Over justitie
57
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
Het gebruik van het logo van de FOD Justitie/ Gelijke Kansen door gesubsidieerde organisaties
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Alexander Van Hoecke (Vlaams Belang) bekritiseert dat federale subsidies – anders dan in Vlaanderen – niet verplicht zichtbaar zijn via een logo, wat transparantie over belastinggeld ondermijnt, en stelt een verplichte vermelding voor, met name voor organisaties zoals Hand in Hand tegen racisme. Minister Rob Beenders (FOD Justitie) benadrukt dat transparantie al is geregeld via koninklijke besluiten (o.a. vermelding via equal.be of andere middelen), maar wijst een logo-verplichting af en bekritiseert Van Hoecke’s selectieve focus op polemische thema’s. Van Hoecke houdt vol dat de huidige regels onvoldoende zichtbaarheid bieden en eist expliciete communicatie, vergelijkbaar met EU- en Vlaamse praktijken. Beenders houdt stand dat projectgebonden transparantie voldoende is en ontkent dat subsidies hele organisaties dekken.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, ik heb vandaag een vraag, maar eigenlijk ook een voorstel. Organisaties die subsidies ontvangen van de Vlaamse overheid zijn verplicht om dat kenbaar te maken. In hun communicatie moeten zij op hun website, in publicaties en in algemene communicatie gebruikmaken van het logo van de Vlaamse overheid als ze van diezelfde Vlaamse overheid subsidies ontvangen. Er bestaat ook een internationaal subsidielogo, dat wordt gebruikt in communicatie ten aanzien van een buitenlands publiek.
Die werkwijze zorgt minstens voor iets meer transparantie over de besteding van publieke middelen, van belastinggeld. Ze maakt voor iemand die met zo’n organisatie in aanraking komt ook meteen zichtbaar of die organisatie al dan niet met belastinggeld wordt gesubsidieerd.
Op federaal, op Belgisch niveau, bestaat die verplichting vandaag niet. Bovendien ontvangen heel wat organisaties in het kader van diversiteit, interculturaliteit en gelijkheid van kansen rijkelijk subsidies van zowel de Vlaamse als de federale overheid. Op de website van die organisaties is enkel het logo van de Vlaamse overheid te zien, waardoor we ervan uitgaan dat er alleen belastinggeld van de Vlaamse regering naartoe is gestroomd. Dat is echter niet de realiteit.
Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat er vandaag op federaal niveau geen enkele algemene verplichting bestaat voor gesubsidieerde organisaties om het logo van de betrokken FOD of van de federale overheid te gebruiken in hun communicatie?
Ten tweede, en dat is eigenlijk mijn voorstel, deelt u de mening dat de invoering van een dergelijke verplichting wenselijk zou zijn vanuit het oogpunt van transparantie?
Tot slot, bent u bereid om alvast vanaf vandaag voor organisaties die subsidies ontvangen in het kader van diversiteit, interculturaliteit en gelijke kansen een dergelijke verplichting in te voeren bij de toekenning van subsidies? Bent u vervolgens ook bereid om alle organisaties die vandaag subsidies ontvangen te verplichten het logo van de FOD Justitie te gebruiken? Dat is heel belangrijk, maar wordt wel eens wordt vergeten. Het budget voor die subsidies komt immers uit de begroting van het noodlijdende Justitie, meer bepaald van de dienst Gelijke Kansen.
Rob Beenders:
Mijnheer Van Hoecke, ik kan u bevestigen dat er geen enkele verplichting bestaat, opgenomen in een wet of in een uitvoeringsbesluit, die organisaties die federale subsidies ontvangen ertoe verplicht om systematisch het logo van de federale overheid of van de betrokken FOD op hun communicatiemiddelen te plaatsen. In principe worden de voorwaarden inzake de zichtbaarheid van overheidssteun per geval vastgelegd. In de subsidiebesluiten of in de overeenkomsten die met begunstigden worden gesloten, kunt u al die details nalezen.
Voor subsidies voor gelijke kansen is er wel een bepaling die expliciet erin voorziet dat de federale steun vermeld moet worden via het gebruik van het logo equal.be. Die steun mag echter ook andere vormen aannemen. In het kader van de financieringen die ik toeken, zijn de begunstigden onderworpen aan specifieke verplichtingen die worden vastgesteld in het koninklijk besluit dat elke subsidie regelt. Zo geldt onder meer de verplichting om het publiek te informeren over de financiële steun die in het kader van de subsidie werd ontvangen, in elke communicatie of publicatie.
Die verplichting kan worden nagekomen door het gebruik van een logo of via elk ander middel dat een passende zichtbaarheid waarborgt, waardoor verenigingen een zekere vrijheid behouden. Soortgelijke bepalingen zijn ook vastgelegd in verschillende recente koninklijke besluiten betreffende de structurele financiering van organisaties die actief zijn op het gebied van gelijke kansen, de ondersteuning van LGBTI+-personen en de bestrijding van racisme.
Aangezien die vereiste al geldt voor de subsidies die ik toeken via de dienst Gelijke Kansen van de FOD Justitie en omdat zij bijdraagt tot transparantie en zichtbaarheid van de publieke steun, zie ik geen noodzaak om op mijn niveau nog een extra verplichting in te voeren. Ik ben van oordeel dat de transparantie waarin we voorzien inzake subsidies, gewaarborgd is.
Waar het om gaat, is dat u het belangrijk vindt dat mensen weten dat overheidsgeld gegeven wordt aan organisaties. Ik heb echter uw website bekeken en u vermeldt evenmin dat die wordt gefinancierd met federaal geld. Als u die transparantie wilt doortrekken, moet u dat consequent doen, niet alleen in thema's waar u een polemiek rond wilt voeren. Uw partijdotaties worden ook gebruikt om een website te financieren, nochtans heb ik op uw website nergens het logo van de federale overheid gezien. Misschien is het, als u dat zo belangrijk vindt, aangewezen om ook daar aan transparantie te werken. Ik heb dat alleszins gedaan via mijn koninklijke besluiten in de subsidies die ik toeken.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de minister, om een antwoord te geven op de vraag die u mij stelt: ja, ik vind het heel belangrijk dat er transparant wordt omgesprongen met belastinggeld.
Laat mij die situatie toch nog eens heel kort schetsen. Er worden zowel op federaal als op Vlaams niveau subsidies uitgedeeld aan organisaties die aan politiek doen. Dat is zo. Een voorbeeld is de vzw Hand in Hand tegen racisme. Dat is een organisatie die tips uitdeelt over hoe men een sinterklaasfeest moet verpesten en die trajecten uitwerkt om alle delen van onze samenleving te dekoloniseren. Die organisatie ontvangt belastinggeld van de Vlaamse overheid. De Vlaamse overheid zegt dat wat die organisatie doet heel goed is en wil dat ondersteunen met belastinggeld, maar de Vlaamse overheid zegt daar wel bij – en dat is toch het minste wat men kan doen – dat de organisatie met een logo op de website duidelijk kenbaar moet maken dat ze belastinggeld ontvangt.
De federale overheid geeft ook belastinggeld aan dezelfde organisatie, vzw Hand in Hand tegen racisme. Zij zegt eveneens dat wat die organisatie doet goed is en dat zij dat volledig ondersteunt, maar de federale overheid legt niet op dat dat moet worden meegedeeld. Dat hoeft niet duidelijk te worden gemaakt en niet zo transparant mogelijk op de website worden vermeld, naast het logo van de Vlaamse overheid, dat men ook federaal belastinggeld ontvangt.
Zelfs de Europese Unie vermeldt dat trouwens. Elk project van de Europese Unie geeft duidelijk aan dat het wordt gesponsord met belastinggeld van de Europese belastingbetaler. Het is toch te zot voor woorden dat we zo’n simpele verplichting niet zouden kunnen invoeren.
Begrijp mij niet verkeerd, in een ideale wereld krijgen organisaties zoals Hand in Hand tegen racisme wat mij betreft geen cent belastinggeld. Als u er toch voor kiest om hen te subsidiëren, dan lijkt het mij het minste wat u kunt doen om daar transparant over te communiceren en duidelijk te maken aan mensen die met zo’n organisatie in aanraking komen dat zij ook van u belastinggeld ontvangen.
Rob Beenders:
Mijnheer Van Hoecke, het is niet mijn gewoonte om nog te reageren na een repliek, maar ik heb wel heel duidelijk geantwoord dat er een koninklijk besluit bestaat volgens hetwelk die transparantie moet worden gegarandeerd. U vindt dat dat alleen kan met een logo. Daarover verschillen we van mening. Het feit dat een organisatie transparant moet zijn over het ontvangen van middelen lijkt mij evident, en dat heb ik ook bevestigd.
Het verschil bestaat erin dat transparantie voor u alleen betekent dat een logo zichtbaar is. Daarover verschillen we van mening. U hebt uiteraard zo dadelijk het laatste woord, maar u kunt mij niet in de mond leggen dat ik niet vind dat er transparantie moet zijn wanneer er middelen worden toegekend.
Los daarvan wil ik duiden dat wanneer er middelen naar een organisatie gaan, daaraan volgens de subsidiereglementen voorwaarden en ook projecten aan gekoppeld zijn. Daarnaast kan een organisatie ook aanbevelingen uitschrijven – u noemt het sinterklaasfeest als voorbeeld – met eigen middelen. Wat ik verkeerd vind, maar wat het Vlaams Belang dikwijls doet, is om de gehele werking van een organisatie geheel toe te schrijven als zijnde ondersteund door subsidie. Wij steunen projecten en programma’s. Een organisatie behoudt daarnaast de vrijheid om andere zaken te doen, bijvoorbeeld aanbevelingen formuleren, op basis van eigen middelen.
Het is dus niet correct te stellen dat de dingen die een organisatie doet geheel afhangen van overheidsmiddelen en dat de overheid die organisatie daardoor ook volledig steunt. Wij kennen subsidies toe op basis van projecten. Over die projecten moeten de betrokken organisaties transparantie bieden. Voor het overige kan een organisatie nog heel wat andere activiteiten ontwikkelen.
Het subsidiereglement vormt voor ons de basis en garandeert transparantie.
Voorzitter:
Mijnheer Van Hoecke, de volksvertegenwoordiger heeft altijd het laatste woord.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de voorzitter, sta mij toe eerst aan te geven dat ik het aangenaam vind dat de minister nog kan reageren. Dat is in de commissie voor Justitie, die ik meestal bijwoon, niet het geval. Daar blijft het meestal bij een afgelezen antwoord. Mijnheer de minister, ik wil ingaan op de bestaansmiddelen van een organisatie. U gaat mij niet vertellen dat een organisatie als vzw Hand in Hand tegen racisme veel middelen haalt uit andere bronnen dan overheidssubsidies. U stelt dat ik er bepaalde projecten uitkies. Welnu, ik raad u aan om eens naar die website te surfen. Die hele organisatie draait rond die projecten en net dat wordt door de federale overheid gesubsidieerd. Wat ik aanklaag en wat ik eigenlijk constructief voorstel, is om heel duidelijk te maken, voor iedereen die naar de website van een dergelijke vereniging surft, te kunnen zien dat bepaalde projecten worden gesubsidieerd met federaal belastinggeld. Ik daag u uit om naar die website te surfen en mij te tonen waar heel duidelijk staat dat die organisaties federale subsidies ontvangen, zonder dat bezoekers moet beginnen grasduinen op de website. Dat is immers niet de bedoeling. Wel zie ik meteen het logo van de Vlaamse overheid, dus dat is transparant en duidelijk. Ik onthoud dat u problemen hebt met duidelijke transparantie. Mijn voorstel is heel constructief. Als het van mij afhangt, krijgen dergelijke organisaties geen cent subsidies. Als u dan toch beslist om hen subsidies te geven, is het minste wat u kunt doen, daarover transparant communiceren. Dat is volgens mij in het voordeel van iedereen.
De verwijlinteresten op de facturen van beëdigd vertalers en tolken
De door Justitie verschuldigde verwijlinteresten
Verwijlintresten bij facturen van beëdigde vertalers, tolken en Justitie
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexander Van Hoecke bekritiseert dat Justitie vanaf 1 februari automatisch verwijlinteresten zal inhouden op het budget van DG’s bij laattijdige betalingen, wat de financiële crisis binnen Justitie (28,5 miljoen aan openstaande facturen in 2025) verder verergert en vraagt om opheldering over achterstallige interessen, budgettaire impact per DG en maatregelen om vertragingen tegen te gaan. Annelies Verlinden bevestigt dat het systeem enkel geldt voor btw-plichtigen, start op 1 februari (tegen eerdere berichten in), en schat de jaarlijkse kost op €4,3 miljoen (waarvan 4% voor tolken/vertalers), maar benadrukt dat gecontesteerde facturen (o.a. bpost) meegenomen zijn en dat DG’s financieel verantwoordelijk worden voor eigen vertragingen via budgetinhoudingen. Van Hoecke betwijfelt de realiteit van de raming (te laag vs. openstaande schuldenberg), vraagt om actuele cijfers over onbetaalde facturen en waarschuwt dat beleid zonder financiële analyse onuitvoerbaar is, terwijl Verlinden verwijst naar schriftelijke opvolging voor gedetailleerde data.
Alexander Van Hoecke:
Vanaf 1 februari zullen verwijlinteresten die door Justitie verschuldigd zijn, automatisch worden berekend en uitbetaald. Wanneer de betalingstermijn voor een factuur wordt overschreden, zullen die verwijlinteresten automatisch worden ingehouden van het werkingsbudget van de betrokken directie-generaal. De budgettaire impact daarvan valt niet te onderschatten. We weten allemaal hoeveel onbetaalde en achterstallige facturen Justitie heeft.
Ten eerste, wat met de verwijlinteresten die tot op heden, vandaag nog, verschuldigd zijn maar nog niet zijn uitbetaald? Vallen die ook onder dat systeem? Ten tweede, is er een raming gemaakt van de verwachte budgettaire impact per directie-generaal? Ten derde, wat gaat u ondernemen om de verwijlinteresten die door Justitie moeten worden uitbetaald tot een absoluut minimum te herleiden? We weten allemaal dat Justitie met enorme financiële problemen kampt en dat er een groot gebrek aan budget is. Als die verwijlinteresten automatisch worden ingehouden, dreigt de put alleen maar groter en dramatischer te worden.
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega. In tegenstelling tot wat door een beroepsvereniging van vertalers-tolken werd gecommuniceerd, gaat de automatische berekening van de verwijlinteresten pas in vanaf 1 februari.
De verwijlinteresten tellen alleen voor btw-plichtige ondernemingen, zowel onderworpen aan de Belgische als aan de buitenlandse btw, en voor zelfstandigen. Wat de exacte datum van de berekening betreft, geldt dat het startpunt van de betalingstermijn de datum is van het elektronisch indienen van de factuur in Peppol. Volgens de geldende wetgeving op de gerechtskosten mag de factuur pas worden ingediend vanaf het moment dat het dossier de goedkeuring kreeg van het taxatiebureau.
De betalingstermijn bedraagt 30 dagen voor btw-plichtige ondernemingen en zelfstandigen. Momenteel worden de verwijlinteresten alleen betaald op vraag van de leveranciers. Er zijn al verwijlinteresten uitbetaald en sommige zijn nog in behandeling. De automatische uitbetaling vindt plaats vanaf 1 februari.
De verwachte impact op het budget van de gerechtskosten bedraagt 4.300.000 euro. Voor het deel gerechtskosten dat betrekking heeft op de gerechtsexperten en tolken-vertalers gaat het om ongeveer 4 %. Die raming is voorzichtig en nogal hoog, in die mate dat ook gecontesteerde facturen erin zijn meegenomen, zoals bijvoorbeeld een grote betwisting met bpost. Voor gerechtskosten gelinkt aan overheidsopdrachten, zoals de aankoop van speekseltesten, de vernietiging van drugslaboratoria en lachgascontainers, worden de verwijlinteresten geraamd op 300.000 euro.
Er is een raming gemaakt op basis van de betalingen van 2024, waarbij de verwijlinteresten, zoals de forfaitaire vergoeding van 40 euro, zijn toegepast.
Elke directie is via het directiecomité geïnformeerd over de wijze van afhandeling en betaling van facturen. Toch moeten we vaststellen dat er vertragingen zijn opgetreden in het proces. Daarom zijn verbeteringen onderzocht om de termijnen te respecteren en vertragingen te vermijden. Om deze kracht bij te zetten, worden de verwijlinteresten geïmputeerd op de werkingsmiddelen van elke administratie, in verhouding tot de betrokken facturen.
Mijnheer Van Hoecke, met betrekking tot het cijfermatige aspect van uw vragen, zou ik u willen verzoeken een schriftelijke vraag in te dienen.
Alexander Van Hoecke:
Ik zal zeker een schriftelijke vraag indienen over het cijfermatige, want zoals ik eerder aangaf, weten we allemaal dat Justitie veel facturen niet betaald krijgt. Vorig jaar heb ik die cijfers opgevraagd en ik heb ondertussen ook een vervolgvraag ingediend, waarop ik nog geen antwoord heb ontvangen. Begin 2025 ging het om 28,5 miljoen euro, bijna 30 miljoen euro aan facturen die nog openstonden en al lang betaald hadden moeten zijn. U spreekt hier nu over 4,3 miljoen euro als voorzichtige raming van de budgettaire impact. Dat lijkt me een enorm probleem. Ik weet niet of die raming voor het hele jaar geldt en of dat bedrag meteen automatisch zal worden uitbetaald. Dat is absoluut geen klein detail. Het is nieuws dat niet echt wijdverspreid is, maar het vormt wel een echt probleem. Veel DG’s hebben vandaag al een zeer krap budget, en als daar dan ook nog automatisch verwijlinteresten op worden ingehouden, wordt het probleem alleen maar groter. Ik ben heel benieuwd naar de cijfers, want dit kan een aanzienlijke impact hebben. Ook wil ik weten of het aantal onbetaalde facturen dit jaar nog is toegenomen. We moeten de financiële impact hiervan absoluut weten. U komt binnenkort met uw beleidsnota. Beleidsplannen die worden gepresenteerd zonder financiële impactanalyse en zonder te weten hoeveel geld er over is, zijn moeilijk uitvoerbaar. We zullen dit van dichtbij blijven opvolgen en ik zal de overige cijfers nog schriftelijk opvragen.
De veiligheid in het Justitiepaleis en de inspecties en vereiste maatregelen
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 14 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Anne Pirson wijst op zware, aanhoudende tekortkomingen in het Justitiepaleis van Brussel (brandveiligheid, hygiëne, infrastructuur), ondanks 10-jarige waarschuwingen, en bekritiseert het ontbreken van dwingende maatregelen door de overheid. Minister Clarinval bevestigt inspecties en waarschuwingen (2021–2023) maar beroept zich op geheimhouding (onderzoek, Code pénal social) en wijst naar de verantwoordelijkheid van werkgevers voor uitvoering van actieplannen, zonder concrete dwangmiddelen te aankondigen. Pirson (Les Engagés) bekritiseert het vertrouwen in "vrijwillige regulering" als ontoereikend bij levensbedreigende risico’s en eist verplichte sancties, strenge opvolging en interministeriële coördinatie. Clarinval benadrukt dagelijkse controles door de inspectiedienst, maar vermijdt toezeggingen over verplichtende stappen.
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, les constats dressés concernant le complexe cellulaire du Palais de Justice de Bruxelles soulèvent de graves questions en matière de bien-être au travail. Selon l'auditorat du travail, certaines conditions de travail des agents de la Direction de la Sécurisation (DAB) ne respectent pas la réglementation, notamment en raison de problèmes d'hygiène, de sécurité incendie, d'infiltrations et d'infrastructures dégradées. Les pompiers ont relevé des manquements particulièrement préoccupants, tels qu'une absence quasi totale de compartimentage coupe-feu, des issues de secours verrouillées, une détection incendie déficiente et une accumulation de matériaux inflammables.
Plusieurs de ces mesures avaient déjà été exigées il y a plus de dix ans. L'auditorat du travail n'a, à ce stade, pas fait usage des mesures coercitives prévues par le Code pénal social et privilégie une régularisation volontaire. Il demande toutefois que le plan d'action existant soit accéléré et complété.
Monsieur le ministre, le Contrôle du bien-être est-il saisi? Quelles inspections ont-elles été menées récemment et quelles sont les constatations officielles de vos services? Êtes-vous également en contact étroit avec votre homologue du gouvernement, le ministre Beenders, afin d'assurer un suivi cohérent et coordonné? Compte tenu de la gravité des manquements constatés, vos services envisagent-ils d'imposer des mesures contraignantes, notamment en matière de sécurité incendie? Comment comptez-vous garantir que l'ensemble des obligations légales du code du bien-être au travail soit pleinement respecté, tant pour les agents de la DAB que pour l'ensemble des personnels concernés?
David Clarinval:
Madame la députée, la Direction régionale de Bruxelles ‑ Capitale de l ’ Inspection du travail – Direction g é n é rale Contr ô le du bien ‑ ê tre au travail – a en effet é t é saisie par une apostille de l ’ auditeur du travail à Bruxelles, dat é e du 29 novembre 2025, concernant la s é curit é du travail au Palais de Justice de Bruxelles. Compte tenu du secret de l ’ enqu ê te judiciaire, tel que pr é vu à l ’ article 54, troisième alinéa du Code p é nal social, aucune information ne peut ê tre fournie sur le contenu de ce dossier.
Le Palais de Justice de Bruxelles a fait l’objet de plusieurs inspections menées par le service d’inspection susmentionné ces dernières années. Par exemple, en juin 2021, un chantier de construction sur le site du Palais de Justice a été inspecté, à la suite de quoi un avertissement écrit a été envoyé en application des dispositions de l’article 21, premier alinéa du Code pénal social. En novembre 2021, une inspection a été effectuée dans le service DAB Cours et tribunaux de la police fédérale situé au Palais de Justice de Bruxelles, après quoi un avertissement écrit a été envoyé et un plan d’action a été reçu. Compte tenu du secret de l’enquête administrative, tel que prévu à l’article 58/1 du Code pénal social, aucune information ne peut non plus être fournie sur le contenu de ce dossier. En novembre 2022, une visite d’inspection a été effectuée en présence de l’auditeur du travail qui a pris en charge le dossier. En septembre 2023, une visite d’inspection a eu lieu concernant la coupole du palais, toujours en présence de l’auditeur du travail. Pour être complet, je voudrais ajouter que le bâtiment situé place Poelaert a également fait l’objet d’une inspection en juin 2023, ce qui a donné lieu à un avertissement écrit.
En ce qui concerne la coordination avec le ministre Beenders, il va de soi que nous ne discutons pas de dossiers spécifiques. Il appartient en effet aux services d’inspection et aux auditorats du travail de mener leurs missions en toute indépendance. Quant à la sécurité sur le chantier, nous y accordons une attention particulière dans notre plan stratégique et dans notre plan d’action de lutte contre la fraude sociale.
S’agissant de votre deuxième question, étant donné que le dossier est en cours de traitement chez l’auditeur du travail, l’inspection doit, en application du Code d’instruction criminelle, se conformer strictement aux instructions données par l’auditeur du travail concernant le suivi ultérieur.
Pour ce qui est de votre troisième question, il incombe désormais aux employeurs concernés de poursuivre la mise en œuvre des mesures de prévention incluses dans les plans d’action. Pour en assurer le contrôle, nous disposons des vérifications effectuées par notre service d’inspection Contrôle du bien ‑ê tre au travail, qui veille au respect des différentes prescriptions légales. Ce service d'inspection du SPF Emploi effectue des contrôles quotidiens, soit sur mandat de l'auditorat, soit lors de visites spontanées sur les chantiers.
Anne Pirson:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Les constats évoqués ne relèvent pas de simples dysfonctionnements techniques, mais de manquements graves et persistants aux règles de sécurité et de bien-être au travail. Lorsque des exigences formulées depuis plus de dix ans ne sont toujours pas respectées, la question n'est plus celle de l'intention, mais celle de l'effectivité de l'action publique. Sachez que pour Les Engagés, la priorité est vraiment la sécurité des agents. Le recours à la seule régularisation volontaire ne peut être une solution durable quand des risques d'incendie et des atteintes à l'intégrité physique sont avérés. Nous attendons donc non plus de nouvelles inspections multiples, mais un suivi rigoureux, contraignant si nécessaire, et une coordination claire avec les autres ministres concernés pour que le code du bien-être au travail soit appliqué pleinement et sans exception. Il nous semble que la sécurité au travail n'est pas optionnelle ou négociable. Elle doit être garantie, ici comme ailleurs.
De aangekondigde extra middelen voor Justitie en de impact ervan
De financiering van Justitie
De besteding van de toegekende bijkomende middelen
Financiering en besteding van extra middelen voor Justitie
Gesteld door
N-VA
Sophie De Wit
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
VB
Marijke Dillen
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Annelies Verlinden verdedigt het 1 miljard euro extra voor Justitie (waaronder 600 miljoen eenmalig voor detentie-infrastructuur en 200 miljoen structureel voor overbevolking), maar kritiek van De Wit, Ribaudo en Dillen benadrukt dat dit onvoldoende is voor structurele problemen zoals tekorten aan tolken, magistraten, bewakers (300 vacatures + 10% absenteïsme) en openstaande facturen. Verlinden schetst prioriteiten: fraudebestrijding (7,2 miljoen), financieel parket (6,4 miljoen/jaar), 50 miljoen recurrent voor gevangeniscapaciteit (modulaire units, detentiehuizen) en 21 miljoen voor extra personeel, maar erkent dat verdere middelen nodig zijn voor digitalisering, veiligheid en personeelsuitbreiding. Critici (Dillen, Ribaudo) wijzen op België’s lage justitiebudget (0,22% BBP) en eisen een concreet, controleerbaar plan met structurele oplossingen, terwijl Verlinden belooft de beleidsnota (februari) te gebruiken voor gedetailleerde verdeling op basis van terreinbehoeften. De toon blijft sceptisch: volgens oppositie is het bedrag symbolisch en moet Justitie minstens gelijkwaardig aan defensie worden gefinancierd.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, het is al herhaaldelijk aan bod gekomen en ik denk dat het ook nog aan bod zal komen bij de bespreking van de beleidsnota. Ik vind het echter zinvol om vandaag al enige duidelijkheid te scheppen en heb daarom de gelegenheid genomen hierover een vraag te stellen.
Naar aanleiding van het begrotingsakkoord dat ondertussen al enkele weken geleden werd gesloten, hebt u laten weten dat u 1 miljard euro extra voor Justitie hebt binnengehaald, waaronder 600 miljoen euro eenmalige infrastructuurmiddelen voor broodnodige detentiecapaciteit en 200 miljoen euro structureel voor de aanpak van de overbevolking, zoals ook uit de tabellen blijkt.
Ik hoef u niet toe te lichten dat die injectie uiteraard welkom is. Of dat voldoende zal zijn, zal de tijd uitwijzen, want de uitdagingen bij Justitie zijn zeer groot, niet alleen in de gevangenissen, maar ook bij de magistratuur, tolken, deskundigen en dergelijke. Er liggen nog heel wat werven open, waaronder het verhaal van de detentiehuizen. Daar is daarnet al een vraag over gesteld: van de 15 aangekondigde detentiehuizen zijn er slechts 2 gerealiseerd. Olen is daar recent bijgekomen. De ambities gingen echter verder dan wat de uitvoering vandaag laat zien, vandaar, mevrouw de minister, wil ik graag wat toelichting krijgen over de huidige extra middelen voor Justitie en de impact daarvan.
Kunt u de communicatie over het miljard euro concreter toelichten? Zal dat voldoende zijn of is het een startpunt om aan de noden te voldoen? Kunt u verduidelijken hoe u binnen deze bijkomende middelen concrete prioriteiten zult bepalen en hoe dit zich zal vertalen in duidelijke keuzes en acties op het terrein? Kunt u toelichten hoe u binnen dit pakket de tekorten voor tolken, vertalers en deskundigen zult opvangen? Die facturen staan immers ook nog altijd open.
Ik verwacht dat we uw beleidsnota in februari zullen ontvangen, maar we zullen dan ook nood hebben aan een duidelijk en controleerbaar cijferplan voor Justitie.
Wat betekent dit pakket voor de aanpak van de overbevolking en de uitrol van de detentiehuizen? Hoe zult u ervoor zorgen dat extra plaatsen kunnen worden gecreëerd om de nood op het terrein te verlichten? Ik dank u alvast voor uw antwoord.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, le gouvernement Arizona a annoncé un financement supplémentaire d’un milliard d’euros pour la Justice. Cette annonce a suscité de nombreuses attentes dans un secteur confronté à des difficultés structurelles majeures, tant au niveau de l’ordre judiciaire que de l’exécution des peines. Toutefois, à ce stade, la ventilation concrète de ces moyens reste particulièrement floue.
Dès lors, pouvez-vous préciser de manière détaillée comment ce milliard d’euros sera réparti? Plus concrètement, quels montants seront affectés respectivement au renforcement de la magistrature et de l’ordre judiciaire, aux greffes et au personnel administratif, aux établissements pénitentiaires et à l’exécution des peines, ainsi qu’aux infrastructures et à la digitalisation? Quels engagements précis pouvez-vous prendre en matière de renforcement du personnel, notamment en ce qui concerne le nombre de magistrats, de greffiers et d’autres fonctions essentielles au bon fonctionnement de la Justice? Pouvez-vous également préciser comment, dans ce cadre budgétaire, vous entendez combler les déficits structurels persistants concernant les interprètes, traducteurs, experts judiciaires et services de remorquage, pour lesquels des retards de paiement subsistent encore aujourd’hui?
Je vous remercie.
Marijke Dillen:
Naar aanleiding van het bereiken van een begrotingsakkoord maakte de minister op heel triomfantelijke wijze wereldkundig dat ze het 1 miljard euro extra investeringen dat ze had geëist ook zou gekregen hebben. Dit triomfalisme is niet echt gepast in een week waarin de gevangeniscrisis nog eens dramatische vormen heeft aangenomen, zo konden we terecht lezen in de media. Uit de besprekingen is gebleken dat 600 miljoen euro zou worden besteed aan eenmalige infrastructuurwerken om de detentiecapaciteit aan te pakken en 200 miljoen euro voor de aanpak van de overbevolking.
Helaas dienen we vast te stellen dat dit extra budget absoluut onvoldoende is om alle andere dringende noden binnen Justitie weg te werken. Denken we bijvoorbeeld aan de talrijke noden binnen de magistratuur, de problemen wat de digitalisering betreft, het betalen van alle openstaande facturen van dienstverleners aan Justitie zoals vertalers, tolken, slotenmakers, takelbedrijven, enz. om enkele voorbeelden te noemen.
In de media dit weekend konden we lezen: “De minister gooide de voorbije maanden haar handen in de lucht. Ze stond machteloos want ze kreeg zogezegd niet de steun van haar collega's in de regering. Die steun heeft ze nu wel. De tijd van zuchten, zagen, klagen en paraderen is nu écht wel voorbij, het is hoogtijd dat deze minister overgaat tot daden."
Kan de minister mij concreet toelichten op welke wijze het toegekende extra budget voor Justitie concreet zal worden ingevuld? Waar zullen de prioriteiten liggen?
Deze toegekende bijkomende middelen zijn absoluut onvoldoende om een antwoord te bieden op alle andere en ook dringende noden binnen Justitie. Ook deze dienen eindelijk een antwoord te krijgen. Op welke zal de minister hier een structureel uitgewerkt plan uitrollen, dit uiteraard gekoppeld aan de nodige budgetten? Wanneer gaat de minister eindelijk met een concreet en grondig plan van aanpak komen?
Annelies Verlinden:
De werkzaamheden rond de middelen die we bijkomend hebben verkregen en de verdeling daarvan zijn volop aan de gang. Dat gebeurt uiteraard in overleg met partners en, in sommige gevallen, door partners zoals het College van de hoven en rechtbanken te vragen zelf met voorstellen te komen voor de concrete verdeling van die middelen, bijvoorbeeld met betrekking tot aanwervingen of personeelsmiddelen. Het is immers nodig rekening te houden met de noden van de verschillende actoren op het terrein en op basis daarvan prioriteiten vast te leggen. Zo komen de voorbereidingen van de budgettaire besprekingen tot stand, evenals de latere verdeling van de middelen.
Ik wil u alvast enkele hoofdlijnen en elementen meegeven. Zoals u zegt, collega De Wit, zullen we die in het kader van de bespreking van de beleidsnota in commissie later verder in detail kunnen doornemen.
In eerste instantie zullen we met de verkregen middelen de fiscale en sociale fraudebestrijding versterken. Daarvoor wordt 7,2 miljoen euro aan bijkomende middelen voorzien, waarmee we de buitgerichte aanpak van de georganiseerde criminaliteit beter kunnen ondersteunen. Doorheen de volledige strafrechtketen zullen we bijkomende financiële expertise kunnen inzetten om het verdienmodel van criminelen te doorbreken. Zoals u weet, wordt ook een financieel parket opgericht binnen het federaal parket. Voor de realisatie daarvan is jaarlijks een bedrag van 6,4 miljoen euro voorzien.
Je souhaite également rappeler que, dans le cadre du plan d'impulsion, des mesures immédiates ont déjà été prévues afin d'apporter un allègement perceptible au niveau local, dont la provision interdépartementale de 21 millions d'euros qui a été dégagée pour le renforcement du personnel, répartie comme suit: 12 millions pour les cours et tribunaux, 8 millions pour le ministère public et 1 million pour la Cour de cassation.
Voor de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen is aan Justitie voor 2026 en de volgende jaren een budgettaire enveloppe toegekend van 50 miljoen euro, recurrent. De enveloppe van 25 miljoen op de IDP-overbevolking voor Justitie die werd toegekend bij het Paasakkoord werd besteed aan uitgaven voor het langer openhouden van bepaalde oudere gevangenissen en voor andere volume-effecten van de overbevolking.
Met de nieuwe recurrente enveloppe zullen we de noodzakelijke bestaande capaciteit langer kunnen openhouden, een aantal detentie- en transitiehuizen kunnen realiseren en de modulaire units kunnen inrichten. Het is duidelijk dat we voor de toekomst moeten blijven zoeken naar bijkomende middelen om ook de investeringen in gebouwen, de recurrente personeelsmiddelen voor bewaking en beveiliging, de werkingskosten voor meer voeding en gezondheidszorg en de hogere energiekosten te financieren.
In het kader van de overbevolking werd er overigens ook een budget van 5 miljoen euro voorzien voor de FOD Volksgezondheid en 5 miljoen voor Asiel en Migratie om de doorstroming van de geïnterneerden naar aangepaste zorginstellingen en de terugkeer van veroordeelden zonder recht op verblijf te bevorderen. Beide initiatieven zijn immers nodig om de hoge druk op het gevangeniswezen te verlagen.
Collega De Wit, zoals u zei, wordt er ook in een interdepartementale provisie voorzien ter financiering van de infrastructuur om de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan en dat ten belope van 600 miljoen euro. Die bijkomende middelen zullen worden gebruikt voor de investeringskosten en de werkings- en exploitatiekosten van de detentie-infrastructuur, alsook voor het onderhoud, de veiligheid en de bouw en het onderhoud van gerechtsgebouwen.
Het is evident dat een zeer nauwe samenwerking met de Regie der Gebouwen, die eveneens over voldoende middelen en personeel zal dienen te beschikken, noodzakelijk zal zijn, aangezien de Regie in de lead is voor de realisatie van die projecten. Ook om de talrijke initiatieven uit het regeerakkoord in de praktijk gestalte te geven, zijn bijkomende middelen nodig. Ik denk bijvoorbeeld aan de bescherming van onze magistraten, de extra beveiligde cellen en het inzetten op digitalisering om efficiëntiewinsten binnen Justitie mogelijk te maken.
We hebben een aantal prioriteiten opgelijst, zodat we bijvoorbeeld ook de partners, experts, vertalers en tolken, maar ook de pro-Deovergoedingen, tijdig zouden kunnen betalen en daar niet veel te laat mee komen, zoals in het verleden het geval was. Dankzij de realisatie van efficiëntiewinsten binnen Justitie is in bijkomende middelen voorzien waarmee dat justitiebeleid kan worden gerealiseerd. Zo wordt er bijvoorbeeld budget vrijgemaakt voor de versterking van de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers en wordt de subsidie voor Child Focus wettelijk verankerd.
Zoals ik daarnet al zei, worden er ook middelen besteed aan de verderzetting van de digitalisering en de belangrijke projecten die Justitie in de toekomst efficiënter en meer digitaal moeten maken, aan de versterking van de rechterlijke orde, niet alleen van de magistratuur zelf, maar ook van alle medewerkers om de hele keten te kunnen versterken en aan het inzetten op meer veiligheid in de gevangenissen.
De precieze verdeling zal uiteraard worden afgestemd op de prioriteiten, zoals bepaald in de beleidsnota die we binnen enkele weken zullen bespreken. De uitdagingen binnen Justitie zijn groot en we zullen met de beschikbare middelen aan de slag moeten gaan. Het doel is ook om Justitie sterker en efficiënter te maken, onder meer door de aanwijzingen van het terrein. Het terrein, de magistratuur en de medewerkers van de FOD en van het gevangeniswezen kunnen goed aangeven waar de grootste noden liggen en welke als eerste moeten worden aangepakt.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. Ik zal de cijfers toch nog eens goed nalezen. U zei daarstraks dat u wilde zorgen voor enkele lichtpuntjes voor Justitie. Ik hoop dat u er een aantal zult kunnen behalen met deze budgetten, ook al ben ik er me van bewust dat de uitdaging groot zal zijn.
Ik kijk alleszins uit naar de bespreking van de beleidsnota om dan ter zake meer toelichting te krijgen.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Je vais prendre le temps de la relire, car elle contenait beaucoup de chiffres et je n’ai pas pu tout suivre. Mais, effectivement, les défis pour la justice sont énormes. Un article du Standaard rapportait ce matin qu’il manquait 300 agents pénitentiaires et que 10 % étaient absents. C’est énorme! Avec 0,22 % du PIB consacré à la Justice, nous sommes toujours en queue de peloton. Le budget d’un milliard devrait normalement nous faire remonter, mais pas de beaucoup.
Dès lors, nous attendrons les discussions d’orientation et les arbitrages budgétaires pour voir où ce milliard sera alloué.
Marijke Dillen:
Ik dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Ook ik zal de moeite nemen om dat antwoord nogmaals grondig te bekijken en alle cijfers te controleren. U hebt eigenlijk een opsomming gegeven van de talrijke noden binnen Justitie: de gevangenissen, het kraken van het verdienmodel, het fiscaal parket, de versterking van de rechterlijke orde, digitalisering enzovoort. U hebt een zeer ambitieus plan gepresenteerd waarvan wij waarschijnlijk het overgrote deel kunnen steunen. Uw uitdagingen zijn groot, maar ik blijf benadrukken dat de toegekende bijkomende middelen, beter gezegd de middelen die u hebt gekregen, absoluut onvoldoende zijn om een antwoord te bieden op alle andere en ook dringende noden binnen Justitie. Ik ben zeer benieuwd, mevrouw de minister, welke prioritaire klemtonen u zult leggen binnen al de ambities die u zojuist hebt gepresenteerd. Om af te sluiten, mevrouw de minister, zal ik blijven herhalen dat wat mogelijk is voor buitenlandse veiligheid, zeker ook voor binnenlandse veiligheid mogelijk moet zijn. Eigenlijk verdient u meer dan één miljard extra.
De erbarmelijke toestand van het justitiepaleis in Brugge
Het overleg met de Regie der Gebouwen n.a.v. schimmel in het Brugse gerechtsgebouw
Renovatie en onderhoud van het Brugse gerechtsgebouw
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Volgens Marijke Dillen en Annick Lambrecht verkeert het Justitiepaleis in Brugge al 20+ jaar in onleefbare toestand (schimmel, vocht, geurhinder) door jarenlange verwaarlozing door de Regie der Gebouwen en vorige ministers, wat leidde tot een gedwongen ontruiming van afdelingen. Minister Verlinden bevestigt de structurele problemen (buitenschil, daken, betonrot) en kondigt 16 miljoen euro aan renovatiekosten aan, met 3,6 miljoen voor de eerste fase, maar erkent dat onderfinanciering en uitstel in het verleden de crisis verergerden. Dillen en Lambrecht kritiseren scherp het falend beheer door de Regie en eisen strikte opvolging om herhaling te voorkomen, terwijl Verlinden samenwerking met collega Matz en extra budgetten belooft voor landelijke verbetering.
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar de ingediende vraag.
Het Justitiepaleis van Brugge verkeert al jaren in een erbarmelijke toestand. Een hardnekkige schimmelplaag, opstijgend vocht, ernstige geurhinder, het zijn maar enkele voorbeelden. De eerste klachten dateren al van 2000 maar er werden blijkbaar alleen maar enkele kleine ingrepen uitgevoerd.
Omdat de situatie werkelijk onhoudbaar is geworden hebben de vakbonden een klacht ingediend bij de arbeidsinspectie.
De nieuwe hoofdgriffier bij de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen heeft nu ingegrepen. Een volledige afdeling werd nu ontruimd en het personeel is tijdelijk verhuisd naar een andere plaats in het gebouw.
Kan de minister hierover meer toelichting geven?
Hoeveel klachten zijn er sinds 2000 ingediend en welk concreet gevolg werd er hieraan gegeven ?
Waarom hebben de minister en haar voorgangers bevoegd voor de Regie der Gebouwen de situatie laten aanmodderen en geen werken laten uitvoeren om deze ernstige problematiek structureel aan te pakken om er zo voor te zorgen dat het personeel op een veilige en gezonde wijze kan werken?
Wanneer gaat deze onaanvaardbare toestand eindelijk worden weggewerkt? Zal de minister hiervoor de nodige budgetten vrijmaken?
Annick Lambrecht:
Mevrouw de minister, in Brugge zijn er grote problemen met het gerechtsgebouw. Een groot deel van dat gebouw is zelfs leeggemaakt. De reden is een schimmelplaag, die het gevolg zou zijn van het jarenlang negeren van groeiende vochtproblemen. Regenwater valt naar beneden op de binnenmuren, grondvocht stijgt in andere muren, vloeren en muren staan vol schimmel, het personeel beschikt over bijna geen enkele kast zonder vocht en schimmel. Een groot deel van het personeel is zelfs verhuisd naar andere lokalen, die ook onaangepast zijn.
Na de jeugdrechtbank werd ook het onderzoeksgerecht leeggehaald. Blijkbaar krijgt het personeel geen gehoor want het wendt zich met de moed der wanhoop tot de pers. Niet alleen Justitie en de Regie der Gebouwen maar ook de Arbeidsinspectie zouden op de hoogte zijn van dit probleem. Er wordt gezegd dat de situatie in andere gerechtsgebouwen in het land niet anders zou zijn, namelijk verwaarlozing.
Dat brengt mij bij mijn vragen. Ten eerste, hoe wordt het onderhoud van de gerechtsgebouwen aangepakt?
Ten tweede, is de situatie in Brugge uniek of is het niet anders in andere gerechtsgebouwen?
Ten derde, bent u als minister of is uw administratie op de hoogte van het probleem met het gerechtsgebouw in Brugge?
Ten vierde, welke stappen zijn ondertussen gezet om de situatie te verbeteren?
Ten vijfde, is er contact of overleg tussen Justitie en de Regie der Gebouwen? Ik diende bij de Regie der Gebouwen overigens dezelfde vraag in.
Ten zesde, wat ben u van plan te ondernemen, mevrouw de minister, om ervoor te zorgen dat het gerechtsgebouw in Brugge opnieuw volledig in gezonde omstandigheden kan worden gebruikt?
Annelies Verlinden:
Collega's, sinds februari van vorig jaar heb ik mij kunnen vergewissen van de staat van de gebouwen in het hele land. Ik heb onmiddellijk gewezen op de absolute nood aan structurele middelen en maatregelen om de toestand te verbeteren en om het hoofd te kunnen bieden aan de jarenlange onderfinanciering.
Dit geldt zeker ook voor het gerechtsgebouw in Brugge. Het gebouw dateert van begin jaren ‘80 en heeft onder meer nood aan een buitenschilrenovatie. Het gebouw kampt met waterinsijpeling en daaruit voortvloeiende schade. De daken, het schrijnwerk en de buitenzonwering moeten worden vernieuwd en het betonrot moet worden aangepakt. De uit te voeren werken zijn structureel van aard. De diensten van de FOD Justitie staan hierover in nauw contact met de Regie, die als eigenaar van het gebouw de werken moet uitvoeren. De renovatiekosten worden geraamd op minstens 16 miljoen euro. De zone die nu werd ontruimd, bevindt zich in dat deel waar de noden het grootst zijn en dat daarom deel uitmaakt van de eerste fase van de buitenschilrenovatie. De kostprijs van deze eerste fase wordt geraamd op 3,6 miljoen euro.
De problematiek is inderdaad al bekend van voor deze legislatuur. De renovatie van de buitenschil is opgenomen in het meerjarig investeringsplan bij de Regie, maar werd in het verleden vooruitgeschoven in de tijd door gebrek aan middelen en personeel, zoals dat ook voor nogal wat andere gebouwen het geval was. Met de bijkomende middelen die de regering op mijn vraag heeft vrijgemaakt, zal op verschillende plaatsen vooruitgang kunnen worden geboekt. Ik werk daarvoor samen met mijn collega Matz, bevoegd voor het gebouwenbeheer van de overheid. We volgen dit uiteraard ook op met onze betrokken diensten.
Tegelijkertijd blijven de noden erg groot. Om die reden heb ik, in lijn met het regeerakkoord, ook de opdracht gegeven om een rationalisatie- en verbeteringstraject voor het gebouwenpark uit te werken. Die oefening loopt, terwijl intussen op verschillende plaatsen verbeteringswerken worden uitgevoerd.
Met de bijkomende middelen uit de IDP Veiligheid komt er ook een extra budgettaire injectie voor de FOD Justitie voor het dagelijkse onderhoud en de veiligheid. Met het hefboomplan, dat we voor de zomer in overleg met de RO opstelden, werd al een nieuwe reeks investeringen mogelijk gemaakt, waaronder het opzetten van een scan lane voor het gerechtsgebouw in Brugge.
Door deze gerichte en aanhoudende inspanningen bouwen we verder aan beter onderhouden, toegankelijke en veilige gerechtsgebouwen, zodat justitie in goede omstandigheden kan functioneren, ten voordele van alle rechtszoekenden, maar ook van alle medewerkers van justitie, die ik hierbij nogmaals wil bedanken voor hun niet-aflatende inzet.
Marijke Dillen:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord.
Het is inderdaad een problematiek die al jaren aansleept. We kunnen u dat niet verwijten, mevrouw de minister, want daarvoor bent u nog niet lang genoeg bevoegd voor deze materie. Uw voorgangers die bevoegd waren voor Justitie en de Regie der Gebouwen, hebben in dit dossier wel laten aanmodderen. Ze hebben nooit werken laten uitvoeren om deze ernstige problematiek ten gronde aan te pakken.
De situatie is duidelijk onhoudbaar geworden. Dankzij de nieuwe hoofdgriffier bij de rechtbank in West-Vlaanderen wordt er nu ingegrepen. In het belang van de veiligheid van zowel het personeel als alle bezoekers die daar aanwezig moeten zijn, wordt die afdeling volledig ontruimd.
Ik hoop dan ook dat dit probleem zeer snel structureel wordt aangepakt.
Annick Lambrecht:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw verhelderend antwoord met toch enkele lichtpunten voor het personeel, dat momenteel in zeer ongezonde en eigenlijk onwaardige omstandigheden zijn werk moet uitvoeren. Ik heb begrepen dat er in een eerste fase 3,6 miljoen euro wordt vrijgemaakt en dat er ook extra middelen zullen zijn voor de dagelijkse werking. Daar situeert zich ook een belangrijk probleem, want jarenlang werden de dagelijkse werken niet uitgevoerd, waardoor zich een opeenstapeling heeft voorgedaan van kortetermijnproblemen die hadden kunnen worden opgelost, maar zijn blijven liggen en zijn uitgegroeid tot grote problemen op lange termijn, zoals de schimmelproblematiek waarmee men nu geconfronteerd wordt. Mevrouw de minister, u hebt budgetten vrijgemaakt en de cijfers daarvan in tabellen gegoten. Ik wil u echter vragen te zorgen voor een zeer nauwgezette opvolging door uw kabinet van de uitvoering van de werken door het andere departement, namelijk de Regie der Gebouwen, die de werken moet uitvoeren en ze al zeer lang in de tabellen heeft geplaatst, maar nooit de moeite heeft gedaan om ze daadwerkelijk uit te voeren. Mevrouw de minister, het succes zal zeker ook op uw departement afstralen. Ik vraag u met aandrang om in zeer nauw overleg te blijven met de Regie der Gebouwen, zodat die niet opnieuw verklaart de werken te zullen uitvoeren, maar het personeel toch verder laat werken in omstandigheden die het werken in 2026 totaal onwaardig zijn. Mevrouw de minister, ik zal uw antwoord meenemen naar Brugge, mijn thuisstad. Ik hoop dat de betrokkenen daardoor een beetje meer hoop krijgen dan ze tot nu toe hadden.
De vasthoudingen door de justitie in het kader van de binnenkomstcontroles
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 7 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Alexander Van Hoecke vraagt om concrete cijfers en redenen over personen vastgehouden door Justitie na binnenkomstcontroles, gebaseerd op een eerdere vage mededeling van minister Van Bossuyt (108 personen, waarvan 23 vastgezet voor verwijdering). Minister Verlinden wijst de vraag af als "te vaag", omdat vasthoudingsredenen (verdachte, getuige, slachtoffer, veroordeling) te divers zijn voor een algemene rapportage. Van Hoecke bekritiseert dit als een cirkelredenering: het antwoord is vaag omdat de oorspronkelijke gegevens van Van Bossuyt onvolledig waren, en kondigt een herziene schriftelijke vraag aan. Geen feiten of cijfers werden verstrekt.
Alexander Van Hoecke:
Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt stelde dat sinds de start van de zogenaamde binnenkomstcontroles tot en met 10 december 2025 een aantal beslissingen werden genomen door de Dienst Vreemdelingenzaken met betrekking tot 108 personen.
52 personen kregen het bevel om het grondgebied te verlaten, bij 9 personen werd het bevel herbevestigd, 23 personen werden vastgehouden met het oog op verwijdering, voor 18 personen werd door de Dienst Vreemdelingenzaken geen maatregel genomen omdat er een recht op verblijf of lopende procedure was en 3 personen waren minderjarig.
Volgens de minister werd voor de overige personen geen beslissing genomen “of ze werden vastgehouden door Justitie".
Hoeveel personen werden sinds de start van de binnenkomstcontroles vastgehouden door Justitie?
Welke redenen gaven aanleiding tot die beslissing?
Kan u meer informatie verschaffen met betrekking tot de nationaliteit van de betrokken personen?
Hoeveel van de vastgehouden personen zijn ondertussen opnieuw in vrijheid gesteld en wat waren de redenen voor deze invrijheidstelling?
Op welke manier worden deze personen indien ze in vrijheid worden gesteld verder opgevolgd?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Van Hoecke, uw vraagstelling heeft een groot abstract karakter en is daardoor nogal vaag. Er zijn immers tal van redenen waarom een persoon wordt gesignaleerd en mogelijk wordt vastgehouden bij binnenkomst op het nationaal grondgebied. Dat kan bijvoorbeeld omdat die persoon moet worden ondervraagd als verdachte, of omdat die persoon getuige of slachtoffer is, of omdat die persoon is veroordeeld. Zonder verdere specificatie is het voor onze diensten niet mogelijk om die cijfers te verstrekken.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, als de vraagstelling vaag is, dan is het antwoord van de minister van Asiel en Migratie vaag, want ik heb enkel het antwoord van de minister van Asiel en Migratie op een vraag van mijn collega als aanleiding gebruikt. De minister verwijst naar een aantal personen die na die binnenkomstcontroles worden vastgehouden door Justitie. Ik wilde daarom vernemen wat dat betekent en of u die vaagheid ongedaan kunt maken. Blijkbaar kunt u dat niet concretiseren. Daarom zal ik de vraag opnieuw indienen als schriftelijke vraag, waarbij ik naga of ik ze nog kan specificeren. Ik herhaal echter dat mijn vraagstelling vaag is omdat het antwoord van de minister van Asiel en Migratie vaag is.
De staat van de cellen in het Brusselse Justitiepaleis
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
François De Smet (volgens een getuigenis van een advocate) bekritiseert de insalubre en verouderde cachots in het Brusselse Justitiepaleis, die leiden tot vertragingen in rechtszaken doordat gevangenen te laat aankomen of zelfs niet kunnen deelnemen aan zittingen door plaatsgebrek. Minister Vanessa Matz bevestigt de problemen en belooft herstellingswerken (o.a. plexiglas, camera’s, verlichting) die uiteindelijk april 2026 moeten zijn afgerond, met tussentijdse oplossingen. De Smet erkent haar inzet maar blijft het dossier opvolgen. Het hoofdthema is de impact van slechte infrastructuur op de rechtsbedeling.
François De Smet:
Madame la ministre, nous reparlons encore de l’insalubrité des palais de justice dans notre pays, mais via une circonstance particulière. J’ai une amie avocate qui accompagne régulièrement des détenus devant être jugés à Bruxelles. Selon elle, les cellules (ou cachots) du Palais de Justice de Bruxelles seraient, eux aussi, en état de délabrement, voire insalubres.
Cette situation de vétusté a pour conséquence que des détenus arrivent en retard à l'audience par manque de place, ce qui contraint les magistrats à reporter les affaires à une date ultérieure. En raison de ce manque de place dans des cachots qui ne sont pas aux normes, certains détenus ne peuvent même pas aller à l'audience et doivent repartir avec le fourgon. Ce délabrement n'est pas seulement désagréable et déprimant en soi. Il a des conséquences directes sur l'administration de la justice.
J'avais évidemment d'abord introduit cette question auprès de votre collègue, la ministre de la Justice, mais elle l'a renvoyée vers vous. Madame la ministre, avez-vous connaissance de ce genre de situations? Dans l'affirmative, quelles mesures entendez-vous prendre, même à titre temporaire, pour permettre, à la fois pour les détenus et pour le bon fonctionnement de la Justice, l'accessibilité à des cellules en nombre et rénovées?
Vanessa Matz:
Monsieur le député, j'ai évidemment bien pris connaissance de la situation. Il est exact que certaines cellules ne répondent pas aux normes en vigueur et qu'en raison d'un ensemble de circonstances, l'ensemble des 78 cellules ne peut actuellement être exploité.
Je tiens à souligner que la Direction générale Sécurité et Prévention (DAB), le SPF Justice et la Régie des Bâtiments travaillent activement et en étroite collaboration afin de rendre opérationnelles le maximum de cellules. À cet effet, un plan d'action commun a été mis en place. Il prévoit notamment l'installation de plexiglas sur les portes des cellules pour prévenir les blessures ou tentatives de suicide, l'entretien et la réparation des quincailleries ainsi que le remplacement des barillets sécurisés, le remplacement de l'éclairage, l'installation d'une salle de surveillance par caméras et l'installation de caméras dans les cellules, ainsi que l'opacification des sols et des garde-corps.
Une partie de ces travaux est déjà terminée ou en cours et l'ensemble sera achevé au plus tard pour la fin du mois d'avril 2026, à l'exception de l'opacification qui ne pourra être réalisée qu'après la finalisation complète de l'installation des caméras.
Vous connaissez ma détermination à œuvrer pour rendre les bâtiments de justice plus sécurisés et en état de fonctionnement. Je suivrai l'évolution de ce dossier de près. Vous pouvez compter sur moi.
Président: Christophe Lacroix.
Voorzitter: Christophe Lacroix.
François De Smet:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses et vos engagements. Je suis ravi de voir que les travaux sont en cours. On fera évidemment le suivi de la situation sur le terrain mais il serait malhonnête de dire que, sur ce dossier-ci, vous ne faites rien.
De vele graffiti en de eventuele verfraaiing van het Luikse justitiepaleis met een fresco
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Gilles Foret wijst op de terugkerende graffitiproblemen aan het justitiepaleis van Luik, die de stads- en institutiebeelden schaden, en vraagt naar verantwoordelijkheden, onderhoudsplannen en mogelijke samenwerking met lokale overheden, inclusief een artistieke muurschildering als preventieve oplossing. Minister Vanessa Matz (Régie des Bâtiments) bevestigt haar bevoegdheid (behalve voor specifieke elementen onder de stad) en kondigt een grondige schoonmaak aan, maar waarschuwt dat een fresco juridische haken heeft (auteursrechten architect). Ze staat open voor overleg met stad en erfgoeddiensten. Foret onderstreept de nood aan een protocol met de stad voor efficiënter onderhoud en ziet de fresco als haalbaar, mits snelle oplossing voor de auteursrechtskwestie via lokale afstemming.
Gilles Foret:
Madame la ministre, depuis de nombreuses années, les bâtiments du palais de justice de Liège souffrent d'une présence récurrente et diffuse de tags sur leur façade extérieure. Cela concerne notamment les murs de l'annexe Nord, donnant sur la passerelle de la principauté de Liège entre la rue Fond Saint-Servais et la rue de Bruxelles. Cette zone constitue pourtant une entrée de ville stratégique, récemment réaménagée dans le cadre de la rénovation de la gare Saint-Lambert de Liège et de l'espace public adjacent. Elle accueille de nombreux voyageurs et visiteurs qui accèdent ainsi directement au cœur historique de la Cité ardente. Or, le contraste entre ces aménagements urbains qualitatifs et l'aspect fortement dégradé des murs du palais de justice nuit à l'image de la ville comme à celle de l'institution judiciaire.
Madame la ministre, les façades concernées relèvent-elles bien de la responsabilité de la Régie des Bâtiments? Si oui, quel est le plan d'action en matière d'entretien, de nettoyage et de prévention des dégradations récurrentes? Existe-t-il un protocole, ou pourrait-il être signé avec les autorités locales pour entretenir et nettoyer de manière plus récurrente ces différentes façades?
Enfin, je voudrais vous dire que suite à des échanges que j'ai pu avoir avec des représentants locaux, une fresque murale, encadrée artistiquement, pourrait être envisagée et permettrait de prévenir ce genre de tags. Ces différentes possibilités pourraient-elles être envisagées avec la Régie des Bâtiments?
Vanessa Matz:
Monsieur Foret, les façades concernées relèvent effectivement pour l'essentiel de la responsabilité de la Régie des Bâtiments en tant qu'éléments structurels du bâtiment. Il convient toutefois de préciser que certains éléments extérieurs, comme les murs de soutènement des escaliers, sont gérés par la Ville.
La Régie des Bâtiments est pleinement consciente de la situation et de l'impact négatif que la présence récurrente de tags peut avoir, tant sur l'image de l'institution judiciaire que celle de la ville. La Régie des Bâtiments s'efforce, dans les limites de ses moyens budgétaires et humains, de procéder aux nettoyages nécessaires. Vu le nombre élevé de tags, une mise à blanc est envisagée prochainement afin de restaurer l'aspect des façades.
Quant à la proposition d'une fresque murale artistique, je comprends pleinement l'intérêt d'une telle initiative, tant du point de vue de la prévention des tags que de la valorisation de cette entrée stratégique de la ville.
Cette piste ne peut toutefois être envisagée qu'avec prudence dans la mesure où elle pourrait constituer une modification de l'œuvre architecturale existante. Il faut donc vérifier les éventuels droits d'auteur de l'architecte avant toute décision. Cela étant, je reste ouverte à une réflexion concertée associant la Régie des Bâtiments, les autorités locales et, le cas échéant, les services compétents en matière de patrimoine.
Gilles Foret:
Madame la ministre, je prends note des différents éléments que vous venez de nous partager. Il faut en effet vérifier quelles sont les différentes zones d'intervention de la Régie et de la Ville et qui pourrait intervenir, notamment dans le cadre d'un protocole ou d'une collaboration renforcée. Il est aussi important de voir avec les autorités communales comment signer un protocole pour un entretien plus régulier puisque les équipes de la ville sont de manière permanente sur le terrain. Il s'agit également d'une piste visant à faciliter le travail de la Régie des Bâtiments et, surtout, à limiter les coûts d'entretien. Pour le reste, la fresque murale serait une piste à envisager. Certes, il faut tenir compte des droits d'auteur de l'architecte. C'est un obstacle qu'on pourra lever assez rapidement. Ceci est à analyser avec les autorités locales et les artistes pour que cette (ou ces) fresque(s) murale(s) puisse(nt) voir le jour.
De erbarmelijke toestand van het justitiepaleis in Brugge
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marijke Dillen bekritiseert dat het Justitiepaleis Brugge sinds 2000 kampen met schimmel, vocht en geurhinder, terwijl enkel kleinschalige ingrepen volgden, en vraagt waarom ministers (inclusief voorgangers) de situatie laten "aanmodderen"—nu een hele afdeling ontruimd is. Minister Vanessa Matz (Regie der Gebouwen) bevestigt dat structurele oplossingen (dak/gevels) nodig zijn en dat een masterplan in fasen wordt voorbereid, met eerste werken in 2025, maar wijst op budgettaire beperkingen. Dillen noemt het onverantwoord dat actie pas kwam na druk van de nieuwe hoofdgriffier en dringt aan op versnelde prioriteit voor veilige werkomstandigheden. Matz erkent de urgentie maar benadrukt dat complexiteit en kosten een gefaseerde aanpak vereisen.
Marijke Dillen:
Het Justitiepaleis van Brugge verkeert al jaren in een erbarmelijke toestand. Een hardnekkige schimmelplaag, opstijgend vocht, ernstige geurhinder, het zijn maar enkele voorbeelden. De eerste klachten dateren al van 2000 maar er werden blijkbaar alleen maar enkele kleine ingrepen uitgevoerd.
Omdat de situatie werkelijk onhoudbaar is geworden hebben de vakbonden een klacht ingediend bij de arbeidsinspectie.
De nieuwe hoofdgriffier bij de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen heeft nu ingegrepen. Een volledige afdeling werd nu ontruimd en het personeel is tijdelijk verhuisd naar een andere plaats in het gebouw.
Kan de minister hierover meer toelichting geven?
Hoeveel klachten zijn er sinds 2000 ingediend en welk concreet gevolg werd er hieraan gegeven ?
Waarom hebben de minister en haar voorgangers bevoegd voor de Regie der Gebouwen de situatie laten aanmodderen en geen werken laten uitvoeren om deze ernstige problematiek structureel aan te pakken om er zo voor te zorgen dat het personeel op een veilige en gezonde wijze kan werken?
Wanneer gaat deze onaanvaardbare toestand eindelijk worden weggewerkt? Zal de minister hiervoor de nodige budgetten vrijmaken?
Vanessa Matz:
Mevrouw Dillen, de huidige problemen van het Justitiepaleis van Brugge zijn voornamelijk toe te schrijven aan opstijgend vocht en waterinfiltratie via het dak. Een bijkomende uitdaging is dat bepaalde vloerniveaus zich onder het maaiveld bevinden. De FOD Justitie en Regie der Gebouwen volgen de situatie nauwgezet op via een operationele taskforce. In dat kader worden regelmatig de nodige maatregelen besproken en uitgevoerd.
In de afgelopen jaren zijn al verschillende werken uitgevoerd door de Regie der Gebouwen. Momenteel worden bijkomende interventies voorbereid om de gemelde klachten te verhelpen. Hoewel in het verleden vooral kleinere ingrepen en herstellingen werden uitgevoerd, is het vandaag duidelijk dat een structurele oplossing noodzakelijk is. De Regie der Gebouwen is daarom gestart met de opmaak van een masterplan voor de renovatie van het dak en de gevels.
Gezien de omvang van de werken en de budgettaire context zal de uitvoering in fasen verlopen. Een eerste fase, gericht op de meest manifeste problemen, wordt volgend jaar gepubliceerd.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.
Ik geef toe dat dit niet uw verantwoordelijkheid is. U bent immers nog maar sinds deze legislatuur minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen, maar de eerste klachten dateren al van 2020. Het is dan ook onbegrijpelijk dat er al zo lang niets gebeurt. Evenmin is het te begrijpen dat de nieuwe hoofdgriffier, want zo is het dossier eindelijk in een stroomversnelling gekomen, de beslissing heeft genomen om heel die afdeling te sluiten. Het is immers onverantwoord voor de mensen, de leden van de griffie, maar ook voor de bezoekers, om die ruimtes te moeten betreden. Het is toch echt onbegrijpelijk dat dit allemaal zo lang heeft geduurd?
Gelukkig is er nu een nieuwe hoofdgriffier die eindelijk zegt dat het gedaan moet zijn en dat het onaanvaardbaar is. In het verleden werd er immers op een lamentabele manier mee omgegaan.
U erkent dat structurele oplossingen noodzakelijk zijn en werkt aan een masterplan. Ik begrijp, mevrouw de minister, dat zo’n masterplan niet van de ene op de andere dag kan worden uitgevoerd, maar ik durf toch aan te dringen op prioriteit voor dit dossier om ervoor te zorgen dat alle mensen van de griffie daar op een gezonde en veilige manier kunnen werken en dat de bezoekers, advocaten en iedereen die daar moet zijn ook in een veilige omgeving kunnen werken.
Voorzitter:
Bedankt, mevrouw Dillen. We komen hiermee aan het einde van deze commissie. Volgens artikel 127, 10 e lid, van het Reglement wordt vraag nr. 56011515C van de heer Vandemaele als ingetrokken beschouwd. Ik wens het commissiesecretariaat, de diensten van de Kamer en de tolken te danken voor hun hulp, net als mevrouw de minister en haar team om de vragen te beantwoorden. Ik sluit hierbij de zitting. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.00 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 00.
De verwarmingsproblemen in het cellencomplex van het Brusselse Justitiepaleis
De brandveiligheid in het Brusselse Justitiepaleis
De problematische werkomstandigheden van de agenten van de DAB
De acute veiligheidscrisis in het Justitiepaleis van Brussel
Structurele en veiligheidsproblemen in het Brusselse Justitiepaleis
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Alain Yzermans en Kristien Van Vaerenbergh bekritiseren de ernstige verwaarlozing van het Brusselse Justitiepaleis: koude cellen door defecte verwarming, acute brandveiligheidsrisico’s (gebrek aan compartimentering, defecte nooduitgangen, verouderde blusmiddelen) en structurele problemen (waterlekken, instortingsgevaar, muizenplagen), waarbij preventiemaatregelen al 10 jaar uitblijven. Minister Annelies Verlinden bevestigt de ernst van de situatie en wijst op lopende studies (brandveiligheid, archiefbeheer) en gefaseerde renovatieplannen (start 2023-2024, voltooiing pas na 2040), maar erkent dat dringende interventies (o.a. branddetectie, verwarming) vertraging oplopen door procedures, budgettaire beperkingen en gebrek aan aannemers. Beide parlementsleden betwijfelen of de tijdelijke maatregelen volstaan en eisen snellere, concrete actie voor veiligheid en waardige werkomstandigheden.
Alain Yzermans:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
In het justitiepaleis van Brussel heerst momenteel een oncomfortabele situatie: het cellencomplex is zeer koud omdat de verwarming niet functioneert. Dit probleem komt bovenop de recente waterlekken die eind augustus en begin september werden vastgesteld. Dit roept opnieuw vragen op over de staat van het patrimonium binnen de justitie. Gedetineerden en beklaagden zitten in koude cellen te wachten op hun zitting, wat de omstandigheden in dit al onder druk staande systeem verder zienderogen verslechtert.
Vragen aan minister Verlinden
Bent u op de hoogte van dit pijnpunt? Gezien de aanhoudende problemen welke concrete maatregelen worden er genomen om de verwarmingsproblemen in het cellencomplex op te lossen en te voorkomen dat deze feiten zich in de toekomst herhalen?
Hoe beoordeelt u de huidige staat van het justitiepaleis en hoever staan de plannen voor het onderhoud en de renovatie van deze gebouwen? Welke middelen werden voorzien?
Kristien Van Vaerenbergh:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs ook naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Geachte mevrouw de minister,
De afgelopen dagen trokken zowel het arbeidsauditoraat als de Brusselse brandweer opnieuw aan de alarmbel over de situatie in het Justitiepaleis van Brussel. Uit hun inspecties blijkt dat de arbeidsomstandigheden voor de meeste beroepsgroepen op meerdere vlakken niet voldoen aan de welzijnsvoorschriften, en dat er bovendien sprake is van ernstige brandveiligheidsproblemen. Het gaat om onder meer een volledig gebrek aan brandcompartimentering, beperkte branddetectie, gesloten nooduitgangen en ontbrekende of niet-gecontroleerde brandblussers.
Daarboven blijkt dat bepaalde noodzakelijke preventiemaatregelen al tien jaar geleden werden gevraagd, maar nog steeds niet zijn uitgevoerd. Het arbeidsauditoraat en de brandweer spreken over zeer aanzienlijke risico's voor personeel, magistraten, advocaten en bezoekers.
Gezien de opeenstapeling van incidenten, van instortende plafonds tot muizen in het personeelsrestaurant, vraag ik me oprecht af hoe u ook binnen de nieuwe budgetruimte de acute veiligheidscrisis in het Justitiepaleis gaat aanpakken.
Daarom heb ik volgende vragen:
Hoe reageert u op de vernietigende conclusies van zowel het arbeidsauditoraat als de brandweer?
Welke middelen en maatregelen voorziet u, gezien de nieuwe budgettaire perspectieven, om deze acute veiligheidsproblemen onmiddellijk aan te pakken?
Hoe zult u ervoor zorgen dat het bestaande actieplan versneld en uitgebreid wordt uitgevoerd, zoals door het arbeidsauditoraat wordt gevraagd?
Aangezien verschillende preventiemaatregelen al tien jaar aanslepen: welke garanties kunt u geven dat ditmaal wél tijdig wordt ingegrepen?
Acht u het nog realistisch dat de grote renovatie van het interieur pas in 2040 begint, gezien de huidige staat van instorting en de risico's die vandaag worden vastgesteld?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Yzermans, mevrouw Van Vaerenbergh, sinds mijn aantreden heb ik mij kunnen vergewissen van de staat van de gerechtsgebouwen in dit land. Het verbeteren daarvan is een van de grootste uitdagingen voor Justitie.
Dat is zonder meer het geval voor het Justitiepaleis in Brussel. Het gebouw neemt een symbolische plaats in voor Justitie en is tevens een belangrijk stuk nationaal erfgoed. Daarom is de renovatie ervan opgenomen in het regeerakkoord. De uitvoering daarvan behoort in belangrijke mate tot de bevoegdheid van minister Vanessa Matz, die instaat voor het beheer van het gebouw en met wie ik bijzonder goed samenwerk.
Het Justitiepaleis moet kunnen beschikken over moderne en veilige infrastructuur die aangepast is aan de noden van een hedendaagse rechterlijke organisatie. Daarom moet een behoefteprogramma worden opgesteld dat daaraan invulling geeft. In nauw overleg met de Regie der Gebouwen, de rechterlijke orde en alle betrokken partners, die elkaar regelmatig ontmoeten in het SteerCo Poelaertplein, wordt stap voor stap gewerkt aan een duurzame en gefaseerde renovatie, waarbij de veiligheid, de toegankelijkheid en de invulling van alle ruimtes centraal staan. Daarbij gaat niet alleen aandacht uit naar de restauratie van het gebouw met behoud van het monumentale karakter, maar ook naar de creatie van een functioneel en coherent geheel waarin magistraten, medewerkers, advocaten en rechtszoekenden op een efficiënte en veilige manier kunnen werken.
Het spreekt voor zich dat een project van dergelijke omvang, waarvoor in de voorbije jaren al verschillende studies zijn uitgevoerd, de looptijd van één legislatuur overschrijdt. Vanzelfsprekend engageer ik mij, samen met de administratie, ertoe om daaraan ten volle bij te dragen. Terwijl de werkzaamheden plaatsvinden, moeten de activiteiten in het paleis in goede orde en veilig kunnen doorgaan. Dat vormt uiteraard een grote uitdaging.
In antwoord op uw concrete vragen kan ik meegeven dat de elektrische installaties frequente interventies vereisen, omdat de behoeften en normen sterk zijn geëvolueerd. Dat geldt eveneens voor de regenwaterafvoer, de sanitaire installaties, de verwarmingsleidingen en de radiatoren.
Dankzij regelmatige interventies van de Regie en het team Buildings & Facilities van de FOD Justitie blijft het Justitiepaleis in geval van defecten toch operationeel, al nemen interventies soms veel tijd in beslag wegens de vereiste procedures voor bestekken en offertes, de noodzaak bepaalde werkzaamheden buiten de exploitatietijd van het cellencomplex uit te voeren, en het gebrek aan interesse van sommige bedrijven door de combinatie van weekendwerkzaamheden en de toepassing van de laagsteprijsregel.
In 2023-2024 heeft de regie een uitgebreide analyse van het gebouw uitgevoerd. In een eerste fase wordt gewerkt aan de brandveiligheid, het beheer van de archieven, de bouw van een nieuw cellencomplex voor de Directie Beveiliging (DAB), de renovatie en normering van het oude cellencomplex en het aanpakken van de niveaus min 4 tot en met min 2 en een deel van min 1.
Wat het huidige cellencomplex betreft, de verbeterings- en herstellingswerken komen deels ten laste van de Regie der Gebouwen en deels de federale politie. De rol van de FOD Justitie is daarbij beperkt tot de opvolging van het dossier op het niveau van zijn partners.
In verband met de brandveiligheid van het Justitiepaleis, alle partners zetten voor dat aandachtspunt belangrijke stappen vooruit in een bijzondere werkgroep brandveiligheid. Ik verwijs naar de studie van de Regie der Gebouwen met een analyse en een actieplan om het gebouw aan de geldende normen aan te passen. De FOD zet prioritair in op twee elementen. Ten eerste heeft de FOD de installateur van de branddetectie opdracht gegeven om de volledige werking van de branddetectie na te gaan. Het onderhoud en nazicht zijn gestart op 22 oktober en een eindrapport wordt eerstdaags verwacht. Ten tweede zet hij in op de vermindering van de brandlast, in het bijzonder de archieven, in samenwerking met alle betrokken jurisdicties en met steun van de experten van het Rijksarchief. Daartoe werd een actieplan uitgewerkt met het oog op de selectie van vernietigbare en overdraagbare archieven, met ondersteuning van het Rijksarchief, de inventarisatie van te verplaatsen archieven die raadpleegbaar moeten blijven, het zoeken naar opslagplaatsen en de integratie van het archiefbeheer in het actieplan Brandveiligheid van de Regie der Gebouwen. Voorts voorziet de FOD in de vernieuwing van de brandblusmiddelen en heeft hij bijkomend onderhoud en een extra audit van de branddetectie-installatie ingepland.
Collega’s, zoals u begrijpt, is de renovatie van het Justitiepaleis een monumentale opdracht, net zoals het bouwen aan een moderne, toegankelijke en rechtvaardige justitie dat ook is.
Alain Yzermans:
Ik ben u dankbaar voor het uitgebreide antwoord over het totaalplan rond veiligheid, in het bijzonder de brandveiligheid, en de toegankelijkheid en voor de toelichting bij de stappen die u al gedaan hebt.
Ik had het in mijn vraag vooral over het discomfort als gevolg van een kapotte verwarming op een aantal plaatsen. Het gaat om een praktische zaak die het welzijn op het werk in het gedrang brengt. Misschien kan het probleem worden verholpen met een aantal tijdelijke maatregelen. Ik geef dat toch maar even mee.
Kristien Van Vaerenbergh:
Ik dank u op mijn beurt, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Het is inderdaad een hele uitdaging om de gebouwen van Justitie aan te passen aan de moderne tijd. Het dossier van het Justitiepaleis is gigantisch; het paleis staat ook al jaren in de stellingen – ik heb het nooit anders geweten –, vandaar dat het zo symbolisch is voor Justitie. Er is ook al gigantisch veel geld naartoe gegaan. Ik hoop dat er eindelijk vorderingen met de totaalrenovatie worden gemaakt. Het is natuurlijk niet zo eenvoudig, want ook de Regie der Gebouwen is mede bevoegd. Sommige problemen vergen echter dringende, tussentijdse oplossingen. Ik hoop minstens dat het gebouw brandveilig is voor de magistraten, het gerechtspersoneel en alle bezoekers van het gebouw. Muizen in het restaurant, naar beneden vallende stukken plafond, dat is toch Justitie onwaardig. Ik hoop echt dat daarmee op korte termijn aan de slag wordt gegaan.
Het verslag van het Rekenhof
Het verslag van het Rekenhof over de doorlooptijden van rechtszaken
Het verslag van het Rekenhof over de toegang tot de justitie en de doorlooptijd van rechtszaken
Evaluatie van het Rekenhof over justitie, doorlooptijden en toegang tot rechtszaken
Gesteld door
N-VA
Kristien Van Vaerenbergh
MR
Pierre Jadoul
VB
Marijke Dillen
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Rekenhof-rapport toont aan dat Justitie kampen met structurele achterstanden, ontbrekende beheersinstrumenten (zoals normtijden per zaaktype, werklastmetingen en waarschuwingsmechanismen) en grote regionale verschillen in doorlooptijden, ondanks tien jaar verzelfstandigd beheer. Van Vaerenbergh, Jadoul en Dillen bekritiseren dat er nog steeds geen beheersovereenkomst is tussen de regering en het College van Hoven en Rechtbanken, en dringen aan op transparante normtijden, automatische signalering van vertragingen en objectieve dataverzameling om gelijke toegang tot justitie te garanderen. Minister Verlinden bevestigt dat een eerste beheersovereenkomst (met normtijden en achterstandsreductiedoelstellingen) in voorbereiding is, maar stelt dat tuchthervorming en flexibele kaders eerst wettelijk moeten worden verankerd; een inventaris van achterstanden loopt tot Q1 2026. Zij benadrukt gedeelde verantwoordelijkheid met het OM en bestaande, maar beperkte managementtools, maar concrete oplossingen voor regionale verschillen ontbreken nog. Kritiek van oppositie: Van Vaerenbergh noemt de vertragingen "onnormaal" en Jadoul bestempelt de achterstand als "gift voor de samenleving", die impuniteit in de hand werkt; beiden eisen versneld hervorming en verantwoordingsplicht bij autonomie.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, ik heb deze vraag al een tijdje geleden ingediend naar aanleiding van een rapport van het Rekenhof. Om efficiëntieredenen zal ik verwijzen naar mijn schriftelijk ingediende vraag.
Het recente rapport van het Rekenhof over de doorlooptijden in Justitie toont aan dat er, naast de structurele achterstand, nog een ander fundamenteel probleem is: de beheersinstrumenten die nodig zijn om achterstanden te analyseren en aan te pakken zijn onderontwikkeld. Tien jaar na de invoering van het verzelfstandigd beheer bestaat er nog steeds geen beheersovereenkomst tussen de regering en het College van Hoven en Rechtbanken, noch zijn er normtijden vastgelegd per rechtscollege en per type zaak. Hierdoor ontbreekt een duidelijk kader van wat een “redelijke termijn" concreet inhoudt.
Ook blijven de enorme verschillen tussen rechtsgebieden, afdelingen en kantons onverklaard en worden ze onvoldoende opgevolgd. Daarnaast stelt het Rekenhof vast dat er geen objectieve werklastmetingen bestaan, dat personeelsdata per afdeling ontbreken en dat er geen waarschuwingsmechanisme is dat buitensporige doorlooptijden automatisch signaleert.
In aanvulling op de vragen die reeds gesteld zijn, wens ik u volgende bijkomende vragen voor te leggen:
Tegen wanneer zal de eerste beheersovereenkomst met het College van Hoven en Rechtbanken worden afgerond, en zal deze concrete normtijden per rechtscollege en per type zaak bevatten die ook publiek worden gemaakt?
Overweegt u om naast algemene doelstellingen ook normen vast te leggen op afdelings- en kantonniveau, gezien daar de grootste verschillen ontstaan, zodat een gelijke toegang tot Justitie in alle regio's gewaarborgd blijft?
Plant u de invoering van een automatisch waarschuwingssysteem dat buitensporige doorlooptijden detecteert op operationeel niveau, en op welke termijn verwacht u dat dit in werking kan treden?
Hoe en wanneer zullen de werklastmetingen en personeelsdata worden hervormd, zodat de inzet van magistraten en personeel op objectieve en actuele criteria kan gebeuren, in plaats van op zelfrapportering?
Welke rol krijgt het Openbaar Ministerie in de ontwikkeling van normtijden en beheersinstrumenten, gezien de grote verschillen in doorlooptijden bij strafzaken en in de wachttijden tussen sepot- of vervolgingsbeslissing en de eerste zitting?
Worden de nieuwe dashboards die het College ontwikkelt toegankelijk voor parlementaire controle en voor het publiek, en voorziet u bijkomende middelen om de dataplatformen versneld en volledig te implementeren?
Pierre Jadoul:
Madame la ministre, la Cour des comptes a récemment publié un rapport concernant l'accès à la justice et les délais de traitement des affaires judiciaires en Belgique.
La Cour des comptes a passé au crible les délais de traitement dans les cours et tribunaux et a examiné si le Collège des cours et tribunaux en a une vision précise et actualisée et s'il est en mesure de les analyser et de les gérer de manière approfondie.
Premièrement, un des principaux enseignements de ce rapport est que la collecte et le traitement de données concernant les affaires judiciaires se déroulent difficilement.
Deuxièmement, la Cour a constaté qu'au sein de juridictions similaires et pour des affaires comparables, il existe de grandes différences au niveau des délais de traitement entre les ressorts, divisions et cantons. La Cour souligne dès lors la nécessité pour le Collège des cours et tribunaux de continuer à rechercher les causes de ces disparités.
Troisièmement, la Cour recommande à la ministre de la Justice et au SPF Justice de conclure des accords avec le Collège des cours et tribunaux (et le ministère public en ce qui concerne les affaires pénales) afin de définir des normes claires et précises de temps par juridiction. Dans ce cadre, des contrats de gestion devraient prévoir des actions claires pour garantir une administration équitable de la justice et remédier à l'arriéré judiciaire.
Madame la ministre, quels éventuels nouveaux outils de gestion et d'analyse allez-vous mettre en place afin d'améliorer la collecte et l'analyse des données par les cours et tribunaux? En outre, la Cour des comptes constate que les outils de gestion existants n'ont pas encore été suffisamment développés. Comment allez-vous y remédier? Comment analysez-vous les grandes différences au niveau des délais de traitement entre les divisions et cantons? Identifiez-vous déjà certaines causes et peut-être certaines solutions pour réduire ces disparités? Comment accueillez-vous cette idée de contrats de gestion entre votre cabinet/SPF Justice et les cours et tribunaux? Comment cela pourrait-il s'inscrire, ou pas, dans votre intention d'instaurer l'autonomie de gestion des cours et tribunaux, tel que prévu dans votre note de politique générale? Suite à ce rapport vous avez indiqué souhaiter inventorier les arriérés au cours de la première année de la législature et identifier les problèmes les plus pressants. Pour quand cela est-il prévu?
Marijke Dillen:
Ik verwijs ook naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Het Rekenhof heeft een onderzoek gedaan naar de doorlooptijden bij de hoven en rechtbanken en de mate waarin het College van Hoven en Rechtbanken die grondig kan analyseren aan de hand van beheersinstrumenten zoals vooropgesteld door artikel 181 Ger. W.
De algemene conclusie is duidelijk: in het kader van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie met het oog op een efficiëntere werking diende er een beheersovereenkomst te worden opgesteld met de minister over de verdeling van middelen en over de efficiëntiedoelstellingen. De beheersovereenkomst is er nog niet. Voor de doorlooptijden zijn er geen doelstellingen geformuleerd. Evenmin is er bepaald hoe de beheersinstrumenten precies zullen gebruikt worden om de doorlooptijden te analyseren. In het rapport van het Rekenhof is er een gedetailleerde analyse gemaakt van de doelstellingen en analyse van de doorlooptijden en van de beheersinstrumenten, die momenteel onvoldoende ondersteuning bieden om de oorzaak van de lange en verschillende doorlooptijden te kunnen analyseren.
De minister heeft in haar schrijven dd. 11 augustus 2025 gemeld aan het Rekenhof dat ze de aanbevelingen en conclusies ter harte neemt. Welke concrete initiatieven werden er inmiddels genomen om tegemoet te komen aan de duidelijke aanbevelingen van het Rekenhof?
Wat de opvolging van de doorlooptijden betreft: kan de minister concreet mededelen welke initiatieven er werden genomen om de doorlooptijden van alle rechtbanken en hoven op een vergelijkbare manier in kaart te brengen voor het rechtsprekende niveau? Werd er een concrete tijdslijn afgesproken om normtijden per rechtscollege te bepalen, rekening houdende met de aard van een zaak? Worden er middelen voorzien om deze normtijden in kaart te brengen?
Werden er inmiddels beheersovereenkomsten afgesloten met daarin duidelijke en toetsbare afspraken om de gerechtelijke achterstand aan te pakken?
Wat de analyse van de doorlooptijden betreft: werden er inmiddels initiatieven genomen om in overleg met het College een strategie te ontwikkelen om grote afwijkingen t.o.v. normtijden te ontwikkelen? Werden er hierbij de door het Rekenhof voorgestelde pistes onderzocht?
Werd er inmiddels met het College overlegd welke bijkomende middelen nodig zijn om de beheersinstrumenten voor de analyse van de gerechtelijke achterstand verder te ontwikkelen?
Annelies Verlinden:
Collega's, u zult zich herinneren dat in het regeerakkoord de verdere verzelfstandiging van de rechterlijke orde en het sluiten van beheersovereenkomsten zijn opgenomen. Daarmee gaan enkele belangrijke hervormingen gepaard.
Tout d'abord, la mise en place de l'autonomie s'accompagne d'une flexibilisation de la réglementation légale actuelle afin de rendre les cadres plus souples et en les adaptant mieux à la charge de travail qui peut varier d'un domaine juridique à l'autre.
De beheersautonomie kan niet tot stand komen, voor het tucht- en evaluatierecht wordt hervormd. Bovendien moet zowel de interne als de externe controle op de werking van het gerecht versterkt worden. Op dit moment zijn we bezig met de redactie van het wetsontwerp met betrekking tot tucht en evaluatie Daarnaast werken we aan een nieuwe regeling voor wettelijke flexibele kaders, die in een volgend wetsontwerp zal worden opgenomen.
Un accord sur une plus grande autonomisation doit bien sûr être élaboré en concertation avec l'ordre judiciaire lui-même, y compris les mesures concrètes qui peuvent être prises dans les contrats de gestion. Il va sans dire que tout cela doit également être examiné dans le cadre budgétaire.
De methode om de werklast voor de personele middelen te meten, ligt vast. Het koninklijk besluit van 3 mei 2024 bepaalt immers op grond van artikel 352bis van het Gerechtelijk Wetboek de wijze waarop de werklast van de magistraten van de zetel wordt geregistreerd, alsook de wijze waarop de geregistreerde gegevens worden geëvalueerd. De werklastmeting gebeurt op basis van nationale normtijden per categorie van rechtscollege en vindt om de vijf jaar plaats.
Le rapport de la Cour des comptes est analysé non seulement par mon cabinet mais aussi et surtout par le Collège des cours et tribunaux. Nous attendons avec impatience leur analyse sur les différences de délai entre les différentes divisions. Il est encore trop tôt pour se prononcer à se sujet et proposer des solutions.
Aangezien de doorlooptijden bij de zetel en bij het OM complementair zijn en samen het globale beeld schetsen, moeten de beheersinstrumenten in samenspraak tussen beide pijlers worden ontwikkeld. Het betreft een gedeelde verantwoordelijkheid van zowel het college van de hoven en rechtbanken als het college van het OM. Wat de noden zijn en hoe daaraan tegemoet wordt gekomen voor de ontwikkeling van de tools, zal verder met hen worden besproken.
Voor het OM bestaat een koninklijk besluit van 12 december 2024, waarin de wijze wordt vastgesteld waarop de werklast van het OM wordt geregistreerd en geëvalueerd. Het Rekenhof liet opmerken dat gegevens over doorlooptijden voor elke korpschef en hoofdgriffier ter beschikking zijn. Die gegevens bevatten details, bijvoorbeeld over kamers die relevant zijn voor het interne beheer maar niet voor de parlementaire controle en/of het algemeen belang, en die kunnen leiden tot de identificatie van individuele magistraten. Er zijn met andere woorden al tools beschikbaar om het management toe te laten om operationeel op te volgen waar er eventuele blokkades zijn.
Le premier contrat de gestion devra inclure un objectif relatif à la détermination des normes temporelles, conformément à la recommandation de la Cour des comptes à ce sujet. Les objectifs relatifs à la définition et au suivi du retard judiciaire ainsi qu'à sa résorption y figureront également. Le contrat de gestion rendra publics les objectifs fixés pour les juridictions et apportera de la transparence aux activités poursuivies grâce aux moyens disponibles. Le contrôle parlementaire est déjà accessible au travers des rapports de fonctionnement qui devront être adaptés pour intégrer les objectifs et les indicateurs de suivi. Il convient en outre de noter que de nombreuses entités publient déjà leurs rapports d'activité sur leur site internet, à l'intention du grand public et sans y être légalement tenues à ce jour.
L'inventaire des arriérés a déjà débuté et se poursuit. Le Collège des cours et tribunaux me confirme qu'il devrait pouvoir se terminer à la fin du premier trimestre 2026. Il importe de souligner que ce travail n'avait jamais été entrepris auparavant et que des rencontres ont été organisées avec toutes les juridictions afin d'accomplir cette tâche aussi objectivement que possible.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik hoop dat de beheersovereenkomst, met de flexibilisering van de kaders en een tucht- en evaluatierecht, er eindelijk zal komen deze legislatuur. Het betreft almaar terugkerende problemen bij justitie die al jarenlang hangen. Het is belangrijk dat er maatregelen worden genomen, want veel mensen liggen wakker van de doorlooptijd. Het is niet normaal dat als men vandaag een rechtszaak start, daarover pas jaren later een uitspraak valt. Dat probleem moet worden aangepakt.
Pierre Jadoul:
Merci, madame la ministre, pour ces éléments de réponse. Mon point de vue, c’est que l’arriéré judiciaire est effectivement un poison dans la vie d’une société, en ce qu’il entraîne une forme d’impunité, une forme de droit de fait qui est difficilement tolérable.
On peut être plus ou moins convaincu par le calcul de la charge de travail et par les discussions qui consistent à réclamer toujours plus de moyens. Je ne dis pas que certaines demandes ne sont pas justifiées. Je pense qu’effectivement, si je comprends bien, on va vers une forme d’autonomisation des juridictions avec une forme de responsabilité des juridictions. Or, sauf erreur, c’est un sujet dont on parle depuis un certain temps, voire un certain nombre d’années. Je pense donc qu’il serait utile que l’on puisse avancer, que votre cabinet puisse avancer sur cette mise en œuvre de l’autonomie des juridictions avec une forme de responsabilité évidemment: à la clé, liberté et responsabilité ne sont-elles pas deux valeurs essentielles de notre fonctionnement, en ce compris du fonctionnement judiciaire?
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank voor uw antwoord. Ik sluit me aan bij de replieken van de heer Jadoul en mevrouw Van Vaerenbergh.
Voorzitter:
Les questions jointes n° 56010162C de Mme Sofie Merckx et n° 56010164C de M. Julien Ribaudo sont retirées. La question n° 56010168C de M. Julien Ribaudo est également retirée.
De vergadering van het kernkabinet over Justitie
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Annelies Verlinden bevestigt dat de kernraad de gevangenisoverbevolking (13.483 gedetineerden vs. 11.098 plaatsen) en noodoplossingen besprak, maar geeft geen concrete maatregelen, wel dat het budgetakkoord van 24 november extra middelen voorziet—onder meer voor 1.000+ extra plaatsen—zonder exacte bedragen of verdeling te noemen. Khalil Aouasti bekritiseert dat de regering niet kiest voor alternatieven (bv. detentievermindering) maar 2.000 nieuwe plaatsen wil bouwen (te duur, tegen 2035), en noemt de 600 miljoen euro ontoereikend voor structurele oplossingen; hij eist een gedetailleerd budgetplan voordat verdere discussie mogelijk is. Hij stelt dat het beleid een "slecht signaal" afgeeft en de syndicale eisen (dienstminimum vanaf 1 december) negeert.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, ce vendredi 21 novembre, le conseil des ministre restreint s'est réuni pour aborder les questions de Justice, notamment le dossier urgent de la surpopulation carcérale. Selon les chiffres communiqués cette semaine, on dénombre 13 483 détenus pour une capacité de 11 098 places, soit un taux de surpopulation d’environ 20 %, contraignant 541 personnes à dormir sur des matelas à même le sol. Les syndicats ont annoncé la mise en place d’un service minimum dans les prisons à partir du 1 er décembre, ce qui témoigne de la gravité de la situation.
Vous avez récemment proposé un budget d’un milliard d’euros pour redresser la Justice. Le président de votre parti, M. Sammy Mahdi, a indiqué que le gouvernement était disposé à solliciter des fonds supplémentaires, sans que ce montant ne soit nécessairement d’un milliard d’euros.
Madame la ministre, confirmez-vous que la surpopulation carcérale a été abordée lors de la réunion du kern ce vendredi? Quelles mesures concrètes ont-elles été décidées pour réduire rapidement la surpopulation carcérale et garantir des conditions dignes pour les détenus? Le budget de la Justice a-t-il été discuté? Pouvez-vous préciser si votre proposition d’un milliard d’euros reste sur la table? Quelle sera la répartition de ces fonds entre la Régie des bâtiments et votre SPF au regard de la vétusté de nombreux bâtiments de Justice et pénitentiaires? Comment le gouvernement entend-il concilier la nécessité d’investir dans la Justice avec les contraintes budgétaires actuelles invoquées sans cesse par le Gouvernement? Enfin, quelles garanties pouvez-vous donner aux syndicats et aux citoyens quant à la mise en œuvre rapide de solutions durables?
Annelies Verlinden:
Monsieur Aouasti, le Conseil des ministres restreint a en effet examiné la question de la surpopulation carcérale ainsi que les divers projets visant à trouver une solution d’urgence, de même que les besoins financiers auxquels la justice est confrontée. Les discussions se poursuivent et je ne peux donc pas présager de leur issue.
L’accord budgétaire du 24 novembre prévoit effectivement des moyens supplémentaires pour la Justice. En plus des crédits budgétaires qui bénéficient directement à celle-ci, un montant spécifique a également été prévu afin de permettre d’investir davantage dans les infrastructures judiciaires et de créer des places supplémentaires dans les prisons. Ces éléments sont actuellement examinés plus en détail et les projets pourront être précisés dans les semaines à venir.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie, madame la ministre, pour votre réponse. Je me doutais que je n’obtiendrais pas de réponse plus détaillée que la semaine dernière. Malheureusement, votre réponse confirme que vous avez renoncé à considérer que le chiffre de 10 000 places d’incarcération en Belgique devait constituer le maximum maximorum . Vous décidez, pour répondre à l’horizon 2035 à la surpopulation carcérale, non pas de réfléchir à la manière de vider les prisons mais bien d’augmenter le nombre de places et d’en construire 2 000 nouvelles. Je pense sincèrement qu’il s’agit d’un très mauvais signal, d’autant plus que, si je comprends bien, les 600 millions prévus ne suffiront même pas à financer la construction de ces 2 000 places. L’objectif ne semble pas être de substituer aux infrastructures actuelles des petites entités de détention, mais plutôt de lancer de grands projets extrêmement coûteux. Je ne vais pas rouvrir le débat ici, mais j’attends que vous finalisiez les discussions du 24 novembre en kern, que vous validiez les différentes notifications et que vous disposiez enfin d’un budget arrêté ligne par ligne. Nous pourrons alors avoir de véritables discussions sur la manière dont seront alloués ces 600 millions d’euros, sur l’utilisation des 50 millions de provisions interdépartementales réservées à la surpopulation carcérale, ainsi que sur la répartition des 50 millions résiduaires réservés à l’ensemble des autres départements de la Justice, ce qui risque d’être largement insuffisant.
De waarschuwing van een onderzoeksrechter voor de evolutie naar een narcostaat
De publieke noodkreet van een Antwerpse onderzoeksrechter
De maatregelen om sommige medewerkers van Justitie op een anonieme wijze te laten werken
De maatregelen ter bescherming van bedreigde magistraten
Het risico van een evolutie naar een narcostaat
De strijd tegen georganiseerde misdaad en bescherming van justitiepersoneel
Gesteld door
N-VA
Sophie De Wit
VB
Marijke Dillen
VB
Marijke Dillen
VB
Marijke Dillen
Vooruit
Alain Yzermans
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een Antwerpse onderzoeksrechter waarschuwt in een open brief voor de dreigende evolutie naar een *narcostaat*, waarbij georganiseerde criminaliteit (drugshandel, corruptie, geweld) de rechtsstaat ondermijnt, justitie intimideert en zelfs magistraten en hun gezinnen bedreigt—sommigen moeten maanden in safehouses verblijven zonder adequate overheidssteun (geen compensatie, verzekering of opvang). Minister Verlinden erkent de ernst, verwijst naar lopende maatregelen (beveiliging gerechtsgebouwen, anonimisering gegevens, psychologische ondersteuning) en belooft een centraal aanspreekpunt voor bedreigde medewerkers, maar concrete plannen voor een omvattend masterplan (gevraagd door magistratuur) en verzekering voor schade blijven vaag, terwijl de oppositie dringt op snelle, structurele oplossingen om de integriteit van justitie en het burgervertrouwen te vrijwaren. Kernproblemen zijn de infiltratie in sleutelfuncties (haven, politie, justitie), onveilige werkomstandigheden en het ontbreken van een gecoördineerde langetermijnstrategie tegen de ondermijnende drugseconomie.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, een Antwerpse onderzoeksrechter waarschuwde onlangs in een open brief, die werd gedeeld door de Antwerpse rechtbank, voor de evolutie naar een zogenaamde 'narcostaat'. Ze beschrijft hoe criminele organisaties zich steeds dieper verankeren in onze samenleving en zelfs binnen Justitie, wat leidt tot bedreigingen en pogingen tot beïnvloeding, en een klimaat van angst creëert.
Volgens de berichtgeving verbleef de betrokken magistraat om veiligheidsredenen vier maanden in een safehouse. U verklaarde in een reactie dat deze situatie ernstig en verontrustend, maar helemaal niet verrassend is, en dat er al maatregelen bestaan, zoals de beveiliging van gerechtsgebouwen en het anonimiseren van identificatiegegevens.
De open brief toont aan dat er binnen het gerecht ernstige bezorgdheden leven over de structurele bescherming van magistraten en over het risico dat de werking van de rechtsstaat wordt ondermijnd wanneer rechters zich uit angst terughoudend opstellen.
Ik heb volgende vragen.
Ten eerste, hoe beoordeelt u de getuigenis van de onderzoeksrechter die uit veiligheidsoverwegingen vier maanden in een safehouse verbleef?
Ten tweede, acht u de bestaande maatregelen, onder meer de beveiliging van gerechtsgebouwen en het anonimiseren van identificatiegegevens, afdoende ter bescherming van magistraten en andere medewerkers van Justitie of overweegt u bijkomende stappen, bijvoorbeeld via een centraal aanspreekpunt, een schadeverzekering of een formeel veiligheidsprotocol voor bedreigde magistraten, zoals in de open brief wordt voorgesteld?
Ten derde, wordt overwogen om het gebruik van mobiele toestellen in gevangenissen nog strenger te controleren via nieuwe detectietechnologie of afscherming? Ik weet dat u daarmee bezig bent. U hebt daar reeds initiatieven rond aangekondigd, maar misschien kunnen we een datum van implementatie krijgen. Gedetineerden blijven vanuit de gevangenis vaak hun organisatie aansturen.
Ten vierde, overweegt u, met behoud van de rechterlijke onafhankelijkheid, in het licht van de signalen over mogelijke beïnvloeding en infiltratie binnen Justitie, bijkomende maatregelen om de interne integriteit en weerbaarheid van het gerechtelijk apparaat te versterken, bijvoorbeeld via verbeterde screening, beveiliging van informatiestromen of nauwere samenwerking met de veiligheidsdiensten?
Ten slotte, hoe wilt u ervoor zorgen dat, ondanks de toenemende druk van de georganiseerde criminaliteit op Justitie, het vertrouwen van de burger in de rechtsstaat behouden blijft?
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs voor mijn drie vragen naar de schriftelijke voorbereiding.
In een felle open brief waarschuwt een Antwerps Onderzoeksrechter dat België evolueert naar een narcostaat die wordt getypeerd door illegale economie, corruptie en geweld. Ons land staat voor een georganiseerde dreiging die onze instellingen ondermijnt. Het Sky-onderzoek heeft een parallelle miljardeneconomie in onze haven in beeld gebracht. In onderzoeken stoten Onderzoeksrechters op witwascircuits. Zwart geld vindt zijn weg naar de vastgoedsector en stuwt de prijzen voor de gewone burger de hoogte in. Corruptie blijft een groot probleem in de haven én daarbuiten. Criminele organisaties kopen medewerkers om of zetten hen onder druk. Onderzoeksrechters hebben arrestaties verricht in sleutelfuncties: havenmedewerkers, douanepersoneel, politieagenten, loketbedienden van verschillende steden en gemeenten, en ook medewerkers van Justitie, zowel in de gevangenissen als in het Justitiepaleis. Ook schetst de Onderzoeksrechter een zorgwekkend beeld van intimidatie en aanslagen. Daarnaast hebben meerdere Onderzoeksrechters en hun gezin ook lange periodes onder politiebescherming moeten leven. Deze open brief kadert in de acties die de Antwerpse Magistratuur nu al maanden voert om alle wantoestanden binnen Justitie aan te kaarten. De Magistratuur pleit voor een masterplan zodat Justitie veilig kan werken.
De Onderzoeksrechter klaagt aan dat “Justitie wordt geïntimideerd maar weinig steun krijgt van de overheid. Wanneer een Onderzoeksrechter in een safehouse moet doorbrengen is er geen overheid die hen contacteert, die een actief aanbod doet ter ondersteuning. Er is geen compensatie, geen opvang voor familie en collega's, geen verzekering voor alle schade." Dit is Justitie onwaardig. Kan de Minister meer toelichting geven? Welke initiatieven heeft zij concreet genomen naar de Onderzoeksrechters die in een safehouse werden ondergebracht of onder politiebescherming moesten leven om hen te steunen in deze bijzonder moeilijke situatie, niet alleen voor de betrokken Onderzoeksrechter maar ook voor het gezin? Graag een gedetailleerd overzicht met opsomming van alle genomen initiatieven naar de betrokken Onderzoeksrechters.
De Minister heeft verklaard de bedreigingen ernstig en verontrustend te vinden. Verklaringen alleen volstaan niet. De Minister moet dringen een antwoord ten gronde geven. Wanneer zal de Minister met een grondig masterplan komen om ervoor te zorgen dat alle betrokken actoren binnen Justitie veilig kunnen werken?
De georganiseerde misdaad in het algemeen en de zware drugscriminaliteit blijft maar toenemen en ondermijnt de instellingen in dit land. Dit land evolueert naar een narcostaat, zo luidt de waarschuwing. Voor verschillende medewerkers binnen Justitie worden de werkomstandigheden almaar moeilijker en gevaarlijker. Reeds lange tijd vragen vele medewerkers van Justitie die in moeilijke en gevaarlijke omstandigheden moeten werken om de mogelijkheid te krijgen anoniem te werken. Zo bijvoorbeeld de cipiers, vertalers en tolken, magistraten, enz. In een open brief die kadert in de acties die de Magistratuur van Antwerpen en Limburg voert dringt nu ook een Onderzoeksrechter die maandenlang moest onderduiken in een safehouse aan om wetgeving uit te werken die toelaat dat een aantal medewerkers van Justitie anoniem kunnen werken en dat hun adressen in databanken zoals het rijksregister worden afgeschermd. Dit is een maatregel die op korte termijn kan worden genomen en waarvan de kostprijs beperkt is.
De vraag om anoniem te kunnen werken is niet nieuw. Welke initiatieven heeft de Minister inmiddels genomen? Graag een gedetailleerd overzicht.
Is de Minister bereid om op korte termijn een wetgevend initiatief te nemen zodat een aantal medewerkers van Justitie van wie de veiligheid – en vaak ook die van hun gezin - in het gevaar komt anoniem kunnen werken?
Is de Minister bereid om op korte termijn een initiatief te nemen tot het afschermen van de adressen van deze medewerkers van Justitie in databanken zoals het Rijksregister?
Ten gevolge van de toenemende georganiseerde misdaad in het algemeen en de steeds maar stijgende drugscriminaliteit in het bijzonder wordt het voor een aantal Magistraten bijzonder moeilijk hun opdracht in veilige omstandigheden uit te oefenen. Regelmatig horen we berichten over Magistraten, meestal Onderzoeksrechters, die worden geïntimideerd, gedurende lange periodes onder politiebescherming moeten leven door een tastbare dreiging gericht op henzelf, hun gezin en hun woonst, en die zelfs gedurende maanden in een safehouse moeten doorbrengen. Enige bescherming hebben ze niet. In een open brief van een Antwerps Onderzoeksrechter die kadert in de acties van de Magistraten van Antwerpen-Limburg wordt er aangedrongen op een aantal maatregelen die op korte termijn te realiseren zijn en dit met een beperkte kost.
Is de Minister bereid een initiatief te nemen om een vast aanspreekpunt binnen Binnenlandse Zaken en Justitie te organiseren voor bedreigde Magistraten en dit met een protocol?
Is de Minister bereid een initiatief te nemen voor een verzekering voor alle fysieke en materiële schade voor Magistraten en hun gezinsleden in geval van aanslagen of schade ten gevolge van bedreigingen aan hun adres?
Alain Yzermans:
De definitie van een narcostaat wordt op drie elementen gebaseerd. Ten eerste, de economische dominanatie van een parallelle drugseconomie. Ten tweede, aanhoudende politieke druk die leidt tot de ondermijning van de rechtsstaat. Ten derde, veelvuldig gebruik van geweld en bedreiging.
Ik weet niet in welke fase wij zitten, maar het is belangrijk dat wij dit met argusogen volgen.
Mevrouw de minister, ik verwijs naar mijn schriftelijke vragen, maar ik wil toch twee vragen in het bijzonder onder uw aandacht brengen.
Staat u open voor de vraag voor een verzekering tegen fysieke en materiële schade? Dit werd ook door de onderzoeksrechter aangekaart en gevraagd.
De drugscommissaris pleit, in het kader van deze problematiek en de context van de uitspraken die de onderzoeksrechter heeft gedaan, voor de drooglegging van de drugsopbrengsten als wapen. Hoe ver staat het met de start van een financiële opsporingsdienst?
De opmerkelijke alarmbel die anoniem werd geluid door een onderzoeksrechter over het gebrek aan rugdekking ten opzichte van magistraten geeft een zeer ontluisterende en onrustbarende kijk op de staat van onze rechtsstaat. We stevenen af op een narco-staat, waar een ondermijnende parallelle economie dicteert, die een hele keten aan gezagsdragers al dan niet gedwongen corrumpeert en waar geweld en afdreiging dagelijkse kost worden. De onderzoeksrechter vreest voor grote maatschappelijke impact wanneer eerlijke rechtspraak onder druk van de georganiseerde misdaad onmogelijk wordt. Ze waarschuwt dat de bescherming van de rechterlijke macht en de burger in gevaar komt als rechters uit angst vonnissen anders benaderen of dossiers niet behandelen. Maffieuze structuren die zich duurzaam verankeren, verruigen hun methodes en tasten zo op een verschroeiende wijze onze samenleving aan. De overheid , politie en justitie worden uitgedaagd en moeten alert en doortastend blijven reageren. Zij vraagt naar een masterplan om de intimiderende rechtsstaat te versterken met korte- en lange-termijnmaatregelen, zodat justitie en onze magistratuur altijd in veilige omstandigheden en met open vizier kunnen blijven werken. Het bedreigen van de rechterlijke macht is een bedreiging van onze democratie en daarom onaanvaardbaar. Een rechter die geen angst heeft, is een goede rechter.
Vragen aan de Minister:
1. Werkt u, zoals gevraagd, aan het gevraagde masterplan rond de beveiliging van onze magistratuur? Welke middelen worden hiervoor ingezet? Heeft u oor naar de vraag voor een verzekering tegen fysieke en materiële schade, en gelooft u in een centraal aanspreekpunt voor bedreigde medewerkers?
2. Ik las dat u werk wilt maken van het anonimiseren om zo de identiteit in gerechtelijke dossiers te beschermen. Wat is uw plan van aanpak?
3. Straffen worden overbodig als topcriminelen hun handel en wandel rond drugs in de overbevolkte gevangenissen kunnen voortzetten. U zegt al lange tijd dat u de communicatie in de gevangenissen wilt 'jammen' om zo de gsm-signalen te blokkeren. Hoe ver staat dit project en wat is het stappenplan hiervoor?
4. U sprak over het beveiligen van de justitiegebouwen (inkom beveiligen, meer politie, verdubbeling van de scanstraten). Welke gebouwen ? Concrete timing en middelen ?
5 De drugscommissaris pleit voor de drooglegging van de drugsopbrengsten als wapen. Hoever staat het
met de start van een financiële opsporingsdienst.
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega's. De getuigenis van die onderzoeksrechter bevestigt dat de georganiseerde criminaliteit een fenomeen is dat de openbare veiligheid bedreigt en rechtstreeks de fundamenten van onze rechtsstaat viseert.
Binnen het kader van het hefboomplan zijn we met vertegenwoordigers van de rechterlijke orde in overleg, met als doel te komen tot gedragen en haalbare voorstellen om de werkomstandigheden en de veiligheid van de magistraten te verbeteren.
Een van de taskforces buigt zich over de veiligheid binnen de rechterlijke orde en tracht omtrent dit aspect tot een aantal verbeterinitiatieven te komen. Dat is precies waarom er de voorbije maanden al verschillende afspraken werden gemaakt voor bedreigde medewerkers binnen Justitie. Daarbij werden een leidraad voor leidinggevenden en een brochure uitgewerkt. Die moeten de betrokkenen een praktisch aanknopingspunt geven om te weten hoe te reageren na bedreigingen en bieden een overzicht van de verschillende maatregelen die in een dergelijke situatie vanuit de FOD Justitie worden genomen en aangeboden.
Er werd eveneens voorzien in een netwerk van psychologische ondersteuning waarop bedreigde magistraten en werknemers een beroep kunnen doen. We hebben bovendien met het Crisiscentrum besproken hoe we de magistraten nog beter kunnen ondersteunen bij een gevoel van onveiligheid en hoe we de beeldvorming en het beleid proactiever kunnen inrichten. Een voorontwerp van omzendbrief voor de hiërarchische diensten van de betrokken medewerkers wordt bestudeerd.
Ik beoog dit plan verder te verfijnen door met name voor te stellen om een functie van centrale contactpersoon binnen de FOD te creëren die enerzijds in verbinding zou kunnen staan met de partneradministraties en anderzijds de rol zou kunnen opnemen van facilitator voor de verschillende verzoeken tot ondersteuning van de bedreigde persoon of diens hiërarchische lijn.
In principe belet niets het initiatief voor een aanvullende verzekering ten behoeve van de betrokken personen, met een mogelijke uitbreiding tot hun familieleden en goederen. De magistratuur ressorteert onder de bepalingen inzake arbeidsongevallen in de openbare sector.
Wat de materiële schade betreft, kan ik verwijzen naar artikel 9 van het koninklijk besluit van 18 november 2015 betreffende rechtshulp aan het gerechtspersoneel, de magistraten en de gerechtelijke stagiairs en de schadeloosstelling van de door hen opgelopen zaakschade. Voor fysieke of materiële schade die niet kan worden vergoed, worden de honoraria en de kosten van de door hen gekozen advocaat, alsook de kosten inherent aan de gerechtelijke procedures, ten laste genomen door de FOD.
Dit gezegd zijnde en los van de verzoeken om vergoeding van fysieke of materiële schade, meen ik op basis van de informatie waarover ik beschik te kunnen bevestigen dat tot op heden alle verzoeken tot financiële tenlasteneming van bedreigde magistraten in overweging werden genomen.
De anonimisering van persoonsgegevens van magistraten is een absolute prioriteit, gezien de toenemende veiligheidsrisico's. Een identiteit verbergen, betekent inderdaad dat anonimiteit moet worden gegarandeerd tijdens het onderzoek, maar ook nadien. Voor een magistraat betekent dat dat elke rechtsvordering, beschikking, proces-verbaal of akte van de betrokkene anoniem moet zijn of gecodeerd moet blijven. De anonimiteit heeft een preventieve werking en moet dan ook vanaf het begin van het onderzoek worden gegarandeerd.
Tot slot moeten ook de rechten van verdediging worden gerespecteerd. In de voorbije maanden werd er al contact opgenomen met andere Europese lidstaten om na te gaan in welke mate daar een gelijkaardig systeem bestaat. De administratie is bezig met het uitwerken van een ontwerptekst die we zullen voorleggen aan de betrokken beroepsgroepen en vervolgens uiteraard ook aan het Parlement.
Wat betreft uw vragen over de beveiliging van gerechtsgebouwen, verwijs ik naar de schriftelijke vraag voor meer informatie. Ik kan niet alle maatregelen in detail bespreken, maar ik kan u wel bevestigen dat scanners zullen worden geïnstalleerd in verschillende gerechtsgebouwen en dat de nodige middelen daarvoor werden voorzien.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het is goed dat er zaken worden voorzien. Ik weet niet of we het waterdicht kunnen maken, maar ik ben bezorgd dat er op die manier aan de alarmbel wordt getrokken. Ik ben bezorgd over de evolutie en ik ben mij ervan bewust dat Justitie zich in woelig vaarwater bevindt en dat de uitdagingen heel groot zijn. Ik hoop dat we tijdens deze legislatuur samen een aantal oplossingen zullen kunnen aanreiken, in het belang van eenieders veiligheid en van een goedwerkende Justitie.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Wat de waarschuwing voor de evolutie naar een narcostaat betreft, ik denk dat die helaas realiteit aan het worden is en dat daar geen twijfel meer over mag bestaan. De Antwerpse onderzoeksrechter heeft daarvoor gewaarschuwd. De recente bedreigingen van de Brusselse procureur Moinil – waarbij gisteren gelukkig aanhoudingen zijn verricht, met name acht Albanezen die verdacht worden van zware drugfeiten – zijn daarvan eveneens een voorbeeld.
Corruptie blijft een zeer groot probleem binnen de drugcriminaliteit. Volgens mij is het dan ook bijzonder belangrijk om voldoende middelen vrij te maken en een plan uit te werken om die criminaliteit aan te pakken.
Ik heb geen antwoord gekregen op wat letterlijk in de brief van de onderzoeksrechter stond. Zij klaagt daarin dat justitie wordt geïntimideerd en maar weinig steun krijgt van de overheid: “Wanneer een onderzoeksrechter in een safehouse moet verblijven, is er geen overheid die hem contacteert, die een actief aanbod doet, geen ondersteuning, geen compensatie, geen opvang voor familie en collega’s, geen verzekering voor alle schade.”
Mevrouw de minister, u hebt wel een aantal maatregelen opgesomd, maar volgens mij vraagt de magistratuur meer van u. U moet naar voren komen met een grondig masterplan om ervoor te zorgen dat alle actoren binnen justitie op een veilige manier kunnen werken.
Alain Yzermans:
Als het normale leven wordt overgenomen door drugsgerelateerde organisaties die bovendien politieke controle trachten uit te oefenen, dan is er uiteraard sprake van een dreiging. Het uitspreken van die woorden houdt op zich al een dreiging in. Het is ongelooflijk dat onze maatschappij zo ver is geëvolueerd dat parallelle economieën stilaan een impact hebben op alle niveaus van het maatschappelijke leven. De mensen – beschermheren of beschermvrouwen – die zich hiertegen weren, moeten koste wat kost worden beschermd. Een conditio sine qua non is dat we alles moeten doen om een eerlijke rechtspraak te behouden. Dat kan alleen als we inzetten op een actieplan. Dat actieplan wordt nu aangekondigd. Er zal permanent geëvalueerd en, naar ik meen, ook wetenschappelijk onderzocht worden wat de impact is van die nieuwe invloedsferen, die steeds meer grip krijgen op onze maatschappij. Ik parafraseer de onderzoeksrechter: rechtspraak is altijd goed als ze eerlijk blijft en ondersteund wordt met voldoende bescherming.
Het budget van 1 miljard euro voor de gevangenissen
Het extra budget van één miljard euro voor Justitie
De realistische kansen op het verkrijgen van bijkomende noodzakelijke middelen voor Justitie
Financiering en budgetverhoging voor Justitie en gevangenissen
Gesteld door
Vooruit
Alain Yzermans
Open Vld
Paul Van Tigchelt
VB
Marijke Dillen
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt de nood aan 1 miljard euro voor Justitie (50% infrastructuur, 50% efficiëntie), maar begrotingsminister Van Peteghem (zelfde partij) blokkeert dit door prioriteit te geven aan defensie en sociaal beleid. Concreet zijn 1.105 extra gevangenisplaatsen tegen 2027 gepland via noodmaatregelen (o.a. 55 miljoen euro IDP in 2024), maar structurele onderfinanciering—zoals 2.000 gedetineerden boven capaciteit—blijft onopgelost zonder recurrente 120 miljoen euro/jaar. Overbevolking, veiligheid cipiers, en bestrijding georganiseerde criminaliteit (o.a. drugs, terrorisme) dreigen onuitvoerbaar zonder extra middelen, ondanks steun van oppositie (Vlaams Belang) en dringende waarschuwingen over escalerend geweld en systeemfalen.
Alain Yzermans:
Tijdens het zomerreces noemde de minister het bedrag van 1 miljard euro om het probleem van de overbevolking aan te pakken. Er zijn berichten verschenen over een 2.000-tal nieuwe plaatsen die moeten worden gecreëerd. In totaal gaat het om 1.105 plaatsen tegen 2027 en na 2030 nog een 1.000-tal plaatsen.
De vraag is hoe men aan dit cijfer komt. We hebben dit vrij grote bedrag al meerdere keren horen vallen. Uiteraard zal dit van de begrotingsrondes afhangen. Ik ben bijzonder geïnteresseerd in de verklaring van de middelen en de deelbudgetten. Hoe zal dit miljard euro bijdragen aan een efficiënte verdeling op het gebied van de infrastructuur, de wetgeving die moet worden aangepast en de herallocatie van gevangenen naar de juiste plaatsen?
Marijke Dillen:
Er bestaat geen enkele twijfel dat Justitie dringend veel bijkomende middelen nodig heeft om een antwoord te bieden op de talrijke noden die er zijn. En deze noden zijn bijzonder groot. U hebt een pleidooi gehouden voor een bijkomend budget van 1 miljard euro. Ongeveer de helft van dat extra budget is gericht op de verbetering van de infrastructuur, de andere helft dient om de werking en efficiëntie van de gerechtelijke sector te verbeteren. De gevraagde middelen zijn ambitieus maar een onvoldoende investering zal op termijn grotere kosten veroorzaken.
Maar uit verschillende interviews van minister van Begroting Vincent Van Peteghem blijkt duidelijk dat die middelen er niet zullen zijn en dat de vragen vanuit Justitie voor een aanzienlijke en noodzakelijke financiële verhoging van de middelen niet de eerste prioriteit zijn. Er wordt blijkbaar vooral gefocust op defensie en het sociaal beleid.
Kan de minister meer gedetailleerde toelichting geven betreffende haar verzoek tot het verkrijgen van een bijkomend budget van 1 miljard euro? Op welke wijze werd dit verantwoord? Wat zijn de concrete doelstellingen?
Wat is het antwoord van de minister op het standpunt van de minister van begroting?
De Vlaams Belang-fractie steunt de minister in haar pleidooi voor bijkomende middelen die absoluut noodzakelijk zijn om een antwoord te geven op de vele noden van Justitie. Maar op welke wijze zal de minister alle reeds aangekondigde beloftes realiseren indien de regering niet de bereidheid aan de dag legt om aanzienlijke bijkomende budgetten voor Justitie vrij te maken?
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega's. Ik wil vooreerst benadrukken dat we de noodkreten op het terrein goed gehoord hebben, in het bijzonder die van de gevangenisdirecteurs en het gevangenispersoneel. Ik ontving hen recent nog op mijn kabinet, omdat het belangrijk is om naar het terrein te luisteren. Ik begrijp hun bezorgdheden en besef dat het water hun aan de lippen staat. Die noodkreten ondersteunen mijn vraag om extra middelen voor Justitie uit te trekken. Die vraag ontstond na overleg met de betrokkenen op het terrein.
We zoeken samen naar concrete oplossingen om aan de belangrijkste noden tegemoet te komen. Dat kan ik uiteraard niet alleen; er zijn verscheidene collega's betrokken. Het betreft onder meer de collega bevoegd voor Asiel en Migratie, met betrekking tot de acties om de terugkeer van de duizenden personen in onwettig verblijf te bevorderen; mijn collega op Volksgezondheid met betrekking tot de uitstroom van de meer dan duizend geïnterneerden uit de gevangenissen; mijn collega van Binnenlandse Zaken voor de escortecapaciteit bij de politie, en – heel belangrijk – de collega die bevoegd is voor de Regie der Gebouwen met betrekking tot de investeringen in justitiegebouwen en gevangenissen.
Voor het gevangeniswezen is er, zoals u weet, dit jaar al hard gewerkt aan een pakket noodmaatregelen. Dat gebeurde in meerdere taskforces, waaronder de taskforce Capaciteit, die vorig jaar er de prioriteit aan gaf de overbevolking op te lossen, met een interdepartementale provisie (IDP) van 55 miljoen euro, en die voor 2025 te verdelen over vijf departementen. 24,9 miljoen euro daarvan was bestemd voor Justitie. Dat bedrag is ongeveer voldoende om Sint-Gillis langer open te houden en daarnaast de opstart van een nieuwe gevangenis in Antwerpen voor te bereiden. De middelen worden ook ingezet voor een snellere terugkeer van buitenlanders en personen zonder recht op verblijf uit onze gevangenissen.
De eerste IDP is echter onvoldoende en daarom hebben we in het kader van het begrotingsconclaaf een zeer concrete vraag ingediend om een uitbreiding van de IDP mogelijk te maken met ongeveer 120 miljoen euro per jaar voor Justitie. Het gaat er ook om die IDP recurrent te maken, omdat er personeel moet worden aangeworven dat niet voor een beperkte periode kan worden ingezet. De bijkomende middelen zullen in het bijzonder worden gebruikt voor het uitbreiden en langer openhouden van bestaande infrastructuur, het openen van nieuwe infrastructuur, de uitbreiding van de capaciteit van gevangenissen volgens het DBFM-principe - Design, Build, Finance en Maintain - en de bouw en opening van nieuwe transitie- en detentiehuizen.
Er wordt ook een vraag voor extra middelen ingediend, gerelateerd aan specifieke initiatieven binnen het gevangeniswezen die bijdragen aan de veiligheid van de penitentiair beambten, de algemene veiligheid van de gevangenissen en de efficiëntie van het gevangeniswezen. Voorbeelden zijn een meldpunt voor penitentiair beambten die zich bedreigd voelen of onder druk gezet worden door gedetineerden met banden met de georganiseerde misdaad, zodat ze melding kunnen maken van bedreigingen, achtervolgingen, beschadigingen aan voertuigen en dergelijke. Daarnaast gaat het om verdere investeringen in speciale infrastructuur en specifiek materiaal voor high value targets binnen de gevangenismuren.
Het creëren van bijkomende capaciteit binnen het gevangeniswezen is cruciaal in de aanpak van de overbevolking. Het is zo dat de Regie der Gebouwen, conform het regeerakkoord, ook voor een verregaande besparingsoefening staat.
Er werden ook vragen gesteld over het miljard euro. Mijn inziens moet, van het miljard euro dat voor Justitie werd vastgelegd, 500 miljoen euro naar de Regie der Gebouwen gaan, zodat zij in de gebouwen van Justitie kunnen investeren. Dit betreft zowel gerechtsgebouwen als gevangenisgebouwen. Het is uiteraard cruciaal om deze gebouwen veilig, modern en goed uitgerust te houden.
Als voornaamste klant van de Regie der Gebouwen en gelet op de grote noden binnen Justitie, lijkt het mij vanzelfsprekend dat de Regie der Gebouwen deze vraag ondersteunt, omwille van de grote noden, die af en toe ook in de pers verschijnen wanneer het gaat over de onbruikbaarheid van bepaalde lokalen of infrastructuur.
Ik ondersteun ook de vraag van het gevangeniswezen om de structurele onderfinanciering aan te pakken door de werkingsmiddelen voor het personeel, voeding, energie en medische kosten te verhogen op basis van de reële populatie en niet langer op basis van de initiële capaciteit. Vandaag zijn er meer dan 2.000 gedetineerden boven de initiële capaciteit, maar de middelen bij Justitie volgen deze toename niet automatisch. Het is evident dat, wanneer het aantal gedetineerden stijgt, ook de werkingsmiddelen moeten verhogen, zodat bijkomend personeel kan worden aangeworven.
Justitie heeft, naast middelen voor het gevangeniswezen, nog meer middelen nodig om al zijn kernopdrachten te kunnen blijven vervullen. De aanpak van georganiseerde criminaliteit, waaronder de strijd tegen mensenhandel, terrorisme, georganiseerde criminaliteit zoals drugs, evenals de inzet op veiligheid, zijn speerpunten voor de regering. Dit werd bevestigd door meerdere collega’s, onder meer door de premier in New York in september.
Justitie speelt een cruciale rol, waarbij alle schakels van de keten betrokken moeten zijn. De cijfers liegen er niet om. Er is een toename van intrafamiliaal geweld, zedendelicten en seksuele misdrijven, van jeugddossiers en van zaken voor de familierechtbanken, evenals een substantiële verhoging van geweld en georganiseerde criminaliteit.
Voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit bij Justitie begint alles met het voorzien in adequate en voldoende onderzoeks- en vervolgingscapaciteit bij het openbaar ministerie. Vervolgens is er een snelle en doeltreffende rechterlijke beoordeling nodig en, in het geval van een veroordeling met vrijheidsberoving, een efficiënt georganiseerd en opererend gevangeniswezen. Ook de aanpak van fiscale en sociale fraude, die de overheid meer inkomsten kan opleveren, kan daaronder worden begrepen.
De parketten en de parketten-generaal kampen momenteel met een exponentiële groei van dossiers in het kader van de CrimOrg. De toenemende stadscriminaliteit vraagt eveneens om een specifieke aanpak. Dat alles leidt tot een bijkomende nood aan magistraten, parketjuristen, referendarissen en criminologen om de vervolging van feiten gerelateerd aan georganiseerde criminaliteit te kunnen waarborgen. De impact is aanzienlijk en ook de volgende schakel in de strafrechtketen, de hoven en rechtbanken, moet worden versterkt, zowel op het niveau van de magistraten als op dat van de medewerkers. Indien die schakel niet wordt versterkt, dreigt de bestrijding van zowel georganiseerde criminaliteit als stadscriminaliteit op operationeel niveau immers onuitvoerbaar te worden. In dat verband moeten ook bijkomende middelen worden voorzien voor drugs- en jongerenopvolgingskamers, die een intensere begeleiding vereisen vanuit Justitie, maar die hopelijk efficiënter en effectiever zullen werken.
Daarnaast zijn er voor Justitie nog verschillende andere noden waarvoor extra middelen nodig zijn. Het regeerakkoord besteedt onder meer aandacht aan slachtoffers en hun nabestaanden. Verschillende initiatieven ondersteunen dat, zoals de wettelijke verankering van de financiering van Child Focus en het verder inzetten op het mobiel stalkingalarm, dat een cruciale rol speelt bij de bestrijding van intrafamiliaal en seksueel geweld. Ook de voortzetting van digitalisering is een werf waarop we moeten inzetten. Zoals bekend, vraagt digitalisering aanvankelijk investeringen voordat efficiëntiewinsten kunnen worden gerealiseerd.
Verder wil ik in het kader van de medevraag voor Justitie ook de acties van de magistratuur onderstrepen. Enkele weken geleden bezocht ik het Vlinderpaleis in Antwerpen om de voorstellen voor meer veiligheid en rechtvaardigheid in onze samenleving te bespreken, zoals uitgewerkt door het ressort Antwerpen. Op vrijdag 14 november staat opnieuw een actie gepland in Brussel.
In het kader van het hefboomplan van v óó r de zomer werden reeds middelen voorzien op de IDP Veiligheid en werden initiatieven genomen om de rechterlijke orde te versterken. Dat omvat onder meer het verhogen van de aantrekkelijkheid van het beroep door maaltijdchecks en een thuiswerkvergoeding, evenals de eerste stappen richting een veiligere, moderne en efficiënte uitrusting van gerechtsgebouwen, die jarenlang structureel ondergefinancierd waren.
De huidige budgetten volstaan echter niet om alle andere noden binnen de rechtelijke orde te lenigen. Zonder extra middelen kan een kwaliteitsvolle dagelijkse werking van Justitie niet worden gegarandeerd. Het realiseren van ambitieuze doelstellingen uit het regeerakkoord is zonder extra middelen evenmin haalbaar. Het is dan ook jammer dat het begrotingsconclaaf nog niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Ik reken erop dat, ondanks de vele miljarden die nodig zijn om het begrotingstekort te dichten, Justitie niet in de kou zal blijven. Zo niet zullen de huidige problemen enkel nog exponentieel toenemen.
Juist in budgettair moeilijke tijden moet onze rechtsstaat stevig overeind worden gehouden. In onstabiele tijden van toenemend geweld moeten we vasthouden aan de essentie van onze democratische waarden en daarvoor is een goed functionerende Justitie essentieel. Ik reken daarbij op de steun van u allen om dat debat op die manier verder te zetten.
Alain Yzermans:
Ik hoor een heel arsenaal aan maatregelen. Uiteraard heeft het ook te maken met de manier waarop de middelen worden ingezet. Efficiëntie is een belangrijke boodschap binnen Justitie. Het gevecht om de middelen is één zaak, de middelen goed inzetten is een andere. We zitten momenteel met 13.500 gevangenen, onder wie 525 grondslapers, waarbij regionale verschillen de grote pieken nog eens in de verf zetten. Antwerpen, Gent, Brugge, Hasselt en Mechelen zijn plaatsen waar de bijstelling naar de reële norm van de werkingsmiddelen voor voeding een goede zaak is. Dat lijkt me zeker een opsteker.
Ook een meldpunt voor cipiers zal een nood lenigen, maar er blijft uiteraard ook aandacht nodig voor werkbaar en leefbaar werk voor ons justitiepersoneel. Daarom denk ik dat hier zeker ook binnen het sociaal akkoord aandacht aan moet worden besteed. Menselijke gevangenissen en een humaan beleid zijn voor ons prioritair. Dank u wel.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank voor uw uitvoerige antwoord. U hebt een heel uitvoerige reeks ambitieuze doelstellingen opgesomd die wij als fractie kunnen en zullen steunen. Toch blijf ik me de vraag stellen of u, met de huidige begroting en een bijkomend miljard euro’s dat vandaag nog niet beschikbaar is, al die zaken zult kunnen realiseren.
Iedereen is het erover eens dat de noden binnen Justitie bijzonder groot zijn. U zei zelf dat het begrotingsconclaaf nog niet de gewenste resultaten heeft opgeleverd. Ik verwijs ook naar verklaringen van minister Van Peteghem, uw partijgenoot, die in verschillende media-interviews duidelijk heeft gemaakt dat de middelen er niet zullen zijn. De vragen vanuit Justitie voor een aanzienlijke en noodzakelijke financiële verhoging zijn niet de prioriteit; de focus ligt vooral op defensie en sociaal beleid.
Mevrouw de minister, ik heb het u al verschillende keren gezegd en ik zal het blijven herhalen. Als buitenlandse veiligheid een prioriteit is – dat steunen wij, voor alle duidelijkheid, laat daar geen misverstand over bestaan – en uw collega van Defensie erin slaagt om 4 miljard euro te krijgen, dan zeg ik dat binnenlandse veiligheid zeker even belangrijk is. U moet echt blijven op tafel slaan om dezelfde middelen te krijgen. Justitie, Veiligheid en Binnenlandse Zaken verdienen dat. U zult daarvoor onze steun krijgen. Daar mag u zeker van zijn, maar het is uw opdracht om voor die bijkomende middelen te zorgen.
Voorzitter:
De heer Van Tigchelt is afwezig. Mme Meunier n'est pas là non plus, tout comme M. Prévot et M. Jadoul.
De bezorgdheid v.h. Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens over de staat van de rechtsstaat
Het verslag 2025 van het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM) over de rechtsstaat
Het verslag van het FIRM en het niet uitvoeren van rechterlijke beslissingen
Het verslag van het FIRM en de onderfinanciering van de justitie
Bezorgdheden en verslagen van het FIRM over de rechtsstaat en justitie
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het jaarlijks rapport van het Federaal Instituut voor de Mensenrechten (FIRM) waarschuwt voor een structurele erosie van de rechtsstaat in België, met name door overbevolkte gevangenissen, niet-uitvoering van vonnissen (bv. asielopvang), chronisch onderfinancierde rechtbanken en gerechtelijke achterstand, wat het vertrouwen in justitie ondermijnt. Minister Verlinden erkent de problemen en verwijst naar lopende projecten (digitalisering, alternatieve geschillenbeslechting, extra rekrutering), maar wijst sancties af en benadrukt dat structurele oplossingen (budget, efficiëntie) prioriteit hebben—concrete maatregelen volgen later via expertgroepen. Kritiek blijft dat België te weinig investeert (0,22% BBP vs. EU-gemiddelde) en herhaaldelijk wordt veroordeeld (bv. door EVRM) voor trage procedures, terwijl 59% van de burgers wantrouwt dat overheden vonnissen respecteren. De kernvraag—of de regering de diagnose van FIRM deelt en prioriteiten stelt—blijft onbeantwoord; actie hangt af van toekomstige budgettaire keuzes en langetermijnhervormingen.
Alain Yzermans:
Het Mensenrechteninstituut publiceert jaarlijks rapporten. We zullen daarover volgende week een toelichting ontvangen. Telkens valt op dat het respecteren en het schenden van de mensenrechten een actueel thema blijft, met name rond de overbevolking in de gevangenissen. Dat ondermijnt volgens het instituut het vertrouwen in Justitie en legt een hypotheek op lange termijn. Ik wil dat toch even onderstrepen.
Hoe gaat u met dat rapport om? Zult u werk maken van de 30 aanbevelingen die erin staan?
Aurore Tourneur:
Madame la ministre, comme vient de le préciser mon collègue, l'Institut Fédéral des Droits Humains (IFDH) vient de publier son rapport annuel. Ce rapport vise à nous sensibiliser aux défis structurels en la matière. D'après ce qui en ressort, une érosion insidieuse de l'État de droit a lieu dans notre pays. L'IFDH pointe notamment des enjeux qui relèvent de vos compétences, à savoir un manque chronique de moyens, une persistance de l'arriéré judiciaire, la non-exécution des décisions de justice et, ce dont nous avons longuement parlé, la surpopulation carcérale.
L'accord de gouvernement et votre note de politique générale reconnaissent explicitement l'importance de l'État de droit, mais l'IFDH nous demande d'aller plus loin en adoptant des mesures concrètes. Vous le savez, pour notre groupe, il est vraiment fondamental de tout mettre en œuvre pour veiller à garantir l'État de droit dans notre pays.
Il y a quelques semaines, en séance plénière, en répondant au collègue De Smet, vous avez eu l'occasion de détailler une série de mesures concrètes, que vous entendiez prendre pour répondre à ces défis. Sincèrement, nous les saluons.
Mais au-delà des mesures concrètes déjà évoquées, ma question porte aujourd'hui surtout sur votre diagnostic de fond de l'État de droit. Partagez-vous ce constat global de l'IFDH quant à l'érosion de l'État de droit en Belgique? Le rapport identifie de nombreux défis. Face à l'ampleur de la tâche et aux contraintes budgétaires que nous connaissons actuellement, quelles sont, selon vous, les défis le plus importants et les points essentiels qui doivent être traités en priorité?
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, je m'en réfère à mes questions écrites.
Madame la ministre, l'Institut fédéral des droits humains consacre une large partie de son rapport 2025 à la dégradation structurelle de l'État de droit en Belgique, en particulier dans le domaine de la justice. Trois points, qui relèvent de vos compétences, méritent une attention prioritaire: la non-exécution des décisions de justice, l'arriéré judiciaire et le sous-financement chronique du système judiciaire.
En ce qui concerne le premier point, le rapport constate que "la non-exécution des décisions de justice par les autorités est, en Belgique, un problème sérieux (…) touchant aux principes fondamentaux de l'État de droit". L'IFDH rappelle qu'en dépit de plus de 10 000 jugements ordonnant à l'État fédéral de garantir un accueil digne aux demandeurs d'asile, ces décisions ne sont toujours pas respectées. Il souligne que ce manquement mine la séparation des pouvoirs et sape la confiance des citoyens dans les institutions. 59 % des belges interrogés ont déclaré être d'accord avec l'affirmation selon laquelle "il est fréquent que les instances publiques et les décideurs politiques ne respectent pas les décisions de justice et ne les mettent pas en œuvre."
Dès lors, mes questions sont les suivantes:
- Quels enseignements le Gouvernement entend-il tirer de ce rapport afin de corriger les graves manquements qu'il révèle?
- Quelles mesures votre ministère compte-t-il prendre pour garantir que les jugements rendus contre l'État belge soient effectivement exécutés dans des délais raisonnables?
- Envisagez-vous d'instaurer des sanctions ou des mécanismes de suivi lorsque l'administration ne respecte pas un jugement exécutoire et/ ou persiste à ne pas le respecter?
- Enfin, le rapport de l'IFDH recommande d'inscrire dans la loi des garanties concernant l'état de droit et les droits humains. Envisagez-vous de légiférer en ce sens?
Madame la ministre, l'Institut fédéral des droits humains consacre une large partie de son rapport 2025 à la dégradation structurelle de l'État de droit en Belgique, en particulier dans le domaine de la justice. Trois points qui relèvent de vos compétences méritent une attention prioritaire: la non-exécution des décisions de justice, l'arriéré judiciaire et le sous-financement chronique du système judiciaire.
Sur ce deuxième point, l'IFDH relève que "la durée excessive de certaines procédures judiciaires est, depuis des années, un problème structurel". En 2023, la Belgique a même été condamnée par la Cour européenne des droits de l'homme parce que les recours destinés à indemniser les victimes de procédures trop longues étaient eux-mêmes excessivement lents. Le Comité des ministres du Conseil de l'Europe a exhorté la Belgique à dresser une cartographie complète de l'arriéré judiciaire et à doter les juridictions les plus surchargées de moyens supplémentaires.
Le rapport dénonce un "manque chronique de moyens" au sein de la justice belge. La Belgique consacre seulement 0,22 % de son PIB à la justice, contre une médiane européenne de 0,28 %. Ce sous-financement se traduit concrètement par des palais de justice délabrés, des greffiers manquants, des interprètes impayés et des dossiers judiciaires détruits faute d'entretien des archives. L'IFDH estime que ce manque de ressources "mine les fondements mêmes de l'État de droit".
Ces constats appellent des réponses politiques claires et structurelles de la part de votre gouvernement, tant en matière de respect de l'autorité judiciaire que d'accès effectif à une justice indépendante, efficace et correctement financée.
Voici mes questions:
- Où en est la réalisation de cette cartographie de l'arriéré judiciaire?
- Quelles actions concrètes ont été entreprises pour réduire les délais de traitement des affaires civiles et pénales, en particulier dans les juridictions les plus engorgées?
- La réforme du Collège des cours et tribunaux pourrait-elle prévoir une analyse différenciée des délais selon les arrondissements, afin de cibler les moyens là où les besoins sont les plus urgents?
- Quelles demandes avez-vous formulées dans le cadre des négociations budgétaires 2026 pour renforcer les moyens humains et matériels de la justice?
- Garantissez-vous que ces moyens accrus ne soient pas conditionnés à des critères de performance définis par l'exécutif, afin de préserver l'indépendance du pouvoir judiciaire?
Annelies Verlinden:
Ik verwijs vooreerst naar het antwoord op een gelijkaardige vraag van de heer De Smet tijdens de plenaire vergadering van 16 oktober 2025. Het FIRM is als onafhankelijke openbare instelling bijzonder belangrijk voor de bescherming en bevordering van de grondrechten in België. De aanbevelingen van het Instituut zullen zorgvuldig worden onderzocht en sommige daarvan komen overeen met de aanbevelingen in het hoofdstuk over België in het verslag van de Commissie van 2025 over de rechtsstaat. Er zal worden nagedacht over de praktische mogelijkheden om de aanbevelingen die betrekking hebben op Justitie uit te voeren. Voor veel van die punten zijn al projecten lopende. Dat geldt bijvoorbeeld voor het wegwerken van de gerechtelijke achterstand, het omzetten van de anti-SLAPP-richtlijn en de overbevolking in de gevangenissen,.
Voorzitster: Kristien Van Vaerenbergh.
Présidente: Kristien Van Vaerenbergh.
Concernant l'arriéré judiciaire, des actions concrètes sont entreprises et mises en œuvre par divers acteurs dans plusieurs domaines, dont le recours aux modes alternatifs de règlements de litiges, la numérisation de la justice, la revalorisation de la fonction des magistrats et de fonctions associées à la bonne administration de la justice ou encore le recrutement des magistrats et du personnel de soutien.
Enfin, les sanctions ne me semblent pas appropriées pour l'administration. La question n'est pas tant de renforcer les sanctions, les mécanismes de suivi ou les garanties concernant l'état de droit. La difficulté réside plutôt dans l'allocation et la mise en œuvre des moyens nécessaires au respect des jugements rendus contre l'État dans un délai raisonnable, ce à quoi nous travaillons quotidiennement.
La réflexion menée au sein de mon administration en vue d'accélérer les procédures judiciaires, civiles et pénales et ainsi de lutter contre l'arriéré judiciaire se poursuit activement. Elle est alimentée par les propositions du terrain et l'intention est ensuite de travailler avec un groupe d'experts. Il s'agit d'un travail de longue haleine et, outre les mesures déjà identifiées dans l'accord de gouvernement, il n'est pas encore possible à ce stade de dresser une liste exhaustive des mesures envisageables.
Aurore Tourneur:
Merci madame la ministre. Pour les Engagés, l'État de droit constitue le socle de notre société démocratique. C'est la garantie du respect des droits humains, du respect du bon fonctionnement de la justice et de la confiance – qui nous semble essentielle – que les citoyens doivent avoir envers les autorités.
Sarah Schlitz:
Je n'ai rien à ajouter.
Het Justitiepaleis van Brussel
De staat van het Brusselse Justitiepaleis
Renovatie en status van het Brusselse Justitiepaleis
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie), Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Palais de Justice van Brussel kampt met herhaalde stroompannes en structurele problemen, wat de werking van de rechtbanken en de veiligheid in gevaar brengt. Minister Vanessa Matz bevestigt dat noodherstellingen (o.a. waterinfiltraties, elektriciteit) en gedeeltelijke renovaties (kantoren, politieruimtes) lopende zijn, terwijl een haalbaarheidsstudie (resultaten eind 2024) de omvang en planning van een volledige restauratie moet bepalen. Preventief onderhoud blijft kritiek, maar concrete cijfers over incidenten en een breed risico-overzicht voor andere Régie-gebouwen ontbreken nog. Dufrane benadrukt dat herstel van het gebouw en zijn functie absolute prioriteit moet blijven.
Anthony Dufrane:
Madame la ministre, le Palais de Justice de Bruxelles, bâtiment emblématique du patrimoine judiciaire et architectural belge, continue de faire face à de graves problèmes techniques et surtout structurels. Ce vendredi 10 octobre encore, une panne d'électricité a paralysé le site durant plusieurs heures, empêchant le bon déroulement des audiences et limitant son accès au public. Seuls les avocats, munis de leur badge, ont pu pénétrer dans l'enceinte du Palais, tandis que les contrôles de sécurité étaient suspendus.
Ce n'est pas la première fois qu'une telle situation se produit, les coupures de courant et autres incidents techniques se multipliant depuis peu. Ces pannes à répétition illustrent surtout la fragilité d'un bâtiment déjà fortement dégradé et dont la rénovation, amorcée depuis plusieurs années, peine à aboutir.
Outre la question du confort et de la sécurité des travailleurs de la Justice, ces incidents portent atteinte au bon fonctionnement des institutions judiciaires. La situation pose également la question de l'entretien préventif du bâtiment, de la qualité du réseau électrique et du suivi assuré par la Régie des Bâtiments sur ce site particulièrement sensible.
Enfin, ces difficultés sont préoccupantes et d'autres biens de la Régie pourraient aussi subir divers problèmes limitant leur bon fonctionnement. Une évaluation plus large de l'état du patrimoine géré par la Régie des Bâtiments paraît donc nécessaire pour prévenir de nouvelles situations similaires.
Madame la ministre, j'en viens à mes questions. Quelle est la situation actuelle du Palais de Justice de Bruxelles en matière d'infrastructure électrique et de maintenance technique? Quelles sont les causes exactes de la panne survenue vendredi dernier et combien d'incidents de ce type ont-ils été recensés ces douze derniers mois? Quels travaux ou rénovations sont-ils prévus pour sécuriser durablement l'alimentation électrique et éviter des répétitions de telles perturbations? Comment la Régie des Bâtiments assure-t-elle le suivi et l'entretien réguliers du Palais de Justice de Bruxelles? D'autres bâtiments gérés par la Régie connaissent-ils des problèmes similaires et, le cas échéant, quelle en est l'ampleur et quelle est la stratégie envisagée pour y remédier?
Vanessa Matz:
Monsieur Dufrane, le Palais de Justice de Bruxelles est un bâtiment emblématique pour notre État de droit. Je suis consciente de l'impact de son état sur le fonctionnement de la Justice, ainsi que sur la sécurité du personnel et des visiteurs. La Régie des Bâtiments et le SPF Justice suivent de près la situation sur le terrain. Des concertations régulières ont lieu. En cas d'incident, une intervention la plus rapide possible est assurée. Ainsi en août et septembre, trois infiltrations d'eau ont été constatées. Des réparations ont été effectuées à chaque fois, ce qui a permis de limiter les dégâts. Lors de la panne de courant du 10 octobre dernier, une intervention rapide a également été effectuée.
La sécurité de toutes les personnes présentes dans le bâtiment reste ma priorité. C'est pourquoi des réparations urgentes et des rénovations ont déjà été faites. Quatorze locaux au quatrième étage ont été rénovés et seront bientôt utilisés par les magistrats. Des travaux débuteront également à la fin de cette année au niveau -2, afin d'améliorer les installations pour la police fédérale.
Concernant la grande rénovation, la restauration des façades est également prioritaire pour des raisons de sécurité, afin d'éviter la chute de débris et de mieux sécuriser le périmètre du Palais de Justice.
Une étude de faisabilité est en cours pour l'intérieur du bâtiment. Elle évalue l'état du bâtiment, analyse les priorités et examine la possibilité pour les autres services judiciaires de réintégrer le Palais de Justice. L'étude de faisabilité permettra d'obtenir une estimation du coût et du calendrier de la restauration intérieure. Les résultats de cette étude sont attendus pour la fin de cette année.
Enfin, sachez que nous collaborons avec le cabinet de la ministre de la Justice pour que la Régie des Bâtiments puisse répondre aux mieux aux besoins du SPF Justice.
Anthony Dufrane:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Une étude de faisabilité est en cours et les résultats sont attendus pour la fin de l'année. J’y resterai attentif. Je suppose que vous communiquerez vos priorités dès qu'elles seront établies. Je vous souhaite une pleine réussite dans ce suivi. J'espère que le Palais de Justice de Bruxelles retrouvera sa splendeur d'antan et que nous éviterons des déboires à l'avenir pour ses visiteurs et pour les personnes qui y évoluent. Cela doit demeurer une priorité. J'espère que vous y serez attentive, madame la ministre.
De erbarmelijke staat van het hof van beroep van Brussel
De toekomst van het justitiepaleis van Doornik
De staat van de gerechtsgebouwen
De staat van de justitiegebouwen
De staat en toekomst van gerechts- en justitiegebouwen
Gesteld door
VB
Marijke Dillen
MR
Hervé Cornillie
Ecolo
Sarah Schlitz
Vooruit
Alain Yzermans
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Brusselse Hof van Beroep en andere gerechtsgebouwen (o.a. Doornik, Namen) kampen met acute veiligheidsrisico’s (instortingen, waterlekkages, structurele verval) en chronisch onderfinanciering, wat de rechtsbedeling en werkomstandigheden ondermijnt. Minister Verlinden bevestigt dat er noodmaatregelen (herstellingen, relocaties) worden genomen, maar benadrukt dat langetermijnoplossingen (500 miljoen euro nodig) en een masterplan voor het patrimonium essentieel zijn—met prioriteit voor veiligheid, toegankelijkheid en waardigheid, zoals voorzien in het regeerakkoord. Doornik blijft in onzekerheid over behoud of verhuizing (geruchten over Mons), terwijl Namen vertraging kende door logistieke aanloopproblemen. Budgettaire druk dreigt de justitiële infrastructuur als besparingspost te behandelen, wat door oppositie en meerderheid onacceptabel wordt genoemd—extra middelen zijn cruciaal om de rechtsstaat te waarborgen.
Marijke Dillen:
In verschillende kamers van het Brusselse Hof van Beroep zijn waterlekken vastgesteld met als gevolg dat in één kamer een deel van het plafond is ingestort. Op 6 september bleek dat een deel van de griffie van de K.I. door een overstroming onveilig en onbruikbaar was. Omdat er geen garanties konden worden gegeven betreffende de veiligheid van de gebouwen, werd de onmiddellijke ontruiming bevolen. Dit is niet de eerste melding van een ernstige problematiek in dit gebouw. Ook in het verleden werden er zalen gesloten vanwege waterschade. Zo stortte er in een zaal waar jeugdzaken werden behandeld het plafond in, daar waar magistraten, griffiers, advocaten, minderjarigen en hun families moesten plaatsnemen. Ook recent nog werden er waterlekkages vastgesteld in correctionele kamers van het Hof. “Dat alles komt boven op een chronisch en structureel personeelstekort en een schrijnend gebrek aan middelen", aldus het Hof van Beroep.
Kan de minister meer toelichting geven? Welke initiatieven worden er genomen om hier bij hoogdringendheid een antwoord te geven?
Welke minimale voorwaarden van veiligheid en waardigheid die vereist zijn voor een degelijke uitoefening van de werking van het Hof van Beroep kunnen er worden gegarandeerd?
Specifiek wat de K.I. betreft: uit mediaberichten blijkt dat op 6 september een deel van de ruimtes van de griffie van de K.I. door een overstroming onveilig en onbruikbaar was geworden. Ten gevolge hiervan werd de onmiddellijke ontruiming bevolen. Wat zijn hiervan de onmiddellijke gevolgen op de werking van de K.I.? Graag een gedetailleerde toelichting. Dienden er ten gevolge van deze problematiek zaken uitgesteld te worden? Zo ja, kunnen deze zaken op korte termijn opnieuw worden vastgesteld?
Uit de media blijkt dat er werd voorgesteld om de lokalen zonder officieel expertiserapport opnieuw in gebruik te nemen, ondanks de ervaring met het ingestorte plafond. Dit is een bijzonder merkwaardige opmerking. Ook Justitie dient ter zake verantwoordelijkheid te nemen. Kan de minister hierover meer toelichting geven?
Hervé Cornillie:
Madame la ministre, cela fait quelques semaines que cette question sur l’état du palais de justice de Tournai a été déposée. Convenons que ces semaines ne vont pas dégrader davantage le bâtiment, parce qu'il est dans un état délabrement avancé: murs décrépis, fissures, stabilité non garantie, issues de secours manquantes. Bref, tout ceci n'est pas de bon augure pour les gens qui travaillent pour la justice et pour les justiciables, qui méritent mieux que cela.
Récemment encore, un justiciable qui se déplaçait en fauteuil n'a pas pu consulter son dossier et les documents y relatifs, puisque le parlophone était en panne. Depuis 2000 au moins, on recense des annonces de différents ministres qui se sont succédé. Évidemment, je ne vous en fais pas le procès. Plan de rénovation, construction, déménagement, silence. Le silence est parfois inquiétant. Il laisse parfois la place au bruit ou à la rumeur. Récemment, de nouvelles rumeurs – c'est vous qui allez me dire si c'est le cas ou pas – font état d'une délocalisation pure et simple vers Mons.
Sans réponse précise, les élus et les magistrats commencent à s'inquiéter. Je suis député fédéral du Hainaut, je suis Wallon picard de cœur et le cas de Tournai me préoccupe particulièrement. Je voudrais donc faire le point avec vous sous l'angle du justiciable.
Quel est finalement le futur du palais de justice de Tournai? Peut-on espérer une concrétisation dans un délai raisonnable? Est-ce une amère chimère? Dans cette période un peu difficile sur le plan budgétaire, s’agirait-il de voir l'accès à la justice comme une variable d'ajustement, ce qui ne serait pas acceptable bien évidemment?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, le 10 septembre dernier, la RTBF a diffusé un nouveau reportage sur l'état de délabrement des bâtiments de la justice: des immeubles qui s'effondrent, des avocats et des juges à bout de souffle qui travaillent dans des conditions exécrables, des retards de dossiers de plusieurs années. Bref, le constat est accablant, et je pense que vous le connaissez.
Vous avez d'ailleurs déclaré que la situation est indigne d'un État de droit. Nous vous rejoignons évidemment dans votre constat. La justice manque de moyens urgents pour faire son travail et il est primordial d'y investir. Ce n'est même plus juste une question de rémunération et de valorisation du travail de magistrats, mais une question de bien-être civil et sociétal, d'accès à la justice mais aussi d'État de droit, parce que quand la justice souffre, c'est toute la Nation qui y perd.
Dans ce contexte, madame la ministre, comment le gouvernement compte-t-il trouver des solutions à cette catastrophe que l'État fédéral a lui-même créée avec 40 ans de sous-investissement dans la justice? Quel montant le gouvernement investira-t-il dans le refinancement de la justice et ses bâtiments? Enfin, qu'en est-il de l'enquête que vous aviez annoncée dans l'émission sur le non-usage du nouveau palais de justice à Namur pendant une période de 18 mois?
Alain Yzermans:
Gerechtsgebouwen blijven zorgenkinderen. De lamentabele staat van het Justitiepaleis in Brussel is al eerder aangekaart. Magistraten moesten verhuizen naar een ander lokaal vanwege binnensijpelende regen, ingestorte plafonds, muffe, onverluchte ruimtes, enzovoort. Deze toestand brengt de veiligheid en gezondheid van vele medewerkers in gevaar en gaat van de regen in de drop. Er zijn al prikacties gevoerd rond de middeleeuwse toestand van het patrimonium binnen de justitie.
Vragen aan de Minister ;
1. Is er een inventaris van alle gebouwen en de staat waarin ze zich bevinden?
2. In het paasakkoord reserveert u enkele miljoenen euro's om de gebouwen aan te pakken. Is dit voldoende? Verder las ik dat u 500 miljoen euro nodig heeft om dit volledige probleem op te lossen. Klopt dit ? Welk plan zet u op om de achterstand in het onderhoud van deze gebouwen in te halen?
3. U spreekt van een permanente onderfinanciering van de justitie, maar worden bij nieuwe projecten niet automatisch onderhoudsbudgetten ingeschreven? Ik hoor dat nieuwe gebouwen door een gebrek aan onderhoudsmiddelen ook al in hetzelfde bedje ziek zijn. Is dit geen mismanagement?
Annelies Verlinden:
Depuis mon entrée en fonction comme ministre de la Justice, j'ai effectivement pu constater l'état des palais de justice dans notre pays. J'ai déjà attiré à plusieurs reprises l'attention de ce Parlement sur le sous-financement structurel et sur les besoins de longue date dans ce domaine.
La situation actuelle est en effet indigne d'un État de droit et depuis mon entrée en fonction, j'ai demandé à mes services de dresser un état des lieux clair de la situation. Ce travail réalisé avec la Régie des Bâtiments est en cours. Comme vous le savez, mes services sont en concertation étroite avec la Régie afin d'analyser les besoins et de formuler des propositions ciblées pour y répondre. Je suis également en contact permanent à ce sujet avec ma collègue Vanessa Matz, ministre chargée de la Gestion immobilière de l'État, avec qui j'entretiens une excellente collaboration.
Le plan d'impulsion que j'ai élaboré avant l'été en concertation avec les représentants de l'Ordre judiciaire aborde notamment la problématique du parc immobilier. Des budgets ont été alloués à partir de la provision interdépartementale Sécurité afin d'améliorer l'entretien et l'état des bâtiments ainsi que la sécurité du personnel et des visiteurs, notamment par le déploiement de nouveaux portiques de contrôle d'accès. Ces efforts ne suffiront cependant pas et des investissements supplémentaires restent nécessaires.
Collega Dillen, wat het hof van beroep in Brussel betreft, in de zomer en het najaar van 2024 deden zich in het Justitiepaleis afzonderlijk te onderscheiden problemen van wateroverlast voor. Ik heb daarover eerder al toelichting gegeven in dit Parlement.
Elk van die incidenten kent zijn eigen specificiteit. Bij het incident met het plafond lag een verstopte dakafvoer aan de oorsprong. Er was kennelijk een duif in vastgeraakt en hevige regenval veroorzaakte vervolgens waterinfiltratie, waardoor het plafond in ijltempo onstabiel werd en gedeeltelijk naar beneden kwam. Er wordt nu een ander lokaal gebruikt, terwijl de Regie der Gebouwen intussen het plafond herstelt. Een externe firma installeert met spoed een extra noodoverloop. Het technisch team inspecteert systematisch de daken met meer dan 120 afvoeren. Structureel zijn er echter bijkomende ingrepen nodig. Volgens een studie uit 2024 moeten meer dan 100 extra afvoeren worden voorzien om hevige neerslag veilig te kunnen verwerken.
Deze gebeurtenissen veroorzaakten materiële schade, tijdelijke sluitingen en relocatie en belasten daarenboven ook het personeel. Telkenmale is de FOD Justitie, Buildings and Facilities, in overleg met de Regie der Gebouwen snel tussengekomen met maatregelen, herstellingen en alternatieve lokalen. Dankzij de inzet van het gerechtspersoneel en de goede samenwerking tussen de diensten bleef de continuïteit van de rechtsbedeling verzekerd.
In afwachting van de grondige renovatie die het regeerakkoord ook voorziet, worden intussen bijkomende maatregelen genomen, zoals extra noodoverlopen en afvoeren. Zo blijft de onmiddellijke veiligheid van medewerkers en bezoekers gegarandeerd en wordt er ook gewerkt aan een duurzame oplossing. De gebeurtenissen maken duidelijk dat een duurzame oplossing onontbeerlijk is. Daarvoor moeten middelen worden vrijgemaakt.
Collègue Schlitz, s'agissant du palais de justice de Namur, le SPF Justice a reçu le bâtiment de la Régie des Bâtiments en avril 2024 et a ensuite lancé la phase finale d'aménagement pour le mobilier, les archives, le réseau informatique, la téléphonie ou encore le déménagement. Ces opérations sont indispensables au bon fonctionnement du palais et expliquent le délai préalable à l'emménagement effectif. Le déménagement, mené de mai à août 2025, s'inscrit dans un calendrier normal d'environ 12 à 18 mois et l'Ordre judiciaire en a été tenu informé en toute transparence. Néanmoins, nous continuons chaque jour à améliorer les processus et à accroître l'efficacité.
Chers collègues, l'accord de gouvernement prévoit que le parc immobilier sera réduit et qu'une attention particulière sera portée à l'accessibilité des salles d'audience. Il souligne également l'importance de la proximité de la justice et précise qu'en tout état de cause, le produit de la rationalisation du nombre de bâtiments doit être réinvesti dans le reste du parc immobilier de la Justice. Des moyens supplémentaires seront toutefois indispensables si nous voulons disposer de bâtiments de justice sûrs, accessibles et dignes, à la hauteur de notre État de droit et de notre société.
Dans le cadre de la confection du budget, une attention particulière sera accordée à cette question. Je souhaite donc une fois encore lancer ici un appel à toutes et à tous afin que dans l'intérêt des justiciables, de l'Ordre judiciaire et de la société de manière générale, nous assumions ensemble notre responsabilité pour répondre à ces besoins et dégager les moyens indispensables.
Marijke Dillen:
Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister.
We hebben hierover al meerdere keren vragen gesteld. Het is inderdaad zo dat de erbarmelijke staat van het hof van beroep in Brussel en verschillende andere gerechtsgebouwen blijft aanslepen. Dit is een rechtsstaat onwaardig.
Ik begrijp dat u, samen met uw collega bevoegd voor de Regie der Gebouwen, bezig bent met een volledig overzicht van de staat van de gebouwen. Wanneer denkt u dat er een definitief overzicht beschikbaar zal zijn?
Het is belangrijk dat u beklemtoont dat er aan een duurzame oplossing moet worden gewerkt, maar ik vrees dat het kostenplaatje het probleem zal zijn en dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om dit probleem ten gronde op te lossen.
Hervé Cornillie:
Merci madame la ministre d'avoir fait le point. Vous n'avez toutefois pas répondu à ma question. Vous avez reconnu que cette situation est indigne d'un État de droit, et je partage votre avis. Une collaboration est nécessaire avec la Régie des Bâtiments, ce qui est parfaitement logique en matière de bâtiments fédéraux. Je comprends aussi parfaitement la rationalisation des bâtiments – je fais pareil dans ma commune – ainsi que votre volonté d'une accessibilité accrue.
J'évoquais précédemment le silence, qui parfois en dit long. À moins que j'aie été distrait, ce qui est possible, je n'ai strictement rien entendu à propos du palais de justice de Tournai. Ce n'est pas sans signification, et je crois malheureusement qu'il faut s'en inquiéter. J'insiste vraiment pour que ces choses ne soient pas considérées à la légère. L'accès à la justice est aussi une question de proximité physique et pas seulement d'accessibilité des bâtiments. Le justiciable a besoin de cette proximité. Je vous invite donc, madame la ministre, à vous battre pour que l'accès à la justice soit assuré sur le territoire, notamment à travers la dispersion de ses institutions.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse volontariste. Il s'agit d'une cause qui rassemble, de députés issus de l'opposition et de la majorité se mobilisant sur cet enjeu avec sincérité. Je ne peux qu'espérer que les débats budgétaires en cours aboutiront à une fin heureuse pour le financement de la justice. C'est absolument indispensable. Il ne serait par contre pas souhaitable que les budgets alloués à la justice soient puisés dans les budgets de la sécurité sociale.
L'investissement dans les services publics et le fait de pouvoir utiliser de l'argent public pour l'État de droit, la qualité des services rendus au citoyen et le maintien de la démocratie sont des choses que nous devons toutes et tous défendre avec ferveur. J'espère que c'est cet équilibre et cette fin heureuse qui transparaîtront dans quelques heures ou quelques jours lors de l'aboutissement du budget fédéral.
Alain Yzermans:
Ik kan daar niet veel aan toevoegen. We kennen de oproep. Er werden honderden voorstellen gelanceerd. Er waren ook verschillende acties van de magistratuur zelf. Men kan niet zomaar plots een dergelijke inhaaloperatie doen. Daar moeten genoeg middelen voor zijn en ook de nodige stappenplannen. We zitten ook met een decennialange problematiek van enerzijds aftandse gebouwen en anderzijds vernieuwingsnieuwbouw die moet worden aangepakt. Het is ook een kwestie van gezondheid voor het personeel dat er werkt. Het gaat over de veiligheid van de gebouwen, het welzijn van het personeel en van iedereen die daar wordt tewerkgesteld. Er is een goede patrimoniale aanpak nodig, een masterplan. Het is goed dat er een inventaris wordt gemaakt, over de verschillende departementen heen. De Regie der Gebouwen speelt daarin een belangrijke rol. Het is een belangrijke taak om hierin stappen te zetten.
Bijkomende middelen ter versterking van het justitieapparaat
De begrotingsbesprekingen en de verhoging van de middelen voor de justitie
Versterking en financiering van het justitieapparaat
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische justitie kampt met chronisch onderfinanciering (0,22% BBP vs. EU-gemiddelde 0,33%) en tekort aan magistraten (14,4 vs. 22/100.000 in EU), wat leiden tot slechte infrastructuur, wachtlijsten en rekruteringsproblemen. Minister Verlinden bevestigt de nood aan 1 miljard extra (gespreid), benadrukt breed draagvlak voor investeringen in personeel, digitalisering en gevangeniscapaciteit, maar waarschuwt dat budgettaire realiteit de hoogte van de toekenning zal bepalen—zonder garantie op het volle bedrag. Schlitz onderstreept dat fiscale herverdeling (meerbijdrage van vermogenden) en politieke prioritering onontbeerlijk zijn om de justitiële crisis te keren, en roept collega’s op om in intercabinetonderhandelingen geen concessies te doen op pensioenen of budgetten. De praktische uitvoering (bv. indexsprong voor ambtenarenpensioenen) blijft onduidelijk, evenals de concrete steun binnen de regering. *De rest van de discussie betreft procedurele afspraken over vraagstellingen en schriftelijke antwoorden.*
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, je ne vous apprendrai rien, notre système judiciaire est souffrant. Tout le secteur de la justice tire la sonnette d'alarme depuis des mois, et pour cause, car d'après les derniers chiffres, seulement 0,22 % du PIB belge est consacré au secteur de la justice, contre 0,33 % pour la moyenne européenne. Nous n'avons d'ailleurs que 14,4 magistrats par 100 000 habitants, contre 22 de moyenne dans l'Union européenne. En résumé, la justice est à la fois sous-financée et sous-dotée, car il est difficile de recruter en raison de ses dysfonctionnements. Il est donc grand temps d'obtenir pour la justice des moyens supplémentaires.
Vous me rejoignez, je pense, sur ce constat. Vous avez d'ailleurs récemment déclaré dans la presse avoir réclamé une hausse de budget d'un milliard d'euros, la moitié destinée au fonctionnement de la justice et l'autre pour la Régie des Bâtiments. C'était un signal utile et fort pour tout le secteur, qui l'attendait depuis longtemps.
Madame la ministre, pouvez-vous nous dire où en sont les discussions budgétaires au sein du gouvernement, en particulier pour le refinancement de la justice? J'imagine qu'il y a des réunions intercabinets par secteur. Pouvez-vous nous dire où cela en est? Au moment même où je vous parle, plusieurs dépêches tombent: un saut d'index serait introduit et ne concernerait que les pensions des fonctionnaires. Le monde de la justice serait-il également concerné? Les magistrats doivent-ils à nouveau craindre pour leur pension? Pensez-vous trouver un accord sur la hausse d'un milliard d'euros? Quelle somme estimez-vous pouvoir obtenir réellement dans cette négociation? Avez-vous des alliés pour obtenir cette somme, ou chacun défend-il ses propres intérêts au sein du gouvernement?
Annelies Verlinden:
On a déjà beaucoup parlé des budgets pour la justice ainsi que des demandes de budgets supplémentaires qui sont d'après moi nécessaires au fonctionnement et à la réalisation des ambitions mentionnées dans l'accord de gouvernement. Comme le ministre Van Peteghem l'a indiqué, je ne demande pas ce milliard en une fois, dans le cadre des discussions budgétaires qui sont tout à fait actuelles en ce moment.
Je vous confirme être suffisamment réaliste pour tenir compte de la situation budgétaire de notre pays. J'ai toutefois aussi le devoir, en ma qualité de ministre de la Justice, de me prononcer sur les nécessités et les besoins de la Justice. Il s'agit donc de faire preuve de réalisme et il faut pouvoir digérer les budgets supplémentaires. Nous devons fournir un effort continu pour investir sur le long terme et pour rectifier tous les problèmes fondamentaux qui demeurent au sein de la Justice.
La semaine dernière, je n'ai entendu personne me dire qu'il n'était pas nécessaire d'investir dans la Justice. Ces investissements concernent aussi bien la surpopulation, les cadres et le personnel des cours et tribunaux qui assurent un soutien aux magistrats que les applications modernes telles que l'alarme anti-harcèlement et les applications numériques qui sont nécessaires pour garantir à la Justice un fonctionnement moderne et à long terme.
Je me dois de dire que le fait de faire de la sécurité une priorité sur papier ne suffira pas. C'est pourquoi je demande des moyens à la hauteur de la gravité de la situation sur le terrain. Il ne s'agit pas ici de ma position personnelle, je suis aussi la voix de toutes les personnes qui sont actives dans le monde de la justice, et j'ose espérer que vous me soutiendrez dans ces démarches.
Je suis prête à offrir un miroir aux personnes qui s'insurgent publiquement contre l'augmentation de la violence et des récits qui nous reviennent chaque semaine à ce sujet mais qui font la sourde oreille lorsqu'il est question de moyens supplémentaires. Ne le faites pas pour la ministre de la Justice mais bien pour la sécurité des citoyens de notre pays.
Sarah Schlitz:
Merci pour vos mots forts, madame la ministre. Vous avez raison et je pense qu'aujourd'hui, chaque citoyen qui est confronté à la justice, concrètement, se demande où elle est. Quand on voit l'état de délabrement des bâtiments, quand on voit les délais d'attente auxquels les gens sont confrontés, ce n'est pas digne d'un État comme le nôtre.
Et je pense que vous me rejoindrez, quand on parle de choix politiques réalistes, investir dans la justice et faire en sorte que ceux qui en ont les moyens contribuent davantage qu'aujourd'hui au budget de l'État, c'est cela qui est réaliste. On ne peut pas continuer à avoir une situation pareille en termes de traitement de la justice. C'est cela qui est irréaliste. Et donc vous dites avoir du soutien, en effet on l'entend chaque semaine.
Ce n’est évidemment pas la même chose d'avoir une posture en plénière devant les caméras car on sait parfois que cela peut être différent dans les intercabinets. J'espère donc que chaque collègue présent ici en commission ou qui, chaque semaine, interpelle sur le sous-financement de la justice, plaide également auprès de son parti pour que des budgets soient débloqués pour la justice, pour les bâtiments, pour les magistrats et qu’ils ne permettent pas un saut d'index des pensions des magistrats ou une réduction des budgets alloués aux personnels de la justice, qui peine déjà aujourd'hui à recruter. Je vous souhaite beaucoup de succès dans cette négociation – qu'on espère finale –, madame la ministre.
Voorzitter:
Les questions n° 56008728C, n° 56008742C et n° 56008743C de M. Paul Van Tigchelt sont reportées.
Je vais profiter de ce moment pour vous faire un point sur les questions qui ont été transformées en questions écrites. Les personnes qui sont encore présentes peuvent ainsi écouter si je me trompe ou si j'ai oublié quelque chose et le cabinet en est informé également.
La question n° 56008814C de Mme Marie Meunier est reportée.
La question n° 56008847C de M. Alexander Van Hoecke est transformée en question écrite.
La question n° 56008892C de Mme Kristien Van Vaerenbergh est transformée en question écrite.
La question n° 56008904C de M. François De Smet est transformée en question écrite.
Les questions jointes n° 56008970C de M. Patrick Prévot et n° 56009421C de M. Pierre Jadoul sont reportées.
Les questions n° 56009038C de M. Alexander Van Hoecke et n° 56009052C de M. Anthony Dufrane sont reportées.
La question n° 56009098C de M. Sam Van Rooy est transformée en question écrite.
La question n° 56009123C de Mme Sophie De Wit est transformée en question écrite.
L'interpellation n° 56000150I de M. Alexander Van Hoecke et les questions jointes n° 56009203C de M. Jeroen Bergers et n° 56009215C de Mme Sophie De Wit sont reportées.
Les questions n° 56009154C et n° 56009157C de M. Stefaan Van Hecke sont reportées.
Les questions n° 56009298C de Mme Kristien Van Vaerenbergh et n° 56009310C de M. Alexander Van Hoecke sont transformées en questions écrites.
La question n° 56009348C de Mme Sophie De Wit est transformée en question écrite.
La question n° 56009398C de M. Alexander Van Hoecke est transformée en question écrite.
Sophie De Wit:
Mijnheer de voorzitter, mag ik even iets vragen? Ik weet wel dat de minister langer wil blijven vandaag en dat wordt zeer gewaardeerd. Maar ik heb vanavond nog vier oudercontacten, dus ik kan spijtig genoeg maar tot 18.30 uur blijven. Normaal gezien is er voor morgenmiddag nog een vragensessie gepland. Is het de bedoeling dat die nog doorgaat, ja of neen?
Dat is natuurlijk wel belangrijk. Als ik moet wachten tot na het reces en daar de minister naar ik begrepen heb in de week daarna niet kan komen, heb ik er belang bij de vragen die ik vandaag niet meer kan stellen om te zetten in schriftelijke vragen.
Ik vraag het dus even. Is er voor morgen nog een sessie gepland, of niet? Ik ging daarvan uit, omdat het zo in de agenda stond. Maar ik weet niet of het nog de bedoeling is?
Voorzitter:
Une séance de questions orales est effectivement prévue demain. Si nous épuisons l'agenda d'aujourd'hui et que seules quelques questions se trouvent reportées, nous pourrions ne pas avoir de séance de questions demain.
À l'inverse, s'il reste 20 questions à l'issue de la réunion ce soir, la séance de demain sera maintenue. Les questions transformées en questions écrites le restent.
Sophie De Wit:
Ik moet naar een oudercontact. Ik zal er dus geen zicht op hebben hoe ver we zijn geraakt. Ik zou het liefst morgen de vragen komen stellen die ik alleen heb ingediend. Of zet ik die om in schriftelijke vragen? Ik heb er meer baat mee om snel een antwoord te krijgen dan dat ik nog drie weken moet verwijzen naar een schriftelijke vraag die ik zou hebben ingediend. Kan ik dat straks nog laten weten? Ik probeer gewoon pragmatisch te zijn. Ik begrijp het helemaal als u voor twee vragen geen vergadering wil organiseren.
Voorzitter:
Aujourd’hui on a prévu de continuer jusqu’à un peu après 19 heures. Je ne sais pas où on en sera à ce moment-là. A priori, une séance de questions orales est prévue demain, sauf s’il ne restait que peu de questions. Imaginons qu’il ne reste que peu de questions demain et que certaines des vôtres en fassent partie, on pourra encore demander à ce moment-là qu’elles soient transformées en questions écrites.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, als ik de vragen die ik alleen heb ingediend, omzet in schriftelijke vragen, wanneer kan ik dan het antwoord verwachten? Is dat volgens de normale termijn voor schriftelijke vragen? Volgende week?
Voorzitter:
Oui, la semaine prochaine.
Sophie De Wit:
Dan zal ik straks bij u komen om de vragen die ik alleen heb ingediend en die ik niet heb kunnen stellen, om te zetten in schriftelijke vragen, mijnheer de voorzitter. Dan maak ik het niet te ingewikkeld. Ik kan mij voorstellen dat de minister hoopt om morgenmiddag niet te hoeven terug te komen voor enkele vragen.
Voorzitter:
Je vous remercie tous d’avoir fait preuve de volonté en transformant certaines questions en questions écrites. Je propose qu’on continue avec l’ordre du jour tel qu’il est prévu .
De 100 voorstellen voor meer veiligheid en rechtvaardigheid in onze samenleving
De noodkreet van de magistratuur
De noden van de justitie
Honderd concrete voorstellen voor justitie
Verbetering van veiligheid en rechtvaardigheid in justitie en samenleving
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De magistraten en medewerkers van Antwerpen/Limburg waarschuwen met 100 concrete voorstellen ("Vijf voor Twaalf") voor de onhoudbare crisis in Justitie (personeelstekort, verouderde infrastructuur, digitale achterstand, veiligheidsrisico’s en werkdruk), terwijl minister Verlinden haar hefboomplan (investeringen in gebouwen, digitalisering, aantrekkelijkere jobs) bevestigt, maar concrete middelen en timing ontbreken: ze vraagt 1 miljard extra (500 mln voor infrastructuur, 500 mln voor operationele verbeteringen), maar of dit daadwerkelijk is gevraagd tijdens de begrotingsonderhandelingen blijft onbeantwoord. Kernpunten uit de reacties: - Digitalisering (traag, ondanks AI- en dossierplannen) en veiligheid (scanners, camera’s) blijven acute knelpunten, net als de oprichting van een gespecialiseerd haventeam (45 VTE) tegen georganiseerde misdaad. - Magistraten eisen snellere werving, reservepools en betere arbeidsomstandigheden om burn-out en uitstroom te keren, maar Verlinden wijst vooral naar toekomstige voorontwerpen (loonsverhogingen, autonomie rechterlijke macht) en taskforces—zonder directe garanties. - Parlementariërs (Dillen, De Wit, Yzermans) betwijfelen de urgentie: ondanks "goede wil" en werkgroepen ontbreken meetbare resultaten, terwijl het Rekenhof eerdere beloftes al vernietigend beoordeelde. Eis: transparante updates en structurele miljardeninvesteringen, vergelijkbaar met buitenlandse veiligheidsbudgetten.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, Vijf Voor Twaalf , met die titel hebben de korpsoversten en de zetel van het openbaar ministerie van Antwerpen en Limburg 100 voorstellen geformuleerd voor meer veiligheid en rechtvaardigheid in onze samenleving. Het betreft stuk voor stuk voorstellen om een antwoord te kunnen bieden aan de alarmerende toestand waarin Justitie zich bevindt.
De problemen, mevrouw de minister, zijn al zeer lang bekend. De steeds toenemende werklast, het personeelstekort en de slechte staat van de gebouwen zijn slechts enkele voorbeelden van een zeer schrijnende situatie, die zelfs onhoudbaar is geworden. U hebt enige tijd geleden een zogenaamd hefboomplan aangekondigd, dat investeringen in het verouderde gebouwenpark, de veiligheid van het personeel en de aantrekkelijkheid van de job omvat. Dat is absoluut onvoldoende. De korpsoversten van de zetel en het openbaar ministerie hebben inmiddels zelf een grondig uitgewerkt initiatief genomen met het oog op de verbetering van de alarmerende toestand.
Wat is uw antwoord op de honderd concrete en realistische voorstellen? Welke initiatieven zult u bij hoogdringendheid nemen om die voorstellen in de praktijk om te zetten?
Om die voorstellen te kunnen realiseren, zijn bovendien aanzienlijke bijkomende middelen absoluut noodzakelijk. Mevrouw de minister, het is de plicht van de regering zwaar bijkomend te investeren in Justitie om de schrijnende en onhoudbare situatie recht te trekken in het belang van onze binnenlandse veiligheid en van een sterke rechtsstaat.
U hebt begin september aangekondigd dat u in het kader van de begrotingsbesprekingen 1 miljard euro extra zal vragen: een half miljard voor gebouwen en een half miljard om Justitie beter te doen functioneren. Nu de begrotingsbesprekingen volop bezig zijn, kunt u bevestigen dat u het bijkomende bedrag van 1 miljard euro ook werkelijk hebt gevraagd? Zo niet, hoeveel bijkomende middelen hebt u dan wel effectief gevraagd?
Wat is de stand van zaken betreffende de uitvoering van het aangekondigde hefboomplan?
Sophie De Wit:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Geachte minister,
Woensdag kwamen 450 magistraten en medewerkers in Antwerpen en Limburg op straat. Ze spraken van “vijf voor twaalf” voor justitie en stelden zelf 100 concrete voorstellen voor, gaande van snellere invulling van vacatures en de oprichting van een reservepool, over een betere digitale omslag en de strijd tegen de georganiseerde misdaad in de Antwerpse haven, tot maatregelen rond welzijn van personeel en de veiligheid in gerechtsgebouwen.
Hun signaal kan niet genegeerd worden. Los van de structurele investeringsplannen, waar ik u schriftelijk zal over bevragen, wens ik hier in te gaan op enkele concrete prioriteiten die zij zelf naar voren schuiven.
Mijn vragen zijn de volgende:
1. Hoe beoordeelt u de vraag van de magistratuur om sneller vacatures in te vullen en zelfs een reservepool te voorzien, zodat tijdelijke uitval niet meteen leidt tot stilgevallen dossiers?
2. Waarom blijft de digitalisering bij justitie zo achter, terwijl de 100 voorstellen expliciet vragen om een digitale omslag met directe toegang tot digitale dossiers en inzet van AI, en hoe garandeert u dat dit eindelijk een topprioriteit wordt?
3. Bent u bereid de vraag van het parket van Antwerpen om een gespecialiseerd haventeam van 45 voltijdsequivalenten, inclusief een havenprocureur, in te willigen, en zo ja, tegen wanneer?
4. Welke maatregelen plant u om het beroep van magistraat en griffier aantrekkelijker te maken en burn-out en uitstroom tegen te gaan, zoals door de magistratuur gesuggereerd?
5. Welke acties plant u op korte termijn om de veiligheid van personeel en bezoekers in onze gerechtsgebouwen te verzekeren, bijvoorbeeld door camera’s, badges en alarmknoppen te voorzien zoals gevraagd in de voorstellen?
Dank voor uw antwoorden.
Alain Yzermans:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Recent hebben magistraten en medewerkers in Antwerpen en Limburg hun zorgen geuit over de onhoudbare situatie binnen de justitie. 450 mensen uit justitie deden mee aan het protest. Ze presenteerden 100 concrete voorstellen om de efficiëntie en veiligheid binnen het rechtssysteem te verbeteren. Deze voorstellen zijn een dringend signaal dat niet onder de mat mag worden geveegd. De alarmerende toestand inzake personeelstekorten, de verouderde gebouwen en de toenemende werkdruk vraagt om pertinente oplossingen. De tijd dringt!
Vragen aan de minister:
1. Neemt u deze 100 voorstellen van de magistraten en medewerkers serieus en welke concrete stappen zult u ondernemen om deze naar behoren in te voeren?
2. Wat zijn de specifieke maatregelen die u zult nemen om de werklast en het personeelstekort in de justitie aan te pakken, en hoe zult u de aantrekkelijkheid van de functies binnen justitie vergroten?
3. Kunt u een update geven over de uitvoering van het eerder aangekondigde 'hefboomplan' en de bijbehorende investeringen in de infrastructuur , veiligheid van gerechtsgebouwen en een digitale transitie ? Welke middelen worden hiervoor vrijgemaakt?
Annelies Verlinden:
Op 1 oktober ging ik graag naar het Vlinderpaleis om daar de 100 voorstellen van de medewerkers van de ressorten van Antwerpen en Limburg voor meer veiligheid en meer rechtvaardigheid in ontvangst te nemen. Ik heb die voorstellen ook met hen besproken. Ik begrijp hun bezorgdheden en ik zoek samen met hen naar concrete oplossingen om aan hun noden tegemoet te komen. Ik heb trouwens de 100 voorstellen al aan het College van de hoven en rechtbanken en aan het openbaar ministerie bezorgd, zodat zij mij hun standpunt over de voorstellen en de concrete uitwerking ervan kunnen formuleren.
In het kader van het hefboomplan werd al in middelen voorzien voor IDP Veiligheid en werden initiatieven uitgewerkt om de rechterlijke orde op diverse vlakken te versterken, de aantrekkelijkheid van het beroep te verhogen, onder meer met maaltijdcheques en een thuiswerkvergoeding, en ook om de eerste stappen te zetten naar veiligere, modernere en efficiëntere gerechtsgebouwen, die ernstig lijden onder een jarenlange structurele onderfinanciering.
De huidige budgetten volstaan weliswaar niet om alle noden bij de rechterlijke orde te lenigen. Zonder extra middelen kan een kwaliteitsvolle dagelijkse werking van justitie niet worden gegarandeerd, laat staan dat de ambitieuze doelstellingen uit het regeerakkoord kunnen worden gerealiseerd. U sprak daarnet nog over de slachtofferapplicatie, mevrouw De Wit. Voor dat soort initiatieven zijn uiteraard ook middelen nodig.
Intussen heb ik ook al een eerste voorontwerp klaar om het hefboomplan te implementeren. Dat voorontwerp is opgebouwd rond twee grote delen en zal aan de ministerraad kunnen worden voorgelegd.
Het eerste deel is van pecuniaire aard. Gezien de terugkerende wervingsproblemen bij de rechterlijke orde voorzien we in verschillende herwaarderingen om het ambt aantrekkelijker te maken, zoals de verhoging van de taaltoelage, de verhoging van de maximumervaring in de privésector die in aanmerking komt voor het bepalen van de anciënniteit van de magistraat, en de toekenning van maaltijdcheques.
Het tweede deel is veeleer van organisatorische aard. In het kader van het verzelfstandigd beheer zorgt het voorontwerp ervoor dat de rechterlijke macht opnieuw meer mogelijkheden krijgt om autonoom en zelfstandig te beslissen over de eigen organisatie. Ik denk bijvoorbeeld aan de opheffing van het wettelijk verbod om zittingsplaatsen van afdelingen van de politierechtbank te schrappen.
Het eerste voorontwerp ligt ter advies bij de IF en de colleges van de rechterlijke orde. Ook de vier taskforces inzake gebouwen, veiligheid, mensen en middelen en de aantrekkelijkheid van de functies worden na instemming met het hefboomplan voortgezet, in overleg met de rechterlijke organisatie.
Om de specifieke nood op het terrein te detecteren en te bespreken, worden per arrondissement werkgroepen opgericht met vertegenwoordigers van de rechterlijke orde en de dienst Building & Facilities van de FOD. Ook de Regie der Gebouwen, een essentiële partner in het proces, heeft hierin uiteraard een belangrijke rol.
Er wordt voortgewerkt aan de rationalisering van het gebouwenpark. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de beveiliging van de gebouwen, met prioriteit voor de installatie van scanstraten, brandveiligheid en de verdere professionalisering van de bewaking. Tevens wordt bijzondere aandacht besteed aan de toegankelijkheid en het efficiënter gebruik van de gebouwen. Ook daarvoor is in de nodige middelen voorzien op de interdepartementale provisie (IDP) Veiligheid.
Een ander knelpunt in het organisatiebeheer bij de rechterlijke orde (RO) zijn de trage en complexe budgettaire werkprocessen, die de uitvoering bemoeilijken. Daarom is aan de FOD Justitie gevraagd een actieplan uit te werken om die processen, waar mogelijk, te optimaliseren. Voldoende kennisoverdracht en transparantie ten opzichte van de RO zijn daarbij wezenlijk. Er zijn al werkgroepen opgestart en de eerste resultaten daarvan worden tegen het einde van dit jaar verwacht.
Ook de verdere digitalisering blijft een belangrijke werf om efficiëntiewinsten te realiseren bij Justitie. Deze legislatuur wordt gefocust op de projecten die de kernprocessen digitaliseren, en op administratieve vereenvoudiging om zo de administratieve werklast bij het personeel te verkleinen en de interacties met Justitie maximaal digitaal te laten verlopen.
Zo werken we in het kader van het digitaal dossier verder aan de digitale inzage en de digitale indiening via Just-on-web. We ontlasten deels de ondernemingsrechtbanken door de wijzigingen en de stopzettingen van ondernemingen via onderhandse akte volledig te digitaliseren. Om het aantal verplaatsingen te verkleinen en de zittingsagenda efficiënter te laten verlopen, zetten we verder in op de digitale organisatie van zittingen met respect voor de rechten van partijen.
Tot slot onderzoeken we de inzet van artificiële intelligentie, weliswaar met grote aandacht voor ethisch verantwoord gebruik, zodat de fundamenten van onze rechtsstaat met rechtspraak op mensenmaat te allen tijde overeind blijven.
Collega’s, justitie draait om mensen. De uitdagingen zijn reëel, maar de ambitie is duidelijk. We moeten blijven investeren in Justitie, zowel in mensen als in middelen, om justitie duurzaam, modern en toegankelijk te maken. Ik waak erover dat de hervormingen niet op papier blijven, maar op het terrein voelbaar worden voor de magistraten, de medewerkers en voor elke inwoner en onderneming die in ons land recht zoekt.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dat u graag naar het Vlinderpaleis ging om de 100 voorstellen in ontvangst te nemen, daar twijfelt niemand aan, maar het mag niet blijven bij het in ontvangst nemen. U zegt dat er voor het hefboomplan nu een voorontwerp is. Dat zal begin volgend jaar, neem ik aan, hier in deze commissie hopelijk behandeld kunnen worden.
Voor het overige, mevrouw de minister, zijn er veel aankondigingen. Ik zal niet alles herhalen, maar bijvoorbeeld op het vlak van de digitalisering loopt er bijzonder veel mis. Vorige vrijdag heeft deze commissie het Vlinderpaleis bezocht. We hebben daar uitvoerige toelichtingen gekregen, onder andere over digitalisering. Nu hebben de magistraten opnieuw aan de alarmbel getrokken en gezegd dat het zo niet langer kan, met het huidige materiaal.
Ik ben ook zo vrij nog eens te verwijzen naar het vernietigende verslag van het Rekenhof. Weinig of niets van de aanbevelingen is in de praktijk is omgezet.
Mevrouw de minister, er zijn veel aankondigingen, maar op een essentiële vraag heb ik geen antwoord gekregen, namelijk over de middelen. U vraagt 1 miljard meer. U kent mijn standpunt daarover. Als er 4 miljard vrijgemaakt kan worden voor buitenlandse veiligheid, dan verdienen ook justitie en binnenlandse veiligheid bijkomende miljarden. Ik heb echter geen antwoord gekregen op mijn vraag wat u op tafel hebt gelegd in het kader van de begrotingsbesprekingen.
Sophie De Wit:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. We zijn inderdaad vorige week met de commissie op bezoek gegaan. Dat was interessant – ik druk mij eufemistisch uit –, maar we hebben ook een aantal zaken gezien die dringend moeten gebeuren. Ik ben me ervan bewust dat de uitdagingen waar u op dat vlak voor staat bijzonder groot zijn.
We hebben vastgesteld dat er, ondanks de moeilijke werkomstandigheden, zeer veel engagement is van de mensen op het terrein. Dat is belangrijk, maar natuurlijk niet voldoende. U hebt het over taskforces en werkgroepen, mevrouw de minister. Ik vind dat goed, maar vanuit dit Parlement hebben we weinig zicht op wat daar gebeurt. Ik weet niet of het mogelijk is – we kunnen er wel elke keer naar vragen – om af en toe aan deze Kamercommissie een stand van zaken te geven van het werk in de taskforces, zodat wij met interesse kunnen volgen wat er gebeurt en wat er op de planning staat. Ik denk dat dat bijzonder handig zal zijn. Voor het overige kijk ik uit naar uw plannen en de momenten waarop u daarmee naar deze commissie zult komen.
We volgen dit zeker verder op.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik sluit mij aan bij de oproepen van de andere vraagstellers. De commissievergadering was heel erg interessant, alsook de rondleiding, waarbij we hebben vastgesteld dat soms twee tot drie repetitieve handelingen worden uitgevoerd bij het kopiëren van documenten. Men gelooft in de digitalisering. Er is geen onwil, niet ten aanzien van Justitie en ook niet ten aanzien van de minister. Dat is althans mijn aanvoelen. Men roeit met de riemen die men heeft, maar men vraagt wel fundamentele ingrepen.
Ook schrijnend in een dergelijk modern gebouw is dat bepaalde signalisatie nog verwijst naar toestanden van jaren geleden. Een globale aanpak, of misschien een soort van patrimoniumplan per gebouw, kan in dat verband soelaas bieden.
Ik denk dat ook een gedeeltelijke decentralisering een oplossing kan bieden. Dat zal niet eenvoudig zijn ten aanzien van de Regie der Gebouwen, maar het zou nuttig kunnen zijn om per gerechtsgebouw of gerechtshof een klein budget uit te trekken waarover de magistraten vrij kunnen beschikken voor een aantal elementaire kosten, of inkomsten die ze kunnen aanwenden voor kleine aanpassingen. Dat zou al een enorme stap zijn in het aangenamer en toegankelijker maken van die gebouwen.
Het zijn oefeningen die wij moeten blijven doen en die u ook doet, zoals wij daarnet hebben gehoord. Een regelmatige terugkoppeling en feedback op het terrein, zoals wij hebben afgesproken met de commissie voor Justitie ter plaatse, kan blijvende aandacht schenken aan een langetermijnoplossing voor het dossier.
Voorzitter:
La question n° 56008847C de M. Alexander Van Hoecke a été transformée en question écrite.
De noodkreet van de gevangenisdirecteurs en het standpunt van de directeur-generaal Gevangeniswezen
Overbevolkte gevangenissen en de verantwoordelijkheid van andere departementen dan de FOD Justitie
Collectieve genade
Gevangenisproblematiek, overbevolking en beleidsverantwoordelijkheid
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt de onzhoudbare overbevolking in gevangenissen (13.325 gedetineerden + 466 grondslapers) en wijst collectieve genade af als structurele oplossing, maar onderzoekt alle opties—inclusief kortetermijnmaatregelen zoals capaciteitsuitbreiding (255 extra plaatsen, behoud oude gevangenissen) en versnelde terugkeer van illegale gedetineerden (150–170 dossiers/maand). Taskforces met andere ministers richten zich op bouwprojecten (350 plaatsen in detentiehuizen, modulaire units) en zorgtrajecten voor geïnterneerden, maar succes hangt af van extra budgettaire middelen, waar Dillen (oppositie) op hamert als cruciale voorwaarde. De minister ontkent mediaberichten over haar plotselinge steun voor collectieve genade, maar erkent dat de noodwet onvoldoende is door instroom en stopgezette eerdere maatregelen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, op ongeziene wijze hebben de gevangenisdirecteurs de alarmbel geluid over de onhoudbare situatie binnen de gevangenissen, een onderwerp dat al herhaaldelijk in deze commissie aan bod is gekomen. Het was een ware noodkreet. De overbevolking bereikt ongeziene hoogtes en het aantal grondslapers is het hoogste ooit.
Dringende maatregelen zijn dus nodig. De directeur-generaal van het Gevangeniswezen stelt duidelijk: “De meest wettelijke oplossing die ik zie, is een of andere vorm van collectieve genade. Over de concrete invulling van die collectieve genade moet de regering beslissen. Die kan op maat gemaakt worden om ons de nodige zuurstof te geven en de noodwet haar werk te laten doen.” Hij vervolgt: “We kunnen ook kijken of we tijdelijk de pauzeknop moeten induwen voor de uitvoering van korte straffen tot drie jaar, maar dan maken we de wachtlijsten opnieuw langer.”
Wat is uw reactie, mevrouw de minister, op dat standpunt van de directeur-generaal? Zult u initiatieven nemen om daaraan tegemoet te komen?
Wat is ten tweede uw standpunt over de suggestie betreffende de uitvoering van korte straffen?
Ten derde, zult u andere initiatieven nemen om de wet aan te passen teneinde maatregelen te nemen?
Mevrouw de minister, u hebt erop gewezen dat u sinds uw aantreden in februari meteen actie hebt ondernomen en contact hebt opgenomen met andere beleidsdepartementen. Ik verwijs naar Asiel en Migratie, Volksgezondheid, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken. Uiteraard draagt de Regie der Gebouwen een grote verantwoordelijkheid.
Mevrouw de minister, kunt u per opgesomd beleidsdomein een gedetailleerd overzicht geven van de acties die werden ondernomen?
Ten tweede, wat was het standpunt van de betrokken ministers? Werden er toezeggingen gedaan om op structurele wijze een antwoord te bieden op de toenemende overbevolking?
Ten derde, indien er toezeggingen zijn gedaan, wat is de concrete timing daarvan?
Met uw permissie, mevrouw de minister, wil ik nog een andere vraag toevoegen.
Tijdens een plenaire vergadering hebt u duidelijk aangegeven geen voorstander te zijn van een collectieve genade. Uit mediaberichten blijkt echter dat u op de ministerraad van 3 oktober een gevoelige maatregel zoals voorgesteld door het gevangeniswezen hebt voorgelegd, namelijk die collectieve genade. Een dergelijke maatregel, mevrouw de minister, is niet bedoeld om structureel bij te dragen aan een duurzaam, legaal en veilig detentiebeleid. Dat was het standpunt dat u toen in de plenaire vergadering hebt ingenomen.
Mijn vraag is heel duidelijk: klopt die berichtgeving, ja of nee? Als de berichtgeving klopt, zult u dan ter zake een initiatief nemen?
Annelies Verlinden:
Collega, zoals ik op 2 oktober al toelichtte in de plenaire vergadering heb ik de noodkreet van de gevangenisdirecteurs en het personeel goed gehoord en dat niet sinds 1 oktober, maar wel al van bij mijn aantreden. De situatie in onze gevangenissen is inderdaad zorgwekkend en dat is al vele jaren het geval. De populatie liep maandag op tot 13.325 gedetineerden en 466 grondslapers. Die situatie is evident onhoudbaar voor zowel gedetineerden als gevangenispersoneel. Hierover had ik op 15 oktober nog een gesprek met de directeurs.
De noodwet heeft wel degelijk een impact. In totaal kregen al meer dan 600 veroordeelden 6 maanden voor strafeinde een voorlopige invrijheidstelling, van wie 280 vanuit detentie. Sinds de inwerkingtreding van de noodwet kregen zo’n 600 veroordeelden een elektronisch toezicht of een voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen door de SURB. Nog eens meer dan 800 veroordeelden gingen in strafonderbreking in afwachting van een beslissing van de SURB.
Dat is echter niet voldoende om de gevangenispopulatie te doen afnemen. De positieve effecten van een noodwet worden tenietgedaan door de stopzetting van de vorige noodmaatregelen, met name die van het verlengd penitentiair verlof en de opschorting van de korte straffen, maar ook door de grote instroom van beklaagden.
Wat betreft de vraag om een vorm van collectieve genade toe te kennen, verwijs ik naar mijn antwoord op vraag nr. 56009239C. (…) Mijn verontschuldigingen, ik ging ervan uit dat die vraag al was beantwoord, maar ik kom erop terug.
Om de overbevolking structureel aan te pakken, werden in samenwerking met de ministers bevoegd voor de Regie der Gebouwen, Volksgezondheid, Asiel en Migratie en Binnenlandse Zaken taskforces opgericht om een globaal plan van aanpak uit te werken. In deze plannen krijgt de capaciteitsuitbreiding maximale prioriteit. De bouw van bijkomende capaciteit is vaak een werk van lange adem en daarom zetten we ook in op projecten op korte en middellange termijn. Op korte termijn voorzien we een capaciteitsuitbreiding door de oude gevangenissen van Sint-Gillis en Antwerpen langer open te houden en door de bestaande capaciteit verder uit te breiden. Zo voorzien we in totaal meer dan 255 bijkomende plaatsen in de DBFM-gevangenissen en in de oude gevangenissen van Sint-Gillis en Dendermonde.
Om op middellange termijn in bijkomende capaciteit te voorzien, voert de Regie der Gebouwen een haalbaarheidsstudie uit om na te gaan op welke terreinen van bestaande gevangenissen en FPC's modulaire units kunnen worden geplaatst. Ook voor de vergunningsproblematiek wordt in samenwerking met de deelstaten naar een oplossing gezocht.
Uiteraard zetten we ook de projecten van kleinschalige detentie verder. De komende drie jaar voorzien we in meer dan 350 bijkomende plaatsen in detentiehuizen en transitiehuizen.
In samenwerking met minister Vandenbroucke werd een actieplan inzake internering uitgewerkt. Naast bijkomende capaciteit in de bestaande FPC's van Gent en Antwerpen via modulaire units, voorzien we ook in 180 bijkomende plaatsen in zorghuizen en medium- en lowsecurityinstellingen, zodat geïnterneerden vlotter kunnen doorstromen. Volksgezondheid voorziet tevens in 12 bijkomende FTE's, goed voor 120 extra zorgtrajecten voor geïnterneerden. Daarnaast operationaliseren we het beveiligd klinisch observatorium in Haren en creëren we in de gevangenis van Haren een behandel- en oriëntatiecentrum voor 60 geïnterneerden. Ook de zorgequipes op de afdeling tot bescherming van de maatschappij in onze gevangenissen zullen we verder versterken.
We nemen ook initiatieven om de terugkeer van de veroordeelden zonder recht op verblijf te bevorderen. Vandaag verblijven meer dan 4.000 gedetineerden zonder wettig verblijf in ons land. De FOD Justitie zal de dienst, bevoegd voor de tussenstaatse overbrenging, met 7 versterken. In afwachting van deze aanwerving zullen interne medewerkers naar deze dienst worden gedetacheerd. Dit moet het aantal dossiers fors doen stijgen.
Daarbij gaat onze eerste focus naar de Nederlandse veroordeelden. Daarnaast zal het aantal dossiers inzake terugkeer aanzienlijk worden verhoogd naar ongeveer 150 tot 170 per maand. Om dat te realiseren, zal de DVZ extra terugkeercoaches in de gevangenissen inzetten en zal de capaciteit van de escorteurs worden verhoogd, wat zal leiden tot de inzet van de federale politie. Om deze plannen te kunnen uitvoeren, heb ik een oproep gelanceerd om de nodige middelen te voorzien en de IDP over de bevolking recurrent te voorzien in de komende jaren.
Wat betreft uw vraag over de voorstellen voor collectieve genade, daar heb ik al een antwoord op gegeven. Dat is vooralsnog niet het standpunt van de arizonaregering. Ik heb dat ook niet voorgesteld op de ministerraad. Ik heb daar alleen gezegd dat de gevangenisdirecteurs en het gevangenispersoneel zelf met dat voorstel waren gekomen, om vervolgens in de regering af te toetsen wie voorstander zou zijn van dat voorstel.
Ik heb daarbij gepreciseerd dat de genademaatregel is opgezet als een individuele maatregel om tegemoet te komen aan specifieke contextuele factoren in een individueel dossier. Het is dus niet bedoeld als een generieke maatregel die op structurele wijze de overbevolking kan remediëren. We onderzoeken daarnaast uiteraard alle mogelijke oplossingen in het kader van de overbevolking en schuwen daarbij geen uitkomsten. Ik gaf u daarbij eerder de actuele status van het dossier aan.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de mediaberichten waren duidelijk fout, u was dus niet van de ene dag op de andere van standpunt veranderd, wat mij plezier doet. Genade zal niet als een structurele maatregel worden ingevoerd. U hebt een heel overzicht gegeven. Ik zal u steunen in uw oproep om meer middelen. Ik heb dat vandaag al in verschillende andere dossiers benadrukt. U verdient veel meer middelen voor Justitie. Alles wat u aankondigt, valt of staat echter met die bijkomende middelen, die u zeer dringend nodig hebt. Ik heb daarstraks geen antwoord gekregen op mijn vraag hoeveel u gevraagd hebt. Ik hoop in elk geval dat u van de regering steun krijgt, veel meer dan er vandaag voorzien is, om ervoor te zorgen dat Justitie en veiligheid terug op de rails komen.
Het belang van communicatie binnen Justitie
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Verlinden bevestigt dat Justitie dringend een professioneler, overkoepelend communicatiebeleid nodig heeft om vertrouwen te herstellen en juridische beslissingen maatschappelijk te vertalen, met concrete plannen voor wettelijke verankering van perswoordvoerders en een handelingskader in 2026. Dillen benadrukt de overbelasting van persmagistraten en dringt aan op snelle middelen en statuutaanpassingen, terwijl de minister al opleidingen en structurele aanpassingen (zoals gedeeld beroepsgeheim) aankondigt om de communicatie te optimaliseren.
Marijke Dillen:
ik verwijs naar de ingediende vraag.
Justitie dient meer, gerichter en assertiever te communiceren. Communicatie binnen Justitie is bijzonder belangrijk. Dit zorgt voor openbaarheid wat een garantie kan zijn op een goede rechtspraak. Een uitgewerkt algemeen communicatiebeleid dat focust op het direct breed communiceren richting de maatschappij is belangrijk.
Dit vergt een betere ondersteuning. De middelen zijn vandaag helaas beperkt. Een Persmagistraat dient vandaag deze functie uit te oefenen bovenop het gewone werk, wat uiteraard de werklast voor de betrokken magistraat aanzienlijk verzwaard. De communicatie dient wettelijk te worden verankerd. Het is belangrijk om aan een perswoordvoerder een afzonderlijk statuut te geven.
Wat is hier het standpunt van de minister?
Is de minister bereid hiertoe de nodige initiatieven te nemen en hieraan gekoppeld middelen vrij te maken?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, justitie moet op een heldere en menselijke manier communiceren. Dat is essentieel om het vertrouwen van de burger in justitie te versterken en de werking van justitie beter te laten begrijpen.
De voorbije maanden hebben opnieuw enkele vonnissen het maatschappelijk debat beroerd. Dat toont aan dat juridische taal en beslissingen soms nood hebben aan een maatschappelijke vertaling. De voorbije jaren werden al belangrijke stappen gezet in de professionalisering van de communicatie van het parket en van onze hoven en rechtbanken, maar er blijft nood aan een overkoepelend communicatiebeleid.
Zoals u binnenkort zult vernemen bij de presentatie van de beleidsnota voor volgend jaar, willen we in 2026 verder inzetten op de professionalisering van de communicatiestrategie binnen justitie. In dat kader stimuleren we de implementatie van een handelingskader voor pers- en maatschappijgerichte communicatie. Over dat kader lopen momenteel gesprekken tussen mijn kabinet en de betrokken steundiensten.
Vandaag zijn er naast magistraten die binnen hun rechtsmacht zijn aangewezen als magistraat-perswoordvoerder, ook professionele woordvoerders en communicatieattachés actief bij de parketten, hoven en rechtbanken en in de steundiensten. We willen de rol van deze persattachés en -magistraten wettelijk verankeren en onderzoeken hoe het wetgevend kader rond het gedeeld beroepsgeheim kan worden aangepast om de informatiedoorstroming binnen het OM en de hoven en rechtbanken te verbeteren.
Zo kan de communicatie over mediagevoelige en maatschappelijk relevante vonnissen beter worden voorbereid. De communicatoren binnen justitie kunnen vandaag al een beroep doen op een uitgebreid opleidingsaanbod dat door het IGO wordt georganiseerd. We bekijken met het IGO hoe het luik communicatie verder kan worden verankerd binnen de basisopleiding voor magistraten. Een efficiënt communicatiebeleid vereist immers dat iedereen binnen justitie het belang inziet van duidelijke en heldere communicatie. Zo bouwen we stap voor stap aan een professionele en moderne communicatiestructuur binnen justitie, in lijn met de verwachtingen van de hele samenleving.
Bij deze gelegenheid wil ik ook even de tolken en de diensten danken voor hun volgehouden inspanning en hun snelle schakelen. Dat is bijzonder gewaardeerd.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, u hebt aangekondigd dat over dit dossier een en ander zal worden teruggevonden bij de bespreking van de beleidsnota. Hopelijk zal dat snel zijn, want de professionalisering van de communicatie is belangrijk. Een van de klachten vorige vrijdag was immers dat de persmagistraat de functie van woordvoerder moet uitoefenen naast zijn gewone taken, wat natuurlijk een aanzienlijke verzwaring van de werklast kan betekenen. Ik ben dan ook benieuwd naar de voorstellen die u zult formuleren. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 19.37 uur. La réunion publique de commission est levée à 19 h 37.
De aanhoudende betaalachterstand voor gerechtstolken en -vertalers
De betaalachterstand bij Justitie voor vertalers en tolken
De achterstand in de betaling van gerechtstolken in Brussel
De betaling van vertalers-tolken
Financiële achterstanden bij betaling van gerechtstolken en -vertalers
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Justitie kampt met structurele, historisch hoge betaalachterstanden bij gerechtstolken en vertalers (gemiddeld 47 dagen vertraging, vroeger 19 dagen), wat leidt tot financiële nood bij tolken, uitgestelde rechtszaken (bv. Brussel-zaak na 5 jaar wachten) en risico op afhaken van tolken. Minister Verlinden wijt dit aan personeelstekort, verouderde systemen en complexe budgetprocedures, belooft extra administratief personeel, digitalisering (Justinvoice) en overleg met Financiën voor btw-uitstel, maar concrete resultaten blijven uit. Kritiekpunten zijn gebrek aan urgente oplossingen, ontbrekende cijfers over omvang (bv. migratie-impact op tolkvragen) en slechte werkomstandigheden (lage tarieven, gebrekkige infrastructuur). Een motie eist budgetverhoging, tariefherziening, betere werkomstandigheden en een geautomatiseerd betaalplatform.
Voorzitter:
Mevrouw Dillen, kunt u uw interpellatie en vraag in één enkele tussenkomst behandelen?
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de betaalachterstand bij Justitie heeft een nieuw dieptepunt bereikt. In de media konden we lezen dat een 79-jarige Limburgse gerechtstolk maanden moest wachten op een betaling van 50.000 euro. De btw-administratie hield daar echter geen rekening mee, verleende geen uitstel van betaling en stuurde zelfs een gerechtsdeurwaarder.
Alsmaar meer vertalers en tolken klagen over structurele betaalachterstanden. Verschillende tolken, mevrouw de minister, staat het water aan de lippen. Omdat Justitie haar facturen niet tijdig betaalt, kampen ze zelf met moeilijkheden om hun eigen rekeningen te betalen.
Het probleem is niet nieuw, dat weten we allemaal, maar het is blijkbaar nog nooit zo erg geweest. Mevrouw de minister, dit is een regelrechte schande, Justitie onwaardig. Van de door u al lang beloofde wegwerking van deze betaalachterstand is blijkbaar nog niets gerealiseerd.
Justitie heeft duidelijk structurele problemen met de administratieve verwerking, waardoor de achterstand niet wordt weggewerkt, maar integendeel blijft toenemen. Vakbonden en belangenorganisaties luiden opnieuw de alarmbel. Ze vrezen dat tolken en vertalers zullen afhaken, waardoor rechtszaken in gevaar komen.
Iedereen is het er immers over eens dat de rol van tolken cruciaal is voor een goed verloop van een rechtszaak. Het gaat bovendien om een absoluut gebrek aan respect tegenover de vertalers en tolken, die vaak op onregelmatige uren en onder moeilijke omstandigheden hun werk doen.
U hebt al herhaaldelijk aangekondigd dat de facturen tijdig zouden worden betaald, maar in de praktijk blijkt dat nog altijd niet het geval te zijn.
Ten eerste, wat zijn de oorzaken daarvan? Kunt u mij vervolgens bevestigen hoeveel achterstallige betalingen er momenteel openstaan en hoe groot de vertraging is?
Ten derde, mevrouw de minister, heb ik nog een heel belangrijke vraag. Hebt u nu eindelijk overleg gehad met de minister van Financiën om uitstel van betaling van de btw te verkrijgen zolang Justitie de facturen zelf niet heeft betaald? Dat is het minimum dat u deze mensen verschuldigd bent.
Ten vierde, welke concrete initiatieven zult u nemen om deze onaanvaardbare problematiek eindelijk fundamenteel en ten gronde op te lossen, zodat vertalers en gerechtstolken in de toekomst uiterlijk op de vervaldag van hun facturen worden betaald?
Ten vijfde stel ik vast dat voornamelijk in correctionele zaken en voor de jeugdrechtbanken almaar meer een beroep moet worden gedaan op tolken, omdat verdachten het Nederlands niet machtig zijn. Erkent u deze situatie, mevrouw de minister, en erkent u ook dat dat het gevolg is van de enorme toename van tolk- en vertaalopdrachten door de aanhoudende massa-immigratie?
Hoe is ten slotte de concrete situatie bij andere beroepsgroepen waar Justitie regelmatig een beroep op doet, zoals de takeldiensten, slotenmakers enzovoort? Worden hun facturen nu eindelijk tijdig betaald of is er ook daar sprake van een betalingsachterstand?
Ik had, mijnheer de voorzitter, ook een specifieke vraag met betrekking tot de gerechtstolken in Brussel. Daarvoor verwijs ik naar mijn schriftelijke voorbereiding.
Ondanks alle mooie beloftes om gerechtstolken eindelijk tijdig te betalen, komt er maar geen einde aan de reeds lang aanslepende problematiek van het veel te laat betalen van de facturen van de gerechtstolken die een cruciale rol spelen bij de goede werking van de rechtbanken, in het bijzonder van de correctionele rechtbanken. Dit heeft ernstige gevolgen voor de rechtszoekende. Reeds lang waarschuwen belangenorganisaties en vakbonden voor het risico dat gerechtstolken en vertalers zullen afhaken waardoor rechtszaken in gevaar komen. Dit wordt helaas de harde realiteit. Een voorbeeld: 5 jaar nadat een Nederlandstalige kleuterjuf werd aangevallen, geslagen en belaagd door de ouders van een leerling krijgt ze eindelijk haar proces. De zaak moest voorkomen op woensdag 24 september jl. voor de Franstalige correctionele rechtbank. Maar op de zitting diende deze dame en haar raadsman te vernemen dat er geen tolk kwam omdat hij niet betaald wordt. Gevolg: zaak werd uitgesteld naar januari 2026. Dit is absoluut onaanvaardbaar, een goed werkende Justitie absoluut onwaardig. Het is de zoveelste smet op Justitie.
Is de minister op de hoogte van deze problematiek? Waarom kon er geen andere tolk worden opgeroepen om het slachtoffer bij te staan zodat de behandeling van het dossier toch kon doorgaan?
Kan de minister meer toelichting geven betreffende de omvang van deze problematiek bij de Nederlandstalige en Franstalige Rechtbanken te Brussel? Hebt u cijfers van het aantal dossiers dat hier door de afwezigheid van een gerechtstolk diende te worden uitgesteld?
De minister heeft al herhaaldelijk aangekondigd dat de facturen tijdig zouden worden betaald maar uit de praktijk blijkt dit niet het geval te zijn. Wat zijn hiervan de oorzaken specifiek wat de rechtbanken in Brussel betreft? Hoe groot is de omvang van de nog openstaande facturen hier en hoe groot is de vertraging?
Welke concrete initiatieven gaat de minister bij hoogdringendheid nemen om deze onaanvaardbare problematiek eindelijk fundamenteel op te lossen zodat de gerechtstolken en -vertalers in de toekomst uiterlijk op de vervaldag van de facturen worden betaald?
Paul Van Tigchelt:
Uit cijfers van de FOD Justitie blijkt dat in de eerste helft van dit jaar slechts 46 procent van de facturen van vertalers en tolken in strafzaken binnen de wettelijke termijn van 30 dagen werd betaald. Vorig jaar was dat nog 64 procent, twee jaar geleden zelfs 90 procent met een gemiddelde betalingstermijn van 19 dagen. Vandaag wachten gerechtstolken gemiddeld 47 dagen op hun geld, vaak nog langer.
In dit verband heb ik voor u volgende vragen:
Hoe verklaart u deze scherpe achteruitgang in de tijdige betalingen?
Welke maatregelen hebt u reeds genomen of bent u bereid te nemen om de achterstanden weg te werken en opnieuw de wettelijke termijn te respecteren?
Overweegt u een structurele hervorming van het betalingssysteem om dit probleem definitief op te lossen?
Hebt u enig idee of er hierdoor vertalers en tolken in financiële problemen komen? Zo ja, over hoeveel personen gaat dit en wat wil u daaraan doen?
Hoe wilt u het vertrouwen van vertalers en tolken herstellen die zich steeds meer miskend voelen?
Kristien Van Vaerenbergh:
Mijnheer de voorzitter, ik heb deze vraag ingediend naar aanleiding van het concrete geval van Brussel, waarbij een slachtoffer vijf jaar heeft gewacht voor haar zaak kon worden behandeld en zij op de dag zelf moest vaststellen dat de zaak niet kon worden gepleit omdat er geen tolk aanwezig was.
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de betalingsachterstand?
Geachte mevrouw minister,
Dat straffeloosheid niet de norm mag zijn binnen onze rechtsstaat, mag geen loze belofte blijven. De realiteit op het terrein toont helaas aan dat structurele problemen zoals juridische achterstand, administratieve traagheid en organisatorische tekorten blijven doorwegen met tastbare gevolgen voor slachtoffers en het vertrouwen in Justitie.
Recent werd dat nog maar eens pijnlijk duidelijk toen, ruim vijf jaar na de feiten, de zaak van een Nederlandstalig slachtoffer voor de Franstalige rechtbank in Brussel kon komen maar die uiteindelijk geen doorgang kon vinden omdat het slachtoffer niet kon worden bijgestaan door een beëdigd vertaler-tolk. Het is al langer dan vandaag bekend dat tolken vaak niet komen opdagen uit protest voor het feit dat Justitie achterloopt met de betalingen aan hun cruciale beroepsgroep.
Ik heb daarom volgende vragen voor u:
Welke stappen onderneemt u vandaag nog actief om de achterstand van betalingen door Justitie aan vertaler-tolken in te halen?
Hoeveel bedraagt de achterstand? Is er al significante vooruitgang geboekt? U heeft namelijk al eerder beloofd werk te maken van dergelijke juridische tekorten!
Kan u aangeven hoe groot de problematiek is bij de Nederlandstalige en Franstalige rechtbanken in Brussel? Heeft u cijfers m.b.t. het aantal zaken dat niet kon worden behandeld ten gevolge van afwezigheid van een tolk?
Welke structurele of anticiperende maatregelen neemt u om te vermijden dat gerechtelijke procedures in de toekomst nog worden stilgelegd door dit soort juridische tekorten?
Annelies Verlinden:
Collega's, bij mijn aanstelling als minister van Justitie trof ik een dramatische toestand aan betreffende de betaling van de gerechtskosten. De taxatiebureaus kampen met een nijpend personeelstekort, het werkproces is niet gedigitaliseerd en de tariefstructuur van de gerechtskosten is al jaren niet grondig herzien of vereenvoudigd. Dat alles heeft geleid tot een historische betalingsachterstand. Bovendien leiden de complexe budgettaire procedures en de beperkingen die verband houden met de begrotingscontrole soms tot een budgettekort, waardoor betalingen niet kunnen worden uitgevoerd.
Om die problemen het hoofd te bieden, heb ik mijn administratie gevraagd een project op te zetten dat tot concrete oplossingen moet leiden. Het instrument van de spending review , gehanteerd door de FIA , de Inspectie van Financiën en de FOD BOSA, vormt in dat verband een belangrijke hefboom. Voor deze legislatuur heb ik middelen uitgetrokken voor dit project, zodat dit oude zeer eindelijk kan worden verholpen.
Het project zal in nauw overleg met de gerechtsexperten, tolken en vertalers worden uitgevoerd, om zo rekening te houden met de concrete vragen van het terrein en de dialoog met de beroepsgroepen open te houden. Intussen is er al veel overleg geweest met tolken, vertalers en de diverse beroepsgroepen waarop justitie een beroep doet. Mijn administratie houdt de vinger aan de pols en weet dat ik van een correcte betaling van gerechtsexperten, tolken en vertalers een prioriteit heb gemaakt. We hebben deze actoren immers nodig om de kernopdrachten van justitie te vervullen. Zij verdienen al ons respect en waardering.
Verder heb ik mijn administratie gevraagd om onmiddellijk actie te ondernemen om de betalingsachterstand weg te werken. Ik licht graag enkele actiepunten toe. Om het personeelstekort in bepaalde taxatiebureaus op te vangen, worden de dossiers herverdeeld over de verschillende vestigingen. Net als andere arrondissementen kampen de Nederlandstalige en Franstalige taxatiebureaus van Brussel met een achterstand in de verwerking van de kostenstaten. Dat is te wijten aan het personeelstekort, waardoor de achterstand zich heeft opgehoopt. De opleiding van nieuwe personeelsleden duurt bovendien minstens een jaar en de procedure voor de verwerking van kostenstaten is bijzonder streng. Daarom worden extra administratieve assistenten aangeworven. Voor de taxatiebureaus van de Nederlandstalige gerechtelijke arrondissementen zijn alle vacante plaatsen tijdens de laatste sollicitatieronde ingevuld. De kandidaten zullen binnenkort in dienst treden.
Om de opvolging en het beheer van de dossiers te optimaliseren, zal het gebruik van het platform Justinvoice binnen afzienbare tijd verplicht worden om onkostenstaten in te dienen. Tot nu toe konden dossiers ook per e-mail worden ingediend, wat verwarring en dubbel werk veroorzaakte bij de verzending van de onkostenstaten. De verplichting zal een centralisering van de indiening van dossiers mogelijk maken, wat de processen verder vereenvoudigt.
De analyse van de wet en de voorstudie voor de digitalisering van het behandelings- en controleproces van de gerechtskosten zijn eveneens opgestart.
Er werd ook een overleg met de btw-administratie opgezet om de samenwerking tussen beide diensten te verstevigen en de pistes te onderzoeken tot oplossing van de fiscale gevolgen van deze betalingsachterstand voor de gerechtsexperten, -tolken en -vertalers. Eind september werd afgestemd met de Inspectie van Financiën over de aanpak van de verbetering van de afhandeling van de gerechtskosten. Wat de vraag naar een stijging van de tolk- en vertaalkosten in de correctionele en jeugdrechtbanken betreft, beschik ik niet over objectieve gegevens die deze bewering zouden ontkennen of bevestigen.
Collega Dillen, voor het individuele geval waarnaar u verwees, dient de rechtbank ervoor te zorgen dat er een tolk aanwezig is op de zitting. Wanneer een tolk afzegt, moet de rechtbank een andere tolk oproepen. Het is dus niet zo dat er geen andere tolk kon worden opgeroepen om het slachtoffer bij te staan. Op basis van informatie die we hebben verkregen van de rechtbank van eerste aanleg in Brussel, blijkt dat voor deze zitting de rechtbank last minute een tolk heeft moeten zoeken. Helaas kon geen van de gecontacteerde tolken zich beschikbaar stellen binnen de gestelde tijd.
Voor het overige hebben wij geen kennis over de omvang van deze problematiek in de Nederlandstalige en Franstalige rechtbanken van Brussel. Wij houden ook geen cijfers bij over het aantal dossiers dat wordt uitgesteld wegens afwezigheid van een tolk. Bovendien is dat geen informatie die de rechtbanken communiceren met de FOD Justitie.
Laat me tot slot nogmaals herhalen dat wij ons terdege bewust zijn van de problemen die de betalingsachterstanden voor al onze dienstverleners met zich meebrengen en dat wij deze uiteraard betreuren. We stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat de dienstverleners tijdig worden vergoed.
Marijke Dillen:
Minister, over het stijgend aantal correctionele zaken in jeugdrechtbanken waarbij er een beroep moet worden gedaan op tolken omdat de verdachten de Nederlandstalige taal niet machtig zijn moeten toch objectieve cijfers bestaan. U hebt gezegd dat u zich niet kunt baseren op cijfers. U moet eens de moeite doen om naar een correctionele zitting of een zitting van een jeugdrechtbank te komen en daar de rollen na te kijken. Daaruit blijkt zeer duidelijk dat heel veel van deze beklaagden van buitenlandse origine zijn. Ik dring erop aan dat daarover cijfers worden bijgehouden.
Wat de specifieke situatie in Brussel betreft, wil ik wijzen op een zaak waarbij een dame vijf jaar moest wachten voordat het proces eindelijk plaatsvond. Was er niet vooraf gemeld dat er een tolk nodig was? Ik vind dat merkwaardig, want meestal wordt dat tijdig aan de raadslieden gevraagd. Kon die zaak echt niet sneller worden uitgesteld? Nu moet de dame opnieuw bijna een half jaar wachten tot januari 2026. Zij is slachtoffer geweest van zware slagen. Dat zijn toch toestanden die men een gewone burger echt niet meer kan uitleggen.
Wat de problematiek van de btw betreft, zegt u dat u in onderhandeling bent met de FOD Financiën. Ik dring erop aan dat daar snel werk van wordt gemaakt, want het gaat om 21 % btw op die facturen. Het kan toch niet zo moeilijk zijn om dat gedeelte al tijdelijk te blokkeren. Ik dring erop aan dat u hier met hoge urgentie werk van maakt.
Tot slot, mevrouw de minister, is het niet de eerste keer dat hier beloftes worden gedaan. Ik heb u hierover al verschillende keren geïnterpelleerd, maar in de praktijk verandert er niets. U presenteert vandaag opnieuw een stappenplan en meldt overleg met de sector. Dat is goed en wel, maar mensen willen oplossingen. Alleen overleg en een aankondiging van een stappenplan zorgen er niet voor dat de facturen worden betaald.
U hebt eerder aangegeven dat u inspanningen doet om mensen op te leiden, maar dat die opleiding een jaar duurt. Pas dan zijn de administratieve krachten werkelijk operationeel. Wat betekent dat voor het wegwerken van de achterstand? Mevrouw de minister, dat belooft weinig goeds.
Tot slot heb ik een motie opgesteld.
Paul Van Tigchelt:
Dank u wel, mevrouw de minister. We delen de bekommernis dat vertalers, tolken en deskundigen in het algemeen tijdig betaald moeten worden, want anders haken ze af. Als u dit allemaal op een hoop gooit met problemen uit het verleden, wil ik dat toch wel nuanceren. In 2023 werd 90 % van die tolken namelijk binnen de 20 dagen betaald via Justinvoice. De gemiddelde betalingstermijn bedroeg 19 dagen. Vandaag, in 2025, zitten we aan 47 dagen. Daar moet dus een specifieke oorzaak voor zijn. Het is niet juist om te stellen dat dit allemaal de schuld van het verleden is. Dat klopt niet.
Kristien Van Vaerenbergh:
Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Het is inderdaad een problematiek die regelmatig terugkeert en er zijn al lang problemen, zoals een gebrek aan informatisering en de complexe procedures. Het is nochtans heel belangrijk dat dit nu eindelijk eens opgelost raakt.
Zoals de collega’s zeggen, als u niet betaald wordt, waarom zou u dan nog voor justitie gaan werken? Het heeft allemaal zijn impact. Procedures duren al zo lang. Vijf jaar wachten vooraleer uw zaak gepleit kan worden, dat is heel lang voor een slachtoffer.
Misschien was het in deze concrete situatie niet zoals het initieel overkwam, maar er zijn wel degelijk situaties waarin tolken niet komen opdagen – begrijpelijk - omdat zij niet betaald worden. Ik hoop dus echt dat er concreet en snel stappen kunnen worden gezet.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee, - overwegende dat tolken en vertalers een taak van algemeen belang vervullen en essentiële schakels zijn binnen de werking van Justitie: kwalitatieve vertalingen en tolkdiensten in procedures zijn essentieel in een moderne rechtsstaat. Zij garanderen de naleving van het EVRM, de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Europese richtlijn 2010/64/EU betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures, een richtlijn die bij wet van 25 april 2024 werd omgezet in de wetgeving, wat geleid heeft tot een verhoogd vertaalvolume; - overwegende dat de beëdigd vertalers en tolken nog steeds ondergewaardeerd zijn; - overwegende dat vertragingen in betalingen door de FOD Justitie en tegenstrijdige en bureaucratische procedures structureel zijn en ondanks de belofte van de minister van Justitie hen tijdig te betalen de betaalachterstand blijft voortduren; - overwegende dat gerechtstolken en -vertalers door de wanbetaling van Justitie zelf in de financiële problemen komen; - overwegende dat de tarieven voor dit beëdigd vertaal- en tolkwerk ontoereikend zijn en niet voldoen aan de economische realiteit; - overwegende dat ook de werkomstandigheden voor tolken in gerechtsgebouwen vaak erbarmelijk zijn, denken we onder meer aan een gebrekkige geluidsinstallatie, slechte akoestiek, het hoge spreektempo van magistraten en advocaten, een gebrek aan voorkennis van het dossier, wat het vaak moeilijk maakt de debatten te volgen. Dit in combinatie met te lange werktijden zonder pauzes bemoeilijkt vaak het leveren van kwalitatief werk; - overwegende dat taptolken vaak moeten werken in slecht ingerichte lokalen bij de politie met aftands meubilair en zonder daglicht; - overwegende dat door al deze problemen het risico groot wordt dat vele gerechtstolken en -vertalers dreigen af te haken waardoor rechtszaken in het gevaar komen omdat de rol van gerechtstolken vaak cruciaal is voor het goede verloop van de rechtszaken; vraagt de regering: - de nodige initiatieven te nemen om een voldoende budget te voorzien voor de gerechtskosten in het algemeen en voor de gerechtstolken en -vertalers in het bijzonder zodat alle gerechtskosten tijdig en correct betaald worden en ervoor te zorgen dat facturen van alle prestatieverleners betaald worden binnen de wettelijke termijn van 30 dagen; - de tarieven te herwaarderen waarbij de honoraria voor beëdigd vertalers en tolken wordt verhoogd in de lijn met de aanbevelingen van de HRZKMO; - de werkomstandigheden voor tolken in de rechtbank en bij de politie te verbeteren, onder meer door te investeren in een akoestische optimalisatie en moderne geluids- en fluisterapparatuur, tolken vooraf toegang te geven tot relevante informatie over het dossier en bij langere opdrachten standaard regelmatige pauzes in te lassen. Voor taptolken moeten bij de politie ergonomisch ingerichte werkruimtes worden voorzien en een performante hardware. - te zorgen voor een duidelijke regelgeving en tariefstructuur waarbij tegenstrijdigheden in de wetgeving betreffende de gerechtskosten wordt weggewerkt en er een transparante tariefstructuur wordt gecreëerd; - een eenvoudig, geautomatiseerd platform te ontwikkelen voor de bestelling, goedkeuring en verwerking van prestaties en betalingen, en dit toegankelijk te maken voor alle betrokken actoren binnen Justitie en politie; - de beëdigd vertalers en tolken toe te voegen aan de limitatieve lijst van personen met een maatschappelijke functie in de zin van artikel 79,4 ° van het nieuwe Strafwetboek zodat ze een betere bescherming genieten; - de veiligheid en anonimiteit te waarborgen voor vertaal- en tolkwerk in gevoelige dossiers door per gevoelig dossier een anoniem identificatienummer in te stellen. " [FR]Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord, - considérant que les interprètes et les traducteurs accomplissent une mission d'intérêt général et constituent des maillons essentiels dans le fonctionnement de la Justice, eu égard au fait que des traductions et des services d'interprétation de qualité dans les procédures sont essentiels dans un État de droit moderne; qu'ils garantissent le respect de la CEDH, la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l’homme et la directive européenne 2010/64/EU relative au droit à l’interprétation et à la traduction dans le cadre des procédures pénales, une directive dont la transposition dans la législation par la loi du 25 avril 2024 a entraîné un accroissement du volume à traduire; - considérant que les traducteurs et interprètes jurés demeurent insuffisamment valorisés; - considérant que les retards de paiement par le SPF Justice ainsi que les procédures bureaucratiques et contradictoires sont structurels et que l'arriéré de paiement perdure malgré l'engagement de la ministre de la Justice à les payer à temps; - considérant qu'en raison des impayés de la Justice, les interprètes et traducteurs jurés doivent eux-mêmes faire face à des difficultés financières; - considérant que les tarifs pour les missions effectuées par les traducteurs et les interprètes jurés sont insuffisants et ne correspondent pas à la réalité économique; - considérant que de même, les conditions de travail des interprètes dans les palais de justice sont souvent déplorables, par exemple en raison d'une installation sonore défaillante, d'une mauvaise acoustique, d'un débit de parole soutenu de magistrats et d'avocats, d'un manque de connaissance préalable du dossier, ce qui rend souvent les débats difficiles à suivre, et que, combinée avec des horaires de travail trop longs sans pauses, cette situation rend souvent difficile la fourniture d'un travail de qualité; - considérant que les interprètes d'écoutes doivent souvent travailler dans des locaux de police mal aménagés, équipés d'un mobilier vétuste et dépourvus de lumière du jour; - considérant que tous ces problèmes augmentent le risque que de nombreux interprètes et traducteurs judiciaires décrochent, mettant en péril des affaires judiciaires puisque le rôle des interprètes judiciaires est souvent essentiel à leur bon fonctionnement; demande au gouvernement: - de prendre les initiatives nécessaires pour prévoir un budget suffisant pour les frais de justice en général et pour les interprètes et traducteurs judiciaires en particulier afin que tous les frais de justice soient réglés à temps et correctement et pour veiller à ce que les factures de tous les prestataires soient honorées dans le délai légal de 30 jours; - de revaloriser les tarifs en augmentant les honoraires des traducteurs et interprètes jurés conformément aux recommandations du CSIPME; - d'améliorer les conditions de travail des interprètes dans les tribunaux et les locaux de la police, entre autres en investissant dans une optimisation acoustique et dans des dispositifs modernes de sonorisation et d'écoute, en donnant aux interprètes un accès préalable aux informations pertinentes concernant le dossier, en prévoyant par défaut des pauses régulières dans le cas de tâches de longue durée, et en aménageant pour les interprètes d'écoutes des espaces de travail ergonomiques dans les locaux de la police, équipés de matériel informatique performant; - de prévoir une réglementation et une structure tarifaire claires éliminant les contradictions de la législation en ce qui concerne les frais de justice et créant une structure tarifaire transparente; - de développer une plateforme automatisée simple pour la commande, la validation et le traitement des prestations et des paiements, et de la rendre accessible à tous les acteurs concernés au sein de la Justice et de la police; - d'ajouter les traducteurs et interprètes jurés à la liste limitative des personnes exerçant une fonction sociétale au sens de l'article 79, 4° du nouveau Code pénal afin qu'ils bénéficient d'une meilleure protection; - de garantir l'anonymat des traducteurs et interprètes lorsqu'ils travaillent sur des dossiers sensibles, en créant un numéro d'identification anonyme pour chaque dossier sensible. " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Steven Matheï. Une motion pure et simple a été déposée par M. Steven Matheï . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
De staat van de justitiepaleizen
De staat van de gerechtsgebouwen
De infrastructuur van Justitie
De staat en infrastructuur van gerechtsgebouwen
Gesteld door
PTB-PVDA
Annik Van den Bosch
Ecolo
Sarah Schlitz
CD&V
Tine Gielis
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 23 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De verwaarloosde staat van Belgische gerechtsgebouwen, met name het Brussel Justitiepaleis, vormt een acute crisis die de veiligheid, toegankelijkheid en het imago van de rechtspraak ondermijnt. Minister Matz bevestigt concrete renovatieplannen (liften, elektriciteit, gevels, toegankelijkheid) en een investeringsprogramma vanaf 2025, met prioriteit voor veiligheid, maar erkent een jarenlange onderfinanciering die niet in zeven maanden is op te lossen. Sarah Schlitz betwijfelt de haalbaarheid door aankomende budgettaire bezuinigingen en eist structurele fiscale oplossingen (belasting superrijken, fraudebestrijding) in plaats van "afromen bij kwetsbaren". Tine Gielis toont vertrouwen in de ministeriële aanpak maar benadrukt nood aan strikt toezicht.
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, je renvoie à la version écrite de ma question.
Madame la ministre, l'état de nos palais de justice, c'est ce que la presse, et notamment le journal RTBF a qualifié de "l'un des plus grands scandales de l'histoire judiciaire belge de ces dernières années".
Depuis de longues années déjà, de nombreux rapports, articles de presse et témoignages mettent en lumière la dégradation préoccupante de plusieurs palais de justice dans notre pays. Le Palais de justice de Bruxelles, emblème de notre patrimoine judiciaire, illustre particulièrement cette situation: échafaudages permanents depuis des décennies, conditions de travail difficiles pour le personnel judiciaire, accessibilité réduite pour les citoyens et pour les justiciables.
Dans de nombreuses juridictions, des problèmes d'entretien, d'insécurité ou d'inadaptation des infrastructures sont régulièrement signalés.
Ces graves lacunes affectent directement la qualité du service public de la justice, la sécurité des magistrats, des avocats et des justiciables, ainsi que l'image de l'institution judiciaire belge le droit des citoyens à voir leurs droits respectés.
Mes questions sont les suivantes: Quels budgets concrets ont été dégagés pour assurer à court terme la sécurité et la fonctionnalité minimale de ces bâtiments? Quelle est la stratégie à moyen et long terme du gouvernement pour garantir à la justice des infrastructures modernes, sûres et accessibles, répondant aux standards européens? Quel est l'état actuel du plan global de rénovation et d'entretien des palais de justice en Belgique?
Je vous remercie.
Tine Gielis:
Mevrouw de minister, ik wil mijn vraag graag in een bredere context plaatsen. Met uw beleidsnota hebt u zich voorgenomen om naar samenwerkingsvormen te zoeken om de capaciteit van onze leegstaande gebouwen opnieuw te benutten.
Bent u er zich van bewust dat de huisvesting van de justitiehuizen een urgent probleem is? Zo ja, welke bijkomende inspanningen kan de Regie der Gebouwen ondernemen om de achterstand in de behandeling van dossiers met betrekking tot de gerechtelijke infrastructuur weg te werken?
Vanessa Matz:
Merci pour ces questions.
Ik deel uw bezorgdheden. De toestand van sommige gerechtsgebouwen is inderdaad problematisch.
J'ai eu plusieurs concertations avec mes collègues du gouvernement, notamment la ministre de la Justice, afin d'aborder à la fois les déficits structurels et les besoins de sécurité.
Drie keer per jaar komt er ook een strategische taskforce bijeen, waarbij de Regie der Gebouwen, de FOD Justitie en de beleidscellen aanwezig zijn.
Lors de ces réunions, la vision à long terme est discutée ainsi que les principaux projets d'investissement et la collaboration générale.
Ik heb gevraagd om wekelijks te vergaderen, zodat de projecten sneller en efficiënter kunnen worden opgevolgd.
Le programme d'investissement approuvé début 2025 donne un aperçu de tous les projets prévus. Il comprend des travaux dans plusieurs palais de justice.
Zo zullen de liften in de gerechtsgebouwen van Brussel, Doornik, Nijvel, Brugge, Leuven en Tongeren worden vernieuwd.
Des travaux seront également réalisés sur les installations électriques dans les palais de justice de Tournai, Charleroi, Nivelles, Arlon, Mons, Liège, Gand et Bruges. Des travaux de toiture et de façade sont également prévus dans plusieurs palais de justice.
De eerste renovatiefase voor de gevels van het Justitiepaleis in Brussel is van start gegaan, met name de renovatie van de hoofdgevel aan het Poelaertplein, en zal in de eerste helft van 2026 klaar zijn.
Une installation d'ascenseurs est également prévue pour les personnes à mobilité réduite afin de faciliter leur accès au palais de justice.
Op dit moment loopt de opmaak van het investeringsprogramma voor 2026. Het is mijn vaste wil om prioriteit te geven aan de werken die verband houden met de veiligheid.
Enfin, des analyses sont réalisées en continu concernant la sécurité des bâtiments. En ce qui concerne la sécurité physique et électronique dans les palais de justice, celle-ci est effectuée par le SPF Justice.
Op basis van de resultaten daarvan worden de gepaste maatregelen genomen.
Je vous remercie pour ces questions très importantes et qui sont liées à celles de M. Legasse sur le PPI. En effet, une série d’investissements sont prévus dans le domaine de la justice.
Je tiens à saluer l’excellente collaboration avec la ministre Verlinden, en charge de ce portefeuille. Il va de soi que c'est évidemment le SPF Justice qui sollicite les priorités en matière de travaux.
Je tiens à dire – je suppose que chacun en est conscient – qu'en sept mois, je n'ai pas pu rénover l'ensemble des palais de justice ni l'ensemble des prisons de ce pays. Depuis une vingtaine d'années, la justice a souffert d'un désinvestissement massif et nous voulons combler au mieux ce retard. Le monde ne s'est pas fait en un jour. Mais vous connaissez tous mon attachement à la justice et à la sécurité. C'est pourquoi je vous le dis clairement: je ne laisserai pas tomber!
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses et j'entends la dimension volontariste de votre propos. Néanmoins, on ne peut qu'éprouver des craintes quant à la mise en œuvre effective et l'opérationnalisation des choses, au regard des coupes budgétaires et des restrictions annoncées, et qu'on nous annonce encore plus fortes ici, à la veille des négociations du budget 2026.
Ces promesses et ces ambitions seront-elles réellement tenues? Permettez-moi d'en douter! En tout cas, nous resterons vigilants pour la suite. Comme vous le disiez, tout est une question de priorités. Mais si refinancer les prisons et les palais de justice signifie en parallèle définancer d’autres dispositifs, – je pense notamment au plan grand froid – alors, ce n'est pas ce type de marchandage que nous souhaitons.
Je vois que vous êtes dubitative, mais je pense que vous savez très bien de quoi je veux parler: il ne s’agit pas d'aller chercher les moyens chez les plus précaires pour rénover les palais de justice, mais bien de prendre les mesures qui s'imposent, notamment en appliquant une véritable taxation des plus-values, en renforçant la lutte contre la fraude fiscale, contrairement à ce qu'il se passe aujourd'hui. Ce matin encore, en commission des Finances, nous évoquions la réduction du délai nécessaire à l'administration pour récupérer certains montants dus. Ce que je constate, c’est que les mesures prises par vos collègues vont plutôt dans le sens d'une diminution des ressources pour mettre en œuvre ce plan que vous appelez de vos vœux.
Tine Gielis:
Mevrouw de minister, u bent strijdvaardig. U geeft actiegericht aan wat er staat te gebeuren en werkt samen met Justitie. Het is aan ons om dat goed op te volgen. Ik heb er alleszins heel veel vertrouwen in.
De onderfinanciering van Justitie
De start van het gerechtelijk jaar
Financiële uitdagingen en ontwikkelingen in de rechtspraak
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De topmagistraten klagen aan dat justitie chronisch ondergefiancieerd is, met stijgende dossiers (+5%), verouderde infrastructuur, veiligheidsrisico’s en personeelstekort, wat leidt tot gerechtelijke achterstand en straffeloosheid. Minister Verlinden erkent de crisis en kondigt 21 miljoen euro extra aan voor personeel, gebouwen en digitalisering, plus 7,5 miljoen voor betere arbeidsomstandigheden, maar benadrukt dat structurele hervormingen (zoals autonomie voor de rechterlijke orde en het nieuwe Strafwetboek 2026) en extra begrotingsmiddelen noodzakelijk zijn om justitie toekomstbestendig te maken. Oppositieleden Dillen en Yzermans dringen aan op drastische budgetverhogingen en langetermijninvesteringen, met nadruk op veiligheid, welzijn en capaciteit, en waarschuwen dat de voorgestelde maatregelen onvoldoende zijn zonder politieke steun voor een fundamentele financiële injectie.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de middelen voor justitie volstaan allerminst om de toenemende stroom aan dossiers de baas te kunnen. Dat hebben verschillende topmagistraten aangegeven in hun mercuriale bij de opening van het gerechtelijke jaar.
Aangaande het door u voorgestelde hefboomplan stelde bijvoorbeeld de eerste voorzitter van het hof van beroep te Gent: “Een hefboom wordt gebruikt om met uitoefening van weinig kracht op een krachtarm een groot gewicht aan de andere kant van het draaipunt te kunnen bewegen. De regering kan echter de wetten van de fysica niet tarten. Om de werking van justitie te verbeteren, dienen verschillende maatregelen te worden genomen. Het gaat om een verbetering van het statuut, van het welzijn en van de veiligheid van justitiemedewerkers, een verhoging van de middelen, een voortdurende dialoog met de andere staatsmachten en een blijvende investering in digitale transformatie.”
De procureur-generaal bij het hof van beroep van Luik stelde het als volgt: “Het gerechtelijk systeem wordt uitgehold door onderfinanciering. Justitie draait enkel nog op de goede wil en het plichtsbesef van haar leden. Er is door de overheid geen budget vrijgemaakt om het aantal magistraten te verhogen. In één jaar steeg het aantal dossiers dat de Belgische parketten te verwerken kregen met 5 %. Ook de gerechtelijke achterstand bij correctionele rechtbanken neemt jaar na jaar toe.”
Mevrouw de minister, ik neem aan dat u kennis hebt van de verschillende openingsredes. Wat is uw reactie op die aanklachten?
Bent u van plan om tegemoet te komen aan de kritiek van de hoogste magistraten? Zo ja, op welke wijze? Hebt u een visie en een draaiboek?
Wat wilt u op korte, middellange en lange termijn realiseren?
Hoeveel financiële middelen zullen extra worden uitgetrokken om de pijnpunten, zoals beschreven door de magistraten, weg te werken? Zijn die middelen al begroot? Zo neen, wanneer kunnen die middelen worden verwacht?
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, voor het zomerreces hadden we de 5 voor 12-actie, een soort prikactie van de magistratuur, die vooral gebruikt werd om een aantal toestanden aan te klagen, zoals de lamentabele fysieke toestand van de middeleeuwse justitiegebouwen, met grote veiligheidsrisico’s, de aanwezigheid van ongedierte, het gebrek aan onderhoud en herstellingen, wateroverlast en zo meer.
De actie was ook een middel om de achterstanden in betalingen aan te klagen. Er wordt gepleit voor meer middelen en personeel, meer samenwerking, meer gebruik van ICT en technologie, en een betere focus op welzijn en veiligheid.
Aansluitend bij de woorden van collega Dillen, bij de opening van het gerechtelijk jaar pleit de procureur-generaal voor een langetermijnvisie, voor de modernisering van justitie, een adequate aanpak van criminaliteit en georganiseerde criminaliteit en het wegwerken van de straffeloosheid.
Mevrouw de minister, hoe zullen we dat aanpakken? Het hefboomplan werd al genoemd.
Hoe reageren we bijvoorbeeld op het wegwerken van de 17.000 dossiers die geen gerechtelijk vervolg krijgen?
Voor de overige vragen verwijs ik naar de vragen die ik eerder heb gesteld.
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, mijnheer Yzermans, ik heb zelf twee openingsredes persoonlijk en met aandacht bijgewoond, medewerkers van de beleidscel hebben andere redes bijgewoond. Van de redes waarbij ik niet persoonlijk aanwezig kon zijn, heb ik uiteraard de teksten ontvangen.
De analyse die in de redes wordt gemaakt, deel ik. Justitie bevindt zich in zeer moeilijk vaarwater. De jarenlange onderfinanciering van het departement heeft sporen nagelaten in alle geledingen van de organisatie. Daarnaast zijn de maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van de diensten van justitie zeer hoog. De werkdruk is toegenomen, ook door een aantal maatschappelijke evoluties.
De verwachtingen zijn terecht hoog, maar de situatie vergt een voortdurende inzet van magistraten, griffiers, gevangenispersoneel, personeelsmedewerkers binnen de rechterlijke orde en parketten, gerechtsexperten, advocaten en alle andere actoren van justitie. Een goede organisatie waarvan kwalitatieve resultaten worden verwacht, vereist een kwalitatieve omkadering en ondersteuning.
Naast investeringen zijn hervormingen noodzakelijk om justitie futureproof te houden.
Het hefboomplan dat ik in samenspraak met de vertegenwoordigers van de magistratuur heb opgesteld, is slechts een eerste stap. De dialoog met de rechterlijke organisatie zal ik dit najaar voortzetten om tot gedragen oplossingen voor de toekomst en meer structurele hervormingen te komen.
We zullen op langere termijn werken aan de versterking van de penale keten door de uitvoering van het nieuwe Strafwetboek in 2026 en door het verder afstemmen van onze dienstverlening op de noden van de slachtoffers.
Het autonome beheer van de rechterlijke orde zal worden voorbereid. Resultaatgericht werken en efficiënte beheersstructuren vormen voor die hervorming het uitgangspunt.
In het hefboomplan wordt onder meer in 21 miljoen euro voorzien voor bijkomend personeel voor de rechterlijke organisatie. Die middelen worden op initiatief van de colleges ingezet waar ze het meest effectief blijken om de afgesproken doelstellingen, ook gelinkt aan het regeerakkoord, te realiseren.
Verder worden er budgetten vrijgemaakt om het onderhoud en de staat van de gebouwen te verbeteren, de veiligheid van het personeel en de bezoekers te verhogen, en de gerechtsdeskundigen op een correcte manier te kunnen vergoeden.
Er zijn ook maatregelen om de jobs van de rechterlijke organisatie aantrekkelijker te maken. Daarvoor werd een budget van 7,5 miljoen euro vrijgemaakt.
Naast het hefboomplan wordt de digitale transformatie voortgezet. Daarbij worden de kerntaken van de rechterlijke orde digitaal ondersteund en worden performante werkinstrumenten ter beschikking gesteld. Een groot deel van de kredieten die verkregen worden via de IDP Veiligheid zal de versterking van de rechterlijke orde verzekeren. Die versterking zal weliswaar niet alle noden binnen justitie kunnen lenigen. Daarom ben ik genoodzaakt om bij de begrotingsopmaak voor volgend jaar een vraag naar bijkomende middelen op tafel te leggen.
Justitie maakt deel uit van het maatschappelijke weefsel. De georganiseerde criminaliteit neemt toe en vraagt bijkomende aandacht. Dat zet bijzonder veel druk op de parketten, de rechtbanken en de hoven, maar zeker ook op het gevangeniswezen. Het laat zich ook voelen in het aantal dossiers waarin wordt beslist om niet te vervolgen.
Ik doe daarom een oproep om vanuit de meerderheid de meervragen voor justitie te steunen. Uiteraard moeten we als maatschappij waar mogelijk ook investeren in preventie, om contact met justitie te vermijden of om de kans op recidive te verkleinen. Zo maken we onze samenleving immers veiliger. We roepen ook onze ketenpartners op om op alle niveaus de nodige initiatieven te nemen om tot een veiligere samenleving te kunnen komen. Ik hoop dan ook dat ik minstens op de medewerking van de leden van de commissie voor Justitie zal kunnen rekenen om justitie, maar ook onze veilige samenleving en bij uitbreiding de rechtsstaat, blijvend waar te kunnen maken.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, om te beginnen bij het punt waarmee u geëindigd bent: veiligheid is bijzonder belangrijk en daarin moet zwaar worden geïnvesteerd. Ik verwijs naar wat ik tijdens mijn interpellatie heb gezegd en zal dat niet herhalen.
Bij justitie gaat het om meer dan investeren in veiligheid. Alleen al de noden die in de verschillende mercuriales zijn aangehaald, zijn zeer groot. Zoals de procureur-generaal van Luik heel duidelijk heeft gesteld, is dat het gevolg van een jarenlange onderfinanciering van justitie.
Het is van groot belang dat een goede organisatie kan rekenen op kwalitatieve ondersteuning. Er moeten veel meer middelen worden vrijgemaakt om de verschillende doelstellingen te kunnen realiseren, waarvoor u op korte termijn initiatieven zult moeten nemen.
De noden zijn dus zeer groot; dat weten we allemaal. Ik blijf herhalen dat het de plicht van de regering is om voor justitie veel meer middelen vrij te maken en een fundamentele financiële injectie te geven. Nogmaals, wees kordaat bij de begrotingsbesprekingen. Laat u niet doen en blijf hameren op meer middelen. Ik hoop dat alle partijen van de meerderheid daar mee voor zullen zorgen en dit pleidooi zullen ondersteunen.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, bedankt voor de uitgebreide aanpak die u voorstelt. Ik denk dat het departement Justitie toe is aan een inhaalbeweging over verschillende jaren heen. We moeten met z’n allen die boodschap waarmaken. Er zijn veel taskforces en plannen in uitvoering. Het hefboomplan vraagt om verdere opvolging. Ik hoop dus op regelmatige tussenrapporteringen.
De recente lekkage in het Justitiepaleis van Brussel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een inundatie in het Brusselse Justitiepaleis, veroorzaakt door een vermoedelijk opzettelijke verstopping, beschadigde het greffe van de kamer voor misdadige inbeslagnemingen, wat leidde tot een noodverhuizing en onderstreept de kwetsbaarheid van het gebouw. Minister Verlinden bevestigde dat de schade hersteld is en benadrukte dat, naast dit incident, een grondige renovatie (inclusief veiligheid en energie) in voorbereiding is via samenwerking met de Régie des Bâtiments, met dringende aanpassingen al in uitvoering. De binnenstate – niet enkel de gevel – blijft een acute zorg voor magistraten en personeel, terwijl de 40-jarige renovatie (kost: €128 miljoen) nog steeds geen structurele oplossing bood. De minister ontwijk de vraag over de daders maar belooft continue opvolging van zowel het incident als de langetermijnplannen.
François De Smet:
Madame la ministre, la presse s’est fait l’écho d’une récente rupture de canalisation au greffe de la chambre des mises en accusation. Cette chambre, qui doit statuer dans des délais particulièrement serrés sur des décisions de détention préventive, a été confrontée à une inondation ayant touché les locaux et endommagé le matériel informatique.
En dépit du fait que le déménagement en urgence du greffe, trois étages plus haut vers le greffe correctionnel de la cour d’appel, a pu être réalisé grâce au dévouement et au sens pratique du personnel et des avocats, ce nouvel incident démontre la fragilité du Palais de Justice de Bruxelles. Sa rénovation, entamée il y a pas moins de 40 ans, a déjà englouti 128 millions d’euros.
Madame la ministre, pouvez-vous nous faire savoir si vous avez pris connaissance de cet incident domestique? Je crois que oui mais savez-vous si des mesures de réparation ont déjà pu être effectuées et si une concertation a lieu avec votre homologue en charge de la Régie des Bâtiments afin qu'un plan soit envisagé pour la réfection interne du bâtiment, qui me semble particulièrement urgente? Tout le monde parle des échafaudages et de la coupole, alors que c'est surtout l'intérieur qui préoccupe les magistrats, les avocats et le personnel judiciaire. Je vous remercie.
Annelies Verlinden:
Collègue De Smet, je vous confirme que j'ai pris connaissance de l'incident dont vous faites mention et que des mesures de réparation ont été prises et sont suivies de près. Je peux vous informer que la cause de l'inondation à laquelle vous faites référence n'était pas entièrement liée à la vétusté du bâtiment, même si l'état général de celui-ci requiert également toute notre attention. Je reviendrai dans un instant sur cet état général.
En ce qui concerne l'incident, je peux vous dire que l'administration poursuit son enquête. Les faits constatés sont les suivants. Le 29 août, une inondation a été constatée dans les sanitaires du rez-de-chaussée du palais. L'inspection a révélé un blocage provoquant un écoulement continu et une obstruction de l'évacuation, laissant présumer un acte intentionnel. Après nettoyage, les installations ont été remises en service immédiatement. Une heure plus tard, une inondation est survenue au greffe des chambres de mise en accusation, à l'étage en dessous, due au même blocage.
La cause avait entre-temps été identifiée et résolue. Les agents du greffe ont protégé le matériel et assuré la continuité du service. Dans les jours suivants, après une visite sur place de la Régie et en concertation avec le greffe, il a été décidé, à la demande de celui-ci, de transférer temporairement les bureaux vers d'autres locaux disponibles.
Le service continue à suivre l'incident. Il est trop tôt, et il ne m'appartient pas de m'exprimer davantage au sujet de l'acte intentionnel présumé.
Quant à l'état général du Palais de Justice de Bruxelles, je peux vous indiquer que, depuis mon entrée en fonction, j'ai pu me rendre compte de la situation de cet édifice monumental qui occupe une place importante et symbolique pour la justice dans notre pays. L'accord de gouvernement prévoit que, sur la base des études déjà réalisées, le Palais de Justice fera l'objet d'une rénovation approfondie afin d'éliminer les risques actuels en matière de sécurité et de répondre aux normes énergétiques. Je suis à cet égard en concertation permanente avec ma collègue chargée de la Régie des Bâtiments, la ministre Matz.
Tandis que se poursuivent les travaux préparatoires en vue de cette rénovation en profondeur, les services compétents ont établi un plan de mise en conformité destiné à répondre aux besoins urgents, lequel fait actuellement l'objet de discussions conjointes entre le SPF Justice et la Régie, dans une optique d'amélioration continue. Nous continuons à y collaborer conjointement afin de contribuer à la bonne conduite de ce projet.
François De Smet:
Je remercie la ministre pour sa réponse et pour les éléments d'information nouveaux qu'elle nous apporte.
De steun van de minister van Justitie voor de gerechtelijke actoren
Het hefboomplan om dringende problemen bij Justitie aan te pakken
Het actieplan voor de magistratuur
Het 'hefboomplan'
Het hefboomplan en de langetermijnvisie
De actie van het openbaar ministerie
Hervormingsplannen en acties voor de gerechtelijke sector
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De chronisch onderfinancierde justitie staat op instorten door personeelstekorten, achterstallige betalingen (o.a. aan experts), verouderde infrastructuur en een gebrek aan veiligheid, wat leidt tot onzekere dienstverlening en massale protesten van magistraten sinds april. Minister Verlinden presenteerde een kortetermijn-"hefboomplan" (€21 miljoen voor 113 nieuwe magistraten, veiligheidsmaatregelen, taalpremies, maaltijdcheques en beperkte gebouwrenovaties), gefinancierd binnen bestaande budgetten (inclusief middelen uit het Paasakkoord en veiligheidsprovisies), maar kritiek blijft dat dit onvoldoende en niet-structureel is. De kernproblemen—pensioenhervormingen, digitale achterstand, overbevolkte gevangenissen en een budgettair tekort van 6,5% BBP tegen 2029—blijven onopgelost, terwijl de rechterlijke orde eist dat de overheid dringend structurele oplossingen vindt, zoals een Staten-Generaal voor Justitie (waarin wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht samenwerken). De minister belooft langetermijndialoog, maar concrete extra middelen ontbreken, en parlementaire controle wordt belemmerd doordat het Openbaar Ministerie sinds april weigert parlementaire vragen te beantwoorden.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, nous avons eu un débat d'actualité jeudi dernier en séance plénière, et je ne sais pas si les questions ont été absorbées dans ce débat ou si elles auraient dû l'être.
Nous nous retrouvons aujourd'hui pour aborder une nouvelle fois cette actualité et l'importance du monde judiciaire. Force est de constater que, depuis de nombreux mois, le monde judiciaire réclame un refinancement. Outre le dossier de la pension des magistrats, il y a la question des cadres à remplir ainsi que celle des indemnités de l'aide juridique de deuxième ligne, dont les acteurs, semble-t-il, ne savent toujours pas quand la dernière tranche de 40 % sera versée. Et hier, les journaux télévisés ont souligné la détresse de tous les experts judiciaires, dont les factures restent impayées depuis des semaines, des mois, voire plusieurs années pour certains.
Il se pose, dès lors, la question de savoir comment faire pour avoir un É tat fort, avec une justice forte et crédible. Ainsi que l'indique le dernier rapport du Comité de monitoring, les perspectives budgétaires sont particulièrement mauvaises et affichent un déficit de 6,5 % du PIB à l'horizon 2029. Il semble qu'un accord d'été soit en train d'être négocié, avec toute une série d'hypothèses budgétaires et des dossiers qui pourraient coûter très cher.
Dès lors, madame la ministre, dans le cadre de cet accord d'été, quelles sont les marges budgétaires disponibles pour la Justice et pour ce département essentiel? Comment assurer ce refinancement indispensable? Dans quelle mesure les contacts que vous entretenez avec le ministre Jambon en matière de pensions sont-ils susceptibles de rassurer la magistrature?
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, sinds april voeren de magistraten en het gerechtspersoneel iedere donderdag actie om te wijzen op de aanslepende noodsituatie waarin justitie verkeert. Dit is absoluut uitzonderlijk. De problemen zijn gekend: de steeds toenemende werklast, het personeelstekort, de slechte staat van de gebouwen en het niet betalen van allerhande facturen. Dat zijn slechts enkele voorbeelden. Deze situatie is werkelijk schrijnend en onhoudbaar geworden.
Terecht trokken de 15 procureurs recent gezamenlijk aan de alarmbel met een open brief om te wijzen op de alarmerende toestand van justitie. Deze gemeenschappelijke boodschap is werkelijk historisch.
U hebt inmiddels vier zogenaamde taskforces opgericht, voor gebouwen, veiligheid, mensen en middelen en aantrekkelijkheid van het beroep. Dit was duidelijk onvoldoende en het overtuigde de magistraten niet, naar ik meen terecht. Met dergelijke taskforces wordt de concrete aanpak van het probleem immers de facto op de lange baan geschoven. U kon ook niet uitleggen waarom er nog taskforces nodig zijn voor problemen die iedereen allang kent.
Nu komt u met uw zogenaamde hefboomplan, dat investeringen in het verouderde gebouwenpark, de veiligheid van het personeel en de aantrekkelijkheid van de job zou omvatten. Daarover heb ik een aantal vragen, mevrouw de minister.
Ten eerste, kunt u meer toelichting geven over dit hefboomplan? Welke concrete investeringen gebeuren er in het gebouwenpark? Dit is trouwens hoofdzakelijk de bevoegdheid van de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen. Heeft er overleg plaatsgevonden? Komen er ook vanuit dat departement bijkomende middelen? Op welke wijze gaat u de veiligheid van het personeel versterken? Welke concrete maatregelen komen er om de aantrekkelijkheid van het beroep te bevorderen?
Ten tweede, bevat dit hefboomplan ook maatregelen om de steeds toenemende werklast en het personeelstekort aan te pakken?
Ten derde, de begrotingsbesprekingen zijn net achter de rug. Bij Justitie is niet in concrete budgetten voorzien voor de aangekondigde maatregelen binnen dit hefboomplan. Ook de bijkomende middelen die in het zogenaamde paasakkoord zijn verkregen, hebben al een bestemming. Kunt u uitleggen welk budget is voorzien om de uitvoering van dit plan concreet mogelijk te maken?
Ten vierde, mevrouw de minister, de magistratuur dringt al geruime tijd aan om een staten-generaal voor justitie te organiseren, waarbij alle betrokken actoren van justitie rechtstreeks in dialoog gaan met de uitvoerende en de wetgevende macht. Ik blijf daarop aandringen. Tot heden hebt u daar geen gevolg aan gegeven. Gaat u een initiatief nemen om dit te organiseren?
Pierre Jadoul:
Madame la Ministre, la presse a donné écho à l'accord que vous avez conclu avec les représentants des magistrats au sujet de l'accès à leur profession et de leurs conditions de travail.
Plusieurs mesures ont été annoncées. Parmi celles-ci, je relève notamment que:
Les magistrats en formation pourront désormais faire valoir l'ensemble de leur ancienneté professionnelle pour le calcul de leur salaire et de leur pension;
Jusqu'à douze années d'expérience juridique en dehors du barreau seront désormais prises en compte afin d'attirer davantage de magistrats;
Les magistrats recevront comme les autres fonctionnaires des chèques-repas et une indemnité de télétravail;
Des primes seront accordées aux agents bilingues et aux profils techniques chargés des missions informatiques;
113 nouveaux magistrats seront engagés grâce à une provision de 12 millions d'euros;
Un renforcement de l'autonomie organisationnelle des cours et tribunaux est inscrit;
Des investissements seront réalisés dans l'entretien et la rénovation des bâtiments de justice;
La sécurité au sein des bâtiments de justice sera renforcée (nouvelles caméras de surveillance, portiques de sécurité, …).
La magistrature semble assez satisfaite de cet accord, même si certaines critiques continuent à être formulées…
Madame la Ministre,
Pouvez-vous indiquer comment ces mesures seront financées? Quel est le budget prévu? Comment les moyens seront-ils répartis? Des financements supplémentaires sont-ils envisagés?
Pouvez-vous nous indiquer de quelle manière l'autonomie organisationnelle des juridictions sera renforcée?
Quelle sera par ailleurs la répartition des 113 nouveaux magistrats entre les différents cours et tribunaux? Quelles ont été les priorités retenues?
Avez-vous déjà un plan concernant les cours et tribunaux concernés par les rénovations de bâtiments et le renforcement des mesures de sécurité?
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, het is al gezegd en ik herhaal nog eens dat het magistratenprotest sinds april inderdaad ongezien is. We weten dat het protest over veel zaken gaat. Het is begonnen met de pensioenen, maar het betreft ook de gebouwen, de middelen en het respect. In die zin is het eigenaardig - en dat gaat niet over u, mevrouw de minister - dat de rechterlijke orde geen teken van leven krijgt van de eerste minister. Dat wordt met zoveel woorden gezegd. Dat is merkwaardig, zeker bij een magistratenprotest van die omvang.
U had eerder een actieplan aangekondigd, dat er vervolgens is gekomen met het hefboomplan. De algemene vraag, mevrouw de minister, is of u dat hefboomplan, waarover we in de pers konden lezen, nader kunt toelichten. Welke concrete budgetten zijn daarvoor voorzien? Gaat het om extra middelen, om budgetten die sinds het paasakkoord zijn vrijgemaakt of om een heroriëntering van bestaande kredieten? Hoe zit dat precies? Hoe realistisch is het dat binnen die budgettaire contouren ook de problemen inzake werklast en digitalisering worden aangepakt?
Een belangrijke vraag is ook of er financiering komt uit andere departementen, zoals de Regie der Gebouwen of Volksgezondheid, maar vooral de Regie der Gebouwen, voor de aangekondigde investeringen in infrastructuur. Moet Justitie die investeringen binnen de bestaande enveloppe realiseren? Zijn daar afspraken over gemaakt?
Ten slotte, wat zegt de magistratuur u over het vervolg van de protestacties? Ik heb begrepen dat de acties tijdelijk zijn opgeschort wegens de vakantie, maar dat er nog overleg plaatsvindt over hoe men in september verdergaat met de zogenoemde vijf na twaalf -acties. Het lijkt alleszins duidelijk dat men het hefboomplan als een eerste stap beschouwt, maar dat het voorlopig nog onvoldoende is om de acties stop te zetten.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik heb dezelfde vragen, maar ik ga even in op een interessant artikel dat is verschenen in een Vlaams dagblad. Daarin gaven twee procureurs een overzicht van de problemen in de voorbije periode. Ik vond dat zeer wijs. Ze gaven aan dat de wereld in de voorbije 10 à 20 jaar is veranderd. Er zijn nieuwe fenomenen en problematieken, alles is complexer geworden, ook wat de beoordeling betreft. Alles moet sneller gaan, omdat er veel meer dossiers zijn. Dat heeft tot gevolg dat justitie vandaag uitgeput is. De rek is eruit, zeggen ze heel duidelijk, en de grens is bereikt. Men kan zich afvragen of de actie vijf voor twaalf niet om vijf na twaalf komt, gezien de vele silo's aan problematieken.
Het is belangrijk om naar hen te luisteren en dat hebt u ook gedaan, ook inzake de personeelsproblematiek. Dat heeft te maken met de hoogte van de weddes, de besparingen die hebben plaatsgevonden, de benoemingen, de war for talent en de nieuwe profielen die moeten worden gezocht. Jonge magistraten dreigen te vertrekken. Al die problemen stemmen tot nadenken. Daarnaast is er ook de grote problematiek van de erbarmelijke toestand van het patrimonium, onder andere door ongedierte. Er zijn veel problemen en het hefboomplan lijkt mij een begin om die aan te pakken.
Ik heb dezelfde vragen als collega Van Tigchelt, mevrouw de minister.
Kunt u de financiering van het hefboomplan toelichten? Wat zijn de bedragen die nu extra worden vrijgemaakt? Wat houdt het hefboomplan exact in?
Werkt u ook aan een langetermijnvisie binnen Justitie om alle problemen rond de toestand van het patrimonium, de digitalisering, de werklast, de personeelstekorten, het statuut van de magistraten, de betaalachterstand – die hebben we al verschillende keren onderstreept in de commissie – en de onderfinanciering ook structureel aan te pakken? Hoe past het hefboomplan daarin?
Alexander Van Hoecke:
Er is al veel gezegd over het protest door de collega’s. Ik zal niet in herhaling vallen, maar wil nog een specifiek aspect toelichten.
Op 16 april kondigde het College van het openbaar ministerie in een persbericht aan dat het geen antwoorden van de minister op parlementaire vragen meer zou voorbereiden. Dat zinnetje is sindsdien het standaardantwoord dat wij op onze schriftelijke vragen ontvangen. Die actie blijft ondertussen aanhouden en zorgt er natuurlijk voor dat het Parlement zijn controlefunctie niet meer naar behoren kan uitvoeren.
Ik heb daarom vier concrete vragen voor u.
Hoe vaak hebt u ondertussen overleg gepleegd met het College van het openbaar ministerie over deze actie en wat was het resultaat van dat overleg?
Heeft het College ondertussen een einddatum voor die actie meegedeeld?
Hoeveel parlementaire vragen hebt u door die actie tot vandaag niet of niet volledig beantwoord?
Wat zult u nog ondernemen om deze situatie zo snel mogelijk te verhelpen en ervoor te zorgen dat het Parlement zijn controlefunctie naar behoren kan uitvoeren?
Voorzitter:
S'agissant d'un débat d'actualité, quelqu'un d'autre souhaite-t-il intervenir? (Non)
Madame la ministre, vous avez la parole.
Annelies Verlinden:
Collega’s, zoals u zelf al aangaf – ook collega Aouasti – heb ik vorige week in het Parlement reeds geantwoord op gelijkaardige vragen. De methodiek van vraagstelling brengt ons ertoe het debat te hernemen, maar het is goed om in het kader van dat actualiteitsdebat dieper in te gaan op het thema.
Zoals enkelen onder u ook aangaven, bevindt Justitie zich – onder meer door jarenlange onderfinanciering en overbevolking in de gevangenissen – in een crisis. Dat doet geen afbreuk aan de vele inspanningen van de medewerkers binnen Justitie: het gevangeniswezen, de magistratuur, de justitiediensten en alle partners aan wie ik bijzondere dank verschuldigd ben. Wanneer ik zeg dat Justitie in crisis verkeert, trap ik voor de leden van de commissie uiteraard een open deur in. Wie op het terrein komt, merkt hoe zichtbaar en voelbaar die crisis is voor alle actoren. Daarnaast overspoelen vandaag berichten over de situatie ook de media.
Tegelijkertijd – en daarom ben ik hier – weiger ik mij neer te leggen bij die malaise. Het is van belang dat we alles in het werk stellen om het tij te keren en de huidige situatie om te buigen tot een kantelmoment voor de versterking van Justitie. Daarom werd, naar aanleiding van de aangekondigde acties van de magistratuur, gezocht naar perspectieven op korte termijn. Er zijn veel debatten te voeren over de lange termijn - over het strafrecht, over de organisatie van Justitie -, maar het is even belangrijk om op korte termijn perspectief te bieden aan de medewerkers van Justitie en de magistraten. Daarom hebben we vanaf april overleg georganiseerd in een toch wel unieke formule, met meer dan 50 vertegenwoordigers van de rechterlijke orde – zowel van het Openbaar Ministerie als van de zittende magistratuur. Ook de FOD Justitie was daarbij vertegenwoordigd.
In dat unieke proces hebben we ons verdeeld in vier thematische werkgroepen en intensief gewerkt aan het zogenoemde hefboomplan. De naamgeving maakt duidelijk over welk plan het gaat. Uiteraard was het een zoektocht om een en ander samen te brengen. Er is effectief gewerkt in werkgroepen rond de thema’s infrastructuur, veiligheid, mensen en middelen. De vierde werkgroep behandelde de aantrekkelijkheid van het beroep. We hebben gezocht naar investeringen in middelen, maar ook naar concrete acties die de situatie op het terrein kunnen verbeteren. Dat heeft op 2 juli geleid tot een akkoord over een concreet actieplan op korte termijn, het hefboomplan.
In onze ogen kan het hefboomplan een eerste stap zijn naar aanleiding van die acties en kan het op korte termijn een antwoord bieden op de meest acute noden van de magistraten en het gerechtspersoneel binnen de beschikbare middelen. Echter, collega’s, ik heb vorige week al aangegeven dat dat actieplan voor mij niet het eindpunt is. Onze ambities voor Justitie moeten veel groter zijn, want de noden zijn groter, de uitdagingen zijn groter en het gaat om een fundamenteel onderdeel van onze rechtsstaat en onze democratie. Dat betekent dat het hefboomplan de urgentie van het zoeken naar structurele hervormingen en investeringen niet wegneemt, maar wel een hefboom vormt die op korte termijn zuurstof en perspectief kan bieden. Precies daarom was het ook zo belangrijk om dat in overleg te doen met de magistratuur en de medewerkers.
Mevrouw Dillen, u stelt in uw vierde vraag dat er nog altijd geen antwoord is op de staten-generaal. U kunt het noemen zoals u wilt, maar wij hebben wel degelijk veelvuldig overlegd en op korte termijn oplossingen gevonden. Bovendien werken wij, zoals ik al herhaaldelijk heb aangegeven, heel voluntaristisch en constructief mee aan het initiatief dat door de Hoge Raad voor de Justitie is genomen om de drie machten samen rond de tafel te brengen en daar te spreken over oplossingen op langere termijn.
Er heeft al een eerste vergadering plaatsgevonden, georganiseerd door de Hoge Raad. Die werkzaamheden zullen de komende weken worden voortgezet. Of dat dan staten-generaal moet heten of niet, lijkt mij minder relevant. Er wordt wel degelijk overlegd met heel veel vertegenwoordigers van de magistratuur.
Mijnheer Van Tigchelt, sta mij toe, zoals u vroeg, ook even in te gaan op de verschillende onderdelen alsook op de inhoud van het plan.
En ce qui concerne les bâtiments et la sécurité, nous investissons dans des bâtiments de justice sûrs et bien entretenus et nous remédions au sous-financement structurel qui a affecté leur entretien grâce à des investissements ciblés. Nous allons améliorer la sécurité des bâtiments de justice grâce à l'installation de caméras et de vitres de sécurité supplémentaires, ainsi qu'au placement de 10 portiques de sécurité supplémentaires dotés de personnel. Il n'y en a pour l'instant pas dans tous les bâtiments de justice, et il est important de pouvoir garantir la sécurité du personnel, des visiteurs, des magistrats qui se trouvent dans nos bâtiments de justice.
Nous prévoyons également des moyens pour une infrastructure hautement sécurisée. Ces mesures relèvent de la compétence de la Justice et sont donc financées par ce département. Le rôle de la Régie des Bâtiments doit bien entendu être également pris en compte en ce qui concerne la sécurité et la convivialité des bâtiments.
En outre, nous travaillons sur un nouveau masterplan stratégique pour les bâtiments de justice en mettant l'accent sur la rationalisation et l'utilisation plus efficace des infrastructures disponibles. Il a été convenu dans l'accord de gouvernement que les recettes découlant de la rationalisation du nombre de bâtiments doivent être réinvesties dans le reste du parc immobilier de la justice. Je soutiendrai les propositions de la ministre chargée de la Régie des Bâtiments en vue de créer un mécanisme permettant d'utiliser le produit de toute vente pour de nouveaux projets dans le domaine de la justice.
Collega Dillen, tijdens de overlegmomenten over het gebouwenpark van Justitie was ook de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen aanwezig. Er zijn dus wel degelijk andere ministers en bevoegdheidsdomeinen betrokken bij het overleg met de magistratuur en met Justitie.
Daarnaast zullen we, rekening houdend met de toenemende dreigingen ten aanzien van magistraten, de nodige initiatieven nemen. De proporties van deze dreigingen in Brussel zijn immers bijzonder zorgwekkend. Ik betuig mijn volledige steun aan de procureur van Brussel. Zulke bedreigingen bemoeilijken de werkomstandigheden voor de magistraten. Ik houd contact met hem om de nodige steun te leveren. Wegens de toegenomen dreigingen zullen we initiatieven nemen om de persoonsgegevens van magistraten en indien nodig ook van griffiers te anonimiseren. We nemen eveneens initiatieven om de korpschefs meer bevoegdheden te geven voor de herlokalisatie van zittingen en de detachering van parketmagistraten door eventuele veiligheidsrisico’s. Om veiligheidsredenen zullen we ook uniforme identificatiebadges invoeren.
Wat betreft het luik mensen en middelen, voorzien we dat beide colleges en het Hof van Cassatie samen voor 21 miljoen euro kunnen investeren in bijkomend personeel. We willen hen ook autonomie geven in de wijze waarop die middelen worden ingezet, in ruil voor vooraf bepaalde doelstellingen. Over de realisatie van die doelstellingen zullen de beide colleges en het Hof van Cassatie twee keer per jaar rapporteren. Verder zullen er initiatieven worden genomen voor een flexibelere inzet van personeelsmiddelen, onder meer via een flexibelere definitie van de wettelijke kaders en de harmonisatie van de opdrachten binnen de rechterlijke orde. Dat zijn stappen naar meer beheersautonomie, waarnaar we conform het regeerakkoord willen toewerken. Later volgt daar meer info over.
Om de aantrekkelijkheid van de beroepen binnen de rechterlijke organisatie te bevorderen, nemen we in eerste instantie initiatieven om de instroom van magistraten te verhogen, onder meer door de gerechtelijke stage aantrekkelijker te maken, door de anciënniteit van magistraten in opleiding volledig te erkennen, zonder de vroegere beperking tot twee jaar, en door juridische ervaring buiten de advocatuur te laten meetellen tot maximaal twaalf jaar, zodat ook langs die weg de instroom kan verbeteren. Daarnaast zal ook worden voorzien in de toekenning van een vergoeding voor thuiswerk en telewerk, evenals in het recht op maaltijdcheques. Dat dossier kent een voorgeschiedenis, maar we hebben inmiddels een akkoord bereikt om hierin vooruitgang te boeken.
Om meer tweetalige magistraten en griffiers aan te trekken in Brussel, zullen we bovendien de tweetaligheidspremie voor een grondige kennis verhogen. Daarnaast voorzien we in nog enkele andere initiatieven om de aantrekkelijkheid van bepaalde functies van het gerechtspersoneel te vergroten. Zo zullen we een toelage toekennen aan personeelsleden die in het kader van de digitalisering belast zijn met IT-opdrachten. Ook maken we de functie van griffier, die de onderzoeksrechter en de jeugdrechter bijstaat, en de functie van chauffeur aantrekkelijker door de weddetoeslag voor die functies aan te passen. Ten slotte zullen er maatregelen worden genomen om de functie van vertaler bij het Hof van Cassatie concurrentiëler te maken in vergelijking met andere vertaaldiensten binnen de overheid.
Je préparerai à cet effet les initiatives légales nécessaires et je les soumettrai au gouvernement.
Chers collègues, je suis évidemment consciente que ces actions ne dissiperont pas complètement le mécontentement des magistrats exprimé devant la future réforme des pensions. Je continue donc à suivre en coulisses la concertation à ce sujet avec nos partenaires du gouvernement.
Zoals ik al zei, werd er op 2 juli een consensus bereikt over het geheel van de acties voor de korte termijn binnen het beschikbare budget, zodat we die prioritair ten uitvoer kunnen brengen. De signalen van het terrein zijn dus gehoord. Dialoog en overleg blijven volgens mij cruciale voorwaarden om te komen tot een duurzame en succesvolle langetermijnvisie voor justitie. De werkzaamheden van de taskforces zullen in de komende periode dan ook worden voortgezet.
Daarnaast wordt de structurele en penibele onderfinanciering van de gerechtskosten aangepakt, want ook dat is belangrijk voor een goed functionerende en geloofwaardige justitie. Tevens worden de initiatieven op het gebied van digitalisering verdergezet. Op dat vlak is er immers geen weg terug. We moeten met doordachte keuzes de digitalisering binnen, door en voor justitie verder voorbereiden.
Dit actieplan wordt zoals gezegd uitgevoerd binnen het extra budget dat al voor Justitie was vrijgemaakt in het regeerakkoord, de interdepartementale provisie veiligheid, en daarnaast door de beperking van de lineaire besparing voor de veiligheidsdepartementen. Ook wordt hier een deel van de middelen voor ingezet die voor 2025 in het paasakkoord waren toegezegd.
Het is echter belangrijk te onderstrepen dat er daarnaast nog andere noden zijn waar die middelen naartoe moeten gaan, zoals de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen, de veiligheid van de penitentiair beambten en het wegwerken van de vele achterstallige betalingen aan de partners van Justitie.
Collega’s Van Tigchelt en Yzermans, een substantieel deel van de middelen uit de interdepartementale provisie veiligheid zal worden toegewezen aan de toekomstige goede werking van de rechterlijke orde. Dit betreft alle aspecten van de werking, waaronder de versterking door middel van bijkomende personeelsbudgetten, de digitalisering van de werkprocessen, het verdere onderhoud van de applicaties – want u weet dat sommige applicaties wel ontwikkeld werden, maar dat er geen budgettaire middelen waren voorzien voor het onderhoud – en de gerechtskosten voor onderzoek in strafzaken. Daarnaast worden er middelen besteed aan het onderhoud van gerechtsgebouwen, met bijzondere aandacht voor veiligheid. In deze tijden mag het belang daarvan niet worden onderschat, maar het vergt uiteraard financiële middelen, niet alleen van Justitie, maar ook van de Regie der Gebouwen.
Monsieur Jadoul, le plan de postes vacants publié précédemment, qui prévoit le recrutement de quelque 113 magistrats, a été élaboré par le Collège des cours et tribunaux et par le Collège du ministère public. Il concerne 53 postes vacants au sein du ministère public et 60 postes vacants dans les cours et tribunaux. Ces instances ont réparti les postes vacants entre les tribunaux et les parquets en fonction de leur connaissance des besoins du terrain.
Het is mijn ambitie om Justitie voor de toekomst verder te versterken en het budget voor Justitie op te trekken, zodat de nodige investeringen kunnen worden gedaan. Er werd daarom, collega Van Hoecke, afgesproken om de dialoog met de rechterlijke orde over de vier thema’s verder te zetten. Zo kunnen de prioritaire behoeften, maar ook de andere, in kaart worden gebracht en kunnen de beschikbare middelen op een gedragen manier worden gealloceerd. Dat moet immers niet alleen efficiënt gebeuren, maar ook gedragen worden, zodat daadwerkelijk wordt tegemoetgekomen aan de zorgen en vragen van op het terrein.
De vertegenwoordigers van de magistratuur hebben zich naar aanleiding van de afspraken op 2 juli geëngageerd om het akkoord op die manier voor te stellen en toe te lichten aan alle leden van de rechterlijke organisatie. Ik heb daarbij ook uitdrukkelijk gevraagd om op basis van dat akkoord de dienstverlening aan rechtszoekenden en in de gevangenissen te allen tijde voorop te stellen.
De rechtsstaat is gebaat bij een zo goed mogelijk werkende justitie. Acties die rechtszoekenden belemmeren om recht en gerechtigheid te vinden, helpen de rechtsstaat niet vooruit. Iedereen moet daarin zijn verantwoordelijkheid nemen, om een en ander niet te vermengen en ervoor te zorgen dat de rechtsstaat te allen tijde kan blijven functioneren. Dat neemt niet weg dat ik met hen zal blijven zoeken naar antwoorden op de vragen.
Collega Van Hoecke, ik had al geantwoord op een schriftelijke vraag in dat verband over het aantal vragen aan het parket. Dat wordt niet systematisch bijgehouden, dus ik kan u daarover geen cijfers geven. Uiteraard vragen wij ook aan iedereen om de democratische controle verder mogelijk te maken.
Chers collègues, j’ai déjà indiqué que ce plan d'impulsion n'est qu'une première étape à court terme. Il ne répond donc pas entièrement aux besoins de réformes structurelles.
Sous la direction du Conseil supérieur de la Justice, nous mettrons sur pied un exercice de réflexion sur l'avenir d'une justice agile et axée sur les solutions, avec une représentation du pouvoir législatif et du pouvoir exécutif. Le coup d'envoi de cet exercice a déjà été donné le 13 juin.
L'accord de gouvernement Arizona l'indique en effet sans détour: la sécurité n'est pas seulement une nécessité opérationnelle, mais une mission essentielle de l'autorité et une condition fondamentale au bon fonctionnement de l'État de droit.
Mon engagement est de continuer à lutter pour des moyens, des investissements, des possibilités, des opportunités pour la justice, pour rendre une justice meilleure qu’aujourd'hui.
Voorzitter:
Merci beaucoup, madame la ministre, pour cette réponse complète, qui permet d'aller en profondeur dans le débat.
Khalil Aouasti:
Merci, madame la ministre. Ce qui est intéressant, dans ce débat d'actualité, c'est que vous offrez bien plus de réponses que vous n'avez eu le temps d'en offrir dans le cadre des questions d'actualité en séance plénière.
Je vous remercie déjà d’avoir dressé toute une série d'éléments complémentaires à ceux déjà discutés jeudi, et qui sont importants, notamment dans le cadre de l'attractivité pour le personnel judiciaire.
Je reste malgré tout avec mes inquiétudes. J'ai envie de vous le dire sincèrement. Plusieurs questions n'ont pas vraiment reçu de réponse, notamment la question des pensions.
Vous me dites que vous continuez à suivre dans l'ombre la réforme des pensions des magistrats. Mais comme je le dis souvent, soit il y a un gouvernement, soit il y a une addition de ministres. Dans ma culture politique, il y a un gouvernement et pas une addition de ministres. Le gouvernement décide, à un moment donné. Sur les questions de pensions, je pense qu'il ne suffit pas de suivre dans l'ombre. Il faut aussi pouvoir décider dans le cadre du gouvernement.
Deuxième élément, je suis très inquiet sur les perspectives budgétaires. Le dernier rapport du Comité de monitoring nous indique que les perspectives budgétaires sont très mauvaises. J'entends, à travers ce que je lis dans la presse, qu’il y aurait sur la table du gouvernement un maxi-deal d'été, après le deal de Pâques. Vous allez avoir un deal par saison, finalement. Ce deal d'été comporterait notamment une réforme fiscale. Si j'en crois la question de la quotité exemptée d'impôts, il y a quand même un impact budgétaire de 5 milliards d'euros. Si vous faites un cadeau fiscal de 5 milliards avec la trajectoire budgétaire telle qu'elle est mentionnée par le Comité de monitoring, et que vous n'arrivez pas à négocier des budgets complémentaires pour la Justice en plus des 112,5 millions que vous avez négociés cette année et pour lesquels, à ce stade, il n'y a rien d'autre de prévu à l'exception des 55 millions dans la provision interdépartementale, j'ai la plus grande inquiétude, madame la ministre, quant à la possibilité de réaliser tout ce que vous avez envie de réaliser. Je peux vous croire, je peux vous soutenir, mais la question c'est qu'à la fin, on fait toujours l'addition, et elle est largement négative.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik wil eerst bedanken voor uw heel uitvoerige en heel gedetailleerde antwoord op de vraag over het zogenaamde hefboomplan. Het is heel ambitieus op korte termijn, maar heel belangrijk is dat u hebt aangegeven dat het moet gebeuren binnen de huidige bestaande middelen.
Ik had van u graag een gedetailleerd overzicht gekregen van alle punten die u hebt opgesomd met daarbij het prijskaartje, zijnde het budget dat daaraan is verbonden. Ik hoop dat ik ongelijk heb, maar ik vrees dat u onvoldoende middelen hebt om het hefboomplan en alle aankondigingen die u vandaag uitvoerig hebt toegelicht, uit te voeren. Ik vrees dat u in de praktijk veel te weinig zult kunnen realiseren en dat het plan niet zal leiden tot significante en structurele verbeteringen.
Justitie heeft heel dringend nood aan structurele investeringen op lange termijn. U hebt tijdens uw antwoord verduidelijkt dat u de ambitie hebt om het budget op te trekken. Ik heb er u echter al een paar keer op gewezen, naar aanleiding van vragen tijdens de plenaire vergaderingen, dat departementen als Defensie heel grote bijkomende investeringen krijgen, namelijk 4 miljard euro, indien ik mij niet vergis. Er gaat ook elk jaar 1 miljard euro naar Oekraïne. Het lijkt mij derhalve belangrijk dat ook in Justitie dergelijke bedragen worden geïnvesteerd.
U moet harder op tafel kloppen om dat gedaan te krijgen. Uw collega van Defensie krijgt dat wel gedaan. U bent mee verantwoordelijk voor de nationale veiligheid. Justitie is daarin een heel belangrijke pijler. Justitie verdient die middelen en ik zal de vergelijking blijven maken met andere departementen die er wél in slagen om bijkomende middelen te verkrijgen.
Pierre Jadoul:
Je voudrais remercier Mme la ministre pour les informations qu'elle a pris le temps de partager avec nous ainsi que pour ce plan d'impulsion qui, rappelons-le, n'est qu'un plan d'impulsion. Les problèmes auxquels la Justice est confrontée ne sont pas neufs. J'ai fréquenté ce milieu pendant plus de 40 ans, et je pense qu'il y a eu un basculement au début des années 2000. M. Aouasti me permettra de ne pas rappeler quelle fut la ministre en charge de la Justice qui a commencé à fossoyer le département au début des années 2000. Je pense qu'il s'agit effectivement d'un département martyr qui mérite clairement un soutien.
Je ne fais pas partie de ceux qui vont tirer sur l'ambulance, j'ai plutôt envie d'appuyer toute demande que vous pourriez soutenir auprès du gouvernement, et je pense qu'il faut y aller. Je pense qu'effectivement, il est essentiel que vous puissiez obtenir les moyens nécessaires pour un département qui est quand même central au niveau du vivre ensemble et au niveau de la démocratie dans laquelle nous espérons pouvoir continuer à vivre.
Par ailleurs, en ce qui concerne le dossier des pensions, je suis sans doute, comme beaucoup, harcelé par des académiques, des magistrats qui s'émeuvent de l'éventuelle réduction de l'indexation de leur pension. À titre personnel, je suis relativement peu sensible et, selon moi, le contexte budgétaire étant ce qu'il est, il n'est pas anormal que tout le monde doive effectivement contribuer à l'effort demandé. Je m'étonne quelque peu de constater que c'est le sujet qui est mis en évidence par plusieurs intervenants, alors que dans un effort global, il est légitime que l'effort vienne également des académiques, des magistrats et sans doute aussi des parlementaires, si vous me permettez cette impertinence.
Paul Van Tigchelt:
Dank u wel, mevrouw de minister, ten eerste voor uw volledige en uitgebreide antwoord en ten tweede voor uw inspanningen om het protest van de magistraten te ontmijnen.
Ik zie het echter enigszins anders dan collega Dillen, die het hefboomplan heel ambitieus noemt. Eerlijk gezegd zie ik daarin niet zoveel nieuws of grote nieuwe stappen. Het gaat over zaken als maaltijdcheques en taalpremies. Daarnaast zijn er wel enkele aankondigingen, maar zoals altijd geldt: the proof of the pudding is in the eating . Investeringen in gebouwen, veiligheid van gebouwen en beheersautonomie zijn zaken waar we al heel lang mee bezig zijn. Dat hebt u zelf terecht aangegeven.
Er is nog veel werk aan de winkel, maar daar stuiten we op het probleem, zoals u in de commissie al hebt aangegeven, dat de bijkomende middelen die door Arizona zijn toegestaan voor Justitie en voor veiligheid in het algemeen, niet voldoende zijn om de ambities van het regeerakkoord waar te maken. Daaruit kan ik alleen maar concluderen dat het regeerakkoord niet veel waard is, of minstens dat er niet goed over onderhandeld is. Als de middelen niet volstaan om de ambities waar te maken, dan heeft die tekst eigenlijk weinig betekenis.
Collega Aouasti heeft verwezen naar het Monitoringcomité. Ik denk dat we elkaar niets moeten wijsmaken, de kans dat er nog veel bijkomt voor Justitie is klein. Op een gegeven moment zullen we die boodschap duidelijk moeten overbrengen aan de rechterlijke orde.
Alain Yzermans:
Ik denk dat ik niet alle exacte cijfers heb gehoord. Alleszins kunnen we de wijze waarop u dit integraal probeert aan te pakken in al zijn geledingen, waarderen en appreciëren. Justitie is immers de hoeksteen van onze democratische samenleving.
U spreekt over een hefboomplan. Een hefboom is een mechanisme om een kleine kracht om te zetten in een grote kracht, maar uiteraard is er veel meer nodig dan dit alleen om die hefboom volledig te laten werken. De vertrouwensbarometer gaat achteruit. Per Belg geven we maar 10 euro uit per magistraat, met slechts 0,22% van het bbp dat naar Justitie gaat. Het Europees gemiddelde ligt vandaag rond de 0,31%.
In mijn ogen hebben we alle krachten nodig. Een integrale visie betekent ook een collectieve visie, die over de partijgrenzen heen breed gedragen wordt. Dat is ook de oproep van de twee procureurs in het artikel. Op de langere termijn moeten we nadenken over een gedragen visie waarop voortgebouwd kan worden. Vele problemen moeten nog worden opgelost, maar volgens mij vormen de opstap en de verschillende initiatieven binnen de taskforces een goede aanzet.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, eerst en vooral sluit ik mij volledig aan bij wat mijn collega, mevrouw Dillen, daarnet zei. Ik blijf wel met een gevoel van ongenoegen zitten over de onbeantwoorde vragen.
U kunt zich niet verschuilen achter een protest vanuit de magistratuur om uw taak als uitvoerende macht ten aanzien van de wetgevende macht te ontlopen. Wij hebben een job – de uitvoerende macht controleren – en die kunnen we niet uitvoeren als we op elke vraag hetzelfde antwoord krijgen: “Ja, er wordt geprotesteerd.” Het is vandaag 16 juli 2025, het protest is begonnen op 16 april. We zijn nu vier maanden verder. Ik vraag me af wat u zult doen als de actie over een paar maanden of een jaar nog altijd loopt. Blijft dan hetzelfde standaardantwoord gelden? Hoe moeten we dan onze controlefunctie uitoefenen? Ik heb daar geen antwoord op gekregen.
Tot slot vind ik het ook jammer dat u geen cijfers kon geven over het aantal parlementaire vragen dat niet beantwoord is door de actie. Misschien ben ik daarin wat naïef, maar onder elk antwoord staat telkens de handtekening van de minister. Het lijkt mij heel eenvoudig om na te gaan hoeveel vragen er beantwoord zijn en hoeveel daarvan zijn beantwoord met het standaardzinnetje: “Op 16 april kondigde het College een actie aan en daardoor kan ik uw vraag niet beantwoorden.”
Ik hoop dat dit zo snel mogelijk opgelost raakt, want het is essentieel om onze taak als parlement op een degelijke manier te kunnen vervullen. Ik hoop dat u er alles aan doet om ervoor te zorgen dat u wel antwoorden kunt geven op de vragen die wij stellen, zodat wij over de juiste informatie beschikken en het beleid ook echt kunnen controleren.
Khalil Aouasti:
Monsieur le président, je tenais, en quelques secondes, à remercier les collègues pour leur collégialité et leur correction, parce que ce débat devait se tenir la semaine passée. J'étais bloqué dans une autre commission, et pour permettre que le débat se tienne, ils l'ont fait reporter à cette semaine. Je pense qu'il est parfois important parfois de dire merci pour cette collégialité et cette correction.
Voorzitter:
Merci monsieur Aouasti. Merci aux collègues qui ont fait preuve de collégialité.
Het protocolakkoord tussen de FOD Financiën en het College van het openbaar ministerie
De samenwerking tussen Justitie en Financiën inzake verbeurdverklaringen en inningen van boetes
Samenwerking tussen Justitie en Financiën voor verbeurdverklaringen en boete-inningen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België lanceert een samenwerkingsprotocol tussen Justitie en Financiën om het inningspercentage van strafboetes (nu 47%) en confiscaties (nu <20%) drastisch te verhogen, via betere datadeling, digitalisering en efficiëntere strafuitvoeringsonderzoeken (EPE). Minister Verlinden benadrukt dat dit past in een breder plan tegen georganiseerde criminaliteit, met gecoördineerde inzet van alle betrokken diensten, maar erkent dat extra middelen (personeel, budget voor digitalisering) cruciaal zijn—zonder concrete cijfers te noemen. Kritiekpunten blijven onderfinanciering van EPE’s (nu onbetaald overwerk) en de vrage of de opbrengsten—net als bij *Crossborder*—direct naar justitiële projecten zullen gaan. De focus ligt nu op snelle uitvoering en schaalvergroting, maar de praktische haalbaarheid hangt af van toekomstige investeringen.
Pierre Jadoul:
Madame la ministre, le SPF Finances et le Collège du ministère public ont annoncé, jeudi dernier, la signature d'un protocole d'accord afin d'améliorer le recouvrement des amendes pénales et des confiscations.
On peut évidemment s'en réjouir. Sur les 2,04 milliards d'euros d'amendes pénales infligées en cumulé depuis 2019, 1,07 milliard serait arrivé aujourd'hui dans les caisses de l'État, soit seulement 47,35 % du total. En ce qui concerne les confiscations, moins de 20 % des peines de confiscation finissent dans les caisses de l'État. Il était donc important de redresser la barre !
De manière globale, cet accord prévoit des échanges plus cadrés entre le SPF Finances et le Ministère public, avec notamment un meilleur échange des informations. Cet échange de données doit devenir à terme entièrement numérique. Le protocole vise aussi à automatiser certaines tâches afin de décharger les magistrats.
En outre, afin d'améliorer le taux de recouvrement, l'un des points majeurs du nouveau protocole est la volonté d'améliorer les enquêtes pénales d'exécution (EPE). Il s'agit des enquêtes menées par des magistrats spécialisés du ministère public, réalisées après des condamnations définitives, afin de mettre la main sur l'argent dû par les condamnés.
Madame la ministre, comment accueillez-vous la signature de ce protocole d'accord? Votre département y a-t-il participé? Si oui, de quelle manière? Quels sont les objectifs, notamment chiffrés, en ce qui concerne les taux de recouvrement grâce à ce nouvel accord? Il me revient que le problème avec les EPE est que les magistrats mènent actuellement ces enquêtes sur leurs heures supplémentaires et non payées. La presse fait écho d'un manque de personnel. Des investissements en ressources humaines sont-ils prévus à cet égard? Certains magistrats souhaiteraient par ailleurs que, à l'instar de Crossborder pour les amendes routières, l'argent récolté suite au recouvrement des amendes pénales et confiscations serve directement à financer des projets liés à la Justice. Qu'en pensez-vous? Des initiatives vont-elles être prises à ce niveau?
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs ook naar de ingediende vraag.
Uit berichtgeving blijkt dat Justitie en Financiën beter gaan samenwerking om geldboetes, gerechtskosten en verbeurdverklaringen sneller en doeltreffender te kunnen innen. De afspraken zijn vastgelegd in een nieuw samenwerkingsakkoord.
Kan de minister mij mededelen wat de concrete problemen waren bij het innen van geldboetes, gerechtskosten en verbeurdverklaringen? Graag een gedetailleerd overzicht.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende de contactpunten die duidelijk zijn aangeduid? Over welke contactpunten gaat het? Graag een gedetailleerd overzicht.
Welke gezamenlijke werkprocessen zijn er vastgelegd? Graag een gedetailleerd overzicht.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende een directe gegevensuitwisseling? Op welke wijze wordt dit ondersteund door gestandaardiseerde documenten?
Ook de aanpak van crimineel vermogen wordt door deze samenwerking versterkt. Kan de minister hierover meer toelichting geven? Op welke wijze zullen de strafuitvoeringsonderzoeken efficiënter worden uitgevoerd zodat veroordeelden minder kans krijgen om hun bezittingen te verbergen?
Naast een efficiëntere opvolging van rijverboden en een betere samenwerking bij buitenlandse invorderingen zet het akkoord in op digitalisering. De uiteindelijke ambitie is een volledig digitale gegevensstroom tussen Justitie en Financiën. Kan de minister hierover meer toelichting geven? Op welke wijze zal dit bijdragen aan een rechtvaardiger en daadkrachtig strafuitvoeringsbeleid? En vooral: zullen er voldoende middelen ter beschikking zijn om deze digitalisering in de praktijk uit te rollen?
Annelies Verlinden:
Dank u voor de vraag en de efficiënte werkwijze, collega's.
Het is evident zo dat misdaad niet mag lonen en dat we er alles aan moeten doen om de tegoeden van criminelen te kunnen verkrijgen. Het College van het openbaar ministerie heeft een samenwerkingsprotocol met de FOD Financiën ondertekend om geldboetes maar ook verbeurdverklaarde eigendommen en gerechtskosten beter, sneller en doeltreffender te kunnen recupereren bij de veroordeelden. In dit protocol worden duidelijke contactpunten aangeduid en ook gezamenlijke werkprocessen vastgelegd. Ook worden er afspraken over een directe gegevensuitwisseling gemaakt.
Les chiffres qui ont conduit à la conclusion du protocole sont éloquents. Il y a aujourd'hui 8 350 dossiers de dette dont le montant des confiscations s'élève à 440,1 millions d'euros. Grâce à ce protocole, le recouvrement de ce montant sera plus efficace et les sanctions financières seront également mises en œuvre de manière effective.
Ce protocole est une première étape dans le cadre de mon plus vaste projet de l'approche de la criminalité organisée axée sur le butin que j'exécuterai avec mes collègues dans le cadre de la mise en œuvre de l'accord de gouvernement. L'objectif de ce plan est de tarir les flux financiers qui financent les activités criminelles.
De aanpak van de georganiseerde criminaliteit vraagt immers een proactieve en gecoördineerde aanpak tussen alle actoren, het OM, de zetel, justitie, politie, de FOD Financiën, SIOD, WASO, FOD Economie, de CFI, de VSSE en de ADIV. Een gecoördineerde en georganiseerde uitwisseling van gegevens en inlichtingen, met respect voor de bevoegdheden van alle administraties en het OM, vormen daar een basis van. Als minister van Justitie kan ik dit initiatief dan ook alleen onderschrijven en toejuichen. Een effectieve strafuitvoering vormt immers het sluitstuk van onze rechtsstaat.
Pierre Jadoul:
Merci, madame la ministre, pour ces éléments de réponse.
Je connais le système Crossborder, qui me semble effectivement d'une efficacité remarquable. Je suis bien conscient que, lorsqu'il s'agit des amendes pénales, la problématique est sans doute beaucoup plus complexe. En effet, une part importante – voire majoritaire – des personnes redevables de ces amendes rencontrent des difficultés de solvabilité. Il ne suffit donc pas de simplement reproduire un système existant.
Cela étant dit, je me réjouis que tous les moyens soient mis en œuvre pour améliorer le taux de perception effectif des amendes prononcées par les cours et tribunaux. Cela relève de l'intérêt général à tous les niveaux, tant du point de vue des personnes condamnées que de celui de la société, et des ressources dont les pouvoirs publics doivent disposer pour mettre en œuvre leurs politiques.
Je salue donc l'accord qui a été conclu. C'est, à mes yeux, une étape importante et peut-être aussi l'occasion de réfléchir à d'autres leviers pour renforcer encore le système, dans la mesure du possible.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord. Samen met u juich ik deze samenwerking tussen Justitie en Financiën uiteraard toe. Het is een eerste stap. U zegt dat u hoopt dat er snel verdere stappen zullen worden gezet om ervoor te zorgen dat geldboetes, gerechtskosten en verbeurdverklaringen sneller en doeltreffender kunnen worden geïnd. Mevrouw de minister, u hebt zich in uw antwoord vooral toegespitst op de zware criminaliteit, op crimineel vermogen uit georganiseerde misdaad. Dit akkoord zal echter toch ook betrekking hebben op het vlotter kunnen innen van alle andere geldboetes en gerechtskosten? Ik vind het ook positief dat in dit akkoord wordt gesproken over verbeurdverklaringen. In het verleden was dat vaak anders en werd er regelmatig gesproken over in beslag genomen goederen. Ik wil hier geen les in recht geven, maar we weten allemaal dat er een zeer groot verschil is tussen een verbeurdverklaring en een inbeslagname. Pas wanneer iets verbeurd is verklaard, wordt het eigendom van de Staat. Er is wel een vraag waarop ik geen antwoord heb gekregen, mevrouw de minister. U zegt dat met dit akkoord ook wordt ingezet op verdere digitalisering, wat uiteindelijk moet leiden tot een volledig digitale gegevensstroom tussen Justitie en Financiën. Zo wordt er gewerkt, heb ik gelezen, aan een rechtvaardiger en krachtiger strafuitvoeringsbeleid. Natuurlijk weten we allemaal dat meer inzetten op digitalisering gepaard gaat met een stevig prijskaartje. Ik hoop dan ook dat beide departementen bereid zijn om daarin te investeren, om dit in de praktijk te kunnen realiseren.
De toevloed van meldingen over phishing bij Safeonweb en de samenwerking met Justitie
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Safeonweb ontvangt dagelijks 26.000 meldingen van verdachte phishingberichten (jaarlijks ~9,5 miljoen), met name van CM, RIZIV en nepadvertenties, en blokkeert frauduleuze links. Phish Nemo (FGP Limburg) spoort en blokkeert proactief phishingwebsites, analyseert criminele netwerken en werkt samen met Safeonweb en Belgische providers voor efficiëntere blokkering. Van Hoecke benadrukt dat preventie cruciaal is, maar phishing nooit volledig uitgeroeid kan worden, en dringt aan op prioriteit in de bestrijding. Verlinden wijst op de multidisciplinaire aanpak en verwijst voor statistieken naar een schriftelijke vraag.
Alexander Van Hoecke:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Safeonweb, het initiatief van het Centrum voor Cybersecurity België, ontvangt elke dag bijna 26.000 meldingen over verdachte email of sms-berichten. Het zijn er in totaal net geen 10 miljoen (bijna 9,5 miljoen) per jaar. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier enkel om de meldingen die Safeonweb ontvangt. Het topje van de ijsberg.
Safeonweb zegt dat het elk bericht met de link waarnaar verwezen wordt en eventuele bijlagen controleert. Wanneer blijkt dat het daadwerkelijk om een frauduleus bericht gaat, wordt ingegrepen en wordt ervoor gezorgd dat de link naar een waarschuwingspagina doorverwijst.
De meest voorkomende phishingberichten komen van de Christelijke Mutualiteit (CM), het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV), De Watergroep en de federale politie.
Een andere populaire manier waarop criminelen tewerk gaan, is het gebruik van nepadvertenties met BV's of zelfs politici. Die vorm van phishing wordt regelmatig gepromoot op sociale media.
Op welke manier wordt er samengewerkt tussen Safeonweb en de Computer Crime Unit van de federale gerechtelijke politie? Zijn er nog gerechtelijke actoren waarmee Safeonweb samenwerkt en waaruit bestaat die samenwerking precies?
Merkt het openbaar ministerie een toename van het aantal aangiftes van phishing? Zo ja, is ook het aantal zaken dat daadwerkelijk tot vervolging heeft geleid mee geëvolueerd? Kan u daarbij ook een zicht geven op het aantal veroordelingen?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Van Hoecke, ik verwijs graag naar het antwoord op uw eerdere mondelinge vraag en voeg daar het volgende aan toe. Momenteel loopt er onder de vleugels van de FGP Limburg een project loopt, genaamd Phish Nemo, waarvoor overigens de Nationale Innovatie Award werd ontvangen in 2024. Het project heeft als voornaamste doel het actief opsporen en blokkeren van phishingwebsites in een vroeg stadium om op die manier phishingaanvallen te voorkomen en de veiligheid van gebruikers te waarborgen. Op de verzamelde data worden verschillende analyses toegepast om nieuwe proactieve onderzoeken naar de bovenbouw van dergelijke criminele organisaties op te starten. Een ander doel is om met de data de fenomenen in kaart te brengen.
De FGP Limburg neemt momenteel het voortouw om een samenwerking op te zetten tussen de FGP en het Centrum voor Cybersecurity Belgium. Het is de bedoeling dat Phish Nemo ook de controle zal uitvoeren van alle vermoedelijke phishingwebsites voor alle burgermeldingen via Safeonweb. Er wordt ook een aansluiting beoogd op het Belgian Anti-Phishing Shield voor een efficiënte blokkering bij de Belgische internetproviders.
Dat alles moet een multidisciplinaire aanpak, betere onderzoeksmogelijkheden en beeldvorming opleveren alsook efficiëntere en andere potentiële samenwerkingsmogelijkheden stimuleren.
Wat de statistieken betreft, ik stel voor dat u daarvoor een schriftelijke vraag indient.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, ik krijg dan wellicht hetzelfde standaardantwoord. Ik dank u niettemin voor uw antwoord. Phish Nemo kende ik nog niet. Het is alleszins een amusante benaming. Het gaat er inderdaad om om zoveel mogelijk van die websites in kaart te brengen. Preventie speelt een bijzonder belangrijke rol bij het bestrijden van phishing. We zullen het nooit volledig kunnen vermijden. Het is een globaal fenomeen. We zullen in ons land niet in staat zijn om het volledig de kop in te drukken. Aangezien heel veel mensen, zo niet de meeste mensen, geconfronteerd worden met die vorm van criminaliteit en er nog altijd bijzonder veel slachtoffers vallen – dat blijkt ook uit het aantal meldingen dat Safeonweb ontvangt –, dring ik erop aan om de strijd tegen phishing de nodige prioriteit te geven.
De subsidies vanuit de FOD Justitie aan het CIIB
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 16 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het CIIB ontving 250.000 euro aan subsidies (waarvan 100.000 euro van FOD Justitie), maar wordt door Staatsveiligheid gelinkt aan het Moslimbroederschap, wat vragen oproept over de toekenning. Minister Verlinden bevestigt dat het CIIB in 2024 nog 95.890 euro kreeg, maar in 2025 geen subsidies meer, en verwijst voor details naar minister Beenders (Gelijke Kansen). Van Hoecke kritiseert het "vreemde construct" waarbij Justitie-geld via Gelijke Kansen naar omstreden organisaties gaat en pleit voor strengere controle en stopzetting van dergelijke subsidies. De kerntaak van overheidssubsidies aan dergelijke privéorganisaties wordt in twijfel getrokken.
Alexander Van Hoecke:
De krant La Dernière Heure berekende dat het Collectief voor Inclusie en tegen Islamofobie (CIIB) de afgelopen vijf jaar maar liefst 250.000 euro aan Belgische en Europese subsidies binnenhaalde. Het leeuwendeel daarvan (100.000 euro) is afkomstig van de FOD Justitie.
In een rapport van de Staatsveiligheid wordt erop gewezen dat het CIIB een discours voert dat verdacht veel lijkt op dat van het extremistische Moslimbroederschap. Het rapport linkt de twee organisaties aan elkaar.
Waarom werden deze subsidies toegekend aan het CIIB?
Welke controle werd er uitgeoefend op het besteden van deze subsidies?
Zal het CIIB dit jaar nog bijkomende subsidies ontvangen vanuit de FOD Justitie?
Zal de minister de subsidies aan het CIIB volledig stopzetten?
Kunnen de toegekende subsidies (of minstens een deel ervan) nog teruggevorderd worden?
Annelies Verlinden:
Dank u wel, collega Van Hoecke. Binnen de FOD Justitie bestaat er een specifieke financieringslijn, namelijk programma 5 Diversiteit, Interculturaliteit en Gelijkheid van Kansen, meer bepaald onder de begrotingspost ‘Toelagen aan privéorganisaties in het kader van de diversiteit, de interculturaliteit en de gelijkheid van kansen’. Die begrotingspost valt onder de FOD Justitie, maar het is mijn collega, de minister van Gelijke Kansen, de heer Rob Beenders, die hierop toelagen kan uitkeren.
In dat kader kunnen privéorganisaties, waaronder het Collectief voor Inclusie en tegen Islamofobie, projectsubsidies ontvangen. Ik kan u melden dat in 2024 het CIIB 95.890 euro subsidies heeft ontvangen van de FOD Justitie. In 2025 heeft die organisatie geen subsidies van de FOD Justitie ontvangen. Ik verwijs u graag naar minister Beenders voor eventuele verdere vragen over de concrete financiering van specifieke organisaties.
Alexander Van Hoecke:
Het is goed dat die organisatie in 2025 geen subsidies meer heeft ontvangen, maar het is wel een beetje bizar dat er een toelage bestaat vanuit de FOD Justitie die wordt uitgekeerd door de minister van Gelijke Kansen die beslist welke organisaties die toelage krijgen. Het gaat om privéorganisaties die werken rond diversiteit en gelijke kansen. Ik vind dat een heel vreemd construct. Als ik dan zie dat er bijna 100.000 euro gaat naar een organisatie die gelinkt wordt aan het extremistische Moslimbroederschap en dat terwijl het woord ‘islamofobie’ in de naam van de organisatie voorkomt, dan zouden bij mij toch al alarmbellen afgaan. Ik vind het dan ook bijzonder vreemd dat er geld gaat van de FOD Justitie, waar toch geen geld op overschot is, naar een dergelijke organisatie. Ik hoop dat u al die privéorganisaties zult doorlichten en dat u in samenspraak met de minister van Gelijke Kansen zult nagaan of het wel een kerntaak van de overheid is om dergelijke organisaties te subsidiëren.
De toestand van de justitie in België
De acties van de gerechtelijke actoren
Gerechtelijke context en actoren in België
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 10 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De chronische onderfinanciering en overbelasting van de Belgische justitie—met tekorten aan personeel, een gigantische gerechtelijke achterstand en overbevolkte gevangenissen—staat centraal, terwijl de sector 700 miljoen euro aan boetes en confiscaties in zes maanden genereert, wat haar rendabeler maakt dan veel belastingen. Minister Verlinden presenteert een noodplan met vier pijlers (infrastructuur, veiligheid, flexibele organisatie, aantrekkelijkere loopbanen) en belooft structurele investeringen, maar kritiek blijft omdat het budget onvoldoende is (slechts 125 miljoen in plaats van gevraagde 1 miljard) en pensioenhervormingen van Jambon de aantrekkingskracht verder ondermijnen. Nuino (Les Engagés) steunt de minister en benadrukt haar dialogeerbereidheid, terwijl Aouasti het gebrek aan vertrouwen in haar aanpakt en het plan cosmetisch noemt, met symbolische maatregelen die de kernproblemen negeren.
Ismaël Nuino:
Madame la ministre, la justice va mal. Il n'est évidemment nul besoin de vous faire un dessin: elle manque de collaborateurs, de magistrats, de greffiers, de personnel pénitentiaire. De plus, l'arriéré judiciaire est immense, alors que des gens attendent leur jugement. Enfin, les prisons sont surpeuplées. Je vous dis qu'il n'est nul besoin de vous faire un dessin, parce que j'ai l'impression que cela fait des années que la justice va mal. Depuis que je suis né, on dit qu'elle va mal. Pourquoi suis-je en train de vous le dire? C'est parce que vous ne pourrez pas tout changer en quelques mois. Vous nous avez présenté des mesures provisoires: la loi contre la surpopulation carcérale et un plan pour renforcer l'attrait de la fonction. Nous saluons et soutenons ces initiatives, qui doivent entrer en vigueur le plus rapidement possible.
Ensuite, je tiens à rappeler que, pour Les Engagés, la justice est le troisième pouvoir. C'est donc un pouvoir au même titre que le gouvernement et le Parlement. Il ne faut pas simplement le préserver, mais également le renforcer. C'est à cette fin que nous nous sommes battus pendant des mois et que nous continuerons à nous battre à vos côtés pendant toute la législature.
Pourquoi ai-je parlé du renforcement de la justice? Ce n'est pas simplement pour ces raisons, mais également parce que la justice rapporte beaucoup. On ne le dit pas suffisamment. Depuis le 1 er janvier dernier, la justice belge a infligé 700 millions d'euros d'amendes et de confiscations pénales. Cela signifie qu'en six mois, la justice peut nous rapporter 700 millions d'euros. Chers collègues, c'est un rendement supérieur à celui de n'importe quelle taxe pour laquelle nous nous engueulons depuis des mois dans cet hémicycle. Par conséquent, nous devons investir dans la justice, car dépenser de l'argent pour elle n'est pas une dépense, mais un investissement.
Madame la ministre, je suis convaincu que vous partagez mon point de vue. Mes questions sont concrètes. Pouvez-vous expliciter votre plan d'attractivité pour les magistrats? Pouvez-vous également expliquer comment nous pourrions mieux récupérer les amendes pénales? En effet, nous savons qu'elles sont prononcées par les magistrats, mais qu'elles sont très peu exécutées. Enfin, quelle vision allez-vous appliquer dans les prochains mois pour renforcer la justice?
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, le collègue Nuino vous interroge sur l'état de la justice. Après des déclarations dans la presse, voici des questions d'actualité des Engagés comme s'ils n'étaient pas de votre majorité. Je vais vous aider et lui répondre directement.
Des bâtiments en ruine, des magistrats qui achètent leur agrafeuse, des audiences remises faute de greffiers, des parents qui attendent des mois pour obtenir une décision sur la garde de leurs enfants, des prisons asphyxiées, des détenus sans suivi. Depuis des mois, les acteurs du monde judiciaire réclament le refinancement de la justice et, une chose, du respect. Qu'ont-ils en retour? Quelle réponse reçoivent-ils? L'accord de Pâques réduit déjà de moitié le refinancement prévu par l'accord de gouvernement. Il y a deux semaines, alors que se tenait un rassemblement place Poelaert organisé par les acteurs du monde judiciaire, au même moment, le ministre Jambon mettait fin à la concertation concernant les pensions avec les organisations représentatives de magistrats.
Madame la ministre, j'admire l'abnégation du monde judiciaire. Il est méprisé par votre gouvernement. Pourtant, il continue à appeler au dialogue et sollicite désormais directement le premier ministre. Dans ce dossier, il y a une grande absente. Je suis désolé de vous le dire, c'est vous. Et si les magistrats s'adressent directement au premier ministre, ce n'est pas anodin. Le monde judiciaire n'a pas pu compter sur vous. Il n'a pas pu compter notamment sur Les Engagés, ni durant les négociations de l'accord de Pâques, qui a revu à la baisse les engagements de refinancement de ce gouvernement à l'égard de la justice de moitié, ni durant la concertation sur les pensions des magistrats. Hier encore, votre groupe applaudissait la réforme du ministre Jambon. Un milliard de refinancement a été demandé. On va se retrouver avec 125 millions à l'horizon 2029. Et aujourd'hui, vous osez questionner l'état de la justice!
Madame la ministre, il est encore temps de convaincre vos collègues de l'absolue nécessité du renforcement structurel de ce département. Il est temps d'exiger du ministre des Pensions la reprise de la concertation. Quel soutien allez-vous leur apporter?
Annelies Verlinden:
Chers collègues, des années de sous-financement et de surpopulation carcérale ont conduit la justice dans une crise, et ce, malgré les efforts constants des nombreux collaborateurs du système pénitentiaire, de la magistrature et de tous les services et partenaires de la justice. Vous dire cela, c'est enfoncer une porte ouverte. Les nombreuses expressions de cette crise sont visibles et tangibles sur le terrain pour tous les acteurs. En outre, les annonces à ce sujet inondent les médias depuis quelques semaines.
Je refuse toutefois de me résigner à ce malaise. Nous devons tout mettre en œuvre pour faire de cette situation un tournant. C'est également pour cette raison, et afin d'offrir des perspectives à court terme, que quatre groupes de travail thématiques ont travaillé d'arrache-pied ces dernières semaines, dans le cadre d'un processus unique, à l'élaboration d'un plan d'impulsion, en concertation avec plus de 50 représentants de l'ordre judiciaire et du SPF Justice. Un consensus a été atteint la semaine dernière. Les actions seront mises en œuvre en priorité dans le cadre budgétaire actuel.
Ce plan d'impulsion repose sur quatre piliers. Premièrement, une politique immobilière tournée vers l'avenir, avec notamment des investissements dans l'entretien et la sécurité des bâtiments judiciaires, avec des caméras et des vitres de sécurité supplémentaires. Deuxièmement, un environnement judiciaire plus sûr, notamment grâce à l'anonymisation des données à caractère personnel des greffiers et magistrats et à l'installation de portiques de sécurité. Troisièmement, une organisation judiciaire forte et agile grâce à une utilisation plus flexible des moyens disponibles. Quatrièmement, le renforcement de l'attractivité des fonctions et des carrières au sein de l'ordre judiciaire, par exemple en prenant en compte l'expérience des candidats ailleurs dans le monde judiciaire. Je suivrai également de très près les discussions sur les pensions, parce qu'il importe de garantir cette attractivité.
Ce plan d'impulsion est une première étape et répond donc aux deux besoins les plus urgents des magistrats et du personnel judiciaire, dans la limite des moyens disponibles. Sachez toutefois, chers collègues, que nous sommes loin d'avoir atteint notre objectif. Nos ambitions pour la justice sont plus grandes.
Je suis consciente que ces actions ne suffiront pas à apaiser complètement le mécontentement des magistrats concernant la future réforme des pensions. C'est pourquoi je poursuis la concertation avec nos partenaires du gouvernement sur les investissements dans la justice, y compris en matière de salaires et de pensions. J'ai la ferme intention de renforcer la justice et d'augmenter son budget, afin de réaliser les investissements indispensables. Ce n'est pas un luxe, c'est une nécessité.
Des accords ont été conclus pour poursuivre de manière structurelle un dialogue avec l'organisation judiciaire, autour des quatre thématiques soulevées par les groupes de travail. L'objectif est clair: recenser les besoins et affecter les ressources disponibles de façon concertée.
Chers collègues, je crois que la magistrature est suffisamment forte pour envoyer des signaux convaincants, sans compromettre la prestation des services, ni la confiance des citoyens et des entreprises envers la justice. L'État de droit nous oblige à continuer à rendre la justice aux justiciables. Si nous demandons aux citoyens de faire confiance à la justice, celle-ci ne peut pas se permettre d'en éroder la crédibilité. C'est aussi le message que j'ai adressé à la magistrature. Cette dernière peut compter sur moi: je me battrai pour des investissements dans la justice.
Ismaël Nuino:
Merci, madame la ministre, pour cette réponse.
Je commencerai par rappeler à nos collègues que l'accord de gouvernement garantit un réinvestissement de 1,275 milliard d'euros dans la justice d'ici à 2029. Et dans les accords de Pâques, des moyens supplémentaires ont déjà été débloqués pour des mesures d'urgence.
Madame la ministre ne l'a peut-être pas dit elle-même – sans doute par élégance –, mais vous qui prétendez écouter la justice, monsieur Aouasti, vous ne la lisez pas. Quand la Cour de cassation, dans le cadre de la manifestation du 27 juin, a adressé un message, elle a appelé des membres du gouvernement à dialoguer, à l'instar de la ministre de la Justice, qui – contrairement à ce qui a été insinué – est déjà en dialogue. Dire qu'elle est absente alors qu'elle fait son travail, ce n'est pas honnête intellectuellement.
Sur la question des pensions, madame la ministre, nous serons tout aussi vigilants que vous. Il faudra veiller aux effets cumulés de la réforme sur les pensions des magistrats, car c'est l'attractivité de la fonction qui est en jeu. Et nous continuerons à vous soutenir dans les réformes et les ajustements nécessaires, en concertation avec tous les acteurs concernés.
Khalil Aouasti:
Je vous remercie, madame la ministre. Je remercie également le collègue Nuino pour sa réplique. En fait, monsieur Nuino, vous venez de démontrer que vous êtes le meilleur avocat de la politique de la ministre de la Justice, alors même que le monde judiciaire s'adresse au premier ministre. C'est dire si le monde judiciaire a perdu confiance en vous, madame la ministre. Je suis désolé. Pourtant, vous continuez à les soutenir. En quoi votre plan consiste-t-il? Je vais lire entre les lignes. Des investissements immobiliers pour des caméras et des vitres de sécurité, alors qu’il pleut à travers les plafonds des chambres d'audience. C'est probablement la sécurité. L'administration forte et agile, dans la limite des moyens disponibles. C'est intéressant, vous l'avez répété trois fois: "forte et agile, dans la limite des moyens disponibles". Cela veut dire un renoncement aux cadres légaux, pas de recrutements complémentaires de magistrats et de greffiers. Ils pourront attendre. À eux à s'adapter à votre budget, et non pas à vous. Un plan d'attractivité. Je suis certain que le plan d'attractivité, ce sont les mesures en matière de pensions de M. le ministre Jambon, mesures qui font que ce plan d'attractivité est tellement magistral que les magistrats, semaine après semaine, mènent des actions de grève (…)
De klacht van een magistraat wegens de slechte luchtkwaliteit in het Brusselse Justitiepaleis
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een Brusselse magistraat diende klacht in wegens slechte luchtkwaliteit en hitte in het Justitiepaleis, gekoppeld aan groeiachterstand bij haar ongeboren kind, met bevestiging door verbetering na verhuizing naar een betere ruimte. Minister Verlinden bevestigt dat Justitie klachten ernstig neemt en belooft actieplannen na onderzoek (metingen, preventieadviseur) samen met de Regie der Gebouwen, maar kan niet ingaan op de lopende procedure. Dillen dringt aan op *hoogdringende* oplossingen voor structurele schendingen van arbeids- en welzijnswetgeving, niet alleen in Brussel maar in verouderde gerechtsgebouwen landelijk, en eist prioritaire aanpak zonder afwachten van de auditeur.
Marijke Dillen:
Een magistraat bij het Brusselse Parket heeft een klacht ingediend bij de Arbeidsauditeur wegens de slechte luchtkwaliteit in het Brusselse Justitiepaleis. Aanleiding was een groeiachterstand bij haar ongeboren baby, vermoedelijk veroorzaakt door de slechte luchtkwaliteit en de hitte in de rechtszaal waar ze werkte.
Toen plots bleek dat de ongeboren baby een groeiachterstand had en de gynaecoloog vergiftiging en zwangerschapsdiabetes had uitgesloten, legde de gynaecoloog een link met de werkplek, zo blijkt. Dat die analyse kan kloppen blijkt ook uit het feit dat sinds de zittingen verhuisd zijn naar een beter geventileerde ruimte de klachten verdwenen.
De neergelegde klacht is gebaseerd op schendingen van de arbeidswetgeving en de welzijnswet.
Is de minister op de hoogte van deze klacht? Wat is haar reactie?
Werden er inmiddels initiatieven genomen om te werken aan oplossingen?
Ook griffiers, rechters, advocaten, tolken, slachtoffers en beklaagden zitten vaak urenlang in oververhitte, slecht verluchte ruimtes. Dit probleem stelt zich niet alleen in het Brusselse Justitiepaleis maar ook in andere vaak oudere gerechtsgebouwen. Heeft de minister kennis van nog andere klachten?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, u geeft zelf aan dat de magistraat een officiële klacht zou hebben ingediend bij de arbeidsauditeur. Ik kan dus niet ingaan op die lopende procedure.
In algemene termen kan ik wel melden dat de FOD Justitie en ikzelf dergelijke zaken en klachten heel ernstig nemen. Als na onderzoek, desgevallend ook metingen en een tussenkomst van de preventieadviseur de klacht gegrond blijkt, stelt de FOD Justitie in overleg met de Regie der Gebouwen een actieplan op om te remediëren.
Wij willen voor alle medewerkers van justitie een aangenaam, veilig en werkbaar werkklimaat. Wij ondernemen dan ook de nodige acties om dat te bewerkstelligen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik vraag geen informatie over de klacht zelf die door de magistraat bij de arbeidsauditeur is ingediend wegens de slechte luchtkwaliteit. Wij zullen wel zien welk gevolg daaraan wordt gegeven. In elk geval kloppen de vaststellingen en staat vast dat er sprake is van schendingen van de arbeidswetgeving en de welzijnswet. U zult bij hoogdringendheid een actieplan moeten uitrollen om de situatie aan te pakken, in het belang van magistraten, advocaten, griffiers, tolken, slachtoffers en beklaagden, kortom iedereen die in die slecht verluchte zalen aanwezig is. Ik hoop dan ook dat u het dossier niet op de lange baan schuift en wacht tot de klacht is afgehandeld bij de arbeidsauditeur, maar dat u er prioritair werk van maakt.
De slechte staat van het gerechtsgebouw van Mechelen
Het justitiepaleis van Mechelen
Renovatiebehoefte van het Mechelse gerechtsgebouw
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het gerechtsgebouw van Mechelen verkeert in ernstig verval (waterinfiltratie, schimmel, muizenplaag), wat gezondheidsrisico’s en onleefbare werkomstandigheden veroorzaakt voor personeel en bezoekers. Volgens minister Matz vallen onderhoudstaken (zoals dakgoten, ongediertebestrijding) onder Justitie (FOD), terwijl structurele herstellingen (renovatie/nieuwbouw) door de Regie der Gebouwen moeten worden gepland via een meerjarig investeringsplan, afhankelijk van budget en prioriteiten. Dillen benadrukt dat dringende structurele werken nodig zijn en eist duidelijkheid over timing, aangezien Mechelen prioritair moet zijn maar nog geen concrete planning kreeg. De verantwoordelijkheidsverdeling en trage budgettaire uitvoering blokkeren een snelle oplossing.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Voor de derde week op rij hebben de Antwerpse en Limburgse magistraten actie gevoerd tegen de onderfinanciering van Justitie. Deze keer stond de slechte toestand van de gebouwen centraal, in het bijzonder het gerechtsgebouw van Mechelen.
In Mechelen komt het water via elektriciteitsleidingen binnen gesijpeld wanneer het regent en moeten overal emmers worden geplaatst. Verschillende ruiten zijn gebroken. Op vele muren is er schimmel. Er is een muizenplaag. Het zijn maar enkele voorbeelden die de toestand schetsen. Deze toestand is onhoudbaar en heeft ook gevolgen voor de gezondheid van iedereen die hier werkt. Het gebouw moet dringend worden hersteld en onderhouden.
Is de minister op de hoogte van de schrijnende toestand van dit gerechtsgebouw waar dringend de nodige werkzaamheden moeten worden uitgevoerd? Zijn er reeds initiatieven genomen om een overzicht te krijgen van alle werken die dienen te worden uitgevoerd?
Welke initiatieven gaat de minister nemen om hier bij hoogdringendheid het nodige te doen teneinde ervoor te zorgen dat de werkomstandigheden voor iedereen die werkzaam is in dit gerechtsgebouw terug leefbaar worden? Kan u mij een stappenplan bezorgen? Zullen hiervoor de nodige budgetten worden vrijgemaakt om dit ten gronde aan te pakken?
Vanessa Matz:
Mevrouw Dillen, ik dank u voor uw vraag.
De Regie der Gebouwen hanteert een andere klantrelatie waarin de wederzijdse rechten en plichten van de Regie der Gebouwen en haar klanten worden vastgelegd. Er moet daarbij een onderscheid worden gemaakt tussen de werken die onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar vallen, de Regie der Gebouwen, en die welke onder de verantwoordelijkheid van de huurder vallen, namelijk de FOD Justitie.
Zo is het verwijderen van onder andere bladeren, mos en ander afval uit de dakgoten ten laste van de FOD Justitie. Dat onderhoud is essentieel om waterinfiltratie te vermijden, zoals bijvoorbeeld in het gerechtsgebouw in Mechelen. Ook maatregelen ter bestrijding van ongedierte vallen onder de verantwoordelijkheid van de FOD Justitie.
De operationele diensten van de Regie der Gebouwen staan bijna dagelijks in contact met de FOD Justitie. Problemen kunnen door de FOD Justitie worden gemeld via een specifieke applicatie. Die meldingen worden eveneens overlopen tijdens de vergaderingen van de operationele taskforce. De Regie der Gebouwen en de FOD Justitie werken dus nauw samen om de problemen op te lossen.
Voor de gerechtsgebouwen waar zich grotere structurele problemen voordoen, wordt een plan van aanpak opgesteld, bijvoorbeeld renovatie of nieuwbouw, dat wordt opgenomen in het meerjarig investeringsplan van de Regie der Gebouwen. Dat gebeurt telkens in samenspraak met de FOD Justitie via de bestaande overlegstructuren. De uitvoering van het meerjarig investeringsplan hangt af van de budgettaire mogelijkheden en neemt de nodige tijd in beslag.
Marijke Dillen:
Dank u vriendelijk, mevrouw de minister. Ik weet dat er een verschil is tussen werken die uitgevoerd moeten worden door de eigenaar, zijnde de Regie der Gebouwen, en die welke uitgevoerd moeten worden door de huurder, Justitie. Voor gewone huurders geldt dat ook. In het gerechtsgebouw van Mechelen moeten echter een aantal fundamentele structurele herstellingen worden uitgevoerd om de werkomstandigheden van het gerechtspersoneel – de magistraten en de griffiers onder andere – en natuurlijk ook de omstandigheden voor de bezoekers en de advocaten, opnieuw aanvaardbaar te maken. Men moet in Mechelen weer op een normale manier kunnen werken. U zegt dat er een meerjarenstappenplan is. Ik heb uit uw antwoord echter niet begrepen wanneer het gerechtsgebouw van Mechelen daarvoor in aanmerking komt. Nochtans is dat prioritair.
De alarmbrief van de gerechtelijke actoren in verband met de onderfinanciering van de justitie
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 11 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz kaart de chronische onderfinanciering van de Belgische justitie aan (0,22% BBP, tekort aan magistraten) die leidt tot verslechterde werkomstandigheden, afnemende aantrekkingskracht van het beroep en dreigende democratische erosie, gesteund door alarmerende signalen van procureurs. Minister Verlinden erkent de problemen (werkdruk, verouderde infrastructuur, onderbezetting), belooft gerichte *task forces* (gebouwen, veiligheid, personeel, aantrekkingskracht) en extra budgettaire middelen (vrijstelling 1,8%-besparing, interministeriële reserve), maar concrete toewijzing en oplossingen moeten nog vorm krijgen via lopende overleggen met justitiële actoren. Schlitz waarschuwt tegen politiek geringschatten van het sectorbelang—geen "kleinburgerlijke statutenstrijd" maar een maatschappelijke noodzaak—en dringt aan op structurele, niet-louter marktconforme hervormingen. De kern: urgentie voor refinanciering en herwaardering van justitie als democratisch fundament, met nog afwachten op daadkrachtige uitvoering.
Sarah Schlitz:
Merci pour votre flexibilité, madame la ministre.
En tant que parlementaire, nous recevons depuis maintenant des semaines des courriers alarmants du monde de la justice. Force est de constater que votre gouvernement semble résumer son action à un seul mot d'ordre: obliger les gens à faire toujours plus avec toujours moins, quoi qu'il en coûte. Le monde de la justice n'échappe pas à cette logique d'austérité permanente.
Aujourd'hui, la justice belge fonctionne avec un budget modique, à peine 0,22 % du PIB, un des taux les plus bas d'Europe. Nos magistrats sont 14,4 pour 11 000 habitants, loin de la moyenne européenne de 22. Cette sous-dotation chronique étouffe peu à peu un pouvoir pourtant fondamental de notre démocratie.
Le résultat est clair: les conditions de travail se dégradent, les vocations s'effondrent et les professionnels peinent à trouver des successeurs prêts à assumer des charges de plus en plus lourdes avec des moyens de plus en plus réduits. Les signaux se multiplient, les magistrats tirent la sonnette d'alarme depuis un moment et le 5 juin dernier, les 15 procureurs du Roi vous ont adressé une lettre ouverte pour dénoncer l'urgence de la situation.
Garantir une justice indépendante, efficace et accessible n'est pas un luxe, c'est un pilier de l'État de droit. Quand l'un des trois pouvoirs de l'État est privé des moyens de fonctionner, c'est son équilibre démocratique et les droits fondamentaux de tous qui vacillent.
Madame la ministre, où en êtes-vous dans la concertation avec magistrats? Allez-vous entendre leurs demandes? Allez-vous refinancer dignement la justice? Pensez-vous que le gouvernement finance de manière proportionnelle ce secteur aujourd'hui? Comment pouvez-vous nous assurer que les task forces thématiques que vous allez mettre en œuvre aboutiront à des solutions concrètes et budgétisées pour ce secteur à bout de souffle?
Annelies Verlinden:
Madame Schlitz, je suis évidemment au courant des différentes actions entamées par l'Ordre judiciaire ces dernières semaines. J'ai pris connaissance des préoccupations exprimées par plusieurs magistrats et membres du personnel judiciaire concernant la charge de travail élevée, les infrastructures, le soutien et les conditions de travail au sein de la justice.
Toutes les expériences et inquiétudes ne sont pas les mêmes, mais il est important d'être à l'écoute de chaque signal. Je prends ces messages au sérieux, comme je l'ai déjà expliqué à plusieurs reprises à la commission. C'est pourquoi je suis en concertation avec des représentants de l'Ordre judiciaire. Nous avons décidé ensemble de créer plusieurs task forces thématiques dans le but de formuler des propositions concertées et réalisables afin d'améliorer les conditions de travail et les conditions d'emploi des magistrats et du personnel judiciaire. Ces task forces se pencheront sur quatre thématiques: bâtiments, sécurité, personnes et moyens, attractivité de la fonction. Les défis sont connus: un manque de personnel, des infrastructures vétustes ou inadaptées, une numérisation qui connaît des difficultés et des carrières sous pression.
Il est donc essentiel d'améliorer les conditions de travail dans un esprit de concertation avec du respect pour le rôle et la réalité de chacun. Pour la mise en œuvre, les moyens nécessaires seront dégagés là où c'est possible et nécessaire. De manière générale, il est clair que la charge de travail au sein de l'Ordre judiciaire est élevée et ne peut être maîtrisée que par des renforcements ciblés et une gestion flexible du personnel.
À cet égard, le gouvernement s'est engagé à rendre les cadres légaux de personnel plus flexibles et à implémenter un modèle d'allocation réglementé par la loi, dans lequel les ressources sont réparties selon des paramètres objectifs, y compris la mesure de la charge de travail. Lors de l'élaboration du budget 2025, il a été prévu que l'économie de 1,8 % sur les crédits de personnel applicables aux autres départements ne s'appliquera pas aux départements de la sécurité tels que la justice. En outre, le gouvernement a prévu des moyens budgétaires supplémentaires pour un renforcement ciblé de l'Ordre judiciaire sous la forme d'une provision interministérielle. Ces moyens doivent encore être formellement alloués.
Je suis actuellement en concertation avec les différents acteurs de la justice, notamment avec le Collège des cours et tribunaux et le Collège du ministère public, afin de déterminer de quelle manière les moyens supplémentaires peuvent être répartis de la manière la plus efficace.
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, je connais votre sensibilité pour le secteur. Je vous remercie donc pour cette réponse raisonnable et constructive. C'est moins le cas de certains de vos collègues qui passent leur temps, dans la presse, à jeter l'opprobre sur certains secteurs en prétendant que ceux-ci touchent trop d'argent, qu'ils ne se mobilisent que pour défendre leurs petits droits, leur petit statut, leur petite pension et leur petite personne. Ici, il s'agit de personnes concernées qui ont décidé de choisir cette carrière par vocation et qui aujourd'hui n'en peuvent plus et tirent la sonnette d'alarme pour protéger l'ensemble de la société. C'est aussi le droit des justiciables à obtenir justice qui est en jeu. Merci de continuer ce travail de concertation pour trouver des solutions viables qui ne visent pas uniquement à rapprocher le statut des fonctionnaires de celui du privé. Vous ne prendriez pas une bonne orientation si c'était le cas.
De digitalisering van Justitie
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 4 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De ontwikkeling van JustRestart (toegewezen aan de ordes van advocaten en uitgevoerd door Aginco) kostte 5,6 miljoen euro (opgelopen van 4,2 miljoen) en ging live in november 2023 na twee uitstellingen, met verdere updates gepland tot 2025. De financiering (subsidies + retributies) en aanbestedingsprocedure (juridisch advies gevraagd) blijven discussiepunten, vooral door eerdere kritiek van de Inspectie van Financiën op de FOD-bijdrage. De minister benadrukt dat subsidies enkel voor oprichting zijn, terwijl onderhoud via retributies loopt. Functionele eisen en vertragingsboetes werden niet expliciet beantwoord.
Jeroen Soete:
Mevrouw de minister, aanvankelijk had ik deze vraag, zowel schriftelijk als mondeling, nog ter attentie van uw voorganger ingediend, maar dat is tweemaal fout gelopen. Daarom belandt de vraag, die nog steeds relevant is, vandaag bij u.
De vraag gaat over het dossier van JustRestart, meer bepaald over de ontwikkeling van dat platform. In 2016 is ervoor geopteerd om de ordes van advocaten aan te stellen als beheerder van het platform. Zij hebben op hun beurt ervoor gekozen om het platform te laten oprichten en ontwikkelen door de firma Aginco. Er is toen ook gemeld dat zowel in 2022 als in 2023 twee subsidies voor een totaal van 4,3 miljoen euro waren toegekend. Vanaf 2024 zou een jaarlijkse subsidie van 1,2 miljoen euro worden voorzien voor de nadere ontwikkeling van het platform. Uiteraard zou ook de retributie daarvoor dienen. Een deel van de kosten zou de FOD Justitie op zich nemen, een ander deel zou worden gefinancierd via die retributie.
Ik heb ondertussen vernomen dat de Inspectie van Financiën in het verleden een probleem maakte van de financiering door de FOD Justitie voor het verdere onderhoud of de verdere ontwikkeling van het systeem. Ik weet niet of dat probleem al van de baan is. Daarom hebben wij enkele vragen over de ontwikkeling en de wijze waarop alles is gebeurd.
Mevrouw de minister, meer concreet hadden wij graag vernomen of die opdracht de procedure inzake overheidsopdrachten diende te volgen. Indien ja, is die procedure ook gevolgd?
Wat werd exact vooropgesteld als eindproduct? Daarover is immers behoorlijk wat discussie, ook gezien de negatieve adviezen van de Inspectie van Financiën.
Welk budget werd geraamd voor de ontwikkeling van het product?
Welke opleveringstermijnen werden naar voren geschoven? Wat waren desgevallend de boetes in geval van vertraging?
Werden op voorhand de criteria vastgesteld waaraan het product bij de oplevering voor dat bedrag van 4,3 miljoen euro moest voldoen?
Wat valt onder de verdere ontwikkeling? Hoelang zou het contract lopen?
Hoe wordt het onderscheid gemaakt tussen de kosten voor de verdere ontwikkeling en de beheerskosten?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Soete, het was in 2016 een bewuste keuze van de wetgever om de ontwikkeling en het beheer van het register toe te vertrouwen aan de beide communautaire ordes van advocaten. Daarvoor wil ik verwijzen naar artikel 1675/21 van het Gerechtelijk Wetboek.
Wat betreft uw vraag of de toekenning van die opdracht door de ordes al dan niet onder de wet op de overheidsopdrachten viel, vraagt de FOD Justitie juridisch advies. De ordes hebben vier verschillende firma's aangezocht om de softwareontwikkelingspartner te selecteren die over de nodige middelen, vaardigheden en kennis beschikte, en zo werd inderdaad de opdracht aan Aginco gegund.
De stuurgroep van Restart stelde een overzicht van functionaliteiten op van de verschillende stakeholders. Die lijst omvatte alle essentiële taken voor de operationele opstart van de applicatie, van de algemene voorbereiding over de technische implementatie tot het change management.
De inschatting van de firma voor de uitvoering van het project bedroeg 4,2 miljoen euro. Bijkomende functionaliteiten, aangevraagd tijdens de uitvoering van de opdracht, hebben geleid tot een verhoging van het gevraagde budget tot 5,6 miljoen euro. De ontwikkelkosten liggen in lijn met andere ontwikkelde applicaties.
De lancering van JustRestart werd al twee keer uitgesteld, eerst in januari 2023 en vervolgens in juni 2023. Uiteindelijk ging het platform online in november 2023.
Voor 2025 omvatten de prioriteiten onder meer de introductie van meervoudige vertegenwoordiging, een verdere ontwikkeling van de module voor aanzuiveringsplannen, integratie met de Dienst Inschrijving Voertuigen en verandering van de leverancier voor digitale handtekeningen.
Zoals bepaald in artikel 1675/27, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek wordt het evolutief onderhoud gefinancierd via een retributiesysteem. De subsidie kan enkel worden gebruikt voor de kosten gelinkt aan de oprichting van het register.
Jeroen Soete:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw heel duidelijk antwoord.
De alarmerende toestand van de gebouwen van de justitie
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 4 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De alarmerende staat van justitiële gebouwen (schimmel, veiligheidsrisico’s, ongedierte, structureel onderhoudsgebrek) vormt een acute bedreiging voor werkomstandigheden en veiligheid, met jarenlange onderfinanciering als oorzaak. Minister Verlinden bevestigt een masterplan in ontwikkeling (gerichte rationalisatie, kwaliteitsverbetering, samenwerking met Regie der Gebouwen) en acute oplossingen via onderhoudscontracten, maar benadrukt dat meldingen essentieel zijn voor opvolging. Yzermans waarschuwt dat slechte infrastructuur de motivatie van onderbezet justitiepersoneel verder ondermijnt, ondanks hun hoge productiviteit. Concreet ontbreekt nog een tijdsgebonden actieplan met voldoende middelen.
Alain Yzermans:
Het is genoegzaam bekend dat er de afgelopen maanden een stormvloed aan reacties was over de alarmerende toestand van ons justitieel patrimonium. De prikacties tonen dat aan en zullen vermoedelijk nog wekelijks doorgaan. De problemen zijn legio. Geraakt die zondvloed aan problemen ooit opgelost? Zo ja, op welke manier kunnen we dat aanpakken?
Het gaat om verschillende problemen met het patrimonium en de erbarmelijke fysieke toestand ervan, want veel gebouwen van Justitie zijn in verval door schimmelgroei, vochtproblemen en verzakkingen. Het gaat ook om veiligheidsrisico’s. In Genk werd bijvoorbeeld een rechtbank gesloten. Er zijn gebouwen waar er elektrocutiegevaar heerst. Daarnaast zijn er onveilige situaties door lekkende daken en defecte elektrische systemen. Er zijn ook problemen door ongedierte, een veelvuldig gebrek aan onderhoud en herstellingen, ontbrekende vervangstukken en schade aan elektronische apparatuur door insijpelend regenwater.
Gezien de ongeschikte werkomstandigheden stel ik de vraag of de wet over het welzijn op het werk wordt geëerbiedigd wat betreft gezondheid en veiligheid. Voorts zijn er ook beveiligingsproblemen en toegangscontroles die niet functioneren. Kortom, het gaat om situaties die het personeel en de bezoekers in gevaar brengen. Stilaan wordt het een berg die moeilijk te overzien valt.
Wat zijn de concrete acties? Is er geen groot masterplan nodig? Uiteraard heeft het met middelen te maken. Het is geen probleem dat nu in uw schoot wordt geworpen, maar het gaat om een jarenlange, systematische onderfinanciering en een gebrek aan een globale aanpak voor de patrimoniale waardering, valorisering en onderhoud. Hoe kan dat worden opgelost? Is er crisisoverleg met uw collega-minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen? Wat doet u met de meest prangende problemen zoals ongedierte en onhygiënische omstandigheden?
Annelies Verlinden:
Mijnheer Yzermans, Ik heb kennisgenomen van uw vraag betreffende de toestand van de gerechtsgebouwen. Bij mijn aantreden als minister heb ik mij vergewist van de staat van het gebouwenpark en van de vele noden, waarvan vele al meerdere jaren gekend zijn. Sindsdien heb ik mijn diensten de opdracht gegeven om, in nauw overleg met de Regie der Gebouwen, die noden te analyseren en gerichte voorstellen te formuleren voor verbetering en beveiliging. Ik sta daarover ook in voortdurend contact met collega Matz, die als minister onder meer bevoegd is voor het gebouwenbeheer van de staat.
De administratie wil geleidelijk overgaan naar een gebouwenbeleid waarbij de focus ligt op minder, maar wel kwalitatief hoogwaardigere gerechtsgebouwen. Daarmee willen we tegemoetkomen aan de behoeften op het vlak van ruimte en uitrusting voor de rechtbanken en parketten van de toekomst. In dat verband verwijs ik ook naar het regeerakkoord, waarin staat dat het gebouwenpark zal worden gerationaliseerd, met bijzondere aandacht voor de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de zittingsplaatsen.
In het licht van het regeerakkoord en van de doelstellingen van de administratie is het aangewezen om de situatie van alle gerechtsgebouwen in het land en de te plannen renovaties en bouwprojecten te bekijken in het kader van de uitwerking van een nieuw masterplan voor de gerechtsgebouwen.
Tot slot kan ik u melden dat een aantal specifieke onderhoudsthema’s, zoals ongedierteproblemen, wordt aangepakt via onderhoudscontracten. Indien dergelijke problemen zich voordoen, moeten ze worden gemeld aan de administratie, zodat zij de juiste opvolging kan verzekeren.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik ben blij te horen dat er uitvoering wordt gegeven aan een grondig overleg over dat patrimonium, dat er een masterplan in de maak is en dat er wordt gewerkt aan de meldingssystemen, meer bepaald het verloop van de communicatie op het terrein, zoals u aangeeft.
Vandaag hebben we al te kampen met een onderbezetting van het aantal rechters en magistraten ten opzichte van het Europese gemiddelde. Zij werken enorm hard – dat weten we allemaal – en hun resultaten zijn sterk. Als de werkomstandigheden echter onder druk komen te staan omdat de gebouwen niet meer up-to-date zijn, komt ook hun motivatie in het gedrang. We moeten daar samen werk van maken.
Voorzitter:
Les questions n os 56005381C et 56005382C de Mme Leentje Grillaert sont transformées en questions écrites.
De verhoging van het defensiebudget
Het defensiebudget
Het percentage van het bbp dat aan Defensie besteed wordt
De begroting en het defensie-akkoord
Het paasakkoord en de hervorming van de werkloosheidsregeling
De vervanging van de DAB-agenten door militairen voor de bewaking van de kerncentrales
Het paasakkoord
Het paasakkoord en de beslissingen inzake asiel en migratie
Het paasakkoord, de hervorming van de werkloosheidsregeling en de uitgaven voor herbewapening
Het uitstellen van de indexering van de sociale uitkeringen
De hervorming van de werkloosheidsuitkeringen en de impact ervan op de OCMW's
De toepassing van het recht op een loopbaandoorstart
De plannen voor de hervorming van de pensioenen van de magistraten
De hervormingen in het gevangeniswezen en de middelen voor Justitie
De hervorming van het DBI-stelsel en de verduidelijking van het begrip 'financiële vaste activa'
Het gebruik van het systeem van de flexi-jobs per sector
Het opvangbeleid van de regering
De data-analyse inzake doktersattesten voor langdurig zieken
De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd
Defensiebegroting, paasakkoord, sociale hervormingen en justitiehervormingen
Gesteld door
VB
Annick Ponthier
PTB
Raoul Hedebouw
PS
Philippe Courard
VB
Wouter Vermeersch
DéFI
François De Smet
Les Engagés
Benoît Lutgen
PS
Pierre-Yves Dermagne
VB
Francesca Van Belleghem
Ecolo
Sarah Schlitz
PS
Caroline Désir
PS
Marie Meunier
Les Engagés
Aurore Tourneur
Les Engagés
Aurore Tourneur
Les Engagés
Xavier Dubois
Les Engagés
Xavier Dubois
Les Engagés
Xavier Dubois
Les Engagés
Xavier Dubois
N-VA
Eva Demesmaeker
N-VA
Eva Demesmaeker
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draaide rond het paasakkoord van de regering, met als kernpunten: hervormingen in sociale zekerheid (werkloosheid, pensioenen, langdurige ziekte), defensie-investeringen (NAVO-norm van 2% BBP), migratiebeleid en fiscaliteit. De regering (Arizona-coalitie) verdedigde het akkoord als noodzakelijk voor economische groei, concurrentievermogen en begrotingsdiscipline, met maatregelen zoals tijdsbeperking werkloosheidsuitkeringen, verhoogde defensie-uitgaven (gefiancieerd via Russische tegoeden en Belfius-dividend), en strengere asielregels. Oppositiepartijen (PTB, Groen, PS, Vlaams Belang) bekritiseerden het als sociaal onrechtvaardig (lasten op middenklasse, pensioenen, zieken) en budgettair onverantwoord (onvoldoende structurele financiering, schuldenopbouw). MR en Les Engagés steunden selectieve maatregelen (bv. "droit au rebond"), maar stelden vragen bij uitvoering en financiering. Kernconflicten: sociale rechtvaardigheid vs. economische hervormingen en korte-termijnmaatregelen vs. structurele oplossingen.
Voorzitter:
Goedemorgen, collega's. Ik dank de eerste minister voor zijn aanwezigheid.
De beslissing om een commissievergadering over het paasakkoord te organiseren, kwam er naar aanleiding van het verzoek van Open Vld en de PS op 12 april. Ik heb de beschikbaarheid van de eerste minister door het commissiesecretariaat doen nagaan en vandaag kunnen wij er dus van gedachten over wisselen.
Wij hebben voor de gedachtewisseling tijd tot 12 uur, de tijd die de agenda van de eerste minister hem toelaat. Er komt een integraal verslag en er kan dus dus achteraf daar geen discussie over zijn.
Ik stel voor dat de eerste minister zelf eerst een korte inleiding geeft en dat daarna de fracties binnen een tijdsspanne van 10 minuten, te verdelen onder de fractieleden, de eerste minister in een eerste ronde ondervragen.
We zullen zien of de tijd het toelaat alsnog een tweede ronde in te lassen, maar ik vrees, gelet op het grote aantal fracties, dat we onze best zullen moeten doen alles op 3 uur klaar te krijgen.
Ik wil de fractieleden die mondelinge vragen hebben ingediend, vragen ze te incorporeren in hun interventie. De toegevoegde vragen zullen na de vergadering als behandeld worden beschouwd.
Bart De Wever:
Mijnheer de voorzitter, geachte collega's, we zullen het vandaag hebben over het paasakkoord dat dateert van de vergadering van de regering van 11 april. De teksten van het akkoord zijn momenteel bij de Raad van State en zullen nog voor een tweede lezing terugkomen. Uiteraard zullen ze daarna in het Parlement worden ingediend en zal er dus nog ampel gelegenheid zijn om ten gronde over de definitieve teksten te discussiëren. Uiteraard ben ik erover verheugd dat u niet zo lang wilt wachten en dat u stond te popelen om uw licht hierover al te laten schijnen. Ik stel mij dan ook graag te uwer beschikking om dat te doen.
De bedoeling is dat het akkoord uiteindelijk uitmondt in een programmawet met een aantal sociaal-economische hervormingen. De defensie-uitgaven zullen ook worden verhoogd om dit jaar reeds de NAVO-norm van 2 % te halen, wat ondertussen ongeveer alle Europese landen gezegd hebben te trachten te doen, voor zover ze die norm nog niet haalden. Het akkoord omvat ook maatregelen ter versterking van de interne veiligheid en maatregelen op het vlak van asiel en migratie.
U hebt mij uitgenodigd – en ik heb uw woorden goed begrepen, mijnheer de voorzitter – om daarover zeer kort iets te zeggen. Dat is natuurlijk wel een uitdaging. We hebben immers 300 bladzijden wetgeving voorbereid met 500 artikelen. Probeer daarover maar eens zeer kort iets te zeggen. Ik heb daartoe gisteren een poging gewaagd, maar ik vrees dat die zeer lang is uitgevallen. Ik zal er dus stevig in wieden en schrappen en proberen enkel bij de essentie stil te staan.
Hoofdstuk 1 omvat de programmawet zelf met de sociaal-economische hervormingen in het kader van de begroting van 2025. Het gaat daarin over een eerste golf maatregelen. Er zullen er uiteraard nog volgen, want niet alles van het regeerakkoord is omgezet. Het was bijvoorbeeld niet gepland dat sommige zaken al in 2025 effect zouden hebben en die zijn dus uiteraard nog niet opgenomen in de komende programmawet. Dat is ook logisch.
Er zit wel nu al meer dan voldoende in om een serieuze kluif aan het Parlement te kunnen geven. Het gaat over maatregelen om de concurrentiehandicaps weg te werken, de arbeidsmarkt te hervormen en de fiscaliteit te verduurzamen en hopelijk ook rechtvaardig te maken. Dat is dus een eerste vertaalslag van het regeerakkoord en de ambities daarin. We plannen ook een aantal hervormingen te doen, waar dit land al heel lang op zit te wachten.
Over de hervorming van de werkloosheid is veel gesproken. Ik heb die het koninginnenstuk genoemd. Ik denk dat ik dat ook wel mag zeggen, omdat we nu eindelijk in een situatie zullen komen die de rest van de westerse wereld altijd heeft gekend of minstens al zeer lang kent en die dus mag gelden als de situatie van het gezond verstand.
Dat gezond verstand geeft het signaal dat werken loont en dat het een antwoord biedt op de vraag van de ondernemingen, waarvoor ondanks de moeilijke economische toestand nog altijd tienduizenden vacatures openstaan. Het is een verhaal waarin wordt ingezet op economische groei. Daarvoor is die maatregel noodzakelijk maar uiteraard zijn er nog vele andere maatregelen, zoals het aanpakken van de loonkostenhandicap, het uitbreiden van de flexibiliteit en het stimuleren van investeringen.
Ik overloop de belangrijkste punten. Het eerste luik gaat over het concurrentievermogen. Het concurrentievermogen van onze bedrijven moet een absolute prioriteit zijn. Ondernemers zijn de spil van onze economie. Zij scheppen de banen en de welvaart. Dat doet niet de politiek; dat doen zij. Zoals bepaald in het regeerakkoord, versterken wij het concurrentievermogen door de loonkosten te verlagen met de focus op de lage en de middelhoge lonen. Voor de hogere lonen herstellen wij een plafond om de patronale bijdragen, de kosten van de hoge lonen voor werkgevers, te verlagen. Die maatregelen zullen hopelijk helpen om de loonhandicap van onze bedrijven ten opzichte van onze buurlanden te verminderen en internationaal concurrerende sectoren te ondersteunen, teneinde opnieuw en gemakkelijker talent naar België te halen. Zeker met alles wat nu in de wereld gebeurt, is het pertinent dat wij daarop inzetten.
Behalve de loonkosten zijn er ook de hoge energieprijzen, die zeker voor de energie-intensieve bedrijven, met name onze industrie, een strop rond de nek zijn. Voor hen zal werk worden gemaakt van een korting op de transmissienettarieven. De bedoeling is die nog dit jaar, dus in 2025, in te voeren, zoals dat is vastgelegd in het regeerakkoord, teneinde hen zuurstof te geven en het concurrentienadeel in te perken waaronder zij vandaag lijden.
De regering wil ook investeringen stimuleren en aanmoedigen. Daarom wordt de aftrekbeperking van de overgedragen investeringsaftrek geschrapt. Dat zal investeren aantrekkelijker maken. Ook worden de tarieven van 30 % voor de grote ondernemingen en 40 % voor de kleine ondernemingen voor duurzame investeringen geharmoniseerd naar 40 % voor iedereen. Op die manier worden die tarieven eenduidiger.
Wij steunen niet alleen de grote en middelgrote bedrijven. Er is ook aandacht voor de zelfstandigen, die uiteraard een cruciale rol spelen in de economie en zeker ook in de lokale werkgelegenheid. Daarom zullen wij hen extra ondersteunen door een verdubbeling van de bestaande incentive voor eigen middelen, zijnde het belastingkrediet dat ondernemers met een eenmanszaak kunnen krijgen bij de verhoging van de eigen middelen. Dat belastingkrediet wordt verrekend met de verschuldigde personenbelasting, waarbij een eventueel positief saldo terugbetaalbaar is.
Tot slot, wat de mobiliteit betreft, is een overstap naar 100 % elektrische wagens nog niet voor iedereen mogelijk. De daarvoor opgestelde timetable was iets te optimistisch. Er stellen zich nog heel wat problemen met het opladen van die wagens. Vaak zijn ze niet handig voor werknemers, ondernemers en zelfstandigen die lange afstanden moeten afleggen.
Volledig elektrische auto's zijn fiscaal aantrekkelijk, wat ook zo zal blijven, maar zijn helaas niet voor iedereen nu al een oplossing. Om de vernieuwing van het wagenpark te stimuleren, zullen daarom de meest milieuvriendelijke hybride auto's tot eind 2027 voor 75 % fiscaal aftrekbaar blijven. Daarna wordt die aftrekbaarheid geleidelijk afgebouwd om in 2030 pas te verdwijnen.
Voilà pour le volet compétitivité. J'en viens au marché du travail. Nous prenons une série de mesures pour activer le plus grand nombre possible de personnes en bonne santé qui sont en capacité de travailler. La limitation des allocations de chômage à deux ans est probablement la réforme la plus marquante de l'ensemble de ces mesures. Elle vise à faire des allocations de chômage un véritable système assurantiel et un instrument de remise rapide à l'emploi. Elle entrera en vigueur le 1 er juillet 2025 pour livrer ses effets à partir du 1 er janvier 2026. Une exception est prévue pour les personnes âgées de plus de 55 ans ayant déjà une carrière de plus de 30 ans derrière elles. Afin de lutter contre la pénurie dans les soins de santé, une exception sera également prévue pour certaines formations.
Nous avons également concrétisé le droit au rebond. Un travailleur qui souhaite se réorienter sur le marché du travail pourra, une fois dans sa carrière et après un minimum de 10 ans de carrière, démissionner sans être financièrement sanctionné.
Concernant la dispense existante d'un certificat médical pour le premier jour d'incapacité de travail, nous limitons cette possibilité à deux fois par année civile, au lieu de trois. Par ailleurs, la question des malades de longue durée constitue aujourd'hui le plus grand défi de notre marché du travail: plus de 500 000 personnes sont concernées, et le coût pour la collectivité devient insoutenable. C'est pourquoi nous mettons en œuvre le plan le plus ambitieux jamais élaboré en la matière. L'objectif est clair: accompagner ces personnes de la manière la plus rapide et la plus efficace vers un retour à l'emploi. Ce plan repose sur la responsabilisation de tous les acteurs concernés: employeurs, employés, médecins et mutualités, chacun devant prendre pleinement sa part. La responsabilité constitue le fil rouge de cette nouvelle approche renforcée.
Enfin, nous rendons le marché du travail plus flexible et accessible, notamment via l'extension des flexi-jobs. Le plafond non indexé de 12 000 euros par an passe ainsi à 18 000 euros – montant qui, lui, sera indexé.
Le troisième volet est le coût du vieillissement de la population. Pour en maîtriser l'explosion, nous plafonnons l'indexation des pensions les plus élevées, permettant de la sorte une économie d'environ 200 millions d'euros d'ici 2029. À partir de l'année prochaine, nous remplacerons le bonus pension par un bonus-malus pension.
En ce qui concerne les soins de santé, la norme de croissance est fixée à 2,5 % au-dessus de l'index en 2025 pour atteindre 3 % en 2029, afin de pouvoir continuer à répondre à la demande croissante de soins de qualité.
Dans tous les domaines de la sécurité sociale, des réformes sont nécessaires, y compris dans les soins de santé. Le vieillissement de la population nous impose une sérieuse dose de réalisme. Malgré une situation budgétaire extrêmement difficile, des investissements supplémentaires seront indispensables dans les années à venir.
Ce gouvernement fait toutefois le choix délibéré de ne pas couper dans les dépenses qui protègent les plus vulnérables de notre société. Cela ne signifie pas pour autant un laisser-aller. La facture du vieillissement est immense et l'absence de réformes durant des décennies nous oblige aujourd'hui à agir. Le secteur des soins de santé n'échappera donc pas non plus à une réforme en profondeur.
Le quatrième volet concerne la fiscalité. Ce gouvernement accorde également une grande importance à la justice fiscale. Nous partons du principe de la bonne foi. Lorsqu'une irrégularité est constatée lors d'un contrôle, le contribuable ne sera plus automatiquement sanctionné par une majoration d'impôts. Nous intensifions la lutte contre la fraude fiscale. Grâce au datamining , les inspecteurs pourront mieux détecter et analyser les irrégularités flagrantes.
Par ailleurs, nous réduisons la TVA de 21 % à 6 % à partir du 1 er juillet 2025 pour la livraison d'une habitation propre et unique d'une superficie maximale de 175 m² dans le cadre de la démolition et de la reconstruction. Cela permet notamment de répondre à la crise du logement, à la crise du secteur de la construction et d'accélérer la transition vers un parc immobilier plus durable.
Enfin, acquérir la nationalité belge deviendra plus coûteux. La taxe pour l'obtention de la nationalité passera de 150 euros à 1 000 euros.
Hoofdstuk 1 was de programmawet.
Nu kom ik tot hoofdstuk 2, het defensieplan. Ook dat is een belangrijk onderdeel geworden van het paasakkoord. U weet dat wij ambitie hadden om de 2 % te bereiken in 2029, maar dat de geopolitieke realiteit ons dwingt om dat dit jaar al te doen. Daarmee zullen wij de belofte om de NAVO-norm te halen, meer dan tien jaar nadat die in Wales door toenmalig premier Di Rupo werd uitgesproken, eindelijk realiseren. Vooral ook geven we een signaal aan de internationale gemeenschap, en met name aan onze Europese bondgenoten, dat men op ons kan rekenen en dat wij naast onze bondgenoten staan. We laten zien dat wij ook pro-Oekraïne blijven en in staat willen zijn om aan alle initiatieven deel te nemen om dat land te ondersteunen en alle initiatieven om onze westerse wereld en onze Europese hemisfeer veilig te houden.
Het vergt wel een serieuze extra inspanning. Voor dit jaar gaat het over 3,9 miljard euro. Dat zullen we bereiken via bijkomende financiering, gebaseerd op de vennootschapsbelasting op de bevroren Russische tegoeden. Dat schatten we op ongeveer 1,2 miljard euro aan inkomsten, die we uiteraard zullen omzetten in bilaterale militaire hulp voor Oekraïne. Het lijkt me ook maar logisch dat dat geld naar Oekraïne gaat. Daarnaast is er een dividend van Belfius van 500 miljoen euro dat zal worden gevraagd en waarvan de bank ons garandeert dat dit geen probleem betekent. Tot slot zal een deel buiten de begrotingsdoelstelling worden gehouden, binnen de marges die ons door Europa in het kader van de ReArm Europe-beslissingen zijn toegestaan. Het is natuurlijk de bedoeling dat dit aandeel, dat eigenlijk niet in de begroting is voorzien, in loop van de legislatuur wordt afgebouwd en omgezet in structurele financiering om zo naar een nulpunt te dalen tegen 2029. Een gezonde begroting blijft immers een absolute prioriteit voor deze regering.
De extra defensie-uitgaven zijn noodzakelijk, maar uiteraard beschouwen we dat niet alsof ons cadeaus worden gegeven. We zullen dus de financiering zoeken om die tijdelijke hogere tekorten op te lossen via optimalisering van onze overheidsactiva, maar altijd met het oog op goed huisvaderschap. Er is ruim en uiteraard ook terecht op gewezen dat het weinig zin heeft om activa te verkopen die ons op lange termijn meer kosten dan we er op korte termijn opbrengsten uit kunnen halen; dat is uiteraard niet de bedoeling.
De minister van Financiën krijgt de opdracht om voor 1 juli een Defensiefonds op te starten dat op termijn gefinancierd kan worden met publieke activa, maar ook met private middelen. Dat moet een instrument worden dat toelaat om strategisch te investeren in hightech, innovatie en industrie. Ik denk dat hier ook echt wel opportuniteiten voor ons land liggen die we op korte termijn kunnen grijpen.
De regering is zich ervan bewust dat de kans reëel is dat de norm van 2 % binnen de NAVO op korte termijn zal worden verhoogd. Daarom zullen we na de NAVO-top in Den Haag in juni bekijken wat het nieuwe traject zal zijn, welke termijnen er aan gebonden zijn en welke gevolgen we daaraan moeten geven.
Ondertussen zal de minister van Defensie voor 1 juli ook met een strategisch plan komen over hoe de bijkomende uitgaven in 2025 precies zullen worden besteed. In grote lijnen zullen de extra investeringen worden gebruikt om vorm te geven aan de Europese defensiepilaar en de capaciteitsdoelstellingen te bereiken die ons door de NAVO worden opgelegd. Het is blijkbaar nog de illusie in veel fracties dat men een soort vrije beschikking heeft. Dat is uiteraard niet waar. Er zijn capabilities die de NAVO ons oplegt en die we zullen moeten realiseren.
Tegelijk met deze internationale inspanningen en verplichtingen zal Defensie ook een rol opnemen in de binnenlandse veiligheid. Dat was ook altijd zo voorzien in het regeerakkoord. Op korte termijn zal zich dat vertalen in de beveiliging van gevoelige nucleaire sites. Gezien dreigingsniveau 3 is dat conform het regeerakkoord ook perfect mogelijk en kunnen we daarmee de politiediensten ontlasten, wat uiteraard ook een bonus is voor onze binnenlandse veiligheid. De bedoeling is dat Defensie daarover tegen 1 mei – dat is dus zeer binnenkort – een protocol met Binnenlandse Zaken zal sluiten om dat praktisch op te nemen.
Le troisième chapitre concerne la sécurité intérieure. Pour garantir les investissements nécessaires en matière de sécurité intérieure, le budget prévu dans l'accord de gouvernement pour le renforcement des services de sécurité et de la politique de retour sera utilisé de manière flexible. Cela signifie que les crédits d'engagement et de liquidation disponibles pourront être transférés entre les exercices budgétaires 2025, 2026, 2027, 2028 et 2029 en fonction des besoins budgétaires concrets par exercice budgétaire sans dépasser l'enveloppe totale cumulée à la fois par service de sécurité et au total. Concrètement, cela permettra de dégager plus de 150 millions d'euros supplémentaires cette année pour renforcer nos services de sécurité et notre politique de retour, notamment aussi pour accélérer les investissements dans la cybersécurité.
Les task forces chargées de lutter contre la surpopulation carcérale poursuivront leurs travaux et élaboreront conformément à l'accord de gouvernement un plan d'action qui sera soumis à l'appropriation du Conseil des ministres d'ici la mi-mai 2025.
L'une des principales priorités sera de renvoyer dans leur pays d'origine les détenus qui n'ont pas le droit de rester sur notre territoire. Le gouvernement a également l'intention de prendre des mesures concrètes à court terme pour utiliser la capacité des prisons à l'étranger.
Pour mettre en œuvre ce plan d'action global, une enveloppe unique, avec un minimum de 55 millions d'euros en 2025, sera libérée en crédits d'engagement et de liquidation. La ministre de la Justice, en concertation avec les ministres responsables des différents groupes de travail, joindra une proposition de répartition de cette enveloppe au plan d'action. La mise en œuvre de ce plan fera l'objet d'un suivi semestriel et d'un rapport au Conseil des ministres.
Het vierde en laatste hoofdstuk gaat over asiel en migratie. Er is een maatregelenpakket inzake asiel en migratie goedgekeurd. Het gaat om ingrepen die de instroom naar ons land zou moeten laten dalen. Asielzoekers die in een ander Europees land bescherming hebben gekregen, zullen geen recht op opvang in dit land meer hebben. Het misbruik van de asielprocedure via minderjarigen wordt aangepakt. Wie na een eerdere afwijzing via zijn kind een nieuwe aanvraag zonder nieuwe elementen indient, zal geen opvang meer krijgen.
De inkomensgrens waaraan een gezinshereniger moet voldoen, zal worden omhooggetrokken en verder stijgen naargelang het aantal betrokken personen. Wie zijn gezin wil laten overkomen, moet dus bewijzen dat hij of zij daarvoor zelf financieel kan instaan. Ook zullen er wachttijden van 1 tot 2 jaar gelden voor gezinshereniging of gezinsvorming, afhankelijk van het verblijfstatuut. Tot slot zorgen we ervoor dat een asielaanvraag geen toegangsticket tot de sociale bijstand is. Wie geen opvang krijgt, zal geen aanspraak op leefloon kunnen maken.
Deze maatregelen zijn getoetst aan de Europese rechtspraak. Volgens ons voldoen ze daaraan. Hopelijk zullen ze de druk op het asielsysteem verlagen, zodat wij kunnen voldoen aan de plichten jegens asielaanvragers die wel voldoen aan de voorwaarden om hier te mogen verblijven en van opvang te kunnen genieten.
Tot zover de belangrijkste punten van het akkoord van 11 april. Het was maar een grabbel uit het geheel. Ik luister graag naar uw opmerkingen. Ik zal alvast zeggen dat precieze, gedetailleerde, concrete vragen een beetje vroeg komen. U moet die ook stellen aan de bevoegde ministers in de commissies. Ik luister uiteraard wel graag naar uw algemene bedenkingen. Ik zal in de mate van het mogelijke repliceren. Ik ben uiteraard zeer benieuwd of u zich iets zal aantrekken van deze laatste woorden. Ik maak mij daarover geen enkele illusie, maar ik dank u voor uw aandacht.
Voorzitter:
Dank u wel voor uw bondige uitleg over het paasakkoord, mijnheer de eerste minister.
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn spreektijd delen met collega De Vreese.
Ik vergelijk de situatie van het land bij de start van de arizonaregering met die van het bijbelse Egypte dat te maken kreeg met tien plagen: hoge schulden, heel veel uitkeringen, korte loopbanen, de kortste van Europa, veel langdurig zieken en dus ongelooflijk veel ziekteverzuim, evenveel als in Duitsland, hoge loonkosten, hoge energiekosten, sterke vergrijzing, die een bom legt onder onze pensioenen, een spilzucht van jewelste, migratie die druk legt, heel veel ondernemers en werknemers die tevergeefs op zoek zijn naar collega's, ongeacht een relatief lage werkzaamheidsgraad, waardoor economische groei gefnuikt wordt, zeker in het zuiden van het land. Dan hebben we nog de ontzettend grote geopolitieke uitdagingen, die forse investeringen vragen in ons veiligheidsapparaat en defensie. Het is dus bijna onmogelijk – we hebben het hierover al een tijdje geleden gehad – om dit land in vijf jaar tijd op orde te krijgen.
We bevinden ons in een immense crisissituatie. Als we het politiek landschap van vandaag bekijken, dan kan men nog moeilijk over rechts en links spreken. Als wij hier de keuze zouden mogen maken tussen een Amerikaans systeem van sociale zekerheid, waarbij alles verzekerd, peperduur en moeilijk toegankelijk is, en ons systeem, dat gebaseerd is op herverdeling, dan denk ik dat iedereen voor ons systeem zou kiezen.
De vraag die vandaag moet worden beantwoord, is hoe we de sociale zekerheid kunnen redden, wat meteen ook een politieke keuze inhoudt. Er zijn dan drie politieke stromingen. Volgens de eerste politieke stroming, vertegenwoordigd door de PS, de PTB, Groen en Ecolo, die van de sociale strijd, moeten we maar de ogen sluiten voor de tien plagen, vooral op zoek gaan naar een Vlaamse liberaal die dat bootje, de Titanic wil leiden en laten doorvaren, en zullen we wel zien – après nous le déluge –, de volgende generaties zullen de schuld wel aflossen.
Ten tweede is er het team kookwekkertje, dat zegt om vooral te applaudisseren voor dat team, en te zien hoe de boel verder verziekt wordt en hoe welvaart en ondernemerschap nog eens vijf jaar lang verder vernietigd wordt, zeker in Vlaanderen.
En dan is er, ten derde, het arizonateam. Dat behoort tot de politieke generatie die wil verbinden en verenigen om de sociale zekerheid te redden, om dit land en wie hier geboren wordt, nog een deftige toekomst te geven, hopelijk een toekomst die beter is dan de onze.
Het regeerakkoord overtrof al mijn verwachtingen, maar het paasakkoord is werkelijk fenomenaal. Het paasakkoord betekent de verrijzenis van onze welvaart. Na 25 jaar nauwelijks deftige hervormingen hebben we nu eindelijk een regering, die doorpakt. Eerlijk gezegd, ik was bang. Toen ik het regeerakkoord verdedigde, vroeg ik mij af hoe we dat allemaal konden waarmaken en of we wel voor de zomer al die maatregelen en hervormingen konden rondkrijgen. Kijk eens aan, hier is een paasakkoord dat onze verwachtingen overtreft.
Het is het arizonateam op zijn best. Met betrekking tot de loonkosten gaan we naar een ongeziene lastenverlaging op de patronale RSZ. Met betrekking tot de uitkeringen, we beperken de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. We flexibiliseren onze arbeidsmarkt. Het plafond voor flexijobs wordt opgetrokken. We breiden ook het toepassingsgebied uit. Met betrekking tot energie, om de energiekosten te verlagen, komen er transmissienettarieven. Met betrekking tot korte loopbanen en vergrijzing wordt een pensioenmalus ingevoerd. We hervormen onze pensioenen grondig. We zorgen ervoor dat mensen in de toekomst ook nog een deftig pensioen krijgen. Met betrekking tot zieken is het pakket maatregelen ongezien. Er komt responsabilisering voor huisartsen, werkgevers en werknemers. Eindelijk wordt er echt werk gemaakt van de re-integratie van langdurig zieken op onze arbeidsmarkt. Eindelijk sluiten we onze ogen daar niet meer voor. Tegelijk is de coalitie in zeer moeilijke tijden, budgettair vreselijke tijden, erin geslaagd om via moeilijke maatregelen toch middelen te vinden om minstens op vlak van defensie ons al te verzekeren van vrede en om op de veiligheidsdepartementen het nodige te doen.
Mijnheer de eerste minister, kortom, onze fractie is ongelooflijk trots op het vele werk dat u en uw regering hebben verricht. Wij zullen met veel aandacht de programmawetten en alle andere wetgevende initiatieven doornemen, bespreken en natuurlijk ook goedkeuren, zodat de sociale zekerheid en de toekomst van dit land verzekerd blijven.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de eerste minister, het is niet voor niets dat een aantal toppers binnen onze partij het boek Puinhopen van Vivaldi hebben geschreven. Op die puinhopen moet Arizona nu het moeilijke werk doen.
Als we kijken naar de geopolitieke toestand en naar de interne veiligheid, dan zien we dat we daar voor enorme uitdagingen staan, eerst en vooral inzake Defensie. Wat een prestatie, eindelijk zullen we na zoveel jaar de NAVO-norm van 2 % halen. Bovendien, gelet op de belofte die we net hoorden, zullen we die norm waarschijnlijk ook moeten herzien. Er komt dus een nieuwe, moeilijke oefening aan, collega's, maar één ding is zeker: we staan naast onze bondgenoten en we houden onze broek zelf op.
Dat is ook waar wij als partij en als regering voor staan: investeren in de veiligheidsdepartementen. Net zoals in de Zweedse regering gaan we eindelijk weer van veiligheid en van een strikt asiel- en migratiebeleid een topprioriteit maken. Iedere week spreken we in de commissie voor Binnenlandse Zaken over de grote uitdaging waar we voor staan. Denk maar aan de strijd tegen de georganiseerde drugscriminaliteit. Ik kan eigenlijk al niet meer benoemen hoeveel feiten er zich de voorbije dagen in Brussel hebben voorgedaan. We zullen de budgetten dus flexibel, gericht en efficiënt moeten inzetten op het moment en op de plaats waar ze nodig zijn.
Kijken we dan naar de erfenis die we inzake Justitie hebben gekregen met de overbevolking in de gevangenissen. Ik zie de collega's Van Tigchelt en Van Quickenborne zitten, maar ik zou eigenlijk stilletjes vol schaamte thuisblijven, want de erfenis die we daar krijgen, is dramatisch. Dat horen we ook van de mensen die daar werken. Ook in Brugge is er een overbevolkte gevangenis. De werkomstandigheden daar voor het personeel zijn niet houdbaar. Dat is de erfenis van onze twee collega's.
Nu zullen we terecht maatregelen nemen tegen de overbevolking van de gevangenissen, bijvoorbeeld door in te zetten op de repatriëring van mensen in illegaal verblijf, van criminelen die in onze gevangenis zitten. Dat is ook wat ik hoor van de mensen op de straat. Zij vragen om dat prioritair aan te pakken.
Bovendien, mijnheer de eerste minister, moet u ook eens bekijken waar er nog marges zijn, want we focussen in dit paasakkoord voornamelijk op de mensen die hun straf uitgezeten hebben, maar er is ook een mogelijkheid om de straf uit te zitten in het land van herkomst. Daarom zou ik u willen vragen om te bekijken welke marges er daar nog zijn, bijvoorbeeld voor onderdanen van de Europese Unie en onderdanen van visumvrije landen, waarmee we toch hele goede terugnameakkoorden hebben. Misschien kunnen we daarmee nog goede overeenkomsten sluiten.
U spreekt ook over de gevangeniscapaciteit in het buitenland. Dat is een piste die we in het verleden ook hebben bekeken. Zijn die pistes al onderzocht? Kunt u daar al een tipje van de sluier oplichten?
Interne veiligheid heeft niet alleen betrekking op politionele veiligheid, maar ook op strategische autonomie, weerbaarheid, energie, mobiliteit. Zijn er ook op dat vlak plannen?
Dan kom ik bij asiel en migratie. Het is ongelooflijk. Twee maanden na de eedaflegging komen we al met crisismaatregelen om de instroom werkelijk in te perken. De prognose is dat we dit jaar naar 50.000 asielzoekers gaan. Dat betekent dat we daadwerkelijk zullen moeten optreden. Communicatie is daarbij zeer belangrijk, mijnheer de premier. Dit nieuws gaat in de diaspora als een lopend vuurtje rond. Het is belangrijk dat we maatregelen nemen die we werkelijk kunnen uitvoeren en die ook de rechterlijke toets doorstaan. Ook dat zou in de diaspora als een lopend vuurtje rondgaan. Dit zijn dus geen losse flodders. Daarop zetten we met Arizona in: een realistisch, streng, zeer streng migratiebeleid.
Ik wil ook een dikke pluim geven aan de cabinetards achter de schermen, die hier heel hard voor gewerkt hebben, en natuurlijk aan de hele arizonaregering.
Barbara Pas:
Mijnheer de eerste minister, voor een regering die er haar prioriteit van maakt om de cijfers op orde te hebben, vind ik het wel bijzonder opmerkelijk dat we nog geen enkel budgettair kader hebben gezien, op dat ene A4'tje bij uw regeringsverklaring na, die ene begrotingstabel, waar het Vlaams Belang trouwens nog fouten uit heeft gehaald.
We hebben nadien de beleidsverklaringen per minister gehad. Zij waren reglementair verplicht om daar een budgettair kader bij te geven. Geen van hen heeft dat gedaan. Toen kregen we te horen: u zult de beleidsnota's bij de begroting krijgen. Uiteraard is dat niet hetzelfde. Beleidsnota's bij de begroting gaan over één jaar. Bij de beleidsverklaringen zou dat budgettair kader de hele legislatuur moeten omvatten. Maar goed, wij keken dus reikhalzend uit naar die beleidsnota's.
Ik weet niet of u het weet, maar de deadline voor al die beleidsnota's is reeds verstreken, want die verviel op 11 april. Ik weet dat u niet graag detailvragen krijgt, maar ik zal u meteen het antwoord geven op de vraag hoeveel beleidsnota's vandaag al ter beschikking zijn voor de Kamerleden. Het zijn er welgeteld drie: Administratieve Vereenvoudiging, Begroting en Mobiliteit. Voor een premier die orde op zaken ging stellen, ook budgettair, maar bij wie het budgettair kader al maanden uit blijft, kunnen we niet anders dan vaststellen dat het een financieel rookgordijn is. Collega Ronse mag dan wel bijzonder lyrisch zijn over wat hij een fenomenaal paasakkoord noemt, maar het is niet gefinancierd, want de financiering is een rookgordijn.
Inzake de defensie-uitgaven zegt u dat eindelijk de 2 %-norm van het bbp behaald zal worden. Daar pleiten wij al heel lang voor. Het is wel heel kort door de bocht om de terechtwijzing voor die puinhoop alleen naar de vivaldiregering te richten, zoals collega De Vreese doet, want er wordt al veel langer bespaard op Defensie. Het historisch dieptepunt was 0,9 % van het bbp onder de Zweedse regering, onder toenmalig N-VA-minister Steven Vandeput. Het is dus goed dat die uitgaven eindelijk naar die 2%-norm gaan, maar op welke manier haalt u dat? Niet door een structurele financiering, want u houdt 2 miljard buiten de begroting, met andere woorden: schulden maken, doorschuiven naar de volgende Vlaamse generatie. Dat is exact waarvan uw minister van Begroting enkele weken geleden nog zei dat hij uitgerekend dat niet wilde doen.
Ik permitteer het me om nog een detailvraag te stellen, al is het misschien geen vraag naar een detail. Ik wil namelijk graag weten of het klopt dat u camouflagetechnieken toepast, mijnheer de eerste minister. In de pers lees ik namelijk dat heel wat normale uitgaven nu plots in een militair jasje worden gestoken om toch maar aan die 2 % te geraken. Voorbeelden zijn uitgaven voor de Veiligheid van de Staat, voor het Europees Ruimtevaartagentschap, voor onze beveiligde datanetwerken en voor normale infrastructuurwerken aan bruggen. Dat zouden nu plots allemaal defensie-uitgaven zijn. De pers lees ik altijd met voorbehoud, vandaar dat ik u vraag of dat überhaupt klopt.
Mijnheer de eerste minister, uw paasakkoord is alleszins geen verrijzenis van politieke moed. U hebt niet de politieke moed gehad om voor een structurele financiering en structurele hervormingen te kiezen, maar dat wisten we al. Daarvoor hebt u institutionele hervormingen nodig, maar die weigert u door te voeren.
Over de eigenlijke pensioenhervorming hebt u niet gesproken. Blijkbaar is die pas voor het najaar. Omtrent de maatregelen inzake de pensioenhervorming die al voor de zomer goedgekeurd zouden moeten worden, konden we vandaag plots lezen dat uw coalitiepartner Vooruit nu eerst nog bijkomende eisen stelt vooraleer die te steunen.
Los van het feit dat wij van de pensioenmaatregelen ook nog geen budgettair kader kennen, dat het Federaal Planbureau alle plannen nog helemaal moet doorrekenen en dat u zich volledig stoelt op hypotheses, had ik graag – dit is geen detailvraag – uw reactie gekregen op het feit dat coalitiepartners tachtig dagen na het sluiten van het regeerakkoord plots nog bijkomende eisen vaststellen.
U hebt het kort over asiel gehad. Daarover kan ik ook heel kort zijn. U hebt enkele maatregelen genoemd om de instroom te beperken. U had er veel meer moeten noemen indien u werkelijk de instroom deftig zou willen tegenhouden. U hebt bovendien vooral geen enkele maatregel genoemd die de uitstroom zal opkrikken, mijnheer de eerste minister. Geen woonstbetredingen, geen heropening van terugkeercentra voor gezinnen en geen druk op derdelanden om hun illegale en criminele onderdanen terug te nemen. Dat is nochtans exact wat wij nodig hebben voor Justitie en de overbevolkte gevangenissen. Dat ontbreekt echter volledig.
Het enige dat met het paasakkoord lijkt te zijn verrezen, is Vivaldi, Verhofstadt en De Croo. U gebruikt extra leningen, lucky shots en eenmalige inkomsten als begrotingstrucs. U schuift de problemen door. Ondertussen stijgt de staatsschuld nog en beweert u dat de regering dat zal oplossen tegen 2029. Tegen dat jaar zou er een structurele financiering komen. Ik weet niet wie u daarmee in het ootje meent te nemen. Door alle daadkrachtige maatregelen uit te stellen, alsof het vijgen na Pasen zijn, maakt u zich allerminst geloofwaardig.
Voorzitter:
Neemt nog iemand het woord namens het Vlaams Belang?
Annick Ponthier:
Mijnheer de premier, ik zal mij beperken tot het segment Defensie. Zoals reeds gezegd, is deze regering aangetreden met de doelstelling om orde op zaken te stellen. Als parlementsleden beschikken wij op dit moment over geen enkel budgettair kader, ook niet voor het segment Defensie.
U weet dat het Vlaams Belang al jaren pleit voor het optrekken van het Defensiebudget tot de 2 %-norm. We zijn uiteraard blij dat die norm in dit paasakkoord vervat zit. Wat echter de financiering daarvan betreft, hebt u een aantal cijfers opgesomd, maar die gaan voornamelijk over de financiering voor dit jaar. Wat betreft de structurele inspanningen voor Defensie, daar blijft u luchtkastelen bouwen en blijven wij op onze honger met betrekking tot een deftige financiering.
Mevrouw De Vreese vindt die 2 % een ongelooflijke prestatie. Ik wil haar vragen hoe lang die euforie zal aanhouden. Ik denk dat dat maar tot juni zal zijn, tot de NAVO-top in Den Haag. Dan zullen wij onze broek al niet meer zelf kunnen ophouden, dan zal die 2 %-norm meteen achterhaald zijn en zullen onze capaciteitsdoelstellingen door de NAVO hoger worden gelegd.
Mijnheer de premier, ik wil u dus vragen hoe u die structurele inspanningen op het vlak van Defensie in de toekomst zult behalen en onderbouwen. U rekent ook op de deelstaatregeringen. Uw coalitiepartner, de MR, heeft zich altijd sterk gemaakt dat deze regering geen nieuwe belastingen zou heffen. Nochtans zien we dat u zou rekenen op de inspanningen van de deelstaten, meer bepaald van de Vlaamse regering, inzake de kilometerheffing. Als dat klopt, dan moet u het met mij eens zijn dat opnieuw de Vlaming het gelag zal moeten betalen. Ook op dat vlak vraag ik u dus om duidelijkheid te verschaffen.
Ik zal het hierbij houden en het woord laten aan mijn collega, mevrouw Van Belleghem.
Francesca Van Belleghem:
Mijnheer de premier, vorig jaar telden we 50.000 gezinsmigranten, 40.000 asielmigranten en regularisatie van bijna 5.000 illegalen. 80 % van de Vlamingen is het ermee eens dat u de toestroom van die mensen moet stoppen.
Hoe doe u dat? Eerst neemt u een pakket van snelle maatregelen, nu dus. Ondertussen werkt u verder aan een langetermijnoplossing. Voor de snelle crisismaatregelen hebt u twee opties. Optie een is een bazooka van makkelijke maatregelen. Ik heb er een boek over geschreven met 106 mogelijke voorstellen, gebaseerd op wat Zweden al twee jaar doet en wat werkt. Voor het eerst zullen er in Zweden immers meer mensen vertrekken uit Zweden dan er immigreren naar Zweden.
Uw tweede optie, een nieuwe mogelijkheid en mijn favoriet, is aankloppen bij de EU, bij uw vriendin Ursula von der Leyen. U kunt haar zeggen, verwijzend naar artikel 72 van het Werkingsverdrag van de EU dat stelt dat als de openbare orde en de nationale veiligheid in gevaar zijn, men EU-regels buitenspel kan zetten, dat we nu een asiel- en gezinsherenigingsstop nodig hebben, aangezien onze openbare orde en de nationale veiligheid door de massa-immigratie in gevaar zijn. Dan bent u in de EU de voortrekker om massa-immigratie te stoppen. We zien nu echter dat het paasakkoord helemaal geen maatregelen in die zin bevat.
Premier, zult u dus tot bezinning komen en nog zo'n maatregel invoeren?
Voorzitter:
U bleef mooi binnen de tijd.
Le groupe MR dispose de 10 minutes.
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, le groupe MR se réjouit de cet accord historique que l'Arizona a conclu très récemment. Nous aurons évidemment aussi quelques questions. Nous sommes conscients que certains de vos ministres devront répondre, mais nous voudrions avoir votre position sur toute une série d'aspects que nous allons relever ici.
Nous nous félicitons de l'accord capital qui fait aboutir, sous notre impulsion, une mesure phare et essentielle pour ce gouvernement. Il s'agit de la limitation du chômage dans le temps. Cette mesure clé permettra de porter l'économie belge, ses travailleurs, ses entreprises et son modèle social.
Cette décision n'a pas été prise à la légère. Elle marque un tournant décisif dans notre politique sociale et économique. Elle est le fruit d'une volonté commune de renforcer notre économie tout en protégeant notre modèle social. Cette réforme vise à encourager le retour à l'emploi et à responsabiliser les acteurs impliqués dans la réintégration des chômeurs de longue durée.
Le gouvernement a adopté des mesures concrètes pour soutenir nos entreprises, avec un investissement de près de 1 milliard d'euros à l'horizon 2029. L'objectif, que le MR partage résolument, est de stimuler l'embauche et de renforcer la compétitivité de nos entreprises.
Sur le plan fiscal, le gouvernement prend des mesures ciblées pour soutenir l'investissement, encourager le travail et accompagner la transition écologique. Les indépendants, moteurs de notre économie, bénéficieront d'un crédit d'impôt renforcé lorsqu'ils investissent dans leurs fonds propres. Il s'agit d'une mesure concrète pour renforcer leur résilience.
En matière de logement, le taux de la TVA est ramené à 6 % pour les projets de démolition-reconstruction destinés à devenir des habitations principales, ce qui favorise l'accès à un logement durable et performant sur le plan énergétique.
Le gouvernement oriente aussi sa fiscalité vers une mobilité plus propre. La déductibilité fiscale des voitures hybrides les plus écologiques est prolongée jusqu'en 2027. Cela permettra un renouvellement progressif du parc automobile.
En outre, le plafond de revenus dans le cadre des flexi-jobs est augmenté et désormais fixé à 18 000 euros par an. Enfin, le relèvement du plafond des revenus autorisés pour rester fiscalement à charge permettra aux étudiants de travailler davantage sans que leurs parents perdent leurs avantages fiscaux.
Ce changement s'inscrit dans la volonté de favoriser le travail étudiant tout en tenant compte des réalités économiques.
La sécurité est une priorité absolue de l'Arizona comme elle l'est pour le MR. Là encore, l'accord de Pâques prévoit des mesures importantes comme la sécurisation des sites nucléaires par des militaires, ce qui libère de la capacité opérationnelle, à savoir 350 policiers qui pourront se recentrer sur leurs tâches essentielles.
L'enveloppe supplémentaire de 1,2 milliard pour l'ensemble des départements de sécurité prévue en marge de l'accord prévoit une enveloppe d'un milliard supplémentaire. Elle est maintenant annoncée sur l'ensemble de la législature. Ce serait évidemment intéressant de déterminer les postes qui seront visés à court et moyen terme par ces budgets conséquents.
Je veux également souligner l'engagement de concrétiser prioritairement certaines mesures primordiales pour le MR en termes de lutte contre l'impunité et le renforcement de la sécurité, notamment l'élargissement de la sanction de déchéance de nationalité ou l'alourdissement des peines liées au trafic de drogue et d'armes, au blanchiment d'argent et à la criminalité organisée, en particulier lorsqu'elle implique des mineurs.
S'agissant du dossier de la surpopulation carcérale, la ministre Verlinden a obtenu un budget de 150 millions d'euros, qui seront notamment investis dans des unités modulaires.
En matière migratoire, la politique sera renforcée afin de sortir la Belgique du rôle de maillon faible de l'Europe. En effet, l'accord de Pâques prévoit un durcissement des conditions de regroupement familial et un recentrage de l'aide sur l'essentiel, dans le but de réduire la pression constante de l'accueil.
Personne ne l'ignore, les dépenses de la défense atteindront les 2 % du PIB. Ce renforcement structurel est fondamental pour assurer notre souveraineté et contribuer à la sécurité collective au sein de l'OTAN. Nous devons confirmer la fiabilité de la Belgique comme partenaire de sécurité sur la scène internationale.
En ce qui concerne les finances, monsieur le premier, nous saluons pleinement l'ambition de cette loi-programme, des mesures fortes qu'elle porte, notamment en matière fiscale. Nous relevons plusieurs avancées en faveur de la transition. La baisse du taux de la TVA à 6 % est un point majeur. Nous souhaiterions savoir si des mesures transitoires sont prévues, tant pour la hausse de la TVA sur les chaudières que pour la baisse à 6 % pour les projets de démolition-reconstruction, afin de sécuriser les contrats et les devis déjà établis avant le 1 er juillet 2025. Pouvons-nous nous attendre à une circulaire ou à un arrêté d'exécution qui précise la date déterminante pour l'application du taux?
Par ailleurs, nous souhaiterions connaître la clé de répartition du 1,2 milliard alloué aux services de sécurité. Quel pourcentage ira-t-il à la Justice et surtout à quels postes? Mme Verlinden annonce notamment l'achat de modules cellulaires. Pouvez-vous nous en dire plus quant à la concrétisation de ces mesures? Comment les montants seront-ils répartis ?
Ces derniers jours, nous avons entendu le mécontentement de la magistrature debout, qui exprime des revendications par rapport à la pénurie de personnel et à ce que les magistrats considèrent comme des atteintes à leur carrière et à leurs pensions. Des dispositions sont-elles envisagées à court terme pour redorer cette fonction qui est essentielle dans un État de droit et éviter que le magistrat devienne le prochain métier en pénurie?
Concernant le retour au travail des personnes malades de longue durée, nous aurions souhaité connaître le regard que vous portez sur les contrôles des certificats médicaux. Sont-ils suffisants à vos yeux? Dès le 1 er juillet, il est prévu de passer aux certificats électroniques. Des moyens supplémentaires seront-ils prévus pour renforcer ces contrôles?
Concernant l'emploi, il y aura une limitation du chômage à deux ans avec une progressivité. On passe dans un système assurantiel. Si nous pouvons vraiment applaudir cette mesure, une question subsiste sur l'exception pour les travailleurs des arts. Le statut des artistes est particulier. Votre gouvernement a choisi de le maintenir en l'état pour l'instant tout en luttant contre les abus. Pouvez-vous dire comment vous comptez lutter contre ces abus?
En ce qui concerne la fiscalité, une augmentation du plafond des flexi-jobs aura lieu. Celui-ci passera à 18 000 euros. Nous applaudissons encore une fois cette mesure, mais allez-vous étendre les flexi-jobs à l'ensemble des secteurs dès maintenant ou dans un second temps?
Enfin, votre accord de Pâques comprend une avancée majeure pour la pension des indépendants, que mon parti soutient résolument. A partir du 1 e juillet 2025, les indépendants qui poursuivent leurs activités après l'âge légal de la pension auront la possibilité de se constituer des droits supplémentaires à la pension.
Ceux qui préfèrent rester soumis au régime actuel à cotisation réduite conserveront cette option sans ouverture de nouveaux droits. Dès lors, les indépendants qui souhaitent continuer à travailler plus tard continueront à se constituer des droits. Avez-vous déjà une idée du nombre d'indépendants qui pourraient bénéficier de ce système?
Voorzitter:
Je donne la parole aux membres du groupe PS qui dispose de 10 minutes.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, je partagerai mon temps de parole avec M. Courard, Mme Désir et Mme Meunier, de sorte que j'essaierai d'être bref.
Monsieur le premier ministre, chers collègues, vous ne serez pas étonnés que je ne partage pas l'euphorie qui est celle de votre premier apôtre. Un accord historique, comme cela a été souligné à maintes reprises. Alors oui, il est historique. Je pense effectivement que cet accord de Pâques, qui n'est jamais que la transposition d'une partie de votre accord de gouvernement, est historique, puisque jamais dans l'histoire de notre pays, un effort n'a été consenti par une si grande partie de la population. En effet, 95 % de l'effort vont être supportés par la classe moyenne. C'était déjà ce qu'on pouvait déduire de votre accord de gouvernement, et c'est confirmé aujourd'hui avec ce prétendu accord de Pâques.
Vous allez précariser la classe moyenne avec – même si vous n'osez pas le dire – une augmentation des impôts, avec une augmentation de la fiscalité pour cette classe moyenne, notamment par la suppression de toute une série d'avantages. Je pense à la réduction de la déductibilité pour les dons aux associations, je pense à la réduction de la déductibilité pour les pensions alimentaires, la hausse de la TVA sur les chaudières à mazout ou au gaz, et je pourrais en citer toute une série d'autres.
Un affaiblissement de la classe moyenne, qui va devoir payer les efforts que vous lui imposez alors que les 5 % les plus riches de la population sont, quant à eux, majoritairement épargnés. Un affaiblissement de la classe moyenne, un affaiblissement des travailleurs et des travailleuses, un affaiblissement des pensionnés, ainsi qu'un affaiblissement des malades de longue durée, alors que vous immunisez à nouveau les plus grosses fortunes de ce pays, les multinationales ou encore le secteur bancaire, dont on sait qu'il se porte particulièrement bien chez nous après des années de bénéfices records.
Vous donnez les premiers coups de griffe au mécanisme d'indexation automatique des salaires et des allocations. Vous définancez le secteur des soins de santé, alors que des partis de votre majorité avaient sanctuarisé ce secteur en assurant le respect de cette norme de croissance des soins de santé et en prenant même l'engagement d'aller au-delà. Vous irez en-deçà, et vous économiserez donc sur le dos des soignants et des patients.
Vous supprimez les prépensions, malgré la situation économique actuelle et le choc vécu par toute une série de travailleuses et de travailleurs comme ceux de Cora ou d'Audi Forest. Vous augmentez la TVA sur l'installation des chaudières à gaz et à mazout. Et vous allez aussi, par toute une série de mesures, renforcer les inégalités qui frappent encore aujourd'hui de manière scandaleuse les femmes dans notre société, notamment avec la suppression de la pension de survie.
C'est un accord historique, aussi, car il y a quelque chose qu'on ne trouve pas dans cet accord de Pâques. Je pensais pourtant très sincèrement que nos camarades de Vooruit allaient exiger que cela figure dans cet accord. Il s'agit de la taxation des plus-values. Elle a déjà fait couler beaucoup d'encre et on a perçu que les approches étaient très différentes selon les partis de votre majorité. Elle ne figure pas dans cet accord de Pâques. Pour nous, ce n'est pas totalement une surprise, puisque vous faites peser 95 % de l'effort sur la classe moyenne et vous épargnez les épaules les plus larges.
On nous avait promis un gouvernement d'ingénieurs et plus de poètes. Constatons ici que nous sommes dans un flou artistique total. Un flou artistique sur la trajectoire budgétaire. Nous ne savons toujours pas quelle est la trajectoire budgétaire de ce gouvernement. Nous avions compris, avec M. Ronse, que la fin de la législature ne constituerait pas le bout du chemin s'agissant de l'effort que vous allez imposer à 95 % de la population, mais bien la deuxième ou la troisième législature.
Vous utilisez le contexte géopolitique international pour repousser systématiquement l'engagement et la crédibilité budgétaire de votre gouvernement. Du flou artistique pour un gouvernement impressionniste! Du flou au niveau du financement de la Défense, de la pérennisation de ces éléments et sur toute une série de mesures. Un gouvernement à côté de la plaque, dont les mesures en matière d'économie et de compétitivité tirent à côté et dont la réduction linéaire des cotisations sociales laisse les fédérations patronales relativement circonspectes.
Ces mesures ont en outre prouvé leur inutilité par le passé. Je vous renvoie vers l'analyse de la Cour des comptes sur la mesure "zéro cotisation" ou sur les études universitaires.
Au final, l'accord jette à nouveau à la poubelle les engagements de campagne et les promesses des partis de l'Arizona. Il n'y a toujours rien sur l'augmentation de 500 euros nets pour les travailleurs, qu'ils soient salariés, indépendants ou fonctionnaires. Il n'y a pas de trace de cette norme de croissance XXL dans les soins de santé. Que du contraire, des économies à fournir dans le secteur!
Monsieur le premier ministre, cet accord est historique dans les déséquilibres qu'il porte et qui ne sont que la transcription de votre accord de gouvernement. Cet accord laisse toute une série de personnes et d'acteurs dans le flou artistique.
Monsieur le premier ministre, je vous donne rendez-vous dans quelques semaines lorsque nous aurons les tableaux budgétaires et les notes de politiques générales de l'ensemble des membres du gouvernement.
Philippe Courard:
Monsieur le premier ministre, j'aborderai rapidement la Défense. Vous avez-vous-même indiqué "qu'il faut aller chercher le financement". C'est fort inquiétant. On peut vous rejoindre sur cette norme de 2 % mais pour quoi faire, avec quel argent? Au sein de votre majorité, il subsiste un désaccord total quant aux secteurs où trouver l'argent pour mener à bien ces 2 %. Où comptez-vous trouver cet argent?
Pourquoi ne pas vous inspirer du ministre espagnol S á nchez qui a dit qu'il ne toucherait pas aux impôts ni aux dépenses sociales et qu'il n'augmenterait pas le déficit public. Quand j'entends M. Francken dire qu'il veut acheter de F-35, je pense que ce sont plutôt des mirages dont il parle!
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, j'interviens sur un point spécifique de votre accord de Pâques, le report d'un ou deux mois de l'indexation des prestations sociales et des traitements des fonctionnaires. Au total, vous annonciez dans le budget présenté au Parlement en février dernier 956 millions d'efforts sur l'ensemble de la législature. Pourriez-vous nous dire de quelles prestations sociales il s'agit précisément?
Contrairement à ce qui avait été soutenu par plusieurs partis de la majorité, vous vous attaquez bien au principe même de l'indexation automatique. On le voit par exemple au travers de la limitation de l'indexation des plus hautes pensions publiques. Vous vous attaquez directement à différents secteurs, en menaçant leur attractivité et la spécificité de certaines professions, notamment les magistrats, professeurs d'université et chercheurs.
Pour ce qui est des allocations, cela ne vous suffit pas de les limiter dans le temps, vous allez en plus faire perdre des revenus aux plus fragiles en reportant l'indexation.
Monsieur le premier ministre, avez-vous calculé l'impact de cette mesure sur les allocations et traitements des fonctionnaires? Avez-vous estimé la perte de recettes que le report de l'index pourrait engendrer en matière de cotisations sociales et de précompte professionnel?
Marie Meunier:
Monsieur le premier ministre, je ne reviendrai pas sur le ton de vainqueur de votre gouvernement pour annoncer l'exclusion de 100 000 personnes du chômage en janvier mais plutôt sur votre silence quant à la manière dont vous allez réellement accompagner ces personnes à trouver un emploi. Comment allez-vous aider les CPAS à accueillir ces personnes dans huit mois? Concrètement, comment pourront-ils matériellement recevoir et aider ces personnes? Où est la compensation que vous promettiez? Savez-vous qu'il n'y a aujourd'hui déjà pas assez d'assistants sociaux pour faire face au travail et savez-vous qu'il s'agit d'un métier en pénurie? Quelles mesures concrètes prendrez-vous pour aider ces institutions qui sont fondamentales?
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, u hebt jarenlang in alle politieke debatten verklaard dat er geen alternatief was, dat er geen geld meer was en dat de begroting in orde moest zijn. Besparingen waren geen politieke keuze, maar het was gewoon een objectief gegeven dat budgettaire maatregelen van de Europese Commissie op alle sociale uitgaven in ons land moeten worden toegepast. U hebt uw hele verkiezingscampagne gevoerd met de verklaring: "There is no alternative." Nu vindt u in vijf minuten 4 miljard euro voor defensie. Het was dus toch wel een politieke keuze. U verklaarde dat er geen geld was voor de gepensioneerden, de langdurig zieken, de openbare diensten, maar eigenlijk was er wel geld. De arizonaregering heeft vier miljard euro in vijf minuten gevonden. Het was dus wel politiek, mijnheer de premier.
Ik ga er op politiek vlak natuurlijk niet mee akkoord dat u geld haalt bij de gepensioneerden om miljarden te investeren in defensie. Dat is de keuze van de arizonaregering. Vandaag moeten gepensioneerden in België al rondkomen met een klein pensioentje. Ze kunnen nu al hun rusthuis niet betalen. In vergelijking met Duitsland, Nederland en Frankrijk zijn de Belgische pensioenen al heel laag.
De arizonaregering beslist nu om de indexering van de pensioenen drie maanden uit te stellen. HOGent en het ACV berekenden dat de gepensioneerden 68 euro minder pensioen krijgen. Het is logisch dat de N-VA met dat plan komt, want het is een koude, asociale partij, maar hoe durven de collega's van Vooruit de gepensioneerden zo aanvallen! Het is gemakkelijk om op de sociale media de boodschap te verspreiden dat Vooruit de index redt. Voor de gepensioneerden wordt de indexering echter drie maanden uitgesteld. Voor de ambtenaren geldt hetzelfde, de indexering wordt drie maanden uitgesteld. Is dat linkse politiek? Kom aan!
Collega's van Vooruit, hoe kunt u meegaan met zo'n verhaal in dat paasakkoord? Hoe durft u! In dat akkoord gaat het over de pensioenen, beste collega's. Hoe zit het nu met de maluspensioenen? Er zal een malus worden ingevoerd die oploopt tot 5 % minder pensioen per jaar dat men vroeger stopt met werken. Wat is er nu beslist, mijnheer de eerste minister? U legt tegenstrijdige verklaringen af in interviews. Worden ziekteperiodes nu meegerekend? Wordt technische werkloosheid meegerekend voor de malus? Geef daarop eens een duidelijk antwoord, mijnheer de eerste minister.
Er is eindelijk een blokkering in de regering. Een van uw regeringspartners, Vooruit, blokkeert de pensioenhervorming als men niet aan de privileges van de politici raakt. Dat gebeurt nu eindelijk, het was tijd. Dat klaagt de PVDA al maanden aan. Vindt u het logisch, collega’s, dat het pensioen van parlementsleden berekend wordt op hun laatste jaarloon? Voor de ambtenaren is het 45 jaar, geen probleem, maar voor de politici – open bar – op het laatste jaar. De afscheidspremie wordt gewoon meegerekend in de pensioenberekening: geen probleem, politici, open bar . Bepaalde collega's kunnen hier nog op hun 62e vertrekken: geen probleem, open bar .
Eindelijk, eindelijk worden die privileges een probleem. Nu wil ik dus weten, mijnheer de minister, hebt u nog een akkoord rond de pensioenmalus of niet? Hebt u nog een akkoord rond de pensioenen? Vanmiddag vergadert het Bureau, en ik hoop dat Vooruit woord houdt.
Blokkering van de matiging op pensioenen, dat gaan we van heel dichtbij volgen, mijnheer de premier, van heel dichtbij. De PVDA vindt het namelijk niet juist dat er vandaag miljarden voor de wapenindustrie gezocht worden bij de pensioenen, bij de langdurig zieken, bij de werklozen, bij al die mensen in onze samenleving die het nodig hebben. Daar gaat het over in dit paasakkoord.
Parce que la question, monsieur le premier ministre, c'est cela! C'est cela, la question! Qu'allez-vous faire avec ces milliards? J'entends ici, aujourd'hui, que dans les plans, c'est décidé: nous allons acheter du F-35 américain.
Pendant des semaines, nous avons entendu que l'Europe devait être autonome. L’Europe devait tracer son propre chemin indépendant des intérêts américains. Et puis, que décide-t-on aujourd'hui? On va prendre des milliards pour investir dans le F-35. Un avion dont les Américains peuvent décider du jour au lendemain qu'il ne décollera plus. Il suffit que l’update informatique ne soit plus transmis à la Défense belge pour que tous ces avions restent sur le tarmac. Mais nous voulons notre indépendance.
C'est cela, chers collègues, la vision stratégique de l'Union européenne! C'est cela, aujourd'hui, ce qu'on nous avait promis. Allez, arrêtez un petit peu de rigoler, s'il vous plaît!
Au niveau du chômage, monsieur le premier ministre, ah, on est fiers! On va exclure 100 000 travailleurs sans emploi. Quelle fierté! Que vont-ils devenir, ces gens-là? Un tiers dans la nature, un tiers au CPAS. Qu'aura-t-on résolu ainsi? Rien!
Les CPAS, vous le savez très bien, ne sont pas mieux outillés que le Forem et l’ONEM aujourd'hui pour remettre les gens au travail. Que du contraire! Ce n'est pas leur job, normalement. Donc, on ne va pas réactiver les gens. La seule volonté ici, monsieur le premier ministre, c'est d'exclure des gens, pour des raisons budgétaires. C'est pousser les gens dans la misère. Cela ne va rien résoudre.
Vous le savez en plus: les gens qui sont dans la misère pensent à une seule chose: survivre, pas à chercher un boulot. Les études internationales le montrent. Quand on survit, on n'a plus d'énergie pour encore aller chercher un boulot en dehors.
Ma dernière question porte sur le niveau budgétaire. Je ne comprends pas, monsieur le premier ministre.
U zegt, mijnheer de eerste minister, dat er geen geld is voor de pensioenen. Dat ze niet meer betaalbaar zijn. Onze sociale zekerheid zou het niet meer zien zitten… En wat beslist u een week geleden? Om 1 miljard euro minder in de pensioenkas te storten, 1 miljard minder sociale bijdragen… Waar hebben jullie het besef gehad dat 1 miljard euro minder in de sociale zekerheid de pensioenproblematiek zal oplossen?
Ça ne tient pas la route, mathématiquement.
Jarenlang gaat u 16 miljard euro uit de sociale zekerheid halen, met heel veel kortingen enzovoort, en dan zegt u dat er geen geld meer is om de pensioenen te betalen. Als er niet genoeg geld is, zou ik behouden wat er nu naar de sociale zekerheid gaat.
Monsieur le premier ministre, vous l'aurez compris: en ce qui concerne votre accord de gouvernement de Pâques, je ne rejoins pas du tout l'enthousiasme de votre groupe. La chasse contre la fraude fiscale est une cinquième DLU. Pour les auditeurs qui nous écoutent aujourd'hui, une DLU est une déclaration libératoire unique. Cela permet aux fraudeurs de dire après quelques années: "J'ai fraudé, mais je vais trouver le fisc pour voir s'il y a moyen d'un peu régulariser le bazar". Et Didier Reynders, un homme doté d'une grande éthique en politique, qui aime jouer au Lotto, – mais chacun ses hobbies, on ne va pas juger ici les hobbies de chacun –, avait dit, il y a quelques années: "On va faire une déclaration libératoire unique". Unique, cela signifiait qu'elle aurait lieu une seule fois. Chers collègues, cette déclaration libératoire unique a déjà eu lieu cinq fois.
En fait, elle est permanente! En Belgique, c'est open bar! Quand vous êtes un petit indépendant, vous avez droit à un contrôle fiscal et à un contrôle TVA. Clac, on vous coince. Mais quand vous êtes un grand fraudeur et que vous avez des milliards, pas de problème! Installez-vous, prenez un petit café au SPF Finances, on va discuter tranquillement de la manière dont on peut régulariser cela. Il n'y a pas de problème, détendez-vous, monsieur, la Belgique est un pays qui va régulariser tout cela sans problème! C'est cela, le deux poids, deux mesures, d'un point de vue fiscal, dans ce pays. Les gros poissons sont tranquilles, les déclarations sont libératoires à répétition, mais on va contrôler le petit indépendant sur sa TVA. Et quoi, chers collègues, qu'est-ce que cela signifie au MR? Le MR aide-t-il les petits avec de telle mesures?
Voici mon dernier point sur cet accord de Pâques. Le MR, pendant toute la campagne électorale, a promis 500 euros de différence de pouvoir d'achat. Il n'y a rien dans cet accord, monsieur Georges-Louis Bouchez! Vous avez menti. Vous êtes un minteu comme on dit chez nous. Vous avez menti. Qu'avez-vous dit? Que vous alliez diminuer les allocations de chômage. Cela, oui, vous l'avez dit! Il y aura 500 euros de différence. On va pousser les chômeurs dans la misère. Mais les travailleurs qui ont un emploi? Niks ! C'est cela, la politique belge, c'est cela le mensonge! Tout cela, chers collègues, avec des ministres dont le salaire de 11 000 euros par mois leur permet de vivre tranquilles. La vie, elle est peinarde! Mais chez les malades de longue durée, clac, on prend!
En dan mijn laatste punt, beste collega’s, over de langdurig zieken. Hoe durven jullie? Hoe durven jullie afkomen met die kliklijn voor dokters door werkgevers? Cd&v, hoe hebben jullie daar mee kunnen instemmen? Vooruit, hoe hebben jullie daarmee kunnen instemmen? Dokters die vinden dat hun patiënten om medische redenen niet terug aan het werk mogen, kunnen via een kliklijn aangeduid worden door werkgevers als ze vinden dat bepaalde dokters hun job niet goed doen. U gaat druk leggen op dokters en mutualiteiten om mensen gedwongen terug aan het werk te zetten. Is dat een linkse, sociale politiek? Ik had van mijnheer Vandenbroucke toch iets anders verwacht.
Mijnheer de eerste minister, ik heb heel concrete vragen gesteld rond uw akkoord. Ik stel voor dat jullie op dat paasakkoord terugkomen. Het heeft niks, helemaal niks met sociale politiek te maken, maar alleen met koude, budgettaire maatregelen om de militaire uitgaven te kunnen opkrikken in de volgende maanden. Die gaan helemaal geen vrede brengen, maar oorlog. Wie oorlog voorbereidt, krijgt ook oorlog. En wie vrede voorbereidt, krijgt vrede.
Voorzitter:
Le groupe Les Engagés dispose de 10 minutes.
Aurore Tourneur:
Monsieur le premier ministre, le gouvernement est en place depuis trois mois. C'est le premier accord, et nous avons déjà le sentiment qu'on fait le bilan de toute l'année. Laissons les ministres travailler! Et en effet, dans ce nouveau gouvernement, on travaille, on n'est pas d'accord, ça frotte et puis on trouve des solutions. Selon moi, c'est bien cette mission qui nous a été confiée par le citoyen. Soyons donc à la hauteur des enjeux!
Au rayon des bonnes nouvelles tant attendues, nous avons un réinvestissement dans la santé avec une norme de croissance de 2,5 % en 2025 et assurée d'atteindre 3 % en 2029 avec 4 milliards supplémentaires au-delà de l'inflation. Nous avons aussi une valorisation du travail et une pérennisation de la sécurité sociale et de nos pensions avec une limitation des allocations de chômage à deux ans mais aussi avec une augmentation des montants perçus les six premiers mois; avec un statut des artistes qui est intégralement préservé; avec un renforcement du budget de notre Justice et de notre Défense; avec une politique de transition énergétique et climatique avec une baisse de la TVA sur la démolition-reconstruction et une feuille de route pour réduire l'impact environnemental et carbone de nos bâtiments.
Parmi ces avancées que je viens de citer, une nous tient particulièrement à cœur car elle constitue un des marqueurs forts des Engagés; il s'agit du droit au rebond qui incarne une mesure socialement utile, économiquement responsable et humainement moderne. Permettre à un travailleur de quitter son emploi de manière encadrée tout en bénéficiant temporairement des allocations de chômage, c'est reconnaître la réalité de parcours professionnels qui peuvent à certains moments s'essouffler, sans pour autant sombrer. Ce mécanisme vise à éviter les situations de rupture brutale, comme les arrêts maladie de longue durée ou les licenciements conflictuels, tout en encourageant la mobilité professionnelle dans un cadre clair et limité.
C'est une solution que les Engagés ont toujours défendue et portée haut et fort. C'est une mesure de santé mentale au travail, de fluidité sur les marchés de l'emploi et de respect mutuel entre travailleur et employeur. Loin d'être une brèche dans notre sécurité sociale, c'est une véritable soupape intelligente pour la renforcer. Alors, nous soutenons cette orientation, mais des clarifications s'imposent pour s'assurer que cette mesure tienne ses promesses sans créer de déséquilibre ou d'effet pervers.
Monsieur le premier ministre, j'ai plusieurs questions relatives à ce beau projet. Au niveau de l'encadrement du dispositif, quelles balises concrètes seront-elles mises en place pour éviter les détournements ou les démissions de convenance? Un accompagnement systématique des bénéficiaires est-il prévu, notamment en matière de formation, d'orientation ou de reconversion?
Au niveau de l'impact sectoriel et des métiers en tension, ce droit est-il modulé ou adaptable en fonction de la situation dans les secteurs en pénurie? Quels dispositifs d'anticipation ou de concertation sont-ils prévus pour éviter que des secteurs déjà sous pression ne voient partir leurs talents sans aucune relève?
Monsieur le premier ministre, depuis la semaine dernière, une fronde profonde agite le pouvoir judiciaire. La réforme des pensions a agi comme un détonateur. Et il ne s'agit pas d'un simple sursaut corporatiste, mais bien d'un signal d'alarme qui est lancé par un pouvoir constitué de notre État de droit démocratique. Il est de notre responsabilité collective de ne pas l'ignorer.
Les Engagés reconnaissent pleinement, comme je l'ai déjà souligné, la nécessité d'une réforme des pensions dans un souci d'équilibre budgétaire et de solidarité pour les générations futures. Nous rappelons que toute réforme doit être menée avec nuance et proportionnalité. Une justice sous contraintes économiques ne peut être ni sereine ni solide.
Par ailleurs, face à une criminalité de plus en plus organisée et décomplexée, il est essentiel que cette dernière perçoive que le monde politique se soucie de bâtir une magistrature forte. L'autorité de la Justice se construit aussi à travers des signaux envoyés par le pouvoir politique. Indépendance et qualité ne peuvent rester de simples déclarations de principes. Elles doivent s'incarner dans des actes concrets et visibles.
En outre, un magistrat sur quatre va partir à la retraite dans les dix prochaines années. Or, comme le souligne le Conseil supérieur de la Justice, le processus de nomination est long et le recrutement déjà difficile, malgré les campagnes ambitieuses telles que la semaine de la magistrature. Il convient aussi de rappeler que, contrairement à d'autres fonctions, les magistrats sont soumis à une interdiction stricte d'exercer toute activité professionnelle parallèle. La perspective d'une pension stable reste donc l'un des rares leviers d'attractivité pour une fonction essentielle mais peu concurrentielle face au secteur privé.
Nous saluons les engagements pris dans l'accord de gouvernement visant à renforcer l'attractivité de la magistrature, notamment par la création d'un deuxième pilier. Mais force est de constater que la réforme en projet risque de potentiellement contrarier ces objectifs en tarissant les vocations, en asséchant les recrutements et en fragilisant dès lors nos piliers démocratiques.
Monsieur le premier ministre, mes questions sont peut-être trop précises et seront ultérieurement posées aux ministres compétents s'il échoit. Pouvez-vous confirmer que les magistrats retraités et futurs retraités pourraient perdre jusqu'à 40 % de leur pouvoir d'achat? La réforme des pensions s'appliquera-t-elle également aux juges de la Cour constitutionnelle ainsi qu'aux magistrats du Conseil d' É tat? Une étude d'impact a-t-elle été menée concernant les effets pervers de ces mesures sur l'indépendance du pouvoir judiciaire et sur l'attrait de la magistrature, notamment en tenant compte des effets cumulatifs des différentes dispositions? À la suite de la concertation sociale du 22 avril avec les représentants du pouvoir judiciaire, pouvez-vous faire état à la Chambre des conclusions et du suivi qui est prévu? Entendez-vous poursuivre un dialogue structuré et approfondi avec les instances représentatives telles que le Conseil consultatif de la magistrature, l'entité de cassation, le Collège des cours et tribunaux et le Collège du ministère public? Enfin, pouvez-vous confirmer que les ministres des Pensions et de la Justice travaillent en étroite coordination afin d'appréhender la magistrature non comme une simple variable d'ajustement budgétaire, mais bien comme un pilier fondamental de notre É tat de droit qu'il convient de préserver, de valoriser et de renforcer dans un esprit de dialogue et de concertation véritable? Je vous remercie déjà, monsieur le premier ministre.
Brent Meuleman:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw toelichting bij het paasakkoord. Deze regering neemt een volgende noodzakelijke etappe met een akkoord dat verre van evident, maar wel noodzakelijk was.
Vooruit stapte in deze regering met een heel duidelijke opdracht: verantwoordelijkheid nemen. Niet aan de zijlijn staan roepen, maar mee beslissen. Niet weglopen van de uitdagingen, zoals sommigen doen, maar er recht op afgaan, omdat de toekomst van onze welvaart op het spel staat, omdat de wereld in brand staat. Als het brandt, dan moet er geblust worden. Ik stel vast dat aan de linkerzijde enkel de socialisten hun laarzen aantrekken en de mouwen opstropen.
Collega's, dit paasakkoord is een compromis in moeilijke omstandigheden. Het zijn moeilijke tijden. Mensen zijn bezorgd om hun job, om hun pensioen, om betaalbare zorg en om hun energiefactuur. Meer dan ooit heeft ons land nood aan daadkracht en aan politici die verantwoordelijkheid nemen. Meer dan ooit is het nodig om het verschil te maken voor gewone mensen die elke dag hun stinkende best doen.
Ik licht graag vier concrete zaken uit het paasakkoord toe die voor Vooruit heel belangrijk zijn.
Ten eerste, meer mensen in de zorg. De zorgsector kreunt onder de druk. Iedereen ziet het. Meer dan ooit hebben we mensen nodig die willen en kunnen zorgen. Daarom zorgen we ervoor dat wie een opleiding tot zorgkundige of verpleegkundige volgt, zijn of haar werkloosheidsuitkering behoudt. Zo zorgen we niet alleen voor het zorgpersoneel van vandaag, maar ook voor dat van morgen.
Ten tweede, alle pensioenen krijgen een index. In plaats van helemaal geen index komt er dan toch een indexering voor de sterkere pensioenen. Het is niet meer dan fair om ook de koopkracht van die mensen te beschermen. Pensioenen worden geïndexeerd. Punt. Zo investeren we in de koopkracht van onze gepensioneerden.
Ten derde, de fiscale fraude strenger aanpakken. Wie fraudeert, die raakt aan onze samenleving. Daarom komt er een turbo op de strijd tegen fraude van grote vermogens. Door datamining op het vermogenskadaster van financiële vermogens mogelijk te maken, zullen inspecteurs fiscale fraude sneller kunnen opsporen en aanpakken.
Ten vierde is het heel belangrijk voor Vooruit dat het kunstenaarsstatuut gered is, of dat het kunstwerkattest, zoals het vandaag heet, behouden blijft. Daar hebben we met Vooruit keihard voor gestreden. Met het kunstwerkattest bieden we kunstenaars een volwaardige sociale bescherming. Onze cultuursector heeft al zeer zware klappen gekregen en toch bleef die overeind en bleef die verbinden. Vandaag zorgen we voor sociale bescherming, voor waardering en voor zekerheid voor mensen die onze samenleving verrijken met creativiteit en schoonheid. Dat is geen detail, collega's, dat is beschaving.
Collega's, de keuze die wij maken, is een keuze voor vooruitgang. We maken het verschil, niet met grote woorden, maar met concrete maatregelen, niet door slogans, maar met inhoud. In deze onzekere tijden hebben mensen veel vragen.
Omdat er helaas ook veel fake news wordt verspreid, maak ik nog eens heel duidelijk dat we investeren in zorg en opleidingen, dat we mensen hun pensioenen beschermen, dat we fiscale fraude aanpakken en dat we cultuur niet laten vallen.
Collega's, de volgende jaren beloven moeilijk te worden – niemand ontkent dat – maar wij kiezen ervoor om niet te verzinken in cynisme of in stilstand. Wij geloven dat we samen vooruit kunnen. Laat dat ook het kompas blijven voor iedereen hier, niet de waan van de dag volgen, maar op een duurzame manier het verschil maken in het leven van de gewone mensen.
Franky Demon:
Mijnheer de eerste minister, de regering is van start gegaan met de belofte een hervormingsregering te zullen worden. Het regeerakkoord bevat daartoe ons inziens absoluut de nodige krachtlijnen.
Met het zogenaamde paasakkoord dat u en uw regering vlak voor het reces konden bereiken, worden nu ook enorm belangrijke stappen gezet om die ambities uit het regeerakkoord te vertalen in effectief beleid. Als we onze welvaart en sociale zekerheid voor de lange termijn willen beschermen, moeten we actie ondernemen.
De regering wil daarom zoveel mogelijk mensen aan de slag krijgen. Dat doen we door de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd. Daarbij was het voor cd&v wel belangrijk dat oudere werknemers beschermd zouden worden. Daarom voorziet het akkoord dat 55-plussers hun uitkering niet in de tijd beperkt zien, op voorwaarde natuurlijk dat ze 30 jaar beroepsverleden hebben kunnen aantonen.
Wie wil werken en bijdragen aan de maatschappij en een opleiding volgt voor een knelpuntberoep, mag wat onze fractie betreft evenmin worden afgestraft. Daarom hebben we ervoor gestreden dat die mensen hun opleiding kunnen afmaken.
Met het paasakkoord werken we ook een aantal ongelijkheden weg. Pleegouders verdienen ons allergrootste respect. Hun inzet en toewijding zijn exemplarisch.
Cd&v heeft er dan ook voor gestreden dat ook zij voortaan aanspraak kunnen maken op ouderschapsverlof. Het eerste wetsvoorstel ter zake van mevrouw Lanjri ligt hier al een tijdje voor, namelijk sinds het jaar 2000.
Ook inzake pensioenen nemen wij onze verantwoordelijkheid. Cd&v kwam reeds tijdens de vorige legislatuur met een pensioenplan dat langer werken aanmoedigde zonder de pensioenleeftijd te verhogen. Dat is exact wat deze regering ook doet, onder meer door zelfstandigen die na hun pensioen doorwerken de mogelijkheid te geven om verder pensioen op te bouwen.
Als partij van de lokale besturen zijn wij voorts tevreden dat alle besturen ondersteuning zullen blijven krijgen voor het betalen van de responsabiliteitsbijdragen indien zij in aanvullend pensioen voorzien voor hun contractuele ambtenaren.
Het paasakkoord voorziet tevens in een investering in nabije zorg. In totaal voorzien wij daarvoor tijdens deze legislatuur 5 miljard euro extra. Collega’s, ik herhaal het, 5 miljard euro extra.
De regering focust ook op een betere work-life balance . Daarom worden grotere bedrijven ertoe aangezet om in te zetten op werkbaar werk, zodat het aantal langdurig zieken daalt. Onze fractie is daarom tevreden met de maatregel dat werkgevers, uitgezonderd kmo’s, een bijdrage van 30 % moeten betalen op de ZIV-uitkering in de tweede en derde maand ziekte van de werknemers, uitgezonderd voor de oudere werknemers.
Mijnheer de eerste minister, een eerlijke fiscaliteit is voor cd&v steeds een topprioriteit geweest. Wij zorgen er met het paasakkoord voor dat grotere vermogens een extra bijdrage betalen. Er wordt een antimisbruikbepaling ingevoerd om de ontwijkingsmogelijkheden voor de effectentaks in te perken. De belastingaangifte wordt vereenvoudigd. Er komen minder codes, minder absurde aftrekposten en er komt meer duidelijkheid voor de burger.
De keuze tussen slopen of renoveren moet afhangen van de staat en het potentieel van de woning en niet van het fiscale regime. Daarom wordt het verlaagde btw-tarief op sloop en heropbouw uitgebreid naar sleutel-op-de-deurwoningen.
In een internationaal gespannen context en met een oorlog op het Europese continent neemt ons land zijn verantwoordelijkheid en versterkt het zijn inspanningen voor het waarborgen van de Europese veiligheid.
We honoreren onze verplichtingen ten aanzien van de NAVO en gaan versneld richting de 2 %, maar we doen dat op een realistische manier die zowel op het vlak van investeringen als schuldimpact op maat van ons land is.
Voor onze partij was het enorm belangrijk om naast buitenlandse veiligheid ook in binnenlandse veiligheid te investeren. Minister van Justitie Annelies Verlinden streed daarom succesvol voor bijkomende middelen voor haar departement om de overbevolking in de gevangenissen te kunnen aanpakken en om de georganiseerde criminaliteit een halt te kunnen toeroepen. Deze regering maakt werk van effectieve strafuitvoering en een correcte reclassering van gedetineerden en zet in op een beperking van recidive. Minister Verlinden wil investeren in jammers, zodat drugscriminelen hun activiteiten niet meer kunnen verderzetten vanuit de gevangenis.
Het plaatstekort in onze gevangenissen is geen nieuw probleem. Voorgaande ministers van Justitie wisten dat er onvoldoende ruimte was om straffen korter dan drie jaar volledig uit te voeren, maar toch lieten ze toe om die extra capaciteit te creëren, waardoor ons inziens in het verleden straffeloosheid toenam. Met haar extra middelen kan minister Verlinden voorzien in containercellen, oude gevangenissen langer openhouden en versneld werk maken van een ketenaanpak om gedetineerden in onwettig verblijf sneller het land uit te zetten. Het siert gewezen minister Van Tigchelt dan ook dat hij in een krant gisteren nog zei: we hebben ons voor een stukje mispakt aan de strafuitvoeringsrechters. Dat siert hem.
Last but not least wil ik ook stilstaan bij de afspraken die gemaakt werden aangaande het beleidsdomein Asiel en Migratie. We zijn tevreden dat er snel werk gemaakt zal worden van het wetgevend werk, dat gunstig moet bijdragen aan de instroom en waardoor ook het steeds hoger aantal verzoekers om internationale bescherming verder kan worden ingeperkt.
Dit kan onder meer door de toegang tot het opvangnet te beperken voor asielzoekers die reeds in een andere EU-lidstaat bescherming genieten en door de verzoeken van aanvragers die in een andere lidstaat reeds een definitieve beslissing kregen als een volgend verzoek te beschouwen. Ook inzake gezinshereniging worden er nieuwe maatregelen genomen. Denk bijvoorbeeld aan de inperking van de grace period voor erkende vluchtelingen, waarvoor ik zelf nog een wetsvoorstel had ingediend.
Hervormingen op korte termijn volstaan voor ons echter niet. We moeten nog een stap verder gaan. We waren heel verbaasd dat we in de eerste documenten van de minister van Asiel en Migratie niets zagen staan over het Migratiewetboek. We hebben in deze commissie meerdere keren aan minister Van Bossuyt gevraagd om dat daarin op te nemen en het siert u en uw regering dan ook dat u daarrond nu duidelijke afspraken hebt gemaakt. Voor cd&v is het duidelijk. Wij vragen u om erover te waken dat het nieuwe Migratiewetboek zeker tegen begin 2027 naar dit Parlement komt. Dit is een instrument waarmee we verder kunnen werken. We zullen erop toezien dat het engagement dat werd aangegaan in het paasakkoord ook geremunereerd wordt.
Mijnheer de premier, er ligt een ambitieus akkoord voor dat werk maakt van de hervormingen waaraan ons land grote nood heeft. U zult in cd&v een constructieve partner vinden om deze hervormingen de komende weken en maanden te vertalen in concrete wetteksten. We kijken alvast uit naar de verdere behandeling van de programmawet, de begrotingswet en de diverse beleidsnota's.
Voorzitter:
Ik geef nu tien minuten spreektijd aan de Ecolo-Groenfractie. Mijnheer Van Hecke, u hebt het woord.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, bedankt voor de toelichting en uw komst naar de commissie. Ik zie en ik hoor dat sommigen superenthousiast zijn, zoals van nature uit de heer Ronse, die het een fenomenaal akkoord vindt. En natuurlijk was ook de heer Francken superenthousiast, want de minister van Defensie en Oorlog kreeg 21,3 miljard euro extra investeringen, waarvan 16,8 miljard via dit paasakkoord.
De heer Francken schuwde de grote woorden niet. Het ging om de “grootste investering in Defensie in veertig jaar”. Maar dit budget lijkt eerder de slechtst gefinancierde begroting in veertig jaar, als we naar de cijfers kijken, die eigenlijk luchtkastelen zijn.
Collega's, die 4 miljard euro, die 2 % die we normaal over verschillende jaren zouden bereiken, moet dit jaar al gehaald worden. Om dat even in perspectief te brengen: dat is acht keer het werkbudget van Buitenlandse Zaken, dat is vier keer het federaal budget voor Ontwikkelingssamenwerking. En dat bedrag komt er elk jaar bij.
Wat gaan jullie doen met die 4 miljard euro dit jaar? Dat zouden jullie pas weten tegen 1 juli. Maar de markten, collega's, zijn oververhit geraakt. De prijzen van het militair materieel zijn zeer hoog. Gaan jullie dus vlug enkele aankopen doen? Vlug enkele bestellingen plaatsen? Ik denk niet dat dat echt heel slim zou zijn.
De grote vraag blijft hoe de regering dit gaat betalen? Hoe gaat dit gefinancierd worden? Volgens de cijfers en de tabellen rekent u in de eerste plaats op Euroclear en Belfius. Op Euroclear rekent u tot in 2029. In 2025, in 2026, in 2027, in 2028, in 2029: elk jaar 1,2 à 1,3 miljard euro. Rekent u er dan op dat de oorlog in Oekraïne gaat duren tot 2029? Als er een vredesakkoord zou zijn in 2025 of in 2026, en een aantal maatregelen wordt opgeheven, wat gaat u dan doen met die voorgenomen inkomsten uit Euroclear? Via Belfius rekent u tweemaal op 500 miljoen euro.
Dan moet u nog op zoek gaan naar welke uitgaven eventueel onder die NAVO-norm kunnen vallen. En dat loopt op: in 2028 tot 500 miljoen en in 2029 tot 750 miljoen. Dat is echt nattevingerwerk. Hoe komt u daarbij? Hoe hebt u dat berekend? Er is geen enkele garantie dat de uitgaven van bijvoorbeeld gewesten of andere departementen door de NAVO zullen worden erkend.
Er is ook nog de post 'structurele financiering'. Daar bent u nog niet uitgeraakt, maar die loopt op tot 1 miljard euro in 2029. Waar zal de regering die structurele financiering vinden? Zelfs met die structurele financiering van 1 miljard euro komt u nog altijd 5 miljard euro tekort. Dat is nog een zeer optimistische schatting. Dat zijn budgettaire luchtkastelen die u aan dit Parlement voorstelt, maar volgens de heer Ronse van de N-VA is het 'fenomenaal'. Waar zal de regering die 5 miljard euro vinden? Het zal trouwens veel meer zijn.
Zal de regering dan opnieuw besparen op ontwikkelingssamenwerking, de sociale zekerheid – zoals bepaalde coalitiepartners wensen –, de pensioenen, de gezondheidszorg? Het zou heel dom zijn om overheidsparticipaties te verkopen, omdat ze ons soms flink wat geld opbrengen. De premier klinkt toch wel voorzichtig. Het heeft inderdaad geen zin om die participaties te verkopen die geld opbrengen. Of gaat de regering toch nog extra schulden aan? In dat financieringsverhaal horen we niets over de bijdrage van de grootste vermogens. De regering kijkt daar niet naar, maar wel naar de sociale zekerheid.
Het gaat niet alleen over dat bedrag van 16,8 miljard euro. De regering zal in totaal 21,3 miljard euro moeten vinden. In juni kan de NAVO beslissen om de norm van 2 % van het bnp te wijzigen in 3 % of 3,5 %. Hoe zullen we dat dan kunnen klaren? Dat is nog eens 6 à 7 miljard euro per jaar extra die zal moeten worden gevonden.
Het spijt me dat ik altijd naar dezelfde persoon verwijs, maar minister Francken communiceert heel veel. Het lijkt wel of hij de uitgaven voor defensie gebruikt als een hefboom om zaken die hem niet bevallen, weg te besparen. Hogere defensie-uitgaven worden gebruikt als een soort breekijzer om zaken af te breken, die sommigen om ideologische redenen willen afschaffen: deftige pensioenen, ontwikkelingssamenwerking, zelfs betaalbare tandzorg. Hij vond het nodig om een vergelijking te maken met de Verenigde Staten, waar men jarenlang fors heeft geïnvesteerd in de defensie-uitgaven, maar de mensen wel 1.000 euro voor tandzorg betalen. Is dat het beeld van onze sociale zekerheid dat bij sommige mensen van de N-VA leeft? Willen ze dat verwezenlijken? Men wil meer geld voor defensie. Als tandzorg 1.000 euro kost, dan is dat zo, in de Verenigde Staten doet men dat ook. Dat is niet het beeld dat wij willen. Het is duidelijk waar sommigen naartoe willen gaan. De budgettaire ruimte, collega's, is beperkt. Volgens de laatste cijfers bedroeg die in 2023 op federaal niveau ruim 14 miljard euro. Hoe zult u dan nog 6 miljard extra vinden als we naar 3 % moeten gaan? Waar zult u dat geld dan vinden? Dit zal een sociaal bloedbad worden, collega's.
Ik zal proberen af te ronden, want mijn collega zal ook nog een aantal zaken zeggen. Ook voor andere zaken is het akkoord immers heel ontgoochelend, bijvoorbeeld wat de klimaatambities van deze regering betreft. Er is geen klimaatstrategie, geen groene taxshift. De vliegtaks bedraagt ocharme 5 of 10 euro per vlucht. In andere landen is dat een pak meer. Er is ook een inconsistent btw-beleid op het vlak van verwarming. Over Justitie zullen we nog wel een apart debat hebben met de minister van Justitie, want het extra geld dat ze gekregen heeft, heeft ze ondertussen al vijf keer uitgegeven.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le président. Monsieur le premier ministre, je vais intervenir en complément de ce que vient de dire mon collègue. Je vous ai entendu parler de la compétitivité des entreprises et dire à quel point ce sont les entreprises qui font la prospérité de notre pays. En fait, monsieur le premier ministre, vous n'êtes pas un CEO. Vous êtes justement le premier ministre. Ce qu'on attend de vous, c'est d'être le garant de cet équilibre entre les droits des travailleurs et cette fameuse compétitivité, pas de faire des cadeaux aux entreprises et d'accéder à toutes leurs demandes sans respecter le bien-être de votre population.
Par ailleurs, qui travaille dans les entreprises? Des chats? Sont-ce des chats qui travaillent dans les entreprises? Monsieur le premier ministre, ce sont des travailleurs et des travailleuses qui font la prospérité de ces entreprises. Donc, aujourd'hui, ce qui est important d'après vous, c'est d'atteindre un taux d'emploi de 80 %. Mais pourtant, ici, on ne voit pas le début d'une mesure qui va permettre d'atteindre ce taux d'emploi. En effet, quand on crée des flexi-jobs, quand on continue à étendre le travail étudiant, on crée des emplois qui ne rentrent pas dans le cadre des 80 % et vous le savez très bien, étant donné qu'il s'agit d'emplois qui ne financent pas la sécurité sociale. Ce sont des travailleurs qui ne cotisent pas pour leur sécurité et leur pension. C'est donc un vrai problème à long terme.
Monsieur le premier ministre, j'ai quelques questions précises. Je commencerai par le droit à la démission. C'est évidemment une bonne idée. Nous portons d'ailleurs une proposition en la matière depuis des années. Mais des balises importantes sont à mettre en place, notamment pour éviter que des travailleurs soient poussés à la démission pour éviter à l'employeur de payer un préavis. Allez-vous mettre en place des balises par rapport à cela?
Dans le cadre de la réforme qui limite l'accès aux allocations de chômage à deux ans, qu'en est-il des personnes qui sont actuellement en formation pour un métier en pénurie, avec une allocation de l'ONEM? Pourront-elles terminer leur cursus sans perte de revenu, même si la formation dépasse deux ans? Par ailleurs, selon quels critères les formations autorisées seront-elles sélectionnées? Comment garantissez-vous que l'accès à ces dispenses reste effectif et équitable à travers les Régions? Allez-vous, de manière explicite, vous baser sur les listes établies par les services régionaux de l'Emploi?
Toujours par rapport à l'exclusion des chômeurs, quelles compensations sont-elles prévues pour les CPAS et, surtout, à partir de quelle date? J'ai lu comme nous tous, que l'exclusion des chômeurs aurait lieu dès le 1 er janvier 2026, mais par contre, ce qui m'inquiète fortement est que le financement compensatoire pour les CPAS ne viendrait qu'à partir du 1 er janvier 2027. Confirmez-vous cette information?
Par ailleurs, le président d'un parti de votre majorité a déclaré que les personnes qui possèdent une seconde résidence et qui bénéficient d'allocations de chômage seront sanctionnées et contrôlées. Pouvez-vous être un peu plus explicite sur cette mesure, monsieur le premier ministre? Seules les personnes qui possèdent une maison au Maroc seront-elles passées au screening? Ou bien celles qui possèdent une maison dans les Ardennes le seront-elles aussi? On aimerait bien avoir un peu plus d'informations par rapport à cela.
Pour ce qui concerne le statut des travailleurs des arts, on a aussi entendu votre ministre de l'Emploi nous dire à quel point il y avait des abus et qu'il fallait lutter contre ces abus. Pouvez-vous nous en dire un peu plus sur les abus auxquels vous pensez? Quels montants souhaitez-vous récupérer de cette manière-là?
Quant aux périodes de maladie, confirmez-vous qu'elles ne seront plus assimilées dans le calcul de la pension? Par exemple, les personnes qui ont été atteintes du covid ou du covid long ne pourront-elles pas assimiler ces périodes-là dans le calcul de leur pension?
Qu'en est-il des dates "P"? Elles ne sont toujours pas disponibles sur le site. Or les écoles doivent s'organiser, notamment par rapport à la DPPR, savoir quels profs seront disponibles ou pas. Cela devient extrêmement urgent d'avoir une réponse pour toutes ces personnes qui sont dans l'expectative.
Enfin, on n'a toujours pas de fumée blanche concernant la taxation des plus-values. On ne comprend donc vraiment plus où se trouve, chers collègues des groupes Les Engagés et Vooruit, l'équilibre dans cet accord de Pâques. Je vous remercie.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn tijd delen met mijn collega, Paul Van Tigchelt.
Mijnheer de premier, dank u voor uw aanwezigheid vandaag, op onze aanvraag. Het was tijd dat u uw paasakkoord kwam toelichten. Ik ben blij dat u de primeur van uw persconferentie voor het Parlement hebt voorbehouden. Jammer genoeg moet ik vaststellen dat het een bisnummer is of misschien zelfs wel een ternummer, want eigenlijk zijn al de delen die u hebt toegelicht, puur de uitvoering van uw regeerakkoord met onder andere de beperking van de werkloosheid in de tijd, de aanpassing van de pensioenen, de fiscaliteit. U hebt die maatregelen al een paar keer verkocht.
Wat wel nieuw is, is uw defensieplan om de 2 %-norm te halen. Wij staan achter de 2 %-norm, zoals wij altijd hebben gezegd. U zwijgt echter over de financiering ervan, mijnheer de premier, en dat is natuurlijk de kern van het verhaal, jammer genoeg.
U vindt zogezegd 4 miljard euro extra voor defensie, maar eigenlijk is een deel daarvan, 2 miljard euro, gewoon niet gefinancierd. U zult die lenen. U zult extra schulden opbouwen. U zult de kosten dus doorschuiven naar de volgende generatie. Dat zijn geen structurele maatregelen. Uw defensieplan is dus niet gefinancierd. Dat zegt de heer Bouchez ook. Het is niet structureel.
Het is uw eerste daad op het vlak van de begroting, mijnheer de premier. Het is 100 % uw beleid. Het beste bewijs is dat er een zomerakkoord moet komen. Dat lezen wij al in de pers. Uw lenteakkoord is net achter de rug en we zien al dat er nood is aan een zomerakkoord. Dat is het beste bewijs dat het plan niet gefinancierd is.
Wat is uw balans na tien weken arizonaregering? Ik ben het ermee eens dat het paasakkoord historisch is, zoals sommigen proclameren. Het is inderdaad historisch op sommige vlakken en zeker op het vlak van de begroting. U hebt namelijk op tien weken tijd een extra begrotingstekort van meer dan 7 miljard euro gecreëerd, mijnheer de premier. Ik licht dat even toe. U hebt geen enkele structurele maatregel ter financiering gevonden.
U hebt opnieuw het beeld gecreëerd dat de overheid de meest onbetrouwbare aandeelhouder ooit is. Er is geen enkel overleg met Belfius en tot nu toe geen steun van haar raad van bestuur. U hebt totale onzekerheid bij de burgers gecreëerd. Zij weten niet hoe uw plan gefinancierd zal worden. Misschien doet u dat via extra belastingen, zoals uw coalitiepartners dat nu al aangeven. Onder andere de heren Mahdi en Seuntjens zeggen dat het plan door extra belastingen moet worden gefinancierd.
Waar komt de 7,5 miljard extra tekort vandaan? Ik licht dat toe op basis van een aantal documenten. Bij de aanvang van uw regering overhandigde u uw begrotingstabellen. U gaf zelf toe dat u begon met een gat van 2,2 miljard euro in 2025. U verslechtert dus uw basis met 2,2 miljard. In maart kregen wij het rapport van het Monitoringcomité. Dat zegt dat de situatie verslechterd is en dat het tekort verder oploopt met 2,4 miljard euro, maar dat hebt u niet rechtgezet met extra maatregelen.
Ik ga verder met uw tabellen voor Defensie. Hoe financiert u dat? U financiert dat met een defensiefonds van een kleine 800 miljoen euro. Dat staat in het paars, omdat het buiten begroting is, wat dus extra schulden betekent. Dat defensiefonds bestaat echter nog niet. Er zijn nog geen overheidsparticipaties verkocht en zelfs als dat gebeurt tegen het einde van het jaar – we zullen nog wel zien -, dan nog is dat niet structureel. Dat zijn oneshotmaatregelen.
En dan, the cherry on the cake , uw paasakkoord is een ongedekte cheque voor Defensie van 2 miljard euro, terwijl uw minister van Begroting een paar weken geleden er nog op hamerde dat alles gecompenseerd moest zijn. U wil het dividend van Belfius ten belope van tweemaal 500 miljoen euro, maar dat is zeker geen structurele maatregel. Dat moet bovendien nog goedgekeurd worden door de ECB en de raad van bestuur van Belfius. Het blijft een tijdelijke maatregel.
Ik ben eigenlijk nog terughoudend wanneer ik zeg dat u een bijkomend tekort van 7,5 miljard hebt gecreëerd, want waarschijnlijk is het nog meer.
U houdt rekening met de Russische tegoeden, maar in het verslag van het Monitoringcomité lezen we op pagina 27 dat die opbrengsten al meegenomen waren in de basisberekening van het Monitoringcomité. U bent het geld dus gewoon twee keer aan het uitgeven, mijnheer de premier. Het Monitoringcomité heeft daar wel rekening mee gehouden, in tegenstelling tot de FOD Financiën. Dat geld moest dienen voor andere uitgaven.
U hebt dus absoluut geen 1,2 miljard euro gevonden, u hebt een niet-gefinancierd defensieplan. Onze grote bezorgdheid – en die werd al gedeeld door uw coalitiepartners en is ook mijn enige vraag – is wie ervoor zal betalen. Bevestigt u wat uw coalitiepartners, cd&v, Vooruit, Les Engagés, in de pers vertellen, namelijk dat de factuur door de belastingbetaler, de hardwerkende en ondernemende mensen, de spaarders zal worden betaald?
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de premier, ik zal de komende minuten proberen voorbij de slogans te kijken. We hebben het namelijk allebei goed voor met Justitie.
Ik heb mij de afgelopen maanden koest gehouden. Dat hoort ook zo voor een voormalige minister van Justitie. Dat is intussen meer dan een jaar geleden – time flies when you’re having fun –, toen de vorige regering volheid van bevoegdheden had. Nu neem ik echter het woord, omdat ik mij zorgen begin te maken. Ik maak mij zorgen over het justitiebeleid, want ik zie stilaan een kloof tussen de woorden van de arizonaregering – het moest strenger, het moest kordater en wel meteen – en de daden.
Laten we eerlijk zijn: de sense of urgency , waar veel arizonapartijen het over hadden, was niet terug te vinden in het regeerakkoord. Er komen amper extra middelen voor Justitie in 2025. Er komen geen dringende investeringen in meer gevangeniscapaciteit. Nochtans werd daarover heel luid geroepen. Dat de nieuwe minister van Justitie na enkele weken naar extra middelen kwam vragen, is het bewijs van het gebrek aan een sense of urgency bij de arizonapartijen.
Men zal nu investeren in unitbouw, in modulaire units, een dossier dat werd voorbereid door de vorige regering. Dat is goed, want dat is realistischer dan een gevangenis bouwen in het buitenland. Een gevangenis bouwen in het buitenland of capaciteit huren in het buitenland klinkt stoer, maar, geloof me, zal aankondigingspolitiek blijven.
Voor het dossier van de unitbouw worden nu via frontloading extra middelen vrijgemaakt. Wat ik daarbij mis, is een concreet plan binnen welke termijn de extra capaciteit ter beschikking zal zijn. Daarentegen zie ik wel een concreet plan om de uitstroom te verhogen via de zogenaamde noodwet.
We hebben ons de moeite getroost om die noodwet en de beslissingen van het paasakkoord uit te vlooien. Overigens was dat niet gemakkelijk, want de communicatie daarover was nogal warrig, wazig en fragmentarisch, maar dat is nu eenmaal de taak van de oppositie en die hebben we ter harte genomen. Wat stellen wij daarin vast? We zien dat het de bedoeling is dat gedetineerden die tot drie jaar gevangenisstraf krijgen, na een derde automatisch vervroegd in vrijheid worden gesteld en dat ze zes maanden daarvoor nog elektronisch toezicht kunnen krijgen.
Premier, ik heb begrip voor die noodmaatregelen. Ik moest immers soortgelijke noodmaatregelen nemen. Een schoonheidsprijs verdienen die maatregelen niet, maar een mirakeloplossing bestaat ook niet. Wat wij echter niet hebben gedaan, maar wat u wel zult doen, is dezelfde maatregel van vervroegde invrijheidstelling toepassen op illegale criminelen. Dat is prima als ze kunnen worden uitgewezen, naar Marokko bijvoorbeeld, dankzij het akkoord dat wij in 2023 met dat land sloten. De voorlopige in vrijheidstelling – ik heb het goed gelezen – zal echter ook plaatsvinden, als de gedwongen uitwijzing niet mogelijk is. Die illegalen komen met andere woorden vrij met een bevel om het grondgebied te verlaten en we weten dat dat papier geen garantie is dat ze het land zullen verlaten. Dat, premier, vinden wij een gevaarlijke maatregel. Ze komen vrij na één derde, verdwijnen in de natuur en we verliezen elke controle. Dat staat bovendien haaks op al wat uw partij de voorbije jaren en maanden heeft gezegd en aangekondigd. U hebt het gezegd in uw uiteenzetting: u bent streng voor asielzoekers, maar blijkbaar niet voor illegale criminelen. Nogmaals, dat hebben wij niet gedaan.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, votre accord de Pâques est la parfaite transcription de votre accord de gouvernement, et donc nous ne pouvons vous prendre en délit d'incohérence. On a compris l'idée: remettre tout le monde au travail, y compris les chômeurs, les vieux, les malades, tout le monde, même ceux qui ne veulent pas travailler – pourquoi pas – et ceux qui ne peuvent pas travailler – ça c'est plus problématique, avec une seule injonction, la responsabilisation, comme si tout était question de bonne volonté, comme si tous nos problèmes venaient de la paresse et que les conditions macroéconomiques qui gouvernent notre monde n'existaient pas.
On connaît votre logique arithmétique, 100 000 personnes exclues prochainement du système, comme l'exprimait avec une fierté quand même un peu étrange votre ministre de l'Emploi, et 175 000 emplois dans les métiers en pénurie. On connaît votre recette: on va couper le robinet, et ces personnes sans emploi vont, par magie, se transformer en enseignants, en infirmières, en chauffeurs de bus, etc.
Dans le vrai monde, ce n'est pas comme ça que ça va marcher. Bien sûr, il y a des fraudeurs et des profiteurs, mais il y a aussi, dans ces 100 000 personnes que vous allez exclure, des gens qui cherchent du travail et n'en trouvent pas ou n'ont pas les bonnes qualifications. Sans doute, allez-vous pousser quelques fraudeurs à se prendre en main, très bien, mais avec cette même arme aussi peu nuancée, vous allez aussi envoyer des personnes vers la précarité, sans leur donner les outils pour rebondir.
Vous allez faire exploser le taux de pauvreté avant de faire grimper le taux d'emploi. Pour une seule raison, vous renoncez quasi structurellement à toute politique ambitieuse en termes de formation, d'orientation et d'innovation, parce que l'angle mort de votre politique de l'emploi, c'est la formation. Vos partenaires pourtant, le cd&v ou Vooruit, avaient proposé qu'on fasse exception à votre limitation pour les personnes qui choisissent un métier en pénurie.
Vous limitez cette possibilité au 1 er janvier 2026, sauf pour les métiers du secteur de la santé. Mais on ne manque pas que de gens dans les métiers de la santé, on manque aussi d'enseignants et de gens dans des tas d'autres fonctions. Et donc – la question reste pendante –, comment allez-vous transformer des dizaines de milliers de personnes, par exemple, en chauffeurs de bus?
Vous préservez le statut d'artiste – Vooruit vient de confirmer qu'il a fallu se battre et que nombreux étaient ceux qui voulaient purement et simplement le supprimer autour de la table –, mais vous annoncez vouloir lutter contre les abus. Mais quels abus, grands dieux? Le système est déjà conçu comme un système anti-abus. Votre ministre de l'Emploi a pris l'exemple d'un emploi de barman dans un théâtre, ce qui ne ressortit pas du tout au statut d'artiste. Et donc, outre la question de la maîtrise du dossier par le gouvernement, j'ai une question toute simple: pourriez-vous me citer un exemple d'abus de statut d'artiste contre lequel le gouvernement entend lutter?
Une inquiétude a été soulevée par une autre collègue quant aux compensations pour les pouvoirs locaux. Le président du CPAS de Liège, par exemple, affirme que, d'après ses tableaux budgétaires, le soutien aux CPAS en compensation de ces mesures n'interviendrait qu'en 2027, ce qui voudrait dire que, durant un an, les CPAS de ce pays devraient accueillir un public nouveau sans recevoir de moyens. Le confirmez-vous?
Alors, à propos des 526 000 personnes en arrêt maladie, on ne peut que vous rejoindre dans l'idée d'une responsabilisation générale, même si la manière dont vous comptez contrôler les médecins laisse perplexe. Il est d'ailleurs frappant de voir que vous pariez sur la bonne foi et le droit à l'erreur pour le contribuable, à raison, mais pas pour le malade ni pour le médecin.
Voilà qui m'amène au point commun entre vos mesures sur les demandeurs d'emploi et sur les malades. C'est qu'il s'agit d'un contrat de méfiance entre le gouvernement et le citoyen. À part la bonne foi du contribuable, vous ne pariez sur la bonne foi de personne, ni des demandeurs d'emploi, ni des médecins, ni des malades.
Vous ne pariez pas non plus sur l'énergie des citoyens. Sur les allocations de chômage, la presse a pu trouver facilement l'exemple d'une série de citoyens que vos mesures vont toucher de plein fouet et qui, pourtant, n'ont rien à se reprocher. Des accidentés de la vie, des mères célibataires, parfois des personnes qui se forment à un métier en pénurie. Et c'est là que le bât blesse. Une économie qui tourne, une société qui fonctionne, ça réclame de la confiance de la part des entreprises, des travailleurs et du gouvernement. Et vous avez décidé d'être un gouvernement de la défiance.
Si nous avons autant de personnes sans emploi, si nous avons un demi-million de personnes en arrêt maladie, c'est pas parce que nous serions un pays de fainéants, c'est parce qu'il y a une crise sur le sens du travail, c'est parce que de nombreux citoyens ne sont pas heureux de ce qu'ils font. À tout ceux-là, parce que vous ne misez ni sur la formation, ni sur l'orientation, ni sur l'innovation, vous ne dites rien. Vous dites en gros "bougez-vous et allez faire quelque chose que vous détestez, vous réfléchirez au sens de la vie quand vous serez morts".
Avant de conclure, j'aimerais revenir sur deux éléments. Tout d'abord, vous avez mis en avant avec une certaine fierté la taxe de 1 000 euros sur l'accès à la nationalité. Moi, je regrette que l'Arizona ait inventé la nationalité censitaire. On pourrait se réjouir de voir l'accès à la nationalité belge acquérir subitement une si grande valeur pour la N-VA, vous qui avez un jour déclaré que, si vous pouviez mourir en tant que Néerlandais du Sud, vous mourriez plus heureux qu'en tant que Belge.
Or, nous savons qu'en fait, il s'agit d'un argument purement dissuasif. Pourquoi faire payer 1 000 euros l'accès à la nationalité? C'est là une vraie question, que j'ai d'ailleurs déjà posée à Mme Van Bossuyt et je n'ai jamais obtenu de réponse. Qu'on demande la réussite d'un parcours d'intégration ou la maîtrise d'une ou plusieurs langues nationales, pourquoi pas, je le comprends et je trouve même cela très bien. Mais je ne comprends pas bien la philosophie qui consiste à demander des sommes exorbitantes à quelqu'un qui remplit toutes les conditions pour rejoindre notre communauté nationale. C'est purement dissuasif et, là encore, c'est tout l'inverse d'un contrat de confiance.
Enfin, sur la Défense, c'est le grand flou. Vous allez chercher 2 milliards d'euros sur un emprunt hors budget à rembourser ensuite par la vente d'actifs. Je crois que nous avons tous compris que c'est un tour de passe-passe que vous êtes obligé de faire parce que vous ne pourrez vendre des actifs que pour diminuer un endettement. Dès lors, vous êtes obligé de commencer par l'endettement. Nous sommes en droit de comprendre ce que va nous coûter réellement cet endettement.
Par ailleurs, vous placez dans l'équation un dividende exceptionnel de Belfius qui, par définition, ne peut pourtant pas être structurel. Cela manque de transparence.
En ce qui concerne la manière de dépenser cet argent, je ne peux que vous encourager, une fois encore, à ne pas investir dans de nouveaux F-35. Si vous n'êtes pas convaincu par les arguments de dépendance technologique vis-à-vis des USA, qui sont pourtant évidents, tenez compte de la fragilité logistique. Vous êtes allé à Kiev et vous êtes donc bien placé pour savoir que, si nous sommes incapables de livrer nos vieux F-16, c'est parce que nous courons après des pièces détachées qu'il est impossible de trouver. Ces difficultés logistiques vont être multipliées si vous vous engagez encore sur des F-35. S'il vous plaît, ne continuez pas dans cette folie financière et stratégique.
J'en ai fini, monsieur le président.
Voorzitter:
Merci, monsieur De Smet, d'avoir été aussi bref.
Mijnheer de eerste minister, het is gebruikelijk dat het Parlement het laatste woord krijgt, dus ik zou u willen vragen om bondig te antwoorden, zodat er nog tijd rest om te repliceren.
Bart De Wever:
Monsieur le président, j'essayerai d'être bref, mais ce ne sera pas facile, étant donné qu'on m'a posé des centaines de questions.
Ik zal proberen zo snel mogelijk door die vragen te lopen.
Met betrekking tot het budgettair kader kan ik u zeggen dat ten laatste in de week van 28 april de begroting zal worden ingediend. Ik heb uiteraard alle begrip voor uw ongeduld, maar we werken zo snel als we kunnen. De regering is helaas pas na acht maanden tot stand gekomen, in een lopend budgetjaar. Het is niet dat wij per se cijfers willen achterhouden, we werken zo snel we kunnen. Het komt eraan.
Er werden veel vragen gesteld over de NAVO-normering. Voor alle duidelijkheid, er is geen camouflage van uitgaven. Het gaat over de regels die de NAVO zelf hanteert met betrekking tot wat militaire uitgaven zijn, wat binnen die normering valt. Het betreft ook vragen die de NAVO stelt. De NAVO is geen organisatie van amateurs. Het is niet zo dat men allerlei kosten kan labelen en dan kan zeggen dat die kosten nu militair zijn.
Er zijn echter wel mogelijkheden om in die NAVO-normering bijvoorbeeld enablement te schuiven. Daarover werden ook heel concrete vragen gesteld. In die zin moet men natuurlijk ook de betrokkenheid van de deelstaten lezen. Mevrouw Ponthier, u sprak over die kilometerheffing. Dat is totaal nieuw voor mij, ik weet niet waarover het gaat. Als een deelstaat bijvoorbeeld in infrastructuur investeert, die ook op het vlak van enablement , dus de mobiliteit van de NAVO-troepen, aangerekend kan worden, zou het eigenlijk dwaas zijn om het niet in het defensiebudget te stoppen. Dat staat nog los van het feit of men daarmee naar 2 % of zelfs voorbij 2 % zou gaan.
Het is zelfs een opportuniteit om de 3RX, de IJzeren Rijn, voor wie hier al wat langer zit, te realiseren, aangezien de NAVO die ook als kritieke infrastructuur voor de west-oostbeweging, de snelle beweging van troepen, heeft aangemerkt. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld de investering in haveninfrastructuur. Dat zit op het niveau van de deelstaten en dat zou dan NAVO-aanrekenbaar zijn. Andere inspanningen van de deelstaten, laat staan fiscale inspanningen, hebben wij niet gevraagd en zijn niet bekend.
Ook medische weerbaarheid zou dan NAVO-aanrekenbaar kunnen zijn. Er zitten daarin twee elementen. Men kan de begroting navlooien. Collega's hebben opgemerkt dat het een stijgende lijn is. Men kan ze navlooien op welke dingen die we doen, NAVO-aanrekenbaar zijn. Let op, het betreft geen nieuw geld. Het is gewoon een uitgave die al gepland en gebudgetteerd is, die dan NAVO-aanrekenbaar wordt. Er zit echter ook een tweede element in. Onder het stijgende budget van Defensie worden uitgaven mogelijk die niet gebudgetteerd zijn, waarvoor geen centen waren, maar die met defensiegeld kunnen worden gefinancierd.
Dat is natuurlijk heel interessant, zeker als zaken daarvan ook voor civiel gebruik nuttig kunnen zijn. Daarbij denk ik aan bijvoorbeeld een stock inzake medisch materiaal of medische capaciteit, die in geval van militaire conflicten militair aangewend kan worden, maar die nu niet voorzien is in de begroting. In mijn ogen zou het nogal dwaas zijn om dat nu, in een stijgend defensiebudget, niet te voorzien. Ook denk ik aan zaken waarbij defensie voor binnenlandse veiligheid kan worden ingezet. In veel Europese landen bestaat die traditie, maar wij kennen die minder, al hebben we dat incidenteel gedaan. Het is onze intentie, zoals in het regeerakkoord is voorzien, om defensie daarvoor structureel in te zetten, in een welbepaald in het regeerakkoord omschreven kader, en het zou desgevallend raar zijn om de NAVO-norm, die voorzien is, daarvoor niet te gebruiken.
Misschien weet u het niet, maar een van de grootste achteruitgangen in de Belgische defensie, puur budgettair bekeken, qua comptabiliteit, was de afschaffing van de rijkswacht, aangezien dat een militaire uitgave was. Met de afschaffing van de rijkswacht zijn we tienden gezakt in de NAVO-ranking. Ik pleit niet voor de militarisering van de politie, don't worry , dat is niet voorzien, ik zeg alleen dat het over zulke dingen gaat inzake de NAVO-norm. Ik vrees dus dat u daar dingen in leest waardoor uw fantasie een beetje op hol is geslagen.
Ik spring enigszins van de hak op de tak, waarvoor mijn excuses, maar nu kom ik tot de pensioenhervorming voor de parlementsleden. Het is een traditie en ook onvermijdelijk dat de wetgever de pensioenen van de samenleving reguleert en dat het Parlement zich daaraan vervolgens confirmeert. In de periode dat ik parlementslid was, is dat nooit anders geweest, en ik heb al wel wat pensioenhervormingen in het statuut meegemaakt. Toen ik begon, was het stelsel echt nog zeer gunstig, want met de tantièmes had men na twintig jaar als parlementslid een volledig pensioen. Ik heb op die manier met mijn eerste tien jaar als parlementslid al de helft van mijn pensioen. Dat dit niet echt meer evident is in onze samenleving, aangezien wij helaas door de stijging van de sociale uitgaven maatregelen moeten nemen, is een logica die niemand zal ontkennen. Ook de nu op handen zijnde pensioenhervorming zal doorgetrokken moeten worden en een vertaalslag moeten krijgen in de parlementaire pensioenen. Dat kan een grote ontdekking genoemd worden of men kan er grote controverse rond maken, maar ik zie dat niet. Wel dient het Parlement zichzelf te reguleren, niet de regering of een regeerakkoord. Het komt u als parlementsleden toe.
Maak dus alstublieft geen grote populistische controverse – dat is niet nodig – van de sequens waarbij het Parlement de samenleving volgt en zich schikt naar de inspanningen die we van de samenleving vragen, met de nodige moeilijkheden, want het statuut is een statuut sui generis. Dat is dus altijd een beetje schipperen. Het lijkt me de logica zelve, maar het is aan u om dat te doen. Ik denk dat de nodige werkzaamheden daarvoor ook al lang gepland zijn. Het is eigen aan eenieder om zich te profileren in dat soort zaken – dat begrijp ik – maar laat ons toch een beetje sereen blijven in dat soort dingen. Ik heb hier niemand, tenzij u me nu gaat tegenspreken, horen zeggen dat parlementsleden geen inspanningen moeten doen, dat ze niet gaan volgen en dat ze alles wat ze hebben, linea recta willen behouden. Het andere uiterste is de race to the bottom . Die vind ik ook verwerpelijk en daar heb ik ook wel echo's van gehoord in deze commissie.
Wat asiel en migratie betreft – sorry voor de hak op de tak –, maatregelen inzake de uitstroom ontbreken inderdaad. Dit is uiteraard de eerste uitvoering van het regeerakkoord. De maatregelen op korte termijn die ik kan nemen, zijn uiteraard bij uitstek op de instroom gericht. Er staat in het regeerakkoord heel wat over de uitstroom en dat zal heus nog wel worden gerealiseerd, maar dat zijn, als men realistisch is, maatregelen die niet evident zijn, die tijd vergen en die geen toverstokje zijn. Sommigen zeggen om gewoon naar de Europese Commissie of naar Ursula, zoals sommigen het nogal kinderlijk voorstellen, te gaan met de boodschap dat het een noodgeval is en alles dan opgelost is. Als men dat wil geloven, doe dat dan gerust, maar dat is niet de realiteit. Als het zo eenvoudig was, dan zouden heus wel wat Europese landen dat hebben gedaan.
Wij zijn ondertussen als België op basis van ons regeerakkoord uitgenodigd bij de club van de eerder kritische landen over het Europese migratiemodel, die bij elkaar komen en die met name inzake de uitstroom ideeën uitwerken en die trachten om van die ideeën Europese beslissingen te maken. Zeggen dat dat een proces is dat met een vingerknip verloopt, is helaas echter niet waar. Ik wou dat het waar was.
Madame Delcourt, vos questions sur le contrôle des certificats médicaux sont précises et je vous invite à les poser aux ministres responsables. M. Vandenbrouke a annoncé qu'il créerait une banque de données et qu'il organiserait un datamining sur la politique de prescription. Mais il doit encore travailler sur ce sujet et devra présenter son projet avant le 1 er juillet de cette année, si je ne m'abuse. L'affaire est donc à suivre.
De nombreuses questions ont été posées sur le statut d'artiste, notamment par les collègues francophones. Nous avons parlé des abus et de la façon de lutter contre ceux-ci. M. De Smet a même prétendu qu'il n'y en avait pas. C'est possible! La lutte contre les abus est une compétence régionale. Ce débat doit être mené au sein des parlements régionaux. Dire qu'il n'y a pas d'abus, c'est possible, mais je suis étonné par les chiffres. Il y a de grosses différences entre les Régions, notamment en Région de Bruxelles-Capitale où, si je ne me trompe, 50 % d'entre eux résident. La ville est peut-être très artistique, je ne l'exclus pas, mais nous avons peut-être aussi découvert des brèches dans le système qui pourraient correspondre à ce que l'on nomme des abus. Je n'en sais rien et c'est aux Régions de travailler sur ce thème.
Madame Delcourt, vous avez demandé quand nous comptions élargir le systèmes des flexi-jobs à d'autres secteurs? Ce n'est pas prévu dans l'accord de Pâques, mais bien dans l'accord de gouvernement.
En ce qui concerne les indépendants, nous estimons que 356 indépendants sont intéressés chaque année par le paiement de cotisations plus élevées afin d'obtenir des droits à la pension plus élevés.
Monsieur Dermagne, vous avez beaucoup mentionné la classe moyenne et cela m'étonne un peu.
Si nous regardons le bilan du gouvernement Vivaldi, je pense qu'il est difficile de dire que c'était un gouvernement qui a défendu la classe moyenne.
Pierre-Yves Dermagne:
(…)
Bart De Wever:
Je ne vous ai pas interrompu! Je pense que cela relève même du non-sens.
Vous avez évoqué les impôts qui pèsent sur les épaules de la classe moyenne. Das Wahre ist das Ganze , comme on le dit en allemand. L'accord de gouvernement est très clair. Il y a du positif et du négatif mais au final, la pression fiscale sur la classe moyenne va fortement diminuer à l'horizon 2029.
Vous avez parlé d'économies dans les soins de santé, ce qui m'étonne, car nous avons encore prévu une norme de croissance au-dessus de l'index. Cela ne semble pas être de véritables économies. Si nous parvenons à maintenir une norme de croissance supérieure à l'index, il ne faut pas, selon moi, parler d'économies.
Vous avez affirmé que nous épargnions les épaules les plus larges alors que plus de deux milliards de revenus proviendront de leur part. C'est tout de même considérable. Il faut examiner ces chiffres au prorata. Il n'y a pas tant d'épaules larges dans notre pays. Je dirais donc que deux milliards de revenus supportés par leurs épaules ne sont pas négligeables.
Vous avez évoqué la crédibilité budgétaire. J'espère que vous ne m'en voudrez pas, mais c'est un peu l'hôpital qui se moque de la charité. Le PS parle de crédibilité budgétaire alors qu'il a dominé le gouvernement Vivaldi et a toujours géré la Région bruxelloise. À votre place, j'éviterais de parler de crédibilité budgétaire.
Monsieur Courard, vous avez demandé d'où proviendront les 2 % pour la défense. M. Di Rupo aurait peut-être dû se poser cette question lorsqu'il a fait cette promesse au Pays de Galles en 2014. Dans l'intervalle, nous n'avons jamais eu de réponse du PS.
Mme Désir a demandé si le report de l'index était une mesure nécessaire. C'est en effet le cas. Il est inévitable de prendre des mesures comme celle-ci, notamment sur les pensions les plus élevées. Nous prévoyons également une mesure qui pèse sur l'indexation des pensions les plus élevées, donc sur les épaules les plus larges. Il est injuste de me reprocher de ne rien faire à l'égard des épaules les plus larges pour ensuite nous critiquer lorsque nous mettons en place une mesure qui affecte les plus hautes pensions. Il s'agit de pensions atteignant 7 000 ou 8 000 euros par mois.
C’est l’un ou l’autre!
Mijnheer Hedebouw, u hebt Frans en Nederlands door elkaar gesproken. Ik noteer alleen in het Nederlands, ik ben een slechte tweetalige.
Je ne me souviens plus de ce que vous avez dit en néerlandais ou en français.
Dus zal ik antwoorden in de taal die in mij opkomt.
Raoul Hedebouw:
Un vrai Belge.
Bart De Wever:
Ik kan daar veel op zeggen, maar ik zal zwijgen. (Hilariteit)
Op vijf minuten tijd hebben we 4 miljard euro voor defensie gevonden, zegt u. Ik wou dat het waar was. Ik weet niet of u de collega's hebt gehoord die ons net hebben verweten dat we dat niet hebben gedaan en dat het allemaal een groot mysterie is waar dit vandaan moet komen. De waarheid heeft haar rechten. Er is in een pad voorzien, met een opdrachtentabel, begroting per begroting. Het zal niet gemakkelijk zijn om die middelen te vinden.
Uiteraard zijn er collega's die zullen zeggen om dat niet uit de sociale zekerheid te halen. Er zijn collega's die zullen zeggen om dat niet uit de belastingen te halen. Er zijn collega's van de N-VA die zullen zeggen om geen extra schulden te maken. Iedereen heeft daar zijn waarheid. De optelsom van dat alles is uiteraard onmogelijk. A l'impossible nul n'est tenu . Dat wordt dus niet gemakkelijk. Dat zal ik niet ontkennen, maar zeg niet: u hebt dat zo gevonden, dus u gaat dat voor de sociale zekerheid ook zo kunnen vinden.
Ik vind die vergelijking trouwens nogal grotesk. De sociale uitgaven in dit land evolueren naar 200 miljard euro bij een ongewijzigd beleid in 2030. U weegt dat af tegen de defensie-uitgaven. Dat is bijna een cijfer achter de komma, zoals wij onze defensie hebben verwaarloosd. Zeggen dat als defensie kan groeien, dat dan de sociale zekerheid op hetzelfde ritme kan groeien, is populisme. Dat is onzin.
Wat telt mee in de pensioenmalus? Het regeerakkoord is duidelijk over wat erin zit en wat er niet in zit. Op de vraag over de privileges voor parlementaire pensioenen heb ik geantwoord.
Zullen we nieuwe F-35's kopen?
Je vous ai expliqué que les capacités imposées par l’OTAN ne nous laissent pas le choix. Je suis sûr que nous devrons encore élargir notre flotte d’avions de chasse. Puisque nous avons déjà acheté les F-35, nous devrons acheter des avions de ce type. Ce seront des avions construits en Italie. Ce n’est pas parce que M. Trump pense qu’il peut mener une guerre de droits de douane contre tout le monde qu’il peut d’un coup faire disparaître la globalisation de l’économie. Le F-35 est devenu un projet multilatéral.
U zegt dan dat men voor die technologie militair afhankelijk is van wie men ze koopt. Dat is echter voor elke militaire technologie zo. Dat is evenzeer het geval voor wapensystemen die we in Europa kopen of elders in de wereld. Men is altijd deels afhankelijk van de producent. Dat is een reden te meer om in Europa de juiste beslissingen te nemen over de consolidatie van een Europese defensie-industrie. Wij hebben dat verwaarloosd, maar daar bent u ook altijd tegen. Dat is ook van twee zaken een. U wilt dat niet, want we moeten in vrede investeren. Volgens u moeten we bloemenperken aanleggen aan de grenzen met Rusland. We hebben bloemenperken, regenbogen en eenhorens nodig, die de Russen zullen overtuigen van onze goede intenties. Dan zullen ze zeker hun agressie stoppen.
Ik ben het daarmee helemaal eens. Als men in een fantasiewereld leeft, kan dat allemaal wel lukken. Als men echter in wapensystemen moet investeren, heeft men ook een militair industrieel complex nodig. Maar daar bent u ook tegen. U zegt dat we dan nu de F-35 moeten kopen. Misschien hebben we die echter moeten kopen omdat we in het verleden net dat niet gedaan hebben in Europa. Dat zijn dure lessen die we nu moeten trekken, maar dat zijn geen lessen die we op vijf minuten opgelost krijgen.
En ce qui concerne les chômeurs de longue durée et les CPAS, un montant a été prévu dans le budget pour compenser les CPAS. En effet, on sait qu'ils auront plus de travail en raison de la limitation dans le temps des allocations de chômage.
M. Hedebouw, je pense, a dit que les CPAS n'ont pas comme tâche d'activer les chômeurs. Je ne suis pas d'accord. J'ai un autre avis. Dans ma ville, le CPAS fait beaucoup d'efforts pour activer les gens. Je pense que c'est leur tâche de le faire, qu'ils sont même mieux placés que les services régionaux d'accompagnement pour activer les gens qui sont à une certaine distance du marché du travail.
Si des gens disparaissent dans la nature, c'est peut-être qu'ils n'ont pas besoin d'allocations de chômage, qu'ils ont assez de revenus pour vivre et n'ont pas besoin de la sécurité sociale.
Dat is dus een maatregel die ik altijd zal blijven verdedigen. Dat is trouwens in de hele wereld de normaalste zaak. Waarom zou dat dan bij ons onmogelijk en een sociaal drama zijn? Overal in de wereld, in Frankrijk en overal, wordt dat op die manier toegepast.
Wij zullen 1 miljard euro minder in de pensioenkas storten. Dat is een heel rare manier om competitiviteitsmaatregelen voor te stellen. Dat is natuurlijk een ideologisch verschil. Ik ga ervan uit dat, wanneer onze ondernemingen qua competitiviteit niet worden versterkt, de effecten op de pensioenkas veel erger zullen zijn. Dat is een kwestie van wakker worden en koffie ruiken, zoals dat in het Engels wordt genoemd, over onze economische situatie en over de situatie van onze industrie, die in heel Europa maar zeker in ons land krimpt terwijl wij ernaar kijken. Mensen zonder job betalen geen bijdragen. Dat zou voor de sociale zekerheid de catastrofe zijn die wij nu moeten vermijden.
Het paasakkoord bevat inderdaad honderden miljoenen euro aan competitiviteitsmaatregelen. U stelt dat voor als minderopbrengsten voor de sociale zekerheid. Dat is een ideologisch verschil. Daarover zullen wij het nooit eens worden. Dat is misschien maar goed ook. De fiscale regularisatie stelt u voor als straffeloosheid. Ik ben het daar niet mee eens. Dat is geen straffeloosheid. Ik moet echter wat opschieten.
"Les 500 euros de différence, net ou brut, pour ceux qui bossent est un mensonge." Ce n'est pas vrai. Il faut consulter le calendrier des mesures tel qu'il a toujours été prévu dans l'accord de gouvernement, avec la baisse des impôts en faveur de ceux qui travaillent, et dont la vitesse de croisière sera atteinte en 2029.
Volgens mij zullen we dan die 500 euro zeker halen en misschien zelfs overschrijden.
“Een kliklijn voor langdurig zieken, hoe durft u?”, zegt u. U noemt dat een kliklijn, wij noemen dat responsabilisering.
Nous avons autant de malades de longue durée que l'Allemagne. Or celle-ci est un tout petit peu plus grande que la Belgique. Donc, je pense que la question de la responsabilisation est à l'ordre du jour.
Alle actoren, ook de werkgevers, zullen geresponsabiliseerd worden. Dat zijn dan extra inkomsten voor de sociale zekerheid, mijnheer Hedebouw. Het lijkt mij evenwel evident dat ook de dokters, ook de ziekenfondsen en dus ook de langdurig zieken zelf aangesproken kunnen worden.
Madame Tourneur, vous m'avez posé une question concernant le droit au rebond et le risque d'abus. Ce risque est relativement limité en raison de la nature de la mesure. Il s'agit d'un droit unique. Cette allocation de chômage dure six mois et s'adresse à des salariés ayant travaillé au moins dix ans. Le droit au rebond s'inscrit dans un ensemble cohérent de mesures mises en place par le gouvernement pour soutenir les individus dans leur recherche d'emploi. Le risque d'abus est donc très faible, voire quasiment inexistant.
Votre deuxième question porte sur les pensions des magistrats. D'autres collègues ont également posé des questions à ce sujet. Je vais être clair: il n'est absolument pas question d'une perte de 40 % du pouvoir d'achat des magistrats retraités en conséquence de la réforme des retraites menée par ce gouvernement. Les calculs publiés par la magistrature la semaine passée reposent sur l'hypothèse de prolongation indéfinie de l'indexation limitée des pensions les plus élevées alors que cette mesure est explicitement définie comme temporaire, tant dans l'accord de gouvernement que dans l'avant-projet de loi-programme. Elle est prévue uniquement pour cette législature, c'est-à-dire jusqu'en 2029. La Cour constitutionnelle et le Conseil d'État, étant indépendants des pouvoirs exécutif, législatif et judiciaire, sont également concernés par cette réforme, leur régime de retraite étant également réglementé par la loi.
Troisièmement, la réforme des retraites n’a aucun impact sur l’indépendance du pouvoir judiciaire. Monsieur Dermagne, cela a été confirmé par la Cour constitutionnelle dans un arrêt de 2013, suite à un recours déposé par les magistrats contre une précédente réforme des retraites, menée notamment sous le gouvernement Di Rupo.
Quatrièmement, une réunion constructive s’est tenue hier entre les représentants des magistrats et les ministres des Pensions. Cette rencontre a permis d’éclaircir plusieurs points, notamment en ce qui concerne les calculs d’impact des différentes réformes des retraites et la nature temporaire de l’indexation limitée des pensions les plus élevées. Il a été établi que les estimations d’une perte de pension de 30 à 40 % reposaient sur des hypothèses d’indexations limitées pour une durée indéterminée.
Mijnheer Van Hecke, u vroeg naar de gelden van de Russische tegoeden. U wilt weten wat er gebeurt als er vrede komt in Oekraïne en de Euroclearmiddelen wegvallen. Ook daarmee is rekening gehouden in het paasakkoord en dat zal dan inderdaad een extra inspanning vergen.
Ik denk wel dat als er morgen vrede wordt gesloten in Oekraïne, dat nog niet betekent dat morgen ook die Russische tegoeden vrijgemaakt worden. Dat is een bijzonder, bijzonder complexe aangelegenheid. Er zijn wel andere hypotheses die internationaal besproken worden over wat er met die sovereign assets moet gebeuren. Er zijn namelijk de sovereign assets en de andere assets, die bevroren zijn. De sovereign assets zijn in feite geïmmobiliseerd. Het gaat in deze context vooral over die gelden van de Russische Centrale Bank.
Mogelijk worden er multilateraal andere beslissingen genomen en dat zou dan op iets kortere termijn op ons af kunnen komen, maar dat valt nog af te wachten. In alle contacten die ik hierover heb en dat zijn vooral internationale contacten met de buurlanden en met Oekraïne zelf, gaat het in elk geval steeds weer over een buitengewoon riskante en juridisch ingewikkelde zaak met enorm grote repercussies, zelfs op de euro als munteenheid. Mijn persoonlijke inschatting – maar ik kan mij vergissen – is dat we daar op korte termijn niet heel veel beweging in zullen zien. Het lijkt mij heel ingewikkeld.
Uiteraard zullen we dat monitoren en we zullen ons ook niet verzetten tegen andere multilaterale oplossingen, ook al stelt zich dan voor onze bilaterale militaire hulp aan Oekraïne wel een bijkomend budgettair probleem. Aangezien dit ook in de NAVO-norm ingecalculeerd is, zal dat dan sowieso gecompenseerd moeten worden.
Over de oplopende NAVO-norm en over de structurele financiering heb ik geantwoord.
Madame Schlitz, vous avez dit: "Les efforts pour la compétitivité sont des cadeaux aux entreprises." À mon humble avis, cela témoigne d'un certain manque de connaissance de la réalité économique, mais c'est peut-être une différence idéologique que nous n'allons pas résoudre aujourd'hui ni même jamais.
J'en viens aux formations pour les emplois en pénurie. Tous ceux qui commenceront une formation avant le 1 er janvier 2026 seront exemptés de la mesure. S'agissant des soins de santé, il incombe au ministre de présenter une liste de formations qu'il veut exclure. Donc, je vous propose de développer cette discussion en commission de la Santé.
Quant au contrôle des ressources, je pense que vous confondez celui qui vise le chômage avec celui qui s'intéresse au revenu d'intégration.
Sarah Schlitz:
(…)
Bart De Wever:
Je pense que oui. Je ne vous ai pas interrompue. Vous pourrez encore répliquer.
Vous avez cité un président de parti – je suppose qu'il s'agit de M. Bouchez – qui avait parlé d'un contrôle des ressources, mais il évoquait un contrôle visant ceux qui ont des biens à l'étranger et qui touchent un revenu d'intégration, pas une allocation de chômage. Pour les allocations de chômage, aucun contrôle des ressources n'est ni ne sera prévu dans cet accord de gouvernement.
Pour la taxation sur les plus-values, vous avez dit: "Nous n'en savons rien." C'est normal, puisque l'impact de cette mesure a toujours été prévu en 2026. Notre intention n'a jamais été de l'intégrer dans la loi-programme relative au budget 2025.
Mevrouw Bertrand, u zegt dat er geen overleg met Belfius is geweest. Er is wel degelijk informeel geverifieerd of de zaken die wij plannen realistisch zijn, dus ik maak mij daar niet te veel zorgen over. U zegt dat er paniek ontstaat bij de burgers die zich afvragen hoe we dit allemaal zullen betalen. Ik moet toegeven dat post-Vivaldi paniek budgettair gewettigd is. Toen ik de realiteit van de cijfers zag die ú hebt achtergelaten, was paniek ook de eerste emotie die ik voelde.
Ik vind het sterk dat u zegt dat het Monitoringcomité stelt dat het tekort oploopt tot 2,4 miljard. Dat is uw beleid, dat is het gevolg van het ongewijzigd beleid van Vivaldi, waarbij de put alsmaar dieper werd, tot hallucinante bedragen. U kent die bedragen, want u was er verantwoordelijk voor. Nu zeggen dat we u in vrije val hebben achtergelaten en dat u uw vleugels niet op tijd kunt uitslaan, u bent toch de slechtst denkbare persoon om die kritiek te uiten, zelfs binnen uw eigen partij. Ik zou iemand anders zoeken om die kritiek te uiten. Dat de cheque voor Defensie ongedekt is…
Alexia Bertrand:
Dat is gemakkelijk.
Bart De Wever:
Gemakkelijk, zegt u. Wat u hebt nagelaten, is alleszins niet gemakkelijk, ook niet op het vlak van Defensie. U doet nu alsof die 2 % uit de lucht komt vallen. Het Russisch geld dat dubbel besteed wordt, dat is een foute lezing. Die zit in de basishypothese, maar die was niet bestemd. Wij hebben die gelden nu bestemd, dus er is geen sprake van een dubbeltelling.
Wat het betoog van de heer Van Tigchelt betreft, geen slogans over Justitie, dat ondersteun ik ten volle. Wat dat betreft, hebben wij bijna eenheid van inzicht en beseffen we allebei dat die situatie altijd heel moeilijk is geweest en vandaag nog steeds heel moeilijk is. Roepen wat er allemaal met één vingerknip moet gebeuren, heeft weinig zin. Als u zegt dat u zich als oud-minister koest moet houden, dan vraag ik mij af of dat dan ook niet geldt voor de oud-staatssecretaris bevoegd voor Begroting. U moet het binnen uw fractie misschien eens hebben over wie zich koest moet houden en wie niet.
Het gebrek aan urgentie van Arizona, dat mag u zeggen, maar ik ben het daar niet mee eens. Er is bij alle besparingen die aan de departementen worden opgelegd altijd voorzien in een uitzondering voor de veiligheidsdepartementen en zelfs een groeipad. Is dat groeipad niet groot genoeg? Ik ben zelfs geneigd om het daarmee eens te zijn, gezien de grote noden, maar men kan niet enerzijds zeggen dat we budgettair in vrije val zijn en anderzijds dat we nog een berg aan nieuwe middelen moeten voorzien.
We hebben ons uiterste best gedaan en nog een extra inspanning geleverd, gezien de acute situaties die er bestaan. Het volgende moet mij echter van het hart wat betreft het gebrek aan urgentie dat ons vandaag wordt verweten. Iedereen moet in de spiegel kijken wat dat betreft, ook zij die in vorige legislaturen de zaken hebben waargenomen.
Zo veel nieuw opgestarte bouwdossiers onder Vivaldi heb ik ook niet echt gevonden. Wat er nog van dossiers is, is van de regering daarvoor. De detentiecentra die Vivaldi voor de kortgestraften heeft uitgebouwd, hebben niet bepaald een verschroeiend tempo aangenomen. Dat is geen verwijt. Ik weet hoe moeilijk dat is en hoeveel tijd dat vergt, maar vandaag komen zeggen dat ik de urgentie niet zie, vind ik iets te gemakkelijk.
Ik apprecieer wel dat u zegt dat u begrip hebt voor de noodmaatregelen die op korte termijn moeten worden genomen omdat er geen oplossingen zijn, tenzij oplossingen die binnen de gevangenis aanleiding geven tot toestanden die ons in een structurele overtreding brengen van de mensenrechten die vandaag al bestaan. U kent de situatie. Ik ken ze ook. Wie dat ooit met eigen ogen heeft gezien, kan dat heel moeilijk vergeten en is hopelijk bevrijd van alle populistische neigingen ter zake. Dit gaat niet over u, voor alle duidelijkheid.
J'ai déjà répondu à la question concernant le statut d'artiste, monsieur De Smet. Le fait de dire que nous sommes un gouvernement de méfiance m'étonne, d'autant plus que c'est dit de la part d'un Bruxellois! Quand on connait la situation budgétaire à Bruxelles et celle du CPAS d'Anderlecht, il me semble que ce n'est pas la vérité.
Notre gouvernement n'est pas un gouvernement de méfiance mais se veut être un gouvernement de responsabilisation, et celle-ci est nécessaire si l'on tient compte de la réalité budgétaire à laquelle nous sommes confrontés.
Le prix pour obtenir la nationalité belge est de 1 000 euros et vous dites que ce prix est exorbitant. Je pense que l'inverse est vrai! Les 150 euros demandés par le passé étaient exorbitants quand on sait qu'au Royaume-Uni, le montant est quasiment de 2 000 euros tandis qu'aux Pays-Bas, il est de 1 091 euros. Si vous voulez mourir en tant qu'Hollandais, c'est encore plus cher! Nous sommes restés en dessous du niveau hollandais! C'est un minimum. Si pour devenir Hollandais, il faut payer 1 100 euros, on peut bien devenir Belge pour 1 000 euros! Cela me semble raisonnable.
Voorzitter:
Er resten ons nog een goede 20 minuten voor de replieken. Ik vraag dus om het bij korte replieken te houden, want de debatten zullen in de toekomst ongetwijfeld nog worden gevoerd met de vakministers wanneer de uiteindelijke teksten in het Parlement verschijnen. Ik stel dus twee minuten per fractie voor de replieken voor.
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, ik voel mij ongelooflijk dankbaar. Ik kwam hier met een open blik. Ik vond het paasakkoord fenomenaal en na zeer aandachtig luisteren, vooral naar alle oppositiepartijen, vind ik het nog fenomenaler. Na de repliek van de eerste minister, met uitzondering van het verhaal over de Hollandais , vind ik het nog fenomenaler. Onze fractie is dus alleszins enorm overtuigd.
Wat heb ik gehoord van de oppositie? PTB, Groen, Ecolo en de PS hebben heel veel kritiek op het feit dat het paasakkoord de tien plagen de wereld uit tracht te helpen, want het is allemaal onmenselijk, maar ik hoor geen enkel alternatief. Het betreft allemaal maatregelen om onze sociale zekerheid en ons systeem van herverdeling stand te doen houden. We zijn ook ontzettend fier dat we dat met de arizonacoalitie kunnen verwezenlijken. We zijn heel dicht bij de concretisering en de stemming ervan. Als u systemen die alleen hier nog bestaan, zoals de onbeperkte werkloosheidsuitkering in de tijd, nog voor de generatie van vandaag wilt behouden, dan maakt u de sociale zekerheid kapot en blaast u ze op voor de toekomstige generaties. Uw kritiek daarover overtuigt dus allerminst.
Andere partijen hadden het vooral over de effecten van hun beleid van de voorbije vijf jaar, met de verwoestende budgettaire koers, die gevaren werd – dank ook aan collega Bertrand om dat nog een keer op slides te tonen – en die wij nu aan het omkeren zijn. Ze hebben bovendien dan ook nog eens kritiek op het feit dat we 4 miljard euro op een bbp van 600 miljard euro investeren in defensie, in vrede. Mocht ik aan mijn overleden grootmoeder vertellen dat daar kritiek op komt, zou ze het niet geloven. Ze heeft de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog meegemaakt en zou zeggen dat dat budget om de vrede te bewaren, een badje is.
Francesca Van Belleghem:
Premier, tijdens de verkiezingen was het uw prioriteit om budgettair alles op orde te zetten, maar we hebben nog altijd geen budgettair kader gezien. Door eenmalige begrotingstrucs toe te passen, bevestigen jullie alleen maar dat jullie Vivaldi 2.0 zijn. Deze regering zorgt niet voor een structurele financiering van onder meer Defensie. Het enige structurele zijn nieuwe belastingen, zoals de vliegtaks en de meerwaardebelasting.
De zes kleine migratiemaatregelen in het paasakkoord zijn echte tjevenmaatregelen, echte vivaldimaatregelen. U zegt dat het kinderlijk is om naar de Europese Commissie te gaan en een asielstop en een gezinsherenigingsstop te onderhandelen. Vindt u Oostenrijk dan kinderlijk? Zij stoppen gezinshereniging met erkende asielzoekers tegen alle Europese richtlijnen in. Ze dwingen het af bij de EU. Vindt u Polen kinderlijk? Zij hebben een asielstop afgedwongen en de toestroom van asielzoekers in Polen is zelfs niet de helft zo hoog als hier. Als dat allemaal kinderlijk is, dan ben ik graag kinderlijk.
U zegt dat u deel uitmaakt van het clubje migratiekritische landen, maar u hinkt zwaar achterop, want Polen en Oostenrijk steken u vlot langs rechts voorbij. Uw crisismaatregelen hebben als doelstelling de categorie van asielzoekers die recht hebben op opvang te beperken. Maar asielzoekers zijn hier niet voor de asielopvang, ze zijn hier omdat illegalen niet teruggestuurd worden, ze zijn hier voor onze sociale woningen, ze zijn hier voor onze leeflonen zodra ze die verblijfstitel binnen hebben.
Uw vijgen-na-Pasen-akkoord bevat geen deftige maatregelen om die asielinstroom te doen dalen en om de terugkeer van illegalen te verhogen. Integendeel, u laat criminele illegalen na een derde van hun gevangenisstraf vrij, zonder dat u de druk verhoogt op derde landen om hun illegalen terug te nemen. Heel jammer.
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je ne manquerai évidemment pas d'interroger les ministres compétents.
Cet accord de Pâques, à travers la loi-programme, comprend des éléments forts que le MR a soutenus: des moyens en plus pour la sécurité, pour la Défense, la Justice, pour lutter contre la surpopulation carcérale; des militaires sur les sites sensibles, libérant 300 policiers. C'est aussi le chômage limité à deux ans, un milliard pour la compétitivité de nos entreprises, des éléments fiscaux intéressants, notamment pour les indépendants, et un durcissement des règles de migration.
Nous le soutenons pleinement et nous vous remercions pour votre intervention.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le premier ministre, merci pour les quelques éléments d'information que vous avez daigné nous donner.
Vous aviez annoncé la couleur. Vous aviez d'ores et déjà renvoyé vers les ministres compétents en commission, vers le budget qui devrait arriver un jour ou l'autre. On espère toujours. Cela recule de semaine en semaine. Je pense que ce sera effectivement le juge de paix.
Vous avez balayé d'un revers de la main les questions sur la crédibilité budgétaire de cet exercice, sur la trajectoire budgétaire, sur l'endroit où vous irez effectivement chercher l'argent. Comme on l'a dit, ce sera en toute grande majorité auprès de la classe moyenne, dans les poches de la classe moyenne, sur les comptes en banque de la classe moyenne, que vous irez chercher cet argent, qui s'inscrit dans un exercice qui ne tient pas la route d'un point de vue budgétaire.
Vous pouvez utiliser un argument d'autorité renversée en disant: "Mais comment le PS peut-il parler de crédibilité budgétaire?" Nous attendions mieux de vous, monsieur le premier ministre. Vous, non pas l'historien, mais l'ingénieur, l'homme de chiffres, l'homme de précision, de détails. Nous avons uniquement des éléments, des effets de manche. Vous êtes assez disert sur les éléments idéologiques qui vous tiennent à cœur, mais sur tout le reste, sur tous les détails, pas une seule réponse concrète.
Peut-être un point quand même. Sur le statut d'artiste, vous n'avez pas pu vous empêcher d'avoir une lecture communautaire. Chassez le nationaliste, il revient au galop! Et c'est le cas ici. Vous avez une lecture communautaire sur ce dossier, notamment sur la répartition du nombre de bénéficiaires du statut d'artiste. Il n'est pas anormal que dans un pays, la capitale, qui compte toute une série d'institutions culturelles importantes, voie le nombre de bénéficiaires de ce statut plus important que dans d'autres Régions. Cela n'a rien d'insupportable! Cela n'a rien de surprenant, monsieur le premier ministre du Royaume de Belgique! C'est effectivement une ville capitale qui vit, qui choie sa scène culturelle, ses secteurs culturels. Il n'est donc pas anormal qu'il y ait plus de bénéficiaires de ce statut.
Bart De Wever:
Il n'y a pas d'artiste à Anvers?
Pierre-Yves Dermagne:
Je n'ai pas dit cela.
Ayez une vision plus large. Vous n'êtes plus le bourgmestre de la belle Ville d'Anvers, monsieur le premier ministre. Vous êtes le premier ministre du Royaume de Belgique. Et, à ce titre, vous devez traiter les Flamands, les Bruxellois et les Wallons sur un même pied d'égalité.
Bart De Wever:
(…)
Pierre-Yves Dermagne:
Je ne vous ai pas interrompu tout à l'heure, monsieur le premier ministre. S'il vous plaît, laissez-moi terminer!
En ce qui concerne le statut d'artiste, votre ministre de l'Emploi a évoqué des abus. Cela transparaissait d'ailleurs très clairement à travers l'exposé des motifs et sa première mouture de la loi-programme qui a fuité dans la presse, avec effectivement uniquement un regard budgétaire qui partait du principe de mauvaise foi de la part de celles et ceux qui bénéficient de ce statut réformé.
Vous avez dit qu'il s'agissait d'une responsabilité des Régions, monsieur le premier ministre. Mais non, la réforme du statut d'artiste de 2022 a précisé que la disponibilité active, passive et adaptée était spécifique pour les travailleurs et les travailleuses du secteur des arts. Et, justement parce qu'on les considèrent comme travailleurs à part entière, quand ils bénéficient du statut, le Forem, le VDAB et Actiris ne doivent pas les considérer comme des chercheurs ou des demandeurs d'emploi. C'était un des éléments fondamentaux et centraux de la réforme.
Par vos propos, monsieur le premier ministre, qui confirment la crainte que nous avons et que les artistes ont par rapport au maintien du statut, vous évoquez effectivement une réforme de ce statut, un durcissement des règles et des conditions, faisant en sorte que celles et ceux qui bénéficient aujourd'hui de ce statut dont on doit être fiers seront demain menacés. Nous y reviendrons, monsieur le premier ministre.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, ik vind het wel interessant. U probeert gewoon om het hele debat weg te wuiven. Ideologisch bestond uw hele denkwijze op budgettair vlak in begrotingsdiscipline, begrotingsdiscipline en nog eens begrotingsdiscipline. Dat wordt nu volledig aan de kant geschoven in vijf minuten. Dat toont aan dat het ging om begrotingsdiscipline voor de gepensioneerden, de langdurig zieken, de openbare diensten. Als het echter om andere uitgaven, militaire uitgaven gaat, dan geldt er geen begrotingsdiscipline. Dat is gewoon waar. Dat is in vijf minuten politiek beslist. Het moet binnen de N-VA moeilijk zijn, omdat uw denkwijze de laatste jaren alleen maar focuste op het Duitse model en begrotingsdiscipline. Dat wordt volledig aan de kant geschoven, mijnheer Ronse. Op de vragen daarover wordt gewoon niet geantwoord.
Ten tweede, antwoordt u niet op de vragen over de pensioenmalus, mijnheer de eerste minister. In het regeerakkoord staat dat ziektedagen niet meetellen. Er zijn sancties. De minister van Pensioenen antwoordt het tegenovergestelde in de plenaire vergadering. Wat is het nu juist?
Troisièmement, monsieur le premier ministre, vous n'avez pas répondu à ma question sur les pensionnés. En Belgique, nous vivons déjà avec des pensions relativement faibles par rapport à la France, l'Allemagne et les Pays-Bas. Les pensionnés ont du mal à payer leur maison de repos. Et vous décidez – vous n'avez pas répondu à cette question – de postposer l'indexation des pensions de trois mois. Cela va coûter 68 euros à un pensionné qui reçoit 1 700 euros bruts, 68 euros que vous retirez des pensions!
Je m'y attendais de la part de la N-VA. Mais Les Engagés? Vous qui deviez être un parti qui allait faire du social, vous trouvez cela logique de viser une nouvelle fois les pensionnés? De postposer l'indexation des pensions? Cela vous amuse d'aller chercher l'argent chez les pensionnés? Pourquoi n'allez-vous pas le chercher chez les super riches? Pourquoi n'allez-vous pas chercher l'argent vers le haut pourquoi sont-ce une nouvelle fois les pensionnés qui doivent payer? Dans votre programme électoral, vous promettiez d'aider les pensionnés. Mensonge! Mensonge!
Le MR allait sauver les travailleurs, allait sauver le pouvoir d'achat. On ne retrouve rien de tout ça! J'ai demandé au premier ministre combien cette mesure allait rapporter et il n'a pas répondu, parce que vous êtes tous mal à l'aise à cet égard. Répondez! Combien cela va-t-il rapporter, monsieur le premier ministre? Eh bien voilà, cela ne répond pas! Je le dis, c'est parce que vous avez honte de toucher une nouvelle fois les pensionnés. C'est facile d'aller chercher l'argent chez ces gens-là, mais vous n'osez pas aller le chercher chez les gens qui ont des grands patrimoines, parce que vous n'avez aucun courage politique.
Aurore Tourneur:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour les précisions apportées à nos questions et votre calme face aux propos populistes.
Le droit au rebond représente une nouvelle philosophie de chômage, qui n'est plus seulement un filet de sécurité passif, mais aussi un outil actif de reconversion au service de l'épanouissement professionnel et du maintien en emplois. Nous continuerons de suivre la mise en œuvre de ce droit au rebond avec une attention particulière, car nous croyons profondément en son potentiel – j'ai entendu que d'autres collègues de l'opposition y croyaient aussi, et cela me fait très plaisir – pour renforcer le bien-être au travail, encourager les transitions professionnelles choisies et soutenir une sécurité sociale durable et moderne.
Quant au suivi des demandes légitimes des magistrats, nous serons aussi présents pour veiller à ce qu'une véritable concertation sociale soit menée et que la réforme, certes nécessaire, ne se fasse jamais au prix d'un affaiblissement de notre É tat de droit.
Comme toujours, nous serons au rendez-vous pour faire vivre les ambitions de l'accord de gouvernement dans l'esprit constructif de dialogue, de vigilance, de cohérence et de responsabilité qui nous anime.
Brent Meuleman:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw toelichting. Ik zal het korter houden. De collega’s van de PS hebben hun spreektijd verdubbeld. Ik zal de mijne halveren.
Voor Vooruit is het heel belangrijk dat wij met het paasakkoord investeren in zorg en opleiding, dat wij de pensioenen van de mensen beschermen, dat wij de fiscale fraude aanpakken en dat wij zorgen voor een volwaardige sociale bescherming voor de kunstenaars.
Mijnheer de voorzitter, voor het overige verwijs ik naar mijn eerdere uiteenzetting.
Voorzitter:
Ik dank u. De heer Demon is ook al vertrokken. Dat bespaart ons ook al twee minuten.
Wij komen nu bij de replieken van Ecolo-Groen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, vous le dites vous-même: un milliard pour les entreprises afin de stimuler leur compétitivité. Si ce n'est pas un cadeau, alors je ne sais pas ce qu'il faut aux entreprises pour qu'on puisse parler de cadeau!
Par ailleurs, j'ai très bien compris où vous vouliez en venir. Votre projet est d'acculer les gens pour qu'ils acceptent n'importe quel boulot à n'importe quel prix. C'est le projet de l'Arizona. En revanche, ce qui est vrai c'est que les matières sociales sont extrêmement techniques. Vous faites de l'enfumage et jouez sur l'incapacité des gens à comprendre à quelle sauce ils vont être mangés pour avancer à un rythme effréné dans vos réformes. Laissez-moi vous dire que nous ne vous laisserons pas faire et que nous continuerons à mettre en exergue les mesures antisociales que vous êtes en train de prendre au détriment des plus fragiles et en faisant des cadeaux aux plus riches.
Vous nous dites que vous voulez responsabiliser tous les acteurs, mais il en est un que vous oubliez: ce sont justement les employeurs. Vous prétendez que toute la chaîne va s'activer pour contrôler. Mais à quel moment vous tracassez-vous du bien-être au travail et du travail qui rend malade? Vos mesures vont amplifier les maladies, avec la flexibilisation, l'appauvrissement, l'insécurité de l'emploi, le travail de nuit et le travail dominical. Monsieur le premier ministre, ce sont des conditions de travail qui rendent malade et qui constituent une véritable bombe à retardement pour notre système.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, u was absoluut niet duidelijk over de budgetten, maar u was wel heel duidelijk over de pensioenen van de parlementsleden. U hebt verklaard dat als die wetgeving voor iedereen wordt gewijzigd, het logisch is dat die wijzigingen ook worden doorgevoerd voor de parlementsleden. Dat is helder. Is dat uw persoonlijk standpunt of het standpunt van de meerderheid? Dat is niet duidelijk.
Bart De Wever:
Mijnheer Van Hecke, het Parlement is autonoom.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de eerste minister, dat is juist, maar ik sprak over de meerderheidspartijen.
Ten slotte was u over Euroclear ook helder. U geeft toe dat uw budget niet sluitend is, want als er een vredesakkoord zou komen in 2026, 2027 of 2028, kampt u met een budgettair probleem. U geeft ook aan dat u dan nieuwe budgettaire maatregelen zult moeten nemen. Zelfs als u de inkomsten vijf jaar lang op 1,2 à 1,3 miljard euro zou kunnen houden – meer dan 6 miljard euro – zult u dat niveau van inkomsten niet kunnen aanhouden, want de intresten zijn aan het dalen. De conclusie is nog altijd dat uw regering een paasakkoord aflevert met een 'fenomenaal' gat in de begroting, mijnheer Ronse. Dat zal binnen enkele maanden en jaren blijken.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, ik vrees dat president Trump ook al een invloed heeft op ons land en ons beleid, want feiten zijn blijkbaar minder van belang. Ik zal u drie feiten geven. Het gaat niet over mij, maar over de feiten. Ten eerste, ik heb één begroting opgesteld als staatssecretaris voor Begroting. Dat was de begroting voor 2024. Ik ben op zoek gegaan naar een extra budget van 3 miljard euro. Ik heb een extra structurele inspanning gedaan. Ik had meer willen doen en we zaten op dezelfde golflengte op dat vlak, maar de coalitie liet dat niet toe. Het resultaat was dat we in 2024 op 2,7 % zijn geland voor entiteit 1. Dat is een feit. Uw ambitie is om tegen het einde van de legislatuur minder dan 3 % voor entiteit 1 te halen. Als dat uw ambitie is, dan moet u of uw minister van Begroting zich vragen stellen.
Ik geef u een tweede feit. Met voormalig minister van Defensie Vandeput zaten we op 0,9 % voor defensie-uitgaven, het laagste niveau ooit. U bent vergeten dat u zelf een minister van Defensie hebt geleverd.
Dan kom ik aan het derde feit. U hebt niet geantwoord op de vragen die u lastig vindt. Het gaat dan over de 2,2 miljard, die put in uw eigen tabel, over de 770 miljoen euro, over de 2 miljard van uw paasakkoord. U kunt achteruit blijven kijken en u zult dat nog een tijdje doen, maar dit zijn uw eigen gaten. U bent uw eigen gaten aan het creëren in de begroting, mijnheer De Wever. Dat is een feit.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw eerlijke antwoorden maar u bent één zaak uit de weg gegaan, namelijk het feit van de illegale criminelen die vervroegd vrijkomen op beslissing van de administratie na een derde van hun straf. Dat doet de leuze "het strengste migratiebeleid ooit" wel een beetje als een holle slogan klinken, als ik mij dat mag permitteren.
Ik vraag mij dan af of u dat niet gezien hebt. Heeft uw kabinet dat niet gezien? Kwatongen beweren dat u de minister van Justitie hebt laten staan op de binnenkoer van de Wetstraat. Misschien moet u haar nog eens in de ogen kijken en daarover een gesprek voeren met haar. Die maatregel is namelijk gevaarlijk. Ik herhaal dat.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, s'agissant du statut d'artiste, je n'ai pas dit qu'il n'y avait aucun abus. J'ai dit que le système protégeait déjà énormément contre les abus et la preuve en est que le seul exemple d'abus sorti de la bouche de votre ministre de l'Emploi était au minimum fantaisiste – l'histoire du barman dans le théâtre. Pour le reste, une information pour vous: l'activation est certes régionale mais sauf erreur, la politique de sanction revient toujours à l'ONEM. À moins que l'Arizona ait régionalisé l'ONEM sans nous le dire, ce que je ne pense pas, le fédéral reste compétent pour ce qui concerne les abus. Il n'est pas anormal de trouver 50 % des artistes vivant à Bruxelles vu l'importance de la vie culturelle. Même si vous l'avez dit sous l'angle de l'humour, il est douteux de vouloir installer un rapport permanent entre Bruxelles et la fraude. Cette musique ne sonne pas. En ce qui concerne les F-35, il y a des pays qui combinent l'achat de F-35 avec d'autres appareils tels que des Rafale. La Grèce le fait! Je ne vois pas pourquoi vous êtes condamnés à réinvestir dans des F-35. Enfin, s'agissant de la taxe à 1 000 euros, je suis ravi d'entendre que vous voulez rester belge puisque cela coûtera 91 euros de moins que de mourir en Hollandais. Parfait, c'est une information. Mais l'argument de dire qu'on le fait parce que d'autres le font ne tient pas. La vraie réponse est que vous souhaitez décourager le plus d'étrangers possible de rejoindre notre communauté nationale. Autant l'accès à la nationalité doit être rationalisé par des arguments de parcours d'intégration et de maîtrise de langue, autant le fait de diviser l'accès entre les plus riches et les plus pauvres est vraiment dommage. C'est un message réducteur. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.59 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 59.
De tijdbom onder het gevangenissysteem
De aankondiging v.d. magistraten om 4.000 veroordeelden naar de overbevolkte gevangenissen te sturen
De reactie van het gevangeniswezen op de protestactie van het openbaar ministerie
Het protest bij de magistratuur
De problemen bij Justitie
Overbevolking en spanningen in het Belgische gevangenis- en justitiesysteem
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangeniscrisis en magistratuurprotesten tegen pensioenhervormingen domineren de discussie: minister Verlinden kondigt noodmaatregelen aan (elektronisch toezicht, voorlopige invrijheidsstelling voor straffen <3 jaar, uitzonderingen voor gewelds- en zedendelinquenten) om de overbevolking (60%!) en 4.000 wachtende gevangenen te managen, maar benadrukt dat structurele oplossingen (nieuwe gevangenissen, digitalisering, terugkeer illegalen) tijd en extra middelen vragen—die deels uit het paasakkoord komen, maar onvoldoende zijn volgens oppositie. De magistraten, woedend over koopkrachtverlies (tot 40%) door pensioenaanpassingen, blokkeerden massaal strafuitvoeringen, wat de crisis verergert; Verlinden pleit voor dialoog en wijst op de noodzaak van gerechtelijke hervormingen, maar erkent dat de werkdruk en capaciteitstekorten (personeel, infrastructuur) acute risico’s vormen voor veiligheid en rechtsstaat. Critici (o.a. Van Quickenborne, Dillen) wijten de chaos aan decennialang falend beleid (onder beide regeringskleuren), met name onderfinanciering, uitgestelde infrastructuur (slechts 2 van 15 beloofde detentiehuizen geopend) en tegenstrijdige migratiebeleid (vroegtijdige vrijlating illegalen). Verlinden ontkent niet de erfenis, maar hamert op realisme: zonder samenwerking tussen justitie, politiek en sociale partners dreigt instorting—met stakingen, straffeloosheid en onveilige gevangenissen als direct gevolg. Kern: Korte-termijnpatches (tijdelijke opschorting straffen, taskforces) moeten langetermijnplannen (capaciteit, digitalisering, pensioenakkoord) overbruggen, maar politieke polarisatie en middelengebrek blijven de grootste obstakels.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, het dossier met betrekking tot de gevangenissen, dat dagelijks evolueert, vormt een tikkende tijdbom en daar gooide de magistratuur vorig weekend met haar vrij merkwaardige uitspraken uitspraken nog een bovenop. Hoe zult u de kwestie met de 4.000 wachtenden aanpakken? Wat denkt u over de reactie daarop?
Anderzijds begrijp ik zeer goed dat de overbelasting en de druk op alle gerechtssystemen vanuit alle hoeken wordt aangekaart. Daarbij uit men zijn frustratie niet alleen over de fameuze pensioenhervorming, maar ook over de financiële druk.
Hoe wilt u die tijdbom ontmijnen? Wat zult u doen met de 4.000 veroordeelden?
Wij kijken uit naar de concrete uitwerking van het paasakkoord om de overbevolking aan te pakken.
Voorzitter: Ismaël Nuino.
Président: Ismaël Nuino.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, het openbaar ministerie is zeer snel in actie gekomen tegen de beslissing in het paasakkoord om in de pensioenen van de magistraten en het gerechtspersoneel te snijden. De magistraten vrezen immers voor een koopkrachtverlies tot wel 40 % , zo blijkt uit hun berichten. Het heeft daarom de drastische en ongeziene beslissing genomen om de maatregelen tegen de overbevolking naast zich te leggen en 4.000 criminelen op de wachtlijst van de overbevolkte gevangenissen in één beweging naar de cel te sturen. Volgens procureur-generaal Van Leeuw zouden de gevangenisbriefjes al de deur uit zijn. Dat is toch wel heel duidelijk een bom op het gevangenissysteem, want er is geen plaats.
Die actie van de magistraten hypothekeert het hele gevangeniswezen en zal zeker het penitentiair personeel treffen, die vandaag al worden geconfronteerd met overvolle gevangenissen en alle hieraan gekoppelde problemen, zoals agressie van gedetineerde grondslapers. Ik heb begrepen dat zij onmiddellijk het signaal van het openbaar ministerie van antwoord hebben gediend en de gedetineerden die zich al hebben aangemeld, weer naar huis hebben gestuurd.
Mevrouw de minister, kunt u hierover meer toelichting geven? Wat is de stand van zaken betreffende de aankondiging van het openbaar ministerie? Vond over de actie voorafgaandelijk overleg plaats? Zo ja, wat waren de resultaten? Zo neen, zult u zelf initiatieven ter zake nemen?
Hoeveel gevangenisbriefjes werden inmiddels al verzonden, met een overzicht per gevangenis? Als u daarop vandaag nog geen antwoord kunt geven, zal ik een schriftelijke vraag indienen.
Wat zult u doen om een antwoord te bieden op die toch wel drastische actie van de magistraten? U hebt vandaag al een aantal keren gezegd dat er in het paasakkoord ook initiatieven zijn genomen om de overbevolking van de gevangenis uit de wereld te helpen, maar we moeten realistisch zijn: de aangekondigde maatregelen zijn zeker nog niet voor morgen.
De actie is een tijdbom onder het gevangeniswezen. Uit de media heb ik begrepen dat de gevangenisdirecteurs alle veroordeelden die zich aanmelden, naar huis stuurt. Indien dat niet gebeurt, moet u maatregelen nemen om de al bijzonder zware werkdruk op het penitentiair personeel te verminderen.
Vincent Van Quickenborne:
Mevrouw de minister, het protest bij de magistraten is redelijk ongezien, maar het doet me denken aan de periode toen ik minister van Pensioenen was, in 2011 en 2012. Toen beslisten wij om voor magistraten de tantième, de loopbaanbreuk, te verhogen van 1/30ste naar 1/48ste. Toen had ik ook een ontmoeting met de voorzitters van de Raad van State, het Hof van Cassatie en het Grondwettelijk Hof. Ik raadde hen toen stellig af om publiek actie te voeren, omdat die actie waarschijnlijk als een boemerang in hun gezicht zou terugkeren.
Deze keer heeft men anders gereageerd en is men wel publiek gegaan. Ik heb deels begrip voor de magistraten als ze verwijzen naar de aanvallen die de voorbije jaren zijn gelanceerd op de magistratuur, onder meer vanuit de politiek. Er waren met name de verwijten dat magistraten wereldvreemd zouden zijn en bepaalde politici hebben zich laatdunkend uitgelaten over gerechtelijke uitspraken.
Echter, de methode die ze hier hanteren roept natuurlijk vragen op. Ik heb twee sets vragen voor u, over de magistraten en over het gevangeniswezen.
Gisteren hebt u een ontmoeting gehad met de magistraten. Wat is het resultaat daarvan?
De magistratuur kondigde eventuele verdere acties aan als ze niet tevreden waren met de uitkomst van het overleg van gisteren. De vraag is: gaan die acties door of hebt u hen intussen kunnen geruststellen?
Het openbaar ministerie klaagt aan dat er geen overleg is geweest om tot de huidige maatregelen te komen. Bent u van plan daar verandering in te brengen en hen te betrekken bij de ingrepen die een invloed kunnen hebben op hun pensioen en loopbaan?
Klopt het dat gepensioneerde magistraten 30 tot 40 % van hun koopkracht zullen verliezen?
Het gevangeniswezen wordt intussen ongewild geconfronteerd met een onhoudbare positie. Wat is uw reactie op de uitspraak van het gevangeniswezen dat men zich genoodzaakt ziet 4.000 veroordeelden terug naar huis te sturen, ondanks een gerechtelijk bevel om zich aan te melden?
Welke richtlijnen of instructies hebt u gegeven aan gevangenisdirecteurs om met die situatie om te gaan? Wat moeten ze zeggen tegen mensen die zich aanbieden?
Wat zijn de gevolgen voor het gevangenispersoneel, dat zich nu letterlijk tussen twee vuren bevindt? Wordt het personeel voldoende juridisch en praktisch ondersteund?
Hoe tracht u te bemiddelen tussen het openbaar ministerie en het gevangeniswezen?
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik trap een open deur in wanneer ik zeg dat Justitie zich vandaag in bijzonder zwaar weer bevindt. Er is de overbevolking in de gevangenissen, er is de personeelsuitval bij cipiers, die volgende week ook zullen staken, en er zijn protesterende magistraten en onbetaalde facturen. Ik kan zo nog even doorgaan.
In de media hebt u verwezen naar de enorme puinhoop die u van uw voorgangers hebt geërfd. Ik zal dat ook niet betwisten, mevrouw de minister. Er waren wel middelen, namelijk meer dan 2 miljard, maar als men nu ziet wat er allemaal aan de hand is en gebeurt, vraag ik me toch af wat er met dat geld allemaal gebeurd is, behalve heel wat aankondigingen. Ik geef een paar voorbeelden. Er werden 15 detentiehuizen gepland, maar er zijn er slechts 2 geopend, en er zitten meer dan 3.000 illegale veroordeelden in de gevangenissen.
Mevrouw de minister, vorige week werd u in de krant een aanzet tot straffeloosheid verweten. Als we dan weten dat onder diezelfde voorgangers veroordeelden met een gevangenisstraf tot vijf jaar zich niet meer moesten aanmelden – wat u dus hebt teruggeschroefd –, vind ik dat toch allemaal maar kras.
Het feit is dat u nu de taak en de zware opdracht hebt om minister van Justitie te zijn en uiteindelijk die puinhoop op te ruimen. We moeten daarvoor binnen Arizona de verantwoordelijkheid opnemen. Ik heb dus een aantal vragen voor u, mevrouw de minister.
Er is een paasakkoord. Kunt u kort toelichten wat het paasakkoord zal betekenen voor Justitie? Welke middelen worden voorzien en waaraan zult u deze prioritair besteden?
Hebt u inmiddels ook overleg kunnen plegen met de parketmagistraten, die de stock van 4.000 veroordeelden in één keer naar de gevangenis wil sturen? Wat was daarvan het resultaat?
Welke pistes zult u nog verder hanteren om te proberen de illegale gedetineerden uit onze cellen te krijgen en elders hun straf te laten uitzitten? Kunt u garanderen dat die niet zomaar in de natuur zullen verdwijnen?
Dan heb ik nog een vraag over een gevangenis in het buitenland. Wat zijn daarvoor uw plannen, hoe ziet u dat en wat is uw timing?
Ten slotte heb ik ook begrepen dat u een audit zou willen uitvoeren over het beleid van uw voorgangers, mevrouw de minister. Kunt u dat toelichten en werden daartoe reeds voorbereidingen getroffen?
Annelies Verlinden:
Dank u wel voor uw zeer actuele vragen, collega’s. Ik heb al gezegd dat een veilige samenleving een prioriteit, een speerpunt is. Daarom is het mijn absolute wil en ambitie om de afspraken uit te voeren die we in het regeerakkoord gemaakt hebben voor een betere Justitie als belangrijke schakel in de veiligheidsketen. Om die reden heb ik van bij mijn aantreden onmiddellijk gewerkt aan een zeer noodzakelijke correcte strafuitvoering. Op die manier wil ik een oplossing zoeken voor de prangende overbevolking, die allicht nog groter is dan ingeschat werd tijdens de onderhandelingen. Daarnaast wil ik zo ook de stelselmatige straffeloosheid wegwerken.
Bij mijn aantreden werd duidelijk dat gevangenisstraffen tot vijf jaar niet werden uitgevoerd. Mensen werden dus niet opgeroepen om naar de gevangenis te gaan door de overbevolking op dat moment. Daarnaast werd er ook verlengd penitentiair verlof uitgesproken omdat er geen plaats was in de gevangenis, ook niet voor langgestraften.
Om dat allemaal te kunnen veranderen zijn er bijkomende middelen nodig om die verschillende structurele werven op te starten waardoor Justitie belangrijke stappen voorwaarts kan zetten. Alles hangt met elkaar samen. Een betere strafuitvoering hangt samen met een versterking van de rechterlijke orde van de magistratuur, hangt samen met een betere digitalisering, hangt samen met goede afspraken met partners in de regering en daarbuiten, met de deelstaten, maar ook met het buitenland. Als we de bijkomende middelen niet evenwichtig inzetten op elk van deze schakels, zullen we Justitie niet kunnen verbeteren.
Ik ben dan ook blij dat we met het paasakkoord overeenstemming hebben gevonden over verschillende maatregelen en dat we dit jaar meer bijkomende middelen voor Justitie krijgen. Zo werd met het paasakkoord onder meer beslist dat iedere veroordeelde, ook die met een gevangenisstraf tot drie jaar, zich opnieuw zal moeten aanmelden in de gevangenis. Dat was niet de situatie die ik aantrof toen ik begon op 3 februari.
Om dat mogelijk te maken en tegelijk op de extreme overbevolking vandaag in te grijpen, wordt er ingezet op elektronisch toezicht en op de voorlopige invrijheidsstelling van gedetineerden met een gevangenisstraf tot drie jaar. Dat systeem kenden we voor de inwerkingtreding van de wet betreffende de externe rechtspositie, die tot de huidige overbevolking aanleiding heeft gegeven.
Het voorontwerp van wet ligt momenteel voor advies bij de Raad van State. Ik hoop dat we het ontwerp spoedig in de commissie kunnen bespreken, omdat een snelle goedkeuring ervan de straffeloosheid tegengaat door de uitvoering van ondertussen meer dan 4.000 gevangenisstraffen, waarvoor veroordeelden vandaag niet worden opgeroepen.
Ondertussen heb ik samen met de ministers bevoegd voor asiel en migratie, buitenlandse zaken, binnenlandse zaken en volksgezondheid taskforces opgericht, die de verschillende werven om de overbevolking tegen te gaan, Iedereen moet nu eenmaal zijn steentje bijdragen, want er is geen magische oplossing om de problematiek aan te pakken en op korte termijn de capaciteit te verhogen.
We willen uiteraard ook dat er meer gedetineerden in onwettig verblijf naar hun land van herkomst terugkeren. Voorts is het cruciaal dat we in aangepaste plaatsen voor geïnterneerden voorzien. Er zijn vandaag meer dan duizend geïnterneerden in onze gevangenissen en die krijgen niet de gepaste zorg, waardoor we de ellende en de onveiligheid alleen maar vergroten. Het is dus goed dat ik de regering ervan kon overtuigen om bijkomende middelen uit te trekken voor een justitie die steeds complexer wordt.
Dat brengt mij bij uw vragen over het protest van de magistratuur inzake de pensioenhervormingsplannen. Het is een duidelijke keuze van de arizonaregering – dit hebben we al herhaaldelijk besproken in het Parlement – om de levensstandaard van onze kinderen en kleinkinderen te blijven beschermen. Daarvoor is een inspanning van iedereen noodzakelijk, die bovendien rechtvaardig is verdeeld. Ook de magistratuur begrijpt dat. Uiteraard heb ik begrip voor de bezorgdheden van de magistratuur, onder andere over de aantrekkelijkheid van het beroep van magistraat. Maar de aantrekkelijkheid heeft niet alleen te maken met het pensioen, maar ook met de werkomstandigheden.
Dat de regering hervormingen onder andere aan de pensioenen wil doorzetten, is precies omdat we willen kunnen blijven investeren in de kerntaken van de overheid, waaronder uiteraard veiligheid en justitie, en omdat wij ervoor willen zorgen dat ook toekomstige generaties een pensioen kunnen genieten. Dat betekent dat we de koopkracht moeten beschermen en blijven inzetten op een samenleving waar rechten en plichten gelden, omwille van de veiligheid. Ik ben er namelijk van overtuigd dat, als we niet investeren in justitie, de factuur ons op andere manieren zal worden gepresenteerd.
Omdat ik de bezorgdheid begrijp en tegelijkertijd de inspanningen onderschrijf die de regering moet leveren, zal ik blijvend in overleg treden met alle betrokkenen. Ik heb de magistratuur, zowel het college van de zetel als het openbaar ministerie, al vaak gesproken en dus gisterenavond naar aanleiding van de aankondiging van de acties opnieuw, nadat ik eerder met minister Jambon had gesproken. Ik heb dat zelf als een constructief gesprek ervaren, waarbij tal van hun bezorgdheden zijn besproken, onder andere de aantrekkelijkheid van de loopbaan van magistraat. Ook veel andere sectoren worstelen ermee om de juiste mensen met de juiste expertise en kwaliteiten te vinden. Ik heb alvast bij de vertegenwoordigers van de magistraten mijn ambitie herhaald om justitie te versterken en in te zetten op elke schakel van de keten.
Kortom, de extra middelen die we kunnen vrijmaken, komen niet alleen het gevangeniswezen ten goede; we zullen die ook inzetten om de rechterlijke orde, dus het openbaar ministerie en de rechtbanken en de hoven, te versterken en aantrekkelijker te maken. Het staat me voor dat we op de ingeslagen weg van dialoog en overleg verder moeten en alzo een zo realistisch en geloofwaardig mogelijke antwoord op de bezorgdheden en vraagstukken bieden met respect voor alle justitieactoren. Het is mijn overtuiging dat we goed moeten samenwerken, de maatregelen op mekaar afstemmen en de juiste evenwichten zoeken. Daar zal ik als minister van Justitie zoveel mogelijk op inzetten.
De druk op het gevangeniswezen is bijzonder groot. Bij elke actie moeten we dus oog hebben voor de evenwichten: in een al overvolle gevangenis kunnen niet nog meer gedetineerden worden opgesloten. Dan vraagt men alleen maar om meer onveiligheid en mee problemen. Intussen heb ik de maatregelen ter wegwerking van de overbevolking, die ik van mijn voorganger had geërfd en wegens capaciteitstekort moest verlengen, nog eenmaal verlengd tot 7 juni 2025, tot wanneer de noodwet die wij hier in de commissie en in plenaire vergadering zullen bespreken, in werking treedt. Anderzijds heb ik beslist om de opschorting van aanvang van gevangenisstraffen tussen de drie en de vijf jaar ongedaan te maken en die te beperken tot gevangenisstraffen tot drie jaar, waarmee ik probeer de straffeloosheid toch deels in te perken.
Let wel dat sommige veroordeelden met straffen tot drie jaar zich toch in de gevangenis moeten aanbieden en hun straf uitzitten. Het gaat dan om gedetineerden die al voor andere feiten zijn opgesloten en om veroordeelden wegens zware geweldmisdrijven, intrafamiliaal geweld, zedenmisdrijven en terroristische misdrijven en veroordeelden in wiens dossier er concrete aanwijzingen zijn dat hij of zij een onmiddellijk gevaar kan betekenen voor de veiligheid van de slachtoffers of van de maatschappij. Het klopt dus zeker niet dat alle veroordelingen tot drie jaar worden opgeschort.
Kortom, collega’s, ondanks de actie van de magistraten van het openbaar ministerie blijft de instructie tot 7 juni 2025 van toepassing. Ze wordt ook opgevolgd.
Ten slotte, mijnheer Van Quickenborne, voor de meer technisch-financiële vragen over de impact van de hervorming van de pensioenen, specifiek van die van de magistraten, en de daarmee samenhangende precieze berekeningen, verwijs ik u door naar collega-minister Jambon.
Uit de communicatie heb ik begrepen dat de minister van Pensioenen de berekeningen die door de magistraten waren voorgehouden, zal toetsen om na te gaan of men hetzelfde begrip heeft omtrent de impact van de aangekondigde hervorming.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. We appreciëren dat u dit dossier aanpakt en een aantal oplossingen formuleert om in een uitzichtloze situatie een houvast te krijgen.
Het is belangrijk dat we dit ondersteunen. Het gaat niet om een overbevolking van 17 %. Wanneer men de recente cijfers optelt met de verlengde penitentiaire verloven en de 4.000 mensen die op de wachtlijst staan, dan ziet men dat het gaat om een overbevolking van 60 %. Dat is extreem hoog.
Ik weet dat de globale oplossing ligt in een totaalaanpak en dat u weet waaraan u begint. U moet de instructies bijsturen in de strafrechtketen op het vlak van de termijnen en een fijnmazig net creëren met alle actoren en partners. Verder moet u ook op infrastructureel vlak kijken of er extra capaciteit kan bijkomen en moet u de begeleiding van de gevangenen bekijken om het aspect van de overbevolking ten gronde aan te pakken.
Alles heeft te maken met middelen en ik denk dat we ook met een beperking van middelen kunnen bekijken hoe we dit samen kunnen oplossen. Vooruit steunt u daarin. Wij pleiten voor een veilige samenleving. De staat van de gevangenissen is een graadmeter van hoe wij omgaan met mensen. Dit moet streng waar het kan, maar ook op een juiste manier, zodat we het personeel gemotiveerd kunnen houden en de cipiers in alle opzichten ondersteunen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. Ik denk dat iedereen hier in de commissie, over alle partijgrenzen heen, erkent dat Justitie op dit ogenblik door zeer zwaar weer gaat. Er zijn talrijke problemen op diverse fronten, getuige alleen al een aantal vragen over diverse materies die vandaag aan bod gekomen zijn.
Het is bijzonder belangrijk om bijkomende middelen te krijgen, mevrouw de minister, om, zoals u zegt, nieuwe werven op te starten. Dat zijn de woorden die u daarnet in uw antwoord hebt gebruikt. Het zal echter niet alleen gaan over het opstarten van nieuwe werven. U mag niet naïef zijn. Wat u krijgt, zal zelfs absoluut onvoldoende zijn om de huidige structurele problemen in de diverse domeinen op te lossen.
U stelt terecht dat het belangrijk is te investeren in een van de grote kerntaken van de overheid, namelijk veiligheid en justitie, en u hebt de ambitie om Justitie te versterken, waarbij u ook volledig terecht aandacht zult besteden aan de rechtelijke orde. Dat is immers absoluut nodig. Vandaag zijn er op heel veel plaatsen al veel magistraten te kort, waardoor de werkdruk van de werkende magistraten aanzienlijk is toegenomen. Veel magistraten denken er zelfs aan om te stoppen.
Naar aanleiding van het wetsontwerp over de beslissingen die genomen zijn in het fameuze paasakkoord dat u spoedig in de commissie behandeld wenst te zien, zullen we daar zeer uitvoerig van gedachten over kunnen wisselen.
Het moet me echter wel van het hart dat het heel gemakkelijk is om verwijten te formuleren aan het adres van uw voorgangers. Ik zeg niet dat u met modder gooit – dat zou te straf uitgedrukt zijn – maar de laatste tijd komen er toch wel heel veel verwijten met de boodschap dat zij een enorme puinhoop hebben achtergelaten.
Mevrouw de minister, u moet ook eerlijk zijn. De problemen van bijvoorbeeld de overbevolking slepen al decennialang aan. Ik ben in 1991 een eerste keer in dit Parlement beland. Dat is al heel lang geleden. Toen al waren er overbevolkte gevangenissen, toen al was dat een van de grote problemen binnen Justitie.
Ondertussen hebben veel ministers van Justitie elkaar afgelost, maar ook verschillende ministers van uw partij, mevrouw de minister, dragen daarin een belangrijke verantwoordelijkheid. Nog in een relatief recent verleden, in de voorlaatste legislatuur, was onze sympathieke oud-collega Geens minister van Justitie, een sympathieke collega van uw partij die ook bevoegd was voor Justitie. Ik kan nog een aantal andere namen noemen, maar dat zou mij te ver drijven. Het heeft dus geen enkele zin om alleen uw voorganger te beschuldigen. Het betreft een probleem dat zich al jaren, al decennialang stelt en we moeten allemaal samen zoeken naar een structurele oplossing.
Vincent Van Quickenborne:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Justitie is waarschijnlijk een van de moeilijkste departementen in de Wetstraat. Het is goed om zich daarvan bewust te zijn.
U hebt niets gezegd over de fameuze audit. Het is veelzeggend dat u daar niets over zegt. Ik ben het niet vaak eens met het Vlaams Belang, maar de verklaring van mevrouw Dillen daarnet zijn juist, want de erfenis die men van de voorganger bij Justitie krijgt, is nooit een aangename erfenis. Toen ik minister van Justitie werd en ik voormalig minister Geens mocht opvolgen, had de helft van de magistraten geen computer en de andere helft een computer met het besturingsprogramma Office 7, dat twee jaar voordien uit werking is genomen. Ik heb toen geen audit gevraagd of verwijten gemaakt. Men moet ervoor zorgen dat justitie voldoende aandacht en voldoende middelen krijgt.
Een vorige spreker verklaart dat er 2 miljard euro extra voor justitie is vrijgemaakt de voorbije legislatuur. Dat is juist en met dat geld is ook veel gebeurd. Er zijn met die middelen twee nieuwe gevangenissen geopend, namelijk in Haren en Dendermonde. Het gaat om 1.200 extra plaatsen. Met die middelen is het personeel van de Staatsveiligheid verdubbeld, is een nieuw strafwetboek opgesteld, is nieuw seksueel strafrecht tot stand gekomen, is in zorgcentra in alle provincies voorzien, zijn extra magistraten en personeel aangeworven en is er gedigitaliseerd. Wanneer ik u hoor antwoorden op een vraag van een collega van de meerderheid dat maar zes digitaliseringsprojecten al 100 miljoen euro aan terugverdieneffecten hebben opgeleverd, dan is dat dankzij die middelen. Wil dat zeggen dat we u de mooiste erfenis hebben nagelaten? Absoluut niet. Wil dat zeggen dat justitie eenvoudig is? Absoluut niet.
Het is alleszins opvallend dat de arizonaregering in minder extra middelen voorziet voor justitie dan de vorige regering. Dat is de realiteit. U hebt in het paasakkoord extra middelen verkregen. Dat blijken middelen te zijn waarin later in de legislatuur was voorzien, maar die naar voren zijn geschoven. De vraag is of dat voldoende zal zijn. U wilt bijvoorbeeld gebruikmaken van mobiele cellen, waarin wij met de vorige regering hebben voorzien. Het raamcontract werd in december 2024 goedgekeurd, maar voor de bouw van 1.000 mobiele cellen is 400 tot 500 miljoen euro nodig en die hebt u niet.
Ik heb er ook alle begrip voor dat u in deze moeilijke omstandigheden noodmaatregelen neemt. Maar het zijn maatregelen die de vorige regering niet heeft willen nemen, onder andere de maatregel die erin bestaat om criminele illegalen die niet naar hun land van herkomst teruggestuurd kunnen worden, automatisch na een derde van hun straf vrij te laten met een bevel om het grondgebied te verlaten. Dat staat in schril contrast met de belofte van het strengste migratiebeleid ooit. Het is trouwens een ronduit gevaarlijke beslissing, want die mensen verdwijnen in de natuur. Doordat ze illegaal zijn, zullen ze waarschijnlijk weer in de criminaliteit verzeild geraken. Het kan gaan om illegale criminelen die wegens diefstallen met geweld tot drie jaar gevangenisstraf werden veroordeeld. De arizonaregering laat hen dus na een derde van de straf automatisch vrij, terwijl ze niet naar hun land van herkomst teruggestuurd kunnen worden. Mochten wij die beslissing ooit genomen hebben, dan was het kot te klein geweest. De beide dames die hier zitten, hadden dan waarschijnlijk nog de hulp van andere collega's ingeroepen. Intussen hebt u die beslissing wel aanvaard en geslikt. Het is ongezien en bewijst nog maar eens de grote kloof tussen beloftes voor de verkiezingen en daden na de verkiezingen.
Sophie De Wit:
Mevrouw Dillen, ik wil eerst toch even meegeven dat wij onder de Zweedse regering met Theo Francken de overbevolking tot 10.000 gedetineerden hebben teruggedrongen. De overbevolking is een oud probleem, maar daar is in het verleden wel al aan gewerkt. Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik denk dat we hierover nog veel debatten zullen voeren. Het laatste woord is nog niet gezegd. De vorige spreker wierp op dat de vorige regering de gevangenis van Haren dankzij de 2 miljard euro kon openen, maar laten we eerlijk zijn, die is door de regeringen daarvoor in de steigers gezet. Het was collega Geens die de voorzet gaf voor het nieuwe Strafwetboek en wat de digitalisering betreft, verwijs ik naar de audit van het Rekenhof en dan is de discussie snel gesloten. Zijn hele verhaal stoort mij een beetje. Wij zijn allemaal voor de uitvoering van de korte straffen. Wij zaten in de vorige legislatuur in de oppositie en hebben ook al gewezen op het capaciteitsprobleem. Wij zouden er ons nu gemakkelijk vanaf kunnen maken met een I told you so . Het is heel ironisch om nu van de twee voormalige ministers in het groot in de sociale media en in de krant te moeten lezen dat het hier gaat om straffeloosheid, terwijl zij tot de uitvoering van korte straffen zijn overgegaan, zonder daarvoor in de nodige capaciteit te voorzien. Er werden 720 plaatsen in detentiehuizen beloofd. Er zijn twee detentiehuizen geopend. Daarmee kwam u er niet. Dan ontstaan dergelijke situaties. Dat vind ik heel cynisch. Ik heb er geen probleem mee dat u het probleem aankaart, maar de vorige regering is wel mee verantwoordelijk. Dat getuigt van een onbeschrijfelijke schaamteloosheid. U geeft het voorbeeld van de illegalen. Onder de vorige minister was er een stock opgebouwd van niet-uitgevoerde straffen tot vijf jaar. Ook veroordeelde illegalen met een straf van drie tot vijf jaar mochten wachten op hun briefje. Dan komt u hier toeteren over straffeloosheid en komt u ons hier de les spellen. Ik vind dat niet kunnen. Mevrouw de minister, er is gigantisch veel werk aan de winkel. Ik zal u ook al eerlijk zeggen dat ik niet elke compromismaatregel even hard zal toejuichen, maar ik besef dat bepaalde zaken nodig zijn. We zullen op verschillende fronten tegelijkertijd moeten werken, we zullen samen moeten oversteken, zodat de overheid zich ten volle kan bezighouden met haar kerntaak, namelijk het verzekeren van de veiligheid, zowel binnen als buiten de gevangenissen. Het wordt geen walk in the park , maar ik vind dat we wel allemaal een zekere intellectuele eerlijkheid in het verhaal aan de dag moeten leggen.
De dreiging van een aantal takeldiensten om snelwegen te blokkeren
De aangekondigde acties van de takeldiensten die voor Justitie werken
Stakingen en blokkades door takeldiensten bij justitie en op snelwegen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 23 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Justitie kampt met chronische betalingsachterstand (tot 50.000 euro per factuur) bij takeldiensten, slotenmakers, tolken en andere essentiële dienstverleners, wat leidt tot dreigende acties (zoals inbeslaggenomen wagens gebruiken) en demotivatie bij speurders die zelf kosten voorschieten. Minister Verlinden belooft prioritaire afhandeling via extra leidinggevenden in Limburg/Leuven, geautomatiseerde factuurverwerking en overleg met beroepsverenigingen, maar concrete bedragen en tijdlijnen ontbreken—eerdere betalingsplannen bleven immers onuitgevoerd. De dringendheid wordt benadrukt: vertragingen hinderen gerechtelijke operaties (bv. wegslepen drugswagens) en ondermijnen Justitie’s voorbeeldrol. Snelle oplossingen en transparantie over openstaande schulden blijven cruciaal, maar worden nog niet geleverd.
Alain Yzermans:
We hebben de vraag al verschillende keren gehoord, telkens in het kader van achterstallige facturen en betalingen door Justitie. Het is een belangrijk probleem.
Takeldiensten vervullen een essentiële taak, meestal voor gerechtelijke diensten of voor de politie. Wanneer auto's in beslag worden genomen, is het belangrijk dat die ondersteunende dienst zijn werk behoorlijk kan uitvoeren. Daarnaast is er ook het principe van loon naar werken, terwijl de betrokkenen, zoals ik onlangs nog hoorde, soms facturen tot wel 50.000 euro open hebben staan.
Het is belangrijk dat deze mensen gemotiveerd blijven om het werk te blijven doen. Het gaat niet alleen over takeldiensten, maar ook over slotenmakers, experts, tolken en zelfs taxichauffeurs. Iedereen wacht op zijn geld binnen Justitie en dat is een oud zeer, het is vandaag verschillende keren gezegd.
We moeten goed nadenken hoe we dit degelijk kunnen aanpakken. Ik hoor dat speurders gedemotiveerd raken omdat zij een aantal zaken met eigen middelen moeten betalen. Als ze bijvoorbeeld met de deurwaarder langs moeten gaan bij arrestanten en de slotenmaker weigert te komen, dan moeten ze de deur zelf intrappen. Dat zijn toestanden die wij ons niet kunnen indenken. Hier moet grondig werk van worden gemaakt, maar de aankondigingen op dat vlak zijn in elk geval hoopvol.
Wat zult u doen om een escalatie tegen te gaan? Wordt er overlegd met de betrokkenen in Limburg om ervoor te zorgen dat hun actie niet plaatsvindt? Er wordt zelfs gedreigd om in beslag genomen wagens te gebruiken voor de acties. Zoiets lijkt mij ondenkbaar.
Nu is het wachten op nieuw opgeleid personeel, waarbij dossiers zouden worden overgeheveld naar andere medewerkers. Hoever staat dat proces? Is er al een ritme van afbetaling op dat terrein?
Tot slot een heel specifieke vraag: wat is het openstaande bedrag precies? Ik heb het vandaag gelezen in de media, maar ik wil het nog even bevestigd zien. Om hoeveel openstaande facturen gaat het in totaal voor deze diensten?
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn ingediende vraag.
De takeldiensten die voor Justitie opdrachten uitvoeren trekken opnieuw aan de alarmbel en kondigen acties aan omwille van de almaar oplopende onbetaalde facturen die maar niet worden betaald. Het gaat om omvangrijke kostenstaten.
De minister had een betalingsplan aangekondigd om de achterstand weg te werken maar dit wordt blijkbaar niet uitgevoerd. Justitie zou nochtans een voorbeeldfunctie moeten hebben en facturen die worden uitgeschreven voor opdrachten die deze diensten uitvoeren moeten binnen een redelijke termijn worden betaald. Deze diensten staan immers letterlijk dag en nacht ter beschikking van Justitie voor opdrachten die vaak bij hoogdringendheid moeten worden uitgevoerd. Denken we bijvoorbeeld aan een luxewagen van een drugscrimineel die de speurders weten staan en die snel dient te worden weggesleept of het voertuig is verdwenen.
Het is dan ook terecht dat ze snelle oplossingen eisen en niet langer bereid zijn te wachten op betalingen.
Welke initiatieven gaat de minister bij hoogdringendheid nemen om deze omvangrijke kostenstaten eindelijk te betalen?
Heeft er inmiddels overleg plaatsgevonden met de beroepsverenigingen van de takeldiensten om deze omvangrijke kostenstaten te optimaliseren?
Kan de minister mij een volledig overzicht geven van de openstaande facturen bij de takeldiensten met graag een opsplitsing per provincie?
Annelies Verlinden:
Collega's, we nemen, zoals ik al zei, de situatie van de takeldiensten zeer ernstig en daarom zijn meerdere acties gevraagd van de administratie om de situatie te regulariseren. In alle vestigingen van de taxatiebureaus zijn instructies gegeven om de dossiers van de takeldiensten met voorrang te verwerken. In een aantal arrondissementen zijn al contacten en afspraken gemaakt met de diensten van het parket om de afhandeling van die dossiers te optimaliseren.
Vooral in de vestigingen in Limburg en Leuven werden specifieke problemen vastgesteld, waardoor nu verschillende acties bij zowel politie als Justitie moeten worden ondernomen voordat bepaalde facturen kunnen worden betaald. Wegens een gebrek aan leidinggevenden in de vestigingen van Limburg en Leuven hebben wij een leidinggevende van een ander taxatiebureau belast met het toezicht op en de coördinatie van de afhandeling van de dossiers van de takeldiensten voor die vestigingen. Die leidinggevende is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de situatie en zorgt er ook voor dat de dossiers snel en efficiënt kunnen worden verwerkt.
Bovendien wordt intensief overleg gepleegd tussen de FOD Justitie, de gerechtelijke autoriteiten en het COIV om de knelpunten op te helderen en procedures te herzien die de tussenkomst van takeldiensten op verzoek van de gerechtelijke autoriteiten vereisen. Om de ontvangst en verwerking van facturen van takeldiensten te vergemakkelijken, wordt in overleg met de beroepsvereniging een procedure voor het geautomatiseerd versturen van facturen van takeldiensten onderzocht.
Wat betreft uw vragen met betrekking tot het aantal openstaande kostenstaten, heb ik heel wat informatie. Ik kan u ook een schriftelijk antwoord bezorgen. Ik heb voor de verschillende dossiers de kostenstaten, de openstaande kostenstaten en een overzicht van de dossiers. Ik kan u die info nu meegeven.
Alain Yzermans:
Misschien kunt u het totale bedrag vermelden?
Annelies Verlinden:
Nee, dat heb ik niet.
We zullen u de info per mail bezorgen. Voor de tolken zijn al die cijfers, al die dossiers, misschien nogal moeilijk.
Alain Yzermans:
Dank u wel.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. U hebt nu aangekondigd dat er op korte termijn initiatieven komen om de achterstallige facturen te betalen. In het verleden was er al een betalingsplan aangekondigd om de achterstand weg te werken, maar dat werd niet uitgevoerd. De openstaande facturen van de takeldiensten zijn niet alleen een Limburgs probleem, collega Yzermans, want het doet zich voor in verschillende gerechtelijke arrondissementen. Ik wil nogmaals het belang van hun functie beklemtonen. Zelfs ’s nachts worden zij opgetrommeld voor dringende opdrachten, bijvoorbeeld om een mooie luxewagen van een drugscrimineel die men op het spoor is of die men aan het ondervragen is, op te halen. Als dat voertuig niet snel wordt weggesleept, zal het heel vlug verdwenen zijn, en dat mag niet de bedoeling zijn. U kunt dus respect aan de dag leggen voor die mensen door snel hun facturen te betalen.
De nood aan een betere communicatie door Justitie
Een betere communicatie over vonnissen en arresten
De verkrachtingszaak in Leuven en de straffeloosheid van seksueel geweld
De verkrachtingszaak in Leuven en de klassenjustitie
Gebrekkige justitiecommunicatie, klassenjustitie en straffeloosheid seksueel geweld
Gesteld door
VB
Marijke Dillen
N-VA
Kristien Van Vaerenbergh
PTB
Ayse Yigit
PTB
Ayse Yigit
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 9 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de maatschappelijke verontwaardiging over het Leuvense verkrachtingsvonnis (opschorting ondanks schuld) en structurele tekortkomingen in justitiecommunicatie, slachtofferbegeleiding en klassenjustitie. Minister Verlinden belooft betere transparantie (databank geanonimiseerde vonnissen, sociale media, gespecialiseerde kamers) en meer ondersteuning voor slachtoffers, maar concrete budgetten en timing ontbreken, wat kritiek uitlokt op dralend beleid en gebrek aan urgentie. Kernpunten: behoefte aan snellere, begrijpelijke communicatie (naar Nederlands model), onderzoek naar klassenjustitie, en directe investeringen in zorgcentra en daderbegeleiding om straffeloosheid te bestrijden.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, we zijn het er allemaal over eens dat in een rechtsstaat rechterlijke beslissingen uitgevoerd moeten worden, maar er kan ook kritiek op komen en er kan een maatschappelijk debat ontstaan. Zeker in zedenzaken raakt het maatschappelijk debat snel oververhit. Het is echter onmogelijk om te oordelen, als men de juiste context niet kent. Rechtspreken is maatwerk.
Naar aanleiding van de Leuvense verkrachtingszaak pleit de magistratenvereniging Magistratuur en Maatschappij in een open brief voor een betere communicatie door Justitie. Wie de context niet kent, kan de rechtvaardigheid van een vonnis niet beoordelen. Het is dan ook belangrijk dat er voldoende duiding wordt gegeven over uitspraken van rechters en dat er een brug wordt geslagen tussen het oordeel van de rechters en de publieke opinie. Niet iedereen moet het immers telkens eens zijn met rechterlijke beslissingen. Er moet ruimte blijven voor kritiek.
Op het vlak van communicatie heeft Justitie de voorbije jaren al een aantal stappen gezet, maar er is nog veel werk aan de winkel. De magistraten verwijzen naar het Nederlands model, waar massaal wordt ingezet op betere communicatie, onder meer via de sociale media.
Wat is uw standpunt met betrekking tot het pleidooi van de magistratenvereniging Magistratuur en Maatschappij om meer in te zetten op een betere communicatie van Justitie? Bent u bereid om initiatieven te nemen om te werken aan betere communicatie en hiervoor de nodige middelen vrij te maken? Dat laatste blijft immers de essentie, zoals in veel dossiers in uw bevoegdheid.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, er is de voorbije weken inderdaad heel wat maatschappelijke commotie ontstaan rond het vonnis van de rechtbank in Leuven waarbij een 24-jarige student gynaecologie weliswaar schuldig werd bevonden aan verkrachting, maar de gunst van opschorting van de veroordeling door de rechtbank werd toegekend. De ophef hierover is ook het gevolg van het gebrek aan duiding en toegankelijke communicatie over het vonnis.
We hebben nadien heel wat meningen gehoord in verschillende media. Ook magistratenvereniging Magistratuur & Maatschappij pleit in een open brief voor een verbeterde communicatie door het gerecht, met name door het actief inzetten van sociale media, en verwijst daarvoor naar buurland Nederland. Debat is goed, maar dan wel op basis van een geïnformeerde mening en met kennis van de feiten en de context.
Wat is de huidige communicatiestrategie van justitie ten aanzien van het publiek, specifiek met betrekking tot het toelichten van vonnissen in maatschappelijk gevoelige zaken? Hoe evalueert u die strategie?
In welke mate maken de hoven en de rechtbanken vandaag gebruik van sociale media? Worden er bijvoorbeeld systematisch samenvattingen van uitspraken gepubliceerd op sociale media?
Zijn er plannen om de communicatie van justitie naar Nederlands model te optimaliseren, bijvoorbeeld door rechterlijke uitspraken onmiddellijk en geanonimiseerd te publiceren en actiever gebruik te maken van sociale media?
Toevallig stelde ik recent een schriftelijke vraag aan u over de communicatie. U antwoordde toen dat er via het College van hoven en rechtbanken nu persattachés zijn. U sprak in uw antwoord ook over het feit dat er eventueel een gedeeld beroepsgeheim zou kunnen komen tussen persrechters en persattachés, zodat rechters zich niet geremd voelen om hun vonnis al voor de uitspraak aan de persattaché mee te delen, zodat die uitspraak onmiddellijk goed kan gekaderd worden door journalisten, des te meer gelet op de snelle verspreiding van berichten onder andere door de medai.
Welke concrete maatregelen zult u nemen om de transparantie bij Justitie nog meer te bevorderen?
Ayse Yigit:
Mevrouw de minister, de verkrachtingszaak in Leuven heeft het debat over seksueel geweld opnieuw doen oplaaien. Een man werd schuldig bevonden aan verkrachting, maar kreeg geen straf. Zonder opvolging of begeleiding mag hij gewoon verder met zijn leven. De motivatie luidde dat hij een beloftevolle gynaecoloog zou zijn.
Het betreft geen losstaand geval. De verontwaardiging op straat en van de mensen thuis is geen toeval: ze zien een patroon. Seksueel geweld wordt nog steeds niet ernstig genoeg genomen. Het recht lijkt vaker de toekomst van daders te beschermen dan die van slachtoffers.
De zaak in Leuven roept pijnlijke herinneringen op. In 2021 gingen twee daders vrijuit na een verkrachting in een Gentse discotheek. In Brussel en Kortrijk lopen daders van spiking en verkrachting nog steeds vrij rond, ondanks tientallen meldingen. Vorige week nog kreeg een twintigjarige man opschorting van straf na de verkrachting van een dertienjarig meisje. Het zijn geen uitzonderingen. Het is het systeem.
Volgens het openbaar ministerie is het aantal dossiers van seksueel geweld in vijf jaar met 20 % gestegen. Toch blijft meer dan de helft zonder gevolg. Amper 4 % van de slachtoffers doet überhaupt aangifte. Het vertrouwen in justitie is laag en uitspraken zoals in Leuven helpen daar allesbehalve bij.
Mevrouw de minister, het gaat vandaag niet alleen over Leuven, al verdient die uitspraak ook in beroep de nodige aandacht. Wat telt, zijn structurele oplossingen. Voorstellen van het middenveld en experts liggen al jaren op tafel. Sommige staan zelfs in het regeerakkoord. De vraag is dus wanneer de daad bij het woord wordt gevoegd en met welk budget. Vrouwen horen immers niet met angst te leven. Ze horen niet te vechten voor geloofwaardigheid. Al veel te lang worden ze aan het lijntje gehouden. Worden de investeringen in hulp en ondersteuning voor slachtoffers eindelijk verhoogd? Hoe snel breidt u de zorgcentra en EVA-cellen uit en met welk budget? Wanneer komen er meer gespecialiseerde magistraten?
Straffeloosheid stoppen vraagt ook om een goede opvolging en begeleiding van daders. Waarin voorziet u in dat verband?
Welke ondersteuning biedt de regering voor Paarse Punten in het uitgangsleven? Paarse Punten zijn veilige plekken waar slachtoffers terechtkunnen en waar preventie centraal staat.
Het vonnis van de verkrachtingszaak in Leuven roept fundamentele vragen op over klassenjustitie in ons rechtssysteem. Vele vragen zich af of, als de dader een metser of iemand van buitenlandse afkomst was geweest, hij dan ook strafvermindering had gekregen. Mevrouw de minister; vindt u het aanvaardbaar dat afkomst of sociale status een rol spelen in vonnissen?
Het regeerakkoord belooft van alles over gelijke kansen, maar is iedereen wel echt gelijk voor de wet? Werd onderzocht of mensen met een bevoorrechte achtergrond systematisch milder worden behandeld?
Als iemand gynaecoloog wil worden en dus vrouwen in kwetsbare situaties moet begeleiden, is dat dan niet juist een reden om wel in een grondige gerechtelijke en psychologische opvolging te voorzien?
Annelies Verlinden:
Geachte Kamerleden, ik zeg niets verrassends, wanneer ik stel dat de feiten met betrekking tot de verkrachtingszaak niemand onberoerd laten. Ik heb dan ook het grootste begrip voor de maatschappelijke beroering naar aanleiding van de zedenzaak in Leuven en alle andere zedenzaken en gendergerelateerd geweld. Elk slachtoffer van seksueel geweld is er een te veel. Alle slachtoffers van seksueel geweld, of ze al dan niet onmiddellijk aangifte doen, moeten gezien, gehoord en bijgestaan worden.
De strijd tegen seksueel geweld is een absolute prioriteit voor mij en daarom werken we aan concrete maatregelen met aandacht voor zowel slachtoffers, die in het hele justitieapparaat centraal moeten staan, als voor de begeleiding van daders, precies om recidive te voorkomen. Zo zullen we in het hele land zorgcentra na seksueel geweld uitrollen en nagaan hoe we hun werking nog kunnen versterken.
Samen met de gefedereerde entiteiten verbeteren we de behandeling van seksuele delinquenten om het risico op herval te verminderen. We ondersteunen slachtoffers in hun aangiftebereidheid, ook bij seksueel geweld online, met respect voor de rechten van verdediging. Daarnaast bereiden we gespecialiseerde kamers voor, specifiek voor dossiers inzake intrafamiliaal en seksueel geweld, naar het voorbeeld van de drugbehandelingskamers.
In ons beleid de komende jaren zullen we de noden en behoeften van de slachtoffers centraal stellen, zodat we hun een zo goed mogelijke juridische en psychologische begeleiding kunnen geven. Ook zullen we de gerechtsgebouwen inrichten op hun maat.
Slachtoffers herkennen en goed omkaderen zijn belangrijke opdrachten voor Justitie, waar we sterk op inzetten. Gisteren nog had ik hierover een gesprek met professor Seksueel strafrecht Liesbet Stevens.
Daarnaast is er in de opleiding tot magistraat de afgelopen jaren op dat vlak heel wat vooruitgang geboekt. Sinds de wet van 31 juli 2020 worden alle magistraten verplicht opgeleid omtrent intrafamiliaal en seksueel geweld. Die opleidingen worden door het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding (IGO) georganiseerd en zijn er voornamelijk op gericht om rechters en parketmagistraten hieromtrent beter inzicht te geven.
Preventie blijft overigens onontbeerlijk in de strijd tegen seksueel geweld. We moeten blijven inzetten op preventie-initiatieven, die kunnen vermijden dat mensen slachtoffer worden, zoals de Ask for Angelacampagne of We Need to Talkinitiatieven op festivals.
Collega's, als minister kan en mag ik me niet uitspreken over de inhoud van een specifieke rechterlijke uitspraak, die in casu overigens ook nog niet definitief is, aangezien het parket hoger beroep zal instellen. In onze rechtsstaat is het essentieel dat rechters hun werk in alle onafhankelijkheid kunnen doen. Rechters wikken en wegen in alle onafhankelijkheid de concrete feiten en stukken in een dossier en de toepassing van het juridische kader op dat concrete dossier. Ik roep collega-politici daarom ook op tot dezelfde terughoudendheid. De rechtsstaat is een kostbaar goed en het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om die goed te beschermen.
Onlineheksenjachten en ongenuanceerde clickbaitberichtgeving in de media en op sociale media dragen evenmin bij aan een gezond maatschappelijk debat. Integendeel, ze ondergraven het vertrouwen en polariseren precies waar meer duiding en dialoog nodig zijn. In vele gevallen zijn het de slachtoffers zelf, die oproepen tot kalmte en sereniteit. Laten we uit respect voor hen die oproep uitermate ernstig nemen.
Dat neemt niet weg dat ik begrip heb voor en mijn medewerking geef aan de oproep voor een transparante en duidelijke communicatie vanuit Justitie. Vonnissen zijn het resultaat van een onafhankelijke en zorgvuldige beoordeling van feiten en wetgeving. Die context is voor het brede publiek niet altijd zichtbaar. Om aan de terechte vraag naar transparantie tegemoet te komen, bouwen we verder aan een databank met gepseudonimiseerde rechterlijke uitspraken, conform het regeerakkoord.
Tegelijk moeten we voorzichtig blijven, zeker in zedenzaken. Dergelijke vonnissen bevatten vaak uiterst intieme details, zowel in het feitenrelaas als in de motivering van de rechter. Het volledig openbaar maken online kan slachtoffers misschien ongewild bijkomend schaden en leiden tot secundaire victimisatie. Dat moeten we absoluut vermijden.
We moeten daarom overwegen in welke mate we elementen van identificatie of niet-relevante details bij de communicatie kunnen weglaten, zodat de impact voor de slachtoffers zo beperkt mogelijk blijft. In de betreffende zaak beschikten journalisten reeds snel over het geanonimiseerde vonnis. Toch bleek dat niet te volstaan voor sommigen om bij te dragen aan een sereen publiek debat. Absolute transparantie alleen is dus niet genoeg.
In dossiers die de samenleving diep raken, is ook heldere, inhoudelijke duiding nodig. Juridische taal vraagt in delicate zaken om een vertaling naar begrijpelijke en maatschappelijke termen. Hoewel de storm van de afgelopen week dat opnieuw op scherp stelt, leeft het besef bij Justitie al langer dat professionele duiding essentieel is, niet om uitspraken te verantwoorden, maar wel om ze beter te kaderen en het vertrouwen in Justitie te versterken.
De voorbije jaren zijn al belangrijke stappen gezet in de professionalisering van de communicatie van het parket en van onze hoven en rechtbanken. Op elk parket is een professionele woordvoerder actief en tal van persmagistraten zetten zich boven op hun reguliere taken vrijwillig in voor communicatie. Daarnaast zijn er sinds kort in onze hoven en rechtbanken ook vijf communicatiemedewerkers actief. Hun inzet maakt vandaag al een verschil, maar zal nog meer zichtbaar worden.
Bovendien moeten we inderdaad nadenken over het gedeeld beroepsgeheim met het oog op een snellere communicatie. Zodra een vonnis bij een advocaat zit, kan de verdere publieke bekendmaking daarvan starten. Ik ben er daarom ook van overtuigd dat we aan een overkoepelend communicatiebeleid bij Justitie moeten werken en roep alle betrokken actoren ook op om daar werk van te maken. Vanuit mijn positie als minister van Justitie zal ik hen daarbij ondersteunen en stimuleren. Zo zullen we onderzoeken of er nood is aan de aanpassing van het wettelijk kader voor persmagistraten en bekijken hoe we het netwerk van woordvoerders nog kunnen versterken. Een duidelijk handelingskader voor Justitie in maatschappijgevoelige dossiers is mijns inziens aangewezen.
Sociale media maken vandaag integraal deel uit van elk communicatiebeleid. Het OM communiceert vandaag al uitgebreid via sociale media, maar ook onze hoven en rechtbanken erkennen de nood om naast de traditionele communicatiekanalen ook op sociale media actief te zijn Ik kan u hier vandaag meedelen dat er al concrete plannen zijn om op korte termijn in samenwerking met het IGO onze hoven en rechtbanken beter te vormen omtrent het gebruik van sociale media op basis onder meer van goede praktijken uit het buitenland.
Collega's, ik wil graag mijn oproep in het kader van de bespreking van de beleidsverklaring herhalen. Onze rechtsstaat staat onder druk en daarom moeten we hem samen blijven beschermen. Magistraten, politici, journalisten, burgers, elk daarin kan zijn verantwoordelijkheid nemen. Elk doet dat vanuit de eigen rol, maar wel allemaal samen als ambassadeurs van de rechtsstaat.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Voor alle duidelijkheid, ik heb geen vragen gesteld over het individueel dossier, omdat dergelijke vragen ongepast zijn. Tegen de uitspraak werd overigens, als we de media mogen geloven, hoger beroep aangetekend. Zonder een lesje in recht te geven, hoger beroep betekent dat het dossier van nul af aan moet beginnen en dat er op het ogenblik eigenlijk geen vonnis is. Het is dan ook bijzonder belangrijk om daarin de nodige terughoudendheid aan de dag te leggen, zeker op de sociale media. Ik betreur dan ook ten zeerste dat een influencer, wiens naam mij nu ontsnapt, ondanks dat hij voor gelijkaardige feiten al eens werd veroordeeld, het nodig vond om op een platvloerse manier de naam van de dader van het vonnis in Leuven bekend te maken. De man heeft duidelijk zijn les niet geleerd en ik hoop dat het parket daar op een strenge manier de nodige gevolgen aan geeft.
Ik ben het met u eens dat de feiten en de veroordeling in het maatschappelijk debat, dat tegenwoordig jammer genoeg al te veel op de sociale media wordt gevoerd, niemand onberoerd laten. De strijd tegen seksueel geweld moet inderdaad absoluut een prioriteit zijn. In het algemeen, geheel los van het fameuze Leuvense dossier, is het toch wel bijzonder belangrijk om te werken aan een transparante communicatie bij Justitie. U hebt besproken dat u voort werk zult maken van de oprichting van de databank, die in de vorige legislatuur al was aangekondigd. Ik vind dat u wat dat betreft een tandje moet bijsteken. Wat in Nederland kan, moet ook hier kunnen.
U bereidt de oprichting van kamers voor de behandeling van intrafamiliaal en seksueel geweld naar het voorbeeld van de fameuze drugopvolgingskamers in Antwerpen en Gent voor. Hoe ver staat het daarmee? Hebt u uw voornemen al in uitvoering gebracht of bent u nog bezig met het voorbereidende werk?
Mevrouw de minister, ik heb geen antwoord gekregen op de belangrijkste vraag, namelijk die met betrekking tot het budget. Uw financiële middelen zijn zodanig beperkt dat vrijwel elke mondelinge vraag in de commissie voor Justitie over bijkomend budget gaat, bijvoorbeeld ook de vraag van collega Yzermans daarnet. Bent u bereid om binnen uw beperkte financiële middelen voor die belangrijke materie toch de nodige middelen vrij te maken? Mooie aankondigingen zonder dat er financiën aan gekoppeld zijn, helpen Justitie immers geen stap verder.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, u hebt terecht heel wat initiatieven waarmee de jonste jaren de strijd tegen seksueel geweld in zedenzaken wordt opgevoerd, opgelijst. Maar u moet inderdaad werk worden gemaakt van een verbetering van de communicatie, inzonderheid de toelichting bij vonnissen, zodat het publiek die ook begrijpt. We wachten al heel lang op de databank van vonnissen en ik hoop dat die uiteindelijk toch in werking wordt gesteld.
Daarnaast moet er werk gemaakt worden van het gedeeld beroepsgeheim en van de verhoging van het aantal woordvoerders om rechtspraak goed uit te leggen. Wij moeten er ook rekening mee houden dat communicatie via onder andere sociale media heel snel gaat. Wij moeten inderdaad vaststellen dat de jeugd via dergelijke kanalen maar flarden van vonnissen lezen er er dan een eigen verhaal aan breien, terwijl het zo delicaat is om over individuele zaken te oordelen en er daarvoor meer nodig is dank enkele flarden op sociale media. Ik hoop dat daarop effectief wordt ingezet en dat hoven en rechtbanken ook actief op sociale media worden. Die kanalen bereiken nu eenmaal heel veel mensen, vooral de jeugd, die zich vandaag in mindere mate tot de klassieke communicatiekanalen wendt.
Ayse Yigit:
Mevrouw de minister, we zien dat u begaan bent met de veiligheid van vrouwen. Ik twijfel niet aan uw intenties, maar ik ben nog niet gerustgesteld. Dat zult u gezien de jarenlange onderinvestering en hoge cijfers van seksueel geweld vast wel begrijpen.
Wat ik vandaag vooral mis, is urgentie. U wilt inzetten op betere transparantie en communicatie van het gerecht om het vertrouwen te herstellen. Daarmee gaan we helemaal akkoord. Heel wat mensen die het vonnis gelezen hebben, zien daarin de bevestiging dat er nog te veel straffeloosheid is en dat niet iedereen gelijk is voor de wet. Het probleem zit dus dieper.
U zegt dat u alle vertrouwen hebt in het gerecht. De rechtelijke macht moet uiteraard in alle onafhankelijkheid haar werk doen. Als volksvertegenwoordigers moeten we onze controlerende taak opnemen. Het lijkt ons dus zeker het onderzoek waard om te bekijken of er sprake is van klassenjustitie in ons rechtssysteem. Daarover hebt u echter niets gezegd.
Bovendien, als we echt willen breken met straffeloosheid en wantrouwen in onze rechtstaat, moeten de juiste budgetten op tafel komen, niet straks, niet later, maar nu.
We komen hier zeker op terug tijdens de budgetbespreking.
Voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Hoecke wordt zijn interpellatie nr. 56000032 en zijn vraag nr. 56004191C uitgesteld. La question n° 56004209C de M. Ribaudo est transformée en question écrite.
De overbevolking van de gevangenissen en de brief van de FOD Justitie aan de eerste minister
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De surpopulation carcérale in België bereikt een kritiek punt met 13.000 gedetineerden (waaronder 250 op de grond) en onmenselijke omstandigheden, terwijl de minister bewust vonnissen negeert die dit aanpakken. Verlinden wijst op structurele oplossingen (nieuwe strafwet, capaciteitsuitbreiding, focus op terugkeer illegale gedetineerden) en noodmaatregelen, maar Aouasti benadrukt dat budgettaire bezuinigingen (1,8%) en gebrek aan concrete plannen de crisis verergeren, met veiligheidsrisico’s voor personeel als direct gevolg. De minister belooft constructief overleg, maar geeft geen duidelijke timing of budgettaire garanties. De spanning tussen urgente noodzaak en politiek uitstel blijft onopgelost.
Khalil Aouasti:
Madame la Ministre,
Nos prisons sont surpeuplées.
Nous incarcérons trop et nous ne sommes pas en mesure d’éviter aux détenus des traitements inhumains et dégradants. Plus de 13 000 personnes dont près de 250 personnes dorment à terre. C’en est assez.
Il y a deux semaines vous m’avez indiqué publiquement que vous ne respecterez pas l’arrêt de la Cour de Bruxelles après ne pas avoir respecté celui de Liège faisant le choix délibéré d’une détention inhumaine et dégradante.
Outre la situation des détenus, c’est la sécurité du personnel qui est impactée par les conditions de détention désastreuses. Intimidation, insécurité, maladies et absences deviennent le quotidien dans des prisons déjà surpeuplées.
Désormais, c’est votre administration, le SPF Justice, qui tire la sonette d’alarme en adressant directement une lettre au premier ministre.
Madame la Ministre,
- Que pouvons-nous attendre du Kern de ce mercredi?
- Que comptez-vous mettre en place pour assurer des conditions de travail et de sécurité optimales au personnel pénitentiaire ?
- Quel sera le sort des courtes peines?
Je vous remercie.
Annelies Verlinden:
Collègue Aouasti, la surpopulation carcérale est un problème complexe qui perdure depuis très longtemps. Cela ne signifie toutefois pas que nous éludons le défi de trouver une solution. Le nouveau Code pénal entrera en vigueur dans un an, ce qui aura certainement un impact sur les peines prononcées étant donné que les peines d'emprisonnement de moins de six mois disparaîtront en tant que peines principales.
Par ailleurs, nous travaillons à un Code de l'exécution des peines destiné à moderniser l'ensemble du système d'exécution des peines en Belgique. Des mesures structurelles sont également prises pour lutter contre la surpopulation carcérale, notamment en augmentant la capacité d'accueil des prisons et en mettant davantage l'accent sur le retour des détenus sans droit de séjour.
À court terme, cependant, nous sommes confrontés à une situation inacceptable. C'est pourquoi nous travaillons activement à des mesures d'urgence visant à améliorer la situation à brève échéance. Je ne puis anticiper des discussions au sein du gouvernement, mais nous examinerons de manière constructive avec nos partenaires la meilleure voie à suivre. La nécessité des mesures d'urgence n'est remise en cause par personne.
Concernant l'amélioration des conditions de travail et la sécurité du personnel, je vous renvoie vers la réponse que j'ai donnée à l'interpellation de Mme Dillen.
Khalil Aouasti:
Merci madame la ministre. Je vous ai posé cette question parce que votre administration a directement interpellé le premier ministre concernant la surpopulation carcérale et les dangers encourus par les agents pénitentiaires dans cette situation.
Nous sommes en plein conclave budgétaire et, hier, le premier ministre a indiqué que, alors qu'il devait y avoir une immunisation des départements de sécurité au sens large, ce ne serait que le département de la police qui serait immunisé, le reste étant soumis à une norme de 1,8 % d'économie. Cela veut dire que votre département sera également touché, contrairement à ce qui avait été annoncé lors de débats préalables. Ces économies accentueront encore les difficultés pour trouver des ressources afin de pouvoir gérer la situation.
Je vous invite à nous indiquer de la manière la plus précise et la plus rapide possible les solutions envisagées et les budgets dégagés pour résoudre cette situation qui devient totalement explosive.
Voorzitter:
Conformément à l'article 127 du Règlement, les questions n° 56003788C de Mme Irina De Knop et n° 56003797C de Mme Rajae Maouane sont retirées car elles n'étaient pas présentes et n'en ont pas demandé le report. La réunion publique de commission est levée à 15 h 52. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.52 uur.
De conclusies van de Europese Raad Justitie en Binnenlandse Zaken inzake asiel en migratie
De Raad Justitie en Binnenlandse Zaken en de externe dimensie van het migratiebeleid
De Europese Raad en de terugkeerhubs
Europese migratie- en asielbeleid, externe dimensies en terugkeermaatregelen
Gesteld door
N-VA
Maaike De Vreese
Groen
Matti Vandemaele
VB
Francesca Van Belleghem
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (5 maart 2025) lag de focus op terugkeerbeleid (Syrië, Afghanistan), EU-grensbeheer (Schengen, Eurodac) en het EU-migratiepact, met als kernpunt dat grootschalige terugkeer naar Syrië nog prematuur is, maar lidstaten welwillend zijn om vrijwillige en gedwongen terugkeer te faciliteren via *go-and-see-missies* en financiële steun (cash-uitkeringen door gebrek aan lokale partners). België steunt een gecoördineerd EU-beleid, inclusief de hervorming van de terugkeerrichtlijn (2008 → verordening 2025) voor snellere procedures, maar concrete terugkeerhubs blijven omstreden door juridische bezwaren (o.a. socialisten) en praktische obstakels. Secundaire migratie (M-statushouders) en Afghaanse terugkeer (beperkt door talibanbeleid) werden bilateraal besproken met Frankrijk, Nederland en Denemarken, zonder directe EU-afspraken. Nationale plannen (noodplan opvang, migratiestrategie) moeten tegen 12 april bij de Commissie ingediend worden.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, op 5 maart 2025 kwam de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken bijeen. In het kader van die bijeenkomst zouden de ministers van Asiel en Migratie ook overleg plegen. Op de agenda stonden onder meer het EU-grensbeheer, de EURODAC-databank, Syrië en de Schengenevaluatie. Het was het uitgelezen moment om ook enkele andere dossiers aan te kaarten. Denk aan de terugkeerakkoorden en meer specifiek de gedwongen terugkeer van Afghanen in EU-context, alsook aan de problematiek waarbij migranten met M-status, ondanks dat ze reeds een internationaal beschermingsstatuut kregen in Griekenland, toch doorreizen naar ons land om hier nogmaals asiel aan te vragen.
Kunt u toelichting geven over de recente vergadering van de Raad? Wat waren de voornaamste conclusies?
Welke collega's hebt u gesproken en welke samenwerkingen zullen hieruit voortvloeien?
Welk standpunt hebt u ingenomen inzake de terugkeer van Syriërs? Welke stappen zal de EU hieromtrent nemen?
Op welke manier zullen er concrete stappen worden genomen om het terugkeerproces te verbeteren?
Wat is de jongste stand van zaken van de uitrol van het EU-migratiepact?
Welke stappen worden er genomen voor de gedwongen terugkeer van Afghanen in een EU-context?
Hebt u gesproken over de problematiek van de M-statussen? Hebt u hieromtrent extra afspraken gemaakt?
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, ik zal een korte versie brengen, gezien het vergevorderde uur.
Tijdens de vorige vragensessie gaf u aan dat de externe dimensie, waaronder de terugkeerhubs, een belangrijk agendapunt op de vergadering van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zou zijn. In het korte verslag daarover vinden wij niets terug, maar dat kan aan ons liggen.
De Europese Commissie heeft ondertussen een nieuw pakket aan maatregelen voorgesteld voor een eengemaakt terugkeerbeleid. Wat was het Belgisch standpunt in de Raad over de terugkeerhubs? Hoe zijn de gesprekken over de terugkeerhubs tot een conclusie gekomen? Is het werken aan terugkeerhubs nog steeds een standpunt van de regering? Welke juridische en praktische obstakels ziet u bij het opzetten van terugkeerhubs in derde landen?
Wanneer wordt het nieuwe pakket maatregelen besproken in de Raad en wanneer wordt het Belgisch standpunt bepaald?
Hoe zal België tijdens de onderhandelingen garanderen dat de terugkeerhubs geen rechteloze zones worden?
Hoe verhoudt het eengemaakt Europees terugkeerbevel zich tot het terugkeercontract van de regering? Het gaat immers over twee verschillende instrumenten en ik zie niet in hoe zij compatibel zijn met elkaar, maar u zult mij dat uitleggen.
Francesca Van Belleghem:
Op 5 maart kwam de Raad van ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken bijeen om verschillende migratiedossiers te bespreken, waaronder de zogenaamde terugkeerhubs. Op 11 maart werden die terugkeerhubs ook besproken in de Europese Commissie. Bovendien zouden ze zijn vermeld in de voorlopige tekst van de ontwerpverordening over het terugkeerbeleid.
Wat is het standpunt van de regering over de terugkeerhubs? Kunnen alle regeringspartijen zich in dat standpunt vinden of moet er nog naar een meerderheid worden gezocht? De totstandkoming van die terugkeerhubs vergt natuurlijk ook een meerderheid in het Europees Parlement, maar de socialistische leden zouden zich in het verleden al kritisch hebben uitgelaten over het principe van de terugkeerhubs. Vorige week maandag zou de socialistische fractie in een persbericht hebben laten weten dat de hubs geen deel kunnen uitmaken van de aanpak. Hebben de linkse partijen in de arizonaregering dezelfde bezorgdheden geuit?
Anneleen Van Bossuyt:
De vergadering van de Europese Raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken was heel interessant en ik zal een vrij uitgebreid antwoord geven op uw vragen. Er werden daar heel belangrijke discussiepunten aangekaart en volgende conclusies vloeiden eruit voort.
Aangaande het grensbeheer en Schengen governance werden monitoring en aanpak van verschuivende migratiedruk, weerbaarheid tegen onrustwekkende hybride dreigingen en de verhoogde waakzaamheid ten opzichte van conflicten in het Midden-Oosten als belangrijkste prioriteiten benoemd.
Lidstaten legden hun focus bovendien sterk op verbetering van terugkeer in afwachting van het nieuwe terugkeervoorstel, dat ondertussen op 11 maart door de Europese Commissie werd gepubliceerd.
Aangaande het Entry/Exit System, Eurodac en algemene interoperabiliteit werd de geleidelijke en gecoördineerde implementatie doorgesproken en ook goedgekeurd
Wat de externe dimensie betreft, spitste de discussie zich toe op Syrië, waarbij de opties van go and see visits , waarover hier al vragen zijn gesteld, vrijwillige terugkeer en gedwongen terugkeer in het kader van openbare orde werden verkend.
We kunnen concluderen dat het nog te vroeg is voor grootschalige terugkeer, maar dat er wel een grote bereidheid is onder de lidstaten om terugkeer te faciliteren en dat ze nog van mening verschillen over de richting van de gecoördineerde Europese aanpak.
De Commissie en de internationale agentschappen werken samen om zo snel mogelijk pistes op tafel te leggen, op basis waarvan dan de discussie concreter gevoerd kan worden.
In de marge van de raadsvergadering heb ik bilaterale gesprekken aangeknoopt met enkele collega-ministers, namelijk van Luxemburg, Frankrijk, Nederland, Zweden en Denemarken. Ik heb ook informeel kennisgemaakt met Europees commissaris Brunner.
Intussen zijn we door verschillende collega's uitgenodigd het beleid verder bilateraal af te stemmen, waar we natuurlijk met veel plezier op zullen ingaan. De inhoud van de gesprekken ligt nog niet vast, laat staan de mogelijke samenwerkingen die eruit voort kunnen vloeien. Maar laat het duidelijk zijn, België steunt de gecoördineerde Europese initiatieven inzake de vrijwillige en de gedwongen terugkeer naar Syrië en Afghanistan.
Een zeer concrete stap was de publicatie op 11 maart van het voorstel tot herziening van de terugkeerrichtlijn van 2008. Om het Europese terugkeerbeleid te hervormen, deed de Commissie nu een voorstel tot terugkeerverordening, wat absoluut noodzakelijk is. België is al lange tijd voorstel van die hervorming, zeker omdat terugkeer de grote ontbrekende component was in het Europese Asiel- en Migratiepact. Het doel is te komen tot een snellere en efficiëntere terugkeer.
De meerderheid van de lidstaten heeft ondertussen zijn nationaal implementatieplan overgezonden naar de Commissie.
Collega De Vreese, u vroeg naar de stappen die ondertussen gedaan zijn met het oog op het Europese Asiel- en Migratiepact. België zal, zoals overeengekomen werd met de Commissie, zeer binnenkort een nieuwe versie van zijn nationaal implementatieplan sturen, waarin de nieuwe politieke richting zal worden weerspiegeld, en waarin duiding zal worden gegeven over het financiële aspect.
Ondertussen werken de lidstaten, inclusief België, aan hun nationaal noodplan inzake opvang en asiel, dat op 12 april aan de Europese Commissie overgezonden moet worden. Dat noodplan heeft als doel een weerbaarder opvang- en asielsysteem te creëren.
Tot slot starten de lidstaten met de uitwerking van hun nationale asiel- en migratiebeheerstrategie. Die strategie moet een omvattend en whole-of-governementbeleid inzake asiel en migratie beschrijven voor de komende vijf jaar.
De Commissie en de lidstaten zijn het eens over het belang van Eurodac voor een volledige en tijdige implementatie van het gehele pact. De Commissie roept de lidstaten dan ook op om nauw samen te werken met eu-LISA, het European Union Agency for the Operational Management of Large-Scale IT Systems in the Area of Freedom, Security and Justice.
Op Belgisch niveau wordt momenteel volop onderzocht hoe de technische en inhoudelijke aspecten van de nieuwe databank zullen worden uitgewerkt. België wordt, net als andere naburige landen, verhoudingsgewijs ten opzichte van het totaal aantal verzoeken om internationale bescherming, bijzonder zwaar getroffen door secundaire migratiestromen. In dat verband zien we de jongste jaren een tendens waarbij verzoekers om internationale bescherming al in een andere lidstaat een beschermingsstatus genieten. De toestroom van die personen, met M-status, die in feite in België geen nood hebben aan bescherming, aangezien zij die in een andere lidstaat genieten, verhoogt de dossierachterstand en draagt bij aan onze actuele opvangcrisis. Die problematiek kwam niet aan bod tijdens de ministerraad, maar werd wel aangekaart in het bilateraal overleg dat ik had met de Franse en Nederlandse ministers, die met gelijkaardige uitdagingen kampen.
Mijnheer Vandemaele, met het terugkeercontract zoals vervat in het regeerakkoord, beklemtonen wij de plichten die de te verwijderen derdelander heeft, vooral wat de samenwerking met de Belgische autoriteiten inzake de terugkeer betreft en verbinden wij sancties aan niet-medewerking. Die aspecten zijn reeds vervat in onze nationale wet betreffende het aanklampend terugkeerbeleid en zijn ook vervat in het wetgevend voorstel van de Europese Commissie.
Voor onze Belgische positie verwijs ik naar het regeerakkoord en naar het feit dat onze eerste minister reeds aan tafel zat met de zogenaamde gelijkgestemde partners, dus de migratierealistische landen. Naast het Europees asiel- en migratiepact zullen we pleiten voor een versterking van de externe dimensie van het migratiebeleid door meer en op verschillende manieren samen te werken met herkomst- en doorreislanden, alsook door andere nuttig geachte pistes te verkennen.
Wat de vrijwillige terugkeer naar Syrië betreft, Fedasil organiseerde dat al in eigen beheer. Sinds 17 maart jongstleden kan terugkeer ook worden georganiseerd via Frontex Application for Return. De terugkeerder ontvangt een re-installatiepremie van 350 euro per volwassene en 125 euro per kind. Momenteel is er geen re-integratiepartner aanwezig waarmee Fedasil samenwerkt, en ontvangt de terugkeerder 1000 euro re-integratiesteun in cash en 500 euro per kind. De samenwerking met een re-integratiepartner in Syrië is in voorbereiding.
Damascus is de enige luchthaven die open is. Indien de terugkerende persoon verder moet reizen in Syrië, is een bijkomende ondersteuning van 50 euro voor onwoard transportation mogelijk.
Voor de terugkeer dient de persoon in kwestie in het bezit te zijn van een geldig reisdocument. Dat kan een Syrisch paspoort zijn of een laissez-passer, uitgereikt door de Syrische vertegenwoordiging in Brussel. Die kan verlopen paspoorten verlengen door middel van een stempel, maar zij kan geen nieuwe paspoorten afleveren. Om een laissez-passer te verkrijgen, is in principe een boeking van een ticket nodig. Voor ieder vertrek worden de reisdocumenten ook doorgestuurd naar Emirates voor een dubbele check. Fedasil onderzoekt dossier per dossier of een vrijwillige terugkeer kan worden georganiseerd. Sinds 1 januari 2025 zijn 61 personen vrijwillig teruggekeerd naar Syrië.
Daarnaast organiseert Fedasil de vrijwillige terugkeer naar Afghanistan in eigen beheer. Sinds september 2021 is er geen vrijwillige terugkeer naar Afghanistan mogelijk via IOM. Dat kan alleen voor personen met een geldig paspoort. Het talibanregime aanvaardt niet langer de reisdocumenten die de ambassade in België verstrekt. Wij onderzoeken momenteel op welke manier wij de vrijwillige terugkeer toch kunnen organiseren.
De terugkerende persoon ontvangt een re-installatiepremie van 350 euro per volwassene en 150 euro per kind. Re-integratie in Afghanistan kan niet worden aangeboden door de twee partners van Fedasil. IOM heeft alle activiteiten met betrekking tot Afghanistan opgeschort. Caritas is niet aanwezig in Afghanistan.
De terugkerende persoon ontvangt 1.000 euro re-integratiesteun in cash en 500 euro per kind. Fedasil blijft de mogelijkheden verkennen om samen te werken met een re-integratiepartner in Afghanistan.
Fedasil onderzoekt dossier per dossier of een vrijwillige terugkeer mogelijk is. Momenteel zijn er niet veel aanvragen om vrijwillig terug te keren naar Afghanistan. Negentien personen keerden vrijwillig terug naar Afghanistan in 2024 met het programma voor vrijwillige terugkeer van Fedasil. Sinds 1 januari 2025 keerden twee personen vrijwillig terug. Er staan nog twee vertrekken gepland.
Voorzitter:
Dat was een volledig antwoord.
Maaike De Vreese:
Mevrouw de minister, uw antwoord was zeer volledig, waarvoor dank.
Matti Vandemaele:
Ik heb vandaag geleerd dat al mijn collega's boeken schrijven. Misschien moet ik ook maar eens een boek schrijven, bijvoorbeeld over het EU-implementatieplan, met als titel Hoe geraak ik eraan? . Dat zou een bundeling van al mijn uiteenzettingen tot nu toe kunnen zijn.
U zei dat de geüpdatete versie binnenkort verstuurd zal worden. Misschien is het een goed idee om die daarna ook met de parlementsleden te delen. Op de Europese Raad over de externe dimensie van migratie ging het dus voornamelijk over Syriërs en Afghanen. België moest nog geen standpunt innemen over de terugkeerhubs en ik veronderstel dat dat er ook nog niet is. Daardoor is de rest van mijn vraag zonder onderwerp. Ik zal u de vraag daaromtrent daarom later opnieuw stellen.
Francesca Van Belleghem:
U zou niet alleen het nationaal implementatieplan, maar ook het nationaal noodplan dat u tegen 12 april zult moeten indienen, aan het Parlement moeten bezorgen.
U hebt gezegd dat re-integratiesteun voor Syriërs en Afghanen cash wordt uitbetaald. Is het gebruikelijk om die steun contant uit te betalen? Ik dacht dat de uitbetaling van re-integratiesteun via partners verliep bijvoorbeeld in de vorm van hulp om een zaak op ge starten, en dat men niet gewoon flappen contant geld. Wordt de re-integratiehulp voor Syriërs en Afghanen uitzonderlijk cash uitbetaald bij gebrek aan partners?
Anneleen Van Bossuyt:
Dat klopt. De partners waarmee wij samenwerkten in die landen, waaronder IOM en Caritas, zijn daar niet meer.
Francesca Van Belleghem:
Dank u voor de verduidelijking.
Voorzitter:
Vraag nr. 56003362C van de heer Aouasti is zonder voorwerp. Vraag nr. 56003386C van mevrouw Van Belleghem wordt op haar verzoek uitgesteld. De vragen nrs. 56003389C en 56003399C van de heer Van Rooy worden op zijn verzoek uitgesteld.
De concrete herfinanciering van de justitie
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 20 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De kernproblemen in de Belgische justitie—overbevolkte gevangenissen (met risico op nieuwe veroordelingen voor onmenselijke omstandigheden), tekort aan magistraten en middelen, en strafuitvoering onder de 3 jaar—eisen dringende hervormingen en extra financiering, benadrukt Simon Dethier (Les Engagés). Minister Annelies Verlinden bevestigt de crisis (erger dan gedacht) en belooft een concreet actieplan (inclusief cijfermatige voorstellen voor overbevolking en refinanciering), maar waarschuwt dat ambitieuze gouvernementele plannen zonder extra budget onhaalbaar zijn. Ze zet in op samenwerking met justitieactoren en een hardere aanpak van georganiseerde criminaliteit (o.a. druggerelateerd geweld), maar onderstreept dat structurele oplossingen gouvernementele steun vereisen. Dethier toont zich constructief-kritisch: steun voor hervormingen, mits snelle en effectieve uitvoering.
Simon Dethier:
Madame la ministre, l'enjeu de la justice est un enjeu de sécurité intérieure et de santé de notre système démocratique. Depuis plusieurs années, les questions d'arriéré judiciaire, de manque de magistrats et de ressources humaines, de surpopulation carcérale et des conditions de détention suscitent de vives inquiétudes.
Aujourd'hui, l'action menée par les professionnels du droit pour la Journée de la Justice n'est qu'une conséquence de cet état des lieux.
Les récentes condamnations de la situation dans les prisons de Haren et de Saint-Gilles et les lourdes astreintes qui en découlent rendent encore plus problématique la reprise de l'exécution des peines de moins de trois ans. La situation risque encore de se détériorer.
Dans ce contexte, le combat du groupe Les Engagés est clair. Nous voulons une réforme en profondeur de notre système carcéral et nous serons également là pour soutenir le refinancement de la justice et donner les moyens nécessaires à son bon fonctionnement. Le chantier de la justice doit être prioritaire.
L'accord de gouvernement est ambitieux et nous nous en réjouissons. Il est crucial maintenant qu'il soit mis en œuvre rapidement et efficacement.
Madame la ministre, quelles initiatives comptez-vous mettre en place pour garantir la conformité de nos établissements et éviter de nouvelles condamnations? Par ailleurs, comment abordez-vous le besoin de refinancement nécessaire de la justice pour garantir son bon fonctionnement?
Annelies Verlinden:
Monsieur Dethier, la tâche qui nous attend à la Justice est particulièrement grande. Lorsque j'ai pris mes fonctions, il est apparu que la surpopulation carcérale était encore plus importante qu'estimée. Cette situation conduit à l'impunité, à l'insécurité et a déjà valu à notre pays plusieurs condamnations pour des conditions de détention inhumaines. Les violences incessantes, conséquences de la criminalité organisée liées à la drogue dans certains quartiers, nécessitent également une approche plus ferme.
Ces dernières semaines, j'ai écouté très attentivement de nombreux acteurs de la justice, y compris le procureur du Roi de Bruxelles, ainsi que les questions et les besoins du procureur du Roi d'Anvers. J'ai bien sûr aussi entendu la police judiciaire fédérale. Cet après-midi encore, j'ai reçu à mon cabinet une délégation de différents acteurs du monde de la justice.
Je comprends les appels et les cris de détresse concernant la surpopulation carcérale qui s'expriment aussi publiquement car, chers collègues, les besoins sont considérables. En tant que ministre de la Justice, il est de mon devoir de les traduire dans un plan d'action réaliste. Avec l'Arizona, nous nous sommes engagés à renforcer la sécurité intérieure et à garantir une justice équitable qui resserre les liens et qui accorde une place centrale aux victimes.
C'est pourquoi chaque maillon de la chaîne de sécurité doit être solide. Permettez-moi d'ajouter que les défis de la justice ne se limitent évidemment pas à lutter contre la criminalité liée à la drogue et à éliminer l'impunité. Nous avons rédigé un accord de gouvernement très ambitieux.
Sachez que je m'investirai pleinement à le mettre en œuvre, mais cela nécessite plus de moyens que nous n'en avons aujourd'hui. J'ai soumis un plan chiffré et mesuré à mes collègues du gouvernement ainsi qu'un plan pour remédier à la surpopulation carcérale. Ces plans devront être discutés au sein du gouvernement.
Dans tous les cas, sachez que vous pouvez compter sur moi pour travailler d'arrache-pied à une justice résolue.
Simon Dethier:
Merci madame la ministre pour toutes ces réponses. Je suis rassuré de savoir que vous rencontrez régulièrement l'ensemble des acteurs. Il s'agit d'un enjeu déterminant pour notre système démocratique. Comptez sur Les Engagés pour être soutenants et constructifs mais également exigeants sur cette thématique, et porter les combats nécessaires au bon fonctionnement de la justice, en concertation avec l'ensemble de ses acteurs.
De vlucht van een veroordeelde crimineel uit het Brusselse Justitiepaleis
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een veroordeelde mensenhandelaar (3 jaar cel, onmiddellijke aanhouding) ontsnapte op 27 februari 2025 uit het Brusselse justitiepaleis doordat de federale politie (DAB) niet was ingelicht over de geplande aanhouding en dus afwezig was in de zittingszaal—ondanks dat dit bij zware zaken standaardprocedure is. De minister bevestigde dat de vluchteling nog steeds wordt opgezocht en bij aanhouding direct zal worden opgesloten, terwijl Dillen kritiseerde dat justitiële vertraging (2019–2025) en procedurele tekortkomingen dit mogelijk maakten. Het incident toont een coördinatiefalen tussen rechtbank en politie bij hoogrisicovonnissen.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mevrouw de minister, donderdag 27 februari jl. is een man die veroordeeld werd tot een effectieve gevangenisstraf van 3 jaar in een dossier rond mensenhandel en uitbuiting van prostituées waarbij het Openbaar Ministerie zijn onmiddellijke aanhouding vroeg en de Rechtbank daarop inging, erin geslaagd meteen na de veroordeling te vluchten. Blijkbaar was er geen Politie in de zittingszaal aanwezig om de veroordeelde meteen in de boeien te slaan.
Dat leidde onmiddellijk tot een zoekactie in het Brusselse Justitiepaleis waarbij de Politie het ganse gebouw doorzocht maar de man werd niet gevonden. Hij werd onmiddellijk geseind.
Kan de Minister meer toelichting geven betreffende deze feiten?
Waarom was er geen Politie in de zittingszaal? Dit is nochtans gebruikelijk teneinde een veroordeelde tegen wie de onmiddellijke aanhouding wordt bevolen in de boeien te kunnen slaan.
Werd de veroordeelde crimineel inmiddels terug gevat? En zo ja, werd hij onmiddellijk naar een gevangenis gebracht?
Annelies Verlinden:
Mevrouw Dillen, de Franstalige correctionele rechtbank van Brussel heeft op 27 februari 2025 een gevangenisstraf van drie jaar met onmiddellijke aanhouding opgelegd wegens feiten van mensenhandel, prostitutie en uitbuiting, gepleegd in 2019. Teneinde de beslissing van de rechtbank uit te voeren, werd de Directie beveiliging (DAB) van de federale politie opgeroepen. De DAB werd evenwel vooraf niet op de hoogte gebracht van de mogelijke onmiddellijke aanhouding, waardoor ze had kunnen anticiperen op de aanhouding en voor politieaanwezigheid in de zittingszaal zorgen op het ogenblik van de uitspraak.
Normaal gezien wacht de rechter tot er politiepersoneel in de zittingszaal aanwezig is alvorens een vonnis uit te spreken. De betrokkene heeft van de situatie gebruikgemaakt om de zittingszaal en het gerechtsgebouw te verlaten. Hij wordt nog steeds opgespoord en zal worden opgesloten zodra hij gevat wordt.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Eerst een bedenking die niet op de vraag zelf slaat. Begrijp ik goed dat het gaat over feiten van 2019? Het is toch betreurenswaardig dat het zes jaar duurt vooraleer een dergelijk zwaar dossier kan worden behandeld en gevonnist, maar dit terzijde. Ik betreur dat er geen politie aanwezig was. Het is toch gebruikelijk dat vonnissen in correctionele zaken bij het begin van de zitting worden uitgesproken. Bij zware zaken weet men van tevoren dat de kans groot is dat de procureur de onmiddellijke aanhouding vraagt en dat de rechtbank dat ook bevestigt. Nu is de veroordeelde met de noorderzon verdwenen, begrijp ik uit uw antwoord. Ik hoop in elk geval dat de nodige inspanningen worden geleverd opdat hij zo spoedig mogelijk kan worden aangehouden.
De toegankelijkheid van het Brusselse Justitiepaleis
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 11 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het justitiepaleis in Brussel is ontoegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit (o.a. rolstoelgebruikers), wat hun recht op toegang tot justitie ondermijnt, ondanks eerdere regeerakkoordafspraken over inclusiviteit. Minister Matz bevestigt dat een toegankelijkheidsdiagnose voor 70 Brusselse federale gebouwen (inclusief het justitiepaleis) pas in 2025 start, met een tijdelijke platformlift (eind 2025) als noodoplossing, terwijl een volledige renovatie afhangt van een haalbaarheidsstudie (klaar in 2025) en samenwerking met toegankelijkheidsexperts. Demon benadrukt de urgente noodzaak, maar stelt vast dat zelfs basistoegang nu ontbreekt, wat "beschamend" is voor een publiek gebouw. Concreet actieplan blijft vaag, met eerste stappen pas over jaren, ondanks beloftes over versnelling.
Franky Demon:
Mevrouw de minister, enige tijd geleden probeerde paralympisch atleet Francis Rombouts zijn rechtszaak voor de ontoegankelijkheid van de NMBS bij te wonen in het justitiepaleis in Brussel. Er was echter een probleem. De vooraf aangevraagde toegankelijke rechtszaal bleek helemaal niet toegankelijk te zijn. Het zou eigenlijk een goede Belgenmop kunnen zijn, die ik u even zal vertellen.
In plaats van de toegankelijkheid te garanderen voor iedere burger, lijkt het justitiepaleis eerder op een hindernissenparcours voor personen met een beperkte mobiliteit. Personen in een rolstoel dienen de achteringang te gebruiken om toegang te krijgen tot het justitiepaleis. Daar moeten ze bellen voor assistentie. Alleen is die bel buiten werking en hangt de vervangbel veel te hoog voor personen in een rolstoel. Bovendien moet men ook nog een trapje op om de vervangbel te kunnen gebruiken. Eenmaal binnen in het gebouw blijken de deuren van de rechtszaal niet helemaal open te kunnen, waardoor ze te smal zijn voor personen in een rolstoel. Alsof dat eigenlijk nog niet genoeg is, gaf de griffier ook aan dat het justitiepaleis eigenlijk niet over mobiele oprijplaten beschikt, waardoor personen in een rolstoel niet tot vooraan in de zaal, die meerdere kleine trapjes bevat, geraken.
In het regeerakkoord hebben we afgesproken dat de inspanningen zullen worden opgedreven om de toegankelijkheid van de gebouwen van de Regie te garanderen. Uit vragen die ik aan uw voorganger stelde, bleek dat een toegankelijkheidskadaster nog zeer lang op zich kan laten wachten. Ik heb toen al gereageerd dat dat wat ons betreft sneller zou moeten kunnen. Het toegankelijk maken van onder andere het justitiepaleis lijkt mij immers alvast een prioriteit te zijn. Het valt immers toch niet uit te leggen dat personen met een beperkte mobiliteit hun eigen rechtszaak niet kunnen volgen of erin zouden kunnen getuigen? Het betreft namelijk een publiek gebouw waarin een publieke dienstverlening wordt geboden waarop een hele groep mensen vandaag geen beroep kunnen doen.
Bent u op de hoogte van de ernstige situatie rond de toegankelijkheid? Wat zult u concreet ondernemen om de gebouwen van de Regie toegankelijker te maken? Op welke manier worden de inspanningen hiervoor opgedreven? Zult u de opmaak van het toegankelijkheidskadaster versnellen? Welke aanpassingen dienen te gebeuren om het justitiepaleis toegankelijker te maken? Welke timing voorziet u daarvoor? Zult u een beroep doen op de expertise van gespecialiseerde toegankelijkheidsorganisaties?
Vanessa Matz:
De verbetering van de toegankelijkheid van federale overheidsgebouwen is een constante bezorgdheid van de Regie der Gebouwen. De Regie der Gebouwen werkt momenteel aan de ontwikkeling van een elektronisch formulier voor de diagnose van de toegankelijkheid van federale overheidsgebouwen voor personen met een beperkte mobiliteit. Via dit formulier zal een overheidsopdracht aan gespecialiseerde ondernemingen worden toevertrouwd. Voor elk gewest wordt een aparte opdracht gelanceerd, gezien de verschillende regelgevingen in de verschillende gewesten.
Er zal binnenkort een studiebureau worden aangesteld, dat in de tweede helft van 2025 zal starten met de diagnose van de toegankelijkheid van 70 gebouwen in het Brusselse Gewest die eigendom zijn van de federale Staat en door de Regie der Gebouwen worden beheerd. Bij de diagnose van de toegankelijkheid van 70 gebouwen in het Brusselse Gewest zullen ook de bevindingen en aanbevelingen van de toegankelijkheid van het justitiepaleis volledig in kaart worden gebracht. Er is in 2023 ook een extern studieteam aangesteld voor een haalbaarheidsstudie over de toekomstige renovatie, restauratie en herinrichting van de volledige binnenkant van het justitiepaleis. Daarbij wordt ook de toegankelijkheid van het gebouw voor rolstoelgebruikers geanalyseerd, omdat dit een grote impact op de architectuur van het gebouw heeft.
De haalbaarheidsstudie zal in 2025 afgerond zijn en een beeld geven van de impactplanning en kostprijs van de toekomstige werken. Bij de volgende stappen voor de voorbereiding van de toekomstige renovatie, restauratie en herinrichting van de binnenkant van het justitiepaleis zal ook met andere types van handicaps rekening moeten worden gehouden, waarbij verplicht zou moeten worden samengewerkt met een toegankelijkheidsadviseur die gespecialiseerd is in de inclusie van personen met een handicap.
In afwachting van een globale definitieve oplossing van de toegankelijkheid van het justitiepaleis, worden er voorlopige ingrepen voorzien. Zo zal de Regie der Gebouwen in het kader van de lopende restauratie van de hoofdgevel van het justitiepaleis aan het Poelaertplein een platformlift plaatsen in het portiek Cassatie, het linker gedeelte van de voorgevel. Via deze lift kunnen personen met beperkte mobiliteit de trappen overbruggen van de erekoer naar het peristilium.
Voor de installatie van die lift moet een vergunning aangevraagd worden, maar de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen heeft alvast een gunstig advies verleend. De werken voor de lift zullen worden voltooid in de eindfase van de restauratiewerken aan de hoofdgevel, eind 2025.
Franky Demon:
Mevrouw de minister, ik volg de Regie der Gebouwen al jaren op. U hebt geen cadeau gekregen, gezien de toestand van onze federale gebouwen. Ik ben blij dat u zegt dat u met een formulier zult starten. Daarover ging het immers, er moet worden gestart met de evaluatie van de toegankelijkheid van alle gebouwen. Ik ben ook blij te horen dat er eind 2025 een speciale lift zal komen, zodat de mensen toch in het gebouw kunnen geraken. Het is echter beschamend dat mensen met een beperking, hier specifiek iemand met een rolwagen, hun rechten niet kunnen vervullen. Dat raakt mij. Ik ben blij dat tegen het einde van dit jaar met een tijdelijke ingreep dit euvel verholpen zal worden.
De kritiek van de SURB op de noodmaatregelen om de overbevolking van de gevangenissen aan te pakken
De wachtlijsten in de gevangenissen voor personen die veroordeeld zijn tot minder dan 5 jaar cel
De impact van de noodmaatregelen met betrekking tot het penitentiair verlof
De veroordeling van België voor de overbevolking en onmenselijke omstandigheden in de gevangenissen
De resolutie van de Brusselse balie over de overbevolking van de gevangenissen
De (stopzetting van de) uitvoering van de korte gevangenisstraffen
De nota met aanbevelingen van de FOD Justitie
Uitdagingen en kritiek op gevangenisbeleid en detentieomstandigheden in België
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De kern van de discussie draait om de chronische overbevolking in Belgische gevangenissen, verergerd door onuitgevoerde korte straffen (≤3 jaar), onwettig verlengd penitentiair verlof (VPV) en structureel capaciteitstekort. Minister Verlinden bevestigt dat 2.500–3.000 veroordeelden niet worden opgeroepen door gebrek aan plaats, ondanks wetten die uitvoering verplichten, en kondigt noodmaatregelen aan om de onwettige praktijken (VPV-misbruik, wachtlijsten) te stoppen, maar benadrukt dat structurele oplossingen (extra capaciteit, modulaire gevangenissen, betere samenwerking met deelstaten) tijd vragen. Kritiekpunten zijn de straffeloosheid die slachtoffers en veiligheid schaadt, het falend beleid van voorgangers (geen nieuwe gevangenissen, slechte voorbereiding korte-straffen-wet), en de dringende nood aan alternatieven (enkelbanden, terugkeer illegale gedetineerden, Europese samenwerking) om de EVRM-condemnaties (dwangsommen tot €2.000/dag) en onmenselijke omstandigheden te voorkomen.
Voorzitter:
Madame Dillen, je propose, si vous l'acceptez, que vous joigniez toutes vos questions et les posiez en une seule fois. Pour cela, vous disposerez d'une dizaine de minutes. Si cela vous convient aussi, madame De Wit, vous pourrez poser vos deux questions en une seule fois également. (Assentiment)
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de FOD Justitie heeft kennelijk op uw verzoek een plan opgemaakt om de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan. Als we de media mogen geloven – vandaag lezen we daarin overigens dat u betreurt dat dit uitgelekt is –, zou de overbevolking volgens de FOD Justitie onmiddellijk gerelateerd zijn aan de uitvoering van celstraffen tot en met drie jaar en zou de uitvoering van de korte gevangenisstraffen weer op de schop moeten. Ik denk dat er belangrijkere oorzaken van de overbevolking in onze gevangenissen zijn, mevrouw de minister, meer bepaald het aantal illegalen, maar dat is een andere discussie.
Het was jaren wachten, namelijk tot minister Van Quickenborne, uw voorganger, op een beleid waarbij ook de korte celstraffen zouden worden uitgevoerd, en de uitvoering ervan wordt dan ook nog eens over verschillende jaren gespreid. Nu komt men af met het tegenovergestelde, althans volgens de media, want er zou een plan op tafel liggen om de criminelen die tot relatief korte gevangenissen zijn veroordeeld, te belonen. Daardoor komen de slachtoffers opnieuw in de kou te staan en zal de straffeloosheid weer zegenvieren. Het zal u niet verwonderen wanneer ik zeg dat dat voor onze fractie onaanvaardbaar is.
Ik had graag wat meer uitleg gekregen over de inhoud van het advies van de FOD Justitie. Deelt u de mening om korte celstraffen niet meer uit te voeren? In welke mate zal het advies een invloed op de regelgeving hebben? Bent u van plan om in te grijpen in de regeling? Kunt u dat toelichten?
Is een eventuele afschaffing of schorsing van de korte gevangenisstraffen eigenlijk geen negatief signaal tegenover de samenleving, waardoor criminaliteit wordt gefaciliteerd en straffeloosheid in de hand wordt gewerkt?
Dan heb ik nog een vraag die ik aan uw voorganger wilde stellen, maar hij is een aantal weken niet op vragen komen antwoorden. Daarom staan er vandaag ook zo veel vragen op de agenda.
Mevrouw de minister, naar aanleiding van de noodmaatregelen die door uw voorganger werden aangekondigd, trok de strafuitvoeringsrechtbank (SURB) namelijk aan de alambel. Volgens de SURB vormen de noodmaatregelen een bedreiging voor de veiligheid van de samenleving, inzonderheid die van de slachtoffers, en worden zijn vonnissen ook volledig genegeerd.
Wanneer de SURB elektronisch toezicht of een voorwaardelijke invrijheidsstelling weigert vanwege een te hoog risico op herval, krijgt de veroordeelde verlengd penitentiair verlof. Zelfs als het elektronisch toezicht of de invrijheidsstelling wordt herroepen wegens schending van de voorwaarden, toch ook niet onbelangrijk, kent de gevangenisdirectie dat verlof alsnog toe. Daardoor vervallen alle voorwaarden en ontbreekt elke vorm van controle. Dat zijn niet mijn woorden, mevrouw de minister, het is wel de ernstige, maar volgens mij terechte kritiek van de SURB.
De SURB klaagde voorts aan dat gevangenisdirecteurs verlengd penitentiair verlof vrijwel onbeperkt toekennen met nauwelijks voorwaarden en zonder controle of opvolging, ook wanneer de SURB een voorwaardelijke invrijheidsstelling weigert of heeft herroepen. Dat heeft tot gevolg dat veroordeelden worden vrijgelaten en maanden thuis doorbrengen zonder verplichte begeleiding of zonder verplichte arbeid.
Ondertussen zijn verschillende veroordeelden die op verlengd penitentiair verlof waren, opnieuw aangehouden wegens het plegen van nieuwe feiten. Ook dat brengt de belangen van een veilige samenleving en de belangen van de slachtoffers in gevaar.
Mevrouw de minister, wat is uw standpunt over die mijns inziens terechte kritiek van de SURB? U bent nog maar een korte periode in uw huidige functie, maar heeft er inmiddels al overleg plaatsgevonden met de vertegenwoordigers van de SURB? Hebt u al initiatieven genomen of zult u initiatieven nemen om te voorkomen dat vonnissen van de SURB volledig worden genegeerd door de gevangenisdirecteurs?
Heel belangrijk is een striemende kritiek van de SURB: veroordeelden komen vrij en plegen nieuwe feiten. Kunt u daarover meer cijfers geven? Indien u dat vandaag niet kunt, zal ik ze schriftelijk vragen.
Tijdens een hoorzitting over de crisis in de gevangenissen vernamen we dat gedetineerden die een gevangenisstraf lager dan vijf jaar hebben gekregen en niet in voorlopige hechtenis zitten, op een wachtlijst belanden wanneer zij zich moeten aanmelden in de gevangenis. Een van de sprekers stelde zelfs: "Tegenwoordig gaan alle gestraften van minder dan drie jaar daadwerkelijk de gevangenis in, maar de veroordeelden krijgen na enkele dagen of weken penitentiair verlof. Nu, gezien de overbevolking, worden veroordeelden tot minder dan vijf jaar die niet in voorlopige hechtenis zitten, zelfs niet meer opgesloten, maar komen ze op de wachtlijst terecht. Stelt u zich dat eens voor. Dat overboekingsbeleid is ontstaan binnen de penitentiaire instellingen. Deze situatie, die al twee maanden duurt, maakt dat de gevangenisadministratie niet eens meer weet hoeveel veroordeelden er zijn in afwachting van de opsluiting." Bent u daarvan op de hoogte? Graag kreeg ik meer toelichting. Hebt u een idee over welke gevangenissen en over hoeveel gedetineerden het gaat?
Zolang de instroom van gedetineerden groter is dan de uitstroom en de gevangeniscapaciteit niet toeneemt, zal het probleem groter worden. Daardoor komt de strafuitvoering nog meer in het gedrang en zal het gevoel van straffeloosheid alleen maar toenemen. Welke waarborgen worden er gegeven dat de op de wachtlijst opgenomen veroordeelden uiteindelijk toch hun gevangenisstraf zullen uitzitten?
Mevrouw de minister, het hof van beroep van Brussel veroordeelde de Belgische Staat opnieuw en voor de zoveelste maal voor de overbevolking en onmenselijke omstandigheden in de gevangenissen van Haren en Sint-Gillis, hoewel de gevangenis van Haren anderhalf jaar na de opening nog steeds niet op volledige capaciteit draait.
Eind december waren er in Haren al 1.148 mensen opgesloten, op een ogenblik dat Haren wel haar volledige capaciteit had. Ook daar zou al sprake zijn van overbevolking. U zult die wel toelichten.
Daarnaast heeft het hof opgemerkt dat het personeel voor de nieuwe gevangenis van Haren niet op tijd aangenomen en opgeleid werd. Het hof van beroep veroordeelt de Belgische Staat nu voor die overbevolking tot een dwangsom van maar liefst 2.000 euro per dag per gevangene die de maximumcapaciteit overschrijdt. Wat is uw reactie op dat arrest van het hof van beroep?
Wat zult u op korte tijd ondernemen om ervoor te zorgen dat het probleem in Haren opgelost wordt, zodat de dwangsom, 2.000 euro per gedetineerde per dag, – reken maar uit wat dat op een maand kan kosten – vermeden kan worden?
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik kan het nu korter houden, omdat mevrouw Dillen al veel zaken heeft aangehaald. Zo sluit ik mij aan bij haar vraag over de noodkreet van de SURB.
Ik heb het hier over de nota die afgelopen weekend in de media is verschenen, nadat u vorige donderdag had aangekondigd meer op alternatieve straffen en elektronisch toezicht te zullen inzetten. Mevrouw de minister, wat hebt u geërfd?! De voormalige minister van Justitie, die dan nog het verwijt rondstuurt dat de nieuwe regering de straffeloosheid in de hand zal werken, schoot in dat verband wel de hoofdvogel af. Onze fractie staat volledig achter de maatregel om straffen onder de drie jaar uit te voeren. Ik vind dat een correcte maatregel, maar die is helemaal niet voorbereid. Hoeveel detentiehuizen zijn er? Er zijn er slechts 2, terwijl er 27 beloofd waren. Meer zijn er niet.
Uiteindelijk is het wat het is. De strafkorting met zes maanden was bovendien niet eens wettelijk, zo blijkt, met alle problemen van dien. U hebt nu inderdaad een stock aan openstaande straffen, nu straffen tot vijf jaar niet worden uitgevoerd.
De vorige minister is dus heel slecht geplaatst om verwijten te maken. Men moet intellectueel altijd eerlijk blijven en vooral consequent met zichzelf. Dat zal ik ook proberen in mijn vraagstelling.
In de gelekte nota staat een advies om personen die tot een celstraf van minder dan drie jaar veroordeeld zijn, niet naar de cel te sturen en een alternatieve straf via een enkelband te geven. Daarmee keren we terug naar de situatie van vroeger. Er wordt ook aanbevolen om het verlengd penitentiair verlof, zoals dat nu bestaat voor de laatste zes maanden, af te voeren, omdat die maatregel onwettig zou zijn. Dat verbaast mij natuurlijk niet.
Ik denk, mevrouw de minister – ik ben consequent met mezelf –, dat de uitvoering van de korte straffen niet goed voorbereid is door de vorige minister. Maar op zich is het wel een correcte maatregel. De strafrechter spreekt de straf uit en gaat ervan uit dat die ook wordt uitgevoerd. Zo niet krijgen we een strafinflatie en een opeenstapeling van korte straffen. Keert men terug naar de situatie van vroeger waarbij er alternatieve straffen worden gegeven, dan schuift u de problemen gewoon door naar de deelstaten, terwijl die al ongelooflijk veel hebben bijgedragen aan de oplossing van de overbevolking met de toekenning van 6.700 enkelbanden en de aanzienlijke stijging van het aantal werkstraffen.
We moeten erover waken dat we het probleem van de overbevolking in de gevangenissen niet oplossen door problemen buiten de gevangenissen te creëren. Het is dus inderdaad nodig dat er conform het regeerakkoord op alle fronten wordt gewerkt en dat wil ook zeggen dat er extra capaciteit wordt gecreëerd, bijvoorbeeld in modulaire constructies.
Mevrouw de minister, hebt u de nota al met de stakeholders kunnen bespreken? Hoe werden die aanbevelingen daar onthaald?
De niet-uitvoering van de korte straffen strookt niet met de letter en de geest van het regeerakkoord en het probleem wordt deels doorgeschoven naar de deelstaten. Bent u het daarmee eens?
In het regeerakkoord staat ook dat er een nulmeting zou gebeuren. We zitten nog in uw eerste weken, maar hebt u daarvoor al bepaalde stappen kunnen zetten? De bestaande capaciteit zou inderdaad objectief in kaart moeten worden gebracht. Zo kunnen we misschien beter spreiden.
Hoever staat het met de modulaire constructies? Hoe snel kunnen zulke projecten worden geïmplementeerd?
Een volgende niet onbelangrijke vraag gaat over de vele illegale gedetineerden. 30 % van onze gevangenisbevolking is namelijk illegaal in ons land en daarvoor hebben we natuurlijk terugnameakkoorden nodig. We hebben echter ook heel veel Europese gevangenen, mevrouw de minister, waarvoor die akkoorden niet moeten worden gesloten. Zij kunnen hun straf ook in hun thuisland uitzitten. Denk bijvoorbeeld aan de bijna 500 Nederlanders en 250 Fransen. Misschien moeten we ook die piste bekijken. Er stond daarover vandaag trouwens een artikel in de krant. Ik denk dat ik die vraag een paar weken geleden ook heb gesteld.
Ten slotte, mevrouw de minister, heb ik nog een vraag over de problematiek in de gevangenissen. Kunt u ons nog wat meer vertellen over het personeelstekort, het aantal zieken en het absenteïsme binnen de gevangenissen, en hoe we daaraan tegemoet kunnen komen? Misschien kan dat door private actoren in de gevangenissen in te schakelen om de ergste noden in het werk, ook van onze penitentiair beambten, te ledigen?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, à l'occasion de la visite des prisons par l'ensemble des bâtonniers du royaume, le 10 décembre dernier, le conseil de l'Ordre français des avocats du barreau de Bruxelles a adopté une résolution qui appelle les autorités à réviser drastiquement la politique pénitentiaire en Belgique afin de réduire la surpopulation carcérale, d'améliorer les conditions de détention, de repenser les alternatives à l'incarcération et de favoriser la réinsertion des détenus afin de protéger au mieux la société.
Par ailleurs, le conseil souligne que la stratégie du tout à la prison ne permet pas de lutter contre la criminalité. Elle coûte cher à l'État et génère de la récidive. Ce n'est pas nouveau. En outre, il rappelle les nombreuses condamnations de l'État belge, tant au niveau national qu'international, pour les conditions de détention considérées comme un traitement inhumain et dégradant au sens de l'article 3 de la Convention européenne des droits de l'homme.
Manifestement, les négociateurs de l'Arizona n'ont pas reçu cette résolution. Je vous invite donc à la consulter sur leur site. Les mesures proposées visent toutes à lutter contre une aggravation constatée de la situation. Madame la ministre, ce portefeuille ministériel n'est en effet pas un cadeau.
Comment allez-vous mettre en œuvre cet accord de majorité, qui est axé sur la répression, tout en agissant contre la surpopulation carcérale? C'est un véritable casse-tête!
Une évaluation de la réforme du Code pénal amenée par le gouvernement Vivaldi et initiée par le ministre Koen Geens est-elle prévue? Il me semble en effet prioritaire de d'abord évaluer la réforme précédente – qui n'a même pas encore pu dévoiler tous ses effets – avant d'en réaliser une nouvelle.
Enfin, quelles concertations avec les acteurs de terrain prévoyez-vous de mettre en place?
Voorzitter:
Mevrouw de minister, u krijgt 10 minuten voor uw antwoord.
Annelies Verlinden:
Collega's, dank u wel voor uw vragen, bedenkingen en inzichten bij dit zeer prangende probleem. Drieënhalve week geleden, toen ik mijn mandaat opnam, heb ik inderdaad een heel groot dossier aangetroffen.
Ik heb tijdens de hoorzitting van 11 februari in deze commissie al toegelicht dat het probleem van de overbevolking in de gevangenissen weegt op ons hele gerechtelijke systeem. Ik heb toen ook gezegd, en ik zal dat nu herhalen, dat het onmogelijk is dat op te lossen met holle slogans of met grootspraak. Het is niet eenvoudig op te lossen. Overigens, als u met mijn voorgangers spreekt, erkennen zij het probleem.
Wat ik wel gezegd heb, is dat ik meteen de handschoen zou opnemen om de situatie te verbeteren, uit respect voor de vele penitentiaire beambten, maar ook voor de andere actoren in het gevangeniswezen, en alle partners, zeker in het licht van een humane detentie voor de gedetineerden.
Mevrouw De Wit, ik kan u zeker bijtreden, ik vind ook dat alle gevangenisstraffen moeten worden uitgevoerd. Als we een Strafwetboek opmaken met bepaalde strafmaten erin en als we een heel gerechtelijk systeem optuigen om tot veroordelingen te komen, dan is het niet meer dan logisch dat we die ook uitvoeren. Anders moeten we dat niet doen. Dan moeten we eerlijk zijn met onszelf en andere afspraken maken in het Strafwetboek.
In het nieuwe Strafwetboek, dat vanaf het voorjaar van volgend jaar in werking zal treden, mogen wij wel niet van de veronderstelling uitgaan dat een gevangenisstraf de enige oplossing is in geval van een misdrijf. Dat hebben we ook aangeduid. Het zou goed zijn, zeker bij bepaalde misdrijven, niet allemaal, te kijken naar administratieve straffen.
Dat is de boodschap die ik heb willen geven in de communicatie waarover ik bevraagd ben in de afgelopen weken. Het gaat er niet zozeer om dat de omzetting van een gevangenisstraf naar een alternatieve straf mijn grote wens is, maar wel dat we bekijken hoe we ook met alternatieve straffen misdrijven kunnen beteugelen.
Dat is trouwens geen onlogische veronderstelling, gelet op de detentiegraad in België vergeleken met de detentiegraad in de ons omliggende, en zeker in meer noordelijke, landen, waar die lager is en waar ook feller wordt ingezet op alternatieve straffen.
Ik heb wel geschetst dat in de situatie die ik heb aangetroffen er een groot verschil is tussen de theorie en de praktijk. Mevrouw Dillen, daarmee kom ik terug op wat u zei. De wetten die in werking getreden zijn in de vorige legislatuur zijn eigenlijk de logica zelf. Alleen is er vandaag een heel groot verschil tussen enerzijds de theorie van die wetten en wat we ermee beogen, en waar we uiteraard achter staan, en anderzijds de praktijk, waaruit blijkt dat heel veel veroordeelden vandaag uiteindelijk niet naar de gevangenis worden opgeroepen omdat er geen plaats is wegens de overbevolking.
Bovendien is er de vaststelling, die mevrouw De Wit ook heeft geduid, dat de verlengde penitentiaire verloven (VPV's) op een bepaalde manier worden toegepast met het oog op de ontlasting van de gevangenissen, maar daarvoor bestaat geen wettelijk kader. Die problematiek moeten we oplossen.
Uiteraard moeten we de overbevolking ook oplossen, maar het feit dat een zeer groot aantal veroordeelden vandaag niet naar de gevangenis wordt opgeroepen, alsook dat de VPV's niet volgens het wettelijk voorziene regime verlopen, is een probleem. Dat moeten we nu op korte termijn oplossen. Daarom hebben we uit respect voor alle betrokken actoren de koppen bij elkaar gestoken.
Ik heb dus effectief op vrijdag 21 februari 2025 alle actoren samengeroepen, want het is een dringend probleem. Het College van procureurs-generaal kaartte aan dat er procedures worden gevoerd, maar finaal worden er geen oproepingen voor de gevangenissen verstuurd. U weet dat de vorige minister met tijdelijke instructies geprobeerd heeft een antwoord te bieden op die situatie, maar dat is natuurlijk niet houdbaar. We kunnen niet met die tijdelijke instructies blijven werken op de lange termijn. Kennelijk was het lang geleden dat ook de deelstaten waren uitgenodigd voor zo'n overleg. Dus we hebben naast het openbaar ministerie, de rechtbanken en de hoven en de FOD Justitie, in het bijzonder de directie van het gevangeniswezen, ook met de kabinetten en de administraties van de gemeenschappen samengezeten.
We hebben daar effectief aan de hand van een vertrouwelijk werkdocument – zo gaat dat als men een besluitvorming wil voorbereiden – een aantal voorstellen op tafel gelegd en besproken die kunnen bijdragen aan het wegwerken van de onwettige oplossingen die er vandaag zijn voor de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen. Dat is het probleem dat ik wil aanpakken, met name die onwettige benadering.
Ik heb dan inderdaad betreurd dat dat werkdocument de weg gevonden heeft naar de pers. Ik zou aan de veroorzakers van dat lek de vraag willen stellen of ze echt een deel willen zijn van de oplossing dan wel liever stokken in de wielen steken van de besluitvorming. Dat heeft geleid tot berichtgeving op televisie en in de online en geschreven pers, waarbij één specifiek aspect onder de aandacht gebracht werd, met name: de uitvoering van de zogenaamde korte straffen.
Ik wil u ook zeggen dat de berichtgeving in de pers vaak ongenuanceerd is – ik heb daar zelfs begrip voor, het is een zeer complexe problematiek –, maar volgens mij moeten we hier, in de politieke debatten, proberen de juiste bewoordingen voor die problematiek te vinden.
Het gaat niet zozeer over het loslaten van de ambitie om korte straffen niet meer uit te voeren. Integendeel, het gaat wel degelijk over het oplossen van een onwettige situatie en – u hebt dat ook gehoord – over een stock van 2.500 tot 3.000 veroordeelden die niet worden opgeroepen naar de gevangenis, ondanks de wetten die in werking zijn getreden.
Los van de vaststelling dat tijdens dat overleg iedereen ons erkentelijk was omdat we het initiatief hebben genomen om voor het eerst alle partijen op die manier samen te brengen, om iedereen ruimschoots de mogelijkheid te hebben geboden zijn of haar visie en overwegingen toe te lichten en om het vertrouwelijke werkdocument van commentaar te voorzien, heb ik ook vooral gemerkt dat iedereen zich bewust is van de verschillende oorzaken van de problematiek en van de fenomenen.
Het is natuurlijk mijn opdracht nu – daarom was dat een vertrouwelijk document – om dat verder op het niveau van de federale regering en met de federale beleidsorganen te bespreken, alvorens we daarover definitieve beslissingen kunnen nemen en daarover kunnen communiceren. Het is uiteraard ook mijn wens om hier met u op tijd en stond in gesprek te gaan over de voortgang van het dossier en over de voorstellen die op tafel liggen. Het is nu te vroeg om alles in detail toe te lichten omdat, zoals gezegd, het voorstel nog niet definitief is.
Om alle misverstanden te vermijden, geef ik aan het begin van deze legislatuur alvast mijn ambitie mee om met Arizona en het regeerakkoord duidelijk in te zetten op een effectieve strafuitvoering en een adequate opvolging. Iedereen die een straf of een maatregel opgelegd krijgt, moet die straf binnen een aanvaarbare termijn voelen, en dat alvorens er kan worden gekeken naar alternatieven. Als minister van Justitie zal ik op de best mogelijke manier mijn bijdrage leveren aan de uitvoering van dat punt uit het regeerakkoord. Dat betekent dat we inzetten op minder straffeloosheid en meer veiligheid.
Veroordeelden die vandaag zelfs niet worden opgeroepen om naar de gevangenis te gaan, is uiteraard ook een vorm van straffeloosheid die niet bijdraagt aan een veiligere samenleving, welke wetten er in theorie ook worden gestemd in dit Parlement. De eerdere beleidsbeslissing uit de vorige legislatuur en de daaruit voortvloeiende genomen maatregelen maken inderdaad dat er vandaag wel degelijk straffeloosheid heerst voor die korte straffen tot drie jaar. Dat moet absoluut anders.
Ik vraag u echter voor ogen te houden dat er in de vorige legislatuur geen initiatieven zijn genomen die ertoe hebben geleid dat er vandaag een groot aantal bijkomende gevangenis- en detentieplaatsen beschikbaar zouden zijn. Eén gevangenis opende haar deuren, maar die stond al sinds een vorige legislatuur in de steigers. Er is effectief een raamovereenkomst in een gunningsprocedure gezet voor de bestelling van modulaire constructies. Dat betekent evenwel niet dat die infrastructuur beschikbaar is, dat daarvoor vergunningen zijn toegekend en dat het hele traject is doorlopen. Ik tref dus geen gevulde pijplijn aan qua detentie- en gevangenisplaatsen. Dat is de situatie waarin we werken.
We bedenken dus een aantal maatregelen met het oog op het wegwerken van de straffeloosheid en het zoeken naar oplossingen voor een veiligere samenleving. Morgen krijg ik immers niet de sleutel van nieuwe gevangenisstructuur. In het regeerakkoord staat uiteraard dat we werk willen maken van bijkomende infrastructuur in het buitenland, maar die oplossing is niet meteen voor morgen. De Denen bijvoorbeeld proberen dat al zeer lang te realiseren, maar dat geraakt niet van de ene dag op de andere beslecht.
De strafuitvoering is een van de sluitstukken van de strafrechtketen. We willen uiteraard niet dat de talrijke inspanningen van alle actoren leiden tot straffeloosheid, zoals die vandaag voor veel kortgestraften bestaat. Ik wil wel nog even onderstrepen dat die maatregel niet voor alle kortgestraften geldt. Een heel aantal gestraften zitten al in de gevangenis na de voorlopige hechtenis en andere gestraften voor bepaalde misdrijven zullen naar de gevangenis worden gestuurd.
De huidige situatie is een kwalijke erfenis die in het bijzonder voor de slachtoffers onaanvaardbaar is. Bovendien brengt die situatie de openbare veiligheid in het gedrang, zoals het openbaar ministerie al heeft gezegd. We willen daar samen aan werken.
Dat probleem kan trouwens niet alleen door Justitie worden opgelost. Ook Volksgezondheid, Asiel- en Migratie, Ambtenarenzaken, Binnenlandse Zaken, Defensie, Buitenlandse Zaken en de Regie der Gebouwen moeten oplossingen aandragen. Samenwerking met de deelstaten is daarbij eveneens noodzakelijk.
Tijdens het overleg van vrijdag heb ik vooral geluisterd naar de bemerkingen van het openbaar ministerie. Ik ken de opmerkingen geformuleerd door de strafuitvoeringsrechtbanken. Het is frustrerend dat men soms speelt op het verlengd penitentiair verlof en liever niet naar de strafuitvoeringsrechtbank gaat om daar dan voorwaarden of modaliteiten opgelegd te krijgen. In bepaalde gevallen gaan de beslissingen voor verlengd penitentiair verlof zelfs in tegen modaliteiten van een strafuitvoeringsrechtbank. Zo wordt het systeem op zijn kop gezet. Ik wil opnieuw het onderscheid maken tussen de theorie en de praktijk in de huidige uitvoering.
Dat is zeker iets wat we tegen het licht moeten houden, onder meer in het licht van de scheiding der machten. Zoals u ook al zei, is er voor dat verlengd penitentiair verlof zoals het vandaag wordt gehanteerd evenmin een wettelijk kader voorhanden.
Mijnheer de voorzitter, ik besef dat ik over de tijd ga, maar het is natuurlijk een belangrijk dossier.
Op basis van de huidige telling in de gevangenissen is er plaats voor 11.040 personen. Op 25 februari, gisteren dus, verbleven er 12.840 personen in de gevangenis, van wie er 178 op de grond slapen. Als er geen VPV-maatregel zou zijn, zoals die vandaag wordt toegepast, zouden er nog eens 704 personen extra opgesloten zijn.
Het is duidelijk dat die graad van overbevolking een impact heeft op de manier waarop de taken door de penitentiaire beambten, en door iedereen binnen het gevangeniswezen, worden uitgevoerd. De situatie heeft ook een impact op de werkomstandigheden van de vele medewerkers; er staan straks nog vragen op de agenda over agressie en tucht van gedetineerden. Uiteraard hangt dat allemaal met elkaar samen en is dat iets wat zeker mijn aandacht zal krijgen. Ik heb immers een bezoek gebracht aan de hulpgevangenis van Leuven en er staat een werkbezoek aan de gevangenis van Bergen op mijn programma. Uiteraard zullen andere bezoeken volgen. Ik ontmoet ook de vakorganisaties en heb al heel veel mensen gesproken binnen Justitie. De tijd gaat snel, maar uiteraard zal ik in overleg blijven met de mensen op het terrein.
Bovendien, en dat is hier ook al aangehaald, zijn we al veroordeeld voor het schenden van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), recent nog door het hof van beroep in Brussel. Ik heb dat ook gezegd tijdens onze hoorzitting van 11 februari. Dat arrest is gelijkluidend aan een eerder arrest van het hof van beroep van Luik met betrekking tot de gevangenis van Lantin en van de rechtbank van eerste aanleg in Bergen voor de gevangenis van Bergen. Die arresten zijn momenteel nog niet betekend. De uitgesproken dwangsommen bedragen 2.000 euro per dag per gedetineerde in overtal van de capaciteit van de gevangenissen van Haren en Sint-Gillis, en 1.000 euro per vaststelling van een onmenselijke en vernederende behandeling in de gevangenis van Sint-Gillis. Ik geef u voor de volledigheid mee dat de gevangenis van Sint-Gillis momenteel niet overbevolkt is.
De huidige capaciteit van de gevangenis van Haren bedraagt 1.035 plaatsen. Daar verblijven momenteel 1.151 gedetineerden. Er wordt door de administratie elke dag een overbrenging uitgevoerd om het aantal te verminderen. Bovendien hebben we dagelijks contact met het openbaar ministerie om de inkomende gedetineerden te kunnen spreiden, wat een huzarenstuk is, aangezien heel veel penitentiaire instellingen overbevolkt zijn.
Ter verduidelijking, er waren die tijdelijke instructies, telkens geldend voor twee weken, van de vorige minister van Justitie. De laatste instructie liep tot 4 februari 2025. Om daarna geen problematiek aan de gevangenispoorten te doen ontstaan, moest ik de maatregelen noodgedwongen verlengen. Dat is gebeurd vanaf 5 februari 2025. Wat wij wel al hebben gedaan voor de veiligheid en uit respect voor eenieder, is de maatregel niet langer van toepassing maken voor veroordeelden tot een gevangenisstraf tussen drie en vijf jaar. Die categorie veroordeelden zit niet langer in de noodmaatregel, waardoor de situatie al is verbeterd.
Ik herhaal dat voor een aantal veroordeelden voor zware geweldmisdrijven, feiten van intrafamiliaal geweld, zedenmisdrijven, terroristische misdrijven en zeker ook dossiers waarin de veroordeelde een onmiddellijk gevaar zou betekenen voor de veiligheid van de maatschappij of voor de slachtoffers, die maatregelen ook niet van toepassing zijn.
Je voudrais encore répondre à la question de Mme Schlitz, qui n'est plus parmi nous dans cette salle. Je vais quand même répondre pour le rapport. Dans le nouveau Code pénal qui entrera en vigueur le 8 avril 2026, la peine d'emprisonnement est conçue comme le recours ultime et ne pourra être prononcée que lorsque les objectifs de la peine ne peuvent être atteints d'une autre manière. Le nouveau Code énumère explicitement les objectifs de la peine à prendre en compte lors du choix de la peine, parmi lesquels figure le fait de favoriser la réhabilitation et la réinsertion sociale de l'auteur. L'accent est davantage mis sur les sanctions autonomes qui peuvent être prononcées par le juge en alternative aux peines d'emprisonnement et qui peuvent atteindre les objectifs de protection de la société ainsi que ceux de réhabilitation et de réinsertion du délinquant.
Le nouveau Code supprime les courtes peines d'emprisonnement pour les infractions les moins graves. Le législateur envoie ainsi un signal clair au juge pénal pour qu'il soit plus économe avec la peine de prison. En élargissant la possibilité pour les juges de fond de prononcer une autre peine que l'emprisonnement, cette nouvelle option permet d'espérer une réduction du recours à la détention et d'avoir un impact sur la diminution de la surpopulation carcérale.
Voorzitter:
Bedankt, mevrouw de minister, voor uw antwoord.
Mevrouw Dillen, u hebt ongeveer vijf minuten om te repliceren.
Marijke Dillen:
Ik zal kort zijn, mijnheer de voorzitter.
Bedankt voor uw antwoorden, mevrouw de minister.
Zoals ik daarnet zei, waren een aantal vragen nog gericht aan uw voorganger. Ik ga ervan uit dat we binnen enkele weken de kans zullen krijgen om hierop uitvoerig in te gaan tijdens de bespreking van uw beleidsnota.
Ik erken ook, mevrouw de minister, dat dit niet uw verantwoordelijkheid is. U zit hier immers nog maar enkele weken. De problematiek van de gevangenissen en de overbevolking binnen de gevangenissen is geen eenvoudig dossier. Het is ook niet uitsluitend de schuld van uw beide voorgangers, al is het niet aan mij om hen te verdedigen. Ik zat hier al in 1991 en dat was toen ook al een probleem. U erft dat probleem nu. De bevolking, en zeker de penitentiaire beambten, verwachten echter dat er deze legislatuur eindelijk eens iets fundamenteels zal veranderen.
Immers, de overbevolking geeft niet alleen een gevoel van onveiligheid, het zorgt ook effectief voor onveiligheid wanneer door de verschillende noodmaatregelen, zoals dat verlengd penitentiair verlof, honderden veroordeelden hun straf moeten uitzitten buiten de gevangenis. Dat is, mevrouw de minister, in het belang van de slachtoffers absoluut onaanvaardbaar.
U hebt daarnet gezegd dat u verplicht was om de maatregelen tijdelijk verder te zetten, maar dat het niet meer geldt voor hen die veroordeeld zijn voor straffen tussen de drie en de vijf jaar. Ik heb deze week echter ter voorbereiding van dit debat mijn oor te luisteren gelegd bij mijn collega-strafpleiters in Antwerpen. Ze hebben mij allemaal bevestigd dat ook veroordeelden boven de vijf jaar momenteel, nadat ze een korte tijd in de gevangenis hebben doorgebracht, voorlopig in vrijheid zijn gesteld. Mevrouw de minister, om veroordeeld te worden tot vijf jaar moet men wel al iets op zijn kerfstok hebben!
Annelies Verlinden:
U verwijst naar de VPV, maar dat is een andere silo dan de korte straffen tussen de drie en de vijf jaar waarover ik het had.
Marijke Dillen:
Dat klopt, maar het gaat over de totaliteit, ongeacht het systeem waaronder ze vallen. Iemand die een effectieve gevangenisstraf van meer dan vijf jaar krijgt, moet al wat op zijn kerfstof hebben. Zo'n straf is niet voor een of andere kleine vorm van criminaliteit, voor zover 'kleine' al bestaat. Het gaat om zeer zware vormen van criminaliteit. Dat zijn allemaal zaken die de veiligheid van onze samenleving in gevaar brengen. Een straf moet een straf blijven, ik ben blij dat u dat bevestigt. Dat was immers de stoere taal van voormalig minister Van Quickenborne in het begin van zijn mandaat. U hebt gelijk dat de maatregel is genomen op een ogenblik dat hij veel te weinig voorbereid was. Ik kan het standpunt van voormalig minister Van Quickenborne volledig onderschrijven, maar men had dat beter moeten voorbereiden.
Mevrouw de minister, u hebt nu vierenhalf jaar om daar iets aan te doen. Ik hoop dat u de koe bij de horens vat. Een aantal oplossingen staan in het regeerakkoord. De terugkeer van illegalen is een van de grote problemen. Van de 12.800 gedetineerden zijn er vandaag 4.038 die niet over een verblijfsrecht beschikken. Hun terugkeer zou al voor een behoorlijke oplossing zorgen.
Ik ben heel benieuwd naar uw beleidsverklaring en zal ook dit hoofdstuk met veel interesse kritisch analyseren.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik bedank u voor uw antwoord.
U hebt niet op elke vraag geantwoord, maar we zullen wellicht nog de gelegenheid krijgen om het debat te voeren.
U verklaarde dat een gevangenisstraf niet de enige oplossing is, maar dat er ook alternatieven zijn. Dat is vandaag al het geval, ze zijn opgenomen in het nieuwe Strafwetboek. De waaier aan mogelijkheden waarover een rechter beschikt is vandaag al immens. Daarom is het belangrijk dat, als de rechter oordeelt dat iemand naar de cel moet, dat ook mogelijk is. U zult daarvoor moeten zorgen, samen met de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen, want we hebben gevangeniscapaciteit nodig.
Vlaanderen heeft vandaag nog nooit zoveel alternatieve straffen, enkelbanden en werkstraffen begeleid en uitgevoerd. Door de overbevolking van de gevangenissen blijft het evenwel heel moeilijk om in de gevangenissen begeleiding te organiseren, wat ook cruciaal is. Dat toont nogmaals het belang van de gevangeniscapaciteit aan.
Het is een beetje gemakkelijk om de schuld af te wenden op de regio's, terwijl die al heel veel op zich nemen. Zij nemen niet alleen de enkelbanden en werkstraffen op zich, maar proberen ook nog waar mogelijk in de cel te begeleiden. Dat is in de huidige context niet eenvoudig, zoals u wel kunt begrijpen.
Daarom is die extra capaciteit zo belangrijk. Ik ben blij dat u zelf bevestigt dat er de vorige legislatuur geen enkel initiatief is genomen ter wille van extra capaciteit, de twee detentiehuizen terzijde gelaten. Dat is iets dat ik meermaals heb aangekaart en dat werd altijd ontkend, maar het blijkt effectief zo te zijn. De gevangenis die is geopend, is een uitvoering van een plan dat nog door de Zweedse regering in de steigers is gezet. Collega Geens zei altijd dat elke regering een dossier klaarmaakt voor de volgende, maar vandaag ligt er geen nieuw dossier klaar. Het masterplan heeft enorm veel achterstand opgelopen en nochtans is dat heel belangrijk, want de capaciteit is hard nodig. Het is niet sexy om te investeren in gevangenissen, maar onder de Zweedse regering is dat wel gebeurd.
Echter, als we de veiligheid willen blijven garanderen, dan is dat cruciaal. Als we onze rechtsstaat niet in gevaar willen brengen, dan is dat cruciaal. Als we de slachtoffers ernstig willen nemen, dan is dat cruciaal. Als we onze rechters en ook de gedetineerden willen helpen, dan moeten we dat doen. Pas met voldoende capaciteit kan er ook binnen de celmuren worden ingezet op reclassering en begeleiding, zoals dat zou moeten zijn.
Er wacht u een heel grote uitdaging, mevrouw de minister. Ik hoop dat u die met open vizier tegemoet treedt en het aspect capaciteit, hoe moeilijk ook, niet uit het oog verliest.
U hebt niet geantwoord op mijn vraag over de Europese veroordeelden. Dat zijn er heel wat. Ik denk dat we gemakkelijk aan 1.000 personen komen, als er al bijna 500 Nederlanders in onze cellen zitten. Misschien kunt u bekijken of die hun straf niet in eigen land kunnen uitzitten? De uitstroom moet niet altijd gebeuren door bepaalde straffen niet meer uit te voeren of ze om te zetten, het kan ook door Europese gedetineerden hun straf te laten uitzitten in hun thuisland binnen Europa. U hebt daarvoor geen terugnameakkoorden nodig. Bekijk ook die piste, zodat we voor iedereen die hierbij betrokken is, ook voor de mensen die binnen het gevangeniswezen werken, iets kunnen doen aan deze verschrikkelijke situatie.
Moties
Motions
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee, - overwegende dat er in 2006 een wet werd gestemd die de uitvoering van de korte straffen moest garanderen; - overwegende dat de inwerkingtreding van deze wet maar liefst twaalf keer werd uitgesteld; - overwegende dat er uiteindelijk werd beslist om de wet in voege te laten treden, weliswaar in twee fases, waarbij in een eerste fase de uitgesproken straffen tussen de twee en de drie jaar zouden worden uitgevoerd (vanaf 1 september 2022) en in een tweede fase de straffen van maximaal twee jaar (vanaf 1 september 2023); - overwegende dat iets meer dan een jaar na de invoering van die wet er een plan op tafel zou liggen dat ervoor zou zorgen dat er komaf wordt gemaakt met de wet houdende de uitvoering van de korte straffen, minstens dat de uitvoering ervan zou worden beperkt; - overwegende dat iedere beperking tot uitvoering van de wet waarvan sprake, een bijzonder slecht signaal is aan de maatschappij omdat niet alleen criminelen worden 'beloond' (minder of niet gestraft) voor de door hen gepleegde misdrijven, en bovendien (het gevoel van) straffeloosheid wordt versterkt; - overwegende dat de invoering van een eventuele beperking aan de wet die de uitvoering van de korte straffen regelt bijzonder nefast is voor de slachtoffers van een misdrijf en de slachtoffers hierdoor in de kou blijven staan, hetgeen diametraal staat op het regeerakkoord, waarbij immers bezwaarlijk kan worden aangenomen dat de 'centrale rol voor alle slachtoffers' waarvan sprake, in die zin zoals voormeld dient geïnterpreteerd te worden; - overwegende dat elke straf dan ook dient te worden uitgevoerd; vraagt de regering - per kerende af te zien van de invoering van de regelgeving die de uitvoering van de korte straffen in het gedrang brengt of zou kunnen brengen. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord, - considérant qu'une loi visant à garantir l'exécution des courtes peines a été votée en 2006; - considérant que l'entrée en vigueur de cette loi a été reportée pas moins de douze fois; - considérant qu'il a finalement été décidé de faire entrer en vigueur la loi, mais ce en deux phases: dans une première phase, les peines prononcées comprises entre deux et trois ans seraient exécutées (à partir du 1er septembre 2022), et dans une deuxième phase, celles de maximum deux ans (à partir du 1er septembre 2023); - considérant qu'un peu plus d'un an après l'entrée en vigueur de cette loi, il serait envisagé d'abroger la loi sur l'exécution des courtes peines, ou au moins de limiter sa mise en œuvre; - considérant que toute limitation de la mise en œuvre de la loi en question constitue un très mauvais signal à l'égard de la société, dès lors qu'elle a non seulement pour effet de "récompenser" les criminels (par un allègement ou une levée de la peine) pour les délits qu'ils ont commis, mais également de renforcer l'impunité (ou le sentiment d'impunité); - considérant que l'instauration d'une éventuelle restriction à cette loi réglant l'exécution des courtes peines serait particulièrement néfaste pour les victimes d'un délit, qui se verraient ainsi laissées pour compte, ce qui irait diamétralement à l'encontre de l'accord de gouvernement, sachant qu'il est difficilement imaginable que le "rôle central" qu'il prévoit d'accorder à "toutes les victimes" doive être interprété en ce sens; - considérant que toute peine doit dès lors être exécutée; demande au gouvernement: - de renoncer à l'instauration d'une réglementation compromettant ou susceptible de compromettre l'exécution des courtes peines. " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Steven Matheï. Une motion pure et simple a été déposée par M. Steven Matheï . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
De voortdurende problemen in de gevangenis van Haren
De overbrenging van gedetineerden vanuit Haren naar het Justitiepaleis te Brussel
Gevangenisproblemen en gedetineerdenvervoer in Haren en Brussel
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Haren kampt met structurele administratieve chaos en personeelstekorten (44/71 administratieve krachten, slechts 2 operationele transportvoertuigen), wat leidt tot te late of foutieve overbrengingen van gedetineerden, lege zittingen en gerechtelijke achterstand—zelfs ten onrechte vrijlatingen (geen exacte cijfers, maar "uitzonderlijk" volgens de minister). Minister Verlinden bevestigt de problemen, wijst op lopende aanwervingen en efficiëntere logistiek (o.a. DAB-kantoren in Haren), maar magistraten en advocaten blijven kritisch over onvoldoende verbeteringen, ondanks herstructureringen sinds juni 2024. Het gebruik van rechtszalen in Haren (bestaand maar onbenut door terughoudendheid) en een mogelijke herbestemming van Sint-Gillis voor arrestanten blijven onopgeloste knelpunten, met een oproep tot dringend overleg met vakbonden.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Uit berichten blijkt dat er administratief in de gevangenis van Haren een aantal zaken fundamenteel mislopen. Gedetineerden die niet of te laat worden overgebracht naar het Brusselse justitiepaleis, met als gevolg tijdverlies, lege hoorzittingen en stijgende gerechtelijke achterstand, gedetineerden die verwisseld worden, aangehoudenen die maanden aan een stuk geen rechter te zien krijgen en zelfs gedetineerden die ten onrechte worden vrijgelaten, het zijn maar enkele voorbeelden.
Al sinds de opening is er kritiek. Volgens de Toezichtraad zijn personeelsleden niet voldoende opgeleid en is de opening er overhaast gekomen.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende deze problemen?
Klopt het dat op de administratieve dienst van deze gevangenis er maar 44 man als administratieve kracht werken, wat een tekort is van 27? Wat is hiervan de oorzaak?
Welke initiatieven zullen er op korte termijn worden genomen om dit tekort weg te werken?
Door dit gebrek aan personeel worden er administratieve fouten gemaakt. Vrijwel iedere advocaat aan de Brusselse Balie heeft cliënten die zijn vrijgelaten door een administratieve fout, zo melden strafpleiters. Kan de minister mij mededelen hoeveel gedetineerden er sinds de opening ten onrechte zijn vrijgelaten omwille van administratieve fouten? Graag een overzicht op jaarbasis.
Ook zijn er blijkbaar dossiers verdwenen van gedetineerden zodat de betrokken advocaten niet te weten komen hoe lang hun cliënten nog moeten zitten. Over hoeveel dossiers gaat dit?
De voorzitter van de commissie Strafrecht van de Franstalige balie pleit ervoor om de gevangenis van Sint-Gillis die momenteel gebruikt wordt voor kortgestraften, te gebruiken als arresthuis voor mensen die nog niet veroordeeld zijn. Dit betekent een grote tijdswinst, want zij moeten het vaakst worden overgebracht. Wat is hier het standpunt van de minister? Is de minister bereid hier een initiatief te nemen?
Ondanks de open brief, geschreven zes maanden geleden door magistraten, griffiers en advocaten van de Franstalige balie te Brussel waarin de problemen aan de kaak werden gesteld, is er weinig of niets veranderd op het terrein. Kan de minister mij een overzicht geven van de initiatieven die sinds deze open brief werden genomen? Graag een gedetailleerde toelichting.
Sophie De Wit:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Op 11 februari verschenen in het weekblad Humo allerlei schrijnende anekdotes over dagelijkse chaos in het justitiepaleis, die het gevolg is van het feit dat men er blijkbaar vanuit de gevangenis te Haren niet in slaagt om dagelijks zowat 80 gedetineerden correct en tijdig te verzamelen en over te brengen naar het Brusselse justitiepaleis. Ofwel dagen de gedetineerden niet of pas laattijdig op, ofwel worden de foute gedetineerden overgebracht naar het justitiepaleis. In het artikel wordt gesteld dat vrijwel elke advocaat aan de Brusselse balie cliënten heeft die zijn vrijgelaten omwille van een administratieve fout.
De directeur van de gevangenis van Haren erkent de problemen bij de overbrenging. Hij stelt dat het, met de middelen die hij ter beschikking heeft, mathematisch onmogelijk is om 80 gedetineerden tegen 9 uur in het justitiepaleis te krijgen. Zo telt de administratieve dienst van de gevangenis, die instaat voor het verzamelen van de gedetineerden die naar de rechtszaal moeten, maar 4 van de 25 personeelsleden. Er zouden volgens het artikel ook maar 2 groene bestelwagens beschikbaar zijn voor gevangenentransport, waardoor er constant heen en weer moet worden gereden.
Ik had u graag de volgende vragen gesteld.
1. Kan u de problemen bij de overbrenging van gedetineerden vanuit Haren, en de impact daarvan op de rechtspraak in het justitiepaleis, bevestigen?
2. Waarom worden de zittingszalen, die in de gevangenis van Haren voorzien zijn, niet gebruikt? Werkt u hiervoor aan een oplossing?
3. Hoe komt het dat het personeelsbestand in de gevangenis, bijv. bij de administratieve dienst, niet ingevuld wordt? Is dit omwille van financiële redenen of is er een andere verklaring?
4. Zijn er effectief slechts 2 bestelwagens beschikbaar voor gevangenentransport?
5. Welke maatregelen zal u nemen om de organisatorische en veiligheidsproblemen in de gevangenis van Haren aan te pakken?
Annelies Verlinden:
Collega's, de overbrenging van gedetineerden naar het Justitiepaleis vanuit de gevangenis van Haren verloopt inderdaad moeizaam. Het parket van Brussel verwacht iedereen ofwel om 9.00 uur ofwel om 14.00 uur op het paleis. Praktisch blijkt het echter zeer moeilijk om 80 gedetineerden op het Poelaertplein te krijgen tegen 9.00 uur.
De Dienst beveiliging (DAB), die instaat voor de overbrengingen, kampt net als de gevangenis van Haren met personeelstekorten. Voor meer toelichting betreffende de problematiek kunt u zich richten tot de minister van Binnenlandse Zaken. Vanuit de directie van de gevangenis van Haren vernemen we dat er momenteel slechts twee vervoersmiddelen operationeel zijn om de gevangenen te vervoeren.
De gevangenis van Haren beschikt inderdaad over vijf rechtszalen, die voldoen aan de normen. De magistraten stellen zich echter vrij terughoudend op tegenover zetelen in de gevangenis zelf. De rechtszalen bevinden zich net buiten de gevangenisperimeter. Sommige magistraten gaan op afroep naar de raadszaal waar ze hun zaak behandelen en keren vervolgens terug naar hun respectieve kantoren in het gerechtsgebouw. Hierbij preciseer ik graag dat de gevangenis van Haren naast de rechtszalen ook over de nodige ruimte beschikt waar griffiers, magistraten en advocaten kunnen werken in afwachting van de zitting. Uiteraard moet ook rekening worden gehouden met de rechten en de positie van slachtoffers en benadeelden en burgerlijke partijen voor het houden van zittingen in de nabijheid van de gevangenis.
Omwille van een voor alle betrokkenen haalbare en aanvaardbare werkwijze lijkt het mij in elk geval nuttig dat we in dialoog gaan, zodat de problematiek en de mogelijke oplossingen kunnen worden besproken. Dat is overigens ook in lijn met het regeerakkoord, waarin is ingeschreven dat zittingen voor de raadkamer en de KI, die vaak slechts enkele minuten duren, in de praktijk maximaal moeten plaatsvinden in faciliteiten bij de detentieplaatsen en/of via videoconferentie.
De regering uit in het regeerakkoord ook de ambitie om gedetineerden zo min mogelijk te verplaatsen. Uitzonderingen hierop dienen te worden gemotiveerd en de ingeroepen omstandigheden moeten verband houden met de rechten van verdediging of het ontbreken van gepaste infrastructuur.
Voorts zal de DAB op korte termijn over kantoren, een eigen vestiaireruimte en eigen parkeerplaatsen beschikken in de gevangenis van Haren. Dat betekent concreet dat de DAB-agenten die belast zijn met de overbrengingen, hun dienst niet langer zullen aanvangen op het Poelaertplein maar in de gevangenis. Dat zal zonder twijfel leiden tot efficiëntere overbrengingen naar het Justitiepaleis.
Met betrekking tot uw vraag inzake het personeelsbestand, de sollicitatiegesprekken voor bijkomend Nederlandstalig en Franstalig administratief personeel voor de gevangenis van Haren zijn lopende. Zodra de aanwervingsprocedure is afgesloten, doen we het nodige voor een snelle indiensttreding.
Het is in dat verband relevant dat de gevangenis van Sint-Gillis nog steeds operationeel is. Heel wat ervaren personeelsleden hebben ervoor gekozen om daar te blijven werken. Daarom moest men voor Haren op zoek gaan naar nieuwe medewerkers die doorgaans geen of te weinig ervaring hebben.
Mevrouw Dillen, sinds juni 2024 zijn er in Haren leidinggevenden aangesteld en werd de griffie heringericht en gereorganiseerd. Sindsdien valt er een verbetering vast te stellen in het dossierbeheer. Mijn administratie beschikt in elk geval niet over cijfers over vrijlatingen ten gevolge van administratieve fouten. Als er al fouten zijn gemaakt, zal het om hoogst uitzonderlijke gevallen gaan. Evenmin kan men bevestigen dat volledige dossiers zijn verdwenen. Hoewel het papieren dossier door de grootschalige verhuizing van gedetineerden en eventuele transfers van gedetineerden misschien niet altijd volledig op de griffie ter beschikking was, bleef het digitale dossier wel steeds voorhanden.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, opnieuw, ik vind dit bizar. Ik zei dat al in verband met twee vorige vragen: nadat de vakbonden hier een kwestie komen aankaarten, wint u daarover informatie in op het terrein – u kunt niet alles weten – en blijkt er niets aan de hand te zijn. Ik doe nogmaals een oproep om de problematiek grondig te bespreken met de vakbonden en na te gaan wat er al dan niet waar is. Als het wel waar is, moet het worden verholpen.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden. Niet alles is me even duidelijk, maar ik zal daarop in een volgend debat terugkomen.
De verhoging van de begroting voor Justitie
De herfinanciering van de justitie
Financiering en begrotingsaanpassingen van Justitie
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De 200 miljoen euro extra budget voor Justitie tegen 2029 wordt ingezet voor modernisering (digitalisering, personeel, gevangenissen), maar concrete cijfers over aanwervingen (magistraten, griffiers, bewakers) en vulgraden ontbreken nog—die volgen in de beleidsnota. Infrastructuurkosten (gevangenissen, gerechtsgebouwen) vallen onder de Régie des Bâtiments, waarvan het budget echter al met 250 miljoen is gekort, wat de uitvoering van plannen bedreigt. Minister Verlinden benadrukt samenwerking en transparantie met de rechtelijke macht, maar Aouasti uit zorgen over financiële haalbaarheid en eist gedetailleerde budgettaire toewijzing.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, l'accord de gouvernement prévoit une augmentation du budget du département de la Justice de 200 millions d'euros à l'horizon 2029. Cet accord contient aussi de très nombreux engagements. Le collègue Yzermans vient d'en parler à propos des maisons de détention. Pourriez-vous, dès lors, me donner les grandes lignes de l'affectation de ces 200 millions?
En particulier, j'aimerais avoir des objectifs chiffrés. Combien de magistrats au siège, de magistrats au parquet, de greffiers, d'agents pénitentiaires allez-vous recruter? Votre intention est-elle bien de remplir les cadres à 100 %?
Me confirmez-vous que les investissements en matière immobilière – les prisons, les palais de justice – relèveront bien du budget de la Justice ou d'un autre budget? Je voudrais connaître le détail de ces 200 millions pour pouvoir mettre une ligne budgétaire spécifique derrière chaque engagement pris dans le cadre de la déclaration de politique générale.
Annelies Verlinden:
Cher collègue, les défis de la Justice sont, en effet, nombreux, aussi bien sur le plan du personnel que des investissements dans les technologies de l'information et de la communication et les bâtiments. La note de politique générale relèvera les plans d'action que j'aimerais entamer pendant les années à venir. Il est clair que la Justice a besoin d'un budget conséquent afin de faire évoluer l'administration, les établissements pénitentiaires et l'ordre judiciaire vers des organisations modernes et prêtes pour l'avenir.
Je vous fais remarquer que le logement des services des administrations fédérales relève de la compétence et donc du budget de la Régie des Bâtiments. La rénovation des palais de justice et autres infrastructures immobilières fera l'objet d'un travail commun entre les représentants des autorités judiciaires, qui préciseront leurs besoins: la Régie des Bâtiments qui gère les moyens budgétaires du parc immobilier et les coûts de rénovation, et l'administration du SPF Justice, qui prendra en charge le suivi administratif de ces travaux.
En outre, j'attire votre attention sur le fait que l'accord de gouvernement fait indirectement référence au projet de loi "autonomie", qui a été élaboré par mon prédécesseur avec les représentants des trois piliers du pouvoir judiciaire. Comme l'indique l'accord de gouvernement, nous réexaminerons cette question. En effet, de tels changements majeurs ne peuvent réussir que s'ils sont réalisés ensemble, en toute transparence et confiance avec nos partenaires du système judiciaire. Je souhaite donc avoir une relation de confiance forte avec le pouvoir judiciaire.
Nous sommes aujourd'hui confrontés à plusieurs défis, comme le demandent de plus en plus de magistrats, la surpopulation des prisons, la digitalisation, etc., qui nécessitent tous un refinancement. Nous examinerons donc les priorités qui peuvent être fixées et la meilleure façon de répartir le refinancement selon les besoins.
Khalil Aouasti:
Merci, madame la ministre, pour votre réponse. Vous me renvoyez au débat en note de politique générale pour que je puisse obtenir des réponses à mes questions. En tout cas, il y a une question à laquelle vous répondez déjà, c'est que vous soustrayez, notamment, les bureaux liés à l'administration de la Justice et certains départements à la Régie des Bâtiments – où, dans les tableaux budgétaires que vous nous avez communiqués, vous supprimez 250 millions d'euros en linéaire – et qui sera vraisemblablement dans l'incapacité de réaliser les investissements que vous préconisez puisqu'elle est elle-même définancée d'un montant plus important que le montant de refinancement du département de la Justice à lui seul à l'horizon 2029. C'est donc extrêmement inquiétant.
Je vais donc attendre les débats en note de politique générale pour obtenir cette ventilation que j'appelle de mes vœux et pour avoir aussi la transparence la plus grande, puisque, comme vous l'avez dit, les enjeux sont importants et qu'il s'agit de faire la clarté sur les enjeux prioritaires.
En conclusion de ma réplique, je voudrais simplement vous remercier. La critique est facile, mais je tiens également à remercier Mme la ministre d'être restée jusqu'au bout des questions orales. Il était important de le dire. J'ai exprimé en commission tout à l'heure mon souhait de voir cet engagement respecté. Vous le faites, il faut pouvoir le souligner ici aussi. Merci madame la ministre.
Voorzitter:
La question n ° 56003108C de M. Ribaudo est transformée en question écrite. Sa question n ° 56003110C est, quant à elle, reportée.
De straffeloosheid ten aanzien van straatcriminelen en het gebrek aan informatie bij justitie
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Dedecker hekelt de structurele straffeloosheid bij jaarlijkse rellen in Brussel (36 gerechtelijke aanhoudingen op duizenden incidenten, geen strafcijfers bekend) en de falende justitiële actie, waaronder het 25 jaar ongebruikte snelrecht door bekentenisvereisten, ondanks herhaalde beloftes. Minister Van Tigchelt erkent het systeemfalen (prioriteit ordeherstel, zwak Brussels parket, politieke vertraging bij procureur-beneming) en wijst op extra middelen, maar bevestigt dat daders amper vervolgd worden door gebrek aan arrestaties en juridische haken. Dedecker stelt dwangheropvoeding (3 maanden isolatie in kazernes) voor als alternatief voor de ineffectieve strafrechtelijke aanpak, benadrukkend dat burgers en hulpdiensten de gevolgen dragen. Kern: justitie en politiek falen al 15+ jaar, terwijl geweld tegen autoriteiten onnemend blijft.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, telkens als tijdens silvesternacht de hoofdstad in brand staat, krijgen we drie scenario's.
In eerste instantie horen we de vergoelijkingslobby, die met heel wat jeukwoorden zegt dat het over kansarme jongeren gaat, alsof het om de chiro van Zillebeke gaat, terwijl het in feite – laat het me zo zeggen – over echt multicultureel schorriemorrie gaat met de mentaliteit van een hyena, die zelfs schiet op onze pompiers en onze ambulanciers.
Een tweede scenario is de politiek. Dat hebben we hier vorige week meegemaakt. De ministers struikelen over elkaar om te zeggen dat er 140 aanhoudingen plaatsvonden. Een week later blijken vier daarvan gerechtelijke aanhoudingen te zijn. Maar oké, we zijn terug vertrokken. Dat scenario speelt zich al vijftien jaar af.
Dat brengt me bij het derde scenario. Het derde scenario is de doofpotoperatie. Het ebt weg. Wat gebeurt er nu, wat is er deze week gebeurd? Iemand vraagt aan het Brusselse gerecht hoeveel gerechtelijke aanhoudingen er zijn gebeurd. Men weet dat het om 36 gerechtelijke aanhoudingen gaat op een heel jaar. Duizenden politie-interventies, duizenden pompiersinterventies, 36 gerechtelijke aanhoudingen. Als vervolgens gevraagd wordt hoeveel van die aangehouden mensen gestraft zijn, krijgt men geen antwoord. De procureur des Konings, nog maar pas in functie, moet daarvoor eerst zijn toestemming geven. Nog een argument is dat het te arbeidsintensief is om dat op te zoeken. In derde instantie durft men dan nog te zeggen dat het laakbaar is om die vraag te stellen. Waarmee zijn we bezig?
Mijnheer de minister, mijn eerste vraag is dan ook hoeveel mensen gestraft zijn. Mijn tweede vraag gaat over snelrecht, waarover mevrouw Van Vaerenbergh u al een vraag stelde in de commissie voor Justitie. Het snelrecht is in de Kamer goedgekeurd in maart 2000. Ik zat hier toen als jonge vent. Nu, 25 jaar later, zegt u dat het snelrecht niet gebruikt kan worden omdat betrokkenen eerst moeten bekennen. Waarmee zijn we bezig?
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de voorzitter, collega, ik begrijp uw frustratie. Helaas of gelukkig maar – het is maar hoe men het bekijkt – ben ik niet de woordvoerder van het parket van Brussel. Vorige week ging het er ook over, ik moet het niet herhalen. Schieten met vuurwerk en bazooka's naar de politie, brandweer en hulpdiensten: van welke lobby men ook is, dat is onaanvaardbaar. We zijn het er hier allemaal over eens dat die daders moeten worden gestraft. Het zou er nog aan moeten mankeren. Er werd daaromtrent door velen hard geroepen. De vraag is evenwel, hoe we dat waar gaan maken.
Ik wil het vanop een afstand bekijken. Op het ogenblik van de feiten concentreerde de politie zich vooral op het herstel van de openbare orde. Dat was de absolute prioriteit. Er zijn weinig gerechtelijke arrestaties gebeurd. Die zijn nochtans nodig om daders te vervolgen. De politie is nu bezig met het identificeren van daders.
U verwijst naar dat snelrecht met aanhouding. Het is juist dat er dan een bekentenis moet zijn. Dat is er gekomen om tegemoet te komen aan de kritiek van het Arbitragehof. Ik zie dat bij Arizona een nieuw voorstel op tafel ligt. We kunnen daarin verder gaan. We zullen zien hoe het Grondwettelijk Hof daarover uiteindelijk oordeelt.
Alleszins, we hebben Justitie meer middelen gegeven. Maar – dat wil ik hier ook gezegd hebben en dat mag gezegd zijn – het Brusselse parket is een zorgenkind, is lang een zorgenkind geweest, mijnheer Dedecker. En ik zeg dat niet om mijn paraplu op te steken, ik probeer feiten te geven. We weten dat in 2014 de regeling voor de aanduiding van die procureur werd vernietigd.
Sindsdien werd er politiek getalmd. Er was een communautaire impasse. We hebben die kunnen doorbreken en het resultaat is dat na vier jaar een procureur ad interim, tegen zijn of haar goesting, er een nieuwe procureur is en het is geen Chinese vrijwilliger. Het is iemand die moet zorgen voor een heldere communicatie, voor eenheid van commando. Wij hebben dat kader ook opgevuld. (…)
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, ik was parlementslid toen het in maart 2000 werd goedgekeurd. Het werd vernietigd door het Grondwettelijk Hof, of beter, het Grondwettelijk Hof zei dat er voorwaarden bij moesten komen, onder andere de bekentenis. Dat was in 2002. Het is nu 2025. Hoeveel ministers van Justitie zijn er de revue gepasseerd? Er is daarmee niets gebeurd. Het was elke keer hetzelfde riedeltje, namelijk dat ze gestraft zullen worden. Er wordt niet gestraft. Men durft zelfs zeggen dat er niet gestraft wordt. Vermits er niet gestraft wordt, stel ik volgende oplossing voor. We gaan die mensen heropvoeden. Er moet een heropvoedingstraject komen, waarbij ze drie maanden uit de maatschappij worden gehaald. Er zijn genoeg kazernes die leegstaan. Dan kunnen ze leren wat gezag is, wat hiërarchie is, wat drie maanden zonder drugs is, wat geweld is. Mevrouw Lalieux, u bent van Brussel, ik kan nog een beetje uitweiden over Samusocial en dergelijke. Wij zijn het beu. En de bevolking is het beu!
De digitaliseringsprojecten bij Justitie
De digitale transformatie van Justitie
Het verslag van het Rekenhof over de digitalisering van Justitie en de conclusies over JustSign
Het verslag van het Rekenhof over de digitalisering van Justitie en de conclusies over de actoren
Het rapport van het Rekenhof met betrekking tot de digitalisering van Justitie
Het niet zo volgens regel en orde verlopende digitaliseringsproces bij de justitie
De digitaliseringsprojecten bij Justitie
De digitaliseringsprojecten bij Justitie
De digitalisering van Justitie
Evaluatie en uitdagingen van digitalisering binnen Justitie
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 15 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De digitalisering van Justitie is een langdurig falend proces met opeenstapeling van mislukte projecten (Phenix, Cheops, JustSign, JustJudgment), budgetoverschrijdingen (140+ miljoen euro, waarvan 350 miljoen onverantwoord besteed volgens het Rekenhof), gebrek aan strategie, controle en transparantie, en risico’s op fraude door slecht beheer van consultants (o.a. Quest For People) en outsourcing zonder toezicht. Het Rekenhof oordeelt vernietigend: geen coherente planning, wanbeheer, belangenconflicten, en niet-naleving van aanbestedingsregels, terwijl de minister (Van Tigchelt) gedeeltelijk weerlegt maar toegeeft dat de aanpak te gefragmenteerd en overhaast was, met 8 van 28 projecten mislukt of vertraagd. Concrete acties (zoals herziening JustSign na bpost-schandaal, terugdringen kabinetsrol, en strengere controle) komen te laat en zijn onvoldoende, terwijl parlementariërs (o.a. Freilich, Van Vaerenbergh) eisen dat voormalig minister Van Quickenborne (verantwoordelijk voor de startfase) en betrokken ambtenaren verantwoording afleggen in een diepgaand onderzoek, met focus op verdwenen geld, illegale praktijken en structurele hervormingen.
Voorzitter:
Collega Dillen is afwezig.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de digitalisering van Justitie is altijd al een moeilijk verhaal geweest. Al in 2020 is men ermee van start gegaan. Verschillende opeenvolgende projecten zijn allemaal mislukkingen. We hebben Phenix gekend, waaromtrent de rechtszaak nog maar recent beëindigd is. Ook Cheops is zo'n project.
Bij aanvang van de vorige legislatuur kondigde uw voorganger aan dat hij alle problemen bij Justitie zou oplossen. De strafuitvoering zou van een leien dakje lopen, maar ook de informatisering zou volledig worden doorgevoerd. Daarvoor werden zeer grote budgetten vrijgemaakt, zowel vanuit de federale overheid als op Europees niveau, in totaal 140 miljoen euro.
Nu blijkt opnieuw dat het omschakelingsproces wordt gekenmerkt door een opeenstapeling van mislukkingen. Deadlines worden keer op keer niet gehaald, de kostprijs wordt telkens overschreden en de werkprocessen zijn nog altijd niet geharmoniseerd. Het gaat bovendien om een wirwar aan projecten, waarover ik u vorige week nog een vraag stelde, meer bepaald over het project MaCH. Er is nog geen opvolger voor dat project, maar de naam ervan is wel al veranderd. Ook stelde ik een vraag over de databank van vonnissen en arresten, waarvan de oplevering uitgesteld is tot in 2025. De vele opgestarte projecten leveren niet de gewenste resultaten op.
We konden dat al vaststellen aan de hand van de antwoorden op onze vragen, maar vorige vrijdag heeft ook het Rekenhof een rapport gepubliceerd over de digitalisering. Het Rekenhof concludeert eveneens dat heel het digitaliseringsproces een flop is. Het Rekenhof stelt het volgende vast. Het ontbreekt aan een enkele en coherente strategie. Er zijn geen ofwel is er een veelheid aan prioriteiten. De samenwerking tussen de verschillende actoren kenmerkt zich door een gebrek aan vertrouwen en zelfs concurrentie tussen de diensten. De budgettaire beheersing van de verschillende digitaliseringsprojecten is ontoereikend. Niets garandeert dat de budgetten goed gebruikt zijn en niets garandeert dat de projecten voortgezet kunnen worden of dat de projecten duurzaam zijn. Voor te veel projecten is er outsourcing zonder een plan. Er is te veel outsourcing, zonder een plan te hebben, en er is onvoldoende controle op de risico’s, zoals de risico’s van fraude. Er zijn heel wat vaststellingen die aantonen dat het digitaliseringsproces niet op de rails staat.
Mijnheer de minister, ik heb aan uw reactie op het rapport gezien dat u het met een aantal vaststellingen eens bent en met andere niet. Welke concrete stappen denkt u als ontslagnemend minister te moeten zetten? Ik vermoed dat u die hele informatisering niet terug op de rails kunt zetten, maar u kunt wel bij de zes aanbevelingen zeggen wat er volgens u dient te gebeuren.
Er wordt gezegd dat er geen allesomvattend plan is, maar kunt u alle digitaliseringsprojecten oplijsten en per project zeggen welke de uitgetrokken budgetten zijn, wat het vooropgestelde doel was qua efficiëntiewinst voor de werking, maar ook de budgettaire winst, want die is ook deels de reden waarom er geïnformatiseerd moet worden.
Michael Freilich:
Mijnheer de minister, ik heb een brief, gericht aan u en aan uw collega, de voorzitter van de FOD Justitie, daterend van 6 december 2023 en ondertekend door niet de minsten. U hebt wellicht de brief van Bob Goossens, Jimmy De Laet, Marc Vermeulen, Marc Duforez en Alina Van de Moortel gezien. Het zijn allemaal belangrijke personen uit de hoogste regionen van Justitie, die u destijds, eind 2023, al wezen op tal van problemen en vragen rond de digitalisering van Justitie.
Men vroeg zich af hoe het kon dat de voormalige minister Vincent Van Quickenborne – u was toen ook actief op zijn kabinet – documenten ondertekende zonder offerte en grote bedragen doorstuurde. Men vroeg zich af waarom het maar bleef duren, waarom er geen strategie was. Men heeft mij verteld dat er op die vragen nooit een antwoord is gekomen, wat bijzonder jammer is. Als dat inderdaad het geval is, dan kunt u zich vandaag immers verstoppen achter allerlei excuses en zeggen dat u heel wat werk hebt verzet, maar dat u er nog niet bent en dat er nog wat fouten zijn.
Dat lijkt mij allemaal veel te weinig en veel te laat. Het is pas wanneer het Rekenhof met zijn definitief rapport komt dat u erkent dat er een probleem is. Ik heb u eind 2024 vragen gesteld en u antwoordde mij toen niet te weten over welk rapport het ging, dat er nog geen rapport was, dat u nog geen definitief rapport had gezien en dat we moesten afwachten wat dat rapport zou geven. We moeten echter niet wachten tot dat rapport af is, want als uw eigen mensen u schrijven dat het langs alle kanten fout loopt, dan moet u toch actie ondernemen?
Wat mij bijzonder verontrust, is dat het Rekenhof vernietigend is voor de strategie van Justitie, maar dat u dat op heel veel punten tegenspreekt. U zegt het niet volledig eens te zijn met de zienswijze van het Rekenhof en dat er geen concurrentie is tussen de diensten. Het Rekenhof weerlegt dat en zegt dat u dat wel kunt zeggen, maar dat het toch van mening blijft dat er hier een probleem is.
U zegt bijvoorbeeld dat het Rekenhof problemen heeft met het feit dat Justitie heel veel met consultancy werkt. Men kan echter heel weinig doen als men onvoldoende juiste profielen vindt, dus moet men wel met consultancy werken. Dat is een heel handige manier om het debat volledig naar uw hand te zetten, maar het gaat niet over het werken met consultants. Wat het Rekenhof aankaart, is dat als men werkt met consultants, men daarvoor een strategie moet hebben, dat men moet weten hoe men die mensen betaalt en dat men dat moet bijhouden, zodat er geen dubbele betalingen gebeuren.
Als ik in dat rapport lees dat er helemaal geen antifraudemechanisme op poten werd gezet, dan is dat toch vragen om problemen. Als iedereen zomaar zijn facturen kan indienen, als er geen timesheets gevraagd worden, als men ook managementposities invult met consultants, als een consultant de facturen van een andere consultant moet goedkeuren, waar zijn we dan toch mee bezig? Dat probleem is niet nieuw, maar al vele jaren gekend.
U hebt in mei 2024 in Terzake verklaard dat het project JustSign bijna klaar was. Het zou nog bij het Hof van Cassatie worden getest en dan worden uitgerold. De realiteit heeft u vandaag ingehaald, want JustSign is er niet gekomen. U kunt dat wijten aan het feit dat er geen licenties zijn vernieuwd, maar dat is allemaal blabla. Uiteraard zijn er geen licenties vernieuwd, want dat programma werkt gewoon niet. Het is een power app die niet voldoende sterk is om op zo'n grote schaal te worden uitgerold.
Wat is de totale kostprijs van JustSign? Iedereen spreekt over 4 miljoen euro, maar het is veel meer. Het bedrag van 4 miljoen euro was de initiële prijs van bpost om daarmee te starten. Nadien is er evenwel veel consulting geweest.
Mijnheer de voorzitter, ik heb twee vragen. Krijg ik ook dubbele spreektijd?
Voorzitter:
U hebt die gekregen.
Michael Freilich:
Dan verwijs ik naar mijn ingediende vraag. Ik hoop daarop een antwoord te krijgen.
Geachte mijnheer de minister, het finaal rapport van het Rekenhof omtrent de digitalisering van Justitie is eindelijk verschenen. Het bevestigt nagenoeg op alle vlakken de elementen die ik naar voor bracht via mijn strafklacht van mei 2024.
In een reactie aan het Rekenhof ontkende u echter een aantal kritieken. Ik veronderstel dat dat een reactie was op het voorlopig rapport van het Rekenhof. Het Rekenhof lijkt echter stevig vast te houden aan haar vaststellingen, conclusies en aanbevelingen.
Er worden heel wat actoren vernoemd in het rapport. Ik heb wat vragen omtrent de actoren in een rond de crossborder-dienst:
1. a). Uw voorganger zou aan de pers hebben meegedeeld dat het plaatsen van zijn handtekening onder een document van bpost dat uitdrukkelijk niet als offerte was bedoeld maar wél zo werd aangewend, gebeurde op advies van zijn en uw voormalige kabinetschef, die meldde dat alles juridisch in orde was. Klopt dat?
b). Daarnaast heeft het rapport ook duidelijk vastgesteld dat de beleidscel van uw kabinet (en dat van uw voorganger) een buitensporige operationele rol opnam bij de keuze en aansturing van digitaliseringsprojecten. De voormalige kabinetschef waarvan zojuist sprake is intussen directrice-generaal voor de penitentiaire inrichtingen en voorzitster a.i. voor de FOD Justitie. Vindt u in eer en geweten dat zij haar functies ten volle kan blijven uitoefenen? Waarom (niet)?
2. De voormalige raadgever die ook de leiding over de Crossborder-dienst had, zou intussen opnieuw werkzaam zijn op het technisch en administratief secretariaat Justitie dat uw beleid en beheer moet ondersteunen. Klopt dat? Vindt u in eer en geweten dat hij zijn functies ten volle kan blijven uitoefenen?
3. Een van de consultancybedrijven bij crossborder waar ernstige vraagtekens bij geplaatst kunnen worden omtrent facturatie van niet-geleverde diensten, is de BV Quest For People. Werkt dit consultancybedrijf momenteel nog mee aan digitaliseringsprojecten van Justitie? Waarom (niet)? Kan u mij oplijsten voor welke totaalbedragen de BV Quest For People de afgelopen 5 kalenderjaren heeft gefactureerd?
4. Heeft u weet van represailles ten opzichte van bepaalde externe consultants? Zijn bepaalde samenwerkingen stopgezet, en om welke reden?
Dank voor uw antwoorden alvast.
Alain Yzermans:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ga niet te fel ingaan op het debat. De feiten zijn gekend. Er is ook informatie via de media verspreid.
Kan er, naar analogie van de wijze waarop de digitalisering in Vlaanderen gebeurt, niet beter gewerkt worden met standaarden waarbij de verschillende gebieden in de apps van Justitie – want dat zijn er momenteel vele – gemakkelijker met elkaar kunnen worden gelinkt, waardoor er een veel betere doorstroming komt? Zo komt er een algemeen plan met betrekking tot de wijze waarop die digitalisering intern gebeurt. Tevens kan er zo verbinding worden gemaakt met de andere departementen. Dat is in Vlaanderen mogelijk. Kan er niet beter worden gewerkt volgens de standaarden die daar worden gebruikt?
Wordt er in het algemeen voldoende bekeken welke oplossingen er al bestaan vooraleer er aan nieuwe ontwikkelingen gedacht wordt? De insteek is belangrijk om tot een resultaat te komen. Wat is de basisstrategie om tot oplossingen te komen? Dat is beter dan te neigen naar een heel gedifferentieerde appcultuur binnen Justitie.
Waarom moet Justitie een eigen handtekeningplatform ontwikkelen als er veilige en gebruiksvriendelijke systemen op de markt zijn, zoals eSignFlow? Dat systeem is zeer goed, compatibel en coherent.
Wordt dit rapport geëvalueerd? Hoe moeten betere mechanismen voor budgetbewaking en risicobeheer worden geïmplementeerd om het risico op fraude te minimaliseren? Welk format, welke blauwdruk zal daarvoor gebruikt worden? Hoe worden wettelijke aanbestedingsprocedures nageleefd en hoe kan dat strikter in de toekomst?
Dieter Keuten:
De digitaliseringsprojecten binnen Justitie waren in de vorige legislatuur een van de paradepaardjes van uw voorganger, uw toenmalige baas en huidige partijgenoot Vincent Van Quickenborne. In zijn beleidsnota stond: “We maken Justitie sneller. In een tijdperk waar mensen met enkele computerklikken hun hele leven kunnen organiseren, mag Justitie niet achterblijven. We moeten sneller, moderner en digitaal worden. Justitie zal digitaal zijn of zal niet zijn.” Van vele door de heer Van Quickenborne aangekondigde projecten is weinig is huis gekomen, denk maar aan de bouw van de detentie- en transitiehuizen. Ook de digitaliseringsprojecten binnen Justitie blijken helemaal niet te lopen zoals het hoort.
De audit van het Rekenhof is ronduit vernietigend. Ik ben blij dat dit woord hier al gevallen is en we kunnen blijven herhalen dat het een vernietigend rapport is. Niet alleen de uitvoering, maar ook de algemene strategie van de digitaliseringsprojecten is ondermaats. Er is sprake van wanbeleid en zelfs risico op fraude. Fraude binnen Justitie: goed bezig! Budgettaire en administratieve regels worden niet nageleefd.
Ik citeer het rapport van het Rekenhof: “Er is geen garantie dat de kredieten" – het zou gaan over een 350 miljoen euro – "correct werden besteed. Ook financiering uit het Europees plan voor herstel en veerkracht is gebruikt voor andere projecten die niet voor deze financiering in aanmerking kwamen. Er is geen zekerheid dat de nodige begrotingsmiddelen beschikbaar zijn om de huidige en geplande projecten te finaliseren en te ondersteunen.”
Het kabinet van de minister van Justitie is volgens het Rekenhof te voortvarend geweest en heeft verschillende regels van goed bestuur overboord gegooid. Er zijn ontzettend veel consultants ingehuurd, in sommige gevallen zonder aanbestedingsprocedure. Hun prestaties worden onvoldoende gecontroleerd en er is geen aandacht voor belangenconflicten. In sommige gevallen zouden de contracten zelfs in orde gebracht zijn na de uitvoering van de opdracht. Concluderend stelt het rapport van het Rekenhof dat alle actoren achter de digitalisering van Justitie onvoldoende rekening houden met het risico op fraude.
Mijnheer de minister, u bezorgde aan het Rekenhof alvast enkele antwoorden na het lezen van het ontwerp van dit rapport. Heel wat van die antwoorden zijn grotendeels weerlegd door het Rekenhof. Hoe reageert u daarop?
Welke corrigerende maatregelen werden er al genomen binnen de verschillende digitaliseringsprojecten om het risico op fraude onmiddellijk te verminderen?
Wanneer mogen we de resultaten verwachten van een diepgaand intern onderzoek binnen Justitie naar al deze wanpraktijken? Welke aanbevelingen – van een collega heb ik net gehoord dat het er zes zijn – zult u bevelen om op te volgen?
Een laatste vraag over het paradepaardje van dit rapport, JustSign – of JustNiks, heb ik ook al gehoord. Waarom werd er afgeweken van de oorspronkelijke beslissing om eSign te ontwikkelen voor het digitaal betekenen? Waarom werd er niet verdergegaan met eSign ontwikkeld door de FOD BOSA? Waarom werd er gekozen voor een gelijktijdige ontwikkeling van JustSign, samen met bpost?
Steven Matheï:
De digitalisering van Justitie is heel belangrijk en noodzakelijk. Daarover zijn we het allemaal eens. Er was en is heel veel ambitie en heel wat budget voor.
Vandaag spelen verschillende zaken. Zo is er het rapport van het Rekenhof waarin het Rekenhof allerlei bevindingen met ons deelt. Het stelt onder meer dat er een gebrek is aan beheersinstrumenten, wat erop wijst dat de FOD Justitie de grondbeginselen van goed administratief beheer nog niet volledig beheerst, maar ook dat het niet zeker is of de gevolgde trajecten duurzaam zijn of dat de opgestarte projecten op termijn iets zullen opleveren. Dat verontrust ons, want die projecten betekenen op het terrein heel veel.
Ik kies er één project uit, JustAct, de digitale neerlegging van onder andere wijzigingsaktes, gelanceerd in 2013 als e-griffie voor de digitale oprichting van onder andere vzw’s. Er is altijd aangekondigd dat ook de andere aktes zouden volgen, maar de deadlines werden telkens verschoven. Vandaag is dat project nog steeds niet gerealiseerd en werken we nog steeds met papieren documenten die naar een griffie worden gestuurd, waar ze op stapels terechtkomen, handmatig worden verwerkt en uiteindelijk in een papieren dossier in een kelder belanden. Dat is ook het resultaat van het feit dat de digitalisering niet naar behoren evolueert.
Hoe komt het dat die deadlines telkens werden verschoven?
Hoe werden risico’s met betrekking tot het inschakelen van consultants gedetecteerd?
Ik sluit me ten slotte ook aan bij de vraag van collega Van Vaerenbergh om een overzicht te krijgen van elk project, met telkens in detail de timing, de inhoud en het budget.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, loin de moi l'intention de remettre en cause l'objectif qui est celui de numériser la justice, laquelle en a bien besoin. Nous entendions encore hier les syndicats au sujet de la surpopulation carcérale, qui se plaignaient de ne pas disposer de certaines informations, à cause d'une numérisation insuffisante à ce jour. Pour autant, la fin justifie-t-elle les moyens? C'est peut-être la question qu'il faut se poser, même quand il y a des fonds européens à la clef, comme c'est le cas. Nous pouvons d'ailleurs entendre l'urgence, si nous voulons pouvoir conserver ces fonds: les deadlines valent pour tout le monde.
Mes quelques questions vont peut-être nous aider à préparer l'audition par notre commission, prévue la semaine prochaine, de la Cour des comptes. Monsieur le ministre, le rapport de la Cour des comptes est – je ne vois pas d'autre mot – assassin. Je lis en effet: "mainmise externe des consultants sur le processus, absence de contrôle efficace, stratégie peu ou pas maîtrisée, perte de contrôle de la direction, risques de fraude, non-respect des principes budgétaires, conflits d'intérêts, violation des règles des marchés publics, coût budgétaire exorbitant". J'ai souvent lu des rapports de la Cour des comptes, car cela fait partie de la vie d'un parlementaire, mais en voyant tout cela, il y a de quoi se poser des questions.
Monsieur le ministre, quand avez-vous été mis au courant de ce dérapage? Comment y avez-vous réagi? Et quelles mesures avez-vous prises, vous et votre prédécesseur, puisque vous n'étiez pas initialement à la manœuvre?
Qui, au sein du SPF Justice, était chargé du pilotage? Des rapports circonstanciés ont-ils été adressés? Si oui, quand et selon quelle fréquence? Sur les 234 "agents" de Crossborder, seuls six sont statutaires. Cela voudrait dire que 228 émanent du privé. Quelles étaient la mission et les responsabilités des six statutaires? Comment les ont-ils assumées et en ont-ils eu les moyens? Enfin, quelle est l'importance des budgets investis à ce jour?
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, ik dank u voor de vragen over het rapport van het Rekenhof, dat omstandig en gedetailleerd is. Als minister van Justitie moet ik zeer nederig het Rekenhof erkentelijk en dankbaar zijn voor dat rapport. Het bevat alleszins guidelines voor de minister van Justitie voor de verdere digitalisering. Ik wil gezegd hebben – want ik mag het zeggen – dat ik hoop dat er zo snel mogelijk een minister van Justitie met volheid van bevoegdheid is en geen ontslagnemende minister met maar weinig mogelijkheden tot initiatief en met maar weinig democratische legitimiteit. Het gaat niet over mezelf, maar over Justitie en het goed functioneren ervan. Ik vind het goed dat we er hier over kunnen debatteren, want de harde woorden worden niet geschuwd.
Comme vous l'avez dit, monsieur le président, le rapport est assassin.
Het gaat inderdaad ook over het functioneren van een kabinet, van mijn kabinet, van het kabinet van mijn voorganger. U hebt recht op antwoorden, maar ikzelf als minister, mijn kabinet en mijn diensten hebben ook recht op een reactie.
Ik probeer het kort te houden, mijnheer de voorzitter. Ik wil eerst de context schetsen. Dan wil ik de digitaliseringsprojecten toelichten, de gelukte zowel als de mislukte. Ik zal dat niet in detail doen, want dat zou ons te ver leiden. Ik heb alleszins de vragen gehoord van mevrouw Van Vaerenbergh en de heer Matheï om een gedetailleerd overzicht te krijgen. Ik stel voor dat ik dat laat opmaken en aan u bezorg, mijnheer de voorzitter. Het gaat om 28 projecten. Het zou ons te ver leiden om die uitgebreid te overlopen. Ik denk niet dat dat de bedoeling kan zijn, maar nogmaals, u hebt recht op die informatie. Vervolgens zal ik ingaan op de vragen over JustSign en daarna op de vragen over wat we nu zullen doen. Dat was ook uw vraag, mijnheer de voorzitter: "Wat doet u nu met dat rapport van het Rekenhof en hoe gaat u daarmee om?" Er zitten inderdaad een aantal aanbevelingen in. Dat is een beetje de structuur van mijn antwoord.
Ik trap inderdaad een open deur in wanneer ik beaam dat de digitalisering van Justitie doorheen de jaren een bijzonder moeilijk proces was. Ze begon formeel in de vroege jaren 2000, meer dan 20 jaar geleden, toen ik als parketjurist bij het parket van Antwerpen werkte. Toen werd de noodzaak tot modernisering en digitalisering onontkoombaar. Zoals mevrouw Van Vaerenbergh heeft vermeld, zijn projecten zoals Mammoet, Phenix, Cheops, allemaal mastodontprojecten, een voor een mislukt. Dat is een triestige vaststelling voor de minister van Justitie.
Om maar een voorbeeld te geven, Phenix heeft de belastingbetaler 28 miljoen euro gekost en geen resultaat opgeleverd. Naast de budgettaire gevolgen heeft de motivatie onder het personeel en de stakeholders daar zwaar onder geleden. Ik kan daarover meespreken, want ik werkte toen in een justitiepaleis en in de justitiepaleizen in ons land werd bijzonder schamper gereageerd op de digitaliseringsprojecten.
Toen mijn voorganger in 2020 minister werd, was het de nieuwe regering alvast zeer goed bekend dat Justitie in België zeer ver achterophinkte ten opzichte van de andere Europese lidstaten. Volgens internationale rankings van de OESO en van de Europese Unie bengelde België op het vlak van Justitie als een van de minst gedigitaliseerde landen bijna helemaal achteraan. Justitie was een paper-based organisatie. In het regeerakkoord had men terecht de ambitie om Justitie eindelijk te digitaliseren. We hebben bij de FOD Justitie een ICT-departement aangetroffen dat jarenlang ondergefinancierd was, met een daling van 33 % van het budget en van 30 % van het aantal personeelsleden op de ICT-stafdienst tussen 2010 en 2021. In 2020 telde die ICT-dienst van de FOD Justitie 100 medewerkers, terwijl dat er 400 waren bij de FOD Financiën.
De eerste opdracht van het kabinet van Justitie was op zoek te gaan naar extra middelen. Daarvoor werden in allerijl – welkom op het kabinet, welkom in de regering – plannen uitgewerkt in het kader van de interdepartementele provisie kwetsbare personen en ook het zogenaamd RRF, het Europees plan voor herstel en veerkracht.
Een eerste uitdaging was dus financiële middelen vinden, maar de uitdagingen waren uiteraard niet louter financieel van aard. De gebruikers, magistraten, gerechtspersoneel en anderen, werkten met software en laptops van meer dan tien jaar oud. De werkprocessen van de rechterlijke orde waren niet in kaart gebracht. De basisprocessen van de centrale administratie inzake projectbeheer, procurement , sourcing en veel andere zaken waren verouderd en niet aangepast. Het Rekenhof haalt dat ook aan in zijn rapport. Nogmaals, ook al zijn al die elementen geen excuus, ik vind het belangrijk om ze aan te halen.
Voorts is de FOD Justitie complexer dan andere FOD's door de aanwezigheid van de rechterlijke macht, die uiteraard geen probleem vormt, maar wel onafhankelijk is in haar rechtspraak en tegelijk afhangt van de FOD Justitie voor heel wat administratieve zaken en operationele beslissingen. Bovendien zien we sinds 2014 een parallelle evolutie om de rechterlijke orde meer autonomie te geven, waarmee ik bedoel autonoom ten opzichte van de administratie.
Bovendien was de toestand van de technologische infrastructuur die we aantroffen alarmerend. Ik ben geen specialist ter zake, maar ik herinner me nog dat de rechtbanken in 2020 werkten met Windows 7, een besturingssysteem waarvoor Microsoft geen beveiligingsupdates meer voorzag. Dat bracht vanzelfsprekend significante veiligheidsrisico's met zich mee. Veel medewerkers gebruikten verouderde hardware, die regelmatig uitviel. De situatie op de griffies was exemplarisch. Daar was geen betaalterminal aanwezig. Burgers moesten daar cash of met griffiebonnen betalen. Dat was de situatie nog geen vijf jaar geleden.
Toen kwam de coronacrisis. Ik blijf het kort houden, mijnheer de voorzitter, want het is hier geen geschiedenisles. Wat ik zeg, lijkt me echter relevant. De coronacrisis heeft die achterstand voor Justitie pijnlijk duidelijk gemaakt. Andere overheidsdiensten konden relatief vlot overschakelen op thuiswerk. Bij veel diensten van Justitie bleek dat echter een enorme uitdaging, als gevolg van het gebrek aan laptops, beveiligde toegang tot systemen en digitale werkprocessen. Dat maakte de continuïteit van de dienstverlening bijzonder moeilijk en creëerde praktische problemen met reële impact voor de justitiële actoren, alsook voor de burgers.
In die periode leverden bepaalde medewerkers van Justitie aanzienlijke inspanningen om in tijdelijke oplossingen te voorzien, zodat werken op afstand toch mogelijk werd. De organisatorische problemen situeren zich dus niet op het niveau van de individuele medewerkers van Justitie. Er zijn immers vele individuele medewerkers die met heel wat kennis en expertise voor ad-hocoplossingen hebben gezorgd, ware plantrekkers bij Justitie. Dat wil ik absoluut erkennen. Dat toont ook het engagement en het potentieel dat bij Justitie aanwezig is. Meer zelfs, als we op het vlak van digitalisering vooruitgang hebben geboekt – en ik zal u proberen te overtuigen van het feit dat dat zo is, ook al is er nog een lange weg af te leggen –, werd de basis daarvoor gelegd door die medewerkers, die de voorbije jaren niet bij de pakken zijn blijven zitten.
De audit van de Federale Interne Audit, die ondergebracht is bij de Kanselarij, wees in 2019 al op fundamentele tekortkomingen. Ik hoef daar nu niet verder op in te gaan. Kortom, dit was de startpositie bij het begin van de legislatuur. Het was algemeen bekend dat er dringend nood was aan digitalisering van de rechterlijke orde, met het oog op een effectieve en efficiënte justitie. Door personeelsgebrek en tekortkomingen in de IT-governance was het ook duidelijk dat de FOD Justitie niet alleen kon instaan voor de verwezenlijking van de digitalisering op korte termijn. Eerdere mislukte digitaliseringsprojecten bij Justitie, zoals Mammoet, Phenix en Cheops, zorgden voor wantrouwen bij de rechterlijke orde om een nieuw digitaliseringsproject over te laten aan de FOD Justitie, aan de ICT-dienst, zo konden we ook in het auditrapport lezen. Het was inderdaad van bij het begin voor mijn voorganger duidelijk – ik was zijn kabinetsmedewerker – dat we ons geen nieuw mastodontproject konden veroorloven, want dan hadden we geen garantie op succes, integendeel.
Mastodontprojecten zijn overigens geen probleem van Justitie alleen. Kijken we maar naar recente voorbeelden in het kader van de geïntegreerde politie, zoals i-Police, dat in 2006 werd gelanceerd. Ook daar zijn we nog niet waar we moeten zijn, verre van zelfs.
We wilden resultaten op korte termijn boeken. Dat was ook de verplichting om aanspraak te kunnen maken op de extra financiering uit de RRF en de middelen via de IDP Kwetsbare personen. Vandaar dat we kozen voor een hybride aanpak: we werkten parallel aan de versterking van de fundamenten en tegelijkertijd voerden we concrete verbeteringen aan via een modulaire aanpak, via tientallen deelprojecten. Dat creëerde volgens ons de beste kans om zowel op korte als op lange termijn resultaten te boeken.
Ik ben niet onbescheiden wanneer ik zeg dat mijn voorganger en ikzelf hier in het Parlement altijd zeer transparant over onze aanpak waren. De leden van de vorige commissie voor Justitie zullen dat niet tegenspreken. Onze beleidsnota’s waren uitgebreid, gedetailleerd, concreet en to the point, ook op het vlak van digitaliseringsinitiatieven en wij zijn nooit enige vraag ter zake met abstracte antwoorden uit de weg gegaan.
Collega’s, u voelt mij komen. Het klopt dat het kabinet, gelet op de grote achterstand, kort op de bal heeft gespeeld en heel operationeel te werk is gegaan. Ik probeer dat objectief te benaderen. Het was nu eenmaal de stijl van ons kabinet om niet af te wachten en bij de pakken te blijven zitten, maar proactief de zaken aan te pakken. Dankzij die modulaire aanpak en het voluntaristische kabinet hebben we resultaten geboekt, ook al ontken ik niet dat er ook mislukkingen waren.
Mijnheer Freilich, we hebben intussen het rapport van het Rekenhof gelezen en herlezen. U kunt het mij niet kwalijk nemen dat ik in plenaire vergadering weigerde in te gaan op een voorlopig rapport. Het was niet fair dat ik niet kon reageren op de opmerkingen in de discussie destijds, maar ik kon niet voortgaan op een voorlopig rapport.
Hadden wij meer overlegmomenten moeten organiseren om de initiatieven goed op elkaar af te stemmen en informatie goed te delen tussen de diverse stakeholders? Het antwoord voor mij is ja. Dat hadden we moeten doen om na te gaan of iedereen nog aan boord was bij alle projecten. Dat bleek immers niet altijd het geval. We hadden onze inspanningen en initiatieven misschien meer en concreet aan alle belanghebbenden moeten toelichten, teneinde het helikopterperspectief te bewaren en zelfs te verbeteren voor alle diensten die eraan werkten en voor alle actoren en belanghebbenden die van de inspanningen moesten profiteren.
Hebben we ingezet op te veel projecten? Hadden we niet meer prioriteiten moeten stellen en ons daar consequent aan houden? Wellicht hadden we dat moeten doen. De scope was misschien te breed. We wilden misschien te veel doen op te korte tijd. Dat zijn terechte pijnpunten in de audit van het Rekenhof. We hebben getracht de grootste noden onmiddellijk aan te pakken en daarbij zijn we voluntaristisch te werk gegaan.
Verschillende kritieken en aanbevelingen van het Rekenhof zijn ongetwijfeld terecht, ook al menen we dat enige contextualisering en nuancering aangewezen zijn. Dat probeer ik hier te doen. Er is daarbij voor mij één rode lijn. Ik ben dan ook blij dat dat punt daarnet in de vraagstelling niet op die manier aan bod is gekomen. De rode lijn voor mij is dat we als conclusie mensen en medewerkers publiekelijk beschuldigen van criminele feiten.
Collega Freilich, u vroeg, in de voorbereiding van uw mondelinge vraag, of bepaalde personen nog het vertrouwen kunnen genieten. Er zijn in het verleden verregaande uitspraken gedaan, ook in het Parlement, over vermeende misdrijven, die ik niet zal citeren. Het is noch aan mij, noch aan het Parlement om mensen te beschuldigen, laat staan te veroordelen. Mijnheer de voorzitter, ik sta erop dat te zeggen.
Monsieur le président, vous m'avez demandé quand j'avais été informé de ces problèmes.
Het is eigenlijk naar boven gekomen met de problemen van bpost en dan de gevolgen voor de FOD Justitie, de dienst Crossborder, die samenwerkte met bpost in het kader van de inning van de verkeersboetes.
Toen we geconfronteerd werden met de problemen bij bpost zijn er voorzorgsmaatregelen genomen om de transparantie en de controle te verbeteren. We hebben onder meer Crossborder onder het rechtstreekse toezicht van de FOD Justitie geplaatst en we hebben een nieuwe financial governance -structuur gemaakt.
Als het over personen gaat, wil ik u vragen om voorzichtig te zijn in uw uitspraken. Wat betreft uw vraag of bepaalde personen mijn vertrouwen nog genieten, tot bewijs van het tegendeel behoud ik als minister het vertrouwen in de voormalige kabinetschef en de voormalige leidinggevende van Crossborder. Die uitspraak doe ik weloverwogen, niet kort door de bocht. De leidinggevende van Crossborder is na de hetze die is losgebarsten teruggekomen naar het SAT, het Administratief en Technisch Secretariaat van de minister van Justitie, weliswaar met de opdracht om geen projecten van digitalisering of verkeer meer op te volgen, maar is inmiddels vertrokken voor een nieuwe uitdaging bij de federale politie.
Wat betreft de digitaliseringsprojecten, er moet u een volledig overzicht worden bezorgd. Ik wil u een korte uitleg geven over de digitaliseringsprojecten. Wij hebben in plaats van één groot allesomvattend project gekozen voor een strategie met 28 afzonderlijke applicaties. Geen mastodontproject dus, maar concreet verder werken op diverse bouwstenen en projecten die de voorbije jaren waren gegroeid en die zich als good practices aankondigden. Die projecten werden onderverdeeld in drie categorieën: het digitaal dossier, de digitale rechtbank en de digitale gevangenis. Dat was het digital transformation plan (DTP) voor de rechterlijke orde en voor Justitie in haar geheel.
In werkelijkheid waren er nog veel meer dan die 28 projecten, collega's. Ik maak immers abstractie van andere digitaliseringsprojecten die sensu stricto losstaan van Justitie, maar wel door Team Justitie werden ontwikkeld. Niemand zal kunnen ontkennen dat er hard is gewerkt. Ik denk bijvoorbeeld aan andere digitaliseringsprojecten, zoals BSC, Belgian Secure Communications. Dat systeem van beveiligde overheidscommunicatie werd ook bij Justitie ontwikkeld, sinds eind 2021, en is inmiddels operationeel. Ik denk ook aan het NorthSeal-platform. Dat is misschien minder Justitie en meer Noordzee. Dat is een beveiligd systeem tussen zes Noordzeelanden met medewerking van de NAVO om informatie over verdachte activiteiten op de Noordzee uit te wisselen. Dat is inmiddels operationeel en werd ontwikkeld door Justitie. Ik denk ook aan AIGIS, een systeem om het havenverbod te laten controleren. Collega De Wit zit hier. Ik herinner me nog de discussie die wij hadden. U vroeg me toen hoe ik dat havenverbod zou handhaven. Dat is ondertussen lang geleden. Dit is voor een stuk echter het antwoord op uw vraag van toen. Het systeem voor de handhaving van het havenverbod door de private sector in de haven is dus ook operationeel. Ik wil dus enkel zeggen dat er nog projecten zijn geweest.
Die modulaire aanpak met verschillende projecten biedt eveneens een aantal voordelen. Ten eerste kan het de risico's beperken. Als één module vertraging oploopt of niet het verwachte resultaat oplevert – we weten immers dat dat gebeurt – blokkeert dat niet de hele digitaliseringsbeweging. Het recente voorbeeld van JustSign illustreert dat. Dat specifieke project kent vertraging, maar een groot deel van het digitaliseringstraject kon doorgaan. Ten tweede laat die aanpak toe om sneller concreet resultaten te boeken die tastbaar zijn voor de eindgebruiker. Ten derde kunnen we lessen meenemen uit die eerste projecten naar volgende projecten. Dat continue leerproces heeft ons bijvoorbeeld geleerd om nog sterker in te zetten op gebruikersbetrokkenheid – dat blijft iets moeilijks bij Justitie – en om bepaalde technische keuzes te herzien. Ten vierde is zo'n strategie is ook flexibel: ze laat toe om in te spelen op veranderende omstandigheden.
Collega Yzermans, idealiter hadden we verder kunnen bouwen op een federale digitaliseringsstrategie, maar ik kan ook niet anders dan in het rapport van het Rekenhof vaststellen dat zo'n strategie niet voorhanden is. Het is niet aan mij om daar verder antwoorden op te geven. Vragen daarover kunt u het best stellen aan de staatssecretaris voor Digitalisering en de FOD BOSA.
Ik wil enkele concrete resultaten geven die er wel zijn op het vlak van digitalisering. Ik zal niet exhaustief zijn, maar ik wil er toch enkele geven, want ik denk dat dat belangrijk is.
Ten eerste is er Just-on-web. Dat is de centrale digitale toegangspoort tot Justitie. Die heeft gemiddeld 60.000 weergaven en meer dan 11 000 unieke bezoekers per dag. Dat platform is uitgegroeid tot een belangrijk, essentieel, substantieel instrument voor de gedigitaliseerde dienstverlening van Justitie. De gebruikersstatistieken tonen ook een gestage groei, wat wijst op een toenemende acceptatie bij de professionele gebruikers en bij de burgers.
Dan is er het digitale strafdossier. Een project dat jarenlang een verre droom leek, is vandaag realiteit. Via JustRequest en JustConsult registreerden we in 2023 184.316 digitale inzages door advocaten en burgers. En dat is inderdaad een fundamentele verbetering in de toegang tot Justitie. Het is niet allemaal kommer en kwel. Advocaten hoeven niet langer in de griffie foto's te nemen, zoals dat jaren is geweest, van papieren dossiers met hun smartphones. Slachtoffers kunnen hun dossier inkijken vanuit hun vertrouwde omgeving of in een justitiehuis, met ondersteuning van een justitieassistent indien nodig.
Via JustDeposit werden in 2023 bijna 1,4 miljoen stukken digitaal ingediend, tegenover minder dan 400.000 in 2019. Dat is een verviervoudiging op vier jaar tijd. Dat illustreert dat de digitale transformatie zich voltrekt en dat die zich kan voltrekken als we effectief goede en gebruiksvriendelijke tools aanbieden.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, mag ik u vragen om af te ronden?
Paul Van Tigchelt:
Er zijn ook positieve evoluties in andere projecten. Dat overzicht zal ik u bezorgen.
Belangrijk om te vermelden, volgens de Dienst Administratieve Vereenvoudiging levert de digitalisering bijna 100 miljoen euro op jaarbasis aan administratieve besparingen voor de maatschappij op, met een potentieel dat uiteraard nog ettelijke miljoenen hoger ligt naarmate we meer projecten opleveren.
Er zijn ook mislukte projecten. Van de 28 projecten zijn er een achttal mislukt, of ze kennen een substantiële vertraging. De belangrijkste projecten in dat verband zijn JustSign en JustJudgment. JustSign is de digitale handtekening. JustJudgment is de digitale databank van vonnissen en arresten. Dat zijn belangrijke projecten waarvan de oplevering al werd vooropgesteld, maar waar er een grote vertraging optreedt.
Ik heb vorige week al gedetailleerde informatie over JustJudgment gegeven. Voor JustSign verwijs ik naar de gedachtewisseling met de heer Freilich in de plenaire vergadering naar aanleiding van het debat over de voorlopige twaalfden. Daarover worden nu opnieuw vragen gesteld, mijnheer de voorzitter. Ik moet daar dus opnieuw op ingaan.
De investering voor JustSign heeft inderdaad nog niet het gewenste resultaat opgeleverd. Het is een belangrijk project voor de automatisering en certificering van de elektronische handtekening van magistraten, met respect voor de privacy en de strenge vereisten voor veiligheid. JustSign is een wezenlijke stap in die digitale databank van vonnissen en arresten, maar dat project is dus vertraagd.
Mijnheer Freilich, over de Europese middelen heb ik het in de plenaire vergadering ook al gehad. Er zijn geen Europese middelen voor JustSign aangewend. We zijn in dat project met technische problemen geconfronteerd. Daarnaast hebben de problemen met bpost voor aanzienlijke vertraging gezorgd. We hebben het contract met bpost opgezegd en we zijn naar een nieuwe firma op zoek moeten gaan.
Belangrijk is ook het feit dat er in de zomer administratieve en begrotingsproblemen waren, die een regering in lopende zaken volgens mij niet kan overrulen. Een aantal van die problemen met bpost is in het verleden al uitgebreid aan bod gekomen.
Op 4 oktober 2023 heeft mijn voorganger in de commissie voor Justitie daarover een uitgebreide en gedetailleerde toelichting gegeven. Daarop kan ik niet terugkomen natuurlijk, maar de uitleg blijft wel relevant, ook in deze context. Het ging onder meer over de toewijzing van het contract aan bpost in december 2020, waarin ook het project JustSign vervat zat en waarover u opnieuw vragen stelt. Dat is verlopen volgens de geldende, administratieve procedures en dat werd door de ministerraad goedgekeurd.
Bij de uitvoering van dat contract zijn problemen ontstaan. U weet dat dat deel uitmaakt van een strafrechtelijk onderzoek, nadat onze diensten daarvan melding aan het parket hadden gemaakt, in de nasleep van de vermeende malversaties bij bpost. Ik heb al gezegd dat, mocht dat onderzoek leiden tot de veroordeling van mensen die werken voor Justitie, we dan inderdaad hard moeten optreden. Dat is alles wat ik daarover vooralsnog kan zeggen. Dat onderzoek loopt.
De toepassing, de module om gekwalificeerd te tekenen, werd wel opgeleverd en getest en doorstond zelfs met succes een strenge eIDAS-audit, maar bij de vernieuwing van de licenties in het najaar van 2024 in lopende zaken zijn we op een aantal problemen in het administratieve dossier gestoten. Zo bleek er een probleem met de aansprakelijkheidsclausule in de offerte te zijn. Dat heeft ervoor gezorgd dat de inspectie-generaal van Financiën en de staatssecretaris voor Begroting daarvoor geen fiat hebben gegeven. Ik denk dat een regering in lopende zaken zich daarnaar te schikken heeft. Bpost was op dat moment, conform de regeringsafspraken, al niet meer bij het project betrokken.
We hebben toen een moeilijke beslissing genomen, maar ik denk de enige juiste beslissing, mede ingegeven door de context van lopende zaken, om niet verder te gaan met die piste, met die firma. Welke firma dat specifiek was, heeft geen belang. Het is u overigens bekend. We zijn overgeschakeld op tijdelijke alternatieven voor de digitale handtekening om te voorkomen dat het project JustJudgment in het gedrang zou komen.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, ik moet u vragen om uw antwoord te beëindigen.
Paul Van Tigchelt:
Goed, als u dat wenst, beëindig ik mijn antwoord, al werden er belangrijke vragen gesteld.
Voorzitter:
Ik heb u reeds tien minuten spreektijd bijgegeven.
Paul Van Tigchelt:
Monsieur le président, des questions importantes m'ont été posées et je ne peux pas y répondre…
Voorzitter:
Je ne dis pas qu'elles ne sont pas importantes, et vous avez eu dix minutes en plus.
Paul Van Tigchelt:
Je réponds aux questions. Des recommandations ont été émises par la Cour des comptes, sur lesquelles nous travaillons. Si vous voulez que je conclue, je conclus! Je n'ai cependant pas répondu à toutes les questions.
Voorzitter:
Je vous demande de conclure dans la minute.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mijnheer de voorzitter, misschien kan de minister zijn volledige antwoord doormailen naar de commissie? Dan hebben wij zijn antwoord alvast.
Voorzitter:
Als iedereen daarmee akkoord gaat, heb ik daar geen bezwaar tegen.
Vous n'avez rien d'autre à ajouter, monsieur le ministre? En une minute, s'il vous plaît.
Paul Van Tigchelt:
Wat betreft het gebruik van consultants zijn er de aanbevelingen van het Rekenhof. De competentie om te digitaliseren is niet in huis, dus moeten we werken met consultants. Ik wens u veel geluk als we dat in de toekomst niet meer kunnen doen, maar er moet controle en transparantie zijn, dus ik kan u zeggen dat we niet op het rapport van het Rekenhof hebben gewacht om effectief maatregelen hieromtrent te nemen.
In de nasleep van de problemen rond bpost hebben we al een aantal maatregelen genomen: meer controle, meer transparantie en een beter overzicht van de strategie voor iedereen. De operationele rol van het kabinet in de digitalisering van Justitie is zeer bewust, op vraag van het kabinet zelf, sinds het einde van 2023 teruggedraaid. We hebben de verantwoordelijkheid gelegd waar ze moet liggen en dat is bij de FOD, de Federale Overheidsdienst, in samenwerking met het Digital Transformation Office, dat we hadden opgericht. Het was volgens een andere audit trouwens een goede zaak.
Wat betreft het DTO, het Digital Transformation Office, hadden we personeelsproblemen en sinds het begin van dit jaar hebben we een nieuwe directeur. Er is nog een lange weg te gaan, maar ik denk effectief dat de digitalisering een noodzaak is en blijft. We hebben een lange weg afgelegd en er blijft nog een lange weg te gaan. Tot daar mijn onvolledige antwoord.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mijnheer de minister, we zullen dus schriftelijk kennisnemen van het nog uitgebreidere antwoord.
Het is helaas onmogelijk om te repliceren op alle punten die u hebt aangehaald. We zullen echter volgende week starten met verder te werken rond dat thema. Als eerste stap zullen we het Rekenhof horen over het rapport en nadien een diepgaander debat houden met u en de staatssecretaris voor Digitalisering.
Ik ben het uiteraard wel met u eens dat we zo snel mogelijk een nieuwe regering moeten hebben en een nieuwe minister van Justitie. Dat zal iemand moeten zijn van een serieus kaliber. Uw voorganger is immers met heel veel enthousiasme begonnen en zou alles oplossen. Straffen onder de drie jaar zouden worden uitgevoerd, maar op dit ogenblik worden zelfs straffen onder de vijf jaar niet meer uitgevoerd. Ook de digitale transformatie is nog steeds een werf bij Justitie.
Ik ben het met u eens dat het geen goede keuze was om opnieuw met een mastodontproject te werken, gelet op de falingen in het verleden en de hoeveelheid geld die het de belastingbetaler heeft gekost. We moeten natuurlijk wel een coherent plan hebben en het helikopteroverzicht over alle verschillende projectjes kunnen bewaren. U zegt dat u altijd transparant hebt gecommuniceerd, maar voor ons was het heel moeilijk, gelet op alle nieuwe projecten, die van naam veranderden, waarvan we niet wisten wat ze hadden gekost, wanneer ze werden opgeleverd en wat de efficiëntiewinsten op het terrein waren. U zult echter het overzicht geven en we zullen ervan kennisnemen en verder gaan met het debat.
Michael Freilich:
Mijnheer de minister, het was een hele boterham. U hebt bijna een halfuur gesproken en u had nog kunnen doorgaan. Voor ons is het duidelijk dat er nog veel moet worden gezegd over deze zaak. Wij hebben om een hoorzitting met het Rekenhof gevraagd en zullen ook vragen dat u in deze commissie komt getuigen. Dat zal ons meer tijd geven om daarop verder in te gaan in een echt debat, wat we in een actualiteitsdebat niet kunnen doen.
Mijn partij is van plan om ook voormalig minister van Justitie, de heer Van Quickenborne, te horen. Er is immers veel informatie en er zijn heel veel zaken die ik nu hoor passeren waarvan ik weet dat ze gewoon niet waar zijn. U zegt dat JustDeposit werkt, maar ik kan u zeggen dat dit project on hold staat. Ik krijg berichten van magistraten die zeggen dat er geen JustDeposit is. Misschien bedoelt u e-Deposit, maar dat is iets totaal anders.
U hebt het bijvoorbeeld over het feit dat het transformation office binnen het kabinet is overgeheveld naar de FOD Justitie. Dat is gebeurd omdat bpost een audit aan zijn been had en toen heeft gezien dat er illegale zaken zijn gebeurd. Dat is de analyse van het interne Anacondarapport van bpost dat wij in deze Kamer achter gesloten deuren hebben kunnen inzien. Wat daarin stond, was heel duidelijk. Wat de regering vraagt, met name het kabinet Justitie, is volgens de juristen en analisten van bpost illegaal. Dat staat daar zwart op wit in. Mijn collega's hebben dat ook kunnen inzien. Op dat moment heeft uw kabinet beslist dat de grond onder de voeten te heet werd en werd het doorgeschoven naar een ander departement, rechtstreeks naar de FOD.
Wat betreft JustSign, u zegt dat er een aansprakelijkheidsissue was en dat we heel dat project daarom maar hebben laten varen. Dat kan niet het geval zijn. Het werkt technisch niet. U kunt mij niet komen vertellen dat u een project waarvoor eerst op een heel bedenkelijke manier, namelijk zonder offerte, aan bpost 3 miljoen euro werd gegeven, waar nadien honderden uren aan consultancy in zijn gekropen en waarvan u nu zegt dat het werkte, helemaal overboord zult gooien omdat er ergens een aansprakelijkheidsclausule niet goed werkte en omdat we nu in lopende zaken zitten. Dat geloof ik niet.
Dat heeft simpelweg te maken met het feit dat dit project van bij het begin op technisch vlak verkeerd werd gemanaged. We hebben daar met verschillende mensen gesproken en die informatie staat ook in veel rapporten die gekregen u zou moeten hebben. U zegt te erkennen dat er een aantal zaken zijn misgelopen, dat we ons deel wilden doen, dat we te veel wilden doen en dat de scope te breed was. Kom daar niet mee af, want in elk van de 38 rapporten van de Inspectie van Financiën, die u en ik hebben gekregen, staat dat wat u al maanden doet met Crossborder volledig buiten de scope van Crossborder valt en geeft ze een negatief advies.
Iedereen moet de regels volgen en de FOD Justitie en het kabinet van de minister van Justitie als eerste. U spreekt over RRF-fondsen, om die kwetsbare personen te helpen. U neemt hier dus geld voor kwetsbare personen en geeft het aan andere projecten, die daarmee niets te maken hebben. U gaat geld van Crossborder, dus van het boeteplatform, spenderen voor andere projecten. Dat kan niet. Er zijn regels die bepalen waarvoor geld wel en niet kan worden gebruikt. Als men van Europa de goedkeuring krijgt voor een bepaald project, dan kan dat geld alleen daaraan besteed worden en niet aan andere zaken. Het laatste is hier zeker nog niet gezegd.
Volgende week zullen wij het Rekenhof horen. Wij vragen dat u nadien naar de commissie komt. Mijn fractie vraagt dat ook de heer Vincent Van Quickenborne komt, van wie u dit hebt geërfd. Hij was een groot deel van vorige legislatuur verantwoordelijk. U was toen zijn kabinetschef. Dit is voor mij fundamenteel. We moeten er verder op ingaan, want te veel vragen zijn nog steeds onbeantwoord.
Alain Yzermans:
Mijnheer de minister, Vooruit staat voor een sterk justitieapparaat. Een sterke Justitie is nodig voor een sterke democratie. Dat vraagt een zeer goed beheer en management.
Digitalisering is een belangrijke tool in die gigantische omwenteling, ook in de maatschappelijke verantwoording van wat instellingen doen. We moeten de juiste waardemeting doen. Enerzijds is er corporate governance, wij moeten erover waken dat de middelen goed worden ingezet. Anderzijds moest er een enorme omwenteling gebeuren. Mijnheer de minister, daar volg ik u wel. Er was een systeem uit de 19de en 20ste eeuw, dat volledig achterhaald was. Justitie was amper administratief toegankelijk. Er werden stappen gezet, dat heb ik ook gehoord op basis van de opgesomde projecten. Mij interesseren de aanbevelingen sterk. We moeten naast de lijst ook de toelichting krijgen, al dan niet door de voormalige minister. Hoe pakt de FOD Justitie dat nu verder aan?
Belangrijk is ook dat digitalisering zorgt voor vereenvoudiging en leesbaarheid van de administratie. Aan de andere kant kunnen zo de kosten naar beneden. Dan gaat het niet over het inschakelen van consultants. Er is minder kans op fraude, op hacking. Maar elke koppeling is een veiligheidsrisico. Dat weet iedereen. Het is belangrijk dat die aspecten goed worden opgevolgd.
Ik herhaal mijn pleidooi dat er te veel aparte silo’s zijn gedigitaliseerd en dat de systemen beter op elkaar moeten worden afgesteld, hoe moeilijk dat ook is. Misschien moet ik inderdaad de vraag stellen op de juiste plaats.
Uiteraard vraagt corporate governance ook om een digitalisering voor een sterk justitieapparaat, dat men beheert als een goede huisvader of huismoeder. De vraag naar meer coherentie en efficiëntie moet ook op het terrein worden ingevuld. Die aanbevelingen, het management daaromtrent, het stappenplan, het plan van aanpak en de opvolging zouden regelmatig in onze commissie moeten worden besproken.
Dieter Keuten:
Dank u, minister, voor uw lange toelichting. Bedankt ook voor uw nederigheid. Bedankt voor de geschiedenis van mislukte projecten. Uw toelichting is heel nuttig voor mij als nieuw parlementslid.
Uw nederigheid is hier op zijn plaats. Sinds de eeuwwisseling, de periode waarmee u uw betoog begon, kwamen maar liefst vijf van de negen ministers van Justitie uit uw partij. Geen enkele andere partij draagt een grotere verantwoordelijkheid dan de uwe voor de huidige toestand van Justitie. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de kiezer, de burger daar op 9 juni naar gehandeld heeft.
Als liberaal gelooft u misschien in trial-and-error. Al die mislukte projecten zouden een belangrijke les kunnen zijn: itineraties, voorbeelden van hoe het niet moet. Die kennis zou Justitie kunnen wapenen voor de toekomst. U prijst dit rapport voor de guidelines voor een verdere digitalisering, maar de grote vraag vandaag is: wat zijn uw guidelines? Met welke erfenis gaat u de geschiedenis in?
U noemt uw kabinet modulair en voluntaristisch.
Modulair? Waarom maakt u dan geen gebruik van de bestaande tools en bestaande oplossingen die door andere overheidsinstellingen worden gebruikt?
Voluntaristisch? Wees dan alstublieft ook zo voluntaristisch om behalve een gedetailleerd overzicht van de 28 digitale projecten ook de bijbehorende budgetten te vermelden.
Met name wens ik een overzicht van de voorziene begrotingsmiddelen per digitaliseringsproject, dus het beschikbare budget en het ontbrekende budget om de lopende projecten te financieren. Daarnaast verwachten wij van u een zicht op de toekomstige middelen die noodzakelijk zijn om dat traject, dat u mee hebt vormgegeven, te voltooien.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw uitvoerige toelichting. Zoals daarnet al gezegd, de digitalisering van Justitie is belangrijk en noodzakelijk. Met wat nu voorligt, het rapport van het Rekenhof, denk ik dat het ook van belang is om terug te kijken in de tijd. In de komende weken zullen we dat in de commissie voor Justitie nog uitgebreid doen, onder andere via hoorzittingen met het Rekenhof, waarna we nog enkele zaken bij u zullen aftoetsen, zodat we daaruit lessen kunnen trekken voor de toekomst. Is er nood aan meer transparantie? Waar is het misgelopen? Hoe kunnen we dat in de toekomst vermijden?
Die blik op de toekomst willen we aanhouden omdat het project momenteel stilligt. Die 28 deelprojecten willen we tot een goed einde brengen. Het moet nog altijd de finaliteit zijn om de digitalisering van Justitie werkelijkheid te laten worden. Aan elk project hangen een heel aantal mensen, gebruikers en ook zaken die vlotter en beter georganiseerd moeten worden. Ik bedank u alvast voor uw toezegging om een overzicht te geven en in alle transparantie heel duidelijk weer te geven wat de staat is van elk deelproject, zodat we dat ook kunnen meenemen naar de toekomst.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, c’est un dossier difficile, et vous avez tenté de l’expliquer. C’est difficile aussi parce que vous en portez la responsabilité politique actuelle, mais vous n’en supportez pas la responsabilité politique seul. Il y a votre prédécesseur. Il y a aussi un secrétaire d'État, qui mériterait sans doute d’être entendu également. Ce dossier, de par sa complexité, avait, pour faire une comparaison cycliste, un col hors catégorie à franchir: la numérisation de la Justice. Vous-même, vous le dites: la Justice, avec les moyens dont elle disposait, ne pouvait pas y arriver seule. D’où la nécessité de faire aussi intervenir des acteurs privés.
Vous avez répondu aux parlementaires, en reconnaissant un certain nombre d’erreurs et d’insuffisances en termes de contrôle. Vous avez aussi répondu à la Cour des comptes, et cela n’a pas satisfait celle-ci, qui a maintenu son opinion.
Je pense que, dans un dossier comme celui-ci, il est toujours plus facile de refaire l’histoire après. J’ai été à votre place dans d’autres circonstances. C’est parfois la question qu’on se pose. Mais ici, nous devons refaire l’histoire parce que c’est de l’argent public. Que le col était difficile: d’accord. Que des moyens importants devaient être dégagés, encore une fois: d’accord. Mais fallait-il que certains, dans le privé, abusent de ces moyens?
C’est un peu le sentiment que j’ai aujourd'hui. Je sais qu’il est "tendance" de critiquer le secteur public, qui ne dispose pas des moyens, humains ou budgétaires, et de dire que le privé va plus vite, va plus fort, fait mieux. Mais si c’est le cas, il doit le prouver. Or, dans ce dossier, j’ai l’impression qu’il a prouvé tout le contraire.
Je ne parviens pas à me départir de ce sentiment-là à la lecture du rapport de la Cour des comptes. Je crois qu’il faudra effectivement entendre la Cour des comptes, comme la commission l’a décidé. Nous avons pris des contacts pour la semaine prochaine. Et puis nous verrons ce qu’il faudra faire avec ce dossier. Mais on voit bien qu’il y a aussi des liens avec d’autres dossiers.
Je ne veux pas aujourd'hui être celui qui jette la pierre. J’ai horreur de faire cela. Par contre, je crois que nous devons absolument comprendre ce qui s’est passé, ce qui ne s’est pas passé, ce qui s’est très mal passé, et ceux qui ont trépassé – parce que, manifestement, il y en a une paire dans ce dossier.
Voorzitter:
We komen nu tot de samengevoegde vragen van mevrouw Dillen en mevrouw De Wit in verband met de impact van de noodmaatregelen rond het penitentiair verlof. Mevrouw Dillen is afwezig.
Sophie De Wit:
Mijnheer de voorzitter, vorige week werden de samengevoegde vragen uitgesteld op mijn verzoek wegens de bijeenkomst van de onderzoekscommissie. Mevrouw Dillen is hier vandaag niet geraakt om familiale redenen en vroeg of zij deze keer een uitstel mocht vragen. Zij was vorige keer geduldig met mij; dus ik kan niet anders dan dat vandaag ook voor haar te zijn, indien u dat toestaat.
Voorzitter:
We zullen dat zo doen. De samengevoegde vragen nrs. 56001676C van mevrouw Dillen en 56001681C van mevrouw De Wit worden uitgesteld.
Sportjustitie
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 15 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de legitimiteit van interne federatiejustitie (bijv. in de Vlaamse volleybalbond) bij niet-sportgerelateerde zaken zoals psychologisch wangedrag door een trainer, waar slachtoffers vaak vastlopen in beroepsprocedures en onvoldoende gehoord worden. Minister Van Tigchelt benadrukt dat federaties zelf disciplinaire zaken mogen behandelen, mits ze dat professioneel, transparant en objectief doen, maar erkent dat gerechtelijke zaken (bijv. misbruik) altijd bij de gewone rechtbank thuishoren. Crucke pleit voor duidelijke communicatie over het recht om direct naar de rechtbank te stappen en voor een verplichting voor federaties om interne procedures stop te zetten zodra een zaak bij de rechtbank ligt, om dubbel werk en vertraging te voorkomen. De ongelijkheid tussen Vlaamse en Waalse gelijkekansinstanties (actierecht) blijft onbeantwoord.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre de la Justice, il s'agit d'une question que je posais déjà quand je siégeais dans une entité fédérée. Systématiquement, on me renvoyait vers le ministre de la Justice. Je ne comprenais pas. Mais maintenant que je suis face au ministre de la Justice, je lui repose la même question.
En l'occurrence, le débat porte sur la fédération de volley-ball flamande. Vous ne le savez peut-être pas, mais je suis un passionné de volley-ball. Il se fait que les joueuses de l'équipe nationale sont toutes néerlandophones. Voilà pourquoi elles relèvent d'une fédération flamande. Mais, à tort ou à raison, elles soulèvent un certain nombre d'incriminations qui me semblent très importantes et qui relèvent de comportements psychologiquement déviants de l'entraîneur à leur égard. Elles ont eu raison en première instance et tort en seconde instance. Elles disent d'ailleurs qu'un certain nombre d'arguments n'ont pas trouvé réponse.
Je ne commente pas le jugement sur le fond, je pose une question au ministre de la Justice. Cette justice des pairs, que ce soit en matière sportive ou en d'autres matières, est-elle encore une justice actuelle? Doit-elle encore exister pour des préventions qui ne relèvent pas des règles du jeu? On pourrait entendre que sur les règles du jeu, la fédération a une vision en ce qui concerne leur application. Mais pour tout ce qui ne ressortit pas à ces règles, les personnes qui se sentent blessées et victimes n'aboutissent-elles pas à une plus grande perte de temps? Elles pourraient saisir la justice ordinaire, rien ne les en empêche, mais on sait très bien que lorsqu'on est dans une fédération sportive, le fait de ne pas faire appel aux structures mises en place vous discrédite encore plus et vous met au ban de la fédération.
Le ministre de la Justice ou le Parlement ne devraient-ils pas légiférer pour limiter la compétence de ces fédérations à ce qui relève du jeu de manière à ce que la Justice puisse alors faire son travail et ne pas perdre de temps? N'est-il pas temps de remettre de l'ordre dans la maison Justice par rapport à cette justice parallèle?
Enfin, la Genderkamer, qui est le pendant flamand de l'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes, ne peut pas, selon ses statuts, agir en justice. Y a-t-il un fondement à cela? Cela ne crée-t-il pas une distinction qui deviendrait finalement une inégalité dans ce pays, entre ceux qui habitent dans le Nord et ceux qui habitent dans le Sud?
Paul Van Tigchelt:
Vous me posez la question de savoir si les justices corporatistes sont encore de ce siècle. La réponse est que cela dépend du professionnalisme et du sérieux de la fédération en question. Si la fédération est professionnelle et prend au sérieux le sort de ses membres, oui, elle investit dans une sorte de justice objective et transparente. Si justice et corporatisme sont en principe en contradiction l'un avec l'autre, une justice objective et transparente peut également exister dans ce cadre. Les associations et les secteurs sportifs – qui sont, au fond, des associations d'associations – sont libres d'imposer des règlements à leurs membres et de les faire respecter par un système disciplinaire interne. Il n'y a en principe rien de mal à cela, bien au contraire. L'objectif ne peut pas être que les cours et tribunaux se prononcent sur l'application des règlements d'une compétition sportive ou sur les sanctions imposées aux membres en cas de non-respect d'obligations, comme le fait d'arriver en retard à l'entraînement par exemple.
La majeure partie des décisions disciplinaires dans le sport porte apparemment sur ce type de questions. Le non-respect d'un règlement intérieur peut également constituer une infraction dans certains cas. Par exemple, en cas de harcèlement ou d'attentat à la pudeur, les Cours et tribunaux sont, comme vous l'avez dit, bien entendu pleinement compétents mais les associations et les secteurs sportifs restent libres d'intervenir en matière disciplinaire à l'encontre de leurs membres qui enfreignent le règlement intérieur. Mais cela n'a de sens que si la fédération en question prend cette matière au sérieux.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse. Le centriste que je suis dit au libéral que vous êtes que vous répondez tout en nuances. Ce n'est pas pour me déplaire. Vous avez évoqué la question de l'objectivité. Pour m'intéresser depuis vraiment longtemps à ce dossier, je puis ajouter qu'une fédération n'est pas l'autre. Il faut le reconnaître. Dans certaines d'entre elles, un investissement est vraiment engagé en faveur des personnes qui sont chargées de ces conflits et formées à cet effet. Parfois même, ce sont des magistrats qui siègent dans ces organes. Plus fondamentalement, s'agissant des droits du plaignant, quelle que soit la fédération, il faudrait pouvoir indiquer aux plaignants qu'ils ont toujours et ab initio le droit de saisir la justice ordinaire. Ils l'ignorent parfois. C'est pourquoi il conviendrait peut-être d'imposer aux fédérations de ne pas se saisir d'une question et de suspendre tout jugement lorsqu'un dossier relève de la justice et que le plaignant décide d'y recourir. C'est une information qui pourrait être utilement communiquée, de manière à éviter les quiproquos et le temps perdu.
De tekorten op de begroting van het departement Justitie
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 17 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De begrotingstekorten bij Justitie (meer dan 20 miljoen euro, waarvan 10,6 miljoen herverdeeld) leiden tot onbetaalde vergoedingen in 2024 voor dienstverleners zoals vertalers-tolken, gerechtsdeskundigen en kleine zelfstandigen, hoewel prioriteit wordt gegeven aan kwetsbare groepen. Minister Van Tigchelt benadrukt dat betalingen nog tot eind januari 2025 kunnen lopen en dat interne herverdelingen (o.a. voor gerechtskosten en strafinrichtingen) worden ingezet om zoveel mogelijk facturen te vereffenen, maar een definitieve lijst van onbetaalde vergoedingen ontbreekt omdat de situatie nog evolueert. Aanmaningen of verwijlinteresten worden niet expliciet bevestigd, maar telecombedrijven en curatoren lopen vertraging op, met minder urgentie voor grote spelers. Van Vaerenbergh kritiseert het gebrek aan transparantie en belooft verdere opvolging.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag, die is bedoeld om na een vraag van de voorzitter van onze commissie en een vraag in plenaire vergadering, een volledig zicht te krijgen op de situatie.
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, tijdens de mondelinge vragensessie van 27 november 2024 ging u dieper in op de tekorten die de begroting van het departement justitie teisteren. Ook tijdens de plenaire vergadering van 5 december 2024 verduidelijkte u een en andere specifiek over de vertaler-gerechtstolken.
Het tekort wordt boven de 20 miljoen geraamd. 10,5 miljoen euro is doormiddel van herverdelingen terechtgekomen waar het nodig was. U zei dat in januari 2025 de overige tekorten kunnen bijgepast worden.
Ik vroeg u tijdens de vragensessie van 27 november 2024 welke vergoedingen evenmin in 2024 betaald konden worden. U zei me dit na te sturen, wat op heden niet gebeurde.
Vandaar mijn vragen:
Welke openstaande vergoedingen kunnen door justitie evenmin betaald worden in 2024 (ten aanzien van welke diensten, en wie)?
Heeft het departement justitie reeds aanmaningen gekregen tot betaling? Zo ja, wat zijn de gevolgen (lopen er bijv. verwijlinteresten)?
Welke begrotingsposten kennen nog een tekort?
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw Van Vaerenbergh, ik had u inderdaad destijds geantwoord dat we u een lijst van vergoedingen die dit jaar betaald zouden worden, zouden nasturen. Dat hebben we niet gedaan, om de simpele reden dat die lijst voorbarig was. We doen er met name nog alles aan om zoveel als mogelijk vergoedingen te betalen in 2024. Dat hadden we u beter ook meegedeeld, zodat u had geweten waarom we u die lijst niet hebben bezorgd. Als we iets zeggen, moeten we dat uiteraard ook doen.
Ik beklemtoon nogmaals dat de diensten al het mogelijke doen – het zou er nog aan mankeren – om met de beschikbare kredieten zoveel mogelijk prestatieverleners te vergoeden voor de in dit jaar geleverde prestaties. Sinds vorige week zijn de kredieten via de herverdelingen – de techniek die we dienen te gebruiken in de periode van lopende zaken – ten bedrage van zowat 10,6 miljoen euro ter beschikking. Daarmee worden de kostenstaten van zowel de vertalers-tolken als andere prestatieverleners, zoals gerechtsdeskundigen, slotenmakers en takel- en stallingsdiensten, betaald. Daarbij wordt voorrang gegeven aan kleine zelfstandigen, kleine prestatieverleners die op dat vlak afhankelijk zijn van Justitie.
Eigenlijk is het overbodig om te herhalen dat ik me, gelet op de periode van lopende zaken, enkel kan beroepen op de techniek van de herverdelingen, wat we maximaal trachten te doen. In de komende dagen zullen we ook nog interne herverdelingen doen in verband met de basisallocaties van de gerechtskosten. Er waren ook betalingsmoeilijkheden wat de gerechtskosten van curatoren betreft, een kwestie die ook al aan bod is gekomen in de commissie voor Justitie, en wat uitgaven voor de telecomoperatoren betreft, maar ik vind het persoonlijk iets minder erg voor de telecomoperatoren, die even op hun geld kunnen wachten. Ook voor die doelgroepen doen we interne herverdelingen, zodat we hun prestaties van 2024 maximaal met de budgetten van 2024 kunnen vergoeden.
Het was daarom, nogmaals, voorbarig om de gevraagde lijst van prestatieverleners die in 2024 niet vergoed zullen worden, te leveren. De kostenstaten van 2024 kunnen nog tot eind januari 2025 uitbetaald worden op het budget van 2024. Specifiek voor de vertalers-tolken werd in november 1,4 miljoen euro betaald.
U vraagt eveneens naar tekorten op andere begrotingsposten. Er zijn inderdaad andere gevoelige posten bij het departement Justitie, zoals de werkingskosten en de medische kosten van de strafinrichtingen en de werkingskosten van de rechterlijke orde, en ook daarvoor hebben wij interne herverdelingen moeten toepassen, met budgettaire creativiteit en flexibiliteit.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mijnheer de minister, een en ander evolueert en ik heb daar begrip voor. Maar er is geen transparantie en u kunt algemeen geen stand van zaken geven. Ik vind dat jammer. Wij volgen het dossier verder op.
De overdracht van de gezondheidszorg in de gevangenissen van Justitie naar Volksgezondheid
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 17 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de hervorming van gezondheidszorg in gevangenissen, met name het overdragen van de verantwoordelijkheid van Justitie naar Volksgezondheid (aanbevolen door het KCE sinds 2017) en de uitvoering van Europese normen voor humane zorg. De proefprojecten in 10 gevangenissen (2023-2024) – gericht op verslavingszorg, geestelijke gezondheid en betere coördinatie – tonen positieve signalen (met name drugspreventie), maar een definitief bilan komt later; de INAMI-integratie voor externe zorg wordt als een succes beschouwd. Het structurele overdrachtsplan blijft uitgesteld tot de volgende legislatuur, afhankelijk van financiering en interbestuurlijke samenwerking, ondanks dringende oproepen uit de sector voor betere zorg en reïntégratie. De minister bevestigt doorzettingsplannen, maar concrete stappen ontbreken nog.
François De Smet:
Monsieur le président, je renvoie à la version écrite déposée de ma question orale.
Le Centre fédéral d’expertise des soins de santé (KCE) , qui avait été chargé de remettre un rapport sur la problématique des soins de santé dans les établissements pénitentiaires de notre pays , suite à plusieurs constats accablants remis par des organismes européens et internationaux, avait recommandé déjà en 2017 sur le plan de la gouvernance d’acter le transfert du service des soins de santé en prisons (SSSP) du SPF Justice au SPF Santé Publique.
Le KCE réclamait également l’application des normes du Comité Européen pour la prévention de la torture et des peines ou traitements inhumains et dégradants (CPT) aux soins de santé en milieu carcéral.
Un certain nombre de paramètres, la pandémie du COVID 19 , la hausse de la surpopulation carcérale, ont pesé dans le retard à réformer la politique des soins pénitentiaires entamée par le SPF Justice et le SPF Santé Publique
Depuis janvier 2023, les soins dispensés hors de la prison sont à charge des organismes mutuels et non plus du SPF Justice , ce qui est un signal positif en vue de l’harmonisation des couvertures de santé dans les prisons.
Par ailleurs, le SPF Justice a initié des projets pilotes dans dix prisons de juillet 2023 à août 2024, exécutant les recommandations du KCE (renforcement de la prise en charge des maladies mentales et des assuétudes, renforcement des soins de santé primaires , meilleure coordination des acteurs de la santé )
En conséquence, Monsieur le Ministre peut-il me faire savoir :
a ) quel est le premier bilan de ces projets pilotes?
b) si le transfert dudit service des soins de santé en prisons du SPF Justice vers le SPF Santé Publique constitue un projet mis en continuation en vertu des accords entre les deux SPF?
Paul Van Tigchelt:
Il est encore un peu tôt pour faire le bilan des projets pilotes qui doivent encore se poursuivre durant quelques mois et pourront ensuite être évalués.
En ce qui concerne l'évaluation d'un projet de lutte contre la drogue en détention, celle-ci est positive. C'est précisément pour cette raison que ces projets pilotes ont été étendus à dix prisons au lieu de trois précédemment.
La mise en œuvre de BelRAI, qui est un outil qui regroupe plusieurs instruments d'évaluation visant à améliorer la qualité des soins, est toujours en cours.
En ce qui concerne l'introduction de la formation, les consortiums finalisent leurs modules de formation.
L'intégration des détenus dans la règlementation de l'INAMI, qui a été introduite le 1 er janvier 2023 pour tout ce qui concerne les soins en dehors de la prison pendant la détention, donne des résultats satisfaisants. On me dit même que c'est un grand succès.
Quant au transfert entre le SPF Justice et le SPF Santé publique, il y aura d'autres efforts pour mettre en œuvre cette réforme au cours de la prochaine législature. Un travail sera aussi effectué sur la recherche d'une source de financement appropriée. Il y a un consortium d'universités qui y travaille et la coopération entre les différents ministères et administrations fédéraux et fédérés doit être et sera accrue.
François De Smet:
Merci monsieur le ministre. C'est très clair pour les projets pilotes. En ce qui concerne le transfert des soins de santé du SPF Justice vers le SPF Santé publique, je rappelle qu'il s'agit réellement d'une demande qui émane du secteur, des ASBL qui accompagnent des détenus et prisonniers, tant sont spécifiques les maladies et les attaques sur leur santé et tant cela joue sur leur réinsertion potentielle, que nous souhaitons tous. J'espère que le prochain gouvernement, s'il advient, se saisira de ce dossier à bras-le-corps.
De ondernomen acties naar aanleiding van de zaak-Van Espen
De opvolging van de aanbevelingen van de Hoge Raad voor de Justitie inzake het dossier-Bakelmans
De opvolging van de aanbevelingen van de HRJ na de femicide op Julie Van Espen
Evaluatie en opvolging van gerechtelijke aanbevelingen en acties na spraakmakende dossiers
Gesteld door
N-VA
Kristien Van Vaerenbergh
VB
Marijke Dillen
PS
Caroline Désir
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 11 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de gerechtelijke fouten in de zaak-Julie Van Espen en de daaropvolgende hervormingen om seksueel geweld harder aan te pakken. Minister Van Tigchelt benadrukt structurele verbeteringen zoals strengere strafwetten (hogere straffen, verplichte therapie voor zedendelinquenten), praktische maatregelen (10 zorgcentra voor slachtoffers, risicotaxatie, DNA-wetgeving) en extra middelen (meer gespecialiseerde magistraten en politie-inspecteurs), maar erkent dat de tuchtprocedure voor magistraten en een formele erkenning van justitiële fouten nog ontbreken. Kritiekpunt is dat de familie Van Espen geen officiële excuses kreeg en genoodzaakt was een rechtszaak aan te spannen voor erkenning, terwijl samenwerking met gemeenschappen/gewesten en volledige implementatie van HRJ-aanbevelingen nog onduidelijk blijven. De focus ligt op verdergaande professionalisering en slachtofferondersteuning, maar de zaak toont aan dat systeemfouten diepgeworteld zijn.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mijnheer de minister,
Op donderdag 21 november 2024 is het burgerlijk proces van de familie Van Espen gestart tegen de Belgische staat (justitie). Het proces zal moeten uitwijzen of er een oorzakelijk verband is tussen de fouten en nalatigheden bij justitie en de uiteindelijke moord op mevr. Van Espen.
Dat er zaken misgelopen zijn staat vast. Het intern onderzoek, het rapport van de Hoge Raad voor Justitie en de parlementaire hoorzittingen die in de nasleep van de gebeurtenissen plaatsvonden maakten dit duidelijk.
Graag stel ik u hierover enkele vragen over:
1/ Welke stappen heeft u samen met justitie reeds ondernomen om dergelijke fouten in de toekomst maximaal te vermijden?
2/ Welke plannen staan nog op stapel om tegemoet te komen aan de aanbevelingen die gedaan geweest zijn?
Marijke Dillen:
“Kon de dood van Julie Van Espen vermeden worden als Justitie haar werk beter had gedaan?", is de cruciale vraag die aan de basis ligt van de procedure van de familie van het vermoorde meisje tegen de Belgische Staat waarbij de terechte vraag wordt gesteld of Justitie gefaald heeft. De uitspraak moet nog komen.
Maar dat er fouten zijn gemaakt staat onbetwistbaar vast. De Hoge Raad voor de Justitie heeft een uitgebreid en goed onderbouwd rapport opgesteld dat dateert van december 2019 en waaruit blijkt dat er liefst 77 dossiers onaangeroerd in de kast zijn blijven liggen, waaronder zware zedendossiers.
Dit rapport van de HRJ heeft talrijke aanbevelingen geformuleerd aan diverse instanties, o.a. aan het adres van Justitie, maar ook aan het College van Hoven en Rechtbanken, het College van het Openbaar Ministerie, het Hof van Beroep, het Parket-Generaal, de Rechtbank van Eerste Aanleg en het Parket van Eerste Aanleg.
Kan de minister mij een gedetailleerd overzicht geven van de initiatieven die er sinds dit rapport werden genomen door deze verschillende instanties? Graag een gedetailleerd overzicht per betrokken instantie.
Kan de minister mij mededelen welke middelen er werden vrijgemaakt specifiek ter opvolging van deze aanbevelingen van de HRJ? Graag een gedetailleerd overzicht per instantie en op jaarbasis sinds 2020?
Er werden ook aanbevelingen geformuleerd in dit rapport aan het adres van de gemeenschaps- en gewestminister. Kan de minister mij mededelen of er in het kader van het overleg met deze betrokken ministers aandacht werd besteed aan de opvolging van de geformuleerde aanbevelingen door de HRJ? Heeft de minister zicht op de stand van zaken betreffende deze opvolging?
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik wil hier de juiste toon vinden, want het drama Julie Van Espen snijdt nog steeds recht in onze ziel. Als er één domein is waarop we voorbije legislatuur vooruitgang hebben geboekt, dan is het wel de strijd tegen seksueel geweld. Dat was ook nodig, dat waren we verplicht aan Julie Van Espen. We hebben die vooruitgang kunnen boeken en dat is opzienbarend. We waren daarvoor in continu overleg met de ouders van Julie. Zij waren de drijvende kracht achter die hervormingen en daarvoor verdienen zij ongelooflijk veel respect.
Collega's, ik zeg niet dat we er al zijn of dat alles perfect loopt, maar er is belangrijke vooruitgang geboekt. De strijd tegen seksueel geweld, en ook de strijd tegen intrafamiliaal geweld, moet een prioriteit blijven. Meisjes en vrouwen moeten zich veilig kunnen voelen op straat, op café, maar ook thuis.
Het Parlement was ook betrokken bij vele van die hervormingen. Er was er de inwerkingtreding van een vernieuwd, strenger, up-to-date en state-of-the-art seksueel strafrecht, sinds juni 2022. De strafmaten voor verkrachting werden verhoogd. Er werd een beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij ingevoerd om te vermijden dat bijvoorbeeld een zeer gevaarlijk seksueel delinquent tot strafeinde gaat om te verhinderen dat hij via opgelegde voorwaarden aan zijn problematiek dient te werken. Verder hebben we de verplichte terbeschikkingstelling na een gevangenisstraf uitgebreid met het misdrijf verkrachting van minderjarigen. We hebben het nieuwe Strafwetboek, dat verplichte therapie voor zedendelinquenten bevat, via de nieuwe straf van behandeling onder vrijheidsberoving – en ik weet dat die straf nog niet is ingevoerd.
We hebben ook de wet houdende voorlopige hechtenis gewijzigd. Voorheen vervielen de opgelegde voorwaarden na een maximale termijn van drie maanden als de onderzoeksrechter niet tijdig de verlenging aanvroeg. Dat leidde in bepaalde gevallen, zoals in de zaak-Steve B. – laten we zijn achternaam niet uitspreken – tot onnodige risico's voor de maatschappij. Dat werd ook aangekaart in het rapport van de Hoge Raad voor de Justitie. De wet houdende voorlopige hechtenis werd daaraan aangepast. Met de wijziging blijven de voorwaarden nu gelden tot er een uitspraak ten gronde is, waardoor die problemen worden opgelost.
We hebben ons niet beperkt tot wetgevende wijzigingen. We hebben ook aanpassingen doorgevoerd op het terrein. Ik verwijs heel kort naar de zorgcentra voor seksueel geweld. We zijn van drie naar tien gegaan. We zijn het er ondertussen allemaal over eens – dat hoor ik van mensen op het terrein – dat de zorgcentra na seksueel geweld misschien wel de belangrijkste stap voorwaarts betekenen, waardoor het dark number , dat er nog altijd is, verlaagd is. Het doen van een aangifte was vroeger voor vele slachtoffers een te hoge drempel. De zorgcentra voor seksueel geweld, waar de slachtoffers op een correcte manier bejegend worden – politioneel, psychologisch en met vrijwaring van de sporen – hebben gezorgd voor meer aangiftes. Dat is zeer belangrijk. Er zijn er nu tien. Idealiter komen er nog twee bij, zodat wij er twaalf hebben. Onder meer in Halle-Vilvoorde moet er nog één bijkomen. Laten we hopen dat het er nog van komt.
We hebben ook de steun voor het Slachtofferfonds opgetrokken tot 125.000 euro. Ook dat is niet onbelangrijk opdat slachtoffers in de praktijk de hulp ontvangen die zij verdienen. We kunnen wel nieuwe structuren en nieuwe wetgeving creëren, maar onze mensen op het terrein moeten er ook mee aan de slag kunnen. Finaal zijn het mensen die het verschil maken. Koen Geens had de verplichte opleiding voor magistraten al geregeld. Meer dan 2.000 magistraten hebben die opleiding gevolgd. Ook bij de politie zijn er inmiddels meer dan 1.500 gespecialiseerde inspecteurs voor seksueel geweld actief.
We hebben het mobiele stalkingalarm ingevoerd. Door een druk op de knop kan de politie verwittigd worden.
Er zijn ook, ingevolge de aanbeveling van de Hoge Raad, risicotaxatietoetsen ingevoerd om de kans op recidive bij zedendelinquenten beter in te schatten en om gerichter te kunnen optreden. Dat is natuurlijk geen exacte wetenschap. Het blijft mensenwerk. Maar het bestaat, en het leidt tot meer professionalisering en tot meer awareness bij onze diensten.
Er wordt ook gewerkt aan een nieuwe wet op DNA in strafzaken. We hebben ook geïnvesteerd in innovatieve projecten zoals het proefproject Code 37, gelanceerd in Antwerpen en ondertussen uitgebreid naar andere parketten, waardoor het woord-tegen-woord nu via gespecialiseerd onderzoek kan worden vermeden.
Ik zeg het vaak, maar ook hier mag het gezegd worden: we hebben de rechterlijke orde versterkt, we hebben bijkomende middelen vrijgemaakt voor Justitie, waardoor er meer criminologen, meer parketjuristen en meer referendarissen zijn gekomen.
We zijn er evenwel nog niet. Onder meer wat de familie Van Espen vroeg, is dat de evaluatie en de tucht van magistraten herzien wordt. Daarvoor zijn de teksten in voorbereiding. We moeten in de komende maanden op dat vlak nog meer stappen voorwaarts zetten.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het overzicht van de maatregelen en de wijzigingen dat u hebt gegeven. Er zijn inderdaad al stappen gezet, maar zoals u zelf aangeeft, is het werk nog niet af. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat de zorgcentra er komen, ook in mijn regio. Vanuit het Parlement werken we daaraan ook verder.
Die tuchtprocedure is heel belangrijk. Ik kom net van de commissie voor Grondwet en daar hebben we al het voorstel tot herziening van het grondwetsartikel ingediend. Dat wordt nu behandeld, waarna we verder kunnen werken aan de uitwerking van de evaluatie van de korpschefs.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik heb geen antwoord gekregen op mijn derde vraag. Een aantal aanbevelingen uit het rapport van de Hoge Raad voor de Justitie hadden ook betrekking op de bevoegdheden van de gemeenschappen en de gewesten. Ik had vragen gesteld over het overleg omdat er vaak raakvlakken zijn met Justitie. Ik zal daarover een schriftelijke vraag indienen, waarop ik hopelijk een antwoord krijg.
Mijnheer de minister, u hebt terecht gezegd dat de houding van de familie Van Espen bijzonder veel respect verdient. Het is jammer dat dit land die familie gedwongen heeft om naar de rechtbank te stappen. We hebben heel goed begrepen dat het die mensen enkel en alleen te doen is om de erkenning te krijgen dat er fouten zijn gemaakt. Dat is het enige dat zij vragen. Het gaat niet om geld of een schadevergoeding. Zij willen gewoon de erkenning dat Justitie in dit dossier – weliswaar niet bewust – fouten heeft gemaakt. Dat blijkt duidelijk uit de onderzoeken van de Hoge Raad voor de Justitie. Samen met de familie moet ik betreuren dat er geen mea culpa over de lippen van Justitie is gekomen.
Voorzitter:
La question n° 56001161C de Mme Caroline Désir est retirée . La question n° 56001062C de M. Patrick Prévot est reportée.
Het defect aan de toegangsdeur van het justitiepaleis in Antwerpen
Gesteld door
Gesteld aan
Mathieu Michel
op 11 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De defecte inkomdeur van het Antwerpse justitiepaleis—kritiek voor veiligheid en toegang—werd na maanden vertraging (kost: €1.900, ten laste van Justitie) eindelijk hersteld, terwijl de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Regie der Gebouwen en Justitie onduidelijk blijft en structurele gebreken (lekkages, gladde trappen) aan het relatief nieuwe gebouw nog steeds niet zijn opgelost. Mathieu Michel wijst op een nieuwe handleiding (2023) om bevoegdheden te verduidelijken en meldt dat een onderhoudscontract (na lang aandringen) nu wordt geanalyseerd. Marijke Dillen benadrukt het gebrek aan urgentie bij kleine maar cruciale reparaties en kondigt een formele vraag aan over alle uitstaande mankementen. De kernkwestie draait om slepende onderhoudsproblemen, onduidelijke verantwoordelijkheden en het imago van het gerechtsgebouw.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, dat het justitiepaleis in Antwerpen al jaren kampt met een aantal structurele gebreken, is een gekend probleem. Liften die met de regelmaat van de klok niet werken, lekken en veel te gladde trappen bij vriesweer en sneeuw, zijn maar enkele voorbeelden van zaken die niet opgelost geraken.
Nu was er – ik moet dit in de verleden tijd uitdrukken – een zeer ernstig probleem met de inkomdeur voor de bezoekers, die al geruime tijd niet meer naar behoren werkte. Het mechanisme van die automatische deur was stuk. Ondanks talrijke aanmaningen en talrijke contactopnames met uw departement, geraakte dat maar niet hersteld. Bezoekers dienden zeer hard te duwen om die deur te laten draaien. Vaak klemt die deur ook. Als oplossing werd de deur naast de officiële inkomdeur dan maar opengezet, maar dat was absoluut geen ideale oplossing, want daardoor stonden de bewakingsagenten in de volle tocht en in de kou en het bevordert het werk van de veiligheidsagenten ook niet.
Ik heb begrepen, ook na een bezoek ter plaatse, dat dit probleem een tiental dagen geleden verholpen werd, eindelijk.
Mijnheer de staatssecretaris, waarom heeft het zo lang geduurd vooraleer die werken werden uitgevoerd? Hoewel het om kleine werken ging, zijn ze wel belangrijk voor de veiligheid.
Wat is de kostprijs van die werken?
Ik heb nog een bijkomende vraag, maar weet niet of u die nu kunt beantwoorden. Desgevallend dien ik er een afzonderlijke mondelinge vraag voor in. Graag had ik een overzicht van alle aanzienlijke gebreken aan dat toch relatief recente gebouw die nog in aanmerking komen om opgelost te raken in deze periode van lopende zaken.
Mathieu Michel:
Mevrouw Dillen, ik was er niet van op de hoogte dat het automatisch mechanisme aan de ingang van het Antwerpse gerechtsgebouw defect was.
Ik heb goed nieuws voor u. De Regie der Gebouwen liet me weten dat de deur gerepareerd is en functioneert. De kosten van de reparatie zouden 1.900 euro bedragen, inclusief btw. Ik herinner u eraan dat de deur deel uitmaakt van het toegangsbeveiligingssysteem van het gebouw. Overeenkomstig het administratief reglement (handleiding klantenrelaties) zijn de kosten van dit type installaties ten laste van de bewoners, dus van de FOD Justitie.
Ter informatie wil ik u nog meegeven dat na lang aandringen bij de leverancier, de FOD Justitie op 18 november 2024 eindelijk een voorstel voor onderhoudscontract heeft ontvangen. Dit onderhoudscontract wordt momenteel geanalyseerd door de FOD Justitie.
Wat uw laatste vraag betreft: ik beschik momenteel niet over de informatie.
Marijke Dillen:
Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord.
Ik heb gezegd dat de deur, na heel lang wachten en aandringen, een tiental dagen geleden inderdaad werd hersteld. Ik neem u niet kwalijk dat u de situatie ter plaatse niet kent, maar dat is de enige inkomdeur voor de bezoekers, niet voor de advocaten of de magistraten. Daar is elke ochtend heel veel passage, dus het was erg dat die deur niet werkte. De veiligheid van de veiligheidsagenten aldaar kwam in het gedrang omdat men daardoor de andere grote deur moest openen en er daar geen toezicht was.
U zegt dat de kostprijs voor de herstelling ongeveer 1.900 euro bedroeg en ten laste valt van Justitie. Dat begrijp ik niet goed. Of is enkel het onderhoudscontract ten laste van Justitie?
Mathieu Michel:
Dat behoort tot de verantwoordelijkheid van Justitie en dus moet Justitie dat betalen. Het is niet veel.
Marijke Dillen:
Dat is inderdaad niet veel, maar waarom moet het allemaal zo lang duren? Ik neem aan dat dat kan voor heel grote werken, maar dit was toch wel extreem lang. Maar eind goed al goed, het probleem is opgelost.
Ik zal u later nog een vraag stellen met een overzicht van alle gebreken van dat gebouw. Het is immers niet normaal dat zodra het regent er in de inkomhal van dit vrij recente gebouw emmers staan om het water op te vangen en er aan de trappen dweilen liggen. Echt bevorderlijk voor het mooie uitzicht van dat gebouw is dat toch niet.
Mathieu Michel:
Ik vestig uw aandacht op de klantenrelatie tussen de Regie der Gebouwen en de bezetters. Zowel de Regie der Gebouwen als de bezetters dragen een verantwoordelijkheid. We specificeren wat ten laste valt van de Regie der Gebouwen en wat ten laste valt van Justitie. Voor dergelijke werken staat vermeld dat Justitie verantwoordelijk is. U zult aan Justitie moeten vragen waarom het zo lang heeft geduurd.
Het is niet altijd gemakkelijk de verantwoordelijkheden van de Regie der Gebouwen en van Justitie te onderscheiden. Daarom hebben we die handleiding klantenrelaties opgesteld in 2023. Nu moet duidelijker worden gesteld waar de verantwoordelijkheid ligt.
Marijke Dillen:
Ik zal mijn vraag voorleggen aan uw collega, minister Van Tigchelt. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.21 uur. La réunion publique de commission est levée à 15 h 21.
Het ontwerp van aanpassing van de uitgavenbegroting en de prestaties van vertalers en tolken
De verwijlinteresten bij de betalingsachterstand ten aanzien van de gerechtstolken en -vertalers
De begroting van het departement Justitie
De uitbetaling van de gerechtstolken en -vertalers
Financieel beheer en vergoedingen voor gerechtstolken en -vertalers binnen Justitie
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 27 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De betalingsachterstand bij Justitie (20 miljoen euro, waaronder 2 miljoen voor tolken/vertalers) blijft onopgelost: slechts 10,5 miljoen euro (10 miljoen herallocatie + 500.000 euro intern) is vrijgemaakt, prioriteit gaat naar kleine prestatieverleners, maar volledige betaling verschuift naar januari 2025, met risico op persoonlijke crises en vertrek van vertalers. Verwijlintresten worden geweigerd ondanks Europese rechtspraak (C-419/21), omdat Justitie de wet op betalingsachterstand niet van toepassing acht—een standpunt dat onder vuur ligt. Geen structurele oplossing is voorhanden zonder nieuwe regering; noodmaatregelen (bv. uitstel belastingen/sociale bijdragen) blijven onbeslist.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mijnheer de voorzitter, we komen inderdaad alle drie terug op een vraag die we recent ook in deze commissie hebben gesteld. Meer bepaald op 5 november ging u meer in detail in op het tekort dat de begroting voor Justitie momenteel teistert door de stijgende gerechtskosten, de indexeringen en de grote rechtszaken. U raamde het tekort op 20 miljoen euro. U gaf aan dat er snel – meer bepaald midden november – bijkomende middelen beschikbaar zouden zijn om die tekorten te compenseren. Om het volledige tekort te ondervangen, werd een aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voorzien.
Werden er effectief medio november reeds bijkomende middelen voorzien om de eerste tekorten te kunnen bijpassen?
Specifiek voor de facturen van de vertalers-tolken wordt het tekort momenteel op 2 miljoen euro geraamd. Werden reeds middelen uitgetrokken om die facturen te betalen? Zo ja, hoeveel van die achterstand van 2 miljoen euro werd reeds weggewerkt?
Zal het volledige tekort dit jaar nog weggewerkt kunnen worden met de voorziene basisherallocaties, zoals opgenomen in het wetsontwerp met de tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2024? Dat lijkt immers niet mogelijk met de voorziene 10,1 miljoen euro zoals in het ontwerp aangegeven staat. Indien het tekort van 20 miljoen euro niet kan worden weggewerkt, wat is de impact dan op Justitie? Kunt u de specifieke dossiers aangeven die geïmpacteerd zullen worden en het bijhorend bedrag?
Ik had ook een tweede vraag ingediend naar aanleiding van uw antwoord op onze vraag van 5 november, over de verwijlinteresten bij de betalingsachterstand ten aanzien van de gerechtstolken en de vertalers. Blijkbaar bestaat er rechtsspraak over dat punt. Ik verwijs daarvoor naar de schriftelijke voorbereiding van mijn ingediende vraag.
Mijnheer de Minister,
In uw antwoord op een mondelinge vraag (nr. 55042366C) over de onbetaalde facturen en de achterstand in de betalingen van gerechtstolken, gaf u aan dat dit geen verwijlinteresten kon genereren. Dit omdat de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransactie niet van toepassing zijn op deze gevallen, aangezien het niet gaat om handelstransacties of om gevallen bedoeld in de wet van december 1993 betreffende de overheidsopdrachten of opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
Nochtans is er Europese rechtspraak (C-419/21), maar ook rechtspraak van het Hof van Cassatie (Nr. C.18.0490.N), die deze zienswijze tegenspreekt. Het Europees Hof van Justitie stelt in dat arrest dat het begrip „handelstransacties" in het kader van de Europese richtlijn 2011/7 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties ruim moet worden opgevat en dat het dus niet noodzakelijkerwijs samenvalt met het begrip „overeenkomst" (contract). Er moet aan twee voorwaarden worden voldaan om een transactie te kunnen aanmerken als een „handelstransactie". Ten eerste moet zij worden verricht tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en overheidsinstanties. Ten tweede moet de transactie leiden tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen vergoeding. Dat is het geval met prestatieverleners in het kader van gerechtskosten.
Graag stel ik u de volgende vragen:
1/ Bent u op de hoogte van deze rechtspraak?
2/ In het licht van deze rechtspraak, bent u het met mij eens dat deze betalingsachterstand wel degelijk verwijlinteresten oplevert?
3/ Zal de FOD Justitie hier in de toekomst rekening mee houden?
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, mijn vraag betreft geen nieuw probleem. Zoals enkele weken geleden in deze commissie al aan bod is gekomen en ook tijdens de vorige legislatuur herhaaldelijk is aangekaart, slaagt Justitie er maar niet in om de tolken en vertalers, die van onschatbare waarde zijn bij de behandeling van dossiers voor de rechtbank, tijdig te betalen. Dat onaanvaardbaar probleem sleept al lange tijd aan. U weet dat tolken en vertalers heel belangrijk zijn voor de goede werking van Justitie.
De in de begroting voorziene middelen waren ontoereikend, waardoor meer dan 2.000 gerechtstolken en -vertalers te horen kregen dat hun uitbetaling nog maanden zal duren. In deze commissie is al aangekaart dat daardoor persoonlijke drama's dreigen voor velen, omdat de rechterlijke macht hun enige bron van inkomsten is. In afwachting van een nieuwe regering moet de regering in lopende zaken een noodbegroting opstellen met voorlopige twaalfden. Ik hoop meteen van u te vernemen dat dit dossier absolute prioriteit zal krijgen.
Zult u ervoor zorgen dat er voldoende budgetten worden vrijgemaakt, zodat alle openstaande facturen van gerechtstolken en -vertalers nog dit jaar kunnen worden betaald?
Zult u er eveneens voor zorgen dat van die facturen niet alleen de hoofdsom, maar ook de verwijlinteresten zullen worden betaald?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, sur le même sujet, vous m'aviez effectivement répondu en date du 6 novembre dernier que les fonds seraient trouvés et débloqués pour les arriérés relatifs aux prestations des traducteurs et interprètes jurés dans les affaires pénales. Mon collègue Xavier Dubois avait questionné le lendemain sur le même sujet la secrétaire d'État Alexia Bertrand, qui lui avait confirmé que ces crédits avaient été repris dans une enveloppe dans le cadre de l'ajustement budgétaire de 10,1 millions d'euros.
Ces 10 millions reprennent-ils bien les frais d'arriérés, tel qu'annoncé aux représentants du secteur? Il me semble que, lorsque nous avions évoqué les arriérés, nous parlions d'une somme de 20 millions. Il y aurait donc, selon ma lecture, un écart entre ce qui se retrouve à l'article budgétaire ajusté et les sommes évoquées. Qu'est-ce qui justifie cet écart ou ce changement de position?
Vous vous souviendrez également, vu la détresse dans laquelle se trouvent un certain nombre de professionnels du service de la Justice, que j'avais suggéré de prendre contact avec d'autres collègues du gouvernement de manière à ce que vous puissiez avoir leur accord sur des étalements d'arriérés d'impôts, de cotisations sociales, de paiement à l'impôt des personnes physiques ou de TVA, sans qu'il y ait des intérêts de retard et des majorations sociales qui soient comptés. Cette proposition a-t-elle été suivie par une initiative de votre part?
Certains imaginent cesser le service définitivement. Une avancée a-t-elle pu avoir lieu en leur faveur? Si oui, laquelle?
Paul Van Tigchelt:
Geachte leden, ik dank u voor de vragen. Dit is inderdaad een belangrijk probleem dat prioritair moet worden opgelost vanwege het menselijke aspect. We hebben dat al eerder besproken in de commissievergaderingen van 23 oktober en 6 november.
Verdergaand op die antwoorden stelt u nu nieuwe vragen.
La redistribution d'environ dix millions d'euros et la redistribution interne de 500 000 euros – dont les crédits sont déjà disponibles depuis le 19 novembre – sont en tous cas suffisantes pour payer les traducteurs-interprètes mais ne suffisent pas pour éliminer la totalité du déficit des frais de justice, estimé à 20 millions d'euros.
De administratie stelt alles in het werk om in functie van de beschikbare kredieten de prestatieverleners maximaal te vergoeden. Er wordt prioriteit gegeven aan de uitbetalingen van de "kleinere" prestatieverleners die afhankelijk zijn van Justitie, zoals vertalers en tolken. Er zijn ook grote firma's die moeten worden betaald, maar we proberen voorrang te geven aan die kleinere prestatieverleners, net vanwege dat aspect humain , zoals terecht werd aangehaald.
Een deel van de kostenstaten, onder andere die voor de maand december, zullen in januari betaald kunnen worden, zodra de kredieten voor 2025 ter beschikking zijn. Als alles loopt zoals gepland, zal de begroting van voorlopige twaalfden kunnen worden goedgekeurd binnen nu en enkele weken in de commissie en in het plenum van dit Parlement.
Beëdigde vertalers en tolken kunnen steeds contact opnemen met de dienst Gerechtskosten, zodat desgevallend samen naar een oplossing kan worden gezocht. We willen hen niet aan hun lot overlaten. Indien er begin 2025 nog steeds geen zicht is op een nieuwe regering, zal ik genoodzaakt zijn om via nieuwe herverdelingen – u weet dat ik geen bijkomend budget kan vragen – ervoor te zorgen dat alle prestatieverleners blijvend betaald zullen worden. In lopende zaken kan ik alleen een beroep doen op de techniek van interne herverdelingen. Dat doen we maximaal.
Collega Van Vaerenbergh, mijn antwoord op uw vraag over de verwijlintresten is enigszins technisch. De dienst Geschillen en Juridische Adviezen van de FOD Justitie is en blijft van oordeel dat die gerechtskosten in strafzaken niet vallen onder de wet van 2 augustus 2002 over de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties. De redenering daarachter is dat de rechterlijke macht geen overheidsinstantie is en dus ook geen aanbestedende dienst is. De prestatieverleners ontvangen hun opdrachten namelijk niet van een aanbestedende overheid, maar wel van een procureur of onderzoeksrechter in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. Bijgevolg is de wet van 2 augustus 2002 niet van toepassing op de vorderingen, op grond van de wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken. Dat werd reeds door verschillende rechterlijke betwistingen bevestigd. Ik kan ter zake verwijzen naar een arrest van het hof van beroep van Brussel van 4 februari 2020.
In de loop van de procedure zijn de openstaande kostenstaten betaald. De discussie voor het hof ging alleen over de vraag of de eiser recht had op interesten en een schadevergoeding, overeenkomstig de genoemde wet van 2002. Het hof voerde een grondige analyse uit en oordeelde dat voornoemde wet niet van toepassing was, in het bijzonder omdat de Belgische Staat niet voldeed aan de definitie van overheid, zoals gedefinieerd in de voornoemde wet van 2002.
Cher collègue Crucke, en ce qui concerne votre question sur le report du paiement de la TVA et des cotisations sociales, je me permets de vous renvoyer au ministre compétent.
Je comprends bien sûr que cela pourrait alléger la pression sur les traducteurs-interprètes. Je pourrais en discuter avec eux mais cela créerait un précédent car, si je ne me trompe, cela ne s'est encore jamais fait par le passé.
Kristien Van Vaerenbergh:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het is inderdaad een heel pijnlijke kwestie, omdat het ingrijpt in het leven van de mensen die niet rondkomen. Justitie was al geen aantrekkelijke werkgever. Blijkbaar is dat nog steeds niet het geval.
U antwoordt ook dat de prestaties in 2024 nog niet volledig zullen kunnen worden betaald en dat de betaling ervan wordt uitgesteld naar januari 2025. Dat is heel pijnlijk. Het zal moeilijk zijn om op langere termijn wie voor Justitie werkt, aan boord te houden, als men voor het werk niet wordt vergoed.
Ik had ook nog gevraagd welke andere vergoedingen evenmin tegen eind 2024 worden betaald. Op die vraag hebt u niet geantwoord. Kunt u het antwoord alsnog meegeven?
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw Van Vaerenbergh, als u het mij toestaat, bezorg ik u het antwoord schriftelijk.
Kristien Van Vaerenbergh:
Dat is goed, mijnheer de minister.
U geeft wel een heel bijzondere interpretatie aan de kwestie inzake de verwijlinteresten met uw verwijzing naar het arrest van het hof van beroep van Brussel. Ik heb in mijn vraag herinnerd aan Europese rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, waarmee wordt erkend dat er ook verwijlinteresten moeten worden uitgekeerd, indien er te laat voor prestaties wordt betaald.
Het belangrijkste is uiteraard dat de betrokkenen worden betaald voor hun prestaties en desgevallend verwijlintresten ontvangen.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, kunt u mij vooreerst de lijst bezorgen van alle andere kosten?
Hoe dan ook gaat het hier om een bijzonder moeilijk en pijnlijk dossier op menselijk vlak. Ik noteer uit uw antwoord dat er wel betalingen zullen gebeuren, maar dat u geen garanties geeft dat alles voor eind 2024 volledig zal worden uitbetaald. Mijnheer de minister, dat is onaanvaardbaar. Stel u voor dat werknemers in een bepaald bedrijf voor hun prestaties niet worden betaald. De vakbonden zouden dan op de eerste rij aanschuiven om daartegen terecht te protesteren. Iedereen heeft immers recht op betaling van zijn of haar prestaties. We mogen immers ook niet vergeten dat de betrokkenen op het einde van de maand ook hun facturen moeten betalen. Ik blijf dus aandringen op oplossingen om de kwestie volledig te regelen.
Ten tweede verwijs ik met betrekking tot de interesten naar de Europese rechtspraak, die toch andere standpunten verdedigt. Bovendien begrijp ik de logica niet goed. Het betreft een heel ingewikkelde structuur, onder andere omdat de overheid zonder aanbesteding werkt. Als ik morgen mijn factuur van bijvoorbeeld elektriciteit niet betaal en daarover een aangetekend schrijven krijg, dan beginnen vanaf die dag verwijlintresten te lopen en wordt 10 % schadevergoeding opgelegd wegens wanbetaling. Waarom kan dat niet voor dergelijke facturen?
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, je pense qu'effectivement, ce dossier est lourd de signification et joue sur la confiance pour ceux qui travaillent au service de la Justice. On ne peut pas dire que rien n'a été fait. Vous avez développé des éléments et une enveloppe de 500 000 euros a été libérée. Vous avez fait le choix de priorités sur le plan humain, que je peux bien évidemment comprendre.
Mais il n'en reste pas moins que tous ceux qui ne sont pas payés peuvent aussi être dans des difficultés. Ce n'est pas parce qu'on a une société que l'on roule sur l'or. Certaines difficultés doivent pouvoir être comprises. À l'impossible, nul n'est tenu mais, manifestement, certains vont devoir attendre un peu de temps, et quand je dis un peu, c'est peut-être un euphémisme. C'est pour cela, monsieur le ministre, que j'insiste. Je peux évidemment m'adresser aussi à vos collègues du gouvernement pour qu'un geste soit fait. C'est la contradiction dans ce dossier. D'autres ministères ne vont pas attendre pour réclamer les cotisations ni pour réclamer la TVA. S'il n'y a pas là une action collective du gouvernement, je crains que certains soient doublement pénalisés, en n'étant pas payés et en étant face à des obligations de paiement auxquelles ils ne peuvent plus répondre. J'interrogerai vos collègues mais je vous demande de faire un geste en les interpellant, peut-être par écrit, sur ce dossier. Cela doit être une opération collective. Moi, je ne joue pas un jeu de majorité contre opposition. Ce que j'espère, c'est trouver la réponse la plus opportune et la plus rapide possible.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, mag ik ervan uitgaan dat u aan de commissievoorzitter de lijst zult bezorgen? ( Instemming )
De uitspraak van het Hof van Justitie van de EU over de asielaanvragen van Afghaanse vrouwen
De vluchtelingenstatus voor Afghaanse vrouwen
De situatie van de Afghaanse vrouwen
Afghaanse vrouwen en de vluchtelingenstatus
De uitspraak van het Europees Hof van Justitie over asielaanvragen van Afghaanse vrouwen
EU-uitspraken en asielstatus voor Afghaanse vrouwen
Gesteld aan
Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat Afghaanse vrouwen automatisch als vervolgde sociale groep moeten worden erkend op basis van nationaliteit en geslacht, wat in België al grotendeels werd toegepast door het CGVS (erkenningsgraad: 95,6% voor vrouwen in 2024). De staatssecretaris benadrukte dat individuele toetsing (o.a. nationaliteitscontrole, uitsluitingsgronden) blijft gelden, zonder automatisch asiel toe te kennen, om misbruik en aanzuigeffect te voorkomen. Kritiekpunten betroffen de onzekere status van Afghaanse mannen (slechts 38% erkenning) en de lage instroom van vrouwen (16% van Afghaanse asielzoekers) door reisbeperkingen. Partijen waarschuwden voor te globaal groepsbeleid, maar steunden humanitaire opvang met behoud van strikt individueel onderzoek.
Voorzitter:
Mevrouw Safai is verontschuldigd.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, op 4 oktober 2024 stelde het Europees Hof van Justitie in Luxemburg dat Afghaanse vrouwen als een specifieke sociale groep aangezien moeten worden en dat ze bij hun terugkeer naar het land van herkomst daadwerkelijk en specifiek vervolging dreigen te ondergaan vanwege de onderdrukking door de taliban. Om te oordelen over de asielaanvraag, volstaat het volgens het Hof om alleen te kijken naar de nationaliteit, zijnde Afghaans, en naar het geslacht, zijnde vrouw, om in aanmerking te komen voor een asielstatus.
Bestaat er volgens u een risico dat dat zal leiden tot een toename van het aantal asielaanvragen en dat de uitspraak een aanzuigeffect heeft?
Zal er bij de beoordeling van toekomstige asielaanvragen door het CGVS rekening worden gehouden met die beslissing, of oordeelde het CGVS al in die zin en zal het arrest dus geen impact hebben?
Wat is momenteel de erkenningsgraad van Afghaanse vrouwen?
Bent u voorstander van beslissingen waarbij het voldoende is om nationaliteit en geslacht in aanmerking te nemen voor de toekenning van een asielaanvraag?
Hoe zorgt u ervoor dat de individuele toetsing van een asielaanvraag gewaarborgd blijft?
Khalil Aouasti:
Madame la secrétaire d'État, les droits des femmes en Afghanistan sont de jour en jour de plus en plus restreints par le régime des talibans et ces droits finiront par devenir inexistants.
Face à cette situation, aux discriminations graves, aux violences de genre, qui hélas ne font plus les gros titres de la presse internationale depuis de trop nombreux mois, la Cour de justice de l'Union européenne a publié un arrêt important. Elle indique que dans le cadre d'une procédure d'asile, la nationalité et le sexe suffisent pour établir qu'une femme afghane fasse l'objet de persécutions en cas de retour dans son pays. Chaque État membre pourra désormais se baser uniquement sur ces critères pour accorder une protection internationale aux femmes afghanes.
Madame la secrétaire d'Etat, dans le cadre de la procédure d'asile en Belgique, quelles sont les conséquences concrètes de cet arrêt pour les femmes afghanes?
Le CGRA a-t-il revu ses instructions dans le sens précisé par la Cour de justice de l'Union européenne?
Au 1 er octobre 2024, combien de femmes afghanes ont demandé le statut de réfugiées dans notre pays et combien ont reçu une suite favorable cette année?
Une procédure de révision des décisions prises pour les femmes afghanes toujours présentes sur le territoire est-elle envisagée ou leur demanderez-vous d'introduire une nouvelle demande, dite multiple, qui serait justifiée par ce nouvel arrêt de la Cour de justice?
Qu'en est-il des membres de la famille accompagnant ces femmes?
Pourriez-vous m'indiquer ce qu'il en est de la situation des hommes afghans qui sont toujours dans un no man's land juridique sur notre territoire?
François De Smet:
Madame la secrétaire d'État, l'Afghanistan est redevenu un enfer pour les femmes depuis le retour des talibans. Nous ne comptons plus les mesures de privation de droits qui touchent les femmes afghanes qui sont interdites d'accès à l'éducation, exclues de la quasi-totalité des emplois, interdites de vie sociale, interdites d'apparaître dans l'espace public sans être accompagnées.
Il leur a même été récemment interdit de parler entre elles. La presse nous apprend en effet que le ministre afghan de la Promotion de la vertu et de la Prévention du vice a affirmé que les femmes ne devaient pas entendre la voix d'autres femmes, même lorsqu'elles prient.
Nous n'avons évidemment pas de moyens directs d'action pour aider ces femmes là-bas mais notre pays, comme les autres pays de l'Union européenne, a un levier: se montrer ouvert.
Lorsque des femmes venues d'Afghanistan introduisent une demande d'asile, nous pourrions faire en sorte qu'être femme et venir d'Afghanistan constituent en soi une catégorie de personnes à laquelle nous pouvons et devons offrir asile et protection, comme nous le permet désormais la Cour de justice de l'Union européenne.
Madame la secrétaire d'État, pouvez-vous nous dire si cette catégorie de réfugiées fait l’objet d’une attention spécifique du CGRA? Pouvez-vous nous donner les chiffres relatifs au nombre de demandes concernées?
Rajae Maouane:
Madame la secrétaire d'État, chaque jour, les droits des femmes en Afghanistan s’effacent sous le régime des talibans. Elles sont privées de toute liberté. Alors que le monde regarde malheureusement ailleurs, la Cour de justice de l'Union européenne a affirmé qu'être femme et afghane suffit désormais pour être considérée en danger et obtenir protection en Europe.
Madame la secrétaire d'État, que signifie concrètement cet arrêt pour les femmes afghanes en Belgique? Le CGRA a-t-il revu ses pratiques pour faciliter leur demande d'asile? Combien de femmes afghanes ont été protégées ici cette année? Pour celles qui sont déjà présentes, une révision de leur dossier est-elle envisagée ou devront-elles reprendre la démarche pour faire valoir ce droit?
Concernant leurs proches, en particulier les hommes afghans, comment ce statut est-il appliqué?
Je vous remercie pour vos réponses, dont j’espère qu’elles éclaireront un peu le sort de ces femmes qui ont tout perdu.
Voorzitter:
Zijn er leden die zich daarbij wensen aan te sluiten?
Greet Daems:
Mevrouw de staatssecretaris, nooit en nergens ter wereld zouden vrouwen moeten meemaken wat er nu in Afghanistan gebeurt. Daarover zijn we het allemaal eens. De vrouwen die in ons land bescherming vragen, moeten die ook kunnen krijgen. Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie komt neer op een directe erkenning van de vluchtelingenstatus van Afghaanse vrouwen. Alleen de nationaliteit en het geslacht zijn al voldoende om aan te tonen dat ze vervolging riskeren. De PVDA vindt het dan ook uw plicht om dat arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie ook in België ten uitvoer te leggen.
Zult u dat doen? We hopen alvast dat u dat zeer ernstig neemt.
Nicole de Moor:
Mijnheer de voorzitter, ik bedank de parlementsleden voor hun vragen over het beschermingsstatuut van Afghaanse vrouwen en het recente arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie daarover.
Depuis la reprise du traitement de toutes les demandes d'Afghans en mars 2022, le traitement de ces dossiers par le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA) va déjà dans le sens de cet arrêt. La pratique du CGRA est donc déjà conforme à l'arrêt de la Cour européenne de Justice qui a été discuté. Il n'y a donc pas lieu de procéder à un réexamen du dossier, monsieur Aouasti. Toutes les ressortissantes afghanes peuvent prétendre au statut de réfugiée en tant que groupe social déterminé.
Het begrip 'sociale groep' wordt namelijk in die zin geïnterpreteerd. Het is al langer duidelijk dat vrouwen in Afghanistan zich in een zeer precaire situatie bevinden. De discriminerende maatregelen die de taliban aan Afghaanse vrouwen opleggen, volstaan volgens de huidige rechtspraak op zich om te worden beschouwd als daden van vervolging. Het is goed dat het Hof van Justitie ook duidelijkheid schept met het oog op een uniforme toepassing van de kwalificatierichtlijn en de Conventie van Genève in alle lidstaten. Een harmonisering van de interpretatie wat dat betreft door verschillende lidstaten is een belangrijke zaak.
Wat de cijfers betreft, in 2024 is 16 % van de Afghaanse verzoekers een vrouw, wat iets hoger ligt dan voorgaande jaren. In 2023 was dat 11 %, in 2022 was dat 7 %. De voorgaande jaren waren er ongeveer 250 volwassen Afghaanse vrouwelijke verzoekers. Voor de eerste 9 maanden van dit jaar zitten we ook aan dat cijfer. Wellicht zal het aantal dus iets hoger liggen dit jaar, al betreft het een zeer beperkte stijging.
Het verbaast niet dat die cijfers zo laag zijn. Het is geweten dat Afghaanse vrouwen veel moeilijker het land kunnen verlaten en veel moeilijker op eigen houtje kunnen reizen. Het is belangrijk op te merken dat we de afgelopen jaren een heel sterke daling hebben gezien van het aantal Afghaanse niet-begeleide minderjarigen. Daar ging het voornamelijk om jongens. Er is dus inderdaad een kleine procentuele stijging van de vrouwen, tot 16 % vandaag.
En 2024, jusqu'à la fin du mois de septembre, un total de 2 486 personnes afghanes ont demandé une protection internationale dont 390 femmes et filles. Au cours de la même période de référence, le CGRA a accordé le statut de réfugiée à 372 femmes et filles afghanes. Cela représente un taux de reconnaissance de 95,6 %. Veuillez noter aussi que les décisions de 2024 ne sont pas nécessairement liées aux demandes de 2024.
Het is belangrijk op te merken dat er een daling is in het totale aantal Afghaanse verzoeken en een nog grotere daling van het aantal eerste verzoeken in België. Maar vergis u niet, collega's, er vindt nog altijd een onderzoek op individuele basis plaats. Ik vind dit zelf heel belangrijk. Het CGVS zal nog altijd moeten nagaan of de verzoekster daadwerkelijk de Afghaanse nationaliteit heeft, of er bepaalde uitsluitingsgronden spelen en of de verzoekster niet reeds internationale bescherming geniet in een andere Europese lidstaat.
Het CGVS kan dus nog steeds een weigeringsbeslissing nemen wegens nationaliteitsfraude, of een beslissing van niet-ontvankelijkheid wegens het reeds hebben van een statuut van internationale bescherming in een andere Europese lidstaat. Het CGVS volgt altijd de wettelijk voorziene procedures en zal dus niet zomaar overgaan tot een automatisch erkenningsbeleid.
Hetzelfde geldt uiteraard voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Il convient toutefois de noter que la grande majorité des demandeurs afghans sont des hommes. Pour les hommes célibataires, le CGRA évaluera également sur une base individuelle, pour chaque demandeur, s'il existe un besoin de protection tenant compte de la situation actuelle en Afghanistan. Actuellement, le taux de reconnaissance global du CGRA pour les Afghans est de 38 %.
Francesca Van Belleghem:
Mevrouw de staatssecretaris, op basis van uw antwoord heb ik toch nog een kleine, bijkomende vraag. Ik weet niet of dat mogelijk is?
Spelen de uitsluitingsgronden nog steeds, bijvoorbeeld die wegens verstoring van de openbare orde, ongeacht de rechtspraak? (De staatssecretaris knikt instemmend.) Oké.
Los van de situatie in Afghanistan moeten we echt wel opletten voor rechterlijke uitspraken die de individuele toetsing van asielaanvragen moeilijker of onmogelijk maken, al wordt er in de praktijk gesproken van een sociale groep of al erkent men in de praktijk al bijna alle vrouwen. Ik meen dat we zeer voorzichtig moeten zijn groepen in globo te erkennen. Daar gaat volgens mij wel een aanzuigeffect van uit.
Khalil Aouasti:
Madame la secrétaire d' é tat, je vous remercie pour vos réponses. Je vous remercie aussi d'avoir confirmé que notre pays n'a pas attendu l'arrêt de la Cour de justice pour considérer que la condition de femme était malheureusement une condition pour être maltraitée et persécutée sur le territoire afghan. Je vous remercie également d'avoir confirmé que le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides a anticipé les choses. Je pense qu'il est très heureux que notre jurisprudence ait anticipé cette jurisprudence de la Cour de justice et qu'elle se maintienne comme telle.
Je rappelle néanmoins malheureusement toujours le sort de ces centaines d'hommes afghans qui sont ici. Ils ne sont pas reconnus, mais ils sont considérés comme inexpulsables vers leur pays d'origine; ils se trouvent donc dans un no man's land et errent aujourd'hui dans une relative incertitude pour un temps dont on ignore la longueur. Je pense qu'il faut aussi pouvoir profiter de cette tribune pour lancer un message et faire en sorte qu'il y ait de l'humanité dans la manière dont sont traitées ces demandes-là, afin que ces hommes afghans qui sont sur le territoire puissent avoir un avenir.
François De Smet:
Madame la secrétaire d'État, je vous remercie pour vos réponses très claires. Moi aussi, je suis heureux que la Belgique n'ait pas attendu l'arrêt de la Cour de justice pour considérer que les femmes afghanes sont une catégorie devant bénéficier de cette protection. Je pense que c'est le devoir de notre pays de continuer en ce sens et de s'intéresser malgré tout au sort des hommes afghans. Ces derniers ne sont pas dans la même situation, mais la leur n'est pas très enviable non plus.
Rajae Maouane:
Merci, madame la secrétaire d'État, pour vos réponses qui sont assez rassurantes. Aujourd'hui, notre attention et notre engagement envers ces femmes doivent être totaux, pleins et entiers, face à cette situation tragique. Je vous appelle à continuer à faire de notre pays un allié inébranlable pour ces femmes qui sont contraintes de fuir et qui sont dans des situations absolument désastreuses là-bas. Comme mes collègues, je rejoins l'appel lancé concernant les hommes afghans; il faut traiter ces dossiers avec humanité. Je sais que vous en faites preuve. Merci beaucoup.
Voorzitter:
Zijn er leden die wensen aan te sluiten?
Maaike De Vreese:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, mevrouw Darya Safai en ikzelf hebben het arrest zelf heel goed gelezen. Daarin kan worden vastgesteld dat het Europees Hof de lidstaten toestemming geeft om de vluchtelingenstatus uit te reiken op basis van louter herkomst en geslacht. Daarin is de toestemming belangrijk. Het Europees Hof verplicht de lidstaten inderdaad in geen enkel geval een en ander categorisch te doen, over de hele categorie heen. Dus weigeren op basis van een individueel onderzoek is en blijft mogelijk. Het lijkt voor ons heel belangrijk dat het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, op dit moment een heel onafhankelijke organisatie of instantie, het op die manier ook blijft doen, namelijk op strikt individuele basis blijven oordelen. Indien een Afghaanse vrouw immers niet in dat geval is, moeten wij de status ook niet toekennen. Wij zijn bezorgd dat, wanneer dat voor een hele categorie wordt gedaan, daarvan binnen de kortste keren misbruik zal worden gemaakt en het een aanzuigeffect kan hebben. Afghaanse vrouwen worden dan naar hier gestuurd opdat de mannen ook naar hier kunnen komen op basis van het statuut dat de vrouw hier heeft gekregen. We mogen ter zake niet naïef zijn en moeten de dossiers op individuele basis blijven bekijken.
De gerechtskostenexplosie
De brief van de FOD Justitie over het beperken van de gerechtskosten
De stijging en regulering van gerechtskosten
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 23 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De explosieve stijging van justitiekosten (van €81M in 2000 naar €125M in 2023, met een overschrijding van €23M in 2024) wordt vooral gedreven door vertaal- en interpretatiekosten, geïndexeerde tarieven (+19% sinds 2020), complexe processen (bv. terreuraanslagen 2016) en de bestrijding van georganiseerde criminaliteit. Minister Van Tigchelt bevestigt de crisis, wijst op spanningsveld tussen budgettaire controle en rechterlijke onafhankelijkheid, en kondigt noodmaatregelen aan (herallocaties, audit FAI), waardoor het tekort voor 2024 teruggebracht wordt tot €1,5M, maar erkent dat structurele oplossingen ontbreken. Critici (Crucke, Jadoul) benadrukken het gebrek aan overleg met de rechtspraak (bv. bezuinigingsbrief SPF Justice stuitte op verzet wegens inbreuk op machtscheiding) en waarschuwen voor ad-hocbeheer (zoals besparingen op juroren in assisenprocessen) zonder duurzame afspraken over kostendeling en prioriteiten.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, selon la presse, les frais de justice auraient explosé entre 2000 et 2023, passant de 81 millions d'euros à 125 millions, et l'exercice 2024 connaîtrait un dépassement de 23 millions d'euros!
Certes, il y a eu de grands procès mais il semblerait que la cause soit essentiellement située dans les frais de traduction et d'interprétation.
Confirmez-vous les faits et l'ampleur du dérapage? Quelles mesures ont été prises en réaction? S'il n'y en a pas eu, pourquoi?
Pouvez-vous nous fournir un détail concernant ce dérapage?
Quand avez-vous été informé de la gravité de la situation?
Il semble qu'une directive européenne impose la traduction de la totalité des pièces du dossier. Si c'est le cas, la Belgique doit-elle exécuter cette directive telle quelle? Ou bien y a-t-il une possibilité de moduler cette obligation?
Quel avis a été rendu par l'Inspection des finances et l'administration?
Pierre Jadoul:
Monsieur le ministre, un courrier a effectivement suscité un certain émoi dans les cours et tribunaux, qui ont été invités à faire preuve de frugalité et d'un meilleur contrôle des dépenses par le SPF Justice. Les représentants de l'ordre judiciaire ont, semble-t-il, accueilli froidement ce courrier de l'administration. Cela représente une entaille, selon eux, à la séparation des pouvoirs. Ce serait à l'exécutif de mettre à disposition de la justice les budgets nécessaires. Enfin, pour les cours et tribunaux, toute la gestion des frais de justice serait entre les mains du SPF et l'ordre judiciaire n'aurait pas de vues sur cette gestion.
Comment réagissez-vous à ce courrier envoyé par le SPF Justice aux cours et tribunaux? Avez-vous été à l'initiative de ce courrier? À défaut, cet envoi était-il, selon vous, justifié?
Comprenez-vous la réaction de l'ordre judiciaire et l'émoi que cela a suscité? Comment envisagez-vous de réguler les frais de justice pour que le budget reste sous contrôle? Quelles sont éventuellement les lignes prioritaires de cette régulation?
Paul Van Tigchelt:
Chers collègues Crucke et Jadoul, le dossier des frais de justice est illustratif de l'équilibre délicat qu'il faut toujours trouver entre l'indépendance du pouvoir judiciaire et une bonne gestion du budget. Les dépenses liées aux frais de justice ont effectivement augmenté ces dernières années. Cette augmentation peut en partie s'expliquer par l'indexation des tarifs en 2023. Il y a eu une indexation de plus de 11 % vu la crise énergétique de 2022. Pour la période 2020-2024, l'indexation totale s'élève à presque 19 %.
Les augmentations les plus importantes sont constatées dans les frais liés aux traducteurs et interprètes, aux analyses toxicologiques, aux tests ADN, aux examens psychiatriques et à la médecine légale. En outre, vous savez que la justice a été confrontée à des procès importants, par exemple celui des attentats du 22 mars 2016. C'est un procès qui a duré des mois et qui nous a coûté beaucoup d'argent. Le succès de la lutte contre la criminalité organisée fait également augmenter les frais de justice. Nous avons plus de 12 000 détenus dans les prisons et la moitié d'entre eux sont incarcérés pour des délits liés aux faits de drogue.
Mon administration n'a pas d'impact sur les différents frais de justice car ceux-ci sont engagés pour le compte de l'ordre judiciaire, dans le cadre des enquêtes judiciaires. Mais afin de garder les frais de justice sous contrôle avec les effets d'indexation, nous avons collaboré avec le SPF BOSA au cours de la dernière législature par le biais de ce que l'on appelle une spending review des frais de justice et d'un audit réalisé par l'intermédiaire du Service fédéral d'audit interne (FAI), qui dépend de la Chancellerie. À l'issue de cet audit, les auditeurs fédéraux ont attiré l'attention de mon administration sur le fait qu'il fallait veiller à ne payer les frais de justice que pour des dépenses justifiées par une base légale.
Suite à l'augmentation des frais de justice et à l'audit, des mesures d'urgence ont été prises en septembre. Les mesures d'économie sont toujours délicates – vu ce que j'ai dit au début – mais indispensables. En outre, par le biais de réallocations au sein du budget du SPF Justice, les crédits supplémentaires nécessaires ont été recherchés pour compenser le déficit pour 2024. Le déficit estimé est donc porté à 1,5 million d'euros. Ces réallocations ont été approuvées par le Conseil des ministres le vendredi 18 octobre 2024. Elles seront prochainement soumises au Parlement.
Jean-Luc Crucke:
Je vous remercie monsieur le ministre. Je retiens quatre éléments de votre réponse.
Nous avons premièrement l'élément relatif à l'indexation, ce que nous pouvons évidemment comprendre.
Ensuite, il y a l'équilibre à trouver entre l'administration et les besoins de la justice. Je pense effectivement que l'autonomie doit être respectée mais, dans le même temps, vous êtes appelé à devoir maîtriser les éléments budgétaires. Je peux donc comprendre que l'équilibre n'est pas toujours facile à trouver.
Troisièmement, vous avez évoqué la méthode du s pending review . Il s'agit d'une belle méthode mais elle impose évidemment une concertation avec l'ensemble des acteurs, en ce compris les acteurs de la justice. Il serait peut être intéressant d'avoir plus d'explications sur ce que ça a donné et sur l'engagement des uns et des autres pour maîtriser ces dépenses.
Vous avez finalement parlé de la réallocation. C'est une bonne chose qu'elle soit intervenue mais ce n'est jamais qu' a posteriori . C'est d'ailleurs pour ça qu'il faudrait trouver des solutions plus pérennes à l'avenir.
Pierre Jadoul:
Je remercie aussi monsieur le ministre, pour les éléments de réponse qu'il a évoqués. Il y a, me semble-t-il, des éléments dans la masse des frais qui sont plus ou moins importants et qui pèsent plus ou moins lourd. J'en ai un écho par le canal du monde judiciaire selon lequel, lors d'un procès d'assises, les jurés ne sont plus autorisés aujourd'hui à aller manger au mess de la magistrature. Il faut penser à un traitement humain des jurés. Des procès d'assises sont, certes, plus longs que d'autres, mais des égards doivent être manifestés auprès de plusieurs acteurs, à moins que d'autres décisions ne soient prises. En tout cas, ce n'est pas à nous de le faire ici.