachtenprocedures zijn ondoorzichtig, taakverschuivingen verergeren het tekort, en tijdelijke maatregelen (zoals versnelde aanwervingen) bieden onvoldoende soelaas. De vakbonden dreigen met nieuwe stakingen als er geen concrete verbeteringen komen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de overbevolking in Gent heeft intussen een kookpunt bereikt. De gevangenis heeft een capaciteit van 283 plaatsen, maar op het moment dat ik mijn vraag indiende, verbleven er meer dan 460 gedetineerden.
De gevangenisdirectie heeft blijkbaar ingegrepen. Zo zijn er stevige sancties aangekondigd voor gedetineerden die weigeren een extra matras in de cel toe te laten. Ook nieuwe gedetineerden die zelf weigeren in zo’n cel te verblijven, krijgen een straf. In een recent geval kreeg een gedetineerde vier dagen isolatie opgelegd. Andere sancties zijn het verlies van het recht op familiebezoek, een tijdelijk verbod op buitenwandelingen of de uitsluiting van buitenactiviteiten. Dat werd bevestigd door de woordvoerder van het gevangeniswezen.
Ik heb daarover een aantal vragen.
Kunt u meer toelichting geven bij de evolutie van de overbevolking sinds de ingrepen van de gevangenisdirectie? Hoeveel gedetineerden hebben sinds die ingrijpende maatregelen een sanctie gekregen? Er zijn gesanctioneerde gevangenen die beroep hebben aangetekend tegen de beslissingen van de gevangenisdirectie. Kunt u daar meer informatie over geven? Zijn er al definitieve uitspraken? Wat zijn de resultaten?
In een schriftelijke reactie verwees u naar de noodwet, naar bijkomende capaciteit op middellange termijn en naar de terugkeer van gedetineerden zonder geldige verblijfspapieren. Mevrouw de minister, we weten allebei dat dat geen oplossingen ten gronde zijn. De kritiek vanuit verschillende hoeken op de noodwet neemt bovendien aanzienlijk toe. Hoe kunt u verantwoorden dat die noodwet een oplossing zou bieden voor deze ernstige problematiek?
In Gent gaat het niet alleen om structurele overbevolking, er zijn ook problemen met het personeel. Er zijn meer bepaald ernstige personeelstekorten.
Volgens de vakbonden bedraagt het tekort ongeveer tien voltijdse krachten. Dat leidt bijvoorbeeld tot een zeer hoge werkdruk en tot veiligheidsrisico’s. Op 20 juli heeft de vakbond zijn ergernis kenbaar gemaakt aan de gevangenisdirectie en het gevangeniswezen. De boodschap werd blijkbaar niet goed begrepen, een deel van de cipiers werd nadien immers nog ingezet voor het bewaken van enkele verdachten van een schietpartij in Sint-Niklaas, wat in principe de taak is van de federale politie. Als gevolg daarvan hebben de cipiers tijdelijk het werk neergelegd uit onvrede en een stakingsaanzegging ingediend. Vervolgens vond een nieuw overleg plaats met de gevangenisdirectie. Er werden naar verluidt concrete afspraken gemaakt om het acute personeelstekort aan te pakken. Op papier werden die afspraken vastgelegd, althans volgens de vakbonden. Die afspraken bleken echter voor interpretatie vatbaar en werden in de praktijk niet meteen nageleefd. Het gevolg was dat op 17 augustus het werk gedurende 48 uur werd neergelegd, met het risico op nieuwe stakingsaanzeggingen indien er geen oplossing komt.
Daarom kreeg ik graag wat meer toelichting.
Welke concrete afspraken zijn er gemaakt met de directie en het gevangeniswezen? Waarom werden die afspraken niet nageleefd? Waarom worden er in de gevangenis van Gent cipiers ingezet voor het bewaken van verdachten van een schietpartij? Zoals ik al zei, dat is normaal gezien het werk van de federale politie. Tot slot, welke initiatieven zult u nemen om het personeelstekort in Gent – en in alle andere gevangenissen – structureel aan te pakken, zodat de werkdruk aanvaardbaar blijft en de veiligheidsrisico’s beperkt worden?
Alain Yzermans:
Ik heb ongeveer dezelfde vragen.
Wanneer we spreken over de gevangenis van Gent, waar die 48-urenstaking heeft plaatsgevonden, moeten we dat bekijken tegen de achtergrond van de overbevolking. Er zijn daar momenteel 470 gedetineerden gehuisvest terwijl er een capaciteit van 299 plaatsen is, wat neerkomt op een overbevolking van bijna 60 %. Ook het tekort van 10 personeelsleden – 178 voltijdse equivalenten op 188 voorziene functies – is nog berekend op de oude norm en niet vertaald naar de werkelijke norm.
Mijn vragen zijn grotendeels dezelfde. Hoe zult u het tekort aanpakken? Hoe verlaagt u de werkdruk? Wat wilt u doen om de veiligheid van het personeel in Gent te waarborgen?
Wat met de ziekenhuisbewaking door de politie, die afgesproken is? In de praktijk betekent dit dat er drie shiften van twee mensen nodig zijn. Dat betekent dat er 18 cipiers minder beschikbaar zijn voor de gevangenis. Wanneer zij andere taken moeten uitvoeren, creëert dat een probleem en vergroot het personeelstekort. Daarnaast kloppen sommige cipiers ook dubbele posten. Wat is het antwoord op deze acute situatie?
Annelies Verlinden:
Collega’s, het klopt dat de overbevolking in de gevangenis van Gent bijzonder zwaar weegt op zowel het personeel als de gedetineerden. Dat heeft een negatieve impact op de leef- en werkomstandigheden en op de cultuur binnen de inrichting. Bovendien zet het de samenwerking tussen alle betrokken diensten onder druk.
U verwijst specifiek naar de gevangenis van Gent, maar dezelfde uitdagingen doen zich voor in meerdere, om niet te zeggen vrijwel alle, gevangenissen in ons land. Mevrouw Dillen, wanneer een gedetineerde een celgenoot weigert, kan de directie daarop reageren met een voorlopige maatregel of een tuchtsanctie. Dat is geen nieuw fenomeen.
Ook in periodes zonder overbevolking werd een weigering beschouwd als een tuchtrechtelijke inbreuk, namelijk het niet opvolgen van instructies van het personeel, waardoor het moeilijk wordt de orde en veiligheid binnen de gevangenis te handhaven. Een gevangenisdirecteur kan bovendien geen inkomende gedetineerden weigeren. Hij is er dus toe gehouden een plaats in een cel te voorzien. De directeur tracht daarbij rekening te houden met diverse factoren, zoals taal, roker of niet-roker, nationaliteit en andere individuele bezorgdheden.
Gezien de overbevolking is het aantal beschikbare plaatsen beperkt. Indien de gevangenisdirectie niet zou reageren op dergelijke weigeringen, wordt de situatie in de gevangenis onbeheersbaar en kan de veiligheid niet langer gegarandeerd worden. Van januari tot eind augustus van dit jaar werden 59 rapporten aan de directeur opgesteld wegens het weigeren van een celgenoot of het weigeren om bij een andere persoon op cel te gaan.
Bij zo'n weigering wordt altijd eerst naar een oplossing gezocht, maar als de gedetineerde blijft weigeren, volgt conform de basiswet een tuchtsanctie. Die sanctie kan onder meer een afzondering in de toegewezen verblijfsruimte omvatten of zelfs het verblijf in een veiligheidscel. Conform de wettelijke bepalingen inzake tucht wordt vervolgens op de tuchtrechtelijke hoorzitting een individuele sanctie bepaald. De houding van de gedetineerde speelt daarbij een rol, evenals het al dan niet akkoord gaan met het plaatsen van een medegedetineerde op cel.
Ik verneem dat er doorgaans wordt gereageerd met een effectieve straf of een voorwaardelijke sanctie, onder meer in de vorm van een toegewezen verblijfsruimte. Sommige gedetineerden dienen tegen deze beslissing een klacht in bij de klachtencommissie. Het register inzake de klachtenregistratie is onvoldoende gedetailleerd om uit te maken hoeveel gedetineerden een klacht indienen tegen een tuchtsanctie wegens het weigeren van een mutatie of een medegedetineerde op cel.
Wat de klachtenrechtspraak betreft, verwijs ik naar de databank op de website van de Centrale Toezichtsraad, onder wiens bevoegdheid de klachtencommissies vallen. Daaruit blijkt dat sommige klachten gegrond en andere ongegrond worden verklaard, rekening houdend met meerdere factoren en omstandigheden die individueel worden beoordeeld en in beschouwing genomen.
De noodwet is op 4 augustus in werking getreden. De impact ervan wordt gemonitord, maar we moeten daarbij realistisch blijven. De noodwet zal de overbevolking niet automatisch oplossen. Dat is trouwens nooit de insteek geweest. Het doel was in de eerste plaats om straffeloosheid tegen te gaan. Bovendien is de gevangenis van Gent niet alleen een strafhuis, maar ook een arresthuis. De noodwet heeft als zodanig geen impact op de instroom en aanwezigheid van beklaagden, noch op het grote aantal geïnterneerden.
Voor een holistische en langetermijnaanpak van de overbevolking werd op 20 augustus een commissie opgericht om met de federale actoren van justitie een plan uit te werken voor een duurzame oplossing, waarbij de hele strafrechtketen tegen het licht moet worden gehouden. Het plan moet evidencebased zijn en voorstellen bevatten die de gehele keten van opsporing en vervolging tot straftoemeting en uitvoering in aanmerking nemen. De commissie is begin september gestart met haar werkzaamheden en dient zowel tussentijdse rapporten als een eindrapport af te leveren.
Het personeelstekort en de overbevolking zorgen voor een zware werkdruk bij het personeel. Ik ben me daar terdege van bewust. Collega Yzermans, u stelt terecht de vraag waarom de ziekenhuisbewaking door gevangenispersoneel moet worden uitgevoerd. De wet op het politieambt bepaalt immers dat de politiediensten in principe instaan voor de overbrenging en bewaking van gedetineerden buiten de gevangenis. De federale politie kan die taken pas volledig overnemen zodra ze over voldoende capaciteit beschikt.
Tot die tijd blijven die opdrachten onder de verantwoordelijkheid van het DG EPI. Intussen voert de politie wel al beperkte testfases uit, maar die zijn beperkt in tijd en ruimte. Ik blijf er bij mijn collega voor Binnenlandse Zaken op aandringen om werk te maken van de nodige versterking van de Directie beveiliging (DAB), zodat de politie de wettelijke opdrachten kan uitvoeren.
Om de doorlooptijden van de aanwervingsprocedures te verkorten, wordt de fastlaneprocedure toegepast voor de gevangenis van Gent. Daardoor worden vacatures permanent opengesteld. De schaarste op de arbeidsmarkt maakt de invulling echter moeilijk. We zetten wel extra middelen in om de rekruteringsdienst te versterken, meer selectieprocedures te organiseren en onze employer branding te verbeteren.
Bij een onvolledige personeelsbezetting wordt op dagbasis de werkorganisatie en dagplanning geëvalueerd. Zo nodig worden, met respect voor de basiswet en de veiligheid van het personeel, maatregelen genomen om de werking aan te passen. Het kan daarbij gaan om organisatorische maatregelen, aanpassingen in het dagschema of aanpassingen in het activiteitenschema voor de gedetineerden.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw uitvoerige antwoord, mevrouw de minister.
Ik heb nog twee opmerkingen. Ten eerste, wat het klachtenregister betreft, noteer ik dat de uitspraken onvoldoende gemotiveerd zijn om te kunnen vaststellen op welke basis klachten worden ingediend. Het zou echter niet moeilijk zijn om dat te verbeteren. Het zou nuttig zijn om ter zake een initiatief te nemen. Ik denk niet dat dit heel veel werk voor het betrokken personeel met zich meebrengt.
Ten tweede, ik durf aan te dringen op continu overleg met de minister van Binnenlandse Zaken om ervoor te zorgen dat het bewaken van gedetineerden in een ziekenhuis niet langer op de schouders van de cipiers terechtkomt. Zoals collega Yzermans heeft berekend, zijn er 3 shiften per 24 uur nodig, waardoor veel capaciteit van de cipiers verloren gaat. Dat moet dringend opgelost worden.
Alain Yzermans:
Mijn conclusie is dezelfde: schoenmaker blijf bij je leest. Die taken moeten goed worden bewaakt, anders ontstaat een pervers effect. Enerzijds groeit de overbevolking nog, ook in Gent, anderzijds worden taken toebedeeld waarvoor andere instanties bevoegd zijn. Dat zal de druk op de tewerkstelling en op de cipiers daar alleen maar vergroten. Ik hoorde wel de goede boodschap over de versterking van de DAB.
De bedreiging van een cipier van de gevangenis van Mechelen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Annelies Verlinden bevestigt dat bedreigingen tegen cipiers (zoals het recente incident in Mechelen en eerdere aanslagen met molotovcocktails of trackers) systematisch worden onderzocht via gerechtelijke analyses (COL 6), met mogelijke maatregelen zoals detentieverplaatsing of strengere regimes voor daders. Concrete details over lopende dossiers (zoals camerabeelden of voortgang in het onderzoek naar vernielde cipiervoertuigen) worden om veiligheidsredenen niet vrijgegeven, maar technisch bewijs is overgedragen aan justitie. Ondersteuning omvat psychologische begeleiding en administratieve bescherming, terwijl extra veiligheidsopties (zoals eerder besproken in het Haren-debat) worden onderzocht. Marijke Dillen benadrukt de hoogdringende nood aan tastbare beschermingsmaatregelen, gesteund door vakbonden die eisen dat politieke wil en middelen worden ingezet.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, enkele weken geleden werd een cipier van de gevangenis van Mechelen ernstig bedreigd buiten de gevangenismuren. Onder zijn ruitenwisser vond hij een papiertje met de boodschap – ik citeer letterlijk: "Kutcipier, ik weet u te vinden, blijf weg!"
Dit is het tweede geval van bedreiging van cipiers werkzaam in de gevangenis van Mechelen op toch wel heel korte tijd. Cipiers van andere gevangenissen worden echter ook regelmatig slachtoffer in hun privésfeer. Zo werden molotovcocktails gegooid naar wagens en woningen van cipiers, of werden trackers onder hun wagens geplaatst.
Ik denk dat we het er Kamerbreed over eens zijn dat het absoluut onaanvaardbaar dat cipiers in hun privésfeer aangeschoten wild zijn geworden. Steeds vaker moeten deze mensen, louter omdat ze dat beroep uitoefenen, vrezen voor hun veiligheid.
Mevrouw de minister, kunt u het dossier in Mechelen concreet toelichten? Waren er geen camerabeelden op die parking aanwezig om informatie te verschaffen?
Het is niet het eerste incident, zoals ik al zei. Enkele maanden geleden werd ook een auto van een cipier bekrast. Wat is de stand van dat onderzoek? Zijn de daders daarvan al geïdentificeerd?
Nogmaals, mevrouw de minister, bij hoogdringendheid moeten er efficiënte en concrete maatregelen worden genomen ter bescherming van de cipiers. Ook de vakbonden dringen daar regelmatig op aan. Ik citeer een uitspraak van enkele weken geleden: "Het is echt tijd om de nodige middelen en politieke wil in te zetten." Ik denk, mevrouw de minister, dat dit bij hoogdringendheid uw aandacht moet krijgen.
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, elk dossier van bedreiging of incidenten tegen gevangenisbewakers wordt onderworpen aan een gerechtelijk onderzoek en een analyse van de bedreiging, zoals bepaald in de COL 6 van 2004, die in 2024 is herzien. Op basis van deze analyse bepaalt het Crisiscentrum de beschermingsmaatregelen voor de bedreigde ambtenaren.
In het belang van de veiligheid van de betrokken medewerker kan ik mij niet uitspreken over dit specifieke dossier. Ik kan u wel verzekeren dat alle onderzoeksopdrachten en het technisch bewijsmateriaal zijn doorgegeven aan de bevoegde autoriteiten. De context van deze bedreigingen en daden wordt telkens grondig onderzocht. De FOD Justitie neemt ook administratieve en ondersteunende maatregelen, met name psychologische, om zijn personeelsleden die met dergelijke bedreigingen worden geconfronteerd te ondersteunen.
Wat betreft de maatregelen die uit veiligheidsoverwegingen kunnen worden genomen voor de opdrachtgevers van dit soort bedreigingen, kan ik een overzicht geven. Deze gedetineerden kunnen worden verwijderd uit de inrichting en/of onder een bijzondere veiligheidsmaatregel, ordemaatregel of een bijzonder individueel veiligheidsregime worden geplaatst.
Andere pistes om de veiligheid van ons personeel te kunnen garanderen, worden momenteel onderzocht. Ik heb daar zo-even in het kader van het antwoord op de interpellatie over Haren ook al op geantwoord. Ik dank u.
Marijke Dillen:
Bedankt voor uw antwoord, mevrouw de minister.
De samenstelling van een expertengroep om de overbevolking van de gevangenissen aan te pakken
Het benodigde budget van 1 miljard euro om de overbevolking van de gevangenissen aan te pakken
Beleidsmaatregelen en financiering tegen gevangenisoverbevolking
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De overbevolking in gevangenissen en de trage aanpak ervan staan centraal: minister Verlinden verdedigt de expertengroep (samenstelling bekend, *geen extra budget*, tussentijdse rapporten om de 6 maanden) als structurele oplossing op lange termijn (2028), maar erkent dat *kortetermijnmaatregelen* (zoals de noodwet, repatriëring vreemdelingen en taskforces) parallel lopen. Kritiek van oppositie (Dillen, Yzermans) richt zich op de te lange termijn (3 jaar), het ontbreken van middelen en de dringende nood aan snelle actie, zoals alternatieve straffen (reeds besproken in vorige legislatuur) en versnelde repatriëring (akkoorden met 90 landen, maar *praktische uitvoering* blijft probleem). De minister benadrukt een holistische aanpak (strafrechtketen, voorhechtenis, personeelstekort) en wijst op politieke en maatschappelijke steun als voorwaarde, terwijl de oppositie prioritering van fondsen en concrete stappen (bv. buitenlandse voorbeelden) eist.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, u hebt aangekondigd dat u een expertengroep zou samenstellen die de overbevolking in de gevangenissen moet aanpakken, niet door extra plaatsen te creëren, maar door na te denken over alternatieve vormen van straffen en over structurele oplossingen die op lange termijn effect hebben. Ik heb begrepen dat die expertengroep zal worden samengesteld uit advocaten, magistraten, professoren en procureurs en dat hij tegen september 2028 een definitief rapport klaar moet hebben.
Deze termijn is veel te lang. Het gaat om experten die het strafrecht kennen. Daarenboven heeft de commissie voor Justitie tijdens de vorige legislatuur een uitgebreide bespreking gehouden ter voorbereiding van het nieuwe Strafwetboek. Ook toen werd er gediscussieerd over alternatieve manieren van straffen, niet alleen met de commissieleden, maar ook met vele experten uit diverse hoeken, zoals gespecialiseerde advocaten, magistraten, professoren en procureurs. Ik denk, mevrouw de minister, dat deze expertengroep op veel kortere termijn met resultaten moet komen. De kritiek is dan ook groot. Ik citeer bijvoorbeeld: “Drie jaar wachten is niet haalbaar. Het is nu al vijf voor twaalf. En als we moeten wachten tot 2028, zal het dertig over twaalf zijn.” Of nog: “Intussen blijven we met het probleem van overbevolking zitten, met alle gevolgen van dien, ook voor het personeel.” Gekoppeld aan het grote personeelstekort wordt de situatie in de gevangenissen effectief onhoudbaar, dus moeten er maatregelen op korte termijn worden genomen.
Kunt u meer toelichting geven over deze expertengroep? Welk budget wordt hiervoor uitgetrokken? Dat haast en spoed zelden goed zijn, is algemeen geweten, maar wanneer het probleem zo nijpend is, wanneer cipiers dagelijks het gevaar lopen fysiek te worden aangevallen en wanneer dit land met de regelmaat van de klok wordt veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, mag je verwachten dat dit prioritair wordt behandeld, minstens binnen het jaar. Waarom dan die uitgebreide termijn van drie jaar? Hoe verantwoordt u dat?
Tot slot nogmaals de vraag naar structurele maatregelen op korte termijn. Mevrouw de minister, we hebben het al gehad over de noodwet en ik ga die vraag hier niet meer herhalen, maar er moet dringend meer worden ingezet op repatriëring van criminele vreemdelingen en illegalen, die bijna 45 % van het gevangenisbestand uitmaken. Van hen is 75 % hier illegaal. Daar moeten meer stappen worden gezet. Mijn vraag is dan ook met welke landen er reeds een akkoord werd bereikt. Met welke landen bent u in onderhandeling?
Alain Yzermans:
Ik heb ongeveer dezelfde vraag. Voor het zomerreces is met steun van alle fracties de noodwet goedgekeurd. Ook werd via het paasakkoord aangekondigd dat er een extra injectie van middelen voor een bedrag van ongeveer 55 miljoen euro wordt ingeschreven, gespreid over een aantal bevoegdheden.
Tijdens de vakantie heb ik kunnen lezen dat er volgens de berekeningen 1 miljard euro nodig is om 2.000 plaatsen bij te creëren. Hoe ziet u dat? Hoe wordt dat bedrag ingevuld? In verschillende teksten en mediaberichten lees ik daarover namelijk uiteenlopende informatie. Het gaat echter alleszins om plaatsen om de overbevolking tegen 2030 af te bouwen.
Ik heb ook begrepen dat de noodwet uiteraard dient om de straffeloosheid te verhelpen. De 700 extra plaatsen die kunnen worden gecreëerd, dienen eerder als ontluchting, waardoor de overbevolking netto nog steeds op hetzelfde niveau blijft. Vandaag zien wij zelfs een stijging, ook in het aantal grondslapers.
Mijn vraag richt zich ook op de expertengroep. Het gaat om een evidencebased verhaal waarbij de expertengroep vooral het strafrechttraject, van de strafbepaling tot de strafuitvoering, onderzoekt.
Wat is de strategie daarvoor, inclusief de meest recente tijdlijn? Kon er geen beroep worden gedaan op een aantal interessante insteken vanuit sociaal oogpunt? Ook buitenlandse voorbeelden moeten worden onderzocht. Ze bestaan. Tijdens de studiedag in april 2025 zijn goede voorbeelden naar voren gebracht.
De Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen spreekt over windowdressing. Hoe effectief zal de noodwet zijn? Een deel van die vraag lijkt mij reeds beantwoord.
Hoe zult u het structurele probleem van het personeelstekort binnen de gevangenissen aanpakken?
Annelies Verlinden:
Dat zijn goede vragen, waarvoor dank.
Vooreerst wil ik graag beklemtonen dat het realiseren van het nieuwe Strafwetboek twee legislaturen in beslag heeft genomen, waardoor de complexe dynamieken en processen die leidden tot de actuele penitentiaire overbevolking, en die lang niet alleen tot de competenties van Justitie behoren, niet in kaart werden gebracht.
Daarnaast werd op 26 april jongstleden nog een studiedag georganiseerd op initiatief van Magistratuur & Maatschappij waarbij vele sprekers en actoren hun bezorgdheden hebben geuit aangaande de actuele situatie van overbevolking en ook hun bereidheid hebben uitgesproken om samen te werken aan oplossingen die de hele strafrechtketen in aanmerking nemen. Hun opdracht was duidelijk, en het is precies om die reden dat we bij ministerieel besluit van augustus een expertencommissie hebben opgericht. Die commissie moet niet alleen onderzoeken in welke mate de justitiële actoren hun processen kunnen verbeteren en welke maatregelen moeten worden genomen om de in- en uitstroom en de capaciteit optimaal op elkaar af te stemmen; zij moet ook de processen doorheen de gehele strafrechtketen bekijken. We hebben inderdaad vooropgesteld dat de commissie in september 2028 een definitief rapport moet opleveren, maar dat neemt niet weg dat er ook tussentijdse rapporten en aanbevelingen kunnen en zullen worden gevraagd en opgeleverd. Hoe dan ook zal de commissie om de zes maanden een verslag uitbrengen over haar werkzaamheden.
Collega's, ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat we vandaag heel veel branden moeten blussen vanwege de acute overbevolking, maar dat het absoluut wenselijk is om ook een structurele en duurzame aanpak uit te werken, en dat dat tijd vraagt. Het is onze ambitie om verder te gaan dan louter kortetermijnmaatregelen, maar wel te bouwen aan een breed gedragen, evidencebased beleid dat de overbevolking structureel en duurzaam kan oplossen. Uiteraard neemt dat niet weg dat we ondertussen ook ingrijpen. Alle maatregelen die in het regeerakkoord zijn opgenomen met betrekking tot het oplossen van de overbevolking, de capaciteit en alle andere initiatieven die we zullen nemen, zullen we ook uitvoeren. Het een sluit het ander niet uit; het is niet omdat men op lange termijn kijkt dat men op korte termijn geen initiatieven kan nemen. Dat wil ik hier zeer duidelijk onderstrepen.
De commissie heeft de werkzaamheden aangevat en we zijn uiteraard in overleg. Mochten jullie suggesties hebben voor bepaalde thema's, dan kunnen we die zeker ook meenemen. Ik denk zelf bijvoorbeeld aan het onderzoek naar de voorlopige hechtenis. Verschillende systemen die in andere landen bestaan, kunnen we tegen het licht houden. We hebben niet alleen veel mensen zonder wettig verblijf in onze gevangenissen, maar ook een relatief hoog aantal mensen dat voorlopig gehecht is in vergelijking met het buitenland. Ook daar zouden we naar moeten kijken. Dat doet men natuurlijk niet met kortetermijnoplossingen of door branden te blussen, maar door er grondig over na te denken. Dat is precies de bedoeling van die commissie.
U vraagt ook naar het budget dat werd voorzien voor de commissie, mevrouw Dillen. De experten, van wie velen al als magistraat of als ambtenaar in loondienst zijn bij Justitie, zullen voor deze werkzaamheden niet extra worden vergoed. Er zijn daarom geen specifieke werkingsmiddelen voorzien, maar het DG EPI van de FOD Justitie voorziet in ondersteuning van de commissie.
Het is sowieso ook een feit dat de commissie het probleem van overbevolking alleen niet zal oplossen, maar wel de bedoeling heeft om aan de oplossing bij te dragen. Daarnaast werd een globaal plan voor de structurele aanpak van de overbevolking opgesteld. Dat plan werd goedgekeurd door de ministerraad van 18 juli, met al die taskforces. Daar hebben we het eerder al over gehad: de taskforce capaciteit, de taskforce terugkeer en de taskforce geïnterneerden. Deze taskforces hebben voor de verschillende deelaspecten van detentie, maar ook voor de overbevolking, actieplannen opgesteld die de komende maanden en jaren worden uitgevoerd.
Ook de noodwet is een instrument daarin. Ik heb dat daarstraks al gezegd. Het is nooit de insteek geweest om met de noodwet een structurele oplossing te bieden voor de overbevolking, maar wel om de noodmaatregelen die eerder buiten een reglementair kader in lopende zaken werden genomen, een wettelijk kader te geven. Zo kan bijvoorbeeld het verlengd penitentiair verlof worden afgeschaft en kan de opschorting van de uitvoering van gevangenisstraffen tot en met drie jaar worden stopgezet. Op die manier wordt een antwoord geboden op de straffeloosheid van dat verlengd penitentiair verlof en de niet-tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen tot drie jaar. De noodwet is overigens het resultaat van een politiek compromis in de regering en het Parlement. Uiteraard zullen we de uitkomst en de resultaten daarvan monitoren. Het is te vroeg om daar nu conclusies uit te trekken, maar we zien bijvoorbeeld wel dat het aantal mensen in verlengd penitentiair verlof afneemt. Dat is een concreet gevolg daarvan.
Wat uw vraag betreft over de repatriëring van mensen zonder recht op verblijf, binnen de EU kunnen overbrengingen plaatsvinden tussen alle 27 lidstaten op basis van het Europees kaderbesluit van 2008 en de wet van 15 mei 2012. Voor landen buiten Europa gebruikt België het Verdrag van de Raad van Europa van 1983. Daarnaast zijn er tien bilaterale verdragen met onder meer Marokko, Albanië en Kosovo. Overbrengingen zijn mogelijk met ongeveer 90 landen, waardoor de juridische basis voor het overgrote deel van de overbrengingen gewaarborgd is. De uitdaging zit vaak in de praktische uitvoering, zowel bij de landen van herkomst als bij onze eigen diensten, die voldoende versterkt moeten worden.
Er worden gezamenlijke missies voorzien naar prioritaire landen van herkomst. Samen met mijn collega bevoegd voor Asiel en Migratie zal ik naar Albanië en Kosovo gaan. Er wordt ook een missie voorbereid naar Marokko in het kader van een whole-of-governmentbenadering.
Bovendien zal met het bijkomend verworven geld door het paasakkoord de dienst belast met de tussenstaatse overbrengingen versterkt worden met zeven vte's in het kader van de IDP Overbevolking. De prioriteit gaat daarbij uit naar overbrengingen binnen Europa, in het bijzonder naar Nederland, Frankrijk en Roemenië, maar ook naar derde landen zoals Marokko en Albanië.
We mogen geen enkele oplossing of bijdrage aan de oplossing voor die overbevolking uitsluiten. Dat is ook niet wat we doen. Enerzijds zijn er de ingrepen op korte termijn, in uitvoering van het regeerakkoord, namelijk een aantal nieuwe maatregelen die we hebben moeten nemen, zoals de noodwet. Tegelijkertijd moeten we op lange termijn nadenken over dit probleem. Dit probleem bestond al minstens tien jaar vóór mijn aantreden als minister, en misschien zelfs al enkele decennia. Het is dus niet verkeerd om ook experten te raadplegen en te bekijken welke oplossingen zij voorstellen.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik begrijp dat de expertengroep inmiddels is samengesteld. Wat de professoren betreft, zijn dat dezelfde professoren die ons op een zeer goede wijze hebben begeleid bij alle besprekingen over het nieuwe Strafwetboek tijdens de vorige legislatuur.
Er komt geen extra budget, zo heb ik begrepen. U rekent dus in feite een beetje op vrijwilligers, want de werklast bij de magistraten is vandaag al zeer hoog, zoals we allemaal weten. Worden ook de advocaten geacht hieraan belangeloos deel te nemen?
Nogmaals, ik blijf het herhalen: drie jaar is veel te lang. U zou eens de verslagen van de besprekingen van de commissie voor Justitie in het kader van het nieuwe Strafwetboek moeten lezen. Daar is uitvoerig gesproken over onder andere alternatieven. Er is dus voldoende informatie aanwezig. Ik vind dat dit toch op een veel kortere termijn moet gebeuren.
Ik noteer voor de zoveelste maal dat u voor deze problematiek geld gebruikt dat u hebt gekregen in het kader van het paasakkoord. Ik vind dat dat geld op veel domeinen wordt besteed. Zo'n groot fortuin hebt u ook niet gekregen, mevrouw de minister. Ik vrees dat u prioriteiten moet stellen.
Tot slot heb ik begrepen dat deze expertengroep regelmatig verslagen aan u moet bezorgen. Ik denk – en daar richt ik mij ook tot de voorzitter – dat het zinvol kan zijn om deze verslagen hier eveneens regelmatig te bespreken zodra ze beschikbaar zijn.
Alain Yzermans:
Ik ben blij te horen dat er ook tussentijdse rapporten komen en dat we niet tot 2028 moeten wachten om de expertengroep te kunnen helpen met opvolgen. Het gaat uiteraard om een holistische benadering; daarin volg ik u volledig. In de eerste plaats gaat het om infrastructuur en alle bijbehorende vormen. Ook de diepgaande langetermijnoefening rond de in- en uitstroom binnen de strafrechtketen wordt nu door experten ten gronde bekeken. Ik heb al eerder gezegd dat, gezien de legislatuuroverschrijdende initiatieven en de tijd die nodig is, er ook binnen de politieke partijen een commitment moet bestaan om dat toe te laten. Ik denk dat een duurzame relatie met de vakbonden nodig is om grondig na te denken over het kader en de opwaardering van het personeel om dit te blijven ondersteunen. Waarom zouden we ook niet kijken naar goede voorbeelden, of een combinatie daarvan? Er is bijvoorbeeld een groot verschil tussen wat in Nederland gebeurt en wat in Scandinavië gebeurt. Ook is een maatschappelijk debat nodig over wat een gevangenis vandaag de dag moet betekenen. We moeten wat uit de ratrace stappen om dit grondig aan te pakken. De pijnpunten, zoals u zegt, zoals de voorhechtenis, zijn een zeer goed uitgangspunt. Ook de problematiek rond sans-papiers en de interneringen die we vanmiddag hebben besproken, verdient aandacht. Kortom, het gaat om een en-enoplossing. Ik zou graag – maar ik zal dat misschien schriftelijk vragen – een duidelijk beeld krijgen van wat dat miljard betekent dat u in totaal hebt gevraagd.
Het uitzitten van gevangenisstraffen van criminele vreemdelingen in hun land van herkomst
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De overbevolking in Belgische gevangenissen (waarbij 1/3 van de gedetineerden illegaal in België verblijft) kan volgens Vlaams Belang sterk verminderen door meer buitenlandse criminelen naar hun herkomstland te laten uitzitten. Minister Verlinden bevestigt 45 overbrengingen in 2025 (niet 12) maar wijst op terugval door verminderde Nederlandse medewerking, terwijl ze diplomatieke druk en 7 extra VTE’s inzet voor versnelde repatriëring (focus op Marokko, Albanië, Kosovo). Proactieve identificatie via databanken en informatiecampagnes lopen, maar concrete resultaten blijven afhangen van buitenlandse samenwerking. Dillen benadrukt dat systematische repatriëring de sleutel is om de crisis op te lossen.
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
In de media kunnen we lezen dat er vorig jaar slechts 90 niet-Belgen hun gevangenisstraf uitzaten in hun land van herkomst.
Dit jaar zou dat getal nog significant gedaald zijn. Op heden zouden dat voor 2025 (de eerste 8 maanden) slechts 12 personen zijn.
De problematiek van de overbevolking binnen de Belgische gevangenissen is de minister bekend.
Ongeveer 1/3de , oftewel om en bij de 3.500, van alle gevangenen verblijft illegaal in dit land.
Criminele vreemdelingen hun gevangenisstraf laten uitzitten in het land van herkomst, hetgeen door het Vlaams Belang reeds decennialang wordt voorgesteld, kan een belangrijke factor zijn in de strijd tegen de overbevolkingsproblematiek binnen de Belgische gevangenissen.
Kan de minister de voormelde cijfers bevestigen?
Welke maatregelen en initiatieven gaat de minister ondernemen om ervoor te zorgen dat meer criminelen hun gevangenisstraf kunnen uitzitten in hun land van herkomst?
Gaat de minister hiervoor extra personeel aanwerven? Werden hiervoor bijkomende budgetten voorzien? Graag enige toelichting.
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, de cijfers waarover u beschikt vereisen enige nuance, maar ik deel uw analyse dat dit mede aan de basis ligt van de structurele overbevolking en dat we daar actief op moeten inzetten. Dat is voor het gevangeniswezen dan ook een prioriteit.
In 2025 hebben we tot op heden 45 – en dus niet 12 – gedetineerden overgebracht naar hun land van herkomst voor het uitzitten van hun Belgische straf. Voorlopig staan er voor september en begin oktober nog 13 overbrengingen ingepland. Belangrijk daarbij te vermelden is dat de medewerking van Nederland begin 2025 fors is afgenomen. In 2024 waren er op dit moment van het jaar al 20 overbrengingen naar Nederland, tegenover slechts 6 in 2025. Daarom heb ik herhaaldelijk overlegd met mijn Nederlandse ambtgenoten, aangezien de bevoegdheid in Nederland ondertussen door verschillende personen is ingevuld. Ook op diplomatiek niveau zijn stappen gezet om de samenwerking op korte termijn opnieuw te versterken. Mijn Nederlandse ambtgenoot heeft daarvoor een engagement gegeven, maar het is nu nog afwachten welke effecten dat op het terrein heeft. Ik zal dat nauwgezet blijven opvolgen, want het is een belangrijke aangelegenheid.
Om gedetineerden zonder recht op verblijf en die mogelijk in aanmerking komen voor een tussenstaatse overbrenging te identificeren en dossiers op te starten, heeft de bevoegde dienst van de FOD Justitie toegang tot Sidis Suite, de databank van het DG EPI. Naast de bevoegde dienst werken ook de griffies, de directies van de gevangenissen en de Dienst Vreemdelingenzaken proactief mee aan de identificatie van personen die mogelijk in aanmerking komen voor een tussenstaatse overbrenging zonder hun instemming. Alle definitief veroordeelden ontvangen bovendien een informatiebrochure om hen te informeren over de mogelijkheden van een tussenstaatse overbrenging. Die brochure is beschikbaar in twintig talen.
De regering plant gezamenlijke missies. Zelf ga ik naar Albanië en Kosovo. De missie naar Marokko wordt als een prioriteit voorbereid. Daarnaast heb ik beslist om de dienst te versterken met zeven vte's, zoals ik eerder al zei, waarvoor middelen werden vrijgemaakt in de IDP Overbevolking. We geven daarbij prioriteit aan een aantal landen in Europa, aan Marokko en Albanië.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik denk dat we het allebei weten: als daarop versterkt wordt ingezet, als zoveel mogelijk gedetineerden die niet de Belgische nationaliteit hebben en zeker de illegalen worden gerepatrieerd naar hun landen van herkomst, kan een groot deel van de overbevolking in onze gevangenissen worden opgelost.
De aangekondigde sluiting van de gevangenis van Hoogstraten
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Hoogstraten blijft gedeeltelijk open (focus op gespecialiseerde detentie zoals het schoolcentrum), maar het Waterkasteel-sluits deelweg omwille van te hoge renovatiekosten, met uitvoering afhankelijk van een lopend onderzoek door de Regie der Gebouwen (timing onduidelijk). Personeel wordt herplaatst in de Kempense gevangenissen (niet Antwerpen) en er lopen versnelde aanwervingsprocedures (fastlane, startbaanovereenkomsten) om tekorten aan te pakken, terwijl vakantieregeling tijdelijk wordt aangepast om verlof mogelijk te maken. Onzekerheid en onrust bij cipiers blijven bestaan door gebrek aan concrete timing, details over 'gedeeltelijke sluiting' en het aanhoudende personeelsverloop, ondanks beloften van regionale herplaatsing.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, in de gevangenis van Hoogstraten heerst veel onrust. U weet dat ze een uniek project is in het gevangeniswezen, met de werkhuizen, opleidingen en het halfopen regime.
In het voorjaar van 2024 werd zonder overleg met het personeel of de vakbonden aangekondigd dat die gevangenis zal sluiten wanneer de nieuwe gevangenis van Antwerpen zal openen, normaal gezien in 2026, met als argument dat de renovatie te veel zou kosten.
Die aankondiging kwam er ondanks de honderdduizenden euro's die al werden besteed aan onder meer masterplannen en renovatieplannen. Daarna werd aangekondigd dat een deel van het complex operationeel zou blijven tot 2030. Die beslissing, van de vorige minister van Justitie, was eigenlijk onbegrijpelijk, gelet op het grote plaatstekort in onze gevangenissen.
Sindsdien is het muisstil gebleven over de plannen voor een eventuele sluiting. Dat leidt, zoals ik al zei, tot grote ongerustheid bij het personeel, dat in het ongewisse wordt gelaten. De ene dag is er sprake van een sluiting, dan een gedeeltelijke sluiting, en nu wordt weer gezegd dat de oudere gevangenissen toch langer zouden openblijven.
Mevrouw de minister, met mijn vragen wil ik graag meer duidelijkheid.
Wat is de definitieve beslissing?
Indien de sluiting toch geheel of gedeeltelijk zou doorgaan, kunt u toelichten wat er met het personeel zal gebeuren? De vorige minister had beloofd dat niemand van het personeel naar Antwerpen zou moeten gaan, maar over de drie gevangenissen in de Kempen zou worden gespreid. Wat zijn daaromtrent de eventuele plannen?
Door de onzekerheid, gekoppeld aan de moeilijke werkomstandigheden, vloeit steeds meer ervaren personeel af, wat de veiligheid en de werksfeer er niet gemakkelijker op maakt. Sommige cipiers hebben dit jaar nog maar enkele dagen vakantie kunnen nemen omdat hun gevraagde vakantie werd ingetrokken door personeelstekorten. Ik meen dat we het er allemaal over eens zijn dat dat onaanvaardbaar is. Cipiers verdienen meer respect en hebben net zoals iedereen recht op vakantie. Welke initiatieven zult u, specifiek voor de gevangenis van Hoogstraten, nemen om dat probleem op te lossen?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, in het regeerakkoord werd afgesproken om in te zetten op gespecialiseerde detentievormen, zoals het penitentiaire schoolcentrum in Hoogstraten.
Het actieplan van de taskforce Capaciteit, dat deel uitmaakt van het globale actieplan tegen overbevolking, bepaalt dat de gevangenis van Hoogstraten gedeeltelijk openblijft. Ik herhaal dat het actieplan al op 18 juli 2025 werd goedgekeurd door de ministerraad. In samenwerking met de Regie der Gebouwen wordt de praktische uitvoering van het plan onderzocht, maar het staat vast dat de gevangenis slechts gedeeltelijk zal openblijven. De kostprijs van de renovatie van het Waterkasteel staat immers niet in verhouding tot de capaciteit die erin kan worden voorzien. Een dergelijk renovatieproject vereist vanzelfsprekend bijkomende middelen.
Inzake het personeel wil ik bevestigen dat voor hen een functie zal worden gezocht in een van de andere gevangenissen in de Kempen. Gelet op de personeelstekorten blijven de aanwervingen voor de gevangenis van Hoogstraten intussen uiteraard doorlopen. Er worden dus blijvende inspanningen geleverd om het personeelskader verder in te vullen.
Er is bijvoorbeeld een specifieke fastlane-aanwervingsprocedure gelanceerd voor de vier gevangenissen in de Kempen. Naast die procedure loopt ook een specifieke startbaanovereenkomstprocedure om de instroom van kandidaten voor Hoogstraten te verhogen.
Tijdens de vakantie werd en wordt, om het personeel de mogelijkheid te geven verlof te nemen, gewerkt met een aangepaste dienstplanning en activiteitenschema voor de gedetineerden. Dat maakt het voorwerp uit van permanente evaluatie. De directie volgt de situatie aandachtig op en verzekert ter zake een continue en transparante communicatie.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik noteer dat de gevangenis slechts gedeeltelijk zal worden opengehouden. Graag had ik daar wat meer informatie over. Wat betekent gedeeltelijk? Wat is de timing? Een gevolg van die beslissing is dat een deel van die gevangenis zal sluiten. Wanneer zal dat gebeuren? Hoelang zal het onderzoek door de Regie der Gebouwen duren? Al die zaken moeten op heel korte termijn worden uitgeklaard om de ongerustheid weg te nemen bij de cipiers die in Hoogstraten werken. Ik noteer ook dat u heel duidelijk hebt gezegd dat de cipiers die niet meer in Hoogstraten zullen worden tewerkgesteld, niet naar Antwerpen worden overgeplaatst, maar in de regio zelf kunnen blijven werken in een van de drie andere penitentiaire instellingen.
De problemen in de gevangenis van Wortel
De onhoudbare werksituatie in de gevangenis van Wortel
De uitdagingen in de gevangenis van Wortel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Wortel kampt met escalerend geweld, verouderde infrastructuur (kapotte camera’s, defecte veiligheidscellen) en ondersteund, ontmoedigd personeel dat zich onveilig en in de steek gelaten voelt door gebrek aan directie- en politieke steun. Minister Verlinden bevestigt de problemen (bezoek bevestigd), kondigt kortetermijnmaatregelen aan (tijdelijke camera’s, herstel veiligheidscellen, project *"geweldloze cultuur"* via begeleiding gedetineerden/personeel) en wijst op structurele uitdagingen (complexere detentiepopulatie, afhankelijkheid Regie der Gebouwen voor infrastructuur). Dillen en Yzermans benadrukken dat dringende, concrete actie (middelen, transparante communicatie, politieke moed) en betere luisterbereidheid naar het terreinvel noodzakelijk zijn, met twijfel of de genomen stappen voldoende en snel genoeg zijn.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, op 18 augustus werd in de gevangenis van Wortel een cipier bedreigd door een gedetineerde met een glasscherf. Dat zoveelste gewelddelict in een gevangenis is daar ingeslagen als een bom en roept vragen op over de veiligheid van het gevangenispersoneel. Een cipier getuigde bij mij dat de werkomstandigheden door die incidenten van agressie zwaar worden en ontmoedigend werken. Hij hoopt net zoals zijn collega-cipiers op concrete antwoorden en verbeteringen in de gevangenis.
Hoe wilt u de veiligheid waarborgen in de gevangenis van Wortel? Hoe treedt u op tegen dergelijke incidenten en vormen van intimidatie?
Hoe zult u ervoor zorgen dat de infrastructuur voor de gevangenis, inclusief de beveiligingssystemen en communicatiemiddelen, op korte termijn wordt verbeterd? Camera's zijn er kapot en veiligheidscellen defect.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de situatie in de gevangenis van Wortel is werkelijk onhoudbaar geworden. Zware vechtpartijen tussen gedetineerden en het over de omheining gooien van drugs en gsm's zijn er schering en inslag. Het zijn maar enkele voorbeelden.
Incident na incident, telkens opnieuw moet het personeel de chaos ondergaan. Er circuleren online voldoende berichten betreffende de ernst van de recente incidenten. Het is dan ook onnodig te zeggen dat de personeelsleden op hun tandvlees zitten. Ze worden moedeloos, zijn onderbemand en voelen zich, mevrouw de minister, werkelijk in de steek gelaten.
Uit gegevens waarvan ik kennis heb, blijkt dat het gevoel leeft dat de directie het personeel onvoldoende steunt, waarschijnlijk omdat ze zelf te weinig ondersteuning krijgt van het hogere niveau. Met andere woorden, het personeel vraagt dringend actie. Het wil niet liever dan zijn werk kunnen doen in menswaardige en veilige omstandigheden. Er moet dringend extra ondersteuning komen om eindelijk een antwoord te bieden op de specifieke problemen in die gevangenis. Mevrouw de minister, het personeel vraagt de politieke moed om eindelijk alle problemen op het terrein concreet en daadkrachtig aan te pakken en de nodige middelen vrij te maken.
Wat moet er gebeuren in die gevangenis opdat er echt geluisterd wordt naar de almaar toenemende problemen? Welke initiatieven wilt u nemen om oplossingen voor de gevangenis uit te werken? De signalen zijn overduidelijk. U moet echt politieke moed aan de dag leggen en niet wachten tot er iets misgaat.
Daarnaast blijkt uit berichten dat de situatie van de veiligheidscellen bijzonder verontrustend is in de gevangenis van Wortel. Ze zouden vaker buiten gebruik dan beschikbaar zijn. Dat heeft uiteraard een rechtstreekse impact op de veiligheid van het personeel en de gedetineerden. Er zijn dringend herstellingswerkzaamheden nodig. Bent u daarvan op de hoogte, mevrouw de minister? Wat zal er op korte termijn gebeuren?
Daarnaast zijn er verschillende structurele gebreken die de dagelijkse werking en de veiligheid ernstig belemmeren. Hebt u, mevrouw de minister, de gevangenis in Wortel al bezocht, niet om er op te treden tijdens een kort persmoment, maar om echt te luisteren naar alle bezorgdheden en de ernst van de problematiek te beoordelen?
Annelies Verlinden:
Collega Dillen, ik kan bevestigen dat ik de gevangenis al bezocht heb, en niet alleen voor een kort persmoment. Ik heb gesproken met medewerkers in verschillende functies en heb de uitdagingen en bezorgdheden kunnen vaststellen. De leefomstandigheden voor gedetineerden en medewerkers zijn in gevangenissen zeker moeilijk en de gevangenis van Wortel vormt daarop helaas geen uitzondering. Twee weken geleden heb ik dat zelf kunnen vaststellen. Net als in andere gevangenissen wordt de populatie steeds complexer door bijvoorbeeld psychiatrische problemen en druggebruik. Daarnaast kent elke gevangenis eigen uitdagingen en problemen, waaronder infrastructurele problemen, die de Regie der Gebouwen moet oplossen.
Het personeel en de directie brengen inderdaad al geruime tijd de moeilijke werkomstandigheden onder de aandacht en ik kan u verzekeren dat er daadwerkelijk gewerkt wordt om het leef- en werkklimaat te verbeteren. Dynamische veiligheid is daarbij de sleutel. Een correct sanctiebeleid, gebaseerd op bepalingen in de basiswet, sluit daarop aan.
Met het project "geweldloze cultuur" zal zowel met gedetineerden als met personeel aan de slag worden gegaan. Met gedetineerden wordt via collectieve en individuele begeleiding aan hun agressieproblemen gewerkt. Met het personeel worden groepssessies georganiseerd om te bekijken welke acties, op maat van de inrichting, kunnen worden uitgewerkt met het oog op een gunstiger werkklimaat met minder agressie.
Wat de camerabewaking betreft, er werd een tijdelijk systeem geïnstalleerd dat toelaat de cruciale plaatsen opnieuw in beeld te krijgen. Dat werd positief onthaald. Daarnaast is de vernieuwing van de cameraserver en de update van de software lopende. Het aanbestedingsdossier werd recent gepubliceerd en de offertes werden gisteren geopend. Er zijn momenteel drie veiligheidscellen beschadigd of minder geschikt. De Regie stelde een aannemer aan om de volledig gevandaliseerde veiligheidscel in vleugel C te herstellen en die werkzaamheden bevinden zich momenteel in de laatste fase. Er werd ook via de officiële kanalen aan de Regie gevraagd om de twee momenteel niet geschikte strafcellen in vleugel A te renoveren. De administratieve procedure om de werken op de activiteitenlijst van de Regie op te nemen, loopt momenteel in die dienst.
Wat de relatie tussen personeel en directie betreft, investeert de directie verder in een transparante communicatie, zowel met betrekking tot het algemene beleid als met betrekking tot de afhandeling van incidenten.
Alain Yzermans:
Dank u voor de nauwgezette opvolging.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik denk echter dat er meer moet worden ingezet op de communicatie tussen het personeel en de directie. Ik weet echt niet of zij de moed hebben om dat rechtstreeks aan u te zeggen, maar daar loopt fundamenteel een en ander mis, als men daar zijn oor te luisteren legt. Misschien durven ze aan mij meer te zeggen dan aan u als minister. Er moet zeer nauwkeurig op worden toegezien en de directie moet worden gestimuleerd om daar meer werk van te maken. Ik zal dat in elk geval opvolgen.
Het trekken van een tand met behulp van een lepel in de gevangenis van Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De tandzorg voor gedetineerden is onvoldoende door tekort aan tandartsen en ongelijke aanbodverspreiding (bv. Hasselt biedt geen zorg meer, Leuven Centraal kampt met problemen). Minister Verlinden bevestigt initiatieven zoals tariefsverhogingen, samenwerking met universiteiten en een nieuwe tandarts in Leuven, maar mobiele tandzorg en tandartsen in opleiding bieden geen oplossing zonder begeleiding door gediplomeerden. Het probleem is niet enkel budgettair, maar vooral structureel (ook buiten gevangenissen heerst tandartsentekort). Yzermans dringt aan op verder onderzoek en hernieuwd mobiel alternatief waar vaste zorg ontbreekt.
Alain Yzermans:
De titel van mijn vraag is brutaal, maar bepaalde zorgverstrekkingen worden gedetineerden ontnomen, eenvoudigweg omdat ze niet worden aangeboden. Dat werd al meermaals aangekaart.
Er was vanochtend een uitgebreide toelichting over de geestelijke gezondheidszorg in de gevangenissen en het tekort aan zorgverlening. Een van de pijnpunten is het gebrek aan medisch personeel, in het bijzonder aan tandartsen. Tandzorg gebeurt zeer selectief: sommige gevangenissen beschikken over tandartsen, andere niet, of werken met uiteenlopende regelingen. In Hasselt is er zelfs geen opvolging meer. Er wordt geen tandzorg meer toegepast.
Mijn vraag is dan ook zeer pertinent. Hoe zal men de noodzakelijke tandzorg, die een basisrecht vormt van iedere gedetineerde, opnieuw invoeren en opvolgen? Is er nog werk gemaakt van het systeem van mobiele tandartsen als alternatief? Ook in Leuven Centraal is er een probleem. Hoe wordt de situatie rond betere tandzorg in het algemeen opgevolgd en gemonitord? Hoe kunnen maatregelen worden toegepast in zowel Hasselt als Leuven Centraal? Bovendien vraagt men om een groter budget.
Annelies Verlinden:
Mijnheer Yzermans, op het vlak van tandverzorging in de gevangenissen zijn verschillende initiatieven genomen. De tarieven voor de prestaties van de tandartsen zijn aangepast om concurrentieler te zijn. Er werd contact opgenomen met de universiteiten en we publiceren regelmatig in het Vlaams Tandartsenblad .
In Leuven Centraal zou binnenkort alvast een nieuwe tandarts starten. Het oude systeem van mobiele tandverzorging voldeed niet volledig aan de noden. We overleggen momenteel met verschillende universiteiten en partners om te bekijken hoe we het best kunnen inspelen op de behoeften van de gedetineerden.
De piste van tandartsen in opleiding werd besproken, maar het probleem rijst dat zij in de gevangenis enkel tandzorg mogen verlenen wanneer er gelijktijdig een gediplomeerde tandarts aanwezig is. Daardoor is hun inzet onmogelijk in inrichtingen waar geen tandarts beschikbaar is. De gevangenissen weerspiegelen vaak de maatschappij: ook buiten de gevangenismuren zijn tandartsen overbevraagd, en de gevangenissen worden met dezelfde realiteit geconfronteerd.
Er bestaat een gemeenschappelijke strategie voor penitentiaire inrichtingen, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke context van elke inrichting. We blijven echter in grote mate afhankelijk van de situatie in de verschillende regio’s. De problematiek is dus niet louter budgettair, maar betreft vooral het vinden van voldoende tandartsen.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik verheug me dat er stappen worden gezet. Toch blijf ik ervoor pleiten dat men de toegang tot de tandzorg van elke gedetineerde blijft onderzoeken. De idee van mobiele tandartsen is een goed idee. Ik bied het aan als mogelijk alternatief op de plaatsen waar de instroom problematisch is.
De staking in de gevangenis van Haren
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De prison van Haren kampt met extreme onderbezetting (100 vacatures, 14 ontslagen), veiligheidsrisico’s (agressie, overbevolking) en onrustig personeel dat om bescherming (kogelvrije vesten, wapens) en versterking vraagt via een noodkreet-staking. Minister Verlinden wijst wapens af (kiest voor "dynamische veiligheid" via dialoog en interventieteams), belooft nieuwe aanwervingen (30+ kandidaten in pijplijn via Fastlane) en herhaalt dat klachten bij het parket moeten, maar beslissingen daarover buiten haar bevoegdheid vallen. Structurele oplossingen (kaderversterking) blijven vaag, terwijl de crisis escalatie dreigt door slechte werkomstandigheden. De minister ontkent geen urgentie, maar concrete maatregelen blijven beperkt tot lopende wervingsprocedures.
François De Smet:
Je vous ai déjà interrogée à plusieurs reprises sur la situation à la prison de Haren,
Dès le début de votre prise de fonction, vous avez été confrontée à des agressions à l’égard des membres du personnel, qui est depuis sous tension et qui travaille dans des conditions désastreuses.
Vous n’êtes pas sans savoir que les agents réclament cependant davantage de protection, par exemple être muni de gilets pare balle ou de bâtons télescopiques ainsi que de formation, notamment en matière de secourisme, sans parler de renforts au cadre: lors de la toute récente grève en août dernier, les syndicats ont mis en évidence le fait qu’il manque pas moins de 100 équivalents temps plein à la prison de Haren et, que sur les deux derniers mois, il y a eu 14 démissions de membres du personnel.
La prison de Haren prend des allures de volcan sous la menace d’une éruption soudaine, tant les paramètres sont rouges, sans parler de la surpopulation carcérale. On peut partager le point de vue exprimé par les syndicats selon lequel cette grève constitue un appel au secours.
En conséquence, Madame la Ministre peut-elle me faire savoir:
Si elle a reçu les représentants du personnel suite à cette interruption de travail? Si dans l’affirmative, des mesures conjoncturelles puis structurelles de remplissage du cadre sont prochainement prévues? Ce qu’il en est des revendications du personnel en termes de protection de leur intégrité physique en cas d’agressions de détenus? Si les poursuites en cas d’agression sont toujours diligentées par le parquet dès lors qu’il en est informé?
Annelies Verlinden:
En effet, monsieur De Smet, la situation à la prison de Haren est régulièrement abordée au sein du comité supérieur de concertation. Au niveau néerlandophone, une procédure de sélection continue via Fastlane est en cours afin de pourvoir les postes vacants d'accompagnateurs de détention à Haren. Au niveau francophone, une procédure a été lancée à la mi-mars 2025.
Plus de 30 lauréats sont actuellement en attente d'une entrée en fonction et leurs dossiers sont en cours de préparation. Nous prévoyons donc de nouvelles entrées en fonction dans les semaines et les mois à venir. À cet égard, le personnel de Haren est traité de la même manière que celui des autres établissements.
Nous n'approuvons pas l'idée de doter les agents d'armes et d'équipements de protection physique. En revanche, nous encourageons dans l'ensemble de nos établissements la sécurité dynamique basée sur le dialogue, le respect et la clarté des procédures afin de maintenir un climat social humain. Il existe une équipe d'intervention qui est sollicitée lorsqu'une approche plus sécuritaire est nécessaire lors d'un incident ou pour prévenir un incident.
Nous conseillons vivement aux membres du personnel victimes d'un incident de porter plainte. Il appartient ensuite au parquet de décider des poursuites. La direction informe également les autorités judiciaires, conformément à l'article 29 du Code d'instruction criminelle. L'opportunité des poursuites relève évidemment de la compétence du parquet.
François De Smet:
Je remercie Mme la ministre.
Het gebruik van beveiligingsdrones boven de gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De minister bevestigt een tweejarig dronepilotproject in de gevangenis van Haren (budget: 5-7 miljoen/jaar) om overgooierij tegen te gaan, met mogelijke uitbreiding na evaluatie. Dillen kritiseert de lage straffen (niveau 1) in het nieuwe Strafwetboek voor overgooierij als ontoereikend, terwijl Verlinden verdedigt dat alternatieve sancties effectiever zijn dan gevangenisstraffen. Een tussentijdse evaluatie wordt overwogen om versnelde uitrol mogelijk te maken. Kernpunt blijft de spanning tussen technologische beveiligingsmaatregelen en strafrechtelijke afschrikking.
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In de media valt te vernemen dat het gevangeniswezen autonome drones zou gaan inzetten om zijn instellingen te beveiligen.
Het gevangeniswezen zou van plan zijn gebruik te maken van 'drone in a box'-technologie. Dat is een autonoom systeem waarmee een drone zelfstandig kan opstijgen en landen vanaf een vast station.
Het doel zou zijn om de bewaking van gevangenissen te versterken, in het bijzonder in de strijd tegen de overgooierij.
De gevangenis van Haren, die in 2022 werd geopend, zou als testlocatie dienen.
Kan de minister het testen van beveiligdrones boven de gevangenis van Haren bevestigen? Hoelang zal er getest worden?
Is de minister bereid om het gebruik bij een positieve evaluatie uit te breiden naar andere gevangenissen? Zo ja, de welke?
Wat is het stappenplan? Wanneer volgt een eerste evaluatie en wanneer kan een beslissing verwacht worden m.b.t. een eventuele uitbreiding van dit initiatief?
Hoeveel geld werd gebudgetteerd voor dit nieuwe initiatief? Werd dit reeds in de begroting voorzien? Zo nee, wanneer dan wel?
De straffen die in het nieuwe Strafwetboek voorzien zijn ingeval van overgooierij zijn lachwekkend laag (er kan geen gevangenisstraf worden opgelegd). Is de minister bereid om wettelijke initiatieven te nemen om het strafniveau te verhogen? Indien nee, wat is het nut om drones in te zetten tegen overgooierij, als er toch niet adequaat kan gesanctioneerd worden?
Annelies Verlinden:
Er is inderdaad een project uitgewerkt met betrekking tot het gebruik van bewakingsdrones. Eind augustus werd een overheidsopdracht gepubliceerd om een beroep te doen op dergelijke diensten. De potentiële looptijd van de opdracht bedraagt twee jaar. Zoals bij elke test van een nieuwe technologie is het doel op termijn de voordelen en de meerwaarde van een dergelijk systeem te evalueren en bij een positieve evaluatie het gebruik ervan uit te breiden naar andere instellingen.
De evaluatie van het project zal plaatsvinden na de noodzakelijke testperiode. Zoals reeds eerder in deze commissie meegedeeld, werden de nodige budgetten vrijgemaakt voor dergelijke innovatieve projecten die de veiligheid van de detentie-infrastructuur moeten verbeteren. Voor dergelijke projecten voorzien we jaarlijks een budget van ongeveer 5 tot 7 miljoen euro.
In het nieuwe Strafwetboek wordt het overgooien van voorwerpen over de muren of afsluitingen van een gevangenis strafbaar gesteld met een straf van niveau 1. Die strafbaarstelling volgt een coherente logica waarbij straffen evenredig zijn aan de ernst van de ten laste gelegde feiten. Ze maken deel uit van een harmonisch geheel waarin elk niveau van ernst een passende strafrechtelijke reactie krijgt. Bovendien is het toekomstige Strafwetboek gebaseerd op het principe van de gevangenisstraf als ultimum remedium. De straf mag dus enkel worden opgelegd wanneer de doelstellingen van de straf niet op een andere manier kunnen worden bereikt. De nadruk ligt op meer autonome straffen die de rechter kan opleggen als alternatief voor een gevangenisstraf. Het nieuwe Strafwetboek biedt daartoe een gediversifieerd palet aan sancties, onder andere terug te vinden in strafniveau 1. Een breed scala aan alternatieve straffen stelt de rechter in staat de gepastste straf te kiezen. Een optimale straf betekent immers niet alleen dat de sanctie maatschappelijk als rechtvaardig wordt ervaren, maar ook dat ze het best aansluit bij de persoonlijke situatie van de beklaagde. Door de mogelijkheden voor rechters uit te breiden om een andere straf dan een gevangenisstraf op te leggen, bieden de nieuwe opties perspectief op een vermindering van het gebruik van detentie.
Marijke Dillen:
Dank u, mevrouw de minister. De looptijd van dit project bedraagt twee jaar. Zal er een tussentijdse evaluatie plaatsvinden? Wanneer de resultaten daarvan nuttig en positief blijken, kan het systeem volgens mij sneller dan binnen twee jaar ook in andere gevangenissen worden geïmplementeerd. Ten tweede deel ik uw mening absoluut niet over de straffen die in het nieuwe Strafwetboek gelden voor het overgooien. U stelt dat straffen evenredig moeten zijn aan de ernst van de feiten. We hebben het aan het begin van de vragensessie bijvoorbeeld gehad over de problematiek van drugs in de gevangenissen, met alle daaraan verbonden gevaren. Ik ben van mening dat het hier gaat om ernstige feiten en dat dergelijke feiten zwaarder moeten worden bestraft dan enkel met een straf van niveau 1.
De panne van het elektronische systeem in de gevangenis van Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie behandelde twee kritieke veiligheidskwesties: (1) structurele tekortkomingen in de Hasseltse gevangenis, waar een stroompanne leidden tot onveilige situaties (defecte sloten, open saspoort, falende camera’s) en waar de minister tijdelijke oplossingen (extra camera’s via gespecialiseerde firma’s) belooft, maar structurele vernieuwing (via een vertraagde aanbesteding) pas op langere termijn verwacht wordt; (2) de oprichting van een drugsfonds, waarbij inbeslaggenomen criminele vermogens (€40+ miljoen in 2022) exclusief naar justitie/politie moeten vloeien—de minister bevestigt dit regeerakkoord-punt als prioriteit, maar concrete wetgeving en uitvoering blijven nog onduidelijk. Dringendheid werd benadrukt voor beide dossiers.
Alain Yzermans:
Ik kreeg een melding vanuit de gevangenis dat er vorige vrijdag een algemene panne heeft plaatsgevonden. Het ging om een algemene storing van het elektronicasysteem waarop de sloten, het alarmsysteem en de camera’s zijn aangesloten. Men heeft de hele voormiddag handmatig moeten werken, waarbij een aantal sloten wel opengingen en andere niet. Dat heeft volgens mij tot onveilige situaties geleid. De saspoort – de grote ingang – heeft opengestaan. Er zijn gevallen geweest waarin hulp van gedetineerden nodig was om bepaalde sloten te openen. Dat toont aan dat de preventie- en veiligheidsplannen bij storingen niet altijd correct werken. De vraag is dan ook hoe dat kan gebeuren.
Bent u op de hoogte van die situatie? Wat kan men daaraan doen? Op zulke momenten brengt dat niet alleen de veiligheid van het personeel in het gedrang, maar ook die van de gedetineerden en wordt tevens de algemene veiligheid bedreigd. Er blijft bovendien een structureel probleem bestaan rond de camera’s in Hasselt; ik wijs daar al verschillende maanden op. Nog voor de zomer werd vastgesteld dat de helft van de camera’s defect was. Nadien werden er zes camera’s geïnstalleerd die op hun beurt niet meer functioneren.
Hoe zit het met de grote aanbesteding? Wanneer kan dat probleem worden opgelost? Ik verwijs naar Wortel, waar een aantal stappen worden ondernomen om tijdelijke bewakingscamera’s te installeren of gespecialiseerde firma’s in te schakelen. Kan dat ook hier worden ingevoerd? Kunnen die bewakingscamera’s sneller geplaatst worden dan volgens de globale procedure voor de algemene investering? Het camerabeleid in Hasselt kan beter. Het inschakelen van een camerafirma via een raamcontract kan mogelijk tijdelijk een oplossing bieden.
Annelies Verlinden:
Ik deel uw bezorgdheid en heb sinds mijn aantreden de diensten gevraagd om de veiligheidsproblematiek in de gevangenissen prioritair te behandelen. De uitdagingen zijn bijzonder groot en het verbeteren van de verouderde infrastructuur zal ook bijkomende middelen vergen.
Ik heb mijn diensten herhaaldelijk bevraagd over het dossier van de camerabeveiliging in de gevangenis van Hasselt. Eind 2020 werd door de FOD Justitie ten behoeve van de Regie een zwakstroomdossier opgesteld, met als doel de meest kritieke elementen binnen de veiligheidsinstallatie te vervangen, waarvan het goed functioneren van de camerabeveiliging en de slotensturing afhankelijk is. Door vertragingen werd de opdracht pas medio 2023 afgerond.
In het kader van de overheidsopdrachtenprocedure werd in maart 2025 vastgesteld dat het dossier niet kon worden gegund aan de enige ingestuurde offerte wegens een buitensporig hoge prijszetting. Daarover hebben we het ook eerder gehad. Momenteel ligt de nota van de administratie klaar bij de Inspectie van Financiën om een nieuw opgestelde raming goed te keuren. In afwachting daarvan werd actie ondernomen om bijkomende prioritaire camera's operationeel te maken. Daartoe werd aan een gespecialiseerde firma een oplossing gevraagd. Dat dossier loopt en wordt zo spoedig mogelijk uitgevoerd.
Bij algemene stroompannes is de procedure steeds om over te schakelen op een sleutelsysteem en extra walkietalkies in te zetten om de communicatie te behouden. Die procedure werd correct gevolgd. Ik heb mijn administratie gevraagd om de stroompannes en de aanpak ervan verder te evalueren.
Op het Smartvilleraamcontract kan niet worden ingetekend door de FOD Justitie. De eventuele oplossingen die binnen dat contract zouden kunnen worden voorgesteld, zijn niet compatibel met de huidige cameraproblematiek. Het is in eerste instantie de centrale aansturing van de camerabeveiliging die momenteel wordt aangepakt. De problematiek is echter dusdanig complex dat alleen een coherente, allesomvattende aanpak een oplossing kan bieden op de lange termijn. Dat is een absolute prioriteit.
De veiligheid van het gevangenispersoneel staat daarbij uiteraard altijd voorop. Intussen wordt zowel aan een structurele oplossing gewerkt als aan een tijdelijke oplossing via de plaatsing van bijkomende camera's. Het vernieuwingstraject loopt, al vergt de complexiteit van de overheidsopdrachten een zekere doorlooptijd.
Ik besef dat dit voor de medewerkers op het terrein zeer zwaar weegt. Daarom volgen mijn administratie en ik, in overleg met collega Matz en de Regie, de situatie nauwgezet op, met de bedoeling de vernieuwing van de camerabewaking zo snel mogelijk operationeel te maken.
Alain Yzermans:
Enerzijds begrijp ik dat u zegt dat het om een globaal dossier gaat, met een centrale aansturing, waarvoor een aanbestedingsprocedure moet worden gevolgd, die onderweg evenwel fout gelopen is en waarvoor er nu nieuwe ramingen binnenkomen. Die procedure loopt stap voor stap. Ik begrijp dat dat een globale vernieuwing betekent en dus tijd kost.
Anderzijds stel ik me toch de vraag of de voorlopige oplossing niet kan worden versneld. In dat kader loopt er ook een dossier voor het installeren van extra camera's.
Wat de preventieplannen betreft, dring ik toch aan op een grondige evaluatie als blijkt dat de sleutelplannen – het handmatig gebruiken van sleutels – niet overal gefunctioneerd hebben, ook al werd de procedure correct gevolgd. Dat brengt me bij de vraag of de preventie- en veiligheidsplannen binnen de gevangenis niet meermaals per jaar grondig moeten worden nagekeken.
Voorzitter:
Pour votre information, Mme la ministre peut au maximum rester jusque 19 h 15.
Marijke Dillen:
Aangezien collega Van Tigchelt afwezig is, verkies ik te beginnen met mijn interpellatie betreffende de oprichting van een drugsfonds.
Marijke Dillen:
Waar de in ons land in beslag genomen miljoenenopbrengsten van criminele organisaties uiteindelijk voor gebruikt worden, valt moeilijk te achterhalen. Net als het Vlaams Belang pleit nationaal drugscommissaris Ine Van Wymersch er al jaren voor dat dat geld naar een zogenaamd drugsfonds zou vloeien. Het geld kan dan specifiek worden gebruikt om de strijd tegen de georganiseerde drugsmisdaad te financieren. "Het is het moment om dit goed te keuren", stelde de drugscommissaris. "De tijd van dogma's is echt wel voorbij." Nog volgens de drugscommissaris zouden de opbrengsten uit het toekomstige drugsfonds kunnen tegemoetkomen aan vele financiële verzuchtingen die er leven bij de parketten, onder meer in Brussel.
Procureur Moinil vraagt terecht meer mensen en middelen, maar het geld daarvoor moet ergens vandaan komen. Dankzij het drugsfonds zouden in beslag genomen vermogens uit het criminele milieu rechtstreeks naar de parketten kunnen vloeien. In 2022 werd voor ruim 40 miljoen euro aan geld van criminele vermogens en boetes effectief geïnd bij plegers van drugsdelicten en andere vormen van georganiseerde misdaad. De drugscommissaris pleit ervoor dat het geld multidisciplinair wordt ingezet, waarbij zij onder meer verwijst naar de departementen Justitie en Binnenlandse Zaken. Het Vlaams Belang pleit er duidelijk voor om deze gelden integraal in te zetten voor Justitie en Binnenlandse Zaken, want het is dankzij de zeer harde inspanningen van politie en justitie dat deze gelden kunnen worden gerecupereerd.
Wat is uw standpunt betreffende het pleidooi voor de oprichting van een drugsfonds? Zal dit drugsfonds worden opgericht? Niet alleen de drugscommissaris heeft daar recent opnieuw een pleidooi voor gehouden, verschillende procureurs-generaal hebben hiervoor in hun mercuriales van de voorbije jaren eveneens gepleit.
Ten derde, er zouden volgens de commissaris verschillende voorstellen zijn bezorgd voor de strijd tegen de georganiseerde drugscriminaliteit in het algemeen en de oprichting van een drugsfonds in het bijzonder. Kunt u die voorstellen toelichten? Wanneer zullen ze worden besproken? Wanneer kunnen de eerste beleidsbeslissingen ter zake worden verwacht?
Ten vierde, nu het reeds enige tijd duidelijk is dat de opsporing en verbeurdverklaring van criminele vermogens ertoe kan leiden dat bijzonder omvangrijke financiële middelen kunnen worden geherinvesteerd in justitie en politie, dient prioritair te worden ingezet op het follow-the-moneyprincipe. Wat is uw visie daarop? Welke maatregelen werden sinds uw aanstelling getroffen? Welke maatregelen zult u op korte, middellange en lange termijn ter zake treffen?
Ten slotte, in Limburg werden in 2020-2022 verschillende SUO-magistraten aangeworven. Zij behandelen stafrechtelijke uitvoeringsonderzoeken. Dat resulteerde in een vijftigtal SUO-onderzoeken, waarbij destijds 1,2 miljoen euro aan openstaande vermogensstraffen kon worden gerecupereerd. Zijn die magistraten, die hun diensten duidelijk hebben bewezen, reeds aangesteld in andere arrondissementen? Zo ja, kunt u dat toelichten? Zo niet, waarom zijn zij nog niet aangesteld?
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega. In het regeerakkoord wordt onder het hoofdstuk "De strijd tegen drugs en georganiseerde criminaliteit" en het hoofdstuk "Financiële strafuitvoering" deze passage vermeld: "De meeropbrengsten die deze efficiëntere vervolging en inning teweegbrengen, worden bij de jaarlijkse begrotingsopmaak prioritair ingezet om de budgettaire noden en investeringen bij de veiligheidsdepartementen Binnenlandse Zaken en Justitie op te vangen."
We zullen met alle regeringspartners het regeerakkoord uitvoeren, ook op dit punt. Het drugscommissariaat heeft een aantal ideeën uitgewerkt. Deze zijn nu het onderwerp van reflectie bij de eigen departementen en maken ook het voorwerp uit van overleg met het drugscommissariaat en mijn collega van Binnenlandse Zaken. Dit mechanisme is nieuw voor België, maar bestaat in Frankrijk, Italië en Spanje.
De buitenlandse voorbeelden zijn inspirerend, maar dat neemt niet weg dat het uitwerken van een Belgisch model creativiteit vraagt in de ontwikkeling van een nieuw, functioneel en begrotingstechnisch sluitend wetgevend kader. De hele keten follow the value – daar wordt overigens ook een alternatieve benaming gehanteerd, namelijk stop, take and use the money – wordt in kaart gebracht. Er wordt geïnvesteerd in concrete maatregelen, zoals het voorzien in licenties voor de federale gerechtelijke politie om beter in staat te zijn cryptomunten op te sporen. Ook werden binnen elke directie op buit gerichte rechercheteams opgericht, zogenaamde plukteams, werd de expertise van de ecofin-onderzoekers verhoogd door specifieke opleidingen en zijn er MOTEM’s opgericht.
Deze MOTEM’s zijn gemengde onderzoeksteams van de federale gerechtelijke politie en de sociale inspectiediensten of ambtenaren van de FOD Financiën. Zij pakken onder leiding van het openbaar ministerie zware dossiers van georganiseerde sociale fraude aan. Het federaal parket heeft met de projectmiddelen die aan het drugscommissariaat werden toegekend, een draaiboek opgesteld om vermogensonderzoeken met een link naar Albanië uit te werken. Dit moet ertoe leiden dat Albanese autoriteiten gemakkelijker kunnen ingaan op verzoeken van Belgische magistraten om criminele assets in Albanië in beslag te nemen en verbeurd te verklaren.
We zetten concreet in op maatregelen die de volledige keten bestrijken: van detectie, beslag en verbeurdverklaring van crimineel vermogen tot en met de herbestemming ervan, namelijk de investering in de veiligheidsdiensten.
In het regeerakkoord wordt ook voorzien in een investering in menselijke en materiële middelen, waarbij de nodige wetswijzigingen worden doorgevoerd, om de voortdurend evoluerende modi operandi van criminele organisaties efficiënter en sneller te identificeren en te bestrijden.
We moeten ervoor zorgen dat onze onderzoekers voldoende middelen en tools krijgen om met gelijke wapens te kunnen strijden tegen de georganiseerde criminaliteit. In het kader van het regeerakkoord zullen verschillende concrete projecten worden uitgevoerd om de follow-the-moneyaanpak te versterken en crimineel vermogen te ontnemen via inbeslagname, bevriezing en confiscatie van activa zoals vastgoed, voertuigen, luxegoederen en cryptovaluta.
Een versterking van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring (COIV) en een multidisciplinaire, georganiseerde en proactieve samenwerking met alle inspectiediensten en de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) in een zaakgerichte aanpak, moeten ervoor zorgen dat criminelen hun buit verliezen, zodat die niet opnieuw in criminele activiteiten kan worden geïnvesteerd.
Met betrekking tot de strafrechtelijke uitvoeringsonderzoeken kan ik meedelen dat bij het openbaar ministerie in 2024 27 bijkomende SUO-magistraten werden aangesteld, binnen het gewone personeelskader. Er worden al aanzienlijke inspanningen geleverd om de inning van vermogensstraffen, ook SUO, en de samenwerking tussen het openbaar ministerie en de FOD Financiën efficiënter te maken. Getuige hiervan is het samenwerkingsprotocol dat op 2 juli werd ondertekend om geldboetes, verbeurdverklaringen en gerechtskosten sneller en doeltreffender te innen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank voor uw antwoord. Het staat in het omvangrijke regeerakkoord, maar u zou hiervan bij prioriteit werk moeten maken. Het is immers heel duidelijk dat de opsporing en verbeurdverklaring van dergelijke criminele vermogens aanleiding zullen geven tot een financiële versterking, die uitsluitend naar justitie en politie dient te gaan.
Mevrouw de minister, ik ben blij dat u, die een goed juriste en advocate bent geweest, wel degelijk spreekt over verbeurdverklaring, want er wordt vaak gesproken over in beslag genomen goederen, wat een groot verschil is. Ik wil er nogmaals voor waarschuwen dat men in een aantal steden in beslag genomen wagens van criminelen gebruikt voor de politie. Het betreft meestal bijzonder mooie, grote en dure wagens. Stel dat de betrokkene achteraf wordt vrijgesproken, dan is er een fundamenteel probleem, want dan moet de Staat een schadevergoeding betalen. Het moet dus wel beperkt worden tot de verbeurdverklaring.
Ik zal een motie indienen.
Leentje Grillaert:
Op de valreep zal ik een eenvoudige motie indienen.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee, - overwegende dat de aanpak van de drugscriminaliteit absolute prioriteit moet krijgen, maar zowel de parketten als de federale gerechtelijke politie vandaag met een tekort aan manschappen en middelen kampen; - overwegende dat de miljoenenopbrengsten van criminele organisaties, die dankzij het harde werk van politie en justitie in beslag worden genomen, geen specifieke bestemming krijgen maar in de algemene staatskas belanden; - overwegende dat reeds lang een pleidooi wordt gehouden om deze opbrengsten onder te brengen in een drugsfonds, zodat dit geld kan worden gebruikt om de strijd tegen de georganiseerde drugsmisdaad te financieren; - overwegende dat de opbrengsten uit dit drugsfonds kunnen tegemoetkomen aan de vele financiële verzuchtingen die er leven bij justitie en de federale gerechtelijke politie en dan ook integraal moeten worden ingezet voor Justitie en Binnenlandse Zaken; vraagt de regering: - bij hoogdringendheid de nodige wetgevende initiatieven te nemen voor de oprichting van een drugsfonds waar alle opbrengsten uit de inbeslagname en de verbeurdverklaring van criminele vermogens en uit boetes die worden betaald in het kader van veroordelingen wegens drugsdelicten worden ondergebracht; - deze opbrengsten integraal in te zetten voor Justitie en Binnenlandse Zaken om zo de slagkracht van justitie en politie te versterken. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit: "La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord, - considérant qu'alors que la lutte contre la criminalité liée à la drogue devrait être absolument prioritaire, tant les parquets que la police judiciaire fédérale sont actuellement confrontés à une pénurie d'effectifs et de moyens; - considérant que les millions de gains des organisations criminelles qui sont saisis grâce au travail acharné de la police et de la Justice ne connaissent aucune affectation particulière mais aboutissent dans les caisses générales de l'État; - considérant qu'il est depuis longtemps préconisé de verser ces recettes dans un "fonds drogues" afin qu'elles puissent servir au financement de la lutte contre le crime organisé lié à la drogue; - considérant que les moyens issus de ce "fonds drogues" pourraient répondre aux nombreuses revendications financières de la Justice et de la police judiciaire fédérale et devraient dès lors être intégralement affectés aux départements de la Justice et de l'Intérieur; demande au gouvernement : - de prendre d'urgence les initiatives législatives nécessaires pour créer un "fonds drogues" dans lequel seraient versées toutes les recettes provenant de la saisie et de la confiscation d'avoirs d'origine criminelle ainsi que des amendes infligées dans le cadre de condamnations pour des délits liés à la drogue; - d'affecter l'intégralité de ces recettes aux départements de la Justice et de l'Intérieur afin de renforcer l'efficacité de la Justice et de la police." Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Leentje Grillaert. Une motion pure et simple a été déposée par Mme Leentje Grillaert. Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close. Les questions n° 56006135C de M. Reccino Van Lommel, n os 56007553C, 56007672C et 56007769C de M. Khalil Aouasti et la question n° 56007648C de Mme Funda Oru sont transformées en questions écrites. Les questions n° 56007206C de M. Jean-François Gatelier, les questions jointes n° 56007678C de Mme Marijke Dillen, n° 56007698C de M. Alain Yzermans, n° 56007704C de M. Stefaan Van Hecke et n° 56007724C de Mme Sophie De Wit, la question n°56007723C de M. Frédéric Daerden, l’interpellation n° 56000126I de Mme Marijke Dillen et la question jointe n° 56007944C de M. Paul Van Tigchelt sont reportées. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 19.10 uur. La réunion publique de commission est levée à 19 h 10.
Rechten van gedetineerden, veiligheid en bescherming van het personeel in de gevangenis van Lantin
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na de dodelijke brand in de overbevolkte gevangenis van Lantin (1.060 gedetineerden op 744 plaatsen) benadrukt Daerden een structurele crisis: onmenselijke leefomstandigheden (gebrek aan hygiëne, voeding, veiligheid), uitgeput personeel en een systeemfaliek door jarenlang beleidsverzuim, terwijl Verlinden wijst op ad-hocmaatregelen (noodvoorraden, herbestemde lokalen, vormingen) en toekomstplannen (nieuwe detentiehuizen, masterplannen, geweldsreductieprogramma’s). Daerden noemt haar antwoord technocratisch en onvoldoende, eist een fundamentele, menswaardige hervorming in plaats van lapwerk, en hamert op de urgentie van een politiek keuze om de waardigheid van zowel gedetineerden als bewakers te herstellen. Kernpunt: systeemwijziging vs. symptoombestrijding in een gevangeniswezen dat humaniteit en veiligheid niet langer waarborgt.
Frédéric Daerden:
Madame la ministre, l'incendie tragique du 29 mai dernier à la prison de Lantin, qui a coûté la vie à un pompier, a brutalement mis en lumière les failles d'une infrastructure pénitentiaire déjà fragilisée. Mais au-delà du bâti, ce sont bien les conséquences organisationnelles, humaines, sécuritaires de cette situation qui interpellent aujourd'hui.
Depuis ce drame, de nombreux témoignages font état d'un fonctionnement dégradé et alarmant de l'institution, avec des préaux supprimés par manque de personnel, l'accès aux douches réduit voire inexistant, les repas distribués en décalé, parfois à des heures incohérentes, la suspension de la cantine accentuant la précarité des détenus, un sentiment d'insécurité généralisé tant chez les personnes incarcérées que chez les travailleurs.
Les syndicats évoquent un climat explosif nourri par la surpopulation carcérale, la pénurie d'agents et le manque de moyens organisationnels, et ce pour faire face à une crise pourtant prévisible.
Madame la ministre que mettez-vous en œuvre aujourd'hui pour garantir dans l'immédiat le respect des droits fondamentaux des détenus, notamment en matière de conditions de vie, d'hygiène et d'accès aux services de base; pour garantir la sécurité des établissements pénitentiaires comme Lantin où le risque de tension voire de violence est bien réel; pour garantir le soutien, la protection, le bien-être du personnel pénitentiaire dont l'épuisement et le découragement ne cessent de croître?
Plus structurellement, quelles mesures envisagez-vous pour réorganiser durablement le fonctionnement de nos prisons en lien avec les travaux d'infrastructures à venir, afin d'éviter que l'organisation pénitentiaire ne s'effondre au moindre instant? Il y a vraiment urgence à agir dans le respect des responsabilités de chacun.
Annelies Verlinden:
Collègue Daerden, l'incendie survenu à la prison de Lantin et le décès tragique du pompier Maxime Coessens nous ont tous profondément touchés. Je souhaite dès lors remercier à nouveau l'ensemble des services d'incendie pour leur engagement sans faille ainsi que tous les membres du personnel qui travaillent chaque jour au service de la justice. Je tiens à rappeler également mes précédentes interventions à ce sujet.
L'incendie a touché la buanderie et le stock de la cantine. L'impact sur les droits des détenus a été limité à ces deux emplacements. À la suite de l'incendie de Lantin, plusieurs mesures ont été mises en place afin de garantir les conditions de vie et de sécurité au sein de l'établissement. Pour le linge des détenus, un appel aux dons a été lancé à l'adresse de l'ensemble des établissements pénitentiaires. La solidarité des autres prisons a permis à Lantin de récupérer rapidement un stock de linge. Pour le nettoyage, ce service a pu être assuré car la société de nettoyage partenaire disposait de la capacité nécessaire pour assurer un volume de travail plus important.
Concernant la cantine, un autre local a été affecté à cette fonction. L'espace étant plus petit, la cantine a été limitée pendant plusieurs semaines. Lantin a également bénéficié d'une camionnette pour la gestion de la distribution en interne sur le site. En ce qui concerne les kits d'hygiène et les kits entrants également stockés dans la zone incendiée, la distribution a pu se poursuivre grâce aux stocks qui ont pu être récupérés et grâce à des nouvelles commandes. Les salles de visite et les distributeurs des salles d'attente des visiteurs continuent d'être alimentés en boissons et autres collations, bien que le choix y soit pour le moment plus restreint. Le 14 juillet, Lantin comptait 1 060 détenus pour 744 places.
L'amélioration des conditions des détenus et du personnel passe avant tout par une réduction de l'extrême surpopulation dans l'ensemble des prisons. La loi d'urgence revêt dans ce contexte une importance cruciale. Il n'est pas surprenant que les conflits et les incidents surviennent plus rapidement dans un contexte de surpopulation.
Investir dans des solutions structurelles et durables est également nécessaire pour réduire la population carcérale. Plusieurs groupes de travail sont en cours à cet effet. Nous investissons en outre dans la réduction de la violence. L'accent a été mis sur la formation du personnel, notamment en matière de gestion des conflits et de l'agressivité.
De même, un projet en cours vise à travailler sur la maîtrise de la violence des détenus. De manière ciblée, des détenus sont formés à cet effet afin d'acquérir des méthodes et techniques permettant d'apaiser les tensions et de réduire les agressions.
Un autre projet touche également un aspect plus institutionnel en invitant un organisme à proposer des solutions pour basculer vers une culture organisationnelle non violente.
Pour les détenus agressifs, nous travaillons sur un trajet de désengagement de la violence avec notamment des cellules et un encadrement adaptés qui permettront au personnel de travailler de manière plus sécurisée.
La surpopulation a un impact important sur la charge de travail des agents et sur leur sentiment d'impuissance à apporter une contribution significative.
L'équipe RH réalise tous les investissements nécessaires pour pourvoir au maximum les postes grâce à des campagnes de promotion, une manière importante de soutenir les agents et de leur offrir des formations.
L'Académie de la justice investit dans la professionnalisation et l'élargissement de la formation initiale des agents. Une politique générale en matière de bien-être est également mise en œuvre. Des enquêtes sur le bien-être réalisées au SPF Justice l'année dernière donneront lieu à des actions concrètes cet automne.
Le processus d'ouverture de nouvelles maisons de détention et de transition est toujours en cours. Ces nouveaux établissements nous permettront à la fois d'avoir des places supplémentaires mais également de mieux différencier le parcours carcéral des détenus en fonction de leur profil.
Enfin, nous collaborons étroitement avec la Régie des Bâtiments afin d'améliorer les infrastructures existantes. Grâce au masterplan, un important rattrapage a déjà pu être opéré. Par ailleurs, ces masterplans pour une détention humaine sont poursuivis et adaptés si nécessaire pour répondre aux derniers besoins.
Frédéric Daerden:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse. J'ai le sentiment que votre réponse témoigne d'un malaise, un malaise plus large encore que celui qui traverse aujourd'hui la prison de Lantin. Je serais tenté de dire que c'est une forme de déni politique face à une crise carcérale dont chacun perçoit l'ampleur mais qui n'est pas nouvelle, qui existe depuis un certain temps. Ce n'est pas seulement un problème, une panne d'infrastructure ou une fuite d'eau que l'on déplore ici, mais bien une désorganisation complète du quotidien carcéral, une mise en danger du personnel comme des personnes détenues d'ailleurs. Les faits sont là, ce sont des conditions indignes d'un État de droit. Ce sont des vies humaines abandonnées à un système en faillite. Et pourtant, ce que vous présentez, ce sont des mesures – j'oserais dire – techniques, technocratiques, là où il faudrait une réponse politique forte, courageuse et surtout profondément humaine. Dans un pays comme le nôtre, il ne peut exister ce que j'appelle une "seconde peine", qui viendrait s'ajouter à celle prononcée par la Justice. Rien ne justifie que l'on sacrifie la santé mentale et physique du personnel pénitentiaire, qui mérite des moyens, du respect et un cadre de travail digne. Je terminerai en disant qu'il est temps d'arrêter de gérer les prisons à coups de rustines. Il est temps d'assumer une politique pénitentiaire qui respecte la justice et la sécurité, mais aussi la dignité humaine. Il y a urgence à agir, dans le respect des responsabilités de chacun.
Het escalerende risico op executies van politieke gevangenen in Iran
Ahmadreza Djalali
Ahmadreza Djalali
Ahmadreza Djalali
De situatie van professor Djalali
Professor Djalali
Dreigende executies en mensenrechtenschendingen in Iran, waaronder de zaak-Ahmadreza Djalali
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De dringende zorg over Ahmadreza Djalali, de Iraans-Zweedse arts met Belgische academische banden, domineert de discussie: zijn onbekende verplaatsing, risico op executie (verergerd door nieuwe Iraanse wetten die spionage met de doodstraf bestraffen) en afgesneden contact met zijn familie wijzen op een levensbedreigende escalatie. België heeft bilateraal (via de Iraanse ambassadeur), via de EU en samen met Zweden actie ondernomen—inclusief een aanbod voor medische evacuatie (zonder reactie)—maar stuit op beperkte diplomatieke speelruimte, aangezien Djalali geen Belg is; toch blijft het land eisen: vrijlating, opheffing van zijn doodvonnis en betere detentieomstandigheden. Kritische punten zijn de urgentie voor een concreet evacuatieplan, gezamenlijke EU-druk (inclusief mogelijke sancties tegen Iran’s Revolutionaire Garde) en de vrees dat Iran’s conflict met Israël executies versnelt, terwijl Iraanse ontkenningen over zijn locatie en gezondheid wantrouwen zaaien. Moraal en mensenrechten—niet alleen Djalali’s leven—staan centraal, met oproepen tot hardere diplomatieke consequenties en internationale veroordeling van Iran’s repressie.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, volgens onder meer Amnesty International, Iran Human Rights, en de internationale media is de situatie van Ahmadreza Djalali, de Iraans-Zweedse spoedarts met nauwe academische banden met België, opnieuw drastisch verslechterd. Na de raketaanval op de Evingevangenis werd hij eerst samen met anderen collectief overgeplaatst, maar deze keer is hij opnieuw, alleen, verplaatst naar een onbekende locatie. Volgens zijn familie en mensenrechtenorganisaties kan dat duiden op een nakende executie. Hebt u een recente stand van zaken? Werd er intussen, bilateraal, via de EU, of via VN-kanalen actie ondernomen?
Welke hefbomen ziet u binnen uw bevoegdheden om de Iraanse autoriteiten aan te spreken op de dreigende executie?
De echtgenote van professor Ahmadreza Djalali heeft zich recentelijk in een aangrijpende oproep opnieuw tot de internationale gemeenschap gericht over de alarmerende escalatie van repressie in Iran. De Iraanse autoriteiten hebben het Iraanse parlement nieuwe wetgeving laten goedkeuren waardoor de doodstraf kan worden uitgesproken voor vermeende samenwerking met vijandelijke staten, waaronder Israël.
Tegelijkertijd worden families van gevangenen in Teheran, waaronder die van professor Djalali, sinds enkele dagen afgesneden van contact met hun dierbaren. Er zijn berichten over internetblokkades, het stilzwijgen van gevangenissen en executies zoals die van Esmail Fekri op 16 juni zogezegd wegens spionage voor Israël.
Tijdens onze vorige commissievergadering meldde u dat u persoonlijk de Iraanse ambassadeur had gebeld en de Iraanse autoriteiten had opgeroepen om Ahmadreza Djalali onmiddellijk vrij te laten en om hem in afwachting van zijn vrijlating tijdig adequate toegang tot medische zorg te geven. Hebt u recentelijk nog contact gehad met de Iraanse autoriteiten?
Heeft de Belgische regering nagedacht om via diplomatieke betrekkingen medische evacuatie te verkrijgen voor professor Djalali? Wordt samengewerkt met andere Europese landen als Zweden en Italië om de overplaatsing naar een buitenlands ziekenhuis enerzijds en de vrijlating van professor Djalali anderzijds te eisen?
Annick Lambrecht:
De echtgenote van de Iraans-Zweedse professor Djalali deed een zeer emotionele oproep, omdat de heer Djalali zich nu in een nog precairdere situatie bevindt dan voorheen als gevolg van de aanval van Israël en de VS tegen Iran.
Volgens Amnesty International zou Iran, door het conflict met Israël, het aantal executies kunnen opdrijven. De voorbije maand heeft Iran al verschillende mensen gearresteerd vanwege "collaboratie en banden met Israël". Hoge functionarissen van het regime hebben al opgeroepen om sneller over te gaan tot de doodstraf. Het hoofd van de wetgevende macht in Iran zou al hebben opgeroepen om zoveel mogelijk mensen te arresteren die de rust en de veiligheid van het Iraanse volk verstoren, in casu personen die worden beschuldigd van banden met Israël of de VS.
Normaal gesproken zou spionage of samenwerking met een vijandige overheid leiden tot een levenslange gevangenisstraf. Pas als elementen aantonen dat de veroordeelde "aardse corruptie" vertoont, kan de doodstraf worden uitgesproken. Nu lijkt Iran echter van plan om spionage meteen te bestraffen met executie.
Zijn er indicaties of vreest u dat mensen die oneerlijk veroordeeld zijn voor banden met Israël, nu een groter risico op executie lopen?
Hebt u al contact opgenomen met de Belgische ambassade over die nieuwe wending?
Overweegt de Belgische regering om via diplomatieke betrekkingen te trachten een medische evacuatie voor professor Djalali te verkrijgen?
Michel De Maegd:
Madame la présidente, pour gagner un peu de temps, je me réfère à ma question telle qu'écrite.
Monsieur le ministre, la situation d'Ahmadreza Djalali suscite de nouvelles inquiétudes. Il a, en effet, récemment été transféré à deux reprises vers un lieu inconnu.
Vous avez indiqué avoir activé plusieurs canaux diplomatiques afin d'en savoir plus sur la situation. Vous avez également annoncé que l'ambassadeur iranien à Bruxelles serait approché dans les plus brefs délais.
Pouvez-vous faire le point sur l'état actuel des démarches entreprises par la Belgique, tant au niveau bilatéral que dans un cadre européen ou multilatéral, pour empêcher l'exécution de M. Djalali ?
La Belgique envisage-t-elle de coordonner une initiative conjointe avec ses partenaires européens, voire au sein des Nations Unies, afin d'accentuer la pression diplomatique sur les autorités iraniennes ?
Je vous remercie.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, eind juni uitte u reeds uw bezorgdheid en vroeg u de Belgische ambassadeur in Teheran meteen contact op te nemen met de Zweedse ambassadeur in Teheran. U stelde toen ook dat Iraanse ambassadeur in Brussel spoedig benaderd zou worden en dat er meer stappen zouden volgen via verschillende diplomatieke kanalen om Teheran onder druk te zetten.
Welke stappen heeft ons land sinds uw verklaring nog ondernomen? Heeft de Belgische ambassadeur in Teheran sinds zijn overplaatsing rechtstreeks diplomatiek contact gehad met de Iraanse autoriteiten? Zo ja, wat werd daarbij besproken? Beschikt u over informatie betreffende de locatie van professor Jalali? Zijn familie heeft immers geen contact meer met hem. Beschikt u over informatie over zijn huidige detentie- en gezondheidstoestand?
Tinne Van der Straeten:
Mijnheer de minister, wat weten we vandaag over de situatie van professor Jalali? De langdurige en uiterst uitzichtloze situatie van professor Jalali is voor iedereen bijzonder frustrerend. De Belgische regering heeft zich steeds ingezet om zijn vrijlating en terugkeer te bewerkstelligen, maar stoot daarbij telkens op een muur.
Weten we waar hij zich bevindt en wat zijn actuele situatie is? Welke mogelijkheden bestaan er om toch beweging in de zaak te krijgen? Zijn er contacten geweest met Zweden? Kan er een samenwerking opgezet worden met Zweden of andere Europese lidstaten, waaronder Italië, om gezamenlijk op te treden en zo een kritische massa te vormen die druk kan uitoefenen op Iran?
Maxime Prévot:
Beste collega's, après douze jours d'hostilités intenses entre Israël et l'Iran, une intervention américaine ciblant des installations nucléaires en Iran et des frappes aériennes sur une base américaine au Qatar, un accord de cessez-le-feu entre Israël et l'Iran a été annoncé le 24 juin dernier.
Tijdens die vijandelijkheden riep ons land op tot de-escalatie, dialoog en respect voor het internationale recht en het Handvest van de Verenigde Naties. Het veroordeelde elke aanval op burgers en civiele infrastructuur en beklemtoonde het gevaar van het viseren van nucleaire installaties.
La position de notre pays est claire et la Belgique s'oppose au développement de capacités nucléaires militaires par l'Iran, qui représente une menace pour la région, mais également pour nos intérêts. Mais ce n'est pas par la force que nous réglerons les différends internationaux, que ce soit au Moyen-Orient ou ailleurs. Il est illusoire de penser qu'une attaque militaire extérieure puisse apporter la démocratie et la stabilité au pays ou à la région visée.
Il ne s'agit pas d'imposer un changement de régime depuis l'extérieur, mais plutôt de plaider pour que le régime change, qu'il abandonne le projet de nucléaire militaire, qu'il travaille davantage sur la démocratie et les droits humains au profit de sa propre population, qu'il ne soutienne pas la Russie dans son agression contre l'Ukraine et qu'il s'abstienne de toute activité déstabilisatrice dans la région.
Alleen een onderhandeld kader, in coördinatie met het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie, kan een duurzame oplossing bieden. Ik spreek hierbij mijn volledige steun uit voor het mandaat van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie en voor diens directeur-generaal en roep Iran op zijn samenwerking met het VN-agentschap te hernemen. Diplomatie moet nu zegevieren.
Je ne suis pas naïf sur les difficultés qui attendent la communauté internationale dans ce contexte. Le défi est dantesque, mais pas impossible, et l'Union européenne devrait être capable de se positionner de manière utile pour favoriser l'émergence de solutions diplomatiques. Dans ce contexte, et faisant écho à vos interpellations, un aspect me préoccupe tout particulièrement: la situation des ressortissants européens détenus arbitrairement en Iran.
Des informations inquiétantes en provenance de la prison d'Evin, où se trouvent plusieurs ressortissants européens victimes de détentions arbitraires, en ce compris le Dr Djalali, nous sont effectivement parvenues récemment.
Op basis daarvan heb ik onmiddellijk mijn teams in Brussel en Teheran gevraagd om stappen te ondernemen bij de Iraanse autoriteiten om onze diepe bezorgdheid over het lot van die personen te uiten en om informatie te krijgen over de situatie ter plaatse, in het bijzonder over de persoonlijke situatie van dokter Djalali, waarbij uitdrukkelijk werd verzocht dat zijn gezondheid en fysieke integriteit worden gerespecteerd.
Les autorités iraniennes ont affirmé avoir bien entendu nos inquiétudes, ont confirmé que plusieurs individus avaient été tués à Evin lors de frappes israéliennes récentes, et que des transferts de prisonniers vers d'autres lieux de détention avaient effectivement bien eu lieu, pour leur propre sécurité.
Het recente geweld tussen Israël en Iran zou het risico op executies van personen die door de Iraanse autoriteiten gezien worden als verbonden met Israël, kunnen vergroten. België blijft de aanhoudende detentie van dokter Djalali van nabij opvolgen.
De Belgische positie is duidelijk. We verzoeken de Iraanse autoriteiten om dokter Djalali vrij te laten, zijn doodstraf nietig te verklaren en zijn detentieomstandigheden dringend te verbeteren. We blijven eisen dat het doodvonnis waartoe hij is veroordeeld, niet wordt uitgevoerd. Het lot van dokter Djalali wordt met de Zweedse collega's besproken.
Notre marge de manœuvre reste néanmoins limitée. É tant donné que le Dr Djalali n'est pas un ressortissant belge, cette situation reste avant tout une question consulaire suédoise. Nos démarches récentes et de longue date démontrent toutefois à suffisance notre engagement en faveur du Dr Djalali et notre solidarité européenne. Je me réfère à mes précédentes interventions sur le sujet dans ce cénacle, détaillant les démarches et actions concrètes, en sa faveur en vue de faire pression sur l'Iran.
J'ajouterai que nous avons récemment envoyé aux autorités iraniennes une offre d'appui médical émanant d'une institution belge. Cette offre est néanmoins restée, à ce jour, sans réponse.
De kwestie van Europese onderdanen die in Iran willekeurig worden vastgehouden, blijft een punt van zorg en actie voor ons land, zoals duidelijk bevestigd in het regeerakkoord van de federale regering. Naast dokter Djalali blijven er vandaag verschillende onschuldige Europeanen in Iran opgesloten. We blijven ijveren voor de vrijlating van hen allen. België blijft samenwerken met zijn Europese partners om die praktijk in Iran te bestrijden.
Je vous remercie de votre attention.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik neem nota van uw diplomatieke inspanningen, maar ik blijf toch met enkele bezorgdheden zitten. Internationale organisaties spreken wel degelijk over een mogelijke executie op heel korte termijn. U kreeg van de Iraanse autoriteiten het antwoord dat de bezorgdheden goed werden genoteerd en dat de gevangenen voor hun eigen veiligheid werden verplaatst. Sta mij echter toe op te merken dat dat op zijn minst merkwaardig is, zeker gezien het feit dat de familie geen toegang heeft tot de heer Djalali. Het lijkt mij essentieel dat België samen met zijn Europese partners, voornamelijk Zweden en Italië, de zaak blijft aankaarten.
Uit uw antwoord blijkt ook dat u stelling inneemt tegen een mogelijke executie. Misschien moet er toch ook over worden nagedacht om daaraan diplomatieke consequenties te verbinden.
Bovendien blijft het voor mij van belang dat er ook daadwerkelijk een concreet plan klaarligt voor een medische evacuatie van professor Djalali, mocht zijn gezondheidstoestand of de veiligheidssituatie dat vereisen.
De urgentie van de zaak laat geen uitstel meer toe. De situatie lijkt mij immers ernstiger dan ooit te zijn.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.
Wij zullen het dossier op de agenda blijven plaatsen. Dat is ook het enige wat wij kunnen doen. Wij hopen ook dat u het blijft opvolgen.
Het is geen goed teken dat op het voorstel tot medische steun geen enkele reactie van Iran kwam. Ik denk dat dat niet veel goeds voorspelt. Anderzijds hoop ik dat u omwille van discretie niet veel hebt gezegd over een medische evacuatie via diplomatieke betrekkingen voor professor Djalali, wat wij hebben bepleit.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse ainsi que pour les efforts fournis. Au-delà des démarches diplomatiques, il y a une question fondamentale de principe qui n'est pas seulement la vie d'un homme et celle de tous les autres innocents emprisonnés qui sont en jeu et vous l'avez rappelé, mais la crédibilité de nos engagements en matière de droits humains.
Ahmadreza Djalali est non seulement un scientifique reconnu mais aussi un enseignant accueilli par une université belge. C'est vrai, vous avez raison, il n'a pas la nationalité belge. Nous avons tout de même un devoir moral à son égard et la résolution que notre assemblée s'apprête à adopter demain en séance plénière le rappelle d'ailleurs avec force. Mais au-delà des démarches qui doivent être internationalisées, notre voix doit être entendue dans toutes les enceintes possibles. L'Iran doit savoir qu'il n'y a ni silence ni indifférence et je vous invite donc à poursuivre votre engagement. Merci à vous.
Els Van Hoof:
Bedankt voor uw antwoord en voor alle inspanningen die u en de Belgische en Zweedse diplomatie leveren.
De onzekerheid over de toestand van dokter Djalali blijft groot, des te meer voor zijn familie. Het is goed dat u zich bereid verklaard om medische hulp te verlenen. U moet dat signaal blijven herhalen, ook al blijft een respons uit. Dat zal ook het Parlement morgen doen, hopelijk unaniem, om u en de Belgische diplomatie en vooral de familie te steunen. Dat was alvast het geval in commissie. Zo willen we overigens ook Zweden onder druk zetten om meer actie te ondernemen dan het in het verleden gedaan heeft.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, onderhandelen met een theocratie als Iran is uiteraard niet eenvoudig. Het is goed dat u pogingen onderneemt, maar het respecteren van de mensenrechten zit niet echt in de genen van degenen die daar aan de macht zijn. Ze zijn kampioen in het executeren van mensen met een andere politieke overtuiging. Ze zijn ook kampioen in het executeren van vrouwen. U hebt hier dus te maken met een tegenstander die kan tellen. De tegenstander heeft geen respect voor de vrije meningsuiting, voor vrouwenrechten, voor democratisch recht en voor mensenrechten. Daarom is het ook zo moeilijk om hiermee om te gaan. In het regeerakkoord hebben we dan ook heel duidelijk aangegeven dat we niet meegaan in gijzeldiplomatie. Voor professor Djalali is er op het moment echter geen andere mogelijkheid. Hij zit daar vast in de gevangenis. Zijn gezondheidstoestand baart ons allemaal zorgen, net zoals de toestand van vele andere onschuldige mensen die er vastzitten, mensen die een lok haar hebben getoond en mensen met een andere politieke mening. U zegt dat men gevangenen heeft verhuisd voor hun eigen veiligheid. Dat is een mooie uitleg, maar ik heb toch andere geruchten gehoord. Heel wat families van gevangenen weten namelijk helemaal niet waar hun geliefden naartoe zijn overgebracht. Gebeurde het dan voor hun veiligheid of leven ze vandaag niet meer? Op die vragen komt er geen antwoord. Morgen zullen we stemmen over het voorstel van resolutie van mijn collega Darya Safai waarin we die situaties en het optreden van de IRGC heel duidelijk veroordelen en vragen om met de Europese lidstaten de IRGC op de lijst van verboden terroristische organisaties te zetten. Het is absoluut urgent.
Het huiselijk geweld in Helchteren door een gedetineerde in penitentiair verlof
Het drama in Helchteren en het ernstige risico bij noodmaatregelen door overbevolkte gevangenissen
De beoordeling inzake penitentiair verlof en elektronisch toezicht in het licht van huiselijk geweld
De poging tot feminicide in Helchteren en de aanpak van feminicides
Huiselijk geweld, penitentiair verlof en risicobeheersing bij overbevolkte gevangenissen
Gesteld door
Vooruit
Alain Yzermans
VB
Marijke Dillen
N-VA
Sophie De Wit
PTB
Ayse Yigit
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 8 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een veroordeelde veelpleger voor intrafamiliaal geweld stak zijn partner in brand tijdens verlengd penitentiair verlof (VPV), een noodmaatregel tegen gevangenisoverbevolking, ondanks zijn tien veroordelingen en bekende agressie- en drugsproblematiek—zonder contactverbod of voldoende opvolging. Kritiek richt zich op systeemfalen: Justitie en gevangenisdirectie baseerden hun positieve adviezen op verouderde risicotaxaties, gebrek aan structurele capaciteit en onvoldoende slachtofferbescherming, terwijl strafuitvoeringsrechters al waarschuwden voor dergelijke risico’s. Minister Verlinden belooft versnelde wetgeving om elektronisch toezicht bij intrafamiliaal geweld te verbieden op het slachtofferadres, plus structurele oplossingen (nieuwe gevangenissen, repatriëring illegale gedetineerden, betere risico-inschatting), maar parlementsleden eisen onmiddellijke actie—zoals een amendement in de noodwet—om herhaling te voorkomen. Het dossier onderstreept urgentie voor samenhangend beleid tegen partnergeweld en gevangeniscrisis.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, Houthalen-Helchteren is een warme, gastvrije gemeente, maar afgelopen donderdag stond de wereld daar even stil. Het was een van de meest ijzingwekkende gebeurtenissen die ik heb meegemaakt in mijn 22 jaar burgemeesterschap, en er gebeurt wel eens wat in onze gemeente.
De gruweldaad die werd gepleegd door een voor familiaal geweld veroordeelde gedetineerde, is niet te bevatten. Onze gemeente is die twee dagen in een rollercoaster terechtgekomen. Alle inwoners van Houthalen-Helchteren zijn intens geraakt door de feiten, net als alle inwoners van België. Het heeft diepe wonden geslagen en mijn medeleven gaat vooral uit naar de mama die levensbedreigend verbrand werd en nog steeds in coma ligt. We kunnen alleen maar hopen dat ze niet te veel infecties oploopt.
Het was niet alleen een rollercoaster van gebeurtenissen, maar ook een administratieve thriller hoe zoiets kon gebeuren. Ik waag mij niet aan dat onderzoek. Er moeten antwoorden komen op de vragen of alle nodige adviezen waren verleend, of de risico's goed ingecalculeerd waren en of de maatschappelijke onderzoeken goed gevoerd waren, bij elke stap en elk deel van de keten tot aan de feiten. Alleszins was het een brug te ver, a bridge too far .
Slachtofferzorg en de noden van slachtoffers zijn voor ons allen belangrijk, ook voor de regering en voor u, mevrouw de minister. Toch kunnen we ons afvragen hoe zoiets kon gebeuren. We kijken met verbijstering tot wat de escalatie heeft geleid. Gelukkig kon die man worden gearresteerd en voorgeleid. Hoe is het mogelijk dat zo'n persoon, met zo'n historiek van recidive zoiets kon doen? Het debat vandaag moet daarover meer duidelijkheid brengen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, "Heeft de overbevolking haar eerste slachtoffer buiten de gevangenis geëist?". Dat was een heel duidelijke krantenkop afgelopen weekend – en terecht.
De feiten zijn bekend: in Limburg stak een gedetineerde vorige donderdag zijn vrouw in brand. We zijn het er allemaal over eens dat de feiten bijzonder gruwelijk zijn. Ze gebeurden bovendien in aanwezigheid van vijf van hun zes kinderen, van wie de jongste amper twee en de oudste vijftien jaar is. De vrouw werd levensgevaarlijk gewond, maar ook de kinderen waren, zo heb ik begrepen, diep onder de indruk. Ze zullen die vreselijke, traumatische ervaring levenslang moeten meedragen. Ook zij zijn slachtoffer. Onze gedachten gaan uiteraard uit naar die vrouw, maar ook naar haar kinderen.
Mevrouw de minister, die man had in de gevangenis moeten zitten. Hij zat daar wegens intrafamiliaal geweld tegen dezelfde vrouw. Hij was veroordeeld tot 37 maanden. Die strafmaat was niet toevallig gekozen door de correctionele rechter, omdat de gedetineerde dan niet onder de toepassing valt van de maatregelen die gelden tot drie jaar gevangenisstraf. Hij was dus veroordeeld tot 37 maanden, maar moest zijn straf niet meer uitzitten. Vergeet ook niet dat die gedetineerde met het plegen van criminele feiten een behoorlijke staat van dienst heeft, een strafblad om u tegen te zeggen, met niet minder dan tien veroordelingen.
Het is dan ook totaal onbegrijpelijk dat Justitie toeliet dat die agressieve veelpleger de gevangenis veel vroeger mocht verlaten. Hij mocht de cel verlaten dankzij een noodmaatregel in het kader van de overbevolking. Hij was met verlengd penitentiair verlof. Blijkbaar had hij ook een aanvraag ingediend om de rest van zijn straf thuis uit te zitten onder elektronisch toezicht. In afwachting daarvan had de gevangenisdirecteur blijkbaar al een positief advies gegeven om voorlopig naar huis terug te keren. Dat is onbegrijpelijk, gezien de duidelijke agressieproblematiek van die man en zijn ernstige drugsverslaving.
Hij werd blijkbaar ook vrijgelaten zonder voorwaarden ter bescherming van het slachtoffer en de kinderen. De vraag moet dan ook worden gesteld: waarom gold er geen contactverbod? Ook dat is totaal onbegrijpelijk.
Terecht wordt dan ook de vraag gesteld of het wel aangewezen is dat iemand in dergelijke omstandigheden de gevangenis mag verlaten en mag terugkeren naar partner en kinderen, om helaas opnieuw toe te slaan tegen hetzelfde slachtoffer.
Mevrouw de minister, strafuitvoeringsrechters hebben al herhaaldelijk gewezen op de vele risico’s van de noodmaatregelen. Het verlengd penitentiair verlof brengt de maatschappelijke veiligheid in gevaar, zo waarschuwden ze eind 2024 zeer ondubbelzinnig, waarbij ze letterlijk zeiden: "Er lopen nu mensen vrij rond die wij niet zouden vrijlaten." Ze voegden daar nog aan toe dat al verschillende veroordeelden die dankzij die noodmaatregelen de gevangenis mochten verlaten, opnieuw feiten hebben gepleegd.
Mevrouw de minister, die gebeurtenissen zijn bijzonder desastreus voor het imago van justitie. Gevaarlijke gedetineerden worden zomaar vrijgelaten, zonder voorwaarden. Nogmaals, dat is totaal onbegrijpelijk en totaal onaanvaardbaar.
Mevrouw de minister, ik heb daarover verschillende vragen.
Ten eerste, kunt u meer toelichting geven? Waarom kreeg de betrokkene, die toch een aanzienlijke staat van dienst heeft, met reeds tien veroordelingen voor onder meer verkeersinbreuken, heling, verboden wapens en intrafamiliaal geweld, penitentiair verlof? Op basis van welke elementen heeft de gevangenisdirecteur daarvoor een positief advies gegeven?
Ten tweede, waarom mocht de gedetineerde naar huis terugkeren, zonder voorwaarden ter bescherming van het slachtoffer en van de kinderen? Ik doel onder meer op een contactverbod. Uit de media konden we vernemen dat die gedetineerde een ernstige agressieproblematiek heeft en drugsverslaafd was. Is dat geen voldoende reden om een gunstmaatregel wegens overbevolking, want daar gaat het om, te weigeren voor een gedetineerde die voor intrafamiliaal geweld werd veroordeeld?
Ten derde, gelet op de zware agressieproblematiek bij de gedetineerde, dient ook te worden gevraagd of en welke therapie die man tijdens zijn verblijf in de gevangenis heeft gekregen. Ook daarover had ik graag meer toelichting gekregen.
Ten vierde, ik heb begrepen dat de politie na zijn vrijlating al bij het gezin moest tussenkomen, opnieuw wegens agressief gedrag en intrafamiliaal geweld, waarvoor blijkbaar een proces-verbaal werd opgesteld. Ook daarbij moet de vraag worden gesteld of er niet onmiddellijk had moeten worden ingegrepen. Was de politie eigenlijk op de hoogte van het feit dat die man penitentiair verlof had gekregen? Waarom werd niet afgesproken dat die man bij het plegen van de minste nieuwe feiten onmiddellijk opnieuw naar de gevangenis moest terugkeren?
Ten vijfde, dit dossier roept opnieuw vragen op over de nieuwe noodwet tegen overbevolking in de gevangenissen die binnenkort ter stemming wordt voorgelegd. Ook de strafuitvoeringsrechters hebben al herhaaldelijk gewaarschuwd voor de risico’s van die noodmaatregelen. Het probleem van de overbevolking moet structureel worden aangepakt, niet met een noodwet die veel te veel risico’s inhoudt. Wanneer gaat u eindelijk een concreet plan uitwerken om dat probleem structureel aan te pakken?
Ten zesde, u hebt aangekondigd werk te maken van een wet die ervoor zal zorgen dat het niet langer mogelijk is dat daders van intrafamiliaal geweld hun elektronisch toezicht kunnen uitzitten op het adres van het slachtoffer. Dat is volledig terecht. Los van de bedenking dat daders van intrafamiliaal geweld überhaupt uitgesloten moeten worden van de gunst van elektronisch toezicht – dat is een ander debat – moet u van die wet dringend werk maken. Wanneer zal die wet er komen?
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik zal de feiten niet herhalen, want mijn collega's hebben ze al aangehaald. Deels heb ik dezelfde vragen en die zal ik niet herhalen. Enkel wat voor mij het belangrijkste is, zal ik hernemen.
ik denk dat we allen hier hopen dat het goedkomt. Los daarvan staat uitdrukkelijk in het regeerakkoord dat elektronisch toezicht in het kader van intrafamiliaal geweld onmogelijk zou moeten zijn indien dat in de nabijheid van slachtoffers of hun familie zou plaatsvinden. Dat is natuurlijk een belangrijk aspect, waarnaar mevrouw Dillen zonet al verwees. U hebt immers inderdaad een wetgevend initiatief in die zin aangekondigd.
Het is belangrijk goed te begrijpen wat er precies is gebeurd en waar het is misgelopen. Het is daarom belangrijk dat u schetst welke beslissingen genomen werden en waarom. Welke positieve of negatieve adviezen werden er gegeven en waarom werd er eventueel van afgeweken? Wat wist de politie over die man? Waren er voorwaarden opgelegd? De krant bericht dat er geen voorwaarden waren opgelegd ter bescherming van de slachtoffers. Waarom is dat dan niet gebeurd? Dat lijkt mij cruciaal. In het regeerakkoord staat ook een zeer belangrijk luik met het oog op de bescherming van slachtoffers. Het is voor deze casus dus cruciaal de synthese te maken van wat er is misgelopen. Alleen zo kunnen we in de toekomst gepaste maatregelen nemen. Aan het verleden kunnen we niets meer veranderen, maar we kunnen uit elke casus wel lessen trekken en bijsturen.
Mijn belangrijkste vraag gaat over het aangekondigd wetsontwerp. Vorige week heb ik u tijdens de bespreking van de noodwet inzake de overbevolking van de gevangenissen vragen gesteld over het elektronisch toezicht in het kader van intrafamiliaal geweld en de bescherming van slachtoffers. ik vraag u nogmaals: wanneer kunnen we dat wetsontwerp in de Kamer bespreken? Kunnen we dat eventueel versneld doen? Het heeft immers weinig zin om te sleutelen aan een noodwet als er ondertussen nog steeds een leemte bestaat die ons belet om gepast in te grijpen. We moeten aan de strafuitvoeringsrechters en aan elke dienst binnen Justitie alle nodige instrumenten geven om zulke gebeurtenissen in de toekomst zoveel mogelijk te vermijden. Daarvoor is een dergelijk verbod naar mijn mening absoluut op zijn plaats.
Ayse Yigit:
Mevrouw de minister, ik ben, zoals mijn collega, de heer Yzermans, afkomstig uit Houthalen-Helchteren en ik deel zijn gevoelens. Onze gemeente werd vorige donderdag opgeschrikt door een bijzonder gruwelijke gebeurtenis: een vrouw werd in aanwezigheid van haar kinderen in brand gestoken door haar partner.
Helaas is het geen alleenstaand geval. In België sterft om de 12 dagen een vrouw als gevolg van partnergeweld. Op 10 juni nog werd Wendy, 47 jaar, vermoord door haar ex-man in Erwetegem. Ze leefde met hem samen uit pure financiële noodzaak. Wat die gevallen gemeen hebben, is dat het niet gaat om plots losbarstend geweld, maar het tragische eindpunt van een patroon zijn na escalatie van fysiek, psychisch, seksueel of economisch geweld. Te vaak blijven alarmsignalen onbeantwoord.
In het geval van Helchteren komt daar nog het schokkende feit bij dat de dader met penitentiair verlof, ondanks een eerdere veroordeling voor zwaar intrafamiliaal geweld op hetzelfde slachtoffer, was. Volgens getuigen had de politie die dag nog tussenbeide moeten komen. Toch liep hij vrij rond. Hij werd even aangehouden, maar kon opnieuw ontsnappen.
Werd er bij de toekenning van het penitentiair verlof een risicotaxatie uitgevoerd?
Hoe werd zowel de dader als het slachtoffer en haar kinderen opgevolgd tijdens dat verlof?
Hoe kan het dat de man dezelfde dag nog geweld kon plegen, zonder onmiddellijke en effectieve inhechtenisneming?
Welke maatregelen zal uw kabinet nemen om de opvolging van daders van intrafamiliaal en seksueel geweld structureel te verbeteren, met het oog op preventie?
Hoe wilt u de feminicidewet in de praktijk versterken, zodat vrouwenlevens echt worden beschermd?
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, de gebeurtenissen die zich recent afspeelden in Helchteren laten niemand onberoerd. Een vrouw werd op gruwelijke wijze het slachtoffer van extreem partnergeweld, voor de ogen van haar kinderen. Dit is een drama dat afschuw en diepe verontwaardiging oproept bij iedereen. We mogen echter niet in de val trappen om nu al meteen met de vinger te wijzen naar mogelijke schuldigen. Willen we lessen trekken uit wat er is gebeurd - dat moeten we doen - dan moeten we het dossier heel grondig analyseren. Zo kunnen we achterhalen waar het fout is gegaan, wie er verantwoordelijk is en of er structureel iets schort aan het beleid inzake strafuitvoering, de opvolging van risicoprofielen en de bescherming van slachtoffers van partnergeweld.
Wat op het eerste gezicht opvalt, is de opeenstapeling van zorgwekkende elementen: een veroordeelde veelpleger die vervroegd de gevangenis mocht verlaten via een uitzonderingsmaatregel, een politiedienst die hem ondanks signalen en feiten liet gaan, een slachtoffer dat ondanks de gespannen situatie en een gekende voorgeschiedenis van geweld niet de nodige bescherming kreeg en uiteindelijk een gruwelijke escalatie die misschien vermeden had kunnen worden.
Mevrouw de minister, we hebben hierover heel wat vragen. Ten eerste, wat was de totale uitgesproken gevangenisstraf in dit dossier? Wat was de datum van eventuele vervroegde invrijheidsstelling? Wat is de einddatum van de straf? Waren er op het moment van de toekenning van het verlengd penitentiair verlof nog andere strafzaken hangende?
Ten tweede, welke strafuitvoeringsmodaliteiten werden er gedurende de detentieperiode reeds aangevraagd? Ten derde, wanneer werden de aanvragen voor penitentiair verlof officieel ingediend en goedgekeurd? In het kader van de maatschappelijke enquête wordt normaal ook een bezoek gebracht aan het thuismilieu. Is dit gebeurd? Zo ja, wanneer werd dat gedaan en wat was het verslag van de justitieassistent? Wat werd er vastgesteld over de gezinssituatie en de woonomgeving?
Ten vierde, hoeveel penitentiaire verloven werden er reeds toegekend in dit dossier? Hoe zijn die geëvalueerd? Werd er bij de uitvoering contact opgenomen met het thuismilieu, met de echtgenote of haar omgeving? Kon de psychosociale dienst rechtstreeks contact hebben met de echtgenote? Wat gaf zij zelf aan?
Ten vijfde, wat was de motivatie van de gevangenisdirectie om het verlengd penitentiair verlof goed te keuren? Hoe rijmt dat met de eerder geweigerde aanvragen voor elektronisch toezicht, waarbij net werd gekozen voor een stapsgewijze opbouw van re-integratie?
Tot slot, ziet u aanwijzingen dat er structureel iets schort aan de opvolging van personen met verlengd penitentiair verlof? Hoe wordt in de praktijk gecontroleerd of zij hun voorwaarden naleven
Ik heb heel veel vragen en ik hoop dat ik straks heel veel antwoorden mag krijgen.
Annelies Verlinden:
Collega’s, vooreerst sluit ik mij aan bij de blijken van medeleven ten aanzien van het slachtoffer, haar jonge kinderen, de hele familie en de omgeving. Ik hoop dat er snel beter nieuws over haar medische situatie, waarover de burgemeester daarnet nog verslag uitbracht, komt. Ik dank alvast iedereen voor de goede zorg waarmee men het slachtoffer en haar kinderen in deze verschrikkelijke tijden omringt. Het afgrijselijke drama in Houthalen-Helchteren van afgelopen donderdag raakt ons allemaal diep. Niemand heeft dat gewild.
De gebeurtenissen raken niet alleen direct het slachtoffer en haar jonge kinderen, maar ook al wie van ver of dichtbij te maken heeft met intrafamiliaal geweld. Er worden dan ook terecht veel vragen gesteld over de precieze oorzaken en omstandigheden. Ik zal trachten die zo precies en helder mogelijk te beantwoorden, binnen mijn bevoegdheid en op basis van de informatie waarover ik vandaag beschik. Ik heb daartoe het nodige onderzoek gevoerd op basis van de stukken in het dossier, zoals aangekondigd. Wat de meer specifieke vragen over de rol en het optreden van de politie betreft, lijkt het mij gepast dat de minister van Binnenlandse Zaken daarover de nodige verduidelijkingen verstrekt.
Over het stelsel waardoor de betrokkene buiten de gevangenis kon verblijven, sinds 4 april van dit jaar verbleef hij in verlengd penitentiair verlof, of VPV. Sinds maart 2024 kan een gedetineerde een verlengd penitentiair verlof krijgen, als maatregel tegen de stevige overbevolking in de gevangenissen tijdens de vorige legislatuur. Het verlengd penitentiair verlof is overigens geen nieuw gegeven; het werd in het verleden al toegepast wegens de overbevolking. Zo was er in 2017 een week-om-weeksysteem, net zoals in 2020 naar aanleiding van de coronapandemie.
Het verlengd penitentiair verlof bouwt verder op het klassieke penitentiair verlof, zoals ingeschreven in de wet betreffende de externe rechtspositie (WERP). De maatregel kan pas worden toegekend wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan. Ten eerste moeten eerdere verloven waarvoor de gedetineerde in aanmerking kwam, correct zijn verlopen, ten tweede moet er een vaste verblijfplaats zijn en, ten derde, moeten er bestaansmiddelen zijn. Uiteraard komt niet elke gedetineerde voor VPV in aanmerking. Het verlengd penitentiair verlof kan onder de gestelde voorwaarden worden toegekend aan veroordeelden met een totale gevangenisstraf van maximaal vijftien jaar. Personen die veroordeeld zijn voor zedenmisdrijven of voor terroristische misdrijven of die opgenomen zijn op de lijst van het OCAD, zijn ongeacht de strafmaat sowieso uitgesloten van het stelsel.
In elk geval zal het stelsel van het VPV worden beëindigd, zodra de noodwet waarover we vorige week debatteerden, wordt goedgekeurd. Er zullen dan geen nieuwe VPV-toekenningen meer kunnen toegestaan. Daarnaast zullen de gedetineerden die vandaag nog onder het stelsel van VPV vallen, prioritair opnieuw worden opgenomen in de gevangenis, behoudens een andere beslissing door de strafuitvoeringsrechtbanken in verband met de strafuitvoeringsmodaliteiten.
Laten we ook nog even verduidelijken dat de maatregelen uit de noodwet, waarover we het hadden, in casu niet van toepassing zouden zijn op de betreffende gedetineerde, in de eerste plaats omdat de betrokkene veroordeeld werd voor feiten van intrafamiliaal geweld tot een gevangenisstraf van 37 maanden, dus meer dan drie jaar, en ten tweede omdat zijn totale strafmaat meer dan tien jaar bedraagt. De noodwet beoogt, zoals ik al zei, capaciteit te creëren in de gevangenissen door de meest gevaarlijke gedetineerden opnieuw op te nemen. Ze heeft dus betrekking op andere casussen, wat meteen de ernst van de situatie onderstreept.
Opdat een veroordeelde het VPV-stelsel kan blijven genieten, moet hij of zij de algemene voorwaarden naleven die op iedereen van toepassing zijn, zoals onder meer het niet plegen van nieuwe misdrijven. Daarnaast kan de directeur, rekening houdend met eventuele tegenaanwijzingen voor de betrokkene zoals vluchtgevaar, bijzondere, geïndividualiseerde voorwaarden opleggen bij de toekenning van het VPV. Dat kan bijvoorbeeld gaan om het volgen van een behandeling, het voorbereiden van de reclassering, het verbod om een voertuig te besturen, of het verbod om drankgelegenheden te bezoeken. Het stelsel van VPV kan onmiddellijk worden ingetrokken als de gedetineerde de voorwaarden, zowel de algemene als de geïndividualiseerde, schendt. Ook wijzigingen in de persoonlijke situatie van de gedetineerde kunnen aanleiding geven tot intrekking van de VPV, bijvoorbeeld een verandering van verblijfplaats. De gevangenis en het parket kunnen daarvan via verschillende kanalen op de hoogte worden gebracht, namelijk de politie, het onthaalmilieu of de psychosociale dienst die de betreffende gedetineerde in het kader van het VPV opvolgt.
In casu werd de betrokkene eerder correctioneel veroordeeld voor in totaal tien feiten, namelijk zeven verkeersinbreuken, één feit van slagen en verwondingen in het kader van intrafamiliaal geweld, één feit van heling en één feit van verboden wapendracht. Voor het feit van slagen en verwondingen werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 37 maanden. De betrokkene verbleef in de gevangenis sinds 28 september 2021. Uit zijn eerdere detentietraject blijkt dat hij op 5 november 2024 tien uitgaansvergunningen heeft gekregen voor het uitwerken van zijn reclassering.
Die vergunningen werden onder meer gebruikt om de intakeprocedure voor een begeleidingstraject inzake alcohol- en drugproblemen te doorlopen. De therapie wordt pas opgestart na de detentie, maar hij bereidde dat traject vanuit de detentie voor met behulp van die uitgaansvergunningen. Bovendien kreeg hij op 5 november 2024 één blok van vier keer 36 uur regulier penitentiair verlof, opnieuw om de sociale re-integratie voor te bereiden en de familiale banden te versterken.
Door het positieve verloop van dat eerste verlofblok van vier sessies – het is gebruikelijk dat dergelijke verloven onmiddellijk een aantal keer worden toegekend – kreeg hij sinds 14 maart van dit jaar op regelmatige basis penitentiair verlof, opnieuw om aan zijn sociale re-integratie en reclassering te werken. Daaronder viel ook een aaneensluitende verlofperiode van 72 uur, in het kader van een bezoek aan zijn zoon, die toen gehospitaliseerd was wegens medische problemen.
Naar aanleiding van zijn aanvraag voor de modaliteit van elektronisch toezicht, waarvoor hij voldeed aan de tijdsvoorwaarden, werd het dossier door de psychosociale dienst nader onderzocht met het oog op een eventuele toekenning van die modaliteit. Zo werd een risicotaxatie uitgevoerd en werd het bevoegde justitiehuis gecontacteerd om een maatschappelijke enquête af te nemen. De recentste maatschappelijke enquête dateert van februari van dit jaar.
Op basis van de verschillende elementen, dus het verslag van de psychosociale dienst, de maatschappelijke enquête, het verloop van de eerdere penitentiaire verloven en de uitgaansvergunningen, zijn gedrag in detentie en het reclasseringsplan, heeft de directeur een positief advies gegeven voor de toekenning van elektronisch toezicht. Bijgevolg kwam de betrokkene in aanmerking voor een verlengd penitentiair verlof sinds 4 april van dit jaar.
Het adres waar de vreselijke feiten plaatsvonden op donderdag 3 juli was inderdaad het verblijfsadres. Op basis van de beschikbare informatie, het onderzoek door de psychosociale dienst en de herhaald uitgesproken wens tot gezinshereniging werd geconcludeerd dat de betrokkene op dat adres kon verblijven. Dat is echter, zoals we intussen allemaal weten, helemaal fout afgelopen.
Het is momenteel, zoals u weet, inderdaad niet uitgesloten om in het kader van penitentiair verlof op het adres van het slachtoffer te verblijven, op voorwaarde dat er voldoende elementen in het dossier aanwezig zijn om dat als veilig in te schatten. Die inschatting betreft een beoordeling van alle elementen in het dossier door alle betrokken instanties, die ik zonet heb overlopen.
In casu doorliep de betrokkene, zo blijkt uit de informatie, meerdere penitentiaire verloven die positief werden geëvalueerd. Ook kon worden vastgesteld dat zijn partner op bezoek kwam in de gevangenis. Ook die bezoeken verliepen, op basis van de beschikbare informatie, zonder problemen.
Men is dus tot de conclusie gekomen dat het detentietraject, dat sinds 2021 liep, eerder gunstig verliep. We begrijpen ook dat hij probeerde om zijn tijd nuttig te besteden door te werken aan zijn verslavingsproblematiek vanuit de drugsvrije afdeling. Hij kreeg psychologische begeleiding en nam deel aan begeleidings- en opleidingsprogramma’s. Die informatie kunnen we uit het dossier afleiden.
Tijdens het stelsel van het verlengd penitentiair verlof, sinds april van dit jaar, werd de betrokkene ook opgevolgd door de psychosociale dienst van de gevangenis. Een laatste periodieke opvolging met het thuismilieu vond plaats op 20 juni en leverde, zo blijkt, tot op dat moment geen tegenindicaties op. Het gevangeniswezen werd – opnieuw, op basis van de informatie waarover wij beschikken – tot op 3 juli niet in kennis gesteld van bijzondere of specifieke feiten of incidenten.
Zoals u wellicht hebt vernomen uit de pers, zouden er tot op de dag van het drama vorige week donderdag ook geen tussenkomsten van de politie zijn geweest op het verblijfsadres ten aanzien van de betrokkene. Ik wil wel duidelijk onderstrepen dat dat nog verder moet worden bevestigd aan de hand van informatie die allicht bij andere overheden en diensten kan worden opgevraagd. Wat ik nu meedeel, is wat wij begrijpen op basis van publiek beschikbare informatie.
Na kennisname van de dramatische feiten op 3 juli, via het proces-verbaal, werd het verlengd penitentiair verlof uiteraard onmiddellijk ingetrokken. Voor de volledigheid van het dossier wil ik ook meegeven dat de toekenning van een stelsel van verlengd penitentiair verlof wordt geregistreerd in I+Belgium, zodat de politiediensten in voorkomend geval de betrokken gedetineerden in VPV kunnen opvolgen en de naleving van de voorwaarden kunnen controleren. Ik begrijp dat de registratie voor de betrokkene werd doorgevoerd. Minister Quintin kan wellicht specifieke vragen over het optreden van de politie beantwoorden.
Op basis van alle informatie waarover ik beschik en die ik zonet heb toegelicht, kan ik besluiten dat het gevangeniswezen en ook de gevangenisdirectie de verschillende stappen hebben doorlopen in het kader van de detentie, op basis van de vigerende wettelijke context. Dat geldt ook voor de beoordeling van de detentie en de toekenning en het behoud van modaliteiten en van het stelsel aan de betrokkenen.
Ik geloof wel dat dat dramatisch incident aantoont dat de urgentie om verder te investeren in justitie levensgroot is. De langdurige tekorten aan middelen bij Justitie hebben het werk van onze gevangenisdirecteurs, de medewerkers van DG EPI en van alle medewerkers en betrokken partners binnen de justitiehuizen en de zorg- en opvangdiensten doen verworden tot een steeds complexere opdracht. Vandaag is de puzzel waarmee zij dagelijks worden geconfronteerd uitermate moeilijk te leggen. De verschillende van toepassing zijnde stelsels zijn ook moeilijk op te volgen.
Sinds het begin van deze legislatuur is het dan ook mijn grote ambitie om daarin een kentering aan te brengen. Ik beloof niet dat dat snel of eenvoudig zal zijn, maar ik geloof wel dat we onder meer met de noodwet – ik kom zo meteen nog terug op een aantal andere initiatieven die momenteel in behandeling zijn – in staat kunnen zijn om de koers te wijzigen.
We hebben daarenboven al werk gemaakt van een multidisciplinair plan voor de aanpak van de overbevolking, waarnaar mevrouw De Wit vroeg. De ministers van Asiel en Migratie, Buitenlandse Zaken en de Regie der Gebouwen zijn daarbij betrokken. We willen meer mensen zonder wettig verblijf uit onze gevangenissen verwijderen naar hun land van herkomst om capaciteit vrij te maken. We gaan werken met modulaire infrastructuur, waarvoor we middelen hebben verkregen. Uiteraard moeten we daarvoor ook personeel rekruteren. We willen de capaciteit vergroten door bestaande infrastructuur open te houden, zoals onder meer in Sint-Gillis en in Antwerpen. We willen ook nieuwe gevangenissen bouwen, onder meer in Vresse-sur-Semois.
De toekenning van die middelen, die onder meer wordt vermeld in de IDP Overbevolking en waarover we het al hebben gehad, zal hopelijk snel door de regering worden goedgekeurd, zodat we effectief aan de slag kunnen gaan met die initiatieven. Er ligt uiteraard nog een traject voor ons dat wij de komende maanden en jaren moeten bewandelen, allicht samen met alle collega's. Het plan ligt dus wel degelijk op tafel.
Het zal een en-en-en-enverhaal zijn, want er bestaat geen magische oplossing. Dat we eraan moeten werken, is echter mijn vaste overtuiging. Dat zijn wij verschuldigd aan de hele samenleving, in het bijzonder aan de slachtoffers van geweld en intrafamiliaal geweld, maar ook aan de gevangenisdirecties, het gevangenispersoneel en alle partners van Justitie, die zich elke dag inzetten in moeilijke omstandigheden om een zo veilig mogelijke samenleving waar te maken.
Tot slot wil ik nog ingaan op een aantal meer punctuele elementen.
Mevrouw De Wit, u verwees naar het feit dat wij in het regeerakkoord maar ook in de beleidsverklaring al de ambitie hebben opgenomen om de onmogelijkheid in te voeren dat daders van intrafamiliaal geweld hun gebeurlijk elektronisch toezicht kunnen uitzitten op het adres van het slachtoffer. We hebben niet gewacht op het genoemd incident; maar al werk gemaakt van de teksten. Ik hoop dat we ze samen met de collega's deze week of volgende week op de ministerraad kunnen bespreken, zodat we het ontwerp van wet, samen met u bekende bepalingen over het doorknippen van de enkelband, het ontsnappen uit de gevangenis en drugstests, na het parlementair reces in de commissie voor Justitie kunnen bespreken en goedkeuren. Daardoor verkrijgen we een wettelijke basis om in gevallen van intrafamiliaal geweld de standaardoptie niet te laten zijn dat elektronisch toezicht plaatsvindt op het adres van het slachtoffer, maar wel elders. Ook de situatie waarvan sprake toont immers aan dat we niet voorzichtig genoeg kunnen zijn.
Mevrouw Yigit, over de werkzaamheden rond een uniform risicotaxatie- en risicobeheersingsinstrument ter preventie van intrafamiliaal geweld en feminicide kan ik u mededelen dat in het kader van de wet van 13 juli 2023 betreffende de preventie en bestrijding van feminicides en gendergerelateerde dodingen mijn diensten samen met het openbaar ministerie en de politie hebben deelgenomen aan een werkgroep met het oog op de uitwerking van al de aanbevelingen en soms ook verplichtingen die in de bedoelde wet zijn opgenomen, onder de coördinatie van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Binnen die werkgroep werd een wetenschappelijk onderzoek gevoerd. In september zullen we het eindresultaat daarvan kunnen bespreken en bekijken hoe we de vaststellingen en aanbevelingen nader kunnen implementeren.
Dat gaat ook over preventie, omkadering, begeleiding van slachtoffers, het helpen van slachtoffers om hun leven te hernemen en het doorgeven van informatie tussen hulpdiensten en andere diensten. We hebben het dan over vluchthuizen, veilige huizen en vormingen van politie en magistraten – die worden nu al georganiseerd – om ervoor te zorgen dat iedereen die een schakel in die keten kan zijn, daar maximaal bij wordt betrokken, conform de aanbevelingen van het gezamenlijk rapport dat vorig jaar werd voorgesteld onder leiding van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, met alle verschillende partnerorganisaties en op verschillende domeinen. Gezien de aard van de afspraken in de wet van 2023 en de noodzakelijke partners overstijgt een en ander dus zeker het domein van Justitie sensu stricto .
Bovendien wil ik meegeven dat de bespreking met betrekking tot de actualisering van de samenwerkingsakkoorden met de gemeenschappen en gewesten over de begeleiding en de behandeling van daders van seksueel misbruik, inzonderheid in verband met de samenwerking met het Universitair Forensisch Centrum, lopende zijn. We willen die besprekingen zo snel mogelijk afronden, nadat nog enkele punten zijn uitgeklaard.
Zowel het regeerakkoord als mijn beleidsverklaring van maart van dit jaar toont duidelijk aan dat we de strijd tegen intrafamiliaal geweld zeer ernstig nemen en volop inzetten op maatregelen die dat maatschappelijk probleem helpen bestrijden. Intrafamiliaal geweld eist nog veel te veel slachtoffers en een heleboel blijven nog steeds onder de radar.
Het nieuwe Strafwetboek omvat nieuwe strafbaarstellingen en strafverzwaringen voor intrafamiliaal geweld en seksueel geweld. We willen ook de aangiftebereidheid vergroten, onder meer door anonieme aangifte van fysiek geweld mogelijk te maken, net als onlineaangifte via Police on Web.
Niet al die elementen zijn sensu stricto van toepassing op de casus; de problematiek gaat nu eenmaal breder. Ik wil voorts het mobiel stalkingalarm optimaliseren. Ik verwijs naar de besprekingen in dat verband hier in commissie. In dat licht moet er ook worden overlegd met de gefedereerde entiteiten, zodat het alarm over het hele grondgebied kan worden toegepast.
Daarnaast willen we, binnen de budgettaire mogelijkheden, de rechterlijke orde versterken door te investeren in voldoende parketcriminologen om de werking van de veilige huizen te faciliteren. We hadden al ad-hocinitiatieven genomen om te vermijden dat de werking wordt onderbroken en die moeten we nog versterken.
Samen met de ministers bevoegd voor veiligheid en volksgezondheid onderzoeken we wat we nog meer kunnen ondernemen tegen gedwongen huwelijken, genitale verminking en eergerelateerd geweld. Bij de rechtbanken richten we kamers op voor problematieken zoals intrafamiliaal en seksueel geweld. Om het probleem van de wachtlijsten aan te pakken, willen we de hulpverlening nauwer betrekken. We onderzoeken ook een verplichte inschakeling van de Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) bij intrafamiliaal geweld om de inning van alimentatie te waarborgen en economisch geweld te bestrijden. Mevrouw Yigit verwees ernaar dat sommige partners, vaak vrouwen, zich niet vrij voelen om andere beslissingen te nemen wegens hun financiële mogelijkheden. Dat is dus een belangrijke stap vooruit. We willen er bovendien voor zorgen dat het beroepsgeheim de bescherming van slachtoffers niet in de weg staat. Daarom moeten we het wettelijk kader evalueren met het oog op het engagement van burgers en maatschappelijk werkers.
Collega’s, samenvattend, het is mijn grote ambitie om de samenleving veiliger te maken, zeker ook in de familiale context. We hebben al enkele stappen gezet en voeren we stelselmatig de initiatieven in de pijplijn uit. Uiteraard bespreek ik graag verder met u welke extra initiatieven we op korte termijn kunnen nemen. Intussen hoop ik samen met u op snel beter nieuws over de medische toestand van het slachtoffer van het drama voor haar kinderen.
Alain Yzermans:
Dank u, mevrouw de minister, voor de omstandige uitleg waarbij u de wonden hebt blootgelegd en de manier om ze te remediëren, hebt uiteengezet. We moeten collectief vaststellen dat overbevolking tot uitwassen leidt, zoals het voorbije drama, en dat we samen met veelomvattende maatregelen daar komaf mee moeten maken. Als we de vicieuze cirkel doorbreken, kan een klassiek, humaan gevangenisbeleid resulteren in een uitgebalanceerde aanpak waarbij dergelijke uitwassen kunnen worden vermeden.
Het slachtoffer in Helchteren zal door extreem partnergeweld blijven verminkt zijn of misschien zelfs overlijden. We moeten alles op alles moeten zetten om slachtoffers van familiaal geweld te beschermen. Elektronisch toezicht moet absoluut verboden worden voor veelplegers van intrafamiliaal geweld, want zo kunnen zij nog steeds dicht bij hun slachtoffers komen. Hopelijk wordt dat verbod dankzij de goedkeuring van ontwerp ter zake met uw aller ja-stem mogelijk.
Er is ook meer aandacht voor het slachtoffer in het algemeen nodig, bij elke enquête en bij elke stap in de gerechtsketen. Slachtoffers zijn geen cijfers, het zijn mensen. Het zijn levens die we samen moeten trachten te redden. Op die manier kunnen we een bijdrage leveren aan een humane samenleving.
Marijke Dillen:
Dank u, mevrouw de minister, voor uw bijzonder uitvoerig antwoord. Ik heb begrepen dat de totale strafmaat van die man meer dan 10 jaar was. Dan moet de gevangenisdirecteur daar toch van op de hoogte geweest zijn? Die man was ook veroordeeld voor feiten van intrafamiliaal geweld. Ik begrijp absoluut niet dat hij opnieuw kansen kon krijgen. Wat moet een crimineel in dit land nog doen om geen gunstmaatregelen meer te krijgen, mevrouw de minister? Dat is niet alleen een vraag van mij of mij fractie, maar een van zeer veel burger. Kijk maar naar de sociale media.
Ik blijf het totaal onbegrijpelijk vinden dat Justitie het heeft toegelaten dat een dergelijke agressieve veelpleger de gevangenis veel vroeger mocht verlaten.
Mevrouw de minister, u hebt gezegd dat de inschatting van de risico’s goed zou zijn gebeurd. Ik blijf dat betwisten. Het gaat om een recidivist op het vlak van intrafamiliaal geweld, terwijl recidive op zich al alle alarmbellen zou moeten doen afgaan.
Wat de politie betreft, ik heb begrepen dat in het systeem van de politie vermeld stond dat het ging om iemand die onder VPV was geregistreerd. De politie had het dus eigenlijk moeten weten. Ik begrijp niet – en dat is geen verwijt aan de politiediensten, want zij kunnen die maatregelen niet nemen – dat het systeem niet voorziet dat bij de minste feiten van agressie of intrafamiliaal geweld, hoe klein ook, iemand die VPV geniet onmiddellijk terug naar de gevangenis moet.
Mevrouw de minister, u hebt gezegd dat u een grote ambitie hebt om de samenleving veiliger te maken. U hebt heel wat aankondigingen gedaan, die hoofdzakelijk ook terug te vinden zijn in uw beleidsbrief en beleidsverklaring. Veel van de punten die u hebt opgesomd, zullen we, zoals ik trouwens al meermaals heb bevestigd, steunen.
Wat de overbevolking van de gevangenissen betreft, het cruciale punt in dit dossier, mag het echter niet bij aankondigingen blijven. U spreekt over containers, over gevangenissen in het buitenland en over het terugsturen van buitenlandse en illegale gedetineerden naar hun land van herkomst. Dat is allemaal heel goed, maar maak daar werk van, niet louter aankondigingen, maar een heel concreet plan van aanpak. Wanneer mogen we dat verwachten? Uiteraard moet dat gekoppeld zijn aan de nodige financiering, want anders heeft het geen zin.
Mevrouw de minister, u mag niet wachten met een wet die verhindert dat daders van intrafamiliaal geweld hun elektronisch toezicht uitzitten op het adres van het slachtoffer. Die wet moet u nu doorvoeren. U zegt dat u daar na het reces werk van zult maken, maar in afwachting blijft er een lacune bestaan. Ik heb daar trouwens vorige week, bij de bespreking van de noodwet over de overbevolking in de gevangenissen, al voor gewaarschuwd.
Het is nog niet te laat. De noodwet moet zelfs hier in onze commissie voor Justitie nog worden goedgekeurd. Dien in de commissie een amendement in. U hoeft nog niet de volledige problematiek van het elektronisch toezicht aan te pakken, onder meer het doorknippen van enkelbanden, maar wel specifiek het uitzitten van een straf wegens intrafamiliaal geweld op het adres van het slachtoffer. Maak daar alstublieft de volgende dagen werk van. Ik denk dat dat amendement in de commissie voor Justitie unaniem zal worden gesteund.
Net zoals de strafuitvoeringsrechters blijf ik waarschuwen voor de ernstige risico’s van al die noodmaatregelen. De strafuitvoeringsrechters zeggen zeer duidelijk dat er nu mensen rondlopen die zij niet zouden vrijlaten. Zij hebben ervaring en spreken met kennis van zaken. Probeer toch eens naar hen te luisteren. Zij kennen het dossier perfect en weten waarover ze spreken.
Mevrouw de minister, tot besluit, dit dossier is werkelijk een blamage voor justitie.
Mijnheer de voorzitter, ik dien daarom een motie in.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, uw toelichting schetst een beeld dat niet tot vreugde stemt. Er is immers een slachtoffer gevallen. Het toont wel aan hoe complex de strafuitvoering is, zeker in de huidige context. Dat is trouwens al lang het geval, dat is niet nieuw. De strafuitvoering werd lange tijd stiefmoederlijk behandeld en er ligt nog heel wat werk op de plank. Het is jammer genoeg nooit waterdicht. Deze casus toont ook aan dat alternatieve straffen, waarvan men vaak de mond vol heeft, soms kunnen werken, maar ook kunnen falen.
Mevrouw de minister, we mogen de ambitie van het regeerakkoord en de daarin opgenomen maatregelen, die ook in uw beleidsnota staan, niet loslaten. De slachtoffers en het voorzorgsprincipe moeten onze leidraad zijn. In geval van onzekerheid mogen de samenleving en de overheid geen risico’s nemen. Een verbod op elektronisch toezicht in het kader van intrafamiliaal geweld is voor mij een must. Het is ook noodzakelijk om dat zo snel mogelijk in te voeren. Timmeren we daarmee alle risico's dicht? Laten we ons geen illusies maken. Zulke gebeurtenissen kunnen immers ook na het strafeinde plaatsvinden. We moeten echter elke mogelijke stap zetten en wel zo snel mogelijk. Volgende week vindt de tweede lezing van de noodwet plaats. Ik ben bereid om een amendement op te stellen om zo toch al enkele mazen in de wet te dichten. Ik denk dat we vanuit dit gremium zo snel mogelijk elke stap daartoe moeten proberen te zetten. Ik reken uiteraard op de steun van iedereen daarbij.
Ayse Yigit:
Mevrouw de minister, het debat naar aanleiding van de misdaad in Helchteren mag niet beperkt blijven tot een over de problemen in onze gevangenissen, hoe urgent die ook zijn. De aanpak van geweld tegen vrouwen vereist veel meer, die vereist een brede aanpak op alle fronten, van de versterking van de hulpverlening, over de intensieve begeleiding van daders, tot het wegwerken van de financiële onzekerheid waarin veel vrouwen leven.
Het geval in Helchteren toont pijnlijk aan hoe gevaarlijk het is om risico’s te onderschatten. Wat is er misgelopen? Wie heeft gefaald? En vooral, wat zal er nu veranderen, opdat een dergelijk feit niet herhaald wordt? Het Parlement en de regering dragen hier een collectieve verantwoordelijkheid. Slachtoffers hebben recht op bescherming, niet op laattijdig medeleven.
We kijken dus uit naar de bespreking en de verdere uitvoering van de feminicidewet in september en naar andere bijkomende stappen.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, bij de bespreking van de noodwet vorige week merkte ik al op dat het hier gaat over een complexe problematiek, die nog complexer wordt. We moeten daarvoor echt aandacht hebben.
Uw uitleg doet bij mij de vraag rijzen wie het drama had kunnen voorzien. U gaf onder andere een opsomming van de vele positieve adviezen van de PSD en de gevangenisdirectie en er was een detentieplan in uitvoering. Op een bepaald moment heeft iemand een beslissing genomen, in dit geval de gevangenisdirecteur. Achteraf is het misgelopen. Waren er dan echt geen aanwijzingen dat het fout kon lopen? Het blijft natuurlijk mensenwerk, dat mogen we niet vergeten.
Sommigen zullen het drama aangrijpen om een veel strenger beleid te eisen. Laten we het even in het extreme doortrekken. Stel dat iedereen zijn straf volledig moet uitzitten – nu doet meer dan 50 % dat –, zal de samenleving dan veiliger zijn? Zal het veiliger zijn, als gedetineerden niet de kans kregen om voorafgaandelijk voorwaardelijk vrijgesteld te worden, de kans kregen op elektronisch toezicht, de kans kregen om zich te re-integreren?
Het is gruwelijk wat er gebeurd is, maar we moeten goed opletten dat onze reactie op langere termijn niet tot nog onveiligere situaties leidt. Dat is bijzonder moeilijk. Als we het allemaal op voorhand zouden weten en het risico heel goed zouden kunnen inschatten en voorspellen, dan zou het gemakkelijk zijn.
Er blijven dus veel vragen; het dossier is bijzonder complex. Ik ben blij dat ik een tweede lezing van de noodwet heb gevraagd, zodat we op een aantal punten dieper kunnen ingaan.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, vooreerst, het is vreselijk wat daar is gebeurd. Daarom past hier ook een woord van appreciatie voor burgemeester en collega-parlementslid Yzermans, die de feiten van dichtbij beleefde, voor de manier waarop hij hier de gebeurtenissen schetst, heel genuanceerd, heel rationeel en heel gematigd. Dat pleit voor hem en is niet vanzelfsprekend voor iemand die de feiten van zo dichtbij heeft beleefd.
Mevrouw de minister, ik dank ook u voor uw tijdlijn en uw antwoorden. Er blijven weliswaar een aantal losse eindjes, waarvoor u naar minister Quintin verwijst. Het is belangrijk dat ook op die losse eindjes de juiste antwoorden komen.
Ik noteerde dat de gedetineerde een gevangenisstraf van in totaal meer dan tien jaar moest uitzittn. Het is mij echter niet volledig duidelijk op basis van welke veroordelingen hij tot meer dan tien jaar gevangenisstraf kwam. Dat zou immers betekenen dat, als hij sinds september 2021 vastzat, zijn strafeinde ergens in 2031 of 2032 zou vallen.
Voor mij persoonlijk doen de feiten denken aan 29 mei 2018. Dat is al even geleden, maar dat was de dag waarop een persoon met penitentiair verlof, met name Benjamin Herman, drie mensen – nadien bleek zelfs vier – ombracht. Dat was toen het slechtst denkbare scenario. Wanneer wij hier alles samenleggen, kunnen wij niet anders dan tot het besluit komen dat wat daar in Houthalen is gebeurd, opnieuw het slechtst denkbare scenario is.
Collega’s, ik ben het eens met de woorden van de heer Van Hecke dat het onze plicht is om voor nulrisico te ijveren, maar dat dat niet bestaat, tenzij wij inderdaad willen dat iedereen zonder pardon tot het einde van zijn straf blijft zitten. Zelfs dan is het nog maar de vraag of wij op termijn een veiligere samenleving hebben. Ik denk dat de vraag stellen ze beantwoorden is.
Er zijn twee aspecten aan het debat vandaag. Ten eerste, mevrouw de minister, er is de kwestie van de overbevolking en het plaatstekort. Daar zou het ontwerp van wet, dat we vorige week bespraken, een oplossing moeten bieden. Maar die wettekst vormt slechts een eerste stap of stapje. U hebt gesproken over het multidisciplinair plan waarnaar wij uitkijken. Ik herhaal dat wij op korte termijn moeten zoeken naar extra capaciteit via unitbouw. Wij kunnen niet anders.
Ten tweede is er de aanpak van intrafamiliaal geweld en feminicide. Dat was en is een prioriteit voor de overheden in dit land: mobiele stalkingalarmen, uithuiszettingen, risicotaxaties, veilige huizen, strengere straffen en samenwerking tussen verschillende diensten, zowel veiligheidsdiensten als sociopreventieve diensten. We moeten echter in dit moment van zelfreflectie – dat is geen kwestie van oppositie of meerderheid, maar van gezonde zelfkritiek – vaststellen aan de hand van de cijfers dat die aanpak blijkbaar niet volstaat. Het is onze plicht over de grenzen van meerderheid en oppositie heen – ik herhaal dat – om te kijken waar wij beter kunnen doen.
Ik dank u alleszins voor de antwoorden die u nu al hebt gegeven.
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Namens onze fractie wil ik zeggen dat onze gedachten bij het slachtoffer van dat extreem partnergeweld zijn. Gruwelijk en dramatisch zijn de juiste woorden om dat te omschrijven. Het laat niemand onberoerd, noch in Helchteren en omstreken, noch in heel Vlaanderen en België.
U gaf een omschrijving van wat er gebeurd is, al is nog niet alles duidelijk. Een aantal antwoorden moeten we bijvoorbeeld nog via de politie krijgen. De feiten houden wel verband met het verlengd penitentiair verlof, een maatregel die we op de huidige manier natuurlijk het liefst beëindigd zien. Daarvoor is echter capaciteit nodig, en dat brengt ons bij wat u terecht het en-enverhaal noemt, de noodwet met 41 heel concrete artikelen om de capaciteit te verhogen, die volgende week in het Parlement voorligt. Tegelijk moet die wet de nodige garanties bieden, zodat gevallen als het genoemde daar niet in passen. De wet die moet vermijden dat daders van intrafamiliaal geweld nog elektronisch toezicht kunnen krijgen bij hun slachtoffer, zal daarnaast een belangrijk aspect zijn.
Dat alles moet uiteraard gecombineerd worden met structurele maatregelen. Daarvan gaf u terecht aan dat ook anderen daarbij betrokken moeten worden. Daarom zijn die taskforces opgericht met zowel met uw collega’s in de federale regering als die bij de deelstaten. Het zal een collectieve verantwoordelijkheid zijn en een collectief antwoord op het drama dat zich vorige week heeft voltrokken.
Wij zullen dat alleszins op alle mogelijke manieren ondersteunen, zodat de nodige maatregelen kunnen worden genomen.
Mijnheer de voorzitter, daarnaast dienen wij een eenvoudige motie in.
Ismaël Nuino:
Je me permets de me joindre rapidement à la discussion. Jusqu’ici, nous avons pu avoir l’impression que cette affaire n’avait touché "que la Flandre". Il est vrai que le débat a pu donner cette impression.
Je pense que nous devons tous être conscients du fait que cela aurait pu toucher n’importe qui n’importe où en Belgique. Toutes les parties de la Belgique doivent aujourd'hui être solidaires avec les victimes – la mère de famille et les enfants qui ont assisté à cela – et avec les autorités locales qui ont à gérer cela. Cela doit être particulièrement complexe.
Je salue la réponse de madame la ministre, complète, précise, qui a un petit peu dépassé le temps imparti.
La loi d'urgence est évidemment urgente. Elle va devoir être votée et sera votée rapidement, je l'espère. Nous allons devoir mener des débats plus larges pour voir comment sortir de cette surpopulation carcérale, avec quelles modalités pour garantir la sécurité, particulièrement pour les délits et les faits de mœurs, qui sont de plus en plus observés dans la société et qui, fort heureusement, sont de moins en moins acceptés.
Je vous rappelle notre soutien plein et entier dans ce travail. Il n’y a pas que la Flandre qui est avec les victimes. C’est le cas de l'ensemble de ceux qui se sentent touchés par ces faits.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee, - overwegende dat een gedetineerde die penitentiair verlof had gekregen zich donderdag jl. schuldig heeft gemaakt aan bijzonder gruwelijke feiten van intrafamiliaal geweld tegen zijn partner, waarbij hij deze vrouw in brand stak en levensgevaarlijk verwondde, en dit in aanwezigheid van vijf van hun kinderen, van wie de jongste nog maar 2 jaar is en de oudste 15 jaar, die deze bijzonder traumatische ervaring levenslang zullen meedragen; - overwegende dat deze gedetineerde was veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 37 maanden wegens zwaar intrafamiliaal geweld tegen hetzelfde slachtoffer; - overwegende dat Justitie toeliet dat deze agressieve veelpleger verlengd penitentiair verlof kreeg en dus veel vroeger de gevangenis mocht verlaten door een zogenaamde noodmaatregel in het kader van de strijd tegen de overbevolking; - overwegende dat hij een aanvraag had ingediend om de rest van zijn straf thuis uit te zitten onder elektronisch toezicht; - overwegende dat in afwachting daarvan de gevangenisdirecteur blijkbaar een positief advies had gegeven om voorlopig al terug te keren naar huis, wat onbegrijpelijk is gezien de duidelijke agressieproblematiek in combinatie met een drugsverslaving; - overwegende dat strafuitvoeringsrechters al herhaaldelijk hebben gewaarschuwd dat het verlengd penitentiair verlof de maatschappelijke veiligheid in gevaar brengt en duidelijk stelden: "Er lopen nu mensen vrij rond die wij niet zouden vrijlaten", waarbij duidelijk werd gesteld dat er toen al verschillende veroordeelden die dankzij de noodmaatregelen de gevangenis hadden mogen verlaten nieuwe feiten hadden gepleegd; - overwegende dat de gebeurtenissen in Helchteren werkelijk desastreus zijn voor het imago van Justitie gezien gevaarlijke gedetineerden zomaar worden vrijgelaten en opnieuw kunnen toeslaan; vraagt de regering: eindelijk werk te maken van een structureel plan van aanpak om de overbevolking in de gevangenissen ten gronde aan te pakken, gekoppeld aan voldoende financiële middelen. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord, - considérant qu'un détenu qui avait bénéficié d'un congé pénitentiaire s'est rendu coupable jeudi dernier de faits particulièrement atroces de violence intrafamiliale à l'encontre de sa partenaire, ayant immolé cette femme par le feu et l'ayant dangereusement blessée, et ce en présence de cinq de leurs enfants, dont le cadet n'a encore que deux ans et l'aîné a 15 ans, qui devront subir à vie les conséquences de cette expérience extrêmement traumatisante; - considérant que ce détenu était condamné à une peine d'emprisonnement effectif de 37 mois, et ce pour violence intrafamiliale grave à l'encontre de la même victime; - considérant que la Justice a permis que ce multirécidiviste agressif bénéficie d'un congé pénitentiaire prolongé et qu'il puisse donc quitter la prison beaucoup plus tôt grâce à une mesure d'urgence prise dans le cadre de la lutte contre la surpopulation carcérale; - considérant qu'il avait introduit une demande visant à purger le reste de sa peine à son domicile avec un bracelet électronique; - considérant qu’en attendant, le directeur de la prison avait apparemment remis un avis positif concernant son retour provisoire à domicile, ce qui est incompréhensible, compte tenu de son problème évident d'agression, combiné à une accoutumance à la drogue; - considérant que les juges de l'application des peines ont déjà mis en garde à plusieurs reprises contre le fait que le congé pénitentiaire prolongé met en danger la sécurité de la société et qu'ils ont clairement indiqué que des personnes qu'ils ne libéreraient pas circulaient alors en toute liberté, précisant clairement qu'à l'époque, plusieurs condamnés ayant pu quitter la prison grâce aux mesures d'urgence avaient commis de nouveaux faits; - considérant que les événements qui se sont produits à Helchteren sont vraiment désastreux pour l'image de la Justice, compte tenu du fait que de dangereux détenus sont tout simplement libérés et peuvent récidiver; demande au gouvernement: d'élaborer enfin un plan structurel visant à s'attaquer en profondeur à la surpopulation carcérale, assorti de moyens financiers suffisants. " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Steven Matheï. Une motion pure et simple a été déposée par M. Steven Matheï . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
De brand in de gevangenis van Lantin
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 8 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om verantwoordelijkheidsvermijding tussen SPF Justitie en de Régie des Bâtiments na de dodelijke brand in de gevangenis van Lantin, waar een sprinklerinstallatie (al jaren aanbevolen in rapporten) ontbrak. Minister Verlinden bevestigt dat SPF Justitie weliswaar gegevens doorspeelde voor risicoanalyse, maar stelt dat de eigenaar (Régie) verantwoordelijk is voor normconformiteit en uitvoering—terwijl die claimt op instructies van Justitie te wachten. Ribaudo kaart aan dat beide instanties elkaar de bal doorspelen, ondanks dat het om staatsgeld en -verantwoordelijkheid gaat, en eist duidelijke afspraken om herhaling te voorkomen. De kern: bureaucratische versnippering blokkeert noodzakelijke veiligheidsmaatregelen, met dodelijke gevolgen.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, le 4 juin dernier, je vous interrogeais sur l’incendie à la prison de Lantin, en évoquant notamment le rapport du major Charbon. Ce rapport recommandait plusieurs mesures pour renforcer la sécurité incendie, dont l’installation d’un système de sprinklers. Dans votre réponse, vous m’avez déclaré: "Concernant les travaux réalisés dans le but de garantir le bon fonctionnement des processus et d'assurer la sécurité incendie dans les établissements pénitentiaires, je vous renvoie à la Régie des Bâtiments."
J'ai donc interrogé la ministre Matz, le 12 juin. Et, là, sa réponse est très claire: "La définition des normes applicables relève des compétences du SPF Justice. C’est donc lui qui indique à la Régie ce dont il a besoin pour que, par exemple, le bâtiment soit sûr." Elle a aussi mentionné un rapport du service régional d’incendie de 2018. Je cite à nouveau: "Un sprinklage est abordé dans les mesures à prévoir si un désenfumage est techniquement impossible à enclencher. Cette évaluation de la charge calorifique ne peut être réalisée que par l’occupant, c’est-à-dire le SPF Justice. À ce stade, la Régie n’a pas reçu de demande d’installation d’un système de sprinklage ou de désenfumage."
Alors, aujourd’hui, ce n’est plus une question de procédure, mais de responsabilité. Et j’ai le sentiment, comme je l'ai dit à Mme Matz, qu’on assiste à un match de ping-pong entre ministres, sauf qu’ici, on parle de sécurité et pas de sport.
Madame la ministre, le SPF Justice a-t-il demandé les travaux nécessaires à la Régie des Bâtiments pour la prison de Lantin? Vos services ont-ils pris connaissance du rapport de 2018? L’évaluation de la charge calorifique, dont parlait Mme Matz, a-t-elle été réalisée? Sinon, pourquoi? Enfin, une évaluation des dispositifs incendie est-elle prévue pour l’ensemble des prisons du pays?
Annelies Verlinden:
Monsieur Ribaudo, avant de répondre à vos questions, je souhaite une nouvelle fois rendre hommage au pompier décédé lors de l'incendie à Lantin, ainsi qu'à ses collègues, dont plusieurs ont été grièvement blessés. C'est avec stupeur et une profonde tristesse que nous avons appris ce drame il y a quelques semaines.
La passion et l'engagement de ces pompiers dans l'exercice de leurs fonctions forcent le respect. Mes pensées sont avec eux, et également avec tous les collègues qui, chaque jour, s'engagent au service de la justice dans notre pays, souvent dans des conditions difficiles. La société leur est profondément redevable.
Face à des événements aussi tragiques, nous devons veiller à ne pas tirer de conclusions hâtives, mais au contraire à unir nos forces et à tout mettre en œuvre ensemble pour éviter que de tels drames ne se reproduisent.
En ce qui concerne l'exécution des travaux, je peux vous dire que le SPF Justice a demandé les travaux nécessaires à la Régie des Bâtiments. Le déménagement de la buanderie vers le lieu actuel a été demandé il y a une dizaine d'années déjà. Des travaux ont été effectués par la Régie des Bâtiments.
Les aspects liés à la conformité aux normes incendie et électricité relèvent la responsabilité du propriétaire. Il n'appartient pas à l'occupant, en l'occurrence le SPF Justice, d'adresser au propriétaire des demandes pour la mise en conformité aux normes incendie des bâtiments qu'il met à disposition de ses clients.
C'est d'ailleurs le propriétaire qui reçoit et détient les rapports des pompiers concernant ces bâtiments et qui connaît donc mieux que quiconque leur état ainsi que leur conformité aux normes en vigueur. Les différents rapports reçus sont toujours analysés dans le but d'y apporter des réponses. Les travaux nécessaires sont demandés.
Un plan de mise en conformité incendie est en cours de réalisation à Lantin. Il s'agit cependant d'un bâtiment ancien, alors que les normes évoluent constamment. Des adaptations constantes sont donc nécessaires et requièrent parfois des travaux de grande envergure. La demande de travaux est renvoyée vers la Régie des Bâtiments, qui établit son plan d'action.
Les rapports des pompiers sont transmis à la Régie des Bâtiments en sa qualité de propriétaire ainsi qu'au SPF Justice en tant que service occupant. Cela vaut également pour le rapport de 2018. Le SPF Justice a encodé le rapport dans l'application Desk afin que la Régie des Bâtiments réalise les travaux qu'elle estime devoir exécuter. Cette application permet aux clients de la Régie des Bâtiments d'introduire leurs demandes de travaux.
L'occupant a également transmis à la Régie des Bâtiments l'ensemble des informations concernant le matériel stocké dans ce lieu ainsi que les quantités et un plan d'implantation. Ces données permettent à la Régie des Bâtiments de calculer la charge calorifique.
En ce qui concerne votre dernière question, l'administration centrale attire régulièrement l'attention des directions locales sur la nécessité de tenir à jour les plans d'urgence et d'intervention. Dans ce cadre, toutes les prisons font l'objet d'une visite périodique des pompiers qui remettent un rapport. Ces rapports donnent ensuite lieu à un suivi. Les éventuelles remarques sont soumises à la concertation avec le propriétaire afin de déterminer quel service y donnera suite.
Julien Ribaudo:
Merci pour votre réponse, madame la ministre. Loin de moi l'idée de tirer des conclusions hâtives, on parle ici de sécurité. Cette question est légitime dans le sens où ce sont les acteurs de terrain qui viennent vers nous en nous disant que l'événement dramatique que nous avons connu trouve son origine dans un élément qui a été signalé voici plusieurs années et pour lequel rien n'a été fait. Il s'agissait d'installer un simple système de sprinklage. Encore aujourd'hui, madame la ministre, je ne comprends pas – et j'ignore comment le grand public peut comprendre – pourquoi on parle d'occupant, de locataire et de propriétaire, alors qu'il s'agit de l' É tat belge. C'est nous qui sommes responsables, avec de l'argent public, de la sécurité des gens qui sont à l'intérieur et qui y travaillent. Or, à nouveau, vous nous dites qu'on l'a encodé et que c'est à la Régie des Bâtiments de savoir si elle doit faire ou pas cette étude de charge calorifique. Ça a l'air d'être un détail, mais on voit que c'est pire que Kafka. Je veux dire par-là qu'on ne sait même plus qui est responsable de quoi. En fait, plus personne n'est responsable de rien. Et, aujourd'hui encore, vous n'avez pas réussi à me dire ce qu'il en est. Mme Matz me dit que c'est à vous de répondre, et, vous, vous me dites que c'est à elle. Bien entendu, nous déplorons aussi la mort de pompiers, de personnes qui veulent faire leur travail et garantir la sécurité. Mais si on ne veut pas que cela reste des mots – et on sait que vous avez fait beaucoup lorsque l'incendie est survenu –, il faut qu'on puisse prendre notre responsabilité, que vous puissiez prendre votre responsabilité avec la ministre Matz pour savoir où cela a dysfonctionné et faire mieux la prochaine fois.
De plaatsing van roosters voor gevangenisvensters
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 8 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt dat caillebottis in de meeste gevangenissen worden geplaatst (of vervangen) om dronesmokkel (drugs, telefoons) en illegale communicatie tussen cellen tegen te gaan, ondanks de gereduceerde lichtinval—veiligheid primeert hier op leefkwaliteit. Schlitz kritiseert de maatregel als contraproductief: ze verergert de reeds mensonwaardige omstandigheden (met internationale veroordelingen voor België) en pleit voor alternatieven (minder obstructieve beveiliging, preventie, reïntegratie in plaats van pure repressie) in een systeem dat nu enkel escaleert zonder resultaat. De minister benadrukt noodzaak, Schlitz structureel falen en gebrek aan visie op langetermijnoplossingen.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, j’ai été alertée du fait que des caillebottis seraient actuellement installés devant fenêtres des prisons, restreignant encore davantage la luminosité dans les cellules.
Est-il prévu d'en installer dans toutes les prisons? Pour quel motif ces dispositifs sont-ils installés et pour quel montant? Au vu de l’impact sur la luminosité, et donc la qualité de vie dans les cellules, cette mesure est-elle proportionnée?
Annelies Verlinden:
L’installation de caillebottis a déjà été réalisée dans de nombreuses prisons, à l’exception de certains établissements qui ont demandé de ne pas en installer et d’autres cas particuliers, comme les prisons ouvertes. Des chantiers sont également en cours ou prévus pour le remplacement des caillebottis en raison de leur détérioration.
Les établissements pénitentiaires sont confrontés à un enjeu majeur de sécurité. Les caillebottis ainsi que les systèmes de sécurité en général constituent des outils essentiels pour faire face à ces problématiques. Nous devons donc proposer des solutions aussi fiables que possible en prenant en considération tous les aspects, qu’ils soient positifs ou négatifs. Ces mesures sont indispensables pour répondre au risque quotidien que constitue l’utilisation sans cesse croissante de drones pour acheminer des stupéfiants et des téléphones portables ainsi qu’à la nécessité de limiter au maximum les échanges interdits entre cellules. Les caillebottis jouent par conséquent un rôle clé dans la sécurité des établissements pénitentiaires. La question de la propreté est également prise en considération, notamment pour éviter que les déchets soient jetés par les fenêtres. Les budgets relèvent de la compétence de la Régie des Bâtiments.
Enfin, il est vrai que les caillebottis assombrissent davantage les cellules. Toutefois, la priorité a été donnée à la sécurité des établissements où cela s’avérait nécessaire, quitte à accepter une réduction modérée de la luminosité plutôt qu’une augmentation du risque pour le personnel pénitentiaire et les détenus. Il s’agit d’un choix délibéré qui n’est envisagé qu’en cas de nécessité.
Sarah Schlitz:
Au vu de la situation dans nos prisons et des nombreuses condamnation dont la Belgique fait déjà l’objet par rapport au traitement inhumain et dégradant que nous faisons subir aux prisonniers incarcérés dans nos prisons, la pose de caillebottis ne fait qu’aggraver notre cas. Des solutions alternatives qui n’obstruent pas à ce point la luminosité dans cellules pourraient être envisagées. Par ailleurs, j’entends dans votre réponse qu’il s’agit à nouveau d’une fuite en avant, d’une escalade. Quand ce ne seront pas les caillebotis, que va-t-on va faire s'il y a à nouveau des tentatives de faire circuler certaines choses. Il est grand temps de réfléchir à toutes les problématiques auxquelles vous êtes confrontée. Cela ne signifie pas plus de prisons. Mais plutôt comment faire de la prévention? Comment agir efficacement pour trouver des alternatives à la prison? Comment accompagner les personnes qui sont en prison dans le cadre de leur réinsertion pour éviter la récidive? De tout cela, on entend beaucoup trop peu parler face à cette escalade d'investissements massifs dans les structures carcérales qui en fait ne produisent pas les effets escomptés. Vous n'atteignez donc pas vos objectifs. Je vous remercie tout de même, madame la ministre, pour votre réponse.
De agressie in de nieuwe gevangenis van Dendermonde
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 8 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
In de gevangenis van Dendermonde viel een agressieve gedetineerde met een bekend gewelddadig verleden twee cipiers aan, waardoor zij zwaar gewond raakten (oogkas-, schouder-, knie- en elleboogletsel) en tijdelijk arbeidsongeschikt waren. De dader werd overgebracht naar een veiligheidscel, een tuchtprocedure is gestart en het parket onderzoekt strafrechtelijke vervolging voor slagen tegen ambtenaren, terwijl de minister bevestigt dat hij na de procedure naar een andere gevangenis wordt overgeplaatst. Marijke Dillen benadrukt dat agressie tegen cipiers zowel tuchtrechtelijk als strafrechtelijk hard moet worden aangepakt, zonder ruimte voor straffeloosheid.
Marijke Dillen:
Opnieuw een geval van zware agressie tegen cipiers, ditmaal in de nieuwe gevangenis van Dendermonde. Donderdag 3 juli raakten twee cipiers ernstig gewond door een gedetineerde, met werkonbekwaamheid tot gevolg. Toen ze de gedetineerde uit zijn cel wilde halen omdat die onophoudelijk op de deur zat te kloppen, wat bijzonder storend was voor de medegedetineerden, werd deze gedetineerde onmiddellijk agressief en sloeg de cipiers in hun gezicht. Het betrof een gedetineerde die bekend stond om agressieproblemen zowel binnen als buiten de gevangenismuren. Het Gevangeniswezen heeft aan Politie en Parket gevraagd een onderzoek te starten.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende deze feiten? Hoe is het gesteld met de gezondheidstoestand van beide cipiers?
Het gaat om een gedetineerde die bekend staat om agressieproblemen, ook binnen de gevangenismuren. Zijn er nog andere gevallen van agressie bekend binnen de gevangenis, zowel tegen cipiers als tegen andere gedetineerden? Zo ja, welke gevolg werd hieraan gegeven?
Werden er inmiddels tuchtmaatregelen genomen lastens deze gedetineerde? Graag toelichting.
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, vorige week donderdag heeft zich inderdaad een kritiek incident voorgedaan in Nieuw Dendermonde, waarbij twee vleugelverantwoordelijken fysiek zijn aangevallen door een gedetineerde.
Die gedetineerde, die eerder werd veroordeeld voor opzettelijke slagen en verwondingen tegen een ministerieel ambtenaar, bleef die avond de rust en orde verstoren door herhaaldelijk op zijn celdeur te bonken. Daarop gingen de twee aanwezige vleugelverantwoordelijken poolshoogte nemen. De betrokken gedetineerde stelde zich verbaal agressief op en duwde een personeelslid tegen de borstkas. Ondanks herhaalde inspanningen van het personeel om hem te kalmeren, ging de gedetineerde uiteindelijk over tot ernstige fysieke agressie. Twee personeelsleden werden hierbij aangevallen.
Eén personeelslid kreeg een slag tegen de oogkas en liep een schouderletsel op. Het andere personeelslid werd in het aangezicht geraakt en raakte gewond aan de knie en de elleboog. De gedetineerde werd door het bijstandsteam overmeesterd en overgebracht naar de veiligheidscel, waar hij verbleef in afwachting van de tuchtprocedure.
Na het incident zijn beide personeelsleden overgebracht naar het ziekenhuis. De ene beambte heeft de dag nadien de dienst hervat. Het andere personeelslid was vier dagen afwezig door het arbeidsongeval.
De feiten hebben aanleiding gegeven tot het opstarten van een tuchtprocedure tegen de betrokken gedetineerde. In gevallen van fysieke agressie wordt, conform de basiswet van 2005, altijd een tuchtprocedure opgestart. Indien er tevens sprake is van strafbare feiten, zoals in dit geval het toebrengen van slagen en verwondingen aan een overheidsambtenaar, wordt het parket daarvan in kennis gesteld met het oog op een eventuele strafrechtelijke vervolging. Na afloop van de tuchtprocedure zal de betrokken gedetineerde worden overgebracht naar een andere gevangenis.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik stel vast dat er al een tuchtonderzoek lopende is. Dat is positief. Het dossier is, begrijp ik, ook overgemaakt aan het parket voor een eventuele strafvervolging. Ik hoop dat het niet bij een eventuele strafvervolging blijft, maar dat deze ook daadwerkelijk in de praktijk zal worden ingesteld. Elke vorm van agressie dient immers zeer zwaar te worden aangepakt en ook strafrechtelijk vervolgd, naast het tuchtrechtelijk onderzoek.
De gesprekken met Kosovo inzake een buitenlandse gevangenis
De buitenlandse detentiecapaciteit voor illegale criminelen
Internationale detentieafspraken voor buitenlandse criminelen
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België onderzoekt met Kosovo (en andere Westelijke Balkan- en Baltische landen) de mogelijkheid om illegale gedetineerden in buitenlandse gevangenissen onder te brengen, om de overbevolkte Belgische gevangenissen te ontlasten. Denemarken heeft al een akkoord met Kosovo (300 plaatsen, operationeel in april 2027), terwijl België nog analyseert welke landen haalbaar zijn en diplomatieke gesprekken voert. 46% van de gedetineerden is niet-Belg, waarvan 3.985 illegalen (met grote groepen Marokkanen en Algerijnen), wat de noodzaak benadrukt voor versnelde terugkeer en nieuwe repatriëringsakkoorden, met name met Marokko en Algerije. Justitie en Buitenlandse Zaken coördineren de stappen, maar concrete afspraken of financiële plannen ontbreken nog.
Maaike De Vreese:
Een tijdje geleden hielden de eerste minister en de Kosovaarse president in de marge van de top van de Europese Politieke Gemeenschap een gesprek. Dat gesprek ging onder andere over Kosovo. Kosovo zou open staan om gedetineerden zonder wettige verblijfspapieren – die momenteel in onze gevangenissen verblijven – in een Kosovaarse penitentiaire instelling onder te brengen.
We weten allemaal dat er een zeer grote druk is op onze gevangenissen. Een ongelooflijke overbevolking, die onhoudbaar is. Gisteren is er in eerste lezing een noodwet over goedgekeurd binnen de regering. Bijkomende maatregelen zijn absoluut nodig. Iedereen weet dat het bij een heel groot deel van de mensen in onze gevangenissen om illegale criminelen gaat. Die moeten absoluut zo snel mogelijk terug naar hun land.
In het regeerakkoord staat ook dat we, gelet op de enorme druk, ook in het buitenland gevangenissen willen bouwen of huren om er veroordeelde criminelen in illegaal verblijf onder te brengen. Denemarken heeft in het verleden reeds een akkoord gesloten met Kosovo voor 300 plaatsen. Nu maakte de Kosovaarse president een opening in de marge van die Top.
Kunt u toelichting geven over de gesprekken tussen dit land en Kosovo? Wat zijn de volgende stappen?
Hoever staat Denemarken met de uitrol van hun deal? Wanneer zal het gedetineerden kunnen overbrengen? Welke juridische stappen zouden er moeten worden genomen? In hoeverre is er reeds zicht op het financieel plaatje?
Wanneer heeft u hierover voor het laatst overleg gepleegd met uw collega-ministers? Ik ben me er wel degelijk van bewust dat dit een gedeelde bevoegdheid is, maar, mevrouw de minister, het zou ons ten goede komen, mochten we daar capaciteit vrij krijgen.
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, tijdens de beleidsverklaring verklaarde u dat u Cedoca de opdracht hebt gegeven om een lijst op te stellen van Europese staten die in aanmerking komen voor buitenlandse of Belgische detentiecapaciteit. De volgende landen zouden worden onderzocht: Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Noord-Macedonië, Servië, Litouwen en Estland.
Is er intussen een beslissing genomen over welke landen formeel of informeel in aanmerking komen? Dit is immers de lijst van landen die onderzocht werden. Is er dus al een beslissing genomen?
Vond het aangekondigde overleg met minister Verlinden reeds plaats?
Lopen er gesprekken met bepaalde specifieke landen? Collega De Vreese zei dat er reeds gesprekken lopen met Kosovo. Wat is de laatste stand van zaken daaromtrent?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw De Vreese, mevrouw Van Belleghem, dank u voor uw vragen. Voor de vraag over de gesprekken tussen de premier en de Kosovaarse president verwijs ik u graag door naar de premier.
Denemarken heeft op 27 april 2022 een verdrag met Kosovo ondertekend over de huur van een gevangenis met 300 plaatsen om veroordeelde gedetineerden in onwettig verblijf daar hun straf te laten uitzitten en om vanuit Kosovo de terugkeer te organiseren. Na ratificatie door de verschillende parlementen is dit verdrag op 24 juni 2024 in werking getreden. Momenteel wordt de gevangenis in Gjilan volgens de Deense standaarden en regelgeving gerenoveerd.
De overeenkomst voorziet ook in de aanstelling van Deense ambtenaren in de gevangenis, om te garanderen dat de behandeling van de gedetineerden in overeenstemming met de Deense en internationale normen is. Mevrouw De Vreese, de ingebruikname van de gevangenis is gepland voor april 2027.
In het regeerakkoord staat dat ook België overeenkomsten met andere Europese rechtsstaten zal trachten te sluiten om daar gevangenissen te huren of te bouwen. Er zijn verschillende analyses opgevraagd bij Cedoca, de onderzoeksdienst van het CGVS. Momenteel analyseren we de resultaten. We zullen in de regering de verschillende bevindingen bespreken.
Ja, mevrouw Van Belleghem, we hebben hierover al een gesprek gehad met het kabinet van de minister van Justitie.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. De vragen aan de premier heb ik drie of vier weken geleden al gesteld. De opening die uit dat gesprek is voortgekomen, zo lees ik toch in de pers, is een goed aanknopingspunt om verdere diplomatieke contacten met de Kosovaren uit te bouwen en ook om ter plaatse gesprekken met de ministers aan te knopen. Ik heb in het verleden gezien dat gezamenlijke missies naar derde landen vaak zeer constructief verlopen.
In Kosovo is die gevangenis er al. We moeten dus niet van nul beginnen met het bouwen van een gevangenis. Dat lijkt mij een kans die tot op het bot moet worden onderzocht. Ik wens u daar veel succes mee.
i
Francesca Van Belleghem:
Dank u wel voor uw antwoorden, minister. Ik heb gisteren toevallig een antwoord ontvangen op een schriftelijke vraag waaruit blijkt dat 3.985 van de gedetineerden illegaal in dit land verblijven. Daarnaast zijn er 1.505 niet-Belgen met een geldige verblijfstatus. Samen vormen zij meer dan 46 % van de gevangenispopulatie. Het aantal niet-Belgen, het aantal vreemdelingen, in onze gevangenissen is dus gigantisch. We moeten dan ook zoveel mogelijk nieuwe immigratie beperken. Illegalen moeten worden teruggestuurd naar het land van herkomst. Voor die 3.985 mensen moeten we er maximaal op inzetten om hen effectief terug te sturen. Ook het uitzitten van straffen moet zoveel mogelijk in het land van herkomst gebeuren, al valt dat uiteraard niet onder uw bevoegdheid. Wat mij verder opviel, is dat meer dan 1.000 van de gedetineerden de Marokkaanse nationaliteit hebben, dus 8 % van de gevangenispopulatie heeft de Marokkaanse nationaliteit, van wie velen illegaal in dit land verblijven. De deal die vorig jaar werd gesloten door de vivaldiregering, waarvoor heel wat vivaldiministers naar Marokko zijn gereisd, kan dus zeker worden aangescherpt. Er moet nog veel sterker worden ingezet op de terugkeer van illegale Marokkanen naar het land van herkomst. En hetzelfde geldt voor Algerijnen, 5 % van de gevangenispopulatie is van Algerijnse afkomst. Ook onder hen verblijft een groot deel, 4,5 %, illegaal in België. Ik zou dan ook willen pleiten voor een nieuwe terugkeerdeal, niet alleen met Marokko, maar ook met Algerije.
De ontdekking van nieuwe ‘ondetecteerbare’ telefoons in gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De minister bevestigt dat mini-telefoons (zoals in Frankrijk) in Belgische gevangenissen bekend maar beperkt aanwezig zijn, en dat bestaande opsporingsapparatuur ze detecteert via zendmastconnecties in plaats van metaal. Extra investeringen in detectietechnologie voor inactieve toestellen zijn in voorbereiding, terwijl fouilles de primaire controle blijven. Dillen vraagt om concrete cijfers over betrappingen, maar Verlinden benadrukt dat het risico op ondetecteerbaarheid uitgesloten wordt met de huidige systemen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Gedetineerden in Franse gevangenissen hebben nieuwe 'ondetecteerbare' telefoons gebruikt om te communiceren met de buitenwereld. Volgens Eurojust zijn de telefoons maar zo groot als een aansteker.
Het EU-agentschap meldt dat de toestellen wereldwijd worden verkocht via onlinemarktplaatsen en eenvoudig te verbergen zijn tijdens veiligheidscontroles.
De Franse autoriteiten schatten dat ongeveer vijfduizend van de apparaten in gebruik waren in gevangenissen.
Ik hierbij de volgende vragen:
Is de minister op de hoogte van het bestaan van deze 'ondetecteerbare' telefoons?
Werd er reeds een onderzoek gevoerd in de Belgische gevangenissen naar deze telefoons? Zo nee, waarom niet? En wanneer zal het onderzoek desgevallend plaatsvinden? Indien ja, wat waren de resultaten? Graag enige toelichting.
Welke initiatieven gaat de minister beleidsmatig in concreto uitwerken om tegemoet te komen aan deze problematiek enerzijds, en de controle op de aanwezigheid van deze toestellen anderzijds?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, de telefoons waarnaar u in uw vraag verwijst, zijn ook bij ons bekend, maar komen in mindere mate voor. Sommige modellen blijken niet detecteerbaar te zijn met de reguliere metaaldetectieportieken, wegens te weinig aanwezig metaal. Ook die modellen zijn, voor alle duidelijkheid, wel degelijk detecteerbaar voor onze opsporingsapparatuur.
Van de opsporingsapparatuur werden eerst proefmodellen aangeschaft en getest. Uit de testen bleek inderdaad dat alle items door onze opsporingsapparatuur gedetecteerd worden. Die apparatuur richt zich in eerste instantie niet onmiddellijk op de materiële aanwezigheid van niet-toegelaten communicatiemiddelen zelf, aangezien die controle plaatsvindt via geplande en onvoorziene fouilles van de diverse ruimtes in de gevangenis, maar is gericht op de connectie die de telefoons maken met de zendmasten.
Zoals eerder al toegelicht, nemen we initiatieven om de veiligheid van onze detentie-infrastructuur te verhogen. Met het oog daarop wordt bijkomend geïnvesteerd in opsporingsmateriaal om inactieve of uitgeschakelde communicatiemiddelen te kunnen traceren. De aankoopprocedures daarvoor lopen momenteel.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. Ik weet niet of u kennis hebt van cijfers over eventuele betrappingen die al gebeurd zouden zijn, maar u zegt dus formeel dat we in onze gevangenissen niet het risico lopen dat telefoons niet gedetecteerd kunnen worden en dat onze apparatuur voldoende in staat is om, mochten zulke telefoons circuleren in onze gevangenissen, ze te detecteren.
De problemen met de celdeuren in de nieuwe gevangenis van Dendermonde
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
In de nieuwe gevangenis van Dendermonde sprongen celdeuren ’s nachts onbedoeld open door defecte sloten, waarna tijdelijk klinken werden verwijderd en deuren gebarricadeerd. Minister Verlinden bevestigde dat het probleem beperkt en snel opgelost werd door de DBFM-aannemer (privaat onderhoudscontract), zonder kosten voor Justitie, en zonder incidenten, maar met strenge opvolging om herhaling te voorkomen. Dillen bevestigde dat de veiligheid nu gewaarborgd is en het technisch mankement volledig verholpen. De verantwoordelijkheid en kosten liggen bij de private partner, zonder financiële gevolgen voor de overheid.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Uit berichtgeving blijkt dat in de nieuwe gevangenis van Dendermonde de afgelopen maanden de celdeuren 's nachts willekeurig en ongecontroleerd opensprongen. Cipiers zagen zich genoodzaakt om de deuren te barricaderen met houten palen. Als tijdelijke oplossing werden de klinken aan de binnenkant van de celdeuren eraf gehaald om te vermijden dat de gedetineerden hun celdeuren zelf konden openen. Eerst werd er gedacht aan een softwareprobleem maar het blijkt om een slechte partij sloten te gaan.
Kan de minister hierover meer toelichting geven? Wanneer werd dit gemeld? Hoelang heeft deze situatie zich voorgedaan? Wat was de oorzaak? Hoe werd deze problematiek opgelost?
Wat is hiervan de kostprijs? Gezien het een recente gevangenis betreft, wie is hiervoor verantwoordelijk en kan deze kost worden verhaald op de aannemer?
Kan de minister mij mededelen of deze problematiek tot incidenten heeft gezorgd binnen deze gevangenis? Zo ja, graag een gedetailleerd overzicht.
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, het klopt dat er recent een aantal problemen was met de sloten in de nieuwe gevangenis van Dendermonde. Ik wil weliswaar onderstrepen dat dat probleem zich maar een beperkt aantal keren heeft voorgedaan, dat daarop onmiddellijk en correct is gereageerd en dat het technisch probleem inmiddels is verholpen.
De nieuwe gevangenis van Dendermonde is een DBFM-gevangenis, wat impliceert dat de privépartner verantwoordelijk is voor het onderhoud en de vervangingen, en dat geldt voor de duur van het contract, in dit geval 25 jaar. Er zijn dus geen financiële implicaties voor de FOD Justitie.
De situatie heeft niet tot incidenten geleid. Dat neemt niet weg dat alle partners de situatie zeer ernstig hebben genomen. Het gaat immers om de veiligheid binnen de inrichting. Daarom werden een continue opvolging en overleg georganiseerd om een dergelijk probleem in de toekomst te voorkomen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank u vriendelijk voor uw antwoord. De situatie heeft zich dus maar een beperkt aantal keren voorgedaan, zo begrijp ik. Technisch gezien is het probleem volledig verholpen en zijn alle daaraan gekoppelde gebreken weggewerkt. De veiligheid komt dus niet meer in het gedrang.
De onhoudbare situatie voor het gevangenispersoneel in de gevangenis van Wortel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Wortel kampt met chronische onveiligheid door overbevolking, drugs, geweld, onderbemanning en verwaarloosde infrastructuur (o.a. defecte veiligheidscellen), wat het personeel tot moedeloosheid en hopeloosheid drijft. Minister Verlinden erkent de crisis, belooft een dringend bezoek en versneld herstel van cellen (maar wijst op bureaucratische vertragingen), terwijl ze overbevolking als hoofdreden aanwijst en structurele oplossingen prioriteit geeft. Dillen eist onmiddellijk ingrijpen, benadrukt wekelijkse zware incidenten (vaak ongerapporteerd) en dringt aan op een concreet, niet-symbolisch bezoek om de ernst ter plaatse te ervaren, met directe actie voor veiligheid van zowel personeel als gedetineerden. De politieke urgentie en middelengebrek blijven de kern van de patstelling.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dit is een vraag die ik vandaag helaas opnieuw had kunnen indienen, naar aanleiding van de gruwelijke feiten van eergisteren. Mijn vraag was echter al een tijdje hangend in deze commissie. Zonder verwijt, mijnheer de voorzitter.
De situatie raakt daar maar niet opgelost. Enkele weken geleden waren er zware vechtpartijen tussen gedetineerden. Drugs en gsm's worden over de omheining gegooid. De situatie in de gevangenis van Wortel is werkelijk onhoudbaar geworden. Incident na incident, telkens opnieuw moet het personeel de chaos ondergaan.
Er circuleren online voldoende berichten over de ernst van de recente incidenten. Onnodig te zeggen, mevrouw de minister, dat het personeel op zijn tandvlees zit. Ik neem aan dat ik u daar niet van hoef te overtuigen. Men is moedeloos, onderbemand en voelt zich totaal in de steek gelaten. Uit gegevens waarvan ik kennis heb, blijkt dat het gevoel leeft dat de directie het personeel onvoldoende steunt, waarschijnlijk omdat ze zelf te weinig ondersteuning krijgt van het hogere niveau.
Het personeel vraagt dringend actie, mevrouw de minister. Het wil niets liever dan zijn werk te kunnen doen in menswaardige en veilige omstandigheden. Er moet dringend extra ondersteuning komen en er moet eveneens bij hoogdringendheid gewerkt worden aan echte oplossingen om eindelijk een antwoord te bieden op alle problemen in Wortel, die al lange tijd gekend zijn. Het personeel vraagt politieke moed om eindelijk alle problemen op het terrein concreet en daadkrachtig aan te pakken en hiervoor de nodige middelen vrij te maken.
Vandaar mijn vragen. Wat moet er nog gebeuren in deze gevangenis voor er echt geluisterd wordt naar de steeds maar groeiende problemen? Wanneer gaat u eindelijk ingrijpen? Welke initiatieven gaat u bij hoogdringendheid nemen om oplossingen te bieden voor deze ernstige problemen?
We krijgen bijna wekelijks signalen. Ze halen alleen nog de kranten wanneer het werkelijk de spuigaten uitloopt, zoals dat het geval was bij de incidenten van enkele weken geleden en bij de incidenten van eergisteren. Ondertussen worden de cipiers er bijna dagelijks geconfronteerd met onhoudbare situaties.
Uit berichten blijkt dat er een bijzonder verontrustende situatie is inzake de veiligheidscellen, die vaker buiten gebruik dan beschikbaar zijn. Dit heeft rechtstreeks een impact op de veiligheid van zowel het personeel als van de gedetineerden. Wanneer zult u bij hoogdringendheid de nodige herstellingswerken laten uitvoeren, in het belang van de veiligheid?
Er zijn bovendien verschillende structurele gebreken die de dagelijkse werking ernstig belemmeren. Bent u bereid om deze gevangenis te bezoeken, mevrouw de minister, niet voor een kort persmoment, maar om daadwerkelijk te luisteren naar de bezorgdheden van het personeel en om ter plaatse grondig na te gaan hoe ernstig de situatie is? Of u dat al gedaan hebt, zal uit uw antwoord blijken.
Annelies Verlinden:
Ik ben me terdege bewust van de ernst van de situatie. Heel recent deed zich opnieuw een incident voor waarbij enkele personeelsleden gewond raakten. Dat is onaanvaardbaar en dergelijke incidenten laten mij als minister van Justitie nooit onberoerd. Zoals ik al meermaals heb toegelicht, creëert de overbevolking bijkomende onveilige omstandigheden, zowel voor het personeel als voor de gedetineerden, helaas niet alleen in de gevangenis van Wortel. Het is dan ook mijn absolute prioriteit om daaraan te werken. Gisteren hebben we daar al over gesproken in de commissie.
Wat de herstellingen aan de veiligheidscellen betreft, bevinden de dossiers per cel zich momenteel in de fase voorafgaand aan de aanpassingen of herstellingen. De reglementaire termijnen die de administratie moet respecteren in het kader van overheidsopdrachten, samen met de levertermijnen van materiaal en de uitvoeringstermijnen, maken dat de werken niet onmiddellijk kunnen worden aangevat. Mijn administratie volgt echter nauwgezet op dat de procedures zo snel en zo vlot mogelijk verlopen.
Collega Dillen, naar aanleiding van de incidenten heb ik inderdaad al het voornemen uitgesproken en bevestigd om binnenkort een bezoek te brengen aan de inrichting. Daarbij vind ik het effectief belangrijk om zeer nauwgezet en doortastend in overleg te gaan met de directie en het personeel. Ik wil ter plaatse over hun bezorgheden en uitdagingen horen, zodat we samen naar oplossingen kunnen zoeken. Ik heb de afgelopen weken al heel wat bezoeken op het terrein gebracht. De noden zijn groot en ook hier in Brussel zijn er veel activiteiten, maar ik wil zeer graag ter plaatse gaan luisteren en mee zoeken naar manieren om de grootste en urgentste prioriteiten zo snel mogelijk aan te pakken.
Marijke Dillen:
Dank voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik dring er echt op aan dat u hiervan een prioriteit maakt. Dat hoeft niet noodzakelijk op een werkdag te gebeuren, u zou dat eventueel ook in het weekend kunnen doen; de gevangenis ligt niet ver van waar u woont. We krijgen berichten dat er wekelijks – wekelijks, mevrouw de minister – drie tot vijf zware incidenten plaatsvinden, wetende dat de meeste zelfs de media niet meer halen. Het moet tegenwoordig echt al uitzonderlijk ernstig zijn, met zwaargewonden, zoals deze week, toen alles kort en klein werd geslagen en een cel ernstig vernield werd. De cipiers rekenen er echt op dat u eerstdaags een bezoek brengt. Zorg voor een gaatje in uw agenda en ga met eigen ogen vaststellen hoe ernstig de situatie in de gevangenis van Wortel is. Misschien raakt u er dan van overtuigd dat in deze gevangenis prioritair moet worden ingegrepen, in het belang van de veiligheid van het personeel en van de gedetineerden. Ik wil immers niet alle gedetineerden over één kam scheren: niet allemaal maken ze zich schuldig aan dergelijke zware geweldsdelicten. Ook zij zijn uiteraard het slachtoffer van deze ernstige problemen. Het personeel vraagt het en dringt er werkelijk op aan: doe het!
Het gebrek aan contact tussen de FOD en het slachtoffer van verkrachting in de Antwerpse gevangenis
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na de verkrachting van een maatschappelijk werkster in de Antwerpse gevangenis (2/9/2024) door een gedetineerde—verergerd door falende veiligheidsmaatregelen—kritiseert Van Hecke de afwezigheid van proactieve steun van Justitie, ondanks de veroordeling van de dader. Minister Verlinden benadrukt dat er wel degelijk contact was (via PSD, lijnmanagement en re-integratievoorstellen), maar op het tempo van het slachtoffer, en bevestigt een toekomstig persoonlijk gesprek plus structurele evaluaties om procedures te verbeteren. Van Hecke blijft sceptisch over de tijdigheid van de acties (contacten pas *na* mediabelangstelling) en vraagt om duidelijkere verantwoordelijkheidslijnen binnen Justitie. Verlinden herhaalt dat slachtofferbegeleiding prioriteit is, maar het vertrouwen in de aanpak blijft wankel door de ervaren gebrekkige communicatie en erkenning.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, op 2 september 2024 werd een maatschappelijk werkster van de psychosociale dienst verkracht door een gedetineerde in de gevangenis van Antwerpen. De noodknop in het gesprekslokaal werkte niet, en er waren onvoldoende veiligheidsmaatregelen genomen. De dader kreeg vorige week vijf jaar cel opgelegd, maar het slachtoffer en haar advocaat stellen vast dat er geen enkel contact is geweest vanwege de FOD Justitie.
Dit roept ernstige vragen op over de verantwoordelijkheid en betrokkenheid van justitie bij dergelijke incidenten.
Waarom heeft de FOD Justitie geen contact opgenomen met het slachtoffer? Is het niet vanzelfsprekend dat justitie, na zo'n ernstig incident, zelf initiatief neemt om het slachtoffer te ondersteunen en te informeren over de vervolgstappen?
Hoe verklaart u het gebrek aan proactieve communicatie? Het slachtoffer en haar advocaat geven aan dat er "geen enkele interesse" was van justitie. Past dit bij het beleid van uw departement, of is dit een structureel probleem?
Worden incidenten zoals deze systematisch geëvalueerd? Zo ja, waarom is er dan geen actie ondernomen om het slachtoffer te betrekken bij deze evaluatie? Zo nee, hoe garandeert u dan dat lessen worden getrokken?
Hoe zal u ervoor zorgen dat slachtoffers van geweld in gevangenissen in de toekomst wél de nodige ondersteuning en erkenning krijgen van justitie?
Bent u bereid om alsnog in gesprek te gaan met het slachtoffer? Haar advocaat vraagt expliciet om een uitnodiging van justitie. Zal u hieraan tegemoetkomen?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Van Hecke, vanzelfsprekend laat een verkrachtingszaak niemand onberoerd. Elk slachtoffer is er een te veel. Alle slachtoffers van seksueel geweld moeten gehoord, gezien en bijgestaan kunnen worden. Vandaar dat naar aanleiding van het incident zowel de centrale psychosociale dienst (PSD), haar diensthoofd als het lijnmanagement met de betrokkene contact hebben opgenomen.
Daarnaast werd de betrokkene uiteraard ook opgevangen in de inrichting waar ze werkt en naar de nodige ondersteuningsdiensten georiënteerd, die structureel optreden bij incidenten. Nadat de eerste contacten hadden plaatsgevonden, werd met het slachtoffer afgesproken dat de verdere contactnames vanuit het gevangeniswezen volgens haar tempo zouden verlopen. Uit respect voor het slachtoffer werd die afspraak zorgvuldig nageleefd.
Elk incident wordt geëvalueerd om daaruit lessen te trekken en na te gaan of er procedures en processen moeten worden bijgestuurd. Die evaluatie start meteen na het incident. Door de ernst van dit incident was en is betrokkene afwezig en wordt zij verder begeleid en ondersteund. De feiten deden zich voor op 2 september. Op 18 december was het dossier voor de juridische ondersteuning in orde.
De begeleidend ambtenaar van het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen (CG EPI) heeft betrokkene persoonlijk ontmoet op 24 juni en tijdens contacten met de centrale PSD werd betrokkene een passend aanbod gedaan inzake re-integratie op het werk, waar ze ook op in wenst te gaan. Het voorstel ligt sinds 18 juni voor bij de dienst Personeel en Organisatie met het oog op de concrete uitwerking ervan. Betrokkene wenst op 1 september 2025 immers weer aan de slag te gaan.
Ik meen dus te mogen besluiten dat er diverse contactmomenten zijn geweest en dat de diensten van de penitentiaire administratie gepoogd hebben een aanpak op maat te hanteren ten aanzien van de betrokkene, die slachtoffer is van feiten die ik enkel kan betreuren en die nooit hadden mogen plaatsvinden.
Dat doet echter geen afbreuk aan de wijze waarop zij dat ervaren heeft. Het spreekt voor zich dat wij verder zullen bekijken wat in de toekomst mogelijk beter kan. De wijze waarop zij haar terugkeer op de werkvloer zal beleven, zal een extra gelegenheid zijn om voeling te houden met hoe zij zich op dat moment voelt en om te bekijken of er desgevallend nog extra ondersteuning kan worden geboden.
De begeleiding van slachtoffers, in het bijzonder slachtoffers van seksueel geweld, is een prioriteit in onze beleidsverklaring. Als minister, maar ook als mens, hecht ik bijzonder veel belang aan het luisteren naar de slachtoffers zelf. Alleen zo kunnen we hun noden en hun verwachtingen echt begrijpen en samenwerken aan verbeteringen op het terrein en in de procedures. Daarom is in mijn beleidscel een gespecialiseerd adviseur actief, die zich specifiek toelegt op het slachtofferbeleid. Zij had al contact met het betrokken slachtoffer. Daarnaast wens ik ook persoonlijk zelf met haar in gesprek te gaan, uiteraard op haar tempo. Mijn beleidscel is daartoe in overleg met haar raadsman om een geschikte datum voor dat gesprek desgevallend en desgewenst te kunnen vastleggen.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is pijnlijk om dat interview te lezen. Dat personeelslid van de FOD Justitie heeft een heel traumatische ervaring meegemaakt. U zegt dat er wel contacten zijn geweest, maar de vraag is of dat voor of na het interview is geweest. U spreekt over een overleg met het DG EPI op 18 of 24 juni. Dat lijkt mij na het interview te zijn geweest. Betekent dat dan dat er tussen het moment van de feiten en het interview nauwelijks contacten zijn geweest? U gaf aan dat dit op het ritme van de betrokkene was. Ik blijf met een ongemakkelijk gevoel zitten. Ik kan begrijpen dat er nu wel een en ander is afgesproken, dat er overleg is geweest, dat er wordt overwogen om in september opnieuw aan de slag te gaan en dat er iemand van uw kabinet met haar contact heeft opgenomen, maar ik voel toch een zekere ontgoocheling en frustratie bij het lezen van dat interview en dat is jammer. Ik hoop dat we daaruit lessen kunnen trekken. We weten immers niet of het de gevangenisdirectie is die contact moet opnemen of het DG EPI. Ik kan begrijpen dat u als minister niet onmiddellijk met elk slachtoffer van geweld binnen de organisatie persoonlijk contact kunt opnemen, maar er moet toch wel worden nagedacht hoe we dat in de toekomst beter kunnen doen. Ik vind het pijnlijk om lezen, maar ik hoop dat de contacten die er nu zijn ervoor zullen zorgen dat een en ander opnieuw op de rails kan worden gezet.
De agressie tegen cipiers in de gevangenis van Mechelen
De politieactie in de gevangenis van Mechelen na aanvallen tegen cipiers
Veiligheid en incidenten in de gevangenis van Mechelen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marijke Dillen kaart agressie-incidenten in de gevangenis van Mechelen (weigering celinkeer, geweld tegen cipiers en directie, steekpartij) en politieacties in Haren (drugsrazzia) aan, met kritiek op ongelijke politiebehandeling (cipiers vs. directie) en veiligheidsprocedures. Minister Verlinden bevestigt de feiten, ontkent procedurefouten en benadrukt dat politie-interventies afhangen van ernst/urgentie, niet van slachtoffers' functie, terwijl Haren-acties gericht waren op drugsbestrijding (geen direct verband met cipiergeweld). Dillen hamerde op gelijke aanpak en strengere strafvervolging van daders om agressie af te schrikken. De minister wijst op bestaande veiligheidsmaatregelen (celdisciplines, corruptiepreventie) maar blijft vaag over concrete vervolgstappen.
Marijke Dillen:
Even voorafgaandelijk, mijnheer de voorzitter, ik denk dat hier een vergissing is gebeurd. Mijn vraag over de agressie tegen de cipiers gaat over de gevangenis van Mechelen, terwijl de tweede vraag, over die politieactie, over de gevangenis van Haren gaat.
Voorzitter:
Il y a une donc une erreur dans les titres? Car dans les deux titres, il est écrit Mechelen.
Marijke Dillen:
Misschien, ik kan dat hier niet zien. Ik zal beide vragen stellen, maar dan wel los van elkaar.
Voorzitter:
Oké, u kunt uw twee vragen stellen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, opnieuw waren er zware incidenten, ditmaal in de gevangenis van Mechelen. De cipiers in de gevangenis van Mechelen zijn het beu. Een tiental dagen geleden zette een groep van ongeveer vijftig gedetineerden de boel op stelten, toen zij na hun middagwandeling weigerden terug te keren naar hun cel. Daarbij richtten zij vernielingen aan. Enkele dagen later was het personeel het doelwit. Een mannelijke cipier kreeg een stamp tegen het been. Een vrouwelijke cipier werd in het gezicht geslagen. De cipiers konden gelukkig tijdig ingrijpen en de celdeur sluiten. De zondag daarop vond een gesprek plaats tussen de gedetineerden en de directie, waarbij een gedetineerde de kans greep om een dienstdoend directielid in een wurggreep te nemen. Ook in dat geval konden de cipiers gelukkig tijdig ingrijpen. Daarnaast deed zich blijkbaar ook een incident voor in een van de cellen, waarbij gedetineerden met elkaar op de vuist gingen. Er zou bovendien een steekincident hebben plaatsgevonden.
Naar aanleiding van die feiten worden de veiligheidsprocedures in de gevangenis van Mechelen opnieuw ter discussie gesteld. Die procedures zouden immers niet gevolgd zijn. Het behoeft geen betoog: de opeenstapeling van feiten weegt zwaar op de cipiers.
Bovendien – en dit vind ik toch ook bijzonder ernstig, mevrouw de minister - merken sommigen op dat er een onderscheid wordt gemaakt. Cipiers die het slachtoffer worden van agressie, moeten zelf naar de politie stappen. Wanneer daarentegen iemand van de directie wordt aangepakt, komt de politie naar de gevangenis om verklaringen op te nemen. Een dergelijk onderscheid is eigenlijk niet te verantwoorden.
Vandaar mijn vragen over de gevangenis van Mechelen. Kunt u de feiten die ik heb aangehaald, bevestigen? Wat de poging tot wurging betreft, die in feite onder poging tot doodslag valt, zal de dader daarvoor strafrechtelijk worden vervolgd? Wat gebeurt er met de daders van opzettelijke slagen en verwondingen? Zal de veiligheidsprocedure, die blijkbaar niet werd toegepast, worden herzien? Waarom gaat de politie niet naar de gevangenis bij geweld tegen cipiers, terwijl dat wel gebeurt bij geweld tegen de directie?
Mevrouw de minister, op 15 juni 2025, op dezelfde dag van de incidenten in de gevangenis van Mechelen, vond een grootschalige politieactie plaats in de gevangenis van Haren, waarbij 145 agenten werden ingezet in het kader van een gerechtelijk onderzoek. Het parket stelt terecht dat de strijd tegen corruptie, georganiseerde criminaliteit en drugshandel in Haren een prioriteit is. De gevangenis moet – ik citeer – "een veilige plaats blijven waar criminaliteit niet kan wortelen". Bij die operatie werden blijkbaar een aantal hoeveelheden drugs gevonden, wat aanleiding gaf tot de opening van nieuwe dossiers. De actie zou eigenlijk zijn georganiseerd naar aanleiding van aanvallen op cipiers.
Ten eerste, kunt u daarover meer toelichting geven? Ik neem aan dat u zult antwoorden dat u geen informatie verstrekt over lopende onderzoeken, wat ik begrijp.
Ten tweede, klopt de berichtgeving echter over de aanvallen op cipiers?
Ten derde, de procureur beklemtoont dat de strijd tegen corruptie, georganiseerde criminaliteit en drugshandel een prioriteit is. Welke initiatieven zullen met prioriteit worden genomen?
Ten vierde, een aantal gedetineerden wordt gedagvaard via het snelrecht. Hebt u daar informatie over? Kunt u toelichting geven over het aantal betrokken gedetineerden? Wanneer kunnen concrete uitspraken worden verwacht?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, met betrekking tot de incidenten in de gevangenis van Mechelen kan ik u het volgende meedelen. Op donderdag 5 juni weigerde een groep gedetineerden om na de middagwandeling weer naar binnen te gaan. De politie werd daarop om bijstand gevraagd, maar uiteindelijk keerden de gedetineerden na enige tijd terug naar binnen en kwam de politie niet tussenbeide.
Op vrijdag 13 juni vond een agressie-incident ten aanzien van twee penitentiaire ambtenaren plaats. Op zondag 15 juni was er een agressie-incident, gericht tegen de dienstdoende directeur. Voor die laatste feiten werd een proces-verbaal opgesteld dat werd bezorgd aan het ambt van de procureur des Konings van Antwerpen, afdeling Mechelen. Het is aan het ambt van de procureur om te beslissen over de vervolging van de verdachte.
Na de kritieke incidenten werd een debriefing met de vakbonden en het personeel gehouden, zoals de procedure voorschrijft. De procedures werden geanalyseerd en daaruit blijkt dat ze correct werden toegepast. Er zijn in dat verband dus geen professionele fouten vastgesteld of gemaakt.
Dat werd ook zo tijdens de debriefings besproken. Er bestaat al een beleid inzake het omgaan met agressief gedrag, gebaseerd op een integrale aanpak, die zowel steunt op dynamische veiligheid, die de basis blijft voor een veilig leef- en werkklimaat, als op statische veiligheid. Er lopen nog bijkomende initiatieven, zoals de installatie van beveiligde cellen en het werken aan een oplossingsgerichte cultuur.
Wanneer de politie vanuit de gevangenis om bijstand wordt gevraagd of om vaststellingen van feiten te verrichten, handelt de politie op basis van de ernst en het acute karakter van de gevaarsituatie of de nood, met inbegrip van de verplaatsing naar de gevangenis.
Op zondag 15 juni werd de politie ter plaatse gevraagd wegens de ernst en de context van de feiten enerzijds en de herhaling ervan anderzijds. Dat het slachtoffer een lid van de directie was, heeft bij mijn weten voor de politie geen rol gespeeld.
Met betrekking tot de politieactie in de gevangenis van Haren, er is geen directe link tussen de aanvallen op cipiers en de grootschalige politieactie van 16 juni. De actie was niet bedoeld om een antwoord op de aanvallen te bieden. Tijdens de actie van 16 juni werd vooral gericht gezocht naar drugs- en IT-materiaal, zoals gsm’s en toebehoren.
Wat het verdere gevolg van die actie betreft, kan ik geen commentaar geven wegens het lopende onderzoek.
Over de initiatieven met betrekking tot de strijd tegen de aanwezigheid van drugs in de gevangenissen verwijs ik naar mijn eerdere antwoorden ter zake.
Gedetineerde leden van de georganiseerde misdaad die binnen hun milieu een leidende rol hebben, kan de directeur-generaal in een individueel bijzonder veiligheidsregime plaatsen, zodat zij van anderen kunnen worden afgezonderd.
Wat preventieve acties tegen mogelijke corruptieactiviteiten door medewerkers betreft, werd met toepassing van de wet van 23 maart 2019 op de organisatie van de penitentiaire diensten en het statuut van penitentiair personeel het beschikken over een positief veiligheidsadvies voor nieuwe medewerkers ingevoerd.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw uitgebreide antwoord. Mevrouw de minister, de cipiers zelf klaagden erover dat er een verschil in behandeling is, want cipiers zouden zelf naar de politie moeten stappen, terwijl de politie naar de gevangenis komt, wanneer het slachtoffer een directielid is. Zij vinden dat onderscheid eigenlijk niet verantwoordbaar. Misschien kan men dergelijke wrevel vermijden door ervoor te zorgen dat de politie zich voor alle gevallen van agressie zich naar de gevangenis verplaatst, zodat de cipiers niet zelf naar de politie moeten stappen. Onze fractie is duidelijk: iedere vorm van agressie tegen cipiers of ander gevangenispersoneel moet zeer streng worden aangepakt. Daders moeten worden vervolgd en zeer streng bestraft. Er moet een duidelijk signaal zijn: agressie in onze gevangenissen is totaal onaanvaardbaar.
De defecte beveiligingscamera’s in de gevangenis van Wortel
De defecte camera's in de gevangenis van Wortel
Defecte beveiligingscamera's in gevangenis Wortel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Wortel kampt met acute veiligheidsrisico’s door defecte beveiligingscamera’s (met name bij buitendeuren) en een verouderd serversysteem (niet meer ondersteund sinds 2016), wat leidde tot onopgeloste vechtpartijen door gebrek aan beeldmateriaal. Minister Verlinden bevestigt dat herstellingen risico’s op totale uitval met zich meebrengen en dat een eerdere aanbesteding (één inschrijver, prijs te hoog) is mislukt, maar een nieuw marktconform bestek in voorbereiding is, met financiële dekking door de Regie der Gebouwen (uitvoeringstermijn onduidelijk). Dillen benadrukt de urgentie na incidenten waar daders ongestraft bleven door falende camera’s, maar concrete budgetgaranties of tijdslijnen ontbreken nog. Bevoegdheid ligt bij de Regie der Gebouwen, niet bij Justitie, wat vertraging verklaren kan.
Marijke Dillen:
In de gevangenis van Wortel zijn ongeveer de helft van de beveiligingscamera's defect. Het serversysteem dat een vervaldatum had in 2016 is hopeloos verouderd. De camera's beginnen uit te vallen of staan stil. Minstens 24 camera's vertonen gebreken. Het zijn vooral de camera's aan de buitendeuren, zodat de cipiers niet kunnen kijken wie aan de deur staat.
Begin juni waren er tijdens de avondwandeling zware vechtpartijen maar omdat de camera's niet naar behoren werkten, kon niemand worden geïdentificeerd.
Dit leidt tot een aanzienlijk veiligheidsprobleem. De cipiers zijn bijzonder ongerust en dat is heel begrijpelijk.
Er moeten dringend nieuwe camera's komen want blijkbaar kunnen de technische problemen niet worden opgelost. Welke initiatieven gaat de minister nemen om hier bij prioriteit aandacht aan te besteden en de nodige budgetten vrij te maken om de camerabewaking volledig in orde te brengen?
Annelies Verlinden:
De problemen binnen het aanwezige camerabeveiligingssysteem in de gevangenis van Wortel vinden hun oorsprong in servers en in software die niet meer ondersteund worden door de leverancier van die producten. De huidige onderhoudsfirma liet weten dat de nodige herstellingswerken om de camera's opnieuw actief te maken een groot risico op totale uitval van de camera's inhouden.
De camera's en de werkstations ondervinden technisch geen problemen, maar de visualisatie van de beelden wel. Het dossier voor het herstellen van de servers en de meest recente videomanagementsoftware te integreren werd intern technisch behandeld en positief geadviseerd. De offerte doorloopt op dit moment de administratieve weg. Na goedkeuring door de bevoegde diensten zullen de werken zo snel mogelijk uitgevoerd worden.
U weet dat de dossiers die goedgekeurd moeten worden, aanbesteed moeten worden. De opening vond plaats op 31 maart. Er was maar één inschrijver, wiens offerteprijs ver boven de ramingen lag, waardoor er geen toewijzing plaatsgevonden heeft. Volgens de Regie heeft de reden van de prijszetting te maken met niet-marktconforme ramingsprijzen, de keuze voor een uitvoeringstermijn van 450 dagen en de gebruikte materialen.
Er is een nieuw marktconform bestek opgesteld, dat voor advies aan de Inspectie van Financiën zal worden voorgelegd. De Regie zal de aangepaste investeringskost ten laste nemen. De uitgaven voor de volledige onderhoudsperiode van tien jaar vallen ten laste van Justitie.
Zoals eerder gezegd vallen werkzaamheden van een dergelijke omvang onder de bevoegdheid van de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen. Bijgevolg zijn de raamcontracten voor dit type herstellingen en vernieuwingen niet actief of beschikbaar voor DG EPI. De bestaande raamovereenkomst voor veiligheidsinstallaties, afgesloten door de Regie, is niet toegankelijk als aankoopcentrale. Men kan enkel vanuit de Regie opdrachten afsluiten.
Bovendien vallen de vernieuwingswerken die nodig zijn om de installatie te herstellen niet onder deze opdrachten. Voor meer details over deze raamovereenkomsten moet ik u dus doorverwijzen naar de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen.
Over de budgetten kunnen we enkel zeggen dat de nodige budgetten verdedigd zullen worden bij de komende budgettaire oefeningen.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik dring er op aan dat u er zo spoedig mogelijk werk van maakt, want dit leidt effectief tot aanzienlijke veiligheidsproblemen. Ik heb het voorbeeld gegeven van een wandeling begin juni, waar zware vechtpartijen plaatsvonden en waar niemand geïdentificeerd kon worden wegens het niet werken van de camera's. Dat mag toch niet de bedoeling zijn.
Voorzitter:
Les questions n° 56006187C et n° 56006188C de Mme De Wit et n° 56006219C de M. El Yakhloufi sont transformées en questions écrites.
De overbevolking van de pps-gevangenissen van Haren en Dendermonde
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De PPS-gevangenissen Haren (1.176/1.190 plaatsen) en Dendermonde (527/444 plaatsen) kampen met overbevolking, waarbij Dendermonde de 15%-drempel overschrijdt, wat extra kosten (tot €15/dag per gedetineerde) trigger voor onderhoud en diensten—€40.680 (Haren) en €5.141 (Dendermonde) in Q1 2025. De minister bevestigt dat deze meerkosten niet vooraf gebudgetteerd worden en ad-hoc moeten worden opgevangen, zoals in *alle* gevangenissen, maar benadrukt dat geen structurele oplossing wordt geboden beyond volume-afhankelijke bijsturing. Vroegtijdige vrijlating wordt uitgesloten, terwijl de Rekhof-kritiek op duurdere PPS-financiering onbeantwoord blijft.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
De overbevolking stelt zich nu ook in de PPS-gevangenissen van Haren en Nieuw-Dendermonde, gebouwd door de privésector die verder ook verantwoordelijk blijft voor het onderhoud en de exploitatie van het gebouw. De overheid betaalt daarvoor jaarlijks een bedrag. In de contracten staat bepaald voor hoeveel gedetineerden er plaats moet zijn. Dat is logisch want het gebouw lijdt natuurlijk ook als er meer mensen gehuisvest zijn. Voor die extra slijtage is contractueel een meerprijs bepaald met die beperking dat er tot een bezetting van 115 procent kan worden gegaan met een beperkte meerprijs. Pas als de overbevolking meer dan 15 procent wordt stijgt de meerprijs aanzienlijk.
Volgens het Gevangeniswezen komt de meerprijs neer op een extra uitgave van bijna 20 procent. De meerprijs is bepaald op 15 euro per dag per gedetineerde, cijfer dat wordt aangepast aan de index. In haar rapport stelde het Rekenhof dat de financiering van PPS-gevangenissen globaal genomen veel duurder is in vergelijking met gevangenissen die door de overheid gebouwd worden. Die factuur wordt nu door de overbevolking die de 15 procent overschrijdt nu nog veel duurder. Anderzijds is het natuurlijk geen oplossing om de overbevolking aan te pakken door gevangenen (vroegtijdig) vrij te laten.
1. Kan de minister hierover meer toelichting? Hoe groot is de overbevolking in Haren en hoeveel in Nieuw-Dendermonde?
2. Wat zijn de financiële gevolgen voor Justitie?
3. Werd een eventuele meerkost gebudgetteerd in de begroting? Zo nee, wat zijn de gevolgen hiervan voor Justitie in het algemeen, en de PPS-gevangenissen waarvan sprake in het bijzonder?
4. Welke maatregelen worden er genomen om hier een oplossing te bieden teneinde de meerprijs te beperken (zonder evenwel gevangenen (vroegtijdig) vrij te laten)?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, op 27 juni zaten in de gevangenis van Dendermonde 527 gevangenen, terwijl de gevangenis een capaciteit heeft van 444 plaatsen. In de gevangenis van Haren zaten dezelfde dag 1.176 gedetineerden, terwijl er een capaciteit is van 1.190 plaatsen. De situatie in de gevangenis van Haren verschilt van die van de gevangenis van Dendermonde, omdat daar de 15 %-regel wordt berekend per gebouw gezien het zeer uitgebreide karakter van de hele site. Globaal gerekend overschrijdt men daar dus nog niet 15 %, maar is dat slechts in sommige delen het geval, met name in het arresthuis.
De DBFM-overeenkomsten (Design, Build, Finance & Maintain) bepalen dat in geval van een overschrijding van het gevangenisbevolkingscijfer tot 115 % van de basiscapaciteit, er per gedetineerde meerkosten worden aangerekend voor catering en wasserijdiensten. Indien 115 % wordt overschreden, worden extra kosten voor onderhoudsactiviteiten aangerekend, omdat een dergelijke toename van de gevangenisbevolking een impact heeft op de geplande onderhoudswerkzaamheden.
Met toepassing van die regels werden voor het eerste kwartaal van 2025 de volgende bedragen betaald: voor de gevangenis van Haren werd een extra bedrag van 40.680,15 euro betaald en voor de gevangenis van Dendermonde een bedrag van 5.141,97 euro. Op zich wijkt dat mechanisme niet af van wat zich voordoet in niet-DBFM-gevangenissen, doordat bij elke begrotingscontrole en -opmaak rekening wordt gehouden met volume-effecten. Anders gezegd, bepaalde uitgaven voor gedetineerden worden bij elke begrotingsopmaak opnieuw geraamd en bijgestuurd afhankelijk van de reële gevangenisbevolkingscijfers.
Het Commissariaat-generaal Penitentiaire inrichtingen (DG EPI) heeft geen impact op de instroom van gedetineerden. Bijgevolg kan de budgettaire impact niet op voorhand worden geraamd. Bij iedere stijging van kosten dient dus te worden gezocht naar budgettaire oplossingen afhankelijk van de wijzigende volume-effecten. Dat geldt dus niet alleen voor de DBFM-gevangenissen, maar ook voor de andere gevangenissen, wat de algemene kosten betreft.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De verkoop van een stuk grond naast de gevangenis van Merksplas
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Vlaams minister Demir claimde dat de Regie der Gebouwen grond naast gevangenis Merksplas te koop zette, terwijl federale ministers Verlinden en Matz bevestigen dat dit niet klopt: de grond (staatsbezit) staat niet te koop en is door ruimtelijke beperkingen ongeschikt voor gevangenisuitbreiding. Dillen concludeert dat Demir zich vergist heeft.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In een interview in het Laatste Nieuws verklaarde Vlaams minister van Justitie Zuhal Demir in het kader van de discussie betreffende de overbevolking in de gevangenissen en de financiering van de enkelbanden dat “de Regie der Gebouwen opdracht gegeven heeft om een stuk grond dat naast de gevangenis van Merksplas ligt te koop te zetten. Dit is nochtans een plek die perfect te gebruiken is voor extra capaciteit."
In antwoord op mijn vraag aan Minister van Justitie Verlinden betreffende uitspraken van Vlaams Minister van Justitie Demir antwoordde ze dat ze geen weet heeft betreffende de beweerde verkoop door Vlaams Minister Demir.
Graag had ik toelichting. Heeft de Regie der Gebouwen een stuk grond dat naast de gevangenis van Merksplas ligt in eigendom en wordt dit te koop gezet? Zo ja, waarom?
Indien dit inderdaad eigendom is van de Belgische overheid, is dit een stuk grond dat in aanmerking kan komen voor het bouwen van extra capaciteit? Graag meer toelichting.
Vanessa Matz:
Mevrouw Dillen, naast de gevangenis van Merksplas zijn er inderdaad gronden, eigendom van de Staat, die vandaag geen nut hebben voor de FOD Justitie. Er staan momenteel echter geen terreinen te koop in de nabije omgeving van de gevangenis van Merksplas. Het geldend provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan legt beperkingen op aan de bestemming van de terreinen aanpalend aan de gevangenis van Merksplas, waardoor die niet zomaar in aanmerking komen voor een uitbreiding van de capaciteit van de gevangenis.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord, dat trouwens hetzelfde was is dat van uw collega-minister van Justitie, mevrouw Verlinden. Het komt er dus eigenlijk op neer dat de Vlaamse minister van Justitie zich vergist.
De brand in de gevangenis van Lantin
De brand in de gevangenis van Lantin en het rapport van majoor Charbon uit 2019
De dodelijke brand in de gevangenis van Lantin
Brand in de gevangenis van Lantin en onderzoeksrapporten
Gesteld door
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na een brand in een gevangenis—waarbij een brandweerman omkwam—blijft de oorzaak onduidelijk door de lopende justitiële onderzoeken, terwijl de stabiliteit van het gebouw nog wordt geëvalueerd. Schlitz benadrukt dat brandweerlieden en gedetineerden onveilige omstandigheden ondervinden door structurele tekortkomingen (o.a. verlengde diensttijd) en eist duidelijke verantwoordelijkheidsafbakening en oplossingen van de overheid. Matz verwijst naar minister Quintin voor veiligheidsaanbevelingen en bevestigt deelname aan een werkgroep, maar biedt geen concrete vooruitgang. De frustratie groeit over gebrek aan actie en coördinatie binnen de regering, met een oproep tot snelle maatregelen voor veiligheid en vertrouwen.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, nous avons déjà abordé ce sujet en plénière lors d'une interpellation. Un mois et demi après l'incident, j'aurais voulu savoir si vous aviez davantage de réponses à m'apporter. Certains aspects n'avaient évidemment pas encore été éclaircis lors de la semaine suivant les faits. Pouvez-vous m'informer du bon déroulement des activités actuellement dans la prison? Sont-elles toujours impactées par les conséquences de l'incendie? Quelles mesures – vous en aviez annoncées – ont pu être prises pour assurer la sécurité du bâtiment? Toute information complémentaire est la bienvenue.
Je vous remercie.
Vanessa Matz:
Madame Schlitz, j’ai eu l'occasion lors d'une interpellation le 12 juin de répondre en détail, et de mettre en évidence certains éléments. Comme vous le savez, l'enquête judiciaire est toujours en cours. Je n'ai donc pas substantiellement d’éléments très neufs à vous apporter, sinon que la Régie est toujours occupée à procéder à des études, notamment sur la stabilité suite aux dommages provoqués par l'incendie et nous ne disposons pas encore des conclusions. Pour le reste, je pense que vous pouvez interroger le ministre Quintin. Il nous a sollicités dans le cadre d’une forme de groupe de travail de réflexion sur l’aspect sécurité afin d’en retirer des recommandations pour le futur. Nous participerons évidemment aux travaux pour lesquels il nous a sollicités.
Sarah Schlitz:
Merci pour les informations. Une enquête judiciaire est en cours, c'est la moindre des choses étant donné qu’un pompier est décédé. Nous interrogeons Mme Verlinden qui nous renvoie vers ses collègues. Vous nous renvoyez vers le collègue Quintin. J'espère qu’au sein du gouvernement, vous collaborez étroitement à la fois pour dégager les responsabilités et pour trouver des solutions. Actuellement, les services de pompiers en ont assez. Le fait qu'il y ait eu un décès dans le cadre d'une intervention somme toute banale est vraiment la goutte d'eau qui a fait déborder le vase. Au-delà des attaques, sur la prolongation du travail des pompiers au-delà de l'âge actuel, toute une série d'éléments font qu'aujourd'hui, ils ne se sentent plus en capacité de faire leur travail en sécurité, dans de bonnes conditions. Ces choix sont faits par le gouvernement fédéral. Il faut donc apporter des réponses à ces personnes, qui sont mobilisées pour sauver la vie des autres, mais pas à n'importe quel prix, ni lorsque l'État est défaillant et met leur vie en danger. Cela devrait être notre première préoccupation. Il en est de même pour la vie des détenus, qui sont dépendants des conditions dans lesquelles ils sont incarcérés, et pour lesquels je ne peux qu'imaginer que c'est extrêmement angoissant de savoir que nous n'avons pas su protéger un pompier lors d'une intervention. Quelle sera la prochaine étape? Aujourd'hui, il y a évidemment le futur pour lequel il faut agir, mais il y a aussi les responsabilités du passé. Je vous remercie pour les suites que vous pourrez donner à ce dossier. Nous y reviendrons à la rentrée, j'imagine.
De gevangenis van Nijvel
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Vanessa Matz erkent dat de gevangenis van Nivelles verouderd is, maar benadrukt dat structurele verwaarlozing al 15-20 jaar aansleept en niet in 5 maanden kan worden opgelost. Dringende werken (douches, keukens, isolatiecellen) zijn gepland vanaf 2026 (kost: €2M+), terwijl recente upgrades (camera’s, caillebotis) al €3,5M kostten, maar verantwoordelijkheidsverdeling (Régie des Bâtiments vs. SPF Justitie) vertraagt actie. Dimitri Legasse wijst op de mensonterende omstandigheden ("*prison poubelle*") en eist structurele renovatie in plaats van lapwerk, met kritiek op het gebrek aan urgente coördinatie tussen instanties. Matz belooft betere samenwerking met Justitie, maar concrete oplossingen blijven vaag.
Dimitri Legasse:
Madame la ministre, "prison poubelle", cela vous parle-t-il? Tel est le vocable utilisé! Voilà comment la prison de Nivelles a été décrite dans le rapport remis par la Commission de surveillance pénitentiaire.
Je souhaitais vous interroger sur cette prison vétuste. Je vous passe les détails du rapport et tous les éléments. Vous les avez sans doute en tête après l'avoir parcouru. C'est certainement ce que l'on peut appeler une honte et singulièrement pour les agents pénitenciers, pour celles et ceux qui y travaillent mais aussi pour celles et ceux qui y sont détenus. Ce sont des êtres humains avant tout.
Dans de telles conditions, la prison, au regard de ce rapport, doit être rénovée et non rafistolée, madame Matz! La Régie des Bâtiments est responsable de l'entretien et des réparations dans nos prisons. Pouvez-vous faire le point sur l'état du bâtiment et les conclusions tirées par la Régie, à la lecture de ce rapport, et sur les travaux urgents et structurels que vous comptez engager? Dans quels délais? Auriez-vous, par ailleurs, une estimation du coût de ces travaux, qui seraient nécessaires, pour ne pas dire indispensables, pour que Nivelles, comme d'autres prisons, ne soit plus rangée dans la catégorie "prison poubelle"?
Vanessa Matz:
Je vous remercie, monsieur Legasse, pour cette question.
Avant toute chose, je rappelle que je suis entrée en fonction il y a cinq mois. Je précise également qu'en ma qualité de parlementaire, j'ai bien évidemment souligné à de nombreuses reprises l'état déplorable de nos prisons. Aussi, je ne saurais pas avoir fait en cinq mois ce que plusieurs gouvernements n'ont pas fait depuis 10, 15 voire 20 ans.
En ce qui concerne l'état de la prison de Nivelles, les systèmes de production de chaleur et d'eau chaude sanitaire sont récents. Quant à l'installation électrique, même si des corrections doivent être apportées, elle est globalement en ordre.
De légères infiltrations ont été constatées très ponctuellement, auxquelles la Régie remédie immédiatement. Le système du réseau caméra et sécurisation vient d'être intégralement rénové pour un budget de plus de 3,2 millions d'euros et les caillebotis sont en cours de remplacement pour un montant de 300 000 euros.
La prison de Nivelles a été partiellement rénovée, fin des années '90 dans la zone administrative ainsi que dans deux ailes. De manière générale, il convient de faire la distinction entre les travaux d'entretien et de réparation liés à l'utilisation normale des locaux, dont la responsabilité incombe à la prison, et les travaux plus importants touchant la structure du bâtiment, dont la responsabilité incombe à la Régie des Bâtiments.
De même, la plupart des équipements de sécurité ainsi que le mobilier sont à la charge du SPF Justice. La gestion des ateliers et des équipements mis à disposition dans les ateliers ne sont pas non plus à charge de la Régie des Bâtiments.
Les projets proposés sur la liste d'investissements en 2025 pour la prison de Nivelles concernent la rénovation des douches de l'aile 3000 pour un montant de 600 000 euros et l'installation d'un nouveau système de communication DECT pour un montant de 80 000 euros. Les principaux travaux prévus à partir de 2026, en fonction des moyens et des ressources humaines qui seront mis à disposition de la Régie, sont la rénovation des douches pour un montant de 600 000 euros, la rénovation des cuisines détenus pour un montant de 500 000 euros, la rénovation des cellules d'isolement pour un montant de 300 000 euros, et la levée des remarques du contrôle des installations basse tension dont l'étude est en cours.
Je reste évidemment attentive à la situation et ne manquerai pas de relayer ces inquiétudes en étroite collaboration avec ma collègue Verlinden. Je vais encore le rappeler, comme je l’ai fait pour Lantin et pour tous les bâtiments de justice, comme un propriétaire, la Régie des Bâtiments, et ce n'est pas pour me dédouaner. Ce n'est tout simplement pas nous qui pouvons le faire.
Nous, c'est la structure et ce sont les obligations qui incombent à un propriétaire. Le locataire, je le mets entre guillemets, c'est le SPF Justice. Il a dans ses obligations un certain nombre de travaux qui incombe à un locataire. Nous allons avoir très prochainement avec la ministre Verlinden des réunions de coordination sur un certain nombre de dossiers concernant les prisons, notamment avec le budget complémentaire dégagé par l'accord de Pâques par ce gouvernement.
Concernant d’autres situations, il est important de savoir qui est concerné: SPF Justice, Régie des Bâtiments, etc. Encore une fois, je me dédouane pas. Il faut que nous sachions quand le SPF Justice fait des demandes. C’est lui qui nous fait part de ses besoins en tant qu'occupant. Quand il s'agit de grosses infrastructures, c'est du domaine de la Régie des Bâtiments. Mais ce n’est pas satisfaisant pour les utilisateurs de manière générale, ni comme réponse que je peux vous donner. L'objectif principal est, je me retourne vers ma cheffe de cabinet adjointe qui suit les dossiers de la Régie, d’avoir la volonté, tout comme le cabinet de la Justice, de collaborer de manière beaucoup plus étroite et ne pas se renvoyer la balle. J'ai été un peu longue mais cela méritait cette explication.
Dimitri Legasse:
La fin de votre intervention, madame la ministre, me réconforte un peu. C'est effectivement très insatisfaisant, et je comprends votre insatisfaction. Je ne sais pas si elle est au moins égale à celle du personnel de la prison de Nivelles, mais elle a l'air sincère. Ceci étant, vous avez raison. Dans une commune, et j'en sais quelque chose en tant que bourgmestre, le citoyen ne cherche pas à savoir quel est le service responsable. Les pouvoirs publics forment un tout, la demande doit être rencontrée et on ne cherche pas à savoir, au final, d'où vient le budget et qui est à l'initiative. Vous parlez d'une grosse rénovation qui a eu lieu à la fin des années 1990, sur deux ailes. Nous sommes en 2025 et, même s'il y a des choses qui ont été effectuées, il reste fort à faire au vu du vocable énoncé dans le rapport: "prison poubelle".
De toekomst van de gevangenissites van Vorst en Sint-Gillis
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Vorst staat sinds 2022 leeg en wordt tijdelijk beveiligd via antikraak en een pilootproject met vzw *Negen Vierkante Meter*, terwijl de federale overheid een verkoop voorbereidt in overleg met het Brussels Gewest—tussentijdse initiatieven moeten veilig, haalbaar en behoudend zijn. Voor Sint-Gillis, waar sluiting onzeker is door gevangenisoverbevolking, onderzoekt de Regie der Gebouwen minimale investeringen om de site operationeel te houden, maar een definitieve beslissing ligt bij de federale regering. Samenwerking met Brussel is essentieel, maar concrete kaders en timing ontbreken nog. Korte-termijnacties (zoals tijdelijke invulling) worden overwogen, mits ze de toekomstige herbestemming niet hypothekeren.
Nele Daenen:
Mevrouw de minister, de gevangenissite van Vorst staat al leeg sinds eind 2022, dus meer dan twee jaar, wat een groot risico op verloedering, vandalisme en structurele schade meebrengt. Oorspronkelijk zou de gevangenis van Sint-Gillis eind 2024 sluiten, maar volgens recente berichtgeving is de nieuwe sluitingsdatum nog onduidelijk, terwijl de levensomstandigheden er erbarmelijk zijn.
Ten eerste heb ik vragen over de langetermijnvisie. Wat is uw federaal strategisch plan voor de definitieve herbestemming van de sites van Vorst en Sint-Gillis?
Bestaat er een formele samenwerking met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in dat verband en tegen wanneer wordt een concreet kader verwacht?
Er is ook veel onzekerheid over de sluiting van de gevangenissite van Sint-Gillis. Kunt u verduidelijken tot wanneer de gevangenis van Sint-Gillis openblijft en welke criteria de planning bepalen? Wat betekent die onzekerheid voor het traject van herbestemming en tijdelijke invulling?
Bent u, gelet op het feit dat de site van Vorst al meer dan twee jaar leegstaat, en gelet op de beperkte antikraakbewoning, bereid om op zeer korte termijn over te gaan tot een tijdelijke invulling? Welke concrete initiatieven acht u mogelijk? Binnen welk tijdskader kunnen ze worden opgestart? Bent u bereid om daarvoor samen te werken met Brusselse actoren?
Vanessa Matz:
De beslissing over een verlenging van de gevangenisactiviteit op de site van Sint-Gillis moet op het niveau van de federale regering worden genomen. In een context die wordt gekenmerkt door de aanhoudende overbevolking in onze gevangenissen, heeft de Regie der Gebouwen de opdracht gekregen om te onderzoeken welke technische en financiële gevolgen een tijdelijke verlenging zou hebben. Het gaat dan vooral om de minimale investeringen die nodig zijn om de gevangenis veilig en werkbaar te houden.
Voor de site van Vorst die sinds 2022 leegstaat, is er in een antikraakbewoning voorzien. Die maatregel helpt om het gebouw te beschermen tegen vandalisme en schade in afwachting van een nieuwe bestemming. Daarnaast werkt de Regie der Gebouwen aan een overeenkomst van tijdelijke bezetting met de vzw Negen Vierkante Meter.
Het pilootproject moet tijdelijk invulling geven aan de site, verenigbaar met de staat van de infrastructuur. De Regie staat ook open voor andere voorstellen voor tijdelijke invullingen, zolang die veilig, juridisch correct en financieel haalbaar zijn.
Het strategische doel blijft om de site van Vorst te verkopen. Door de ligging en de ruimte biedt het terrein veel potentieel voor een nieuwe bestemming. De federale overheid wil die verkoop voorbereiden in overleg met het Brussels Gewest en de betrokken gemeenten. In afwachting van de verkoop zijn tijdelijke projecten welkom, op voorwaarde dat zij bijdragen aan het behoud van het gebouw in goede staat en bij de overgang naar een nieuwe functie passen.
Nele Daenen:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw uitgebreide toelichting. Indien het noodzakelijk is om de gevangenis van Sint-Gillis langer open te houden, dan moeten er effectief investeringen worden gedaan. Het is dus afwachten wat er met die gevangenis zal gebeuren. Wat de site van Vorst betreft, geeft u aan dat die in afwachting van een definitieve verkoop tijdelijk zal worden gebruikt door de vzw Negen Vierkante Meter. Dat is alvast positief, want u vermijdt leegstand. We zijn ook tevreden dat er strategisch wordt nagedacht over een eventuele verkoop van Vorst.
De infoavond voor cipiers in een moskee
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden verdedigt de wervingsactie in de moskee van Turnhout als lokaal gericht initiatief om personeelstekort in gevangenissen aan te pakken, benadrukkend dat neutraliteit gewaarborgd moet blijven en dat Belgische nationaliteit vereist is voor aanwerving. Van Lommel bestempelt dit als een flagrante schending van kerk-staatscheiding, wijst moskeeën af als niet-neutrale locaties en eist overheidsgebouwen als alternatief, met de vrees dat dit kandidaten afschrikt en de samenleving polariseert. De kern: controversie over neutraliteit versus praktische werving in een krappe arbeidsmarkt.
Reccino Van Lommel:
Mevrouw de minister, telkens wanneer men denkt dat het dieptepunt is bereikt, is er altijd dat tikkeltje meer.
Waar gaat het naartoe met onze samenleving als penitentiaire instellingen jobdagen gaan organiseren in moskeeën? Zo organiseert de directie van de gevangenis van Merksplas overmorgen een infoavond in de moskee van Turnhout voor het aanwerven van bewakers en zorgverleners. Niet alleen het personeel is met verstomming geslagen, maar ook de bevolking die de aankondiging via diverse kanalen mocht vernemen. De mensen zijn diep verontwaardigd en teleurgesteld en wie kan hen ongelijk geven?
Gevangenissen smeken om goed personeel, maar schrikken mensen die een carrièreswitch willen maken naar hun instellingen af doordat wervingscampagnes blijkbaar moeten plaatsvinden in moskeeën. Het is niet omdat maar liefst 43 % van de Turnhoutse bevolking van niet-Belgische origine is, dat die locaties aangewezen zijn. Dit kan voor alle duidelijkheid in geen enkele religieuze instelling, ook niet in kerken of parochiezalen. Zijn er dan geen overheidsgebouwen waar in alle neutraliteit wervingscampagnes kunnen plaatsvinden? Denkt u nu echt dat u hiermee de krapte op de arbeidsmarkt gaat oplossen?
Mevrouw de minister, hoe is het mogelijk dat de scheiding tussen kerk en staat hier flagrant wordt geschonden? Hoe is het mogelijk dat jobdagen worden georganiseerd in de moskee van Turnhout en niet in neutrale gebouwen van de overheid? Wat is het standpunt van de regering?
Annelies Verlinden:
Collega, we zijn voortdurend op zoek naar meer en geschikt personeel om onze gevangenissen operationeel te houden. Zoals ook elders het geval is, zijn de gemakkelijke bereikbaarheid van de werkplaats en een goede balans tussen werk en privéleven voor de meeste mensen belangrijke factoren bij het maken van een beroepskeuze.
Bovendien doen we permanent inspanningen om te rekruteren voor elke specifieke gevangenis en dus ook om lokaal gerichte wervingsacties van diverse aard te organiseren. In dat verband kan ik meegeven dat de FOD Justitie mij vanmiddag, naar aanleiding van uw vraag, heeft laten weten dat er een plan voorligt om een infosessie te organiseren in de ontmoetingszaal van de lokale moskee. Dat is op zich een plaats waar mensen vaak voor allerhande activiteiten samenkomen.
Collega Van Lommel, de essentie is dat men in de regio iedereen, ongeacht geloofsovertuiging, wil bereiken om zoveel mogelijk goede en geschikte kandidaten te informeren en te enthousiasmeren. De strategie om initiatieven te nemen via lokaal verankerde plekken kan efficiënt zijn, maar uiteraard moet dat met de gepaste neutraliteit gebeuren. Ik zal daarom ook aan de FOD Justitie vragen wat de plannen dienaangaande zijn.
Ik wil wel onderstrepen dat dit initiatief er een is naast de vele andere initiatieven die de administratie neemt om nieuwe medewerkers aan te trekken, die voeling hebben met alle verschillende onderdelen en aspecten van de functie die zij moeten opnemen. De moeilijke arbeidsmarkt dwingt ons om ook samen te werken met scholen en lokale besturen en om jobbeurzen te organiseren. Er is ook al campagne gevoerd op festivals.
Bovendien wil ik benadrukken dat het hebben van de Belgische nationaliteit een absolute voorwaarde is en blijft om als penitentiair beambte aan de slag te kunnen gaan, naast de andere noodzakelijke kwalificaties. Ik denk dat we alle initiatieven moeten nemen om de veiligheid in ons land te versterken, maar uiteraard met een (…)
Reccino Van Lommel:
Mevrouw de minister, ik val eigenlijk van mijn stoel. Ik neem akte van het feit dat u zegt dat een moskee een neutrale plaats is. Niets maar dan ook niets kan het goedpraten dat jobdagen voor het aanwerven van gevangenispersoneel doorgaan in moskeeën. Dat is opnieuw van het goede te veel. Er zijn voldoende gebouwen van de overheid waarin dergelijke zaken in alle neutraliteit georganiseerd kunnen worden, daar hebt u de moskee van Turnhout niet voor nodig. Hoe is het mogelijk dat onder uw gezag als minister van Justitie zoiets kan gebeuren? Ik kan nu al zeggen dat dit de mensen helemaal niet zal aantrekken, maar hen net zal ontraden om te kiezen voor een job in de gevangenis van Merksplas. Misschien moet u overmorgen zelf maar eens ter plaatse gaan kijken bij een gezellig kopje thee, als u uw schoenen mag aanhouden tenminste.
De uitsluiting van internationale waarnemers van de zittingen van de militaire rechtbank in Bakoe
De politieke gevangenen in Artsakh
De beperking van mensenrechten en politieke vrijheid in de Zuid-Kaukasus
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Belgische parlementariërs De Maegd en Samyn uiten ernstige bezorgdheid over Azerbeidzjans weigering om diplomaten, NGOs en internationale waarnemers toe te laten bij gesloten militaire processen tegen gevangenen uit Nagorno-Karabach, wat schendingen van transparantie, eerlijk proces en mensenrechten signaleert. Minister Prévot bevestigt dat België de kwestie bilateraal en via de EU aankaart, maar ontkent concrete kennis van toegangsonthouding, benadrukkend dat het CICR wel toegang heeft en dat de EU haar economische invloed moet gebruiken voor druk. De Maegd en Samyn verwerpen dit standpunt als onvoldoende, eisen een hardere EU-lijn en stellen dat samenwerking met Azerbeidzjan alleen kan bij onvoorwaardelijk respect voor rechtsstaat en grondrechten, wat nu volledig ontbreekt.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, je sais que vous êtes attentif à la situation des prisonniers du Haut-Karabakh détenus dans les geôles de Bakou. Nous en avons discuté à plusieurs reprises, en commission comme en séance plénière.
Selon des informations récentes, des experts internationaux et des diplomates se sont vu refuser l’accès aux audiences du tribunal militaire de Bakou, alors même que les autorités azerbaïdjanaises affirmaient que ces audiences seraient publiques. Cette situation soulève des préoccupations quant au respect des normes internationales en matière de transparence judiciaire et des droits de l'homme.
Par ailleurs, des défenseurs des droits humains et des représentants d’ONG ont vu leurs demandes d’assister aux audiences rejetées, et des allégations de harcèlement ciblant un chercheur international ont également été rapportées.
La Belgique a-t-elle exprimé ses préoccupations auprès des autorités azerbaïdjanaises concernant l’interdiction faite aux diplomates et observateurs internationaux d’assister aux audiences du tribunal militaire de Bakou? Quelle démarche diplomatique la Belgique envisage-t-elle afin de promouvoir le respect des normes internationales en matière de transparence judiciaire et de droits de l’homme en Azerbaïdjan? La Belgique envisage-t-elle de collaborer avec ses partenaires européens pour adopter une réponse coordonnée face à ces entraves aux droits fondamentaux?
Je vous remercie déjà pour vos réponses et pour le suivi que je sais que vous accorderez à ce dossier.
Ellen Samyn:
Mijnheer De Maegd heeft de situatie correct geschetst. Ik verwijs verder naar de ingediende tekst van mijn vraag.
Volgens recente informatie blijkt dat internationale experts en diplomaten geen toegang krijgen tot de zittingen van het militaire tribunaal in Bakoe, ondanks de bewering van de Azerbeidzjaanse autoriteiten dat deze openbaar zijn. Dit roept ernstige vragen op over de naleving van internationale standaarden voor gerechtelijke transparantie en mensenrechten.
Tijdens de bespreking van de beleidsnota meldde ik reeds dat verzoeken van mensenrechtenactivisten en ngo-vertegenwoordigers om de zittingen bij te wonen werden afgewezen, bijkomend zou er sprake zijn van intimidatie van een internationale onderzoeker.
Graag verneem ik van de minister:
Heeft België zijn bezorgdheid geuit bij de Azerbeidzjaanse autoriteiten over het feit dat diplomaten en internationale waarnemers geen toegang krijgen tot de zittingen van het militaire tribunaal in Bakoe?
Welke diplomatieke initiatieven plant België om de naleving van internationale normen voor gerechtelijke transparantie en mensenrechten in Azerbeidzjan te bevorderen?
Bent u van plan om samen met Europese partners een gezamenlijke reactie te formuleren op deze schendingen van fundamentele rechten?
Maxime Prévot:
Je peux vous assurer à nouveau, comme je l'ai fait en réponse à vos questions précédentes, que la Belgique aborde effectivement les droits humains et le processus de paix avec l'Arménie et les autorités azerbaïdjanaises entre autres, et ce, encore fin mai au niveau de mon chef de cabinet.
De manière générale, et ensemble avec nos partenaires européens, la Belgique plaide pour une signature rapide du texte de l'accord de paix négocié entre Bakou et Erevan en mars dernier. Quant à la question spécifique des prisonniers arméniens en Azerbaïdjan, nous ne disposons pas d'informations concernant un éventuel refus d'accès pour les observateurs diplomatiques. Il nous a été rapporté que les prisonniers continueraient à bénéficier de l'accès du Comité international de la Croix-Rouge (CICR).
Zoals u weet, is de bevordering van de mensenrechten en het respect van de rechtsstaat een algemene prioriteit van het Belgisch buitenlands beleid. In dat opzicht zet ons land zich sterk in op bilateraal, Europees en multilateraal niveau. Mijn diensten en ik blijven dan ook waakzaam tegenover de moeilijke mensenrechtensituatie in Azerbeidzjan, met inbegrip van het recht op een eerlijk proces.
Onze ambassade in Bakoe volgt de ontwikkelingen op, onder meer in samenwerking met de EU-delegatie. Als belangrijkste handelspartner en investeerder in Azerbeidzjan dient de EU haar invloed aan te wenden om vooruitgang te boeken op het gebied van de rechtsstaat en de mensenrechten. We pleiten er in Europese context voor om met die kwestie rekening te houden.
Michel De Maegd:
Merci monsieur le ministre pour votre réponse et pour l'attention que vous continuez à porter à ce dossier.
Les informations divergent manifestement. L'accès au procès n'est pas à mes yeux un simple détail de procédure. C'est un indicateur fondamental de la santé démocratique d'un État, du respect qu'il accorde aux droits humains et de sa volonté réelle de se conformer aux engagements internationaux. L'interdiction faite aux observateurs indépendants, aux ONG et même aux diplomates d'assister à ces audiences n'est pas seulement préoccupante, elle est profondément choquante. Elle alimente le doute, renforce le soupçon d'injustice et nourrit l'impunité.
La Belgique ne peut agir seule mais elle peut et doit jouer un rôle moteur au sein de l'Union européenne pour promouvoir une position active, courageuse et déterminée dans ce dossier. Nous devons rester aux côtés des familles, des défenseurs des droits humains et de toutes celles et ceux qui, dans la région, attendent de la communauté internationale un signal clair, celui que les droits fondamentaux ne sont pas négociables, y compris à Bakou.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, Azerbeidzjan presenteert zich graag als een stabiele partner op het internationale toneel, maar dat beeld strookt niet met de interne realiteit. Er is ernstige bezorgdheid over de mensenrechtensituatie, met name wat de detentie van politieke tegenstanders, activisten en journalisten betreft. Ook de arrestatie en vervolging van voormalige leiders en burgers uit Nagorno-Karabach roept vragen op over het respect voor het internationaal humanitair recht en het recht op een eerlijk proces.
Mijnheer de minister, het is goed dat u waakzaam blijft en de ontwikkelingen volgt, maar het is onze taak om de situatie blijvend onder de aandacht te brengen. Wij, en bij uitbreiding de internationale gemeenschap, mogen absoluut niet wegkijken van de mogelijke ontwikkelingen. U kent mijn mening over Azerbeidzjan. Ik zou liever geen banden en overeenkomsten hebben met dat ondemocratisch land. Respect voor de grondrechten en de rechtsstaat moeten een voorwaarde blijven voor samenwerking, maar dat ontbreekt volgens mij volledig.
Voorzitter:
Chers collègues, vu que M. Vander Elst a dû nous quitter pour un certain temps pour se rendre dans une autre commission, nous abordons la question jointe suivante prévue à l'ordre du jour.
Gedetineerden die kledij van cipiers dragen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 11 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt het bestaan van TikTok-video’s waarin gedetineerden zich als cipiers verkleden in een gevangenis, met een lopend tuchtonderzoek naar betrokken beambten en gevangenen. Ze benadrukt structurele maatregelen zoals gsm-jammers, detectietechnologie, speurhonden en strengere controles om smokkel van smartphones en veiligheidsinbreuken tegen te gaan, maar erkent dat dit een hardnekkig probleem blijft. Dillen kaart gebrek aan professionaliteit aan en belooft het dossier strak te volgen, met kritiek op de trage afhandeling en de algehele veiligheidscultuur in gevangenissen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding.
Het Gevangeniswezen is een onderzoek gestart naar video's die op TikTok circuleren waarin gevangenen zich lijken voor te doen als cipiers.
Het gaat om verschillende video's waarin een aantal gedetineerden zichzelf filmen terwijl ze cipierkledij dragen en daarmee door het gebouw wandelen.
Dit roept tal van vragen op.
Kan de minister het bestaan en de authenticiteit van deze online video's bevestigen?
Hoe is het mogelijk dat gevangenen kledij van cipiers bemachtigen enerzijds, en er bovendien ook nog filmpjes worden gemaakt terwijl deze gevangenen de bemachtigde kledij dragen? Wat is de stand van het gevoerde onderzoek?
Wordt de uitrusting van cipiers bewaakt, al dan niet door camerabeelden? Waarom zijn de feiten waarvan sprake onopgemerkt gebleven?
In welke gevangenissen werden deze filmpjes gemaakt, en van wanneer dateren deze (meest recente) filmpjes?
Zullen de daders hiervoor worden gesanctioneerd?
Welke initiatieven gaat de minister nemen om ervoor te zorgen dat deze feiten zich in de toekomst niet meer kunnen voordoen?
De ene week komen er berichten dat er criminelen zijn die hun criminele organisatie verder kunnen aansturen vanuit de gevangenis. Nu is het dit nieuws. Wanneer gaat de minister eindelijk actie ondernemen tegen de aanwezigheid van smartphones in de gevangenis? Welke acties en wanneer kan er resultaat verwacht worden?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, mijn administratie werd op 3 juni 2025 op de hoogte gebracht van de video's. De dienst Integrale Veiligheid heeft de video's kunnen opslaan en heeft de verwijdering ervan aangevraagd. De betrokken gedetineerde en penitentiair beambte konden worden geïdentificeerd.
Het intern onderzoek loopt nog en op dit ogenblik kan daarover niet meer informatie worden gegeven. Op 5 juni heeft de directeur van de gevangenis de betrokken beambte gehoord en de tuchtprocedure loopt. Het is niet opportuun om hier dieper in te gaan op dergelijke individuele dossiers.
In elke opleiding voor de penitentiair beambten worden lessen over deontologie en integriteit gegeven, alsook over het belang van professioneel handelen, het bewaren van het juiste evenwicht tussen afstand en nabijheid en betrokkenheid. Het is belangrijk dat medewerkers worden aangesproken op hun gedrag wanneer er daaromtrent problemen of bezorgdheden rijzen. Daarin zal blijvend moeten worden geïnvesteerd, want voorkomen en vroegtijdig ingrijpen bieden de meeste garanties dat de grenzen worden gerespecteerd.
Wanneer er zich toch problemen voordoen, moet daaraan een heel duidelijk gevolg worden gegeven. Zoals ik vermeldde, is een tuchtprocedure opgestart. Daarnaast is het een gegeven in België maar ook in andere landen dat gsm's worden binnengesmokkeld in gevangenissen. Ook dat moet worden aangepakt. Daarvoor voert de dienst Integrale Veiligheid screenings uit. Er zijn op verschillende plaatsen al gsm-jammers geïnstalleerd. Die technologieën worden geflankeerd door algemene controlemaatregelen zoals metaaldetectie en fouilles van lokalen en personen.
Er wordt echter ook in nieuwe technologieën geïnvesteerd. De administratie is bezig met het testen van kleine jammers om de signalen te verstoren. Als er positieve resultaten zijn, zullen ze binnen de grenzen van de budgettaire middelen worden geïmplementeerd.
Ook andere nieuwe technologieën worden ingezet, zoals mobiele detectiesystemen en geavanceerde bewakingssystemen om de toegangscontroles tot de gevangenissen te versterken.
We voeren eveneens gesprekken met de federale politie omtrent het eventueel inzetten van speurhonden die ICT-materiaal kunnen opsporen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank u voor uw uitgebreide antwoord op deze vraag. U zult het met me eens zijn dat dat toch heel merkwaardige video's waren die in die gevangenis waren gemaakt. Ik noteer dat het tuchtonderzoek loopt. Ik weet niet wanneer de resultaten mogen worden verwacht, maar in elk geval stroken dergelijke handelswijzen niet met professioneel handelen en de deontologie, wat toch zou mogen worden verwacht. In ieder geval zal ik dit dossier verder agenderen en u binnen afzienbare tijd verder ondervragen inzake de afsluitingsdatum van het dossier.
De dodelijke brand in de gevangenis van Lantin en de tuchtsancties tegen drie gedetineerden
Het personeelsbeleid in de gevangenis van Lantin
Gevangenisincidenten en personeelsbeleid in Lantin
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 11 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De dodelijke brand in de gevangenis van Lantin (met 1 dode en 3 zwaargewonde brandweerlieden) leidt tot vragen over veiligheidsprocedures, evacuatieplannen en disciplinaire sancties tegen drie gedetineerden die om hulp schreeuwden maar nu 10 dagen isoleercel kregen – een maatregel die juridisch omstreden is en zware psychologische gevolgen heeft. Minister Verlinden benadrukt dat de veiligheid nooit in het gedrang was, weigert details over individuele sancties (beroepsmogelijkheden bestaan wel), en bevestigt structurele tekorten: 23 vacatures op 609 FTE, onvoldoende opgeleid personeel en lopend onderzoek naar sleutelbeheer en aanwezige agents tijdens de brand. Schlitz kaart scherp aan dat de overheid verantwoordelijkheid ontwijkt en systeemfouten (slechte detentieomstandigheden, onderbezetting, gebrek aan urgente actie) negeert, terwijl de pers al spreekt van "structurele disfunctioneringen" – met de eis dat het federaal niveau onmiddellijk herstelmaatregelen treft om herhaling te voorkomen.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, un grave incendie s'est déclaré le 29 mai dernier à la prison de Lantin, coûtant la vie à un pompier et en blessant trois autres, dont un très grièvement, ce dernier se trouvant encore aujourd'hui aux soins intensifs.
Les circonstances du drame sont plus qu'interpellantes. Vous avez déclaré en commission la semaine dernière: "Mon administration ne manquera pas d'examiner les procédures de sécurité incendie, non seulement dans la prison de Lantin, mais aussi dans l'ensemble des établissements pénitentiaires."
J'ai été quelque peu surprise de lire par ailleurs votre collègue Matz. Selon son avis, les procédures s'étaient déclenchées comme prévu. Je suis déjà interpellée par cet élément-là. Pourriez-vous nous éclairer sur la procédure d'évacuation des détenus qui aurait été enclenchée si l'incendie n'avait finalement pas été maîtrisé comme il a pu l'être? Cette procédure était-elle sur le point d'être activée?
Pendant l'incendie, de la fumée a commencé à entrer dans une cellule, empêchant ses occupants de respirer correctement. Ils se seraient manifestés bruyamment et auraient proféré des insultes dans le but que le volet de leur cellule soit ouvert, afin de dissiper la fumée. Actuellement, ils font l'objet d'une sanction disciplinaire lourde. Pouvez-vous nous indiquer les informations qui ont été communiquées aux détenus au moment de l'incendie? Quelles sanctions ont-elles été prononcées envers ces trois détenus? Quelle en est la justification? Quels objectifs sont-ils poursuivis à travers cette sanction? On a pu entendre, de la bouche de l'avocat des trois détenus en question, qu'on les aurait carrément accusés d'être responsables du décès du pompier. Confirmez-vous ces affirmations? Ce sont des affirmations graves alors que l'enquête est toujours en cours. Mettre le décès d'un pompier sur le dos de trois détenus qui essayaient de respirer dans leur cellule est grave. Le cadre légal permet-il de prononcer ces dix jours de cachot pour ce motif, si vous me confirmez que telle est bien la sanction qu'ils ont subie? Quels recours sont-ils à leur disposition? Pouvez-vous nous indiquer les conséquences psychologiques et physiques de la détention en isolement durant une si longue période? Enfin, une cellule psychologique est-elle mise à disposition des détenus et du personnel pour les accompagner suite à ce drame?
J'en viens à ma seconde question. Nous savons que le personnel pénitentiaire souffre depuis des années, notamment en raison des pénuries de personnel, des difficultés de recrutement et des fortes tensions au sein des prisons. Ces tensions sont liées non seulement à la question de la détention, mais également aux mauvaises conditions de détention et à la surpopulation carcérale, pour lesquelles la Belgique a été condamnée à de nombreuses reprises. À cela s'ajoutent les heures supplémentaires que ces agents doivent enchaîner, sans véritable perspective d'amélioration de leur situation.
Dans ce contexte, madame la ministre, pourriez-vous me dire quel est le cadre du personnel de la prison de Lantin? Est-il rempli? Le personnel est-il formé au plan d’intervention d’urgence de l’établissement? Le jour de l’incendie, les clés se trouvaient-elles à leur emplacement habituel? Les personnes présentes sur place avaient-elles connaissance de leur localisation? Théoriquement, combien de membres du personnel auraient-ils dû être présents ce jour-là? Combien l’étaient réellement? Ces agents avaient-ils été formés au plan d’intervention d’urgence? Combien de personnes savaient-elles exactement où se trouvaient ces clés?
Annelies Verlinden:
Madame Schlitz, en réponse à vos questions concernant l’incident survenu à la prison de Lantin, je tiens à vous rappeler les éléments suivants. Les détenus ont été informés de la situation par les agents pénitentiaires et les unités de vie n’ont jamais été menacées par l’incendie. Par ailleurs, personne n’a dû être évacué et la sécurité des détenus n’a jamais été compromise mais cela n’empêche pas que de telles situations peuvent susciter une certaine inquiétude chez de nombreuses personnes. Par la suite, les détenus ont été invités à en parler avec les membres du personnel, qui pouvaient également les orienter vers d’autres services.
Si des détenus ont été sanctionnés, cela signifie évidemment qu’ils ont commis une infraction disciplinaire en vertu des dispositions de la loi de principes. Nous ne communiquons pas sur les dossiers individuels, par respect pour la vie privée des intéressés. La loi de principes prévoit que l’enfermement en cellule de punition peut être décidé pour une durée maximale de neuf jours en cas d’infraction de la première catégorie et pour une durée maximale de trois jours en cas d’infraction de la seconde catégorie. Tout détenu peut adresser une plainte auprès de la commission des plaintes concernant toute décision prise à son égard par le directeur ou au nom de celui-ci.
Un isolement a toujours des conséquences, qui sont différentes pour chaque individu. Il est important de souligner qu'il ne s'agit pas d'un isolement total. Des modalités sont prévues par la loi pour s'assurer du suivi de l'évolution du détenu. Tous les détenus reçoivent la visite quotidienne du directeur et du médecin. Ils ont également des contacts plusieurs fois par jour avec les agents pénitentiaires de section. Ils conservent le droit d'aller au préau individuel tous les jours et à la visite à carreau à partir du troisième jour. Ils peuvent aussi recevoir des livres.
Concernant votre question sur le soutien psychologique à la suite de ce type d'incident, je tiens à préciser que les détenus peuvent discuter de soutien avec les agents actifs dans les unités de vie. Ils peuvent s'adresser aux différents professionnels et, en particulier, au service psychosocial. Ce type d'accompagnement fait partie de leurs missions. Le personnel peut également demander une aide psychologique individuelle auprès de POBOS. Un débriefing collectif est aussi organisé au sein de la prison.
En ce qui concerne vos questions sur la gestion du personnel de la prison de Lantin, le cadre de la prison de Lantin s'élève à 609 équivalents temps plein dont 585,440 sont actuellement pourvus. Trois personnes qui ont été recrutées récemment entreront en fonction le 1 er septembre.
S'agissant des procédures de recrutement pour la prison de Lantin, une procédure de sélection personnel de base de l'administration sera organisée début juillet pour la Région wallonne. Nous espérons combler les postes restants avec les lauréats de cette procédure. Pour obtenir des chiffres plus détaillés, je vous invite à introduire une question écrite.
La formation du personnel au plan d'intervention d'urgence fait partie des obligations réglementaires. Toutefois, les détails précis concernant la formation des agents présents le jour de l'incendie, le nombre exact d'agents qui auraient dû être ou étaient effectivement présents et la localisation des clés à ce moment-là font l'objet de l'enquête en cours. Il convient donc de ne pas interférer avec cette enquête à ce stade.
Sarah Schlitz:
Merci pour vos réponses, madame la ministre. Je reste assez frustrée par le manque d'implication du gouvernement dans cette affaire. J'entends que vous vous êtes rendue sur place, comme nous avons pu le voir dans les journaux, et que vos collègues étaient présents à l'enterrement. Mais, aujourd'hui, il y a une véritable responsabilité à endosser dans ce qu'il s'est passé. Ce n'était pas un simple accident. Quand on lit dans les circonstances de cet événement dans la presse, de très nombreuses questions se posent. Je suis étonnée que très peu de questions soient posées par mes collègues sur ce sujet. Je pense que, si c'était arrivé à Bruxelles, on en parlerait beaucoup plus. Il y avait deux questions, et pas de la N-VA. Il faut mettre en place tout ce qui est en votre pouvoir pour faire en sorte que cela n'arrive plus jamais. Ici, des erreurs ont été commises, et la presse a cité des dysfonctionnements structurels et fonctionnels à la prison de Lantin. Nous verrons ce que l'enquête en dit. Il est essentiel que des actions rapides soient décidées pour faire en sorte que cela n'arrive plus jamais et que le fédéral assume ses responsabilités dans cette affaire.
Het incident in de gevangenis van Mechelen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 11 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De overbevolking (74% te veel gedetineerden) en personeelstekort in de gevangenis van Mechelen leidden tot luidruchtig protest na het schrappen van avondwandelingen, waarna drie gedetineerden werden overgeplaatst en een tuchtprocedure volgde. Minister Verlinden benadrukt noodzaak van een noodwet en structurele oplossingen om de overbevolking te verminderen, naast lopende fastlane-aanwervingen (5 extra personeelsleden in aantocht) om het tekort aan te pakken. Preventie voor toekomstige incidenten hangt af van combinatie van minder gedetineerden, meer bewakers en snellere aanwervingsprocedures. De rust is hersteld, maar de lange-termijnoplossingen (wetgeving, actieplannen) blijven kritiek.
Alain Yzermans:
Ik kom even terug op de gebeurtenissen van vorige week, toen gedetineerden zich luidruchtig hadden verzet omtrent de werking van de gevangenis van Mechelen, onder andere doordat de avondwandelingen niet doorgingen.
Dat luidruchtig protest hangt ook samen met de grote overbevolking in die gevangenis. Er zijn 84 plaatsen, maar er zitten nu 146 gedetineerden, een overbevolking van ongeveer 74 %. Dat toont op zich aan dat u snel werk dient te maken – wat u ook doet – van die noodwet om daaraan enigszins tegemoet te komen, alhoewel er uiteraard regionale verschillen zijn.
De rust is er weergekeerd nadat drie gedetineerden werden overgeplaatst.
Een andere oorzaak is een onderbezetting van het personeelskader.
Mevrouw de minister, wat zult u doen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen?
Welke strategieën kunnen preventief worden ingezet met het oog op de voorspellingen van een lange, hete of moeilijke zomer?
Hoever staat het met de sociale onderhandelingen om onder andere het nijpend personeelstekort aan te pakken?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Yzermans, om de omstandigheden van gedetineerden en personeelsleden te verbeteren, moet eerst en vooral de extreem hoge overbevolking naar beneden. Het wetgevend kader waaraan wordt gewerkt, is in dat opzicht van cruciaal belang. Daarnaast is het ook nodig dat we investeren in oplossingen om de gevangenispopulatie structureel en duurzaam te verminderen. U weet dat we daaromtrent aan actieplannen werken.
Wat het concrete incident betreft, werd een tuchtprocedure opgestart tegen de betrokken personen, gelet op de aangerichte schade, de ernstige verstoring van de orde en het feit dat dergelijk gedrag binnen een penitentiaire instelling niet kan worden getolereerd. Ik wens te onderstrepen dat de uitlokkende factor het schrappen van een tweede avondwandeling betrof. Het is dus niet juist dat de gedetineerden helemaal niet hebben kunnen wandelen, althans op de eerste dag. De onlusten hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat de daaropvolgende dag alle wandelingen werden geschrapt.
Wat betreft de personeelsbezetting in de gevangenis van Mechelen, bedraagt het kader voor bewaking en techniek momenteel 83 voltijdsequivalenten. Op dit moment zijn 84,10 voltijdsequivalenten ingevuld. Vijf bijkomende personeelsleden zijn reeds aangeworven en zullen binnenkort in dienst treden. De aanstellingsprocedure, zoals de veiligheidsscreening, het medisch onderzoek en dergelijke, is momenteel lopende.
Tot slot maakt de gevangenis van Mechelen momenteel deel uit van een lopende fastlaneprocedure voor aanwervingen. Die procedure werd in het verleden al meerdere keren toegepast voor die instelling en stelt ons in staat om sneller in te spelen op personeelstekorten. Het terugdringen van de overbevolking in combinatie met het aanvullen van het personeelskader zal hopelijk de gemoederen bedaren en stelt ons in staat om dat soort incidenten in de toekomst te voorkomen.
Alain Yzermans:
Bedankt voor uw antwoord.
Het plan om gevangenen hun straf in Kosovo te laten uitzitten
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 11 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Belgische regering onderzoekt externalisering van gevangeniscapaciteit (voor niet-EU-detinees zonder verblijfsrecht) naar landen met "sterke rechtsstaat" om celoverbevolking te verlichten, maar Kosovo wordt (nog) niet genoemd en concrete afspraken of budgetten ontbreken. Schlitz kritiseert het plan als dure, onverantwoorde oplossing die mensenrechtenrisico’s (gebrek aan EU-toezicht) en kosten (tot €200/dag/detinee) negeert, terwijl ze pleit voor alternatieven voor hechtenis en aanpak van de cijfermatige gevangenisinflatie in België zelf. Verlinden benadrukt dat mensenrechten centraal staan en dat eerst een juridische haalbaarheidsstudie loopt, maar erkent dat buurlanden (zoals Nederland) zelf kampen met overbevolking. De discussie draait uiteindelijk om ethiek (rechten vs. externalisering) en prioriteiten (investeren in buitenlandse gevangenissen vs. hervorming eigen justitie).
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, vous avez évoqué la possibilité pour la Belgique d’envoyer certains de ses détenus purger leur peine au Kosovo, rejoignant ainsi l’exemple du Danemark, qui d’ici 2027 louera des places carcérales dans ce pays. Vous avez confirmé étudier cette piste dans le cadre de la surpopulation carcérale persistante en Belgique. Si la gestion carcérale belge souffre en effet de graves tensions, notamment dans les établissements vétustes ou surchargés, cette externalisation soulève de nombreuses questions fondamentales.
Premièrement, le respect de la dignité humaine et des droits fondamentaux des personnes détenues. Le Kosovo ne fait pas partie de l’Union européenne. Malgré certains progrès récents, le pays reste confronté à des défis structurels en matière d’État de droit, d’indépendance judiciaire, de conditions de détention et de prévention de la torture. Amnesty International a encore récemment signalé des lacunes importantes.
Dès lors, comment le gouvernement belge peut-il garantir que les droits des détenus seront respectés dans un pays tiers, sans surveillance institutionnelle équivalente à celle de l’UE ou du Conseil de l’Europe? Quelle serait la base juridique encadrant cette externalisation, notamment en ce qui concerne les visites, les recours, ou la réinsertion à leur retour?
Deuxièmement, le coût financier de cette opération. Le modèle danois, pour lequel 300 places ont été louées au Kosovo pour 210 millions d’euros sur dix ans, suscite des interrogations: à près de 200 euros par jour par détenu, ce n’est pas un "bon marché" mais un poids financier qu’on pourrait utiliser pour remettre sur pieds notre justice.
À combien est ce que cette opération est-elle estimée pour la Belgique? Comment peut-on justifier ce coût face au secteur de la justice tirant la sonnette d’alarme à propos de leur sous-financement ici, en Belgique?
Annelies Verlinden:
Madame Schlitz, l'ambition de louer ou de créer de la capacité pénitentiaire à l'étranger ne sera pas évidente, mais avec ma collègue en charge de l'Asile et de la Migration, Mme Van Bossuyt, j'ai l'intention d'effectuer à court terme des missions exploratoires dans un ou plusieurs États de droit européens avec lesquels des accords pourraient éventuellement être conclus pour la location, l'achat ou la construction de capacités carcérales à l'étranger. Afin de ne pas compromettre ces négociations, je ne citerai ici aucun pays nommément, mais je peux vous informer qu'une première mission est d’ores et déjà prévue cet été.
Par le passé, nous avons déjà loué des cellules, notamment aux Pays-Bas, mais nos pays voisins, y compris les Pays-Bas, sont aujourd'hui eux-mêmes confrontés à la surpopulation carcérale.
Il s'agira expressément de capacités destinées à accueillir les détenus condamnés ne disposant pas d'un droit de séjour, afin qu'ils puissent y purger leur peine en vue de leur retour dans leur pays d'origine.
Les droits humains des détenus restent au centre de nos préoccupations. Toutes les décisions prises seront examinées à la lumière de la Convention européenne des droits de l'homme et des autres obligations internationales en matière de droits humains. Vous comprendrez que nous ne pouvons pas agir à la légère en la matière.
Aucune négociation formelle n'est en cours actuellement avec quelque pays que ce soit. À ce stade, je ne pourrai donc pas vous fournir plus de détails sur des pays spécifiques ou l'impact budgétaire. En revanche, une analyse juridique a été lancée par le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA) afin d'examiner en profondeur la faisabilité de telles formes de coopération. Cette analyse constitue une première étape indispensable sur la base de laquelle des décisions concrètes pourront être prises en ce qui concerne le calendrier, le budget et la mise en œuvre pratique. L'analyse porte notamment sur le cadre juridique, les garanties en matière de droits humains et la faisabilité pratique.
Sarah Schlitz:
Merci pour cette réponse, madame la ministre. Je pense que c’est une fuite en avant qui n'a aucun sens. Nous allons utiliser de l'argent public pour financer des prisons dans des lieux qui, ne faisant pas partie de l'Union européenne, ne permettent pas d'avoir des garanties quant au respect des droits humains comme vous le prétendez. Vous devriez mener des missions exploratoires dans des pays qui n'ont pas de surpopulation carcérale et parviennent véritablement à mettre en place des alternatives à la prison. Cela existe. Nous le savons, madame la ministre. Depuis des années, la Belgique affiche une volonté de faire en sorte que la prison soit le dernier recours. Or, en pratique, nous constatons une inflation carcérale, à la fois dans la réforme du Code pénal récente, dans l'accord de majorité Arizona, mais aussi dans l'application du Code pénal au niveau des cours et tribunaux. Cette inflation carcérale, qui s'accentue chaque année, est aujourd'hui incontrôlable. Madame la ministre, il convient de prendre en compte cet aspect et d'explorer les alternatives à la prison dans notre pays. Ces alternatives, qui contribuent à limiter les récidives et à favoriser la réinsertion des personnes concernées, constituent une piste qu’il faut absolument investiguer. Les montants communiqués par certains pays qui se sont déjà lancés dans cette aventure sont astronomiques. Je me réjouis donc d’obtenir des montants et des éléments plus précis sur le projet en question.
De zorgwekkende staat van de gevangenissen in Waals-Brabant
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 11 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De kamerleden wijzen op alarmerende problemen in de gevangenissen van Ittre (drugs, onderbezetting, onveiligheid door celdeling) en Nivelles (overbevolking, afwezigheid bewakers, "vuilnisbakgevangenis"), gebaseerd op een onlangs rapport van de toezichtscommissie. Minister Verlinden erkent het rapport nog niet ontvangen te hebben en kan daardoor geen concrete maatregelen aankondigen, ondanks mediaberichten over de crisis. De Smet kritiseert haar passiviteit en stelt dat de problemen chronisch zijn, maar belooft terug te komen na ontvangst van het rapport. De discussie eindigt zonder oplossingen of verdere toezeggingen.
François De Smet:
Madame la ministre, la Commission de surveillance des établissements pénitentiaires a rendu son rapport qui relève une augmentation de la capacité de la prison d’Ittre sans accroissement corrélatif du personnel, une consommation de drogues en augmentation significative, et la multiplication des duos de détenus qui entraîne une insécurité croissante.
À Nivelles, le dépassement de la capacité idéale est acté, l’absentéisme des gardiens est croissant, et le rapport dénonce une prison poubelle.
Le sujet a déjà été évoqué à plusieurs reprises en Commission mais ce nouveau rapport sonne comme un signal d’alarme, un de plus.
En conséquence, Mme la ministre peut-elle me faire savoir si elle a pris connaissance du rapport et si des mesures particulières sont envisagées pour ces deux établissements pénitentiaires situés en Brabant wallon?
Annelies Verlinden:
Monsieur De Smet, ce rapport de la commission de surveillance ne nous a pas encore été envoyé. À ce stade, il n'est donc pas possible d'apporter une réponse aux questions et aux problématiques traitées dans ce document.
Dès que ce rapport nous aura été transmis, nous serons bien évidemment disposés à répondre aux questions qui y sont soulevées.
François De Smet:
Madame la ministre, votre réponse est un petit peu plus courte que ce que j'avais prévu. En effet, même sans avoir vu le rapport, vous n'avez pas pu échapper aux titres de presse qui, tant pour la prison de Ittre que pour la prison de Nivelles, sont extrêmement préoccupants, la seconde étant même qualifiée de prison poubelle. Pour la première, ce sont les trafics de drogue qui gangrènent visiblement l'établissement. Je pense dès lors qu'on pouvait espérer une réponse un peu plus développée de votre part.
Je vous reviendrai donc quand vous aurez reçu le rapport, sachant qu'on parle de difficultés qui sont de toute façon endémiques.
Voorzitter:
Les questions n° 56005556C de M. Patrick Prévot, n° 56005557C de Mme Désir et n° 56005600C de M. Cornillie sont considérées comme étant retirées en vertu de l'article 127.10 de notre Règlement. Les autres questions de Mme Marijke Dillen ont été reportées à sa demande. La réunion publique de commission est levée à 16 h 27. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.27 uur.
De brand in de gevangenis van Lantin
De tragische brand in de gevangenis van Lantin en de naleving van de brandveiligheidsnormen
Brand in Lantin-gevangenis en brandveiligheidsnormen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 4 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De dodelijke brand in de gevangenis van Lantin (met 1 dode pompier, gewonden en structurele schade) blootlegt verouderde infrastructuur, ontbrekende brandveiligheidsnormen en niet-uitgevoerde aanbevelingen (zoals een sprinklersysteem uit een 2019-rapport). Minister Verlinden bevestigt dat noodplannen wel werden bijgewerkt (laatst in maart 2024) en belooft veiligheidsaudits in alle gevangenissen, maar wijst voor concrete werken naar de Régie des Bâtiments. Kritiek richt zich op systeemfalendelen: gebrek aan specifieke brandwetgeving voor gevangenissen (in tegenstelling tot ziekenhuizen/scholen), verwaarloosde onderhoudsbudgetten en overbevolking die risico’s verergert. Parlementsleden dringen aan op transparantie (vrijgave van het 2024-rapport) en structurele oplossingen, niet enkel uitbreiding van capaciteit.
Julien Ribaudo:
Bonjour madame la ministre. Je voulais revenir sur l'incendie dramatique survenu jeudi dernier à la prison de Lantin. Le feu a démarré dans la buanderie du bloc Y entre la maison d'arrêt et la maison de peines. Comme vous le savez, il a coûté la vie à un pompier, blessé plusieurs autres et légèrement intoxiqué un agent pénitentiaire. Les détenus, quant à eux, ont été confinés dans leurs cellules par précaution et sans évacuation.
Madame la ministre, pouvez-vous nous informer sur les causes précises de cet indendie? Quelles mesures urgentes ont-elles ou vont-elles être prises pour éviter qu'un tel drame ne se reproduise à l'avenir? Au-delà des pertes humaines, les conséquences concrètes sur le fonctionnement de la prison sont déjà visibles: le personnel de la buanderie devra être relogé dans d'autres espaces et une entreprise privée prendra temporairement en charge le linge. Par ailleurs, la fermeture de la cantine, où les détenus doivent s'approvisionner en produits frais et de première nécessité, risque de provoquer une hausse des tensions à la fois pour les détenus et pour les agents.
Ce drame soulève une question plus large sur la sécurité dans nos prisons, sur l'état des infrastructures et sur les conditions de travail du personnel pénitentiaire comme des services de secours. Selon nos informations, ce sinistre aurait pu être évité, ou du moins contenu. Apparemment, un rapport rédigé en 2019 par le major Laurent Charbon recommandait l'installation d'un système de spinklage dans cette aile, précisément en raison d'un risque incendie identifié. Cette recommandation n'a pourtant, semble-t-il, pas été suivie. Pouvez-vous confirmer l'existence de ce rapport et de cette recommandation et nous expliquer pourquoi cette mesure préventive n'a pas été mise en œuvre à l'époque? Au-delà du cas de Lantin, pouvez-vous nous expliquer la raison pour laquelle il n'existe toujours pas de législation spécifique en matière de sécurité incendie pour les prisons, alors que cela existe pour d'autres structures, comme les hôpitaux, les écoles ou les maisons de repos, ainsi que dans des pays limitrophes.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie monsieur le président.
Madame la ministre, vous héritez effectivement d'une situation difficile à la prison de Lantin, qu'on sait malheureusement en mauvais état depuis de trop nombreuses années. Ce mauvais état a notamment mené à un tragique incendie ayant causé la mort de Maxime Coessens, blessé trois de ses collègues pompiers – pour certains, grièvement – et choqué l'ensemble de la Belgique.
Cet accident, qui est gravissime, puisqu'il y a un mort et trois blessés à la clé, soulève un certain nombre de questions. Nous apprenons effectivement que plusieurs établissements pénitentiaires ne répondraient pas aux normes incendies et que les exercices obligatoires annuels ne sont pas organisés. Un rapport de la commission de surveillance de la prison de Lantin notamment, datant de 2015 – il y a donc plus de dix ans – nous le confirme.
Madame la ministre, mes questions pourraient également être adressées à votre collègue en charge de la Régie des Bâtiments.
Pouvez-vous nous en dire davantage sur le respect des normes incendies dans les établissements pénitentiaires et, singulièrement, dans celui de Lantin?
Pourriez-vous nous indiquer à quelle date a été établi et vérifié le dernier plan d'évacuation d'urgence?
Quels sont les travaux réalisés pour assurer son entier fonctionnement?
Quels suivis entendez-vous mener, seule ou avec certains de vos collègues, à la suite de ce drame?
Je vous remercie pour vos réponses.
Annelies Verlinden:
Chers collègues, il s'agit évidemment d'un incident extrêmement tragique à la suite duquel nous perdons un pompier dévoué. Un tel incident nous affecte tous profondément et c'est la raison pour laquelle je me suis immédiatement rendue sur place pour présenter mes condoléances à la famille et aux proches de la victime, mais aussi pour apporter mon soutien aux pompiers grièvement blessés ainsi qu'au personnel pénitentiaire. J'ai directement entamé un dialogue avec eux afin d'examiner comment les accompagner et les soutenir au mieux.
Le parquet mène l'enquête pour déterminer les causes de l'incendie. Il serait actuellement prématuré de se prononcer à ce sujet.
Mon administration ne manquera pas d'examiner les procédures de sécurité incendie, non seulement dans la prison de Lantin mais aussi dans l'ensemble des établissements pénitentiaires. Je peux vous assurer que les ajustements nécessaires seront effectués à la suite de ces analyses.
Dans la prison de Lantin, le compartimentage était effectif et l'alarme s'est déclenchée correctement. Concernant les travaux réalisés dans le but de garantir le bon fonctionnement des processus et d'assurer la sécurité incendie dans les établissements pénitentiaires, je vous renvoie à la Régie des Bâtiments.
Nous pouvons déjà affirmer, notamment sur la base des éléments transmis par les pompiers eux-mêmes, que, depuis 2019, le plan d'intervention d'urgence de la prison de Lantin est régulièrement mis à jour. La dernière actualisation de ce plan a été transmise par mail aux autorités de la zone de police Basse-Meuse le 30 mars 2024. À la page 13 de ce plan, il est fait mention de la particularité du bâtiment et des personnes qui y sont logées, concernant notamment la mobilité réduite et l'espace restreint. Un contact avec le commandement des pompiers a eu lieu en juin 2024 à ce sujet.
Pour conclure, je tiens à souligner que la sécurité en général, y compris la sécurité incendie, constitue une priorité absolue au sein de nos établissements pénitentiaires.
Julien Ribaudo:
Merci madame la ministre pour vos réponses. Effectivement, certaines questions relèvent plutôt de la Régie des Bâtiments.
Je voudrais d'abord vous dire que les retours du terrain, à propos de votre visite et des mesures, sont très positifs. Il faut pouvoir le dire. Mais cette catastrophe nous rappelle l'état de nos prisons, qui sont délabrées, et le fait que la surpopulation les pousse dans leurs plus grands retranchements.
Il ne faut donc pas juste se dire que, comme on va devoir mettre plus de gens encore en prison, on doit créer plus de places. Il va falloir aussi mettre du budget et être très attentif à l'état des prisons, pour pouvoir les réparer à la hauteur des besoins, parce que, sinon, ça ne marchera jamais.
Et puis, il va falloir qu'on réfléchisse à la question d'une réglementation incendie propre au secteur pénitentiaire, laquelle fait actuellement défaut. Je pense que cela permettra aux acteurs de terrain de travailler dans de meilleures conditions.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie, madame la ministre, pour vos réponses. Je vais donc interroger également votre collègue, Mme Matz, pour le volet qui la concerne. Vous êtes toutes deux les héritières, finalement, d'un système qui est en train de s'écrouler sur lui-même et qui amène, malheureusement, à ces drames. Vous évoquez un rapport des pompiers qui a été adressé à la zone de police Basse-Meuse en 2024. Serait-il possible, à travers le secrétariat et le président de la commission, de nous le transmettre pour que nous puissions également en prendre connaissance?
De defecte camera's in de gevangenis van Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 4 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De dysfunctionerende bewakingscamera’s in gevangenissen (o.a. Hasselt, waar 115 van 220 camera’s defect zijn) vormen een acute veiligheidsrisico voor personeel, gedetineerden en de samenleving, ondanks eerdere beloftes voor een hoogtechnologisch zwakstroomsysteem. Minister Verlinden bevestigt dat het verouderde analoge systeem niet meer repareerbaar is en dat heraanbesteding van een volledig nieuw glasvezelnetwerk (met aangepaste raming na mislukte aanbesteding) de enige oplossing is, maar dat tijdelijke fixes technisch en procedureel onhaalbaar zijn door strenge overheidsopdrachtregels en wifi-beperkingen. Yzermans dringt aan op versnelde uitvoering en herhaalt de noodzaak van veiligheid, maar erken dat wettelijke kaders geen ruimte bieden voor snelle tussenoplossingen. Het dossier blijft vastlopen in bureaucratie en hoge kosten, terwijl de urgente veiligheidslekken aanhouden.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, een robuust bewakingssysteem, dus een systeem dat erop is gericht alle hoeken, kanten en ruimtes in de gevangenis bijna hermetisch in beeld te brengen, is belangrijk voor de veiligheid in de gevangenissen. Bewakingscamera’s zijn daarvoor de ultieme tools. Wij hebben met een aantal leden de problematiek eind 2024 al aangekaart. De toenmalige minister heeft toen meegegeven dat het systeem zou worden aangepakt en dat een hoogtechnologisch zwakstroomsysteem, dat ook in Leuven geïnstalleerd werd, zou worden ingebouwd. Blijkbaar hebt u tijdens de bespreking van de beleidsnota ook aangekondigd dat het dossier wordt herbekeken. Ondertussen heb ik inzage gehad in een aantal documenten over het aantal camera’s dat functioneert en de camera’s die niet functioneren.
Ik heb ook een bezoek gebracht aan de gevangenis van Hasselt. Hoewel het daar om een goed uitgebouwde gevangenis gaat, die er heel ordentelijk bijligt en die nog niet erg oud is, functioneren 115 van de meer dan 220 camera’s vandaag niet, zijn er enkele uit roulatie gehaald en werken er dus maar een paar digitale camera's, waardoor het hele systeem als het ware in duigen valt.
Het is belangrijk dat de robuustheid van het veiligheidssysteem wordt gevrijwaard. Indien er een nieuw dossier komt, moet wellicht opnieuw worden gewacht op de architectuur. Het gaat immers om moeilijke technologische dossiers. Dat gaat dus heel lang duren. Ondertussen werkt de regiekamer ook maar half. Ik stel mij dan ook vragen. Een aantal procedures wordt gewijzigd wegens het ontbreken van camera’s.
Elke instelling waarbij risico's hoog worden ingeschaald, inclusief de gevangenissen, moet uiteraard voldoen aan een aantal veiligheidsvoorschriften inzake camera’s niet alleen met het oog op de veiligheid van de gevangenen, des te meer gelet op de overbevolking, maar ook met het oog op de veiligheid van het gevangenispersoneel en van de samenleving tout court.
Hoe kan het probleem worden aangepakt? Zijn er geen tijdelijke systemen of kleinschalige firma’s die het probleem kunnen oplossen?
Er bestaan aankoopcentrales. Hoe kunnen we op korte termijn het probleem verhelpen, zodat de veiligheid te allen tijde is gegarandeerd?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Yzermans, u vroeg of er tussentijdse oplossingen mogelijk waren. Het betreft hier een verouderd, analoog systeem, waarvoor er geen vervang- of reserveonderdelen meer te verkrijgen zijn. Het zwakstroomdossier ondervangt de bestaande problemen, met als rode draad de aanleg van een nieuwe backbone van glasvezel. Er moest dus in een volledig nieuw systeem worden voorzien. De overheidsopdracht die door de Regie der Gebouwen werd gelanceerd, had bij de opening van de biedingen slechts één inschrijver. Bovendien lag het inschrijvingsbedrag tweeënhalf keer hoger dan de raming.
De combinatie van die elementen, één enkele inschrijver met een beduidend hoog inschrijvingsbedrag, heeft ertoe geleid dat alleen het heropstarten van de procedure met een aangepast ramingsbedrag als een realistische mogelijkheid werd beschouwd. Intussen wordt het dossier met de aangepaste raming opgesteld om aan de IF te worden voorgelegd. Na de goedkeuring wordt het dossier aan de Regie der Gebouwen voorgelegd, met het oog op het lanceren van een nieuwe overheidsopdracht.
Ook alternatieve, tijdelijke oplossingen of tussenoplossingen zijn enerzijds technisch moeilijk te implementeren, bijvoorbeeld wegens de wifi-installaties. Anderzijds vraagt ook een tussentijdse, alternatieve of tijdelijke oplossing dat er een dossier wordt opgesteld, aangezien ook daarvoor de procedure van de overheidsopdracht moet worden gevolgd, en dat kan niet veel sneller worden uitgerold dan de heraanbesteding van het hele project.
Er zijn geen snelle hoogtechnologische oplossingen of aanpassingen binnen de muren mogelijk, onder andere door de onmogelijkheid om het bestaande systeem aan te passen. Hoe dan ook zullen we een en ander zo vlug mogelijk realiseren, omdat we de ambitie hebben om snel de noodzakelijke camera's te installeren.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik ben blij met het antwoord. Ik hoop dat hiervan werk wordt gemaakt. De gevangenis van Hasselt is niet de enige welke met dergelijke problemen kampt. Ik denk dat die instellingen veiligheid verdienen, zoals de maatschappij dat ook verdient.
Het is goed dat u er alles aan doet. Dat het dossier opnieuw werd opgestart, vind ik een goede zaak. Misschien moet nog eens worden onderzocht wanneer tussentijdse onderhoudsoplossingen al dan niet mogelijk zijn, uiteraard conform het wettelijke kader van de overheidsopdrachten.
Voorzitter:
Vraag nr. 56005433C van de heer Van Rooy wordt op zijn vraag uitgesteld.
De zorgwekkende toestand inzake de gezondheidszorg in de gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 4 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De catastrofale gezondheidszorg en veiligheidsomstandigheden in Belgische gevangenissen staan centraal, met scherpe kritiek op chronisch tekort aan personeel, ontoereikende medische zorg (inclusief misbruik van isoleercellen) en dodelijke gevolgen (zoals de brand in Lantin waar een brandweerman omkwam door sleutelchaos). Minister Verlinden bevestigt de geleidelijke overdracht van gevangeniszorg naar Volksgezondheid (eerste fase afgerond, tweede in voorbereiding) en belooft strengere controles, maar Schlitz eist radicale transparantie en snellere actie, wijzend op systeemfalen waarbinnen gedetineerden sterven door verzaking en detentie onnodig kwetsbaren treft. De structurele misstanden—internationaal veroordeeld—worden gelinkt aan gebrek aan onafhankelijk toezicht en een cultuur van verwaarlozing.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, il y a quelques semaines, l'Observatoire international des prisons a relaté le témoignage du docteur Verbrugghe, médecin exerçant actuellement à la prison de Haren. Il décrit une situation sanitaire carcérale alarmante, corroborée par des associations telles qu'I.Care, le Réseau Hépatite C Bruxelles ou encore Transit ASBL.
Une carte blanche, parue le 13 mai, appelle à des réponses claires du gouvernement. Comme l'explique ce témoignage, les besoins en matière de soins pour les détenus sont complexes: psychologiques, toxicomaniaques, somatiques, sociaux et culturels. Pourtant, l'expertise et le personnel nécessaires restent insuffisants en l'absence d'un quota minimum, ce qui entraîne fréquemment une externalisation des soins.
Madame la ministre, ces problèmes ne datent pas de hier. Le personnel concerné dénonce régulièrement ces situations. Ceci ne fait que rappeler l’état catastrophique dans nos prisons. Je ne peux d'ailleurs pas poser cette question aujourd'hui sans évoquer l’incendie survenu à Lantin, où un pompier, Maxime Coessens, a perdu la vie. Je tiens d'ailleurs à exprimer mes condoléances à sa famille et à ses proches. La complexité de l’accès aux clés d’urgence et l’absence de personnel capable de les localiser rapidement inscrivent ce drame dans un contexte plus large de délitement de ce qui se passe dans nos prisons. Des interrogations persistent en effet quant à la sécurité de l’établissement, aussi bien pour les services externes et internes que pour les détenus. Ces préoccupations sont soulevées depuis des années par les acteurs de terrain.
Nous ne savons pas assez ce qui se passe dans nos prisons. Nos agents pénitentiaires sont peu formés et à bout. Les droits humains des détenus sont mal respectés en raison d’un manque criant de personnel et de moyens. Nous savons tout cela, notamment en raison des nombreuses condamnations de la Belgique au niveau international sur le plan de la situation dans nos prisons.
Madame la ministre, pourquoi le Conseil national de santé pénitentiaire n'est-il plus actif? Pourquoi n'existe-t-il pas de contrôle indépendant de la qualité des soins? Pourquoi les retours des visites annuelles du Comité international de la Croix-Rouge (CICR) ne sont-ils pas partagés avec les médecins?
Comment justifier les pressions visant à limiter les déplacements vers l’hôpital alors que les soins internes à la prison sont sous-dotés? Selon quelle base légale les médecins peuvent-ils utiliser l'isolement disciplinaire à des fins punitives? Nous avons que cet isolement a des conséquences graves et rapides sur la santé mentale, notamment le risque de suicide.
Pourquoi la gestion des soins reste-t-elle sous l’autorité de la Direction générale des Établissements pénitentiaires (DG EPI) Justice, et non sous celle de la Santé publique, comme le réclament le secteur et les acteurs de terrain depuis des années? Ce transfert est-il prévu? D’ici là, quelles mesures comptez-vous prendre pour remédier aux défaillances actuelles?
Annelies Verlinden:
Madame Schlitz, le Conseil pénitentiaire de la santé n'a pas été formellement dissous. Les activités de cette instance se sont toutefois progressivement éteintes à la suite de la réforme des soins de santé en prison et du fonctionnement ultérieur mis en place dans le cadre de cette réforme. Le conseil est donc libre d'organiser à nouveau des réunions.
Il existe bien un contrôle indépendant via la collaboration avec le Comité international de la Croix-Rouge (CICR) et le Comité européen pour la prévention de la torture (CPT). L'inspection des soins est toutefois organisée au niveau régional. Elle n'est pas compétente dans les prisons et ne dispose pas non plus d'un cadre de référence spécifique pour exercer ce contrôle.
Les résultats des visites du CICR sont partagés avec les personnes responsables au niveau de la direction locale et l'administration centrale. Le renforcement de ce contrôle sera également un thème important dans le cadre du transfert des soins de santé pénitentiaires vers le département de la Santé publique.
En ce qui concerne les visites à l'hôpital, il appartient aux médecins d'évaluer si un examen à l'hôpital est nécessaire. Il n'est pas illogique qu'il y ait une demande de limitation des examens médicaux si la situation de la santé du détenu le permet dans le contexte des impératifs de sécurité. Je tiens avant tout à préciser qu'un médecin n'intervient dans une procédure disciplinaire ou dans des mesures imposées pour des raisons d'ordre et de sécurité que pour se prononcer sur la compatibilité de l'état de santé de la personne concernée avec la mesure en question. En revanche, le médecin est libre de formuler des propositions visant à limiter l'impact de la mesure sur la santé. À aucun moment, le médecin n'intervient dans la procédure elle-même ou ne se prononce sur la légalité ou la proportionnalité de celle-ci. Seul un directeur peut prendre des mesures punitives.
Comme vous l'avez certainement lu dans ma note de politique générale, je suis favorable au transfert des soins de santé pénitentiaires vers le département de la Santé publique. Cela doit toutefois se faire en plusieurs phases. Une première phase a concerné l'intégration dans l'assurance maladie et invalidité de toutes les prestations fournies en dehors des murs de la prison pendant la détention ou encore l'introduction des projets liés à la drogue et à la détention.
La phase 2 est en préparation. Elle concerne l'élargissement de cette action à la drogue et l'examen de l'intégration dans cette assurance de toutes les prestations réalisées à l'intérieur des murs.
De plus, je me suis récemment entretenue avec mon collègue chargé de la Santé publique au sujet d'autres initiatives concernant ce transfert de compétences. Nous étudions actuellement les prochaines étapes à entreprendre et les conditions à mettre en place pour y parvenir. Je vous remercie.
Sarah Schlitz:
Merci pour votre réponse, madame la ministre. Je suis heureuse d'entendre que cette carte blanche, ce cri d'alerte lancé par ce médecin aura tout de même comme effet le transfert de la Justice vers la Santé publique. Cela fait très longtemps que les acteurs du terrain le réclament. Merci pour cette réaction.
Je pense par ailleurs qu'il faut aller plus loin. Il faut en effet des vraies mesures pour faire toute la lumière sur ce qui se passe dans les prisons aujourd'hui. C'est une véritable boîte noire. Cela fait des années que les associations m'alertent.
Déjà quand j'étais membre du gouvernement, des projets financés par mon administration, qui consistaient à étudier la santé mentale des détenus en prison, ne pouvaient pas être menés à bien, alors que c'était du financement fédéral, en raison de l'interdiction d'accès de ces mêmes acteurs à l'intérieur des prisons. C’est quand même un comble. Il doit y avoir beaucoup plus de transparence sur les conditions de détention. Une personne détenue est une personne vulnérable, qui est à la merci de ses conditions de détention. Elle n'a pas d'autre choix.
Vous savez ce que je pense de la détention à tout va, telle qu'elle se déroule dans notre pays. Il y a en effet des personnes qui n'ont rien à faire en prison, parce que leur santé mentale est complètement dégradée et qu’elles devraient plutôt se trouver à l'hôpital ou dans un centre de soins plutôt qu'en prison. On sait aussi à quel point la prison pousse à la récidive et à reproduire des faits illicites.
Aujourd'hui, ce que dit le médecin, c'est que des personnes, en raison du manque de soins, meurent en prison. Est-ce cela la double peine que les détenus doivent subir? C'est un véritable scandale, dans un pays comme la Belgique. Cela ne doit plus jamais se produire.
J’entends qu’il y a un impératif de sécurité, mais il ne peut pas primer sur la vie ou la mort d'une personne, sur la possibilité de sauver la vie d'une personne, ou, ce qui est encore plus grave dans le cas qui nous occupe cette semaine, il ne peut entraîner le décès d'un pompier en raison des conditions de sécurité, des standards de sécurité de la prison.
Je pense que nous reviendrons encore sur cette question, vu l'incendie qui s'est produit, et les différentes failles que cet incendie a révélées, notamment le fait que les pompiers ont été véritablement pris au piège et que personne ne savait mettre la main sur la clé qui aurait permis de les sauver. C'est complètement délirant et j'espère donc que ce sera la dernière fois qu'un tel incident se produira. Je vous remercie pour les différentes initiatives que vous pourrez encore prendre dans le futur, madame la ministre.
Voorzitter:
Merci, madame Schlitz; ceci nous amène à la fin des questions orales pour cet après-midi. En application de l'article 127, 10 e du Règlement, je considère les questions n° 56004890C de M. Ducarme, n° 56005106C de M. Thiébaut, n° 56005236C de M. Metsu, n° 56005280C de Mme Maouane et n° 56005339C de M. Bacquelaine comme retirées. Notre séance est terminée. Je lève la séance. La réunion publique de commission est levée à 16 h 55. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.55 uur.
De uitspraken van Vlaams minister Demir over het beleid van de federale regering
De discussie over het elektronisch toezicht
De noodwet betreffende de overbevolking in de gevangenissen
De in de maak zijnde noodwet
Debatten over justitiehervormingen en veiligheidsbeleid in België
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Zuhal Demir (Vlaams) kritiseert minister Verlinden (federaal) voor traagheid in de prefinanciering van 4.000 enkelbanden en het gebrek aan actie tegen gevangenisoverbevolking (13.000 gedetineerden vs. 11.040 plaatsen), terwijl ze pleit voor een crisismanager en betere samenwerking. Verlinden benadrukt dat juridische belemmeringen (bijzondere financieringswet, tweederdemeerderheid) prefinanciering blokkeren, maar steunt wel aanpassingen zoals jaarlijkse hertellingen en een noodwet (nu in regeringsoverleg) om elektronisch toezicht via strafuitvoeringsrechters (niet directeurs) te versnellen. Demir’s beweringen over gronden bij Merksplas (uitbreidingspotentieel) en gevaarlijke geïnterneerden die vrij rondlopen worden door Verlinden genuanceerd: de Raad van State bevestigt dat rechters (niet directeurs) beslissen over enkelbanden, en justitieassistenten waarschuwen wel, maar definitieve beslissingen liggen bij de strafuitvoeringsrechtbank. Structurele oplossingen blijven afhankelijk van gemeenschapsbevoegdheden en federale financiering.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, in een interview in Het Laatste Nieuws van het voorbije weekend heeft Vlaams minister van Justitie Zuhal Demir in niet mis te verstane bewoordingen snoeiharde kritiek gegeven op uw beleid. “Ik ga niet op mijn eigen diensten besparen om de federale knoeiboel op te lossen." Dat was de rode draad doorheen haar kritiek. Volgens de Vlaamse minister zou u wat betreft het elektronisch toezicht "niet erg gehaast zijn dat te prefinancieren en die financiering zelfs in vraag stellen". Verder zei ze ook dat u een plan hebt, maar dat u nu echt in actie moet komen. Ze voegde eraan toe dat door de overbevolking en de stakingen in de gevangenissen het Vlaams personeel daar niet kan werken aan de re-integratie van gedetineerden, en dat terwijl de gevangenisvloer een werkvloer moet worden en geen wraakvloer. Tot slot suggereerde de Vlaamse minister de aanstelling van een crisismanager die daadkrachtig en operationeel bezig kan zijn.
Wat is uw reactie op deze harde kritiek van een Vlaamse minister? Hebt u inmiddels met haar contact gehad om dit te bespreken?
Wat is uw standpunt betreffende de aanstelling van een crisismanager?
Volgens minister Demir heeft de Raad van State gezegd dat een rechter zal beslissen welke veroordeelden wel en niet een enkelband krijgen. “Ik heb dat altijd al gezegd, maar minister Verlinden vond dat de gevangenisdirecteurs het zelf maar moeten beslissen", aldus minister Demir. Wat is uw reactie op dit standpunt?
Volgens Vlaams minister Demir heeft de Regie der Gebouwen de opdracht gegeven om een stuk grond dat naast de gevangenis van Merksplas ligt te koop te zetten. Dat is nochtans een plek die perfect te gebruiken is voor extra capaciteit. Is dat correct? Zo ja, hebt u overleg gepleegd met de hiervoor bevoegde minister om na te gaan of dit stuk grond niet geschikt is voor het uitbreiden van de capaciteit ?
Tot slot stelde de Vlaamse minister het volgende: “En dan is er nog iets waar ik urgentie mis: de geïnterneerden. Ik hoor van mijn justitieassistenten dat zij wijzen op gevaarlijke geïnterneerden die hun voorwaarden niet naleven en vrij rondlopen, maar als zij de alarmbel luiden, gebeurt daar niks mee." Kunt u mij daarover meer toelichting geven? Klopt het dat justitieassistenten hebben gewaarschuwd voor gevaarlijke geïnterneerden?
Alain Yzermans:
Ik verwijs naar de ingediende vraag.
In 2024 registreerde het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht (VCET) een daling van bijna 25% in het aantal enkelbanden, met slechts 5.187 enkelbanden in gebruik vergeleken met 6.767 in 2023. Vooral bij straffen van minder dan drie jaar hebben we een halvering gezien, van 1.100 naar 544. Het dagcijfer vandaag is 1.601 personen onder elektronisch toezicht. Deze daling is bijzonder opvallend en staat in schril contrast met de toenemende overbevolking in de Belgische gevangenissen, waar momenteel ongeveer 13.000 gedetineerden verblijven, terwijl er slechts 11.040 plaatsen beschikbaar zijn. Het dilemma rond de 4.000 enkelbanden en de heftige discussie tussen twee excellenties vraagt om betere en stevigere financiële afspraken tussen het Vlaamse en het federale niveau. Dit is zowel belangrijk in het kader van de afbouw van de wachtlijst, als vanuit een holistische benadering als duurzame oplossing voor de overpopulatie. Het nieuwe Strafwetboek creëert ook extra aandacht voor dit alternatief en zal het belang van enkelbanden alleen maar doen toenemen.
Vragen aan de minister:
Door de bijzondere wet kunt u de enkelbanden niet prefinancieren vanuit de federale overheid zonder een wetswijziging met een tweederde meerderheid in het parlement te laten goedkeuren. Hoe wilt u het probleem van de vermelde factuur aanpakken en is hierover onderhandeld met uw Vlaamse collega?
Hoe ziet u de rol van elektronisch toezicht in de context van de huidige overbevolking, en welke plannen heeft u om het gebruik ervan in de toekomst te bevorderen? Is het bevoegdheidsprobleem geen fundamentele handicap voor een structurele doorstart?
Deze week lag het ontwerp van de noodwet op tafel van de federale regering, gericht op het verlichten van de druk van de overbevolking in de Belgische gevangenissen. Gezien de recente kritiek van de Raad van State, die de bevoegdheid van gevangenisdirecteurs om zelfstandig beslissingen te nemen over vervroegde vrijlating en enkelbanden in twijfel trekt, is er bezorgdheid over hoe de urgente maatregelen nu verder moeten worden vormgegeven. Kunt u toelichten hoe de rol van de strafuitvoeringsrechter zal worden versterkt in het licht van de nieuwe wijzigingen en wat dit betekent voor de rechten van gedetineerden?
Vragen aan minister Annelies Verlinden:
Wat zijn de belangrijkste doelstellingen van de noodwet en in hoeverre denkt u dat deze wet daadwerkelijk zal bijdragen aan het verminderen van de overbevolking in de gevangenissen? Wat is het resultaat van de onderhandelingen deze week?
Er zijn zorgen vanuit verschillende actoren dat de gewijzigde noodwet nauwelijks impact zal hebben. Hoe weerspreekt u deze bezorgdheid en wat zijn de meetcriteria voor het succes van deze wet?
Hoe passen deze maatregelen in een langetermijnplan om de overbevolking tegen te gaan? Wat zijn de langetermijnplannen van de regering om de structurele problemen rond gevangenisoverbevolking aan te pakken, naast de maatregelen die nu worden voorgesteld?
Dank.
Paul Van Tigchelt:
Ik vrees in herhaling te zullen vallen, dus ik verwijs ook naar de ingediende vraag.
In de discussie over uw beleidsnota stelde ik al vragen over de aanpak van de overbevolking in onze gevangenissen en de ambitie om een noodwet te maken. Ik kreeg toen geen duidelijk antwoord. Recente uitspraken van uw Vlaamse collega, minister Demir, werpen echter bijkomende vragen op. Zij zou u hebben aangeboden om 4.000 criminelen onder elektronisch toezicht plaatsen, maar volgens uw N-VA-collega bent u niet gehaast om dat te prefinancieren.
In een interview spreekt minister Demir zich ook uit tegen alternatieve straffen en stelt zij dat de Raad van State oordeelde dat rechters, en niet gevangenisdirecteurs, moeten beslissen wie een enkelband krijgt. Wij vernemen dat een gewijzigde noodwet intussen is besproken in het kernkabinet en opnieuw naar de Raad van State gaat voor advies.
Mijn vragen zijn daarom als volgt:
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de voorgestelde noodwet om de overbevolking aan te pakken?
Hoe zit het met de prefinanciering van het elektronisch toezicht waar minister Demir om vraagt?
Kwamen er soortgelijke engagementen vanuit de andere gemeenschappen?
Wat is uw reactie op het advies van de Raad van State over wie beslist over elektronisch toezicht? Welke stappen onderneemt u?
Wat is de timing om de noodwet aan het parlement voor te leggen?
Annelies Verlinden:
Bedankt, collega's. Dit is inderdaad een uitloper van het debat dat we daarstraks al hadden.
Bij de zesde staatshervorming, in 2015, werden de bevoegdheden inzake elektronisch toezicht, dus de enkelbanden, en de justitiehuizen overgeheveld van het federale niveau naar de gemeenschappen. Daarbij werden duidelijke afspraken gemaakt omtrent de financiering die juridisch werden verankerd in de bijzondere financieringswet. Die bijzondere financieringswet voorziet aldus in een federale dotatie aan de deelstaten voor de uitvoering van het elektronisch toezicht. Er werd bepaald dat deze dotatie jaarlijks wordt toegekend en driejaarlijks kan worden herzien op basis van een telling van het aantal ingezette enkelbanden. De bijzondere financieringswet bepaalt bovendien dat deze dotatie enkel kan stijgen en dus niet kan worden verlaagd, zelfs als er sprake zou zijn van een vermindering van het aantal enkelbanden bij die driejaarlijkse telling.
Sinds 2015 is de dotatie op basis van cijfers van het Rekenhof al tweemaal verhoogd. In 2024 bedroeg de dotatie voor Vlaanderen 86,2 miljoen euro.
De laatste jaren was er ingevolge de uitvoering van het aantal straffen tot drie jaar in de gevangenissen een daling van het aantal enkelbanden. In 2024 kregen 5.187 veroordeelden een enkelband aangesloten door het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht, terwijl dat er in 2023 nog meer dan 6.700 waren. Dat is dus, als we snel rekenen, een vermindering met ongeveer 23 % en de dotatie bleef zoals ik al zei ongewijzigd ingevolge de afspraken die gemaakt werden.
Deze regering werkt aan een reeks noodmaatregelen om de acute overbevolking, maar ook mensonwaardige omstandigheden in de gevangenissen aan te pakken. Een van deze noodmaatregelen houdt in dat bepaalde categorieën van veroordeelden tot een gevangenisstraf tot drie jaar vlotter in aanmerking zouden kunnen komen voor strafuitvoeringsmodaliteiten zoals elektronisch toezicht en voorwaardelijk invrijheidstelling.
Op 24 april heeft de Raad van State zijn advies uitgebracht. De Raad stelt dat overeenkomstig artikel 157 van de Grondwet de strafuitvoeringsmodaliteiten enkel door een strafuitvoeringsrechter kunnen worden toegekend. Naar aanleiding van dat advies van de Raad van State werd het voorontwerp aangepast. Die aangepaste teksten liggen momenteel nog ter bespreking voor binnen de regering.
De Vlaamse minister van Justitie heeft aangegeven voor de strafuitvoeringsmodaliteit elektronisch toezicht eerst over prefinanciering te moeten beschikken. De aanpassing van de financiering van de deelstaten vereist, zo stellen de adviezen van de Inspectie van Financiën, een wijzing van de bijzondere financieringswet, die alleen kan geschieden met een bijzondere tweederdemeerderheid in het federaal Parlement. Dat blijkt uit de adviezen van de Inspectie van Financiën, van zowel Vlaamse, Waalse als federale inspecteurs, alsook van grondwetspecialisten.
De vereiste bijzondere meerderheid vormt overigens bewust een waarborg die werd ingebouwd door de wetgever om te vermijden dat aan de financiering van de deelstaten zou kunnen worden geraakt zonder dat daaraan een bijzondere meerderheid in het kader van een staatshervorming voorafgaat.
Ik heb van bij aanvang van deze discussies in de ministerraad gezegd akkoord te kunnen gaan met een verhoging van de financiering voor de deelstaten, zoals mogelijk ook een prefinanciering, voor zover daarvoor een sluitend wettelijk kader kan worden gevonden of opgezet en uiteraard ook voor zover de nodige federale middelen daarvoor worden gevonden.
Handelen binnen een wettelijk kader getuigt eerder van behoorlijk bestuur dan van op de rem te gaan staan. Onze rechtsstaat is ook niet gebaat bij een debat waarbij men zich moet verantwoorden omdat men het wettelijk kader, nochtans de basis van onze rechtsstaat, wil respecteren. Als de wetgevende macht het daarmee niet eens is, zal het wettelijk kader moeten worden veranderd.
Het is dus helemaal geen zaak van slechte wil of talmen. Wij willen een manier vinden om die juridische context voor een toch wel aanzienlijke financiering vanuit de federale overheid ten aanzien van de deelstaten aan te passen. Ik stel ook alleen vast dat niemand vandaag het sluitend wettelijk kader daarvoor heeft aangedragen.
Ik wil nog even meegeven dat de hertelling van het aantal enkelbanden, in het kader van die driejaarlijkse hertelling, in principe in november van dit jaar zal gebeuren, waardoor een aanpassing van de dotatie zou plaatsvinden vanaf januari 2026. Hierdoor spreken we nu nog over een periode van goed zes maanden, afhankelijk van het aantal beslissingen met betrekking tot enkelbanden dat door de strafuitvoeringsrechter zal worden genomen. Dat is de variatie waarover we spreken. In die context moet dat worden bekeken.
Het is bovendien een bevoegdheid van de deelstaten. Ik heb ter zake geen bevoegdheid. Dat is ook voor andere elementen het geval. Er is trouwens in het verleden ook al een verhoging geweest van het aantal enkelbanden in de tussentijd van die driejaarlijkse periode. Ook toen is dat conform de bevoegdheidsallocatie opgenomen door de gemeenschappen, zonder op dat moment een prefinanciering te vragen.
Zoals ik daarnet al gezegd heb, voorziet het regeerakkoord wel in een hervorming van de dotatieregeling door over te schakelen op een jaarlijkse telling van de enkelbanden, zodat de aan de gemeenschappen toegekende federale middelen zo accuraat mogelijk kunnen blijven en de budgetten nauwkeurig kunnen worden afgestemd op de reële noden. Ook voor die hervorming van de dotatieregeling conform het regeerakkoord zal de eerste minister op mijn constructieve steun kunnen rekenen.
Mevrouw Dillen, op basis van de beperkte informatie in uw vraag over Merksplas is het niet mogelijk te bepalen over welk terrein het precies gaat. Er werden in de buurt van de gevangenis van Merksplas verschillende terreinen gescreend voor de bouw van detentiehuizen en voor unitbouw. Daarnaast werd nagegaan of sommige functiewoningen omgebouwd konden worden tot detentiehuizen. De renovatiekost voor de woningen is echter zeer hoog in vergelijking met de beperkte bijkomende capaciteit die er gecreëerd zou kunnen worden. Ook zijn sommige panden en landschappen beschermd, wat een en ander nog complexer maakt. Zoals gezegd, het is echter niet duidelijk over welk terrein de minister het precies had.
Inzake uw vraag inzake geïnterneerden, de opvolgrapporten van de justitieassistenten over geïnterneerde personen in vrijheid op proef en dus onder voorwaarden gedurende de proeftermijn, worden rechtstreeks bezorgd aan de Kamer voor de Bescherming van de Maatschappij van de strafuitvoeringsrechtbank, die daarover dan onafhankelijk en autonoom kan oordelen. Ik kan daarover geen uitspraken doen. Het parket, en bij nieuwe feiten ook de onderzoeksrechter, kan de persoon uiteraard wel voorlopig aanhouden.
Marijke Dillen:
Dank u vriendelijk voor uw antwoord, mevrouw de minister. Uit uw uitvoerige antwoord blijkt toch, als ik zo vrij mag zijn, dat uw Vlaamse collega in haar weekendinterview een aantal bijzonder gratuite opmerkingen heeft gemaakt. Het was zij die zei dat er naast Merksplas gronden te koop liggen en dat de federale regering er maar zorg voor moest dragen dat er bijkomende capaciteit zou worden gebouwd.
Het zijn niet mijn woorden. Ik heb haar letterlijk geciteerd, mevrouw de minister. U zult dat interview ook wel gelezen hebben. Daar ga ik van uit. Het was zij die zei dat die gronden naast de gevangenis van Merksplas liggen. Ik zal in elk geval ter info een vraag stellen aan de minister die bevoegd is voor de Regie der Gebouwen.
Ten tweede, het was ook minister Demir die opmerkte dat de Raad van State stelt dat een rechter moet beslissen welke veroordeelden een enkelband krijgen, maar dat u de mening toegedaan was dat de gevangenisdirecteurs dat moeten doen. Ik heb ondertussen enig opzoekwerk gedaan om na te gaan of u in een of ander interview een dergelijke uitspraak zou hebben gedaan. Ik heb dat niet teruggevonden. U hebt hier vandaag ook bevestigd dat het de rechter is die dat moet beslissen.
Het was ook de Vlaamse minister die aangaf dat haar justitieassistenten wijzen op gevaarlijke geïnterneerden die hun voorwaarden niet naleven en zomaar vrij rondlopen binnen de gevangenissen. De justitieassistenten luidden de alarmbel. In uw antwoord lees ik dat die situatie blijkbaar vrij beperkt is. Ik zal daarover misschien nog een schriftelijke vraag stellen om meer cijfergegevens te krijgen. Ik ga er echter van uit dat u ter voorbereiding van uw antwoord op deze vraag ook een en ander hebt nagekeken.
Mevrouw de minister, ik heb alleen geen antwoord gekregen op de vraag over het pleidooi van minister Demir voor het aanstellen van een crisismanager.
Voorzitter:
Mijnheer Yzermans, hebt u een repliek? (Neen)
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, het was een heel volledig antwoord, waarvoor ik u dank. Wij kunnen alleen hopen dat het over-en-weergeschiet, al dan niet uit de heup, ophoudt en dat er oplossingen komen voor de problematiek. Daarvoor moet er worden samengewerkt.
De ontsnappingen uit gevangenissen
De ontsnappingen uit gevangenissen
Gevangenisontsnappingen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 15 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De recente golf aan gevangenisontsnappingen (Brugge, Gent, Saint-Hubert) en misbruik van enkelbanden (5% doorgeknipt, 700+ schendingen) ondermijnen het vertrouwen in Justitie, zo benadrukken Sophie De Wit (N-VA) en Paul Van Tigchelt. Minister Verlinden belooft strafbaarstelling van ontsnappingen, extra beveiliging (drones, camera’s) en analyse per incident, maar erkent dat capaciteitsuitbreiding (55 miljoen euro) onvoldoende is voor de regeerakkoorddoelen—kritiek op vorige regeringen inbegrepen. De Wit dringt aan op snelle wetgeving ("quick win") en wijst op structurele nalatigheid, terwijl Van Tigchelt concrete plannen eist voor de extra middelen en vreest voor politiek gekibbel. Alle ontsnapte gevangenen zijn inmiddels ingerekend, maar systeemherstel blijft urgent.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, collega's, bij Justitie is er nooit een saaie dag, elke dag gebeurt er wel iets. Bovenop alle andere gekende problemen is het momenteel blijkbaar in om uit de gevangenis te ontsnappen. Vorige week zaterdag liep er in Brugge iemand de deur uit, maandag maakten twee mannen een gat in de muur van hun cel en gisteren zijn er zes gevangenen in de vrije natuur verdwenen in Saint-Hubert. Met een beetje slechte wil, mevrouw de minister, zou men bijna kunnen zeggen dat men tegenwoordig sneller de gevangenis uit kan lopen dan dat men opgesloten wordt. Ik overdrijf natuurlijk, maar u begrijpt wat ik bedoel.
Trouwens, collega's, misschien weet u het niet, maar 5 % van de enkelbanden wordt doorgeknipt. Dat ging vorig jaar alleen al over 245 personen. Daarnaast worden voorwaarden gelinkt aan de enkelband niet nageleefd. Meer dan 700 personen zijn buiten de cirkel gegaan waar ze mochten komen. Ook dat is ontsnappen. Die situatie mogen we eigenlijk niet aanvaarden, mevrouw de minister. Het is niet goed voor het imago van de overheid en van Justitie. De politiediensten moeten opnieuw het werk doen, terwijl die eigenlijk hun handen al vol hebben. Er ontstaat een gevoel van onveiligheid, een gevoel van straffeloosheid. Bovendien kosten die enkelbanden elke keer opnieuw veel geld.
Het is gek, maar ontsnappen op zich is in dit land niet strafbaar. De N-VA-fractie pleit er al jaren voor om ontsnappen wel strafbaar te maken. Dat werd nu ook eindelijk in het regeerakkoord ingeschreven.
Ik heb enkele eenvoudige vragen. Ik zou graag willen weten of iedereen al gevat is.
Zult u onderzoeken hoe die ontsnappingen konden gebeuren, met de bedoeling die te voorkomen? Ze mogen immers niet voor herhaling vatbaar zijn.
Er is heel veel werk aan de winkel binnen Justitie, maar dit is een quick win. Wij hebben teksten, u ook vermoed ik. Mevrouw de minister, kunnen we die alstublieft zo snel mogelijk bespreken in dit Parlement? Ik dank u.
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, ontsnappingen uit gevangenissen zijn niet fijn voor een minister van Justitie. Ik veronderstel dat het voor sommigen simpel zal zijn en dat het de schuld is van de vorige regering of de vorige minister van Justitie. Nee, het Parlement verdient beter. We weten dat het niet zo simpel is.
Ik weet wel dat er door bepaalde partijen van de arizonaregering hard is geroepen om een kordate strafuitvoering. Intussen zit deze regering, als ik goed heb geteld, 102 dagen in het zadel en gisteren hebben we tot bijna middernacht de beleidsnota van Justitie mogen bespreken. Mevrouw De Wit was daar ook bij, uiteraard. Wat daarin werd aangekondigd aan extra gevangeniscapaciteit voor 2025 is het detentiehuis in Olen en het transitiehuis in Hamme en voor 2026 de gevangenis van Antwerpen. Dat zijn beslissingen van de vorige regering, dames en heren, en wat de gevangenis in Antwerpen betreft, dat is een beslissing van 2008. Als ik mij niet vergis, was Jo Vandeurzen toen minister van Justitie.
Met het paasakkoord werd een noodwet aangekondigd om de uitstroom te verhogen, maar gisteren in de commissie was er bij mijn weten geen sprake meer van die noodwet, laat staan dat er sprake was van concrete plannen voor bijkomende capaciteit door bijvoorbeeld unitbouw. Er was geen concreet stappenplan, geen ambitie. Met de 55 miljoen euro die u hebt gekregen voor de strafuitvoering kunt u inderdaad niet veel bijkomende capaciteit voorzien. Dat is ook wat u gisteren zei in de commissie voor Justitie. Het is onvoldoende om alle ambities uit het regeerakkoord te realiseren.
Mijn vragen, mevrouw de minister, zijn simpel. Net zoals collega De Wit wil ik graag weten wat u kunt zeggen over de omstandigheden van de ontsnapping. Een serieuze bocht, ik geef het toe.
Gaat deze regering nu extra gevangeniscapaciteit voorzien? Wat is het plan met de 55 miljoen euro extra middelen? We mogen dat stilaan weten.
Voorzitter:
Dank u wel, collega Van Tigchelt. Het onderwerp van uw vraag was ontsnappingen uit de gevangenis. Gelukkig hebt u over dat laatste woord toch wel iets gezegd. Over de ontsnappingen ging het wat minder.
Annelies Verlinden:
Mevrouw De Wit en mijnheer Van Tigchelt, gisteren hadden we het bij de bespreking van mijn beleidsnota gedurende tien uur over hetgeen we met de middelen willen doen. Daarover is het laatste woord zeker nog niet gezegd, maar dat we ambitieus zijn in de creatie van capaciteit, onder meer door het inzetten op terugkeer, door het aandacht besteden aan geïnterneerden en door het voorzien in bijkomende plaatsen, staat als een paal boven water. Het is dus iets te kort door de bocht te beweren dat wij geen ambitie op het vlak van capaciteit aan de dag zouden leggen. Integendeel, we zullen in tegenstelling tot vroeger de daad bij het woord voegen.
Wanneer gevangenen uit de gevangenis ontsnappen, roept dat grote bezorgdheid en frustratie op, ook bij mij. Ik ben mij er terdege van bewust dat elke ontsnapping het vertrouwen in het gevangenissysteem kan aantasten. Gisterenavond, tijdens onze bespreking, kwam het bericht van de ontsnapping van de gevangenen in Saint-Hubert. Het vertrouwen en de verantwoordelijkheid die aan gedetineerden met een laag risicoprofiel in een open instelling als Saint-Hubert met het oog op hun re-integratie wordt gegeven, werd in dit geval door een aantal gedetineerden misbruikt.
Mevrouw De Wit, gelukkig konden alle voortvluchtigen dankzij het snelle en accurate optreden van de penitentiaire beambten, justitie en politie, inmiddels worden ingerekend. Dat was ook het geval bij de recente ontsnappingen uit de gevangenissen van Brugge en Gent. In Gent konden de vluchtende gedetineerden nog binnen de gevangenismuren worden gevat.
Na elke ontsnapping en ook pogingen daartoe wordt een onderzoek naar de oorzaken gevoerd, mevrouw De Wit. Alle mogelijkheden tot verbetering worden na die analyse zo snel mogelijk in de praktijk gebracht om nieuwe incidenten te vermijden. Daarnaast worden de betrokken gedetineerden in veel gevallen naar een andere gevangenis overgebracht of aan een ander regime onderworpen. Eveneens wordt geëvalueerd of het algemene regime in de instelling, in dit geval de open gevangenis in Saint-Hubert, moet worden bijgestuurd. Het waarborgen van veiligheid is immers essentieel, ook van degenen die in de gevangenis werken.
Samen met de regering wil ik een vuist tegen het fenomeen, omdat het afbreuk doet aan het vertrouwen in het gevangenissysteem. We werken daarom aan een wettekst om ontsnappingen uit de gevangenis, sabotage van de enkelband en het overtreden van de voorwaarden strafbaar te stellen. De eerste pennentrekken om dat in een wet te gieten, zijn al gezet en hopelijk kunnen we snel de bespreking in de commissie voeren.
Daarnaast zetten we in op de uitbreiding van het aantal extra beveiligde cellen voor gedetineerden met een hoog of een verhoogd ontvluchtingsrisico. We willen ook technologie inzetten, zoals drones en camera's, om het toezicht en de veiligheid in en rond de gevangenissen te versterken.
Onze ambitie is heel duidelijk. Dat hebben we gisteren heel duidelijk besproken. Terwijl de reclassering en de re-integratie in de samenleving in detentie desgevallend al moet kunnen worden voorbereid, zullen we er tegelijkertijd alles aan doen om ontsnappingen te vermijden en streng optreden tegen ontsnappingen en de sabotage van enkelbanden. Dat is voor mij immers ook een onderdeel van een rechtvaardige justitie.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik ben eigenlijk van mijn melk door het schaamteloze bochtenwerk dat ik van uw voorganger heb gehoord. Ik kan daar niet van over. De puinhoop die u moet opruimen, is door hem veroorzaakt. Mijnheer Van Tigchelt, u hebt 15 detentiehuizen beloofd en 2 afgeleverd. Hoeveel gevangenissen hebt u in de steigers gezet voor de volgende regering? Geen enkele.
Mevrouw de minister, er ligt nog veel werk op de plank, maar vele handen maken licht werk. Wij willen u helpen. Onze teksten om ontsnappingen strafbaar te stellen, liggen al klaar en wij kunnen daar volgende week mee naar het Parlement komen. Laten we dat gewoon doen. Dat is een quick win en dan kunt u zich focussen op de andere problemen.
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. De mirakeloplossing bestaat niet en die verwachten we ook niet. Ik moet het gisteren dan toch niet goed gehoord hebben. Ik weet niet wat er zal gebeuren met de 55 miljoen euro. Gaat die naar extra detentiehuizen? Eén detentiehuis kost 15 miljoen euro. Of gaat die naar de prefinanciering van de enkelbanden, zoals door uw Vlaamse collega Demir wordt gevraagd? Het enige wat wij vragen, is concrete acties die overeenstemmen met de door de arizonacoalitie gedane beloftes. Ik heb daarnet het debat over Gaza gevolgd. Ik heb daar geen ploeg gezien, maar wel politieke partijen die een verschillende taal spreken. Ik hoop dat u dat niet zal overkomen bij Justitie, want dat is niet wat Justitie verdient. Ik wens u veel succes.
De verhoging van het defensiebudget
Het defensiebudget
Het percentage van het bbp dat aan Defensie besteed wordt
De begroting en het defensie-akkoord
Het paasakkoord en de hervorming van de werkloosheidsregeling
De vervanging van de DAB-agenten door militairen voor de bewaking van de kerncentrales
Het paasakkoord
Het paasakkoord en de beslissingen inzake asiel en migratie
Het paasakkoord, de hervorming van de werkloosheidsregeling en de uitgaven voor herbewapening
Het uitstellen van de indexering van de sociale uitkeringen
De hervorming van de werkloosheidsuitkeringen en de impact ervan op de OCMW's
De toepassing van het recht op een loopbaandoorstart
De plannen voor de hervorming van de pensioenen van de magistraten
De hervormingen in het gevangeniswezen en de middelen voor Justitie
De hervorming van het DBI-stelsel en de verduidelijking van het begrip 'financiële vaste activa'
Het gebruik van het systeem van de flexi-jobs per sector
Het opvangbeleid van de regering
De data-analyse inzake doktersattesten voor langdurig zieken
De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd
Defensiebegroting, paasakkoord, sociale hervormingen en justitiehervormingen
Gesteld door
VB
Annick Ponthier
PTB
Raoul Hedebouw
PS
Philippe Courard
VB
Wouter Vermeersch
DéFI
François De Smet
Les Engagés
Benoît Lutgen
PS
Pierre-Yves Dermagne
VB
Francesca Van Belleghem
Ecolo
Sarah Schlitz
PS
Caroline Désir
PS
Marie Meunier
Les Engagés
Aurore Tourneur
Les Engagés
Aurore Tourneur
Les Engagés
Xavier Dubois
Les Engagés
Xavier Dubois
Les Engagés
Xavier Dubois
Les Engagés
Xavier Dubois
N-VA
Eva Demesmaeker
N-VA
Eva Demesmaeker
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draaide rond het paasakkoord van de regering, met als kernpunten: hervormingen in sociale zekerheid (werkloosheid, pensioenen, langdurige ziekte), defensie-investeringen (NAVO-norm van 2% BBP), migratiebeleid en fiscaliteit. De regering (Arizona-coalitie) verdedigde het akkoord als noodzakelijk voor economische groei, concurrentievermogen en begrotingsdiscipline, met maatregelen zoals tijdsbeperking werkloosheidsuitkeringen, verhoogde defensie-uitgaven (gefiancieerd via Russische tegoeden en Belfius-dividend), en strengere asielregels. Oppositiepartijen (PTB, Groen, PS, Vlaams Belang) bekritiseerden het als sociaal onrechtvaardig (lasten op middenklasse, pensioenen, zieken) en budgettair onverantwoord (onvoldoende structurele financiering, schuldenopbouw). MR en Les Engagés steunden selectieve maatregelen (bv. "droit au rebond"), maar stelden vragen bij uitvoering en financiering. Kernconflicten: sociale rechtvaardigheid vs. economische hervormingen en korte-termijnmaatregelen vs. structurele oplossingen.
Voorzitter:
Goedemorgen, collega's. Ik dank de eerste minister voor zijn aanwezigheid.
De beslissing om een commissievergadering over het paasakkoord te organiseren, kwam er naar aanleiding van het verzoek van Open Vld en de PS op 12 april. Ik heb de beschikbaarheid van de eerste minister door het commissiesecretariaat doen nagaan en vandaag kunnen wij er dus van gedachten over wisselen.
Wij hebben voor de gedachtewisseling tijd tot 12 uur, de tijd die de agenda van de eerste minister hem toelaat. Er komt een integraal verslag en er kan dus dus achteraf daar geen discussie over zijn.
Ik stel voor dat de eerste minister zelf eerst een korte inleiding geeft en dat daarna de fracties binnen een tijdsspanne van 10 minuten, te verdelen onder de fractieleden, de eerste minister in een eerste ronde ondervragen.
We zullen zien of de tijd het toelaat alsnog een tweede ronde in te lassen, maar ik vrees, gelet op het grote aantal fracties, dat we onze best zullen moeten doen alles op 3 uur klaar te krijgen.
Ik wil de fractieleden die mondelinge vragen hebben ingediend, vragen ze te incorporeren in hun interventie. De toegevoegde vragen zullen na de vergadering als behandeld worden beschouwd.
Bart De Wever:
Mijnheer de voorzitter, geachte collega's, we zullen het vandaag hebben over het paasakkoord dat dateert van de vergadering van de regering van 11 april. De teksten van het akkoord zijn momenteel bij de Raad van State en zullen nog voor een tweede lezing terugkomen. Uiteraard zullen ze daarna in het Parlement worden ingediend en zal er dus nog ampel gelegenheid zijn om ten gronde over de definitieve teksten te discussiëren. Uiteraard ben ik erover verheugd dat u niet zo lang wilt wachten en dat u stond te popelen om uw licht hierover al te laten schijnen. Ik stel mij dan ook graag te uwer beschikking om dat te doen.
De bedoeling is dat het akkoord uiteindelijk uitmondt in een programmawet met een aantal sociaal-economische hervormingen. De defensie-uitgaven zullen ook worden verhoogd om dit jaar reeds de NAVO-norm van 2 % te halen, wat ondertussen ongeveer alle Europese landen gezegd hebben te trachten te doen, voor zover ze die norm nog niet haalden. Het akkoord omvat ook maatregelen ter versterking van de interne veiligheid en maatregelen op het vlak van asiel en migratie.
U hebt mij uitgenodigd – en ik heb uw woorden goed begrepen, mijnheer de voorzitter – om daarover zeer kort iets te zeggen. Dat is natuurlijk wel een uitdaging. We hebben immers 300 bladzijden wetgeving voorbereid met 500 artikelen. Probeer daarover maar eens zeer kort iets te zeggen. Ik heb daartoe gisteren een poging gewaagd, maar ik vrees dat die zeer lang is uitgevallen. Ik zal er dus stevig in wieden en schrappen en proberen enkel bij de essentie stil te staan.
Hoofdstuk 1 omvat de programmawet zelf met de sociaal-economische hervormingen in het kader van de begroting van 2025. Het gaat daarin over een eerste golf maatregelen. Er zullen er uiteraard nog volgen, want niet alles van het regeerakkoord is omgezet. Het was bijvoorbeeld niet gepland dat sommige zaken al in 2025 effect zouden hebben en die zijn dus uiteraard nog niet opgenomen in de komende programmawet. Dat is ook logisch.
Er zit wel nu al meer dan voldoende in om een serieuze kluif aan het Parlement te kunnen geven. Het gaat over maatregelen om de concurrentiehandicaps weg te werken, de arbeidsmarkt te hervormen en de fiscaliteit te verduurzamen en hopelijk ook rechtvaardig te maken. Dat is dus een eerste vertaalslag van het regeerakkoord en de ambities daarin. We plannen ook een aantal hervormingen te doen, waar dit land al heel lang op zit te wachten.
Over de hervorming van de werkloosheid is veel gesproken. Ik heb die het koninginnenstuk genoemd. Ik denk dat ik dat ook wel mag zeggen, omdat we nu eindelijk in een situatie zullen komen die de rest van de westerse wereld altijd heeft gekend of minstens al zeer lang kent en die dus mag gelden als de situatie van het gezond verstand.
Dat gezond verstand geeft het signaal dat werken loont en dat het een antwoord biedt op de vraag van de ondernemingen, waarvoor ondanks de moeilijke economische toestand nog altijd tienduizenden vacatures openstaan. Het is een verhaal waarin wordt ingezet op economische groei. Daarvoor is die maatregel noodzakelijk maar uiteraard zijn er nog vele andere maatregelen, zoals het aanpakken van de loonkostenhandicap, het uitbreiden van de flexibiliteit en het stimuleren van investeringen.
Ik overloop de belangrijkste punten. Het eerste luik gaat over het concurrentievermogen. Het concurrentievermogen van onze bedrijven moet een absolute prioriteit zijn. Ondernemers zijn de spil van onze economie. Zij scheppen de banen en de welvaart. Dat doet niet de politiek; dat doen zij. Zoals bepaald in het regeerakkoord, versterken wij het concurrentievermogen door de loonkosten te verlagen met de focus op de lage en de middelhoge lonen. Voor de hogere lonen herstellen wij een plafond om de patronale bijdragen, de kosten van de hoge lonen voor werkgevers, te verlagen. Die maatregelen zullen hopelijk helpen om de loonhandicap van onze bedrijven ten opzichte van onze buurlanden te verminderen en internationaal concurrerende sectoren te ondersteunen, teneinde opnieuw en gemakkelijker talent naar België te halen. Zeker met alles wat nu in de wereld gebeurt, is het pertinent dat wij daarop inzetten.
Behalve de loonkosten zijn er ook de hoge energieprijzen, die zeker voor de energie-intensieve bedrijven, met name onze industrie, een strop rond de nek zijn. Voor hen zal werk worden gemaakt van een korting op de transmissienettarieven. De bedoeling is die nog dit jaar, dus in 2025, in te voeren, zoals dat is vastgelegd in het regeerakkoord, teneinde hen zuurstof te geven en het concurrentienadeel in te perken waaronder zij vandaag lijden.
De regering wil ook investeringen stimuleren en aanmoedigen. Daarom wordt de aftrekbeperking van de overgedragen investeringsaftrek geschrapt. Dat zal investeren aantrekkelijker maken. Ook worden de tarieven van 30 % voor de grote ondernemingen en 40 % voor de kleine ondernemingen voor duurzame investeringen geharmoniseerd naar 40 % voor iedereen. Op die manier worden die tarieven eenduidiger.
Wij steunen niet alleen de grote en middelgrote bedrijven. Er is ook aandacht voor de zelfstandigen, die uiteraard een cruciale rol spelen in de economie en zeker ook in de lokale werkgelegenheid. Daarom zullen wij hen extra ondersteunen door een verdubbeling van de bestaande incentive voor eigen middelen, zijnde het belastingkrediet dat ondernemers met een eenmanszaak kunnen krijgen bij de verhoging van de eigen middelen. Dat belastingkrediet wordt verrekend met de verschuldigde personenbelasting, waarbij een eventueel positief saldo terugbetaalbaar is.
Tot slot, wat de mobiliteit betreft, is een overstap naar 100 % elektrische wagens nog niet voor iedereen mogelijk. De daarvoor opgestelde timetable was iets te optimistisch. Er stellen zich nog heel wat problemen met het opladen van die wagens. Vaak zijn ze niet handig voor werknemers, ondernemers en zelfstandigen die lange afstanden moeten afleggen.
Volledig elektrische auto's zijn fiscaal aantrekkelijk, wat ook zo zal blijven, maar zijn helaas niet voor iedereen nu al een oplossing. Om de vernieuwing van het wagenpark te stimuleren, zullen daarom de meest milieuvriendelijke hybride auto's tot eind 2027 voor 75 % fiscaal aftrekbaar blijven. Daarna wordt die aftrekbaarheid geleidelijk afgebouwd om in 2030 pas te verdwijnen.
Voilà pour le volet compétitivité. J'en viens au marché du travail. Nous prenons une série de mesures pour activer le plus grand nombre possible de personnes en bonne santé qui sont en capacité de travailler. La limitation des allocations de chômage à deux ans est probablement la réforme la plus marquante de l'ensemble de ces mesures. Elle vise à faire des allocations de chômage un véritable système assurantiel et un instrument de remise rapide à l'emploi. Elle entrera en vigueur le 1 er juillet 2025 pour livrer ses effets à partir du 1 er janvier 2026. Une exception est prévue pour les personnes âgées de plus de 55 ans ayant déjà une carrière de plus de 30 ans derrière elles. Afin de lutter contre la pénurie dans les soins de santé, une exception sera également prévue pour certaines formations.
Nous avons également concrétisé le droit au rebond. Un travailleur qui souhaite se réorienter sur le marché du travail pourra, une fois dans sa carrière et après un minimum de 10 ans de carrière, démissionner sans être financièrement sanctionné.
Concernant la dispense existante d'un certificat médical pour le premier jour d'incapacité de travail, nous limitons cette possibilité à deux fois par année civile, au lieu de trois. Par ailleurs, la question des malades de longue durée constitue aujourd'hui le plus grand défi de notre marché du travail: plus de 500 000 personnes sont concernées, et le coût pour la collectivité devient insoutenable. C'est pourquoi nous mettons en œuvre le plan le plus ambitieux jamais élaboré en la matière. L'objectif est clair: accompagner ces personnes de la manière la plus rapide et la plus efficace vers un retour à l'emploi. Ce plan repose sur la responsabilisation de tous les acteurs concernés: employeurs, employés, médecins et mutualités, chacun devant prendre pleinement sa part. La responsabilité constitue le fil rouge de cette nouvelle approche renforcée.
Enfin, nous rendons le marché du travail plus flexible et accessible, notamment via l'extension des flexi-jobs. Le plafond non indexé de 12 000 euros par an passe ainsi à 18 000 euros – montant qui, lui, sera indexé.
Le troisième volet est le coût du vieillissement de la population. Pour en maîtriser l'explosion, nous plafonnons l'indexation des pensions les plus élevées, permettant de la sorte une économie d'environ 200 millions d'euros d'ici 2029. À partir de l'année prochaine, nous remplacerons le bonus pension par un bonus-malus pension.
En ce qui concerne les soins de santé, la norme de croissance est fixée à 2,5 % au-dessus de l'index en 2025 pour atteindre 3 % en 2029, afin de pouvoir continuer à répondre à la demande croissante de soins de qualité.
Dans tous les domaines de la sécurité sociale, des réformes sont nécessaires, y compris dans les soins de santé. Le vieillissement de la population nous impose une sérieuse dose de réalisme. Malgré une situation budgétaire extrêmement difficile, des investissements supplémentaires seront indispensables dans les années à venir.
Ce gouvernement fait toutefois le choix délibéré de ne pas couper dans les dépenses qui protègent les plus vulnérables de notre société. Cela ne signifie pas pour autant un laisser-aller. La facture du vieillissement est immense et l'absence de réformes durant des décennies nous oblige aujourd'hui à agir. Le secteur des soins de santé n'échappera donc pas non plus à une réforme en profondeur.
Le quatrième volet concerne la fiscalité. Ce gouvernement accorde également une grande importance à la justice fiscale. Nous partons du principe de la bonne foi. Lorsqu'une irrégularité est constatée lors d'un contrôle, le contribuable ne sera plus automatiquement sanctionné par une majoration d'impôts. Nous intensifions la lutte contre la fraude fiscale. Grâce au datamining , les inspecteurs pourront mieux détecter et analyser les irrégularités flagrantes.
Par ailleurs, nous réduisons la TVA de 21 % à 6 % à partir du 1 er juillet 2025 pour la livraison d'une habitation propre et unique d'une superficie maximale de 175 m² dans le cadre de la démolition et de la reconstruction. Cela permet notamment de répondre à la crise du logement, à la crise du secteur de la construction et d'accélérer la transition vers un parc immobilier plus durable.
Enfin, acquérir la nationalité belge deviendra plus coûteux. La taxe pour l'obtention de la nationalité passera de 150 euros à 1 000 euros.
Hoofdstuk 1 was de programmawet.
Nu kom ik tot hoofdstuk 2, het defensieplan. Ook dat is een belangrijk onderdeel geworden van het paasakkoord. U weet dat wij ambitie hadden om de 2 % te bereiken in 2029, maar dat de geopolitieke realiteit ons dwingt om dat dit jaar al te doen. Daarmee zullen wij de belofte om de NAVO-norm te halen, meer dan tien jaar nadat die in Wales door toenmalig premier Di Rupo werd uitgesproken, eindelijk realiseren. Vooral ook geven we een signaal aan de internationale gemeenschap, en met name aan onze Europese bondgenoten, dat men op ons kan rekenen en dat wij naast onze bondgenoten staan. We laten zien dat wij ook pro-Oekraïne blijven en in staat willen zijn om aan alle initiatieven deel te nemen om dat land te ondersteunen en alle initiatieven om onze westerse wereld en onze Europese hemisfeer veilig te houden.
Het vergt wel een serieuze extra inspanning. Voor dit jaar gaat het over 3,9 miljard euro. Dat zullen we bereiken via bijkomende financiering, gebaseerd op de vennootschapsbelasting op de bevroren Russische tegoeden. Dat schatten we op ongeveer 1,2 miljard euro aan inkomsten, die we uiteraard zullen omzetten in bilaterale militaire hulp voor Oekraïne. Het lijkt me ook maar logisch dat dat geld naar Oekraïne gaat. Daarnaast is er een dividend van Belfius van 500 miljoen euro dat zal worden gevraagd en waarvan de bank ons garandeert dat dit geen probleem betekent. Tot slot zal een deel buiten de begrotingsdoelstelling worden gehouden, binnen de marges die ons door Europa in het kader van de ReArm Europe-beslissingen zijn toegestaan. Het is natuurlijk de bedoeling dat dit aandeel, dat eigenlijk niet in de begroting is voorzien, in loop van de legislatuur wordt afgebouwd en omgezet in structurele financiering om zo naar een nulpunt te dalen tegen 2029. Een gezonde begroting blijft immers een absolute prioriteit voor deze regering.
De extra defensie-uitgaven zijn noodzakelijk, maar uiteraard beschouwen we dat niet alsof ons cadeaus worden gegeven. We zullen dus de financiering zoeken om die tijdelijke hogere tekorten op te lossen via optimalisering van onze overheidsactiva, maar altijd met het oog op goed huisvaderschap. Er is ruim en uiteraard ook terecht op gewezen dat het weinig zin heeft om activa te verkopen die ons op lange termijn meer kosten dan we er op korte termijn opbrengsten uit kunnen halen; dat is uiteraard niet de bedoeling.
De minister van Financiën krijgt de opdracht om voor 1 juli een Defensiefonds op te starten dat op termijn gefinancierd kan worden met publieke activa, maar ook met private middelen. Dat moet een instrument worden dat toelaat om strategisch te investeren in hightech, innovatie en industrie. Ik denk dat hier ook echt wel opportuniteiten voor ons land liggen die we op korte termijn kunnen grijpen.
De regering is zich ervan bewust dat de kans reëel is dat de norm van 2 % binnen de NAVO op korte termijn zal worden verhoogd. Daarom zullen we na de NAVO-top in Den Haag in juni bekijken wat het nieuwe traject zal zijn, welke termijnen er aan gebonden zijn en welke gevolgen we daaraan moeten geven.
Ondertussen zal de minister van Defensie voor 1 juli ook met een strategisch plan komen over hoe de bijkomende uitgaven in 2025 precies zullen worden besteed. In grote lijnen zullen de extra investeringen worden gebruikt om vorm te geven aan de Europese defensiepilaar en de capaciteitsdoelstellingen te bereiken die ons door de NAVO worden opgelegd. Het is blijkbaar nog de illusie in veel fracties dat men een soort vrije beschikking heeft. Dat is uiteraard niet waar. Er zijn capabilities die de NAVO ons oplegt en die we zullen moeten realiseren.
Tegelijk met deze internationale inspanningen en verplichtingen zal Defensie ook een rol opnemen in de binnenlandse veiligheid. Dat was ook altijd zo voorzien in het regeerakkoord. Op korte termijn zal zich dat vertalen in de beveiliging van gevoelige nucleaire sites. Gezien dreigingsniveau 3 is dat conform het regeerakkoord ook perfect mogelijk en kunnen we daarmee de politiediensten ontlasten, wat uiteraard ook een bonus is voor onze binnenlandse veiligheid. De bedoeling is dat Defensie daarover tegen 1 mei – dat is dus zeer binnenkort – een protocol met Binnenlandse Zaken zal sluiten om dat praktisch op te nemen.
Le troisième chapitre concerne la sécurité intérieure. Pour garantir les investissements nécessaires en matière de sécurité intérieure, le budget prévu dans l'accord de gouvernement pour le renforcement des services de sécurité et de la politique de retour sera utilisé de manière flexible. Cela signifie que les crédits d'engagement et de liquidation disponibles pourront être transférés entre les exercices budgétaires 2025, 2026, 2027, 2028 et 2029 en fonction des besoins budgétaires concrets par exercice budgétaire sans dépasser l'enveloppe totale cumulée à la fois par service de sécurité et au total. Concrètement, cela permettra de dégager plus de 150 millions d'euros supplémentaires cette année pour renforcer nos services de sécurité et notre politique de retour, notamment aussi pour accélérer les investissements dans la cybersécurité.
Les task forces chargées de lutter contre la surpopulation carcérale poursuivront leurs travaux et élaboreront conformément à l'accord de gouvernement un plan d'action qui sera soumis à l'appropriation du Conseil des ministres d'ici la mi-mai 2025.
L'une des principales priorités sera de renvoyer dans leur pays d'origine les détenus qui n'ont pas le droit de rester sur notre territoire. Le gouvernement a également l'intention de prendre des mesures concrètes à court terme pour utiliser la capacité des prisons à l'étranger.
Pour mettre en œuvre ce plan d'action global, une enveloppe unique, avec un minimum de 55 millions d'euros en 2025, sera libérée en crédits d'engagement et de liquidation. La ministre de la Justice, en concertation avec les ministres responsables des différents groupes de travail, joindra une proposition de répartition de cette enveloppe au plan d'action. La mise en œuvre de ce plan fera l'objet d'un suivi semestriel et d'un rapport au Conseil des ministres.
Het vierde en laatste hoofdstuk gaat over asiel en migratie. Er is een maatregelenpakket inzake asiel en migratie goedgekeurd. Het gaat om ingrepen die de instroom naar ons land zou moeten laten dalen. Asielzoekers die in een ander Europees land bescherming hebben gekregen, zullen geen recht op opvang in dit land meer hebben. Het misbruik van de asielprocedure via minderjarigen wordt aangepakt. Wie na een eerdere afwijzing via zijn kind een nieuwe aanvraag zonder nieuwe elementen indient, zal geen opvang meer krijgen.
De inkomensgrens waaraan een gezinshereniger moet voldoen, zal worden omhooggetrokken en verder stijgen naargelang het aantal betrokken personen. Wie zijn gezin wil laten overkomen, moet dus bewijzen dat hij of zij daarvoor zelf financieel kan instaan. Ook zullen er wachttijden van 1 tot 2 jaar gelden voor gezinshereniging of gezinsvorming, afhankelijk van het verblijfstatuut. Tot slot zorgen we ervoor dat een asielaanvraag geen toegangsticket tot de sociale bijstand is. Wie geen opvang krijgt, zal geen aanspraak op leefloon kunnen maken.
Deze maatregelen zijn getoetst aan de Europese rechtspraak. Volgens ons voldoen ze daaraan. Hopelijk zullen ze de druk op het asielsysteem verlagen, zodat wij kunnen voldoen aan de plichten jegens asielaanvragers die wel voldoen aan de voorwaarden om hier te mogen verblijven en van opvang te kunnen genieten.
Tot zover de belangrijkste punten van het akkoord van 11 april. Het was maar een grabbel uit het geheel. Ik luister graag naar uw opmerkingen. Ik zal alvast zeggen dat precieze, gedetailleerde, concrete vragen een beetje vroeg komen. U moet die ook stellen aan de bevoegde ministers in de commissies. Ik luister uiteraard wel graag naar uw algemene bedenkingen. Ik zal in de mate van het mogelijke repliceren. Ik ben uiteraard zeer benieuwd of u zich iets zal aantrekken van deze laatste woorden. Ik maak mij daarover geen enkele illusie, maar ik dank u voor uw aandacht.
Voorzitter:
Dank u wel voor uw bondige uitleg over het paasakkoord, mijnheer de eerste minister.
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn spreektijd delen met collega De Vreese.
Ik vergelijk de situatie van het land bij de start van de arizonaregering met die van het bijbelse Egypte dat te maken kreeg met tien plagen: hoge schulden, heel veel uitkeringen, korte loopbanen, de kortste van Europa, veel langdurig zieken en dus ongelooflijk veel ziekteverzuim, evenveel als in Duitsland, hoge loonkosten, hoge energiekosten, sterke vergrijzing, die een bom legt onder onze pensioenen, een spilzucht van jewelste, migratie die druk legt, heel veel ondernemers en werknemers die tevergeefs op zoek zijn naar collega's, ongeacht een relatief lage werkzaamheidsgraad, waardoor economische groei gefnuikt wordt, zeker in het zuiden van het land. Dan hebben we nog de ontzettend grote geopolitieke uitdagingen, die forse investeringen vragen in ons veiligheidsapparaat en defensie. Het is dus bijna onmogelijk – we hebben het hierover al een tijdje geleden gehad – om dit land in vijf jaar tijd op orde te krijgen.
We bevinden ons in een immense crisissituatie. Als we het politiek landschap van vandaag bekijken, dan kan men nog moeilijk over rechts en links spreken. Als wij hier de keuze zouden mogen maken tussen een Amerikaans systeem van sociale zekerheid, waarbij alles verzekerd, peperduur en moeilijk toegankelijk is, en ons systeem, dat gebaseerd is op herverdeling, dan denk ik dat iedereen voor ons systeem zou kiezen.
De vraag die vandaag moet worden beantwoord, is hoe we de sociale zekerheid kunnen redden, wat meteen ook een politieke keuze inhoudt. Er zijn dan drie politieke stromingen. Volgens de eerste politieke stroming, vertegenwoordigd door de PS, de PTB, Groen en Ecolo, die van de sociale strijd, moeten we maar de ogen sluiten voor de tien plagen, vooral op zoek gaan naar een Vlaamse liberaal die dat bootje, de Titanic wil leiden en laten doorvaren, en zullen we wel zien – après nous le déluge –, de volgende generaties zullen de schuld wel aflossen.
Ten tweede is er het team kookwekkertje, dat zegt om vooral te applaudisseren voor dat team, en te zien hoe de boel verder verziekt wordt en hoe welvaart en ondernemerschap nog eens vijf jaar lang verder vernietigd wordt, zeker in Vlaanderen.
En dan is er, ten derde, het arizonateam. Dat behoort tot de politieke generatie die wil verbinden en verenigen om de sociale zekerheid te redden, om dit land en wie hier geboren wordt, nog een deftige toekomst te geven, hopelijk een toekomst die beter is dan de onze.
Het regeerakkoord overtrof al mijn verwachtingen, maar het paasakkoord is werkelijk fenomenaal. Het paasakkoord betekent de verrijzenis van onze welvaart. Na 25 jaar nauwelijks deftige hervormingen hebben we nu eindelijk een regering, die doorpakt. Eerlijk gezegd, ik was bang. Toen ik het regeerakkoord verdedigde, vroeg ik mij af hoe we dat allemaal konden waarmaken en of we wel voor de zomer al die maatregelen en hervormingen konden rondkrijgen. Kijk eens aan, hier is een paasakkoord dat onze verwachtingen overtreft.
Het is het arizonateam op zijn best. Met betrekking tot de loonkosten gaan we naar een ongeziene lastenverlaging op de patronale RSZ. Met betrekking tot de uitkeringen, we beperken de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. We flexibiliseren onze arbeidsmarkt. Het plafond voor flexijobs wordt opgetrokken. We breiden ook het toepassingsgebied uit. Met betrekking tot energie, om de energiekosten te verlagen, komen er transmissienettarieven. Met betrekking tot korte loopbanen en vergrijzing wordt een pensioenmalus ingevoerd. We hervormen onze pensioenen grondig. We zorgen ervoor dat mensen in de toekomst ook nog een deftig pensioen krijgen. Met betrekking tot zieken is het pakket maatregelen ongezien. Er komt responsabilisering voor huisartsen, werkgevers en werknemers. Eindelijk wordt er echt werk gemaakt van de re-integratie van langdurig zieken op onze arbeidsmarkt. Eindelijk sluiten we onze ogen daar niet meer voor. Tegelijk is de coalitie in zeer moeilijke tijden, budgettair vreselijke tijden, erin geslaagd om via moeilijke maatregelen toch middelen te vinden om minstens op vlak van defensie ons al te verzekeren van vrede en om op de veiligheidsdepartementen het nodige te doen.
Mijnheer de eerste minister, kortom, onze fractie is ongelooflijk trots op het vele werk dat u en uw regering hebben verricht. Wij zullen met veel aandacht de programmawetten en alle andere wetgevende initiatieven doornemen, bespreken en natuurlijk ook goedkeuren, zodat de sociale zekerheid en de toekomst van dit land verzekerd blijven.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de eerste minister, het is niet voor niets dat een aantal toppers binnen onze partij het boek Puinhopen van Vivaldi hebben geschreven. Op die puinhopen moet Arizona nu het moeilijke werk doen.
Als we kijken naar de geopolitieke toestand en naar de interne veiligheid, dan zien we dat we daar voor enorme uitdagingen staan, eerst en vooral inzake Defensie. Wat een prestatie, eindelijk zullen we na zoveel jaar de NAVO-norm van 2 % halen. Bovendien, gelet op de belofte die we net hoorden, zullen we die norm waarschijnlijk ook moeten herzien. Er komt dus een nieuwe, moeilijke oefening aan, collega's, maar één ding is zeker: we staan naast onze bondgenoten en we houden onze broek zelf op.
Dat is ook waar wij als partij en als regering voor staan: investeren in de veiligheidsdepartementen. Net zoals in de Zweedse regering gaan we eindelijk weer van veiligheid en van een strikt asiel- en migratiebeleid een topprioriteit maken. Iedere week spreken we in de commissie voor Binnenlandse Zaken over de grote uitdaging waar we voor staan. Denk maar aan de strijd tegen de georganiseerde drugscriminaliteit. Ik kan eigenlijk al niet meer benoemen hoeveel feiten er zich de voorbije dagen in Brussel hebben voorgedaan. We zullen de budgetten dus flexibel, gericht en efficiënt moeten inzetten op het moment en op de plaats waar ze nodig zijn.
Kijken we dan naar de erfenis die we inzake Justitie hebben gekregen met de overbevolking in de gevangenissen. Ik zie de collega's Van Tigchelt en Van Quickenborne zitten, maar ik zou eigenlijk stilletjes vol schaamte thuisblijven, want de erfenis die we daar krijgen, is dramatisch. Dat horen we ook van de mensen die daar werken. Ook in Brugge is er een overbevolkte gevangenis. De werkomstandigheden daar voor het personeel zijn niet houdbaar. Dat is de erfenis van onze twee collega's.
Nu zullen we terecht maatregelen nemen tegen de overbevolking van de gevangenissen, bijvoorbeeld door in te zetten op de repatriëring van mensen in illegaal verblijf, van criminelen die in onze gevangenis zitten. Dat is ook wat ik hoor van de mensen op de straat. Zij vragen om dat prioritair aan te pakken.
Bovendien, mijnheer de eerste minister, moet u ook eens bekijken waar er nog marges zijn, want we focussen in dit paasakkoord voornamelijk op de mensen die hun straf uitgezeten hebben, maar er is ook een mogelijkheid om de straf uit te zitten in het land van herkomst. Daarom zou ik u willen vragen om te bekijken welke marges er daar nog zijn, bijvoorbeeld voor onderdanen van de Europese Unie en onderdanen van visumvrije landen, waarmee we toch hele goede terugnameakkoorden hebben. Misschien kunnen we daarmee nog goede overeenkomsten sluiten.
U spreekt ook over de gevangeniscapaciteit in het buitenland. Dat is een piste die we in het verleden ook hebben bekeken. Zijn die pistes al onderzocht? Kunt u daar al een tipje van de sluier oplichten?
Interne veiligheid heeft niet alleen betrekking op politionele veiligheid, maar ook op strategische autonomie, weerbaarheid, energie, mobiliteit. Zijn er ook op dat vlak plannen?
Dan kom ik bij asiel en migratie. Het is ongelooflijk. Twee maanden na de eedaflegging komen we al met crisismaatregelen om de instroom werkelijk in te perken. De prognose is dat we dit jaar naar 50.000 asielzoekers gaan. Dat betekent dat we daadwerkelijk zullen moeten optreden. Communicatie is daarbij zeer belangrijk, mijnheer de premier. Dit nieuws gaat in de diaspora als een lopend vuurtje rond. Het is belangrijk dat we maatregelen nemen die we werkelijk kunnen uitvoeren en die ook de rechterlijke toets doorstaan. Ook dat zou in de diaspora als een lopend vuurtje rondgaan. Dit zijn dus geen losse flodders. Daarop zetten we met Arizona in: een realistisch, streng, zeer streng migratiebeleid.
Ik wil ook een dikke pluim geven aan de cabinetards achter de schermen, die hier heel hard voor gewerkt hebben, en natuurlijk aan de hele arizonaregering.
Barbara Pas:
Mijnheer de eerste minister, voor een regering die er haar prioriteit van maakt om de cijfers op orde te hebben, vind ik het wel bijzonder opmerkelijk dat we nog geen enkel budgettair kader hebben gezien, op dat ene A4'tje bij uw regeringsverklaring na, die ene begrotingstabel, waar het Vlaams Belang trouwens nog fouten uit heeft gehaald.
We hebben nadien de beleidsverklaringen per minister gehad. Zij waren reglementair verplicht om daar een budgettair kader bij te geven. Geen van hen heeft dat gedaan. Toen kregen we te horen: u zult de beleidsnota's bij de begroting krijgen. Uiteraard is dat niet hetzelfde. Beleidsnota's bij de begroting gaan over één jaar. Bij de beleidsverklaringen zou dat budgettair kader de hele legislatuur moeten omvatten. Maar goed, wij keken dus reikhalzend uit naar die beleidsnota's.
Ik weet niet of u het weet, maar de deadline voor al die beleidsnota's is reeds verstreken, want die verviel op 11 april. Ik weet dat u niet graag detailvragen krijgt, maar ik zal u meteen het antwoord geven op de vraag hoeveel beleidsnota's vandaag al ter beschikking zijn voor de Kamerleden. Het zijn er welgeteld drie: Administratieve Vereenvoudiging, Begroting en Mobiliteit. Voor een premier die orde op zaken ging stellen, ook budgettair, maar bij wie het budgettair kader al maanden uit blijft, kunnen we niet anders dan vaststellen dat het een financieel rookgordijn is. Collega Ronse mag dan wel bijzonder lyrisch zijn over wat hij een fenomenaal paasakkoord noemt, maar het is niet gefinancierd, want de financiering is een rookgordijn.
Inzake de defensie-uitgaven zegt u dat eindelijk de 2 %-norm van het bbp behaald zal worden. Daar pleiten wij al heel lang voor. Het is wel heel kort door de bocht om de terechtwijzing voor die puinhoop alleen naar de vivaldiregering te richten, zoals collega De Vreese doet, want er wordt al veel langer bespaard op Defensie. Het historisch dieptepunt was 0,9 % van het bbp onder de Zweedse regering, onder toenmalig N-VA-minister Steven Vandeput. Het is dus goed dat die uitgaven eindelijk naar die 2%-norm gaan, maar op welke manier haalt u dat? Niet door een structurele financiering, want u houdt 2 miljard buiten de begroting, met andere woorden: schulden maken, doorschuiven naar de volgende Vlaamse generatie. Dat is exact waarvan uw minister van Begroting enkele weken geleden nog zei dat hij uitgerekend dat niet wilde doen.
Ik permitteer het me om nog een detailvraag te stellen, al is het misschien geen vraag naar een detail. Ik wil namelijk graag weten of het klopt dat u camouflagetechnieken toepast, mijnheer de eerste minister. In de pers lees ik namelijk dat heel wat normale uitgaven nu plots in een militair jasje worden gestoken om toch maar aan die 2 % te geraken. Voorbeelden zijn uitgaven voor de Veiligheid van de Staat, voor het Europees Ruimtevaartagentschap, voor onze beveiligde datanetwerken en voor normale infrastructuurwerken aan bruggen. Dat zouden nu plots allemaal defensie-uitgaven zijn. De pers lees ik altijd met voorbehoud, vandaar dat ik u vraag of dat überhaupt klopt.
Mijnheer de eerste minister, uw paasakkoord is alleszins geen verrijzenis van politieke moed. U hebt niet de politieke moed gehad om voor een structurele financiering en structurele hervormingen te kiezen, maar dat wisten we al. Daarvoor hebt u institutionele hervormingen nodig, maar die weigert u door te voeren.
Over de eigenlijke pensioenhervorming hebt u niet gesproken. Blijkbaar is die pas voor het najaar. Omtrent de maatregelen inzake de pensioenhervorming die al voor de zomer goedgekeurd zouden moeten worden, konden we vandaag plots lezen dat uw coalitiepartner Vooruit nu eerst nog bijkomende eisen stelt vooraleer die te steunen.
Los van het feit dat wij van de pensioenmaatregelen ook nog geen budgettair kader kennen, dat het Federaal Planbureau alle plannen nog helemaal moet doorrekenen en dat u zich volledig stoelt op hypotheses, had ik graag – dit is geen detailvraag – uw reactie gekregen op het feit dat coalitiepartners tachtig dagen na het sluiten van het regeerakkoord plots nog bijkomende eisen vaststellen.
U hebt het kort over asiel gehad. Daarover kan ik ook heel kort zijn. U hebt enkele maatregelen genoemd om de instroom te beperken. U had er veel meer moeten noemen indien u werkelijk de instroom deftig zou willen tegenhouden. U hebt bovendien vooral geen enkele maatregel genoemd die de uitstroom zal opkrikken, mijnheer de eerste minister. Geen woonstbetredingen, geen heropening van terugkeercentra voor gezinnen en geen druk op derdelanden om hun illegale en criminele onderdanen terug te nemen. Dat is nochtans exact wat wij nodig hebben voor Justitie en de overbevolkte gevangenissen. Dat ontbreekt echter volledig.
Het enige dat met het paasakkoord lijkt te zijn verrezen, is Vivaldi, Verhofstadt en De Croo. U gebruikt extra leningen, lucky shots en eenmalige inkomsten als begrotingstrucs. U schuift de problemen door. Ondertussen stijgt de staatsschuld nog en beweert u dat de regering dat zal oplossen tegen 2029. Tegen dat jaar zou er een structurele financiering komen. Ik weet niet wie u daarmee in het ootje meent te nemen. Door alle daadkrachtige maatregelen uit te stellen, alsof het vijgen na Pasen zijn, maakt u zich allerminst geloofwaardig.
Voorzitter:
Neemt nog iemand het woord namens het Vlaams Belang?
Annick Ponthier:
Mijnheer de premier, ik zal mij beperken tot het segment Defensie. Zoals reeds gezegd, is deze regering aangetreden met de doelstelling om orde op zaken te stellen. Als parlementsleden beschikken wij op dit moment over geen enkel budgettair kader, ook niet voor het segment Defensie.
U weet dat het Vlaams Belang al jaren pleit voor het optrekken van het Defensiebudget tot de 2 %-norm. We zijn uiteraard blij dat die norm in dit paasakkoord vervat zit. Wat echter de financiering daarvan betreft, hebt u een aantal cijfers opgesomd, maar die gaan voornamelijk over de financiering voor dit jaar. Wat betreft de structurele inspanningen voor Defensie, daar blijft u luchtkastelen bouwen en blijven wij op onze honger met betrekking tot een deftige financiering.
Mevrouw De Vreese vindt die 2 % een ongelooflijke prestatie. Ik wil haar vragen hoe lang die euforie zal aanhouden. Ik denk dat dat maar tot juni zal zijn, tot de NAVO-top in Den Haag. Dan zullen wij onze broek al niet meer zelf kunnen ophouden, dan zal die 2 %-norm meteen achterhaald zijn en zullen onze capaciteitsdoelstellingen door de NAVO hoger worden gelegd.
Mijnheer de premier, ik wil u dus vragen hoe u die structurele inspanningen op het vlak van Defensie in de toekomst zult behalen en onderbouwen. U rekent ook op de deelstaatregeringen. Uw coalitiepartner, de MR, heeft zich altijd sterk gemaakt dat deze regering geen nieuwe belastingen zou heffen. Nochtans zien we dat u zou rekenen op de inspanningen van de deelstaten, meer bepaald van de Vlaamse regering, inzake de kilometerheffing. Als dat klopt, dan moet u het met mij eens zijn dat opnieuw de Vlaming het gelag zal moeten betalen. Ook op dat vlak vraag ik u dus om duidelijkheid te verschaffen.
Ik zal het hierbij houden en het woord laten aan mijn collega, mevrouw Van Belleghem.
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer de premier, vorig jaar telden we 50.000 gezinsmigranten, 40.000 asielmigranten en regularisatie van bijna 5.000 illegalen. 80 % van de Vlamingen is het ermee eens dat u de toestroom van die mensen moet stoppen.
Hoe doe u dat? Eerst neemt u een pakket van snelle maatregelen, nu dus. Ondertussen werkt u verder aan een langetermijnoplossing. Voor de snelle crisismaatregelen hebt u twee opties. Optie een is een bazooka van makkelijke maatregelen. Ik heb er een boek over geschreven met 106 mogelijke voorstellen, gebaseerd op wat Zweden al twee jaar doet en wat werkt. Voor het eerst zullen er in Zweden immers meer mensen vertrekken uit Zweden dan er immigreren naar Zweden.
Uw tweede optie, een nieuwe mogelijkheid en mijn favoriet, is aankloppen bij de EU, bij uw vriendin Ursula von der Leyen. U kunt haar zeggen, verwijzend naar artikel 72 van het Werkingsverdrag van de EU dat stelt dat als de openbare orde en de nationale veiligheid in gevaar zijn, men EU-regels buitenspel kan zetten, dat we nu een asiel- en gezinsherenigingsstop nodig hebben, aangezien onze openbare orde en de nationale veiligheid door de massa-immigratie in gevaar zijn. Dan bent u in de EU de voortrekker om massa-immigratie te stoppen. We zien nu echter dat het paasakkoord helemaal geen maatregelen in die zin bevat.
Premier, zult u dus tot bezinning komen en nog zo'n maatregel invoeren?
Voorzitter:
U bleef mooi binnen de tijd.
Le groupe MR dispose de 10 minutes.
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, le groupe MR se réjouit de cet accord historique que l'Arizona a conclu très récemment. Nous aurons évidemment aussi quelques questions. Nous sommes conscients que certains de vos ministres devront répondre, mais nous voudrions avoir votre position sur toute une série d'aspects que nous allons relever ici.
Nous nous félicitons de l'accord capital qui fait aboutir, sous notre impulsion, une mesure phare et essentielle pour ce gouvernement. Il s'agit de la limitation du chômage dans le temps. Cette mesure clé permettra de porter l'économie belge, ses travailleurs, ses entreprises et son modèle social.
Cette décision n'a pas été prise à la légère. Elle marque un tournant décisif dans notre politique sociale et économique. Elle est le fruit d'une volonté commune de renforcer notre économie tout en protégeant notre modèle social. Cette réforme vise à encourager le retour à l'emploi et à responsabiliser les acteurs impliqués dans la réintégration des chômeurs de longue durée.
Le gouvernement a adopté des mesures concrètes pour soutenir nos entreprises, avec un investissement de près de 1 milliard d'euros à l'horizon 2029. L'objectif, que le MR partage résolument, est de stimuler l'embauche et de renforcer la compétitivité de nos entreprises.
Sur le plan fiscal, le gouvernement prend des mesures ciblées pour soutenir l'investissement, encourager le travail et accompagner la transition écologique. Les indépendants, moteurs de notre économie, bénéficieront d'un crédit d'impôt renforcé lorsqu'ils investissent dans leurs fonds propres. Il s'agit d'une mesure concrète pour renforcer leur résilience.
En matière de logement, le taux de la TVA est ramené à 6 % pour les projets de démolition-reconstruction destinés à devenir des habitations principales, ce qui favorise l'accès à un logement durable et performant sur le plan énergétique.
Le gouvernement oriente aussi sa fiscalité vers une mobilité plus propre. La déductibilité fiscale des voitures hybrides les plus écologiques est prolongée jusqu'en 2027. Cela permettra un renouvellement progressif du parc automobile.
En outre, le plafond de revenus dans le cadre des flexi-jobs est augmenté et désormais fixé à 18 000 euros par an. Enfin, le relèvement du plafond des revenus autorisés pour rester fiscalement à charge permettra aux étudiants de travailler davantage sans que leurs parents perdent leurs avantages fiscaux.
Ce changement s'inscrit dans la volonté de favoriser le travail étudiant tout en tenant compte des réalités économiques.
La sécurité est une priorité absolue de l'Arizona comme elle l'est pour le MR. Là encore, l'accord de Pâques prévoit des mesures importantes comme la sécurisation des sites nucléaires par des militaires, ce qui libère de la capacité opérationnelle, à savoir 350 policiers qui pourront se recentrer sur leurs tâches essentielles.
L'enveloppe supplémentaire de 1,2 milliard pour l'ensemble des départements de sécurité prévue en marge de l'accord prévoit une enveloppe d'un milliard supplémentaire. Elle est maintenant annoncée sur l'ensemble de la législature. Ce serait évidemment intéressant de déterminer les postes qui seront visés à court et moyen terme par ces budgets conséquents.
Je veux également souligner l'engagement de concrétiser prioritairement certaines mesures primordiales pour le MR en termes de lutte contre l'impunité et le renforcement de la sécurité, notamment l'élargissement de la sanction de déchéance de nationalité ou l'alourdissement des peines liées au trafic de drogue et d'armes, au blanchiment d'argent et à la criminalité organisée, en particulier lorsqu'elle implique des mineurs.
S'agissant du dossier de la surpopulation carcérale, la ministre Verlinden a obtenu un budget de 150 millions d'euros, qui seront notamment investis dans des unités modulaires.
En matière migratoire, la politique sera renforcée afin de sortir la Belgique du rôle de maillon faible de l'Europe. En effet, l'accord de Pâques prévoit un durcissement des conditions de regroupement familial et un recentrage de l'aide sur l'essentiel, dans le but de réduire la pression constante de l'accueil.
Personne ne l'ignore, les dépenses de la défense atteindront les 2 % du PIB. Ce renforcement structurel est fondamental pour assurer notre souveraineté et contribuer à la sécurité collective au sein de l'OTAN. Nous devons confirmer la fiabilité de la Belgique comme partenaire de sécurité sur la scène internationale.
En ce qui concerne les finances, monsieur le premier, nous saluons pleinement l'ambition de cette loi-programme, des mesures fortes qu'elle porte, notamment en matière fiscale. Nous relevons plusieurs avancées en faveur de la transition. La baisse du taux de la TVA à 6 % est un point majeur. Nous souhaiterions savoir si des mesures transitoires sont prévues, tant pour la hausse de la TVA sur les chaudières que pour la baisse à 6 % pour les projets de démolition-reconstruction, afin de sécuriser les contrats et les devis déjà établis avant le 1 er juillet 2025. Pouvons-nous nous attendre à une circulaire ou à un arrêté d'exécution qui précise la date déterminante pour l'application du taux?
Par ailleurs, nous souhaiterions connaître la clé de répartition du 1,2 milliard alloué aux services de sécurité. Quel pourcentage ira-t-il à la Justice et surtout à quels postes? Mme Verlinden annonce notamment l'achat de modules cellulaires. Pouvez-vous nous en dire plus quant à la concrétisation de ces mesures? Comment les montants seront-ils répartis ?
Ces derniers jours, nous avons entendu le mécontentement de la magistrature debout, qui exprime des revendications par rapport à la pénurie de personnel et à ce que les magistrats considèrent comme des atteintes à leur carrière et à leurs pensions. Des dispositions sont-elles envisagées à court terme pour redorer cette fonction qui est essentielle dans un État de droit et éviter que le magistrat devienne le prochain métier en pénurie?
Concernant le retour au travail des personnes malades de longue durée, nous aurions souhaité connaître le regard que vous portez sur les contrôles des certificats médicaux. Sont-ils suffisants à vos yeux? Dès le 1 er juillet, il est prévu de passer aux certificats électroniques. Des moyens supplémentaires seront-ils prévus pour renforcer ces contrôles?
Concernant l'emploi, il y aura une limitation du chômage à deux ans avec une progressivité. On passe dans un système assurantiel. Si nous pouvons vraiment applaudir cette mesure, une question subsiste sur l'exception pour les travailleurs des arts. Le statut des artistes est particulier. Votre gouvernement a choisi de le maintenir en l'état pour l'instant tout en luttant contre les abus. Pouvez-vous dire comment vous comptez lutter contre ces abus?
En ce qui concerne la fiscalité, une augmentation du plafond des flexi-jobs aura lieu. Celui-ci passera à 18 000 euros. Nous applaudissons encore une fois cette mesure, mais allez-vous étendre les flexi-jobs à l'ensemble des secteurs dès maintenant ou dans un second temps?
Enfin, votre accord de Pâques comprend une avancée majeure pour la pension des indépendants, que mon parti soutient résolument. A partir du 1 e juillet 2025, les indépendants qui poursuivent leurs activités après l'âge légal de la pension auront la possibilité de se constituer des droits supplémentaires à la pension.
Ceux qui préfèrent rester soumis au régime actuel à cotisation réduite conserveront cette option sans ouverture de nouveaux droits. Dès lors, les indépendants qui souhaitent continuer à travailler plus tard continueront à se constituer des droits. Avez-vous déjà une idée du nombre d'indépendants qui pourraient bénéficier de ce système?
Voorzitter:
Je donne la parole aux membres du groupe PS qui dispose de 10 minutes.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, je partagerai mon temps de parole avec M. Courard, Mme Désir et Mme Meunier, de sorte que j'essaierai d'être bref.
Monsieur le premier ministre, chers collègues, vous ne serez pas étonnés que je ne partage pas l'euphorie qui est celle de votre premier apôtre. Un accord historique, comme cela a été souligné à maintes reprises. Alors oui, il est historique. Je pense effectivement que cet accord de Pâques, qui n'est jamais que la transposition d'une partie de votre accord de gouvernement, est historique, puisque jamais dans l'histoire de notre pays, un effort n'a été consenti par une si grande partie de la population. En effet, 95 % de l'effort vont être supportés par la classe moyenne. C'était déjà ce qu'on pouvait déduire de votre accord de gouvernement, et c'est confirmé aujourd'hui avec ce prétendu accord de Pâques.
Vous allez précariser la classe moyenne avec – même si vous n'osez pas le dire – une augmentation des impôts, avec une augmentation de la fiscalité pour cette classe moyenne, notamment par la suppression de toute une série d'avantages. Je pense à la réduction de la déductibilité pour les dons aux associations, je pense à la réduction de la déductibilité pour les pensions alimentaires, la hausse de la TVA sur les chaudières à mazout ou au gaz, et je pourrais en citer toute une série d'autres.
Un affaiblissement de la classe moyenne, qui va devoir payer les efforts que vous lui imposez alors que les 5 % les plus riches de la population sont, quant à eux, majoritairement épargnés. Un affaiblissement de la classe moyenne, un affaiblissement des travailleurs et des travailleuses, un affaiblissement des pensionnés, ainsi qu'un affaiblissement des malades de longue durée, alors que vous immunisez à nouveau les plus grosses fortunes de ce pays, les multinationales ou encore le secteur bancaire, dont on sait qu'il se porte particulièrement bien chez nous après des années de bénéfices records.
Vous donnez les premiers coups de griffe au mécanisme d'indexation automatique des salaires et des allocations. Vous définancez le secteur des soins de santé, alors que des partis de votre majorité avaient sanctuarisé ce secteur en assurant le respect de cette norme de croissance des soins de santé et en prenant même l'engagement d'aller au-delà. Vous irez en-deçà, et vous économiserez donc sur le dos des soignants et des patients.
Vous supprimez les prépensions, malgré la situation économique actuelle et le choc vécu par toute une série de travailleuses et de travailleurs comme ceux de Cora ou d'Audi Forest. Vous augmentez la TVA sur l'installation des chaudières à gaz et à mazout. Et vous allez aussi, par toute une série de mesures, renforcer les inégalités qui frappent encore aujourd'hui de manière scandaleuse les femmes dans notre société, notamment avec la suppression de la pension de survie.
C'est un accord historique, aussi, car il y a quelque chose qu'on ne trouve pas dans cet accord de Pâques. Je pensais pourtant très sincèrement que nos camarades de Vooruit allaient exiger que cela figure dans cet accord. Il s'agit de la taxation des plus-values. Elle a déjà fait couler beaucoup d'encre et on a perçu que les approches étaient très différentes selon les partis de votre majorité. Elle ne figure pas dans cet accord de Pâques. Pour nous, ce n'est pas totalement une surprise, puisque vous faites peser 95 % de l'effort sur la classe moyenne et vous épargnez les épaules les plus larges.
On nous avait promis un gouvernement d'ingénieurs et plus de poètes. Constatons ici que nous sommes dans un flou artistique total. Un flou artistique sur la trajectoire budgétaire. Nous ne savons toujours pas quelle est la trajectoire budgétaire de ce gouvernement. Nous avions compris, avec M. Ronse, que la fin de la législature ne constituerait pas le bout du chemin s'agissant de l'effort que vous allez imposer à 95 % de la population, mais bien la deuxième ou la troisième législature.
Vous utilisez le contexte géopolitique international pour repousser systématiquement l'engagement et la crédibilité budgétaire de votre gouvernement. Du flou artistique pour un gouvernement impressionniste! Du flou au niveau du financement de la Défense, de la pérennisation de ces éléments et sur toute une série de mesures. Un gouvernement à côté de la plaque, dont les mesures en matière d'économie et de compétitivité tirent à côté et dont la réduction linéaire des cotisations sociales laisse les fédérations patronales relativement circonspectes.
Ces mesures ont en outre prouvé leur inutilité par le passé. Je vous renvoie vers l'analyse de la Cour des comptes sur la mesure "zéro cotisation" ou sur les études universitaires.
Au final, l'accord jette à nouveau à la poubelle les engagements de campagne et les promesses des partis de l'Arizona. Il n'y a toujours rien sur l'augmentation de 500 euros nets pour les travailleurs, qu'ils soient salariés, indépendants ou fonctionnaires. Il n'y a pas de trace de cette norme de croissance XXL dans les soins de santé. Que du contraire, des économies à fournir dans le secteur!
Monsieur le premier ministre, cet accord est historique dans les déséquilibres qu'il porte et qui ne sont que la transcription de votre accord de gouvernement. Cet accord laisse toute une série de personnes et d'acteurs dans le flou artistique.
Monsieur le premier ministre, je vous donne rendez-vous dans quelques semaines lorsque nous aurons les tableaux budgétaires et les notes de politiques générales de l'ensemble des membres du gouvernement.
Philippe Courard:
Monsieur le premier ministre, j'aborderai rapidement la Défense. Vous avez-vous-même indiqué "qu'il faut aller chercher le financement". C'est fort inquiétant. On peut vous rejoindre sur cette norme de 2 % mais pour quoi faire, avec quel argent? Au sein de votre majorité, il subsiste un désaccord total quant aux secteurs où trouver l'argent pour mener à bien ces 2 %. Où comptez-vous trouver cet argent?
Pourquoi ne pas vous inspirer du ministre espagnol S á nchez qui a dit qu'il ne toucherait pas aux impôts ni aux dépenses sociales et qu'il n'augmenterait pas le déficit public. Quand j'entends M. Francken dire qu'il veut acheter de F-35, je pense que ce sont plutôt des mirages dont il parle!
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, j'interviens sur un point spécifique de votre accord de Pâques, le report d'un ou deux mois de l'indexation des prestations sociales et des traitements des fonctionnaires. Au total, vous annonciez dans le budget présenté au Parlement en février dernier 956 millions d'efforts sur l'ensemble de la législature. Pourriez-vous nous dire de quelles prestations sociales il s'agit précisément?
Contrairement à ce qui avait été soutenu par plusieurs partis de la majorité, vous vous attaquez bien au principe même de l'indexation automatique. On le voit par exemple au travers de la limitation de l'indexation des plus hautes pensions publiques. Vous vous attaquez directement à différents secteurs, en menaçant leur attractivité et la spécificité de certaines professions, notamment les magistrats, professeurs d'université et chercheurs.
Pour ce qui est des allocations, cela ne vous suffit pas de les limiter dans le temps, vous allez en plus faire perdre des revenus aux plus fragiles en reportant l'indexation.
Monsieur le premier ministre, avez-vous calculé l'impact de cette mesure sur les allocations et traitements des fonctionnaires? Avez-vous estimé la perte de recettes que le report de l'index pourrait engendrer en matière de cotisations sociales et de précompte professionnel?
Marie Meunier:
Monsieur le premier ministre, je ne reviendrai pas sur le ton de vainqueur de votre gouvernement pour annoncer l'exclusion de 100 000 personnes du chômage en janvier mais plutôt sur votre silence quant à la manière dont vous allez réellement accompagner ces personnes à trouver un emploi. Comment allez-vous aider les CPAS à accueillir ces personnes dans huit mois? Concrètement, comment pourront-ils matériellement recevoir et aider ces personnes? Où est la compensation que vous promettiez? Savez-vous qu'il n'y a aujourd'hui déjà pas assez d'assistants sociaux pour faire face au travail et savez-vous qu'il s'agit d'un métier en pénurie? Quelles mesures concrètes prendrez-vous pour aider ces institutions qui sont fondamentales?
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, u hebt jarenlang in alle politieke debatten verklaard dat er geen alternatief was, dat er geen geld meer was en dat de begroting in orde moest zijn. Besparingen waren geen politieke keuze, maar het was gewoon een objectief gegeven dat budgettaire maatregelen van de Europese Commissie op alle sociale uitgaven in ons land moeten worden toegepast. U hebt uw hele verkiezingscampagne gevoerd met de verklaring: "There is no alternative." Nu vindt u in vijf minuten 4 miljard euro voor defensie. Het was dus toch wel een politieke keuze. U verklaarde dat er geen geld was voor de gepensioneerden, de langdurig zieken, de openbare diensten, maar eigenlijk was er wel geld. De arizonaregering heeft vier miljard euro in vijf minuten gevonden. Het was dus wel politiek, mijnheer de premier.
Ik ga er op politiek vlak natuurlijk niet mee akkoord dat u geld haalt bij de gepensioneerden om miljarden te investeren in defensie. Dat is de keuze van de arizonaregering. Vandaag moeten gepensioneerden in België al rondkomen met een klein pensioentje. Ze kunnen nu al hun rusthuis niet betalen. In vergelijking met Duitsland, Nederland en Frankrijk zijn de Belgische pensioenen al heel laag.
De arizonaregering beslist nu om de indexering van de pensioenen drie maanden uit te stellen. HOGent en het ACV berekenden dat de gepensioneerden 68 euro minder pensioen krijgen. Het is logisch dat de N-VA met dat plan komt, want het is een koude, asociale partij, maar hoe durven de collega's van Vooruit de gepensioneerden zo aanvallen! Het is gemakkelijk om op de sociale media de boodschap te verspreiden dat Vooruit de index redt. Voor de gepensioneerden wordt de indexering echter drie maanden uitgesteld. Voor de ambtenaren geldt hetzelfde, de indexering wordt drie maanden uitgesteld. Is dat linkse politiek? Kom aan!
Collega's van Vooruit, hoe kunt u meegaan met zo'n verhaal in dat paasakkoord? Hoe durft u! In dat akkoord gaat het over de pensioenen, beste collega's. Hoe zit het nu met de maluspensioenen? Er zal een malus worden ingevoerd die oploopt tot 5 % minder pensioen per jaar dat men vroeger stopt met werken. Wat is er nu beslist, mijnheer de eerste minister? U legt tegenstrijdige verklaringen af in interviews. Worden ziekteperiodes nu meegerekend? Wordt technische werkloosheid meegerekend voor de malus? Geef daarop eens een duidelijk antwoord, mijnheer de eerste minister.
Er is eindelijk een blokkering in de regering. Een van uw regeringspartners, Vooruit, blokkeert de pensioenhervorming als men niet aan de privileges van de politici raakt. Dat gebeurt nu eindelijk, het was tijd. Dat klaagt de PVDA al maanden aan. Vindt u het logisch, collega’s, dat het pensioen van parlementsleden berekend wordt op hun laatste jaarloon? Voor de ambtenaren is het 45 jaar, geen probleem, maar voor de politici – open bar – op het laatste jaar. De afscheidspremie wordt gewoon meegerekend in de pensioenberekening: geen probleem, politici, open bar . Bepaalde collega's kunnen hier nog op hun 62e vertrekken: geen probleem, open bar .
Eindelijk, eindelijk worden die privileges een probleem. Nu wil ik dus weten, mijnheer de minister, hebt u nog een akkoord rond de pensioenmalus of niet? Hebt u nog een akkoord rond de pensioenen? Vanmiddag vergadert het Bureau, en ik hoop dat Vooruit woord houdt.
Blokkering van de matiging op pensioenen, dat gaan we van heel dichtbij volgen, mijnheer de premier, van heel dichtbij. De PVDA vindt het namelijk niet juist dat er vandaag miljarden voor de wapenindustrie gezocht worden bij de pensioenen, bij de langdurig zieken, bij de werklozen, bij al die mensen in onze samenleving die het nodig hebben. Daar gaat het over in dit paasakkoord.
Parce que la question, monsieur le premier ministre, c'est cela! C'est cela, la question! Qu'allez-vous faire avec ces milliards? J'entends ici, aujourd'hui, que dans les plans, c'est décidé: nous allons acheter du F-35 américain.
Pendant des semaines, nous avons entendu que l'Europe devait être autonome. L’Europe devait tracer son propre chemin indépendant des intérêts américains. Et puis, que décide-t-on aujourd'hui? On va prendre des milliards pour investir dans le F-35. Un avion dont les Américains peuvent décider du jour au lendemain qu'il ne décollera plus. Il suffit que l’update informatique ne soit plus transmis à la Défense belge pour que tous ces avions restent sur le tarmac. Mais nous voulons notre indépendance.
C'est cela, chers collègues, la vision stratégique de l'Union européenne! C'est cela, aujourd'hui, ce qu'on nous avait promis. Allez, arrêtez un petit peu de rigoler, s'il vous plaît!
Au niveau du chômage, monsieur le premier ministre, ah, on est fiers! On va exclure 100 000 travailleurs sans emploi. Quelle fierté! Que vont-ils devenir, ces gens-là? Un tiers dans la nature, un tiers au CPAS. Qu'aura-t-on résolu ainsi? Rien!
Les CPAS, vous le savez très bien, ne sont pas mieux outillés que le Forem et l’ONEM aujourd'hui pour remettre les gens au travail. Que du contraire! Ce n'est pas leur job, normalement. Donc, on ne va pas réactiver les gens. La seule volonté ici, monsieur le premier ministre, c'est d'exclure des gens, pour des raisons budgétaires. C'est pousser les gens dans la misère. Cela ne va rien résoudre.
Vous le savez en plus: les gens qui sont dans la misère pensent à une seule chose: survivre, pas à chercher un boulot. Les études internationales le montrent. Quand on survit, on n'a plus d'énergie pour encore aller chercher un boulot en dehors.
Ma dernière question porte sur le niveau budgétaire. Je ne comprends pas, monsieur le premier ministre.
U zegt, mijnheer de eerste minister, dat er geen geld is voor de pensioenen. Dat ze niet meer betaalbaar zijn. Onze sociale zekerheid zou het niet meer zien zitten… En wat beslist u een week geleden? Om 1 miljard euro minder in de pensioenkas te storten, 1 miljard minder sociale bijdragen… Waar hebben jullie het besef gehad dat 1 miljard euro minder in de sociale zekerheid de pensioenproblematiek zal oplossen?
Ça ne tient pas la route, mathématiquement.
Jarenlang gaat u 16 miljard euro uit de sociale zekerheid halen, met heel veel kortingen enzovoort, en dan zegt u dat er geen geld meer is om de pensioenen te betalen. Als er niet genoeg geld is, zou ik behouden wat er nu naar de sociale zekerheid gaat.
Monsieur le premier ministre, vous l'aurez compris: en ce qui concerne votre accord de gouvernement de Pâques, je ne rejoins pas du tout l'enthousiasme de votre groupe. La chasse contre la fraude fiscale est une cinquième DLU. Pour les auditeurs qui nous écoutent aujourd'hui, une DLU est une déclaration libératoire unique. Cela permet aux fraudeurs de dire après quelques années: "J'ai fraudé, mais je vais trouver le fisc pour voir s'il y a moyen d'un peu régulariser le bazar". Et Didier Reynders, un homme doté d'une grande éthique en politique, qui aime jouer au Lotto, – mais chacun ses hobbies, on ne va pas juger ici les hobbies de chacun –, avait dit, il y a quelques années: "On va faire une déclaration libératoire unique". Unique, cela signifiait qu'elle aurait lieu une seule fois. Chers collègues, cette déclaration libératoire unique a déjà eu lieu cinq fois.
En fait, elle est permanente! En Belgique, c'est open bar! Quand vous êtes un petit indépendant, vous avez droit à un contrôle fiscal et à un contrôle TVA. Clac, on vous coince. Mais quand vous êtes un grand fraudeur et que vous avez des milliards, pas de problème! Installez-vous, prenez un petit café au SPF Finances, on va discuter tranquillement de la manière dont on peut régulariser cela. Il n'y a pas de problème, détendez-vous, monsieur, la Belgique est un pays qui va régulariser tout cela sans problème! C'est cela, le deux poids, deux mesures, d'un point de vue fiscal, dans ce pays. Les gros poissons sont tranquilles, les déclarations sont libératoires à répétition, mais on va contrôler le petit indépendant sur sa TVA. Et quoi, chers collègues, qu'est-ce que cela signifie au MR? Le MR aide-t-il les petits avec de telle mesures?
Voici mon dernier point sur cet accord de Pâques. Le MR, pendant toute la campagne électorale, a promis 500 euros de différence de pouvoir d'achat. Il n'y a rien dans cet accord, monsieur Georges-Louis Bouchez! Vous avez menti. Vous êtes un minteu comme on dit chez nous. Vous avez menti. Qu'avez-vous dit? Que vous alliez diminuer les allocations de chômage. Cela, oui, vous l'avez dit! Il y aura 500 euros de différence. On va pousser les chômeurs dans la misère. Mais les travailleurs qui ont un emploi? Niks ! C'est cela, la politique belge, c'est cela le mensonge! Tout cela, chers collègues, avec des ministres dont le salaire de 11 000 euros par mois leur permet de vivre tranquilles. La vie, elle est peinarde! Mais chez les malades de longue durée, clac, on prend!
En dan mijn laatste punt, beste collega’s, over de langdurig zieken. Hoe durven jullie? Hoe durven jullie afkomen met die kliklijn voor dokters door werkgevers? Cd&v, hoe hebben jullie daar mee kunnen instemmen? Vooruit, hoe hebben jullie daarmee kunnen instemmen? Dokters die vinden dat hun patiënten om medische redenen niet terug aan het werk mogen, kunnen via een kliklijn aangeduid worden door werkgevers als ze vinden dat bepaalde dokters hun job niet goed doen. U gaat druk leggen op dokters en mutualiteiten om mensen gedwongen terug aan het werk te zetten. Is dat een linkse, sociale politiek? Ik had van mijnheer Vandenbroucke toch iets anders verwacht.
Mijnheer de eerste minister, ik heb heel concrete vragen gesteld rond uw akkoord. Ik stel voor dat jullie op dat paasakkoord terugkomen. Het heeft niks, helemaal niks met sociale politiek te maken, maar alleen met koude, budgettaire maatregelen om de militaire uitgaven te kunnen opkrikken in de volgende maanden. Die gaan helemaal geen vrede brengen, maar oorlog. Wie oorlog voorbereidt, krijgt ook oorlog. En wie vrede voorbereidt, krijgt vrede.
Voorzitter:
Le groupe Les Engagés dispose de 10 minutes.
Aurore Tourneur:
Monsieur le premier ministre, le gouvernement est en place depuis trois mois. C'est le premier accord, et nous avons déjà le sentiment qu'on fait le bilan de toute l'année. Laissons les ministres travailler! Et en effet, dans ce nouveau gouvernement, on travaille, on n'est pas d'accord, ça frotte et puis on trouve des solutions. Selon moi, c'est bien cette mission qui nous a été confiée par le citoyen. Soyons donc à la hauteur des enjeux!
Au rayon des bonnes nouvelles tant attendues, nous avons un réinvestissement dans la santé avec une norme de croissance de 2,5 % en 2025 et assurée d'atteindre 3 % en 2029 avec 4 milliards supplémentaires au-delà de l'inflation. Nous avons aussi une valorisation du travail et une pérennisation de la sécurité sociale et de nos pensions avec une limitation des allocations de chômage à deux ans mais aussi avec une augmentation des montants perçus les six premiers mois; avec un statut des artistes qui est intégralement préservé; avec un renforcement du budget de notre Justice et de notre Défense; avec une politique de transition énergétique et climatique avec une baisse de la TVA sur la démolition-reconstruction et une feuille de route pour réduire l'impact environnemental et carbone de nos bâtiments.
Parmi ces avancées que je viens de citer, une nous tient particulièrement à cœur car elle constitue un des marqueurs forts des Engagés; il s'agit du droit au rebond qui incarne une mesure socialement utile, économiquement responsable et humainement moderne. Permettre à un travailleur de quitter son emploi de manière encadrée tout en bénéficiant temporairement des allocations de chômage, c'est reconnaître la réalité de parcours professionnels qui peuvent à certains moments s'essouffler, sans pour autant sombrer. Ce mécanisme vise à éviter les situations de rupture brutale, comme les arrêts maladie de longue durée ou les licenciements conflictuels, tout en encourageant la mobilité professionnelle dans un cadre clair et limité.
C'est une solution que les Engagés ont toujours défendue et portée haut et fort. C'est une mesure de santé mentale au travail, de fluidité sur les marchés de l'emploi et de respect mutuel entre travailleur et employeur. Loin d'être une brèche dans notre sécurité sociale, c'est une véritable soupape intelligente pour la renforcer. Alors, nous soutenons cette orientation, mais des clarifications s'imposent pour s'assurer que cette mesure tienne ses promesses sans créer de déséquilibre ou d'effet pervers.
Monsieur le premier ministre, j'ai plusieurs questions relatives à ce beau projet. Au niveau de l'encadrement du dispositif, quelles balises concrètes seront-elles mises en place pour éviter les détournements ou les démissions de convenance? Un accompagnement systématique des bénéficiaires est-il prévu, notamment en matière de formation, d'orientation ou de reconversion?
Au niveau de l'impact sectoriel et des métiers en tension, ce droit est-il modulé ou adaptable en fonction de la situation dans les secteurs en pénurie? Quels dispositifs d'anticipation ou de concertation sont-ils prévus pour éviter que des secteurs déjà sous pression ne voient partir leurs talents sans aucune relève?
Monsieur le premier ministre, depuis la semaine dernière, une fronde profonde agite le pouvoir judiciaire. La réforme des pensions a agi comme un détonateur. Et il ne s'agit pas d'un simple sursaut corporatiste, mais bien d'un signal d'alarme qui est lancé par un pouvoir constitué de notre État de droit démocratique. Il est de notre responsabilité collective de ne pas l'ignorer.
Les Engagés reconnaissent pleinement, comme je l'ai déjà souligné, la nécessité d'une réforme des pensions dans un souci d'équilibre budgétaire et de solidarité pour les générations futures. Nous rappelons que toute réforme doit être menée avec nuance et proportionnalité. Une justice sous contraintes économiques ne peut être ni sereine ni solide.
Par ailleurs, face à une criminalité de plus en plus organisée et décomplexée, il est essentiel que cette dernière perçoive que le monde politique se soucie de bâtir une magistrature forte. L'autorité de la Justice se construit aussi à travers des signaux envoyés par le pouvoir politique. Indépendance et qualité ne peuvent rester de simples déclarations de principes. Elles doivent s'incarner dans des actes concrets et visibles.
En outre, un magistrat sur quatre va partir à la retraite dans les dix prochaines années. Or, comme le souligne le Conseil supérieur de la Justice, le processus de nomination est long et le recrutement déjà difficile, malgré les campagnes ambitieuses telles que la semaine de la magistrature. Il convient aussi de rappeler que, contrairement à d'autres fonctions, les magistrats sont soumis à une interdiction stricte d'exercer toute activité professionnelle parallèle. La perspective d'une pension stable reste donc l'un des rares leviers d'attractivité pour une fonction essentielle mais peu concurrentielle face au secteur privé.
Nous saluons les engagements pris dans l'accord de gouvernement visant à renforcer l'attractivité de la magistrature, notamment par la création d'un deuxième pilier. Mais force est de constater que la réforme en projet risque de potentiellement contrarier ces objectifs en tarissant les vocations, en asséchant les recrutements et en fragilisant dès lors nos piliers démocratiques.
Monsieur le premier ministre, mes questions sont peut-être trop précises et seront ultérieurement posées aux ministres compétents s'il échoit. Pouvez-vous confirmer que les magistrats retraités et futurs retraités pourraient perdre jusqu'à 40 % de leur pouvoir d'achat? La réforme des pensions s'appliquera-t-elle également aux juges de la Cour constitutionnelle ainsi qu'aux magistrats du Conseil d' É tat? Une étude d'impact a-t-elle été menée concernant les effets pervers de ces mesures sur l'indépendance du pouvoir judiciaire et sur l'attrait de la magistrature, notamment en tenant compte des effets cumulatifs des différentes dispositions? À la suite de la concertation sociale du 22 avril avec les représentants du pouvoir judiciaire, pouvez-vous faire état à la Chambre des conclusions et du suivi qui est prévu? Entendez-vous poursuivre un dialogue structuré et approfondi avec les instances représentatives telles que le Conseil consultatif de la magistrature, l'entité de cassation, le Collège des cours et tribunaux et le Collège du ministère public? Enfin, pouvez-vous confirmer que les ministres des Pensions et de la Justice travaillent en étroite coordination afin d'appréhender la magistrature non comme une simple variable d'ajustement budgétaire, mais bien comme un pilier fondamental de notre É tat de droit qu'il convient de préserver, de valoriser et de renforcer dans un esprit de dialogue et de concertation véritable? Je vous remercie déjà, monsieur le premier ministre.
Brent Meuleman:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw toelichting bij het paasakkoord. Deze regering neemt een volgende noodzakelijke etappe met een akkoord dat verre van evident, maar wel noodzakelijk was.
Vooruit stapte in deze regering met een heel duidelijke opdracht: verantwoordelijkheid nemen. Niet aan de zijlijn staan roepen, maar mee beslissen. Niet weglopen van de uitdagingen, zoals sommigen doen, maar er recht op afgaan, omdat de toekomst van onze welvaart op het spel staat, omdat de wereld in brand staat. Als het brandt, dan moet er geblust worden. Ik stel vast dat aan de linkerzijde enkel de socialisten hun laarzen aantrekken en de mouwen opstropen.
Collega's, dit paasakkoord is een compromis in moeilijke omstandigheden. Het zijn moeilijke tijden. Mensen zijn bezorgd om hun job, om hun pensioen, om betaalbare zorg en om hun energiefactuur. Meer dan ooit heeft ons land nood aan daadkracht en aan politici die verantwoordelijkheid nemen. Meer dan ooit is het nodig om het verschil te maken voor gewone mensen die elke dag hun stinkende best doen.
Ik licht graag vier concrete zaken uit het paasakkoord toe die voor Vooruit heel belangrijk zijn.
Ten eerste, meer mensen in de zorg. De zorgsector kreunt onder de druk. Iedereen ziet het. Meer dan ooit hebben we mensen nodig die willen en kunnen zorgen. Daarom zorgen we ervoor dat wie een opleiding tot zorgkundige of verpleegkundige volgt, zijn of haar werkloosheidsuitkering behoudt. Zo zorgen we niet alleen voor het zorgpersoneel van vandaag, maar ook voor dat van morgen.
Ten tweede, alle pensioenen krijgen een index. In plaats van helemaal geen index komt er dan toch een indexering voor de sterkere pensioenen. Het is niet meer dan fair om ook de koopkracht van die mensen te beschermen. Pensioenen worden geïndexeerd. Punt. Zo investeren we in de koopkracht van onze gepensioneerden.
Ten derde, de fiscale fraude strenger aanpakken. Wie fraudeert, die raakt aan onze samenleving. Daarom komt er een turbo op de strijd tegen fraude van grote vermogens. Door datamining op het vermogenskadaster van financiële vermogens mogelijk te maken, zullen inspecteurs fiscale fraude sneller kunnen opsporen en aanpakken.
Ten vierde is het heel belangrijk voor Vooruit dat het kunstenaarsstatuut gered is, of dat het kunstwerkattest, zoals het vandaag heet, behouden blijft. Daar hebben we met Vooruit keihard voor gestreden. Met het kunstwerkattest bieden we kunstenaars een volwaardige sociale bescherming. Onze cultuursector heeft al zeer zware klappen gekregen en toch bleef die overeind en bleef die verbinden. Vandaag zorgen we voor sociale bescherming, voor waardering en voor zekerheid voor mensen die onze samenleving verrijken met creativiteit en schoonheid. Dat is geen detail, collega's, dat is beschaving.
Collega's, de keuze die wij maken, is een keuze voor vooruitgang. We maken het verschil, niet met grote woorden, maar met concrete maatregelen, niet door slogans, maar met inhoud. In deze onzekere tijden hebben mensen veel vragen.
Omdat er helaas ook veel fake news wordt verspreid, maak ik nog eens heel duidelijk dat we investeren in zorg en opleidingen, dat we mensen hun pensioenen beschermen, dat we fiscale fraude aanpakken en dat we cultuur niet laten vallen.
Collega's, de volgende jaren beloven moeilijk te worden – niemand ontkent dat – maar wij kiezen ervoor om niet te verzinken in cynisme of in stilstand. Wij geloven dat we samen vooruit kunnen. Laat dat ook het kompas blijven voor iedereen hier, niet de waan van de dag volgen, maar op een duurzame manier het verschil maken in het leven van de gewone mensen.
Franky Demon:
Mijnheer de eerste minister, de regering is van start gegaan met de belofte een hervormingsregering te zullen worden. Het regeerakkoord bevat daartoe ons inziens absoluut de nodige krachtlijnen.
Met het zogenaamde paasakkoord dat u en uw regering vlak voor het reces konden bereiken, worden nu ook enorm belangrijke stappen gezet om die ambities uit het regeerakkoord te vertalen in effectief beleid. Als we onze welvaart en sociale zekerheid voor de lange termijn willen beschermen, moeten we actie ondernemen.
De regering wil daarom zoveel mogelijk mensen aan de slag krijgen. Dat doen we door de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd. Daarbij was het voor cd&v wel belangrijk dat oudere werknemers beschermd zouden worden. Daarom voorziet het akkoord dat 55-plussers hun uitkering niet in de tijd beperkt zien, op voorwaarde natuurlijk dat ze 30 jaar beroepsverleden hebben kunnen aantonen.
Wie wil werken en bijdragen aan de maatschappij en een opleiding volgt voor een knelpuntberoep, mag wat onze fractie betreft evenmin worden afgestraft. Daarom hebben we ervoor gestreden dat die mensen hun opleiding kunnen afmaken.
Met het paasakkoord werken we ook een aantal ongelijkheden weg. Pleegouders verdienen ons allergrootste respect. Hun inzet en toewijding zijn exemplarisch.
Cd&v heeft er dan ook voor gestreden dat ook zij voortaan aanspraak kunnen maken op ouderschapsverlof. Het eerste wetsvoorstel ter zake van mevrouw Lanjri ligt hier al een tijdje voor, namelijk sinds het jaar 2000.
Ook inzake pensioenen nemen wij onze verantwoordelijkheid. Cd&v kwam reeds tijdens de vorige legislatuur met een pensioenplan dat langer werken aanmoedigde zonder de pensioenleeftijd te verhogen. Dat is exact wat deze regering ook doet, onder meer door zelfstandigen die na hun pensioen doorwerken de mogelijkheid te geven om verder pensioen op te bouwen.
Als partij van de lokale besturen zijn wij voorts tevreden dat alle besturen ondersteuning zullen blijven krijgen voor het betalen van de responsabiliteitsbijdragen indien zij in aanvullend pensioen voorzien voor hun contractuele ambtenaren.
Het paasakkoord voorziet tevens in een investering in nabije zorg. In totaal voorzien wij daarvoor tijdens deze legislatuur 5 miljard euro extra. Collega’s, ik herhaal het, 5 miljard euro extra.
De regering focust ook op een betere work-life balance . Daarom worden grotere bedrijven ertoe aangezet om in te zetten op werkbaar werk, zodat het aantal langdurig zieken daalt. Onze fractie is daarom tevreden met de maatregel dat werkgevers, uitgezonderd kmo’s, een bijdrage van 30 % moeten betalen op de ZIV-uitkering in de tweede en derde maand ziekte van de werknemers, uitgezonderd voor de oudere werknemers.
Mijnheer de eerste minister, een eerlijke fiscaliteit is voor cd&v steeds een topprioriteit geweest. Wij zorgen er met het paasakkoord voor dat grotere vermogens een extra bijdrage betalen. Er wordt een antimisbruikbepaling ingevoerd om de ontwijkingsmogelijkheden voor de effectentaks in te perken. De belastingaangifte wordt vereenvoudigd. Er komen minder codes, minder absurde aftrekposten en er komt meer duidelijkheid voor de burger.
De keuze tussen slopen of renoveren moet afhangen van de staat en het potentieel van de woning en niet van het fiscale regime. Daarom wordt het verlaagde btw-tarief op sloop en heropbouw uitgebreid naar sleutel-op-de-deurwoningen.
In een internationaal gespannen context en met een oorlog op het Europese continent neemt ons land zijn verantwoordelijkheid en versterkt het zijn inspanningen voor het waarborgen van de Europese veiligheid.
We honoreren onze verplichtingen ten aanzien van de NAVO en gaan versneld richting de 2 %, maar we doen dat op een realistische manier die zowel op het vlak van investeringen als schuldimpact op maat van ons land is.
Voor onze partij was het enorm belangrijk om naast buitenlandse veiligheid ook in binnenlandse veiligheid te investeren. Minister van Justitie Annelies Verlinden streed daarom succesvol voor bijkomende middelen voor haar departement om de overbevolking in de gevangenissen te kunnen aanpakken en om de georganiseerde criminaliteit een halt te kunnen toeroepen. Deze regering maakt werk van effectieve strafuitvoering en een correcte reclassering van gedetineerden en zet in op een beperking van recidive. Minister Verlinden wil investeren in jammers, zodat drugscriminelen hun activiteiten niet meer kunnen verderzetten vanuit de gevangenis.
Het plaatstekort in onze gevangenissen is geen nieuw probleem. Voorgaande ministers van Justitie wisten dat er onvoldoende ruimte was om straffen korter dan drie jaar volledig uit te voeren, maar toch lieten ze toe om die extra capaciteit te creëren, waardoor ons inziens in het verleden straffeloosheid toenam. Met haar extra middelen kan minister Verlinden voorzien in containercellen, oude gevangenissen langer openhouden en versneld werk maken van een ketenaanpak om gedetineerden in onwettig verblijf sneller het land uit te zetten. Het siert gewezen minister Van Tigchelt dan ook dat hij in een krant gisteren nog zei: we hebben ons voor een stukje mispakt aan de strafuitvoeringsrechters. Dat siert hem.
Last but not least wil ik ook stilstaan bij de afspraken die gemaakt werden aangaande het beleidsdomein Asiel en Migratie. We zijn tevreden dat er snel werk gemaakt zal worden van het wetgevend werk, dat gunstig moet bijdragen aan de instroom en waardoor ook het steeds hoger aantal verzoekers om internationale bescherming verder kan worden ingeperkt.
Dit kan onder meer door de toegang tot het opvangnet te beperken voor asielzoekers die reeds in een andere EU-lidstaat bescherming genieten en door de verzoeken van aanvragers die in een andere lidstaat reeds een definitieve beslissing kregen als een volgend verzoek te beschouwen. Ook inzake gezinshereniging worden er nieuwe maatregelen genomen. Denk bijvoorbeeld aan de inperking van de grace period voor erkende vluchtelingen, waarvoor ik zelf nog een wetsvoorstel had ingediend.
Hervormingen op korte termijn volstaan voor ons echter niet. We moeten nog een stap verder gaan. We waren heel verbaasd dat we in de eerste documenten van de minister van Asiel en Migratie niets zagen staan over het Migratiewetboek. We hebben in deze commissie meerdere keren aan minister Van Bossuyt gevraagd om dat daarin op te nemen en het siert u en uw regering dan ook dat u daarrond nu duidelijke afspraken hebt gemaakt. Voor cd&v is het duidelijk. Wij vragen u om erover te waken dat het nieuwe Migratiewetboek zeker tegen begin 2027 naar dit Parlement komt. Dit is een instrument waarmee we verder kunnen werken. We zullen erop toezien dat het engagement dat werd aangegaan in het paasakkoord ook geremunereerd wordt.
Mijnheer de premier, er ligt een ambitieus akkoord voor dat werk maakt van de hervormingen waaraan ons land grote nood heeft. U zult in cd&v een constructieve partner vinden om deze hervormingen de komende weken en maanden te vertalen in concrete wetteksten. We kijken alvast uit naar de verdere behandeling van de programmawet, de begrotingswet en de diverse beleidsnota's.
Voorzitter:
Ik geef nu tien minuten spreektijd aan de Ecolo-Groenfractie. Mijnheer Van Hecke, u hebt het woord.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, bedankt voor de toelichting en uw komst naar de commissie. Ik zie en ik hoor dat sommigen superenthousiast zijn, zoals van nature uit de heer Ronse, die het een fenomenaal akkoord vindt. En natuurlijk was ook de heer Francken superenthousiast, want de minister van Defensie en Oorlog kreeg 21,3 miljard euro extra investeringen, waarvan 16,8 miljard via dit paasakkoord.
De heer Francken schuwde de grote woorden niet. Het ging om de “grootste investering in Defensie in veertig jaar”. Maar dit budget lijkt eerder de slechtst gefinancierde begroting in veertig jaar, als we naar de cijfers kijken, die eigenlijk luchtkastelen zijn.
Collega's, die 4 miljard euro, die 2 % die we normaal over verschillende jaren zouden bereiken, moet dit jaar al gehaald worden. Om dat even in perspectief te brengen: dat is acht keer het werkbudget van Buitenlandse Zaken, dat is vier keer het federaal budget voor Ontwikkelingssamenwerking. En dat bedrag komt er elk jaar bij.
Wat gaan jullie doen met die 4 miljard euro dit jaar? Dat zouden jullie pas weten tegen 1 juli. Maar de markten, collega's, zijn oververhit geraakt. De prijzen van het militair materieel zijn zeer hoog. Gaan jullie dus vlug enkele aankopen doen? Vlug enkele bestellingen plaatsen? Ik denk niet dat dat echt heel slim zou zijn.
De grote vraag blijft hoe de regering dit gaat betalen? Hoe gaat dit gefinancierd worden? Volgens de cijfers en de tabellen rekent u in de eerste plaats op Euroclear en Belfius. Op Euroclear rekent u tot in 2029. In 2025, in 2026, in 2027, in 2028, in 2029: elk jaar 1,2 à 1,3 miljard euro. Rekent u er dan op dat de oorlog in Oekraïne gaat duren tot 2029? Als er een vredesakkoord zou zijn in 2025 of in 2026, en een aantal maatregelen wordt opgeheven, wat gaat u dan doen met die voorgenomen inkomsten uit Euroclear? Via Belfius rekent u tweemaal op 500 miljoen euro.
Dan moet u nog op zoek gaan naar welke uitgaven eventueel onder die NAVO-norm kunnen vallen. En dat loopt op: in 2028 tot 500 miljoen en in 2029 tot 750 miljoen. Dat is echt nattevingerwerk. Hoe komt u daarbij? Hoe hebt u dat berekend? Er is geen enkele garantie dat de uitgaven van bijvoorbeeld gewesten of andere departementen door de NAVO zullen worden erkend.
Er is ook nog de post 'structurele financiering'. Daar bent u nog niet uitgeraakt, maar die loopt op tot 1 miljard euro in 2029. Waar zal de regering die structurele financiering vinden? Zelfs met die structurele financiering van 1 miljard euro komt u nog altijd 5 miljard euro tekort. Dat is nog een zeer optimistische schatting. Dat zijn budgettaire luchtkastelen die u aan dit Parlement voorstelt, maar volgens de heer Ronse van de N-VA is het 'fenomenaal'. Waar zal de regering die 5 miljard euro vinden? Het zal trouwens veel meer zijn.
Zal de regering dan opnieuw besparen op ontwikkelingssamenwerking, de sociale zekerheid – zoals bepaalde coalitiepartners wensen –, de pensioenen, de gezondheidszorg? Het zou heel dom zijn om overheidsparticipaties te verkopen, omdat ze ons soms flink wat geld opbrengen. De premier klinkt toch wel voorzichtig. Het heeft inderdaad geen zin om die participaties te verkopen die geld opbrengen. Of gaat de regering toch nog extra schulden aan? In dat financieringsverhaal horen we niets over de bijdrage van de grootste vermogens. De regering kijkt daar niet naar, maar wel naar de sociale zekerheid.
Het gaat niet alleen over dat bedrag van 16,8 miljard euro. De regering zal in totaal 21,3 miljard euro moeten vinden. In juni kan de NAVO beslissen om de norm van 2 % van het bnp te wijzigen in 3 % of 3,5 %. Hoe zullen we dat dan kunnen klaren? Dat is nog eens 6 à 7 miljard euro per jaar extra die zal moeten worden gevonden.
Het spijt me dat ik altijd naar dezelfde persoon verwijs, maar minister Francken communiceert heel veel. Het lijkt wel of hij de uitgaven voor defensie gebruikt als een hefboom om zaken die hem niet bevallen, weg te besparen. Hogere defensie-uitgaven worden gebruikt als een soort breekijzer om zaken af te breken, die sommigen om ideologische redenen willen afschaffen: deftige pensioenen, ontwikkelingssamenwerking, zelfs betaalbare tandzorg. Hij vond het nodig om een vergelijking te maken met de Verenigde Staten, waar men jarenlang fors heeft geïnvesteerd in de defensie-uitgaven, maar de mensen wel 1.000 euro voor tandzorg betalen. Is dat het beeld van onze sociale zekerheid dat bij sommige mensen van de N-VA leeft? Willen ze dat verwezenlijken? Men wil meer geld voor defensie. Als tandzorg 1.000 euro kost, dan is dat zo, in de Verenigde Staten doet men dat ook. Dat is niet het beeld dat wij willen. Het is duidelijk waar sommigen naartoe willen gaan. De budgettaire ruimte, collega's, is beperkt. Volgens de laatste cijfers bedroeg die in 2023 op federaal niveau ruim 14 miljard euro. Hoe zult u dan nog 6 miljard extra vinden als we naar 3 % moeten gaan? Waar zult u dat geld dan vinden? Dit zal een sociaal bloedbad worden, collega's.
Ik zal proberen af te ronden, want mijn collega zal ook nog een aantal zaken zeggen. Ook voor andere zaken is het akkoord immers heel ontgoochelend, bijvoorbeeld wat de klimaatambities van deze regering betreft. Er is geen klimaatstrategie, geen groene taxshift. De vliegtaks bedraagt ocharme 5 of 10 euro per vlucht. In andere landen is dat een pak meer. Er is ook een inconsistent btw-beleid op het vlak van verwarming. Over Justitie zullen we nog wel een apart debat hebben met de minister van Justitie, want het extra geld dat ze gekregen heeft, heeft ze ondertussen al vijf keer uitgegeven.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le président. Monsieur le premier ministre, je vais intervenir en complément de ce que vient de dire mon collègue. Je vous ai entendu parler de la compétitivité des entreprises et dire à quel point ce sont les entreprises qui font la prospérité de notre pays. En fait, monsieur le premier ministre, vous n'êtes pas un CEO. Vous êtes justement le premier ministre. Ce qu'on attend de vous, c'est d'être le garant de cet équilibre entre les droits des travailleurs et cette fameuse compétitivité, pas de faire des cadeaux aux entreprises et d'accéder à toutes leurs demandes sans respecter le bien-être de votre population.
Par ailleurs, qui travaille dans les entreprises? Des chats? Sont-ce des chats qui travaillent dans les entreprises? Monsieur le premier ministre, ce sont des travailleurs et des travailleuses qui font la prospérité de ces entreprises. Donc, aujourd'hui, ce qui est important d'après vous, c'est d'atteindre un taux d'emploi de 80 %. Mais pourtant, ici, on ne voit pas le début d'une mesure qui va permettre d'atteindre ce taux d'emploi. En effet, quand on crée des flexi-jobs, quand on continue à étendre le travail étudiant, on crée des emplois qui ne rentrent pas dans le cadre des 80 % et vous le savez très bien, étant donné qu'il s'agit d'emplois qui ne financent pas la sécurité sociale. Ce sont des travailleurs qui ne cotisent pas pour leur sécurité et leur pension. C'est donc un vrai problème à long terme.
Monsieur le premier ministre, j'ai quelques questions précises. Je commencerai par le droit à la démission. C'est évidemment une bonne idée. Nous portons d'ailleurs une proposition en la matière depuis des années. Mais des balises importantes sont à mettre en place, notamment pour éviter que des travailleurs soient poussés à la démission pour éviter à l'employeur de payer un préavis. Allez-vous mettre en place des balises par rapport à cela?
Dans le cadre de la réforme qui limite l'accès aux allocations de chômage à deux ans, qu'en est-il des personnes qui sont actuellement en formation pour un métier en pénurie, avec une allocation de l'ONEM? Pourront-elles terminer leur cursus sans perte de revenu, même si la formation dépasse deux ans? Par ailleurs, selon quels critères les formations autorisées seront-elles sélectionnées? Comment garantissez-vous que l'accès à ces dispenses reste effectif et équitable à travers les Régions? Allez-vous, de manière explicite, vous baser sur les listes établies par les services régionaux de l'Emploi?
Toujours par rapport à l'exclusion des chômeurs, quelles compensations sont-elles prévues pour les CPAS et, surtout, à partir de quelle date? J'ai lu comme nous tous, que l'exclusion des chômeurs aurait lieu dès le 1 er janvier 2026, mais par contre, ce qui m'inquiète fortement est que le financement compensatoire pour les CPAS ne viendrait qu'à partir du 1 er janvier 2027. Confirmez-vous cette information?
Par ailleurs, le président d'un parti de votre majorité a déclaré que les personnes qui possèdent une seconde résidence et qui bénéficient d'allocations de chômage seront sanctionnées et contrôlées. Pouvez-vous être un peu plus explicite sur cette mesure, monsieur le premier ministre? Seules les personnes qui possèdent une maison au Maroc seront-elles passées au screening? Ou bien celles qui possèdent une maison dans les Ardennes le seront-elles aussi? On aimerait bien avoir un peu plus d'informations par rapport à cela.
Pour ce qui concerne le statut des travailleurs des arts, on a aussi entendu votre ministre de l'Emploi nous dire à quel point il y avait des abus et qu'il fallait lutter contre ces abus. Pouvez-vous nous en dire un peu plus sur les abus auxquels vous pensez? Quels montants souhaitez-vous récupérer de cette manière-là?
Quant aux périodes de maladie, confirmez-vous qu'elles ne seront plus assimilées dans le calcul de la pension? Par exemple, les personnes qui ont été atteintes du covid ou du covid long ne pourront-elles pas assimiler ces périodes-là dans le calcul de leur pension?
Qu'en est-il des dates "P"? Elles ne sont toujours pas disponibles sur le site. Or les écoles doivent s'organiser, notamment par rapport à la DPPR, savoir quels profs seront disponibles ou pas. Cela devient extrêmement urgent d'avoir une réponse pour toutes ces personnes qui sont dans l'expectative.
Enfin, on n'a toujours pas de fumée blanche concernant la taxation des plus-values. On ne comprend donc vraiment plus où se trouve, chers collègues des groupes Les Engagés et Vooruit, l'équilibre dans cet accord de Pâques. Je vous remercie.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn tijd delen met mijn collega, Paul Van Tigchelt.
Mijnheer de premier, dank u voor uw aanwezigheid vandaag, op onze aanvraag. Het was tijd dat u uw paasakkoord kwam toelichten. Ik ben blij dat u de primeur van uw persconferentie voor het Parlement hebt voorbehouden. Jammer genoeg moet ik vaststellen dat het een bisnummer is of misschien zelfs wel een ternummer, want eigenlijk zijn al de delen die u hebt toegelicht, puur de uitvoering van uw regeerakkoord met onder andere de beperking van de werkloosheid in de tijd, de aanpassing van de pensioenen, de fiscaliteit. U hebt die maatregelen al een paar keer verkocht.
Wat wel nieuw is, is uw defensieplan om de 2 %-norm te halen. Wij staan achter de 2 %-norm, zoals wij altijd hebben gezegd. U zwijgt echter over de financiering ervan, mijnheer de premier, en dat is natuurlijk de kern van het verhaal, jammer genoeg.
U vindt zogezegd 4 miljard euro extra voor defensie, maar eigenlijk is een deel daarvan, 2 miljard euro, gewoon niet gefinancierd. U zult die lenen. U zult extra schulden opbouwen. U zult de kosten dus doorschuiven naar de volgende generatie. Dat zijn geen structurele maatregelen. Uw defensieplan is dus niet gefinancierd. Dat zegt de heer Bouchez ook. Het is niet structureel.
Het is uw eerste daad op het vlak van de begroting, mijnheer de premier. Het is 100 % uw beleid. Het beste bewijs is dat er een zomerakkoord moet komen. Dat lezen wij al in de pers. Uw lenteakkoord is net achter de rug en we zien al dat er nood is aan een zomerakkoord. Dat is het beste bewijs dat het plan niet gefinancierd is.
Wat is uw balans na tien weken arizonaregering? Ik ben het ermee eens dat het paasakkoord historisch is, zoals sommigen proclameren. Het is inderdaad historisch op sommige vlakken en zeker op het vlak van de begroting. U hebt namelijk op tien weken tijd een extra begrotingstekort van meer dan 7 miljard euro gecreëerd, mijnheer de premier. Ik licht dat even toe. U hebt geen enkele structurele maatregel ter financiering gevonden.
U hebt opnieuw het beeld gecreëerd dat de overheid de meest onbetrouwbare aandeelhouder ooit is. Er is geen enkel overleg met Belfius en tot nu toe geen steun van haar raad van bestuur. U hebt totale onzekerheid bij de burgers gecreëerd. Zij weten niet hoe uw plan gefinancierd zal worden. Misschien doet u dat via extra belastingen, zoals uw coalitiepartners dat nu al aangeven. Onder andere de heren Mahdi en Seuntjens zeggen dat het plan door extra belastingen moet worden gefinancierd.
Waar komt de 7,5 miljard extra tekort vandaan? Ik licht dat toe op basis van een aantal documenten. Bij de aanvang van uw regering overhandigde u uw begrotingstabellen. U gaf zelf toe dat u begon met een gat van 2,2 miljard euro in 2025. U verslechtert dus uw basis met 2,2 miljard. In maart kregen wij het rapport van het Monitoringcomité. Dat zegt dat de situatie verslechterd is en dat het tekort verder oploopt met 2,4 miljard euro, maar dat hebt u niet rechtgezet met extra maatregelen.
Ik ga verder met uw tabellen voor Defensie. Hoe financiert u dat? U financiert dat met een defensiefonds van een kleine 800 miljoen euro. Dat staat in het paars, omdat het buiten begroting is, wat dus extra schulden betekent. Dat defensiefonds bestaat echter nog niet. Er zijn nog geen overheidsparticipaties verkocht en zelfs als dat gebeurt tegen het einde van het jaar – we zullen nog wel zien -, dan nog is dat niet structureel. Dat zijn oneshotmaatregelen.
En dan, the cherry on the cake , uw paasakkoord is een ongedekte cheque voor Defensie van 2 miljard euro, terwijl uw minister van Begroting een paar weken geleden er nog op hamerde dat alles gecompenseerd moest zijn. U wil het dividend van Belfius ten belope van tweemaal 500 miljoen euro, maar dat is zeker geen structurele maatregel. Dat moet bovendien nog goedgekeurd worden door de ECB en de raad van bestuur van Belfius. Het blijft een tijdelijke maatregel.
Ik ben eigenlijk nog terughoudend wanneer ik zeg dat u een bijkomend tekort van 7,5 miljard hebt gecreëerd, want waarschijnlijk is het nog meer.
U houdt rekening met de Russische tegoeden, maar in het verslag van het Monitoringcomité lezen we op pagina 27 dat die opbrengsten al meegenomen waren in de basisberekening van het Monitoringcomité. U bent het geld dus gewoon twee keer aan het uitgeven, mijnheer de premier. Het Monitoringcomité heeft daar wel rekening mee gehouden, in tegenstelling tot de FOD Financiën. Dat geld moest dienen voor andere uitgaven.
U hebt dus absoluut geen 1,2 miljard euro gevonden, u hebt een niet-gefinancierd defensieplan. Onze grote bezorgdheid – en die werd al gedeeld door uw coalitiepartners en is ook mijn enige vraag – is wie ervoor zal betalen. Bevestigt u wat uw coalitiepartners, cd&v, Vooruit, Les Engagés, in de pers vertellen, namelijk dat de factuur door de belastingbetaler, de hardwerkende en ondernemende mensen, de spaarders zal worden betaald?
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de premier, ik zal de komende minuten proberen voorbij de slogans te kijken. We hebben het namelijk allebei goed voor met Justitie.
Ik heb mij de afgelopen maanden koest gehouden. Dat hoort ook zo voor een voormalige minister van Justitie. Dat is intussen meer dan een jaar geleden – time flies when you’re having fun –, toen de vorige regering volheid van bevoegdheden had. Nu neem ik echter het woord, omdat ik mij zorgen begin te maken. Ik maak mij zorgen over het justitiebeleid, want ik zie stilaan een kloof tussen de woorden van de arizonaregering – het moest strenger, het moest kordater en wel meteen – en de daden.
Laten we eerlijk zijn: de sense of urgency , waar veel arizonapartijen het over hadden, was niet terug te vinden in het regeerakkoord. Er komen amper extra middelen voor Justitie in 2025. Er komen geen dringende investeringen in meer gevangeniscapaciteit. Nochtans werd daarover heel luid geroepen. Dat de nieuwe minister van Justitie na enkele weken naar extra middelen kwam vragen, is het bewijs van het gebrek aan een sense of urgency bij de arizonapartijen.
Men zal nu investeren in unitbouw, in modulaire units, een dossier dat werd voorbereid door de vorige regering. Dat is goed, want dat is realistischer dan een gevangenis bouwen in het buitenland. Een gevangenis bouwen in het buitenland of capaciteit huren in het buitenland klinkt stoer, maar, geloof me, zal aankondigingspolitiek blijven.
Voor het dossier van de unitbouw worden nu via frontloading extra middelen vrijgemaakt. Wat ik daarbij mis, is een concreet plan binnen welke termijn de extra capaciteit ter beschikking zal zijn. Daarentegen zie ik wel een concreet plan om de uitstroom te verhogen via de zogenaamde noodwet.
We hebben ons de moeite getroost om die noodwet en de beslissingen van het paasakkoord uit te vlooien. Overigens was dat niet gemakkelijk, want de communicatie daarover was nogal warrig, wazig en fragmentarisch, maar dat is nu eenmaal de taak van de oppositie en die hebben we ter harte genomen. Wat stellen wij daarin vast? We zien dat het de bedoeling is dat gedetineerden die tot drie jaar gevangenisstraf krijgen, na een derde automatisch vervroegd in vrijheid worden gesteld en dat ze zes maanden daarvoor nog elektronisch toezicht kunnen krijgen.
Premier, ik heb begrip voor die noodmaatregelen. Ik moest immers soortgelijke noodmaatregelen nemen. Een schoonheidsprijs verdienen die maatregelen niet, maar een mirakeloplossing bestaat ook niet. Wat wij echter niet hebben gedaan, maar wat u wel zult doen, is dezelfde maatregel van vervroegde invrijheidstelling toepassen op illegale criminelen. Dat is prima als ze kunnen worden uitgewezen, naar Marokko bijvoorbeeld, dankzij het akkoord dat wij in 2023 met dat land sloten. De voorlopige in vrijheidstelling – ik heb het goed gelezen – zal echter ook plaatsvinden, als de gedwongen uitwijzing niet mogelijk is. Die illegalen komen met andere woorden vrij met een bevel om het grondgebied te verlaten en we weten dat dat papier geen garantie is dat ze het land zullen verlaten. Dat, premier, vinden wij een gevaarlijke maatregel. Ze komen vrij na één derde, verdwijnen in de natuur en we verliezen elke controle. Dat staat bovendien haaks op al wat uw partij de voorbije jaren en maanden heeft gezegd en aangekondigd. U hebt het gezegd in uw uiteenzetting: u bent streng voor asielzoekers, maar blijkbaar niet voor illegale criminelen. Nogmaals, dat hebben wij niet gedaan.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, votre accord de Pâques est la parfaite transcription de votre accord de gouvernement, et donc nous ne pouvons vous prendre en délit d'incohérence. On a compris l'idée: remettre tout le monde au travail, y compris les chômeurs, les vieux, les malades, tout le monde, même ceux qui ne veulent pas travailler – pourquoi pas – et ceux qui ne peuvent pas travailler – ça c'est plus problématique, avec une seule injonction, la responsabilisation, comme si tout était question de bonne volonté, comme si tous nos problèmes venaient de la paresse et que les conditions macroéconomiques qui gouvernent notre monde n'existaient pas.
On connaît votre logique arithmétique, 100 000 personnes exclues prochainement du système, comme l'exprimait avec une fierté quand même un peu étrange votre ministre de l'Emploi, et 175 000 emplois dans les métiers en pénurie. On connaît votre recette: on va couper le robinet, et ces personnes sans emploi vont, par magie, se transformer en enseignants, en infirmières, en chauffeurs de bus, etc.
Dans le vrai monde, ce n'est pas comme ça que ça va marcher. Bien sûr, il y a des fraudeurs et des profiteurs, mais il y a aussi, dans ces 100 000 personnes que vous allez exclure, des gens qui cherchent du travail et n'en trouvent pas ou n'ont pas les bonnes qualifications. Sans doute, allez-vous pousser quelques fraudeurs à se prendre en main, très bien, mais avec cette même arme aussi peu nuancée, vous allez aussi envoyer des personnes vers la précarité, sans leur donner les outils pour rebondir.
Vous allez faire exploser le taux de pauvreté avant de faire grimper le taux d'emploi. Pour une seule raison, vous renoncez quasi structurellement à toute politique ambitieuse en termes de formation, d'orientation et d'innovation, parce que l'angle mort de votre politique de l'emploi, c'est la formation. Vos partenaires pourtant, le cd&v ou Vooruit, avaient proposé qu'on fasse exception à votre limitation pour les personnes qui choisissent un métier en pénurie.
Vous limitez cette possibilité au 1 er janvier 2026, sauf pour les métiers du secteur de la santé. Mais on ne manque pas que de gens dans les métiers de la santé, on manque aussi d'enseignants et de gens dans des tas d'autres fonctions. Et donc – la question reste pendante –, comment allez-vous transformer des dizaines de milliers de personnes, par exemple, en chauffeurs de bus?
Vous préservez le statut d'artiste – Vooruit vient de confirmer qu'il a fallu se battre et que nombreux étaient ceux qui voulaient purement et simplement le supprimer autour de la table –, mais vous annoncez vouloir lutter contre les abus. Mais quels abus, grands dieux? Le système est déjà conçu comme un système anti-abus. Votre ministre de l'Emploi a pris l'exemple d'un emploi de barman dans un théâtre, ce qui ne ressortit pas du tout au statut d'artiste. Et donc, outre la question de la maîtrise du dossier par le gouvernement, j'ai une question toute simple: pourriez-vous me citer un exemple d'abus de statut d'artiste contre lequel le gouvernement entend lutter?
Une inquiétude a été soulevée par une autre collègue quant aux compensations pour les pouvoirs locaux. Le président du CPAS de Liège, par exemple, affirme que, d'après ses tableaux budgétaires, le soutien aux CPAS en compensation de ces mesures n'interviendrait qu'en 2027, ce qui voudrait dire que, durant un an, les CPAS de ce pays devraient accueillir un public nouveau sans recevoir de moyens. Le confirmez-vous?
Alors, à propos des 526 000 personnes en arrêt maladie, on ne peut que vous rejoindre dans l'idée d'une responsabilisation générale, même si la manière dont vous comptez contrôler les médecins laisse perplexe. Il est d'ailleurs frappant de voir que vous pariez sur la bonne foi et le droit à l'erreur pour le contribuable, à raison, mais pas pour le malade ni pour le médecin.
Voilà qui m'amène au point commun entre vos mesures sur les demandeurs d'emploi et sur les malades. C'est qu'il s'agit d'un contrat de méfiance entre le gouvernement et le citoyen. À part la bonne foi du contribuable, vous ne pariez sur la bonne foi de personne, ni des demandeurs d'emploi, ni des médecins, ni des malades.
Vous ne pariez pas non plus sur l'énergie des citoyens. Sur les allocations de chômage, la presse a pu trouver facilement l'exemple d'une série de citoyens que vos mesures vont toucher de plein fouet et qui, pourtant, n'ont rien à se reprocher. Des accidentés de la vie, des mères célibataires, parfois des personnes qui se forment à un métier en pénurie. Et c'est là que le bât blesse. Une économie qui tourne, une société qui fonctionne, ça réclame de la confiance de la part des entreprises, des travailleurs et du gouvernement. Et vous avez décidé d'être un gouvernement de la défiance.
Si nous avons autant de personnes sans emploi, si nous avons un demi-million de personnes en arrêt maladie, c'est pas parce que nous serions un pays de fainéants, c'est parce qu'il y a une crise sur le sens du travail, c'est parce que de nombreux citoyens ne sont pas heureux de ce qu'ils font. À tout ceux-là, parce que vous ne misez ni sur la formation, ni sur l'orientation, ni sur l'innovation, vous ne dites rien. Vous dites en gros "bougez-vous et allez faire quelque chose que vous détestez, vous réfléchirez au sens de la vie quand vous serez morts".
Avant de conclure, j'aimerais revenir sur deux éléments. Tout d'abord, vous avez mis en avant avec une certaine fierté la taxe de 1 000 euros sur l'accès à la nationalité. Moi, je regrette que l'Arizona ait inventé la nationalité censitaire. On pourrait se réjouir de voir l'accès à la nationalité belge acquérir subitement une si grande valeur pour la N-VA, vous qui avez un jour déclaré que, si vous pouviez mourir en tant que Néerlandais du Sud, vous mourriez plus heureux qu'en tant que Belge.
Or, nous savons qu'en fait, il s'agit d'un argument purement dissuasif. Pourquoi faire payer 1 000 euros l'accès à la nationalité? C'est là une vraie question, que j'ai d'ailleurs déjà posée à Mme Van Bossuyt et je n'ai jamais obtenu de réponse. Qu'on demande la réussite d'un parcours d'intégration ou la maîtrise d'une ou plusieurs langues nationales, pourquoi pas, je le comprends et je trouve même cela très bien. Mais je ne comprends pas bien la philosophie qui consiste à demander des sommes exorbitantes à quelqu'un qui remplit toutes les conditions pour rejoindre notre communauté nationale. C'est purement dissuasif et, là encore, c'est tout l'inverse d'un contrat de confiance.
Enfin, sur la Défense, c'est le grand flou. Vous allez chercher 2 milliards d'euros sur un emprunt hors budget à rembourser ensuite par la vente d'actifs. Je crois que nous avons tous compris que c'est un tour de passe-passe que vous êtes obligé de faire parce que vous ne pourrez vendre des actifs que pour diminuer un endettement. Dès lors, vous êtes obligé de commencer par l'endettement. Nous sommes en droit de comprendre ce que va nous coûter réellement cet endettement.
Par ailleurs, vous placez dans l'équation un dividende exceptionnel de Belfius qui, par définition, ne peut pourtant pas être structurel. Cela manque de transparence.
En ce qui concerne la manière de dépenser cet argent, je ne peux que vous encourager, une fois encore, à ne pas investir dans de nouveaux F-35. Si vous n'êtes pas convaincu par les arguments de dépendance technologique vis-à-vis des USA, qui sont pourtant évidents, tenez compte de la fragilité logistique. Vous êtes allé à Kiev et vous êtes donc bien placé pour savoir que, si nous sommes incapables de livrer nos vieux F-16, c'est parce que nous courons après des pièces détachées qu'il est impossible de trouver. Ces difficultés logistiques vont être multipliées si vous vous engagez encore sur des F-35. S'il vous plaît, ne continuez pas dans cette folie financière et stratégique.
J'en ai fini, monsieur le président.
Voorzitter:
Merci, monsieur De Smet, d'avoir été aussi bref.
Mijnheer de eerste minister, het is gebruikelijk dat het Parlement het laatste woord krijgt, dus ik zou u willen vragen om bondig te antwoorden, zodat er nog tijd rest om te repliceren.
Bart De Wever:
Monsieur le président, j'essayerai d'être bref, mais ce ne sera pas facile, étant donné qu'on m'a posé des centaines de questions.
Ik zal proberen zo snel mogelijk door die vragen te lopen.
Met betrekking tot het budgettair kader kan ik u zeggen dat ten laatste in de week van 28 april de begroting zal worden ingediend. Ik heb uiteraard alle begrip voor uw ongeduld, maar we werken zo snel als we kunnen. De regering is helaas pas na acht maanden tot stand gekomen, in een lopend budgetjaar. Het is niet dat wij per se cijfers willen achterhouden, we werken zo snel we kunnen. Het komt eraan.
Er werden veel vragen gesteld over de NAVO-normering. Voor alle duidelijkheid, er is geen camouflage van uitgaven. Het gaat over de regels die de NAVO zelf hanteert met betrekking tot wat militaire uitgaven zijn, wat binnen die normering valt. Het betreft ook vragen die de NAVO stelt. De NAVO is geen organisatie van amateurs. Het is niet zo dat men allerlei kosten kan labelen en dan kan zeggen dat die kosten nu militair zijn.
Er zijn echter wel mogelijkheden om in die NAVO-normering bijvoorbeeld enablement te schuiven. Daarover werden ook heel concrete vragen gesteld. In die zin moet men natuurlijk ook de betrokkenheid van de deelstaten lezen. Mevrouw Ponthier, u sprak over die kilometerheffing. Dat is totaal nieuw voor mij, ik weet niet waarover het gaat. Als een deelstaat bijvoorbeeld in infrastructuur investeert, die ook op het vlak van enablement , dus de mobiliteit van de NAVO-troepen, aangerekend kan worden, zou het eigenlijk dwaas zijn om het niet in het defensiebudget te stoppen. Dat staat nog los van het feit of men daarmee naar 2 % of zelfs voorbij 2 % zou gaan.
Het is zelfs een opportuniteit om de 3RX, de IJzeren Rijn, voor wie hier al wat langer zit, te realiseren, aangezien de NAVO die ook als kritieke infrastructuur voor de west-oostbeweging, de snelle beweging van troepen, heeft aangemerkt. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld de investering in haveninfrastructuur. Dat zit op het niveau van de deelstaten en dat zou dan NAVO-aanrekenbaar zijn. Andere inspanningen van de deelstaten, laat staan fiscale inspanningen, hebben wij niet gevraagd en zijn niet bekend.
Ook medische weerbaarheid zou dan NAVO-aanrekenbaar kunnen zijn. Er zitten daarin twee elementen. Men kan de begroting navlooien. Collega's hebben opgemerkt dat het een stijgende lijn is. Men kan ze navlooien op welke dingen die we doen, NAVO-aanrekenbaar zijn. Let op, het betreft geen nieuw geld. Het is gewoon een uitgave die al gepland en gebudgetteerd is, die dan NAVO-aanrekenbaar wordt. Er zit echter ook een tweede element in. Onder het stijgende budget van Defensie worden uitgaven mogelijk die niet gebudgetteerd zijn, waarvoor geen centen waren, maar die met defensiegeld kunnen worden gefinancierd.
Dat is natuurlijk heel interessant, zeker als zaken daarvan ook voor civiel gebruik nuttig kunnen zijn. Daarbij denk ik aan bijvoorbeeld een stock inzake medisch materiaal of medische capaciteit, die in geval van militaire conflicten militair aangewend kan worden, maar die nu niet voorzien is in de begroting. In mijn ogen zou het nogal dwaas zijn om dat nu, in een stijgend defensiebudget, niet te voorzien. Ook denk ik aan zaken waarbij defensie voor binnenlandse veiligheid kan worden ingezet. In veel Europese landen bestaat die traditie, maar wij kennen die minder, al hebben we dat incidenteel gedaan. Het is onze intentie, zoals in het regeerakkoord is voorzien, om defensie daarvoor structureel in te zetten, in een welbepaald in het regeerakkoord omschreven kader, en het zou desgevallend raar zijn om de NAVO-norm, die voorzien is, daarvoor niet te gebruiken.
Misschien weet u het niet, maar een van de grootste achteruitgangen in de Belgische defensie, puur budgettair bekeken, qua comptabiliteit, was de afschaffing van de rijkswacht, aangezien dat een militaire uitgave was. Met de afschaffing van de rijkswacht zijn we tienden gezakt in de NAVO-ranking. Ik pleit niet voor de militarisering van de politie, don't worry , dat is niet voorzien, ik zeg alleen dat het over zulke dingen gaat inzake de NAVO-norm. Ik vrees dus dat u daar dingen in leest waardoor uw fantasie een beetje op hol is geslagen.
Ik spring enigszins van de hak op de tak, waarvoor mijn excuses, maar nu kom ik tot de pensioenhervorming voor de parlementsleden. Het is een traditie en ook onvermijdelijk dat de wetgever de pensioenen van de samenleving reguleert en dat het Parlement zich daaraan vervolgens confirmeert. In de periode dat ik parlementslid was, is dat nooit anders geweest, en ik heb al wel wat pensioenhervormingen in het statuut meegemaakt. Toen ik begon, was het stelsel echt nog zeer gunstig, want met de tantièmes had men na twintig jaar als parlementslid een volledig pensioen. Ik heb op die manier met mijn eerste tien jaar als parlementslid al de helft van mijn pensioen. Dat dit niet echt meer evident is in onze samenleving, aangezien wij helaas door de stijging van de sociale uitgaven maatregelen moeten nemen, is een logica die niemand zal ontkennen. Ook de nu op handen zijnde pensioenhervorming zal doorgetrokken moeten worden en een vertaalslag moeten krijgen in de parlementaire pensioenen. Dat kan een grote ontdekking genoemd worden of men kan er grote controverse rond maken, maar ik zie dat niet. Wel dient het Parlement zichzelf te reguleren, niet de regering of een regeerakkoord. Het komt u als parlementsleden toe.
Maak dus alstublieft geen grote populistische controverse – dat is niet nodig – van de sequens waarbij het Parlement de samenleving volgt en zich schikt naar de inspanningen die we van de samenleving vragen, met de nodige moeilijkheden, want het statuut is een statuut sui generis. Dat is dus altijd een beetje schipperen. Het lijkt me de logica zelve, maar het is aan u om dat te doen. Ik denk dat de nodige werkzaamheden daarvoor ook al lang gepland zijn. Het is eigen aan eenieder om zich te profileren in dat soort zaken – dat begrijp ik – maar laat ons toch een beetje sereen blijven in dat soort dingen. Ik heb hier niemand, tenzij u me nu gaat tegenspreken, horen zeggen dat parlementsleden geen inspanningen moeten doen, dat ze niet gaan volgen en dat ze alles wat ze hebben, linea recta willen behouden. Het andere uiterste is de race to the bottom . Die vind ik ook verwerpelijk en daar heb ik ook wel echo's van gehoord in deze commissie.
Wat asiel en migratie betreft – sorry voor de hak op de tak –, maatregelen inzake de uitstroom ontbreken inderdaad. Dit is uiteraard de eerste uitvoering van het regeerakkoord. De maatregelen op korte termijn die ik kan nemen, zijn uiteraard bij uitstek op de instroom gericht. Er staat in het regeerakkoord heel wat over de uitstroom en dat zal heus nog wel worden gerealiseerd, maar dat zijn, als men realistisch is, maatregelen die niet evident zijn, die tijd vergen en die geen toverstokje zijn. Sommigen zeggen om gewoon naar de Europese Commissie of naar Ursula, zoals sommigen het nogal kinderlijk voorstellen, te gaan met de boodschap dat het een noodgeval is en alles dan opgelost is. Als men dat wil geloven, doe dat dan gerust, maar dat is niet de realiteit. Als het zo eenvoudig was, dan zouden heus wel wat Europese landen dat hebben gedaan.
Wij zijn ondertussen als België op basis van ons regeerakkoord uitgenodigd bij de club van de eerder kritische landen over het Europese migratiemodel, die bij elkaar komen en die met name inzake de uitstroom ideeën uitwerken en die trachten om van die ideeën Europese beslissingen te maken. Zeggen dat dat een proces is dat met een vingerknip verloopt, is helaas echter niet waar. Ik wou dat het waar was.
Madame Delcourt, vos questions sur le contrôle des certificats médicaux sont précises et je vous invite à les poser aux ministres responsables. M. Vandenbrouke a annoncé qu'il créerait une banque de données et qu'il organiserait un datamining sur la politique de prescription. Mais il doit encore travailler sur ce sujet et devra présenter son projet avant le 1 er juillet de cette année, si je ne m'abuse. L'affaire est donc à suivre.
De nombreuses questions ont été posées sur le statut d'artiste, notamment par les collègues francophones. Nous avons parlé des abus et de la façon de lutter contre ceux-ci. M. De Smet a même prétendu qu'il n'y en avait pas. C'est possible! La lutte contre les abus est une compétence régionale. Ce débat doit être mené au sein des parlements régionaux. Dire qu'il n'y a pas d'abus, c'est possible, mais je suis étonné par les chiffres. Il y a de grosses différences entre les Régions, notamment en Région de Bruxelles-Capitale où, si je ne me trompe, 50 % d'entre eux résident. La ville est peut-être très artistique, je ne l'exclus pas, mais nous avons peut-être aussi découvert des brèches dans le système qui pourraient correspondre à ce que l'on nomme des abus. Je n'en sais rien et c'est aux Régions de travailler sur ce thème.
Madame Delcourt, vous avez demandé quand nous comptions élargir le systèmes des flexi-jobs à d'autres secteurs? Ce n'est pas prévu dans l'accord de Pâques, mais bien dans l'accord de gouvernement.
En ce qui concerne les indépendants, nous estimons que 356 indépendants sont intéressés chaque année par le paiement de cotisations plus élevées afin d'obtenir des droits à la pension plus élevés.
Monsieur Dermagne, vous avez beaucoup mentionné la classe moyenne et cela m'étonne un peu.
Si nous regardons le bilan du gouvernement Vivaldi, je pense qu'il est difficile de dire que c'était un gouvernement qui a défendu la classe moyenne.
Pierre-Yves Dermagne:
(…)
Bart De Wever:
Je ne vous ai pas interrompu! Je pense que cela relève même du non-sens.
Vous avez évoqué les impôts qui pèsent sur les épaules de la classe moyenne. Das Wahre ist das Ganze , comme on le dit en allemand. L'accord de gouvernement est très clair. Il y a du positif et du négatif mais au final, la pression fiscale sur la classe moyenne va fortement diminuer à l'horizon 2029.
Vous avez parlé d'économies dans les soins de santé, ce qui m'étonne, car nous avons encore prévu une norme de croissance au-dessus de l'index. Cela ne semble pas être de véritables économies. Si nous parvenons à maintenir une norme de croissance supérieure à l'index, il ne faut pas, selon moi, parler d'économies.
Vous avez affirmé que nous épargnions les épaules les plus larges alors que plus de deux milliards de revenus proviendront de leur part. C'est tout de même considérable. Il faut examiner ces chiffres au prorata. Il n'y a pas tant d'épaules larges dans notre pays. Je dirais donc que deux milliards de revenus supportés par leurs épaules ne sont pas négligeables.
Vous avez évoqué la crédibilité budgétaire. J'espère que vous ne m'en voudrez pas, mais c'est un peu l'hôpital qui se moque de la charité. Le PS parle de crédibilité budgétaire alors qu'il a dominé le gouvernement Vivaldi et a toujours géré la Région bruxelloise. À votre place, j'éviterais de parler de crédibilité budgétaire.
Monsieur Courard, vous avez demandé d'où proviendront les 2 % pour la défense. M. Di Rupo aurait peut-être dû se poser cette question lorsqu'il a fait cette promesse au Pays de Galles en 2014. Dans l'intervalle, nous n'avons jamais eu de réponse du PS.
Mme Désir a demandé si le report de l'index était une mesure nécessaire. C'est en effet le cas. Il est inévitable de prendre des mesures comme celle-ci, notamment sur les pensions les plus élevées. Nous prévoyons également une mesure qui pèse sur l'indexation des pensions les plus élevées, donc sur les épaules les plus larges. Il est injuste de me reprocher de ne rien faire à l'égard des épaules les plus larges pour ensuite nous critiquer lorsque nous mettons en place une mesure qui affecte les plus hautes pensions. Il s'agit de pensions atteignant 7 000 ou 8 000 euros par mois.
C’est l’un ou l’autre!
Mijnheer Hedebouw, u hebt Frans en Nederlands door elkaar gesproken. Ik noteer alleen in het Nederlands, ik ben een slechte tweetalige.
Je ne me souviens plus de ce que vous avez dit en néerlandais ou en français.
Dus zal ik antwoorden in de taal die in mij opkomt.
Raoul Hedebouw:
Un vrai Belge.
Bart De Wever:
Ik kan daar veel op zeggen, maar ik zal zwijgen. (Hilariteit)
Op vijf minuten tijd hebben we 4 miljard euro voor defensie gevonden, zegt u. Ik wou dat het waar was. Ik weet niet of u de collega's hebt gehoord die ons net hebben verweten dat we dat niet hebben gedaan en dat het allemaal een groot mysterie is waar dit vandaan moet komen. De waarheid heeft haar rechten. Er is in een pad voorzien, met een opdrachtentabel, begroting per begroting. Het zal niet gemakkelijk zijn om die middelen te vinden.
Uiteraard zijn er collega's die zullen zeggen om dat niet uit de sociale zekerheid te halen. Er zijn collega's die zullen zeggen om dat niet uit de belastingen te halen. Er zijn collega's van de N-VA die zullen zeggen om geen extra schulden te maken. Iedereen heeft daar zijn waarheid. De optelsom van dat alles is uiteraard onmogelijk. A l'impossible nul n'est tenu . Dat wordt dus niet gemakkelijk. Dat zal ik niet ontkennen, maar zeg niet: u hebt dat zo gevonden, dus u gaat dat voor de sociale zekerheid ook zo kunnen vinden.
Ik vind die vergelijking trouwens nogal grotesk. De sociale uitgaven in dit land evolueren naar 200 miljard euro bij een ongewijzigd beleid in 2030. U weegt dat af tegen de defensie-uitgaven. Dat is bijna een cijfer achter de komma, zoals wij onze defensie hebben verwaarloosd. Zeggen dat als defensie kan groeien, dat dan de sociale zekerheid op hetzelfde ritme kan groeien, is populisme. Dat is onzin.
Wat telt mee in de pensioenmalus? Het regeerakkoord is duidelijk over wat erin zit en wat er niet in zit. Op de vraag over de privileges voor parlementaire pensioenen heb ik geantwoord.
Zullen we nieuwe F-35's kopen?
Je vous ai expliqué que les capacités imposées par l’OTAN ne nous laissent pas le choix. Je suis sûr que nous devrons encore élargir notre flotte d’avions de chasse. Puisque nous avons déjà acheté les F-35, nous devrons acheter des avions de ce type. Ce seront des avions construits en Italie. Ce n’est pas parce que M. Trump pense qu’il peut mener une guerre de droits de douane contre tout le monde qu’il peut d’un coup faire disparaître la globalisation de l’économie. Le F-35 est devenu un projet multilatéral.
U zegt dan dat men voor die technologie militair afhankelijk is van wie men ze koopt. Dat is echter voor elke militaire technologie zo. Dat is evenzeer het geval voor wapensystemen die we in Europa kopen of elders in de wereld. Men is altijd deels afhankelijk van de producent. Dat is een reden te meer om in Europa de juiste beslissingen te nemen over de consolidatie van een Europese defensie-industrie. Wij hebben dat verwaarloosd, maar daar bent u ook altijd tegen. Dat is ook van twee zaken een. U wilt dat niet, want we moeten in vrede investeren. Volgens u moeten we bloemenperken aanleggen aan de grenzen met Rusland. We hebben bloemenperken, regenbogen en eenhorens nodig, die de Russen zullen overtuigen van onze goede intenties. Dan zullen ze zeker hun agressie stoppen.
Ik ben het daarmee helemaal eens. Als men in een fantasiewereld leeft, kan dat allemaal wel lukken. Als men echter in wapensystemen moet investeren, heeft men ook een militair industrieel complex nodig. Maar daar bent u ook tegen. U zegt dat we dan nu de F-35 moeten kopen. Misschien hebben we die echter moeten kopen omdat we in het verleden net dat niet gedaan hebben in Europa. Dat zijn dure lessen die we nu moeten trekken, maar dat zijn geen lessen die we op vijf minuten opgelost krijgen.
En ce qui concerne les chômeurs de longue durée et les CPAS, un montant a été prévu dans le budget pour compenser les CPAS. En effet, on sait qu'ils auront plus de travail en raison de la limitation dans le temps des allocations de chômage.
M. Hedebouw, je pense, a dit que les CPAS n'ont pas comme tâche d'activer les chômeurs. Je ne suis pas d'accord. J'ai un autre avis. Dans ma ville, le CPAS fait beaucoup d'efforts pour activer les gens. Je pense que c'est leur tâche de le faire, qu'ils sont même mieux placés que les services régionaux d'accompagnement pour activer les gens qui sont à une certaine distance du marché du travail.
Si des gens disparaissent dans la nature, c'est peut-être qu'ils n'ont pas besoin d'allocations de chômage, qu'ils ont assez de revenus pour vivre et n'ont pas besoin de la sécurité sociale.
Dat is dus een maatregel die ik altijd zal blijven verdedigen. Dat is trouwens in de hele wereld de normaalste zaak. Waarom zou dat dan bij ons onmogelijk en een sociaal drama zijn? Overal in de wereld, in Frankrijk en overal, wordt dat op die manier toegepast.
Wij zullen 1 miljard euro minder in de pensioenkas storten. Dat is een heel rare manier om competitiviteitsmaatregelen voor te stellen. Dat is natuurlijk een ideologisch verschil. Ik ga ervan uit dat, wanneer onze ondernemingen qua competitiviteit niet worden versterkt, de effecten op de pensioenkas veel erger zullen zijn. Dat is een kwestie van wakker worden en koffie ruiken, zoals dat in het Engels wordt genoemd, over onze economische situatie en over de situatie van onze industrie, die in heel Europa maar zeker in ons land krimpt terwijl wij ernaar kijken. Mensen zonder job betalen geen bijdragen. Dat zou voor de sociale zekerheid de catastrofe zijn die wij nu moeten vermijden.
Het paasakkoord bevat inderdaad honderden miljoenen euro aan competitiviteitsmaatregelen. U stelt dat voor als minderopbrengsten voor de sociale zekerheid. Dat is een ideologisch verschil. Daarover zullen wij het nooit eens worden. Dat is misschien maar goed ook. De fiscale regularisatie stelt u voor als straffeloosheid. Ik ben het daar niet mee eens. Dat is geen straffeloosheid. Ik moet echter wat opschieten.
"Les 500 euros de différence, net ou brut, pour ceux qui bossent est un mensonge." Ce n'est pas vrai. Il faut consulter le calendrier des mesures tel qu'il a toujours été prévu dans l'accord de gouvernement, avec la baisse des impôts en faveur de ceux qui travaillent, et dont la vitesse de croisière sera atteinte en 2029.
Volgens mij zullen we dan die 500 euro zeker halen en misschien zelfs overschrijden.
“Een kliklijn voor langdurig zieken, hoe durft u?”, zegt u. U noemt dat een kliklijn, wij noemen dat responsabilisering.
Nous avons autant de malades de longue durée que l'Allemagne. Or celle-ci est un tout petit peu plus grande que la Belgique. Donc, je pense que la question de la responsabilisation est à l'ordre du jour.
Alle actoren, ook de werkgevers, zullen geresponsabiliseerd worden. Dat zijn dan extra inkomsten voor de sociale zekerheid, mijnheer Hedebouw. Het lijkt mij evenwel evident dat ook de dokters, ook de ziekenfondsen en dus ook de langdurig zieken zelf aangesproken kunnen worden.
Madame Tourneur, vous m'avez posé une question concernant le droit au rebond et le risque d'abus. Ce risque est relativement limité en raison de la nature de la mesure. Il s'agit d'un droit unique. Cette allocation de chômage dure six mois et s'adresse à des salariés ayant travaillé au moins dix ans. Le droit au rebond s'inscrit dans un ensemble cohérent de mesures mises en place par le gouvernement pour soutenir les individus dans leur recherche d'emploi. Le risque d'abus est donc très faible, voire quasiment inexistant.
Votre deuxième question porte sur les pensions des magistrats. D'autres collègues ont également posé des questions à ce sujet. Je vais être clair: il n'est absolument pas question d'une perte de 40 % du pouvoir d'achat des magistrats retraités en conséquence de la réforme des retraites menée par ce gouvernement. Les calculs publiés par la magistrature la semaine passée reposent sur l'hypothèse de prolongation indéfinie de l'indexation limitée des pensions les plus élevées alors que cette mesure est explicitement définie comme temporaire, tant dans l'accord de gouvernement que dans l'avant-projet de loi-programme. Elle est prévue uniquement pour cette législature, c'est-à-dire jusqu'en 2029. La Cour constitutionnelle et le Conseil d'État, étant indépendants des pouvoirs exécutif, législatif et judiciaire, sont également concernés par cette réforme, leur régime de retraite étant également réglementé par la loi.
Troisièmement, la réforme des retraites n’a aucun impact sur l’indépendance du pouvoir judiciaire. Monsieur Dermagne, cela a été confirmé par la Cour constitutionnelle dans un arrêt de 2013, suite à un recours déposé par les magistrats contre une précédente réforme des retraites, menée notamment sous le gouvernement Di Rupo.
Quatrièmement, une réunion constructive s’est tenue hier entre les représentants des magistrats et les ministres des Pensions. Cette rencontre a permis d’éclaircir plusieurs points, notamment en ce qui concerne les calculs d’impact des différentes réformes des retraites et la nature temporaire de l’indexation limitée des pensions les plus élevées. Il a été établi que les estimations d’une perte de pension de 30 à 40 % reposaient sur des hypothèses d’indexations limitées pour une durée indéterminée.
Mijnheer Van Hecke, u vroeg naar de gelden van de Russische tegoeden. U wilt weten wat er gebeurt als er vrede komt in Oekraïne en de Euroclearmiddelen wegvallen. Ook daarmee is rekening gehouden in het paasakkoord en dat zal dan inderdaad een extra inspanning vergen.
Ik denk wel dat als er morgen vrede wordt gesloten in Oekraïne, dat nog niet betekent dat morgen ook die Russische tegoeden vrijgemaakt worden. Dat is een bijzonder, bijzonder complexe aangelegenheid. Er zijn wel andere hypotheses die internationaal besproken worden over wat er met die sovereign assets moet gebeuren. Er zijn namelijk de sovereign assets en de andere assets, die bevroren zijn. De sovereign assets zijn in feite geïmmobiliseerd. Het gaat in deze context vooral over die gelden van de Russische Centrale Bank.
Mogelijk worden er multilateraal andere beslissingen genomen en dat zou dan op iets kortere termijn op ons af kunnen komen, maar dat valt nog af te wachten. In alle contacten die ik hierover heb en dat zijn vooral internationale contacten met de buurlanden en met Oekraïne zelf, gaat het in elk geval steeds weer over een buitengewoon riskante en juridisch ingewikkelde zaak met enorm grote repercussies, zelfs op de euro als munteenheid. Mijn persoonlijke inschatting – maar ik kan mij vergissen – is dat we daar op korte termijn niet heel veel beweging in zullen zien. Het lijkt mij heel ingewikkeld.
Uiteraard zullen we dat monitoren en we zullen ons ook niet verzetten tegen andere multilaterale oplossingen, ook al stelt zich dan voor onze bilaterale militaire hulp aan Oekraïne wel een bijkomend budgettair probleem. Aangezien dit ook in de NAVO-norm ingecalculeerd is, zal dat dan sowieso gecompenseerd moeten worden.
Over de oplopende NAVO-norm en over de structurele financiering heb ik geantwoord.
Madame Schlitz, vous avez dit: "Les efforts pour la compétitivité sont des cadeaux aux entreprises." À mon humble avis, cela témoigne d'un certain manque de connaissance de la réalité économique, mais c'est peut-être une différence idéologique que nous n'allons pas résoudre aujourd'hui ni même jamais.
J'en viens aux formations pour les emplois en pénurie. Tous ceux qui commenceront une formation avant le 1 er janvier 2026 seront exemptés de la mesure. S'agissant des soins de santé, il incombe au ministre de présenter une liste de formations qu'il veut exclure. Donc, je vous propose de développer cette discussion en commission de la Santé.
Quant au contrôle des ressources, je pense que vous confondez celui qui vise le chômage avec celui qui s'intéresse au revenu d'intégration.
Sarah Schlitz:
(…)
Bart De Wever:
Je pense que oui. Je ne vous ai pas interrompue. Vous pourrez encore répliquer.
Vous avez cité un président de parti – je suppose qu'il s'agit de M. Bouchez – qui avait parlé d'un contrôle des ressources, mais il évoquait un contrôle visant ceux qui ont des biens à l'étranger et qui touchent un revenu d'intégration, pas une allocation de chômage. Pour les allocations de chômage, aucun contrôle des ressources n'est ni ne sera prévu dans cet accord de gouvernement.
Pour la taxation sur les plus-values, vous avez dit: "Nous n'en savons rien." C'est normal, puisque l'impact de cette mesure a toujours été prévu en 2026. Notre intention n'a jamais été de l'intégrer dans la loi-programme relative au budget 2025.
Mevrouw Bertrand, u zegt dat er geen overleg met Belfius is geweest. Er is wel degelijk informeel geverifieerd of de zaken die wij plannen realistisch zijn, dus ik maak mij daar niet te veel zorgen over. U zegt dat er paniek ontstaat bij de burgers die zich afvragen hoe we dit allemaal zullen betalen. Ik moet toegeven dat post-Vivaldi paniek budgettair gewettigd is. Toen ik de realiteit van de cijfers zag die ú hebt achtergelaten, was paniek ook de eerste emotie die ik voelde.
Ik vind het sterk dat u zegt dat het Monitoringcomité stelt dat het tekort oploopt tot 2,4 miljard. Dat is uw beleid, dat is het gevolg van het ongewijzigd beleid van Vivaldi, waarbij de put alsmaar dieper werd, tot hallucinante bedragen. U kent die bedragen, want u was er verantwoordelijk voor. Nu zeggen dat we u in vrije val hebben achtergelaten en dat u uw vleugels niet op tijd kunt uitslaan, u bent toch de slechtst denkbare persoon om die kritiek te uiten, zelfs binnen uw eigen partij. Ik zou iemand anders zoeken om die kritiek te uiten. Dat de cheque voor Defensie ongedekt is…
Alexia Bertrand:
Dat is gemakkelijk.
Bart De Wever:
Gemakkelijk, zegt u. Wat u hebt nagelaten, is alleszins niet gemakkelijk, ook niet op het vlak van Defensie. U doet nu alsof die 2 % uit de lucht komt vallen. Het Russisch geld dat dubbel besteed wordt, dat is een foute lezing. Die zit in de basishypothese, maar die was niet bestemd. Wij hebben die gelden nu bestemd, dus er is geen sprake van een dubbeltelling.
Wat het betoog van de heer Van Tigchelt betreft, geen slogans over Justitie, dat ondersteun ik ten volle. Wat dat betreft, hebben wij bijna eenheid van inzicht en beseffen we allebei dat die situatie altijd heel moeilijk is geweest en vandaag nog steeds heel moeilijk is. Roepen wat er allemaal met één vingerknip moet gebeuren, heeft weinig zin. Als u zegt dat u zich als oud-minister koest moet houden, dan vraag ik mij af of dat dan ook niet geldt voor de oud-staatssecretaris bevoegd voor Begroting. U moet het binnen uw fractie misschien eens hebben over wie zich koest moet houden en wie niet.
Het gebrek aan urgentie van Arizona, dat mag u zeggen, maar ik ben het daar niet mee eens. Er is bij alle besparingen die aan de departementen worden opgelegd altijd voorzien in een uitzondering voor de veiligheidsdepartementen en zelfs een groeipad. Is dat groeipad niet groot genoeg? Ik ben zelfs geneigd om het daarmee eens te zijn, gezien de grote noden, maar men kan niet enerzijds zeggen dat we budgettair in vrije val zijn en anderzijds dat we nog een berg aan nieuwe middelen moeten voorzien.
We hebben ons uiterste best gedaan en nog een extra inspanning geleverd, gezien de acute situaties die er bestaan. Het volgende moet mij echter van het hart wat betreft het gebrek aan urgentie dat ons vandaag wordt verweten. Iedereen moet in de spiegel kijken wat dat betreft, ook zij die in vorige legislaturen de zaken hebben waargenomen.
Zo veel nieuw opgestarte bouwdossiers onder Vivaldi heb ik ook niet echt gevonden. Wat er nog van dossiers is, is van de regering daarvoor. De detentiecentra die Vivaldi voor de kortgestraften heeft uitgebouwd, hebben niet bepaald een verschroeiend tempo aangenomen. Dat is geen verwijt. Ik weet hoe moeilijk dat is en hoeveel tijd dat vergt, maar vandaag komen zeggen dat ik de urgentie niet zie, vind ik iets te gemakkelijk.
Ik apprecieer wel dat u zegt dat u begrip hebt voor de noodmaatregelen die op korte termijn moeten worden genomen omdat er geen oplossingen zijn, tenzij oplossingen die binnen de gevangenis aanleiding geven tot toestanden die ons in een structurele overtreding brengen van de mensenrechten die vandaag al bestaan. U kent de situatie. Ik ken ze ook. Wie dat ooit met eigen ogen heeft gezien, kan dat heel moeilijk vergeten en is hopelijk bevrijd van alle populistische neigingen ter zake. Dit gaat niet over u, voor alle duidelijkheid.
J'ai déjà répondu à la question concernant le statut d'artiste, monsieur De Smet. Le fait de dire que nous sommes un gouvernement de méfiance m'étonne, d'autant plus que c'est dit de la part d'un Bruxellois! Quand on connait la situation budgétaire à Bruxelles et celle du CPAS d'Anderlecht, il me semble que ce n'est pas la vérité.
Notre gouvernement n'est pas un gouvernement de méfiance mais se veut être un gouvernement de responsabilisation, et celle-ci est nécessaire si l'on tient compte de la réalité budgétaire à laquelle nous sommes confrontés.
Le prix pour obtenir la nationalité belge est de 1 000 euros et vous dites que ce prix est exorbitant. Je pense que l'inverse est vrai! Les 150 euros demandés par le passé étaient exorbitants quand on sait qu'au Royaume-Uni, le montant est quasiment de 2 000 euros tandis qu'aux Pays-Bas, il est de 1 091 euros. Si vous voulez mourir en tant qu'Hollandais, c'est encore plus cher! Nous sommes restés en dessous du niveau hollandais! C'est un minimum. Si pour devenir Hollandais, il faut payer 1 100 euros, on peut bien devenir Belge pour 1 000 euros! Cela me semble raisonnable.
Voorzitter:
Er resten ons nog een goede 20 minuten voor de replieken. Ik vraag dus om het bij korte replieken te houden, want de debatten zullen in de toekomst ongetwijfeld nog worden gevoerd met de vakministers wanneer de uiteindelijke teksten in het Parlement verschijnen. Ik stel dus twee minuten per fractie voor de replieken voor.
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, ik voel mij ongelooflijk dankbaar. Ik kwam hier met een open blik. Ik vond het paasakkoord fenomenaal en na zeer aandachtig luisteren, vooral naar alle oppositiepartijen, vind ik het nog fenomenaler. Na de repliek van de eerste minister, met uitzondering van het verhaal over de Hollandais , vind ik het nog fenomenaler. Onze fractie is dus alleszins enorm overtuigd.
Wat heb ik gehoord van de oppositie? PTB, Groen, Ecolo en de PS hebben heel veel kritiek op het feit dat het paasakkoord de tien plagen de wereld uit tracht te helpen, want het is allemaal onmenselijk, maar ik hoor geen enkel alternatief. Het betreft allemaal maatregelen om onze sociale zekerheid en ons systeem van herverdeling stand te doen houden. We zijn ook ontzettend fier dat we dat met de arizonacoalitie kunnen verwezenlijken. We zijn heel dicht bij de concretisering en de stemming ervan. Als u systemen die alleen hier nog bestaan, zoals de onbeperkte werkloosheidsuitkering in de tijd, nog voor de generatie van vandaag wilt behouden, dan maakt u de sociale zekerheid kapot en blaast u ze op voor de toekomstige generaties. Uw kritiek daarover overtuigt dus allerminst.
Andere partijen hadden het vooral over de effecten van hun beleid van de voorbije vijf jaar, met de verwoestende budgettaire koers, die gevaren werd – dank ook aan collega Bertrand om dat nog een keer op slides te tonen – en die wij nu aan het omkeren zijn. Ze hebben bovendien dan ook nog eens kritiek op het feit dat we 4 miljard euro op een bbp van 600 miljard euro investeren in defensie, in vrede. Mocht ik aan mijn overleden grootmoeder vertellen dat daar kritiek op komt, zou ze het niet geloven. Ze heeft de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog meegemaakt en zou zeggen dat dat budget om de vrede te bewaren, een badje is.
Francesca Van Belleghem:
Premier, tijdens de verkiezingen was het uw prioriteit om budgettair alles op orde te zetten, maar we hebben nog altijd geen budgettair kader gezien. Door eenmalige begrotingstrucs toe te passen, bevestigen jullie alleen maar dat jullie Vivaldi 2.0 zijn. Deze regering zorgt niet voor een structurele financiering van onder meer Defensie. Het enige structurele zijn nieuwe belastingen, zoals de vliegtaks en de meerwaardebelasting.
De zes kleine migratiemaatregelen in het paasakkoord zijn echte tjevenmaatregelen, echte vivaldimaatregelen. U zegt dat het kinderlijk is om naar de Europese Commissie te gaan en een asielstop en een gezinsherenigingsstop te onderhandelen. Vindt u Oostenrijk dan kinderlijk? Zij stoppen gezinshereniging met erkende asielzoekers tegen alle Europese richtlijnen in. Ze dwingen het af bij de EU. Vindt u Polen kinderlijk? Zij hebben een asielstop afgedwongen en de toestroom van asielzoekers in Polen is zelfs niet de helft zo hoog als hier. Als dat allemaal kinderlijk is, dan ben ik graag kinderlijk.
U zegt dat u deel uitmaakt van het clubje migratiekritische landen, maar u hinkt zwaar achterop, want Polen en Oostenrijk steken u vlot langs rechts voorbij. Uw crisismaatregelen hebben als doelstelling de categorie van asielzoekers die recht hebben op opvang te beperken. Maar asielzoekers zijn hier niet voor de asielopvang, ze zijn hier omdat illegalen niet teruggestuurd worden, ze zijn hier voor onze sociale woningen, ze zijn hier voor onze leeflonen zodra ze die verblijfstitel binnen hebben.
Uw vijgen-na-Pasen-akkoord bevat geen deftige maatregelen om die asielinstroom te doen dalen en om de terugkeer van illegalen te verhogen. Integendeel, u laat criminele illegalen na een derde van hun gevangenisstraf vrij, zonder dat u de druk verhoogt op derde landen om hun illegalen terug te nemen. Heel jammer.
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je ne manquerai évidemment pas d'interroger les ministres compétents.
Cet accord de Pâques, à travers la loi-programme, comprend des éléments forts que le MR a soutenus: des moyens en plus pour la sécurité, pour la Défense, la Justice, pour lutter contre la surpopulation carcérale; des militaires sur les sites sensibles, libérant 300 policiers. C'est aussi le chômage limité à deux ans, un milliard pour la compétitivité de nos entreprises, des éléments fiscaux intéressants, notamment pour les indépendants, et un durcissement des règles de migration.
Nous le soutenons pleinement et nous vous remercions pour votre intervention.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, merci pour les quelques éléments d'information que vous avez daigné nous donner.
Vous aviez annoncé la couleur. Vous aviez d'ores et déjà renvoyé vers les ministres compétents en commission, vers le budget qui devrait arriver un jour ou l'autre. On espère toujours. Cela recule de semaine en semaine. Je pense que ce sera effectivement le juge de paix.
Vous avez balayé d'un revers de la main les questions sur la crédibilité budgétaire de cet exercice, sur la trajectoire budgétaire, sur l'endroit où vous irez effectivement chercher l'argent. Comme on l'a dit, ce sera en toute grande majorité auprès de la classe moyenne, dans les poches de la classe moyenne, sur les comptes en banque de la classe moyenne, que vous irez chercher cet argent, qui s'inscrit dans un exercice qui ne tient pas la route d'un point de vue budgétaire.
Vous pouvez utiliser un argument d'autorité renversée en disant: "Mais comment le PS peut-il parler de crédibilité budgétaire?" Nous attendions mieux de vous, monsieur le premier ministre. Vous, non pas l'historien, mais l'ingénieur, l'homme de chiffres, l'homme de précision, de détails. Nous avons uniquement des éléments, des effets de manche. Vous êtes assez disert sur les éléments idéologiques qui vous tiennent à cœur, mais sur tout le reste, sur tous les détails, pas une seule réponse concrète.
Peut-être un point quand même. Sur le statut d'artiste, vous n'avez pas pu vous empêcher d'avoir une lecture communautaire. Chassez le nationaliste, il revient au galop! Et c'est le cas ici. Vous avez une lecture communautaire sur ce dossier, notamment sur la répartition du nombre de bénéficiaires du statut d'artiste. Il n'est pas anormal que dans un pays, la capitale, qui compte toute une série d'institutions culturelles importantes, voie le nombre de bénéficiaires de ce statut plus important que dans d'autres Régions. Cela n'a rien d'insupportable! Cela n'a rien de surprenant, monsieur le premier ministre du Royaume de Belgique! C'est effectivement une ville capitale qui vit, qui choie sa scène culturelle, ses secteurs culturels. Il n'est donc pas anormal qu'il y ait plus de bénéficiaires de ce statut.
Bart De Wever:
Il n'y a pas d'artiste à Anvers?
Pierre-Yves Dermagne:
Je n'ai pas dit cela.
Ayez une vision plus large. Vous n'êtes plus le bourgmestre de la belle Ville d'Anvers, monsieur le premier ministre. Vous êtes le premier ministre du Royaume de Belgique. Et, à ce titre, vous devez traiter les Flamands, les Bruxellois et les Wallons sur un même pied d'égalité.
Bart De Wever:
(…)
Pierre-Yves Dermagne:
Je ne vous ai pas interrompu tout à l'heure, monsieur le premier ministre. S'il vous plaît, laissez-moi terminer!
En ce qui concerne le statut d'artiste, votre ministre de l'Emploi a évoqué des abus. Cela transparaissait d'ailleurs très clairement à travers l'exposé des motifs et sa première mouture de la loi-programme qui a fuité dans la presse, avec effectivement uniquement un regard budgétaire qui partait du principe de mauvaise foi de la part de celles et ceux qui bénéficient de ce statut réformé.
Vous avez dit qu'il s'agissait d'une responsabilité des Régions, monsieur le premier ministre. Mais non, la réforme du statut d'artiste de 2022 a précisé que la disponibilité active, passive et adaptée était spécifique pour les travailleurs et les travailleuses du secteur des arts. Et, justement parce qu'on les considèrent comme travailleurs à part entière, quand ils bénéficient du statut, le Forem, le VDAB et Actiris ne doivent pas les considérer comme des chercheurs ou des demandeurs d'emploi. C'était un des éléments fondamentaux et centraux de la réforme.
Par vos propos, monsieur le premier ministre, qui confirment la crainte que nous avons et que les artistes ont par rapport au maintien du statut, vous évoquez effectivement une réforme de ce statut, un durcissement des règles et des conditions, faisant en sorte que celles et ceux qui bénéficient aujourd'hui de ce statut dont on doit être fiers seront demain menacés. Nous y reviendrons, monsieur le premier ministre.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, ik vind het wel interessant. U probeert gewoon om het hele debat weg te wuiven. Ideologisch bestond uw hele denkwijze op budgettair vlak in begrotingsdiscipline, begrotingsdiscipline en nog eens begrotingsdiscipline. Dat wordt nu volledig aan de kant geschoven in vijf minuten. Dat toont aan dat het ging om begrotingsdiscipline voor de gepensioneerden, de langdurig zieken, de openbare diensten. Als het echter om andere uitgaven, militaire uitgaven gaat, dan geldt er geen begrotingsdiscipline. Dat is gewoon waar. Dat is in vijf minuten politiek beslist. Het moet binnen de N-VA moeilijk zijn, omdat uw denkwijze de laatste jaren alleen maar focuste op het Duitse model en begrotingsdiscipline. Dat wordt volledig aan de kant geschoven, mijnheer Ronse. Op de vragen daarover wordt gewoon niet geantwoord.
Ten tweede, antwoordt u niet op de vragen over de pensioenmalus, mijnheer de eerste minister. In het regeerakkoord staat dat ziektedagen niet meetellen. Er zijn sancties. De minister van Pensioenen antwoordt het tegenovergestelde in de plenaire vergadering. Wat is het nu juist?
Troisièmement, monsieur le premier ministre, vous n'avez pas répondu à ma question sur les pensionnés. En Belgique, nous vivons déjà avec des pensions relativement faibles par rapport à la France, l'Allemagne et les Pays-Bas. Les pensionnés ont du mal à payer leur maison de repos. Et vous décidez – vous n'avez pas répondu à cette question – de postposer l'indexation des pensions de trois mois. Cela va coûter 68 euros à un pensionné qui reçoit 1 700 euros bruts, 68 euros que vous retirez des pensions!
Je m'y attendais de la part de la N-VA. Mais Les Engagés? Vous qui deviez être un parti qui allait faire du social, vous trouvez cela logique de viser une nouvelle fois les pensionnés? De postposer l'indexation des pensions? Cela vous amuse d'aller chercher l'argent chez les pensionnés? Pourquoi n'allez-vous pas le chercher chez les super riches? Pourquoi n'allez-vous pas chercher l'argent vers le haut pourquoi sont-ce une nouvelle fois les pensionnés qui doivent payer? Dans votre programme électoral, vous promettiez d'aider les pensionnés. Mensonge! Mensonge!
Le MR allait sauver les travailleurs, allait sauver le pouvoir d'achat. On ne retrouve rien de tout ça! J'ai demandé au premier ministre combien cette mesure allait rapporter et il n'a pas répondu, parce que vous êtes tous mal à l'aise à cet égard. Répondez! Combien cela va-t-il rapporter, monsieur le premier ministre? Eh bien voilà, cela ne répond pas! Je le dis, c'est parce que vous avez honte de toucher une nouvelle fois les pensionnés. C'est facile d'aller chercher l'argent chez ces gens-là, mais vous n'osez pas aller le chercher chez les gens qui ont des grands patrimoines, parce que vous n'avez aucun courage politique.
Aurore Tourneur:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour les précisions apportées à nos questions et votre calme face aux propos populistes.
Le droit au rebond représente une nouvelle philosophie de chômage, qui n'est plus seulement un filet de sécurité passif, mais aussi un outil actif de reconversion au service de l'épanouissement professionnel et du maintien en emplois. Nous continuerons de suivre la mise en œuvre de ce droit au rebond avec une attention particulière, car nous croyons profondément en son potentiel – j'ai entendu que d'autres collègues de l'opposition y croyaient aussi, et cela me fait très plaisir – pour renforcer le bien-être au travail, encourager les transitions professionnelles choisies et soutenir une sécurité sociale durable et moderne.
Quant au suivi des demandes légitimes des magistrats, nous serons aussi présents pour veiller à ce qu'une véritable concertation sociale soit menée et que la réforme, certes nécessaire, ne se fasse jamais au prix d'un affaiblissement de notre É tat de droit.
Comme toujours, nous serons au rendez-vous pour faire vivre les ambitions de l'accord de gouvernement dans l'esprit constructif de dialogue, de vigilance, de cohérence et de responsabilité qui nous anime.
Brent Meuleman:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw toelichting. Ik zal het korter houden. De collega’s van de PS hebben hun spreektijd verdubbeld. Ik zal de mijne halveren.
Voor Vooruit is het heel belangrijk dat wij met het paasakkoord investeren in zorg en opleiding, dat wij de pensioenen van de mensen beschermen, dat wij de fiscale fraude aanpakken en dat wij zorgen voor een volwaardige sociale bescherming voor de kunstenaars.
Mijnheer de voorzitter, voor het overige verwijs ik naar mijn eerdere uiteenzetting.
Voorzitter:
Ik dank u. De heer Demon is ook al vertrokken. Dat bespaart ons ook al twee minuten.
Wij komen nu bij de replieken van Ecolo-Groen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, vous le dites vous-même: un milliard pour les entreprises afin de stimuler leur compétitivité. Si ce n'est pas un cadeau, alors je ne sais pas ce qu'il faut aux entreprises pour qu'on puisse parler de cadeau!
Par ailleurs, j'ai très bien compris où vous vouliez en venir. Votre projet est d'acculer les gens pour qu'ils acceptent n'importe quel boulot à n'importe quel prix. C'est le projet de l'Arizona. En revanche, ce qui est vrai c'est que les matières sociales sont extrêmement techniques. Vous faites de l'enfumage et jouez sur l'incapacité des gens à comprendre à quelle sauce ils vont être mangés pour avancer à un rythme effréné dans vos réformes. Laissez-moi vous dire que nous ne vous laisserons pas faire et que nous continuerons à mettre en exergue les mesures antisociales que vous êtes en train de prendre au détriment des plus fragiles et en faisant des cadeaux aux plus riches.
Vous nous dites que vous voulez responsabiliser tous les acteurs, mais il en est un que vous oubliez: ce sont justement les employeurs. Vous prétendez que toute la chaîne va s'activer pour contrôler. Mais à quel moment vous tracassez-vous du bien-être au travail et du travail qui rend malade? Vos mesures vont amplifier les maladies, avec la flexibilisation, l'appauvrissement, l'insécurité de l'emploi, le travail de nuit et le travail dominical. Monsieur le premier ministre, ce sont des conditions de travail qui rendent malade et qui constituent une véritable bombe à retardement pour notre système.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, u was absoluut niet duidelijk over de budgetten, maar u was wel heel duidelijk over de pensioenen van de parlementsleden. U hebt verklaard dat als die wetgeving voor iedereen wordt gewijzigd, het logisch is dat die wijzigingen ook worden doorgevoerd voor de parlementsleden. Dat is helder. Is dat uw persoonlijk standpunt of het standpunt van de meerderheid? Dat is niet duidelijk.
Bart De Wever:
Mijnheer Van Hecke, het Parlement is autonoom.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de eerste minister, dat is juist, maar ik sprak over de meerderheidspartijen.
Ten slotte was u over Euroclear ook helder. U geeft toe dat uw budget niet sluitend is, want als er een vredesakkoord zou komen in 2026, 2027 of 2028, kampt u met een budgettair probleem. U geeft ook aan dat u dan nieuwe budgettaire maatregelen zult moeten nemen. Zelfs als u de inkomsten vijf jaar lang op 1,2 à 1,3 miljard euro zou kunnen houden – meer dan 6 miljard euro – zult u dat niveau van inkomsten niet kunnen aanhouden, want de intresten zijn aan het dalen. De conclusie is nog altijd dat uw regering een paasakkoord aflevert met een 'fenomenaal' gat in de begroting, mijnheer Ronse. Dat zal binnen enkele maanden en jaren blijken.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, ik vrees dat president Trump ook al een invloed heeft op ons land en ons beleid, want feiten zijn blijkbaar minder van belang. Ik zal u drie feiten geven. Het gaat niet over mij, maar over de feiten. Ten eerste, ik heb één begroting opgesteld als staatssecretaris voor Begroting. Dat was de begroting voor 2024. Ik ben op zoek gegaan naar een extra budget van 3 miljard euro. Ik heb een extra structurele inspanning gedaan. Ik had meer willen doen en we zaten op dezelfde golflengte op dat vlak, maar de coalitie liet dat niet toe. Het resultaat was dat we in 2024 op 2,7 % zijn geland voor entiteit 1. Dat is een feit. Uw ambitie is om tegen het einde van de legislatuur minder dan 3 % voor entiteit 1 te halen. Als dat uw ambitie is, dan moet u of uw minister van Begroting zich vragen stellen.
Ik geef u een tweede feit. Met voormalig minister van Defensie Vandeput zaten we op 0,9 % voor defensie-uitgaven, het laagste niveau ooit. U bent vergeten dat u zelf een minister van Defensie hebt geleverd.
Dan kom ik aan het derde feit. U hebt niet geantwoord op de vragen die u lastig vindt. Het gaat dan over de 2,2 miljard, die put in uw eigen tabel, over de 770 miljoen euro, over de 2 miljard van uw paasakkoord. U kunt achteruit blijven kijken en u zult dat nog een tijdje doen, maar dit zijn uw eigen gaten. U bent uw eigen gaten aan het creëren in de begroting, mijnheer De Wever. Dat is een feit.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw eerlijke antwoorden maar u bent één zaak uit de weg gegaan, namelijk het feit van de illegale criminelen die vervroegd vrijkomen op beslissing van de administratie na een derde van hun straf. Dat doet de leuze "het strengste migratiebeleid ooit" wel een beetje als een holle slogan klinken, als ik mij dat mag permitteren.
Ik vraag mij dan af of u dat niet gezien hebt. Heeft uw kabinet dat niet gezien? Kwatongen beweren dat u de minister van Justitie hebt laten staan op de binnenkoer van de Wetstraat. Misschien moet u haar nog eens in de ogen kijken en daarover een gesprek voeren met haar. Die maatregel is namelijk gevaarlijk. Ik herhaal dat.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, s'agissant du statut d'artiste, je n'ai pas dit qu'il n'y avait aucun abus. J'ai dit que le système protégeait déjà énormément contre les abus et la preuve en est que le seul exemple d'abus sorti de la bouche de votre ministre de l'Emploi était au minimum fantaisiste – l'histoire du barman dans le théâtre. Pour le reste, une information pour vous: l'activation est certes régionale mais sauf erreur, la politique de sanction revient toujours à l'ONEM. À moins que l'Arizona ait régionalisé l'ONEM sans nous le dire, ce que je ne pense pas, le fédéral reste compétent pour ce qui concerne les abus. Il n'est pas anormal de trouver 50 % des artistes vivant à Bruxelles vu l'importance de la vie culturelle. Même si vous l'avez dit sous l'angle de l'humour, il est douteux de vouloir installer un rapport permanent entre Bruxelles et la fraude. Cette musique ne sonne pas. En ce qui concerne les F-35, il y a des pays qui combinent l'achat de F-35 avec d'autres appareils tels que des Rafale. La Grèce le fait! Je ne vois pas pourquoi vous êtes condamnés à réinvestir dans des F-35. Enfin, s'agissant de la taxe à 1 000 euros, je suis ravi d'entendre que vous voulez rester belge puisque cela coûtera 91 euros de moins que de mourir en Hollandais. Parfait, c'est une information. Mais l'argument de dire qu'on le fait parce que d'autres le font ne tient pas. La vraie réponse est que vous souhaitez décourager le plus d'étrangers possible de rejoindre notre communauté nationale. Autant l'accès à la nationalité doit être rationalisé par des arguments de parcours d'intégration et de maîtrise de langue, autant le fait de diviser l'accès entre les plus riches et les plus pauvres est vraiment dommage. C'est un message réducteur. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.59 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 59.
De politieke gevangenen in Cuba
Cuba en de lijst van landen die terrorisme steunen
De rol van België in het faciliëren van geldtransfers naar Cuba
België, Cuba, mensenrechten en internationale sancties
Gesteld door
VB
Ellen Samyn
PTB-PVDA
Nabil Boukili
PTB-PVDA
Nabil Boukili
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België bevestigt ernstige zorgen over mensenrechtenschendingen in Cuba, waaronder 1.148 politieke gevangenen (nov. 2024), marteling, medische verwaarlozing en onderdrukking van opposanten, maar ontkent kennis van geblokkeerde gevangenisuitkeringen. Het land kritiseert Cuba bilateraal en via de EU (o.a. in de jaarlijkse mensenrechtendialoog) en verwerpt het Amerikaanse embargo als contraproductief, terwijl het alternatieve betalingssystemen steunt om de humanitaire impact te verzachten. Cubaanse diaspora en NGO’s (Prisoners Defenders, HRW) benadrukken systematische repressie, maar België houdt vast aan constructieve dialoog met Havana. Boukili linkt het embargo aan Amerikaanse hypocrisie (vs. wapenleveringen aan Israël) en pleit voor EU-actie tegen de ‘terrorisme-listing’, die de Cubaanse economie verstikt.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, naar verluidt telt Cuba sinds 11 juli 2021 meer dan 1.800 politieke gevangenen, waaronder activisten, opposanten van het regime, kunstenaars en journalisten. Er wordt melding gemaakt dat een aanzienlijk deel van hen wordt gemarteld in de gevangenis. Zo zouden 650 gevangenen lijden aan medische aandoeningen die veroorzaakt en/of verergerd zijn door mishandeling in de gevangenis.
Mijnheer de minister, ik heb een aantal vragen voor u.
Naar verluidt zouden gevangenen in Cuba recht hebben op een gevangenisuitkering, maar deze wordt systematisch geweigerd aan politieke gevangenen. Klopt deze informatie? Hebt u informatie over onderdrukking van opposanten van het regime door de Cubaanse autoriteiten?
Hebt u informatie over martelingen, mensonwaardige omstandigheden en het niet of onvoldoende toedienen van medicatie aan politieke gevangenen in Cubaanse gevangenissen?
Zijn de schendingen van mensenrechten door de Cubaanse autoriteiten besproken op internationaal niveau? Zo ja, welk standpunt werd er ingenomen door de Belgische regering?
Hebt u hierover contact gehad met uw Cubaanse ambtgenoot of met de Cubaanse ambassadeur? Wat was de inhoud van de gesprekken?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, dans ses derniers jours en tant que président des États-Unis, Joe Biden a annoncé le retrait de Cuba de la liste des "États soutenant le terrorisme" du Département d’État américain, annulant ainsi la décision de Donald Trump qui avait inscrit Cuba sur cette liste en 2021. On connaît tous les positions de M. Trump qui ne sont pas toujours mesurées. Pourtant, dès son premier jour en fonction, le nouveau président américain a immédiatement rétabli cette désignation, revenant sur la mesure prise par son prédécesseur moins d’une semaine auparavant.
L'objectif de cette désignation est clair: durcir la répression économique contre Cuba, augmenter les sanctions et l'isolement économique du pays qui dure depuis plus de 58 ans pénalisant davantage les familles cubaines. Elle s'ajoute à un ensemble de sanctions unilatérales sur une île déjà soumise à un blocus meurtrier qui a conduit à de multiples crises humanitaires. En plus de son impact direct, cette désignation a des effets indirects graves, ostracisant Cuba du commerce mondial et entraînant des pénuries de biens essentiels.
Chaque année, tous les pays votent une résolution destinée à lever complètement ce blocus meurtrier. Tous? Non, pas les USA et Israël! Ces deux pays s'y sont encore opposés en octobre de l'année dernière contre la volonté de 187 pays.
Dans ce contexte, nous souhaiterions poser les questions suivantes: la Belgique envisage-t-elle d’agir au sein de l’Union européenne pour présenter un front uni contre cette désignation et plaider pour son retrait, en soulignant les effets dévastateurs de cette politique sur les familles cubaines et la population civile en général? Car, monsieur le ministre, ces sanctions économiques extraterritoriales imposées par les USA ont un impact considérable sur les relations commerciales et financières entre l'Europe et certains pays ciblés tels que Cuba.
Ces restrictions limitent notamment les possibilités de transfert de fonds vers ces pays y compris par des ressortissants vivant en Europe ce qui aggrave l'isolement économique de leur famille restée sur place. En réaction, certaines initiatives européennes ont vu le jour comme INSTEX, un mécanisme de troc destiné à faciliter les échanges commerciaux sans passer par le dollar ou le système bancaire américain.
Dans ce contexte géopolitique complexe, la Belgique, en tant que membre actif de l'UE, pourrait jouer un rôle important. Quelles mesures pourrait-elle soutenir pour faciliter la mise en place de systèmes de paiement alternatifs comme INSTEX afin de contourner les restrictions imposées par les USA et permettre, entre autres, l'envoi de fonds des ressortissants cubains vivant en Belgique vers Cuba réduisant ainsi les conséquences de l'isolement économique désastreux?
Maxime Prévot:
Mevrouw de voorzitster, mevrouw Samyn, ik deel uw bezorgdheden omtrent de situatie van de gevangenen in de Cubaanse gevangenissen. Zoals u weet, verspreiden de Cubaanse autoriteiten geen informatie hieromtrent. Dat leidt ertoe dat mijn diensten voor indicatieve gegevens aangewezen zijn op het werk van lokale organisaties.
Volgens het recentste rapport van de ngo Prisoners Defenders werden er in november 2024 nog 1.148 politieke gevangenen vastgehouden in Cubaanse gevangenissen. Via mijn diensten op het hoofdbestuur en onze ambassade ter plaatse, volgen wij de situatie nauwgezet op. Mijn diensten zijn niet op de hoogte van de gevangenisuitkering waarnaar u refereert.
De mensenrechtensituatie in Cuba baart ons zorgen, net daarom is het belangrijk om met de autoriteiten in gesprek te blijven. België stelt zich constructief, maar kritisch op in onze contacten, zowel tijdens bilaterale gesprekken met Cuba als in multilaterale fora, waarbij we systematisch het belang benadrukken van het waarborgen van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat.
Ik herinner eraan dat ons land tijdens het laatste universele periodiek onderzoek van Cuba in Genève in 2023 vier aanbevelingen heeft geformuleerd over de vrijwaring van het recht op vrije meningsuiting en vreedzame bijeenkomst, de verdere inperking van de vrijheid van meningsuiting, de bescherming van journalisten en het geweld tegen vrouwen in het land. De Cubaanse autoriteiten hebben alleen de vierde en laatste aanbeveling aanvaard.
België is ook actief op Europees niveau. Onze actie past binnen het optreden van de Europese Unie en ons land dringt er bij de EU op aan om onze bezorgdheid over de mensenrechten onder de aandacht van de Cubaanse autoriteiten te brengen, met name via de jaarlijkse mensenrechtendialoog. De laatste vond plaats op 23 en 24 november 2024 in Havana. In 2025 zal deze opnieuw plaatsvinden.
Monsieur Boukili, notre pays avait salué la brève suppression par l'administration Biden du placement de Cuba sur la liste des pays parrainant le terrorisme et regrette la décision de l'administration Trump de revenir en arrière.
En effet, la position de la Belgique sur l'embargo américain et la présence de Cuba sur la liste des sponsors du terrorisme est claire et identique à celle de l'Union européenne. Les effets extraterritoriaux des sanctions unilatérales sont contreproductifs, contraires au droit international et constituent un risque majeur pour les investissements européens. Ils sanctionnent les entreprises belges et européennes qui coopèrent avec Cuba sur la base de leurs intérêts économiques basés aux É tats-Unis. Nous exprimons d'ailleurs régulièrement cette opinion lors de nos discussions avec les É tats-Unis à Bruxelles, Washington, New York ou Genève.
La Belgique ainsi que tous les autres É tats membres de l'Union européenne et la quasi-totalité des membres de l'ONU s'opposent également au blocus économique de Cuba et le condamnent officiellement chaque année au sein de l'Assemblée générale des Nations Unies en votant pour la résolution annuelle sur la nécessité de lever le blocus économique, commercial et financier imposé à Cuba par les É tats-Unis d'Amérique. Pour faire face aux différentes sanctions économiques imposées par les É tats-Unis, les autorités cubaines ont élaboré plusieurs systèmes de financement alternatifs tandis que la population cubaine fonctionne majoritairement par l'intermédiaire de circuits financiers parallèles et de tiers pour transférer des fonds à Cuba.
Enfin, il n'existe pas en Belgique de restriction particulière sur l'obtention de visas spécifiques aux citoyens cubains. Le nombre élevé de refus de visa – essentiellement à but touristique – est le résultat de statistiques élevées de citoyens cubains qui demandent l'asile une fois arrivés à destination. Votre question relève néanmoins de la compétence de la ministre chargée de l'Asile et la Migration.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw bezorgdheid.
Ik krijg wekelijks mails van mensen uit de Cubaanse diaspora die hun bezorgdheid over de situatie in Cuba uiten en de repressie van het Cubaanse regime tegen opposanten. U hebt zelf verwezen naar het rapport van Prisoners Defenders en het rapport van Human Rights Watch. Die organisaties rapporteren over de aanhoudende mensenrechtenschendingen in Cuba, met name tegen politieke gevangenen en activisten. In de rapporten ziet men een patroon van willekeurige arrestaties en oneerlijke processen, de slechte gevangenisomstandigheden, repressie van vreedzame opposanten van het regime en een trend van systematische onderdrukking in Cuba.
Uit uw antwoord verneem ik dat u in gesprek bent met de Cubaanse autoriteiten en dat u zich daarbij constructief, doch kritisch opstelt. Dat stemt me tevreden. Ik reken op uw blijvende engagement om de Cubaanse autoriteiten op de vingers te tikken en bij hen het belang van de mensrechten te blijven aankaarten. Alvast bedankt daarvoor.
Nabil Boukili:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses claires et précises, qui confirment la position de la Belgique dans les instances internationales, ainsi que l'absurdité de la politique américaine, surtout la position de M. Trump contre le peuple cubain. Je rappelle que ce blocus est meurtrier, qu'il empêche Cuba d'avancer, d'évoluer. S'il était appliqué chez nous, nous ne tiendrions pas 48 heures et notre économie serait à genoux. Je tiens ici à exprimer tout mon soutien et ma solidarité avec le peuple cubain dans sa lutte contre ce blocus, depuis plus de 58 ans. Je voudrais surtout rappeler que cette politique agressive américaine contre le peuple cubain n'est pas du tout motivée par les soi-disant défenses des libertés ou des droits de l'homme. C'est de la foutaise, parce que ce même pays qui impose le blocus contre le peuple cubain envoie plus de 20 milliards d'armes à l'État d'Israël, qui massacre le peuple palestinien. Si les motivations sont la défense des droits humains et du droit international, les États-Unis se trompent complètement de cible et ces sanctions devraient être appliquées à un pays responsable de génocide et pas à un peuple qui lutte pour sa liberté depuis plus de 50 ans.
De overbevolking in de gevangenissen en de samenwerking met Kosovo
Het huren of bouwen van gevangenissen in het buitenland (Kosovo)
Gevangenisoverbevolking en buitenlandse detentieoplossingen met Kosovo
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België onderzoekt twee pistes om gevangenisoverbevolking (17,5% overbezet, 203 grondslapers) aan te pakken: versnelde uitzetting van illegale gedetineerden naar gesloten centra (uitbreiding met 900 plaatsen gepland) en gevangeniscapaciteit in het buitenland (o.a. Kosovo, naar Deens model), maar concrete akkoorden ontbreken nog. Mensenrechten (EVRM, non-refoulement) zijn voorwaarde, met individuele beoordeling per zaak, en juridische haalbaarheid wordt onderzocht—Denemarken toont aan dat realisatie jaren kan duren (eerste overbrengingen pas in 2027). Doelstelling: maandelijkse uitzetting verhogen van 120 naar 170 personen via versnelde tussenstaatse overbrengingen, samenwerking met landen als Marokko, en wetgevend kader blijft ongewijzigd. Noodmaatregelen (extra capaciteit, langer openhouden bestaande gevangenissen) liggen ter advies bij de Raad van State, met spoedige parlementaire behandeling voorzien.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de ingediende vraag.
U onderzoekt momenteel met uw collega Minister van Asiel en Migratie twee belangrijke pistes om de overbevolking in de Belgische gevangenissen aan te pakken. De eerste optie betreft het doorschuiven van illegale gevangenen naar gesloten centra van de Dienst Vreemdelingenzaken, met als doel hen sneller uit te wijzen naar hun land van herkomst. De tweede piste richt zich op het creëren van gevangeniscapaciteit voor sans-papiers in het buitenland, waar veroordeelde gedetineerden zonder verblijfsrecht hun straf kunnen uitzitten.
Vragen aan de Minister van Justitie;
1 Hoe waarborgt u de mensenrechten van gedetineerden die worden doorgeschoven naar gesloten centra en in het buitenland?
2. Wat zijn de specifieke criteria en procedures voor het terugsturen van illegale gevangenen naar hun land van herkomst, is hier aanpassing van wetgeving nodig
3 Welke concrete stappen worden er ondernomen om de capaciteit van de gesloten centra uit te breiden, en hoe snel kunt u deze uitbreiding van circa 900 plaatsen realiseren?
4. Wat is de verwachte tijdlijn voor het realiseren van de samenwerking met buitenlandse gevangenissen, zoals die in Kosovo, en welke garanties heeft u dat deze plannen haalbaar zijn? Denemarken is hier al jaren mee bezig en volgens ingewijden is hier geen plaats meer?
5. De algemene overbevolking zit momenteel aan 17,5 % (+3,1% , sinds het aantreden van de nieuwe federale regering ). Het aantal grondslapers is 203 ( + 37 ). Welk plan van noodmaatregelen is er in de maak ?
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, in een poging tot het aanpakken van de problematiek van de overbevolking in onze gevangenissen staat in het regeerakkoord dat de regering zal proberen om overeenkomsten met andere Europese rechtsstaten te sluiten om daar gevangenissen te bouwen of te huren. Als we de media mogen geloven, kijkt u onder meer naar Kosovo om daarover een akkoord te sluiten.
Ons land zal niet het eerste land zijn dat dit doet. Denemarken heeft in 2021 een gelijkaardig akkoord gesloten. Wij weten dat dit in de praktijk niet echt een succes is. Het plan stuit hier op kritiek, maar ook in Kosovo zelf, waar men ook met overbevolking kampt. Ook daar komt er kritiek op de vraag of met dit plan van ons land de mensenrechten niet onder druk komen te staan.
Mevrouw de minister, ik kreeg hierover graag een toelichting. Met welke landen wordt er heden onderhandeld om daar gevangenissen te bouwen of te huren? Wat is de stand van zaken van deze onderhandelingen? Op welke manier denkt u resultaten te kunnen boeken? Denkt u dat het realistisch is om binnen deze legislatuur nog een gevangenis in het buitenland gebouwd te krijgen? Voor zover Kosovo tot deze landen zou behoren, wat is uw antwoord op de kritiek van bepaalde groeperingen dat de mensenrechten van de gevangenen daar al onder druk zouden staan? Hoeveel financiële middelen zullen er voorzien worden om dit te kunnen realiseren?
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega’s. Over jullie vragen over het huren of bouwen van gevangenissen in het buitenland kan ik alvast meedelen dat zoals in het regeerakkoord voorzien is, we overeenkomsten trachten te sluiten met andere Europese rechtsstaten met betrekking tot het huren, kopen of bouwen van gevangeniscapaciteit in het buitenland, waar veroordeelde gedetineerden zonder verblijfsrecht in ons land hun straf kunnen uitzitten, om dan bij voorkeur ook van daaruit te kunnen worden uitgewezen naar hun land van herkomst.
Samen met de ministers van Asiel en Migratie en van Buitenlandse Zaken knopen we hiervoor onderhandelingen aan met één of meerdere Europese rechtsstaten, zoals overigens andere Europese landen ons dat hebben voorgedaan. De eerste diplomatieke contacten werden al gelegd, maar er zijn op dit moment nog geen formele onderhandelingen lopende met één of meerdere landen.
Er is wel een juridische analyse opgestart om de haalbaarheid van een dergelijke samenwerkingsvorm te onderzoeken. Die analyse vormt uiteraard de noodzakelijke eerste stap, waarna eventuele concrete stappen gezet kunnen worden. Binnen die analyse kijken we onder meer naar het juridische kader, het waarborgen van de mensenrechten en de praktische uitvoerbaarheid. De optie Kosovo, waar Denemarken eerder al een samenwerking mee opstartte, wordt ter zake mee onderzocht. Er is op dit moment evenwel geen sprake van een formeel akkoord of van onderhandelingen.
Alle opties worden getoetst aan de fundamentele vereisten van de rechtsstaat. Dat betekent dat er enkel samenwerking zal zijn met landen die aantoonbare garanties bieden inzake het respect voor de rechten van gedetineerden. Op korte termijn plan ik ook zendingen naar een aantal landen die hiervoor mogelijk in aanmerking komen.
Ik ben mij ervan bewust dat er bezorgdheden zijn geuit over de mensenrechten en die nemen we uiteraard ernstig. Het spreekt echter voor zich dat onze toekomstige overeenkomsten als basisvoorwaarde zullen hebben dat de detentie op een menswaardige en degelijke manier moet verlopen en ook in overeenstemming moet zijn met het EVRM, de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en met andere internationale mensenrechtenverplichtingen.
Mevrouw Dillen, u vroeg of het realistisch is om binnen deze legislatuur nog een gevangenis te bouwen of te huren in het buitenland. Het is wel degelijk de bedoeling om binnen deze legislatuur nog een concreet project op te starten. We zijn ons uiteraard bewust van de complexiteit van dit dossier en gaan daarom stapsgewijs te werk met een grondige juridische en diplomatieke voorbereiding.
Ik wil u ook alleen meegeven dat Denemarken, dat ook die ambitie zal realiseren, reeds vele jaren bezig is met een gelijkaardig project en dat pas in 2027 de eerste gedetineerden vanuit Denemarken zullen worden overgebracht.
Mijnheer Yzermans, wat betreft uw vraag over de mensenrechten van gedetineerden die eventueel zouden worden overgebracht naar deze buitenlandse gevangenissen, wil ik nogmaals benadrukken dat dit een fundamentele toetssteen is die binnen elke piste onderzocht wordt. Het zal noodzakelijk zijn om een systeem te overwegen waarbij elke zaak individueel wordt beoordeeld, met respect voor de proportionaliteit en de persoonlijke situatie van de betrokkene, inclusief zijn privé- en familieleven, overeenkomstig artikel 8 van het EVRM.
Voor personen die internationale bescherming hebben aangevraagd, zouden bijkomende waarborgen moeten worden bestudeerd, in het bijzonder betreffende het non-refoulementprincipe. Niemand mag worden teruggestuurd naar een land waar hij een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM, in lijn met de vaste rechtspraak van het Europees Hof. Ten slotte zal ook worden bekeken welke vormen van toezicht en monitoring eventueel zouden kunnen worden ingesteld.
Daarnaast wil ik graag ingaan op uw vraag aangaande de procedure voor het terugsturen van illegale gevangenen. We staan in nauw overleg met de partners verantwoordelijk voor de aanpak van het aantal gedetineerden zonder recht op verblijf in onze gevangenissen. Dat is voor mij, maar ook voor de hele regering een duidelijke prioriteit. Zoals ik al zei, werd er daartoe een taskforce opgericht waarin onder meer wordt bekeken hoe we meer en snellere tussenstaatse overbrengingen kunnen uitvoeren.
U vroeg ook naar de criteria en de procedures voor het terugsturen. Dat kan onder drie vormen. De eerste is de tussenstaatse overbrenging van een veroordeelde persoon, wat inhoudt dat een gedetineerde met een andere nationaliteit dan die van het land waar hij definitief veroordeeld is tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel fysiek naar zijn of haar land van herkomst wordt overgebracht om aldaar de straf die werd opgelegd in het land verder uit te zitten. Het betreft in dat geval dus in feite een overdracht van straf.
Een tweede vorm is de verwijdering of uitzetting. Daar gaat het om een in principe vrij persoon zonder verblijfsrecht, die wordt gedwongen om terug te keren naar zijn of haar land van herkomst. Dat gebeurt altijd op basis van een bevel tot het verlaten van het grondgebied, dat wordt uitgevaardigd door de Dienst Vreemdelingenzaken.
Ten slotte kan het gebeuren door de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied als strafuitvoeringsmodaliteit. Dit wordt toegekend door de rechter of de strafuitvoeringsrechtbank. Dat betekent concreet dat een veroordeelde voor het einde van zijn of haar straf in vrijheid wordt gesteld onder bepaalde voorwaarden en het land dient te verlaten. De betrokkene krijgt voorwaarden die moeten worden nageleefd voor een bepaalde periode, maar omdat de betrokkene geen verblijfsrecht heeft in België, zal de persoon de proeftijd dus in een ander land moeten ondergaan.
U vroeg ook nog naar de noodzaak van aanpassingen van het wetgevend kader. De actuele situatie vereist geen aanpassingen aan de vigerende Belgische en Europese wetgeving of verdragen. We willen wel prioritair en maximaal inzetten op een terugkeer van gedetineerden naar hun land van herkomst.
We trachten de terugkeer naar Europese landen of landen met terugkeerovereenkomsten, zoals Marokko, waarmee al goed wordt samengewerkt, nog verder te verhogen. Voor alle andere landen zullen bilaterale contacten moeten worden uitgerold om de besluitvorming en de doorstroming te verbeteren. We zullen uiteraard ook streven naar duurzame samenwerkingsverbanden.
Het is de collectieve ambitie van deze regering om binnenkort in plaats van 120 mensen per maand maandelijks 170 mensen te kunnen terugsturen. Daarvoor is nauwe samenwerking nodig met de collega's van onder meer Asiel en Migratie, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken.
U vroeg ook naar de andere inspanningen om de overbevolking aan te pakken. Uw vraag werd ingediend voor het bereiken van het paasakkoord. Ik vermoed dat u inmiddels op de hoogte bent van de concrete plannen, onder meer met betrekking tot bijkomende capaciteit, maar ook inzake het langer openhouden van bestaande capaciteit.
Het voorontwerp van wet dat die capaciteitsproblemen wil aanpakken, werd in eerste lezing goedgekeurd in de ministerraad en ligt momenteel voor advies voor bij de Raad van State. Ik hoop dit na een tweede lezing zo snel mogelijk ook met u in het Parlement te kunnen bespreken.
Alain Yzermans:
Dank u wel.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. U doet heel veel aankondigingen. Het zal u niet verwonderen dat we dit dossier heel nauwgezet zullen opvolgen.
De verspreiding van een videoboodschap door een jihadist vanuit de gevangenis
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt dat een jihadistische video uit een Belgische gevangenis afkomstig is, maar benadrukt dat deze door een bezoeker (niet de gedetineerde) werd opgenomen tijdens een toegelaten videogesprek. Smartphones zijn verboden, maar controles en sancties (zoals beperkt bezoekrecht) worden verstrekt, terwijl de veiligheidsdiensten de extremistische inhoud onderzoeken in kader van de Strategie T.E.R. Van Rooy kaart het brede probleem van islamisering in gevangenissen aan, wijzend op de oververtegenwoordiging van moslims in criminaliteit en terrorisme en de link tussen criminaliteit (gerichte "kafir"-haat) en jihadfinanciering, met de eis om harder op te treden tegen dergelijke propaganda.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, in een video die online wordt verspreid, is te zien hoe een jihadist een islamitische boodschap verspreidt vanuit een gevangenis in België. Blijkbaar werd de video, die is gericht aan moslims, opgenomen en via sociale media verspreid tijdens de ramadan. Ik heb de link naar de video toegevoegd. De video is, zoals u kunt zien, ondertiteld en op de achtergrond klinkt islamitisch gezang.
Kunt u bevestigen dat die video inderdaad in een Belgische gevangenis werd opgenomen en zo ja, in welke gevangenis?
Hoe verklaart u dat gedetineerden in onze gevangenissen blijkbaar zonder problemen via smartphones video's kunnen opnemen en verspreiden via sociale media?
Loopt er een onderzoek naar dat specifieke incident? Welke sancties kunnen desgevallend worden opgelegd?
Wat wordt er ondernomen om dat soort van islamitische propaganda vanuit onze gevangenissen tegen te gaan?
Annelies Verlinden:
Collega Van Rooy, ik begrijp dat het gaat om een toegelaten videogesprek tussen een gedetineerde in een Belgische gevangenis en een bezoeker. Het zou de bezoeker zijn die het gesprek opnam.
Het bezit van smartphones in de gevangenis is voor gedetineerden niet toegelaten, maar vormt inderdaad een probleem. We willen daarvoor de nodige maatregelen nemen en er worden ook in alle gevangenissen regelmatig sweepings uitgevoerd en ook specifieke zoekingen gedaan. In dit geval gaat het, op basis van de informatie waarover ik beschik, evenwel niet om een opname via een smartphone van een gedetineerde zelf.
Er kan een tuchtsanctie worden opgelegd of een ordemaatregel worden genomen lastens de gedetineerde, waarbij de toegang tot het videobezoek wordt ingeperkt. De manier waarop gedetineerden communiceren met de buitenwereld is gebonden aan voorschriften. Boodschappen op deze manier verspreiden is niet toegestaan.
De inhoud van de boodschap werd voorgelegd aan de veiligheidspartners in het kader van de Strategie Extremisme en Terrorisme (Strategie T.E.R.). De bevoegde diensten zullen over het vervolg van deze zaken en dit incident beslissen.
Sam Van Rooy:
Dank u voor de opheldering, mevrouw de minister. Ja, ik trek het breder, dat weet u. De islamisering van gevangenissen is een fenomeen in heel West-Europa, in België en zeker ook in onze buurlanden Duitsland, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Moslims zijn immers sterk oververtegenwoordigd in de criminaliteit en het terrorisme en dus in onze gevangenissen. Criminaliteit en jihadistisch terrorisme zijn ook vaak met elkaar verbonden. De criminaliteit, die uiteraard bewust gericht is tegen de niet-moslim, de kafir, dient dan om islamitische terreuraanslagen te financieren. Islamitische video’s opnemen en verspreiden vanuit de gevangenis is een onderdeel van die islamisering. Wees dus keihard, mevrouw de minister, en zorg ervoor dat dit onmogelijk wordt. Voorzitster: Kristien Van Vaerenbergh Présidente: Kristien Van Vaerenbergh
De incidenten aan gevangenissen in Frankrijk
De aanvallen op gevangenissen in Frankrijk en het verband met België
Gevangenisincidenten en -aanvallen in Frankrijk en België
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na gecoördineerde aanvallen op Franse gevangenissen (brandstichting, schietpartijen, drugscriminaliteit en mogelijke extremistische betrokkenheid) drongen parlementsleden aan op versterkte veiligheidsmaatregelen in Belgische gevangenissen. Minister Verlinden kondigde psychologische ondersteuning voor personeel, extra veiligheidscellen, gsm-jammers, drones en IT-speurhonden aan om criminaliteit en agressie tegen cipiers te bestrijden, maar ontweek concrete grensoverschrijdende samenwerking met Frankrijk, verwijzend naar lopende gerechtelijke geheimhouding. Kritiek bleef op het ontbreken van een taskforce tegen drugsnetwerken en duidelijke afstemming met Frankrijk, ondanks vergelijkbare dreigingen. De focus ligt op technologische en infrastructurele opwaardering, maar de link met drugscriminaliteit en extremisme blijft onduidelijk en onderbelicht.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, als het regent in Parijs, druppelt het in Brussel of waar dan ook. Het is wat ongezien dat er in de nachten van zondag 13 tot en met dinsdag 15 april negen gecoördineerde aanvallen zijn geweest op gevangenissen in Frankrijk. Uiteraard wordt de zaak nog onderzocht. Voertuigen werden in brand gestoken, er werd geschoten met oorlogswapens, er was vandalisme en er werd graffiti aangebracht.
De Franse minister van Justitie meent op voorhand te kunnen stellen dat er misschien enig verband mag worden gelegd met de verhoogde strijd tegen drugscriminaliteit. Opmerkelijk is dat er blijkbaar ook penitentiaire voertuigen al dan niet bewust zijn beklad met de inscriptie 'DDPF' (rechten van of voor Franse gevangenen), een soort van anticomité. De situatie roept vragen en bezorgdheden op die wij ook kennen. De vraag is wat de kip was en wat het ei. De voorbije maanden zijn wij geconfronteerd met zware problemen.
Wat zijn, ten eerste, de maatregelen om de veiligheid van onze gevangenissen te waarborgen? Zijn er lessen getrokken of te trekken uit de escalatie in Frankrijk? Wat zijn de resultaten van het overleg met de vakbonden de voorbije weken en maanden rond veiligheid en beveiliging van ons personeel? Welke extra, anticiperende beschermingsmaatregelen zijn genomen?
Ten slotte kan men leren door overleg en informatie-uitwisseling. Hebt u op dat vlak met uw Franse ambtgenoot contact opgenomen of hebben de diensten dat gedaan?
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar de schriftelijk ingediende vraag.
Mevrouw de minister, in Frankrijk zijn verschillende gevangenissen aangevallen. In Toulon heeft een gewelddadige aanval plaatsgevonden waarbij de gevangenis werd beschoten met zware wapens vanuit een wagen. Ook andere gevangenissen waren het doelwit van aanvallen. Op andere plaatsen in de nabijheid van gevangenissen zijn auto's in brand gestoken en werden cipiers bedreigd. Andere voertuigen van cipiers zijn gevandaliseerd met anarchistische slogans. “Het gaat duidelijk om terroristische aanvallen", stelt de Franse Minister van Justitie. De link met extreem links wordt er onderzocht gezien het aanbrengen van anarchistische slogans. Maar vooral de link met het drugsmilieu krijgt aandacht van de Franse speurders gezien ook in Frankrijk er een verhoogde aandacht is voor de aanpak van drugcriminaliteit. Ook in Frankrijk wordt blijkbaar meer en meer duidelijk dat drugcriminelen hun activiteiten vanuit de gevangenissen verderzetten.
De drugscriminaliteit in Frankrijk is volledig vergelijkbaar met deze criminaliteit in ons land. Heeft de Minister kennis van druggerelateerde dossiers waar er ook een verband is met druggerelateerde dossiers in Frankrijk? Zijn er gezien de situatie in Frankrijk initiatieven genomen om dit bij hoogdringendheid te onderzoeken?
Heeft de Minister een initiatief genomen om meer informatie op te vragen betreffende deze feiten bij de Franse Minister van Justitie? Dit in het bijzonder betreffende mogelijke verbanden met drugsdossiers die in ons land gekend zijn? Zo ja, wat zijn de resultaten?
Annelies Verlinden:
Collega’s, het gevangenispersoneel en in het bijzonder de bewakingsagenten worden helaas regelmatig geconfronteerd met agressie. De problematiek van incidenten zowel binnen als buiten de gevangenissen neemt toe. We worden geconfronteerd met een nieuwe realiteit. Wij stellen daarbij alles in het werk om een gepaste reactie te bieden en de slachtoffers van dergelijke gebeurtenissen te ondersteunen.
Als eerste initiatief werd het project Psychologische Hulp ingevoerd. De sociale dienst neemt daarbij contact op met het slachtoffer om een luisterend oor te bieden en praktische informatie te geven over het beschikbare aanbod van psychologische ondersteuning. Daarnaast wordt ook psychologische hulp via een externe partner aangeboden. Medewerkers kunnen tot tien sessies krijgen via die externe partners. Medewerkers ontvangen binnen een termijn van drie werkdagen opvolging.
Wegens de toename van geweld en bedreigingen tegen het personeel, ook in de privésfeer, worden concrete en onmiddellijke maatregelen getroffen om hun veiligheid te garanderen, maar ook om nieuwe incidenten te voorkomen. Wij zullen zo werk maken van meer veiligheid in de detentie-infrastructuur door het voorzien in beveiligde cellen voor de meest agressieve gedetineerden. De bedoeling is het aantal veiligheidscellen jaar na jaar te laten toenemen. In eerste instantie wordt het aantal veiligheidscellen beperkt tot 45 om hun impact op het leef- en werkklimaat in de rest van de afdelingen te beperken.
Om de veiligheid binnen de gevangenismuren te verbeteren, maar ook om de strijd tegen de criminaliteit binnen de gevangenismuren te intensifiëren, zal materiaal worden aangekocht om gerichtere controles uit te voeren op de aanwezigheid van gsm-toestellen, tracers en drones. Er zullen ook bijkomende IT-speurhonden bij de Directie hondensteun van de federale politie worden opgeleid, waardoor wij die honden, net als drugshonden, meer zullen kunnen inzetten in de gevangenissen. Ook zullen toestellen worden aangekocht die signalen van gsm-toestellen kunnen jammen. Uiteraard blijven wij in samenwerking met de politie ook inzetten op sweepings en controles.
Het project drone-in-a-box zal nader worden getest en uitgebreid. Het moet zorgen voor een betere beveiliging in de onmiddellijke omgeving van de gevangenis door de inzet van drones, onder meer rond de personeelsparkings. Evident zal ook worden voorzien in de opleiding van personeel, zodat zij met de nieuwe technologieën en middelen aan de slag kunnen gaan. Wij zullen ook de traceerbaarheid van gevangenismedewerkers inperken door de zichtbare persoonsinformatie op identificatiebadges aan te passen.
Tot slot wordt een specifiek budget vrijgemaakt om die maatregelen uit te voeren. De genoemde initiatieven maken ook onderwerp uit van het sociaal overleg. In dat verband heb ik de vakbonden twee weken geleden nog gesproken.
Hoewel de incidenten waarnaar u verwijst zich buiten onze landsgrens hebben voorgedaan, volgen wij de situatie uiteraard op de voet op in samenwerking met onze veiligheidspartners. Zoals steeds bij een incident in het buitenland heeft het Crisiscentrum onmiddellijk contact opgenomen met alle betrokken partners om de impact op ons land te evalueren. Onlangs heeft zich inderdaad een aantal incidenten en bedreigingen voorgedaan ten aanzien van penitentiair personeel. Daarbij heeft het Crisiscentrum al veiligheidsmaatregelen genomen in samenwerking met alle betrokken partners. Elk nieuw incident wordt opgevolgd en geanalyseerd met het oog op het bepalen van passende veiligheidsmaatregelen, om zo de slachtoffers en het penitentiair systeem te beschermen.
Mevrouw Dillen, de feiten die zich hebben voorgedaan in Frankrijk zijn inderdaad bijzonder verontrustend. Het komt uiteraard de Franse gerechtelijke overheden toe om die tot op de bodem te onderzoeken en ook de redenen ervan te achterhalen. Over het algemeen stellen we vast dat het moeilijk is om duidelijke verbanden te leggen tussen handelingen tegen die gevoelige locaties en bepaalde criminele organisaties. Men mag dus geen overhaaste conclusies trekken en we moeten vertrouwen hebben in het werk van onze veiligheidsdiensten.
Door het uitgesproken grensoverschrijdend karakter van criminaliteit moeten we inderdaad bijzondere aandacht hebben voor eventuele linken tussen criminele organisaties in Frankrijk en in België. Veel gemeenschappelijke gerechtelijke dossiers hebben in het verleden aangetoond dat de samenwerking efficiënt verloopt. U zult willen begrijpen dat als er gezamenlijke gerechtelijke dossiers zijn, de geheimhouding daaromtrent en de noodzaak om het optimaal slagen van operaties in dat kader te garanderen, me vandaag beletten om daarover uitspraken te doen.
Alain Yzermans:
Dank u wel voor de antwoorden, mevrouw de minister. Een veilige maatschappij vraagt veilige instellingen, zeker bij instellingen als de gevangenissen, die ons moeten beschermen. Het personeel moet in alle omstandigheden op een veilige manier kunnen werken. Het is belangrijk dat er maatregelen worden aangekondigd inzake infrastructurele en technologische inspanningen en, wat betreft de slachtoffers, de begeleiding van het gevangenispersoneel en de cipiers.
Ik heb een paar weken geleden nog eens opgeworpen om na te denken over een soort taskforce om de drugsnetwerken en de relaties tussen gevangenen daarin verder te onderzoeken, want die leiden meestal tot extern geweld en geweld in de privésfeer. De link naar drugscriminaliteit bevindt zich altijd in de omgeving.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag of u een initiatief hebt genomen om meer concrete informatie op te vragen bij uw collega. Ik begrijp dat u niet over een dossier wilt spreken, mevrouw de minister. Dat is geen enkel probleem. We weten echter allemaal dat de drugscriminaliteit in Frankrijk vergelijkbaar is met de drugscriminaliteit in ons land. De Franse minister van Justitie heeft onmiddellijk gesproken over een terroristische aanval. Hier in ons land, mevrouw de minister, weten we met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat veel van de aanvallen tegen cipiers, zowel in het professionele leven als in de privésfeer, te maken hebben met drugscriminaliteit. In Frankrijk werd echter ook onmiddellijk de link gelegd met extreemlinks gezien er anarchistische slogans werden aangebracht. Dat wordt verder onderzocht. We kunnen alleen hopen, mevrouw de minister, dat ook dat aspect niet naar ons land overwaait, want we hebben al genoeg zorgen met de criminaliteit vanuit het drugsmilieu.
De tijdbom onder het gevangenissysteem
De aankondiging v.d. magistraten om 4.000 veroordeelden naar de overbevolkte gevangenissen te sturen
De reactie van het gevangeniswezen op de protestactie van het openbaar ministerie
Het protest bij de magistratuur
De problemen bij Justitie
Overbevolking en spanningen in het Belgische gevangenis- en justitiesysteem
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangeniscrisis en magistratuurprotesten tegen pensioenhervormingen domineren de discussie: minister Verlinden kondigt noodmaatregelen aan (elektronisch toezicht, voorlopige invrijheidsstelling voor straffen <3 jaar, uitzonderingen voor gewelds- en zedendelinquenten) om de overbevolking (60%!) en 4.000 wachtende gevangenen te managen, maar benadrukt dat structurele oplossingen (nieuwe gevangenissen, digitalisering, terugkeer illegalen) tijd en extra middelen vragen—die deels uit het paasakkoord komen, maar onvoldoende zijn volgens oppositie. De magistraten, woedend over koopkrachtverlies (tot 40%) door pensioenaanpassingen, blokkeerden massaal strafuitvoeringen, wat de crisis verergert; Verlinden pleit voor dialoog en wijst op de noodzaak van gerechtelijke hervormingen, maar erkent dat de werkdruk en capaciteitstekorten (personeel, infrastructuur) acute risico’s vormen voor veiligheid en rechtsstaat. Critici (o.a. Van Quickenborne, Dillen) wijten de chaos aan decennialang falend beleid (onder beide regeringskleuren), met name onderfinanciering, uitgestelde infrastructuur (slechts 2 van 15 beloofde detentiehuizen geopend) en tegenstrijdige migratiebeleid (vroegtijdige vrijlating illegalen). Verlinden ontkent niet de erfenis, maar hamert op realisme: zonder samenwerking tussen justitie, politiek en sociale partners dreigt instorting—met stakingen, straffeloosheid en onveilige gevangenissen als direct gevolg. Kern: Korte-termijnpatches (tijdelijke opschorting straffen, taskforces) moeten langetermijnplannen (capaciteit, digitalisering, pensioenakkoord) overbruggen, maar politieke polarisatie en middelengebrek blijven de grootste obstakels.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, het dossier met betrekking tot de gevangenissen, dat dagelijks evolueert, vormt een tikkende tijdbom en daar gooide de magistratuur vorig weekend met haar vrij merkwaardige uitspraken uitspraken nog een bovenop. Hoe zult u de kwestie met de 4.000 wachtenden aanpakken? Wat denkt u over de reactie daarop?
Anderzijds begrijp ik zeer goed dat de overbelasting en de druk op alle gerechtssystemen vanuit alle hoeken wordt aangekaart. Daarbij uit men zijn frustratie niet alleen over de fameuze pensioenhervorming, maar ook over de financiële druk.
Hoe wilt u die tijdbom ontmijnen? Wat zult u doen met de 4.000 veroordeelden?
Wij kijken uit naar de concrete uitwerking van het paasakkoord om de overbevolking aan te pakken.
Voorzitter: Ismaël Nuino.
Président: Ismaël Nuino.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, het openbaar ministerie is zeer snel in actie gekomen tegen de beslissing in het paasakkoord om in de pensioenen van de magistraten en het gerechtspersoneel te snijden. De magistraten vrezen immers voor een koopkrachtverlies tot wel 40 % , zo blijkt uit hun berichten. Het heeft daarom de drastische en ongeziene beslissing genomen om de maatregelen tegen de overbevolking naast zich te leggen en 4.000 criminelen op de wachtlijst van de overbevolkte gevangenissen in één beweging naar de cel te sturen. Volgens procureur-generaal Van Leeuw zouden de gevangenisbriefjes al de deur uit zijn. Dat is toch wel heel duidelijk een bom op het gevangenissysteem, want er is geen plaats.
Die actie van de magistraten hypothekeert het hele gevangeniswezen en zal zeker het penitentiair personeel treffen, die vandaag al worden geconfronteerd met overvolle gevangenissen en alle hieraan gekoppelde problemen, zoals agressie van gedetineerde grondslapers. Ik heb begrepen dat zij onmiddellijk het signaal van het openbaar ministerie van antwoord hebben gediend en de gedetineerden die zich al hebben aangemeld, weer naar huis hebben gestuurd.
Mevrouw de minister, kunt u hierover meer toelichting geven? Wat is de stand van zaken betreffende de aankondiging van het openbaar ministerie? Vond over de actie voorafgaandelijk overleg plaats? Zo ja, wat waren de resultaten? Zo neen, zult u zelf initiatieven ter zake nemen?
Hoeveel gevangenisbriefjes werden inmiddels al verzonden, met een overzicht per gevangenis? Als u daarop vandaag nog geen antwoord kunt geven, zal ik een schriftelijke vraag indienen.
Wat zult u doen om een antwoord te bieden op die toch wel drastische actie van de magistraten? U hebt vandaag al een aantal keren gezegd dat er in het paasakkoord ook initiatieven zijn genomen om de overbevolking van de gevangenis uit de wereld te helpen, maar we moeten realistisch zijn: de aangekondigde maatregelen zijn zeker nog niet voor morgen.
De actie is een tijdbom onder het gevangeniswezen. Uit de media heb ik begrepen dat de gevangenisdirecteurs alle veroordeelden die zich aanmelden, naar huis stuurt. Indien dat niet gebeurt, moet u maatregelen nemen om de al bijzonder zware werkdruk op het penitentiair personeel te verminderen.
Vincent Van Quickenborne:
Mevrouw de minister, het protest bij de magistraten is redelijk ongezien, maar het doet me denken aan de periode toen ik minister van Pensioenen was, in 2011 en 2012. Toen beslisten wij om voor magistraten de tantième, de loopbaanbreuk, te verhogen van 1/30ste naar 1/48ste. Toen had ik ook een ontmoeting met de voorzitters van de Raad van State, het Hof van Cassatie en het Grondwettelijk Hof. Ik raadde hen toen stellig af om publiek actie te voeren, omdat die actie waarschijnlijk als een boemerang in hun gezicht zou terugkeren.
Deze keer heeft men anders gereageerd en is men wel publiek gegaan. Ik heb deels begrip voor de magistraten als ze verwijzen naar de aanvallen die de voorbije jaren zijn gelanceerd op de magistratuur, onder meer vanuit de politiek. Er waren met name de verwijten dat magistraten wereldvreemd zouden zijn en bepaalde politici hebben zich laatdunkend uitgelaten over gerechtelijke uitspraken.
Echter, de methode die ze hier hanteren roept natuurlijk vragen op. Ik heb twee sets vragen voor u, over de magistraten en over het gevangeniswezen.
Gisteren hebt u een ontmoeting gehad met de magistraten. Wat is het resultaat daarvan?
De magistratuur kondigde eventuele verdere acties aan als ze niet tevreden waren met de uitkomst van het overleg van gisteren. De vraag is: gaan die acties door of hebt u hen intussen kunnen geruststellen?
Het openbaar ministerie klaagt aan dat er geen overleg is geweest om tot de huidige maatregelen te komen. Bent u van plan daar verandering in te brengen en hen te betrekken bij de ingrepen die een invloed kunnen hebben op hun pensioen en loopbaan?
Klopt het dat gepensioneerde magistraten 30 tot 40 % van hun koopkracht zullen verliezen?
Het gevangeniswezen wordt intussen ongewild geconfronteerd met een onhoudbare positie. Wat is uw reactie op de uitspraak van het gevangeniswezen dat men zich genoodzaakt ziet 4.000 veroordeelden terug naar huis te sturen, ondanks een gerechtelijk bevel om zich aan te melden?
Welke richtlijnen of instructies hebt u gegeven aan gevangenisdirecteurs om met die situatie om te gaan? Wat moeten ze zeggen tegen mensen die zich aanbieden?
Wat zijn de gevolgen voor het gevangenispersoneel, dat zich nu letterlijk tussen twee vuren bevindt? Wordt het personeel voldoende juridisch en praktisch ondersteund?
Hoe tracht u te bemiddelen tussen het openbaar ministerie en het gevangeniswezen?
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik trap een open deur in wanneer ik zeg dat Justitie zich vandaag in bijzonder zwaar weer bevindt. Er is de overbevolking in de gevangenissen, er is de personeelsuitval bij cipiers, die volgende week ook zullen staken, en er zijn protesterende magistraten en onbetaalde facturen. Ik kan zo nog even doorgaan.
In de media hebt u verwezen naar de enorme puinhoop die u van uw voorgangers hebt geërfd. Ik zal dat ook niet betwisten, mevrouw de minister. Er waren wel middelen, namelijk meer dan 2 miljard, maar als men nu ziet wat er allemaal aan de hand is en gebeurt, vraag ik me toch af wat er met dat geld allemaal gebeurd is, behalve heel wat aankondigingen. Ik geef een paar voorbeelden. Er werden 15 detentiehuizen gepland, maar er zijn er slechts 2 geopend, en er zitten meer dan 3.000 illegale veroordeelden in de gevangenissen.
Mevrouw de minister, vorige week werd u in de krant een aanzet tot straffeloosheid verweten. Als we dan weten dat onder diezelfde voorgangers veroordeelden met een gevangenisstraf tot vijf jaar zich niet meer moesten aanmelden – wat u dus hebt teruggeschroefd –, vind ik dat toch allemaal maar kras.
Het feit is dat u nu de taak en de zware opdracht hebt om minister van Justitie te zijn en uiteindelijk die puinhoop op te ruimen. We moeten daarvoor binnen Arizona de verantwoordelijkheid opnemen. Ik heb dus een aantal vragen voor u, mevrouw de minister.
Er is een paasakkoord. Kunt u kort toelichten wat het paasakkoord zal betekenen voor Justitie? Welke middelen worden voorzien en waaraan zult u deze prioritair besteden?
Hebt u inmiddels ook overleg kunnen plegen met de parketmagistraten, die de stock van 4.000 veroordeelden in één keer naar de gevangenis wil sturen? Wat was daarvan het resultaat?
Welke pistes zult u nog verder hanteren om te proberen de illegale gedetineerden uit onze cellen te krijgen en elders hun straf te laten uitzitten? Kunt u garanderen dat die niet zomaar in de natuur zullen verdwijnen?
Dan heb ik nog een vraag over een gevangenis in het buitenland. Wat zijn daarvoor uw plannen, hoe ziet u dat en wat is uw timing?
Ten slotte heb ik ook begrepen dat u een audit zou willen uitvoeren over het beleid van uw voorgangers, mevrouw de minister. Kunt u dat toelichten en werden daartoe reeds voorbereidingen getroffen?
Annelies Verlinden:
Dank u wel voor uw zeer actuele vragen, collega’s. Ik heb al gezegd dat een veilige samenleving een prioriteit, een speerpunt is. Daarom is het mijn absolute wil en ambitie om de afspraken uit te voeren die we in het regeerakkoord gemaakt hebben voor een betere Justitie als belangrijke schakel in de veiligheidsketen. Om die reden heb ik van bij mijn aantreden onmiddellijk gewerkt aan een zeer noodzakelijke correcte strafuitvoering. Op die manier wil ik een oplossing zoeken voor de prangende overbevolking, die allicht nog groter is dan ingeschat werd tijdens de onderhandelingen. Daarnaast wil ik zo ook de stelselmatige straffeloosheid wegwerken.
Bij mijn aantreden werd duidelijk dat gevangenisstraffen tot vijf jaar niet werden uitgevoerd. Mensen werden dus niet opgeroepen om naar de gevangenis te gaan door de overbevolking op dat moment. Daarnaast werd er ook verlengd penitentiair verlof uitgesproken omdat er geen plaats was in de gevangenis, ook niet voor langgestraften.
Om dat allemaal te kunnen veranderen zijn er bijkomende middelen nodig om die verschillende structurele werven op te starten waardoor Justitie belangrijke stappen voorwaarts kan zetten. Alles hangt met elkaar samen. Een betere strafuitvoering hangt samen met een versterking van de rechterlijke orde van de magistratuur, hangt samen met een betere digitalisering, hangt samen met goede afspraken met partners in de regering en daarbuiten, met de deelstaten, maar ook met het buitenland. Als we de bijkomende middelen niet evenwichtig inzetten op elk van deze schakels, zullen we Justitie niet kunnen verbeteren.
Ik ben dan ook blij dat we met het paasakkoord overeenstemming hebben gevonden over verschillende maatregelen en dat we dit jaar meer bijkomende middelen voor Justitie krijgen. Zo werd met het paasakkoord onder meer beslist dat iedere veroordeelde, ook die met een gevangenisstraf tot drie jaar, zich opnieuw zal moeten aanmelden in de gevangenis. Dat was niet de situatie die ik aantrof toen ik begon op 3 februari.
Om dat mogelijk te maken en tegelijk op de extreme overbevolking vandaag in te grijpen, wordt er ingezet op elektronisch toezicht en op de voorlopige invrijheidsstelling van gedetineerden met een gevangenisstraf tot drie jaar. Dat systeem kenden we voor de inwerkingtreding van de wet betreffende de externe rechtspositie, die tot de huidige overbevolking aanleiding heeft gegeven.
Het voorontwerp van wet ligt momenteel voor advies bij de Raad van State. Ik hoop dat we het ontwerp spoedig in de commissie kunnen bespreken, omdat een snelle goedkeuring ervan de straffeloosheid tegengaat door de uitvoering van ondertussen meer dan 4.000 gevangenisstraffen, waarvoor veroordeelden vandaag niet worden opgeroepen.
Ondertussen heb ik samen met de ministers bevoegd voor asiel en migratie, buitenlandse zaken, binnenlandse zaken en volksgezondheid taskforces opgericht, die de verschillende werven om de overbevolking tegen te gaan, Iedereen moet nu eenmaal zijn steentje bijdragen, want er is geen magische oplossing om de problematiek aan te pakken en op korte termijn de capaciteit te verhogen.
We willen uiteraard ook dat er meer gedetineerden in onwettig verblijf naar hun land van herkomst terugkeren. Voorts is het cruciaal dat we in aangepaste plaatsen voor geïnterneerden voorzien. Er zijn vandaag meer dan duizend geïnterneerden in onze gevangenissen en die krijgen niet de gepaste zorg, waardoor we de ellende en de onveiligheid alleen maar vergroten. Het is dus goed dat ik de regering ervan kon overtuigen om bijkomende middelen uit te trekken voor een justitie die steeds complexer wordt.
Dat brengt mij bij uw vragen over het protest van de magistratuur inzake de pensioenhervormingsplannen. Het is een duidelijke keuze van de arizonaregering – dit hebben we al herhaaldelijk besproken in het Parlement – om de levensstandaard van onze kinderen en kleinkinderen te blijven beschermen. Daarvoor is een inspanning van iedereen noodzakelijk, die bovendien rechtvaardig is verdeeld. Ook de magistratuur begrijpt dat. Uiteraard heb ik begrip voor de bezorgdheden van de magistratuur, onder andere over de aantrekkelijkheid van het beroep van magistraat. Maar de aantrekkelijkheid heeft niet alleen te maken met het pensioen, maar ook met de werkomstandigheden.
Dat de regering hervormingen onder andere aan de pensioenen wil doorzetten, is precies omdat we willen kunnen blijven investeren in de kerntaken van de overheid, waaronder uiteraard veiligheid en justitie, en omdat wij ervoor willen zorgen dat ook toekomstige generaties een pensioen kunnen genieten. Dat betekent dat we de koopkracht moeten beschermen en blijven inzetten op een samenleving waar rechten en plichten gelden, omwille van de veiligheid. Ik ben er namelijk van overtuigd dat, als we niet investeren in justitie, de factuur ons op andere manieren zal worden gepresenteerd.
Omdat ik de bezorgdheid begrijp en tegelijkertijd de inspanningen onderschrijf die de regering moet leveren, zal ik blijvend in overleg treden met alle betrokkenen. Ik heb de magistratuur, zowel het college van de zetel als het openbaar ministerie, al vaak gesproken en dus gisterenavond naar aanleiding van de aankondiging van de acties opnieuw, nadat ik eerder met minister Jambon had gesproken. Ik heb dat zelf als een constructief gesprek ervaren, waarbij tal van hun bezorgdheden zijn besproken, onder andere de aantrekkelijkheid van de loopbaan van magistraat. Ook veel andere sectoren worstelen ermee om de juiste mensen met de juiste expertise en kwaliteiten te vinden. Ik heb alvast bij de vertegenwoordigers van de magistraten mijn ambitie herhaald om justitie te versterken en in te zetten op elke schakel van de keten.
Kortom, de extra middelen die we kunnen vrijmaken, komen niet alleen het gevangeniswezen ten goede; we zullen die ook inzetten om de rechterlijke orde, dus het openbaar ministerie en de rechtbanken en de hoven, te versterken en aantrekkelijker te maken. Het staat me voor dat we op de ingeslagen weg van dialoog en overleg verder moeten en alzo een zo realistisch en geloofwaardig mogelijke antwoord op de bezorgdheden en vraagstukken bieden met respect voor alle justitieactoren. Het is mijn overtuiging dat we goed moeten samenwerken, de maatregelen op mekaar afstemmen en de juiste evenwichten zoeken. Daar zal ik als minister van Justitie zoveel mogelijk op inzetten.
De druk op het gevangeniswezen is bijzonder groot. Bij elke actie moeten we dus oog hebben voor de evenwichten: in een al overvolle gevangenis kunnen niet nog meer gedetineerden worden opgesloten. Dan vraagt men alleen maar om meer onveiligheid en mee problemen. Intussen heb ik de maatregelen ter wegwerking van de overbevolking, die ik van mijn voorganger had geërfd en wegens capaciteitstekort moest verlengen, nog eenmaal verlengd tot 7 juni 2025, tot wanneer de noodwet die wij hier in de commissie en in plenaire vergadering zullen bespreken, in werking treedt. Anderzijds heb ik beslist om de opschorting van aanvang van gevangenisstraffen tussen de drie en de vijf jaar ongedaan te maken en die te beperken tot gevangenisstraffen tot drie jaar, waarmee ik probeer de straffeloosheid toch deels in te perken.
Let wel dat sommige veroordeelden met straffen tot drie jaar zich toch in de gevangenis moeten aanbieden en hun straf uitzitten. Het gaat dan om gedetineerden die al voor andere feiten zijn opgesloten en om veroordeelden wegens zware geweldmisdrijven, intrafamiliaal geweld, zedenmisdrijven en terroristische misdrijven en veroordeelden in wiens dossier er concrete aanwijzingen zijn dat hij of zij een onmiddellijk gevaar kan betekenen voor de veiligheid van de slachtoffers of van de maatschappij. Het klopt dus zeker niet dat alle veroordelingen tot drie jaar worden opgeschort.
Kortom, collega’s, ondanks de actie van de magistraten van het openbaar ministerie blijft de instructie tot 7 juni 2025 van toepassing. Ze wordt ook opgevolgd.
Ten slotte, mijnheer Van Quickenborne, voor de meer technisch-financiële vragen over de impact van de hervorming van de pensioenen, specifiek van die van de magistraten, en de daarmee samenhangende precieze berekeningen, verwijs ik u door naar collega-minister Jambon.
Uit de communicatie heb ik begrepen dat de minister van Pensioenen de berekeningen die door de magistraten waren voorgehouden, zal toetsen om na te gaan of men hetzelfde begrip heeft omtrent de impact van de aangekondigde hervorming.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. We appreciëren dat u dit dossier aanpakt en een aantal oplossingen formuleert om in een uitzichtloze situatie een houvast te krijgen.
Het is belangrijk dat we dit ondersteunen. Het gaat niet om een overbevolking van 17 %. Wanneer men de recente cijfers optelt met de verlengde penitentiaire verloven en de 4.000 mensen die op de wachtlijst staan, dan ziet men dat het gaat om een overbevolking van 60 %. Dat is extreem hoog.
Ik weet dat de globale oplossing ligt in een totaalaanpak en dat u weet waaraan u begint. U moet de instructies bijsturen in de strafrechtketen op het vlak van de termijnen en een fijnmazig net creëren met alle actoren en partners. Verder moet u ook op infrastructureel vlak kijken of er extra capaciteit kan bijkomen en moet u de begeleiding van de gevangenen bekijken om het aspect van de overbevolking ten gronde aan te pakken.
Alles heeft te maken met middelen en ik denk dat we ook met een beperking van middelen kunnen bekijken hoe we dit samen kunnen oplossen. Vooruit steunt u daarin. Wij pleiten voor een veilige samenleving. De staat van de gevangenissen is een graadmeter van hoe wij omgaan met mensen. Dit moet streng waar het kan, maar ook op een juiste manier, zodat we het personeel gemotiveerd kunnen houden en de cipiers in alle opzichten ondersteunen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. Ik denk dat iedereen hier in de commissie, over alle partijgrenzen heen, erkent dat Justitie op dit ogenblik door zeer zwaar weer gaat. Er zijn talrijke problemen op diverse fronten, getuige alleen al een aantal vragen over diverse materies die vandaag aan bod gekomen zijn.
Het is bijzonder belangrijk om bijkomende middelen te krijgen, mevrouw de minister, om, zoals u zegt, nieuwe werven op te starten. Dat zijn de woorden die u daarnet in uw antwoord hebt gebruikt. Het zal echter niet alleen gaan over het opstarten van nieuwe werven. U mag niet naïef zijn. Wat u krijgt, zal zelfs absoluut onvoldoende zijn om de huidige structurele problemen in de diverse domeinen op te lossen.
U stelt terecht dat het belangrijk is te investeren in een van de grote kerntaken van de overheid, namelijk veiligheid en justitie, en u hebt de ambitie om Justitie te versterken, waarbij u ook volledig terecht aandacht zult besteden aan de rechtelijke orde. Dat is immers absoluut nodig. Vandaag zijn er op heel veel plaatsen al veel magistraten te kort, waardoor de werkdruk van de werkende magistraten aanzienlijk is toegenomen. Veel magistraten denken er zelfs aan om te stoppen.
Naar aanleiding van het wetsontwerp over de beslissingen die genomen zijn in het fameuze paasakkoord dat u spoedig in de commissie behandeld wenst te zien, zullen we daar zeer uitvoerig van gedachten over kunnen wisselen.
Het moet me echter wel van het hart dat het heel gemakkelijk is om verwijten te formuleren aan het adres van uw voorgangers. Ik zeg niet dat u met modder gooit – dat zou te straf uitgedrukt zijn – maar de laatste tijd komen er toch wel heel veel verwijten met de boodschap dat zij een enorme puinhoop hebben achtergelaten.
Mevrouw de minister, u moet ook eerlijk zijn. De problemen van bijvoorbeeld de overbevolking slepen al decennialang aan. Ik ben in 1991 een eerste keer in dit Parlement beland. Dat is al heel lang geleden. Toen al waren er overbevolkte gevangenissen, toen al was dat een van de grote problemen binnen Justitie.
Ondertussen hebben veel ministers van Justitie elkaar afgelost, maar ook verschillende ministers van uw partij, mevrouw de minister, dragen daarin een belangrijke verantwoordelijkheid. Nog in een relatief recent verleden, in de voorlaatste legislatuur, was onze sympathieke oud-collega Geens minister van Justitie, een sympathieke collega van uw partij die ook bevoegd was voor Justitie. Ik kan nog een aantal andere namen noemen, maar dat zou mij te ver drijven. Het heeft dus geen enkele zin om alleen uw voorganger te beschuldigen. Het betreft een probleem dat zich al jaren, al decennialang stelt en we moeten allemaal samen zoeken naar een structurele oplossing.
Vincent Van Quickenborne:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Justitie is waarschijnlijk een van de moeilijkste departementen in de Wetstraat. Het is goed om zich daarvan bewust te zijn.
U hebt niets gezegd over de fameuze audit. Het is veelzeggend dat u daar niets over zegt. Ik ben het niet vaak eens met het Vlaams Belang, maar de verklaring van mevrouw Dillen daarnet zijn juist, want de erfenis die men van de voorganger bij Justitie krijgt, is nooit een aangename erfenis. Toen ik minister van Justitie werd en ik voormalig minister Geens mocht opvolgen, had de helft van de magistraten geen computer en de andere helft een computer met het besturingsprogramma Office 7, dat twee jaar voordien uit werking is genomen. Ik heb toen geen audit gevraagd of verwijten gemaakt. Men moet ervoor zorgen dat justitie voldoende aandacht en voldoende middelen krijgt.
Een vorige spreker verklaart dat er 2 miljard euro extra voor justitie is vrijgemaakt de voorbije legislatuur. Dat is juist en met dat geld is ook veel gebeurd. Er zijn met die middelen twee nieuwe gevangenissen geopend, namelijk in Haren en Dendermonde. Het gaat om 1.200 extra plaatsen. Met die middelen is het personeel van de Staatsveiligheid verdubbeld, is een nieuw strafwetboek opgesteld, is nieuw seksueel strafrecht tot stand gekomen, is in zorgcentra in alle provincies voorzien, zijn extra magistraten en personeel aangeworven en is er gedigitaliseerd. Wanneer ik u hoor antwoorden op een vraag van een collega van de meerderheid dat maar zes digitaliseringsprojecten al 100 miljoen euro aan terugverdieneffecten hebben opgeleverd, dan is dat dankzij die middelen. Wil dat zeggen dat we u de mooiste erfenis hebben nagelaten? Absoluut niet. Wil dat zeggen dat justitie eenvoudig is? Absoluut niet.
Het is alleszins opvallend dat de arizonaregering in minder extra middelen voorziet voor justitie dan de vorige regering. Dat is de realiteit. U hebt in het paasakkoord extra middelen verkregen. Dat blijken middelen te zijn waarin later in de legislatuur was voorzien, maar die naar voren zijn geschoven. De vraag is of dat voldoende zal zijn. U wilt bijvoorbeeld gebruikmaken van mobiele cellen, waarin wij met de vorige regering hebben voorzien. Het raamcontract werd in december 2024 goedgekeurd, maar voor de bouw van 1.000 mobiele cellen is 400 tot 500 miljoen euro nodig en die hebt u niet.
Ik heb er ook alle begrip voor dat u in deze moeilijke omstandigheden noodmaatregelen neemt. Maar het zijn maatregelen die de vorige regering niet heeft willen nemen, onder andere de maatregel die erin bestaat om criminele illegalen die niet naar hun land van herkomst teruggestuurd kunnen worden, automatisch na een derde van hun straf vrij te laten met een bevel om het grondgebied te verlaten. Dat staat in schril contrast met de belofte van het strengste migratiebeleid ooit. Het is trouwens een ronduit gevaarlijke beslissing, want die mensen verdwijnen in de natuur. Doordat ze illegaal zijn, zullen ze waarschijnlijk weer in de criminaliteit verzeild geraken. Het kan gaan om illegale criminelen die wegens diefstallen met geweld tot drie jaar gevangenisstraf werden veroordeeld. De arizonaregering laat hen dus na een derde van de straf automatisch vrij, terwijl ze niet naar hun land van herkomst teruggestuurd kunnen worden. Mochten wij die beslissing ooit genomen hebben, dan was het kot te klein geweest. De beide dames die hier zitten, hadden dan waarschijnlijk nog de hulp van andere collega's ingeroepen. Intussen hebt u die beslissing wel aanvaard en geslikt. Het is ongezien en bewijst nog maar eens de grote kloof tussen beloftes voor de verkiezingen en daden na de verkiezingen.
Sophie De Wit:
Mevrouw Dillen, ik wil eerst toch even meegeven dat wij onder de Zweedse regering met Theo Francken de overbevolking tot 10.000 gedetineerden hebben teruggedrongen. De overbevolking is een oud probleem, maar daar is in het verleden wel al aan gewerkt. Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik denk dat we hierover nog veel debatten zullen voeren. Het laatste woord is nog niet gezegd. De vorige spreker wierp op dat de vorige regering de gevangenis van Haren dankzij de 2 miljard euro kon openen, maar laten we eerlijk zijn, die is door de regeringen daarvoor in de steigers gezet. Het was collega Geens die de voorzet gaf voor het nieuwe Strafwetboek en wat de digitalisering betreft, verwijs ik naar de audit van het Rekenhof en dan is de discussie snel gesloten. Zijn hele verhaal stoort mij een beetje. Wij zijn allemaal voor de uitvoering van de korte straffen. Wij zaten in de vorige legislatuur in de oppositie en hebben ook al gewezen op het capaciteitsprobleem. Wij zouden er ons nu gemakkelijk vanaf kunnen maken met een I told you so . Het is heel ironisch om nu van de twee voormalige ministers in het groot in de sociale media en in de krant te moeten lezen dat het hier gaat om straffeloosheid, terwijl zij tot de uitvoering van korte straffen zijn overgegaan, zonder daarvoor in de nodige capaciteit te voorzien. Er werden 720 plaatsen in detentiehuizen beloofd. Er zijn twee detentiehuizen geopend. Daarmee kwam u er niet. Dan ontstaan dergelijke situaties. Dat vind ik heel cynisch. Ik heb er geen probleem mee dat u het probleem aankaart, maar de vorige regering is wel mee verantwoordelijk. Dat getuigt van een onbeschrijfelijke schaamteloosheid. U geeft het voorbeeld van de illegalen. Onder de vorige minister was er een stock opgebouwd van niet-uitgevoerde straffen tot vijf jaar. Ook veroordeelde illegalen met een straf van drie tot vijf jaar mochten wachten op hun briefje. Dan komt u hier toeteren over straffeloosheid en komt u ons hier de les spellen. Ik vind dat niet kunnen. Mevrouw de minister, er is gigantisch veel werk aan de winkel. Ik zal u ook al eerlijk zeggen dat ik niet elke compromismaatregel even hard zal toejuichen, maar ik besef dat bepaalde zaken nodig zijn. We zullen op verschillende fronten tegelijkertijd moeten werken, we zullen samen moeten oversteken, zodat de overheid zich ten volle kan bezighouden met haar kerntaak, namelijk het verzekeren van de veiligheid, zowel binnen als buiten de gevangenissen. Het wordt geen walk in the park , maar ik vind dat we wel allemaal een zekere intellectuele eerlijkheid in het verhaal aan de dag moeten leggen.
De toenemende agressie in de gevangenis van Wortel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De toenemende agressie tegen cipiers in gevangenis Wortel – met name fysiek geweld, bedreigingen en verbale uitbarstingen – baart zorgen, verergerd door onderbezetting en de versnelde terugkeer van 4.000 gedetineerden, wat de druk verder opvoert. Minister Verlinden erkent het probleem (oorzaken: drugs, psychiatrische gevallen, overbevolking elders) en kondigt maatregelen aan zoals tuchtprocedures, time-outafdelingen, veiligere cellen, drugdetectie en psychologische ondersteuning, maar centrale cijfers over vervolgingen ontbreken en huidige acties blijken ontoereikend. Dillen dringt aan op specifieke actie voor Wortel (waar agressie sneller stijgt dan elders, ondanks *minder* overbevolking) en strafrechtelijke hardheid: *elke* aanval op cipiers moet *verplicht* vervolgd worden, met zware sancties, om een duidelijk signaal af te geven dat geweld nooit getolereerd wordt.
Marijke Dillen:
Mag ik eerst, mevrouw de minister, nog eens vragen om iets trager te spreken, in het belang van de tolken? Het is moeilijk werken voor die mensen. U zou eens met hen moeten gaan praten, dan zult u begrijpen dat het voor hen echt moeilijk is.
De agressie tegenover het personeel in de gevangenis van Wortel is de afgelopen periode enorm toegenomen, in het bijzonder de fysieke agressie. De situatie op dit ogenblik is ronduit verontrustend. Steeds vaker worden cipiers geconfronteerd met gewelddadige incidenten, bedreigingen en zware verbale uitbarstingen. Dat heeft uiteraard zeer negatieve gevolgen voor de werksfeer. Daarenboven leeft het gevoel bij het personeel dat ze niet gesteund worden en dat ze er alleen voor staan.
We hadden het al over de beslissing van de magistraten om vierduizend veroordeelden versneld naar de gevangenissen terug te sturen. Die actie krijgt wel begrip van het personeel, maar de gevolgen zullen zeer zwaar zijn. Dit zal zonder twijfel leiden tot nog meer spanningen, verhoogde agressie en meer druk op het reeds zwaar onderbemande korps.
Bent u op de hoogte, mevrouw de minister, van de toenemende agressie tegenover het personeel in de gevangenis van Wortel? En dit vind ik een belangrijke vraag. Gedetineerden die zich schuldig maken aan deze feiten moeten zwaar gestraft worden, want dit is absoluut onaanvaardbaar. Kunt u mij een overzicht geven van de gevolgen die er werden en zullen worden gegeven aan deze verschillende vormen van agressie in de gevangenis van Wortel? In hoeveel gevallen werden er gedetineerden vervolgd voor deze feiten en ook daadwerkelijk bijkomend gestraft?
Nogmaals, mevrouw de minister, cipiers moeten in veilige omstandigheden kunnen werken. Wat gaat u specifiek doen voor het personeel in Wortel om hen te beschermen en de veiligheid te waarborgen?
Annelies Verlinden:
Ik deel uiteraard de bezorgdheid over de toenemende agressie ten aanzien van het personeel in de Belgische gevangenissen. Helaas geldt dat immers niet alleen voor die van Wortel.
De toename kent verschillende oorzaken. Vooreerst is er het hoge aantal gedetineerden en het aantal gedetineerden met een psychiatrische of psychische problematiek. Een op drie gevallen van ernstige agressie wordt veroorzaakt door geïnterneerden. Daarnaast is het gebruik van drugs, in het bijzonder designerdrugs, een bijkomende aanleiding. Ten slotte valt uiteraard ook niet te ontkennen dat de overbevolking een rol speelt.
Onze penitentiaire beambten moeten hun werk kunnen uitvoeren in veilige en respectvolle omstandigheden. Uiteraard is elk incident er één te veel. Het is absoluut onaanvaardbaar dat onze penitentiaire beambten het voorwerp worden van fysiek of verbaal geweld.
Wat betreft de gevolgen voor de daders en uw vragen daaromtrent, kan ik u toelichten dat wanneer er sprake is van agressie, een tuchtprocedure wordt opgestart. De gevangenisdirecteur beslist dan conform de basiswet over de gepaste tuchtsanctie. Indien het gaat om strafbare feiten, worden deze steeds gemeld aan het parket voor een eventuele strafrechtelijke vervolging. De administratie beschikt vandaag niet over een centraal overzicht van de effectieve vervolgingen of bijkomende straffen.
Wat de maatregelen ter bescherming van het personeel betreft, krijgen de penitentiaire personeelsleden voorafgaand aan hun indiensttreding een opleiding met daarin specifieke modules over het omgaan met agressie, herkenning van conflictsituaties, de-escalerend werken, omgaan met psychisch gestoord gedrag, maar ook communicatietechnieken voor crisissituaties.
Bij ernstige incidenten wordt de procedure 'kritiek incident' toegepast die zich richt op de concrete afhandeling, maar ook de communicatie. Na afloop volgt een analyse op basis waarvan zowel lokaal als nationaal verbetervoorstellen kunnen worden geformuleerd. Daarnaast wordt bij elk incident het lokaal opvangteam geactiveerd voor ondersteuning en emotionele bijstand. Die eerste opvang door eigen collega's heeft een zeer positief effect op het slachtoffer, maar ook op de verwerking en het kunnen plaatsen van een incident. Daarnaast kunnen medewerkers altijd een beroep doen op het aanbod van POBOS, een externe organisatie voor psychologische begeleiding.
Dat is echter kennelijk allemaal niet voldoende. Daarom willen we investeren in meer veiligheid. Zo implementeren we het project 'installatie van een geweldloze cultuur' in de gevangenissen, dat zowel gericht is op agressiebegeleiding voor gedetineerden als het aanrijken van handvaten en coaching van personeel om met agressie om te gaan. Dat project zal starten in Wortel. We willen ook streven naar een beter beheer van gedetineerden en geïnterneerden die agressief gedrag stellen, door zowel te zorgen voor een betere spreiding van de gedetineerden alsook een tijdelijke plaatsing in een specifiek daarop gerichte time-outafdeling.
We starten met de inrichting van beveiligde cellen, zodat medewerkers op een veilige manier in interactie kunnen treden met gedetineerden en geïnterneerden die agressief gedrag stellen. Voor de opsporing van drugs via DrugDetect hebben we 20 toestellen aangekocht, maar ook drugtesten voor niet-therapeutische doeleinden zijn belangrijk.
Ook de problematiek van het overgooien en binnensmokkelen is een aandachtspunt. Daarvoor werken we samen met de politie en de private sector en onderzoeken we nieuwe technologieën om onze perimeter te beveiligen. Ik wil nogmaals onderstrepen dat de personeelsleden er niet alleen voorstaan. We nemen de signalen bijzonder ernstig en zullen alles in het werk stellen om hun veiligheid te garanderen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. U hebt hoofdzakelijk een algemeen antwoord gegeven betreffende alle gevangenissen, waar jammer genoeg wordt vastgesteld dat agressie almaar toeneemt. Blijkbaar is die agressie, volgens de signalen die ik heb gekregen, op dit ogenblik specifiek in de gevangenis van Wortel aanzienlijk gestegen. In tegenstelling tot andere gevangenissen, zoals die in de Begijnenstraat in Antwerpen, is in de gevangenis van Wortel niet zoveel sprake van bijvoorbeeld overbevolking. Ik zou u toch willen vragen, mevrouw de minister, om zeer specifiek naar die gevangenis eens te gaan kijken en daarover informatie te verzamelen om na te gaan op welke manier de cipiers er kunnen worden ondersteund en meer bescherming kunnen krijgen. Werken in veiligheid moet toch absoluut gewaarborgd worden. Ik heb nog één bedenking betreffende mijn tweede vraag. Ik had gevraagd wat er met gedetineerden gebeurt die zich schuldig hebben gemaakt aan dergelijke feiten. Ik betreur dat u in uw antwoord stelt dat ze 'eventueel' strafrechtelijk vervolgd zullen worden. Welnu, mevrouw de minister, de verschillende parketten zouden een heel duidelijk signaal moeten geven dat dat absoluut onaanvaardbaar is in onze gevangenissen. De cipiers verdienen een betere bescherming. Als ze het slachtoffer zijn van agressie, van welke aard ook, dan moet dat worden vervolgd. Die gedetineerden moeten extra gesanctioneerd worden.
De klachten van FIDEX over de verslechterende toegang tot de gevangenis van Haren
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt de ernstige toegangsklachten van Fidex in gevangenis Haren (door overbevolking en logistieke problemen) en onderzoekt oplossingen met de lokale directie. Om herintegratie en overbevolking aan te pakken, zet ze in op extra detentiebegeleiders, reclasseringsprojecten (bv. Fenixafdeling voor zedendelinquenten), drugsvrije afdelingen, gevangenisarbeid gekoppeld aan opleidingen, en betere psychosociale zorg en samenwerking met gefedereerde entiteiten om wachtlijsten te verkorten. Doorstroomverbetering (vlottere voorwaardelijke invrijheidstelling, versterkte justitieassistentie) en capaciteitsdrukverlichting zijn cruciaal, maar vereisen gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken overheden. Kernpunt: systeemwijzigingen om detentie menswaardiger *en* maatschappelijk veiliger te maken.
Alain Yzermans:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
In Brussel luidt de Fidex, de federatie van organisaties die zich inzetten voor gedetineerden en ex-gedetineerden, de alarmbel over de verslechterende toegang tot gevangenissen, met name in de gevangenis van Haren. Ze ervaren aanzienlijke problemen bij het ontmoeten van gedetineerden, wat hun begeleiding en de herintegratieprojecten ernstig belemmert. Door een gebrek aan toegang tot bezoekruimten en interne communicatiemiddelen kunnen hulpverleners vaak niet ingrijpen wanneer dat nodig is. Regelmatig kunnen ze simpelweg de gedetineerden die zij begeleiden niet zien. Dit leidt tot onnodige vertragingen en zorgt ervoor dat gedetineerden die in aanmerking komen voor voorwaardelijke vrijlating, onterecht langer in detentie blijven. De overbevolking in de gevangenissen verergert de situatie nog verder volgens de Fidex , wat de dringende behoefte aan een heroriëntatie van het penitentiaire beleid op dit vlak benadrukt.
Vragen aan de Minister van Justitie:
1. Kent u de klachten van Fidex met betrekking tot de gevangenis van Haren? Hoe kan dit worden verbeterd?
2. Welke beleidswijzigingen overweegt u om ervoor te zorgen dat gedetineerden betere kansen krijgen op herintegratie?
3. Indien we zorgen voor betere omstandigheden en minder druk op de capaciteit, zou het leefbaarder worden voor de gedetineerden en komt er meer tijd vrij voor de begeleiders om hun werk te doen. Een correcte uitstroom via een voorwaardelijke invrijheidstelling die volgens planning verloopt, leidt ook tot minder extra druk op de overbevolking. Hoe kan dit worden aangepakt?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Yzermans, mijn administratie nam inderdaad kennis van de signalen die de federatie FIDEX over de situatie in de gevangenis van Haren gaf. De melding over de moeilijke toegang tot gedetineerden voor externe hulpverleners nemen wij ernstig. Er wordt momenteel in overleg met de lokale directie bekeken hoe wij het probleem kunnen aanpakken.
Zoals u terecht opmerkt, heeft de overbevolking een negatieve impact op de dagelijkse werking van onze penitentiaire instellingen. Ze legt daarmee een immense druk op het personeel, op de infrastructuur, alsook op het aanbod van hulp- en dienstverlening binnen de gevangenissen. Daardoor komt ook de begeleiding in het kader van de reclassering en de voorbereiding op een eventuele voorwaardelijke invrijheidstelling onder druk te staan.
Om die reden heb ik van bij mijn aantreden gewerkt aan maatregelen met het oog op een correcte strafuitvoering en het wegwerken van de overbevolking en heb ik gezocht naar bijkomende middelen.
U vroeg hoe we ervoor zullen zorgen dat gedetineerden betere kansen op herintegratie krijgen. Voor het antwoord verwijs ik graag naar de initiatieven die reeds werden genomen om de overbevolking aan te pakken. Bovendien zullen wij ook meer oog hebben voor de zorg voor gedetineerden en hun re-integratie. Immers, een goed uitgewerkt reclasseringsplan moet altijd het einddoel zijn en houdt onze samenleving veiliger.
Werken aan re-integratie is een fundamenteel onderdeel van het penitentiaire traject. Dat doen we door het inzetten van detentiebegeleiders in de verschillende gevangenissen, door het op het getouw zetten van projecten zoals de Fenixafdeling voor zedendelinquenten in Dendermonde Hulp, en door te investeren in drugsvrije afdelingen en begeleidingsprogramma’s, forensische detentiecentra en betere psychologische en medische zorg. Wij zullen bovendien de gevangenisarbeid versterken en koppelen aan opleidingen voor knelpuntberoepen, zodat gedetineerden meer kansen krijgen op werk na hun straf.
Wij streven, tot slot, naar een betere door- en uitstroom, onder meer door de versterking van de psychosociale diensten en een vlottere inzet van justitieassistenten, ook tijdens de detentie, in nauwe samenwerking met de gefedereerde entiteiten. Immers, de hulp- en dienstverlening binnen de gevangenissen is de verantwoordelijkheid van de gefedereerde entiteiten, maar die is niet altijd afgestemd op de omvang en de behoeften van de gevangenispopulatie. De wachtlijsten worden trouwens alsmaar langer. Het is dus belangrijk dat wij de uitdagingen in partnerschap aangaan en dat elke partner zijn verantwoordelijkheid neemt.
Alain Yzermans:
Ik dank u voor het antwoord.
Het niet naleven van een beslissing van de beroepscommissie van de gevangenis van Haren
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een gedetineerde in de gevangenis van Haren werd ondanks politiële vertrouwelijke veiligheidsinformatie (door de directie als risicovol beoordeeld) door de Franstalige beroepscommissie en later de Brusselse rechtbank gedwongen overgeplaatst naar een normaal regime, onder dreiging van een dwangsom van €5.000/dag—wat inmiddels is uitgevoerd. Minister Verlinden bevestigde dat de gevangenisleiding nieuwe veiligheidsmaatregelen trof om de overplaatsing tegen te houden, maar de rechter handhaafde zijn besluit, ondanks aanhoudende veiligheidszorgen. Marijke Dillen noemde de rechterlijke tussenkomst op zondag (in kortgeding, thuis bij de voorzitter) "bizar" en betwistte de bewijsweging, benadrukkend dat vertrouwelijke politie-inlichtingen zwaarder zouden moeten wegen dan procedurele formaliteiten. De gedetineerde zit nu in een regulier regime binnen de meest gesloten afdeling, maar de spanning tussen justitiële autonomie en veiligheidsbelangen blijft onopgelost.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de Staat is vorige zondag door de Brusselse rechtbank veroordeeld om een beslissing van de beroepscommissie van de gevangenis van Haren onmiddellijk uit te voeren op straffe van een dwangsom van 5.000 euro per dag. De beroepscommissie van de gevangenis van Haren had op vrijdag 18 april de directie van de instelling bevolen om een gedetineerde over te plaatsen van een bijzonder veiligheidsregime naar een normaal regime. Maar de gevangenisdirectie had hieraan geen onmiddellijk gevolg gegeven, waarop de advocaten van de betrokken gedetineerden naar de burgerlijke rechtbank van Brussel trokken in kortgeding en die heeft de Staat veroordeeld.
Kunt u meer toelichting geven over deze veroordeling? Waarom was de betrokken gedetineerde in een bijzonder veiligheidsregime geplaatst? Ik ga ervan uit dat daarvoor goede redenen waren. Werd de beslissing van de Brusselse rechtbank inmiddels uitgevoerd?
Annelies Verlinden:
De betrokken gedetineerde was onder een bijzonder individueel veiligheidsregime geplaatst op basis van vertrouwelijke informatie van de politie.
Afgelopen vrijdag heeft de Franstalige beroepscommissie deze plaatsingsbeslissing vernietigd en zij oordeelde dat deze informatie onvoldoende bewijs leverde voor het feit dat de gedetineerde een bedreiging vormde voor de veiligheid. Nadat de beroepscommissie het besluit om de gedetineerde onder een bijzonder regime te plaatsen nietig had verklaard, besloot de penitentiaire administratie nieuwe speciale veiligheidsmaatregelen op te leggen om te voorkomen dat de betrokkene zou terugkeren naar het normale detentieregime. De directie oordeelde dat er nog steeds een bezorgdheid bestond over de bedreiging, aangezien zij alle beschikbare bewijsstukken daartoe in overweging genomen had.
Afgelopen zondag heeft de raadsman een eenzijdig verzoekschrift ingediend bij de voorzitter van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg. De Belgische Staat werd gelast om onmiddellijk alle maatregelen tegen de betrokkene te staken en hem onder het gewone regime te plaatsen op straffe van een dwangsom. Sindsdien is het bevel van de voorzitter van eerste aanleg uitgevoerd en is de betrokken gedetineerde teruggekeerd naar een regulier detentieregime in de meest gesloten afdeling van de gevangenis van Haren.
Marijke Dillen:
Dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Ik blijf erbij dat dat toch wel een bijzonder merkwaardige beslissing is van de Franstalige voorzitter van de rechtbank. Volgens de beroepscommissie zou er onvoldoende bewijs zijn, maar ik ga er toch wel van uit dat die beslissing door de gevangenisdirectie niet lichtzinnig is genomen. U spreekt van vertrouwelijke informatie van de politie. Er waren ernstige bezorgdheden omtrent de veiligheid. Ik vind het bijzonder, bijzonder bizar en ik vermoed dat u het met mij eens bent, maar u gaat dat niet toegeven. Als minister is het veel moeilijker om dat toe te geven. Ik begrijp absoluut niet dat een voorzitter in kortgeding op zondag die mensen bij hem thuis kan ontvangen, die advocaat bij hem thuis kan ontvangen. Juridisch is dat correct, maar ik begrijp niet dat op die eis van de gedetineerde is ingegaan. Het gaat over iemand die een veiligheidsrisico vertegenwoordigt en die hoort dan ook thuis in het bijzonder veiligheidsregime.
De overbrenging van gedetineerde illegalen naar gesloten terugkeercentra
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 10 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt dat 4.000 illegale gedetineerden de structurele overbevolking in Belgische gevangenissen (13.000 vs. 11.000 plaatsen) verergeren en benadrukt versnelde terugzending als oplossing, via bestaande samenwerking met DVZ, justitie en politie (nu ~120/mnd). Dillen (Vlaams Belang) wijst media-aankondigingen over doorschuiven naar gesloten centra af als populistisch en onhaalbaar (DVZ ontkent capaciteit en bevoegdheid) en eist dwingende terugkeerakkoorden met herkomstlanden, gekoppeld aan sancties zoals stopzetten ontwikkelingshulp. Kernconflict: Verlinden focust op bestaande repatriëringstrack, Dillen wil hardere diplomatieke druk en snellere uitzetting. DVZ-centra als alternatief wordt ontkend door beide partijen, maar Verlinden houdt vast aan intensivering huidige processen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, er zitten bijna 13.000 gedetineerden in onze gevangenissen, waar er maar plaats is voor 11.000. Bijna 40 % van die gedetineerden beschikken niet over onze nationaliteit en 70 % daarvan is illegaal. We hebben daarover zowel hier als in de commissie al zeer vaak van gedachten gewisseld.
Nu komt u met een plan, althans als we de media mogen geloven. We hebben mogen lezen dat u in de strijd tegen de overbevolking van de gevangenissen de gevangenen die hier illegaal verblijven wil doorschuiven naar de gesloten terugkeercentra van de Dienst Vreemdelingenzaken. Ik stel me vragen over de haalbaarheid daarvan. U zei in de krant dat er op dit moment duidelijke afspraken worden uitgewerkt met de DVZ.
Mevrouw de minister, dat klopt niet. Dat blijkt niet waar te zijn. De DVZ is duidelijk: deze centra – die zoals u weet ook al overbevolkt zijn – zijn geen alternatief voor een gevangenis. In een gesloten centrum mag iemand alleen administratief aangehouden zijn en er verblijven met het oog op repatriëring. Die termijn is tevens beperkt tot vier maanden, zo valt te horen. Daarenboven weet u nog veel beter dan ik dat het personeel dat in die centra tewerkgesteld is niet opgeleid is om de taak van cipier op zich te nemen.
Met andere woorden, hoe vallen de kritieken van de DVZ te rijmen met uw grootse aankondigingen in de media? Mijn vraag is of dit standpunt doorgesproken werd met de bevoegde minister, minister Van Bossuyt. Zij is immers de enige bevoegde minister voor de dossiers van de gesloten opvangcentra.
Annelies Verlinden:
Collega Dillen, dankzij meer en doorgedreven onderzoeken van politie, parketten en onderzoeksrechters en rechterlijke uitspraken in dossiers van georganiseerde criminaliteit verblijven er vandaag ongeveer 4.000 personen zonder wettig verblijf in onze Belgische gevangenissen. De aanwezigheid van een dergelijke grote groep mensen zonder wettig verblijf vergroot enorm de druk op het gevangenislandschap, dat al jarenlang kampt met een structurele overbevolking. Er is plaats voor ongeveer 11.000 gedetineerden, terwijl er intussen ongeveer 13.000 gedetineerden zijn. De impact daarvan op het dagelijks leven in de gevangenis is gigantisch.
Het terugsturen van gedetineerden zonder verblijfsrecht naar hun land van herkomst is dan ook een duidelijke prioriteit van deze federale regering. Dat is niet alleen rechtvaardig, het is ook een essentiële stap om de druk op onze gevangenissen te verlichten. De samenwerking tussen de DVZ, het gevangeniswezen, justitie en politie is hiervoor cruciaal en trouwens allesbehalve nieuw.
Momenteel worden maandelijks gemiddeld 120 gedetineerden zonder recht op verblijf teruggestuurd. Dat proces loopt, maar we nemen nu de nodige stappen om dit proces nog verder te versnellen en te intensiveren, om zo nog meer gedetineerden zonder recht op verblijf te kunnen terugsturen. De samenwerking met al mijn bevoegde collega-ministers is daar onmisbaar voor. Er bestaat trouwens een taskforce.
Laat me duidelijk zijn, dit gaat niet over het zomaar doorschuiven van gevangenen naar gesloten centra, zoals sommige kranten schrijven. Het gaat wel over het gepast organiseren van een overdracht met het oog op de verwijdering van ons grondgebied, zoals dat vandaag al gebeurt. Dat we bij een toename van het aantal verwijderingen goede afspraken moeten maken met de beheerders van de gesloten centra, lijkt me evident.
Collega's, wanneer ons gevangeniswezen, en daarmee ook de hele justitiële keten, onder de kolossale druk kraakt en de gevolgen daarvan voelbaar zijn in de hele samenleving, moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen, in het belang van onze gevangenismedewerkers en de gedetineerden, maar vooral ook van de veiligheid van onze samenleving. U kunt op mij rekenen om vanuit Justitie alles op alles te zetten om de veiligheid in ons land te verbeteren.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, wat u zegt is juist, illegalen horen niet thuis in onze gevangenissen. Zo heeft u vandaag nogmaals bevestigd. Het Vlaams Belang is dan ook heel blij dat u een standpunt dat wij hier al decennialang verkondigen eindelijk tot het uwe maakt. Wees dan echter consequent en doe wat u echt moet doen. Daarvoor is er maar één oplossing: stuur hen versneld terug naar hun landen van herkomst om daar hun straf te gaan uitzitten. Neem versneld initiatieven om met die landen tot afspraken te komen.
Als zij weigeren, mevrouw de minister, dan zijn daar oplossingen voor. Koppel dat bijvoorbeeld aan het afnemen van de ontwikkelingssteun. Koppel dat aan het terugschroeven van handelsverdragen. Wat u vandaag met veel tromgeroffel in de media heeft verkondigd, getuigt eigenlijk van pure populistische aankondigingen. U bent immers niet de bevoegde minister voor die sector.
De voorzitter:
Collega's, de geheime stemming waarvoor u in zaal 4 uw stem kunt uitbrengen, loopt nog een half uur. Ik wil u daar even opmerkzaam op maken.
Het protest tegen de voeding en de vechtpartij in de gevangenis te Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 9 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Hasselt kampt met acute problemen door overbevolking (40%): slechte voedingskwaliteit (dagbudget €5,02 zonder variatie of voldoende fruit), ontbrekende tandzorg (geen vaste tandartsen, mobiele oplossingen in studie) en geweld (vechtpartij door groepsspanningen, daders overgeplaatst). Minister Verlinden bevestigt dat budgettaire beperkingen en infrastructuurtekorten structurele oplossingen blokkeren, maar zoekt naar praktische aanpassingen (bv. mobiele tandzorg) en dringt aan op extra middelen. Yzermans benadrukt dat basiszorg (voeding, gezondheid) niet onderhandelbaar is en pleit voor budgetherziening, ondanks de technische antwoorden. Overbevolking blijft de kernoorzaak van alle spanningen, zorgtekorten en veiligheidsrisico’s.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, de gevangenissen komen als thema regelmatig terug, maar ik wil toch een vraag stellen over de incidenten die in de voorbij twee weken gebeurden in de gevangenis van Hasselt. Een protestwandeling vond plaats vanwege voeding. Mensen klagen dat het eten niet meer gezond is, wellicht door de lage dagprijs. Dat is iedereen bekend. Dat protest was zichtbaar. Een tweede aspect is de situatie omtrent de tandverzorging, die achterwege blijft. Een verzorgend team is nu niet meer actief, waardoor mensen onder meer met tandpijn rondlopen. Zowel inzake de gezondheid, meer bepaald de voeding, als de tandverzorging zijn er op dit ogenblik dus zeer acute vragen. Vorige week is dat nog opgevolgd met een vrij gewelddadige vechtpartij tijdens de wandeling, maar die had niet met die acute situaties te maken. Ik heb de vragen gebundeld.
Mevrouw de minister, hebt u een plan van aanpak? Er wordt bijvoorbeeld ook te weinig of geen fruit meer gegeten, dus een heel evenwichtige, gevarieerde maaltijd is vandaag niet voorhanden voor die mensen. Ik vind het toch belangrijk dat we daarop blijven letten. Met een dagprijs van 5 euro en een overbevolking van 40 % in de gevangenis van Hasselt zijn gezonde maaltijden ook moeilijk na te komen. Die keuken is ook vrij klein. Daarvan ben ik mezelf gaan vergewissen. Wordt dat bedrag van 5 euro in de toekomst aangehouden? In Nederland is de prijs het dubbele. Het budget is ook veel hoger, maar het land is natuurlijk ook groter. Toch denk ik dat het belangrijk is om daarop te blijven inzetten.
Hebt u voor de tandheelkundige zorg zicht op een ander zorgaanbod? Hebt u een plan ter zake?
Hoever staat het onderzoek inzake de vechtpartij die nadien, vorige week, plaatsvond?
Annelies Verlinden:
Collega Yzermans, de zaakvoerder van elke gevangenis moet dagelijks de kwaliteit van het voedsel in de gevangenis controleren. Het arresthuis in Hasselt wordt net als andere arresthuizen momenteel geconfronteerd met een zeer grote overbevolking. Dergelijke omstandigheden verhogen uiteraard de werkdruk en vergen veel aanpassingen en inventiviteit van alle betrokkenen om de logistieke processen goed te kunnen uitvoeren, zoals bijvoorbeeld het bereiden van maaltijden of het wassen van linnen en kledij. De klachten tijdens de actie gingen, naar ik verneem, over het niet voldoende frequent serveren van frieten bij de maaltijd. Het is correct dat Hasselt momenteel niet over toereikende infrastructuur beschikt om de huidige populatie geregeld van gefrituurd eten te voorzien. Er zijn op heden weliswaar geen problemen om de gedetineerden te voorzien van gekookt, gestoomd en gebakken voedsel.
Het spreekt voor zich dat de verhouding tussen de beschikbare middelen en de infrastructuur enerzijds en de gevangenisbevolking anderzijds ervoor zorgt dat het aanbieden van gezonde en gevarieerde maaltijden niet altijd evident is. De kosten voor de voeding berekend voor 2025 bedragen 5,02 euro per gedetineerde per dag. Het goedgekeurd budget voor 2025 laat een aanpassing van deze dagprijs vooralsnog niet toe. Justitie in het algemeen, en daarmee vertel ik niks nieuws, maar ook de gevangenissen in het bijzonder, staan voor belangrijke uitdagingen met een heel grote budgettaire impact. In het licht daarvan zal worden bekeken of een aanpassing van de dagprijs in de toekomst tot de mogelijkheden zou behoren.
Voor de tandheelkundige zorg in de gevangenis neemt de penitentiaire administratie op dit moment verschillende initiatieven om die beter georganiseerd te krijgen. Het vinden van tandartsen is niet eenvoudig. Zoals u ongetwijfeld weet, hebben veel tandartsen in de vrije samenleving een patiëntenstop ingelast. De tandartsen beschikken dan ook niet over de mogelijkheid om nog zeer ruim in gevangenissen te komen werken. Daarom wordt inderdaad ook aan de piste van mobiele tandartsen gedacht. Op dit moment worden de verschillende klachten in Hasselt opgelijst om na te gaan welke concrete oplossingen mogelijk zijn.
Ik kom tot uw vraag over de aanleiding voor een massale vechtpartij. Een beperkte groep gedetineerden zou tijdens voorgaande wandelmomenten intimiderend en grensoverschrijdend gedrag gesteld hebben ten aanzien van een andere groep gedetineerden. Dat heeft geleid tot oplopende spanningen en de vechtpartij van 2 april waarover u sprak. Een aantal gedetineerden die aan de basis van het probleem liggen, konden worden geïdentificeerd en werden naar een andere penitentiaire inrichting georiënteerd. Een significante toename in het aantal gedetineerden in een inrichting heeft een toename van onder meer voedsel en medische zorgen tot gevolg. Tegelijkertijd creëert een dergelijke toename ook veel meer spanningen, bemoeilijkt die toename het toezicht en heeft die een impact op de werk- en leefomstandigheden van het personeel en de gedetineerden.
We zullen dus enerzijds werk maken van de meer praktische aspecten en anderzijds zal het ook zaak zijn om stappen te zetten om de overbevolking in de gevangenissen aan te pakken.
Ik kan u en uw collega's alleen maar oproepen om die boodschap aan de regering over te brengen. Zonder bijkomende middelen zullen we de voeding, maar ook andere problemen die met overbevolking te maken hebben, niet op een adequate manier kunnen aanpakken.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik hoop dat u toereikende middelen vindt. Ik zal de boodschap ook doorgeven. Ik vind uw antwoord ook vrij technisch. Volgens mijn informatie gaat het naast gezonde voeding ook over een gebrek aan variatie in de maaltijden. De syndicaten zijn hier ook mee bezig. Men krijgt nu 5 tot 6 euro ter beschikking voor elementaire zorg. Ik denk toch dat het budget moet worden herbekeken of herschikt. Voeding is immers een basiszorg. Dit is geen luxeproduct. Als men mensen voorziet van bed, bad, brood dan moet dit minstens aan de basisvoorwaarden voldoen. Dat zou toch eens moeten worden bekeken. Met betrekking tot de tandheelkundige zorgen ben ik blij te horen dat u gaat bekijken welke formules met mobiele tandartsen mogelijk zijn. Ik denk dat het heel belangrijk is dat die mensen bij hun basiszorgen worden begeleid. De spanningen door de overbevolking zijn groot en complex, maar we kunnen daarin kleine stappen zetten.
De plaatsing van een antismokkelveiligheidsnet in de gevangenis van Andenne
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 9 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het antismokkelveiligheidsnet in de gevangenis van Andenne werd in 2023 hersteld maar moest nu vervangen worden omdat verdere reparatie onmogelijk was, om het veiligheidsniveau te behouden. De procedure vereist dat gevangenissen eerst herstelling aanvragen via de FOD Justitie, die bij onherstelbaarheid de Regie der Gebouwen inschakelt voor vervanging. Voor nieuwe netten geldt een gelijkaardig traject, waarbij de FOD de noodzaak beoordeelt alvorens de Regie te betrekken. Overleg over prioritering in andere gevangenissen werd niet expliciet bevestigd.
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar mijn ingediende vraag.
De Regie der Gebouwen liet een nieuw antismokkelveiligheidsnet plaatsen in de gevangenis van Andenne. Ook nog andere werken werden uitgevoerd of zijn gepland. Uiteraard is elke verbetering aan de infrastructuur van een gevangenis positief, zeker als het de veiligheid van het penitentiair personeel bevordert alsook de leefomstandigheden van de gedetineerden.
Kan de minister mij mededelen waarom hieraan prioriteit werd gegeven gezien in 2023 de nodige herstellingswerken werden uitgevoerd?
Heeft er overleg plaatsgevonden met de collega bevoegd voor de Regie der Gebouwen om na te gaan in welke andere gevangenissen in dit land dergelijk antismokkelveiligheidsnet dient te worden geplaatst of bij hoogdringendheid te worden vervangen indien het in een slechte staat zou zijn?
Annelies Verlinden:
Collega Dillen, het betrokken antismokkelveiligheidsnet in de gevangenis van Andenne werd in 2023 inderdaad hersteld, maar diende nu te worden vervangen omdat het, naar ik begrijp, niet meer verder kon worden hersteld.
Uitstel van de vervanging zou het gewenste veiligheidsniveau verzwakt kunnen hebben. Het herstellen of vervangen van een net verloopt als volgt. Wanneer een gevangenis opmerkt dat een net moet worden hersteld, kan de gevangenis contact nemen met de gespecialiseerde firma. Ze dient de centrale administratie van de FOD Justitie hiervan op de hoogte te brengen. De FOD neemt immers de financiering van de herstelling ten laste. Indien blijkt dat het net niet meer kan worden hersteld, dient de gevangenis een aanvraag in die na validatie door de bevoegde diensten van de FOD Justitie wordt overgezonden aan de Regie der Gebouwen, opdat die laatste de vervanging ten laste zou nemen.
Wanneer een gevangenis een net wenst te plaatsen, neemt ze contact op met de bevoegde diensten van de FOD, die de relevantie van de aanvraag zullen analyseren. In geval van een positief antwoord is de procedure dezelfde al voor de vervanging van het net, zoals net toegelicht.
Marijke Dillen:
Dank voor uw antwoord.
De veroordeling van de Belgische Staat voor de overbevolking van de gevangenis in Bergen
De ongezonde leefomstandigheden in de gevangenis van Bergen
Gevangenisomstandigheden en overbevolking in Bergen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 9 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De prison van Mons kampt met extreme overbevolking (136%), onsanitaire omstandigheden (schimmels, bedwantsen, ratten) en verouderde infrastructuur, wat al jaren wordt aangeklaagd maar nauwelijks structureel is opgelost, ondanks een recente veroordeling door het hof van beroep (maart 2025). Minister Verlinden bevestigt plannen voor een nieuwe gevangenis (300 plaatsen) via het *Masterplan 3bis* en zet in op kleinschalige detentiehuizen (o.a. in Tournai en Luik), maar concrete kortetermijnoplossingen voor de acute crisis ontbreken, terwijl sluiting door de burgemeester dreigt zonder alternatief voor 400 gedetineerden. Kritiekpunten blijven de trage uitvoering van bouwplannen en het gebrek aan directe maatregelen om de mensonwaardige omstandigheden en overbevolking onmiddellijk te verlichten, met risico op stakingen en systeemontwrichting.
Éric Thiébaut:
Madame la ministre, une nouvelle fois, l’État belge est condamné pour sa politique carcérale, en particulier pour la surpopulation à la prison de Mons. Dans son arrêt du 27 mars 2025, la cour d’appel de Mons a rappelé ce que de nombreux observateurs, dont moi-même, dénoncent depuis longtemps: les conditions de détention et de travail à la prison de Mons sont dégradantes et aucune mesure structurelle n’est mise en place depuis des années pour y mettre fin. Je dois vous dire que je suis ce dossier depuis 2007 et que rien n'a vraiment changé depuis.
Depuis 10 ans, après une première assignation en justice – car à l’époque, le taux de surpopulation était déjà de 130 %; on avait déjà 400 détenus pour 307 places –, la cour constate que la situation s’est même détériorée.
Aujourd’hui, la prison de Mons connaît un nombre record de 417 détenus, soit une surpopulation de 136 %. À cela, s’ajoute l’état de vétusté de l’enceinte, des cellules infestées de punaises et de champignons, sans oublier l’odeur nauséabonde qui y règne, ce qui renforce le caractère inhumain des conditions de détention et de travail.
Madame la ministre, je sais que vous vous êtes rendue récemment sur place, j’imagine que vous avez donc pu vous rendre compte de la situation. Ma collègue Marie Meunier et moi-même y sommes allés il y a quelques semaines.
Quelles suites comptez-vous donner à l’arrêt de la cour d’appel de Mons qui exhorte l’État belge à prendre les mesures structurelles pour mettre fin à la surpopulation à la prison de Mons? Depuis longtemps, nous sommes nombreux à plaider pour la construction d'une nouvelle enceinte à Mons. Pourriez-vous m'indiquer si vous soutenez ce projet? Si oui, quelles sont les initiatives que vous comptez prendre pour que le projet aboutisse dans des délais raisonnables?
Parmi les solutions plus rapides à mettre en place, nous appelons avec mon groupe politique à la création de maisons de détention qui permettraient de désengorger la prison de Mons plus rapidement. Êtes-vous favorable à ce type de construction, en particulier dans la région de Mons?
Marie Meunier:
Madame la ministre, voici quelques semaines, nous sommes allés visiter la prison de Mons. Ce que nous avons pu constater, vous avez également pu le voir puisque vous vous y êtes aussi rendue. Vous savez comme nous que l’établissement est insalubre: il y a de l’humidité, des rats, des punaises de lit et j’en passe.
Le bourgmestre de Mons a annoncé qu'il pourrait être contraint de faire constater l’insalubrité de la prison dans le cadre de sa responsabilité en matière de maintien de l'ordre public et d'ordonner sa fermeture totale ou partielle, ce qui imposerait l’évacuation de tout ou partie des 400 détenus. Mais où iraient-ils? Le système carcéral belge est déjà saturé. Un tel scénario provoquerait une désorganisation totale et mettrait en danger l’ensemble de la chaîne pénitentiaire.
Madame la ministre, allez-vous attendre que le bâtiment s’effondre pour agir? Quelles mesures urgentes comptez-vous prendre afin de prévenir une telle déclaration d’insalubrité? Quelles mesures prendriez-vous si une telle décision devait s'imposer au bourgmestre de Mons? Quelles sont les mesures à plus long terme que vous entendez adopter afin de mettre fin définitivement à cette situation inhumaine pour les détenus, mais également pour les agents qui y travaillent dans des conditions qui sont actuellement totalement indignes?
Annelies Verlinden:
Chers collègues, permettez-moi de commencer par confirmer que la situation à la prison de Mons est effectivement préoccupante. Lors de ma récente visite, j'ai pu constater les conditions difficiles dans lesquelles se trouvent les détenus et le personnel. La surpopulation ainsi que les infrastructures parfois très vétustes ne sont pas propices au bien-être de notre personnel et des détenus.
Ces dernières années, plusieurs initiatives ont été prises pour maximiser la capacité des prisons belges. De nouvelles capacités ont été mises en service grâce au Masterplan. Des capacités obsolètes ont été temporairement maintenues plus longtemps en service et des efforts supplémentaires ont été déployés en matière de détention à petite échelle. Nous continuerons à nous concentrer sur ce point au cours de cette législature.
Cela dit, nous sommes toujours confrontés à des chiffres inquiétants. Le taux d'occupation des prisons ayant récemment dépassé les 13 000 détenus, nous avons l'intention de prendre des mesures temporaires pour réduire la surpopulation carcérale, y compris à court terme de la prison de Mons. Ces mesures sont actuellement discutées au sein du gouvernement. La réalité de la surpopulation actuelle complexifie la réduction de la population détenue à Mons. Nous restons néanmoins attentifs à la situation afin de réduire les préjudices de cette surpopulation dans cet établissement.
La prison de Mons étant un établissement vétuste, une décision a été prise l'année dernière concernant la construction d'un nouvel établissement. Le 25 mars 2024, le Conseil des ministres a validé les aménagements du Masterplan 3bis, qui indique que la Régie des Bâtiments Régie des Bâtiments est chargée de rechercher un nouvel emplacement approprié pour remplacer l'établissement actuel. Il s'agira d'un nouvel établissement pouvant accueillir 300 détenus. La Régie des Bâtiments doit à nouveau soumettre un dossier détaillé au Conseil des ministres expliquant l'état actuel des choses.
Pour plus de détails, je vous renvoie vers ma collègue chargée de la Régie des Bâtiments.
La détention à petite échelle constitue une initiative importante dans le contexte d'une politique différenciée. Que ce soit sous forme de maisons de détention ou de maisons de transition, elle est également incluse dans l'accord de gouvernement. J'ai donc la ferme intention de développer encore cette forme de détention de qualité dans les années à venir.
Quant à votre question, monsieur Thiébaut, concernant une maison de détention à Mons, je peux d'ores et déjà vous indiquer quelles sont les maisons de détention en projet. Il s'agit de Olen, Genk, Jemeppe-sur-Sambre, Anvers, Ninove, Liège et Tournai. Nous comptons les mettre en place le plus rapidement possible. Je peux vous transmettre le nombre de places envisagées pour chacune.
Éric Thiébaut:
Madame la ministre, merci pour votre réponse assez complète. Je note que vous avez confirmé la volonté du gouvernement de construire une nouvelle prison à Mons. C'est déjà quelque chose de positif.
Vous nous informez que c'est la Régie des Bâtiments qui est chargée d'instruire le dossier, de trouver un terrain et de construire cette prison. Il serait effectivement intéressant d'interroger maintenant votre collègue en charge de la Régie des Bâtiments, pour savoir exactement où on en est à ce niveau-là.
Par ailleurs, le souci, c'est que même si on construit une nouvelle prison à Mons, cela va prendre du temps, beaucoup de temps. Et en attendant, il y a toujours de la surpopulation. Nous allons devoir revenir vers vous pour vous demander de prendre des mesures concrètes pour revenir à un niveau de population plus raisonnable et plus supportable, à la fois pour les détenus et pour le personnel.
Pour l'instant, ça devient intenable. Le risque est grand qu’il y ait à nouveau des mouvements de grève dans les semaines et les mois qui viennent. Vous savez qu'à partir de là, c'est toujours difficile à gérer. Vous l'avez connu dans d'autres départements.
Je vous fais a priori confiance par rapport au problème. Je vous félicite d’être directement allée sur place, parce que M. Van Quickenborne, à qui j’avais très longtemps suggéré de s’y rendre, n'y est jamais allé. Vous avez vraiment bien fait de le faire. Cela permet de donner toute sa dimension au problème et de sentir les choses concrètement.
Nous reviendrons vers vous pour voir s'il y a des mesures concrètes pour revenir à une situation plus supportable.
Marie Meunier:
Merci madame la ministre pour vos différentes réponses. Je suis à la fois contente et triste d'apprendre que vous aussi vous constatez l'état dans lequel se situe la prison de Mons actuellement. Si vous avez en partie répondu à la question de mon collègue sur la surpopulation carcérale, je suis par contre un peu frustrée de n'avoir eu aucune réponse. Si, demain, le bourgmestre de Mons prend un arrêté selon lequel la prison, en tout ou partie, doit fermer parce qu'il n'est plus possible d'y accueillir des détenus, je n'ai entendu aucune réponse quant à cette possibilité-là et aux solutions qui pourraient être apportées à un tel arrêté. Vous ne m'avez pas répondu. Si, aujourd'hui ou demain, la prison de Mons devait fermer en tout ou partie, on ne sait pas où on mettra les détenus. La prison de Mons est dans un état lamentable. Mon collègue, qui suit le dossier depuis 2007, l'a dit. Je suis jeune députée, je ne le suis que depuis le mois de juillet de l'année dernière. En tant que députée, en tant que locale, c'est un petit peu différent. On est systématiquement confrontés à ces problématiques en tant que citoyen. Je suis un peu désolée des réponses que je n'ai pas eues et je ne manquerai pas de vous revenir régulièrement parce qu'à un moment donné, le bourgmestre va devoir prendre la décision et il faudra faire quelque chose des 400 détenus et des travailleurs.
De brandweerverslagen in opdracht van de Regie der Gebouwen voor de gevangenis van Hoogstraten
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Hoogstraten, met name het penitentiair schoolcentrum, kampt met ernstige brandveiligheidsinbreuken, waarbij paviljoenen ongunstige brandweerkeuringen kregen en dringende maatregelen vereist zijn om openblijven tot sluiting te garanderen. Minister Verlinden bevestigt dat Justitie (als "huurder") en Regie der Gebouwen (als "verhuurder") gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de oplossingen, met dringend overleg en een technisch onderzoek naar behoud van de site, maar concrete acties blijven vaag. Dillen benadrukt dat tijdelijk openhouden enkel mogelijk is bij volledige naleving van brandveiligheidsnormen. De klemtoon ligt op de urgentie, maar een duidelijk tijdspad of budget ontbreekt.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de Regie der Gebouwen heeft brandweerverslagen ontvangen met opmerkingen wegens inbreuken op de brandveiligheid, onder andere inzake de gevangenis van Hoogstraten, in het bijzonder het penitentiair schoolcentrum. Op 19 juni 2024 heeft daar een rondgang plaatsgevonden in aanwezigheid van de Regie der Gebouwen, de FOD Justitie en brandweerzone Taxandria. Het verslag was voorwaardelijk gunstig voor paviljoenen A en D, maar voor de overige gebouwen was het verslag werkelijk ongunstig.
Op 29 januari 2025 ontving de Regie der Gebouwen een nieuw brandweerverslag, waarin de brandweer verschillende noodzakelijke ingrepen aanhaalt. Belangrijk daarbij is dat, volgens het verslag, die maatregelen genomen dienen te worden om het complex open te kunnen houden tot aan de sluiting.
Mevrouw de minister, bent u op de hoogte van dat ongunstige verslag? Heeft er ter zake reeds overleg plaatsgevonden met uw collega bevoegd voor de Regie der Gebouwen over dringend te nemen maatregelen?
Welke maatregelen vallen onder de bevoegdheid van Justitie en welke onder de Regie der Gebouwen?
Uit het antwoord van de voormalige staatssecretaris voor Regie der Gebouwen aan mijn collega Britt Huybrechts blijkt dat “indien het de intentie is om het complex niet te sluiten of de sluiting nog uit te stellen met een aantal jaren, dit verslag komt te vervallen en het ongunstige besluit van kracht blijft". De beslissing om de sluiting uit te stellen heb ik in uw beleidsverklaring kunnen lezen. Welke initiatieven zijn er genomen om de verschillende noodzakelijke ingrepen die onder uw verantwoordelijkheid vallen bij hoogdringendheid uit te voeren?
Annelies Verlinden:
Collega Dillen, mijn administratie is op de hoogte van dit verslag en heeft dat ook al aangekaart bij de Regie der Gebouwen. Het verslag beschrijft een aantal punten die gedeeltelijk tot de verantwoordelijkheid van Justitie behoren en gedeeltelijk tot de verantwoordelijkheid van de Regie der Gebouwen. De verdeling van de bevoegdheden tussen Justitie en de Regie wordt beschreven in de handleiding klantenrelaties van de Regie en kan grosso modo worden omschreven als de opsplitsing van de verantwoordelijkheden tussen een huurder en een verhuurder. Er werd alleszins contact opgenomen met de Regie, waarbij een beschrijving van alle punten en verantwoordelijkheden werd bezorgd. Op verschillende niveaus wordt gehamerd op het belang en de dringendheid daarvan.
Tot slot klopt het dat wij de ambitie hebben het deel van de site buiten het kasteel te behouden. De Regie werd gevraagd dat verder technisch te onderzoeken.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, we zullen dat uiteraard opvolgen. Indien u deze gevangenis effectief tijdelijk wilt openhouden, is het belangrijk dat de brandveiligheid in orde is met de regels.
De resultaten van het overleg met de vakbonden van het gevangeniswezen
De incidenten in de gevangenis van Haren
Vakbondsoverleg en incidenten in gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De escalerende agressie tegen cipiers in overbevolkte gevangenissen leidt tot stakingen en dringende eisen van vakbonden, zoals meer veiligheidscellen (minimaal 45, maar onvoldoende volgens vakbonden), strengere sancties voor agressieve gedetineerden, koppeling van voorwaardelijke invrijheidstelling aan gedrag, en intensievere drugscontroles. Minister Verlinden kondigt technologische maatregelen (drones, gsm-jammers, IT-speurhonden) en budgettaire inspanningen aan, maar benadrukt dat structurele oplossingen (overbevolking, zorg voor geïnterneerden) en concrete uitvoering tijd vragen, terwijl vakbonden en oppositie onmiddellijke, forsere actie en extra budget eisen. Sociaal overleg start voor de zomer, met een sociaal akkoord gepland tegen 2026, maar de korte-termijnmaatregelen worden als onvoldoende en te traag bestempeld. Een motie dringt aan op versnelde uitvoering en bijkomende middelen.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de cipiers zijn de stijgende agressie in de overbevolkte gevangenissen beu en eisen een snelle en daadkrachtige aanpak. Vorige week werd er wederom gestaakt en ik heb begrepen dat er een overleg plaatsvond met de vakbonden van het gevangeniswezen.
De eisen van de vakbonden zijn duidelijk en al lang gekend. Zo pleiten ze onder meer voor meer veiligheidscellen met een dubbele deur voor agressieve gedetineerden, strengere sancties voor gedetineerden die zich misdragen, een koppeling van de voorwaardelijke vrijlating aan iemands gedrag tijdens detentie, meer drugscontroles in de gevangenissen enzovoort. Zij vragen concrete acties met een onmiddellijke impact op het terrein.
Kunt u meer toelichting geven met betrekking tot de concrete resultaten van het overleg?
Zijn alle gedane beloftes realistisch – want dat is niet onbelangrijk –, heel specifiek wat de budgettaire impact betreft? Kunt u meer toelichting geven over wat er op korte termijn concreet zal gebeuren? Graag kreeg ik ook een duidelijke timing.
We vernamen in de media dat er onder meer in het hele land 45 veiligheidscellen moeten bij komen, wat volgens de vakbonden een positief signaal is maar veel te weinig. Waarom kan dit aantal niet verhoogd worden, wat noodzakelijk is gezien de steeds toenemende en zwaardere agressiegevallen?
De vakbonden vinden de maatregelen een stap in de goede richting, maar missen nog een fors signaal van de overheid, de politie en Justitie: “Gedetineerden die hun criminele activiteiten voortzetten en cipiers bedreigen, moeten worden opgespoord en aangepakt." Zult u initiatieven nemen om daarvan bij hoogdringendheid werk te maken?
Ten slotte, kunt u meer toelichting geven betreffende de budgettaire impact van de gemaakte afspraken en beloftes? U hebt volledig terecht bijkomende budgetten gevraagd aan de regering, maar we wachten nog steeds op een beslissing. Nogmaals, is de budgettaire impact realistisch binnen het bestaande budget voor Justitie?
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik sluit aan bij mijn vragen van de voorbije weken. Er zijn regelmatig incidenten. Afgelopen weekend kregen opnieuw drie penitentiair beambten in Haren klappen tijdens de wandeling. Dat was een zwaar incident. De procedure 'kritisch incident' werd opgestart met alle gevolgen van dien. Er konden zondag bijvoorbeeld geen activiteiten doorgaan.
Deze escalatie is al weken aan de gang. De vraag is natuurlijk wat we daaraan structureel kunnen doen. U hebt een heel stappenplan opgesteld, dat de voorbije weken aan ons werd meegegeven. Treft u echter nog bijkomende veiligheidsmaatregelen om dat tegen te houden?
De spanningen leiden uiteraard tot een gevoel van straffeloosheid, ook intern bij de cipiers. Zij grijpen naar een staking, maar worden telkens geconfronteerd met een nieuw incident.
Wat me ook interesseert zijn de gesprekken met de vakbonden. Mijn vragen daarover sluiten aan bij wat mijn collega net heeft gevraagd. Zijn er plannen rond een sociaal akkoord? Liggen de stappen naar de onderhandelingen vast?
Ten slotte is er ook nog het hele aspect rond drugscriminaliteit in de gevangenissen. Er werd een suggestie gedaan om, zoals in andere landen, regelmatig een sweep te houden. Hebt u ook al gedacht aan deze maatregel in het kader van de drugsbestrijding in onze penitentiaire instellingen?
Annelies Verlinden:
Bedankt, collega's. Op donderdagavond 27 maart ging een 24 urenstaking van start in de gevangenissen uit protest tegen agressie ten aanzien van het gevangenispersoneel. Op zondagavond 30 maart vond vanaf 22 uur opnieuw een actie plaats door de deelname van het personeel aan de nationale stakingsdag. De minimale dienstverlening kon niet in alle penitentiaire instellingen worden gegarandeerd, waardoor op tal van plaatsen een inzet nodig was van de lokale politie, al dan niet ondersteund door de federale politie. Deze inzet heeft uiteraard een enorme impact op de reguliere werking van onze politiediensten en zo ook op de dienstverlening aan de bevolking.
Vrijdag 28 maart hebben in het licht van de 24 urenstaking verschillende vakbondsleden zich verzameld voor mijn kabinet. Nadat er al eerder overlegmomenten hadden plaatsgevonden, ben ik ook afgelopen vrijdag in gesprek gegaan met die vertegenwoordigers van de verschillende vakorganisaties.
Het is duidelijk dat de schrijnende overbevolking in onze gevangenissen een humaan detentiebeleid in de weg staat en dat dat een impact heeft zowel op de personeelsleden als op de gedetineerden. De werk- en leefomstandigheden dragen bij aan frustraties en geweldincidenten. De reacties van de personeelsleden, waarbij na incidenten het regime wordt aangepast of het werk wordt neergelegd, versterken bij de gedetineerden de frustraties, wat maakt dat er een vicieuze cirkel ontstaat die nog moeilijk te doorbreken blijkt. De impact van daden van fysiek of verbaal geweld op de gevangenismedewerkers is groot en ik wens in het bijzonder ook de mentale weerslag van dergelijke feiten te onderstrepen, ook op de familieleden van onze penitentiair beambten. Niemand vertrekt naar het werk met het idee die dag niet naar huis te kunnen terugkeren, maar in plaats daarvan de nacht te moeten doorbrengen in een ziekenhuis.
Uiteraard, collega's, is het onaanvaardbaar dat veroordeelde criminelen hun business draaiende kunnen houden vanachter de gevangenismuren, terwijl ze verondersteld worden gestraft te zijn. Drugssmokkel en andere criminele activiteiten moeten worden gestopt en daarmee ook de bedreigingen die worden geuit ten aanzien van onze penitentiair beambten, maar evenzeer magistraten, politiemensen, douaniers, havenpersoneel en advocaten, zoals we vanochtend helaas hebben moeten vaststellen. De toename van geweld en bedreigingen ook in de privésfeer van de gevangenismedewerkers, is voor mij een grote bezorgdheid en de aanpak ervan een prioriteit.
Dat heb ik in deze commissie al herhaald meegegeven en we voegen ondertussen ook de daad bij het woord. Ik heb tijdens het overleg met de vakbondsvertegenwoordigers vorige vrijdag een aantal maatregelen aangekondigd.
Zo zullen we werk maken van meer veiligheid in de detentie-infrastructuur door het voorzien van beveiligde cellen voor de meest agressieve gedetineerden, met de bedoeling het aantal veiligheidscellen jaar na jaar te laten toenemen. In eerste instantie wordt het aantal veiligheidscellen beperkt tot 45 om hun impact op het leef- en werkklimaat in de rest van de afdelingen te beperken.
Om de veiligheid binnen de gevangenismuren te verbeteren, maar ook om de strijd tegen criminaliteit binnen de gevangenismuren te intensiveren, zal materiaal worden aangekocht om gerichtere controles uit te voeren op de aanwezigheid van gsm-toestellen, tracers en drones. Er zullen bijkomende IT-speurhonden bij de Directie hondensteun van de federale politie worden opgeleid, waardoor we die honden, net als de drugshonden, meer zullen kunnen inzetten binnen de gevangenissen. Ook zullen toestellen worden aangekocht die signalen van gsm-toestellen kunnen jammen. Uiteraard blijven we ook in samenwerking met de politie inzetten op controles en sweepings .
Het project drone-in-a-box zal verder worden getest en uitgebreid en moet zorgen voor een betere beveiliging in de onmiddellijke omgeving van de gevangenis door de inzet van drones, bijvoorbeeld op de personeelsparkings. Uiteraard zal worden voorzien in de opleiding van personeelsleden, zodat zij met de nieuwe technologie en middelen aan de slag kunnen gaan.
De maatregelen die ik net heb overlopen, hebben we becijferd en we zullen de nodige stappen zetten om daarvoor budgetten vrij te maken.
Weliswaar gebiedt de realiteit me vast te stellen dat de aankoop van technische middelen, de installatie ervan en de opleiding van personeelsleden tijd vraagt en uiteraard gebonden is aan procedures. We moeten dat dus ook realistisch benaderen. De nodige initiatieven zullen spoedig worden genomen, maar de concrete uitwerking en realisatie ervan op het terrein zal mogelijk nog even op zich laten wachten.
We zullen ook de traceerbaarheid van de gevangenismedewerkers inperken, meer bepaald door de zichtbare personeelsinformatie op identificatiebadges van de medewerkers aan te passen.
Conclusie, door de problematiek van de overbevolking, de aanwezigheid van agressieve profielen, de meer dan duizend geïnterneerden in onze gevangenissen die nood hebben aan gespecialiseerde zorg en de drugshandel, zien onze penitentiaire instellingen zich vandaag geconfronteerd met tal van uitdagingen. De vele veroordelingen, zowel nationaal als internationaal, wijzen ons daarop. Ik heb heel goed geluisterd naar de noden en de zorgen van de vakorganisaties. Met de aangekondigde maatregelen wil ik alvast tegemoetkomen aan enkele zeer terechte bezorgdheden, maar het weze duidelijk dat het evolueren naar een humaan detentiebeleid meer zal behoeven dan de net besproken maatregelen. U weet dat mijn voorstel voor het indijken van de overbevolking en mijn budgettaire meervraag voorligt bij de regeringscollega's. De gesprekken die daarover vorige week al werden gevoerd, zullen worden verdergezet.
Mijnheer Yzermans, zoals voorzien in het regeerakkoord zullen we tegen 1 januari 2026 een sociaal akkoord met de vakbonden onderhandelen. De gesprekken daartoe zullen nog voor de zomer worden opgestart.
Marijke Dillen:
Dank u vriendelijk voor uw antwoord, mevrouw de minister. De maatregelen die u hebt aangekondigd, kunnen uiteraard al onze steun krijgen, maar ik vrees dat ze absoluut niet zullen volstaan.
Er zullen in eerste instantie 45 veiligheidscellen komen, bevestigde u vandaag. Dat is volgens de vakbonden absoluut onvoldoende. Mevrouw de minister, u zult inspanningen moeten doen om dat aantal op korte termijn op te trekken om de veiligheid in de gevangenissen te waarborgen. De vraag is dan natuurlijk ook hoe u die 45 veiligheidscellen wilt spreiden. We weten immers allemaal dat er een aantal gevangenissen zijn waar er gelukkig weinig gevallen van agressie zijn, maar ook een aantal andere – ik heb u daar vorige week nog over ondervraagd, mevrouw de minister – waar er geen sprake is van overbevolking, maar waar er wel zeer zware vormen van agressie zijn. Het is dus belangrijk om de cellen op een juiste wijze te spreiden.
Ten tweede zegt u dat u de maatregelen becijferd hebt. Kunt u daar meer toelichting over geven? Hebt u becijferd welke exacte budgetten u graag ter beschikking zou krijgen? Ik vrees namelijk dat dat binnen de bestaande budgettaire ruimte absoluut niet haalbaar is. U zegt dat u binnen de regering overlegt om bijkomende budgetten te krijgen, maar ten eerste bent u niet de enige minister die graag bijkomende budgetten wil, en ten tweede zijn die eventuele bijkomende budgetten uiteraard bedoeld voor uw totaalpakket aan bevoegdheden en niet enkel en alleen voor het gevangeniswezen. We weten allemaal dat er binnen het totaalpakket van uw bevoegdheden zeer grote noden zijn.
Nog een laatste opmerking, mevrouw de minister. De vakbonden pleitten uitdrukkelijk voor strengere sancties voor gedetineerden die zich misdragen en voor de koppeling van de voorwaardelijke vrijlating aan iemands gedrag tijdens detentie. Ik heb van u spijtig genoeg geen antwoord gehoord op die terechte vraag van de vakorganisaties.
Tot slot heb ik een motie ingediend.
Alain Yzermans:
Dank u voor de antwoorden.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee, - overwegende dat aan de stijgende agressie tegenover cipiers in de gevangenissen paal en perk dient te worden gesteld; - overwegende dat ondanks het feit dat deze problematiek bijzonder ernstig is en al geruime tijd aansleept, nog geen adequate maatregelen zijn genomen om de veiligheid van de penitentiaire beambten te benaarstigen, laat staan te garanderen; - overwegende dat hier dan ook met prioriteit werk dient van gemaakt te worden; - overwegende dat in die zin ook de vakbonden hun eisenpakket op tafel hebben gelegd; vraagt de regering - per kerende, en voor zover als nodig, de nodige regelgevende en praktische initiatieven uit te werken voor onder meer de bouw van voldoende veiligheidscellen met een dubbele deur in de strijd tegen agressieve gedetineerden, strengere sancties voor gedetineerden die zich misdragen, een koppeling van de voorwaardelijke vrijlating aan iemands gedrag tijdens de detentie en meer drugscontroles in de gevangenissen; - hiervoor bijkomend budget te voorzien zodat voormelde initiatieven binnen een korte termijn kunnen gerealiseerd worden. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord, - considérant qu’il faut mettre un frein à l’augmentation du nombre d’agressions commises contre des gardiens dans les prisons; - considérant que malgré la gravité particulière de ce problème et sa persistance depuis un certain temps, aucune mesure adéquate n'a encore été prise pour veiller à la sécurité des agents pénitentiaires, et encore moins pour la garantir; - considérant qu'il faut s'atteler en priorité à cet élément; - considérant que les syndicats ont également présenté leur cahier de revendications dans ce sens; demande au gouvernement - de prévoir, sans délai et pour autant que nécessaire, les initiatives réglementaires et pratiques nécessaires pour, entre autres, la construction d'un nombre suffisant de cellules de sécurité équipées d'une double porte pour lutter contre l’agressivité des détenus, des sanctions plus dures à l’égard des détenus qui se comportent mal, un couplage de la libération conditionnelle au comportement de l'intéressé durant sa détention et l'augmentation du nombre de contrôles antidrogue effectués dans les prisons; - de prévoir un budget supplémentaire afin que les initiatives susmentionnées puissent être mises en œuvre à brève échéance. " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Steven Matheï. Une motion pure et simple a été déposée par M. Steven Matheï. Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
De oude gevangenis in Dendermonde
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Dendermonde kampt met onmenselijke omstandigheden (overbevolking, verouderde infrastructuur, brandgevaar) en veiligheidsrisico’s voor zowel gedetineerden als cipiers, bevestigd door advocaten die de toestand vergelijken met "totalitaire regimes". Minister Verlinden erkent de problemen maar houdt de oude gevangenis open tot het FPC longstay in Oost-Vlaanderen operationeel is, wegens landelijke overbevolking; kleine renovaties (elektriciteit, cellen) volstaan niet. Pas hamert op structurele oplossingen voor overbevolking (ook in de *nieuwe* gevangenis, waar 520 detineerden zitten ipv 444) en noemt de huidige maatregelen dweilen met de kraan open. Concreet plan en budget volgen pas in Masterplan 4, zonder duidelijke timing.
Barbara Pas:
Mevrouw de minister, maandag was een stakingsdag en niet voor de eerste keer stond er ook een stakingspiket aan de oude gevangenis in Dendermonde. Er werd in eerste instantie gestaakt omwille van de erbarmelijke levensomstandigheden daar. De cipiers krijgen alvast gelijk van de advocaten. Vorig jaar ging een aantal stafhouders van de Vlaamse balies op bezoek in verschillende gevangenissen, waaronder ook de oude gevangenis in Dendermonde. Daar zagen ze heel wat problemen, zoals de overbevolking en vooral de verouderde infrastructuur.
Die advocaten hebben daar recent opnieuw op gereageerd Ik geef enkele citaten mee van de stafhouder van Dendermonde: "De isoleerruimten deden mij denken aan gevangenissen van totalitaire regimes. Dit past niet in een rechtsstaat zoals België. De leefomstandigheden zijn er zo dramatisch dat er van zorg geen sprake meer is. Maak er een museum van, want een gevangenis kan je dit niet meer noemen. Deze gevangenis kan geen functie meer hebben om er gedetineerden te gaan in opsluiten".
Er stonden ook stakingspiketten toen de oude gevangenis vóór de verkiezingen met heel veel show werd heropend door toenmalig minister Van Tigchelt. Op dat moment was er nog een negatief advies van de brandweer. Ondertussen zijn er al wat aanpassingen gebeurd, maar vorige week nog was er een brand die werd veroorzaakt door de slechte staat van de elektriciteitsvoorzieningen. Daarbij werd het centrum van de stad voor de helft afgesloten. Dat zijn situaties die niet voor herhaling vatbaar zijn.
Mevrouw de minister, wat is uw reactie op de bevindingen van de Stafhouder van de balie van Dendermonde? Worden er initiatieven genomen om de situatie daar te verbeteren? Zo ja, welke? Welke concrete werken en aanpassingen zijn daar nog gepland op korte, middellange en lange termijn? Welk budget is er daarvoor voorzien?
Wat ondertussen met de overbevolking in de oude gevangenis van Dendermonde? Zal die in deze omstandigheden open blijven? Wat zijn de plannen desbetreffend, rekening houdend met de onmenselijke situatie voor de gevangenen en de onveilige situatie voor zowel de gedetineerden als de cipiers?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Pas, ik erken uiteraard de uitdagingen die in de gevangenis van Dendermonde bestaan. De situatie in die penitentiaire inrichting wordt net als in de andere inrichtingen nauwgezet opgevolgd. Er zijn verschillende initiatieven genomen om de leef- en werkomstandigheden maximaal te verbeteren. Het klopt dat in het verleden werd beslist om de oude gevangenis te sluiten zodra de nieuwe gevangenis operationeel zou zijn, omdat de infrastructuur van de oude gevangenis niet meer voldoet aan de hedendaagse standaarden.
Door de aanhoudende overbevolkingsproblematiek in de Belgische gevangenissen was de vorige regering echter genoodzaakt de oude gevangenis alsnog open te houden met een lagere bezetting. Wij hebben beslist de oude gevangenis minstens open te houden tot de opening van het FPC longstay in Oost-Vlaanderen. Gezien de problematiek van de huidige overbevolking, zal u willen begrijpen dat het niet mogelijk is om bestaande capaciteit te sluiten.
Vooraleer de oude gevangenis in gebruik werd genomen, werden een aantal renovatie- en opfrissingswerken uitgevoerd. Voor die werken kan ik verwijzen naar de aanpassing van de elektriciteit, de modernisering van de sanitaire leidingen en de opfrissing van een deel van de cellen.
Over de toekomst van de site is momenteel een analyse lopende. Een voorstel over de budgetten en de timing van de eventuele verdere werken zal worden geformuleerd in het kader van het Masterplan 4, dat momenteel in voorbereiding is samen met de Regie der Gebouwen.
Barbara Pas:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben mij ervan bewust dat er renovatie- en opfrissingswerken zijn gebeurd. Er zijn hier en daar wat likjes verf gegeven en aanpassingen gedaan, maar dat is uiteraard onvoldoende. U hebt niet gereageerd op de uitspraken van de stafhouder van de balie in Dendermonde. Hij heeft echter gelijk. De omstandigheden zijn erbarmelijk, uiteraard door de overbevolking. Dat is niet alleen in de oude gevangenis het geval maar ook in de nieuwe gevangenis in Dendermonde. In plaats van de voorziene 444 gedetineerden zitten er in die gevangenis momenteel 520 gedetineerden, ook met grondslapers en alle gevolgen van dien voor de veiligheid van de cipiers. Ook daar schort er wat aan de infrastructuur. Deuren schieten plots open. Als de cipiers dat geluid horen, moeten zij gaan checken welke deur ’s nachts is opengegaan vooraleer een gedetineerde zou kunnen buitenwandelen. Zij moeten die deur met hout stutten in afwachting dat iemand de deur met een sleutel opnieuw dichtdraait. Dat zijn geen houdbare situaties. Pak dus de overbevolking aan in plaats van die zaken te laten aanslepen. Dat komt immers de gedetineerden niet ten goede en de cipiers al zeker niet.
720 iftarpakketten voor de gedetineerden in de Antwerpse Begijnenstraat
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy kritiseert de islamisering van gevangenissen en noemt de uitdeling van 700 iftarpakketten door het Marokkaanse consulaat in Antwerpen een gevaarlijke normalisering, die radicalisering bevordert. Minister Annelies Verlinden benadrukt dat veiligheidscontroles (HACCP) en neutraliteit (aanbod voor *alle* gedetineerden) vooropstaan, maar staat niet fundamenteel afwijzend tegenover religieuze initiatieven. Van Rooy eist een hardere lijn, suggereert repatriëring van Marokkaanse criminelen en beschuldigt de overheid van naïviteit in de omgang met islamitische invloed. De kern: spanningsveld tussen religieuze vrijheid en veiligheidsrisico’s in detentie.
Sam Van Rooy:
"Waarom 700 gedetineerden in Antwerpen mogen smullen van lekkers, bereid in het Marokkaans consulaat. Zo'n iftarpakket kan hen even een positief gevoel geven. De geur van vers bereide harirasoep en zoete chebakia vult de keuken van het Marokkaanse consulaat aan de Boomsesteenweg in Wilrijk. De 750 voedselpakketten die hier bereid worden, maken geen deel uit van een alledaagse iftar, maar zullen verdeeld worden onder 720 gedetineerden en 30 personeelsleden in de Begijnenstraat in Antwerpen. “Met zo’n halve kilo dadels kunnen zij een week verder”, glimlacht de Marokkaanse consul-generaal Mounir Qtitou. We worden hartelijk verwelkomd door consul-generaal Mounir Qtitou, de officiële vertegenwoordiger van Marokko in Antwerpen. Met een warme glimlach vertelt hij…"
Zo'n propaganda-artikel zou men verwachten in een Marokkaanse krant, maar dit staat gewoon in Het Laatste Nieuws . Het artikel werd niet toevallig geschreven door iemand die Ghadija Akouk heet. Ook de islamisering van de mainstream media, minister, is volop bezig.
Minister, wat vindt u ervan dat het Marokkaanse consulaat iftarpakketten uitdeelt aan de gedetineerden in de Antwerpse Begijnenstraat? Worden of werden deze iftarpakketten gecontroleerd?
De Marokkaanse consul-generaal heeft gezegd dat hij nu ook iftarpakketten wil uitdelen in andere gevangenissen. Vindt u dat een goed idee, minister? Steunt u dat?
Tot slot, mogen dan vanaf nu, als u dit steunt, vanuit elke religie of ideologie massaal culinaire leveringen worden gedaan aan gevangenen in dit land?
Ik kijk zeer uit naar uw antwoorden.
Annelies Verlinden:
Beste collega, de administratie heeft met het Marokkaanse consulaat afgesproken hoe het uitdelen van iftarpakketten logistiek op een veilige manier kon worden geregeld. Alles wat binnenkomt in de penitentiaire inrichtingen, ongeacht de oorsprong, wordt gecontroleerd op veiligheid. De HACCP-normen dienen te worden gerespecteerd omdat het om voedingswaren gaat. Dat geldt uiteraard ook voor de iftarpakketten.
Wanneer er een aanbod is vanuit een erkende religie, zal per aanbod worden bekeken welke organisatie die aanbiedt, wat het aanbod is en wat de mogelijkheden zijn en of er op het aanbod wordt ingegaan. Een belangrijke voorwaarde hierbij is dat het aanbod aan alle gedetineerden wordt gedaan, ongeacht de religie.
Sam Van Rooy:
Minister, de oververtegenwoordiging van moslims en meer bepaald Marokkaanse moslims in onze gevangenissen is al erg genoeg. Dat dit land en u nu zelfs toestaan dat het Marokkaanse consulaat massaal iftarpakketten uitdeelt in onze gevangenissen is, laat dat duidelijk zijn, te gek voor woorden. De islamisering van onze gevangenissen is volop bezig en leidt tot radicalisering, geweld en terreur. Aan de Marokkaanse consul-generaal zou ik zeggen als hij dan toch zo graag onze gevangenissen wil bezoeken, minister, dat hij dan zijn vele criminele en terroristische landgenoten meeneemt naar Marokko. Ik zou graag hebben, minister, dat ook u die boodschap aan hem overmaakt.
De overbevolking van de gevangenissen en de brief van de FOD Justitie aan de eerste minister
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De surpopulation carcérale in België bereikt een kritiek punt met 13.000 gedetineerden (waaronder 250 op de grond) en onmenselijke omstandigheden, terwijl de minister bewust vonnissen negeert die dit aanpakken. Verlinden wijst op structurele oplossingen (nieuwe strafwet, capaciteitsuitbreiding, focus op terugkeer illegale gedetineerden) en noodmaatregelen, maar Aouasti benadrukt dat budgettaire bezuinigingen (1,8%) en gebrek aan concrete plannen de crisis verergeren, met veiligheidsrisico’s voor personeel als direct gevolg. De minister belooft constructief overleg, maar geeft geen duidelijke timing of budgettaire garanties. De spanning tussen urgente noodzaak en politiek uitstel blijft onopgelost.
Khalil Aouasti:
Madame la Ministre,
Nos prisons sont surpeuplées.
Nous incarcérons trop et nous ne sommes pas en mesure d’éviter aux détenus des traitements inhumains et dégradants. Plus de 13 000 personnes dont près de 250 personnes dorment à terre. C’en est assez.
Il y a deux semaines vous m’avez indiqué publiquement que vous ne respecterez pas l’arrêt de la Cour de Bruxelles après ne pas avoir respecté celui de Liège faisant le choix délibéré d’une détention inhumaine et dégradante.
Outre la situation des détenus, c’est la sécurité du personnel qui est impactée par les conditions de détention désastreuses. Intimidation, insécurité, maladies et absences deviennent le quotidien dans des prisons déjà surpeuplées.
Désormais, c’est votre administration, le SPF Justice, qui tire la sonette d’alarme en adressant directement une lettre au premier ministre.
Madame la Ministre,
- Que pouvons-nous attendre du Kern de ce mercredi?
- Que comptez-vous mettre en place pour assurer des conditions de travail et de sécurité optimales au personnel pénitentiaire ?
- Quel sera le sort des courtes peines?
Je vous remercie.
Annelies Verlinden:
Collègue Aouasti, la surpopulation carcérale est un problème complexe qui perdure depuis très longtemps. Cela ne signifie toutefois pas que nous éludons le défi de trouver une solution. Le nouveau Code pénal entrera en vigueur dans un an, ce qui aura certainement un impact sur les peines prononcées étant donné que les peines d'emprisonnement de moins de six mois disparaîtront en tant que peines principales.
Par ailleurs, nous travaillons à un Code de l'exécution des peines destiné à moderniser l'ensemble du système d'exécution des peines en Belgique. Des mesures structurelles sont également prises pour lutter contre la surpopulation carcérale, notamment en augmentant la capacité d'accueil des prisons et en mettant davantage l'accent sur le retour des détenus sans droit de séjour.
À court terme, cependant, nous sommes confrontés à une situation inacceptable. C'est pourquoi nous travaillons activement à des mesures d'urgence visant à améliorer la situation à brève échéance. Je ne puis anticiper des discussions au sein du gouvernement, mais nous examinerons de manière constructive avec nos partenaires la meilleure voie à suivre. La nécessité des mesures d'urgence n'est remise en cause par personne.
Concernant l'amélioration des conditions de travail et la sécurité du personnel, je vous renvoie vers la réponse que j'ai donnée à l'interpellation de Mme Dillen.
Khalil Aouasti:
Merci madame la ministre. Je vous ai posé cette question parce que votre administration a directement interpellé le premier ministre concernant la surpopulation carcérale et les dangers encourus par les agents pénitentiaires dans cette situation.
Nous sommes en plein conclave budgétaire et, hier, le premier ministre a indiqué que, alors qu'il devait y avoir une immunisation des départements de sécurité au sens large, ce ne serait que le département de la police qui serait immunisé, le reste étant soumis à une norme de 1,8 % d'économie. Cela veut dire que votre département sera également touché, contrairement à ce qui avait été annoncé lors de débats préalables. Ces économies accentueront encore les difficultés pour trouver des ressources afin de pouvoir gérer la situation.
Je vous invite à nous indiquer de la manière la plus précise et la plus rapide possible les solutions envisagées et les budgets dégagés pour résoudre cette situation qui devient totalement explosive.
Voorzitter:
Conformément à l'article 127 du Règlement, les questions n° 56003788C de Mme Irina De Knop et n° 56003797C de Mme Rajae Maouane sont retirées car elles n'étaient pas présentes et n'en ont pas demandé le report. La réunion publique de commission est levée à 15 h 52. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.52 uur.
De daling van het aantal uitgezette illegale gedetineerden
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De overbevolking in gevangenissen en dalende uitzettingen van illegale gedetineerden (van 1.511 in 2022 naar 1.261 in 2024) zijn rechtstreeks gelinkt aan de striktere uitvoering van korte straffen, waarbij vervroegde vrijlating moeilijker wordt en repatriëring vertraging oploopt door administratieve knelpunten en gebrek aan terugkeerakkoorden. Minister Van Bossuyt benadrukt dat de regering het aantal uitzettingen wil opvoeren via meer gesloten centra, extra terugnameakkoorden (gekoppeld aan visabeleid, handel en veiligheid) en betere samenwerking tussen Justitie en DVZ, maar een wetswijziging (bevoegdheid Justitie) is nodig om de vertraging door de externe rechtspositiewet aan te pakken. De Vreese hamert op versnelde tussenstatelijke overbrengingen (straf uitzitten in herkomerland) als meest efficiënte oplossing, maar wijst op capaciteitsgebrek bij de bevoegde dienst en pleit voor versterking ervan. De focus ligt op praktische afspraken met herkomstlanden om repatriëring vanaf detentie te vereenvoudigen.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, onlangs verschenen er heel wat artikels in de pers over de overbevolking in onze gevangenissen. Een thematiek die daarbij op de voorgrond trad, was het aantal gedetineerde illegalen, ongeveer 30 %, en de problematiek van hun repatriëring. Dat is blijkbaar een ongewenste bijwerking van de striktere uitvoering van de korte gevangenisstraffen tot drie jaar. Sinds de invoering van die wet is het aantal verwijderingen van gedetineerden gedaald van 1.511 in 2022 tot 1.261 in 2024.
Volgens de DVZ zijn de voornaamste oorzaken dat gedetineerden in onwettig verblijf vaker hun volledige straf uitzitten en het dus langer duurt vooraleer ze kunnen worden verwijderd. Sinds de uitvoering van de kortere straffen moet een rechter oordelen over de vrijlating in plaats van de gevangenisdirecteur en dat pas na een verzoek van de gedetineerde zelf. Rechtbanken zouden minder geneigd zijn om een vervroegde vrijlating toe te kennen en gedetineerden zijn minder happig om de procedure aan te vragen, in tegenstelling tot vroeger toen gedetineerden vervroegd werden vrijgelaten met het oog op onmiddellijke repatriëring. De wet op de externe rechtspositie werd op dat vlak heel strikt aangepast, waardoor gedetineerde illegalen voor geen enkele gunstiger strafuitvoeringsmaatregel in aanmerking komen. Zij kunnen enkel vervroegd vrijkomen als ze meewerken aan hun terugkeer en er een laissez-passer is.
Verder vormt ook de overbevolking van de gevangenissen een groot probleem. Door de verschillende noodmaatregelen zitten meer veroordeelden, gedetineerden in onwettig verblijf incluis, hun straf buiten de gevangenis uit. Daardoor is het moeilijker voor de DVZ om hen te verwijderen. De DVZ heeft immers schriftelijke toestemming en politiebijstand nodig om een woonst te betreden voor de repatriëring.
Bovendien, als iemand zijn straf thuis uitzit, wat primeert er dan? Het bestuurlijke, om die persoon terug te sturen naar zijn land van herkomst, of het feit dat hij strafrechtelijk zijn straf nog moet uitzitten? Daardoor ontstaan er vaak hallucinante situaties tussen de administraties en tussen justitie en de DVZ, bijvoorbeeld als iemand die zijn straf uitzit met een enkelband aangetroffen wordt op het grondgebied en de DVZ niet goed weet wat te doen.
Wat is uw standpunt met betrekking tot deze laatste ontwikkelingen en het perverse effect van de wet waardoor er minder gedetineerden illegalen worden uitgezet? Er lopen daarover gesprekken binnen de regering. Op welke manier kunnen wij dat aantal uitzettingen opkrikken? Welke opties zijn mogelijk en welke stappen zult u hiervoor ondernemen? Wanneer bent u hierover in overleg gegaan met uw collega-minister van Justitie? Welke stappen zult u ondernemen om meer terugkeerakkoorden met anderen landen te sluiten om de illegale criminelen rechtstreeks vanuit de gevangenis terug te sturen naar hun land van oorsprong?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw De Vreese, de gesprekken hierover binnen de regering zijn bezig. De regering heeft absoluut de intentie om het aantal gedetineerden in illegaal verblijf dat terugkeert te verhogen. Mijn departement zit samen met Justitie in de periodieke COTER-werkgroep (Coördinatie Terugkeer) om de concrete samenwerking op operationeel en strategisch vlak te bespreken. We willen de terugkeercijfers van illegale criminelen verhogen door het aantal plaatsen in gesloten centra te verhogen en door extra terugnameakkoorden te sluiten. Zoals het regeerakkoord voorschrijft, zullen we die terugnameakkoorden samen met andere departementen maken volgens de whole-of-government approach . Het is zeer belangrijk om op dit vlak met één stem te spreken. Inreisvisa, samenwerking inzake veiligheid en defensie en samenwerking inzake handel en economie zullen aan het sluiten van die terugnameakkoorden worden gekoppeld. Dat is een groot verschil met het verleden.
De vermindering van het aantal verwijderingen uit de gevangenissen betekent niet dat deze gedetineerden niet verwijderd zullen worden. Ingevolge de huidige wet op de externe rechtspositie van gedetineerden worden zij later verwijderd dan voordien mogelijk was. Als men dat wil aanpassen, dan is een wetswijziging noodzakelijk. Hiervoor verwijs ik naar de voor deze materie bevoegde minister, de minister van Justitie.
De Dienst Vreemdelingenzaken optimaliseerde de interne werking om sneller en meer te kunnen inzetten op de verwijdering van personen die aan het einde van hun straf zijn. Het DG Penitentiaire inrichtingen (DG EPI) en de DVZ houden regelmatig bilateraal overleg op operationeel en strategisch niveau om de samenwerking te optimaliseren. Tot slot, de tussenstatelijke overbrengingen van gedetineerden ressorteren ook onder de bevoegdheid van de minister van Justitie.
Maaike De Vreese:
Bedankt, mevrouw de minister. Die tussenstatelijke overbrengingen, waarbij iemand in illegaal verblijf zijn straf uitzit in het land van herkomst, zijn eigenlijk de eerste stap die zou moeten worden gezet. Dat is eigenlijk dé manier om mensen al heel vroeg in het proces terug te krijgen naar hun land van herkomst. Dan komt de Dienst Vreemdelingenzaken daar zelfs niet meer aan te pas. Die dienst bestaat momenteel maar uit een beperkt aantal mensen. De minister van Justitie moet dus eens goed bekijken op welke manier die dienst versterkt kan worden en op welke manier die het meest efficiënt kan werken. Dat is namelijk een dienst die zeer veel kennis in huis heeft. Ook bij het onderhandelen over terugnameakkoorden en in de contacten is het zeer belangrijk dat die tussenstatelijke overbrengingen aan bod komen, zodat het gemakkelijker wordt om die mensen terug te laten nemen. U stelt dus een terechte prioriteit voor deze regering. Veel succes daarmee en hopelijk zien we die cijfers binnenkort opnieuw stijgen.
De overbrenging van Europese gedetineerden naar hun land
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het transfer en de identificatie van Europese gedetineerden in België: minister Van Bossuyt bevestigt dat EU-burgers wel degelijk traceerbaar zijn (346 gevallen in 2024) en na vrijlating worden teruggestuurd, maar transfers voor strafuitzitting vallen onder Justitie, niet onder het Vreemdelingenoffice. Dubois stelt vast dat de opmerking van de Brusselse procureur over ontbrekende data onjuist is en kondigt aan Justitie hierover te bevragen. Samenwerking tussen justitie, politie en het Vreemdelingenoffice wordt benadrukt als cruciaal voor efficiënte terugkeer van illegale gedetineerden.
Xavier Dubois:
Je vous remercie monsieur le président. Je vais faire mon possible pour que ma question soit courte et concrète.
Madame la ministre, ma première question concerne les détenus européens dans leur pays d'origine. Bien que ce sujet ait déjà été abordé dans le cadre de l'exposé, ma question vise à apporter un éclairage plus précis sur une intervention du procureur du Roi de Bruxelles, lors des débats sur la problématique des violences liées au trafic de drogue à Bruxelles.
Il a mis en avant qu'il n'existait pas une image précise du nombre de détenus ressortissants européens qui pourraient faire l'objet d'un transfert dans leur pays d'origine. Il rappelle que le cadre européen permet ce transfert offrant la possibilité aux détenus de purger leur peine dans leur pays d'origine. Il a également mentionné que les autres pays de l'Union européenne n'hésitent pas à transférer en Belgique les ressortissants belges condamnés à l'étranger.
Ce que ce que le procureur du Roi a dit est-il correct: n'y a-t-il pas la possibilité d'avoir une vision précise du nombre de citoyens européens dans nos prisons qui pourraient faire l'objet de ce transfert? Si c'est le cas, pourquoi et comment pourrait-on répondre à cette difficulté?
De manière plus concrète, concernant la lutte contre les trafiquants de drogue, quelle est la marge de manœuvre et la collaboration que l'Office des étrangers peut apporter, spécifiquement par rapport aux trafiquants d'origine étrangère?
Anneleen Van Bossuyt:
Monsieur Dubois, je vous remercie pour votre question.
L'éloignement des détenus en séjour illégal est une priorité absolue pour ce gouvernement. Nous travaillons en étroite collaboration avec la ministre de la Justice car une bonne coopération entre nos services est cruciale pour atteindre cet objectif.
Les ressortissants de l'Union européenne sont en général facilement identifiables, même lorsqu'ils sont détenus.
Si un transfert interétatique est impossible, ils sont renvoyés dans l' État membre compétent au moment de leur libération conditionnelle ou anticipée, voire à la fin de leur peine . En 2024, cela concernait 346 ex-détenus condamnés provenant d'un autre État membre.
Comme vous le savez, l'éloignement du territoire des détenus en séjour illégal relève d'une compétence partagée. D'une part, l'Office des étrangers organise l'éloignement après que la personne a été libérée par la justice. L'intéressé est libre dès son arrivée dans son pays d'origine. D'autre part, la justice organise l'éloignement du territoire des individus qui doivent encore purger leur peine dans leur pays d'origine. Ils restent privés de liberté et sont transférés en prison pour y purger le reste de leur peine.
Je suppose que la question posée par la procureure générale de Bruxelles concerne spécifiquement la compétence du ministre de la Justice, puisqu'il s'agit de transférer des détenus afin qu'ils poursuivent leur peine dans leur pays d'origine. Par conséquent, vous devriez plutôt vous adresser à ma collègue de la Justice. Je puis vous confirmer que l'Office des étrangers ne se heurte à aucun problème pour éloigner les détenus sans droit de séjour qui ont été libérés par la justice vers des pays tels que les Pays-Bas, l'Italie ou la France.
L'Office des étrangers entretient de bons contacts avec le parquet de Bruxelles ainsi qu'avec les services de police locaux et fédéraux. Une collaboration renforcée et un échange d'informations avec les parquets et les services de police ont également été inclus dans la circulaire 08/2023 du Collège des procureurs généraux. Si des ajustements sont nécessaires à cet égard, je veillerai à l'en informer.
Xavier Dubois:
Madame la ministre, je vous remercie de votre réponse. Tout d'abord, une information me rassure, puisque l'on peut quand même déterminer précisément combien de ressortissants européens se trouvent dans nos prisons. Dès lors, je m'étonne de la remarque du procureur du Roi. J'entends ensuite que cette question relève davantage de la compétence de la ministre de la Justice, étant donné qu'il s'agit en l'occurrence d'individus qui devraient encore purger leur peine dans leur pays d'origine. Par conséquent, je ne manquerai pas d'interroger la ministre en la matière. J'y reviendrai en fonction de la réponse que votre collègue aura apportée.
Het gebruik van smartphones en corruptie in gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt dat gsm-gebruik door gedetineerden (voor criminële doeleinden) toeneemt en kondigt versterkte detectie, brouiling en controles (met speurhonden en politie) aan, maar ziet geen alarmerende stijging van corruptie—wel scherper screeningsbeleid voor nieuw personeel. De Smet dringt aan op strengere anticorruptiemaatregelen (o.a. een onafhankelijk inspectieorgaan zoals in Frankrijk), wijzend op kwetsbaarheden door personeelstekort en de corruptiekracht van drugskartels, ondanks Verlindens relativering. Beide benadrukken technologische oplossingen (brouilers, detectie) als sleutel, maar De Smet blijft sceptisch over de effectiviteit zonder structurele controle.
François De Smet:
Madame la ministre, nous avons reçu la visite du procureur du Roi de Bruxelles en commissions de l’Intérieur et de la Justice le 11 mars dernier. Celui-ci a déploré avec vigueur le fait que les dirigeants des organisations criminelles condamnés à de lourdes peines et emprisonnés au sein de nos établissements pénitentiaires disposaient visiblement de trop de latitude pour mener des opérations criminelles au départ de leur cellule, notamment via l’utilisation de leur smartphone, parlant d’éventuelles complicités, voire de faits de corruption, au sein même des prisons.
À raison, M. Moinil a estimé que les priver de toute possibilité de contact avec des comparses à l’extérieur par la voie d’un GSM ne constituerait pas une violation manifeste des droits humains et des détenus en particulier. Par ailleurs, il a dit regretter qu’il n’existe pas, comme en France, d’organe d’inspection de l’administration pénitentiaire.
Madame la ministre, corroborez-vous les propos tenus par le procureur du Roi de Bruxelles quant à l’utilisation à des fins criminelles des téléphones portables par certains détenus? Dans l’affirmative, considérez-vous que pareille privation constituerait une mesure de nature à endiguer une criminalité galopante?
Avez-vous connaissance de faits de corruption grandissants au sein de nos prisons? Considérez-vous qu’un système d’inspection tel que l’Inspection Générale de la Justice (IGJ) française, à l’égard des administrations pénitentiaires en Belgique, serait nécessaire?
Annelies Verlinden:
Cher collègue De Smet, nous constatons effectivement une augmentation du nombre de téléphones portables dans les prisons. Tout moyen de télécommunication qui n'est pas mis à la disposition des détenus par l'administration pénitentiaire est pourtant interdit; cette mesure est essentielle afin d'empêcher les détenus d'utiliser les GSM à des fins criminelles. Afin de les empêcher de poursuivre leurs activités criminelles en prison, l'administration pénitentiaire s'est engagée à renforcer les contrôles par le biais de dispositifs de détection des téléphones portables, dont 20 ont été achetés fin 2024, et de brouillage des téléphones portables. Après une évaluation positive du projet pilote, cette application sera encore étendue.
Nous travaillons également avec la police locale pour effectuer régulièrement des contrôles à grande échelle comme des fouilles ou des sweepings . En collaboration avec la police, nous étudions comment utiliser davantage les chiens renifleurs de matériel de télécommunication.
Les faits de corruption constatés ces dernières années ne connaissent pas une hausse importante. De plus, afin de les prévenir, nous mettons en place un screening du personnel plus poussé à l'entrée en fonction.
En Belgique, les instances de contrôle se situent au niveau des directions locales et des directions régionales. Actuellement, nous n'envisageons pas la création d'un organe de contrôle similaire à celui existant en France.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. S'agissant des téléphones portables, les expériences à l'étranger nous montrent que les dispositifs de détection et de brouillage constituent visiblement la meilleure des solutions. J'entends les dispositions qui ont été prises fin de l'année dernière. Elles vont dans le bon sens. Je me permettrai de vous réinterroger pour voir quel en est le suivi. Pour ce qui est de la corruption, je crois vraiment que ce phénomène ne doit pas être sous-estimé. J'ai moi-même visité une prison récemment. Il nous est apparu que les processus de formation et d'entrée d'un certain nombre d'agents pénitentiaires, en raison de la pénurie, sont parfois vus comme relativement légers. Par ailleurs, nous avons affaire à des narcotrafiquants qui ont une puissance corruptive et financière extrêmement importante. Je continue donc à penser que des moyens plus forts de lutte contre la corruption des agents, en ce compris un service d'inspection, seraient bien utiles.
De poging tot wurging van een vrouwelijke cipier in de gevangenis van Andenne
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na een zware aanval door een psychisch kwetsbare gedetineerde in de gevangenis van Andenne raakten drie cipiers gewond (nu stabiel, thuis in herstel), wat de structurele agressieproblematiek tegen gevangenispersoneel benadrukt. Minister Verlinden bevestigt dat de dader bekendstond om eerdere agressie maar dat extra maatregelen niet nodig werden geacht door de psychiater, en kondigt een geïntegreerde aanpak (preventie, nazorg, repressie) aan om veiligheid te garanderen. Tien afwezige medewerkers in Andenne weerspiegelen het nationale gemiddelde, terwijl elk incident strikt gerapporteerd wordt en tot sancties *moet* leiden—een eis die Dillen nadrukkelijk herhaalt om zero tolerance af te dwingen. De focus ligt op snellere, strengere reacties en betere werkomstandigheden, met aandacht voor psychologische ondersteuning.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, opnieuw vond een zeer triest incident met zware agressie plaats, ditmaal in de gevangenis van Andenne, waar een gevangene, toen hij vorige zaterdag de cel voor een veiligheidscontrole binnenging, een vrouwelijke cipier heeft proberen te wurgen. Volgens de media zou de gedetineerde met psychische problemen kampen, maar u zult daarover meer info geven. Twee andere cipiers trachtten hun collega te redden, waarna de eerste cipier zwaargewond naar het ziekenhuis werd gebracht, maar ook de twee andere werden met verwondingen naar het ziekenhuis gebracht. De dader is inmiddels in de strafcel geplaatst.
Uit berichten blijkt dat er in de gevangenis van Andenne geen overbevolking is, maar dat die gevangenis meer en meer te maken krijgt met steeds zwaardere profielen van gedetineerden, zoals mensen met psychische problemen, onder meer ten gevolge van drugverslaving.
Mevrouw de minister, kunt u meer toelichting over die feiten geven? Heel belangrijk ook, hoe is het op dit ogenblik gesteld met de gezondheidstoestand van de drie betrokken cipiers?
Als het klopt dat van de gedetineerde bekend was dat hij psychische problemen heeft, waarom werden er dan geen bijzondere maatregelen genomen ter bescherming van de cipiers wanneer ze de cel moeten binnengaan?
Volgens de woordvoerder van het gevangeniswezen zitten op dit ogenblik tien personeelsleden, werkzaam in de gevangenis van Andenne, thuis na agressie-incidenten. Ook daarover kreeg ik graag meer toelichting. Ligt dat aantal afwezigen hoger dan het gemiddelde in andere gevangenissen? Niet onbelangrijk, welke gevolg werd aan al die agressie-incidenten gegeven?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, de toename van geweld en bedreigingen tegen medewerkers van gevangenissen, ook in hun privésfeer, is een grote bezorgdheid en een permanent aandachtspunt voor mij. Ik heb dat ook uitdrukkelijk benoemd tijdens de gesprekken die, zoals ik vanochtend al zei, onlangs op mijn kabinet hebben plaatsgevonden met de vakorganisaties van het gevangeniswezen. Ik zal dat vrijdag herhalen in een nieuw gesprek.
Ik deelde hier daarstraks ook al mee dat ik zal inzetten op een aanpak die preventie, nazorg, bescherming en repressie combineert, met de bedoeling om zo veilig mogelijke werkomstandigheden te creëren voor alle medewerkers. Uiteraard zal ik de Kamerleden daarvan op de hoogte houden.
De ernstige feiten van afgelopen weekend in Andenne hebben mij bereikt. Via deze weg wens ik de slachtoffers een spoedig herstel toe. Meteen na het agressie-incident werden de gewonde medewerkers verzorgd en naar de verpleegkundige dienst van de inrichting overbracht, waar hun de eerste zorgen werden toegediend. Daarna werden ze overgebracht naar het ziekenhuis voor een grondig medisch onderzoek en verdere opvolging. Heden is hun toestand stabiel en zijn ze thuis, herstellend. Ze kunnen een beroep doen op de psychologische ondersteuning die hun wordt aangeboden.
De gedetineerde in kwestie was reeds bekend voor eerdere gevallen van agressie jegens het personeel. Ten gevolge van diverse disciplinaire rapporten en plaatsing onder een bijzondere veiligheidsmaatregel heeft de inrichting die informatie bezorgd aan de psychiater, die geoordeeld heeft dat het niet nodig was om de genomen veiligheidsmaatregel aan te passen.
In de gevangenis van Andenne zijn op dit moment inderdaad tien personeelsleden afwezig wegens arbeidsongeschiktheid. Helaas stemt dat aantal overeen met het nationaal gemiddelde.
Elk incident leidt tot een rapport en kan leiden tot disciplinaire sancties voor de betrokken gedetineerde. We gaan niet licht over agressie ten aanzien van personeel. U moet er niet aan twijfelen dat de directie ook in dit geval kordaat zal optreden en de nodige maatregelen zal nemen. Uiteraard willen we in de toekomst de werkomstandigheden van de penitentiaire beambten verder verbeteren.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank u vriendelijk voor uw antwoord. We moeten inderdaad met zijn allen – helaas – vaststellen dat de agressie tegen cipiers, zowel binnen als buiten de werksfeer, blijft toenemen. Een veilige werkplek en veilige werkomstandigheden zijn daarom heel belangrijk. U zei dat elk geval van agressie gerapporteerd wordt en kan leiden tot sancties. Ik durf erop aan te dringen om het woord "kan" te vervangen door "moet." Er moet een heel duidelijk signaal komen vanuit het gevangeniswezen, vanuit Justitie, dat geen enkele vorm van agressie tegen cipiers aanvaardbaar is.
Alternatieve straffen en elektronisch toezicht
Het bereiken van de kaap van 13.000 gedetineerden
De beslissing van Vlaams minister Demir om in bijkomende enkelbandaansluitingen te voorzien
Alternatieve straffen, elektronisch toezicht en detentiebeleid in Vlaanderen
Gesteld door
Groen
Stefaan Van Hecke
Vooruit
Alain Yzermans
VB
Marijke Dillen
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De overbevolking in Belgische gevangenissen (nu 13.000+ gedetineerden, tekort van 6.000 plaatsen) leidt tot mensonwaardige omstandigheden en dreigt straffeloosheid door niet-uitgevoerde vonnissen. Minister Verlinden wil kortetermijnoplossingen (elektronisch toezicht voor straffen tot 3 jaar, 4.000 extra enkelbanden via Vlaanderen) maar benadrukt dat structurele aanpak (budget: 140 miljoen euro voor 2025, holistisch overleg met deelstaten) cruciaal is om net widening (meer gevangenen door alternatieven) te vermijden. Vlaams minister Demir kondigde eenzijdig 4.000 enkelbanden aan zonder federaal overleg, wat financiële en bevoegdheidsconflicten blootlegt—Verlinden bevestigt dat geen akkoord bestaat en wetgeving nog moet bepalen wie in aanmerking komt. Kritiek blijft op elektronisch toezicht als "gunst" (Dillen) versus volwaardig alternatief (Yzermans), terwijl langetermijnplannen (infrastructuur, strafrechtdebat) ontbreken.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, deze vraag heb ik al een tijd geleden ingediend en de actualiteit sinds maandag heeft mijn vraag dan ook wat ingehaald. Mijn ingediende vraag ging over het gegeven dat de overbevolking in onze gevangenissen voor mensonwaardige situaties blijft zorgen. Op het moment dat ik de vraag indiende, waren er volgens de cijfergegevens 12.380 gedetineerden, maar deze week is dat aantal al opgelopen tot meer dan 13.000. U had aangegeven dat u op dat vlak geen cadeaus hebt geërfd van uw liberale voorgangers, die ervoor hebben geopteerd om ook de zeer korte straffen effectief te laten uitvoeren, terwijl daarvoor in de gevangenissen geen plaats was. U riep terecht op om meer in te zetten op alternatieve straffen en om, voor de gevallen waarin dat veilig kan, ook meer gebruik te maken van elektronisch toezicht.
Het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht, dat onder de bevoegdheid valt van uw Vlaamse collega, mevrouw Demir, gaf aan dat het federaal probleem van de overbevolking niet naar de regio's moet worden doorgestuurd. Maandag gaf minister Demir echter toch aan om een aantal maatregelen te nemen.
Mevrouw de minister, hoe kijkt u daarnaar? Hoe beoordeelt u het antwoord van minister Demir? Hebt u ondertussen ook met haar overlegd? Wat hebt u samen precies afgesproken om dat probleem aan te pakken?
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, mijn vraag sluit daarbij aan. Ik wil de cijfers toch nog eens herhalen, omdat ze sprekend zijn. Volgens de recentste gegevens zijn er 13.018 gedetineerden, waarvan 267 grondslapers. Deze voormiddag hebt u die problematiek al benoemd en gezegd dat dat woord niet meer zal voorkomen in uw lexicon. Daar kijk ik kijk mee naar uit. Voorts zijn er 3.400 kortgestraften, de zogenaamde stock, en 713 penitentiaire verloven. Opgeteld resulteert dat in een tekort van 6.091 plaatsen, wat de overbevolkingsgraad niet op 17 à 18 %, maar eerder richting 55 % brengt.
U hebt noodmaatregelen aangekondigd, zoals het elektronisch toezicht, de enkelbanden voor straffen onder de drie jaar en de voorlopige invrijheidstelling voor gedetineerden die op zes maanden van het einde van hun straf zitten. Die noodmaatregelen tonen aan dat er op korte termijn een tussenoplossing moet komen, zoals u hebt gezegd, of bijna een noodplan, denken wij, om die aantallen in te dijken, aangezien er intussen bijna 1.000 gedetineerden bij gekomen zijn. Voor het perspectief worden ook de oude gevangenissen opengehouden, omdat het niet anders kan. U staat voor een enorm moeilijke taak.
De media melden dat de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen het getal van 1 miljard euro oppert. Vandaag is dat uiteraard utopisch, al zult u toch over grote bedragen moeten beschikken als u alle problemen zelfs maar gedeeltelijk wenst op te lossen.
De Centrale Toezichtsraad hekelt eveneens de idee van minister Demir om het elektronisch toezicht als tijdelijke maatregel uit te breiden totdat er voldoende bijkomende capaciteit beschikbaar is, omdat de raad vreest dat het net widening effect of het aanzuigeffect daardoor toeneemt. De Toezichtsraad zegt dat er geen tekort is aan gevangenissen, maar dat er te veel gevangenen zijn. Dat wordt een welles-nietesspelletje over de aanpak.
Wie de bijkomende enkelbanden door de uitbreiding van het elektronisch toezicht zal financieren, blijft onbeantwoord. Een gewestelijke minister spreekt over een financiering door de federale overheid. Hoe zult u dat aanpakken?
Ziet u het elektronisch toezicht als een volwaardig substituut, als vervangmiddel? Bij mijn bezoek aan het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht heb ik vastgesteld hoe het dragen van een enkelband een impact heeft, in die zin dat het in bepaalde gevallen echt wel op een gevangenis lijkt. Sommige beklaagden mogen niet naar buiten, zelfs niet hun eigen tuin in. Dat gaat verder dan de coronamaatregelen. Ik wens het elektronisch toezicht op dit moment niet goed te praten, maar ik vind het wel een volwaardig substituut. Wat vindt u daarvan?
Al die zaken vertel ik met het oog op een aanloop naar een evenwichtige aanpak, waarin zowel elektronisch toezicht als bijkomende infrastructuur nodig zullen zijn om de voorlopige ratio naar beneden te krijgen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, maandag heeft uw Vlaamse collega van Justitie met heel veel poeha aangekondigd meer dan 4.000 bijkomende enkelbanden te zullen voorzien voor criminelen waarvoor er in de gevangenis geen plaats is vanwege de problematiek van de overbevolking.
Onze fractie vindt enkelbanden niet de oplossing. Voor veroordeelden tot een effectieve gevangenisstraf is het krijgen van een enkelband echt een gunst. Ik hoor collega Yzermans zeggen dat elektronisch toezicht nog erger is dan ten tijde van corona. Tijdens de coronapandemie hebben wij er echter niet voor gekozen om opgesloten te worden, terwijl het voor het elektronisch toezicht gaat om mensen die ervoor kiezen om strafbare feiten te plegen. Daarbij komt dat, vooraleer veroordeeld te worden tot een effectieve gevangenisstraf, men in dit land al wel wat moet uitspoken.
Collega Yzermans heeft al gewezen op de cijfers, dus ik zal ze niet herhalen. Het moet echter heel duidelijk zijn dat een straf ook daadwerkelijk dient te worden uitgezeten.
Mevrouw de minister, graag had ik wat meer toelichting bij de aankondiging van mevrouw Demir. Heeft er daarover overleg plaatsgevonden? Ik vond de communicatie van Vlaamse kant, die ook vanmorgen reeds aan bod kwam, immers heel opmerkelijk. De Vlaamse minister van Justitie had duidelijk kritiek aan uw adres. Als er overleg heeft plaatsgevonden, welke krijtlijnen werden daarin dan besproken en welke beslissingen werden er genomen?
De Vlaamse minister van Justitie heeft aangekondigd 4.000 enkelbanden te zullen aankopen. Welke veroordeelden zullen daarvoor in aanmerking komen? Die beslissing komt immers niet de Vlaamse minister toe.
Hebt u kennis van een termijn binnen dewelke die enkelbanden kunnen worden geïnstalleerd? Zullen die personen ook worden opgevolgd? Moet er daarvoor extra personeel worden aangeworven? Die opvolging en dat extra personeel zijn weliswaar niet uw bevoegdheid. Is er een stappenplan afgesproken met de Vlaamse minister van Justitie?
Wat betreft de financiering, ik vind het heel gemakkelijk om met veel poeha 4.000 extra enkelbanden aan te kondigen, terwijl het federaal niveau die aankoop dan maar moet betalen. Mevrouw Demir is echter niet geplaatst om te beslissen over de portemonnee van de federale minister van Justitie. Ook daarover krijg ik graag duidelijkheid.
Annelies Verlinden:
Mijnheer Van Hecke, mijnheer Yzermans, mevrouw Dillen, de ambitie van deze regering, zoals vorige week en ook vanochtend nog besproken, is zeer duidelijk. Alle straffen die door een rechter worden uitgesproken, moeten effectief en ook op kwalitatieve wijze worden uitgevoerd. Zo staat het in het regeerakkoord. Dat is de ambitie, maar dat is inderdaad minder gemakkelijk gedaan dan gezegd. De prangende problematiek van de overbevolking bemoeilijkt niet alleen de humane detentie, maar sinds enkele maanden ook de effectieve uitvoering van gevangenisstraffen.
Het is geen geheim dat ik op korte termijn maatregelen wil nemen om de overbevolking in onze gevangenissen terug te dringen met het oog op het uitvoeren van de opgeschorte straffen en ook het terugdringen van straffeloosheid. Ik wil daarvoor inderdaad meer inzetten op elektronisch toezicht voor korte straffen, tot en met drie jaar, om ervoor te zorgen dat de massale straffeloosheid, die is gecreëerd door de inwerkingtreding van de wet houdende externe rechtspositie, een halt toe te roepen.
Die maatregelen worden momenteel besproken, zowel binnen de regering als met de deelstaten. Ik heb voor het eerst sinds lang het initiatief genomen om de deelstaten mee uit te nodigen, om te kijken naar die holistische benadering. We zullen immers iedereen nodig hebben om het probleem van de overbevolking op te lossen en om samen te bekijken wat mogelijk is.
Momenteel is er nog geen akkoord over de maatregelen. In Vlaanderen is men alvast, zo blijkt uit de communicatie van de minister in de pers maandag, bereid om de straffen in elektronisch toezicht uit te voeren, waarvoor klaarblijkelijk 4.000 bijkomende enkelbanden zullen worden voorzien. De precieze voorwaarden daaromtrent en het concrete plan van aanpak zullen met de deelstaten, maar ook met het OM en de penitentiaire administratie worden besproken. Dat plan moet verhinderen dat er een plotse onbeheersbare instroom komt van veroordeelden die onder elektronisch toezicht moeten worden geplaatst, omdat elk dossier uiteraard ook opvolging verdient.
Mevrouw Dillen, bij wet zal worden bepaald wie in aanmerking kan komen voor die maatregelen. De bijzondere wet met betrekking tot de zesde staatshervorming is duidelijk: de federale overheid bepaalt de opdrachten die de justitiehuizen of de andere diensten van de gemeenschappen uitoefenen in het kader van de gerechtelijke procedure of de uitvoering van gerechtelijke beslissingen.
Collega Yzermans, er zijn mij geen specifieke stappen bekend van de Centrale Toezichtsraad ten aanzien van de premier. De Centrale Toezichtsraad is een autonoom en onafhankelijk controleorgaan en het komt mij als minister niet toe om een standpunt in te nemen betreffende de adviezen van dat orgaan.
Ik deel echter wel de bezorgdheid van de Toezichtsraad dat de maatregelen die we nemen om de overbevolking aan te pakken geen aanzuigeffect mogen hebben of tot een net widening mogen leiden. U merkt terecht op dat die ongewenste gevolgen heel vaak worden vastgesteld. Een debat ten gronde over het strafrechtelijk beleid en het strafuitvoeringsbeleid als sluitstuk van de strafrechtketen is inderdaad vereist als we de overbevolking structureel willen aanpakken. Ik zie het als een zijsprong.
Ik ontmoette gisteren een homoloog uit de UK, waar het strafbeleid eveneens wordt geanalyseerd, precies vanuit dezelfde overwegingen. Wat is een gepaste straf om ons strafrecht te doen naleven?
Voor onder meer de aanpak van de overbevolking en de strijd tegen de georganiseerde en drugscriminaliteit heb ik inderdaad een bijkomend budget gevraagd. Ik heb die taskforces, zoals we vanochtend bespraken, ook in het leven geroepen, precies om heel concreet de uitvoering van het regeerakkoord mogelijk te maken en de stappen daarvoor voor te bereiden. Dat gaat gepaard met een bijkomende investering, die noodzakelijk is om in capaciteit te voorzien in de gevangenis- en detentiehuizen voor de geïnterneerden, maar ook voor de terugkeer van de niet-Belgen in onze gevangenissen. Het bedrag dat we nu voor 2025 hebben genoemd, is 140 miljoen euro, maar dat zeg ik onder voorbehoud van de verdere bespreking in de regering.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, uit uw antwoord meen ik af te leiden dat er nog geen overleg heeft plaatsgevonden sinds de aankondiging van mevrouw Demir maandag. Heb ik het correct?
Annelies Verlinden:
Ik heb haar niet gehoord, maar er zijn wel werkgroepen waarbij ook de deelstaten betrokken zijn.
Stefaan Van Hecke:
Wij hebben haar wel allemaal gehoord op de radio. U hebt haar ongetwijfeld ook gehoord, maar dan niet in een persoonlijk gesprek. Dat zegt veel.
Alain Yzermans:
Een holistische benadering klinkt zeer waardevol. Dat is inderdaad het te bewandelen pad wanneer we gaan voor een en-enreflex op alle niveaus.
De overbevolking leidt tot onhoudbare spanningen tussen personeel en gevangenen, soms met geweld tot gevolg, ook buiten de muren. Ze zorgt ook voor spanning tussen het personeel en soms tot demotivatie. Overbevolking kan eveneens leiden tot extern geweld. Als het probleem niet wordt aangepakt, dreigt een ernstig drama.
U wilt op korte termijn de druk wat wegnemen, maar dat is een plan voor de korte termijn. Ik had graag van u zo snel mogelijk – misschien bij de voorstelling van uw beleidsnota - een globaal plan dat de overbevolking op korte, middellange en lange termijn moet wegwerken, gekregen, zodat we een duidelijk beeld krijgen van de aanpak van de overbevolking op de verschillende niveaus.
Op middellange termijn is overleg met Vlaanderen zeker nodig, misschien via een brede rondetafelconferentie, om met alle actoren tot afspraken te komen voor de hele strafrechtketen.
Ik wil ook een duidelijk beeld van de financiële mogelijkheden voor zowel de kleine gedifferentieerde aanpak als de infrastructuur op lange termijn. We moeten in dat verband onderzoeken hoe we de bestaande gevangenissen die toe zijn aan herstellingen, kunnen opwaarderen.
Collega Dillen, ik vergelijk de situatie van de gedetineerden onder elektronisch toezicht helemaal niet met die onder de coronacrisis. Ik zeg alleen dat tijdens de coronacrisis iedereen binnen zat. Een enkelband kan onder bepaalde voorwaarden goed functioneren als bewakingsmiddel. Voor slechts 3 % van de enkelbanden is er sprake van uitval. In 97 % van de gevallen zorgt het elektronisch toezicht via de enkelband voor resultaat. In goede omstandigheden kan de enkelband dus een goed substituut of een aanvulling zijn. Het gaat inderdaad dus over een en-enoplossing.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, het is belangrijk om snel een planning aan onze commissie voor te stellen. Wat plant u op korte, middellange en lange termijn? U vindt de uitvoering van gevangenisstraffen zeer belangrijk om straffeloosheid tegen te gaan. Ik volg u daar volledig in. Men moet echter al aardig wat hebben uitgespookt om in dit land tot 3 jaar celstraf te worden veroordeeld. Zo'n straf wordt niet zomaar opgelegd. Het is dus een brug te ver om aan al die gedetineerden d'office de gunst van het elektronisch toezicht te geven. Collega Yzermans, in de praktijk moeten de gedetineerden met een enkelband 24 op 24 uur moeten binnenblijven. Velen onder hen krijgen voorwaarden en mogen overdag gaan werken. Ik geef daar voor alle duidelijkheid op zich geen kritiek op. In de praktijk is het dus niet zo dat zij tussen vier muren zitten gekluisterd. Mevrouw de minister, uw antwoord is bijzonder opmerkelijk na de uitvoerige communicatie van Vlaams N-VA-minister Zuhal Demir. Zij doet grote aankondigingen in de media. U hebt werkgroepen die rond de problematiek werken, maar het is toch erg bizar dat de Vlaamse minister van Justitie de media daar luidkeels over informeert, zonder met u daarover overlegd te hebben. Dat zegt bijzonder veel.
De aangekondigde stakingsacties in alle gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het gevangenispersoneel kondigt een 24-uurs staking op donderdag aan tegen intimidatie, geweld en terreur in gevangenissen, los van de nationale staking, en eist snelle, krachtige maatregelen van minister Verlinden. De minister bevestigt al lopende actieplannen (isolatie agressieve gedetineerden, strenge controles op gsm’s, drugs en samenwerking met politie) en belooft vervolgoverleg met vakbonden op vrijdag, maar geeft nog geen concrete budgettaire toezeggingen. Dillen dringt aan op snelle, kostenefficiënte oplossingen waar de gevangenisleiding nu afhankelijk is van externe partijen, en vraagt om duidelijke stappen zonder vertraging. Verlinden benadrukt veiligheidsprioriteiten (drugsbestrijding, communicatieverstoring) maar blijft vaag over middelen en timing.
Marijke Dillen:
Niet op maandag 31 maart samen met de nationale staking, maar volgende donderdag zal er in de gevangenissen ook een 24 urenstaking plaatsvinden, niet wegens de argumentatie van de nationale staking, maar wegens de voortdurende intimidatie, het voortdurende geweld tegen de penitentiaire beambten en de nood aan een snelle en krachtige aanpak van de terreur. Dat wil het gevangenispersoneel onder de aandacht brengen van de beleidsmakers in het algemeen en van u als minister in het bijzonder. We zijn het er allemaal over eens dat die situaties in de gevangenissen onaanvaardbaar zijn. Daarom kunnen we alleen maar begrip opbrengen voor de aangekondigde actie.
Mevrouw de minister, u zult dadelijk meer toelichting geven over het sociaal overleg. De vakbonden zeggen dat het overleg te weinig zou hebben opgeleverd. Dat hebben we althans in de media kunnen lezen. Ze willen ook terecht dat er sneller stappen worden gezet die weinig of geen budgettaire middelen vereisen voor zaken waarbij de directeur-generaal nu van externe partners afhankelijk is. Ik had daarover graag wat meer toelichting gekregen.
Ik heb inmiddels wel begrepen, na indiening van mijn vraag, dat er komende vrijdag overleg met de vakbonden zal plaatsvinden. Vanochtend heb ik ook vernomen dat het geen eerste overleg zal zijn en dat u sinds uw aantreden als minister van Justitie reeds overleg hebt gevoerd. Daarover krijg ik graag wat meer toelichting.
Bent u bereid in het kader van de betreffende problematiek om snel de nodige middelen vrij te maken en de nodige initiatieven te nemen?
Annelies Verlinden:
Collega's, afgelopen maandag vond er een overleg tussen de penitentiaire administratie en de vakbonden plaats. Tijdens dat overleg heeft de administratie een plan toegelicht om de meest agressieve gedetineerden onder te brengen in speciaal beveiligde cellen om zo te verhinderen dat gedetineerden hun criminele activiteit vanuit de gevangenis voortzetten. Dat doen we uiteraard in samenwerking met al onze veiligheidspartners. We blijven daarbij inzetten op de bestaande veiligheidsmaatregelen, zoals het opsporen en verstoren van illegale communicatie door gedetineerden onder meer aan de hand van gsm-detectietoestellen, gsm-jamming en meer screenings en controles in samenwerking met de politie.
De opsporing van drugs blijft een prioriteit, gelet op de duidelijke link tussen het gebruik van drugs en de onvoorspelbaarheid van het gedrag en de agressie. Dat doen we met de hulp van gespecialiseerde detectietoestellen en drugshonden en in nauwe samenwerking met de politiediensten.
Vrijdag vindt op mijn kabinet inderdaad opnieuw een overleg plaats met de vakbonden. Dan zullen we de gesprekken op korte termijn voortzetten. Ik kan daar uiteraard niet op vooruitlopen, maar we bereiden ons er wel goed op voor.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. Ik kan alleen maar hopen dat het overleg vrijdag constructief zal zijn en positieve resultaten zal hebben. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.03 uur. La réunion publique de commission est levée à 15 h 03.
De situatie van de Armeense gevangenen in Azerbeidzjan
Gesteld door
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 13 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Belgische minister van Buitenlandse Zaken Prévot bevestigt dat België de schendingen van mensenrechten en willekeurige detentie van 23 hooggeplaatste gevangenen uit Nagorno-Karabach (waaronder twee ex-ministers en Nobelprijsgenomineerde Ruben Vardanyan, nu in hongerstaking) veroordeelt, maar geeft toe geen direct contact met Azerbeidzjan te hebben gehad—wel belooft hij dat alsnog te doen en via EU-kanalen en de Raad van Europa druk uit te oefenen. De Maegd dringt aan op onmiddellijke actie: sancties, ambassadeursontbieding en harde EU-condemnatie, waarschuwend voor Azerbeidzjans escalerende agressie (wapenopbouw, dreiging tegen Armenië) en de hypocrisie van Europa’s gasafhankelijkheid ondanks Russische embargo-omzeiling. De urgentie ligt bij het redden van levens en het verdedigen van internationale rechtsnormen, parallel aan de steun voor Oekraïne.
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre des Affaires étrangères, imaginez qu'un jour la Belgique soit envahie par un pays voisin, dirigé par un dictateur qui, au mépris du droit international et humanitaire, ferait fuir tous les Belges vers un autre pays. Dans la foulée, ce dictateur vous enlèverait. Vous, ministre des Affaires étrangères, vous seriez détenu pendant des mois et torturé. Dans une parodie de procès tenue dans une langue que vous ne maîtrisez même pas, vous seriez accusé de préventions grotesques.
Chers collègues, vous me direz que ce scénario est ubuesque. Monsieur le ministre, c'est pourtant ce qui arrive en ce moment à deux de vos homologues, deux ministres des Affaires étrangères du Haut-Karabakh, territoire annexé par Bakou suite à une guerre effroyable.
Cette agression a été condamnée par la Cour internationale de Justice (CIJ) mais aussi présentée clairement comme une épuration ethnique par la Cour pénale internationale (CPI). Depuis maintenant 470 jours, Bakou emprisonne 23 personnalités de haut rang: vos homologues, un ministre de la Défense, des ministres d'État, mais aussi trois ex-présidents de la République du Haut-Karabakh.
Jusqu'ici l'Union européenne a réagi timidement car elle a besoin de gaz azéri. Cette hypocrisie est sans nom, puisque nous savons que ce gaz vient en grande partie de la Russie, officiellement sous embargo. Le comble est que la COP29 a été organisée à Bakou, sans un regard pour la tragédie que vivent ces prisonniers. L'un d'eux, Ruben Vardanyan, un homme de paix, nominé pour le prix Nobel de la paix l'an dernier, entame sa quatrième semaine de grève de la faim. Sa vie est clairement en danger.
Monsieur le ministre, nous avons déjà échangé en commission sur ce drame. Avez-vous entre-temps eu des contacts avec les autorités azéries? Avez-vous des nouvelles récentes de la santé des détenus?
Aujourd'hui, le Parlement européen approuve une résolution qui exige la libération immédiate et inconditionnelle de ces prisonniers. Monsieur le ministre, je vous demande également de faire tout ce qui est en votre pouvoir pour qu'une pression maximale et rapide puisse faire libérer ces innocents.
Voorzitter:
De laatste seconden zijn u inderdaad onterecht ontnomen.
Maxime Prévot:
Monsieur De Maegd, je répondrai de manière très transparente. Depuis la question que vous m'avez posée en commission, je n'ai pas eu à titre personnel l'occasion de prendre contact avec une quelconque autorité de l'Azerbaïdjan. Je m'engage à ce qu'il en soit autrement dans les jours qui viennent. Des contacts ont peut-être eu lieu à l'échelle de notre réseau diplomatique et à l'initiative de membres de mon administration. Je ne peux l'exclure mais je n'en ai pas l'information.
Je souhaite me pencher sur ce sujet. En effet, vous avez eu raison de souligner combien toute démarche d'emprisonnement abusif, de mépris des droit humains est à condamner. La Belgique a toujours condamné cela et elle continuera de le faire. C'est d'ailleurs un des éléments fondateurs de nos relations internationales. Le plaidoyer constant pour le respect du droit international et des droits humains fait partie intégrante des points que vous retrouverez dans mon exposé d'orientation politique.
En dehors de ces éléments, et à chaque fois que l'occasion nous en est donnée dans l'ensemble des fora internationaux auxquels nous participons, nous rappelons nos préoccupations quant à la situation au Haut-Karabagh et, de manière générale, en Azerbaïdjan.
Nous avons pu prendre une part active au Conseil des droits de l'homme pour l'Examen périodique universel qui s'est déroulé à l'égard de l'Azerbaïdjan fin 2023, avec des enjeux clairs en termes de liberté d'expression, de violence domestique et de mise en œuvre des arrêtés de la Cour européenne des droits de l'homme.
Nous souhaitons également jouer au sein du Conseil de l'Europe un rôle de vigile sur cette question et bien au-delà du constat, être actifs et veiller à ce que l'action donne des résultats.
C'est un élément sur lequel je me ferai un plaisir de revenir à votre attention prochainement.
Voorzitter:
Mijnheer De Maegd, ik zal u een volle minuut toewijzen, want ik heb daarnet op de verkeerde knop geduwd.
Michel De Maegd:
Merci monsieur le ministre pour votre transparence. Permettez-moi tout de même d'insister. L'urgence est là, et ce sont les vies de ces 23 hauts dignitaires qui sont en jeu. Nous-mêmes, parlementaires belges, avons suspendu ici depuis de longs mois nos relations avec nos homologues azéris. Vous avez des leviers, vous pouvez convoquer l'ambassadeur azéri en Belgique, prendre langue avec le ministre azéri des Affaires étrangères, mais aussi et surtout convaincre vos homologues de l'Union européenne de brandir des sanctions à l'égard de Bakou. Je suis d'autant plus inquiet, chers collègues, que je me suis entretenu avec plusieurs ambassadeurs de la région ces dernières heures, ainsi que de nombreux analystes et, dans les visées expansionnistes de Bakou, tous les signes avant-coureurs d'un nouveau conflit sont perceptibles vers l'Arménie. Bakou fait venir de nombreux avions et cargos chargés d'armes, en provenance d'Israël. L'heure n'est donc plus aux atermoiements ou à une diplomatie soft. Je sais que je peux compter sur vous, monsieur le ministre. Comme en Ukraine, ce sont là nos valeurs universelles qui sont en jeu.
De weigering van toegang tot gevangenissen voor wetenschappelijk onderzoek
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De minister bevestigt geen algemene blokkering, maar strengere selectie van wetenschappelijk onderzoek in gevangenissen vanaf 2025: enkel goedgekeurd bij directe meerwaarde voor de organisatie, koppeling aan subsidie of verzoek van de inrichting zelf, met evaluatie eind 2025. De Smet benadrukt dat fundamenteel onderzoek (bv. mensenrechten) hierdoor riskeert uitgesloten te worden en kondigt verdere opvolging aan. De maatregel is een reactie op operationele druk door overbevolking, maar sluit niet alle academische toegang uit. Kritische noot: prioritering efficiëntie dreigt maatschappelijk relevante studies te marginaliseren.
François De Smet:
Madame la ministre, il m’est revenu que la Direction générale des Établissements pénitentiaires (EPI), Direction Soutien logistique, refuserait désormais toute nouvelle autorisation d’accès aux prisons dans le cadre de recherches scientifiques ou de recherches en vue d’un mémoire. Cette mesure serait justifiée par la nécessité de donner la priorité aux besoins opérationnels essentiels pour gérer les effets de la surpopulation carcérale.
Je ne disconviens pas que la situation actuelle dans nos prisons est difficile mais il est dommageable que des établissements pénitentiaires ne puissent plus faire l’objet d’accès pour toutes celles et tous ceux qui souhaiteraient en étudier le fonctionnement et l’enjeu sociétal qu’ils constituent.
Madame la ministre, cette interdiction est-elle réelle? Celle-ci est-elle valable pour toute la durée de la législature? Des exceptions existent-elles? Si oui, de quel ordre?
Annelies Verlinden:
Monsieur De Smet, il convient de souligner qu'il ne s'agit pas d'une interdiction générale mais d'une restriction. Toutes les demandes de recherche ne sont donc pas refusées. Un filtre plus strict est utilisé pour les demandes de recherche. Ainsi, l'approbation n'est accordée que si cela ajoute réellement de la valeur à l'organisation et/ou si cela est lié à des subventions. Une recherche peut également se poursuivre à la demande de l'établissement pénitentiaire si cela correspond à sa charge de travail. Cette mesure entrera en vigueur en 2025 et sera évaluée en fin d'année.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je reviendrai peut-être avec une autre question pour en savoir plus sur les critères. J'entends bien les critères que vous mentionnez quant à la plus-value sur l'organisation ou au lien avec des subventions mais il y a peut-être d'autres motifs pour faire des études universitaires, par exemple, sur les droits fondamentaux des détenus. Nous veillerons sur ce dossier à l'avenir et essaierons d'avoir plus de précisions.
Vrijgelaten gedetineerden uit het buitenland
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De overbevolking in Belgische gevangenissen wordt verergerd doordat 44% van de gedetineerden buitenlands is (waarvan 31,5% illegaal verblijft), met twee derde van vrijgelaten buitenlanders die spoorloos raakt. Minister Verlinden benadrukt bestaande oplossingen: versnelde terugkeer via samenwerking met Marokko (232 repatriëringen in 2023, waarvan 132 uit gevangenissen) en het unieke gedwongen overbrengingsverdrag met Marokko, maar met strikte voorwaarden. Voor Europese gedetineerden scoort België hoog in vrijwillige/gedwongen overbrengingen, maar veel voldoen niet aan de criteria (verblijfsrecht, familiale banden). Concrete acties: eerdere identificatie door DVZ, ketenaanpak met Asiel & Migratie, en verdere optimalisering van bestaande samenwerkingsverdragen.
Alain Yzermans:
De overbevolking in onze Belgische gevangenissen is een prangend probleem. Die plaat wordt grijsgedraaid in deze commissie, maar dat betekent niet dat we hieraan geen blijvende aandacht moeten geven. We moeten blijven onderstrepen dat hiervoor oplossingen moeten worden gezocht.
In de toelichting die u enkele weken geleden gaf, viel me een getal op. Het grote aantal mensen van buitenlandse afkomst speelt ons namelijk parten in de globale oefening om onze gevangenissen te ontlasten. De cijfers waarover ik vandaag beschik, gaan zelfs nog verder. Zo is 44 % van de gedetineerden in onze gevangenissen afkomstig uit het buitenland en heeft 31,5 % van de totale populatie zelfs geen geldige verblijfsvergunning.
Die onwettigheid vertaalt zich dan ook bij de gevangenen die worden vrijgelaten. Ongeveer twee derde van de gevangenen die worden vrijgelaten, verdwijnt spoorloos en een derde wordt teruggestuurd. Dat zijn verontrustende cijfers voor een stabiele en evenwichtige samenleving. U hebt daaraan aandacht besteed in het regeerakkoord, waaruit ik een aantal passages heb gelezen.
Mevrouw de minister, welke specifieke maatregelen zult u nemen om de sans-papiers in de gevangenissen in kaart te brengen? Ik pleit voor een en-en-enoplossing, maar we zullen al die fenomenen goed in kaart moeten brengen, de samenwerkingsovereenkomsten goed moeten onderzoeken en nagaan welke er werken en welke niet en waar we nog kunnen uitbreiden. Dat alles samen kan immers leiden tot evenwichtigere populatie in onze gevangenissen.
Annelies Verlinden:
Mijnheer Yzermans, voor uw eerste vraag verwijs ik u graag door naar mijn collega Van Bossuyt.
Verder is het van belang om een onderscheid te maken tussen de terugkeer vanuit de gevangenis, die mogelijk is vanaf zes maanden voor het strafeinde, waarvoor we samenwerken met de Dienst Vreemdelingenzaken, en de tussenstaatse overbrenging, waarbij een gedetineerde de rest van zijn straf uitzit in een derde land, doorgaans het land van herkomst.
België is het enige land ter wereld dat een verdrag met Marokko heeft gesloten dat een tussenstaatse overbrenging zonder instemming van de betrokkene toelaat. Dit verdrag legt echter ook zeer strikte voorwaarden op voor een overbrenging zonder instemming, waardoor niet alle gedetineerden met de Marokkaanse nationaliteit in aanmerking komen voor een overbrenging.
Daarnaast werkt de FOD Justitie samen met de Dienst Vreemdelingenzaken aan de terugkeer vanuit de gevangenissen. Die is mogelijk vanaf zes maanden voor strafeinde. Door de heropstart van de relatie met Marokko in 2024 konden vorig jaar 232 mensen zonder recht op verblijf worden teruggestuurd, waarvan 132 vanuit de gevangenissen. Op die weg moeten we mijns inziens verder blijven gaan. Door de versterking van de samenwerking met Marokko, die niet alleen justitie maar ook asiel en migratie aanbelangt en ook een ketenaanpak vraagt, moeten we de terugkeer van Marokkanen in onwettig verblijf vanuit onze gevangenissen nog verder kunnen verhogen.
Samen met mijn collega bevoegd voor Asiel en Migratie, zal ik ook bekijken of de DVZ de identificatie en de voorbereiding van de terugkeer nog vroeger zou kunnen opstarten, zodat een snellere terugkeer wordt verwezenlijkt en we op die manier ook de druk op onze gevangenissen kunnen verlichten.
U vroeg mij ten slotte ook naar de terugkeer van mensen met een Europese nationaliteit vanuit onze gevangenissen. Eerst en vooral wil ik onderstrepen dat België sinds 2013 in de top vijf staat op het vlak van het aantal uitgaande overbrengingen naar andere Europese lidstaten en daarmee zelfs landen als Duitsland, Frankrijk en Spanje voorafgaat. Dit gezegd zijnde moeten we ook vaststellen dat niet alle Europese onderdanen in onze gevangenissen in aanmerking komen voor een tussenstaatse overbrenging. Velen onder hen hebben weliswaar een andere nationaliteit, maar hebben bijvoorbeeld wel recht op verblijf, zijn in België geboren, hebben hier een sterke familiale binding of komen niet in aanmerking omdat de doorlooptijd om een overbrenging te realiseren te kort is.
Daarnaast komen Europese burgers in onwettig verblijf in onze gevangenissen eveneens in aanmerking voor vrijwillige of gedwongen terugkeer. Ook daarvoor zal ik uiteraard samenwerken met mijn collega voor Asiel en Migratie en de DVZ, die verantwoordelijk zijn voor de terugkeer van mensen in onwettig verblijf.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, dank u voor het antwoord.
De bedreigingen en het geweld tegen cipiers in hun privésfeer
De nieuwe aanslag met een molotovcocktail buiten de gevangenismuren
Het oplaaiende geweld tegen penitentiair beambten
Geweld en bedreigingen tegen penitentiair personeel binnen en buiten de gevangenis
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De escalerende geweldsgolf tegen cipiers, zowel binnen als buiten gevangenissen (molotovcocktails, brandstichtingen, trackers onder voertuigen), wordt gelinkt aan georganiseerde criminaliteit, drugshandel en ontoereikende bescherming van personeel. Minister Verlinden kondigt dringende maatregelen aan: beperkte traceerbaarheid (anonieme badges, technologie tegen tracking), versterkte veiligheidscontroles (jammers, drugshonden, ICT-speurhonden), speciale afdelingen voor agressieve gedetineerden, en nauwere politiële samenwerking om bedreigingen op te sporen, met inspiratie uit Nederlandse en Franse best practices. Dillen en Yzermans eisen strenge repressie tegen daders (370 incidenten in 2024) en radicale anonimiteit (zelfs fictieve namen op badges), terwijl De Wit benadrukt dat de huidige cijfers (1+ incident/dag) onaanvaardbaar blijven. De focus ligt op geïntegreerde preventie, nazorg en hard optreden, maar de urgentie blijft hoog.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, er komt maar geen eind aan. Opnieuw is een cipier het slachtoffer geworden van ernstig geweld en bedreigingen in de privésfeer. Vorige week donderdag werd een molotovcocktail naar binnen gegooid in de woning van een vrouwelijke cipier die werkt in de gevangenis van Haren. We kunnen het er allemaal over eens zijn dat dit werkelijk onaanvaardbaar is.
Dit is het zoveelste gewelddadig incident en voor een tweede keer werd er daarbij gebruikgemaakt van een molotovcocktail. Eerder werd er ook al een brandbom gegooid in de wagen van een cipier en werd de wagen van een andere cipier in brand gestoken. Het gaat om een verontrustende trend, zo stelde de woordvoerder van het gevangeniswezen duidelijk. De situatie is totaal ontspoord.
Gevangenisbewakers kunnen veel te gemakkelijk getraceerd worden, onder meer aan de hand van de badge die ze moeten dragen, maar criminelen gaan verder dan alleen maar wat opsporingswerk op sociale media. Zo werden er in de gevangenissen van Antwerpen en Beveren al trackers geplaatst onder de wagens van gevangenispersoneel.
Cipiers kunnen die extra bedreiging er absoluut niet meer bij hebben. Ze worden binnen de gevangenismuren al bijzonder zwaar beproefd door de moeilijke werkomstandigheden, en dat in combinatie met de tot agressie leidende overbevolking door het nijpende personeelstekort, waardoor ze geen vakantiedagen kunnen opnemen, en de aftandse ondermaatse infrastructuur. Dit zijn maar enkele redenen, maar u zult daarop volgende week wel een aantal antwoorden geven in uw beleidsverklaring.
De cipiers hebben het 'advies' gekregen om niet meer in uniform naar het werk te komen. Dat is de zogenaamde goede raad om geweld te voorkomen. We moeten er niet flauw over doen, de cipiers worden niet lastiggevallen door toevallige voorbijgangers op straat, het gevaar komt van de criminele bendes en van een aantal criminelen dat opgesloten zit.
Welke efficiënte en concrete maatregelen zult u bij hoogdringendheid nemen ter bescherming van de cipiers, om eindelijk een halt toe te roepen aan die onaanvaardbare bedreigingen en het geweld? Bent u bereid om daarvoor de nodige budgetten vrij te maken?
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, zijn er acties gepland met betrekking tot het gebruik van drugs en de daaraan gelinkte netwerken? Zijn er voldoende politieacties gepland? De vakbonden vragen dat. Zijn er sweeps? Dat is in het verleden getest. Zijn er gemotiveerde fouilles? Dat zijn allerlei instrumenten die kunnen worden ingezet om meer greep en zicht te krijgen op het fenomeen in de gevangenissen.
Sophie De Wit:
Aangezien mevrouw Dillen de context al ruim geschetst heeft, verwijs ik naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Geachte minister, de veiligheid van ons gevangenispersoneel komt steeds vaker onder druk te staan. Recente incidenten, waarbij zelfs molotovcocktails werden gebruikt, tonen aan dat het geweld tegen penitentiaire beambten ook steeds ernstigere vormen aanneemt. Deze aanvallen en bedreigingen, die vaak gerelateerd zijn aan georganiseerde misdaad en drugshandel binnen de gevangenismuren, hebben een ernstige impact op de veiligheid, het welzijn en de werkomstandigheden van ons gevangenispersoneel.
Vakbonden en personeelsorganisaties hebben al herhaaldelijk gewezen op het toenemend geweld binnen maar ook buiten de gevangenissen en roepen op tot betere bescherming alsook strengere maatregelen tegen daders van dergelijke bedreigingen.
Ik had u graag de volgende vragen gesteld.
1. Wat is uw reactie op deze aanvallen in de privésfeer van ons gevangenispersoneel? Werden er al daders geïdentificeerd en vervolgd? Zo ja, hoeveel en voor welke feiten?
2. Wat zijn de recente cijfers van geweld en agressie tegenover penitentiair beambten? Hoe vaak vinden deze plaats buiten de gevangenismuren?
3. Welke maatregelen worden genomen om het gevangenispersoneel beter te beschermen tegen geweld en intimidatie, zowel binnen als buiten de gevangenis?
4. Worden er extra veiligheidsmaatregelen voorzien in onze gevangenissen, zoals een verhoogde screening op gsm’s en drugs?
5. Welke stappen onderneemt de regering om te voorkomen dat men uit angst het beroep verlaat?
Annelies Verlinden:
Geachte leden, de toename van geweld en bedreigingen tegen medewerkers van de gevangenissen, ook in hun privésfeer, is een zeer grote bezorgdheid, die ik met u deel. Ik heb de zaak vanochtend nog benoemd en besproken op mijn kabinet tijdens een overleg met de vakorganisaties van de penitentiaire beambten. Laat het dus duidelijk zijn dat we ook deze regeerperiode maximaal willen inzetten op betere werkomstandigheden voor het gevangenispersoneel en bijdragen aan een zo veilig mogelijke werkomgeving. Daarom zullen we verder onderzoeken welke bestaande maatregelen kunnen worden geïntensiveerd of bijgesteld en welke bijkomende maatregelen of acties we kunnen nemen.
Daartoe zullen we de beveiligingsmaatregelen voor het gevangenispersoneel versterken, onder meer door hun traceerbaarheid te beperken. Zo zal de zichtbare persoonsinformatie op identificatiebadges worden beperkt, waarbij het evenwicht behouden blijft tussen anonimiteit en noodzakelijke identificatie. Daarnaast intensiveren we de veiligheidscontroles door de bestaande procedures strikt toe te passen en gerichte controles rond de penitentiaire instellingen op te voeren. We bekijken of er nieuwe technologieën kunnen worden ingezet, zoals mobiele detectie- en geavanceerde bewakingssystemen, om de toegangscontroles tot de gevangenissen te versterken.
Preventie en nazorg in het geval van gerichte aanvallen blijven een topprioriteit. Elke penitentiaire instelling zal beschikken over een goed opgeleide medewerker, die snel zal kunnen optreden bij ernstige feiten.
De bescherming van het personeel buiten de gevangenismuren zal worden verbeterd door een nauwere samenwerking met de politiediensten en de gerechtelijke autoriteiten om bedreigingen tegen penitentiaire beambten te detecteren, waar mogelijk te voorkomen en bij vaststelling van feiten alle beschikbare informatie samen te brengen zodat politie en parket de nodige opsporingen kunnen doen. Een strikte incidentopvolging zal ervoor zorgen dat fenomenen kunnen worden geanalyseerd, zodat we daarop beter kunnen anticiperen.
Daarnaast zullen we ook nagaan hoe onze buurlanden omgaan met geweldsfeiten en de bescherming van medewerkers. Daartoe zullen we best practices delen met Frankrijk, maar ook met Nederland.
Tegelijkertijd intensiveren we de strijd tegen agressie en criminaliteit binnen de gevangenismuren. De bedoeling is om de veiligheidscellen in verschillende gevangenissen in te richten en om een specifieke afdeling op te richten voor de meest agressieve gedetineerden, waar ze onder begeleiding kunnen staan van speciaal opgeleid personeel.
De strijd tegen smokkel- en drugshandel in de gevangenis zal eveneens worden opgevoerd met verscherpte controles op de aanwezigheid van mobiele telefoons, de inzet van jammers en drugshonden, maar ook de inzet en de vorming van ICT-speurhonden, wat tot een betere drugsdetectie en ICT-detectie moet leiden.
Daarnaast zal het personeel extra trainingen krijgen in conflictbeheer en communicatietechnieken om crisissituaties beter het hoofd te bieden. Voor alle agressie-incidenten worden de politie en het parket op de hoogte gebracht en worden de nodige onderzoeken gevoerd. Over de inhoud van lopende onderzoeken kan ik geen informatie geven.
Laat ons duidelijk zijn, collega's, dat we samen moeten inzetten op die geïntegreerde aanpak van preventie, nazorg en repressie, met de bedoeling zo veilig mogelijke werkomstandigheden te creëren voor alle medewerkers, in het bijzonder penitentiair beambten.
Mevrouw De Wit, in 2024 waren er ten aanzien van het personeel meer dan 70 gevallen van agressie met een arbeidsongeschiktheid tot gevolg. Voor gedetailleerdere cijfers kunt u een schriftelijke vraag stellen.
Mijnheer Yzermans, voor uw vraag inzake het verstoren van de communicatie tussen gedetineerden en de buitenwereld verwijs ik graag naar mijn antwoord op de samengevoegde vragen nrs. 56003328C en 56003377C van uzelf en mevrouw Dillen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw uitvoerige antwoord.
Ik denk dat het inderdaad een grote bezorgdheid is die iedereen deelt.
Ik heb begrepen dat u vanochtend met de vakorganisaties hebt samengezeten om in te zetten op betere werkomstandigheden binnen de gevangenis. Dat is heel belangrijk en daar zullen wij u in steunen. Dat weet u, maar dat lost natuurlijk niks op in deze zeer ernstige problematiek. Wat dit aspect betreft – nogmaals, inzake de werkomstandigheden zal ik u steunen – is het van bijzonder belang om ervoor te zorgen dat de traceerbaarheid en de identificatie zo minimaal mogelijk worden. Eigenlijk moeten we ons de vraag stellen of die niet volledig kunnen worden uitgesloten.
Wat mij betreft, mevrouw de minister, is het nergens voor nodig dat cipiers op dit ogenblik een badge dragen, zeker niet met hun naam erop. Men kan daar misschien een fictieve naam op zetten zodat, als er problemen of discussies zouden zijn met gedetineerden, de cipier met badgenaam A, maar die eigenlijk de naam B heeft, door de gevangenisdirectie zou kunnen worden geïdentificeerd. De gedetineerden moeten daar echter niet van op de hoogte zijn.
U zegt dat u nieuwe technologieën zult inzetten om de toegang beter te controleren, maar ook daar zit volgens mij het probleem niet, wat dit aspect betreft. Het probleem is te situeren bij de zware criminelen die binnen zitten, ofwel bij hun netwerk in de samenleving. Ik ben heel benieuwd naar de best practices die u wilt opdoen in Nederland en Frankrijk.
Wanneer de daders van deze gruwelijke feiten – het gaat over 370 gevallen, wat veel te veel is – gepakt worden, geldt er maar één antwoord en dat is zeer, zeer strenge repressie.
Alain Yzermans:
Het verheugt me deze concrete batterij aan maatregelen te horen. We hebben die vraag hier de voorbije maanden al verschillende keren gesteld en het is de eerste keer dat er een zeer uitgebreid pakket wordt opgesteld. De best practices interesseren mij ook, want geweld is maatschappelijk niet wenselijk en destabiliserend. We kijken uit naar de uitvoering en we zullen dat consciëntieus opvolgen.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, het is eigenlijk huilen met de pet op. Het is een heel grote uitdaging. Meer dan 370 gevallen op een jaar tijd, dat is meer dan een per dag en dus meer dan een per dag te veel. Er is dus jammer genoeg werk aan de winkel.
De maatregelen ter verstoring van de communicatie binnen de gevangenissen
De verderzetting van criminele activiteiten in de gevangenissen
Gevangeniscommunicatie en criminele netwerken binnen detentie
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt dat gedetineerden uit georganiseerde misdaad vanuit gevangenissen de Brusselse drugsoorlog blijven aansturen via gesmokkelde gsm’s, en kondigt een gerichte aanpak aan: pilootprojecten met lokale jammers (eerste resultaten positief, uitrol volgt na evaluatie), meer gsm-detectieapparatuur (20 extra toestellen in 2024), ICT-speurhonden (samenwerking met politie, maar opleiding vereist tijd) en dronedetectie voor betere perimeterbeveiliging. Risicogedetineerden worden geïsoleerd of overgeplaatst met een strenger regime, terwijl veiligheidspartners risicoprofielen monitoren—niet alle gevangenissen krijgen verhoogde maatregelen, maar wel geselecteerde locaties op basis van dreigingsanalyses. Financiële middelen (voor technologie, infrastructuur, training en corruptiebestrijding) zijn nog niet vrijgemaakt en moeten bovenop het bestaande budget komen, wat kritische vragen oproept over haalbaarheid. Korte-termijnoplossingen (zoals jammers) hebben voorrang, maar structurele maatregelen (zoals hondeninzet) vragen langere implementatietijd.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik hou het bij de schriftelijke versie van mijn ingediende vraag. Daarop is deels geantwoord, maar ik wil de volledige opsomming van de maatregelen.
Ook binnen de muren van de gevangenis lijkt de Brusselse drugsoorlog te worden aangestuurd. Recente berichten suggereren dat criminelen in detentie hun activiteiten voortzetten door middel van mobiele telefoons die illegaal de gevangenis binnenkomen. U kondigde recent een batterij aan maatregelen aan om de nefaste situatie aan te pakken, waaronder het inzetten van jammers en ICT-honden. Deze initiatieven zouden moeten helpen om de communicatie van criminelen te verstoren en de drugsoorlog effectiever te bestrijden.
Vragen voor Minister van Justitie Annelies Verlinden:
1. Kunt u meer uitleg geven over de specifieke maatregelen die u wilt nemen om de communicatie van criminelen in de gevangenis te verstoren? Kunt u ons meer vertellen over het pilootproject met kleinere jammers en wanneer we de uitrol naar andere gevangenissen kunnen verwachten?
2. Hoe effectief zijn de ICT-honden tot nu toe gebleken in het opsporen van ICT-materiaal, en hoeveel honden zijn er nodig om het probleem adequaat aan te pakken?
3. Hoeveel gedetineerden zijn reeds geïsoleerd in het kader van drugsgerelateerde criminele activiteiten? Staan hier nog andere tuchtsancties tegenover?
Marijke Dillen:
Ik verwijs ook naar de schriftelijke versie van vraag en begrijp dat de minister alleen nog antwoord geeft op de vragen die daarnet bij de vorige vraag niet beantwoord zijn.
Er zijn sterke aanwijzingen dat de drugsoorlog in Brussel ook mee wordt aangestuurd door criminelen die in de gevangenis zitten. Ze gebruiken hun mobiele telefoons die binnengesmokkeld worden om hun criminele activiteiten verder te zetten. Dit is geen nieuw probleem en is niet beperkt tot de drugsoorlog in Brussel. Dringende maatregelen zijn nodig om hieraan paal en perk te stellen. De minister heeft aangekondigd een plan klaar te hebben met verschillende maatregelen.
Kan u meer toelichting geven betreffende dit plan van aanpak? Werd dit reeds door de regering goedgekeurd?
Zal dit plan beperkt blijven tot criminele feiten die druggerelateerd zijn of wordt dit van toepassing op alle criminele activiteiten die gestuurd worden vanuit de gevangenissen?
Zal dit plan van aanpak worden uitgerold in alle gevangenissen in dit land?
Wat zijn de financiële gevolgen en worden er hiervoor de nodige bijkomende budgetten vrijgemaakt?
De minister heeft aangekondigd initiatieven de zullen nemen om gsm's gericht te blokkeren. Zo zullen er o.a. jammers worden ingezet die mobiele communicatie verstoren. In het verleden is dit ook reeds gebeurd maar dit zorgde voor een verstoring van de bredere communicatie van hulp- en veiligheidsdiensten. Thans is er blijkbaar een pilootproject met kleinere jammers. Kan de minister hierover meer toelichting geven?
Wanneer zal dit breed uitgerold kunnen worden?
Ook zal er worden ingezet op speurhonden die ICT-materiaal kunnen opsporen. De federale politie heeft zulke honden maar het inzetten van deze honden in gevangenissen vraagt bijkomende opleiding en vergt dus tijd. Kan de minister hierover meer toelichting geven? Binnen welke periode kunnen deze honden ook daadwerkelijk worden ingezet?
Het isoleren of overplaatsen van bepaalde gevangenen waarvan blijkt dat ze hun criminele activiteiten verderzetten binnen de gevangenismuren al dan niet met behulp van andere gevangenen of bezoekers is ook een mogelijke oplossing. Wat is hier het standpunt van de minister? Werden er ter zake al initiatieven genomen?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Yzermans, mevrouw Dillen, om de context te schetsen, gedetineerden die kunnen worden gelinkt aan georganiseerde misdaad en drugsgerelateerd geweld vormen een dreiging, ook in de gevangenis. Het kan gaan om corruptie, vluchtgevaar, gebruik van medegedetineerden of nog de voortzetting van hun criminele activiteiten, zowel binnen als buiten de inrichtingen.
In eerste instantie is het belangrijk om goed af te stemmen met alle veiligheidspartners om duidelijk te identificeren wie moet worden opgevolgd binnen de gevangenissen. Daarvoor worden de nodige overlegstructuren opgezet. De analyse en opvolging van die profielen hebben betrekking op zowel het juridisch en veiligheids- als psychosociaal vlak. Er moet ook een nationale monitoring worden opgezet van die risicoprofielen.
Ook op infrastructureel vlak moet er worden ingegrepen. Onze cellen zullen moeten worden aangepast aan die risicoprofielen. We zullen ook verder inzetten, zoals ik inderdaad in antwoord op de vorige vraag al zei, op de jamming van gsm's. Daarvoor is een pilootproject lopende, waarbij de effectiviteit van de technologie, maar ook de eventuele impact ervan op de communicatie van buurtbewoners en hulp- en veiligheidsdiensten wordt getest. De eerste evaluaties zijn wel positief en we bekijken de uitbreiding ervan om die communicatie te blokkeren.
We moeten eveneens investeren in gerichte controles op gsm-bezit. Dat doen we door meer gsm-detectietoestellen in te zetten. Eind 2024 werden 20 extra toestellen aangekocht. Ook kan, zoals ik daarnet al zei, de inzet van ICT-honden van de federale politie nuttig zijn. We bekijken samen met de politie hoe die optimaal kunnen worden ingezet. We onderzoeken verder ook de mogelijkheid om dronedetectie te implementeren, om de perimeter van de gevangenissen nog beter te beveiligen.
Het is niet realistisch en ook niet noodzakelijk om de verhoogde veiligheidsmaatregelen in elke gevangenis in te voeren. Daarom zal het plaatsings- en transferbeleid voor die profielen worden bepaald in samenspraak met de veiligheidspartners. Het isoleren van bepaalde gevangenen van wie blijkt dat ze hun criminele activiteiten voortzetten binnen de gevangenismuren gaat gepaard met een strikter detentieregime en dat wordt vandaag ook al toegepast. We zullen onderzoeken of er nog aanpassingen nodig zijn op basis van die best practices.
Verder zullen we in de opleiding van medewerkers ook meer aandacht schenken aan preventieve aspecten. Het kan dan gaan over hoe er moet worden omgegaan met profielen of hoe er correct moet worden gebruikgemaakt van nieuwe detectietechnologieën. Uiteraard gaat dat hand in hand met de maatregelen die zullen worden ingezet voor een betere bescherming van medewerkers die worden bedreigd, maar ook de strijd tegen corruptie bijvoorbeeld.
Het is evident dat er financiële gevolgen verbonden zijn aan dit plan, onder meer op het vlak van het informaticasysteem voor de monitoring, de vorming van de medewerkers, de infrastructurele aanpassingen, de middelen voor jamming en dronedetectie of nog de nieuwe technologieën voor de perimeterbewaking. Dat zal dus eerst nauwkeurig in kaart moeten worden gebracht.
Mijnheer Yzermans, wij kunnen om veiligheidsredenen geen precieze cijfers geven over het aantal gedetineerden dat geïsoleerd is vanwege drugsgerelateerde activiteiten, maar het gebeurt vandaag wel al.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik heb twee kleine opmerkingen. Ten eerste, u hebt aangekondigd dat u zult inzetten op speurhonden die ICT-materiaal kunnen opsporen. Dat is een positief initiatief, maar ik heb wel gelezen in de commentaren van de politie dat die honden daarvoor moeten worden opgeleid. Ik begrijp heel goed dat dit niet van vandaag op morgen kan. Die maatregel kan in de toekomst misschien interessant zijn, als er voldoende medewerking is bij de politie, maar dat is dus geen oplossing voor morgen. Ten tweede, u zult heel veel verschillende nieuwe technologieën inzetten; zo blijkt duidelijk uit uw antwoord. U zei ook dat het prijskaartje bijzonder hoog zal zijn. U moet dat zelfs nog in kaart brengen. We weten dat uw middelen jammer genoeg beperkt zijn, dus ik hoop dat u er bij de begrotingsbesprekingen in slaagt uw collega-ministers te overtuigen hiervoor bij prioriteit financiële middelen vrij te maken boven op uw budget. Het zal boven op uw budget moeten zijn, want uw ambities, die ik in het regeerakkoord heb gelezen, zijn heel groot. Dat is terecht en ik heb u daarin grotendeels gesteund tijdens de bespreking in de plenaire vergadering, weliswaar kritisch. Uw ambities zijn heel groot, maar uw middelen zijn beperkt. Voor dit soort zaken zult u om bijkomende budgetten moeten vragen en ik hoop dat uw collega's daartoe bereid zullen zijn.
De bestraffing van gedetineerden
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Marijke Dillen kaart aan dat wangedrag van gedetineerden (drugs, wapens, geweld) te weinig bestraft wordt, cipiers bedreigd raken en tuchtrapporten zonder gevolg blijven, terwijl tuchtcommissies directiebeslissingen vaak verwerpen—wat orde en veiligheid ondermijnt. Minister Verlinden ontkent gebrek aan opvolging, wijst op wettelijke klachtenprocedures en noemt genomen maatregelen (agressiebeheersing, drugdetectie, psychologische ondersteuning) om wangedrag preventief en reactief aan te pakken. Dillen blijft kritisch, verwijzend naar vakbondsklachten over onvoldoende sancties en afwezigheid van ordehandhaving, en dringt aan op concrete cijfers over teruggefloten tuchtbeslissingen. De minister belooft verdere inspanningen maar geeft geen direct antwoord op de gevraagde overzichten.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Gedetineerden die zich misdragen in de gevangenissen moeten ernstig worden gestraft, denken we o.m. aan het bezit en dealen van drugs, aan het bezit van verboden voorwerpen zoals een gsm en wapens, aan het posten van filmpjes op sociale media, aan het bezit van alcohol, aan het plegen van gewelddaden, enzovoort.
Dit gebeurt helaas te weinig, zo bleek duidelijk tijdens de hoorzittingen met de vakbonden betreffende de problematiek van de overbevolking in de gevangenissen. En cipiers die verboden voorwerpen opsporen in de cellen, worden hierbij vaak bedreigd.
Wanneer dergelijke feiten plaatsvinden wordt er door de cipier een rapport opgesteld maar vaak wordt hieraan niet het nodige gevolg gegeven. En als er al eens streng wordt opgetreden, wordt de gevangenisdirecteur vaak teruggefloten door de Tuchtcommissie.
Dit heeft tot gevolg dat cipiers vaak geen rapport meer schrijven omdat er toch geen gevolg aan wordt gegeven maar hun naam wel vermeld staat op het rapport, wat ook het risico inhoudt dat ze moeten vrezen voor vergeldingsmaatregelen in hun private sfeer door de omgeving van de betrokken gedetineerden.
Als er geen bestraffing volgt op feiten gepleegd door de gedetineerden, is er geen sprake meer van orde en tucht. Streng en kordaat optreden tegen wangedrag door gedetineerden moet de enige boodschap zijn. Alleen wanneer dit gebeurt kunnen cipiers terug op een veiligere manier werken.
Is de minister van deze problematiek op de hoogte? Kan u hierover meer toelichting geven? Welke maatregelen werden er deze legislatuur genomen om het gevangeniswezen te versterken in hun opdracht om streng en kordaat te kunnen optreden tegen iedere vorm van wangedrag door een gedetineerde?
Is de minister op de hoogte van het gegeven dat wanneer er dan toch ernstig wordt opgetreden door de gevangenisdirecteur, deze vaak wordt teruggefloten door de Tuchtcommissie? Kan de minister mij een overzicht geven van de gevangenissen waar de Tuchtcommissie dergelijke lakse houding aanneemt?
Annelies Verlinden:
Ik zou vooreerst de bewering willen nuanceren dat niet het nodige gevolg zou gegeven worden aan door de penitentiair beambten opgelegde tuchtrapporten. Dat is niet correct. Wel gebeurt het frequent dat gedetineerden beslissingen van de directeur aanvechten voor de klachtencommissies, waaronder ook tuchtbeslissingen.
Zowel de tuchtprocedure ten aanzien van de gedetineerden als het klachtenrecht zijn bij wet geregeld in de basiswet van 12 januari 2005. De directie kan tijdens de procedure haar beslissing verdedigen, maar de klachtencommissie en de beroepscommissie beoordelen autonoom de ontvankelijkheid en gegrondheid van de klacht en ook het gevolg dat daaraan moet worden gegeven.
Tegen agressie van gedetineerden wordt ook effectief opgetreden. Zo werden al belangrijke inspanningen geleverd om op een efficiënte manier te reageren op ongepast en agressief gedrag, zowel preventief als reactief. Hierna geef ik graag een aantal voorbeelden van dergelijke maatregelen.
Het gaat om het meerjarenproject rond het ontwikkelen en bevorderen van een conflictloze cultuur, met zowel programma’s voor agressiebeheersing voor gedetineerden als institutionele interventies met het oog op een conflictarme cultuur; de strafbaarstelling van het overgooien van voorwerpen die ook gevaar kunnen opleveren; de opleiding van de interventieteams en de modules rond conflict- en agressiehantering die in de basisopleiding van het bewakingspersoneel zijn vervat; het aanbod van drughulpverlening in de gevangenissen maar ook toestellen voor drugdetectie; het testen van jamming ; het aanwerven van eerstelijnspsychologen voor de medische diensten om reeds bij het onthaal van de gedetineerden eventuele psychische en emotionele problemen te kunnen vaststellen; de uitbreiding van de zorgequipes voor de geïnterneerden die in gevangenissen verblijven in afwachting van hun plaatsing in de extrapenitentiaire forensische zorg.
Het spreekt uiteraard voor zich dat deze inspanningen ook deze legislatuur zullen worden verdergezet.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de klachten die ik in deze vraag heb geformuleerd, zijn heel duidelijk door verschillende vakbonden geformuleerd tijdens de hoorzittingen van enkele weken geleden naar aanleiding van de overbevolking in de gevangenissen. Zij zeggen dat er aan hun rapporten vaak niet het nodige gevolg wordt gegeven. Feiten gepleegd door de gedetineerden worden te weinig bestraft. Zij hebben aangeklaagd, mevrouw de minister, dat er op die manier geen sprake is van orde en tucht. Het zal u niet verwonderen dat ik hieromtrent ga terugkoppelen, want ik vind het merkwaardig dat u dat vandaag heel erg nuanceert. Ik heb geen antwoord gekregen, mevrouw de minister, op mijn vraag naar het aantal klachten waarbij er wel ernstig is opgetreden door de gevangenisdirecteur, maar waar die teruggefloten is door de tuchtcommissie. Ik begrijp dat u mij daarvan vandaag geen volledig overzicht kan geven. Ik zal een schriftelijke vraag indienen en kom daarop later nog terug.
De kritiek van de SURB op de noodmaatregelen om de overbevolking van de gevangenissen aan te pakken
De wachtlijsten in de gevangenissen voor personen die veroordeeld zijn tot minder dan 5 jaar cel
De impact van de noodmaatregelen met betrekking tot het penitentiair verlof
De veroordeling van België voor de overbevolking en onmenselijke omstandigheden in de gevangenissen
De resolutie van de Brusselse balie over de overbevolking van de gevangenissen
De (stopzetting van de) uitvoering van de korte gevangenisstraffen
De nota met aanbevelingen van de FOD Justitie
Uitdagingen en kritiek op gevangenisbeleid en detentieomstandigheden in België
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De kern van de discussie draait om de chronische overbevolking in Belgische gevangenissen, verergerd door onuitgevoerde korte straffen (≤3 jaar), onwettig verlengd penitentiair verlof (VPV) en structureel capaciteitstekort. Minister Verlinden bevestigt dat 2.500–3.000 veroordeelden niet worden opgeroepen door gebrek aan plaats, ondanks wetten die uitvoering verplichten, en kondigt noodmaatregelen aan om de onwettige praktijken (VPV-misbruik, wachtlijsten) te stoppen, maar benadrukt dat structurele oplossingen (extra capaciteit, modulaire gevangenissen, betere samenwerking met deelstaten) tijd vragen. Kritiekpunten zijn de straffeloosheid die slachtoffers en veiligheid schaadt, het falend beleid van voorgangers (geen nieuwe gevangenissen, slechte voorbereiding korte-straffen-wet), en de dringende nood aan alternatieven (enkelbanden, terugkeer illegale gedetineerden, Europese samenwerking) om de EVRM-condemnaties (dwangsommen tot €2.000/dag) en onmenselijke omstandigheden te voorkomen.
Voorzitter:
Madame Dillen, je propose, si vous l'acceptez, que vous joigniez toutes vos questions et les posiez en une seule fois. Pour cela, vous disposerez d'une dizaine de minutes. Si cela vous convient aussi, madame De Wit, vous pourrez poser vos deux questions en une seule fois également. (Assentiment)
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de FOD Justitie heeft kennelijk op uw verzoek een plan opgemaakt om de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan. Als we de media mogen geloven – vandaag lezen we daarin overigens dat u betreurt dat dit uitgelekt is –, zou de overbevolking volgens de FOD Justitie onmiddellijk gerelateerd zijn aan de uitvoering van celstraffen tot en met drie jaar en zou de uitvoering van de korte gevangenisstraffen weer op de schop moeten. Ik denk dat er belangrijkere oorzaken van de overbevolking in onze gevangenissen zijn, mevrouw de minister, meer bepaald het aantal illegalen, maar dat is een andere discussie.
Het was jaren wachten, namelijk tot minister Van Quickenborne, uw voorganger, op een beleid waarbij ook de korte celstraffen zouden worden uitgevoerd, en de uitvoering ervan wordt dan ook nog eens over verschillende jaren gespreid. Nu komt men af met het tegenovergestelde, althans volgens de media, want er zou een plan op tafel liggen om de criminelen die tot relatief korte gevangenissen zijn veroordeeld, te belonen. Daardoor komen de slachtoffers opnieuw in de kou te staan en zal de straffeloosheid weer zegenvieren. Het zal u niet verwonderen wanneer ik zeg dat dat voor onze fractie onaanvaardbaar is.
Ik had graag wat meer uitleg gekregen over de inhoud van het advies van de FOD Justitie. Deelt u de mening om korte celstraffen niet meer uit te voeren? In welke mate zal het advies een invloed op de regelgeving hebben? Bent u van plan om in te grijpen in de regeling? Kunt u dat toelichten?
Is een eventuele afschaffing of schorsing van de korte gevangenisstraffen eigenlijk geen negatief signaal tegenover de samenleving, waardoor criminaliteit wordt gefaciliteerd en straffeloosheid in de hand wordt gewerkt?
Dan heb ik nog een vraag die ik aan uw voorganger wilde stellen, maar hij is een aantal weken niet op vragen komen antwoorden. Daarom staan er vandaag ook zo veel vragen op de agenda.
Mevrouw de minister, naar aanleiding van de noodmaatregelen die door uw voorganger werden aangekondigd, trok de strafuitvoeringsrechtbank (SURB) namelijk aan de alambel. Volgens de SURB vormen de noodmaatregelen een bedreiging voor de veiligheid van de samenleving, inzonderheid die van de slachtoffers, en worden zijn vonnissen ook volledig genegeerd.
Wanneer de SURB elektronisch toezicht of een voorwaardelijke invrijheidsstelling weigert vanwege een te hoog risico op herval, krijgt de veroordeelde verlengd penitentiair verlof. Zelfs als het elektronisch toezicht of de invrijheidsstelling wordt herroepen wegens schending van de voorwaarden, toch ook niet onbelangrijk, kent de gevangenisdirectie dat verlof alsnog toe. Daardoor vervallen alle voorwaarden en ontbreekt elke vorm van controle. Dat zijn niet mijn woorden, mevrouw de minister, het is wel de ernstige, maar volgens mij terechte kritiek van de SURB.
De SURB klaagde voorts aan dat gevangenisdirecteurs verlengd penitentiair verlof vrijwel onbeperkt toekennen met nauwelijks voorwaarden en zonder controle of opvolging, ook wanneer de SURB een voorwaardelijke invrijheidsstelling weigert of heeft herroepen. Dat heeft tot gevolg dat veroordeelden worden vrijgelaten en maanden thuis doorbrengen zonder verplichte begeleiding of zonder verplichte arbeid.
Ondertussen zijn verschillende veroordeelden die op verlengd penitentiair verlof waren, opnieuw aangehouden wegens het plegen van nieuwe feiten. Ook dat brengt de belangen van een veilige samenleving en de belangen van de slachtoffers in gevaar.
Mevrouw de minister, wat is uw standpunt over die mijns inziens terechte kritiek van de SURB? U bent nog maar een korte periode in uw huidige functie, maar heeft er inmiddels al overleg plaatsgevonden met de vertegenwoordigers van de SURB? Hebt u al initiatieven genomen of zult u initiatieven nemen om te voorkomen dat vonnissen van de SURB volledig worden genegeerd door de gevangenisdirecteurs?
Heel belangrijk is een striemende kritiek van de SURB: veroordeelden komen vrij en plegen nieuwe feiten. Kunt u daarover meer cijfers geven? Indien u dat vandaag niet kunt, zal ik ze schriftelijk vragen.
Tijdens een hoorzitting over de crisis in de gevangenissen vernamen we dat gedetineerden die een gevangenisstraf lager dan vijf jaar hebben gekregen en niet in voorlopige hechtenis zitten, op een wachtlijst belanden wanneer zij zich moeten aanmelden in de gevangenis. Een van de sprekers stelde zelfs: "Tegenwoordig gaan alle gestraften van minder dan drie jaar daadwerkelijk de gevangenis in, maar de veroordeelden krijgen na enkele dagen of weken penitentiair verlof. Nu, gezien de overbevolking, worden veroordeelden tot minder dan vijf jaar die niet in voorlopige hechtenis zitten, zelfs niet meer opgesloten, maar komen ze op de wachtlijst terecht. Stelt u zich dat eens voor. Dat overboekingsbeleid is ontstaan binnen de penitentiaire instellingen. Deze situatie, die al twee maanden duurt, maakt dat de gevangenisadministratie niet eens meer weet hoeveel veroordeelden er zijn in afwachting van de opsluiting." Bent u daarvan op de hoogte? Graag kreeg ik meer toelichting. Hebt u een idee over welke gevangenissen en over hoeveel gedetineerden het gaat?
Zolang de instroom van gedetineerden groter is dan de uitstroom en de gevangeniscapaciteit niet toeneemt, zal het probleem groter worden. Daardoor komt de strafuitvoering nog meer in het gedrang en zal het gevoel van straffeloosheid alleen maar toenemen. Welke waarborgen worden er gegeven dat de op de wachtlijst opgenomen veroordeelden uiteindelijk toch hun gevangenisstraf zullen uitzitten?
Mevrouw de minister, het hof van beroep van Brussel veroordeelde de Belgische Staat opnieuw en voor de zoveelste maal voor de overbevolking en onmenselijke omstandigheden in de gevangenissen van Haren en Sint-Gillis, hoewel de gevangenis van Haren anderhalf jaar na de opening nog steeds niet op volledige capaciteit draait.
Eind december waren er in Haren al 1.148 mensen opgesloten, op een ogenblik dat Haren wel haar volledige capaciteit had. Ook daar zou al sprake zijn van overbevolking. U zult die wel toelichten.
Daarnaast heeft het hof opgemerkt dat het personeel voor de nieuwe gevangenis van Haren niet op tijd aangenomen en opgeleid werd. Het hof van beroep veroordeelt de Belgische Staat nu voor die overbevolking tot een dwangsom van maar liefst 2.000 euro per dag per gevangene die de maximumcapaciteit overschrijdt. Wat is uw reactie op dat arrest van het hof van beroep?
Wat zult u op korte tijd ondernemen om ervoor te zorgen dat het probleem in Haren opgelost wordt, zodat de dwangsom, 2.000 euro per gedetineerde per dag, – reken maar uit wat dat op een maand kan kosten – vermeden kan worden?
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik kan het nu korter houden, omdat mevrouw Dillen al veel zaken heeft aangehaald. Zo sluit ik mij aan bij haar vraag over de noodkreet van de SURB.
Ik heb het hier over de nota die afgelopen weekend in de media is verschenen, nadat u vorige donderdag had aangekondigd meer op alternatieve straffen en elektronisch toezicht te zullen inzetten. Mevrouw de minister, wat hebt u geërfd?! De voormalige minister van Justitie, die dan nog het verwijt rondstuurt dat de nieuwe regering de straffeloosheid in de hand zal werken, schoot in dat verband wel de hoofdvogel af. Onze fractie staat volledig achter de maatregel om straffen onder de drie jaar uit te voeren. Ik vind dat een correcte maatregel, maar die is helemaal niet voorbereid. Hoeveel detentiehuizen zijn er? Er zijn er slechts 2, terwijl er 27 beloofd waren. Meer zijn er niet.
Uiteindelijk is het wat het is. De strafkorting met zes maanden was bovendien niet eens wettelijk, zo blijkt, met alle problemen van dien. U hebt nu inderdaad een stock aan openstaande straffen, nu straffen tot vijf jaar niet worden uitgevoerd.
De vorige minister is dus heel slecht geplaatst om verwijten te maken. Men moet intellectueel altijd eerlijk blijven en vooral consequent met zichzelf. Dat zal ik ook proberen in mijn vraagstelling.
In de gelekte nota staat een advies om personen die tot een celstraf van minder dan drie jaar veroordeeld zijn, niet naar de cel te sturen en een alternatieve straf via een enkelband te geven. Daarmee keren we terug naar de situatie van vroeger. Er wordt ook aanbevolen om het verlengd penitentiair verlof, zoals dat nu bestaat voor de laatste zes maanden, af te voeren, omdat die maatregel onwettig zou zijn. Dat verbaast mij natuurlijk niet.
Ik denk, mevrouw de minister – ik ben consequent met mezelf –, dat de uitvoering van de korte straffen niet goed voorbereid is door de vorige minister. Maar op zich is het wel een correcte maatregel. De strafrechter spreekt de straf uit en gaat ervan uit dat die ook wordt uitgevoerd. Zo niet krijgen we een strafinflatie en een opeenstapeling van korte straffen. Keert men terug naar de situatie van vroeger waarbij er alternatieve straffen worden gegeven, dan schuift u de problemen gewoon door naar de deelstaten, terwijl die al ongelooflijk veel hebben bijgedragen aan de oplossing van de overbevolking met de toekenning van 6.700 enkelbanden en de aanzienlijke stijging van het aantal werkstraffen.
We moeten erover waken dat we het probleem van de overbevolking in de gevangenissen niet oplossen door problemen buiten de gevangenissen te creëren. Het is dus inderdaad nodig dat er conform het regeerakkoord op alle fronten wordt gewerkt en dat wil ook zeggen dat er extra capaciteit wordt gecreëerd, bijvoorbeeld in modulaire constructies.
Mevrouw de minister, hebt u de nota al met de stakeholders kunnen bespreken? Hoe werden die aanbevelingen daar onthaald?
De niet-uitvoering van de korte straffen strookt niet met de letter en de geest van het regeerakkoord en het probleem wordt deels doorgeschoven naar de deelstaten. Bent u het daarmee eens?
In het regeerakkoord staat ook dat er een nulmeting zou gebeuren. We zitten nog in uw eerste weken, maar hebt u daarvoor al bepaalde stappen kunnen zetten? De bestaande capaciteit zou inderdaad objectief in kaart moeten worden gebracht. Zo kunnen we misschien beter spreiden.
Hoever staat het met de modulaire constructies? Hoe snel kunnen zulke projecten worden geïmplementeerd?
Een volgende niet onbelangrijke vraag gaat over de vele illegale gedetineerden. 30 % van onze gevangenisbevolking is namelijk illegaal in ons land en daarvoor hebben we natuurlijk terugnameakkoorden nodig. We hebben echter ook heel veel Europese gevangenen, mevrouw de minister, waarvoor die akkoorden niet moeten worden gesloten. Zij kunnen hun straf ook in hun thuisland uitzitten. Denk bijvoorbeeld aan de bijna 500 Nederlanders en 250 Fransen. Misschien moeten we ook die piste bekijken. Er stond daarover vandaag trouwens een artikel in de krant. Ik denk dat ik die vraag een paar weken geleden ook heb gesteld.
Ten slotte, mevrouw de minister, heb ik nog een vraag over de problematiek in de gevangenissen. Kunt u ons nog wat meer vertellen over het personeelstekort, het aantal zieken en het absenteïsme binnen de gevangenissen, en hoe we daaraan tegemoet kunnen komen? Misschien kan dat door private actoren in de gevangenissen in te schakelen om de ergste noden in het werk, ook van onze penitentiair beambten, te ledigen?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, à l'occasion de la visite des prisons par l'ensemble des bâtonniers du royaume, le 10 décembre dernier, le conseil de l'Ordre français des avocats du barreau de Bruxelles a adopté une résolution qui appelle les autorités à réviser drastiquement la politique pénitentiaire en Belgique afin de réduire la surpopulation carcérale, d'améliorer les conditions de détention, de repenser les alternatives à l'incarcération et de favoriser la réinsertion des détenus afin de protéger au mieux la société.
Par ailleurs, le conseil souligne que la stratégie du tout à la prison ne permet pas de lutter contre la criminalité. Elle coûte cher à l'État et génère de la récidive. Ce n'est pas nouveau. En outre, il rappelle les nombreuses condamnations de l'État belge, tant au niveau national qu'international, pour les conditions de détention considérées comme un traitement inhumain et dégradant au sens de l'article 3 de la Convention européenne des droits de l'homme.
Manifestement, les négociateurs de l'Arizona n'ont pas reçu cette résolution. Je vous invite donc à la consulter sur leur site. Les mesures proposées visent toutes à lutter contre une aggravation constatée de la situation. Madame la ministre, ce portefeuille ministériel n'est en effet pas un cadeau.
Comment allez-vous mettre en œuvre cet accord de majorité, qui est axé sur la répression, tout en agissant contre la surpopulation carcérale? C'est un véritable casse-tête!
Une évaluation de la réforme du Code pénal amenée par le gouvernement Vivaldi et initiée par le ministre Koen Geens est-elle prévue? Il me semble en effet prioritaire de d'abord évaluer la réforme précédente – qui n'a même pas encore pu dévoiler tous ses effets – avant d'en réaliser une nouvelle.
Enfin, quelles concertations avec les acteurs de terrain prévoyez-vous de mettre en place?
Voorzitter:
Mevrouw de minister, u krijgt 10 minuten voor uw antwoord.
Annelies Verlinden:
Collega's, dank u wel voor uw vragen, bedenkingen en inzichten bij dit zeer prangende probleem. Drieënhalve week geleden, toen ik mijn mandaat opnam, heb ik inderdaad een heel groot dossier aangetroffen.
Ik heb tijdens de hoorzitting van 11 februari in deze commissie al toegelicht dat het probleem van de overbevolking in de gevangenissen weegt op ons hele gerechtelijke systeem. Ik heb toen ook gezegd, en ik zal dat nu herhalen, dat het onmogelijk is dat op te lossen met holle slogans of met grootspraak. Het is niet eenvoudig op te lossen. Overigens, als u met mijn voorgangers spreekt, erkennen zij het probleem.
Wat ik wel gezegd heb, is dat ik meteen de handschoen zou opnemen om de situatie te verbeteren, uit respect voor de vele penitentiaire beambten, maar ook voor de andere actoren in het gevangeniswezen, en alle partners, zeker in het licht van een humane detentie voor de gedetineerden.
Mevrouw De Wit, ik kan u zeker bijtreden, ik vind ook dat alle gevangenisstraffen moeten worden uitgevoerd. Als we een Strafwetboek opmaken met bepaalde strafmaten erin en als we een heel gerechtelijk systeem optuigen om tot veroordelingen te komen, dan is het niet meer dan logisch dat we die ook uitvoeren. Anders moeten we dat niet doen. Dan moeten we eerlijk zijn met onszelf en andere afspraken maken in het Strafwetboek.
In het nieuwe Strafwetboek, dat vanaf het voorjaar van volgend jaar in werking zal treden, mogen wij wel niet van de veronderstelling uitgaan dat een gevangenisstraf de enige oplossing is in geval van een misdrijf. Dat hebben we ook aangeduid. Het zou goed zijn, zeker bij bepaalde misdrijven, niet allemaal, te kijken naar administratieve straffen.
Dat is de boodschap die ik heb willen geven in de communicatie waarover ik bevraagd ben in de afgelopen weken. Het gaat er niet zozeer om dat de omzetting van een gevangenisstraf naar een alternatieve straf mijn grote wens is, maar wel dat we bekijken hoe we ook met alternatieve straffen misdrijven kunnen beteugelen.
Dat is trouwens geen onlogische veronderstelling, gelet op de detentiegraad in België vergeleken met de detentiegraad in de ons omliggende, en zeker in meer noordelijke, landen, waar die lager is en waar ook feller wordt ingezet op alternatieve straffen.
Ik heb wel geschetst dat in de situatie die ik heb aangetroffen er een groot verschil is tussen de theorie en de praktijk. Mevrouw Dillen, daarmee kom ik terug op wat u zei. De wetten die in werking getreden zijn in de vorige legislatuur zijn eigenlijk de logica zelf. Alleen is er vandaag een heel groot verschil tussen enerzijds de theorie van die wetten en wat we ermee beogen, en waar we uiteraard achter staan, en anderzijds de praktijk, waaruit blijkt dat heel veel veroordeelden vandaag uiteindelijk niet naar de gevangenis worden opgeroepen omdat er geen plaats is wegens de overbevolking.
Bovendien is er de vaststelling, die mevrouw De Wit ook heeft geduid, dat de verlengde penitentiaire verloven (VPV's) op een bepaalde manier worden toegepast met het oog op de ontlasting van de gevangenissen, maar daarvoor bestaat geen wettelijk kader. Die problematiek moeten we oplossen.
Uiteraard moeten we de overbevolking ook oplossen, maar het feit dat een zeer groot aantal veroordeelden vandaag niet naar de gevangenis wordt opgeroepen, alsook dat de VPV's niet volgens het wettelijk voorziene regime verlopen, is een probleem. Dat moeten we nu op korte termijn oplossen. Daarom hebben we uit respect voor alle betrokken actoren de koppen bij elkaar gestoken.
Ik heb dus effectief op vrijdag 21 februari 2025 alle actoren samengeroepen, want het is een dringend probleem. Het College van procureurs-generaal kaartte aan dat er procedures worden gevoerd, maar finaal worden er geen oproepingen voor de gevangenissen verstuurd. U weet dat de vorige minister met tijdelijke instructies geprobeerd heeft een antwoord te bieden op die situatie, maar dat is natuurlijk niet houdbaar. We kunnen niet met die tijdelijke instructies blijven werken op de lange termijn. Kennelijk was het lang geleden dat ook de deelstaten waren uitgenodigd voor zo'n overleg. Dus we hebben naast het openbaar ministerie, de rechtbanken en de hoven en de FOD Justitie, in het bijzonder de directie van het gevangeniswezen, ook met de kabinetten en de administraties van de gemeenschappen samengezeten.
We hebben daar effectief aan de hand van een vertrouwelijk werkdocument – zo gaat dat als men een besluitvorming wil voorbereiden – een aantal voorstellen op tafel gelegd en besproken die kunnen bijdragen aan het wegwerken van de onwettige oplossingen die er vandaag zijn voor de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen. Dat is het probleem dat ik wil aanpakken, met name die onwettige benadering.
Ik heb dan inderdaad betreurd dat dat werkdocument de weg gevonden heeft naar de pers. Ik zou aan de veroorzakers van dat lek de vraag willen stellen of ze echt een deel willen zijn van de oplossing dan wel liever stokken in de wielen steken van de besluitvorming. Dat heeft geleid tot berichtgeving op televisie en in de online en geschreven pers, waarbij één specifiek aspect onder de aandacht gebracht werd, met name: de uitvoering van de zogenaamde korte straffen.
Ik wil u ook zeggen dat de berichtgeving in de pers vaak ongenuanceerd is – ik heb daar zelfs begrip voor, het is een zeer complexe problematiek –, maar volgens mij moeten we hier, in de politieke debatten, proberen de juiste bewoordingen voor die problematiek te vinden.
Het gaat niet zozeer over het loslaten van de ambitie om korte straffen niet meer uit te voeren. Integendeel, het gaat wel degelijk over het oplossen van een onwettige situatie en – u hebt dat ook gehoord – over een stock van 2.500 tot 3.000 veroordeelden die niet worden opgeroepen naar de gevangenis, ondanks de wetten die in werking zijn getreden.
Los van de vaststelling dat tijdens dat overleg iedereen ons erkentelijk was omdat we het initiatief hebben genomen om voor het eerst alle partijen op die manier samen te brengen, om iedereen ruimschoots de mogelijkheid te hebben geboden zijn of haar visie en overwegingen toe te lichten en om het vertrouwelijke werkdocument van commentaar te voorzien, heb ik ook vooral gemerkt dat iedereen zich bewust is van de verschillende oorzaken van de problematiek en van de fenomenen.
Het is natuurlijk mijn opdracht nu – daarom was dat een vertrouwelijk document – om dat verder op het niveau van de federale regering en met de federale beleidsorganen te bespreken, alvorens we daarover definitieve beslissingen kunnen nemen en daarover kunnen communiceren. Het is uiteraard ook mijn wens om hier met u op tijd en stond in gesprek te gaan over de voortgang van het dossier en over de voorstellen die op tafel liggen. Het is nu te vroeg om alles in detail toe te lichten omdat, zoals gezegd, het voorstel nog niet definitief is.
Om alle misverstanden te vermijden, geef ik aan het begin van deze legislatuur alvast mijn ambitie mee om met Arizona en het regeerakkoord duidelijk in te zetten op een effectieve strafuitvoering en een adequate opvolging. Iedereen die een straf of een maatregel opgelegd krijgt, moet die straf binnen een aanvaarbare termijn voelen, en dat alvorens er kan worden gekeken naar alternatieven. Als minister van Justitie zal ik op de best mogelijke manier mijn bijdrage leveren aan de uitvoering van dat punt uit het regeerakkoord. Dat betekent dat we inzetten op minder straffeloosheid en meer veiligheid.
Veroordeelden die vandaag zelfs niet worden opgeroepen om naar de gevangenis te gaan, is uiteraard ook een vorm van straffeloosheid die niet bijdraagt aan een veiligere samenleving, welke wetten er in theorie ook worden gestemd in dit Parlement. De eerdere beleidsbeslissing uit de vorige legislatuur en de daaruit voortvloeiende genomen maatregelen maken inderdaad dat er vandaag wel degelijk straffeloosheid heerst voor die korte straffen tot drie jaar. Dat moet absoluut anders.
Ik vraag u echter voor ogen te houden dat er in de vorige legislatuur geen initiatieven zijn genomen die ertoe hebben geleid dat er vandaag een groot aantal bijkomende gevangenis- en detentieplaatsen beschikbaar zouden zijn. Eén gevangenis opende haar deuren, maar die stond al sinds een vorige legislatuur in de steigers. Er is effectief een raamovereenkomst in een gunningsprocedure gezet voor de bestelling van modulaire constructies. Dat betekent evenwel niet dat die infrastructuur beschikbaar is, dat daarvoor vergunningen zijn toegekend en dat het hele traject is doorlopen. Ik tref dus geen gevulde pijplijn aan qua detentie- en gevangenisplaatsen. Dat is de situatie waarin we werken.
We bedenken dus een aantal maatregelen met het oog op het wegwerken van de straffeloosheid en het zoeken naar oplossingen voor een veiligere samenleving. Morgen krijg ik immers niet de sleutel van nieuwe gevangenisstructuur. In het regeerakkoord staat uiteraard dat we werk willen maken van bijkomende infrastructuur in het buitenland, maar die oplossing is niet meteen voor morgen. De Denen bijvoorbeeld proberen dat al zeer lang te realiseren, maar dat geraakt niet van de ene dag op de andere beslecht.
De strafuitvoering is een van de sluitstukken van de strafrechtketen. We willen uiteraard niet dat de talrijke inspanningen van alle actoren leiden tot straffeloosheid, zoals die vandaag voor veel kortgestraften bestaat. Ik wil wel nog even onderstrepen dat die maatregel niet voor alle kortgestraften geldt. Een heel aantal gestraften zitten al in de gevangenis na de voorlopige hechtenis en andere gestraften voor bepaalde misdrijven zullen naar de gevangenis worden gestuurd.
De huidige situatie is een kwalijke erfenis die in het bijzonder voor de slachtoffers onaanvaardbaar is. Bovendien brengt die situatie de openbare veiligheid in het gedrang, zoals het openbaar ministerie al heeft gezegd. We willen daar samen aan werken.
Dat probleem kan trouwens niet alleen door Justitie worden opgelost. Ook Volksgezondheid, Asiel- en Migratie, Ambtenarenzaken, Binnenlandse Zaken, Defensie, Buitenlandse Zaken en de Regie der Gebouwen moeten oplossingen aandragen. Samenwerking met de deelstaten is daarbij eveneens noodzakelijk.
Tijdens het overleg van vrijdag heb ik vooral geluisterd naar de bemerkingen van het openbaar ministerie. Ik ken de opmerkingen geformuleerd door de strafuitvoeringsrechtbanken. Het is frustrerend dat men soms speelt op het verlengd penitentiair verlof en liever niet naar de strafuitvoeringsrechtbank gaat om daar dan voorwaarden of modaliteiten opgelegd te krijgen. In bepaalde gevallen gaan de beslissingen voor verlengd penitentiair verlof zelfs in tegen modaliteiten van een strafuitvoeringsrechtbank. Zo wordt het systeem op zijn kop gezet. Ik wil opnieuw het onderscheid maken tussen de theorie en de praktijk in de huidige uitvoering.
Dat is zeker iets wat we tegen het licht moeten houden, onder meer in het licht van de scheiding der machten. Zoals u ook al zei, is er voor dat verlengd penitentiair verlof zoals het vandaag wordt gehanteerd evenmin een wettelijk kader voorhanden.
Mijnheer de voorzitter, ik besef dat ik over de tijd ga, maar het is natuurlijk een belangrijk dossier.
Op basis van de huidige telling in de gevangenissen is er plaats voor 11.040 personen. Op 25 februari, gisteren dus, verbleven er 12.840 personen in de gevangenis, van wie er 178 op de grond slapen. Als er geen VPV-maatregel zou zijn, zoals die vandaag wordt toegepast, zouden er nog eens 704 personen extra opgesloten zijn.
Het is duidelijk dat die graad van overbevolking een impact heeft op de manier waarop de taken door de penitentiaire beambten, en door iedereen binnen het gevangeniswezen, worden uitgevoerd. De situatie heeft ook een impact op de werkomstandigheden van de vele medewerkers; er staan straks nog vragen op de agenda over agressie en tucht van gedetineerden. Uiteraard hangt dat allemaal met elkaar samen en is dat iets wat zeker mijn aandacht zal krijgen. Ik heb immers een bezoek gebracht aan de hulpgevangenis van Leuven en er staat een werkbezoek aan de gevangenis van Bergen op mijn programma. Uiteraard zullen andere bezoeken volgen. Ik ontmoet ook de vakorganisaties en heb al heel veel mensen gesproken binnen Justitie. De tijd gaat snel, maar uiteraard zal ik in overleg blijven met de mensen op het terrein.
Bovendien, en dat is hier ook al aangehaald, zijn we al veroordeeld voor het schenden van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), recent nog door het hof van beroep in Brussel. Ik heb dat ook gezegd tijdens onze hoorzitting van 11 februari. Dat arrest is gelijkluidend aan een eerder arrest van het hof van beroep van Luik met betrekking tot de gevangenis van Lantin en van de rechtbank van eerste aanleg in Bergen voor de gevangenis van Bergen. Die arresten zijn momenteel nog niet betekend. De uitgesproken dwangsommen bedragen 2.000 euro per dag per gedetineerde in overtal van de capaciteit van de gevangenissen van Haren en Sint-Gillis, en 1.000 euro per vaststelling van een onmenselijke en vernederende behandeling in de gevangenis van Sint-Gillis. Ik geef u voor de volledigheid mee dat de gevangenis van Sint-Gillis momenteel niet overbevolkt is.
De huidige capaciteit van de gevangenis van Haren bedraagt 1.035 plaatsen. Daar verblijven momenteel 1.151 gedetineerden. Er wordt door de administratie elke dag een overbrenging uitgevoerd om het aantal te verminderen. Bovendien hebben we dagelijks contact met het openbaar ministerie om de inkomende gedetineerden te kunnen spreiden, wat een huzarenstuk is, aangezien heel veel penitentiaire instellingen overbevolkt zijn.
Ter verduidelijking, er waren die tijdelijke instructies, telkens geldend voor twee weken, van de vorige minister van Justitie. De laatste instructie liep tot 4 februari 2025. Om daarna geen problematiek aan de gevangenispoorten te doen ontstaan, moest ik de maatregelen noodgedwongen verlengen. Dat is gebeurd vanaf 5 februari 2025. Wat wij wel al hebben gedaan voor de veiligheid en uit respect voor eenieder, is de maatregel niet langer van toepassing maken voor veroordeelden tot een gevangenisstraf tussen drie en vijf jaar. Die categorie veroordeelden zit niet langer in de noodmaatregel, waardoor de situatie al is verbeterd.
Ik herhaal dat voor een aantal veroordeelden voor zware geweldmisdrijven, feiten van intrafamiliaal geweld, zedenmisdrijven, terroristische misdrijven en zeker ook dossiers waarin de veroordeelde een onmiddellijk gevaar zou betekenen voor de veiligheid van de maatschappij of voor de slachtoffers, die maatregelen ook niet van toepassing zijn.
Je voudrais encore répondre à la question de Mme Schlitz, qui n'est plus parmi nous dans cette salle. Je vais quand même répondre pour le rapport. Dans le nouveau Code pénal qui entrera en vigueur le 8 avril 2026, la peine d'emprisonnement est conçue comme le recours ultime et ne pourra être prononcée que lorsque les objectifs de la peine ne peuvent être atteints d'une autre manière. Le nouveau Code énumère explicitement les objectifs de la peine à prendre en compte lors du choix de la peine, parmi lesquels figure le fait de favoriser la réhabilitation et la réinsertion sociale de l'auteur. L'accent est davantage mis sur les sanctions autonomes qui peuvent être prononcées par le juge en alternative aux peines d'emprisonnement et qui peuvent atteindre les objectifs de protection de la société ainsi que ceux de réhabilitation et de réinsertion du délinquant.
Le nouveau Code supprime les courtes peines d'emprisonnement pour les infractions les moins graves. Le législateur envoie ainsi un signal clair au juge pénal pour qu'il soit plus économe avec la peine de prison. En élargissant la possibilité pour les juges de fond de prononcer une autre peine que l'emprisonnement, cette nouvelle option permet d'espérer une réduction du recours à la détention et d'avoir un impact sur la diminution de la surpopulation carcérale.
Voorzitter:
Bedankt, mevrouw de minister, voor uw antwoord.
Mevrouw Dillen, u hebt ongeveer vijf minuten om te repliceren.
Marijke Dillen:
Ik zal kort zijn, mijnheer de voorzitter.
Bedankt voor uw antwoorden, mevrouw de minister.
Zoals ik daarnet zei, waren een aantal vragen nog gericht aan uw voorganger. Ik ga ervan uit dat we binnen enkele weken de kans zullen krijgen om hierop uitvoerig in te gaan tijdens de bespreking van uw beleidsnota.
Ik erken ook, mevrouw de minister, dat dit niet uw verantwoordelijkheid is. U zit hier immers nog maar enkele weken. De problematiek van de gevangenissen en de overbevolking binnen de gevangenissen is geen eenvoudig dossier. Het is ook niet uitsluitend de schuld van uw beide voorgangers, al is het niet aan mij om hen te verdedigen. Ik zat hier al in 1991 en dat was toen ook al een probleem. U erft dat probleem nu. De bevolking, en zeker de penitentiaire beambten, verwachten echter dat er deze legislatuur eindelijk eens iets fundamenteels zal veranderen.
Immers, de overbevolking geeft niet alleen een gevoel van onveiligheid, het zorgt ook effectief voor onveiligheid wanneer door de verschillende noodmaatregelen, zoals dat verlengd penitentiair verlof, honderden veroordeelden hun straf moeten uitzitten buiten de gevangenis. Dat is, mevrouw de minister, in het belang van de slachtoffers absoluut onaanvaardbaar.
U hebt daarnet gezegd dat u verplicht was om de maatregelen tijdelijk verder te zetten, maar dat het niet meer geldt voor hen die veroordeeld zijn voor straffen tussen de drie en de vijf jaar. Ik heb deze week echter ter voorbereiding van dit debat mijn oor te luisteren gelegd bij mijn collega-strafpleiters in Antwerpen. Ze hebben mij allemaal bevestigd dat ook veroordeelden boven de vijf jaar momenteel, nadat ze een korte tijd in de gevangenis hebben doorgebracht, voorlopig in vrijheid zijn gesteld. Mevrouw de minister, om veroordeeld te worden tot vijf jaar moet men wel al iets op zijn kerfstok hebben!
Annelies Verlinden:
U verwijst naar de VPV, maar dat is een andere silo dan de korte straffen tussen de drie en de vijf jaar waarover ik het had.
Marijke Dillen:
Dat klopt, maar het gaat over de totaliteit, ongeacht het systeem waaronder ze vallen. Iemand die een effectieve gevangenisstraf van meer dan vijf jaar krijgt, moet al wat op zijn kerfstof hebben. Zo'n straf is niet voor een of andere kleine vorm van criminaliteit, voor zover 'kleine' al bestaat. Het gaat om zeer zware vormen van criminaliteit. Dat zijn allemaal zaken die de veiligheid van onze samenleving in gevaar brengen. Een straf moet een straf blijven, ik ben blij dat u dat bevestigt. Dat was immers de stoere taal van voormalig minister Van Quickenborne in het begin van zijn mandaat. U hebt gelijk dat de maatregel is genomen op een ogenblik dat hij veel te weinig voorbereid was. Ik kan het standpunt van voormalig minister Van Quickenborne volledig onderschrijven, maar men had dat beter moeten voorbereiden.
Mevrouw de minister, u hebt nu vierenhalf jaar om daar iets aan te doen. Ik hoop dat u de koe bij de horens vat. Een aantal oplossingen staan in het regeerakkoord. De terugkeer van illegalen is een van de grote problemen. Van de 12.800 gedetineerden zijn er vandaag 4.038 die niet over een verblijfsrecht beschikken. Hun terugkeer zou al voor een behoorlijke oplossing zorgen.
Ik ben heel benieuwd naar uw beleidsverklaring en zal ook dit hoofdstuk met veel interesse kritisch analyseren.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik bedank u voor uw antwoord.
U hebt niet op elke vraag geantwoord, maar we zullen wellicht nog de gelegenheid krijgen om het debat te voeren.
U verklaarde dat een gevangenisstraf niet de enige oplossing is, maar dat er ook alternatieven zijn. Dat is vandaag al het geval, ze zijn opgenomen in het nieuwe Strafwetboek. De waaier aan mogelijkheden waarover een rechter beschikt is vandaag al immens. Daarom is het belangrijk dat, als de rechter oordeelt dat iemand naar de cel moet, dat ook mogelijk is. U zult daarvoor moeten zorgen, samen met de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen, want we hebben gevangeniscapaciteit nodig.
Vlaanderen heeft vandaag nog nooit zoveel alternatieve straffen, enkelbanden en werkstraffen begeleid en uitgevoerd. Door de overbevolking van de gevangenissen blijft het evenwel heel moeilijk om in de gevangenissen begeleiding te organiseren, wat ook cruciaal is. Dat toont nogmaals het belang van de gevangeniscapaciteit aan.
Het is een beetje gemakkelijk om de schuld af te wenden op de regio's, terwijl die al heel veel op zich nemen. Zij nemen niet alleen de enkelbanden en werkstraffen op zich, maar proberen ook nog waar mogelijk in de cel te begeleiden. Dat is in de huidige context niet eenvoudig, zoals u wel kunt begrijpen.
Daarom is die extra capaciteit zo belangrijk. Ik ben blij dat u zelf bevestigt dat er de vorige legislatuur geen enkel initiatief is genomen ter wille van extra capaciteit, de twee detentiehuizen terzijde gelaten. Dat is iets dat ik meermaals heb aangekaart en dat werd altijd ontkend, maar het blijkt effectief zo te zijn. De gevangenis die is geopend, is een uitvoering van een plan dat nog door de Zweedse regering in de steigers is gezet. Collega Geens zei altijd dat elke regering een dossier klaarmaakt voor de volgende, maar vandaag ligt er geen nieuw dossier klaar. Het masterplan heeft enorm veel achterstand opgelopen en nochtans is dat heel belangrijk, want de capaciteit is hard nodig. Het is niet sexy om te investeren in gevangenissen, maar onder de Zweedse regering is dat wel gebeurd.
Echter, als we de veiligheid willen blijven garanderen, dan is dat cruciaal. Als we onze rechtsstaat niet in gevaar willen brengen, dan is dat cruciaal. Als we de slachtoffers ernstig willen nemen, dan is dat cruciaal. Als we onze rechters en ook de gedetineerden willen helpen, dan moeten we dat doen. Pas met voldoende capaciteit kan er ook binnen de celmuren worden ingezet op reclassering en begeleiding, zoals dat zou moeten zijn.
Er wacht u een heel grote uitdaging, mevrouw de minister. Ik hoop dat u die met open vizier tegemoet treedt en het aspect capaciteit, hoe moeilijk ook, niet uit het oog verliest.
U hebt niet geantwoord op mijn vraag over de Europese veroordeelden. Dat zijn er heel wat. Ik denk dat we gemakkelijk aan 1.000 personen komen, als er al bijna 500 Nederlanders in onze cellen zitten. Misschien kunt u bekijken of die hun straf niet in eigen land kunnen uitzitten? De uitstroom moet niet altijd gebeuren door bepaalde straffen niet meer uit te voeren of ze om te zetten, het kan ook door Europese gedetineerden hun straf te laten uitzitten in hun thuisland binnen Europa. U hebt daarvoor geen terugnameakkoorden nodig. Bekijk ook die piste, zodat we voor iedereen die hierbij betrokken is, ook voor de mensen die binnen het gevangeniswezen werken, iets kunnen doen aan deze verschrikkelijke situatie.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee, - overwegende dat er in 2006 een wet werd gestemd die de uitvoering van de korte straffen moest garanderen; - overwegende dat de inwerkingtreding van deze wet maar liefst twaalf keer werd uitgesteld; - overwegende dat er uiteindelijk werd beslist om de wet in voege te laten treden, weliswaar in twee fases, waarbij in een eerste fase de uitgesproken straffen tussen de twee en de drie jaar zouden worden uitgevoerd (vanaf 1 september 2022) en in een tweede fase de straffen van maximaal twee jaar (vanaf 1 september 2023); - overwegende dat iets meer dan een jaar na de invoering van die wet er een plan op tafel zou liggen dat ervoor zou zorgen dat er komaf wordt gemaakt met de wet houdende de uitvoering van de korte straffen, minstens dat de uitvoering ervan zou worden beperkt; - overwegende dat iedere beperking tot uitvoering van de wet waarvan sprake, een bijzonder slecht signaal is aan de maatschappij omdat niet alleen criminelen worden 'beloond' (minder of niet gestraft) voor de door hen gepleegde misdrijven, en bovendien (het gevoel van) straffeloosheid wordt versterkt; - overwegende dat de invoering van een eventuele beperking aan de wet die de uitvoering van de korte straffen regelt bijzonder nefast is voor de slachtoffers van een misdrijf en de slachtoffers hierdoor in de kou blijven staan, hetgeen diametraal staat op het regeerakkoord, waarbij immers bezwaarlijk kan worden aangenomen dat de 'centrale rol voor alle slachtoffers' waarvan sprake, in die zin zoals voormeld dient geïnterpreteerd te worden; - overwegende dat elke straf dan ook dient te worden uitgevoerd; vraagt de regering - per kerende af te zien van de invoering van de regelgeving die de uitvoering van de korte straffen in het gedrang brengt of zou kunnen brengen. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord, - considérant qu'une loi visant à garantir l'exécution des courtes peines a été votée en 2006; - considérant que l'entrée en vigueur de cette loi a été reportée pas moins de douze fois; - considérant qu'il a finalement été décidé de faire entrer en vigueur la loi, mais ce en deux phases: dans une première phase, les peines prononcées comprises entre deux et trois ans seraient exécutées (à partir du 1er septembre 2022), et dans une deuxième phase, celles de maximum deux ans (à partir du 1er septembre 2023); - considérant qu'un peu plus d'un an après l'entrée en vigueur de cette loi, il serait envisagé d'abroger la loi sur l'exécution des courtes peines, ou au moins de limiter sa mise en œuvre; - considérant que toute limitation de la mise en œuvre de la loi en question constitue un très mauvais signal à l'égard de la société, dès lors qu'elle a non seulement pour effet de "récompenser" les criminels (par un allègement ou une levée de la peine) pour les délits qu'ils ont commis, mais également de renforcer l'impunité (ou le sentiment d'impunité); - considérant que l'instauration d'une éventuelle restriction à cette loi réglant l'exécution des courtes peines serait particulièrement néfaste pour les victimes d'un délit, qui se verraient ainsi laissées pour compte, ce qui irait diamétralement à l'encontre de l'accord de gouvernement, sachant qu'il est difficilement imaginable que le "rôle central" qu'il prévoit d'accorder à "toutes les victimes" doive être interprété en ce sens; - considérant que toute peine doit dès lors être exécutée; demande au gouvernement: - de renoncer à l'instauration d'une réglementation compromettant ou susceptible de compromettre l'exécution des courtes peines. " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Steven Matheï. Une motion pure et simple a été déposée par M. Steven Matheï . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
De live chat over geweld en drugs door een youtuber in de gevangenis van Lantin
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een Nederlandse YouTuber in de Belgische gevangenis van Lantin deelde via een illegale gsm ongefundeerde verhalen over geweld, drugs en corruptie in een live chat, wat leidde tot een tuchtprocedure (details blijven privégerechtvaardigd) en media-ophef. Minister Verlinden bevestigde dat de beweringen geen concrete feiten bevatten en benadrukte dat gsm’s verboden zijn, maar binnensmokkel moeilijk te voorkomen is, terwijl live media-contacten strijdig zijn met de Basiswet 2005 (die enkel traditionele media vermeldt). Dillen drong aan op aanpassing van de Basiswet om het grijs gebied rond sociale media (zoals live chats) weg te werken, maar kreeg geen toezegging voor wettelijke verduidelijking.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Een Nederlandse YouTuber is verwikkeld in een tuchtprocedure nadat hij via zijn telefoon deelnam aan een live chat vanuit de gevangenis in Lantin waarin hij volgens de media “verhalen over geweld, drugdeals en corruptie deelde". Het volledige gesprek werd nadien door zijn broer op YouTube geplaatst en er verschenen ook fragmenten op TikTok. Zijn beweringen veroorzaakten veel ophef, zowel binnen als buiten de gevangenismuren. Het gevangeniswezen benadrukte dat gedetineerden toegang hebben tot telefoons, waarbij gesprekken niet worden afgeluisterd. “In een privégesprek kan iedereen zeggen wat hij wil. Dat verandert wanneer de inhoud via media wordt verspreid", zo luidde het.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende deze feiten? Werden er onderzoeken gedaan naar de beweringen die in deze live chat werden geformuleerd?
Er werd een tuchtprocedure opgestart waarin de gedetineerde zich voor zijn uitspraken moet verantwoorden. Werd deze tuchtprocedure inmiddels afgerond? Zo ja, wat zijn de resultaten?
De Belgische Basiswet uit 2006 verbiedt interviews met gevangenen zonder toestemming. Maar sociale media, zoals live chats, bestonden toen nog nauwelijks en staan niet in de wet. Daardoor vallen dit soort gesprekken in een grijsgebied. Gaat de minister vooralsnog een initiatief nemen om de Basiswet in die zin aan te passen teneinde deze grijze zone weg te werken en duidelijkheid te creëren?
Annelies Verlinden:
De beweringen van de gedetineerde in kwestie tijdens de zogenaamde LiveChat berusten, op basis van de informatie waarover wij beschikken, op geen enkel concreet feit. Hij heeft enkel zaken gemeld die hem werden meegedeeld, zonder daarbij zelf aan de beweerde feiten te hebben deelgenomen.
De geijkte procedure voor tucht, zoals bepaald in de basiswet van 2005, werd in deze zaak gevolgd. Ik kan hierover echter geen details verschaffen daar het om een individueel dossier gaat en de privacy van de betrokkene gerespecteerd moet worden. De basiswet bepaalt echter dat een gedetineerde toestemming nodig heeft voor contacten met de pers, diverse media en journalisten. Het is duidelijk dat het live delen van informatie daarmee niet in overeenstemming is. Daarnaast zijn gsm's formeel verboden in de gevangenis, wat de kans op het live delen van dergelijke inhoud verkleint. Weliswaar kan dit niet volledig worden uitgesloten, dat weet u ook, aangezien er vaak gsm's worden binnengesmokkeld in de gevangenis.
Marijke Dillen:
Ik dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik heb echter geen antwoord gekregen op het volgende. Ik verwees naar de basiswet van 2005, die heel duidelijk is: interviews met gevangenen zijn zonder toestemming verboden. In die wet is echter geen sprake, logisch voor dat ogenblik, van sociale media als LiveChat; dat bestond toen nog niet. Er bestaat dus een risico dat, wanneer zo'n gesprek aanleiding geeft tot gerechtelijke procedures, er een grijs gebied blijft bestaan. Ik durf erop aan te dringen dat u een initiatief neemt om de basiswet in die zin aan te passen.
De onrust in de gevangenis van Wortel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Op 26 januari braken 50 gedetineerden in gevangenis Wortel in rel na een avondwandeling: ze vernielden omheiningen, camera’s, sportmateriaal en staken textiel in brand, na klachten over ongelijke behandeling, gebrek aan werk/tabak, trage psychosociale dienst en respectloos personeel. De politie en directie herstelden de rust via onderhandelingen, waarna een tuchtprocedure werd gestart tegen geïdentificeerde daders, met mogelijke sancties na een hoorzitting. De schade betrof met name de draadomheining, zoomcamera’s, parlofoon en sportinfrastructuur, terwijl de wandelzone tijdelijk gesloten werd. Aanleidingen waren vooral percepties van onrechtvaardigheid en ontevredenheid over gevangenisomstandigheden.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Zondag 26 januari jl. was er onrust in de gevangenis van Wortel. 30 gedetineerden wilden niet terug naar hun cel na de avondwandeling. Ze maakten amok, brachten vernielingen aan en staken textiel in brand. De politie kwam massaal ter plaatse en ging samen met de gevangenisdirectie in gesprek met de gedetineerden waarop de rust terugkeerde.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende dit incident? Wat was de aanleiding van deze onrust?
Wat is de omvang van de schade ?
Welk gevolg wordt er gegeven aan deze feiten? Zullen de betrokken gedetineerden een sanctie krijgen?
Annelies Verlinden:
Op zondagavond 26 januari bleven ongeveer 50 gedetineerden van vleugel A buiten na het einde van de wandeling. Gedetineerden die wensten binnen te komen, werden in eerste instantie tegengehouden door anderen en een aantal gedetineerden beukten met een van de voetbalgoals tegen de draadomheining, waardoor een kleine opening ontstond in de draad. Er werden ook andere beschadigingen toegebracht aan de draadomheining. Daarnaast werden een zoomcamera en een parlofoon vernield. Er werden vervolgens ook een vuilnisemmer en enkele kledingstukken in brand gestoken. Ten slotte werden ook de sportvloeren en de voetbalgoals beschadigd. De wandeling van vleugel A werd tijdelijk buiten gebruik verklaard. In de andere afdelingen bleef het wel rustig.
De lokale politie en de speciale eenheid van Turnhout kwamen ter plaatse om de situatie mee op te volgen. De politie en de technisch-deskundige bewaking (TDB) waren het slachtoffer van ongepaste gedragingen. Nadat een aantal gedetineerden hadden aangegeven naar binnen te willen gaan en na een gesprek met de TDB, de politie en de directie is iedereen rustig naar binnen gegaan.
De gedetineerden haalden verschillende beweringen aan om buiten te blijven, met name dat gedetineerden zonder recht op verblijf langer in de gevangenis moeten blijven dan diegenen met recht op verblijf, het vermeende gebrek aan tewerkstelling, een beweerd gebrek aan sociale kantine en te weinig tabak, de beweerde te trage werking van de psychosociale dienst, het beweerde gebrek aan antwoord van de directie op vragen en het beweerde respectloos gedrag van het personeel.
Voor de betrokken geïdentificeerde gedetineerden zal een tuchtprocedure worden opgestart. De sanctie zal worden bepaald na het opstellen van een rapport aan de directeur en een tuchtrechtelijke hoorzitting. Daarnaast werd ook een verslag opgesteld door de aanwezige politie met het oog op het opstellen van een proces-verbaal.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.
De moeilijkheden die gedetineerden die een opleiding volgen ondervinden door personeelstekorten
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marijke Dillen kaart aan dat gevangenispersoneelstekorten gedetineerden beletten externe opleidingen te volgen, wat hun re-integratie hindert, gebaseerd op vakbondssignalen. Minister Verlinden ontkent directe problemen bij externe opleidingen (geen begeleiding nodig via uitgaansvergunning) maar bevestigt occasionele annuleringen van interne opleidingen door personeelsgebrek, met pogingen tot flexibele oplossingen. Dillen betwist dit en dringt aan op overleg met vakbonden, wijzend op hun concrete klachten. Kernpunt: tegenstrijdige visies op impact personeelstekort op opleidingscontinuïteit.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Tijdens de hoorzittingen betreffende de crisis in onze gevangenissen ten gevolge van de overbevolking hebben de vakbonden aangekaart dat gedetineerden die een opleiding volgen buiten de gevangenismuren regelmatig niet naar de opleiding kunnen gaan wegens gebrek aan voldoende personeel.
Nochtans is het volgen van opleidingen belangrijk in het kader van een zinvolle detentie en de toekomstige re-integratie in de samenleving.
1. Is de minister op de hoogte van deze problematiek? Werden er maatregelen genomen om tegemoet te komen aan deze problematiek?
2. Kan de minister mij een overzicht geven van de gevangenissen waar deze problematiek zich stelt?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, wat betreft de opleidingen die buiten de gevangenissen plaatsvinden, is er naar wij begrijpen geen rechtstreekse link vastgesteld tussen personeelstekorten en de mogelijkheid voor gedetineerden om die externe opleidingen te volgen. De gedetineerden die aan de vereiste voorwaarden voldoen, krijgen immers een uitgaansvergunning voor het volgen van die opleidingen en dat vergt geen begeleide transfer naar de opleidingsplaats. Tot heden zijn mij dus geen moeilijkheden gemeld voor het volgen van die opleidingen ingevolge de personeelsproblemen waarmee de gevangenissen kampen.
Aangaande opleidingen binnen de gevangenismuren bestaat er geen precies en volledig overzicht van de penitentiaire inrichtingen waar zich problemen voordoen, maar het komt soms wel voor dat die opleidingen worden geannuleerd of uitgesteld door een gebrek aan personeel. Ook onderbrekingen van een opleiding gelinkt aan specifieke omstandigheden komen occasioneel voor. Het DG EPI erkent dat en de directies doen al het mogelijke om ervoor te zorgen dat activiteiten toch maximaal kunnen plaatsvinden, onder meer door een flexibele invulling van de posten.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord, dat mij wel enigszins verwondert. Net zoals voor mijn eerste vraag, heb ik voor deze vraag de informatie volledig gehaald uit de aanklachten die de vertegenwoordigers van de vakbonden geformuleerd hebben tijdens hoorzittingen. Ze hebben hier aangekaart dat gedetineerden die een opleiding volgen buiten de gevangenismuren daar regelmatig niet naartoe gaan. Wanneer u het een beetje rustiger krijgt, denk ik dus dat u in een volgend gesprek met de vakbonden eens over dit aspect en ook over mijn eerste vraag moet praten. Ik ga er immers van uit dat de vertegenwoordigers dat hier niet zomaar gratuit beweerd hebben.
De voortdurende problemen in de gevangenis van Haren
De overbrenging van gedetineerden vanuit Haren naar het Justitiepaleis te Brussel
Gevangenisproblemen en gedetineerdenvervoer in Haren en Brussel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Haren kampt met structurele administratieve chaos en personeelstekorten (44/71 administratieve krachten, slechts 2 operationele transportvoertuigen), wat leidt tot te late of foutieve overbrengingen van gedetineerden, lege zittingen en gerechtelijke achterstand—zelfs ten onrechte vrijlatingen (geen exacte cijfers, maar "uitzonderlijk" volgens de minister). Minister Verlinden bevestigt de problemen, wijst op lopende aanwervingen en efficiëntere logistiek (o.a. DAB-kantoren in Haren), maar magistraten en advocaten blijven kritisch over onvoldoende verbeteringen, ondanks herstructureringen sinds juni 2024. Het gebruik van rechtszalen in Haren (bestaand maar onbenut door terughoudendheid) en een mogelijke herbestemming van Sint-Gillis voor arrestanten blijven onopgeloste knelpunten, met een oproep tot dringend overleg met vakbonden.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Uit berichten blijkt dat er administratief in de gevangenis van Haren een aantal zaken fundamenteel mislopen. Gedetineerden die niet of te laat worden overgebracht naar het Brusselse justitiepaleis, met als gevolg tijdverlies, lege hoorzittingen en stijgende gerechtelijke achterstand, gedetineerden die verwisseld worden, aangehoudenen die maanden aan een stuk geen rechter te zien krijgen en zelfs gedetineerden die ten onrechte worden vrijgelaten, het zijn maar enkele voorbeelden.
Al sinds de opening is er kritiek. Volgens de Toezichtraad zijn personeelsleden niet voldoende opgeleid en is de opening er overhaast gekomen.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende deze problemen?
Klopt het dat op de administratieve dienst van deze gevangenis er maar 44 man als administratieve kracht werken, wat een tekort is van 27? Wat is hiervan de oorzaak?
Welke initiatieven zullen er op korte termijn worden genomen om dit tekort weg te werken?
Door dit gebrek aan personeel worden er administratieve fouten gemaakt. Vrijwel iedere advocaat aan de Brusselse Balie heeft cliënten die zijn vrijgelaten door een administratieve fout, zo melden strafpleiters. Kan de minister mij mededelen hoeveel gedetineerden er sinds de opening ten onrechte zijn vrijgelaten omwille van administratieve fouten? Graag een overzicht op jaarbasis.
Ook zijn er blijkbaar dossiers verdwenen van gedetineerden zodat de betrokken advocaten niet te weten komen hoe lang hun cliënten nog moeten zitten. Over hoeveel dossiers gaat dit?
De voorzitter van de commissie Strafrecht van de Franstalige balie pleit ervoor om de gevangenis van Sint-Gillis die momenteel gebruikt wordt voor kortgestraften, te gebruiken als arresthuis voor mensen die nog niet veroordeeld zijn. Dit betekent een grote tijdswinst, want zij moeten het vaakst worden overgebracht. Wat is hier het standpunt van de minister? Is de minister bereid hier een initiatief te nemen?
Ondanks de open brief, geschreven zes maanden geleden door magistraten, griffiers en advocaten van de Franstalige balie te Brussel waarin de problemen aan de kaak werden gesteld, is er weinig of niets veranderd op het terrein. Kan de minister mij een overzicht geven van de initiatieven die sinds deze open brief werden genomen? Graag een gedetailleerde toelichting.
Sophie De Wit:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Op 11 februari verschenen in het weekblad Humo allerlei schrijnende anekdotes over dagelijkse chaos in het justitiepaleis, die het gevolg is van het feit dat men er blijkbaar vanuit de gevangenis te Haren niet in slaagt om dagelijks zowat 80 gedetineerden correct en tijdig te verzamelen en over te brengen naar het Brusselse justitiepaleis. Ofwel dagen de gedetineerden niet of pas laattijdig op, ofwel worden de foute gedetineerden overgebracht naar het justitiepaleis. In het artikel wordt gesteld dat vrijwel elke advocaat aan de Brusselse balie cliënten heeft die zijn vrijgelaten omwille van een administratieve fout.
De directeur van de gevangenis van Haren erkent de problemen bij de overbrenging. Hij stelt dat het, met de middelen die hij ter beschikking heeft, mathematisch onmogelijk is om 80 gedetineerden tegen 9 uur in het justitiepaleis te krijgen. Zo telt de administratieve dienst van de gevangenis, die instaat voor het verzamelen van de gedetineerden die naar de rechtszaal moeten, maar 4 van de 25 personeelsleden. Er zouden volgens het artikel ook maar 2 groene bestelwagens beschikbaar zijn voor gevangenentransport, waardoor er constant heen en weer moet worden gereden.
Ik had u graag de volgende vragen gesteld.
1. Kan u de problemen bij de overbrenging van gedetineerden vanuit Haren, en de impact daarvan op de rechtspraak in het justitiepaleis, bevestigen?
2. Waarom worden de zittingszalen, die in de gevangenis van Haren voorzien zijn, niet gebruikt? Werkt u hiervoor aan een oplossing?
3. Hoe komt het dat het personeelsbestand in de gevangenis, bijv. bij de administratieve dienst, niet ingevuld wordt? Is dit omwille van financiële redenen of is er een andere verklaring?
4. Zijn er effectief slechts 2 bestelwagens beschikbaar voor gevangenentransport?
5. Welke maatregelen zal u nemen om de organisatorische en veiligheidsproblemen in de gevangenis van Haren aan te pakken?
Annelies Verlinden:
Collega's, de overbrenging van gedetineerden naar het Justitiepaleis vanuit de gevangenis van Haren verloopt inderdaad moeizaam. Het parket van Brussel verwacht iedereen ofwel om 9.00 uur ofwel om 14.00 uur op het paleis. Praktisch blijkt het echter zeer moeilijk om 80 gedetineerden op het Poelaertplein te krijgen tegen 9.00 uur.
De Dienst beveiliging (DAB), die instaat voor de overbrengingen, kampt net als de gevangenis van Haren met personeelstekorten. Voor meer toelichting betreffende de problematiek kunt u zich richten tot de minister van Binnenlandse Zaken. Vanuit de directie van de gevangenis van Haren vernemen we dat er momenteel slechts twee vervoersmiddelen operationeel zijn om de gevangenen te vervoeren.
De gevangenis van Haren beschikt inderdaad over vijf rechtszalen, die voldoen aan de normen. De magistraten stellen zich echter vrij terughoudend op tegenover zetelen in de gevangenis zelf. De rechtszalen bevinden zich net buiten de gevangenisperimeter. Sommige magistraten gaan op afroep naar de raadszaal waar ze hun zaak behandelen en keren vervolgens terug naar hun respectieve kantoren in het gerechtsgebouw. Hierbij preciseer ik graag dat de gevangenis van Haren naast de rechtszalen ook over de nodige ruimte beschikt waar griffiers, magistraten en advocaten kunnen werken in afwachting van de zitting. Uiteraard moet ook rekening worden gehouden met de rechten en de positie van slachtoffers en benadeelden en burgerlijke partijen voor het houden van zittingen in de nabijheid van de gevangenis.
Omwille van een voor alle betrokkenen haalbare en aanvaardbare werkwijze lijkt het mij in elk geval nuttig dat we in dialoog gaan, zodat de problematiek en de mogelijke oplossingen kunnen worden besproken. Dat is overigens ook in lijn met het regeerakkoord, waarin is ingeschreven dat zittingen voor de raadkamer en de KI, die vaak slechts enkele minuten duren, in de praktijk maximaal moeten plaatsvinden in faciliteiten bij de detentieplaatsen en/of via videoconferentie.
De regering uit in het regeerakkoord ook de ambitie om gedetineerden zo min mogelijk te verplaatsen. Uitzonderingen hierop dienen te worden gemotiveerd en de ingeroepen omstandigheden moeten verband houden met de rechten van verdediging of het ontbreken van gepaste infrastructuur.
Voorts zal de DAB op korte termijn over kantoren, een eigen vestiaireruimte en eigen parkeerplaatsen beschikken in de gevangenis van Haren. Dat betekent concreet dat de DAB-agenten die belast zijn met de overbrengingen, hun dienst niet langer zullen aanvangen op het Poelaertplein maar in de gevangenis. Dat zal zonder twijfel leiden tot efficiëntere overbrengingen naar het Justitiepaleis.
Met betrekking tot uw vraag inzake het personeelsbestand, de sollicitatiegesprekken voor bijkomend Nederlandstalig en Franstalig administratief personeel voor de gevangenis van Haren zijn lopende. Zodra de aanwervingsprocedure is afgesloten, doen we het nodige voor een snelle indiensttreding.
Het is in dat verband relevant dat de gevangenis van Sint-Gillis nog steeds operationeel is. Heel wat ervaren personeelsleden hebben ervoor gekozen om daar te blijven werken. Daarom moest men voor Haren op zoek gaan naar nieuwe medewerkers die doorgaans geen of te weinig ervaring hebben.
Mevrouw Dillen, sinds juni 2024 zijn er in Haren leidinggevenden aangesteld en werd de griffie heringericht en gereorganiseerd. Sindsdien valt er een verbetering vast te stellen in het dossierbeheer. Mijn administratie beschikt in elk geval niet over cijfers over vrijlatingen ten gevolge van administratieve fouten. Als er al fouten zijn gemaakt, zal het om hoogst uitzonderlijke gevallen gaan. Evenmin kan men bevestigen dat volledige dossiers zijn verdwenen. Hoewel het papieren dossier door de grootschalige verhuizing van gedetineerden en eventuele transfers van gedetineerden misschien niet altijd volledig op de griffie ter beschikking was, bleef het digitale dossier wel steeds voorhanden.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, opnieuw, ik vind dit bizar. Ik zei dat al in verband met twee vorige vragen: nadat de vakbonden hier een kwestie komen aankaarten, wint u daarover informatie in op het terrein – u kunt niet alles weten – en blijkt er niets aan de hand te zijn. Ik doe nogmaals een oproep om de problematiek grondig te bespreken met de vakbonden en na te gaan wat er al dan niet waar is. Als het wel waar is, moet het worden verholpen.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden. Niet alles is me even duidelijk, maar ik zal daarop in een volgend debat terugkomen.
Een nieuw geval van zware agressie in de gevangenis van Hasselt
De recente incidenten in de gevangenissen van Haren en Hasselt
De zorgwekkende onveiligheid in de gevangenis van Haren
Geweld en onveiligheid in Belgische gevangenissen
Gesteld door
VB
Marijke Dillen
Vooruit
Alain Yzermans
DéFI
François De Smet
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na een zware agressie door een gedetineerde in Hasselt (drie gewonde cipiers, één zwaargewond) eisen vakbonden strengere maatregelen dan de huidige tuchtsancties (bv. intrekken vervroegde invrijheidstelling), omdat die onvoldoende afschrikken en het geweld—versterkt door overbevolking—escaleert, ook buiten de gevangenis. Minister Verlinden bevestigt nultolerantiebeleid, meldt dat de dader een tuchtsanctie kreeg, verplaatst werd en juridisch vervolgd kan worden, en benadrukt betere opvang (psychologische ondersteuning, standaardprocedure na incidenten). Dillen en Yzermans (vakbonden) dringen aan op systematische correctionele vervolging en concrete straffen met afschrikwekkend effect, plus structurele oplossingen voor overbevolking en personeelstekort om de vicieuze cirkel van geweld en demotivatie te doorbreken.
Marijke Dillen:
Op 9 februari vond opnieuw een ernstig geval van agressie plaats in de gevangenis van Hasselt, gepleegd door een gedetineerde en gericht tegen drie cipiers die helaas gewond raakten. Een van die cipiers was zelfs zwaargewond en is naar het ziekenhuis moeten gaan. De vakbonden zijn zeer duidelijk en ik citeer: ʺDe h uidige maatregelen wegen niet genoeg door. De straffen na agressie zijn minder waard. Sommige gedetineerden laat het koud dat ze zes maanden extra cel krijgen. Als ze kijken hoeveel celstraf ze al hebben, kan dat er nog wel bij. (…) Als we gewoon blijven verder doen, schiet er over vijf jaar niet veel meer over van de gevangenissen. ʺ De vakbonden dringen dus aan op strengere en andere maatregelen.
Mevrouw de minister, kunt u meer toelichting geven over de toestand van de drie cipiers? Kunt u ook meer toelichting geven over hun verwondingen? Welke sanctie hebben de betrokken gedetineerden gekregen?
De vakbonden vragen andere maatregelen die wel een impact hebben. Ze stellen dat ze al jaren voorstellen doen om de zaken anders aan te pakken. Zo wordt er bijvoorbeeld verwezen naar de vervroegde invrijheidstelling en wordt de vraag gesteld of die niet kan wegvallen als men niet met de handen van het personeel kan blijven. Gedetineerden zouden dan misschien twee keer nadenken vooraleer ze tot daden overgaan.
Bent u bereid om initiatieven te nemen met het oog op strengere maatregelen voor gedetineerden die zich schuldig maken aan zware agressie tegen cipiers?
Alain Yzermans:
Het geweld binnen en zelfs buiten de muren van de gevangenissen is schering en inslag. Er zijn netwerken actief. De directie neemt soms een bepaalde houding aan die niet altijd bevorderlijk is om het vertrouwen van het personeel te herwinnen. Men moet overgaan tot een aantal actiemaatregelen. De vakbonden hebben daarover voorstellen.
In uw inleiding zei u dat u tijdens uw overleg met de vakbonden contact zult hebben naar aanleiding van de overbevolking. Het is belangrijk dat de vakbonden echt worden gehoord. Zij hebben een aantal pertinente vragen en kunnen goede voorstellen doen om het geweld uit de gevangenis te krijgen. Het geweld verplaatst zich nu naar buiten. Wanneer mensen worden belaagd, verliezen ze hun motivatie om te gaan werken. De werkomstandigheden worden desastreus. Families worden buiten soms ook nog bedreigd.
Er dreigt een groot personeelstekort te ontstaan. Het statuut moet dan ook worden verbeterd. Dat zal altijd aanleiding geven tot stakingen en dan komen we in een vicieuze cirkel terecht. De druk op het personeel en de druk op de gedetineerden zelf zijn communicerende vaten. Dat heeft allemaal te maken met de overbevolking. Er zijn echte maatregelen nodig. De vakbonden hebben goede voorstellen. De oplossing is te vinden in de driehoek personeel, gedetineerden en een humaan beleid, uiteraard ook met de directies. We moeten naar de noodkreet van de vakbonden luisteren.
Welke maatregelen zult u treffen? Wat is de stand van zaken van de incidenten met het personeel?
Annelies Verlinden:
Collega's, ik ben het met u eens dat agressie ten aanzien van personeel onaanvaardbaar is. Zoals in het regeerakkoord bepaald is, zullen we het nultolerantiebeleid verder aanscherpen en daarvoor de nodige maatregelen nemen.
Bij het geval van agressie in Hasselt vertoonde de betrokken gedetineerde fysiek agressief gedrag ten aanzien van de eerste beambte. Een tweede beambte en de ploegchef die tussenbeide wilden komen, liepen eveneens verwondingen op. Om redenen van privacy kan ik geen verdere details geven over de verwondingen van de personeelsleden. Ik kan wel meedelen dat ze enige tijd arbeidsongeschikt waren. De betrokken personeelsleden kunnen een beroep doen op psychologische ondersteuning. Er werd intussen ook een tuchtprocedure opgestart en de betrokken gedetineerde kreeg een tuchtsanctie. De gedetineerde werd ook uit de gevangenis van Hasselt verwijderd.
Wanneer gedetineerden zich schuldig maken aan strafbare feiten in de gevangeniscontext, wordt die informatie ook altijd aan het parket overgemaakt. Op basis daarvan kan worden vervolgd en kunnen bijkomende gevangenisstraffen of andere straffen worden uitgesproken.
In samenspraak met de vakbonden werd een standaardprocedure na een kritiek incident ontwikkeld. Die procedure zorgt voor een uniforme afhandeling van de kritieke incidenten en houdt ook voldoende ondersteuning en aandacht voor het slachtoffer en de andere betrokken personeelsleden in. Die procedure werd toegepast bij de incidenten in Haren en Hasselt en heeft goed gewerkt: het informeren van de vakbonden, de overbrenging van gedetineerden naar een andere gevangenis, de opvang en ondersteuning van slachtoffers en de opstart van een tuchtprocedure.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Nultolerantie moet nultolerantie zijn, zonder enige uitzondering. Het is heel belangrijk om alle vormen van agressie, zowel kleine agressie – in de mate waarin die bestaat, omdat voor mij agressie agressie is – als heel zware vormen van agressie aan te pakken.
Dat moet niet enkel gebeuren met een tuchtsanctie. Ik hoorde immers in de kritiek van de vakbonden dat de gedetineerden en criminelen absoluut niet voor een tuchtsanctie terugdeinzen. Het is heel belangrijk dat elke vorm van agressie tegen cipiers niet alleen met een strafsanctie wordt gesanctioneerd, maar dat ze ook leidt tot een correctionele vervolging. De parketten moeten daaraan voorrang geven.
Alain Yzermans:
Ik sluit mij aan bij de oproep tot nultolerantie, wat een heel complex begrip is en niet gemakkelijk te handhaven. Het is echter een heel goede norm die kan worden gesteld. Nultolerantie moet natuurlijk vertaald worden in de wijze waarop ze wordt meegenomen als sanctie en straf. Men moet veel strikter zijn, ook vanuit de directie, om personeelsleden daarin als belangrijke werknemers te zien die recht hebben op die bescherming in al haar vormen.
Het proefproject inzake de beveiligde cellen
De agressie tegenover het gevangenispersoneel
Beveiliging en agressie in detentieomgevingen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Yzermans vraagt naar de stand van zaken rond 5 miljoen euro voor camerabeveiliging in Hasselt, 200.000 euro voor onderhoud en het actieplan tegen geweld op cipiers, met focus op de gespecialiseerde beveiligde cellen. Minister Verlinden bevestigt een proefproject met vier pilootgevangenissen voor deze cellen (met aanpassingen zoals verankerd meubilair), maar criteria, procedures en timing zijn nog onbepaald; het actieplan tegen agressie loopt via overleg met vakbonden. Camerabewaking in Hasselt blijft onbeantwoord, Yzermans belooft een schriftelijke navraag. Geen concrete budgetuitvoering of tijdslijn voor onderhoud of cellen.
Voorzitter:
De heer Matheï is verontschuldigd.
Alain Yzermans:
Ik denk dat ik opnieuw hetzelfde betoog kan houden, mevrouw de minister, maar ik ga dat niet doen. Ik was ook wel geïnteresseerd in de gespecialiseerde cellen die zijn aangekondigd.
Ook heeft de voormalige minister enkele maanden voor zijn vertrek aangekondigd dat 5 miljoen euro in het gevangeniswezen zou worden geïnvesteerd, voornamelijk in de camerabeveiliging van de gevangenis van Hasselt. Het lijkt mij interessant om daarop in te gaan. DE FOD Justitie zou ook 200.000 euro extra investeren in het herstel en het onderhoud. Hoever staat het met die plannen?
Er was ook sprake van een actieplan tegen het geweld tegen cipiers. Hoever staat men daarmee? Het zal wel een gelijkaardig antwoord zijn. Vooral de vragen over die investering en die cellen interesseren mij wel.
Annelies Verlinden:
Mijnheer Yzermans, ik begrijp inderdaad dat uw vraag gaat over de extra beveiligde cellen. Er is een proefproject opgestart in vier pilootgevangenissen waar beveiligde cellen worden uitgebouwd. We onderzoeken nog in welke pilootgevangenissen dat project zal worden uitgerold, en vervolgens zal de infrastructuur van de geselecteerde cellen worden aangepast.
Ook de invulling van de cellen en de modaliteiten worden nog bestudeerd. Niet alle elementen daarvan werden bepaald. Het gaat hierbij onder meer over verankerde meubelen en vandaalbestendige elementen. Behalve naar de infrastructuur wordt ook gekeken naar de noodzakelijke procedures en regimes. De gedetineerden zullen worden ingedeeld in deze cellen aan de hand van criteria die eveneens nog nader te bepalen zijn.
De agressie en de kans op agressief gedrag worden uiteraard mee in rekening genomen. Er wordt bekeken wanneer deze personen in de beveiligde cellen kunnen worden geplaatst, maar ook op basis van welke criteria er een beweging ‘out’ zal plaatsvinden.
De testfase en de duurtijd ervan zullen worden bepaald zodra de voormelde elementen vastliggen. Voor enige evaluatie is het in dit stadium dan ook te vroeg.
In uw vraag linkt u de beveiligde cellen ook aan het onderhoud van de gevangenissen. De beveiligde cellen zijn weliswaar niet inbegrepen in dit onderhoud, en evenmin in het budget voor het onderhoud.
Inzake het actieplan tegen agressie kan ik u tot slot toelichten dat er overleg met de vakbonden is. Dit project is gericht tegen geweld tegen het bewakend personeel en bij uitbreiding tegen elk personeelslid dat in contact komt met de gedetineerden.
Alain Yzermans:
Ik blijf een beetje op mijn honger zitten wat betreft de camerabewakingssystemen die niet functioneerden in de gevangenis van Hasselt. Wellicht kan ik die vraag opnieuw stellen via een schriftelijke vraag.
Alleszins ben ik blij met uw zeer concreet antwoord over de volgende stappen die opgestart worden inzake de beveiligde cellen.
Voorzitter:
Vraag nr. 56002666C van de heer Coenegrachts wordt op zijn verzoek omgezet in een schriftelijke vraag.
Ahmadreza Djalali
De repressie tegen politieke gevangenen in Iran
De vrijlating van professor Djalali
De situatie van professor Djalali en de andere gedetineerden in Iran
De huidige toestand van Ahmadreza Djalali
Ahmadreza Djalali
Het engagement van België met betrekking tot de mensenrechtensituatie in Iran
De zaak van Ahmadreza Djalali en politieke gevangenen in Iran
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België en de EU veroordelen scherp de systematische mensenrechtenschendingen in Iran, waaronder politieke executies (880+ in 2024), marteling en willekeurige detenties zoals die van Ahmadreza Djalali (9 jaar gevangen, doodvonnis) en drie andere politieke gevangenen (Ehsani, Hassani, Azizi) wier executie dreigt. België zet diplomatieke druk (bilateraal, via VN/EU), eist vrijlating, betere detentieomstandigheden en een moratorium op de doodstraf, en steunt EU-sancties tegen Iraanse veiligheidsdiensten, maar kritiek blijft dat gijzelingsdiplomatie (ruil van gevangenen) en theocratische hardleersheid om hardere maatregelen vragen, zoals versterkte sancties en een eengemaakte Europese aanpak. De Belgische regering benadrukt discrete maar aanhoudende actie, maar parlementsleden dringen aan op meer daadkracht en publieke verontwaardiging.
François De Smet:
Monsieur le ministre, vous parlez de la répression des prisonniers politiques en Iran. Vous n'êtes pas sans savoir que les opposants au régime iranien sont soumis à la torture et à une répression aveugle. Les ONG, comme Amnesty International, nous relatent la condamnation à mort au terme d'un procès manifestement inéquitable devant la Cour suprême de trois prisonniers politiques dont l'exécution serait imminente.
Il y a Behrouz Ehsani, 69 ans, prisonnier politique des années 80 qui a été arrêté à Téhéran en décembre 2022 et Mehdi Hassani, 48 ans, qui a été arrêté en octobre 2022. Tous deux ont été transférés au quartier 209 de la prison d'Evin où ils ont été soumis à des tortures physiques et psychologiques. Ils étaient membres de la campagne des mardis "Non aux exécutions". Il y a aussi le cas de Mme Azizi, 40 ans, travailleuse sociale et prisonnière politique kurde.
Ces trois exemples, et nous savons qu'il y en a d'autres, soulignent que les droits de l'homme sous leur forme la plus élémentaire sont toujours bafoués de manière sanglante en dépit des appels à l'aide et des campagnes menées avec courage par les ONG. Rappelons que l'année dernière, pas moins de 1000 exécutions ont été recensées dans ce pays où règne un régime de terreur. Les Iraniens et les Iraniennes ont besoin d'un soutien international fort. Ils doivent savoir qu'ils ne sont pas seuls. En l'occurrence, toute voix compte, y compris celle de la Belgique.
Monsieur le ministre peut-il me faire savoir si l'ambassadeur d'Iran en Belgique a récemment été convoqué sur ces affaires? La Belgique entend-elle relayer les appels à cesser toute exécution et en particulier, celles d'opposants politiques, et la diplomatie au niveau de l'Union européenne compte-elle réagir pour dénoncer cette escalade effroyable? Je vous remercie.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, met grote bezorgdheid volg ik de berichten over de situatie van de Iraanse wetenschapper Ahmadreza Djalali, die al bijna negen jaar onterecht vastzit in een Iraanse gevangenis, in mensonwaardige omstandigheden. De laatste maanden gaat zijn gezondheidstoestand zienderogen achteruit, zowel fysiek, door ondervoeding en martelpraktijken, als mentaal, door de constante dreiging met de doodstraf.
Kunt u een laatste stand van zaken geven? Hebt u een zicht op de gezondheidstoestand van professor Djalali? Kan hij door een arts worden bezocht?
Hebt u regelmatig contact over dit dossier met uw Zweedse ambtsgenoot of met de Zweedse ambassadeur? Welke diplomatieke stappen heeft België, al dan niet in samenwerking met de EU, ondernomen om de Iraanse autoriteiten te verzoeken om de onmiddellijke vrijlating van Ahmadreza Djalali?
Wat zal België doen om de mogelijke executie van professor Djalali tegen te gaan? Hebt u daarover gesprekken gehad met uw Iraanse ambtsgenoot en/of de Iraanse ambassadeur?
Hebt u deze situatie recent op internationale fora aangekaart? Zo ja, wat was de conclusie?
Dat Iran gijzelingsdiplomatie gebruikt om zijn terroristen terug te halen, is geen geheim. Deze week nog werd een Nederlandse toergids die onder valse aantijgingen vastzat in de Evingevangenis geruild met een Iraniër die vastzat in Nederland, van wie de VS blijkbaar ook de uitlevering vroegen. Werd de gijzelingsdiplomatie recent nog aangekaart op verschillende internationale fora? Zo ja, welke internationale maatregelen en/of middelen zullen er in dat kader genomen worden?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, de heer Djalali is een Iraans-Zweedse professor die acht jaar lang onderzoek deed voor het Karolinska Instituut in Stockholm. Tijdens een lezingtour doorheen Iran werd hij op 25 april 2016 gearresteerd in Teheran. Iran beschuldigde hem van spionage voor Israël. Een jaar later werd de heer Djalali veroordeeld tot de doodstraf, wat felle kritiek opleverde, zowel bij de EU als bij de VN. Sindsdien blijft de situatie van de professor uitzichtloos.
Ook na de vrijlating van Olivier Vandecasteele en twee andere gevangenen in juni 2023, wil Iran niet spreken over een vrijlating van de heer Djalali.
In een geluidsfragment onlangs zei de heer Djalali dat hij nog steeds hulpeloos is en voortdurend het risico loopt om geëxecuteerd te worden. Hij zit momenteel al negen jaar vast in de beruchte Evingevangenis, waar ook Olivier Vandecasteele een jaar heeft vastgezeten. Hij werd onlangs 53 jaar en spreekt over een zeer verslechterde gezondheidstoestand.
Mijnheer de minister, is de Belgische regering nog bezig met het dossier van de heer Djalali, zodat ook hij kan worden vrijgelaten?
Welke diplomatieke stappen zette België tot nu toe, al dan niet in samenwerking met de EU, om de Iraanse autoriteiten te verzoeken de heer Djalali onmiddellijk vrij te laten?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, mijn vraag is exact dezelfde als die van mevrouw Lambrecht, dus ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals schriftelijk ingediend.
Mijnheer de minister, half januari dook een nieuw geluidfragment op van professor Djalali op de Zweedse omroep SVT. Hij riep hierbij de Zweedse regering op om hem te helpen en thuis te brengen. Djalali zit intussen al bijna 9 jaar vast in schrijnende omstandigheden. In het geluidsfragment zegt hij hulpeloos te zijn en nog steeds voortdurend het risico lopen om te worden geëxecuteerd. Hij zou ook last hebben van een maagvliesontsteking, galstenen en een hartritmestoornis. Het is dan ook van cruciaal belang aandacht te blijven besteden aan zijn onterechte vasthouding.
Ik heb voor u dan ook de volgende vragen:
Welke stappen heeft ons land concreet nog ondernomen om de vrijlating van Djalali bij Iran te bepleiten en erop aan te dringen zijn fundamentele rechten te eerbiedigen met adequate medische zorg?
Welke concrete stappen werden hiertoe nog op Europees niveau ondernomen?
Charlotte Deborsu:
Monsieur le ministre, la situation des droits humains en Iran est plus que jamais alarmante. Behrouz Ehsani et Mehdi Hassani, deux prisonniers politiques, risquent d'être exécutés d'un moment à l'autre. À l'issue de procès totalement biaisés, la décision de leur condamnation à mort a été prononcée en septembre 2024, basée sur des accusations absurdes: "guerre contre Dieu" et "corruption sur Terre". Leur demande de révision du procès a été rejetée par la Cour suprême iranienne le 23 février 2025.
En 2024, plus de 1000 opposants politiques ont été exécutés. Il n'y en a jamais eu autant au cours des 30 dernières années.
Cette vague de répression dépasse les frontières iraniennes et touche également des ressortissants étrangers. L'Europe et la Belgique en ont fait l'expérience avec la détention arbitraire d'Olivier Vandecasteele pendant 15 mois dans des conditions inhumaines, ou encore avec l'arrestation de la journaliste italienne Cecilia Sala le 19 décembre dernier. Cette dernière a heureusement été libérée le 8 janvier. D'autres Européens sont encore en danger. C'est notamment le cas du professeur irano-suédois Ahmadreza Djalali, condamné à mort depuis huit ans.
Monsieur le ministre, quelles nouvelles initiatives diplomatiques la Belgique compte-t-elle entreprendre, tant au niveau bilatéral qu'au sein des instances européennes et internationales, pour condamner ces pratiques et plaider en faveur du respect des droits humains en Iran?
Maxime Prévot:
Beste collega's, in antwoord op uw vragen in verband met dokter Ahmadreza Djalali en de repressie van politieke tegenstrijders, wens ik de volgende elementen te benadrukken.
De situatie van dokter Djalali blijft zorgwekkend na bijna negen jaar in de gevangenis. België blijft zijn aanhoudende detentie van nabij opvolgen, in samenwerking met onze Zweedse collega's. In dergelijke gevallen is discretie vaak synoniem met efficiëntie. Maar ik kan u vertellen dat er nog eergisteren contact was met zijn advocaten en dat zijn gezondheid zorgwekkend is.
We blijven de situatie van dokter Djalali bespreken wanneer we de kans daartoe krijgen. De Belgische positie is zeer duidelijk: we verzoeken de Iraanse autoriteiten om dokter Djalali vrij te laten, zijn doodstraf nietig te verklaren en zijn detentieomstandigheden dringend te verbeteren. We blijven eisen dat het doodsvonnis waartoe hij is veroordeeld, niet wordt uitgevoerd.
Het lot van dokter Djalali wordt regelmatig met de Zweedse collega's besproken. Ik kan ook bevestigen dat mijn diensten de situatie van dokter Djalali de voorbije maanden verschillende keren opnieuw aan de orde hebben gesteld, zowel in Brussel als in Teheran.
Hoewel het niet aan mij is om commentaar te geven op de bilaterale relatie tussen Zweden en Iran en hun consulaire zaken, blijft het een feit dat de kwestie van Europese onderdanen die willekeurig in Iran worden vastgehouden, een zeer belangrijk punt van zorg en actie blijft voor onze regering, zoals duidelijk bevestigd in het regeerakkoord van de federale regering. Zoals u weet, zet de Belgische regering zich in voor andere EU-onderdanen, zoals het geval was met de drie Oostenrijkse en Deense staatsburgers die in 2023 samen met onze landgenoot Olivier Vandecasteele werden vrijgelaten.
België steunt ook de collectieve Europese aanpak ten aanzien van de chantagepolitiek van de Iraanse autoriteiten. Dat vertaalde zich in verschillende verklaringen over Iran van voormalig hoge vertegenwoordiger Josep Borrell namens de Europese Unie, die willekeurige detentie als onaanvaardbaar en onwettig beschouwt. België stond en staat volledig achter deze verklaringen. We zullen de nieuwe hoge vertegenwoordiger ook steunen in soortgelijke verklaringen. Voorts werden ook EU-sancties genomen en het regeerakkoord voorziet ook in verdere initiatieven.
De Iranaanpak heeft ook duidelijk gevolgen voor ons reisadvies en de evolutie van onze bilaterale betrekkingen. Naast dokter Djalali zijn er vandaag nog verschillende onschuldige Europanen in Iran opgesloten. We blijven ijveren voor hun vrijlating.
België blijft samenwerken met zijn Europese partners om deze praktijk te bestrijden. Mijn diensten en ik blijven de algemene situatie van de Europese gedetineerden in Iran aandachtig volgen, evenals de specifieke situatie van dokter Djalali.
S'agissant de la répression des opposants politiques en Iran, de manière plus large, l'abolition universelle de la peine de mort est une priorité de la politique belge en matière de droits humains. La Belgique soulève régulièrement cette question dans diverses enceintes internationales notamment au sein de l'UE, du Conseil des droits de l’homme (CDH) et de la Troisième Commission de l'Assemblée générale de l'ONU.
Dans le cadre de notre mandat actuel au CDH, notre pays s'est engagé à accorder une attention particulière, entre autres, à l'abolition de la peine de mort dans le monde. J'ai pu le répéter moi-même avec force à Genève pas plus tard qu'hier. La Belgique suit de près la situation extrêmement préoccupante des droits humains en Iran, y compris le recours à la peine de mort.
Les situations de Behrouz Ehsani, Mehdi Hassani et Pakhshan Azizi illustrent la répression continue du régime iranien et l'absence de liberté d'expression dans le pays. Selon les chiffres dont disposent mes services, 880 personnes auraient été exécutées en 2024. Cette tendance est à la hausse ces dernières années.
La Belgique a fermement condamné à plusieurs reprises les actions de l'Iran et exprimé sa profonde inquiétude dans les fora multilatéraux, en particulier au Conseil des droits de l'homme et notamment à nouveau, en septembre dernier, à l'occasion du débat général sous point 4 lors de la 57 ème session du CDH.
Lors du dialogue interactif du CDH avec la mission d'établissement des faits pour l'Iran, notre pays a notamment soulevé en 2023 la question des exécutions par l'Iran avec l'appel à l'instauration d'un nouveau moratoire et à l'interdiction de l'exécution de la peine de mort sur les mineurs.
En 2024, nous avons évoqué les violations des droits humains et crimes commis à l'encontre des manifestants pacifiques en Iran. En décembre dernier, la Belgique a également coparainé la résolution de l'Assemblée générale de l'ONU sur la situation des droits de l'Homme en république d'Iran.
En outre, nous soutenons le mandat du rapporteur spécial des Nations unies sur la situation des droits de l'homme en Iran. Ce 24 janvier, à l'occasion de l'examen périodique universel de l'Iran, la Belgique a, entre autres, appelé l'Iran à adopter un moratoire sur les exécutions en vue d'abolir la peine de mort.
Nous avons également soulevé des questions à ce sujet ainsi que concernant l'exercice pacifique et sans entrave par les journalistes, défenseurs des droits humains et autres membres de la société civile de leurs activités. Au-delà des condamnations publiques, la Belgique soulève régulièrement ses vives inquiétudes lors de discussions avec ses interlocuteurs iraniens. Nous insistons sur l'universalité des droits humains et l'importance de la liberté d'expression et de réunion, qui doit être garantie partout et pour tous. La situation en Iran est régulièrement évoquée lors de mes contacts européens et a fréquemment fait l'objet de discussions lors des derniers conseils des Affaires étrangères.
Vous voyez que la Belgique n'est pas en reste et que, partout où elle le peut, dans toutes les instances internationales au sein desquelles les lignes peuvent bouger, des décisions peuvent être prises ou des condamnations peuvent être prononcées, nous agissons. Toujours dans le cadre européen, la Belgique soutient activement les sanctions européennes adoptées à l'encontre des membres et des organes de l'appareil sécuritaire à la manœuvre dans la répression des manifestations en Iran.
Notre pays a régulièrement coparrainé ces propositions de sanctions en tant que co-auteur. Mes services et moi-même restons donc extrêmement attentifs à l'évolution de la situation sur place, et nous continuerons à relayer ces messages auprès des interlocuteurs iraniens et autres partenaires européens.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Professor Djalali zit ondertussen precies 3.229 dagen vast in Iran. We weten allemaal dat het Iraanse regime hem als pasmunt gebruikt. Elke keer er in het Westen een Iraniër terechtstaat, bericht het terreurregime dat men Djalali binnenkort zal executeren. Bijna negen jaar wordt professor Djalali in onmenselijke omstandigheden vastgehouden, fysiek en psychisch gemarteld, en wordt hem zelfs medische hulp ontzegd.
Dat Iran niet kan worden beschouwd als een normaal land, bewijst het land zelf telkens opnieuw. Iran voerde midden december vorig jaar de strenge hoofddoekenwet in. Vrouwen riskeren hierdoor zware cel- en doodstraffen. Het regime sluit zelfs vrouwen die zich niet houden aan de kledingvoorschriften op in psychiatrische klinieken wegens mentaal instabiel.
We moeten ons inderdaad zorgen maken over de executies. Uit een recent mensenrechtenrapport blijkt namelijk dat er vorig jaar minstens 975 executies plaatsvonden, waaronder zelfs executies van minderjarigen.
Uit uw antwoord leer ik dat u moeite onderneemt en ik dank u daarvoor oprecht. Onze vrees blijft echter dat oproepen vanuit België en oproepen vanuit de Europese Unie weinig impact zullen hebben en weinig indruk zullen maken op het Iraanse regime. U haalde het zelf al aan: het regime zet haar gijzelingsdiplomatie immers gewoon verder.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
On a raison de s'impliquer comme nous le faisons pour les ressortissants européens. Par solidarité pour ces gens qui sont détenus par une politique de chantage, le mot est juste, mais la situation des Iraniens qui sont prisonniers dans leur propre pays doit nous accompagner aussi à chaque instant.
Indépendamment de la peine de mort, le seul fait qu'il s'agisse d'opposants politiques, de gens emprisonnés pour des raisons politiques, heurte aussi nos valeurs. La lutte contre la peine de mort, c'est une valeur universelle et européenne. C'est pareil pour le fait de s'opposer au fait qu'on puisse détenir des gens pour leur position politique.
Nous avons affaire à une théocratie. Il est très difficile de négocier avec une théocratie, parce qu'elle n'a aucun scrupule. La Belgique en a fait les frais, comme d'autres pays. Nous devons, j'en suis sûr, hausser encore plus le ton vis-à-vis de l'Iran, notamment au niveau des sanctions et au plus haut niveau, parce que c'est un pays qui ne comprend rien d'autre que le rapport de force.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, u zegt dat discretie en efficiëntie van belang zijn. Er is echter nog een derde aspect van belang. We moeten permanent onze vragen kracht bijzetten, wat ons posthoofd en onze diensten ter plaatse trouwens ook doen. We moeten zijn toestand en detentieomstandigheden blijven aanklagen. We moeten blijven zijn vrijlating eisen en de doodstraf ter discussie stellen.
Als dat echter niet helpt – het regeerakkoord is daarover duidelijk –, zijn er ook sancties nodig. U kaart dat op verschillende niveaus aan en ik kan u alleen maar aanmoedigen om dat te blijven doen, want het is onaanvaardbaar wat er gebeurt. Als dialoog niet helpt, zijn er daden nodig.
Charlotte Deborsu:
Merci monsieur le ministre pour votre réponse et l'attention que vous portez à cette situation dramatique. Cela me soulage de constater que le nouveau gouvernement en fait une priorité et ne ferme pas les yeux sur ces pratiques inhumaines en Iran. Face à l'intensification de la répression en Iran, il est effectivement impératif d'agir, parce que l'Iran ne se contente pas de réprimer son propre peuple – ce qui est déjà particulièrement horrible – mais prend également en otage des citoyens européens afin de négocier, comme cela a été le cas avec Olivier Vandecasteele, qui a été échangé contre un terroriste condamné ici en Belgique. Aujourd'hui, ces pratiques se poursuivent avec M. Djalali, qui est en attente de son exécution dans le couloir de la mort. Ces méthodes doivent cesser. La Belgique a su se mobiliser avec force pour Olivier Vandecasteele et doit poursuivre dans cette voie. Il faut continuer à faire pression en vue d'obtenir une réponse européenne ferme et coordonnée, car il y va de nos valeurs mais aussi de la sécurité de nos citoyens. Je vous remercie pour les démarches que vous entreprendrez à cet égard.
De Armeense krijgsgevangenen in Azerbeidzjan
De toestand van de in Azerbeidzjan vastgehouden ex-premier van Nagorno-Karabach, Ruben Vardanyan
De aankondiging van Azerbeidzjan met betrekking tot een aantal Armeense gevangenen
Het proces tegen Armeense gevangenen in Azerbeidzjan
Armeense gevangenen en hun rechtszaken in Azerbeidzjan
Gesteld door
VB
Ellen Samyn
MR
Michel De Maegd
MR
Michel De Maegd
CD&V
Els Van Hoof
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Belgische parlementariërs Ellen Samyn en Els Van Hoof uiten ernstige bezorgdheid over de oneerlijke berechting en mensonwaardige detentie van voormalig Artsakh-minister Ruben Vardanyan (470+ dagen gevangen, 340 dagen in isole, 42 aanklachten zonder toegang tot vertaalde documenten) en andere Armeense politieke gevangenen in Azerbeidzjan, waaronder dwang, marteling en geforceerde verklaringen. Minister Prévot bevestigt dat België via bilaterale (ambassade Bakoe), EU- (Politiek en Veiligheidscomité) en VN-kanalen (Mensenrechtenraad) pleit voor vrede, mensenrechten en een duurzaam akkoord, maar heeft geen directe toegang tot detentieomstandigheden; 32 gevangenen werden vrijgelaten na Azerbeidzjans COP29-toekenning. Samyn en Van Hoof hameren op structurele schendingen (cultureel erfgoed, territoriale inbreuken) en eisen concrete EU-actie, met kritiek op Azerbeidzjans gebrek aan vredeswil ondanks Europese ambities.
Ellen Samyn:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Voormalig minister van Artsakh, Ruben Vardanyan, wordt sinds 27 september 2023 (meer dan 470 dagen) vastgehouden in Azerbeidzjan. Hij werd en wordt in mensonwaardige omstandigheden vastgehouden waarvan 340 dagen in eenzame opsluiting en 23 dagen in een strafcel.
Vandaag 17 januari zou er een rechtszitting over zijn zaak gepland zijn. Naar verluidt staat hij terecht voor 42 aanklachten, waarvan sommigen tot levenslang kunnen leiden. Noch hijzelf, noch zijn advocaat hebben de kans gekregen om de officiële aanklacht volledig in te zien. Komt bij dat de aanklachten uitsluitend in het Azerbeidzjaans werden opgesteld en men onvoldoende tijd heeft gekregen om de documenten te vertalen in het Russisch. De detentie van Ruben Vardanyan en de andere politieke gevangenen door de Azerbeidzjaanse autoriteiten geeft aanleiding tot ernstige bezorgdheid over de eerbiediging van de grondrechten en de waarborgen voor een eerlijk proces.
Heeft u informatie over de detentieomstandigheden van de Armeense politieke gevangenen in Azerbeidzjan? Werden zij recent nog bezocht door het ICRC?
Heeft u over de detentieomstandigheden van deze politieke gevangenen contact gehad met de Azerbeidzjaanse autoriteiten en/of de ambassadeur van Azerbeidzjan? Zo ja, wat was de inhoud van de gesprekken?
Kaart u deze problematiek aan op internationaal niveau? Zal er gezamenlijk actie worden ondernomen opdat het proces van de voormalig minister van Artsakh, alsook van alle andere politieke gevangenen, eerlijk zal verlopen?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik verwijs ook naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mijnheer de minister, op 17 januari startte in Azerbeidzjan het proces tegen 16 Armeniërs die gevangen werden genomen bij het militaire offensief tegen Nagorno-Karabach in september 2023. Onder hen ook Ruben Vardanyan, de voormalige premier van Nagorno-Karabach en drie voormalige presidenten van Nagorno-Karabach. Het spreekt voor zich dat zij geen eerlijk proces zullen krijgen. In een verklaring verspreid door zijn familie verklaart Vardanyan dat hij slechts een zeer korte termijn kreeg om de beschuldigingsakte door te nemen, en pas een Russische vertaling kreeg 9 dagen voor het proces. Er zou ook druk op hem zijn uitgeoefend om vervalste documenten en fictieve verhoorverslagen te ondertekenen.
Amnesty International roept de internationale gemeenschap dan ook op om het proces nauwgezet te monitoren om te verzekeren dat hij een eerlijk proces krijgt. De Armeense regering verklaarde dan weer inlichtingen te hebben dat Armeense gevangenen in Bakoe verboden stoffen toegediend krijgen om hen te dwingen verklaringen af te leggen die de situatie in de regio nog kunnen doen escaleren.
Ik heb voor u de volgende vragen:
Welke concrete stappen heeft u ondernomen om de vrijlating van alle Armeense gevangenen in Azerbeidzjan te bepleiten en hun fundamentele rechten te doen naleven?
Welke concrete maatregelen worden op EU-niveau ondernomen om de vrijlating van de Armeense gevangenen te bepleiten en hun fundamentele rechten te laten naleven? Heeft ons land hiertoe concrete maatregelen bepleit op EU-niveau?
Maxime Prévot:
Dames Samyn en Van Hoof, in antwoord op uw vragen over Armeense gevangenen in Azerbeidzjan en hun processen, kan ik meedelen dat de nieuwe regering deze bezorgdheden bekijkt vanuit de ruimere invalshoeken van het vredesproces tussen Armenië en Azerbeidzjan en de bescherming van fundamentele en mensenrechten. België heeft immers geen rechtstreekse toegang tot de detentielocatie van de leiders van het vroegere Opper-Karabach, dat niet erkend werd volgens het internationaal recht.
De heer Ruben Vardanyan zou volgens mijn informatie naast de Armeense ook de Russische nationaliteit hebben.
In bilaterale contacten met Azerbeidzjan op politiek en diplomatiek niveau door onze ambassade in Bakoe en met de ambassadeur van Azerbeidzjan in Brussel, pleit België systematisch voor het afsluiten van een duurzaam vredesakkoord op basis van de VN-principes van territoriale integriteit, soevereiniteit en respect voor de rechten van de bevolking. Zo werden tijdens de politieke consultatie tussen België en Azerbeidzjan in oktober 2024, op het niveau van directeurs-generaal en vice-eersteministers, het vredesproces en de mensenrechten aangekaart.
De spanningen tussen Armenië en Azerbeidzjan werden niet besproken op de Raad Buitenlandse Zaken van 24 februari, die focuste op de Russische agressie tegen Oekraïne en op het Midden-Oosten. De Zuidelijke Kaukasus werd recent wel besproken op het niveau van het Politiek en Veiligheidscomité van de EU.
Op multilateraal vlak worden de beschikbare instrumenten eveneens actief ingezet. België nam binnen de Mensenrechtenraad deel aan de Universal Periodic Review van Azerbeidzjan, eind 2023, met aanbevelingen inzake vrijheid van meningsuiting, huiselijk geweld en de uitvoering van arresten van het EHRM. Ook binnen de Raad van Europa speelt België een actieve rol.
In het bredere VN-kader van de toekenning aan Azerbeidzjan van de COP29, werden in december 2023 reeds 32 Armeense gevangenen vrijgelaten.
Ik kan u verzekeren dat België in zijn bilaterale, Europese en multilaterale relaties blijft pleiten voor verdere constructieve stappen richting vrede.
Ellen Samyn:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Ik zou toch nog iets willen vragen: hebt u toevallig informatie dat het ICRC de gevangenen heeft bezocht? Uw voorganger heeft daar immers wel informatie over verstrekt. Anders zal ik die vraag schriftelijk stellen.
Mijnheer de minister, ik vrees dat Azerbeidzjan niet bekendstaat voor het respecteren van de rechten van de bevolking, zeker niet als het over de rechten van de bevolking in Artsach gaat. We hebben gezien hoe het geleid heeft tot een exodus van de mensen van Artsach naar Armenië. We zien nu ook welke grove schendingen er bestaan ten aanzien van hun cultureel erfgoed. Azerbeidzjan zal ook niet nalaten om op internationale fora grove uitspraken te doen tegenover de Armenen die daar ook aanwezig zijn. Ik vrees dus dat Azerbeidzjan zich nog niet in de toestand bevindt om een vredesoffensief te starten met Armenië en respect te tonen voor de bevolking in Artsach.
We volgen het verder mee op en ik zal dan nog een berichtje sturen.
Els Van Hoof:
Ook ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik kan alvast meegeven dat het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan de voorbije legislatuur veelvuldig aan bod is gekomen en ook deze legislatuur weer op de agenda staat. We blijven het dus opvolgen, zeker vanuit deze commissie, en we zullen blijven aanklagen hoe Azerbeidzjan de territoriale integriteit van Armenië niet respecteert, niet alleen in Nagorno-Karabach, maar ook op andere plaatsen in Armenië, waar Azerbeidzjan grondgebied probeert in te nemen. Dat is onaanvaardbaar, net zoals het onaanvaardbaar is voor Oekraïne, Congo enzovoort. Beide landen liggen niet ver van ons en bepleiten ook meer en meer het Europese lidmaatschap. Er is een referendum geweest waaruit duidelijk bleek dat daarvoor een draagvlak is. Vandaar dat de houding van Azerbeidzjan wat betreft de Armeense gevangenen van nabij wordt opgevolgd. Ik heb uw antwoord gehoord over Vardanyan. Hij heeft inderdaad ook de Russische nationaliteit, maar dat neemt niet weg dat zijn proces oneerlijk verloopt, hij kreeg slechts negen dagen voor het proces een vertaling. Ook wordt er druk uitgeoefend met vervalste documenten en fictieve verhoorverslagen. We moeten de druk blijven aanhouden, zeker als het gaat over de politieke gevangenen die vandaag nog vastzitten in Azerbeidzjan.
De toenemende agressie tegen cipiers
De recente incidenten in de gevangenis te Wortel
Geweld tegen cipiers in Vlaamse gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 23 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De escalerende onveiligheid voor gevangenispersoneel – zowel binnen als buiten de muren (brandstichtingen, geweld, intimidatie) – wordt veroorzaakt door overbevolking, drugs, wapenhandels en een tekort aan straffe handhaving, terwijl geïnterneerden (nu >1000) een derde van de agressie-incidenten veroorzaken. Minister Van Tigchelt wijst op genomen maatregelen (strengere straffen, *jamming* van gsms, drugsdetectie, isolatieregimes voor zware criminelen), maar erkent dat geïnterneerden en georganiseerde misdaad de kernproblemen blijven, met beperkte oplossingen door gebrek aan capaciteit en samenwerking met Volksgezondheid. Oppositie (Yzermans, Dillen) eist onmiddellijke, integrale actie: versnelde rechtspraak, hardere straffen voor geweld, betere controles en structurele drukverlichting, met waarschuwingen dat het systeem op instorten staat en vakbonden dodelijke slachtoffers vrezen zonder ingrijpen. De politieke verantwoordelijkheid om het tij te keren wordt benadrukt, maar concrete doorbraken blijven uit.
Alain Yzermans:
Mijnheer de minister, het is steeds vaker de bittere en enige realiteit dat de mensen die ons beschermen door onze gevangenissen te bewaken, nergens veilig zijn, angst hebben op het werk en ook thuis geconfronteerd worden met een aanval op hun familie. De situatie is niet nieuw. De spanning voor ons gevangenispersoneel is enorm, de veiligheid van medewerkers en gevangenen staat op het spel en de oplossingen blijven uit.
Mijnheer de minister, uw voorganger communiceerde fors dat alle straffen zouden worden uitgevoerd, maar de problemen zijn alleen maar toegenomen. De overbevolking toont aan dat forse communicatie niet helpt. De verantwoordelijkheid rust nu op uw schouders. U werkt inderdaad aan meer plaatsen in de gevangenis, maar het vordert niet snel genoeg. Geweld en intimidatie zijn hiervan het resultaat. Molotovcocktails aan de deur van de cipiers, brandende auto’s en agressie vormen het dieptepunt. Voor Vooruit is dat onacceptabel.
Zij die ons beschermen, verdienen onze volledige bescherming. Het hele systeem, van de politie over de magistraten tot de cipiers, die enkel hun plicht vervullen, staat onder druk. De cipiers komen terecht op straat, dat is logisch, maar het is onvoldoende. De politiek moet oplossingen bieden, de pauzeknop indrukken of op de volgende regering wachten is immers geen optie.
Mijnheer de minister, wat kunt u doen voor die mensen, die helden?
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, in de gevangenis van Wortel werden cipiers in twee spuwincidenten op een heel ongepaste en agressieve wijze behandeld. Een maatschappelijk assistent in Antwerpen werd aangevallen en verkracht. In Turnhout raakte een cipier zijn oog kwijt en een andere heeft gescheurde pezen en een gebroken oogkas. Er werd een molotovcocktail gegooid naar de voordeur van een cipier in Haren. Een cipier van Leuven-Centraal zag zijn wagen in vlammen opgaan en kreeg een dreigbrief. Dat zijn maar enkele voorbeelden uit een heel lange lijst van agressieve incidenten tegen cipiers. Elke dag is er wel ergens in een gevangenis agressie. Niet meer alleen binnen de gevangenismuren, maar ook in hun privésfeer worden cipiers alsmaar vaker en agressiever bedreigd.
De cipiers mogen echter niet hard optreden tegen gedetineerden, er zijn veel te weinig controles op drugs en wapens en de gedetineerden worden amper of niet gestraft. Hierin moet verandering komen. De oorzaken van de toenemende agressie zijn bekend: de overbevolking, het steeds groter wordend drugsprobleem en het personeelstekort. Het resultaat daarvan is dat de toestand in de gevangenissen onhoudbaar is en de werkomstandigheden voor het personeel onaanvaardbaar zijn.
Mijnheer de minister, hoe zult u eindelijk paal en perk stellen aan alle vormen van terreur tegen het gevangenispersoneel? Het is de hoogste tijd. Het is niet vijf voor twaalf, maar al heel lang vijf over twaalf.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer Yzermans, mevrouw Dillen, ons gevangenispersoneel moet al langer in moeilijke omstandigheden werken. Nu blijkt dat personeelsleden ook buiten de gevangenismuren slachtoffer worden, aangezien in de voorbije drie maanden drie wagens van cipiers in brand werden gestoken en vernield.
De strijd die wij tegen de zware en georganiseerde misdaad voeren, is daar volgens mij niet vreemd aan. Momenteel zitten meer dan vijfduizend drugscriminelen in onze cellen en daar zitten ook zware jongens tussen, maffiosi die voor niets terugdeinzen en hun criminele handel vanuit de gevangenis voort willen zetten, vaak ten koste van ons personeel.
In de voorbije jaren en maanden hebben we daartegen opgetreden. Wij hebben de straffen voor geweld tegen cipiers opgedreven met het nieuwe Strafwetboek. Collega Yzermans, in de commissie voor Justitie signaleerde ik al dat enkele verdachten van de brandstichtingen ondertussen zijn gearresteerd. Er lopen grondige onderzoeken om de verantwoordelijken van die zware geweldsfeiten bij de lurven te vatten. Bovendien hebben we een bijzonder veiligheidsregime ingevoerd, goedgekeurd in de Kamer in mei, om zware jongens beter te controleren en te isoleren.
Begin dit jaar, enkele weken geleden, heb ik binnen de marge van het regime van lopende zaken ook een project opgestart om op een technisch verantwoorde manier het gsm-gebruik in de gevangenissen onmogelijk te maken door jamming , waardoor gsm-signalen geblokkeerd worden. Het gevangenissysteem beschikt over toestellen om gsm's op te sporen, maar persoonlijk geloof ik meer in de werkzaamheid van jamming .
Daarnaast hebben we ook een nieuw drugsdetectietoestel, state-of-the-art, in werking, en we hebben nog negen toestellen bijkomend aangekocht om drugs effectief op te sporen in de gevangenis, want drugs in de gevangenis zijn en blijven een groot probleem.
Maar laten we wel wezen, het grootste probleem voor de veiligheid van ons personeel zijn nog altijd de geïnterneerden. Het aantal geïnterneerden is de voorbije jaren gestegen van vijfhonderd naar meer dan duizend. Uit de statistieken blijkt dat zij verantwoordelijk zijn voor een derde van de gevallen van agressie.
Collega Yzermans, het is wat het is. Hoe dan ook, dat is niet alleen een probleem van Justitie, maar ook van Volksgezondheid, waar we evenmin veel beterschap zien. De komende jaren moet er vooral werk van worden gemaakt dat de geïnterneerden uit onze gevangenissen worden gehaald. Zij zitten daar niet op hun plaats. Ons personeel is daar bovendien niet voor opgeleid.
Alain Yzermans:
Ik zeg niet dat u wegkijkt. Ik denk dat er een sense of urgency is voor de bescherming van ons personeel. Er is nood aan een en-enoplossing. De behandeling van dossiers loopt vertraging op, men moet eindeloos wachten op gerechtigheid, er is sprake van brutaal geweld in de gevangenis, magistraten worden geïntimideerd, cipiers krijgen te maken met brandbommen voor de deur, kortom, het hele systeem staat op ontploffen. Niemand mag de problemen vandaag onderschatten. De druk op onze gevangenissen moet worden verlicht met het oog op een veilige werkomgeving van onze cipiers. Dat vraagt een bijdrage van iedereen, van de nationale, maar ook van de lokale politiek.
Collega’s, het behoort tot onze verantwoordelijkheid om de ontsporende parallelle samenleving aan te pakken. De veiligheid van het personeel staat op de eerste plaats. Het is aan de volgende regering om te komen met een toekomstplan. (…)
Voorzitter:
Ik zou collega Yzermans willen verontschuldigen voor zijn aandrift. Hij hield zijn maidenspeech in de plenaire. En geef toe, die is veelbelovend. (Applaus)
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, het is een moeilijke problematiek, maar er zijn toch ook een aantal oplossingen. Laat strengere controles op drugs en wapens toe in de gevangenissen. Vandaag gebeuren die veel te weinig ondanks de maatregelen die u al hebt genomen. Zorg voor veel strengere straffen voor agressie door gedetineerden en dat in alle dossiers van agressie tegen cipiers. Er wordt daar vandaag inderdaad nog veel te laks in de gevangenissen mee omgesprongen. U moet de stijgende agressie een halt toeroepen. Als de regering de problematiek nog langer laat etteren, zullen onze gevangenissen ontploffen en zullen er doden vallen, aldus de vakbonden in hun duidelijke waarschuwing. U weigert naar de u inmiddels bekende voorstellen van het Vlaams Belang te luisteren. Ik hoop dat u wel naar die duidelijke noodkreet van de vakbonden en cipiers zal willen luisteren en eindelijk met echte kordate oplossingen voor de dag komt.
De gevangenissen en verkiezingsaffiches
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 15 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een parlementslid kaartte aan dat rond de gevangenis van Leuze-en-Hainaut electorale affiches waren geplaatst, wat hij onaanvaardbaar vindt voor een staatsgebouw dat neutraal moet blijven, zoals een gemeentehuis. De minister bevestigde dat affichage op gevangenisterrein verboden is en dat de illegale affiches inmiddels zijn verwijderd door de Régie des Bâtiments (eigenaar), terwijl de gevangenisdirectie slechts huurder is. Het incident toont een kennishiatie bij de lokale leiding, hoewel de regels helder zijn. Het parlementslid drong aan op betere handhaving en herhaling van de richtlijnen om herhaling te voorkomen.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, 2024 fut une année dense sur le plan électoral, notamment au niveau communal. Alors que je circulais – c'est le propre des candidats – dans la commune où j'habite et où se trouve une prison, quel ne fut pas mon étonnement de voir que sur le pourtour de la prison de Leuze-en-Hainaut, on trouvait de l'affichage électoral! Je fais de la politique depuis un petit temps quand même. Je me suis toujours dit que les bâtiments publics, les lieux où l'autorité de l'État était en jeu, n'avaient pas à prendre parti pour telle ou telle formation politique, quelle qu'elle soit, d'ailleurs. C'est valable pour tout le monde, en ce compris pour mon groupe politique. Je fus étonné de voir, avec mon équipe, que la prison de Leuze-en-Hainaut permettait de l'affichage pour telle ou telle formation politique.
Quand il y a des problèmes, je tente de les régler. Je ne commence pas à tirer comme d'autres avec un bazooka, surtout pour des choses aussi futiles finalement aux yeux du citoyen. J'ai téléphoné à la directrice de la prison, qui m'a ri au nez, pour le dire poliment. Elle s'est moquée qu'un député puisse l'interpeller en disant que c'était étonnant de voir cela à la prison de Leuze-en-Hainaut. Elle était sûre de son bon droit. Peut-être allez-vous me dire qu'en effet, elle a le droit de faire afficher des affiches électorales dans l'enceinte de la prison et sur le pourtour de celle-ci, sur les arbres de la prison et sur les murs d'enceinte. Je reste convaincu que lorsque l'autorité de l'État est en jeu, il n'y a pas lieu de faire cela. La prison est comme un hôtel de ville. Imaginez que sur la tour de l'hôtel de ville de Leuze-en-Hainaut, je commence à placarder mes bâches en période électorale. Ce n'est pas convenable, c'est illégal et cela ne doit pas arriver.
Monsieur le ministre, avez-vous été informé de cette situation? Est-il normal que dans des prisons de l'État belge, on puisse afficher des messages pour telle ou telle formation politique quelle qu'elle soit? L'impartialité et l'égalité des citoyens et des candidats sont-elles respectées dans ce genre de circonstances? Pouvez-vous me dire ce qu'il en est? Acceptez-vous de telles pratiques? N'y a-t-il pas là un vide juridique? Auquel cas, comptez-vous faire quelque chose pour que les prisons ne participent pas au débat électoral?
Paul Van Tigchelt:
Cher collègue, je n'étais pas au courant du cas que vous évoquez mais je pense pouvoir donner une réponse assez simple et claire. Les affichages électoraux sont interdits en prison, que ce soit à l'intérieur de l'établissement ou sur le terrain extérieur.
Les affiches dont il est ici question devaient être posées en dehors de ce terrain et là, ce n'est plus de la compétence de la prison. Il se fait qu'elles ont été posées sur une partie du terrain qui appartient bien à la prison. Leur retrait a été effectué via la Régie des Bâtiments qui, d'un point de vue pratique, est propriétaire de l'établissement, l'établissement pénitentiaire (Direction générale des é tablissements pénitentiaires) en étant seulement locataire.
Hervé Cornillie:
Merci, monsieur le ministre. C'était clair et je reste cependant tout à fait étonné que cela ait pu arriver. Objectivement, je crois que le bon sens et les règles qui prévalent n'auraient pas dû conduire à une telle pratique ni à une telle attitude de la responsable de la prison. Je ne sais pas si c'est à vous que je dois le demander mais peut-être convient-il de rappeler ces règles dans certains cas.
Gezonde voeding in de gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 8 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de ontoereikende en ongezonde voeding in gevangenissen, met name het niet-naleven van medisch voorgeschreven diëten (zoals zoutarm voor een gedetineerde met hartproblemen) ondanks een gegronde klacht. Minister Van Tigchelt bevestigt dat de verantwoordelijkheid bij de gevangenisarts en directie ligt om dieetvoorschriften door te geven, maar erkent dat het krappe budget (3,94 euro/dag) gezonde voeding bemoeilijkt—ondanks een algemene begrotingsverhoging van 4 miljoen euro (waarvan het aandeel voor voeding onduidelijk blijft). Dillen benadrukt dat deze verhoging ontoereikend is door overbevolking en dat prioriteit voor gezondheid ontbreekt, terwijl de minister geen concreet bedrag voor voedingsverbetering kan noemen.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, het is algemeen bekend dat de voedselkosten in de gevangenissen per gedetineerde tot een absoluut minimum beperkt zijn. Volgens de woordvoerder van het gevangeniswezen krijgen de gevangenissen – u zult me verbeteren indien ik het fout voorheb – in de praktijk 3,94 euro per dag per gedetineerde om drie maaltijden te serveren. Aan gezonde voeding kan bijgevolg geen geld worden besteed, terwijl er in de gevangenissen gedetineerden met ernstige gezondheidsproblemen zitten. Dat brengt natuurlijk risico's met zich.
Nu heeft de klachtencommissie van de gevangenis van Brugge de klacht van een gedetineerde met hartproblemen naar aanleiding van het feit dat hij, ondanks dat hij daartoe door de behandelende geneesheer verplicht was, geen zoutarm dieet kreeg, gegrond verklaard. Na de klacht zou de gevangenis van Brugge hebben beloofd om aan de betrokken gedetineerde gezonde voeding te geven. Echter, tot op heden zou dat, althans volgens de berichtgeving waarover ik beschik, nog steeds niet zijn gebeurd.
Volgens de raadsman van de gedetineerde hebben de dokters verschillende keren bevestigd dat het levensnoodzakelijk is om gezonde voeding te krijgen. De verantwoordelijkheid wordt heen en weer geschoven tussen de medische diensten, de directie en de keuken. Allemaal gaven ze te kennen dat voeding blijkbaar niet hun bevoegdheid is.
Ten eerste, hebt u kennis van het dossier? Kunt u daarover meer toelichting geven? Waarom werd geen gevolg gegeven aan de beslissing van de klachtencommissie van de gevangenis van Brugge?
Ten tweede, wie is bevoegd wanneer een bepaald voedingsregime op medisch voorschrift wordt opgelegd? Kunt u daarover meer duidelijkheid geven?
Ten derde, welke initiatieven zijn de voorbije legislatuur genomen voor meer gezonde voeding in alle gevangenissen in het algemeen?
Paul Van Tigchelt:
Collega Dillen, ik hoef u niet te herhalen dat ik niet mag ingaan op individuele dossiers. Wel kan ik u het volgende meedelen. Ik heb kennisgenomen van het betreffende dossier naar aanleiding van uw vraag. Volgens de informatie die het gevangeniswezen me heeft verschaft, krijgt de betrokkene ondertussen een aangepast dieet.
Als de gevangenisarts om medische redenen een specifiek dieet voorschrijft, wordt dat dieet doorgestuurd naar de gevangenisdirectie. De directie informeert vervolgens de keuken of de dienst die verantwoordelijk is voor de bereiding van de maaltijden over de beperkingen die gelden voor de gedetineerde, met inachtneming van het medisch beroepsgeheim.
U vraagt me ook welke initiatieven er deze legislatuur zijn genomen om te zorgen voor meer gezonde voeding, wat volgens mij inderdaad een basisrecht is. Ik kan daarvoor verwijzen naar recente antwoorden op gelijkaardige vragen van collega Matheï en collega Yzermans, respectievelijk in de commissievergaderingen van 27 november en 17 december.
Elke gedetineerde heeft recht op gezonde maaltijden. Dat is het basisprincipe. Binnen de grenzen van het mogelijke stellen keukens in de gevangenissen alles in het werk om gezonde en voldoende gedifferentieerde maaltijden aan te bieden. Daarbij houden zij rekening met de overtuiging van gedetineerden en met medische voorschriften.
Principes zijn mooi, maar koken kost geld, zowel figuurlijk als letterlijk. Dat geld kan enkel worden verzekerd als daarvoor ook de nodige budgetten worden uitgetrokken. Daarom werd in de aanpassing van de begroting voor 2024, die goedgekeurd werd op 28 november, het budget van de gevangenissen met een kleine 4 miljoen euro verhoogd. Er kon immers worden aangetoond dat sinds de opmaak van de begroting voor 2024 het aantal gedetineerden was toegenomen – dat is ons genoegzaam bekend –, wat ook de kosten van onder andere voeding doet toenemen. Het beschikbare geld voor het koken werd dus verhoogd.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, ik weet ondertussen dat u niet ingaat op individuele dossiers. Dat is ook nogal evident. Hier gaat het echter om een klacht van een gedetineerde die de klachtencommissie gegrond had verklaard en waaraan tot mijn spijt aanvankelijk geen gevolg werd gegeven.
Ik zal de antwoorden op de vragen van de collega’s nakijken. Mijn excuses dat me blijkbaar iets is ontgaan, hoewel ik hier meestal aanwezig ben.
Koken kost inderdaad geld, mijnheer de minister. Maar als de verantwoordelijken dat doen voor 3,94 euro voor drie maaltijden per dag per gedetineerde – u hebt me niet verbeterd –, zou ik wel bij hen in de leer willen gaan om te kijken hoe zij drie maaltijden per dag voor dat bedrag bereiden. Ik denk dat ik zelfs geen ontbijt voor mijn drie kinderen en mezelf voor viermaal die prijs kan klaarmaken.
U zegt dat het budget in december 2024 verhoogd is met 4 miljoen euro, maar ik begrijp toch goed dat het hier om een verhoging voor het gehele gevangeniswezen ging, niet enkel voor gezonde voeding? Door de overbevolking stijgen de kosten van het gevangeniswezen nu eenmaal aanzienlijk. U zult het waarschijnlijk wel met mij eens zijn dat 4 miljoen euro in het licht van de overbevolking peanuts is op het totale bedrag. De extra kredieten dienen niet alleen voor gezonde voeding, maar ook voor andere aspecten. Hebt u dus enig idee welk deel of deeltje van de extra middelen naar de verbetering van de voeding gaat?
Paul Van Tigchelt:
Ik heb geen idee; ik weet evenmin of daarvan cijfers bestaan. Ik zie straks de directrice-generaal van het gevangeniswezen en kan haar dan de vraag stellen.
De feiten aan de gevangenis van Haren
De toenemende onveiligheid in de gevangenis van Haren
Veiligheidsproblemen in de gevangenis van Haren
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 8 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na twee recente aanslagen op cipiers (brandstichting auto’s in Haren en Leuven) bevestigt minister Van Tigchelt een toename van dreigingen door zware criminelen (o.a. 5.000 drugscriminelen in gevangenissen na Sky ECC-operaties), met isolatiemaatregelen en proefprojecten (gsm-jamming) als tegenactie. Infrastructuurversterking (bv. beveiligde parkings) en uniforme dreigingsprocedures (met politie/crisiscentrum) worden uitgewerkt, terwijl psychologische bijstand voor slachtoffers en overleg met vakbonden beloofd is. De Smet dringt aan op betere uitrusting (kogelvrije vesten) en een statutaire upgrade voor interventieteams, maar Van Tigchelt benadrukt gestructureerde escalatiemodellen (dialogueerst, fysiek ingrijpen pas in laatste fase) binnen bestaande wetgeving (2005/2009). Yzermans waarschuwt voor systemische druk op personeel door externe criminele invloeden en pleit voor continue monitoring van deze normverschuiving.
Alain Yzermans:
Mijnheer de minister, 2025 is nog maar een week oud en toch waren er al twee kwalijke incidenten gericht tegen het personeel dat instaat voor de veiligheid in de gevangenissen. Zo werd op 2 januari aan de moderne gevangenis van Haren een molotovcocktail gegooid naar de auto van een cipier. Die wagen is volledig uitgebrand en ook nabij geparkeerde voertuigen liepen brandschade op. Het is een opmerkelijke evolutie die we de jongste tijd waarnemen, dat het geweld of het indirect geweld tegenover gevangenispersoneel alsmaar driester wordt.
Mijnheer de minister, welk plan van aanpak hebt u om de veiligheid van het gevangenispersoneel te waarborgen na de recente aanslag in Haren? Er is een opmerkelijke vergelijking te maken met de gebeurtenissen van nog geen twee maanden geleden in Leuven-Centraal, waarbij een cipier uit Limburg hetzelfde aan de hand kreeg.
Bestaan er hierover cijfers? Is er een significante toename van dat soort geweld ten aanzien van gevangenispersoneel op te merken?
Het wordt stilaan een vicieuze cirkel, want het personeel werkt nu volgens het regime van minimale dienstverlening, wat de werking van de gevangenis opnieuw onder druk zet. Die opmerkelijke evolutie moeten we toch goed opvolgen.
Mijnheer de minister, hoever staat het met de lopende onderzoeken naar de feiten in Haren en in Leuven-Centraal en wat met de gevolgen voor het personeel? Ik neem aan dat er daaruit maatregelen zullen voortvloeien.
François De Smet:
Monsieur le ministre, la semaine dernière, un véhicule appartenant à un agent pénitentiaire a été incendié sur le parking visiteurs de la prison de Haren. Cet acte criminel vient conforter l'idée que cet établissement pénitentiaire est sous une menace grandissante, tant extérieure qu'intérieure. Cela fait craindre pour la sécurité générale du bâtiment mais aussi et surtout pour l'intégrité physique des agents pénitentiaires et du personnel en général.
Le 6 novembre dernier, je vous avais déjà interrogé suite à une tentative de largage au sein de la prison. Sans minimiser l'incident, j'étais resté assez peu convaincu étant donné la carence d'éléments en termes d'équipement et de personnel pour faire face à ce genre de menaces.
Monsieur le ministre, je reste inquiet, et je le suis de plus en plus. Je pense à la sécurité des détenus, mais aussi à celle du personnel. Celui-ci demande clairement à être mieux outillé, notamment avec des gilets pare-balles ou des bâtons télescopiques, pour faire face à des situations sécuritaires tendues et imprévisibles. Les faits de violence se multiplient et appellent une réponse circonstanciée. Cet acte commis à l'extérieur de l'enceinte fait vraiment craindre pour la sécurité intérieure de la prison aussi.
Monsieur le ministre, une concertation est-elle prévue prochainement avec les acteurs concernés afin de faire le point sur la situation préoccupante de la prison? Entendez-vous doter les équipes d'intervention du statut qu'elles réclament depuis déjà longtemps?
Paul Van Tigchelt:
Collega Yzermans, de tendens die u beschrijft, is helaas juist. Alle lof voor onze politie en Justitie, er wordt door onze politie en Justitie opzienbarend werk verricht in de strijd tegen de zware en georganiseerde misdaad, onder meer in de dossiers met betrekking tot Sky ECC. Daardoor zitten ondertussen meer dan 5.000 drugscriminelen in onze gevangenissen. Dat verklaart voor een deel de overbevolking waarmee we vandaag te kampen hebben. Onder die 5.000 zitten zware jongens, die voor niets terugdeinzen.
Het is correct dat twee personeelsleden van het gevangeniswezen de voorbije maanden op een ernstige manier bedreigd werden. Die personeelsleden worden uiteraard bijgestaan door de gevangenisdirectie en het gevangeniswezen en zij hebben recht op psychologische bijstand. De concrete dreigingen ten aanzien van personeelsleden van Justitie zijn helaas niet vreemd aan het opzienbarende werk van politie en Justitie. Het gaat trouwens niet alleen om gevangenispersoneel, maar ook om magistraten. Dat zal u niet ontgaan zijn, gelet op de ophef erover in de pers.
We hebben een wetgevend kader gecreëerd opdat het gevangeniswezen de grote bonzen, de bigshots, zoveel mogelijk kan isoleren en controleren om te vermijden dat zij hun criminele activiteiten vanuit de gevangenis voortzetten. Voorts zijn we dit jaar gestart met een proefproject rond jamming , waarbij we het gebruik van gsm’s verhinderen in plaats van dat we naar gsm’s in de gevangenis op zoek gaan. Het betreft een behoorlijk complexe technologie. De administratie onderzoekt in samenwerking met de betrokken actoren tevens welke preventieve maatregelen er nog kunnen worden genomen om het personeel in het algemeen beter te beschermen tegen dergelijke externe dreigingen. Daarnaast wordt er samengewerkt met het crisiscentrum, de politie en andere betrokken actoren voor de uittekening van een uniforme procedure in geval van een concrete dreiging. Die procedure zal mettertijd ook overlegd worden met de syndicale organisaties.
Specifiek wordt er naar aanleiding van het incident in Haren onderzocht op welke manier de personeelsparking van de gevangenis van Haren beter kan worden beveiligd.
Het gerechtelijk onderzoek is lopende. Het zal u niet verbazen wanneer ik zeg dat ik daarover momenteel geen bijkomende informatie kan verschaffen. Het parket zal te gelegener tijd desgevallend bijkomende informatie geven.
Cher collègue De Smet, s'agissant de votre question sur les équipes d'intervention, je tiens à préciser qu'il faut distinguer les menaces et incidents provenant de l'extérieur et ceux qui se produisent à l'intérieur de la prison. Dans le premier cas, ce sont les services externes tels que la police et le Centre de crise qui interviennent. S'il s'agit d'un incident survenu dans la prison même, il est généralement géré par son personnel, qui est formé en cinq étapes en vue d'appliquer un certain modèle. Sans entrer dans le détail, je rappelle que la base de ce modèle est le dialogue et la communication. Ce n'est que dans le cas d'une escalade conflictuelle, d'une agression psychique ou de menaces proférées que l'intervention physique du personnel entre en jeu. Il est donc formé à cet effet. Les procédures sont clairement définies. Ce n'est que lors de la cinquième et dernière phase que l'équipe d'intervention entre en action. Ses membres ont reçu une formation très précise à cette fin. C'est indispensable, étant donné que sont incarcérés des criminels d'une certaine carrure. Par conséquent, le personnel doit être protégé.
Concernant le cadre légal et réglementaire, je me réfère aux lignes directrices sur les fouilles, les mesures coercitives, les conflits et les agressions, en particulier la circulaire ministérielle du 19 novembre 2009 sur les mesures coercitives et le matériel d'intervention. Ces mesures s'inscrivent dans le cadre plus large et obligatoire de la loi du 12 janvier 2005 sur l'administration des établissements pénitentiaires et le statut juridique des détenus. En outre, je me réfère également aux principes du droit pénal sur la légitime défense et la proportionnalité.
Alain Yzermans:
Mijnheer de minister, ik noteer dat u kort op de bal speelt en de problematiek, die alsmaar ernstiger wordt, met de nodige kennis van zaken benadert. Geweld op penitentiair beambten mogen we nooit toelaten; dat principe moeten we hooghouden.
U neemt maatregelen in verband met de infrastructuur en u gaat in overleg met de betrokkenen. Slachtofferhulp blijft belangrijk: de betrokkenen moeten goed begeleid worden.
Het wordt alleszins duidelijker dat we naar een nieuw systeem in de gevangenissen evolueren. Dat moet goed gemonitord en geanalyseerd worden, continu en geval per geval. De criminele netwerken kunnen op de een of andere manier alsmaar vaker de werking binnen de gevangenissen beïnvloeden, onder andere door ook buiten de muren te ageren tegen personeel. Ik ken zo een aantal verhalen. Ik ben van mening dat we het fenomeen goed moeten opvolgen, want de verschuiving van de normen zal een weerslag hebben op de personeelsleden en de druk waaraan zij zijn blootgesteld verhogen.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour le caractère complet de votre réponse.
De recente feiten in de gevangenis van Lantin
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 8 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Tigchelt ontkent de wantoestanden in gevangenis Lantin die youtuber ISAE aankaartte: zijn beschuldigingen over corruptie en criminaliteit blijken niet op feiten gebaseerd, al erkent hij dat uitzonderlijke gevallen wel straf- en tuchtrechtelijk worden aangepakt. Preventieve maatregelen (deontologische opleidingen, veiligheidsscreenings bij aanwerving sinds 1/9/2024) moeten corruptierisico’s indammen, terwijl minderjarigen steeds vaker bewust worden ingezet door criminelen (zoals bij de brandstichting cipierauto in Leuven). De basiswet (2005) dekt al sociale media, maar officiële mediacontacten met gedetineerden vereisen toestemming—smartphones blijven verboden, hoewel handhaving moeilijk is.
Alain Yzermans:
Mijnheer de minister, na een live chat van een bekende youtuber werd de knuppel in het hoenderhok gegooid. Er werd weer een minder fraai beeld gegeven van de wantoestanden in de gevangenis van Lantin.
Er zijn ter zake drie elementen. Het eerste element is het element dat wordt aangeklaagd, met name de mogelijke verstrengeling van criminaliteit, die een hoge vlucht neemt in de gevangenis. Ik heb het vooral over de inhoud en niet over wat de betrokkene brengt. Het tweede punt is gelijkaardig aan de vorige vraag. Het gaat namelijk over de humane omstandigheden in de gevangenissen zelf. Lantin blijft ter zake bij uitstek een plaats waar de norm van het comfort altijd kan verbeteren. Het derde element zijn de feiten zelf. Uiteraard kan het niet wat er in Lantin gebeurt. Live chats mogen niet. Een gedetineerde mag geen smartphone hebben, maar toch gebeurt dat.
Daarover kunnen in algemene zin een aantal vragen worden gesteld. Ik heb ze ook meegegeven.
Is er een plan van aanpak? Is er een soort integriteitsoefening ten aanzien van het personeel? Er worden immers een aantal zwaardere criminele feiten aangeklaagd. Klopt dat werkelijk? Op welke manier worden de mensen daar beveiligd?
Hoever staat het met de lopende tuchtprocedure? De procedure staat wellicht nog in de kinderschoenen. De feiten zijn immers pas gebeurd.
Een andere vraag, die ook wordt opgeworpen in de media, is of de Belgische basiswet niet aan actualisatie toe is. Hoe kan die actualisatie gebeuren? In principe zijn dergelijke voorwerpen immers verboden. Kunnen de gevolgen ook worden verboden? Dat is immers niet meteen het geval. Het tuchtreglement moet dan worden toegepast.
Hoe kunnen wij via wetgeving een en ander vermijden? Misschien is het gebeurde een aanzet om in de toekomst dergelijke live chats te vermijden.
Er zijn dus enerzijds inhoudelijke vragen over Lantin en anderzijds over het feit zelf, dat niet mocht gebeuren. Het doel heiligt de middelen, maar hier had het middel niet mogen plaatsvinden.
Paul Van Tigchelt:
Collega, als u me toestaat, geef ik een antwoord op deze vraag dat ook specifiek aansluit bij uw vorige vraag. Het parket heeft erover gecommuniceerd, dus ik mag het ondertussen bevestigen. In de zaak van de bedreiging van een cipier in Leuven-Centraal, waarbij zijn wagen in brand werd gestoken in Heers, zijn vijf verdachten gearresteerd, waaronder een minderjarige. Ik heb al meermaals in deze commissie gezegd dat er vaak minderjarigen bij dergelijke feiten zijn betrokken. Dat ligt ook in het verlengde van de vraag van de heer Van Rooy. Minderjarigen worden vaak zeer bewust ingezet. Ze worden vaak ingeschakeld door een bepaald crimineel milieu om bepaalde feiten te plegen. Dat zien we helaas wel meer. Dus het onderzoek vordert. Ik mag dat nu zeggen omdat het parket er ook over heeft gecommuniceerd. Collega Yzermans, intern onderzoek heeft aangetoond dat de beschuldigingen van youtuber ISAE niet op concrete feiten gebaseerd zijn. Dergelijke beschuldigingen komen helaas vaak voor en zijn helaas ook lasterlijk voor het gevangenispersoneel, dat zich dagelijks inzet. We hebben 10.000 mensen die werken in onze gevangenissen. Het merendeel daarvan zet zich dagelijks in, vaak in moeilijke omstandigheden, om de veiligheid in onze gevangenissen en daarbuiten te garanderen. Daarmee heb ik natuurlijk niet gezegd dat er nooit problemen zijn en dat er geen corruptie kan bestaan. Gelukkig blijft dat uiteraard uitzonderlijk. In de gevallen waarin dit wordt vastgesteld, wordt daar uiteraard gevolg aan gegeven, zowel strafrechtelijk – dat hebben we de voorbije jaren inderdaad ook al gezien – als tuchtrechtelijk binnen het gevangeniswezen. Om het risico van corruptie te voorkomen, is het natuurlijk belangrijk om preventief op te treden, in eerste instantie door middel van opleiding inzake deontologie. Daarnaast hebben we recentelijk, sinds 1 september 2024, bij de aanwerving van het penitentiair personeel een veiligheidsscreening ingevoerd, zoals die al bestaat voor het luchthavenpersoneel airside , en zeer recentelijk ook voor het havenpersoneel, onder meer in de Antwerpse haven. Dat zijn momentopnames, geen zaligmakende oplossingen. Zo'n screening is echter belangrijk, ook ter bescherming van het merendeel van het personeel dat te goeder trouw is. Inzake uw vraag naar de noodzaak van een actualisatie van de basiswet van 2005, kan ik bevestigen dat artikel 70 van de basiswet de regels inzake contacten met de media bepaalt. De sociale media vallen onder dat artikel. Voor een officieel gefilmd interview met een gedetineerde is inderdaad toestemming nodig.
De wettelijke toekomstperspectieven met betrekking tot controles in gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 17 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om illegaal gsm-gebruik in gevangenissen, dat criminele activiteiten vanuit detentie faciliteert. Van Tigchelt bevestigt jaarlijkse inbeslagnames van ~300 telefoons via gerichte *sweepings*, aankoop van 22 detectieapparaten en een pilotproject met signaalbrouillers (januari) voor *high-value detineerden*, met plannen voor opschaling bij succes. Crucke noemt 300 inbeslagnames onvoldoende maar prijst de stappen, terwijl hij onbeantwoord blijft over het voorstel voor een drugsbestrijdingsfonds via confiscatie van criminële vermogens. Kern: technologische oplossingen (brouillers, detectie) en concentratie van gevaarlijke gevangenen als prioriteit, maar structurele financiële maatregelen blijven onbesproken.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, nous avons abordé la situation des mineurs et des narcotrafiquants il y a quelques instants. Les magistrats, dont certains ont été directement menacés, ont récemment tiré la sonnette d'alarme à ce sujet.
Je voudrais revenir à la problématique des contrôles en prison, notamment par rapport à l'utilisation des téléphones. Nous savons que c'est une manière pour les prisonniers non seulement d'avoir un contact avec l'extérieur mais aussi d'entretenir une délinquance externe. Il y a manifestement là un vrai problème.
Vous avez évoqué vous-même le brouillage de signaux téléphoniques, qui se heurterait à certaines contraintes légales. J'aurais évidemment voulu en savoir plus à ce sujet.
Vous avez sans doute également été informé que la commissaire nationale aux drogues prône une confiscation des avoirs criminels, avec la possibilité de créer un fonds anti-drogue qui permettrait le réinvestissement dans des institutions judiciaires, policières et sociales.
Par rapport aux confiscations de téléphones, quelle est l'évolution sur les trois dernières années? Le nombre de prises a-t-il augmenté au sein des prisons?
Observe-t-on des progrès, des blocages ou des perspectives de solutions dans les discussions avec le secteur privé relatives à l'adoption d'un système efficace de brouillage de signaux téléphoniques?
Un régime particulier de sécurité spéciale a récemment été instauré pour les détenus considérés comme criminels. La solution ne serait-elle pas d'étendre ce modèle à d'autres catégories de détenus?
Les criminels – notamment dans le milieu de la drogue – qui disposent de moyens importants ont tendance à multiplier les recours judiciaires. Quelles mesures allez-vous prendre face à ces abus rendant un jugement tellement lointain qu'ils mènent à une forme d'impunité?
Pour finir, quelle est votre lecture de la proposition de la commissaire nationale aux drogues?
Paul Van Tigchelt:
Monsieur le président, vous avez bien décrit le contexte. L'emploi du gsm par des détenus dans leur cellule est vraiment un fléau. Cela peut aussi être dangereux si ce sont des big shots , des high value targets , des caïds qui continuent leurs activités criminelles dans leur cellule. Il faut donc tout faire pour essayer d'éviter cela.
La recherche de gsm et de smartphones a lieu constamment au sein de tous les établissements pénitentiaires, par des actions ciblées de sweeping organisées régulièrement. Le service en charge de ce sweeping trouve en moyenne un peu plus de 300 gsm chaque année, en plus de ceux trouvés par le système pénitentiaire dans ses activités régulières. Des chiffres plus détaillés peuvent vous être transmis par le biais d'une question écrite.
Pour ce qui est de l'état des discussions entre le gouvernement et le secteur privé concernant un système efficace de brouillage ( jamming en anglais), cette solution pourrait être acceptable si elle est techniquement possible. Une procédure d'achat de brouilleurs destinés à interférer avec les signaux de téléphones portable est en cours. Des réunions avec le secteur privé ont déjà eu lieu pour étudier cette solution.
Un projet pilote sera d'ailleurs lancé dans une prison dans le courant du mois de janvier. Nous envisageons donc de concentrer les high value targets dans quelques prisons et d'organiser le brouillage. Ce projet pilote doit permettre de se familiariser avec la technologie mais aussi de tester son efficacité avant de l'étendre à d'autres prisons.
Entre-temps, la Direction générale des Établissements pénitentiaires a acheté 22 appareils de détection de gsm, qui seront livrés prochainement. Ils sont également capables de repérer les téléphones portables les plus récents. Grâce à eux, il sera possible de recourir plus fréquemment à des sweepings de gsm. Cependant, à cette technique, je préfère les systèmes de brouillage. Je vous remercie de votre attention.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses, même si je n'en ai pas obtenu quant à la proposition de la commissaire nationale aux drogues. J'y reviendrai donc par le biais d'une question écrite. Ce n'est pas un problème. Par ailleurs, le sweeping des gsm constitue une mesure qui prend de l'ampleur. Toutefois, le nombre de 300 saisies par an ne semble pas énorme au regard de l'importance de ce système. Cela prouve bien qu'une action a été entreprise. Le démarrage d'un projet pilote en janvier est une bonne chose, tout comme l'acquisition de matériel de détection. Cette initiative pourrait résoudre plusieurs problèmes de sécurité auxquels la justice est confrontée.
De overdracht van de gezondheidszorg in de gevangenissen van Justitie naar Volksgezondheid
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 17 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de hervorming van gezondheidszorg in gevangenissen, met name het overdragen van de verantwoordelijkheid van Justitie naar Volksgezondheid (aanbevolen door het KCE sinds 2017) en de uitvoering van Europese normen voor humane zorg. De proefprojecten in 10 gevangenissen (2023-2024) – gericht op verslavingszorg, geestelijke gezondheid en betere coördinatie – tonen positieve signalen (met name drugspreventie), maar een definitief bilan komt later; de INAMI-integratie voor externe zorg wordt als een succes beschouwd. Het structurele overdrachtsplan blijft uitgesteld tot de volgende legislatuur, afhankelijk van financiering en interbestuurlijke samenwerking, ondanks dringende oproepen uit de sector voor betere zorg en reïntégratie. De minister bevestigt doorzettingsplannen, maar concrete stappen ontbreken nog.
François De Smet:
Monsieur le président, je renvoie à la version écrite déposée de ma question orale.
Le Centre fédéral d’expertise des soins de santé (KCE) , qui avait été chargé de remettre un rapport sur la problématique des soins de santé dans les établissements pénitentiaires de notre pays , suite à plusieurs constats accablants remis par des organismes européens et internationaux, avait recommandé déjà en 2017 sur le plan de la gouvernance d’acter le transfert du service des soins de santé en prisons (SSSP) du SPF Justice au SPF Santé Publique.
Le KCE réclamait également l’application des normes du Comité Européen pour la prévention de la torture et des peines ou traitements inhumains et dégradants (CPT) aux soins de santé en milieu carcéral.
Un certain nombre de paramètres, la pandémie du COVID 19 , la hausse de la surpopulation carcérale, ont pesé dans le retard à réformer la politique des soins pénitentiaires entamée par le SPF Justice et le SPF Santé Publique
Depuis janvier 2023, les soins dispensés hors de la prison sont à charge des organismes mutuels et non plus du SPF Justice , ce qui est un signal positif en vue de l’harmonisation des couvertures de santé dans les prisons.
Par ailleurs, le SPF Justice a initié des projets pilotes dans dix prisons de juillet 2023 à août 2024, exécutant les recommandations du KCE (renforcement de la prise en charge des maladies mentales et des assuétudes, renforcement des soins de santé primaires , meilleure coordination des acteurs de la santé )
En conséquence, Monsieur le Ministre peut-il me faire savoir :
a ) quel est le premier bilan de ces projets pilotes?
b) si le transfert dudit service des soins de santé en prisons du SPF Justice vers le SPF Santé Publique constitue un projet mis en continuation en vertu des accords entre les deux SPF?
Paul Van Tigchelt:
Il est encore un peu tôt pour faire le bilan des projets pilotes qui doivent encore se poursuivre durant quelques mois et pourront ensuite être évalués.
En ce qui concerne l'évaluation d'un projet de lutte contre la drogue en détention, celle-ci est positive. C'est précisément pour cette raison que ces projets pilotes ont été étendus à dix prisons au lieu de trois précédemment.
La mise en œuvre de BelRAI, qui est un outil qui regroupe plusieurs instruments d'évaluation visant à améliorer la qualité des soins, est toujours en cours.
En ce qui concerne l'introduction de la formation, les consortiums finalisent leurs modules de formation.
L'intégration des détenus dans la règlementation de l'INAMI, qui a été introduite le 1 er janvier 2023 pour tout ce qui concerne les soins en dehors de la prison pendant la détention, donne des résultats satisfaisants. On me dit même que c'est un grand succès.
Quant au transfert entre le SPF Justice et le SPF Santé publique, il y aura d'autres efforts pour mettre en œuvre cette réforme au cours de la prochaine législature. Un travail sera aussi effectué sur la recherche d'une source de financement appropriée. Il y a un consortium d'universités qui y travaille et la coopération entre les différents ministères et administrations fédéraux et fédérés doit être et sera accrue.
François De Smet:
Merci monsieur le ministre. C'est très clair pour les projets pilotes. En ce qui concerne le transfert des soins de santé du SPF Justice vers le SPF Santé publique, je rappelle qu'il s'agit réellement d'une demande qui émane du secteur, des ASBL qui accompagnent des détenus et prisonniers, tant sont spécifiques les maladies et les attaques sur leur santé et tant cela joue sur leur réinsertion potentielle, que nous souhaitons tous. J'espère que le prochain gouvernement, s'il advient, se saisira de ce dossier à bras-le-corps.
De gevangenis van Hasselt
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 17 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Hasselt kampt met structurele problemen: overbevolking (602 vs. 450 detentieplaatsen), verouderde veiligheidssystemen (5 miljoen euro geïnvesteerd in zwakstroom/camera-updates via Regie der Gebouwen) en personeelstekorten ondanks wervingscampagnes en hoge uitval. Minister Van Tigchelt bevestigt punctuele maatregelen tegen overbevolking en extra voedingsbudget (4 miljoen euro in 2024), maar Yzermans benadrukt dat coördinatie tussen departementen en waardige detentieomstandigheden cruciaal blijven, met name voor veiligheid *en* rehabilitatie.
Alain Yzermans:
Mijnheer de voorzitter, collega's, in de commissie voor Justitie ben ik een nieuw lid, als opvolger van Jinnih Beels. Als niet-jurist zal ik proberen vanuit onbevangenheid en met een blik van verontwaardiging naar zeer veel zaken te kijken. Ik wens u heel fijne ontmoetingen toe in de komende periode.
Mijnheer de minister, vorige week heb ik op TV Limburg het verhaal gezien van de nieuwe stafhouder van de balie, die vanuit haar controlerecht een bezoek heeft gebracht aan de gevangenis van Hasselt. Mogelijk staat dit in rechtstreeks verband met de discussie over het gevangeniswezen, waarover vandaag ook een hoorzitting plaatsvindt. De problematiek, zoals overbevolking met druk op het personeel en de gevangenen, sleept al jaren aan. Enkele vaststellingen hebben me er toch toe geleid om een mondelinge vraag in te dienen.
Inzake de beveiliging van de gevangenis te Hasselt doen zich verschillende defecten voor. Gelet op de rehabilitatie van de gedetineerden, is het belangrijk dat zij in goede en veilige omstandigheden kunnen vertoeven. Voor de buitenwereld is het tegelijk belangrijk dat de gebouwen intact zijn. Ik denk dat dit bevraagd moet kunnen worden, aangezien de situatie rond het gebouw zorgwekkend is.
Mijn tweede vraag gaat over geavanceerde technologie, zoals zwakstroomtoepassingen. Welke zijn de plannen om die ook in de gevangenis van Hasselt toe te passen? Zijn daarvoor budgetten vrijgemaakt?
Door personeelstekorten rijzen er vragen over de werkomstandigheden van de cipiers.
Een belangrijke vraag die ik niet wil wegduwen, gaat over de capaciteit. Vandaag zijn in de gevangenis van Hasselt 602 gedetineerden aanwezig, terwijl de officiële capaciteit op 450 is bepaald. Enkele cellen worden ingenomen door andere functies. Wordt daardoor niet extra druk gezet op de capaciteit en de werkomstandigheden, en in het algemeen op het probleem van de overbevolking?
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer Yzermans, de blik van de niet-jurist is welkom. Die kan verfrissend zijn en is ongetwijfeld van grote meerwaarde.
Wat betreft uw vragen over de aanpassingen in de gevangenis van Hasselt, het aanpassen, vernieuwen en uitbreiden van veiligheidsinstallaties is een gedeelde verantwoordelijkheid van Justitie en de Regie der Gebouwen. Dat zal u niet verbazen. De basisinstallatie, alsook grote uitbreidingen en integrale vernieuwingen, zijn voor rekening van de Regie der Gebouwen. De kosten voor het onderhoud van die installaties, alsook kleine vernieuwingen, vervangingen en updates van de systemen, zijn ten laste van de FOD Justitie. Dat lijkt simpel in theorie, maar in de praktijk is het niet altijd zo eenvoudig.
De Regie der Gebouwen heeft een procedure gelanceerd voor een studiedossier zwakstroom in de gevangenis van Hasselt. Die opdracht bestrijkt een vernieuwing van de volledige zwakstroominstallatie, inclusief de vernieuwing van de camera-installatie waarnaar u verwijst. De Regie der Gebouwen heeft daarvoor een budget vrijgemaakt van meer dan 5 miljoen euro. Men is zich dus bewust van de problematiek. De aankoopprocedure is lopende en in januari zullen potentiële leveranciers plaatsbezoeken doen. Daarna kunnen de werken op basis daarvan aanvangen. Het gaat dus om 5 miljoen euro op het niveau van de Regie der Gebouwen, terwijl de FOD Justitie in 2024 een budget van 200.000 euro heeft aangewend voor herstellingen in de gevangenis van Hasselt.
Wat betreft uw derde vraag, over de onderbezetting van het personeel, we hebben deze legislatuur veel inspanningen geleverd om extra personeel aan te werven. Netto is er veel volk bij gekomen, maar ik hoef u niet te verhelen dat het intern verloop binnen het gevangeniswezen groot is. Dat is vorige week nog aan bod gekomen in deze commissie. We werven veel personeel aan, maar er is ook veel personeel dat snel afhaakt.
Momenteel lopen er nog steeds heel wat procedures om extra personeel aan te werven. Er wordt ingezet op zowel externe werving als interne procedures via mutatie. Daarnaast wordt er ook een actieve employer branding -campagne gevoerd. Het gevangeniswezen is vertegenwoordigd op jobbeurzen, in scholen en op infomomenten om zoveel mogelijk mensen aan te sporen om deel te nemen aan de selectieproeven. We blijven proberen om zoveel mogelijk gevangenispersoneel aan te trekken.
Wat uw vierde vraag betreft, over de capaciteit van de gevangenis van Hasselt, die bedraagt nog steeds 450 gedetineerden: 420 mannelijke gedetineerden en 30 vrouwelijke gedetineerden. Sinds maart 2024 proberen we punctuele maatregelen te nemen om de overbevolking nog meer te verhelpen, los van de maatregelen op lange termijn, zoals het masterplan 3bis om extra capaciteit te creëren, het nieuwe Strafwetboek en dergelijke meer. Die punctuele maatregelen zijn in elke gevangenis van toepassing, ook in Hasselt.
Voor een overzicht van de reeds genomen maatregelen kan ik u verwijzen naar eerdere antwoorden in deze commissie, op 21 en 27 november 2024. Het zou ons te ver leiden om dat in extenso te hernemen. We kunnen u die antwoorden bezorgen als u dat wilt.
Op uw laatste vraag, over het voedingsbudget, heb ik een antwoord gegeven op 27 november 2024 aan de heer Matheï. Ik heb toen toegelicht dat het totale voedingsbudget voor 2024 met zo'n kleine 4 miljoen euro werd verhoogd, omdat de extra gedetineerden ook een stijging van de kosten met zich meebrengen, waaronder dus de kosten voor voeding. We noemen dat een volume-effect. Daarnaast wordt ook de techniek van interne herverdelingen toegepast om de extra kosten te compenseren.
Ik hoop, mijnheer Yzermans, dat dit eerste antwoord u inspireert om nog goede vragen te stellen in de toekomst.
Alain Yzermans:
Mijnheer de minister, ik ben uiteraard verheugd met de investeringen die u aankondigt inzake camerabewakingssystemen en de nieuwe technologie daarrond. De afstemming van de diverse departementen blijft een issue. Ik denk dat het een goede zaak is om daarop te blijven toekijken. De vraag die ik nog had over de voeding heeft vooral te maken met de extra subsidies die worden gegeven aan bepaalde directies van gevangenissen met overbevolking. Misschien moet nog eens worden nagekeken of dat in Hasselt ook wel gebeurd is. Er is daar immers een overbezetting van 40 % van de capaciteit. Dat betekent dat 200 mensen extra een beroep moeten doen op die voeding. Voor ons blijft de waardigheid van de gevangenen belangrijk alsook de veiligheid naar de buitenwereld. Ik denk dat een sterke welvaartsstaat ook een sterk justitieapparaat verdient en dat in de zwakke schakel van het gevangeniswezen uiteraard moet worden geïnvesteerd.
De detentieomstandigheden in de gevangenis van Sint-Gillis
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 17 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De sluiting van de gevangenis van Sint-Gillis, oorspronkelijk gepland voor 1 januari 2025, wordt uitgesteld door extreme overbevolking (12.763 gedetineerden vs. 11.026 plaatsen), met een definitief besluit voor het volgende gouvernement. Minimale hygiëne- en menswaardige normen (bv. 2 douches/week, vaak minder, ratten, bedwantsen) worden niet structureel opgelost, ondanks kleine renovaties en versterkt psychomedisch personeel, terwijl activiteiten en reclassering onvoldoende zijn door capaciteitsgebrek. Maouane benadrukt het falen in basale menswaardigheid, Van Tigchelt wijst op budgettaire en operationele beperkingen zonder concrete oplossingen op korte termijn.
Rajae Maouane:
La fermeture des prisons bruxelloises, dont celle de Saint-Gilles, était prévue à la suite de l’ouverture de la prison de Haren. Pourtant, près de deux ans après cette ouverture, la prison de Saint-Gilles continue d’accueillir des détenus en nombre significatif.
Si j'évoque aujourd'hui plus spécifiquement le cas de la prison de Saint-Gilles, c'est que, récemment, le témoignage d'un artiste qui s'y est produit avec l'ASBL CAAP Culture a fait beaucoup parler de lui: il y est évoqué deux douches hebdomadaires pour les détenus, des conditions d'hygiène déplorables avec des rats et des punaises de lit, des détresses psychologiques voire des tentatives de suicide. Cette prison continue de choquer par ses conditions désastreuses de détention.
Monsieur le ministre, la prison de Saint-Gilles fermera-t-elle à une date précise en 2025 ou faut-il envisager une prolongation de son activité? Si la fermeture est prévue, quel est le calendrier exact? En cas de maintien de la prison de Saint-Gilles pour encore quelque temps, quelles mesures concrètes seront mises en œuvre pour améliorer les conditions de détention jugées totalement insalubres, notamment en termes d’accès à l’hygiène et d’accompagnement des détenus en détresse? Des travaux sont-ils envisagés pour rendre l’établissement plus conforme aux normes minimales de dignité humaine?
Paul Van Tigchelt:
Madame Maouane, le fermeture de la prison de Saint-Gilles était initialement prévue le 1 er janvier 2025, dans quelques semaines. Aujourd'hui, il y a dans nos prisons 12 763 détenus, le record étant de 12 811. Notre capacité d'accueil est de 11 026 places, y compris la capacité de la prison de Saint-Gilles. Il est donc clair que la prison de Saint-Gilles ne peut pas fermer ses portes à la fin de ce mois-ci. Personne ne le contestera. En revanche, on ne sait pas encore combien de temps la prison de Saint-Gilles restera ouverte. C'est une question sur laquelle le prochain gouvernement devra se pencher.
La prolongation de l'ouverture de la prison de Saint-Gilles nécessitera des budgets supplémentaires à la fois en termes de personnel, de nourriture mais aussi de réparations et de petits travaux de rénovation.
Mon administration a préparé un dossier avec la Régie des Bâtiments pour que le prochain gouvernement puisse prendre une décision à ce sujet et éventuellement libérer les budgets nécessaires.
Des travaux continueront à être réalisés à la prison de Saint-Gilles, en fonction de la durée de maintien du fonctionnement de l'établissement.
Concernant l'accès aux douches, seuls les établissements pénitentiaires récents permettent aux détenus d'avoir accès à une douche dans leur cellule. Dans tous les autres établissements, si les cellules disposent bien toutes d'un évier, l'accès aux douches est organisé en fonction des possibilités. À Saint-Gilles comme ailleurs, on veille à ce que cela soit effectué au moins deux fois par semaine. Cependant, dans la réalité, c'est parfois plus, ou moins. Cela dépend de la situation, du travail des détenus ou de la pratique d'un sport, par exemple.
Concernant l'accompagnement des détenus en détresse, je souligne, comme je l'ai dit à Mme Schlitz en septembre dernier, que la Direction générale des Établissements pénitentiaires a revu sa politique de prévention du suicide en 2023, à Saint-Gilles comme ailleurs. Dans tous les établissements, le personnel psychomédical et médical a été renforcé au cours de la législature écoulée, ce qui permet une meilleure prise en charge des détenus qui seraient en détresse.
Enfin, à Saint-Gilles comme dans les autres établissements, les services des Communautés sont également présents pour apporter de l'aide aux détenus.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. J'entends que vous suivez le dossier avec attention. Néanmoins, je me permets de signaler que la situation est extrêmement grave. Vous avez cité le chiffre de 12 763, ce qui n'est pas loin du niveau record. La surpopulation carcérale actuelle est un vrai fléau. Comment serait-il possible que des détenus soient correctement réinsérés ou qu'il y ait une réparation quand les conditions minimales de dignité humaine ne sont pas atteintes? Vous avez évoqué les douches, qui sont prises minimum deux fois par semaine, parfois plus, parfois moins. Dans la plupart des cas, c'est moins. En effet, si les détenus ratent leur tour, ils doivent attendre la semaine d'après. Les activités à la prison de Saint-Gilles sont rares. J'adresse un grand merci aux associations et aux artistes qui se mobilisent pour redonner du baume au cœur et apporter une présence aux détenus, ainsi qu'un soutien au personnel qui est souvent complètement dépassé. Je sais que vous suivez le dossier et que votre successeur y sera extrêmement attentif. J'espère qu'il le sera puisqu’ici nous sommes vraiment dans l’irrespect et dans le manquement aux normes minimales de dignité humaine.
De overbevolkte gevangenissen
De tijdelijke opschorting van de verzending van gevangenisbriefjes
De staking van de cipiers
Overbevolking, stakingen en logistieke problemen in het gevangeniswezen
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 11 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de alarmante overbevolking in Belgische gevangenissen, die leidt tot onveilige werkomstandigheden voor bewakers (agressie, onderbemanning, onervaren personeel) en mensonterende detentieomstandigheden (gevangenen slapen op de grond, frustratie, geweld tussen gedetineerden). Minister Van Tigchelt benadrukt dat de overbevolking historisch niet uniek is, maar erkent de crisis: tijdelijke maatregelen zoals uitgestelde gevangenisstraffen voor kleine criminaliteit (peilstraf <5 jaar) en betere spreiding van gedetineerden brengen voorlopig enkel stabilisatie, geen daling. Kritiek blijft dat er geen structurele oplossingen komen voor veiligheid, personeelstekort of herwaardering van het beroep, terwijl de kernproblemen—onderbezetting, slechte infrastructuur en gebrek aan reïntegratiefocus—onveranderd blijven.
Julien Ribaudo:
"Je n’arrive pas à faire mon travail correctement", "j’arrive la boule au ventre chaque matin", c'est ce que j'ai entendu ce vendredi à Leuven lors de l'action du personnel pénitentiaire des prisons flamandes et bruxelloises. À chaque jour qui passe, la situation ne fait qu'empirer. Les cas d'agression envers le personnel pénitentiaire s'accumulent. Le personnel ne se sent plus en sécurité et pire encore, il ne se sent même plus soutenu par la direction. La surpopulation carcérale nécessite l'embauche de plus de personnel mais on ne parvient pas à recruter du personnel qualifié en suffisance. Par conséquent, nous avons dans nos prisons des jeunes de dix-neuf ou vingt ans sans aucune qualification qui se voient confier de plus en plus de responsabilités. Le personnel aime son travail mais se trouve aujourd'hui dans l'impossibilité de l'exercer correctement.
Au-delà des agressions sur le personnel, les incidents entre détenus augmentent également. Ce matin encore dans De Standaard , il était fait mention de la possibilité de suivre sur TikTok une bagarre entre détenus à la prison de Haren.
Tous les travailleurs que je rencontre sont d’accord sur un point: la cause de ces agressions en constante hausse est la surpopulation carcérale. Les détenus sont entassés comme des bêtes avec des conditions de vie déplorables. Le bâtonnier disait qu'il n'y a que les rats qui manquent à ce tableau. Cent-nonante détenus doivent dormir par terre, certains dans les cachots faute de place. Tout cela est générateur de frustration et de colère, tant chez les agents pénitentiaires que chez les détenus. Je ne citerai que l’exemple de la prison de Hasselt, où il n'y a même plus suffisamment d'assiettes en raison du nombre de détenus qui ne cesse d'augmenter.
Les conséquences de la surpopulation carcérale sont connues, elles nous ont notamment été exposées par madame la directrice générale des prisons ce matin. Les frustrations montent en flèche, tant chez le personnel que chez les détenus. Monsieur le ministre, que comptez-vous faire pour assurer la sécurité des agents pénitentiaires et pour répondre aux revendications du personnel et des syndicats?
Pierre Jadoul:
Monsieur le ministre, vous avez envoyé une directive aux parquets afin de suspendre provisoirement les billets d'écrou pour des faits dits de petite criminalité. Cette mesure a été prolongée, sauf erreur, jusqu’à ce jour. C’est une deuxième prolongation. Les personnes doivent patienter avant de recevoir le courrier leur enjoignant de se rendre en prison. Elles restent provisoirement libres et purgeront leur peine plus tard.
Vous avez indiqué lors de la séance plénière de la semaine dernière qu'il s'agissait bien d'une mesure d'urgence temporaire, qui vise à réduire la pression sur les prisons et sur le personnel pénitentiaire. On sait que la surpopulation carcérale atteint des niveaux records dans notre pays. Nous y avons d’ailleurs consacré la matinée.
D'emblée, je précise que nous avons bien conscience que cette mesure ne concerne que les condamnés à des peines de prison de moins de cinq ans. Sont exclus les faits de terrorisme, de délinquance sexuelle, de graves violences ainsi que les personnes qui représentent un danger et qui figurent sur la liste de l'OCAM. Cela ne concerne pas non plus les personnes en détention provisoire au moment de leur condamnation.
C'est une mesure exceptionnelle, mais qui attire l'attention. Cela m’amène à vous poser les questions suivantes.
Monsieur le ministre, combien de temps va encore durer cette suspension? Allez-vous la prolonger? Avez-vous une idée du nombre de billets d'écrou que cela concerne?
Quel est le bilan que les parquets tirent de l’application de cette mesure? Quels sont les retours du terrain? Pouvez-vous en dresser un premier bilan?
Des problèmes ont-ils été rapportés concernant des condamnés en attente de leur billet d'écrou?
Paul Van Tigchelt:
Chers collègues, je vais tenter de donner une réponse globale à vos questions concernant l'évolution de la population carcérale. Il faut bien contextualiser et tenir compte de l'historique de cette problématique. En 2019, la population pénitentiaire moyenne était de 10 560 détenus avec une surpopulation moyenne de 14,4 %. En 2024, entre le 1 er janvier et le 31 octobre, la population moyenne était de 12 166 détenus et, grâce à la capacité supplémentaire que nous avons pu ouvrir au cours de cette législature, cela représente une surpopulation moyenne de 12,3 %. Je n'essaie pas de minimiser mais bien de contextualiser. La surpopulation n'a pas atteint aujourd'hui un record, contrairement à la population en général qui, elle, atteint un record. À certaines époques, la surpopulation était encore pire qu'aujourd'hui. C'est la réalité, chers collègues!
La capacité disponible est bien sûr déterminée par la direction générale compétente. Cette direction s'appuie pour ce faire sur des normes nationales et internationales car le Comité européen pour la prévention de la torture (CPT) du Conseil de l'Europe effectue des contrôles. Ce CPT rédige des rapports à notre attention. Si vous souhaitez obtenir des chiffres détaillés et actualisés sur le nombre de détenus, je peux vous les communiquer à l'occasion d'une question écrite.
En ce qui concerne les questions relatives aux mesures à adopter pour assurer la sécurité des agents pénitentiaires, des détenus et du personnel face à la problématique de la surpopulation, une politique a été élaborée lors de la législature précédente mais, depuis mars, nous avons pris des mesures temporaires pour réduire la surpopulation et empêcher que des personnes dorment au sol.
Des questions me sont posées à ce sujet chaque semaine, de sorte que je renvoie à la réponse que j’ai donnée en séance plénière le 21 novembre dernier.
Comme vous le savez, le congé pénitentiaire prolongé a été réintroduit. Actuellement, la capacité disponible – en ce compris dans les maisons de détention – a été maximisée par une meilleure répartition des détenus. Par ailleurs, des efforts supplémentaires sont consentis en coopération avec l’Office des étrangers et la police fédérale en vue de renvoyer les détenus sans droit de séjour. Pour la première fois depuis 2017, nous avons conclu un accord avec le Maroc à cet égard. Ces mesures s’ajoutent à celles qui ont été prises afin de créer de la capacité supplémentaire en matière d’infrastructures et de personnel.
En outre, le 28 octobre dernier – cette date n’est pas le fruit du hasard car c’est le 29 octobre qu’ont été condamnés plus de 100 prévenus dans le cadre d’un procès sur la criminalité organisée liée aux milieux de la drogue –, j’ai dû donner une instruction temporaire au ministère public afin de suspendre l’émission de billets d’écrou pour les personnes condamnées à une peine d’emprisonnement n’excédant pas cinq ans, à condition qu’elles soient encore libres au moment de la condamnation et qu’elles ne constituent aucun danger pour autrui. Cette instruction était en vigueur jusqu’au 10 décembre et a donc été prolongée pour une durée de deux semaines en raison d’un effet insuffisant sur la population. Cette instruction est donnée à chaque fois pour une période de 14 jours.
Contrairement aux semaines précédentes, où la population carcérale augmentait en moyenne de 100 détenus par semaine, nous constatons pour la première fois depuis deux semaines que la population carcérale reste stable. Mais malgré l'instruction, nous ne constatons pas encore de diminution de la population carcérale.
Cela peut s'expliquer par l'augmentation du nombre de personnes en détention préventive. Vous savez, ce n'est pas le ministre qui décide qui est incarcéré mais bien des magistrats. C'est une bonne chose dans un État de droit. Ce sont des magistrats qui décident si une personne doit être en détention préventive. Ce sont des magistrats qui condamnent des personnes. On constate qu'il y a beaucoup de détenus en détention préventive. Voilà quelques éléments de réponse.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.
Vous nous dites qu'on a connu pire. Nous ne parlons pas ici de statistiques, monsieur le ministre, nous parlons de personnes. Nous parlons de gens qui sont détenus dans des conditions déplorables.
Ce matin, j'ai eu l'honneur d'entendre des collègues beaucoup plus expérimentés dire qu'en fait, cela n'avait pas changé depuis des années, que ce problème restait là. Ce problème n'est pas nouveau et rien ne change.
Je trouve que les agents ont raison de se mobiliser pour de meilleures conditions de travail. Pour le moment, je n’ai rien entendu de concret dans vos réponses, à part prendre des capacités pour augmenter les places et le personnel, à part maximiser les places. Cela veut dire mettre encore plus de gens dans nos prisons et en renvoyer dans d’autres pays.
Je n'entends rien sur des mesures concrètes pour rendre le métier plus attractif, donner plus de sécurité au personnel et engager beaucoup plus de personnel. En effet, plus il y a de détenus, plus nous avons besoin de gens pour s'en occuper et faire ce qu'ils font le mieux: travailler avec les détenus pour s'assurer qu'ils sortent de prison dans de meilleures conditions que quand ils y sont entrés.
Pierre Jadoul:
Monsieur le ministre, merci pour ces informations chiffrées qui sont bien utiles et permettent de mettre les choses en perspective. Le problème actuel est majeur, même s'il n'est pas neuf. Je pense qu'il va effectivement falloir trouver d'autres solutions de manière urgente, mais aussi sur la durée de cette législature ou de la prochaine, car les solutions actuelles ne me semblent pas adéquates à la politique pénitentiaire.
Voorzitter:
Monsieur Ribaudo, vous avez la parole pour votre question n° 56000994C.
Julien Ribaudo:
Monsieur le président, nous avons envoyé un email ce matin pour signaler notre préférence de transmettre notre question par écrit.
Voorzitter:
Merci de la précision. Votre question sera bien transformée en question écrite.
De ontvluchting van drie gevangenen uit het detentiehuis van Kortrijk
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 11 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Drie gedetineerden ontsnapten op 18 november uit het detentiehuis Kortrijk via een geforceerd raam en een klaarstaande auto, volgens de minister een *impulsieve daad*—hoewel de vluchtvoorbereiding (auto) dat betwijfelt. Twee zijn heropgepakt en zitten hun straf nu in een *gevangenis* (niet het detentiehuis) uit; de derde is nog voortvluchtig. De minister ontkent kennis van eerdere *wangedrag*meldingen (media suggereerden dronkenschap en intimidatie), maar bevestigt *5 ontsnappingen* in Kortrijk sinds de opening (1 in 2022, 0 in 2023, 4 in 2024).
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, de beveiliging werd geforceerd en ze vluchtten weg in een klaarstaande auto. Zo zijn drie mannen op 18 november het detentiehuis in Kortrijk ontvlucht. Ze zouden door het raam zijn vertrokken.
Volgens de woordvoerder van het gevangeniswezen waren de drie de hele dag buiten het detentiehuis in het kader van hun tewerkstelling en het ondertekenen van een huurcontract voor een woonst. Verder zegt hij dat het waarschijnlijk om een impulsieve daad gaat. Volgens een andere bron gedroeg minstens een van de betrokkenen zich niet correct, ook buiten het detentiehuis. Er zou sprake geweest zijn van dronkenschap en het lastigvallen van personeel.
Kunt u meer toelichting geven over die feiten? Werden de betrokkenen inmiddels gevat, nu we bijna een maand verder zijn?
Klopt de berichtgeving dat minstens een van de betrokkenen zich niet correct zou hebben gedragen, ook buiten het detentiehuis? Welke gevolgen werden er gegeven aan dat gedrag? Moeten ze hun straf verder uitzitten in een gevangenis? Hierover kreeg ik graag wat toelichting.
Kunt u mij een volledig overzicht geven van het aantal ontvluchtingen op jaarbasis uit het detentiehuis van Kortrijk en de gevolgen die hieraan werden gegeven? Kunt u mij een overzicht geven van het aantal ontvluchtingen op jaarbasis in de detentiehuizen in het algemeen?
Paul Van Tigchelt:
Collega, de feiten vonden inderdaad plaats op maandagochtend 18 november. Drie bewoners forceerden het raam van het detentiehuis en sprongen in een wagen die blijkbaar klaarstond. De drie bewoners van het detentiehuis in Kortrijk hadden al meermaals uitgaansvergunningen genoten en die werden steeds positief geëvalueerd. Twee van de ontvluchte bewoners hadden bovendien op die dag een uitgaansvergunning om te gaan werken. Ze hebben zich nadien ook correct terug aangemeld bij het detentiehuis.
U stelt in uw vraag dat hun gedrag niet correct was. Ik weet niet waar u die informatie haalt, maar dergelijke informatie is bij ons niet gekend. Er waren geen indicaties van problematisch gedrag.
Collega Dillen, alles wijst erop dat de ontsnapping – ik ben voorzichtig – een impulsieve ingeving was. Een van de ontsnapten heeft zich op 22 november aangegeven bij de politie. Een tweede werd ook al door de politie opgepakt. Zij werden beiden teruggestuurd naar de gevangenis waar zij voorheen verbleven om daar hun straf verder uit te zitten.
Ze mogen niet terugkeren naar het detentiehuis, dat zal u niet verbazen. De derde voortvluchtige staat uiteraard geseind, maar is er is voorlopig geen nieuws over hem.
Er was één ontsnapping uit het detentiehuis van Kortrijk in 2022, er waren er geen in 2023 en vier in 2024. In totaal waren er dus vijf ontsnappingen sinds de opening van dit detentiehuis.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, mijn vraag met betrekking tot het ongepaste gedrag en mijn derde vraag heb ik gesteld naar aanleiding van berichten in de media. Vandaar dat ik vroeg of u dat kon bevestigen. Het zou volgens de media om ongepast gedrag gegaan hebben, zowel in als buiten het detentiehuis. Er is dus nog één voortvluchtige. Ik wil wel enigszins geloven dat het waarschijnlijk om een impulsieve daad ging, maar er stond wel een vluchtauto klaar, dus zo impulsief zal het niet geweest zijn.
De aanhoudende agressie in de gevangenis van Merksplas
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 11 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De agressie in gevangenis Merksplas escaleerde door herhaalde incidenten met geïnterneerden (o.a. fysieke aanvallen op bewakers op 23 en 25 oktober), wat leidde tot een staking op 12 november en een toename van 19 kritieke incidenten dit jaar, vooral door psychiatrische problematiek. Minister Van Tigchelt bevestigde dat geïnterneerden (1.000+ in België) verantwoordelijk zijn voor een derde van alle agressiegevallen, maar benadrukte dat zij niet in gevangenissen thuishoren en gespecialiseerde zorg nodig hebben. Dillen vraagt om verduidelijking over de ernst van de 19 incidenten en wijst op het ontbreken van aandacht voor staatlozen in eerdere evaluaties. De kern: structureel falend beleid voor geïnterneerden en acute veiligheidsrisico’s voor bewakers.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, in de penitentiaire instelling van Merksplas, waar 426 gedetineerden en geïnterneerden opgesloten zitten, gingen op 12 november niet de normale 70, maar slechts 6 bewakers aan de slag. Om de veiligheid te garanderen stond ook de directie op de werkvloer, samen met 54 opgetrommelde politieagenten.
Wat was de reden hiervoor? Dat waren nieuwe gevallen van agressie tegenover de cipiers, wat begrijpelijkerwijs de druppel te veel was. Net als in andere gevangenissen gaat het personeel in Merksplas dagelijks met stress en angst aan het werk. Eerder dit jaar was er al een spontane staking in Merksplas nadat enkele cipiers het ziekenhuis waren ingeslagen.
Jammer genoeg vormt de gevangenis van Merksplas geen uitzondering. Hoe gevaarlijk het werk van een gevangenisbewaker in dit land wel is, werd de dag voordien ook aangetoond in de penitentiaire instelling van Beveren, waarover ik straks ook vragen heb. Twee dagen na elkaar waren er dus zware vormen van agressie.
Mijnheer de minister, kunt u wat meer toelichting geven bij het geval van agressie in de gevangenis van Merksplas dat de aanleiding was voor de cipiersstaking? Kunt u ons informeren over alle voorgaande gevallen van agressie? Hoeveel gedetineerden waren betrokken bij het incident van 12 november? Welke gevolgen werden er gegeven aan die agressie? Werd er een strafrechtelijk onderzoek geopend?
Paul Van Tigchelt:
Op 23 en op 25 oktober werd de gevangenis van Merksplas geconfronteerd met incidenten van agressie ten aanzien van personeel veroorzaakt door geïnterneerden. Op 23 oktober kreeg een beambte een slag in het gezicht van een geïnterneerde toen de beambte wilde tussenbeide komen bij een schermutseling tijdens de etensbedeling. Op 25 oktober waren er twee incidenten waarbij in totaal drie geïnterneerden betrokken waren. Bij dat eerste incident op 25 oktober was een geïnterneerde betrokken. Hierbij was er geen sprake van fysieke agressie tegen ons personeel. Bij het tweede incident waren twee geïnterneerden betrokken, waarbij één van hen een slag heeft gegeven in het gezicht van een beambte. Een andere beambte raakte gekwetst door die geïnterneerde tijdens de overmeestering. Hiervan werd telkens melding gemaakt bij het parket en er werd uiteraard ook een interne procedure opgestart. Deze incidenten, collega, waren de directe aanleiding voor de staking van 12 november.
Ons aanvoelen wordt ook bevestigd door de cijfers: er is inderdaad een toename van agressie in de gevangenis van Merksplas. Tussen 1 januari en 25 november van dit jaar waren er in totaal 19 kritieke incidenten. Gedragsproblemen en agressie zijn uiteraard een belangrijk aandachtspunt. De toename van de agressie in de gevangenis van Merksplas is blijkbaar vooral te wijten aan – u hebt het bijna expliciet al aangegeven – het hoge aantal geïnterneerden en gedetineerden met een psychiatrische problematiek. In de gevangenis van Merksplas zitten immers veel geïnterneerden en dat is, zoals blijkt uit de feiten, een groep die vaker onvoorspelbaar gedrag stelt.
In het algemeen zien we vooral een toename van agressie in de gevangenissen waar geïnterneerden verblijven, zoals dus de gevangenis van Merksplas. Cijfers tonen immers aan dat de geïnterneerden – momenteel meer dan 1.000 in onze gevangenissen – zorgen voor een derde van alle agressiegevallen. Geïnterneerden, dat weten we, horen echter eigenlijk niet thuis in de gevangenis. Zij hebben aangepaste zorg nodig.
Het is inderdaad binnen die marges en rond die aspecten dat de administratie een beleid voert. De deugdelijke oplossing bestaat er natuurlijk in om die geïnterneerden onder te brengen in etablissementen waar ze wel de juiste zorg kunnen krijgen.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. We kennen de problematiek van de geïnterneerden. Dat is vanmorgen nog zeer uitvoerig aan bod gekomen. U zei dat de agressie in Merksplas zeer sterk is toegenomen. U had het over 19 kritieke incidenten. Wat moet ik mij daarbij voorstellen? Kan ik daaruit afleiden dat er nog andere incidenten zijn? Mijnheer de voorzitter, ik heb nog een opmerking. Het punt van de staatlozen is niet aan bod gekomen in dat evaluatieverslag van de familierechtbank, dat vorige week in deze commissie is besproken.
De zware agressie door een beruchte Tsjetsjeense gedetineerde in de gevangenis van Beveren
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 11 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een Tsjetsjeense gedetineerde met een gewelddadig verleden verwondde op 11 november 2024 in Beveren twee cipiers (één met messteken in de nek), die fysiek en mentaal getraumatiseerd raakten maar niet levensbedreigend gewond. Het parket opende een strafonderzoek, de dader—bekend om herhaalde agressie tegen bewakers—werd overgeplaatst en onder strikte, multidisciplinaire maatregelen geplaatst, waarvan details om veiligheidsredenen niet worden prijsgegeven. Marijke Dillen benadrukt de onaanvaardbare risico’s voor cipiers en hoopt op een definitieve, veilige opsluiting van de geweldenaar. Minister Van Tigchelt bevestigt de ernst maar wijst op lopende opvang (POBOS) en juridische stappen, zonder concrete preventieve oplossingen te beloven.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, ik had het daarnet over het incident in Merksplas op 12 november. Een dag eerder, op 11 november, was er een zwaar incident in de penitentiaire instelling van Beveren. Dat toont opnieuw pijnlijk aan hoe gevaarlijk het werk van de gevangenisbewakers is.
Een Tsjetsjeense gedetineerde verwondde in de instelling van Beveren enkele cipiers en een van hen moest met messteken in de nek naar het ziekenhuis worden overgebracht. De gevangene was niet aan zijn proefstuk toe. De Tsjetsjeen kreeg eerder al zes jaar cel voor een brutale aanval op drie cipiers in de Brugse gevangenis. Daarnaast sloeg hij blijkbaar ook al een medegedetineerde in elkaar in de gevangenis van Beveren.
Ook dit was een zware vorm van agressie tegen de cipiers binnen de gevangenismuren. Ik krijg ook hierover graag wat meer toelichting. Hoeveel cipiers werden er hierbij gewond? Wat is hun gezondheidstoestand nu? Ik hoop alleszins dat de man die naar het ziekenhuis moest worden gebracht aan de beterhand is.
Werd er een strafonderzoek geopend lastens de Tsjetsjeense gedetineerde? Wat is daarvan de stand van zaken? De dader in kwestie was niet aan zijn proefstuk toe, integendeel. Op regelmatige basis worden cipiers door hem bedreigd en aangevallen. Het is meer dan genoeg geweest. Welke maatregelen of speciale regimes zullen er worden voorzien om ervoor te zorgen dat die geweldenaar eindelijk wordt gestopt?
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de voorzitter, wat in de pers werd geschreven over deze zaak, is grosso modo correct. Ik heb daarin geen grove onwaarheden gezien.
Op maandag 11 november 2024 werden twee penitentiaire beambten in de gevangenis van Beveren gewond. Zij konden dezelfde dag nog het ziekenhuis verlaten en verkeerden nooit in levensgevaar, wat niet wegneemt dat de feiten natuurlijk ernstig waren. Gezien de omstandigheden stellen zij het momenteel behoorlijk goed. Ze hebben wel nog fysieke klachten en – en dat zal niet verbazen – kampen vooral nog met de mentale gevolgen van wat daar is gebeurd, en wat uiteraard onaanvaardbaar was.
De beide beambten werden in eerste instantie opgevangen door het lokale opvangteam van de gevangenis en werden doorverwezen naar POBOS, de gespecialiseerde instelling voor psychologische begeleiding. Ze worden van nabij opgevolgd.
De beambten die gewond werden bij de overmeestering van de gedetineerde, liepen lichte verwondingen op en waren niet arbeidsongeschikt. Ook zij kregen ondersteuning van het interne opvangteam.
Zoals bij elk incident van agressie werd het parket in kennis gesteld. Het parket heeft een onderzoeksrechter gevorderd en die heeft de gedetineerde ondertussen aangehouden. De gedetineerde is inderdaad een man met een problematische voorgeschiedenis in verschillende gevangenissen en dan druk ik mij eufemistisch uit. De gedetineerde werd ondertussen overgeplaatst naar een andere gevangenis en de omkadering wordt daar multidisciplinair uitgewerkt en opgevolgd. Het gevangeniswezen heeft mij gevraagd om niet in detail in te gaan op wat daarmee wordt bedoeld, omwille van de veiligheid van het gevangenispersoneel.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting. Ik begrijp dat u er niet gedetailleerd op kunt ingaan. De veiligheid van de cipiers en van alle gevangenispersoneel is daarvoor veel te belangrijk, maar het blijft wel bizar. Die man heeft echt een geschiedenis die aangeeft dat nieuwe gevallen van agressie mogelijk zijn. Ik hoop dat hij op dit ogenblik in een zodanig beveiligde omgeving zit dat dit niet meer voor herhaling vatbaar is.
De situatie in de gevangenis van Bergen
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 11 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Mons kampt met 38% overbevolking (416 gedetineerden vs. 301 plaatsen) en verouderde, onhygiënische infrastructuur (19e-eeuws gebouw met vocht, schimmels en bedwantsen). Minister Van Tigchelt bevestigt maatregelen zoals gedwongen verdeling van gedetineerden, bijna volle personeelsbezetting (211/217 ETP, +11 gepland) en doorlopende transfers, maar een nieuwe gevangenis (300 plaatsen) staat pas in Masterplan III-bis (goedgekeurd maart 2024)—locatie-onderzoek loopt nog. Thiébaut blijft bezorgd over de acute spanningen door overbevolking en erbarmelijke omstandigheden.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, les informations qui me proviennent de la prison de Mons sont alarmantes. La surpopulation atteint des niveaux records, mettant une pression insoutenable sur le personnel et les détenus.
Bien que cette situation ne soit pas propre à Mons, les chiffres qui m’ont été transmis sont tout de même interpellants.
On dénombre aujourd’hui au total 416 détenus hommes/femmes confondus à la prison de Mons, alors que le nombre de places prévues par l’administration centrale y est de 301 personnes (274 hommes et 27 femmes)! Cela représente un taux de surpopulation de 38 %, bien supérieur aux limites fixées par l’arrêté pris par le Bourgmestre de Mons en avril de cette année qui fixait ce taux à 25 %.
L’état de vétusté de la prison de Mons aggrave encore la situation. Le bâtiment – construit au 19ème siècle – est dans un état lamentable: l’humidité, les champignons et les punaises de lit y prolifèrent. C’est un problème que j’ai maintes fois dénoncé.
Dès lors, voici mes questions monsieur le ministre. Outre les mesures évoquées dans la presse qui parle d'une suspension massive des billets d'écrou, pourriez-vous me détailler les mesures prises ou que vous comptez prendre pour réduire la surpopulation à Mons? Des renforts sont-ils prévus pour soulager le personnel et les détenus? Des transferts de détenus sont-ils envisagés?
Concernant la construction d'une nouvelle prison, pourriez-vous m’indiquer où en est le dossier? Des discussions avec le bourgmestre de Mons sont-elles toujours en cours? Ce projet est-il toujours d’actualité?
Paul Van Tigchelt:
Cher collègue, votre première question concerne les mesures globales qui ont été prises pour réduire la surpopulation qui est présente dans presque tous les établissements pénitentiaires.
J'ai expliqué précédemment les mesures que nous avons prises pour faire baisser cette surpopulation et pour, ensuite, répartir au mieux la population carcérale dans toutes les prisons. Ces mesures auront des effets bénéfiques à Mons comme ailleurs.
Pour ce qui est de votre deuxième question relative au personnel, de réels efforts sont entrepris à Mons et dans les autres prisons en ce qui concerne le personnel de surveillance. Ainsi, le cadre pour le personnel de surveillance à la prison de Mons est de 217 équivalents temps plein (ETP). Actuellement, le remplissage du cadre atteint 97 %, soit 211 ETP. Afin de compléter le cadre et d'anticiper les futurs départs, 11 personnes doivent encore entrer en service dans un avenir proche.
Nous avons donc investi, au cours de cette législature, dans du personnel supplémentaire pour nos prisons. Nous avons eu une croissance de plus de 1 000 personnes réparties dans nos prisons.
Votre troisième question concerne la possibilité de transferts de détenus.
Comme je viens de le dire, des transferts entre établissements se font en permanence pour équilibrer au mieux la population présente.
Pour répondre à votre quatrième question, je confirme que la prison actuelle de Mons est obsolète. C'est pourquoi la construction d'un nouvel établissement est reprise dans le Masterplan III bis qui a été validé par le Conseil des ministres le 25 mars 2024. Celui-ci prévoit que la Régie des Bâtiments sera chargée de rechercher un nouvel emplacement adéquat pour remplacer l'installation actuelle. Ce nouvel établissement pourra accueillir 300 détenus. Je vous renvoie vers mon collègue en charge de la Régie des Bâtiments pour plus d'informations à ce sujet.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour cette réponse assez complète. Je poserai une question sur la prison de Mons au secrétaire d'État Mathieu Michel dans la foulée de cette commission. Vous me donnez de bonnes nouvelles au sujet du personnel, car le remplissage du cadre n'a pas toujours été aussi clair ces dernières années. Par contre, nous en sommes à pratiquement 38 % de surpopulation, et la tension générée devient très problématique dans cet établissement, qui est en outre en très mauvais état.
De staking in de Brusselse gevangenissen van Haren en Sint-Gillis
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 11 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Gevangenispersoneel in Brussel staakte voor betere arbeidsomstandigheden (onderbemanning, hoge werkdruk, agressie) en eist structurele oplossingen zoals extra personeel en een nieuwe vleugel in Sint-Gillis. Minister Van Tigchelt erkent de problemen, bevestigt lopende wervingsacties (inclusief gerichte procedures voor Brussel) en overweegt de vleugeluitbreiding, maar benadrukt budgettaire en personeelsbeperkingen. Overbevolking wordt aangepakt via landelijke spreiding van gedetineerden—niet systematisch naar Vlaanderen—op basis van beschikbare capaciteit. Overleg met vakbonden vond plaats, maar voorkwam de staking niet; verdere discussies volgen.
Sophie De Wit:
Geachte heer minister,
Op zondagavond 24 november om 22u werd er in de gevangenissen van Haren en Sint-Gillis in Brussel een staking uitgeroepen tot maandagavond 22u. Een vervolgstaking of een verlenging behoren ook tot de mogelijkheid. De staking is een vakbondsinitiatief en heeft tot doel om betere werkomstandigheden te verkrijgen voor het gevangenispersoneel. Volgens de ACOD is de staking vooral een gevolg van een “chronisch gebrek aan personeel, een te hoge werkdruk en een gebrek aan ondersteuning en respect ten aanzien van het gevangenispersoneel”, aldus een afgevaardigde.
De deelnemende vakbonden eisen onder meer een dringende opvulling van het personeelskader in de gevangenissen en een verlaging van de werklast voor de cipiers en het gevangenispersoneel. Gelet op de talrijke incidenten in de gevangenis van Haren – sinds de opening al drie gevallen van agressie tegen cipiers, drie sterfgevallen en twee celbranden – vraagt men tevens een sterk signaal tegen agressie van gedetineerden ten opzichte van het gevangenispersoneel.
Ik had u graag de volgende vragen gesteld.
- Wat is uw reactie op deze staking? Is er overleg gepland met de vakbonden van de desbetreffende faciliteiten?
- Kan u bevestigen dat het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (DG EPI) recent heeft beslist dat nieuwe gedetineerden naar Vlaamse gevangenissen moeten worden overgebracht omdat de Brusselse gevangenissen overvol zitten? Zo ja, werden de Vlaamse gevangenissen hiervan op de hoogte gebracht?
- Is het openen van een extra gevangenisvleugel in de gevangenis van Sint-Gillis, zoals gevraagd wordt door de vakbonden, een optie?
- In welke mate wordt het personeelskader in de gevangenissen al dan niet ingevuld? Wordt hiervoor aan een oplossing gewerkt?
Bedankt voor uw antwoorden.
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw De Wit, u vroeg vooreerst naar mijn reactie op de staking in de Brusselse gevangenissen. Personeelsleden hebben het recht om te staken. Wie ben ik om dat recht te beknotten? Ik heb begrip voor de beweegredenen van de personeelsleden. Bij elke stakingsaanzegging vindt er binnen de zeven dagen overleg met de vakbonden plaats. Dat is ook hier het geval geweest, maar dat heeft de staking niet kunnen voorkomen.
Uw tweede vraag ging over het feit dat nieuwe gedetineerden naar Vlaamse gevangenissen zouden moeten worden overgebracht. Om de overbevolking beheersbaar te houden, wordt volop ingezet op een betere spreiding van gedetineerden. Dat was in het verleden niet altijd het geval. Die spreiding gebeurt niet in de richting van één specifieke regio, maar naar alle gevangenissen op basis van hun capaciteit. Het is dus niet zo dat er systematisch van Brusselse naar Vlaamse gevangenissen zou worden getransfereerd.
Een dergelijke spreiding gebeurt ook in de Brusselse gevangenissen. Gevangenen uit Brussel die kunnen worden overgeplaatst, gaan naar gevangenissen waar de overbevolking op het moment van de overplaatsing lager is. Het is wel een feit dat de toestroom van nieuwe gedetineerden in Antwerpen en Brussel groot is.
De opening van de extra gevangenisvleugel in de gevangenis van Sint-Gillis is zeker een optie, mevrouw De Wit, maar dat vereist – dat zal u niet verbazen – extra budget en extra personeel.
In welke mate is het personeelskader in de gevangenissen al dan niet ingevuld? Wordt hiervoor aan een oplossing gewerkt? Ook dat komt verschillende keren aan bod, ook vandaag. In het verleden en tot vandaag werden er acties ondernomen om extra personeel aan te werven. Dat blijft een uitdaging. Momenteel lopen er heel wat selectieprocedures om extra personeel aan te werven. Er is ook een specifieke procedure voor de Brusselse gevangenissen. We blijven inzetten op employer branding en zijn aanwezig op tal van jobbeurzen, scholen en infomomenten, om zo veel mogelijk mensen te bereiken en warm te maken om deel te nemen aan de selectieproeven.
Sophie De Wit:
Mijnheer de minister, dit thema zal de komende weken nog heel dikwijls aan bod komen. Het debat werd deze ochtend al ingezet en er komt nog een vervolg. Ik wil u alvast bedanken voor uw antwoord.
De bouw van een nieuwe gevangenis in Bergen
Gesteld door
Gesteld aan
Mathieu Michel
op 11 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De geplande nieuwe gevangenis in Mons (300 plaatsen) blijft in het masterplan, maar de Régie des Bâtiments zoekt nog naar een geschikt terrein van 8 ha (budget: €4 miljoen) buiten het oorspronkelijke gebied, na mislukte onderhandelingen met de stad. Concrete plannen of ontwerpen bestaan nog niet, en de justitiële behoeften zijn nog niet definitief—het dossier komt pas in de ministerraad na stabilisatie hiervan, met terreinaankoop hopelijk in 2025 en realisatie in de volgende legislatuur. Thiébaut benadrukt de urgentie en is tevreden met het toegekende budget, maar blijft waakzaam voor vertragingen, vooral gezien de politieke onzekerheid (regeringsvorming in 2025). Het project hangt af van samenwerking met Mons, justitiële prioriteiten en toekomstige politieke wil.
Éric Thiébaut:
Monsieur le secrétaire d'État, la construction d'une nouvelle prison à Mons a déjà fait l'objet de beaucoup d'annonces, notamment de votre part. Vous vous souviendrez de votre visite sur le terrain voici quelques années. On avait également annoncé le dégagement d'un budget pour la construction de cette prison.
Si je vous interpelle à nouveau aujourd'hui, c'est parce que le ministre de la Justice, que j'ai interrogé à l'instant à ce sujet, m'a renvoyé vers vous et m'a confirmé que la Régie des Bâtiments avait bien reçu pour mission de chercher un nouvel emplacement pour remplacer la prison actuelle.
Le ministre indiquait récemment que le nouvel établissement accueillerait normalement 300 détenus.
Monsieur le secrétaire d'État, je sais que nous sommes en période d'affaires courantes. Néanmoins, il est primordial que des garanties soient données et que les engagements soient respectés par le futur gouvernement.
Confirmez-vous que ce dossier sera bien maintenu dans le masterplan par votre successeur? Où en est la Régie des Bâtiments dans sa mission de trouver un emplacement pour remplacer la prison actuelle de Mons? Pourriez-vous nous donner des précisions sur les caractéristiques envisagées pour cette future prison? Des plans ou des esquisses existent-ils déjà? À quand peut-on s'attendre à voir un dossier détaillé présenté au Conseil des ministres?
Mathieu Michel:
Monsieur Thiébaut, je vous remercie pour votre question. Actuellement, la Régie des Bâtiments est en phase de prospection pour acquérir un terrain suffisamment grand – 8 hectares – pour y construire la nouvelle prison à Mons. Un budget de 4 millions d'euros est d'ailleurs consacré à ce projet pour l'acquisition du terrain.
Plusieurs propositions ont déjà été discutées avec les services de la ville de Mons mais aucune d'entre elles ne s'est avérée satisfaisante pour les deux parties. Les services de la Régie des Bâtiments continuent donc les recherches en collaboration avec la ville de Mons. Il semblerait qu'on doive chercher un peu plus loin que le périmètre initial.
Ce projet n'en est encore qu'à ses débuts. Il n'y a donc pas de plan. En outre, les plans pour ce type de dossier aussi sensible sont confidentiels ainsi que les caractéristiques de l'enceinte. Enfin, nous espérons faire l'acquisition d'un terrain en 2025, idéalement. Pour ce faire, il ne faut pas passer en Conseil des ministres sauf si le gouvernement est en affaires courantes. J'espère quand même que nous aurons un gouvernement en 2025, monsieur Thiébaut! Le dossier DBFM sera présenté au Conseil des ministres après réception des besoins de la Justice, quand ils seront stabilisés. Pour votre information, les besoins ne sont pas encore stabilisés au niveau de la Justice. C'est donc une affaire à suivre mais j'aimerais bien que ce dossier puisse aboutir au cours de la prochaine législature.
Éric Thiébaut:
Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour ces éclaircissements. Je suis déjà rassuré par le fait qu’un budget est prévu pour l’acquisition d’un terrain. C’est un premier pas. C’est une information dont je ne disposais pas encore.
Pour le reste, je serai attentif à l’évolution de ce dossier. J'espère que le futur gouvernement, qui arrivera sans doute en 2025, sera aussi sensible que moi à cette problématique. Franchement, à Mons, il est vraiment temps qu’il y ait une nouvelle prison.
Voorzitter:
Aan de orde is vraag nr. 56001355C van de heer Bihet. Hij is nog steeds niet aanwezig.
De overbevolkte gevangenissen
De staking in de gevangenis te Marche-en-Famenne
De overbevolkte gevangenissen
De opschorting van de verzending van gevangenisbriefjes
Gevangenisoverbevolking, stakingen, briefjesverzending opschorting
Gesteld door
VB
Marijke Dillen
Les Engagés
Benoît Lutgen
CD&V
Steven Matheï
MR
Catherine Delcourt
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 21 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De kritiek op overbevolkte gevangenissen (12.777 detineerden vs. 11.000 plaatsen) en tijdelijke opschorting van straffen onder 5 jaar (behalve voor zware misdrijven) dominen de discussie: oppositie noemt dit "straffeloosheid" en een veiligheidsrisico, terwijl minister Van Tigchelt het een noodmaatregel noemt om drukte te verlichten, met structurele oplossingen (1.200 nieuwe plaatsen, detentiehuizen, terugkeer illegale detineerden) op langere termijn. Gebrek aan capaciteit, geïnterneerden (1.000+), en lange preventieve hechtenis verergeren de crisis, met slechte werkomstandigheden voor cipiers (bv. Marche-en-Famenne) als direct gevolg. Alternatieven (huur buitenlandse capaciteit, versnelde repatriëring, alternatieve straffen) blijven onderbelicht of geblokkeerd.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, uw beweerde straffe justitie heeft de voorbije week geen al te goede beurt gemaakt, integendeel, met de beruchte cannabisboer die in een zwaar drugsdossier vrijuit gaat omdat de redelijke termijn is overschreden en waarbij justitie waarschijnlijk de in beslag genomen 2,4 miljoen euro moet terugbetalen, met een pedofiele BV die gedurende jaren gruwelijke beelden van kindermisbruik verspreidde en extreme fantasieën had over het misbruik en de mishandeling van kinderen, maar tegen wie het openbaar ministerie slechts een jaar effectieve gevangenisstraf vordert, en nu met uw richtlijn om geen nieuwe oproepingsbrieven meer te sturen naar gedetineerden die veroordeeld zijn tot celstraffen onder de vijf jaar. Men moet in dit land al heel wat uitsteken om te worden veroordeeld tot vijf jaar effectieve gevangenisstraf.
Uw richtlijn geldt niet voor alle veroordeelden. Ze geldt niet voor veroordelingen wegens terrorisme, intrafamiliaal geweld, kindermisbruik enzovoort, maar een drugsdealer of een wapenhandelaar die is veroordeeld tot vier jaar, zal voorlopig – hoelang zal dat duren – niet naar de gevangenis moeten gaan. Dat is ongezien! Op deze wijze komt de veiligheid van de samenleving in het gedrang. Dit is geen oplossing voor de problematiek van de overbevolking, die vandaag opnieuw een hoogtepunt kent met ongeveer 12.700 gedetineerden, als ik juist ben ingelicht, terwijl er slechts plaats is voor 11.000, met ook nog eens 200 grondslapers.
Mijnheer de minister, wij betwisten niet dat de overbevolking onaanvaardbaar is en de veiligheid en werkomstandigheden van de cipiers in het gedrang brengt, maar in plaats van die problematiek structureel aan te pakken, neemt u maatregelen die de straffeloosheid doen toenemen. Wat zult u bij hoogdringendheid doen om deze waanzin te stoppen en ervoor te zorgen dat alle straffen effectief worden uitgevoerd?
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, la Belgique est championne en matière de surpopulation carcérale. C'est un titre peu envié. Cette surpopulation a des conséquences graves pour les gardiens et gardiennes de prison. Certains ou certaines partent travailler la peur au ventre.
Cette surpopulation existe partout et les incidents, que ce soit à Andenne ou à Marche-en-Famenne en particulier ces derniers jours, sont particulièrement marquants pour les gardiens. Trois gardiens sont hospitalisés et plusieurs sont en incapacité de travail. Sur les deux cents agents pénitentiaires de Marche, soixante sont aujourd'hui en maladie ou en incapacité de travail. La situation ne fait qu'empirer dans cette prison.
Monsieur le ministre, quelles actions allez-vous mener spécifiquement par rapport à la prison de Marche et plus globalement par rapport à cette surpopulation carcérale?
Ce matin s'est tenue une réunion de concertation entre les gardiens, les syndicats et la direction. Cette dernière, ou plutôt l'équipe qui fait fonction de direction pour le moment, doit d'ailleurs faire l'objet d'un renouvellement. Quels sont les résultats de cette rencontre? Quelles actions allez-vous mener? Quel soutien allez-vous apporter en dédommagement et en suivi psychologique pour les agents pénitentiaires concernés?
La situation est d'autant plus dramatique que la prison de Marche a été montrée en exemple pour la réinsertion, l'aspect social et tout l'accompagnement. Aujourd'hui, ces projets sont mis de côté. Pour vous donner un exemple très concret, les pauses qui doivent normalement se faire à trente-quatre agents se font aujourd'hui à seize ou dix-sept agents. C'est la moitié du personnel. La tension est de plus en plus forte et impacte de façon extrêmement importante d'abord les agents bien sûr, mais également les détenus.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, er zitten 12.777 gevangenen in onze gevangenissen. Dat is een triest hoogtepunt in België. We zouden bijna heimwee krijgen naar de situatie van zes maanden geleden, toen we de magische kaap van 12.000 gevangenen dreigden te overschrijden. De laatste maanden komen er nog eens acht gevangenen per dag bij. Dat zijn de harde cijfers, hoewel de criminaliteitscijfers dalen.
De vraag is dan natuurlijk wat de oplossingen zijn. Uw oplossing bestaat erin om iedereen elke gevangenisstraf onder de vijf jaar niet meer te laten uitvoeren. Concreet wil dat zeggen dat iemand die een inbraak pleegt en daarvoor veroordeeld wordt tot vier jaar cel niet naar de gevangenis moet en vrij blijft. Dat wakkert het onveiligheidsgevoel natuurlijk sterk aan.
Onze oplossing is een en-enverhaal. Ze bestaat erin om ten eerste in te zetten op capaciteit. Mijnheer de minister, waar blijven de extra gevangenissen in Luik en Leopoldsburg? Waar blijven die extra FPC's in Waver en Aalst? Waar blijven die 15 aangekondigde detentiehuizen? Er zijn er op dit moment immers slechts twee gerealiseerd. Het lijkt alsof al die dossiers geblokkeerd zitten en geen vooruitgang kennen. Ondertussen moet de afgeleefde gevangenis van Sint-Gillis opnieuw een deel van de oplossing bieden voor de gedetineerden.
Daarnaast zijn er natuurlijk ook de geïnterneerden. Dat zijn er 1.000 en dat cijfer is verdubbeld in de afgelopen vijf jaar. Waar zijn de data en de plannen om samen met de minister van Volksgezondheid ook die problematiek aan te pakken? We hebben met het nieuwe Strafwetboek ook meer alternatieve straffen mogelijk gemaakt. Kunnen we daar niet meer op inzetten? Het is immers belangrijk dat mensen ook aan zichzelf blijven werken.
Mijnheer de minister, u hoort het: er zijn veel problemen en veel vragen, maar weinig actie. Wat ons betreft is het dan ook niet vijf voor, maar vijf na twaalf.
Catherine Delcourt:
Monsieur le ministre, la volonté d'exécuter les courtes peines était un signal fort vis-à-vis des victimes et pour l'effectivité des peines. Néanmoins, cette décision a été prise en dépit de la réalité du terrain dans les prisons, où la capacité est totalement insuffisante pour accueillir le nombre de détenus qui sont écroués. En conséquence, les conditions de travail des directions, des greffes et des agents pénitentiaires sont déplorables, et les conditions de détention indignes d'un État de droit. Celles-ci sont en outre contreproductives dans le cadre d'un projet de réinsertion.
Monsieur le ministre, on fait deux pas en avant, trois pas en arrière, puisque vous avez adressé une directive au parquet de Liège, notamment, en demandant que les billets d'écrou ne soient plus exécutés jusqu'au 26 novembre cette fois, pour essayer d'endiguer cette surpopulation qui est particulièrement importante à la prison de Lantin.
Avez-vous encore l'intention de prolonger cette mesure? Quels parquets sont-ils concernés par cette mesure? Combien de billets d'écrou votre décision concerne-t-elle en définitive?
Je voudrais enfin vous demander, monsieur le ministre, de faire preuve d'un peu de créativité. Quelles autres mesures envisagez-vous pour endiguer cette surpopulation carcérale?
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw Dillen, mijnheer Lutgen, mijnheer Matheï, mevrouw Delcourt, ik dank u voor het mee nadenken over het prangende vraagstuk van het plaatstekort in de gevangenissen. Straffen die rechters uitspreken, moeten immers effectief worden uitgevoerd. Het is anderzijds aan de politiek en de overheid om dat te laten gebeuren in aanvaardbare omstandigheden.
Collega’s, ik trap een open deur in, maar ik moet dat toch even doen. Het plaatstekort is geen nieuw probleem. Het zit nu op 15 %. Tien jaar geleden was dat nog 25 %. Het is een feit dat wij de voorbije legislatuur 1.200 nieuwe plaatsen hebben gecreëerd. Dat was echter niet genoeg, omdat de aangroei van gedetineerden nog groter is geweest. Het is een feit – ik herhaal het en het is hier ook aangehaald – dat er nog nooit zoveel mensen zijn opgesloten, namelijk 12.777 gedetineerden vandaag. Het waren er vorige week zelfs meer dan 12.800. Sinds 1 oktober 2024 alleen al zijn er 450 gedetineerden netto bij gekomen.
De vraag hoe dat komt, is een relevante vraag. Wie de ziekte wil bestrijden, moet immers de juiste diagnose stellen. De toename is deels te wijten aan het aantal veroordeelden in de Sky ECC-dossiers.
Nous constatons également que les détentions préventives deviennent de plus en plus longues. Dans nos prisons, 5 000 personnes sont actuellement en détention préventive. Par ailleurs, nous constatons que les juges deviennent de plus en plus fermes: plus de 50 % des détenus purgent leur peine du début à la fin.
Het zijn rechters die oordelen, veroordelen en straffen, mevrouw Dillen. Ik heb alle vertrouwen in hun oordeel ter zake, omdat ik geloof in de rechtsstaat.
Tegelijkertijd blijven onze gevangenissen een vergaarbak voor problemen van andere diensten, zoals de heer Matheï zei. Het gaat niet alleen om 1.000 geïnterneerden, maar ook om bijna 4.000 gedetineerden zonder verblijfsvergunning, mijnheer Matheï. Dat zijn mensen die niet in de gevangenis thuishoren, zeker niet als het gaat over geïnterneerden. Het is juist dat ik meer engagement van Volksgezondheid heb gevraagd. In het reguliere psychiatrische circuit moeten meer plaatsen worden gecreëerd.
Om die acute stijging op korte termijn op te vangen, heb ik inderdaad op 28 oktober – dat is niet toevallig, want de dag nadien is er de uitspraak in dat EncroChatdossier in Brussel gekomen – een instructie aan het openbaar ministerie gegeven. Luister goed alstublieft. Personen die tot een gevangenisstraf tot vijf jaar worden veroordeeld, maar die nog vrij zijn op het ogenblik van de veroordeling en die geen gevaar voor anderen vormen, moeten zich niet in de gevangenis aanbieden. De straf wordt wel degelijk uitgevoerd, maar later. Die instructie geldt voor alle parketten. De tijdelijke maatregel geldt dus niet voor gevangenen die in hechtenis zitten op het ogenblik van hun veroordeling en evenmin voor zedendelinquenten, terroristen en plegers van zware geweldfeiten en intrafamiliaal geweld.
Mag ik u erop wijzen, mijnheer Matheï, dat dit geen unicum is. Die maatregel werd in het verleden ook reeds door voorgangers van mij genomen. Ook Nederland nam volgens mijn informatie recent dergelijke maatregelen.
Il s’agit d’une mesure d’urgence temporaire qui vise à réduire la pression sur nos prisons et notre personnel pénitentiaire. En outre, nous avons développé une politique et nous avons pris des mesures pour résoudre de manière structurelle – ce qui est le vrai défi – le problème chronique du manque de places. Nous le savons et je l’admets, cela ne se fera pas du jour au lendemain. Par ailleurs, nous avons élaboré une vision claire avec un nouveau Code pénal, avec des maisons de détention et de transition.
Straffen op maat en vermijden van recidive staan daarin centraal en zijn de structurele oplossingen die worden uitgewerkt. Het uitvoeren van straffen onder de drie jaar is een essentieel onderdeel van die verandering. We nemen ook verschillende noodmaatregelen om op korte termijn de druk te verlichten, zoals het voorzien van een betere spreiding tussen alle gevangenissen en het terugsturen van illegale gedetineerden naar hun land van herkomst. Marokko neemt voor de eerste keer sinds 2017 zijn onderdanen terug en we hebben dat tempo opgedreven. We gaan binnenkort naar de ministerraad met een dossier voor containerbouw om een contract toe te laten voor 600 extra (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer de minister. De klok is onverbiddelijk, ook voor de collega’s, die één minuut repliektijd krijgen.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, uw antwoord overtuigt me allerminst. Deze overbevolking heeft oorzaken, want al decennialang wordt het gevangeniswezen zwaar verwaarloosd, werd er niet gewerkt aan meer capaciteit en werd te weinig geïnvesteerd in nieuwbouw en renovatie. Daarvoor draagt uw partij een verpletterende verantwoordelijkheid, maar ook de collega’s van cd&v en de socialisten, want zij hebben decennialang dit beleid mee bepaald.
Er zijn oplossingen. Huur gevangeniscapaciteit in het buitenland, mijnheer de minister. Investeer samen met uw collega van Volksgezondheid in meer gebouwen voor geïnterneerden en stuur vooral alle illegale en criminele vreemdelingen terug naar hun land van herkomst. Dan hebt u onmiddellijk 4.000 plaatsen. Indien die landen weigeren, koppel het dan aan het intrekken van ontwikkelingssamenwerking. Laat eindelijk uw tanden zien, want (…)
Voorzitter:
Ik had reeds gezegd dat ik onverbiddelijk zou zijn. En dus ben ik dat ook, mevrouw Dillen.
Benoît Lutgen:
Merci, monsieur le ministre. Vous n'avez répondu à aucune de mes questions: ni sur ce qui se passe à Marche-en-Famenne, ni sur la réunion de ce matin, ni sur les réponses que vous voulez apporter, ni sur les réponses de soutien aux agents pénitentiaires. Zéro réponse!
Vous avez par contre repris, il est vrai, le fait que nous détenions un record en matière de préventive, ce qui crée aussi des difficultés particulières dans nos prisons. La récidive est extrêmement élevée. Les réponses structurelles n'existent pas. Vous ne les avez même pas évoquées, pas plus que les réponses ponctuelles par rapport à ce qui se passe à Marche-en-Famenne.
J'irai moi-même, avec ma cheffe de groupe qui suit ce dossier depuis de nombreuses années, à la prison de Marche-en-Famenne rencontrer les syndicats et les agents. Croyez bien que nous maintiendrons la pression parce que cette situation est inacceptable pour les gardiens et les agents pénitentiaires. Nous voulons être à leurs côtés.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Er werd de afgelopen jaren ingezet op het uitvoeren van de kortere straffen en dat is mede de oorzaak van de overbevolking in de gevangenissen. Het is echter belangrijk om te onderstrepen dat het perverse effect daarvan is dat de straffen tot vijf jaar nu niet meer kunnen worden uitgevoerd. Dat is mede veroorzaakt door het niet genoeg werken aan de in- en uitstroom. Op het vlak van de capaciteit en de aanpak van geïnterneerden is er op het terrein te weinig vooruitgang geboekt en dat is uw verantwoordelijkheid.
Catherine Delcourt:
Monsieur le ministre, l'effectivité des peines, soit leur application, est quelque chose d'essentiel. Un large panel de peines doit être tenu à disposition du juge, mais celles-ci doivent toutes être exécutées – et elles doivent l'être dans de bonnes conditions. Ce que nous n'investissons pas dans les prisons, c'est ce que nous n'investissons pas dans la réinsertion, mais c'est ce que nous payerons sur le plan de la récidive. La surpopulation carcérale à l'heure actuelle est inacceptable. Toutes les mesures doivent être prises, mais certainement pas en s'orientant vers la non-exécution des peines. Des retransfèrements vers l'étranger, l'appel à des mesures alternatives, la création de maisons de détention, pour lesquelles nous savons combien il est difficile de trouver les bonnes implantations, constituent des outils qui doivent être nécessairement activés. Je vous remercie de vos réponses.
De overbrenging van gedetineerden door de Directie beveiliging (DAB) van de federale politie
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 13 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De DAB (Direction de la sécurisation) van de federale politie kampt met capaciteitsproblemen (tekort van 307 agenten, 22% van de bezetting), wat leidt tot mislukte gevangenentransfers en gerechtelijke vertragingen—zoals een niet-doorgegane rechtszaak in Brussel door herhaalde afwezigheid van een verdachte. Minister Verlinden bevestigt dat overbelasting (o.a. door nieuwe taken zoals nucleaire beveiliging, grote processen en medische transfers) en personeelstekort de kern zijn, maar wijst op recrutering (240 agenten in 2025) en betere planning met justitie en gevangenissen als oplossingen. Jadoul benadrukt dat dit systeemfalen ook rechtbanken platlegt, maar juicht de geplande maatregelen toe.
Pierre Jadoul:
Madame la ministre, en Belgique, la Direction de la sécurisation (DAB) de la police fédérale est notamment responsable d'assurer le transfèrement des détenus et la police des cours et tribunaux.
La DAB se compose, sauf erreur, d'une direction unique et centrale à Bruxelles qui chapeaute un ensemble d'unités déconcentrées. En ce qui concerne la police des cours et tribunaux, il y a 12 unités DAB, soit une par arrondissement judiciaire.
Le 31 octobre dernier, une juge du tribunal correctionnel de Bruxelles n'a eu d'autre choix que de prononcer l'irrecevabilité des poursuites à l'égard d'une personne accusée de vols du fait de l'absence à plusieurs reprises du prévenu qui n'a pas été transféré vers le tribunal par la DAB. Pour l'audience du 3 octobre, le parquet avait pourtant bien signalé par mail à la prison de Malines que le détenu devait "absolument être extrait" de la prison pour se présenter au tribunal. Rien n'y fit une fois encore.
La juge a donc fini par considérer que "les manquements successifs des services dûment mandatés par le ministère public en vue de l'extraction et du transfert du prévenu aux fins de comparaître devant le tribunal emportent clairement une violation irrémédiable des droits de la défense et du droit à un procès équitable".
La DAB de la police fédérale est donc en l'occurrence pointée du doigt pour des dysfonctionnements. Celle-ci répond que "dans le cas évoqué, il s'agit malheureusement d'un problème d'échange d'informations entre partenaires concernant la priorité donnée".
Madame la ministre, pouvez-vous faire le point et la clarté sur ces récents dysfonctionnements constatés au sein de la DAB? Quelles pistes d'amélioration envisagez-vous afin d'éviter ce type de problèmes? Le manque de personnel au sein de la DAB est souvent invoqué. Est-il toujours d'actualité? Le cas échéant, prendrez-vous certaines initiatives à cet égard?
Annelies Verlinden:
Cher collègue, la Direction de la sécurisation rencontre effectivement des problèmes d'ordre capacitaire. La reprise progressive des missions qui lui ont été légalement confiées est logiquement dépendante de son développement en moyens humains et matériels. Les perspectives de recrutement des agents de sécurisation n'ont pas encore permis de reprendre toutes les missions légalement confiées à la DAB. Depuis fin 2022, la DAB fait en outre face, en plus de nouvelles missions qui lui ont été confiées, à une augmentation significative de sa charge de travail, comme l'ouverture de la prison de Haren et l'allongement corrélatif des temps de parcours vers le palais de justice de Bruxelles ou la tenue de grands proc è s, comme ceux des attentats de Bruxelles, du dossier EncroChat et de Sky ECC qui ont mobilisé un très grand nombre d'agents durant de longues périodes au détriment des missions quotidiennes.
En outre, depuis janvier 2023, la prise en charge par la DAB de la sécurisation de sites nucléaires sensibles en Flandre a mobilisé de nombreux agents et le nombre de détenus a significativement augmenté dans le pays, requérant davantage de transferts. Enfin, la diminution du personnel médical disponible dans les prisons a également entraîné une hausse significative du nombre de transferts pour des visites médicales en dehors des prisons.
À l'heure actuelle, la capacité en personnel de la DAB est telle qu'elle doit faire des choix et mettre des priorités dans ses deux missions principales que sont le transf è rement des détenus et la police des cours et tribunaux. Pour assurer ces missions au mieux, la direction de la DAB multiplie les demandes de renfort auprès des corps d'intervention de la police fédérale et de la réserve fédérale. Un plan d'action axé sur l'adaptation du processus de sélection pour le profil d'agent de sécurisation a été élaboré et est en cours d'exécution. Des concertations périodiques ont lieu au sujet des mécanismes de renfort tandis que des discussions sont en cours afin d'améliorer le processus de planification avec l'ensemble des partenaires concernés, à savoir la magistrature ainsi que la Direction générale des établissements pénitentiaires.
Doter durablement la Direction de la sécurisation des moyens humains et matériels nécessaires pour assurer toutes ses missions constitue donc un point d'attention permanent.
En ce qui concerne la capacité de la DAB, celle-ci souffre à ce jour d'un manque de 307 agents de sécurisation, soit 22 % de l'effectif théorique prévu pour l'ensemble des missions de la DAB. Les premières mesures prises dans le cadre du plan d'action de recrutement montrent déjà leurs effets positifs, avec des classes d'aspirants bien plus remplies qu'au cours des deux dernières années. L'année prochaine, il est prévu de recruter 240 nouveaux agents de sécurisation afin d'augmenter substantiellement la capacité opérationnelle de la DAB. Cet effort, à l'instar de différentes initiatives prises en concertation avec les partenaires de la DAB en vue de parfaire le processus de travail, devra se poursuivre les années suivantes afin de pallier les flux sortants générés notamment par le processus statutaire de promotion sociale.
Pierre Jadoul:
Madame la ministre, je vous remercie pour ces réponses qui apportent des solutions partielles à ce problème. Pour avoir participé à une visite d'audience avant les élections fédérales du 9 juin, je puis témoigner avoir constaté que certaines juridictions et chambres au tribunal de première instance de Bruxelles et à la Cour d'appel de Bruxelles se trouvaient quasiment en chômage technique en raison de l'absence de plusieurs détenus. Cela constitue donc un enjeu majeur non seulement pour la DAB mais également pour le fonctionnement de la justice dans la foulée. Je me réjouis par conséquent de vous savoir attentive à cette question et j'ose espérer que les mesures prises produiront leurs effets.
De binnendringing in de gevangenis van Haren op zondag 27 oktober 2024
De gevangenis van Haren
De poging om de gevangenis van Haren binnen te dringen
Gevangenis van Haren, inbraakpoging op 27 oktober 2024
Gesteld door
Les Engagés
Jean-Luc Crucke
PS
Khalil Aouasti
DéFI
François De Smet
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om veiligheidsproblemen in de gevangenis van Haren, met name largages (drugs- en pakketleveringen via drones of andere middelen) en pogingen tot intrusie, die wijzen op structurele kwetsbaarheden. Minister Van Tigchelt benadrukt dat de incidenten direct werden opgemerkt en verijdeld, dat extra maatregelen (camera’s, rondes, alarmen, samenwerking met politie) al genomen zijn, en dat largages nu strafbaar zijn, maar erkent dat risico-zero onmogelijk is. Kritische parlementsleden vragen om versnelde versterking van bewaking, betere infrastructuur (bv. ontoegankelijke daken) en bescherming van gevangenispersoneel tegen druk en geweld, uit vrees voor escalatie (bv. wapenleveringen of ontsnappingen). Ze wijzen op ontwerpflessenhalzen in het gebouw en onveiligheidsgevoelens bij omwonenden, maar de minister stelt dat Haren’s modulaire opzet juist largages bemoeilijkt en dat technologische innovaties (bv. dronedetectie) verder worden onderzocht.
François De Smet:
Monsieur le ministre, le 23 octobre dernier, ici même, je vous interrogeais sur la situation préoccupante au sein de la prison de Haren. J'avais insisté sur le fait que les signaux alarmants de la part des membres du personnel faisaient craindre la possibilité d'incidents à court terme. Vos réponses avaient été généreuses et rassurantes en termes de recrutement d'agents pénitentiaires ou de formation des équipes d'intervention.
Or, moins de quatre jours plus tard, la presse s'est fait l'écho d'une tentative d'intrusion par quatre individus dans le but de récupérer un colis. Cette tentative a provoqué un certain émoi au sein de la prison, selon la presse.
Monsieur le ministre avez-vous sollicité un rapport précis sur cet incident? Les faits ont-ils été dûment établis? Cet incident est-il de nature à vous faire réagir plus rapidement pour renforcer les équipes d'intervention, en ce compris le matériel?
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre, à la mi-septembre, des vidéos circulaient sur internet montrant des détenus de la prison de Haren escalader les toits de l'établissement pénitentiaire pour récupérer de la drogue larguée depuis l'extérieur qui n'était pas arrivée à bon port, c'est-à-dire dans la cour intérieure, le préau. Il ne s'agissait donc pas à proprement parler de tentative d'évasion, mais de trafic.
Loin de moi l'intention de crier à la zone de non-droit comme on a pu le lire. Néanmoins, ces vidéos portent atteinte à l'image de la Justice et suscitent légitimement la méfiance de nos concitoyens.
Monsieur le ministre, quelles sont les mesures entreprises par votre département pour éviter de tels largages depuis l'extérieur et l'accès aux toits? Avez-vous eu des contacts avec votre collègue en charge de la Régie des Bâtiments afin de modifier les infrastructures pour éviter que cela se reproduise?
Au regard des sommes potentiellement en jeu pour les trafiquants, quelle protection est-elle offerte aux agents pénitentiaires qui pourraient être mis sous pression dans ce type de dossier?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, je ne répéterai pas les propos de mes collègues. Cependant, j'insisterai pour dire qu'au vu du modus operandi dont nous attendons de votre part confirmation, il semble très facile de rentrer dans cette prison. Quatre individus cagoulés, qui auraient a priori utilisé une échelle pour escalader ce qu'il y avait lieu d'escalader, se sont retrouvés dans le no man's land de la prison et ont pu en ressortir avec une facilité extrême.
En dehors des questions déjà posées, je me demande comment ce bâtiment a été construit. Quelle est la responsabilité de l'auteur de ce projet? Lui avait-on signalé qu'il devait dessiner un plan pour une prison? Que ce n'était peut-être pas la meilleure manière de considérer qu'on pouvait y entrer aussi facilement que le vent à travers certains bâtiments? À un moment donné, interpelle-t-on le concepteur de ce type d'établissement?
Par ailleurs, il y a l'environnement. Ainsi, certaines personnes habitant dans les environs de la prison se disent prises de panique ou ressentent un sentiment d'insécurité au point de devoir effectuer des travaux dans leur domicile pour éviter des intrusions domiciliaires. N'y a-t-il pas, l à aussi, une responsabilité indirecte qui doit être prise en charge?
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de voorzitter, ik ben daarnet misschien een beetje onbeleefd geweest, want ik heb de persoon naast mij niet voorgesteld. Het gaat om een student, derde bachelor rechten, die stage loopt bij een parlementslid. Zoals u weet, ben ik ook parlementslid. Hij is de toekomst en hij komt hier veel leren.
Chers collègues, j'essaie de vous apporter une réponse intégrée.
Tout d'abord, s'agissant de l'incident que vous évoquez, nous ne parlons pas en l'espèce d'un phénomène d'intrusion, mais bien d'un problème lié à une tentative de largage. Ensuite, et surtout, il est erroné d'affirmer que cela n'a pas été remarqué ou qu'il n'y a pas eu de réaction. Les faits ont été tout de suite repérés et signalés à la police et la réaction fut immédiate.
En ce qui concerne le phénomène de largage, vous êtes au courant que tous les pays, et ce n'est pas une excuse pour le nôtre, y sont confrontés. En Belgique comme ailleurs, les derniers établissements ont été conçus en tenant compte de ce risque. Auparavant, le largage se pratiquait avec des moyens assez artisanaux du type catapulte ou lance-pierre. Depuis quelques années, nous nous heurtons également à l'emploi de drones. Mais, dans tous les cas, ce problème n'est ni neuf ni propre à une prison ou un pays. Le largage avec des moyens artisanaux est souvent imprécis, en particulier à Haren qui, de par sa configuration en petites unités de vie indépendantes les unes des autres et bénéficiant chacune d'une enceinte spécifique, rend très difficile la possibilité de viser un point précis, d'autant que, là comme ailleurs, le gouvernement a veillé à ce que les images satellite des prisons soient retirées des programmes tels que Google Maps.
En résumé, des individus ont tenté un largage qui a atterri dans un no man's land. Ensuite, ils ont essayé de récupérer le colis lancé. Toutefois, comme je viens de le souligner, la zone concernée était en dehors du périmètre interne de la prison. Par ailleurs, comme le système vidéo garantissant la sécurité de l'établissement a très vite repéré les faits, l'alarme a été déclenchée et la police a été prévenue.
Plus généralement, la direction EPI est évidemment bien consciente du risque que représentent ces largages. Pour lutter contre ce phénomène, des mesures de sécurité particulières sont prises depuis longtemps, et ce dans toutes les prisons. La question qui se pose est de savoir si ces dispositions suffisent. Ainsi, les préaux sont intégralement inspectés avant chaque utilisation. Des rondes sont menées dans les enceintes extérieures des prisons et des caméras de surveillance filment tous les points sensibles.
Des codes d'alerte spécifiques existent pour que le personnel puisse agir rapidement en cas de largage. D'autres mesures existent aussi. Les procédures sont également régulièrement revues. Ainsi, il existe désormais des procédures spécifiques pour les signalements de drones. La population des prisons ou le manque éventuel de personnel n'ont pas d'incidence sur le respect de cette procédure de sécurité, qui reste partout prioritaire.
De même, cher collègue Crucke, ce n'est pas en rapport non plus – et c'est encore moins une défaillance – avec le régime de sécurité spécifique visant les chefs de la criminalité organisée. Ce système vise un nombre de détenus très restreint qui ne se trouvent pas uniquement à Haren et qui font l'objet d'autres mesures de surveillance très spécifiques pour lesquelles nous avons voté un cadre légal spécifique – en mai, si je ne me trompe pas.
Au final, peut-on améliorer les choses concernant les largages? Il faut toujours chercher des moyens pour améliorer la sécurité. L'administration s'y emploie, notamment en testant des systèmes liés aux drones ou encore en établissant avec les services de police locaux des procédures visant à une réaction la plus ciblée et rapide possible face à de tels phénomènes.
Je suis ouvert à chaque proposition ainsi qu'aux solutions techniques pour lutter contre le phénomène de l'usage de drogue et contre le phénomène de l'usage des gsm dans les cellules par des détenus, ce qui est interdit. Je suis ouvert à chaque proposition qui peut nous aider mais je souligne également que ce gouvernement a criminalisé le simple fait de lancer des objets au-dessus des murs des prisons. Auparavant, cela n'était pas susceptible de poursuites en tant que telles. Le risque zéro n'existe pas, particulièrement face à ce phénomène.
Vous le voyez, nous faisons tout ce qui est possible pour éviter au maximum ce risque, que ce soit à Haren ou dans les autres prisons. Nous continuerons en ce sens.
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je comprends que le degré de sécurité parfait est impossible.
En termes de trafic de stupéfiants, les sommes d'argent en jeu sont fort importantes. Dès lors, au-delà des mesures mécaniques et de surveillance mises en place, un soutien aux agents pénitentiaires sur lesquels des pressions peuvent être exercées pour amener de la drogue à l'intérieur pourrait exister. Il est important d'ajouter ces mesures de prévention à cela.
Je souhaite la bienvenue à votre stagiaire.
François De Smet:
Monsieur le ministre, comment ne pas être préoccupé par la recrudescence de ces incidents? J'entends vos réponses. Je ne dis pas non plus que Haren est une zone de non-droit mais je pense que c'est une prison qui commence à avoir des allures de gruyère et dont les murs ne font pas peur aux candidats livreurs de largages de toutes sortes.
Le fait d'entendre qu'il ne s'agit que de largages et pas encore d'intrusions n'est pas de nature à me rassurer! Que se passera-t-il si demain ce sont des armes qui sont livrées et que ce genre de largage réussit dans le but de participer par exemple à une évasion? N'attendons pas qu'un largage ou qu'une intrusion réussisse dans une prison qui n'est manifestement pas tout à fait pourvue en termes d'équipement et de personnel pour faire face à ce genre de menace.
Je pense à la sécurité des détenus mais aussi à celle du personnel. Le personnel demande clairement d'être mieux outillé pour faire face à des situations sécuritaires tendues avec des gilets pare-balles ou des bâtons télescopiques.
La dernière fois vous aviez dit que certaines choses étaient en cours. N'attendons pas qu'un incident plus grave se produise et accélérons le mouvement!
Jean-Luc Crucke:
Je vous remercie monsieur ministre. À l'intérieur des établissements pénitentiaires, en dehors des prisonniers, nous avons évidemment les gardiens. Nous pouvons évidemment imaginer l'insécurité dans laquelle eux-mêmes se trouvent face à de tels événements. Que nous soyons face à un phénomène de largage ou pas, ces phénomènes ne sont pas nouveaux. En connaissant l'ampleur de la criminalité actuelle, nous pouvons nous imaginer que ces paquets ne contiennent pas des bonbons! Vous nous dites que si nous avons des idées, vous êtes prêt à les mettre en pratique, mais je pense que nous n'en avons pas beaucoup plus que vous. Ce phénomène doit être analysé sur le plan scientifique et de manière structurelle car cela se reproduira.
De uitoefening van het stemrecht in de gevangenis
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om het ontbreken van gegevens over stemrechtuitvoering door gedetineerden, ondanks hun wettelijk recht hierop (behalve bij specifieke ontzegging). Minister Van Tigchelt bevestigt dat geen cijfers worden bijgehouden, wijst op praktische mogelijkheden (volmacht, verlof) maar benadrukt privacy- en bevoegdheidsbeperkingen, waarbij gedetineerden zelf verantwoordelijk zijn voor stemprocedures. Prévot kaart structurele tekortkomingen aan (informatiegebrek, administratieve hindernissen, zoals bevestigd door het CCSP-rapport van april 2024) en pleit voor betere monitoring, mogelijk via samenwerking met gewesten/gemeenschappen. De minister schuift de verantwoordelijkheid voor dataverzameling en reïntegratie expliciet naar de bevoegde entiteiten.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, au cours de la précédente législature, j’ai interrogé par deux fois votre prédécesseur M. Van Quickenborne au sujet du droit de vote des personnes détenues.
Mon point de départ était sans doute trop ambitieux : il s’agissait d’établir une sociologie électorale du microcosme carcéral (qui aurait par ailleurs pu intéresser les politologues et criminologues du royaume). Je m’étais contenté de demander l’effectivité du droit de vote des personnes détenues et j’étais surpris d’apprendre qu’il était impossible d’avoir une évaluation de l’expression démocratique de ce public-cible.
Je cite le ministre Van Quickenborne dans sa réponse à ma question écrite n°55-2-001403: "l’administration pénitentiaire n’enregistre aucune donnée (…) Je ne sais pas si un tel enregistrement serait vraiment nécessaire sachant que ce qui est certainement important, c’est que les détenues soient correctement informées de leur droit de vote et qu’ils disposent des informations nécessaires pour pouvoir exercer ce droit."
Depuis lors, un avis rendu le 29 avril 2024 par le Conseil central de surveillance pénitentiaire (CCSP) a mis en lumière les "défis et lacunes actuels dans l’exercice de ce droit fondamental pour les personnes en détention". Parmi les obstacles observés, il y a le manque d’information auprès des personnes incarcérées ainsi que les difficultés administratives. Les convocations électorales sont adressées au domicile qu’ils n’occupent plus ou à l’adresse de référence d’un CPAS.
Monsieur le ministre, trois élections législatives ont été organisées le 9 juin dernier: à l’instar de votre prédécesseur, me confirmez-vous qu’aucune donnée n’a été enregistrée sur l’effectivité du droit de vote des personnes détenues à travers le pays? Quelles informations disposez-vous à ce sujet? Pourrions-nous avoir votre retour sur l’avis rendu par le CCSP? Nonobstant la charge supplémentaire de travail pour le personnel pénitentiaire, un enregistrement des données pour le prochain scrutin électoral vous semble-t-il pertinent afin d’évaluer objectivement l’effectivité de l’expression démocratique des personnes détenues?
Je vous remercie pour vos réponses
Paul Van Tigchelt:
Monsieur Prévot, vous avez raison, aucune donnée n'est conservée sur le nombre de détenus ayant exercé leur droit de vote. Je ne dispose donc pas d'informations à ce sujet.
Les personnes privées de liberté par décision judiciaire ou administrative le jour du vote même sont considérées comme incapables de participer au vote. Toutefois, ce n'est pas le cas de la majorité des détenus qui peuvent participer au vote sauf si leur condamnation prévoit que ce droit leur est retiré. Pour cela, ils peuvent utiliser la procédure de vote par procuration.
L'administration pénitentiaire doit mettre à la disposition des détenus qui souhaitent voter par procuration le formulaire officiel de procuration et, le cas échéant, une attestation prouvant que le mandataire ne peut pas se rendre lui-même au bureau de vote. Les détenus ayant le droit de vote et qui bénéficient des modalités telles que la permission de sortie ou les congés pénitentiaires peuvent également voter eux-mêmes de cette manière. Les instructions sont communiquées clairement et en temps utile afin que les détenus puissent faire leur choix et prendre les mesures nécessaires.
Enfin, l'enregistrement de ces données dépasse les compétences de l'administration pénitentiaire et touche également à la vie privée du détenu. Le cas échéant, un système d'enregistrement pourrait être mis en place au niveau, me semble-t-il, des entités fédérées si elles le jugent opportun. Je rappelle que ce sont elles qui sont chargées de la réinsertion du détenu au sein de la société civile.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, je vous remercie. Comme je le disais dans ma question, ce n'est pas la première fois que j'interroge le ministre par rapport à cette thématique. Mon point de départ était peut-être un peu trop ambitieux puisque ma volonté était d'essayer d'établir une sociologie électorale du microcosme carcéral. Il n'y a aucune donnée aujourd'hui. Cela pose quelques questions qu'il serait peut-être bon de régler à d'autres niveaux de pouvoir, notamment avec les entités fédérées. Pour le surplus, j'entends vos réponses et je ne manquerai pas de revenir sur celles-ci. Pour ce qui est de l'exercice du droit démocratique dont on parle beaucoup pour l'instant, j'examinerai ce qu'il est prévu également pour ce public particulier.
De stand van zaken met betrekking tot gevangenisarbeid in België
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 23 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie gaat over arbeid in gevangenissen als middel voor resocialisatie: 5.200 van de 12.000 gedetineerden werken of volgen training, met lonen tussen €2–4/uur via *Cellmade* (34 ondernemings- en 25 productie-ateliers, zoals bakkerijen). Concurrentie met sociale werkplaatsen wordt besproken, maar samenwerking wordt gezocht. Geen data beschikbaar over werkherintegratie na detentie (bevoegdheid bij gewesten/gemeenschappen).
Hervé Cornillie:
Monsieur le président, monsieur le ministre, dans le cadre de la politique pénitentiaire que nous voulons humaine, l’État fédéral a notamment investi dans de nombreuses prisons. Récemment, plusieurs d’entre nous avons eu l’occasion de visiter celle de Leuze-en-Hainaut, qui fêtait ses dix ans, et de prendre conscience de l’évolution tant du projet que de cet univers particulier.
Nous avons notamment visité les ateliers où le travail pénitentiaire est permis. Il contribue effectivement à ce que le détenu puisse développer des aptitudes sociales, professionnelles, à occuper le temps de détention de manière plus intelligente, plus positive, constructive. L’idée derrière est bien sûr une réinsertion durable dans la société, quand le temps du retour à la société, à la liberté, est annoncé.
Le travail carcéral se compose principalement de tâches domestiques, car on ne peut pas faire tout ce qu’on veut en prison, compte tenu des circonstances. Outre le nettoyage des communs et la distribution des repas, il y a la fabrication de matériel pénitentiaire. De plus, des ateliers de production fonctionnent pour le compte d'entreprises tierces. Cellmade, la Régie du travail pénitentiaire du SPF Justice, cherche des clients pour différents types de produits. C'est sur cette troisième facette que je souhaite faire le point aujourd'hui.
Monsieur le ministre, quel est le taux de détenus qui ont aujourd'hui la capacité de travailler intra-muros, dans le cadre de nos prisons? J’ai pris le cas de Leuze-en-Hainaut, mais c'était le prétexte de cette question.
Combien d'ateliers pénitentiaires gérés par Cellmade existent-ils en Belgique, et dans quelles prisons?
Comment l'indemnisation de ce travail fonctionne-t-elle? Tout travail mérite salaire, mais on sait aussi que les circonstances sont tout à fait particulières.
Certains évoquent la potentielle situation de concurrence déloyale au regard du marché du travail classique, voire même par rapport à d’autres opérateurs de l’économie sociale comme les entreprises de travail adapté.
Quel bilan tirez-vous en termes de réintégration, sur le marché de l’emploi, en lien avec l'expérience acquise au sein de ces projets par le travail en prison?
Paul Van Tigchelt:
Monsieur le président, cher collègue, votre première question porte sur le taux de détenus qui ont la capacité de travailler. En moyenne, entre mi-2023 et mi-2024, 5 200 détenus sont chaque jour au travail ou en formation. C’est un taux assez élevé, sachant qu’on compte aujourd'hui plus de 12 000 détenus dans nos prisons. Je peux vous donner le détail, mais pour cela, je vous invite à me poser une question écrite.
Concernant votre deuxième question, Cellmade dispose d'ateliers entrepreneurs dans 34 établissements. En outre, elle a 25 ateliers de production; il s'agit, par exemple, d'ateliers de menuiserie, de boulangerie ou encore d'exploitation agricole. Je peux vous dire que le meilleur pain que j'ai jamais mangé venait de la prison de Hoogstraten. Étant fils d'un boulanger, je m'y connais bien en qualité de pain. Si vous souhaitez obtenir la liste complète des ateliers, je vous invite à me poser une question écrite.
S'agissant de votre troisième question, la règle générale détermine que les détenus sont gratifiés à la pièce sur la base d'une gratification horaire comprise entre 2,5 euros et 3 euros. Sur la base de leur rythme de travail, la gratification réelle sera généralement comprise entre 2 et 4 euros de l'heure.
Pour ce qui est de votre quatrième question, les entreprises de travail adapté et la Régie du travail pénitentiaire sont deux acteurs de l'économie sociale qui ont des objectifs d'intégration ou de réintégration sociale. Même si on parle ici de deux publics très différents, il est effectivement possible, comme vous le dites, que sur certains marchés, ces deux organismes soient en concurrence. Des réunions ont eu lieu entre les deux organismes afin qu'ils puissent mieux se connaître et débattre au sujet de leur réalité propre pour que chacun puisse agir en vue de cet objectif de réinsertion ou d'insertion dans le marché du travail.
Votre dernière question qui concerne le bilan (autrement dit, mesurer et savoir) est pertinente. À ma connaissance, aucune étude à ce sujet n'a été réalisée, mais le suivi post-pénitentiaire est une compétence des Communautés et Régions. Elles sont en principe les plus à même de vous répondre à ce sujet. Je n'ai donc pas de réponse à cette bonne question.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces éléments de réponse. J'espère qu'il ne me faudra pas commettre un délit pour manger le meilleur pain de Belgique. Je n'irai pas jusque-là. Je continuerai à creuser ces informations à travers les questions écrites. Vous avez raison de me tendre la perche vu le caractère statistique de ces informations. J'entends que des réunions sont tenues entre les deux départements. J'ai la faiblesse de penser qu'au plus on est à travailler dans ce pays, au mieux c'est pour tout le monde. Je ne vois pas directement le problème dans une forme de concurrence. Mais, en effet, on est face à des publics cibles avec des taux de rémunération particuliers. Si on peut lever les problèmes rencontrés sur le terrain par la collaboration et l'entente, autant le faire. Quant au suivi de la réintégration, cette directrice à Leuze se plaignait effectivement de l'incapacité de voir comment ce résultat se traduisait une fois le détenu libéré. Vous me dites qu'il s'agit d'une compétence communautaire. Je demanderai donc à un de mes collègues communautaires d'approfondir cette question pour avoir une vue d'ensemble sur celle-ci.
De zorgwekkende situatie in de gevangenis te Haren
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 23 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Haren kampt met structurele veiligheidsrisico’s door personeelstekort (1 agent op 34 gedetineerden, 150 vacatures), gebrek aan beschermingsmateriaal, onervaren bewakers en ontbrekende procedures voor interventieteams (SICAR), wat agressie en onveiligheid verergert. Minister Van Tigchelt bevestigt de problemen maar wijst op lopende oplossingen: 258 nieuwe aanwervingen (met gerichte campagne), versnelde opleidingen (3 francophone groepen vanaf november) en bestaande juridische kaders voor interventies, met focus op de-escalatie en proportioneel geweld. De SICAR-teams (28 leden, waarvan 24 opgeleid) volgen een gestandaardiseerd 5-fasenmodel, maar formele statuten en duidelijke procedures ontbreken nog, ondanks beloftes van een circulaire. De Smet blijft alarm slaan over acute risico’s en hoopt op snelle resultaten, ondanks de genomen maatregelen.
François De Smet:
Monsieur le ministre, il me revient par voie de presse, mais également à travers certains contacts, que la situation au sein de la prison de Haren s’avère préoccupante sur le plan de la sécurité des agents pénitentiaires, mais aussi en raison d'un manque de personnel et de procédure d'encadrement.
Outre que le ratio serait d’un seul agent affecté pour la surveillance de 34 détenus, à ce sous-effectif (150 agents manqueraient, selon les syndicats) s’ajoute le manque de matériel de protection et de sécurité pour ces agents, sans parler d’un absentéisme grandissant au sein du personnel pénitentiaire. Rappelons que la prison de Haren a déjà atteint sa capacité maximale, à tel point que, depuis le 15 août, les nouveaux écrous se font à la prison de Saint-Gilles – qui devrait pourtant fermer à la fin de l'année.
Par ailleurs, s'agissant de la formation du personnel, ce sont désormais le plus souvent de jeunes agents peu expérimentés qui sont confrontés aux détenus, avec les risques de dérives et d’insécurité que cela peut engendrer.
Enfin, les équipes d’intervention (dites SICAR) se plaignent de travailler sans procédure réglementaire ni statut spécifique; ce qui devrait faire l’objet à tout le moins d’une circulaire du SPF Justice. Il en résulte donc une situation tendue qui peut mener à une recrudescence d’agressions envers le personnel et à une dégradation générale du climat de sécurité au sein de l’établissement.
En conséquence, monsieur le ministre, avez-vous déjà pris connaissance de ce problème structurel d’insécurité au sein de la prison de Haren? Des efforts d’engagement et de formation du personnel seront-ils intensifiés? Comptez-vous prendre une initiative afin d’assurer un statut aux équipes d’intervention SICAR et d'élaborer un cadre légal pour les procédures d’interventions sans costumes?
Paul Van Tigchelt:
Monsieur De Smet, la problématique de la prison de Haren est connue et a encore été évoquée lors du débat d’actualité en commission de la Justice le 18 septembre, si mon souvenir est correct.
En un mois, la situation n’a forcément pas pu évoluer énormément mais je vous rappelle que je soulignais à cette occasion de nombreux recrutements à venir, avec pas moins de 258 personnes. J’annonçais qu’une campagne spécifique de recrutement serait effectuée pour cet établissement. Il y a là vraiment un déficit de personnel bien formé.
En ce qui concerne la formation, comme déjà expliqué aussi le 18 septembre, l’arriéré est progressivement résorbé. À partir de novembre, trois groupes francophones – au lieu de deux – de 15 nouveaux collaborateurs par groupe, commenceront à suivre le module d’introduction de 17 jours.
Quant aux équipes d’intervention, l’équipe d’intervention compte actuellement 28 personnes. Sur les 28 personnes, 24 ont déjà reçu une formation spécifique intégrée dans le modèle en cinq phases utilisé dans toutes les prisons belges. Il s’agit d’un modèle visant à désamorcer les conflits, principalement par le biais de techniques de communication. Ce n’est qu’en cas d’escalade d’un conflit et d’agression ou de menace physique que l’intervention physique du personnel entre en jeu.
Enfin, quant au cadre légal, il est bien présent via des directives spécifiques liées aux fouilles, aux mesures coercitives et au matériel d’intervention. La formation spécifique insiste également sur les principes du droit pénal relatifs à la légitime défense et à la proportionnalité.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse. Je voudrais juste insister sur le fait que les signaux qui nous parviennent par des membres du personnel sont alarmants et nous font vraiment craindre la possibilité d'incidents et de débordements à court terme. Je prends bonne note des réponses et des efforts mis en place, en espérant que ceux-ci portent leurs fruits le plus rapidement possible.
De toekomst van de gevangenis van Sint-Gillis
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 23 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De prison de Saint-Gilles (502 gedetineerden) blijft voorlopig open, met uitstel van de geplande sluiting (eind 2024) door capaciteitsgebrek en budgettaire onzekerheid onder het toekomstige gouvernement. Het huisvest vooral kortgestraften (≤3 jaar) *zonder* focus op illegalen—tegen eerder gerapporteerde plannen in—maar onderhoud blijft beperkt tot noodzakelijk herstel, zonder grote investeringen. Schlitz bekritiseert het falend gevangenisbeleid: hoge recidive, inefficiënte uitgaven en gebrek aan alternatieven zoals preventie en reïntegratie, in plaats van dure uitbreidingen (bv. drijvende cellen).
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, ma question porte en effet sur l'avenir de la prison de Saint-Gilles. Nous en avons déjà parlé ici: il était prévu que les trois prisons bruxelloises, dont celle de Saint-Gilles, fermeraient avec l'ouverture de celle de Haren. Pourtant, près de deux ans après l’ouverture de Haren, la prison de Saint-Gilles continue d'accueillir un nombre important de détenus. Une note récente indique que les hommes condamnés à des peines de trois ans ou moins y seront incarcérés pour mieux répartir la population carcérale. Nous nous interrogeons donc sur l'avenir de cet établissement.
Monsieur le ministre, combien de personnes sont-elles actuellement incarcérées à Saint-Gilles?
La prison fermera-t-elle comme prévu à la fin de 2024, et si oui, quand précisément? Où seront transférés les détenus?
Est-il toujours prévu d'y incarcérer uniquement les personnes sans titre de séjour, comme le mentionnent les rapports du Conseil central de surveillance pénitentiaire (CCSP) et de la commission de surveillance?
Quelles mesures seront-elles prises pour éviter les problèmes relevés à la prison de Tongres dans l’accueil de ce public?
En cas de maintien de la prison, des travaux sont-ils prévus pour améliorer les conditions de détention jugées insalubres?
Des contacts avec les entités fédérées ont-ils été établis pour renforcer les services externes qui devront désormais intervenir dans deux établissements?
Paul Van Tigchelt:
Chère collègue Schlitz, lundi, la prison de Saint-Gilles comptait une population de 502 détenus.
Pour l'instant, aucune décision définitive n'a été prise quant à la date de fermeture. Il appartient donc au prochain gouvernement de prendre cette décision et de mettre à disposition les budgets nécessaires à cette fin. Je pense pouvoir dire que nous avons besoin de toute la capacité pour avoir suffisamment de places pour tous les détenus.
Votre troisième question porte sur les personnes sans titre de séjour. La prison de Saint-Gilles accueille principalement des condamnés à des peines de prison de trois ans ou moins qui ne se trouvent pas dans les conditions pour pouvoir purger leur peine dans une maison de détention. Il se fait qu'une part importante de ces détenus n'ont pas droit au séjour, mais ce n'est en aucun cas le critère déterminant pour adresser un détenu à Saint-Gilles. Nous dénombrons plus de 12 000 détenus en Belgique, dont près de 4 000 sont des sans-papiers.
En ce qui concerne votre quatrième question, la prison n’est pas réservée aux détenus sans droit de séjour. Dès lors, votre question me semble sans fondement, étant donné que le parallèle avec la prison de Tongres n’est pas présent.
Votre cinquième question portait sur l’entretien de la prison. Cet entretien n’a jamais été interrompu, et seuls les gros investissements se projetant sur plusieurs années sont mis de côté.
Enfin, pour répondre à votre sixième question, des contacts réguliers sont établis avec les services communautaires afin de les tenir informés de l’évolution de la situation et d’assurer la fourniture d’une assistance et de services en suffisance.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses, qui nous apportent des précisions quant à certains éléments qui nous avaient été transmis. De manière plus générale, nous voyons quand même à quel point la politique carcérale belge est un échec et, d’une part, entraîne des dépenses colossales pour l’ É tat et, d’autre part, est totalement inefficace. En effet, les taux de récidive sont particulièrement élevés, de sorte qu’il est grand temps d’investir dans la prévention, la lutte contre la récidive, mais aussi les peines alternatives et la réinsertion des détenus. Cela devrait être une priorité du prochain gouvernement, au lieu d’investir dans des conteneurs flottants afin d’enfermer encore plus de monde.
De Armeense gevangenen die nog steeds worden vastgehouden door Azerbeidzjan
De Armeense krijgsgevangenen in Azerbeidzjan
De willekeurige opsluitingen in Azerbeidzjan
Armeense gevangenen en willekeurige opsluitingen in Azerbeidzjan
Gesteld door
Gesteld aan
Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)
op 16 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België en de EU dringen aan op een duurzaam vredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan, gebaseerd op VN-principes, en eisen naleving van internationaal recht, met name voor de 23 Armeense gevangenen (inclusief voormalig president Vardanyan) die door het ICRC worden gemonitord—hoewel bezoekdetails niet openbaar zijn. Critici (o.a. Ellen Samyn) wijzen op de schijnbare normalisering van Azerbeidzjan via evenementen zoals Formule 1 en COP29, ondanks aanhoudende mensenrechtenschendingen (20+ gearresteerde journalisten sinds 2023) en de etnische zuivering in Artsakh, en eisen concrete vrijlating en repatriëring van gevangenen. België benadrukt diplomatiek druk via EU-kanalen, maar Samyn kaart aan dat symbolische stappen (zoals conferenties) de werkelijke crisis maskeren.
Ellen Samyn:
Na de gedwongen uittocht van de Armeense inwoners van Artsakh, die neerkomt op een etnische zuivering door Azerbeidzjan, zijn verschillende vertegenwoordigers van de voormalige autoriteiten van Artsakh gearresteerd en opgesloten in Bakoe.
Naar verluidt zouden er nog tientallen politieke gevangenen in Azerbeidzjan in detentie zitten, waaronder voormalig president van Artsakh, Ruben Vardanyan, de bekendste is.
Hoeveel Armeense krijgsgevangenen worden heden nog vastgehouden in Azerbeidzjan?
Hoe wordt erop toegezien dat Azerbeidzjan zich aan de internationale regels houdt inzake de rechten van de (gewetens)gevangen?
Heeft het ICRC nog steeds toegang tot de gevangenen? Zo ja, hoeveel keer werden de gevangen sinds hun detentie bezocht door het ICRC?
Welke concrete maatregelen zijn er reeds genomen door België en/of de Europese Unie opdat alle Armeense gevangenen die in Azerbeidzjan worden vastgehouden, onmiddellijk worden vrijgelaten en gerepatrieerd?
Hadja Lahbib:
De Belgische diplomatie en ikzelf pleiten voor het sluiten van een duurzaam vredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan op basis van de VN-principes van territoriale integriteit, soevereiniteit en respect voor de rechten van de bevolking.
Les progrès récents dans le processus de paix, notamment dans le domaine de la démarcation des frontières, sont positifs. J'ai également directement défendu la position belge auprès du ministre azerbaïdjanais des Affaires étrangères lors d'un entretien que j'ai eu avec lui le 10 juillet dernier.
Ook de VN-klimaatconferentie van november in Bakoe biedt de gelegenheden om Azerbeidzjan aan te spreken over wat België doet. België steunt namelijk de inspanningen van de EU, die eveneens een duurzame vrede nastreeft tussen Armenië en Azerbeidzjan. De EU dient ook betrokken te blijven bij het vredesproces.
Het verheugt mij dat de relaties tussen Armenië en Azerbeidzjan op 14 oktober aan bod kwamen op de EU-ministerraad voor Buitenlandse Zaken. De EU en de lidstaten kunnen samen namelijk meer diplomatiek gewicht in de schaal werpen met het oog op een duurzame vrede.
Concernant la question spécifique des prisonniers arméniens en Azerbaïdjan, selon nos informations, le nombre de prisonniers serait effectivement actuellement de 23. La Croix-Rouge peut régulièrement rendre visite à ces prisonniers, mais elle ne communique pas publiquement sur ces visites et donc, il ne m'appartient pas d'entrer dans les détails à ce sujet. De manière générale, mais également sur la question spécifique des prisonniers arméniens, il est demandé à l'Azerbaïdjan, au niveau bilatéral européen et multilatéral, de se conformer au respect du droit international.
En ce qui concerne les défenseurs des droits de l'homme, les universitaires, les journalistes, la situation, on peut le dire, peut être qualifiée de grave. Plus de 20 journalistes ont été arrêtés depuis novembre 2023 et nous espérons que la période qui va précéder la COP29 puisse créer une dynamique positive. Pour le moment, comme je l'ai dit, en raison de la formation du gouvernement, on ne sait pas quelle sera la composition exacte de la délégation, mais la Belgique sera bien sûr représentée. C'était l'une de vos questions.
Ellen Samyn:
Mevrouw de minister, de situatie tussen Armenië en Azerbeidzjan blijft precair. Het is goed te vernemen dat er op internationaal niveau aandacht besteed wordt aan de situatie. Wij spraken daarnet echter over de VN-klimaatconferentie in Azerbeidzjan. Zolang er internationale conferenties en evenementen, zoals de Formule 1-wedstrijd in Bakoe in september, worden georganiseerd, lijkt het alsof Azerbeidzjan een normaal land is. Trouwens, die Formule 1-wedstrijd vond plaats op een boogscheut van waar die journalisten en politieke gevangenen zitten. Het lijkt alsof het een normaal land is, alsof er geen mensenrechtenschendingen plaatsvinden, alsof de etnische zuivering tegen de Armeense bevolking in Artsach niet heeft plaatsgevonden. Het wordt tijd dat de politieke gevangenen naar huis terug kunnen, kunnen terugkeren naar hun moederland Armenië, want helaas zullen ze niet kunnen terugkeren naar Artsach.
De bouw van detentiehuizen als alternatief voor de gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 2 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De minister bevestigt dat kleinere detentiehuizen (alternatief voor klassieke gevangenissen, gericht op kortgestraften ≤3 jaar) sinds 2021 in uitvoering zijn, met reeds operationele locaties in Kortrijk (57+20 vrouwen) en Vorst (57), en geplande opening in Olen (2025). Acht extra huizen (één per provincie) staan op de rol, maar hangen af van politieke doorlichting door een nieuw gouvernement. Voor Haren loopt sinds lente 2024 een psychosociale risicoanalyse (resultaten in oktober), gevolgd door een actieplan om de eroderende detentieomstandigheden en veiligheidsproblemen voor bewakers aan te pakken. De vraagsteller onderschrijft het nut van deze gedifferentieerde detentiestrategie en belooft opvolging van zowel de huisvestingsplannen als de risicoanalyse.
François De Smet:
Monsieur le ministre, le secteur associatif – qui milite plus particulièrement pour l’installation de capacités cellulaires à petite échelle – et les organisations syndicales présentes au sein des prisons ont fait valoir récemment des problèmes d’insécurité et des conditions de détention difficiles au sein de la prison de Haren.
La possibilité sur le plan sociétal de se diriger vers des installations telles que les maisons de détention à capacité plus humaine en ce qui concerne les personnes condamnées à une peine privative de trois ans ou moins apparaît comme une alternative plus que crédible. Le besoin de capacité supplémentaire pour ce groupe cible est estimé à 720 places, ce qui nécessiterait la construction de 15 maisons de détention d'une capacité comprise entre 20 et 60 places.
Monsieur le ministre, quel est l’état actuel du dossier concernant la construction de maisons de détention en tant qu’alternative aux prisons?
Plus spécifiquement concernant la prison de Haren, comptez-vous procéder au lancement d'une analyse de risques psychosociaux pour les agents, par un service de prévention externe, afin d’éviter une dégradation des conditions de détention?
Paul Van Tigchelt:
Cher collègue, les projets de maison de détention ont été lancés au début de l'année 2021 et sont encore en cours de mise en œuvre. Cependant, si ces maisons de détention constituent bien une alternative à une prison classique, elles n'ont pas pour objectif de les remplacer. Les maisons de détention, au même titre que les maisons de transition, représentent une initiative importante visant à garantir une plus grande différenciation au sein de l'offre pénitentiaire et ce, afin de mieux répondre aux profils et aux besoins des détenus.
À Courtrai, la première maison de détention a ouvert ses portes en septembre 2022, avec une capacité de 57 résidents. Une section spécifique pour femmes a été ajoutée et cette section peut accueillir 20 détenues. La maison de détention de Forest a été inaugurée fin juin 2023, sur le site de l'ancienne prison de Berkendael, avec une capacité de 57 places. Au printemps 2025, la maison de détention de Olen, en Campine, ouvrira également ses portes pour y accueillir 60 détenus. Les travaux de rénovation débuteront ce mois-ci.
Nous multiplions nos efforts avec l'administration pénitentiaire et la Régie des Bâtiments afin d'ouvrir prochainement de nouvelles maisons de détention, au moins une par province, sous réserve bien entendu qu'un nouveau gouvernement poursuive dans cette voie, ce que j'appelle personnellement de mes vœux. Il y a donc de nouvelles maisons de détention qui sont prévues à Ninove, Anvers, Genk, Jemeppe-sur-Sambre, Li è ge, Tournai, Ostende et Zelzate.
En ce qui concerne votre seconde question, au printemps 2024, une analyse des risques psychosociaux a été réalisée dans l'ensemble du SPF Justice. Cela concerne aussi la prison de Haren. Nous sommes actuellement occupés à analyser les résultats. Ceux-ci seront communiqués au sein de l'organisation à la fin du mois d'octobre. À la suite, un plan d'action global sera élaboré et les chefs de service et d'établissement seront invités à entreprendre des actions spécifiques pour leurs entités.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse très complète. Nous croyons beaucoup à cette alternative que constituent les maisons de détention. Merci également pour votre réponse sur les risques psychosociaux. Je prends bonne note de ce rapport qui doit arriver fin octobre. Bien entendu, nous verrons comment le SPF l'implémentera et ne manquerons pas de suivre ce dossier.
De actie van de cipiers in de gevangenis van Antwerpen
De overbevolkte gevangenissen
De overbevolking van de gevangenis van Antwerpen
Gevangenisproblemen in Antwerpen en overbevolking
Gesteld door
VB
Marijke Dillen
N-VA
Sophie De Wit
PTB-PVDA
Annik Van den Bosch
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 2 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Antwerpen kampt met extreme overbevolking (630 gedetineerden op 439 plaatsen) en onderbezetting, wat leidt tot personeelsacties (weigering nieuwe gedetineerden op te nemen) en veiligheidsrisico’s. Minister Van Tigchelt wijst op structurele oorzaken zoals geïnterneerden (1.000) en illegalen (3.500) die de capaciteit overschrijden, en noemt transfers, verlengd verlof en overleg met vakbonden als noodoplossingen, maar sluit quota af als beleidskeuze voor een volgende regering. Kritiek uit de oppositie benadrukt falend beleid (gebrek aan alternatieve straffen, investeringen) en waarschuwt dat quota de rechtsstaat ondermijnen. De urgentie blijft hoog, met dreigende escalatie in andere gevangenissen (Mechelen, Gent, Hasselt).
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, gelet op huidige de situatie verwijs ik naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
In de gevangenis van Antwerpen heeft het personeel maandagochtend besloten om voorlopig geen nieuwe gedetineerden meer toe te laten. Het is niet de eerste keer dat de cipiers in de Antwerpse gevangenis deze maatregel nemen. Het gaat opnieuw om een reactie op de aanhoudende overbevolking en de blijvende onderbezetting van het personeel. De maximumcapaciteit is 439, er zitten momenteel meer dan 700 gedetineerden. Het personeel heeft aangegeven dat het aantal mannelijke gedetineerden naar 600 moet zakken. Vanaf dan is er blijkbaar weer een kleine buffer om tot 630 te gaan maar dan enkel arrestanten, geen veroordeelden. Maar ook dat cijfer ligt ver boven de werkelijke capaciteit.
“Het personeel heeft het gevoel actief deel te nemen aan foltering. Als gevolg daarvan neemt ook de agressie tegen de cipiers steeds extremere gevolgen aan. Met deze actie wil het personeel zeggen: vol is vol, genoeg is genoeg", verklaarde ACOD-afgevaardigde Mario Heylen.
Ook werd de procedure sociaal conflict richting overheid opgestart in de hoop om oplossingen te vinden, heeft ACOD afgevaardigde Robbie De Kaey aangekondigd.
1. Kan de minister meer toelichting geven betreffende deze zeer begrijpelijke actie van de cipiers die al jarenlang de overbevolking en de onderbezetting aanklagen?
2. Welke maatregelen werden er bij hoogdringendheid genomen een antwoord te bieden op deze actie?
3. Heeft er inmiddels overleg plaatsgevonden? Zo ja, wat zijn de resultaten? Zo neen, wordt dit nog gepland?
4. Wat is de stand van zaken in de procedure sociaal conflict?
Sophie De Wit:
Mijnheer de minister, de vraag werd vorige week ook al in de plenaire vergadering gesteld. De situatie is ondertussen weer even onder controle, maar het blijft wel een feit dat er een grote overbevolking is en dat het probleem acuut is. In Antwerpen heeft men op een gegeven moment de deur zelfs dichtgedaan. Er is vorige week dan tijdelijk een oplossing gevonden, waardoor mensen die werden gearresteerd toch konden worden opgenomen. Er werd toen gezegd: "Tot 630 gevangenen; daarna gaan de deuren onherroepelijk weer dicht." Het kan toch niet dat er geen alternatief kan worden gevonden?
Een tweetal jaar geleden legde de burgemeester van Antwerpen een veiligheidsmaatregel aan de gevangenis op om die extreme overbevolking tegen te gaan. Er is ondertussen ook een nieuw schrijven van het Comité van Toezicht over de situatie gekomen. Wij weten ook dat men vroeg of laat in de problemen komt als men straffen uitvoert zonder dat de capaciteit er is.
Mijnheer de minister, in welke gevangenissen, naast Antwerpen, is de overbevolking vandaag het grootst? Hebt u weet van een dreiging met acties om ook elders de deuren van de gevangenis te sluiten als het nog zou verergeren?
U overlegt blijkbaar met de vakbonden met het oog op een verbetering van de situatie. Wat is daar ondertussen al beslist?
Overweegt u in het overleg met de vakbonden om quota op tafel te leggen en die in te voeren, waarbij eerst iemand moet worden vrijgelaten vooraleer de volgende kan worden opgesloten? Dat zou nefast zijn voor de veiligheid.
Konden er bij uw weten ten gevolge van de actie in Antwerpen arrestanten niet worden opgesloten, die dan terug in vrijheid zijn gesteld? Ik weet dat politie en parket er alles aan hebben gedaan om dat te vermijden, maar moesten er toch mensen worden vrijgelaten? Ik zou dat graag weten.
De burgemeester van Antwerpen heeft een aantal veiligheidsmaatregelen gevraagd. Zijn die te allen tijde gerespecteerd? Zo neen, waarom niet?
Tot daar mijn vragen. Op mijn andere vragen heb ik tijdens de plenaire vergadering al een antwoord gekregen.
Annik Van den Bosch:
Mijnheer de minister, afgelopen vrijdag stond ik in de Begijnenstraat aan de poort van de gevangenis van Antwerpen. Ik heb daar gesproken met cipiers, sociaal werkers en familie van gedetineerden. Ze zijn het er unaniem over eens dat de toestand in de gevangenis onmenselijk is. Afgelopen vrijdag zaten er nog 595 gedetineerden. Vandaag zijn het er al 630, terwijl er maar plaats is voor 480. Men zit met vier op een kamer voor twee. Geïnterneerden en mensen die in voorhechtenis zitten, zitten samen met reeds veroordeelden. Het personeel is onderbemand en overwerkt en er zijn blijkbaar alarmsystemen die al jaren niet meer werken.
Hoe zult u de overbevolking aanpakken? Hoe zult u de leefbaarheid in de gevangenissen en de veiligheid van de cipiers en de gedetineerden waarborgen? Welke noodmaatregelen zult u nemen?
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw Van den Bosch, ik verwijs u voor de antwoorden op uw vragen naar het actualiteitsdebat van twee weken geleden. Deze werden daar immers al beantwoord. Mevrouw De Wit, mevrouw Dillen, een aantal van uw vragen werd reeds beantwoord in de plenaire vergadering van vorige week.
De overbevolking in de gevangenissen is in Vlaanderen het grootst in Mechelen, Antwerpen, Gent, Brugge, de hulpgevangenis van Leuven en Hasselt. In Wallonië is de overbevolking in de gevangenissen het grootst in Lantin en Dinant. Indien u een schriftelijke vraag indient, kan ik u de exacte cijfers bezorgen.
Ik herhaal dat Justitie op dat vlak een vergaarbak is van de problemen bij andere diensten. Er zitten in de gevangenissen 1.000 geïnterneerden die daar niet thuishoren. In het FPC van Antwerpen zitten 70 personen al even klaar om door te stromen naar het reguliere psychiatrische circuit, maar door plaatsgebrek blijven zij in het FPC wachten. Dat creëert een file-effect van geïnterneerden die in de gevangenis blijven. U weet ook dat meer dan 3.500 gedetineerden zonder recht op verblijf in onze gevangenissen zitten. Zonder die twee groepen van gedetineerden zou er geen probleem van overbevolking zijn.
U stelt een vraag over personeelsacties. Momenteel zijn geen andere personeelsacties lopende. Regelmatig wordt overlegd met de vakbonden, zoals u zei. Inzake het overleg met de vakbonden verwijs ik naar het antwoord in de plenaire vergadering van vorige donderdag. Ik voeg eraan toe dat morgen, 3 oktober, nieuw overleg gepland is met de vakbond van de gevangenis van Antwerpen. We blijven dat uiteraard op de voet volgen. Zoals ik in de plenaire vergadering zei, zetten we maximaal in op het organiseren van transfers naar andere gevangenissen en een betere spreiding ter ontlasting van de gevangenis van Antwerpen.
De vraag over de quota is zeer interessant. Quota worden bepleit in het memorandum van de FOD Justitie. Quota zijn overal van toepassing, bijvoorbeeld in de gesloten centra van de Dienst Vreemdelingenzaken, in de gemeenschapsinstellingen voor minderjarigen en in de reguliere psychiatrische centra. Quota bestaan niet in de gevangenissen. Naar mijn mening zijn quota een nieuw beleidsinitiatief en in een periode van lopende zaken komt het een ontslagnemend minister niet toe om dergelijke verregaande beleidsmaatregelen te nemen. Het al dan niet invoeren van quota is een nieuw initiatief en daarover dient de volgende regering dan ook te beslissen.
De vraag of arrestanten ten gevolge van de actie in Antwerpen al dan niet op vrije voeten zijn gelaten, heb ik vorige week in de plenaire vergadering al beantwoord.
De maatregelen van de burgemeester van Antwerpen betreffen veiligheidsmaatregelen van 2022. Daarbij werd een grens van 660 gedetineerden opgelegd. Vandaag verblijven zowat 630 mannelijke gedetineerden in die gevangenis. De situatie blijft precair en wordt opgevolgd. Daarbij wordt ingezet op transfers naar andere inrichtingen, zoals ik al zei.
Nu kom ik tot de resterende vragen van mevrouw De Wit en mevrouw Van den Bosch.
Laat ik de zaken op hun beloop? Uiteraard niet. Net zoals de voorganger van mijn voorganger in 2017, in 2018 en in 2020, heb ik in maart 2024 de maatregel van het verlengd penitentiair verlof ingevoerd, en in mei en september verder uitgebreid.
Wat het instroombeleid betreft, blijft het overleg met de magistratuur gaande. Het zijn magistraten die beslissen over instroom en uitstroom. We volgen de toestand in de gevangenissen nauwgezet op en hebben daarover regelmatig overleg met het gevangeniswezen. We nemen maatregelen indien nodig, met de beperktheden die er zijn in lopende zaken.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Sophie De Wit:
Mijnheer de minister, ik vind het gemakkelijk dat u altijd verwijst naar de geïnterneerden en de illegalen. U hebt samen in een regering gezeten en u kent de ministers die daarvoor bevoegd zijn. De Zweedse regering heeft de overbevolking wel kunnen aanpakken en toen is men wel aan die 10.000 geraakt. Het is dus wat te gemakkelijk om naar de anderen te wijzen.
U vindt quota interessant, maar ik hoorde u op het einde ook zeggen dat het de rechter is die moet beslissen of er iemand in of uit gaat. Als er quota worden opgelegd, dan tasten we dat beslissingsrecht aan en raken we aan de scheiding der machten. Dat kan discriminerend zijn, want als men pech heeft, moet men naar een gevangenis waar er wel nog plaats is. De ene kan erin en de andere niet. Dat is te gek voor woorden. Wanneer iemand opgepakt moet worden om de veiligheid te bewaken, dan moet er daarvoor in capaciteit worden voorzien. Dat is de kerntaak van deze overheid en van Justitie. Het zou een heel slecht idee zijn om aan quota te beginnen.
Annik Van den Bosch:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Er is urgentie, want dit sleept blijkbaar al jaren aan. Er moet sowieso meer worden geïnvesteerd in Justitie om de achterstand sneller weg te werken en er moet meer worden ingezet op herstelgerichte alternatieve straffen. Die worden in andere landen al met succes toegepast, terwijl ze hier worden afgeschaft. Wij blijven ook strijden voor betere loon- en arbeidsvoorwaarden.
Paul Van Tigchelt:
Wat zegt u, mevrouw? Herstelgerichte maatregelen worden afgeschaft?
Annik Van den Bosch:
Herstelgerichte alternatieve straffen.
Paul Van Tigchelt:
Dat klopt niet. Ik weet niet wie uw repliek heeft opgesteld, maar dat klopt niet. Dat zal zelfs de oppositie bevestigen. Graag feiten en degelijkheid. Dit klopt niet.
Annik Van den Bosch:
Oké, soit. Wij blijven het gevangenispersoneel steunen in de actie die nu bezig is. Het is het enige drukkingsmiddel dat ze nog hebben.
De overbevolking van de Antwerpse gevangenis
De vervroegde vrijlatingen en het verlengd penitentiair verlof in het kader van de overbevolking
Gevangenisoverbevolking en vervroegde vrijlatingen Antwerpen
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 26 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Antwerpse gevangenis kampt met extreme overbevolking (700 gedetineerden op 439 plaatsen), wat leidde tot een staking door cipiers die de deuren slotten voor nieuwe gevangenen, met risico’s voor veiligheid en justitie (zoals vrijlating van gevaarlijke verdachten). Minister Van Tigchelt claimt een tijdelijke oplossing (60 overplaatsingen, deuren heropend) en wijst op capaciteitsuitbreidingen, maar kritiek blijft hard: structurele maatregelen ontbreken, en het versoepelen van penitentiair verlof (zonder voorwaarde van "gunstig verloop") wordt gezien als zwak beleid dat de strafwaardigheid ondermijnt. De oppositie hamert op gefailleerd justitiebeleid, met loze beloftes en gebrek aan respect voor vonnissen, terwijl de crisis dreigt te escaleren. Kortetermijnfixes (politiecellen, verlofversoepeling) maskeren het falend langetermijnbeheer.
Sophie De Wit:
Mijnheer de minister, de Antwerpse cipiers zijn het beu. De gevangenis heeft slechts 439 plaatsen voor 700 gedetineerden, waardoor een aantal van hen op de grond moet slapen. Er zijn tal van incidenten en de infrastructuur laat behoorlijk te wensen over. De cipiers hebben gezegd dat het gedaan moet zijn en hebben de deuren gesloten. Men verwacht dat men de deuren dichtdoet in een gevangenis, maar de deuren werden wel gesloten voor beide kanten. Er wordt immers niemand meer binnengelaten, behalve indien een andere gedetineerde de gevangenis verlaat.
Dat is problematisch voor onze politie- en gerechtelijke diensten, zeker in Antwerpen, aangezien het daar een arresthuis betreft. Indien iemand aangehouden moet worden, dan is dat dringend en acuut. Dat gaat nu echter niet meer. Mijnheer de minister, een illegale inbreker moest hierdoor worden vrijgelaten, waarna die weer verder kan doen. Een pleger van familiaal geweld verklaarde bij zijn aanhouding zijn slachtoffer opnieuw te zullen slaan zodra hij wordt vrijgelaten. Zo iemand kan geen enkelband krijgen of onder voorwaarden worden vrijgelaten. Wat moet men daarmee dan doen?
De politie en het openbaar ministerie zoeken naar oplossingen, bijvoorbeeld door politiecellen te gebruiken, maar dat kan slechts tijdelijk soelaas bieden. Ze zitten met de handen in het haar. Andere gevangenissen geven ook niet thuis indien hun verzocht wordt om gevangenen over te nemen. Het DG EPI heeft niet meteen een oplossing en op uw kabinet vinden ze ook niet meteen een partner, maar dit is wel het resultaat van uw beleid en dat van voormalig minister Van Quickenborne. Wat nu? U beseft toch dat er hierdoor slachtoffers kunnen vallen en dat gevaarlijke mensen vrijgelaten zullen moeten worden?
Mijnheer de minister, hoe zult u dit oplossen of vindt u het allemaal prima zo?
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, de overbevolking in onze gevangenissen blijft maar aanslepen. Met de bouw van detentiehuizen, transitiehuizen en FPC’s zouden u en uw voorganger deze aanslepende problematiek oplossen. De gemaakte beloftes werden echter jammer genoeg niet gerealiseerd. De cipiers zijn dit meer dan beu en daarom voeren ze opnieuw acties, ditmaal in de gevangenis van Antwerpen, waar het personeel heeft beslist geen nieuwe gedetineerden meer toe te laten.
Het personeel, mijnheer de minister, heeft het gevoel actief deel te nemen aan foltering. Als gevolg daarvan neemt ook de agressie tegen de cipiers steeds extremere gevolgen aan. Met deze actie wil het personeel zeggen dat vol vol en genoeg genoeg is.
U hebt trouwens al een begin van oplossing gegeven. Helaas, mijnheer de minister, was het niet de juiste. Het penitentiaire verlof verlengen om de uitstroom uit de gevangenissen te versnellen, was namelijk in mei al gebeurd, maar dat was voor u blijkbaar nog niet voldoende. Via de media hebben we immers vernomen dat u ook dit nog eens wilt versoepelen. De voorwaarde dat men eerst een gunstig penitentiair verlof moet hebben gerealiseerd – dus een penitentiair verlof dat goed verlopen is – zou nu wegvallen. Dat is onbegrijpelijk, mijnheer de minister. Een straf moet een straf zijn. Oud-minister Van Quickenborne is hier vandaag niet, maar herinner u zijn heel straffe uitspraken, zoals "15 dagen zijn 15 dagen en moeten worden uitgezeten". Dat was allemaal in het begin van de vorige legislatuur, bij de aankondiging van uw 'straffe justitie'.
Hoe kunt u deze maatregel verantwoorden? Hoe zult u garanderen dat deze vervroegd vrijgelatenen goed zullen worden opgevolgd? Ook daar loopt het immers dikwijls mis.
Paul Van Tigchelt:
De gevangenis van Antwerpen heeft afgelopen maandag, vier dagen geleden, de deuren gesloten. De eis van de cipiers was dat de bevolking moest zakken tot 600 gedetineerden. Er verbleven op dat ogenblik iets meer dan 660 gedetineerden. Zoals we hebben begrepen, was dat een spontane actie van het personeel, waarvoor ik als verantwoordelijke minister begrip heb.
We hebben sindsdien, in overleg met de vakbonden en het personeel van de gevangenis van Antwerpen, maatregelen genomen om de gevangenis te ontlasten. Ik had dat ook gezegd. In totaal zijn er sinds maandag meer dan 60 gedetineerden overgebracht naar andere gevangenissen. Gisteren, woensdag, werden er bijvoorbeeld nog 34 overplaatsingen uitgevoerd in samenwerking tussen het gevangeniswezen, de federale politie en de directie Beveiiging (DAB). Ik wil hen daarvoor bedanken, want dat is geen evidente operatie.
Sinds gisteravond, woensdagavond dus, zijn de deuren weer geopend en kunnen er opnieuw aangehouden verdachten worden ondergebracht in de Begijnenstraat. Er zijn intussen geen verdachten in vrijheid gesteld als gevolg van dit probleem.
Wat u hebt aangehaald, mevrouw De Wit, klopt. Er zijn inderdaad afspraken gemaakt met de politie om sommigen – tijdelijk – langer dan voorzien in een politiecel onder te brengen. Dat gebeurde dus uitzonderlijk en dat moet zo blijven.
De voorbije legislatuur hebben we, zoals u weet, de capaciteit fors verhoogd. We moeten die nog opdrijven voor onder meer de detentiehuizen. We hebben ook maatregelen getroffen om het plaatstekort aan te pakken.
Mevrouw Dillen, u verwijst naar het penitentiaire verlof. We zijn een regering in lopende zaken. Ik neem dus geen nieuw beleid, maar pas het bestaande beleid toe. Sinds maart passen we de regeling voor het verlengde penitentiaire verlof (VPV) aan. Dat is een bestaande techniek. Het is de bedoeling dat de gedetineerde dat penitentiaire verlof gebruikt om zich voor te bereiden op het strafeinde. Dat verlof wordt geëvalueerd en kan worden ingetrokken, als de gedetineerde zich niet aan de regels houdt.
Sophie De Wit:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord, al is het wel een beetje pappen en nathouden. Dankzij de inspanningen van het personeel zelf is er sinds gisteren opnieuw wat plaats, al zegt het personeel dat 630 het maximum is en dat daarna de deuren opnieuw onherroepelijk dichtgaan. Momenteel zitten er bij de onderzoeksrechter al 14 personen klaar. Een halve dag later zitten we dus al aan de helft. Dit is geen oplossing. U brengt niet alleen de veiligheid, maar ook het gerechtelijke en politionele werk in gevaar.
Als we evolueren naar een land waar er eerst iemand buiten moet – die al gevaarlijk werd geacht – alvorens er weer iemand naar binnen kan, dan is het hek helemaal van de dam. Dan heeft het beleid gefaald. Dan hebben u en uw voorganger met heel veel loze beloftes een departement in volle crisis achtergelaten. Ik herhaal wat ik vorige week al heb gezegd: wat een puinhoop!
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of de regels nu versoepeld worden door de voorwaarde van eerst een gunstig penitentiair verlof te hebben doorlopen. Ik stel vast dat het in ons land blijkbaar veel gemakkelijker is om de gevangenis te verlaten dan erin te worden opgesloten. U zult dat nu opnieuw vergemakkelijken door die veranderingen in het penitentiaire verlof in het kader van de bestrijding van de overbevolking. Dat getuigt niet van respect voor de uitspraken van onze strafrechters. Dat getuigt niet van een krachtdadige of straffe justitie waar uw voorganger, en nu ook u, steeds de mond van vol had. Dat is niet de oplossing waar de burger op zit te wachten.
De aanval op en poging tot verkrachting v.e. maatschappelijk assistente in de Antwerpse gevangenis
De strijd tegen drugs in de gevangenissen
Het gebruik van smartphones in de gevangenissen
De verkrachting van een maatschappelijk assistente in de gevangenis van Antwerpen
De gevangenis van Antwerpen (overbevolking, personeelstekort, gebrekkige veiligheidssystemen)
Een ontsnappingspoging in de gevangenis van Wortel
De gevangenis van Haren
De toestand in de gevangenissen
De alarmerende toestand in de gevangenis van Antwerpen
De hallucinante beelden over de gevangenis van Haren die op TikTok circuleren
De situatie in de Belgische gevangenissen
De schrijnende situatie en de onveiligheid in onze gevangenissen en arresthuizen
De zelfmoorden in gevangenissen
De toepassing van de 'guidelines' inzake zelfmoordpreventie in gevangenissen
De geestelijke gezondheid van het gevangenispersoneel
Veiligheids- en leefomstandigheden in Belgische gevangenissen
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 18 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de alarmerende toestand in Belgische gevangenissen, met focus op veiligheidsfalingen, overbevolking, drugs- en smartphoneproblematiek, en structurele tekorten. Na een brutale aanval op een maatschappelijk werkster in Antwerpen (met falende alarmsystemen en gebrek aan dossierinformatie) benadrukken parlementsleden de urgentie van betere veiligheidsprocedures, infrastructuurinvesteringen en personeelsopleiding, terwijl minister Van Tigchelt (lopende zaken) wijst op beperkte actiemarge maar belooft bestaande systemen te testen en herstellen. Kernproblemen zoals overbevolking (13% te veel gedetineerden, waaronder 1.054 geïnterneerden en 3.800 illegalen), drugs- en gsm-smokkel, en mensonwaardige omstandigheden (gezondheidszorg, hygiëne) blijven onopgelost, met kritiek op gebrek aan langetermijnvisie en slechte coördinatie tussen departementen. Vakbonden en oppositie eisen quota, snellere uitwijzingen, en betere preventie, maar concrete oplossingen ontbreken door de politieke patstelling.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, er zijn grote problemen in de gevangenissen en het voorval in Antwerpen is onaanvaardbaar. Alle vragen over de gevangenissen werden echter in een actualiteitsdebat geclusterd, hoewel een aantal van die vragen geen betrekking heeft op die problematiek, bijvoorbeeld vraag nr. 55000087C over de strijd tegen drugs in de gevangenissen en vraag nr. 55000088C over het gebruik van smartphones in de gevangenissen. Die vragen gaan niet over de totaliteit van de problematiek. Een aantal van de samengevoegde vragen zou beter apart worden gesteld. Wat denkt u, mijnheer de minister? Ik vrees dat ik anders een aantal onbeantwoorde vragen opnieuw zal moeten indienen.
Voorzitter:
Mevrouw Dillen, normaliter zal de minister een antwoord kunnen geven op al uw vragen. Ik stel daarom voor dat u al uw vragen samen stelt, waarna de andere leden hun vragen kunnen stellen. De minister zal uw acht vragen beantwoorden. Hij is een superminister.
Marijke Dillen:
Dank u wel, mijnheer de voorzitter.
Mijnheer de minister, ik begin met het bijzonder tragische voorval afgelopen week in de gevangenis van Antwerpen, namelijk de agressieve aanval op en poging tot verkrachting van een maatschappelijk assistente. Op maandag 2 september heeft een gedetineerde op zeer agressieve wijze iemand van de PSD aangevallen in het gesprekslokaal. Deze man stond bekend om agressie, maar dit was niet opgenomen in zijn dossier. Het gesprek kende een gewelddadige escalatie en de gedetineerde heeft de fysieke integriteit van het slachtoffer zwaar aangetast, onder meer met een poging tot verkrachting.
Bijzonder verontrust het mij dat de noodknop, die de dame in kwestie probeerde in te drukken, niet bleek te werken, waardoor er geen hulp kwam. Het slachtoffer had ook het walkietalkiesysteem bij zich, waarbij gedurende drie seconden de noodknop moest worden ingedrukt, maar ook daarmee was er een probleem, want de bediening van die knop was niet mogelijk door de agressieve houding van de gedetineerde. Het toestel viel op de grond en ook het alarmsysteem daarvan bleek niet te werken. Toen de centrale eindelijk kennis kreeg van het alarm, werd de verkeerde locatie opgegeven, nog een fout erbovenop.
De overbevolking in de gevangenissen is een reeds lang aanslepend probleem. In de vorige legislatuur hebben we daarover zeer uitvoerig kunnen debatteren. Die overbevolking mag echter geen excuus zijn voor het feit dat de veiligheidsinstallaties niet werken. Ik denk dat wij het er beiden over eens zijn dat de veiligheid in alle omstandigheden een absolute prioriteit moet blijven.
Mijnheer de minister, over die feiten heb ik enkele vragen. Vooreerst had ik graag vernomen hoe het met de dame in kwestie gaat. Wat zij heeft meegemaakt, is bijzonder traumatisch. Ik hoop dat zij goed ondersteund wordt en dat het met haar, ongeacht de omstandigheden, toch al beter gaat.
Graag kreeg ik toelichting betreffende die feiten. De directrice, mevrouw Janssens, heeft een analyse aangekondigd. Wat zijn daarvan de resultaten?
Tegen de betrokken gedetineerde liep een bijzondere voorzorgsmaatregel naar aanleiding van eerdere accidenten die hebben plaatsgevonden. Hoe is het mogelijk, in tijden van informatisering, dat dit niet werd gemeld in het elektronisch dossier en dat het personeel dus niet op de hoogte was van het gewelddadige karakter van de betrokken gedetineerde?
Door de falende infrastructuur is de veiligheid van alle medewerkers in de gevangenis van Antwerpen niet langer gegarandeerd. Wat zult u nu eindelijk doen om ervoor te zorgen dat dergelijke feiten zich in de toekomst niet meer kunnen voordoen?
Dan kom ik bij de problematiek van drugs in de gevangenissen. Dat is een ware plaag, met alle gevolgen van dien. Het is geen nieuwe problematiek, maar de bestrijding ervan moet worden geïntensifieerd. Wij pleiten al jaren voor een volledige nultolerantie tegenover drugs in de gevangenissen. Wij hebben in het verleden – u weet dat – ook al verschillende voorstellen gedaan, onder andere met betrekking tot het systematisch inzetten van drugshonden bij de controle van de bezoekers.
Via de media vernamen we dat de vakbonden van het gevangeniswezen vorig jaar nog met heel veel poeha aankondigden dat zij deze problematiek met betrekking tot drugsopsporing zouden aanpakken. Bij de voorstelling in maart bleek echter dat onder meer het wettelijk kader niet goed genoeg was uitgewerkt om het personeel en de vakbonden die mogelijkheid te geven.
De vakbonden spraken over een toestel om drugs op te sporen. Kunt u hierover wat toelichting geven? Hoe werkt dat toestel? Hoeveel dergelijke toestellen zullen worden aangekocht? Is daar budget voor? Is daar opleiding voor nodig?
Vorig jaar werd gezegd dat het wettelijk kader niet goed is uitgewerkt; dat betreft een kritiek van de vakbonden. Hebt u inmiddels het nodige gedaan om ervoor te zorgen dat er een wettelijk kader komt, zodat dit in orde is?
Bent u bereid om andere initiatieven op te schalen om het gebruik en de aanwezigheid van drugs in onze gevangenissen tegen te gaan?
Een ander probleem betreft de smartphones in de gevangenissen. Uit cijfers blijkt dat in onze gevangenissen honderden, zoniet duizenden gsm's en smartphones circuleren. In 2023 werden in Antwerpen 445 gsm's ontdekt. De vraag is dan hoeveel er niet ontdekt werden, maar dat is een ander verhaal. U kent die cijfers, ze komen uit het jaarverslag van de commissie van toezicht dat verscheen in maart.
Wij weten allemaal dat een gsm in de gevangenis niet zelden gebruikt wordt om illegale activiteiten, in het bijzonder de drugshandel, vanuit de cel voort te zetten of om vluchtpogingen te faciliteren.
Mijnheer de minister, u weet dat wij ons in het verleden regelmatig heel kritisch hebben uitgelaten over het gebruik van smartphones in de gevangenis. Wij kunnen ons er alleen maar over verheugen dat het gevangeniswezen zelf deze problematiek eindelijk erkent en bereid is ertegen op te treden.
Ik zal straks uw antwoord horen, maar als wij de media kunnen geloven, zoekt Justitie naar een verkoper van hoogtechnologische toestellen van een nieuwe generatie die gsm's, smartphones en randapparatuur kunnen opsporen. Het zou gaan om toestellen die een alarmsignaal afgeven, ongeacht of de telefoon in stand-by staat, een sms verstuurt, belt of mobiele data uitwisselt. Volgens de media wil Justitie nog dit jaar een zestal van dergelijke toestellen aankopen en volgend jaar zelfs zestien. Op termijn zou elke bestaande en toekomstige vestiging zo'n operationeel toestel moeten hebben.
De reactie van de vakbonden was onmiddellijk heel sceptisch. Ik citeer er slechts een: "Vorig jaar werd ook met veel bombarie een toestel aangekondigd om drugs op te sporen, maar bij de voorstelling in maart bleek onder meer het wettelijk kader nog niet goed uitgewerkt." Opnieuw: problemen met het wettelijk kader.
Nu, de cijfers inzake het aantal aangetroffen toestellen in alle gevangenissen samen zouden blijkbaar niet structureel bijgehouden worden. De FOD Justitie geeft alleen mee dat de dienst die nationale sweepings uitvoert vorig jaar 340 gsm's aantrof en 237 stuks randapparatuur zoals opladers, USB-sticks of draagbare wifihotspots.
Vandaar een aantal vragen.
Zijn de hoogtechnologische toestellen waarvan sprake aangekocht? Wanneer zullen die in gebruik genomen worden?
Mochten ze al in gebruik zijn, hebt u al tussentijdse resultaten?
Het gebruik van smartphones in de gevangenissen wordt de laatste jaren eigenlijk meer en meer getolereerd. Wij moeten daar niet flauw over doen. Nu wordt een ander beleid vooropgesteld. Betekent dit dat men nu elke smartphone die men vindt in beslag zal nemen? Met andere woorden, is er een nieuw beleid ten aanzien van smartphones in de gevangenissen? Graag had ik daarover wat meer toelichting gekregen.
Tot slot van dit onderwerp, waarom worden er geen cijfers bijgehouden van het aantal aangetroffen toestellen per gevangenis? Zal daarin verandering komen?
Mijn volgende vraag staat eigenlijk los van het algemene thema, maar de voorzitter heeft gezegd dat ik ook deze vraag nu mag stellen. Ze gaat over de ontsnappingspoging in de gevangenis van Wortel.
Op het laatste nippertje is behoorlijk wat weken geleden een spectaculaire ontsnapping uit de gevangenis van Wortel vermeden. Vier gedetineerden braken in alle discretie, steen per steen, hun celmuren af zonder dat de penitentiaire beambten iets merkten. Ze probeerden daarna – gelukkig vergeefs – hun lakens aan elkaar te knopen om over de gevangenismuur te klimmen. Rond drie uur 's nachts ging het alarm van de gevangenis af. Op het laatste nippertje konden de “vier Daltons van Wortel" alsnog door toegesnelde agenten onderschept worden.
Het viertal, volgens de media allen van Marokkaanse afkomst, had geen recht op een wettig verblijf in België en kijkt nog aan tegen enkele jaren celstraf. De onderhandelde deal met Marokko van maart dit jaar, die heel veel aandacht kreeg in de media, om meer veroordeelde onderdanen op te nemen, zou ook meegespeeld hebben bij het bedenken van het ontsnappingsplan.
Ik heb dan ook een aantal vragen hierover.
Hoe is het mogelijk, mijnheer de minister, dat criminelen in de gevangenis van Wortel dagen aan een stuk een celmuur steen per steen kunnen uitbreken zonder dat penitentiaire beambten dit merken? Is er dan te weinig controle?
Is er inmiddels een onderzoek gestart? Zijn er maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat dit in de toekomst niet meer kan gebeuren?
Naar verluidt zou een mogelijke uitlevering aan Marokko een oorzaak geweest zijn van de ontsnappingspoging. Kwamen deze criminelen in aanmerking voor een uitlevering aan Marokko?
Zullen zij daar hun volledige celstraf verder moeten uitzitten? Dat is geen onbelangrijke vraag. Indien dat niet het geval zou zijn, waarom niet?
De volgende vraag kan ik, indien gewenst, ook schriftelijk indienen. Hoeveel criminele, veroordeelde Marokkanen werden sinds het verdrag reeds uitgeleverd aan Marokko om daar hun celstraf uit te zitten?
Mijn volgende vraag betreft de gevangenis van Haren. Personeelsleden daar zeggen dat ze niet genoeg opgeleid zijn om in die gevangenis te werken. Dat staat te lezen in het jaarrapport 2023 van de Toezichtsraad. Volgens het rapport zegt het personeel dat de opening van de gevangenis overhaast was en dat de toenmalige minister van Justitie, uw voorganger Vincent Van Quickenborne, “op de opening had aangedrongen".
Het tekort aan opgeleid personeel in de gevangenis van Haren is een structureel probleem. Nieuwkomers zouden maar twee weken kunnen dubbellopen met een ervaren collega. De opleidingen zouden pas veel later volgen. “Vroeger werd je als ancien beschouwd als je vier jaar ervaring had, hier ben je al ancien na zes maanden", zei een teamleider aan de Toezichtsraad. “Het grootste probleem is dat we hier werken met 10 % ervaren mensen en 90 % nieuwe mensen zonder enige opleiding of stageperiode."
Cipiers die voor de functie detentiebegeleider hadden gekozen, uitten volgens het rapport hun teleurstelling omdat de functie een lege huls blijkt te zijn: “Het gebrek aan personeel heeft ervoor gezorgd dat detentieassistenten geen socialere rol meer kunnen spelen."
Volgens de vakbonden, in het bijzonder de ACOD, ontbreken er op dit ogenblik nog altijd 150 personeelsleden in Haren. Niettegenstaande deze problematiek altijd werd geminimaliseerd door uw voorganger, is de geschetste situatie inderdaad zeer precair. Een familielid van een persoon die zelfmoord pleegde in de gevangenis dreigt nu zelfs de Belgische Staat te dagvaarden wegens het personeelsgebrek.
Kunt u toelichting geven over de situatie vandaag? Hoeveel personeelsleden moeten nog worden aangeworven om tot een volledige bezetting te komen? Hebt u een plan om de capaciteit uit te breiden en bij prioriteit te investeren in opleidingen voor het personeel? Welke middelen zult u daarvoor inzetten?
Ik kom nu tot een vraag in het kader van het hele actualiteitsdebat over de toestand in de gevangenissen. Ik verwijs in het bijzonder naar de jaarverslagen van de toezichtscommissies waarin sprake is van ratten, schurft, stank… Er wordt een zeer ontluisterend beeld geschetst van het leven binnen onze gevangenissen.
Bijna de helft van de 34 commissies waarschuwt voor de gevolgen van de gebrekkige gezondheidszorg. Dat zou u toch na aan het hart moet liggen. 15 commissies waarschuwen ervoor dat de mentale en fysieke gezondheidszorg in hun gevangenis de bodem heeft bereikt. Gedetineerden en geïnterneerden hebben recht op dezelfde kwaliteitsvolle gezondheidszorg als iedereen. Daarover zijn we het waarschijnlijk eens. Volgens dat jaarverslag blijkt dat echter niet te lukken.
Zo kreeg een gedetineerde in Antwerpen geregeld medicatie tegen psychose terwijl hij eigenlijk spierontspanners nodig had. In Leuven is er één tandarts voor ongeveer 500 mensen. Sommige gedetineerden hebben daar blijkbaar wekenlang zware tandpijn zonder dat enige hulpverlening wordt geboden. Eind 2023 bevonden zich in Gent 140 geïnterneerden, hoewel er in de interneringswet van uitgegaan wordt dat de gevangenis geen geschikte inrichting voor geïnterneerden is. In de vorige legislatuur hebben we daar al uitvoerig over gedebatteerd. Gent heeft een psychiatrische afdeling, maar daar is blijkbaar maar één psychiater gedurende twee halve dagen per week beschikbaar. Zo kan onmogelijk aan alle noden worden beantwoord.
De infrastructuur helpt de gezondheid van de gevangenen niet vooruit. Cellen zonder ramen, kapot sanitair en ongewenste huisdieren, het zijn al lang geen uitzonderingen meer. Gent kampt met invasies van muggen en zilvervisjes, in Antwerpen en Sint-Gillis zijn er ratten die via de riolering uit het toilet naar boven zouden komen. Ook in de keuken worden ze waargenomen. Het cachot in Gent stinkt permanent door slechtwerkende toiletten en een gebrek aan verluchting.
Mijnheer de minister, een samenleving wordt beoordeeld door de staat van haar gevangenissen. Met dat citaat opende de Gentse commissie van toezicht vorig jaar haar jaarverslag over de gevangenis van Gent. Uit hetgeen voorafgaat kan niet anders dan worden besloten dat de samenleving er bijzonder slecht aan toe is.
Ik heb dan ook een aantal vragen. Graag krijg ik een reactie op al die uitgebrachte jaarverslagen waarin deze wantoestanden worden aangeklaagd. Wat zult u doen op korte, middellange of lange termijn? Ik weet dat u minister in lopende zaken bent, maar deze problematiek mag niet langer onder de radar blijven. Daar moet dringend iets aan worden gedaan. Wat zult u doen om een einde te maken aan deze mensonwaardige omstandigheden, of dient België eerst opnieuw te worden gedagvaard voor en veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens? Tegen wanneer zult u maatregelen nemen? Ik heb nog een cijfervraag, maar die kan ik indien nodig schriftelijk indienen. Kunt u mij een overzicht geven van het aantal veroordelingen de laatste tien jaar door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wegens de wantoestanden in onze gevangenissen?
Ik kom dan tot de alarmerende situatie in de gevangenis van Antwerpen, die losstaat van de gebrekkige veiligheidsinfrastructuur waarmee ik daarnet ben begonnen. Uit de verslagen, verklaringen en getuigenissen van medewerkers blijkt namelijk ook dat de situatie in Antwerpen ronduit alarmerend is. Met personeelstekorten, constante bedreigingen en een verouderde infrastructuur lijkt het systeem op instorten te staan.
Ik citeer: “Het voelt alsof hier permanent iemand met een kettingzaag achter ons aanloopt. Thuis zijn wij bang. Er was al een gevangene die te weten gekomen was welke route wij naar huis nemen.” Dat zijn slechts enkele citaten. Ze zijn werkelijk onbegrijpelijk.
Mijnheer de minister, het tekort aan personeel is een probleem dat al herhaaldelijk werd aangekaart, zowel door de vakbonden als door de gevangenisleiding. Voor de mensen op de werkvloer is de situatie echter ronduit ondraaglijk geworden. Cipiers krijgen de hele zomer geen dag vakantie. Collega’s vallen uit door stress en burn-out. Zij moeten de hele dag brandjes blussen. Een cipier loopt de hele dag rond om de toiletten te ontstoppen, omdat gedetineerden hun kledij doorspoelen. Onlangs waren er vier zelfmoordpogingen op één dag. Dat zijn maar enkele klachten die wij hebben gehoord.
Mijnheer de minister, behalve de zorg voor gedetineerden moeten de cipiers ook de gevangenis opruimen voor de wandelingen, waaronder de koer, die bezaaid ligt met drugs en gsm’s. Zij krijgen te maken met agressieve gedetineerden onder invloed van drugs. De dagelijkse realiteit in de gevangenis van Antwerpen is hard. Het gebrek aan veiligheid is er heel groot. Iedereen hier in de zaal is het er denkelijk mee eens dat die situatie werkelijk onhoudbaar is.
Wat zult u doen om de situatie voor het personeel bij hoogdringendheid te verbeteren en opnieuw draaglijk te maken? Wat zult u doen om de veiligheid opnieuw te waarborgen?
Zult u laten onderzoeken hoe het mogelijk is dat gedetineerden de route van het personeel naar huis te weten komen? Dat is immers bijzonder verontrustend.
Kunt u een overzicht geven van het personeelstekort in Antwerpen? Kunt u mij een overzicht geven van het aantal cipiers dat tijdens de voorbije zomer zijn vakantie niet heeft kunnen opnemen? Mijnheer de minister, iedereen heeft na een jaar hard werken recht op vakantie, zeker tijdens de zomer, om met de kinderen of de familie op vakantie te gaan. Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat dit gecompenseerd wordt en dat het personeel in de toekomst zijn vakantie wel kan opnemen?
Collega’s, ik heb nog een laatste vraag in het kader van dit debat.
Ze gaat met name over de hallucinante beelden die deze week op TikTok hebben gecirculeerd over de gevangenis van Haren. Gevangenen kunnen er over de daken lopen of muren beklimmen. Drugspakketjes worden van buiten de gevangenismuren naar gedetineerden gekatapulteerd. Gedetineerden die rondlopen op de daken vangen de pakjes op en werpen ze eenvoudigweg naar de medegevangenen op het recreatieplein. Dat is toch totaal onaanvaardbaar? Nochtans gaan dergelijke beelden over de gevangenis van Haren rond op TikTok. Ik neem aan dat ook u ze gezien hebt. Het is absoluut surrealistisch. Terecht wordt in de media gesteld dat de gedetineerden daar blijkbaar de gevangenis hebben overgenomen.
Mijnheer de minister, kunt u die choquerende en surrealistische beelden toelichten?
De betrokken gedetineerden zijn meer dan waarschijnlijk gekend, aangezien zij zeer herkenbaar in beeld komen. Kunt u een gedetailleerd overzicht geven van de tuchtmaatregelen die werden genomen? Werd er een onderzoek geopend naar de overgooiers? Zijn er vaststellingen gedaan met betrekking tot de daders?
De gevangenis van Haren is een recente gevangenis, gebouwd toen de overgooiproblematiek reeds bekend was. Waarom werd daar bij het ontwerp van de plannen geen rekening mee gehouden?
Welke initiatieven worden er genomen om die overgooiproblematiek in de toekomst te voorkomen? Zullen er bij hoogdringendheid aanpassingen gebeuren?
Voorzitter:
Collega's, ik wens eraan te herinneren – ik had dit misschien voorafgaand aan het debat moeten doen – dat in een actualiteitsdebat een spreektijd van twee minuten per vraag geldt.
Het woord is aan mevrouw De Wit voor de N-VA-fractie.
Sophie De Wit:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, voor mij zal twee minuten spreektijd wel volstaan. Collega Dillen schetste de context al.
In de gevangenis van Antwerpen werd een maatschappelijk assistente aangevallen door een gedetineerde. Ze kreeg niet op tijd hulp aangezien de alarmknoppen niet werkten. Een aantal zaken liepen daar grondig fout, met heel zware gevolgen. Het bleek ook om een niet-ongevaarlijke gedetineerde te gaan, maar die informatie was niet doorgegeven. Uiteindelijk zit de persoon die daar kwam om te helpen nu zwaar geschaad thuis. Bovendien zijn de andere maatschappelijk assistenten nu uiteraard weigerachtig om hun werk binnen de gevangenismuren voort te zetten. Nochtans is dat werk cruciaal met betrekking tot reclassering. De overheid heeft hier gefaald, de systemen hebben gefaald.
Waarom werkten die alarmsystemen niet? Waren ze te oud en onvoldoende nagekeken? Is hetgeen wij daarover in de pers lezen juist? Ik neem aan dat er procedures zouden moeten zijn om dergelijke zaken regelmatig te testen. Als dat niet gebeurt, lijkt mij dat nalatigheid.
Is dat trouwens enkel een probleem in Antwerpen of bestaat dat ook in andere gevangenissen? Ik neem aan dat u dan al lang een ordemotie hebt uitgestuurd om te controleren hoe de situatie elders is. Hebt u dat gedaan?
Hoe zal het nu verder lopen in de praktijk? Reclassering is belangrijk, evenals de gesprekken van maatschappelijk assistenten met gedetineerden. Hoe verloopt het verder met betrekking tot alle organisaties die hebben laten weten dat ze geen gesprekken meer willen voeren in de gevangenissen?
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, de problematiek werd al geschetst.
Veel leden van deze commissie zijn al eens in een of andere hoedanigheid, de meesten als advocaat, in een gevangenis geweest. Ze hebben toen gesproken met gedetineerden, vaak alleen en in een klein en kaal lokaal. De penitentiaire beambten staan buiten. Er is alleen een tafel, een stoel en een noodknop.
Ik zal eerlijk zijn: toen ik als jonge advocaat voor de eerste keer in zo'n lokaal binnenkwam en een relatief zware cliënt voor mij had, was ik niet echt op mijn gemak. Heel veel mensen hebben waarschijnlijk hetzelfde gevoel, niet alleen advocaten maar ook andere mensen die in welke hoedanigheid dan ook een afspraak hebben met een gedetineerde. Na de feiten die zich hebben voorgedaan, kan ik me voorstellen dat er wel een en ander door het hoofd gaat wanneer men vandaag alleen in zo'n lokaal binnengaat. Zit ik hier veilig? Zullen de penitentiaire beambten mij horen als er iets gebeurt? Zal de noodknop werken als ik die nodig heb? Dat overstijgt de gruwelijke feiten die zich hebben voorgedaan, maar illustreert wel hoe moeilijk de situatie is voor mensen die dagelijks in dergelijke situaties moeten werken.
Ik heb daarom een aantal heel concrete vragen ingediend. Een deel ervan werd reeds door de collega's gesteld.
Hoe kunnen dergelijke incidenten in de toekomst worden vermeden?
Gebeurt het vaak dat er door een personeelstekort veiligheidsprocedures niet kunnen worden nageleefd, zoals het aantal cipiers in de gang?
Wie is er verantwoordelijk voor de controle en het onderhoud van de veiligheidssystemen?
De PSD neemt in Antwerpen geen nieuwe dossiers meer aan. Wat zijn de eisen van het personeel? Hoe zult u daaraan tegemoetkomen?
Is de psychosociale begeleiding van gedetineerden gegarandeerd? Heeft de PSD voldoende capaciteit om de begeleiding, zoals wettelijk bepaald, te kunnen uitvoeren?
Greet Daems:
Mijnheer de minister, wat er op 2 september gebeurd is in de gevangenis van Antwerpen is vreselijk. Mijn gedachten gaan dan ook uit naar die maatschappelijk werkster. Ik denk ook aan haar familie, vrienden en collega's van de Begijnenstraat en daarbuiten. We weten ondertussen dat er drie technische zaken misgelopen zijn: de alarmknop was niet aangesloten, het mobiele alarm gaf de foute locatie aan en niet alle informatie stond in het digitale systeem. Het is helaas geen probleem van Antwerpen alleen. Veel inrichtingen hebben ermee te kampen. De vakbonden hebben daarom aangedrongen op veiligheidsinstructies voor alle gevangenissen. Zijn die instructies overal uitgestuurd? Over welke instructies gaat het specifiek?
De problemen gaan natuurlijk veel verder dan alleen de falende infrastructuurproblemen. Ook de personeelstekorten en de overbevolking van de gevangenissen zijn een verklaring voor dit drama. Het gaat om problemen die u en uw voorgangers nooit structureel hebben aangepakt. U schuift het verlengde penitentiaire verlof naar voren als oplossing, maar dat is onvoldoende. Andere voorstellen van de vakbonden hebt u afgeschoten.
Mijnheer de minister, wat zult u, in de tijd die u rest in lopende zaken, nog doen om de overbevolking echt aan te pakken?
Mijn laatste vraag gaat over de verstrenging van de minimale dienstverlening. Het KB zou sinds 22 augustus al terug zijn van de Raad van State. Er was beloofd dat de vakbonden de conclusies van de Raad van State meteen mochten inkijken. Dat is niet gebeurd. Nu blijkt dat ze pas over een paar dagen inzage zullen krijgen. Dat is niet alleen een gebroken belofte, maar ook misprijzen ten opzichte van de vakbonden en het gevangenispersoneel.
Mijnheer de minister, vanwaar komt het gebrek aan respect voor de vakbonden? Waarom geeft u hun niet meteen inzage?
Jinnih Beels:
Mijnheer de minister, het arresthuis in Antwerpen werd dit jaar geteisterd door meerdere incidenten, waaronder dagenlange foltering, vechtpartijen en onlangs de fysieke mishandeling en aanranding van een maatschappelijk werkster. We weten intussen ook dat de alarmsystemen in verschillende gevangenissen en arresthuizen niet naar behoren werken. Het personeel op het terrein kan dus niet in veilige omstandigheden functioneren.
Er zijn verschillende noodkreten uit het veld gekomen, maar de regering is er niet in geslaagd om het personeel van de gevangenissen en arresthuizen voldoende te beschermen, wat een grove nalatigheid is. De structurele overbevolking in de gevangenissen en arresthuizen is onder meer het onderliggende probleem van veel incidenten. Dit wordt ook door verschillende mensen in het werkveld beaamd.
Ik ben mij ervan bewust dat u en de huidige regering een aantal initiatieven hebben genomen, zoals de uitrol van detentiehuizen en de bouw van een nieuw arresthuis in Antwerpen en de creatie van 1.200 extra plaatsen. Helaas zijn dat druppels op een hete plaat.
Wat voor mij echter van fundamenteel belang is, is dat het personeel op het terrein te allen tijde zijn werk veilig kan uitvoeren. Naast het risico dat we opnieuw met opstanden in de gevangenissen te maken zullen krijgen, zoals ik zelf als ex-politiecommissaris al heb mogen ondervinden, is het slechts een kwestie van tijd – laten we hopen van niet – vooraleer de volgende maatschappelijk werkster of cipier misschien niet meer in staat zal zijn om het na te vertellen.
Ondanks het feit dat de regering in lopende zaken zit, heb ik toch nog de volgende vier vragen voor u.
Welke maatregelen zult u nemen om de veiligheid van het personeel op zeer korte termijn, het liefst vanaf morgen, te verbeteren?
Welke initiatieven zult u nemen om ervoor te zorgen dat iedere gevangenis en ieder arresthuis effectief uitgerust is met de juiste en functionerende alarmsystemen?
Wat is uw onderbouwde mening, met zowel de pro’s als de contra’s, over het voorstel om in gevangenissen en arresthuizen, net zoals in de FPC’s of ziekenhuizen, met quota’s te werken, zoals de sector al jarenlang vraagt?
Welke concrete initiatieven zult u nemen om de alternatieve pistes van detentiecentra en transitiehuizen ook effectief verder uit te rollen?
Voorzitter:
Les trois questions suivantes sont posées par notre collègue Sarah Schlitz. Elles portent sur les suicides en prison, la mise en œuvre du guide sur la politique de prévention du suicide en milieu carcéral et la santé mentale du personnel pénitentiaire. Je rappelle aussi que ceci a lieu dans le cadre d'un débat d'actualité et que deux minutes sont allouées par question. Chère collègue, vous avez la parole.
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, je vais en référer à mes questions écrites, si c'est possible. Ce sera plus simple.
Voorzitter:
C'est toujours possible, et c'est encore plus rapide.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je suis alertée sur la question très préoccupante des nombreux suicides dans nos prisons.
Mes questions sont les suivantes:
- Combien de personnes se sont suicidées en 2023 et depuis le début de l'année 2024 dans les prisons belges? Pouvez-vous me donner ce décompte par prison.
- Comment ce décompte est-il fait: est-ce que toutes les personnes ainsi décédées sont prises en considération dans le décompte ou, si la personne décède à l'hôpital, est-elle exclue de ce décompte?
- Un guide adressé à l'administration pénitentiaire demande qu'un décompte des tentatives de suicide soit réalisé: est-ce que cela est effectivement fait? Si oui, selon quels critères et quels sont les chiffres?
- Qu'est-ce qui est prévu en termes de prise en charge pour les personnes détenues avant un passage à l'acte? Comment le choix de l'affectation dans une cellule/une unité/à un étage se fait-elle?
Monsieur le Ministre, un guide sur la politique de prévention du suicide a été diffusé par la DG-EPI en 2023. Le guide liste une série de recommandations, parmi lesquelles:
- Les numéros de téléphone doivent être affichés de manière visible dans les sections (idéalement, à côté des téléphones s’il n’y a pas de téléphone en cellule).
- Dans les établissements disposant d’une plateforme numérique ou d’un canal d'information, des informations sur l’offre sont présentées par cette voie.
- Des dépliants de Télé-Accueil et de la prévention du suicide sont mis à disposition.
- Des ouvrages sur la prévention du suicide sont mis à la disposition des détenus à la bibliothèque.
- La disponibilité d’un téléphone d’urgence et la procédure permettant d'appeler le centre de prévention du suicide et Télé-Accueil, par exemple via un téléphone sans fil, doivent être examinées s’il n’y a pas de téléphone en cellule ou s’il s'agit d'une cellule collective.
- La création d’un groupe de messagerie consacré à la prévention du suicide regroupant les acteurs suivants: direction, AP, SPS, équipe soins et service médical.
Pourriez-vous m'indiquer si ces recommandations ont été mises en œuvre dans l’ensemble des établissements pénitentiaires? Comment ce contrôle est-il effectué? Je vous remercie pour vos réponses.
Monsieur le Ministre, les conditions de travail sont de plus en plus difficiles pour le personnel pénitentiaire. En témoignent les grèves qui ont été nombreuses en début d’année.
- Comment les agents sont-ils informés des ressources et procédures à sa disposition pour faire face à des difficultés psychologiques?
- En début d’année, vous avez évoqué la mise en place d’une politique de gestion des conflits active dans 24 établissements. Pourriez-vous m'indiquer dans lesquels?
- Dans ce cadre, les agents peuvent-ils bénéficier d’un accompagnement en termes de santé mentale?
- Qu'en est-il dans les établissements dans lesquels cette politique n’est pas mise en place? Je vous remercie pour vos réponses.
Voorzitter:
Zijn er collega's van andere fracties die in dit debat vragen wensen te stellen? ( Neen )
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de voorzitter, Wat op 2 september gebeurd is in de Begijnenstraat, is inderdaad vreselijk. Jullie hebben het gezegd en wij kunnen het inderdaad niet anders omschrijven. Als minister van Justitie voel ik mij daar dan ook echt verantwoordelijk voor.
Het is misschien niet de gewoonte, maar ik wil eerst de oude en de nieuwe leden, en zeker ook de nieuwe voorzitter van de commissie voor Justitie gelukwensen. Ik zou normaal gezien ook tussen jullie zetelen, maar ik zit nu nog hier. Dat is vrij eigenaardig, moet ik eerlijk toegeven.
De commissie voor Justitie – en dit zeg ik voor de nieuwe leden – heeft een goede reputatie. Zij die hier al langer zetelen, kunnen daarvan beter getuigen dan ik. De commissie voor Justitie is actief, kritisch en zeer actief bezig met wetgeving. Daar kan ik van getuigen. Als ik even chauvinistisch mag zijn, merk ik op dat de nieuwe leden van de commissie voor Justitie vooral uit de provincie Antwerpen komen. Ik meen dus dat de toekomst van de commissie voor Justitie gegarandeerd is.
Ik zei het al, het is een beetje bizar dat ik hier nog zetel als minister in lopende zaken. Ik moet u niet uitleggen dat dit betekent dat ik terughoudend moet zijn. Dat neemt niet weg dat ik mijn verantwoordelijkheid wel wil opnemen en dat ik in alle transparantie zoveel mogelijk wil antwoorden op de gestelde vragen. Maar u weet dat de bevoegdheden van de regering in lopende zaken – in het Engels de caretaker government – zeer beperkt zijn. Ik moet vanuit democratisch oogpunt zeer terughoudend zijn in het nemen van nieuwe beleidsinitiatieven.
Er is één fractie, de Vlaams Belangfractie, die mij vandaag vele vragen stelt als: wat zult u doen, welke initiatieven zult u nemen, welke middelen zult u vrijmaken voor probleem X of voor probleem Y? Wel, ik zal u wat dat betreft moeten ontgoochelen. Dat is niet aangenaam voor u, maar dat is voor mij ook niet zo aangenaam. Lopende zaken zijn echter wat ze zijn. Het is goed dat wij hier kunnen samenzitten en ik hoop dat wij ons goed zullen kunnen vinden in het begrip "lopende zaken".
En ce qui concerne les problèmes dans les prisons, nous avons déjà eu ce débat à de nombreuses reprises, dernièrement le 26 mars 2024 après l'incident dramatique dans la cellule 1311 de la Begijnenstraat. Comme vous le savez, nous avons toujours essayé d'être ouverts au débat et, comme je l'ai déjà dit, je reste disponible pour cette commission. J'essaie dans la mesure du possible de répondre à toutes vos questions.
Er zijn een aantal heel terechte vragen gesteld. Ik wil niet te veel doceren. Ik probeer het kort te houden, maar ik wil het eerst nog even over de overbevolking hebben. Dat is een oud fenomeen, waarvoor verschillende oorzaken kunnen worden aangehaald. Ik wil enkele elementen nog eens heel specifiek aanhalen, omdat er misverstanden over bestaan en blijven bestaan.
Ten eerste, meer dan 50 % van de veroordeelden blijft tot de laatste dag van het strafeinde in de cel. Er is daarover dus nog steeds een misverstand, dat door sommigen bewust wordt opgepookt, namelijk dat gedetineerden d’office na een tweede of een derde van hun straf vrijkomen. Niets is minder waar. Dat is vooral een evolutie, die u positief of negatief mag noemen, maar die merkbaar is sinds die bevoegdheid is weggehaald bij de uitvoerende macht en aan de rechterlijke macht gegeven werd. De strafuitvoeringsrechters blijken in de praktijk – dat is een feit, waarover ik geen oordeel heb – vrij streng te zijn in het vrijlaten van gedetineerden. Er is uiteraard ook een categorie gedetineerden die er bewust voor kiest tot het strafeinde in de gevangenis te blijven zitten, om aldus aan het moeilijke toezicht van politie en justitieassistenten te ontsnappen, maar meer dan 50 % van de gevangenen blijft dus tot het strafeinde in de gevangenis.
We weten ook dat er een probleem is dat vaak terecht is aangehaald door leden van de commissie voor Justitie, met name het hoge recidivecijfer in ons land. Ik moet eerlijk bekennen dat de cijfers waarover justitie beschikt niet altijd erg actueel en pertinent zijn. We weten echter, uit de recentste cijfers waarover wij beschikken, dat meer dan 70 % van de veroordeelden die vrijkomen, binnen de vijf jaar na vrijlating nieuwe feiten pleegt en dus opnieuw voor een rechter verschijnt. Collega’s, meer dan 70 %, dat is ook een politieke verantwoordelijkheid. Ik wil in dat verband twee specifieke problemen aanhalen, die eigenlijk vreemd zijn aan justitie, maar waarmee justitie wel wordt geconfronteerd en die goeddeels de historische overbevolking mee verklaren.
Momenteel zitten 1.054 geïnterneerden in onze gevangenissen. Dat is opnieuw een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. Wij weten allemaal – ik hoef dit niet mee te geven aan dit gespecialiseerde publiek – dat geïnterneerden mensen zijn met psychische problemen, die niet in de gevangenis thuishoren. Zij hebben specifieke zorg nodig, die hun geboden moet worden in de FPC’s, in het forensische zorgcircuit of in het reguliere psychiatrische circuit. Daar werkt men inderdaad met quota, mevrouw Beels.
Ook bij de DVZ werkt men met quota. Vandaag zitten er immers niet alleen 1.000 geïnterneerden in onze gevangenissen, maar ook meer dan 3.800 mensen zonder papieren. Het gevangeniswezen werkt niet met quota, maar – ik druk mij oneerbiedig uit, maar ik wil het duidelijk stellen – het is al jaren de vergaarbak voor alle problemen die zich in onze samenleving voordoen. Haal die 1.000 geïnterneerden en die 3.800 mensen zonder papieren eruit en er is geen sprake van overbevolking. Dat is een redenering die heel kort door de bocht gaat, maar ik wilde dat punt toch even maken. Aan wie blijft beweren dat justitie een fout heeft gemaakt door de korte straffen uit te voeren, zeg ik dat dit de wereld op zijn kop is, want justitie moet haar eigen straffen uitvoeren. Voor mij zijn straffen tot drie jaar geen korte straffen.
Als laatste element wat de overbevolking betreft, wil ik nog het volgende zeggen aan collega Van Hoecke. In sommige vragen laat u uitschijnen dat justitie en politie in dit land niets zouden doen. Welnu, de ongeveer 12.400 gedetineerden komen niet zomaar in de gevangenissen. Dat is dankzij het werk van justitie en politie. We hebben het de voorbije maanden vaak gehad over Sky ECC en de 'successen'. De problemen met de georganiseerde criminaliteit en drugs zijn nog verre van opgelost, maar het is wel een feit dat politie en justitie successen hebben geboekt en dat 4.500 van de meer dan 12.000 gedetineerden in de gevangenis zitten voor drugsmisdrijven. Dat zijn enkele randbemerkingen die ik toch wilde maken.
On sait tous qu'il n'y a pas de solution miracle aux problèmes de nos prisons. Si cette solution existait, les problèmes seraient résolus depuis des années.
Verschillende sprekers hebben aangehaald dat er in de afgelopen legislatuur 1.260 plaatsen bij gekomen zijn. Vaak gaat het ook over beslissingen van de voorgaande regering die in de afgelopen legislatuur uitgerold werden, net zoals de toekomstige regering hopelijk plaatsen zal kunnen openen die door de huidige – thans in lopende zaken – regering zijn beslist. Zo verloopt het nu eenmaal, al frustreert dat ons allemaal. Het gaat traag. Voor een stuk kijk ik daartoe naar de Regie der Gebouwen, maar die bevoegdheid komt mij niet toe in de periode van lopende zaken. Het is nu eenmaal zo.
De capaciteit zal tegen het einde van het jaar 11.100 bedragen. Ik heb de cijfers nog eens nagekeken die ik meegedeeld heb in de vergadering van de commissie voor Justitie van 26 maart 2024. Ik kan vaststellen dat wat ik toen heb gezegd op een tiental na klopt. De huidige capaciteit is 11.010 en tegen het einde van het jaar zal die 11.100 bedragen. Op het moment van de commissievergadering van 26 maart bedroeg de capaciteit 10.760. Naast de toename tot 11.010 en tot 11.100, op het einde van het jaar, staan nog tal van projecten in de steigers die in de loop van 2025 en in het voorjaar van 2026 hopelijk de capaciteit zullen doen toenemen met zowat 400 plaatsen, waardoor de capaciteit op 11.500 gebracht zal worden. Draai of keer het zoals u wilt, ofwel halen we er een aantal mensen uit, bijvoorbeeld geïnterneerden, bijvoorbeeld illegalen, ofwel creëren we capaciteit bij. Ik meen dat we op verschillende sporen moeten inzetten. Een van de zaken is dat de capaciteit toeneemt. Dat is gepland. Het komt de volgende regering toe om daar al dan niet een andere richting aan te geven.
Investeren in bijkomende plaatsen betekent ook investeringen in bijkomend personeel, zoals u wel weet. Er is wat mij betreft geen misprijzen voor de vakbonden, mevrouw Daems. Die spelen hun rol. We hebben geïnvesteerd in extra personeel. Dat is u allen bekend, want op de versnelde aanwerving van personeel is er ook kritiek geuit, aangezien er een spanningsveld ontstaat tussen de snelheid van aanwerving en voldoende opleiding. Dat probleem manifesteert zich voor een stuk in Haren, maar we hebben dus wel extra personeel aangeworven. In de afgelopen vier jaar zijn in totaal maar liefst 4.000 personeelsleden aangeworven voor de gevangenissen. De medische teams en de zorgteams hebben we versterkt. Nogmaals, daarmee breng ik geen hoeraverhaal, ik geef gewoon de feiten. We zijn er nog niet, dat weet ik ook wel.
Wij hebben het bewakings- en administratief kader versterkt, zowel in de nieuwe als in de bestaande gevangenissen. Op vele vlakken was er effectief een inhaalbeweging nodig. Collega Daems, ik geef het toe, ondanks die inspanningen blijft er in sommige inrichtingen, niet in alle maar in sommige, effectief een personeelstekort.
De overbevolking is gedaald. Het kan vreemd klinken als ik dat zeg, maar ze is gedaald ten opzichte van 10 jaar geleden. Ze bedraagt nu 13 %, 10 jaar geleden bedroeg ze 24 %. Dat is onder meer het gevolg van het optrekken van het aantal plaatsen in onze gevangenissen.
Ik wil daaraan toevoegen dat de capaciteit die ik net vermeldde nog steeds onvoldoende is voor de meer dan 12.300 gedetineerden. In commissie en plenum heb ik al vaak gezegd dat de eerste ambitie moet zijn om nul grondslapers te hebben. Ik kan u in alle eerlijkheid zeggen dat dit tijdens de vakantie niet gelukt is. Zeker in de Begijnenstraat worden wij opnieuw geconfronteerd met tientallen grondslapers.
Het aantal gedetineerden blijft nog stijgen, tot onze verbazing. Wij hebben het zelf niet in de hand. Net zoals wij de uitstroom niet in de hand hebben – dat is een beslissing van strafuitvoeringsrechters – hebben wij de instroom ook niet in de hand, want die ligt in handen van parketmagistraten en onderzoeksrechters. Traditioneel zien wij tijdens de zomer een daling van het aantal gedetineerden. Nu is het aantal blijven stijgen. Justitie en politie zitten blijkbaar niet stil, ook niet tijdens de zomer. Die gedetineerden komen er niet vanzelf.
De gevangenissen zijn inderdaad verplicht om elke inkomende gedetineerde op te nemen. Collega Beels, de voorzitter ad interim van de FOD Justitie, mevrouw Sarah Blancke, die zal vertrekken op 1 oktober, pleit inderdaad voor quota in de gevangenissen. In tegenstelling tot gesloten centra, FPC's en centra voor illegalen zijn er voor de gevangenissen geen quota. Het gevangeniswezen kan vandaag niet zeggen dat de gevangenissen vol zitten en dat er een stop is.
Dat maakt dan inderdaad ook dat de gevangenissen een beetje – dit is een unconvenient truth, maar het is wel een waarheid – een vergaarbak worden voor problemen die elders niet worden opgelost. Het resultaat is dat gevangenissen problemen van andere departementen ondervangen. Er zijn meer dan 1.000 geïnterneerden en meer dan 3.800 gedetineerden zonder recht op verblijf. Het resultaat is inderdaad – dat is correct, collega Daems – dat het personeel gebukt gaat onder een grote werklast, dat de veiligheid onder druk staat en dat we hier nu in de commissie voor Justitie zitten om al die problemen te bespreken. De overbevolking, het personeelstekort, de veiligheid binnen onze inrichtingen en de staat van de gebouwen blijven inderdaad problemen die bijkomende initiatieven en maatregelen vergen.
Collega Beels, u sprak over het beleid van de huidige regering tijdens de vorige legislatuur. Ik denk dat ik het zo juridisch correct zeg, want het is nog de huidige regering. Het zouden druppels op een hete plaat zijn. Daar ben ik het niet mee eens. We hebben het geweer van schouder veranderd en dat is eigenlijk al gebeurd onder de Zweedse regering. Een derde van de infrastructuur is vervangen. Tegen dit tempo is tegen 2031 de helft van de verouderde infrastructuur vervangen. Ik ben het met u eens dat dat veel te traag gaat. Koken kost geld, maar nu is dus een derde van de infrastructuur up-to-date en tegen 2031 de helft. We investeren in bijkomende capaciteit en we nemen ook maatregelen om anders te straffen. Ik kom daar nog op terug. We willen alternatieven voor de gevangenisstraf meer 'promoten'. Ik vind dus wel dat dat meer is dan druppels op een hete plaat. Ook de initiatieven die we hebben genomen voor de detentiehuizen en detentiebegeleiders mogen hier aangehaald worden.
Voor bijkomende initiatieven en maatregelen moet ik als ontslagnemend minister in een regering in lopende zaken een zekere terughoudendheid aan de dag leggen. Nieuwe initiatieven kan ik niet nemen. Ik ben ook niet in de mogelijkheid om in extra financiële middelen te voorzien. Normaal zijn we nu bezig met beleidsnota's, beleidsverklaringen en de begrotingsopmaak, maar er is dus niets van dat alles. Ik hoef u de omzendbrief over de lopende zaken niet te citeren.
Ik hoop, en ik ga ervan uit, dat de volgende regering de ingeslagen weg zal volgen. Wat is die ingeslagen weg?
Ten eerste, alle straffen moeten worden uitgevoerd. Een justitie die dat niet doet, is geen geloofwaardige justitie. Een justitie waarbij de uitvoerende macht zomaar beslissingen van rechters aan de kant schuift, is niet ernstig in een rechtsstaat. Alle straffen moeten worden uitgevoerd.
Ten tweede, wij moeten straffen op maat hebben. Dat punt heb ik daarnet ook gemaakt. Wij hebben in de commissie voor Justitie hard gewerkt aan het nieuwe Strafwetboek, waarin de gevangenisstraf een ultimum remedium is. We spraken daar al lang over. Wij hebben dat nu effectief verankerd in ons Strafwetboek. Een rechter die een straf van niveau 2 wil uitspreken, moet motiveren waarom hij een gevangenisstraf oplegt en waarom een andere straf dan een gevangenisstraf niet gepast is.
Ten derde, als er dan toch een gevangenisstraf opgelegd wordt, moet die zinvol zijn. Ik heb het recidivecijfer aangehaald, namelijk 70 %. Een zinvolle gevangenisstraf is een straf waarbij de gedetineerde wordt begeleid, vandaar de detentiehuizen. Dat is geen Belgische uitvinding, dat is iets dat uit Scandinavië komt, vandaar ook de detentiebegeleiders.
Zinvol straffen moeten wij doen vanuit een menselijk oogpunt. Gedetineerden zijn mensen. Wij moeten dat doen vanuit een maatschappelijk oogpunt, want onze maatschappij wordt daardoor veiliger. En wij moeten dat ook doen vanuit een economisch oogpunt, want hoewel ik het niet kan berekenen, ben ik ervan overtuigd dat zinvol straffen op termijn ook budgettair zal lonen. Als wij niet investeren in gedetineerden, blijft het recidivecijfer hoog. De maatschappelijke kosten zijn dan ook bijzonder hoog. Kortom, wij moeten aan begeleiding doen.
Wij botsen echter ook voor een deel op onze staatsstructuur. Ik leg de bal niet in het kamp van de gemeenschappen, dat is niet mijn bedoeling, maar u weet dat de begeleiding al voor een goed deel geregionaliseerd is en dat de gemeenschappen dus ook hun duit in het zakje moeten doen.
Chers collègues, j'ai regroupé vos nombreuses questions en différents thèmes afin d'essayer de vous répondre de manière structurée.
Het is vreselijk wat er in de gevangenis van Antwerpen gebeurd is. Er werd expliciet gevraagd hoe het met het slachtoffer gaat. Ze heeft echter via haar hiërarchie laten weten dat ze op haar privacy gesteld is. U zult mij dat niet kwalijk nemen, maar ik zal dus op haar vraag geen informatie verstrekken.
Er loopt een gerechtelijk onderzoek. De zaken die daarover gezegd en geschreven zijn in de pers zijn grotendeels juist. Het slachtoffer werd dus brutaal betast en seksueel aangerand. Het parket voert een onderzoek ter zake. De verdachte is een man die vastzat voor diefstallen. Hij zat in eerste instantie in voorlopige hechtenis en is na zijn veroordeling door de correctionele rechtbank in strafuitvoering gebleven. Op het ogenblik van de feiten, namelijk op 2 september, zat hij dus in strafuitvoering.
De man bleek ook – en ik zeg dat met de nodige voorzichtigheid – mentale problemen te hebben. Dat is een algemene term en dat zal dus verder bevestigd moeten worden. We zien dat echter vaak in de gevangenissen. Ik heb immers nog niet gezegd dat een derde van de geweldsincidenten door geïnterneerden wordt gepleegd. Dat zijn dus mensen die psychische zorg nodig hebben. Zij zijn extra vatbaar voor het plegen van geweld tegen ons penitentiair personeel.
Ik zal het nu hebben over de veiligheidsprocedures, de noodknop en het mobiele alarm. Ik vat het samen, want u hebt het goed gelezen in de pers. De noodknop, die aan de muur hing, functioneerde niet. Elk personeelslid is ook uitgerust met een gsm met een mobiel alarm, en dat heeft wel gewerkt. Volgens de gevangenisdirectie en de informatie die mij verstrekt werd, was er na ongeveer één minuut bijstand aanwezig. In dergelijke verschrikkelijke omstandigheden zijn 60 seconden echter een eeuwigheid. Dat waren dus 60 seconden te veel.
Het incident heeft problemen blootgelegd. De vaste alarmknop werkte niet en bleek zelfs niet aangesloten te zijn. Hoewel dergelijke alarmknoppen niet het primaire alarmsysteem binnen de gevangenissen zijn, is zoiets onaanvaardbaar. Die knop wordt geacht te functioneren. Inmiddels zijn die alarmknoppen – niet alleen in de Begijnenstraat, maar ook in alle andere gevangenissen – gecontroleerd, aangesloten en getest. Technische mankementen zijn altijd mogelijk, maar dan moeten die aan het licht komen tijdens de testen.
Het mobiele alarm werkte wel. Zoals collega Dillen al zei, kon het slachtoffer de knop wel indrukken, maar duurde het te lang voor men haar wist te lokaliseren. Het DG EPI heeft mij laten weten dat nieuwe testen van het systeem worden uitgevoerd en maatregelen worden genomen om dat probleem te verhelpen. Er waren veiligheidsmedewerkers op de gang, maar zij waren inderdaad pas na een minuut ter plaatse om hulp te bieden. Er wordt ook geëvalueerd of het wel aangewezen is om iemand in zo'n lokaal alleen te laten met een gedetineerde.
Ik herhaal dat naar aanleiding van het incident met de noodknop in de Begijnenstraat ook in de andere gevangenissen de veiligheidsprocedures worden herbekeken en testen worden uitgevoerd.
Ik zeg dit met heel veel schroom, want ik vind het moeilijk om dat te zeggen, maar in de gevangenis zitten geen koorknapen. Daarom moeten de veiligheidsprocedures functioneren. Het is moeilijk te aanvaarden dat die noodknop niet functioneerde, maar zelfs als we ervoor zorgen dat alle veiligheidsprocedures 100 % werken, dan nog kunnen wij geen absolute veiligheid garanderen. Het spijt me dat ik dit moet zeggen, maar ik denk dat ik dat hier wel moet doen. U moet mij die kritische vragen stellen, maar ik kan niet garanderen dat er nooit meer iets zal gebeuren in de gevangenis als alle veiligheidsprocedures 100 % worden nageleefd. Dat is niet zo in de buitenwereld en dat zal intra muros ook niet zo zijn. Dat neemt echter niet weg dat we er alles aan moeten doen om die veiligheidsprocedures correct toe te passen en te controleren.
De werkdruk van het personeel is hoog. Collega Daems, wij hebben respect voor elk personeelslid dat dagelijks in die moeilijke omstandigheden moet werken. Ik hoed mij er echter voor om het personeelstekort of de overbevolking als verschoningsgrond aan te wenden om de veiligheidsprocedures niet te respecteren. We moeten ook in die situaties kunnen vertrouwen op die procedures en die worden nu op scherp gezet. Ik twijfel er niet aan dat u dit zult opvolgen. Zolang ik minister in lopende zaken blijf, zal ik dat ook opvolgen en mij hierover laten rapporteren.
De videobeelden uit de gevangenis van Haren op TikTok zijn door de politie en het gevangeniswezen bekeken. Het overgooien door middel van een katapult, zowel in Haren, in de Begijnenstraat in Antwerpen als in andere gevangenissen, is de voorbije jaren een plaag geworden. De overgooiproblematiek heeft altijd bestaan, maar de laatste jaren is dit exponentieel toegenomen. Nooit eerder kregen gevangenen zoveel luchtpost als in de afgelopen maanden. Het gaat dan over drugs, smartphones en andere vaak onschadelijke en soms schadelijke zaken.
Er worden maatregelen genomen en in het nieuwe Strafwetboek werd deze praktijk strafbaar gemaakt. We hebben het artikel met betrekking tot het overgooien ook vervroegd in werking laten treden, waardoor ook niet meer bewezen hoeft te worden dat iets dat wordt overgeworpen een illegaal goed betreft. Het overgooien op zich is nu immers een strafbaar feit, wat het werk van politie en justitie vergemakkelijkt.
Er komt een geldboete voor wie dat één keer doet. Daarna kan dat een celstraf worden.
Het strafbaar maken is uiteraard onvoldoende. Er moeten ook aanpassingen zijn aan de infrastructuur om dat tegen te gaan. Ik kan u melden dat er op dat vlak momenteel door de Regie der Gebouwen en de bevoegde staatssecretaris een studie wordt uitgevoerd in de gevangenis van Mechelen over de overgooiproblematiek. De resultaten van de studie worden afgewacht, om te bekijken welke specifieke algemene maatregelen eventueel kunnen worden getroffen. Ik hoor u denken en opwerpen dat het niet zo moeilijk kan zijn om gewoon een net te spannen. Blijkbaar is dat echter niet erg evident.
Inzake het beklimmen van daken, dus gedetineerden die op daken zouden zijn gezien, kan ik meegeven dat in samenspraak tussen de gevangenis en de privépartners een oplossing wordt uitgewerkt die maakt dat gedetineerden niet langer op de daken kunnen klimmen. As we speak wordt daaraan gewerkt.
Inzake het personeelstekort in de gevangenis van Haren kan ik melden dat daar 258 nieuwe personeelsleden zijn aangeworven, waarvan 221 in de bewaking. Wij starten binnenkort opnieuw met een aanwervingscampagne. Ik weet immers dat er nog een personeelstekort is in de gevangenis van Haren. Er komt dus een aanwervingscampagne, specifiek voor de gevangenis van Haren.
Wij zullen voor die rekrutering, zoals hier in het verleden al is toegelicht, de procedure Fast Lane hanteren. Dat doen wij samen met BOSA en de minister van Ambtenarenzaken. Met die versnelde procedure menen wij op korte termijn opnieuw extra personeel te kunnen aanwerven.
De grote aanwervingsgolven hebben voor een achterstand in de opleiding van het personeel gezorgd. Die achterstand wordt weggewerkt. Binnenkort zullen de personeelsleden de eerste module van de basisopleiding hebben gevolgd. In afwachting van die basisopleiding krijgen de nieuwe personeelsleden een opleiding op de werkvloer vooraleer zij op een sectie worden geplaatst.
Over de ontsnappingspoging uit de gevangenis van Wortel, wat een vraag van mevrouw Dillen was, kan ik meegeven dat het om vier gedetineerden met de Marokkaanse nationaliteit ging.
Mevrouw Dillen, u hebt een verklaring voor de ontsnappingspoging gezocht in het feit dat er nu een akkoord is met Marokko om gedetineerden te repatriëren. Dat akkoord is er wel degelijk. De aantallen zijn in juli en augustus 2024 een beetje gedaald. Ik hoop en het zal ook zo zijn dat ze in september 2024 opnieuw zullen stijgen. Ze zijn in juli en augustus 2024 namelijk gedaald, omdat die maanden vakantiemaanden zijn en omdat het ook van Marokkaanse zijde moeilijker was om tot samenwerking te komen.
Wij hebben dit jaar al 165 Marokkaanse onderdanen zonder papieren kunnen repatriëren, waarvan 90 gedetineerden. Marokko aanvaardde geen eigen onderdanen meer sinds 2017, nu gebeurt dat opnieuw. Ik was op 1 november 2023 in Marokko, samen met andere mensen uit de veiligheidswereld, om daarover te praten. Marokko aanvaardt nu opnieuw de eigen onderdanen. Dat is belangrijk, maar ik geef u meteen mee dat er nog veel Marokkaanse onderdanen zonder geldige papieren in onze gevangenissen zitten, onder andere de verdachte van de feiten op 2 september.
Die overbrengingen naar Marokko zijn geen sinecure, dat is een open deur intrappen. Marokkaanse gedetineerden gaan zelden akkoord met hun overbrenging. Ze weten nu ook dat ze repatriëring riskeren. Het wordt de omgekeerde wereld, want ik hoor dat ze zich nu voordoen als Algerijn of Tunesiër, om aan uitwijzing naar Marokko te ontsnappen. U weet dat het onze taak is, de taak van DVZ en de overheid, om te bewijzen welke nationaliteit zij hebben, waarna wij inderdaad een laissez-passer kunnen aanvragen en bekomen in Marokko. Ze doen echter hun best om hun ware identiteit te verhullen.
Er is ook de nieuwe wet – het wetsontwerp werd behandeld in de commissie voor Binnenlandse Zaken – die mensen van de dienst Vreemdelingenzaken de bevoegdheid van officier van gerechtelijke politie geeft om gsm-toestellen uit te lezen, om de identificatie en de juiste identiteit van personen te achterhalen.
In totaal werden in 2024 165 Marokkaanse onderdanen teruggestuurd, waarvan 90 gedetineerden. Dat is een goed resultaat in vergelijking met de vorige jaren. Het is echter nog niet voldoende om de overbevolkingsproblematiek in onze gevangenissen aan te pakken en om de overlast in onze steden, die gepaard gaat met die illegaliteit, aan te pakken. Justitie kan dat niet alleen. Dat weet u.
In geval van overbrenging is Marokko in principe verplicht de tenuitvoerlegging van de straf voort te zetten. Derhalve is Marokko gebonden door de juridische aard en de duur van de sanctie. Dat is een algemeen principe bij overbrengingen. Er is echter een mogelijkheid om daarvan af te wijken, met name wanneer de straf naar de aard of de duur onverenigbaar is met het Marokkaanse recht. In dat geval kan Marokko de sanctie aanpassen aan de straf of maatregel die door zijn eigen wet voor een soortgelijk strafbaar feit is voorgeschreven. België wordt tijdens die overbrengingsprocedure ook ingelicht over de wijze waarop de tenuitvoerlegging van de Belgische veroordeling in Marokko plaatsvindt.
Wat de vier gedetineerden met Marokkaanse nationaliteit in de gevangenis van Wortel betreft, voor een van hen loopt een dossier met het oog op een overbrenging naar Marokko. De betrokkene gaat akkoord met zijn overbrenging. Voor de drie andere personen zal in samenwerking met de Dienst Vreemdelingenzaken de terugkeer georganiseerd worden op het ogenblik waarop ze hun strafeinde naderen.
U hebt heel concrete cijfers gevraagd, maar ik raad u aan om daarvoor een schriftelijke vraag in te dienen.
Nu kom ik tot de vragen over de strijd tegen drugs in de gevangenissen. Ook dat is een oud zeer. Drugs bevinden zich in de maatschappij en dus ook in de gevangenissen. U weet dat wij tien toestellen aankopen om drugs te detecteren in de gevangenissen. Eén toestel is momenteel in testfase en roteert tussen de verschillende gevangenissen.
Tegen het gebruik van smartphones in de gevangenissen wordt nog steeds streng opgetreden. Het beleid op dat vlak is vernieuwd. Gevonden smartphones worden in beslag genomen. We hebben ook opsporingstoestellen aangekocht die helpen in de zoektocht naar verboden smartphones. Vijf dergelijke toestellen zijn aangekocht. Ze worden momenteel getest en ingezet bij zoekacties in diverse gevangenissen. De resultaten daarvan zijn voorlopig positief, zo zegt het gevangeniswezen mij. Een overheidsopdracht wordt voorbereid voor de aankoop van meer van die toestellen, zodat ze in meerdere gevangenissen ingezet kunnen worden.
We hebben eveneens kennisgenomen van het jaarverslag van de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen. Daat stonden een aantal aanbevelingen en opmerkingen in die bestudeerd worden door de administratie van het gevangeniswezen. Ik kan u trouwens ook nog aangeven dat het gevangeniswezen een nieuwe directeur-generaal heeft. Dat is een dame die u goed kent, want ze was kabinetschef van de minister van Justitie, namelijk Mathilde Steenbergen. Het lijkt me dus een zegen voor de volgende minister van Justitie om met zo'n directeur-generaal te kunnen samenwerken.
Ik zal niet aarzelen om operationele knelpunten aan te pakken in deze periode van lopende zaken. Ik had vorige week bijvoorbeeld nog een ontmoeting met de Centrale toezichtsraad in het kader van de evaluatie van zijn eigen werking. Ook wat zijn eigen werking betreft, hangt de CTRG namelijk af van het Parlement. Ook daar kan echter nog een aantal zaken worden verbeterd.
Wat de vraag van collega Daems over de minimale dienstverlening betreft, klopt het dat er een advies van de Raad van State is binnengekomen op 22 augustus. De administratie is dat advies aan het analyseren. Er werd afgesproken dat het advies uiterlijk op 22 september aan de vakbonden wordt overgemaakt. Dat is één maand na ontvangst, dus dat lijkt me redelijk. Dat is geen kwestie van misprijzen van de gevangenissen.
Je vais maintenant répondre à la question de notre collègue Sarah Schlitz concernant les suicides en prison. En 2023, il y a eu 15 suicides dans les prisons belges. Il va de soi que c'est un état de choses déplorable. Je vous invite à poser une question écrite si vous souhaitez obtenir des chiffres plus détaillés à ce sujet.
Le nombre de suicides et de tentatives de suicides sont également une des conséquences de l'augmentation du nombre de détenus souffrant de maladies psychiatriques. C'est une constatation indéniable et je pense que l'on peut constater un phénomène similaire au sein de la société en général. Le personnel est formé pour reconnaitre les signes avant-coureurs du suicide parmi les détenus. Un groupe de travail se penche sur le sujet dans le Sud du pays. Ce groupe travaille à une simplification des instructions à destination des agents pour le Nord du pays. Un projet pilote va démarrer le 1 er octobre et sera mené par le VLESP ( Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie ) au sein de quatre prisons, à savoir Bruges, Malines, Ypres et Merksplas. J'espère, monsieur le président, avoir répondu aux questions.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, ik begrijp dat u, doordat de regering in lopende zaken is, terughoudend moet zijn en dat u geen nieuwe initiatieven kunt nemen. Hier gaat het echter over problemen die al decennialang aanslepen en die in de voorbije legislatuur al herhaaldelijk zijn aangekaart. Dan is het toch belangrijk dat u uw verantwoordelijkheid opneemt?
U hebt een aantal cijfers gegeven, waarvoor dank. 50 % van de veroordeelden blijft in de cel tot het strafeinde. We weten allemaal waarom, mijnheer de minister. We moeten daar niet flauw over doen. De gedetineerde is dan namelijk niet langer gebonden aan voorwaarden en moet die voorwaarden dan ook niet respecteren.
Helaas klopt het recidivecijfer dat u vermeldde. 70 % van de vrijgelaten gevangenen pleegt nieuwe feiten binnen de 5 jaar. Hoe komt dat, mijnheer de minister? Ik ben er eerlijk in, het is niet hoofdzakelijk uw verantwoordelijkheid, maar het mag wel gezegd worden, dat komt doordat er vandaag van een zinvolle detentie amper sprake is.
Het is heel belangrijk gedetineerden gedurende hun gevangenisstraf, hoe lang die ook mag zijn, te begeleiden naar hun terugkeer in de maatschappij. Op een bepaald ogenblik zullen zij immers vervroegd vrijkomen of vrijkomen na het einde van hun straftijd. Men moet hen dus begeleiden. Die begeleiding is bijzonder belangrijk, vanuit menselijk oogpunt, maar vooral ook vanuit maatschappelijk oogpunt. Nu laat die begeleiding werkelijk te wensen over. Nogmaals, dat is hoofdzakelijk een bevoegdheid van de gemeenschappen. Die mogen toch ook gewezen worden op hun verantwoordelijkheid?
Mijnheer de minister, u hebt het cijfer gegeven van het huidige aantal gedetineerden: 12.400, waarvan 1.054 geïnterneerden en 3.800 gedetineerden zonder papieren. Ik ben het volledig met u eens, geïnterneerden horen niet thuis in de gevangenis. Daar zitten zij als gevolg van een falend beleid voor het inzetten van FPC's, enzovoort.
Wat de 3.800 gedetineerden zonder papieren betreft, mijnheer de minister, zorg ervoor dat de nodige initiatieven genomen worden om hen uit de gevangenis te halen. Er is het verdrag met Marokko, dat met veel poeha is voorgesteld in de media. U zult zich de beelden wel herinneren. Mijnheer de minister, er moet meer op uitwijzing ingezet worden. Het gaat toch niet op dat een gedetineerde zijn akkoord moet geven? Nee, wie in ons land strafbare feiten pleegt, moet zonder pardon worden uitgewezen naar het land van herkomst.
U hebt gezegd dat die verantwoordelijkheden onder andere departementen ressorteren, dat klopt deels. Dring er bij de bevoegde collega’s op aan dat zij hun verantwoordelijkheid nemen.
Het aantal gedetineerden is deze zomer verder gestegen. Dat verbaast u. Mij verbaast dat eerlijk gezegd niet. Dat is immers het gevolg van de stijgende drugscriminaliteit, vooral in Antwerpen, maar waarschijnlijk ook in andere provincies. Alle respect voor de inspanningen van politie en justitie om deze criminelen – hoofdzakelijk mannen – te vatten, want daar wordt hard op ingezet, maar het gevolg is wel dat het aantal gedetineerden stijgt. We moeten daarover dus niet verwonderd zijn. De Vlaams Belangfractie steunt de aanpak van deze criminaliteit ten volle.
Wat de bijzonder trieste feiten in de gevangenis van Antwerpen betreft, hebt u aangegeven dat hierdoor de veiligheidsprocedure werd blootgelegd. De alarmknop was blijkbaar niet aangesloten en werd zelfs nooit getest. Mijnheer de minister, dat heeft niets te maken met de overbevolking in de gevangenissen. Het feit dat zaken niet getest worden, moet worden losgekoppeld van de problematiek van de overbevolking. U hebt gezegd dat er maatregelen werden genomen om de juiste locatie te laten vinden door EPI. Wanneer wordt die maatregel van kracht?
Mijnheer de minister, u hebt gelijk dat er geen 100 % garantie geboden kan worden dat er nooit meer incidenten zullen plaatsvinden, zelfs met perfect werkende systemen. In alle gevangenissen moeten echter de nodige initiatieven worden genomen om alles te testen.
Mijnheer de minister, wat de gevangenis van Antwerpen betreft, hoop ik dat de lokalen voor advocaten inmiddels ook getest werden en dat er daar niets misloopt. Dat is immers niet onbelangrijk.
Wat betreft de beelden van de gevangenis van Haren die op TikTok circuleren, net als u zit ik niet op TikTok. Ik denk dat ik daar net iets te oud voor ben. Ik heb die gegevens niet gekregen via TikTok, die zijn in alle media verschenen. De problematiek van het overgooien is de laatste jaren exponentieel gegroeid en er moeten heel dringend maatregelen worden genomen om de infrastructuur aan te passen. Ik weet dat dit niet uw bevoegdheid is, maar u kunt toch wel bij uw collega aandringen om daarvan bij hoogdringendheid werk te maken.
U zegt dat er een project komt in de gevangenis van Mechelen. Ik vind de keuze voor Mechelen bizar. Waarom begint men niet met een project in Antwerpen of Haren, waar de problematiek heel zwaar aanwezig is? We hebben daarover al herhaaldelijk gediscussieerd. We kennen het nieuwe fenomeen van de drones, maar in Antwerpen gebeurt het niet met drones en weet men toch perfect vanwaar dat overgooien gebeurt? Dat kan met een paar kleine ingrepen of maatregelen worden vermeden. Ik geef een voorbeeld. U kent de situatie evengoed als ik. Ga eens kijken naar de parking van het ACV in de Nationalestraat of vraag uw collega van de Regie der Gebouwen om daar te gaan kijken. Met een paar kleine ingrepen zijn er al belangrijke verbeteringen mogelijk.
Wat Wortel betreft, u hebt daarnet geantwoord dat ik de verantwoording hiervan zou hebben gezocht in het akkoord met Marokko. Ik heb dat niet gezocht, dat zijn verantwoordingen die ik in de media heb kunnen lezen. U hebt gezegd dat Marokko een deel van de gedetineerden terugneemt. Nu hebben ze ineens allemaal andere nationaliteiten. Ik dring erop aan dat er op dat vlak meer inspanningen worden geleverd.
Tot slot, in uw antwoord op mijn vragen in verband met drugs en smartphones in de gevangenissen hebt u verwezen naar de toestellen die aangekocht zijn en hebt u gezegd dat de resultaten positief zijn. Ik zal daarover nog een schriftelijke vraag indienen, maar ik krijg toch nog graag een antwoord op één vraag.
Volgens de vakbonden – het zijn niet mijn woorden – zouden er problemen zijn met het wettelijk kader, dat niet voldoende uitgewerkt is om die toestellen in te zetten. U zegt dat ze blijkbaar wel goed werken en dat de resultaten goed zijn. Vergissen de vakbonden zich dan en is het wettelijk kader wel afdoend?
Tot slot, mijnheer de minister, ik begrijp dat een aantal van de vragen die ik gesteld heb cijfervragen zijn. Die zal ik uiteraard schriftelijk stellen.
Sophie De Wit:
Mijnheer de minister, u hebt veel beantwoord, maar ik had u enkele heel concrete vragen over het probleem in Antwerpen gesteld en daar heb ik eigenlijk geen concrete antwoorden op gekregen. Ik hoop dus maar dat u, ook al bent u aan het werk in lopende zaken, er wel voor zult zorgen dat alles voortaan gecontroleerd wordt en goed werkt, in elke gevangenis en niet alleen in de Antwerpse. Waaraan het dan lag, daar heb ik geen concreet antwoord op gekregen. Werd dat dan niet regelmatig gecontroleerd? Ik heb alleen gehoord dat u in lopende zaken niet veel kunt doen. Veiligheid is echter een kerntaak. Lopende zaken of niet, u bent nog steeds verantwoordelijk. Dat de infrastructuur zich in die toestand bevindt, is ook een gevolg van het gevoerde beleid. Ik meen dat u daar ook in lopende zaken nog steeds aandacht voor moet hebben en dat u ervoor moet zorgen dat alles werkt.
Paul Van Tigchelt:
Excuseer, maar dat antwoord heb ik wel degelijk gegeven. De noodknop was niet aangesloten en wordt nu in alle gevangenissen getest. Dat heb ik meermaals gezegd.
Sophie De Wit:
Het is niet meer dan logisch dat dit gebeurt, ook al hebt u enige schroom, aangezien u in lopende zaken werkt.
Ten tweede, ik heb u veel horen zeggen over de overbevolking. Welnu, de overbevolking is één zaak en een heikel punt, maar ook de veiligheid is belangrijk. Of dat alarm kan werken, valt of staat niet met de overbevolking in de gevangenissen.
Ik heb u horen zeggen dat de huidige regering iets zal achterlaten voor de volgende. Laat ons hopen dat er inderdaad iets gebeurt in Antwerpen. Ik moet u niet herinneren aan de 720 beloofde detentieplaatsen en detentiehuizen die er niet zijn gekomen. Haren was een uitvoering van.... Ik meen dat er voor te weinig capaciteit is gezorgd voor een zinvolle detentie.
Het is cruciaal dat het masterplan weer onder handen wordt genomen, want dat is stiefmoederlijk behandeld. Dit is één incident, maar er zijn er al vele andere geweest. Veiligheid kan men nooit voor honderd procent bereiken maar u moet er alles aan doen, u in lopende zaken en de toekomstige minister, om die veiligheid te allen tijde te garanderen, buiten de cel en binnen de cel, voor het personeel, voor de gedetineerden en voor elke medewerker die in de gevangenis komt.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, u zei dat veiligheid nooit voor honderd procent kan worden gegarandeerd. Dat is juist, maar laten wij ervoor zorgen dat de veiligheidsprocedures en de veiligheidssystemen die er zijn wel degelijk werken. Het gaat dan om de noodknop, het mobiele alarm, voldoende personeel in de buurt enzovoort. Dat zal het percentage richting honderd procent brengen. Wij weten dat men nooit de honderd procent kan bereiken, maar wij kunnen grote stappen zetten richting die honderd procent.
U zegt dat de noodknoppen nu overal werden getest. Ik vraag mij dan af of er echt eerst zoiets moet gebeuren alvorens men test of die noodknoppen wel effectief werken. Dat zou men op regelmatige basis moeten doen. Als men in een chemisch bedrijf de alarmsystemen alleen zou testen na een ongeval, zou men grote ogen trekken.
Het fundamentele debat over de overbevolking is belangrijk. Het is een complex probleem, het is geen evidente zaak. Er zijn heel veel oorzaken. Er zijn ook heel veel maatregelen en voorstellen van oplossing mogelijk. U hebt er een aantal aangehaald. U wees naar het aantal mensen zonder papieren in de gevangenissen en naar de 1.000 geïnterneerden, die daar ook absoluut geen plaats hebben en die elders zouden moeten worden opgevangen. Wij moeten voor oplossingen naar de psychiatrie en Volksgezondheid kijken.
Er zitten echter ook heel veel mensen in voorlopige hechtenis, meer dan gemiddeld in andere landen. Ook dat debat moeten wij aangaan. Er is het pleidooi om met quota te werken. Er zijn ideeën met betrekking tot een maximale termijn voor bepaalde categorieën van misdrijven. Die ideeën hebben allemaal voor- en nadelen, ze zijn heel moeilijk. Op een bepaald moment zullen wij die discussie echter grondig moeten voeren.
Veel gedetineerden blijven tot het einde van hun straf, omdat het misschien moeilijke beslissingen zijn voor de strafuitvoeringsrechtbanken, maar ook omdat gedetineerden zelf die beslissing nemen. Dat veroorzaakt ook problemen en zorgt mede voor de complexiteit van het probleem.
Wonderoplossingen op korte termijn zijn er niet. Wel staan wij voor een mix van oplossingen. Die maatregelen zijn nodig, want het is een tikkende tijdbom. Ik zal het daarbij laten, maar ik denk dat we nog geregeld over de gevangenissen zullen debatteren in de commissie voor Justitie.
Greet Daems:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb het gevoel dat de sense of urgency nog altijd niet genoeg tot u doorgedrongen is. U zegt wel dat u zich verantwoordelijk voelt, maar tegelijkertijd trekt u een paraplu open en verstopt u zich achter het feit dat de regering in lopende zaken is. U moet eerlijk toegeven dat de vivaldiregering ook in volle bevoegdheid te weinig heeft gedaan, ondanks al die verschrikkelijke voorvallen in de gevangenissen.
U zegt dat we nooit alle incidenten kunnen vermijden, maar er had wel meer kunnen gebeuren om de recente incidenten te verhinderen, bijvoorbeeld investeringen in infrastructuur, een verbetering van het personeelsstatuut en een structurele aanpak van de overbevolking. Zolang dat niet gebeurt, is het gewoon bang afwachten tot het volgende drama.
U zegt dat u de vakbonden niet misprijst, maar dat er respect is voor het personeel. U stuurt echter uw kat naar bijna elk overleg. De beloofde loonsopslag is er niet gekomen, u valt het stakingsrecht aan en nu houdt u de conclusies van de Raad van State een maand achter, terwijl het anders beloofd was. Ik noem dat respectloos, mijnheer de minister.
Jinnih Beels:
Mijnheer de minister, ik wil ten eerste de blijk van waardering die u aan het begin van uw betoog hebt gegeven op mijn beurt aan u geven. Wij kennen elkaar uit het verre verleden. Ik twijfel er dus absoluut niet aan – laat dit duidelijk zijn – dat u en de vorige of huidige regering enorm jullie best hebben gedaan om aan een aantal zaken op het terrein tegemoet te komen.
U hebt heel wat informatie gegeven. Een aantal zaken is voor mij letterlijk verzopen in de hele massa. Neem mij dat niet kwalijk.
Mijnheer de minister, het is voor alle duidelijkheid niet uit leedvermaak dat ik over druppels op een hete plaat spreek. Dat is ook niet uit gebrek aan respect. Ik ken het terrein, waarop ik jaren heb doorgebracht. Het is vooral uit bezorgdheid, met name bezorgdheid over het personeel dat elke dag zijn leven moet riskeren.
Mijnheer de minister, op dat vlak blijf ik op mijn honger. Ik reis straks terug naar Antwerpen, terug naar de straten. Ik weet niet wat ik het personeel zal moeten vertellen. Ik bestrijd het feit dat u moeite hebt gedaan absoluut niet, maar op bijvoorbeeld mijn vraag naar quota hebt u geen antwoord gegeven.
Mijnheer de minister, het gegeven ‘vol is vol’ leeft al jaren op het terrein. Doe ook daar iets aan. Aangezien FPC’s, ziekenhuizen en de DVZ met quota werken, begrijp ik niet waarom wij geen werk maken van minstens een onderzoek om het werken met quota een kans te geven.
Ook over de alarmsystemen ben ik bezorgd. Mevrouw De Wit heeft daarnet al opgemerkt dat die systemen altijd moeten werken. Het feit dat die nu worden getest, is eigenlijk schandalig. Dat betekent immers dat ze de voorbije jaren niet getest zijn. Ik hoop dat wij daaruit een les leren en dat wij in de toekomst de systemen op regelmatige basis zullen testen. Het risico van het vak is er natuurlijk altijd voor een politiebeambte, een cipier, een advocaat maar ook een maatschappelijk werker. Het is een feit dat zij elke dag hun leven riskeren. Dat is het risico van het vak. Wij mogen dan echter absoluut garanderen en in de plaats geven dat de betrokkenen kunnen rekenen op systemen die werken.
U zult in mij sowieso een partner vinden. Ik wil ter zake heel constructief zijn. Het is echter hoog tijd om de visie op het uitvoeren van korte straffen, die ik trouwens ondersteun, te herbekijken. Moeten ze per se worden uitgevoerd in de gevangenissen, die momenteel bomvol zitten?
Zoals ook de heer Van Hecke heeft aangegeven, zullen wij in de toekomst nog nader op het thema ingaan. Het zou echter van respect voor de mensen op het terrein getuigen om met concrete oplossingen te komen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je ne sais pas trop comment répliquer à vos réponses extrêmement réduites. S'agissant des chiffres, je vais déposer des questions écrites, mais sans doute vais-je aussi vous réinterroger, puisque je n'ai pas obtenu de réponse à mes trois questions. En tout cas, je vous remercie.